Auteursarchief: Erik Raspoet

Harry Tseng, ‘ambassadeur’ Taiwan: “We hebben in Hong Kong gezien wat one country, two systems betekent”

Knack Magazine, 8 januari 2020

Ambassadeur mag hij zich niet noemen, en volgens China bestaat zijn land niet echt. Toch staat de Taiwanese diplomaat Harry Tseng aan het hoofd van een 35-koppige vertegenwoordiging in Brussel. Een gesprek aan de vooravond van de Taiwanese presidentsverkiezingen in Taiwan waar de Chinese leider Xi Jingping zwaar gezichtsverlies riskeert.

Harry Ho-Jen Tseng is de facto ambassadeur van Taiwan. De kader achter hem zegt: “Nooit opgeven” (foto Franky Verdickt)

Harry Tseng heeft het kunstwerk in zijn kantoor met zorg uitgekozen. Nooit opgegeven, luidt de vertaling van de kalligrafie. Een wervend motto komt van pas, want als vertegenwoordiger van de Republiek China is het zeilen tegen de wind. Zomaar de nationale vlag uithangen, zoals de Zweedse buren en collega’s aan de Meeûssquare doen? Geen denken aan, net zomin als het voeren van de titel die zijn Zweedse ambtsgenoot als vanzelfsprekend hanteert. Tseng is nochtans posthoofd van een 35-koppige delegatie die Taiwan bij België, Luxemburg en de EU vertegenwoordigt. Toch mag hij zich geen ambassadeur noemen, dat kan alleen in landen die Taiwan erkennen en er volwaardige diplomatieke betrekkingen mee onderhouden. Zoals de republiek Palau, waar de in Amerika opgeleide carrièrediplomaat Tseng van het ambassadeurschap mocht proeven. Het archipelstaatje met 20.000 inwoners in Micronesië is een van de 15 landen die weerstaat aan de druk van Peking om alle formele banden met Taipei te verbreken en de communistische Volksrepubliek als enige soevereine vertegenwoordiger van de Chinese natie te erkennen. Voorlopig althans, want het diplomatieke netwerk van Taiwan ontrafelt snel. Nadat in 2018 El Salvador, Burkina Faso en de Dominicaanse Republiek van kamp verwisselden, verloor Taipei in september ook de Solomon Eilanden en Kiribati. Op Paraguay, Honduras, Nicaragua en Haïti na zijn de overblijvende bondgenoten kleine en arme landen in de Stille Zuidzee en Afrika, met het onooglijke maar diplomatiek zwaarwegende Vaticaanstad als buitenbeentje. 

De timing van het dubbele verlies in september kon niet delicater, in volle aanloop naar de presidentsverkiezingen van 11 januari die helemaal in het teken staan van de relaties met Peking. Uittredend president Tsai Ing-wen van de Democratische Volkspartij (DPP) neemt het op tegen Han Kuo-yu van de Kwomintang (KMT), de partij die Taiwan de voorbije decennia haast onafgebroken bestuurde. Helder is de keuze wel. Terwijl de KMT aanstuurt op betere relaties met Peking, doet Tsai Ing-wen er alles aan om het voormalige Formosa als een onafhankelijke staat te profileren. Tot grote woede van de Chinese leider Xi Jingping die Taiwan als een opstandige provincie beschouwt. Net zoals al zijn voorgangers overigens, alleen is de terugkeer van Taiwan voor Xi een persoonlijk prestigeproject geworden.

Tsai Ing-wen heeft in de peilingen een straatlengte voorsprong. Is de race gereden?

Harry Tseng: Ik waag me niet aan voorspellingen, maar de peilingen zeggen veel over de impact van China op de campagne. Bij de lokale verkiezingen van november 2018 heeft de president met haar partij een verpletterende nederlaag geleden. Niemand gaf toen nog een euro voor haar herverkiezing. Maar kijk: vanaf eind maart begon haar populariteit weer te stijgen. Maart 2019, dat is niet toevallig het moment waarop in Hong Kong de burgerprotesten zijn begonnen. Het repressieve optreden van China tegen het geweldloze burgerprotest, heeft in Taiwan een diepe indruk gemaakt. Vergeet niet dat Xi Jingping een Taiwanese variant van “one country, two systems” propageert als het model voor Taiwan na de hereniging. We hebben het voorbije jaar in Hong Kong gezien wat dat betekent.

Waarom speelt dat wantrouwen in de kaart van DPP-president Tsai Ing-wen?

Tseng. Als diplomaat hoor ik boven alle partijtegenstellingen te staan, maar ik kan de realtieit niet loochenen. China doet er alles aan om KMT-kandidaat Han Kuo-yu aan een verkiezingsoverwinning te helpen. Peking probeert natuurlijk al lang de publieke opinie warm te maken voor hun “one country, two systems”-oplossing. Tijdens deze verkiezingscampagne hebben ze hun inspanningen verdubbeld, op verschillende manieren. Een groot deel van de mainstream media is schaamteloos partijdig. Kranten, tijdschriften, talk shows, er werd constant gehamerd op de rampzalige gevolgen van het anti-China beleid van de president. Het zal niet verbazen dat het om mediaconcerns gaat die in handen zijn van tycoons met immense belangen in de Volksrepubliek. Uiteraard worden ook de sociale media bespeeld. China zet daarvoor content farms in, echte fabrieken waar honderden medewerkers constant in de weer zijn met het verspreiden van fake news. Tussen haakjes, we incasseren iedere maand zo’n 13 miljoen cyberaanvallen vanuit China. Gelukkig raken die zelden door onze firewalls, onze cyber security staat op niveau.

China bespeelt dus de publieke opinie, de achilleshiel van de vertegenwoordigende democratie. Met succes? 

Tseng: Integendeel, de bemoeienissen zijn zo flagrant, dat ze zich als een boomerang tegen de KMT keren. Na het verlies van de Solomon-eilanden en Kirabiti werd de regering door de oppositie en de pro-China-pers onder vuur genomen. De president, zo luidde het, was aardig op weg om Taiwan met haar anti-China-beleid compleet te isoleren. Precies de stemmingmakerij die China beoogde, de timing van de dubbele diplomatieke breuk was dan ook geen toeval. Toch had die breuk een averrechts effect, in de peilingen bleef de populariteit van de president alleen maar stijgen. Kras, zeker als je weet hoe diep de angst leeft om onze laatste diplomatieke bondgenoten te verliezen. Blijkbaar zijn de Taiwanezen lucide genoeg om de Chinese strategie te doorzien. Bij een peiling in november heeft 89 procent het “one country, two systems”-principe verworpen.    

U stelt het vooral alsof China de switch door de Solomon Eilanden en Kiribati als het ware just-in-time heeft besteld. Hoe dan wel?

Tseng: Dergelijke landen zijn erg gevoelig voor de druk van een politieke en economische gigant die met investeringen en cadeaus zwaait. Hoe kleiner een democratie, hoe gemakkelijker het is om verkiezingsuitslagen te beïnvloeden. Maar er was meer aan de hand. Het Australische nieuwsmagazine 60 Minutes heeft onthuld hoe de beslissing van de Solomon Eilanden letterlijk werd afgekocht. Parlementsleden kregen tot een miljoen dollar aangeboden om voor de switch te stemmen. China speelt het spel zowel hard als subtiel. De vorige president, KMT-politicus Ma Ying-jeo, stelde goede relaties met Peking centraal. Belangrijk om weten: in tegenstelling tot de DPP aanvaardt de KMT het One China principe, al geeft de partij er een heel andere invulling aan dan Peking. Niettemin: tijdens de acht jaar onder president Ma hebben Taiwan en China liefst 21 akkoorden gesloten, over materies variërend van investeringen, culturele en academische samenwerking tot zelfs soevereiniteitsgevoelige onderwerpen zoals het gemeenschappelijk bestrijden van criminaliteit. Taiwan zette bovendien de deuren open voor Chinese investeringen, terwijl China zich aan een stilzwijgende afspraak hield om ons geen diplomatieke bondgenoten af te pakken.

Klinkt als een pragmatische houding waar beide kampen beter van worden..

Tseng: Dat zou je inderdaad denken. Economisch klopte het, maar toch werd Ma’s beleid na zijn tweede ambtstermijn door de kiezer zwaar afgestraft. De Taiwanezen pikten het niet langer dat hun onafhankelijkheid te grabbel werd gegooid in in ruil voor stabiliteit en goede relaties met China. Trouwens, China is als partner niet te vertrouwen. Zelfs tijdens het moratorium begonnen ze intense relaties aan te knopen met onze laatste diplomatieke partners. De schaar lag als het ware klaar om de banden door te knippen. Na het aantreden van DPP-president Ing-wen in 2016 hebben we dan ook de ene na de andere bondgenoot verloren. De voorbije 4 jaar werd ook niet één samenwerkingsakkoord meer gesloten.

Bestaat de kans dat Taiwan ooit helemaal zonder diplomatieke bondgenoten valt?

Tseng: Dat is waar China op aanstuurt. Waarom, kan men zich afvragen. Het doen overlopen van onze laatste bondgenoot zal Taiwan niet dichter bij China brengen, letterlijk noch figuurlijk. Integendeel, hoe meer ze ons isoleren, hoe luider de roep om onafhankelijkheid.

Een tweede ambtstermijn voor Tsai Ing-wen zou voor China zwaar gezichtsverlies betekenen. Precies een jaar geleden sprak president Xi zijn opgemerkte Boodschap aan de Taiwanese Landgenoten uit. In die tienjaarlijkse speech verwees hij niet minder dan 46 keer naar de terugkeer van Taiwan en noemde hij het Taiwanese onafhankelijkheidsstreven rampzalig. Kan het tot een militaire escalatie komen als Xi zijn droom niet via electorale engineering kan realiseren?

Tseng: Taiwan is Hong Kong niet, we zijn geen stadsstaat in de schaduw van China, zonder middelen om onszelf te verdedigen. Natuurlijk zijn we niet opgewassen tegen een supermacht als China, maar de prijs voor een invasie zou erg hoog zijn. Ik verklap geen militair geheim als ik zeg dat we een sterke luchtmacht hebben en dat onze marine beschikt over snelle patrouilleboten met raketten waarvan het bereik tot diep in China strekt. Een aanval op Taiwan zou verwoestende gevolgen hebben voor Shanghai en andere megasteden op de Oostkust. China wil Taiwan heel graag terug, maar nog belangrijker voor China is dat het zich als grootmacht op dezelfde hoogte kan heisen als de Verenigde Staten. Dat kan alleen als de economie blijft groeien, en daarvoor is regionale stabiliteit noodzakelijk. Die ambitie wil China niet hypothekeren door een oorlog om Taiwan. In Peking heerst nu al grote zenuwachtigheid over de economische groei die onder de prognoses blijft.

Het Taiwanese zelfvertrouwen steunt op het 70 jaar oude bondgenootschap met Washington. Zonder formele diplomatieke erkenning houden de Verenigde Staten een zeer omvangrijke vertegenwoordiging in uw land op de been. Wat meer is: de VS levert potent wapentuig zoals F’16-V’s en hypermoderne fregatten. Maar hoe solide is die band met een Amerikaanse president die bewezen heeft dat hij bondgenoten uitverkoopt als dat in zijn America first-politiek past?

Tseng: Ik zie geen redenen om aan ons bondgenootschap te twijfelen. Onder president Trump hebben we al vijf grote wapendeals kunnen sluiten. Over zijn stijl valt te discussiëren, maar hij is consequent in zijn kritische houding tegenover China. Zo heeft hij in november de Hong Kong Human Rights and Democracy Act ondertekend, tot grote woede van Peking. Het klopt dat de Verenigde Staten onze enige partner is die zich militair heeft geëngageerd. Het kader daarvoor werd vastgelegd in de Taiwan Relations Act in 1979, goedgekeurd door Jimmy Carter en nadien herbevestigd door al zijn opvolgers. Maar dat betekent niet dat we op Amerika rekenen om ons te beschermen. Geen enkele Amerikaanse president is bereid om bij een conflict met China troepen naar de Straat van Taiwan te sturen, daarvoor liggen bodybags in de publieke opinie veel te gevoelig. We weten wel waarom we zoveel in defensie investeren. Als het er op aan komt, staan we er alleen voor.

De handelsoorlog tussen China en Amerika heeft er vorig jaar stevig ingehakt, ondanks het deelakkoord dat beide landen eind vorig jaar hebben gesloten. Deelt Taiwan in de klappen?

Tseng: Eerder integendeel. Door de sombere exportvooruitzichten in China is 22 miljard dollar aan investeringen naar Taiwan teruggevloeid. Ook het Amerikaanse exportverbod voor gevoelige technologie had interessante neveneffecten. Geviseerde afnemers zoals Huawei en ZTE moesten op zoek naar alternatieve leveranciers voor componenten zoals geavanceerde halfgeleiders. Die hebben ze in Taiwan gevonden, we staan erg sterk in die markt.

Hoe lastig is het om ambassadeur te zijn zonder dat u zich ambassadeur mag noemen?

Tseng: De situatie van een Taiwanees diplomaat is uniek, maar met de nodige creativiteit kunnen we ons werk doen. Het Taiwanese buitenlands beleid steunt op drie peilers. Diplomatieke erkenning en deelname aan internationale organisaties worden steeds moeilijker door de Chinese druk. We mogen zelfs niet meer als waarnemer deelnemen aan de jaarlijkse bijeenkomst van de WHA, het voornaamste beslissingsorgaan van de Wereld Gezondheidsorganisatie. Intriest als je bedenkt welke rol ons land kan spelen in het bestrijden van besmettelijke virussen zoals HIV of vogelgriep. Maar er is een derde peiler die stevig overeind staat: het aanknopen van substantiële relaties met democratische rechtstaten die een flexibele invulling geven aan het One China-beginsel. Ook zonder diplomatieke erkenning kun je handel drijven, academische kennis uitwisselen en culturele banden smeden. De export naar de Europese Unie is de voorbije jaren fors gegroeid tot 53 miljard dollar per jaar. Daar zit nog rek op want dat bedrag vertegenwoordigt slechts 9 procent van onze wereldexport. Anderzijds is de Europese Unie de grootste investeerder in Taiwan, groter zelfs dan de Verenigde Staten. Ook België heeft meer 500 expats in Taiwan, vooral DEME en Jan Denul zijn klinkende namen.

Intussen blijft de situatie in Hong Kong gespannen. Al meer dan 500 studenten zijn naar Taiwan gevlucht. Zet dat geen extra druk op de reeds gespannen relaties met Peking?

Tseng: We willen ons niet moeien met de situatie in Hong Kong, maar we verwelkomen die studenten. China zal ons dat niet kwalijk nemen, ze bestempelen die studenten als relschoppers die ze liever kwijt dan rijk zijn. Ik ben niet optimistisch over Hong Kong. In het Chinese discours worden de betogers steevast gecriminaliseerd. Dat zou wel eens een stap kunnen zijn naar effectieve vervolging.

Harry Ho-Jen Tseng is de facto ambassadeur van Taiwan. (foto Franky Verdickt)

Sabotage Doel 4 na vijf jaar nog altijd een mysterie

Loopt de saboteur nog altijd rond in de kerncentrale van Doel?

Knack, 31 juli 2019

Hij is even ongrijpbaar als de reus van de Bende van Nijvel: de saboteur van Doel. Al vijf jaar jaagt het federaal parket op de M/V die de stoomturbine van Doel 4 naar de Fillistijnen hielp. De kans bestaat dat de dader nog altijd in de kerncentrale rondloopt, maar geen paniek. Stand van zaken over een onderzoek zonder einddatum.  

foto: Wikimedia Commons

Vijf jaar na datum blijft het een mysterie: wie heeft op 5 augustus 2014 de stoomturbine van Doel 4 gesaboteerd? Het is een vraag van vele miljoenen. De 1.500 ton zware turbine moest helemaal gedemonteerd worden, een grap van 30 miljoen. Daarbovenop slikte eigenaar Engie-Electrabel een exploitatieverlies van ruim 100 miljoen euro. Doel 4, met een capactiteit van 1039 megawatt de grootste van de 7 Belgische kernreactors, kon pas eind december 2014 opnieuw stroom leveren. Het is niet overdreven te spreken van de grootste industriële sabotage in de naoorlogse geschiedenis van dit land. Logisch dus dat het federaal parket, bevoegd voor nucleaire dossiers, alle registers opentrok om de dader te vatten.

De speurders, bijgestaan door experts van Electrabel en het nucleair controleagentschap FANC, gingen uit van een inside job. De sabotage werd gepleegd door in een afgesloten ruimte in de immense turbinezaal een veiligheidsklep te openen. Gevolg: 65.000 liter smeerolie vloeide via een hoogdebietsleiding pijlsnel weg. Ondanks het onmiddellijke stilleggen van de reactor, kon een ravage niet worden vermeden. De 50 meter lange as van de turbine raakte oververhit en smolt zich letterlijk in de kogellagers, met enorme schade als gevolg. De piste van een technisch defect of een menselijke fout werd vrijwel meteen uitgesloten. De dader, zich duidelijk bewust van het feit dat de plaatsdelict zich buiten cameratoezicht bevond, had eerst een ketting met hangslot doorgenknipt. Na het opendraaien van de leiding, manipuleerde hij de stang van de afsluiter zodanig dat die bij een oppervlakkige visuele controle in gesloten positie leek te staan. Daardoor werden operatoren en technici misleid toen ze die dinsdagochtend in paniek op zoek gingen naar de oorzaak van het snel wegzakkende oliepeil.

leugendetector

Op het eerste gezicht was het onderzoek een haalbare kaart. Alleen de zowat zestig  werknemers die op het moment van de feiten in Doel 4 aan het werk waren, konden zich toegang verschaffen tot de ruimte van het oliereservoir. Behalve eigen Electrabel-personeel omvat die groep technici van onderaannemers zoals Alstom, Siemens en Vinçotte, naast medewerkers van bewakings- en onderhoudsfirma’s. Het is dus geen zoektocht naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg, zeker omdat heel wat van die verdachten snel kon geëlimineerd worden als potentiële dader. Eind december 2014 meldde VTM Nieuws dat nog slechts een dertigtal verdachten aan een preventief toegangsverbod tot alle nucleaire centrales bleef onderworpen.

De speurders beschikken over alle instrumenten die ze zich kunnen wensen, van leugendetector tot het arsenaal van observatie- en informatietechnieken voorzien in de wetgeving op de bijzondere opsporingsmethodes (BOM). Een doorbraak leverde dat evenwel niet op. Eind 2016 rapporteerden verschillende media dat het federaal parket op het punt stond het dossier af te sluiten met als conclusie “dader onbekend”. Dat scenario werd voorkomen doordat Electrabel om bijkomende onderzoeksdaden heeft gevraagd. Toch weten we vijf jaar na datum weinig meer dan in februari 2015 toen Knack een eerste stand van zaken opmaakte. Het onderzoek loopt nog altijd, maar er werd nog niemand in staat van verdenking gesteld.

Hoe kan dat in zo’n belangrijke aangelegenheid? Niet alleen de economische schade is gigantisch. De reputatie van Engie-Electrabel als nucleair operator en bij uitbreiding van de hele Belgische kernenergiesector kreeg een dreun, ook al werd de sabotage buiten het eigenlijke reactorgebouw gepleegd. Het federaal parket blijft zoals bij alle vorige verjaardagen zuinig met commentaar. ”Over lopende onderzoeken wordt niet gecommuniceerd’, zegt woordvoerder Eric Van Der Sypt die geen doorbraak of einddatum in het verschiet wil stellen. Discretie is troef, we vissen zelfs tevergeefs naar de bevestiging dat het om sabotage van binnenuit gaat, zoals algemeen wordt aangenomen. Wel pleit Van Der Sypt verzachtende omstandigheden voor het uitzonderlijk lang aanslepen. Het gaat om een moelijk onderzoek. Materiële aanwijzingen zijn schaars, bruikbare tips blijven helemaal achterwege. Er was ook pech mee gemoeid. Een van de leidende speurders werd vorig jaar door een hartaderbreuk geveld, met alle tijdverlies vandien. Toch licht Van Der Sypt een tipje van de sluier op. ‘Wie zegt dat we nog geen verdachten in beeld hebben’, vraagt hij retorisch. ‘Verdenkingen koesteren is echter één zaak, het vinden van bewijzen iets helemaal anders. Zoals ik al zei: het gaat om een heel moeilijk onderzoek’.

Insider threat

Over dat gerechtelijk onderzoek wil ook het FANC zoals verwacht niks kwijt. Wel wenst woordvoerdster Ines Venneman nogmaals te benadrukken dat de nucleaire veiligheid op 5 augustus 2014 op geen enkel moment in gevaar is geweest. Dat het FANC onmiddellijk na het incident een resem extra beveiligingsmaatregelen aan Engie-Electrabel oplegde, is eveneens oud nieuws. Zowel in Doel als Tihange werden massaal camera’s bijgeplaatst. Programmeerbare badges zorgen ervoor dat alleen bevoegden nog toegang hebben tot bepaalde gebouwen of installaties. In een groot deel van de centrales geldt het vierogenprincipe: werknemers moeten altijd door een collega worden vergezeld als ze zich bijvoorbeeld in het reactorgebouw begeven, zodat ze elkaar kunnen controleren. Het zijn allemaal maatregelen gericht op insider threat, een fenomeen dat in de literatuur wordt omschreven als het “misbruik maken van toegang tot kennis of infrastructuur om de eigen organisatie schade te berokkenen”, een noemer waaronder behalve sabotage ook industriële spionage past. Je zou het een lichtpunt in deze zaak kunnen noemen: de sabotage in Doel 4 heeft van het FANC een voortrekker gemaakt in de internationale strijd tegen dit gevaar. In maart was Brussel het toneel voor het symposium ‘Insider Threat Mitigation’, een gezamelijke organisatie van het FANC en zijn Amerikaanse tegenhanger NNSA. 200 experts uit 50 landen staken gedurende drie dagen in werkgroepen en panels de koppen bij elkaar. Voornaamste doel was het vlotter uitwisselen van best practices, zoals voorzien in een omzendbrief van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) waarmee intussen al 28 landen en Interpol zich hebben geëngageerd om insider threat aan te pakken.  

Het Belgische gastheerschap was een ietwat twijfelachtige eer, want de aanleiding was bij alle deelnemers bekend. De sabotage in Doel 4 blijft een veelbesproken case in de wereld van nucleaire operatoren en regulatoren, een relatief kleine maar hechte club. Geen wonder, want het gaat om een incident zonder voorgaande. Harvard-professor Matthew Bunn, gespecialiseerd in topics zoals nucleaire diefstal en terrorisme, kende ons land in zijn keynote lezing een glansrol toe. Opvallend was dat hij niet alleen naar de gesaboteerde stoomturbine verwees. Bunn tilde even zwaar aan de zaak Ilyass Boughalab, een gesneuvelde Syrië-strijder uit Lokeren die drie jaar lang voor onderaannemer Vinçotte in Doel lasnaden mocht inspecteren, ook in de nucleaire delen van de centrales. Dat deed hij overigens naar algemene tevredenheid, Boughalab nam in 2012 zelf ontslag. Pas daarna radicaliseerde hij om in 2014 naar Syrië te vertrekken waar hij al in maart zou omgekomen zijn, wat overigens niet kon beletten dat hij later op het Sharia4Belgium-proces bij verstek tot vijf jaar werd veroordeeld. Dat de timing iedere link met de sabotage in Doel 4 uitsluit, hield Harvard-professor Bunn niet tegen om beide zaken op één en dezelfde slide te presenteren. Het FANC wijst op het ontbreken van enig verband, maar benadrukt tegelijkertijd dat de screening van nucleair personeel de allerhoogste prioriteit geniet. Sollicitanten worden sowieso door politie, Staatsveiligheid, Defensie en de Nationale Veiligheidsoverheid (NVO) tegen het licht gehouden. Dezelfde procedure geldt voor personeel van onderaannemers of eender wie toegang krijgt tot een kerncentrale.  ‘Maar we gaan nog een stap verder’, zegt woordvoerdster Venneman. ‘Momenteel werken we aan nieuwe richtlijnen voor aftercare. We willen meer structuur in de screening, en een betere interne opvolging na de aanwerving’.

complottheorieën

Tom Sauer, professor internationale politiek en expert nucleaire veiligheid en ontwapening aan de Universiteit Antwerpen, speelde op het symposium de rol van panelleider. Hij is niet verrast door de visie van collega’s zoals Bunn. ‘Voor vele buitenlanders is de sabotage van Doel 4 een terroristische daad’, zegt hij. ‘Zeker in Amerika twijfelt niemand daaraan. Ik was op de Nuclear Security Summit van 2016 die in Washington plaats vond, toevallig enkele dagen na de aanslagen van Brussel. Iedereen legde meteen de link met Doel 4, een case waarover trouwens nog altijd druk wordt nagekaart. Ook in de wandelgangen van het symposium werd er volop over gespeculeerd’. Iedereen stel zich dezelfde vragen. Wie was de saboteur? En wat zijn motief? Ze kunnen ook in meervoudsvorm worden gesteld, want het valt niet uit te sluiten dat er meerdere daders waren. De populaire terrorismetheorie spoort op het eerste gezicht met omstandigheden die in feite pas na de sabotage ontstonden. Vanaf begin 2015, de aanslag op Charly Hebdo, raakte ook ons land in de greep van radicalisering en terreurdreiging. Bij het oprollen van de terreurcel achter de aanslagen van Parijs en Brussel, bleek dat kopstukken zoals Abdelhamid Abaaoud een ongezonde belangstelling voor nucleaire doelwitten in België en omliggende landen koesterden. Zo werden computerbeelden ontdekt van de privéwoning van een topman van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol, vermoedelijk bedoeld als voorbereiding van een ontvoering. Maar dat alles speelde zich in 2015 en 2016 af, lang na de sabotage.

Zelf hecht Sauer meer belang aan een tweede piste die vooral in de Belgische nucleaire community rondzoemt: sabotage door een of meerdere gefrustreerde werknemers van de kerncentrale. Motieven voor sabotage op het werk zijn in de criminologie goed bestudeerd, ze strekken van wraaklust over hebzucht tot mentale problemen en, jawel, radicalisering. Voor de laatste drie zijn er geen aanwijzingen. Blijft dus over het wraakmotief. Heeft iemand de smeeroliekraan opengedraaid uit frustratie over een gemiste promotie, een nakend ontslag of een onuitstaanbare overste? Speculaties hebben de neiging tot complottheorieën samen te klonteren. De sabotage zou niet los kunnen gezien worden van de context waarin de Belgische kernindustrie in de zomer van 2014 opereerde. De regering Di Rupo had twee jaar eerder besloten de reeds in 2003 voorgenomen kernuitstap deels uit te voeren door alvast Doel 1 en Doel 2 in de loop van 2015 defintief af te schakelen. Was het saboteren van Doel 4 een manier om deze klap voor de nucleaire industrie en de bijbehorende tewerkstelling te verijdelen? Het actiemiddel lijkt absurd radicaal, al sluiten believers van deze theorie niet uit dat de daders de gevolgen van hun al bij al simpele ingreep ietwat hebben onderschat. Dat de sabotage werd gepleegd terwijl de scheurtjescentrales Doel 3 en Tihange 2 al bijna twee jaar stillagen, past dan weer in het denkkader. Het langdurig uitvallen van de grootste Belgische reactor kon niet anders dan de onmisbaarheid van D1 en D2 voor de bevoorradingszekerheid extra te onderstrepen. ‘Ik heb die versie tijdens het symposium door iemand uit de sector horen uiteenzetten’, zegt Sauer. ‘Het werd niet als een complottheorie verteld’.

zwaard van Damocles

D1 en D2 draaien nog altijd. Eind 2015 besloot de regering Michel de levensduur van beide reactoren met tien jaar te verlengen. ‘Klopt’, zegt Nele Scheerlinck, communicatieverantwoordelijke van kerncentrale Doel. ‘Maar dat had weinig of niks met de sabotage in Doel 4 te maken, die beslssing werd ingegeven door bekommernissen omtrent de bevoorradingszekerheid. Er leefden toen toen grote twijfels over het importeren van buitenlandse stroom om eventuele tekorten op te vangen’. Doel 4 saboteren om de toekomst van de Belgische kernindustrie te vrijwaren? Volgens Scheerlinck is het te gek voor woorden. ‘Zo’n dader zou wel erg wereldvreemd zijn geweest’, zegt ze. ‘Wie ook maar een beetje vertrouwd is met de sector kent de negatieve perceptie van de Belgische kernindustrie. Vooral in onze buurlanden staan we op een slecht blaadje, ieder akkefietje in Doel of Tihange wordt er buiten proportie geblazen. Om maar te zeggen: de sabotage was wel de slechts mogelijke dienst die men ons kon bewijzen. Dit heeft niet alleen ontzettend veel geld gekost, de reputatieschade voor Electrabel valt niet te schatten’.

Scheerlinck bevestigt wel wat we uit verschillende bronnen vernamen: de sabotage is in Doel nog niet verteerd. Verschillende medewerkers zijn vertrokken om aan de verziekte sfeer te ontsnappen. Maatregelen zoals het 4 eyes-principe dragen niet bij tot de arbeidsvreugde. Het door het FANC opgelegde en door de vakbonden gecontesteerde verbod op smartphones in de centrale evenmin. ‘Dat speelt ons zelfs parten bij het rekruteren van jonge medewerkers’, zegt Scheerlinck. En dan is er nog het gerechtelijk onderzoek dat als een zwaard van Damocles boven Doel hangt. Een tiental eigen medewerkers gaat nog altijd gebukt onder bijzondere restricties. Ze mogen bepaalde delen van de centrale helemaal niet betreden en worden in tegenstelling tot collega’s permanent aan de vierogenregel onderworpen. ‘Dat zorgt voor frustraties”, geeft Scheerlinck toe. ‘In de ondernemingsraad of tijdens informeel overleg tussen directie en personeel komen al jarenlang dezelfde vragen terug. Hoe staat het met het onderzoek? En vooral: wanneer worden die beperkingen opgeheven? Helaas kunnen we geen antwoord geven. Engie-Electrabel heeft zich uiteraard burgerlijke partij gesteld, maar toch weten we verrassend weinig over de voortgang van het onderzoek. Door allerlei privacyregels hebben onze advocaten maar een beperkte inzage in het dossier. We hebben wel een lijst met medewerkers die nog niet buiten verdenking werden gesteld. Die krijgen we via het FANC, maar in feite komt ze van het federaal parket. Zelf hebben we daar niets aan te zeggen’.

Dat leidt onvermijdelijk tot deze conclusie: het federaal parket sluit niet uit dat de saboteur _ of saboteurs _ nog altijd rondloopt in de kerncentrale van Doel. Scheerlinck beaamt maar relativeert het risico. ‘Veiligheid hangt in onze sector niet af van een individu, zelfs niet als dat individu slechte bedoelingen heeft. Screening, vorming, interne controle, onze procedures worden voortdurend geëvalueerd en bijgesteld. We hebben een robuust systeem’. En toch gebeurde vijf jaar geleden het ondenkbare. Scheerlinck zucht diep. ‘Geloof me’, zegt ze. ‘Niemand is er meer op gebrand de waarheid te kennen dan Electrabel. Wij zijn tenslotte het voornaamste slachtoffer in dit verhaal’.

Iain Overton schrijft de geschiedenis van het zelfmoordterrorisme

“Er moet een VN-verbod op zelfmoordbommen komen”

Knack, 12 juni 2019

Het begon met een aanslag op de Russische tsaar in 1881, intussen staat de teller op 71.000 slachtoffers, and counting. Zelfmoordterreur is een gesel van de moderne tijd. Onderzoeksjournalist en oorlogsreporter Iain Overton schreef er een standaardwerk over. “Zelfmoordterreur is inherent aan asymmetrische oorlogsvoering”.

Iain Overton deinst niet terug voor een forse claim. How the Suicide Bomber shaped the Modern Age, luidt de ondertitel van zijn nieuwste boek. De Britse onderzoeksjournalist en mensenrechtenactivist maakt die stelling hard in een turf van 600 pagina’s, in vertaling verschenen als De Prijs van het Paradijs. Van gerichte aanslagen door 19de-eeuwse Russische revolutionairen tot blinde jihadterreur in Irak of Afghanistan, zelfmoordterrorisme heeft zich in de loop van de moderne geschiedenis ontpopt tot een oorlogswapen dat een zware tol eist. Vorig jaar vielen 7.000 doden en gewonden door zelfmoordaanslagen, in 2017 meer dan 11.000.

Overton neemt ons mee naar de plaatsen en gebeurtenissen die deze escalatie mogelijk maakten. Hij meet de schade op in landen zoals Libanon, Sri Lanka, Afghanistan en Irak, praat met slachtoffers, nabestaanden, mislukte zelfmoordterroristen en veiligheidsdiensten. Geen detail ziet hij over het hoofd, experts mogen uitleggen hoe de detonatie van een bompakket in een metrostel zelfs botfragmenten van de dader in moordende projectielen verandert. Ook Madrid, Londen, Parijs en Brussel komen aan bod, al zinken de aanslagen in Europese steden in het niets naast de plaag die het Midden Oosten en delen van Azië en Afrika teistert. De impact is er niet minder om. Overton ontmaskert de zelfmoordterrorist als aanjager van populisme en vrijheidsbeperkende wetgeving in het Westen. 

U heeft zich jarenlang verdiept in een buitengewoon teneerdrukkend onderwerp. Was het moeilijk om geen depressie over te houden aan zoveel leed, wanhoop en bloedvergieten?

Iain Overton: Zelfmoordterrorisme is inderdaad een deprimerend onderwerp, maar wie ben ik om te klagen? Een Britse journalist die altijd naar zijn veilige land terug kan als het hem teveel of te gevaarlijk wordt? Die luxe hebben de inwoners van Badgad, Mosul, Kaboel of Waziristan niet. De echte slachtoffers wonen in plaatsen waar de dreiging van zelfmoordterrorisme permanent in de lucht hangt.

Salafistische jihadi’s hebben sinds 9/11 een quasi monopolie op zelfmoordterreur, maar het fenomeen is veel ouder. Waarom laat u de chronologie beginnen bij de aanslag die Russische revolutionairen in 1881 op tsaar Alexander II pleegden? 

Overton: Die aanslag werd beraamd door Naradojna Volja, (Wil van het Volk), een van de vele revolutionaire groupuscules in het Rusland van die tijd. De samenzweerders zagen een zelfmoordaanslag als een efficiënte manier om hun utopisch ideaal, een samenleving gestoeld op democratische en communistische principes, te verwezenlijken. Het vermoorden van de tsaar was in hun ogen een humanere methode dan de massale, bloederige volksopstand die de Franse revolutie had gekenmerkt. Dat utopische denken zie je later bij andere zelfmoordterroristen terugkeren. De timing spoort bovendien met twee belangrijke innovaties, de uitvinding van dynamiet en de opkomst van kranten als massamedium. Explosieven en propaganda zijn nog altijd kerningrediënten van zelfmoordterreur.

Kamikaze tijdens WOII

Kamikaze behoren tot het collectieve geheugen van de 20ste eeuw, maar u slaagt erin fascinerende details op te rakelen. Zo lieten Japanse zelfmoordpiloten bij het opstijgen hun landingsgestel op de startbaan achter voor hergebruik. Niet meer nodig, het was immers geen retourvlucht. Belangrijker echter is de rol van katalysator die kamikaze speelden. Omdat zelfmoordterreur als oorlogswapen werd ingezet?   

Overton: Ja, het werd een onderdeel van een militaire strategie. Strikt genomen waren de Japanse generaals geen pioniers, er was een precedent dat ze maar al te goed kenden. Bij de Japanse invasie in China in 1937 wierpen Chinese soldaten zich als menselijke bommen op vijandelijke tanks en troepen. De Chinezen hebben toen zelfs met bomvesten geëxperimenteerd, een fenomeen dat intussen gemeengoed is geworden. Het waren echter de Japanners die zelfmoordterreur hebben getransformeerd. Het was niet langer een wapen in handen van geïsoleerde revolutionairen, maar een instituut. De hersenspoeling van kandidaat-aanslagplegers, de personencultus rond de goddelijke keizer voor wie men zijn leven moest opofferen, dat hebben zij op punt gesteld.

De Japanse zelfmoordterreur kwam niet alleen uit de lucht vallen, het wapen werd ook onder water ingezet. Waarom zijn de fukuryu in tegenstelling tot de kamikaze tussen de plooien van de geschiedenis gevallen?

Overton: Omdat ze geen rol van betekenis hebben gespeeld. Fukuryu staat voor  zelfmoordduikers. Verzwaard met lood en extra zuurstofflessen konden ze tot zes uur op de zeebodem blijven, in een hinderlaag of lopend naar een vijandelijk schip. Ze hadden een lange bamboestok met daarop een zeemijn. Als die ontplofte zonk niet alleen het schip maar waren ze zelf op slag dood. Bedoeling was de fukuryu in te zetten tegen de Amerikaanse invasie in Japan. Vrijwilligers werden klaargestoomd in geheime opleidingskampen, maar het is niet zeker of ze ooit echt in actie zijn gekomen. De Japanse marine had overigens ook zelfmoordduikboten, in feite menselijke torpedo’s. Daarvan staat vast dat ze meermaals werden ingezet.

De 13-jarige Iraniër Mohammad Hossein Fahmideh dook op 30 oktober 1980 met een ontgrendelde granaat tussen de rupsbanden van een Iraakse tank. U noemt deze daad een kantelmoment in de moderne geschiedenis. Hoezo?

Overton:  Zijn dood heeft een enorme impact gehad in het hele Midden-Oosten. Natuurlijk had het uitschakelen van die ene tank weinig invloed op het verloop van de Iraaks-Iraanse oorlog. De betekenis schuilt in de manier waarop de Iraanse leider Khomeini zijn dood heeft gerecupereerd. Fahmideh werd als martelaar hoog op een voetstuk geplaatst. Ziekenhuizen en scholen werden naar hem vernoemd, zijn beeltenis sierde een bankbiljet. Die martelarencultus schiep een geweldig precedent dat in de hele regio navolging kreeg. Vanuit Iran is de modus operandi overgewaaid naar Libanon, waar Hezbollah een tweede mijlpaal heeft geslagen. Door enkele zelfmoordaanslagen, onder meer met vrachtwagens, hebben ze Amerika en Frankrijk gedwongen hun troepen terug te trekken. Daarmee is een nieuw tijdperk aangebroken, ineens werd duidelijk dat zelfmoordterreur een probaat middel was om machtige regeringslegers op de knieën te krijgen. Dat besef heeft zich als een virus verspreid. Het duurde daarna niet lang of het wapen werd op twee nieuwe fronten ingezet, in Palestina en Sri Lanka.

Iraanse volksheld-martelaar Mohammad Hossein Fahmideh. Voor eeuwig 13 jaar.

U ging op onderzoek in Sri Lanka waar het een makkie bleek om ooggetuigen en slachtoffers te vinden. Tijdens de 25 jaar durende burgeroorlog waren zelfmoordaanslagen door Tamil Tijgers (LTTE) zoniet dagelijkse dan wel wekelijkse kost. Mogen we hen de ongekroonde kampioenen in deze discipline noemen?

Overton: Tot 9/11 was de LTTE alleszins de groep met het grootste aantal aanslagen en slachtoffers op haar palmares. De Tamil Tijgers waren geen vernieuwers, maar ze hebben de modus operandi verfijnd en de slagkracht van het terreurwapen vergroot. Er waren speciale eenheden voor zelfmoordmissies, de Zwarte Tijgers. Kandidaten stonden in de rij, het voluntarisme om te sterven voor een onafhankelijke Tamilstaat was groot. Onder Zwarte Tijgers werd zelfs geloot om als eerste op missie te mogen vertrekken. Dat is vooral de verdienste van de stichter Prabhakaran, een erg charismatische leider die net zoals de Japanse keizer het voorwerp was van een doorgedreven personencultus. Anders echter dan Hirohito onderhield hij met zijn kandidaat-martelaren een persoonlijke relatie. Zo mochten ze aan de vooravond van hun missie bij de grote leider aanschuiven voor een afscheidsdiner.  Prabhakaran zorgde voor hun nagedachtenis, er waren ereperken en monumenten voor gesneuvelde Zwarte Tijgers, de propaganda roemde hun heldendaden. Om dat fenomeen te snappen moet je de context kennen. Het zelfmoordterrorisme van de Tamil Tijgers hield gelijke tred met de repressie door het regeringsleger.

De burgeroorlog eindigde in 2009 met de totale nederlaag van de Tamil Tijgers. Toch werd Sri Lanka recent opnieuw door een reeks zware zelfmoordaanslagen opgeschrikt. De rolbezetting was verschillend, het waren jihadstrijders die de christelijke minderheid viseerden. Ziet u desalniettemin een verband met de bloedige erfenis van de Tamil Tijgers?

Overton: Vooral de verschillen springen in het oog. De aanslagen op Paaszondag waren religieus geïnspireerd en gericht tegen burgers. De Tamil Tijgers daarentegen voerden een nationalistische strijd met aanslagen op politici, militairen en veiligheidsdiensten, al zijn er ook burgerslachtoffers gevallen. Maar ik zie wel een verband. Zodra zelfmoordterreur in een samenleving als een valabele optie wordt gezien om een politiek doel te bereiken, krijg je het niet meer weg. De geest is uit de fles, daar hebben de Tamil Tijgers wel voor gezorgd.

De recente aanslagen in Sri Lanka werden door Islamitische Staat opgeëist. Door extremistische soennieten dus, zoals meer dan 90 procent van alle zelfmoordaanslagen die sinds 9/11 werden gepleegd. Hoe zijn we op dat punt beland?

Overton: Daarvoor moeten we terugkeren in de tijd, naar een afgelegen plek in Zuid-Libanon met de lieflijke naam Bloemenweide. Tijdens de eerste intifada in 1987 heeft de Isräelische premier Yitzhak Rabin meer dan 400 Palestijnse activisten naar die plaats gedeporteerd. Een dure vergissing, want er zaten aanhangers van Hamas en Islamitische Jihad tussen die binnen kortste keren contact zochten met Hezbollah-strijders. Daar heeft zich de transfer voltrokken: soennitische extremisten leerden niet alleen de technieken van het zelfmoordterrorisme, ze namen in een moeite het sjiïtische concept van martelaarschap over. De gevolgen bleven niet uit: sinds 1994 werden in Israël liefst 114 zelfmoordaanslagen gepleegd, de helft door Hamas, de andere helft evenredig verdeeld over Islamitische Jihad en de Al Aqsa Brigade. De aanslagen waren tegen burgers gericht, alweer een grens verlegd. Achteraf bekeken is die transfer erg ironisch. Sjiieten zijn gaandeweg het voornaamste slachtoffer geworden van zelfmoordaanslagen door soennitische extremisten.

Hoe vallen zelfmoordaanslagen te rijmen met het taboe op suicide in de moslimwereld?

Overton: Door het niet als zelfmoord maar als martelaarschap te verpakken. Istishad, het concept dat moslims toelaat om hun leven op te offeren in de strijd, bestaat zowel in het sjiisme als in het soennisme. Toch is er een belangrijk verschil. In het sjiisme kijken ayatollahs streng toe op de interpretatie en toepassing van religieuze principes. Dat gezag bestaat niet in het soennisme waar duizenden imams hun eigen interpretatie van de basisregels volgen. Daarmee staat de doos van Pandora open: een kleine minderheid van soennitische geestelijken propageert een extremistische lezing waarvoor ze inspiratie zoeken bij middeleeuwse theologen. Zoals Ibn Tamiyah, een van de huisfilosofen van zowel IS als van de in 2006 gesneuvelde Al Qaida-leider Al Zarqawi. Ibn Tamiyah wordt door soenni-extremisten vaak geciteerd om de jihad tegen afvallige burgers zoals sjiieten te vergoelijken.

Al Qaida, Al-Shabaab, Al-Nusra, Taliban, Boko Haram, de grootleveranciers van zelfmoordterreur zijn merken met wereldfaam geworden. Een groep springt eruit: Islamitische Staat. Wat maakt die beweging zo bijzonder?

Overton: De apocalyptische wereldvisie. Sterven in de strijd is voor IS-aanhangers slechts een voorafname op het einde van de wereld. Ze maken zich daar een romantische voorstelling van. Op het donkerste uur, wanneer de nederlaag op het slagveld onafwendbaar lijkt, zal de profeet Jezus op de minaretten van Jeruzalem verschijnen om het einde der tijden af te kondigen. Paradoxaal genoeg spoorde dat vooruitzicht met de aantrekkingskracht die het wereldse kalifaat uitoefende, ook op geradicaliseerde moslims uit Europa. In afwachting van de apocalyps bood het rijk van Al Bagdadi hen de kans om ondermaans een waardig leven als vrome moslim te leiden.

IS hecht meer dan andere terreurbewegingen belang aan communicatie en propaganda. De video is even belangrijk als de aanslag. Waarom zet IS zijn gruweldaden zoals het levend verbranden van een Jordaanse piloot dik in de verf?

Overton: Islamitische Staat is samen met de sociale media groot geworden. Logisch dat ze dat kanaal voluit bespelen. Waarom liggen in Londen of Brussel jonge moslims wakker van geallieerde bombardementen in verafgelegen landen zoals Irak of Afghanistan? Omdat IS de beelden van de verhakkelde slachtoffers in hun gezicht duwt. Het verspreiden van gruwelvideo’s is geen IS-monopolie, Mexicaanse drugkartels gaan zo mogelijk nog verder. Intimidatie om hun territorium af te bakenen, maar bij IS speelt nog een motief. Ook Europa heeft een verleden van gruwelijke rechtspleging, met foltering en openbare executies. Vanaf de 18de eeuw is dat stilaan geëvolueerd. Executies werden minder wreed, verdwenen uit de openbaarheid, tot in de 20ste eeuw de doodstraf helemaal werd afgeschaft. Welnu, IS verwerpt dat Westerse concept van rechtsbedeling. Dat is de boodschap achter al die onthoofdingsvideo’s: wij staan voor een islamitische visie op schuld en boete.

Mohamed Atta. Gedreven door een apocalyptisch wereldbeeld

Bestaat er zoiets als een prototype van de zelfmoordterrorist?

Overton: Nee, maar ik doe wel enkele vaststellingen. Op een handvol uitzonderingen na gaat het om mannen, veelal twintigers. Europese zelfmoordterroristen zijn gemiddeld genomen hoog opgeleid, wat niet belet dat ze vaak met werkloosheid kampen. Dat is niet per se het gevolg van discriminatie. Regulier werk valt moeilijk te combineren met een consequent leven als salafistische moslim. Het belang van persoonlijkheidsfactoren valt moeilijk in te schatten. Door het taboe op suicide kan istishad voor depressieve moslims het pad naar zelfmoordterrorisme effenen. Toch zal de overgrote meerderheid van depressieve moslims zo’n stap nooit overwegen. Palestijnen en Tibetanen zitten min of meer in dezelfde, uitzichtloze situatie. Palestijnen plegen zelfmoordaanslagen, Tibetanen steken zichzelf in brand. Ik wil maar zeggen, groepsdynamieken zijn veel relevanter dan individuele kenmerken.

Wat is er aan van het cliché van de 72 maagden? Werkt dat echt als lokaas voor kandidaat-zelfmoordterroristen?

Overton: Het is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Als je in het Midden-Oosten langer dan tien minuten met mannen praat, stel je vast dat ze een pornografische fixatie hebben. Hun beeld op vrouwen en seks komt recht uit de XX-studio’s van Californië. Natuurlijk zijn er daders die van die 72 maagden geen snars geloven en zich toch opblazen. Maar voor laagopgeleide jongeren die verbitterd zijn over onrecht, kan het een aantrekkelijk idee zijn dat hen over de streep trekt. Het perspectief krijgt extra kleur door de mythes die erover rondgaan. Op het moment dat de bomvest ontploft, schieten de maagden in actie om het uiteengereten lichaam van de martelaar weer samen te stellen. Die maagden zijn bloedmooi, menstrueren nooit en staan altijd klaar om hun martelaar te bedienen.

Komt de wereld ooit nog af van deze gesel?

Overton: Ik vrees van niet. Alleen al vorige week (eind mei, nvdr) waren er zelfmoordaanslagen in Bagdad, Afghanistan en Indonesië. Vele aanslagen blijven onder de radar, ze spelen zich af in landen waar nauwelijks nog media opereren. Het succes van zelfmoordterreur hoort bij de  asymmetrische oorlogsvoering die ons tijdperk kenmerkt.

Wat bedoelt u?

Overton: De geallieerden vechten in Irak en Afghanistan met vliegtuigen en drones. Wat kunnen hun vijanden tegen die hightech inbrengen? Improvised Explosive Devices, een wapen waarvan de menselijke variant met de bomvest veruit de dodelijkste variant is. Het is een dialectisch proces. Het succes van bermbommen en zelfmoordaanslagen verklaart waarom Amerikanen en Britten in Irak en Afghanistan zo weinig mogelijk patrouilles uitsturen. Ze verschansen zich in zwaar beveiligde kampen en sturen drones uit voor precisiebombardementen en gerichte executies. Dat willen ze ons doen geloven, maar als onderzoeksjournalist ken ik een andere realiteit. Het zijn in grote meerderheid burgers die omkomen bij die zogenaamd chirurgische aanvallen. Dat is dan weer koren op de propagandamolen van IS en consorten die het contrast gretig benadrukken. De operator die vanuit zijn bunker in Nevada onschuldige burgers vermoordt, tegenover de man met de bomvest die zijn leven geeft voor de oemma. Wie is de held en wie de lafaard? Ik heb samen met onderzoekers van de Royal Holloway University een statistische analyse gemaakt van drone-aanvallen en zelfmoordaanslagen in Pakistan. De correlatie is duidelijk. In de maand na een drone strike ging het aantal zelfmoordaanslagen steil omhoog.

U pleit voor een VN-ban op zelfmoordbommen. Waarom is dat minder naïef dan het klinkt?

Overton: Het wordt hoog tijd dat de VN de ernst van dit probleem erkent. Er is heel veel aandacht voor antipersoonsmijnen. Terecht, maar die wapens claimen slechts 2 procent van de slachtoffers in conflictgebieden, terwijl dat bij zelfmoordterreur rond de 30 procent schommelt. Ik geloof in de stigmatiserende werking van zo’n wereldwijd verbod. Gas was in de Eerste Wereldoorlog een efficiënt wapen, en toch is het door ethische overwegingen in onbruik geraakt.

Iain Overton

Groot-Brittanië, 46 jaar

studeert internationale politiek in Cambridge

maakt als onderzoeksjournalist televisiedocumentaires voor BBC en Channel 4

wordt in 2010 de eerste directeur van Bureau of Investigative Journalism, een non-profit nieuwsagentschap dat onder meer de Wikileaks-logs over de Irak-oorlog onderzocht

publiceert in 2015 “Gun Baby Gun”  over de geschiedenis van vuurwapens

oprichter en leider van Action on Armed Violence, een NGO die de wapenindustrie monitort

De prijs van het Paradijs, 2019, Uitgeverij Volt, 600 pagina’s, 24,50 euro

De mysterieuze vuurdood van een Tunesisch journalist

Zelfmoord of slachtoffer van een complot?

uitgebreide versie van een repo die in Knack op 15 mei 2019 verscheen

Vier maanden geleden stierf de Tunesische cameraman Abderrazek Zorgui een gruwelijke vuurdood. Een protest tegen werkloosheid en corruptie, zo klinkt het in een afscheidsvideo die oproept tot een nieuwe revolutie. Maar in Kasserine zijn ze er nog niet uit: wilde de populaire journalist echt als martelaar sterven of werd hij geflikt? Knack ging op onderzoek in het land waar de Arabische Lente begon. Met een zelfverbranding.

Place des Martyrs, waar Abderrazek Zorgui zijn afscheidsvideo opnam (eigen foto)

Abderrazek Zorgui had zijn bühne goed uitgekozen. De Place des Martyrs is de drukste plek van Kasserine, gelegen langs de centrale verkeersader die zoals overal in Tunesië de naam van oud-president Habib Bourguiba draagt, de man die het Maghrebland in 1956 naar de onafhankelijkheid van Frankrijk leidde. Het zijn de martelaren van die strijd die hier met gedenksteen en fresco’s worden geëerd. Daar, bij dat monument, verwerkt in de omheining van het onder Frans bewind gebouwde en reeds lang gesloten treinstation, heeft de 32-jarige cameraman-journalist zijn eigen martelaarschap aangekondigd en voltrokken. Het was op 24 december om 11u40 dat zijn livestream, nog altijd terug te vinden op YouTube, begon. https://www.youtube.com/watch?v=ALaxaOL5g6UVoor een professionele cameraman ziet het er wat klungelig uit. Zorgui houdt een microfoon voor zijn mond, een prul verwerkt in de kabel van de oortjes die hij doorlopend ingeplugd houdt. Zijn boodschap is er niet minder pertinent om. Zorgui houdt een striemende aanklacht tegen de armoede en werkloosheid die jongeren in Kasserine treffen. Wat heeft acht jaar revolutie ons opgeleverd, vraagt hij retorisch. Alleen maar corruptie, loze beloftes en aanhoudend gevaar van terrorisme. De bijna vier minuten durende video eindigt met de oproep om een nieuwe revolutie te ontketenen, met brandende autobanden en rondvliegende stenen. Zelf, zo onderstreept hij tot tweemaal toe, zal hij alvast een eenmansrevolutie starten. Binnen 20 minuten zal hij zich overgieten met de oranje vloeistof van de fles die hij in close-up toont. Wie erbij wil zijn, moet zich naar de Place des Martyrs reppen. Nog 20 minuten, herhaalt hij, en dan steekt hij zichzelf in brand. ‘In de hoop dat de autoriteiten zich dan wel voor Kasserine zullen interesseren’.

Gsm-beeld van de zelfverbranding. Een dag later zal Zorgui aan zijn brandwonden bezwijken (still YouTube)

Het zou uiteindelijk geen 20 maar 45 minuten duren vooraleer de dreiging werd uitgevoerd. Ook daarvan circuleren beelden op de sociale media. Erg scherp zijn die niet, huiveringwekkend des te meer. Vanuit de verte valt te zien hoe een man, omgeven door een hoop omstaanders, ineens vuur vat. Schreeuwend van de pijn zet hij het op een lopen, terwijl de vlammen steeds feller oplaaien. Na tien meter zakt hij in elkaar, waarop omstaanders vergeefs proberen het vuur met hun jassen te doven. Abderrazek zal een dag later in het plaatselijke ziekenhuis aan zijn verwondingen bezwijken. Een van zijn wensen kwam meteen uit. Drie dagen op rij werd Kasserine het toneel van zware onlusten. Betogingen, plunderingen, alleen met veel traangas en massa-arrestaties slaagde de oproerpolitie erin de orde te herstellen. Ook in verschillende andere steden bracht de dood van journalist woedende betogers op de been.

Mohamed Bouazizi

Dat de schokkende beelden in Tunesië extra hard binnenkwamen, komt omdat ze een berucht precedent oprakelden. Acht jaar eerder, op 17 december 2010, stak in Sidi Bouzid een 27-jarige straatverkoper zichzelf in brand, kort nadat de lokale politie voor de zoveelste keer zijn handelswaar in beslag had genomen. De vernedering was er teveel aan voor Mohamed Bouazizi die met zijn daad protesteerde tegen de corruptie van de autoriteiten en de uitzichtloosheid van zijn bestaan. Hij stierf na een agonie van ruim twee weken, zonder te beseffen dat hij de geschiedenis zou ingaan als de aanstoker van de Arabische Lente, zelfs onwetend van de regimewissel die hij in eigen land had teweeg gebracht. Dictator Zine El Abidine Ben Ali vluchtte op 14 januari 2011 naar Saoud-Arabië, onder druk van straatprotest dat na Bouazizi’s overlijden tot een ware volksopstand was geëscaleerd.    

De Tunesische Jasmijnrevolutie wordt het enige succes van de Arabische Lente genoemd. 330 doden zijn geen detail, maar het is niks vergeleken met het bloedvergieten in Syrië, Libië of Jemen. Anders dan in Egype heeft de val van de dictatuur bovendien tot een effectieve democratisering geleid. De vrijheid van meningsuiting is verworven, het land kreeg na een woelige overgansperiode in 2014 een democratische grondwet. De huidige regering van Youssef Chahed is een wankele coalitie waarin vijf partijen plus een resem onafhankelijken de dienst uitmaken. Grofweg vallen er twee blokken te onderscheiden, de seculiere centrumpartijen versus de islamistische Ennahda. De rol van die laatste partij, ideologisch verwant met de Egyptische Moslimbroeders, is omstreden. Ennahda ondernam tussen 2011 en 2014 verwoede pogingen om de revolutie te recupereren en het van oudsher seculiere Tunesië in een islamitische republiek te transformeren. In het najaar vinden er zowel parlements- als presidentsverkiezingen plaats, de tweede stembusgang sinds de val van de dictatuur. Weinig waarschijnlijk dat de monstercoalitie, een kibbelkabinet ondermijnd door onderling wantrouwen, voor herhaling vatbaar is. Erg stabiel is het allemaal niet, maar ook politieke stabiliteit is deze regio een relatief gegeven. Terwijl we door Kasserine struinen, wordt in buurland Libië de zoveelste ronde van de burgeroorlog met zware wapens uitgevochten. De stad van 100.000 inwoners ligt vlakbij de grens met Algerije, dat andere buurland waar het straatprotest ook na het aftreden van president-voor-het-leven Bouteflika voortduurt.

De Jasmijnrevolutie _ de zoetsappige term wordt hier net zoals het begrip Arabische Lente als een verzinsel van Westerse persagentschappen uitgespuwd _ een succes? Waarom heeft een jonge journalist zich dan in brand gestoken uit protest tegen armoede, werkloosheid en corruptie, exact dezelfde motieven die Bouazizi acht jaar eerder tot zijn wanhoopsdaad aanzetten? In zijn videoboodschap legt Zorgui zelf nadrukkelijk de link. Dat de revolutie niets heeft veranderd, en dat hij geen zin heeft om zijn actie uit te stellen tot de herdenking in januari. In tegenstelling echter tot Boazizi’s zelfverbranding, bleef de impact van zijn vuurdood relatief beperkt. Na een paar dagen rellen was de rek er uit. In Tunis konden we vaststellen dat Zorgui’s naam amper nog een belletje deed rinkelen. De tijd is niet blijven stilstaan, het drama is zoals in een palimpsest door recentere verhalen overschreven. Door de dood ondermeer van 12 landarbeidsters, omgekomen in het weekend voor 1 mei in een vreselijk verkeersongeval vlakbij Sidi Bouzid. In Tunis stond het Feest van de Arbeid helemaal in het teken van het ongeluk dat niet alleen door een jammerlijke stuurfout werd veroorzaakt. Meer dan 30 arbeidsters stonden opeengepakt in de laadruimte van een bestelwagen op weg naar hun werk. Onverantwoord, maar tekenend voor de uitbuiting in de landbouwsector. Vrouwen krijgen voor een dag labeur 13 dinar (4 euro), een vierde van dat belachelijk lage bedrag gaat op aan transportkosten. In Kasserine daarentegen is Abderazzek Zorgui nog niet vergeten, al was het maar omdat er vier maanden na datum nog altijd grote onduidelijk bestaat over de precieze toedracht van zijn dood.

Le Triangle Détesté

Over een ding is Med Tahar Kadraoui alvast zeker: het is geen toeval dat het drama zich in Kasserine heeft afgespeeld. Kadraoui heeft een verleden bij de PDP, een linkse oppositiepartij die al onder Ben Ali actief was. We spreken hem op het kantoor van AMAL SDS, een door hemzelf opgericht burgerplatform dat onder meer inspraak bevordert, vorming geeft in scholen en jongeren in probleemsituaties ondersteunt. ‘Kasserine is de koortsthermometer van Tunesië’, zegt hij. ‘De opstand tegen Ben Ali is hier echt begonnen, op 5 januari 2011. Drie dagen lang was het hier oorlog, in het centrum en de cités zijn er 21 martelaren gevallen. We hebben een hoge prijs betaald en weinig terug gekregen. Natuurlijk is vrijheid van meningsuiting belangrijk, ik heb geen heimwee naar de dictatuur. Maar de corruptie en armoede zijn niet verbeterd, integendeel zelfs. Officieel bedraagt de werkloosheid hier 24 procent, 9 procent boven het landelijke gemiddelde. Een onderschatting, het echte cijfer ligt een stuk boven de 40 procent. Diploma of niet, voor jongeren is er geen werk. Iedereen droomt van Europa, vorig jaar zijn er meer dan 200 Tunesiërs in de Middellandse zee verdronken. Veel van die jongens kwamen uit deze streek”. Hij haalt er een landkaart bij. Kasserine, Sidi Bouzid, Gafsa, het zijn drie hoofdsteden van gelijknamige provincies die aan elkaar grenzen. Samen vormen ze het centraal-westelijke binnenland, de meest verpauperde, minst ontwikkelde regio van Tunesië. ‘De achterstelling is historisch gegroeid’, legt Kadraoui uit. ‘Bourguiba of Ben Ali, alle investeringen gingen naar de kustprovincies en de hoofdstad. Ondanks alle beloftes is dat na revolutie niet veranderd. Kasserine, Sidi Bouzid en Gafsa worden le triangle détesté genoemd. Dat zegt precies hoe we ons voelen, vergeten en geminacht door de overheid’.

Groezelig is een mild adjectief voor Kasserine. Die is een stad waar armoede en werkloosheid van het straatbeeld vallen af te lezen. We zijn er vlak voor het begin van de ramadan. Cafés en theehuizen zitten de hele dag vol. Uitsluitend mannen, al bestaan er volgens onze tolk ook discrete plekken voor koppels en gezinnen. Alle leeftijden zijn vertegenwoordigd, maar het overwicht van twintigers en dertigers is manifest. Ze roken, drinken thee, tokkelen op smartphones en kijken naar de zoveelste herhaling van een voetbalmatch. De Europese of Afrikaanse Champions League, de Tunesische of Engelse competitie, Koning Voetbal rijgt hier de dagen zonder werk aan elkaar. Kasserine lijkt een paradijs voor geheelonthouders, maar schijn bedriegt. Achter de schermen wordt volgens ingewijden stevig gedronken. Ook drugsverslaving is een bekend fenomeen. De stad is een draaischijf op de smokkelroute tussen Algerije en de Middellandse zee. Vooral hasj en xtc van onbestemde kwaliteit richten ravages aan in de cités.

memoriaal voor Ridha Yahyaoui die zich verhing uit frustratie over werkloosheid. (eigen foto)

Werkloosheid is ook wat Ridha Yahyaoui tot zeldmoord dreef. In 2014 knoopte de jonge man zich op nadat hij voor de zoveelste keer naast een baan had gegrepen. Zijn vergeelde foto prijkt op een memoriaal, niet ver van de residentie van de provinciegouverneur. Ook Yahyaoui’s dood gaf aanleiding tot hevig protest in Kasserine. Het probleem is er intussen niet minder accuut op geworden. Voor de imposante entree van het Gouvernorat is een geïmproviseerd tentenkamp van kartonnen dozen en paardendekens ontstaan. Een groep jonge werklozen kampeert er sinds februari vorig jaar op de trappen. ‘In het begin stonden we hier met een duizendtal’, zegt Mohamed Omri, al zeven jaar werkloos ondanks zijn masterdiploma economie. ‘Nu schieten er nog zo’n vijftig over. De autoriteiten blazen warm en koud. In het begin stuurden ze de politie om ons te intimideren, de gouverneur heeft als voorzorgsmaatregel de muur rond zijn residentie laten verhogen. Na een poosje werd er toch onderhandeld, maar behalve loze beloften heeft dat niets opgeleverd. Het is een uitputtingsslag, maar we geven niet op. Het kamp wordt dag en nacht bewoond. Ook in de winter zijn we hier blijven slapen, ondanks de barre koude’.  Vandaag zijn ze met vijftien op post, op drie na allemaal vrouwen. De gemeenschappelijke noemer: ze zijn allemaal hoog gediplomeerd en langdurig werkloos. En ze eisen niet zomaar werk, maar een baan bij de overheid. ‘In de privé-sector is nauwelijks werk’, zegt Samia Messoudi die zich als woordvoerdster opwerpt.  ‘Bovendien word je er als een wegwerpproduct behandeld. Wij eisen decente jobs’. Ze heeft een masterdiploma Arabische taalkunde, haar recentste werkervaring dateert uit 2001.

Gediplomeerde, langdurig werklozen kamperen al meer dan een jaar voor de residentie van de gouverneur om werk te eisen. (eigen foto)

intriganten

Abderrazek Zorgui hekelde in zijn videotestament het contrast. Arrogante politici drukken miljoenen dinars achterover, terwijl de zonen van Kasserine bij hun moeders om 500 millimes (een halve dinar, 15 eurocent) moeten bedelen als ze met hun vrienden een koffie willen drinken. Heeft hij zijn leven geofferd om dat onrecht aan te klagen? Hamma Zorgui gelooft er niks van. ‘Mijn broer zou nooit zelfmoord plegen’, zegt hij fel. ‘Hij hield van het leven, hij was kunstzinnig aangelegd, zoals de hele familie. Dat hij depressief was, zoals sommigen bewegen, daar is niks van aan. Hij had werk, verdiende zijn kost, kwam niks te kort. Ja, hij was gescheiden en hertrouwd, zijn vrouw was trouwens zwanger van zijn tweede kind. Stel je voor, hij heeft niet eens een afscheidsbrief achtergelaten. Tegen moeder heeft hij die ochtend alleen gezegd dat hij in het centrum een koffie ging drinken’.

Hamma, een forsgebouwde dertiger, is fotograaf. Specialiteit trouwfoto’s, zijn kleine studio in cité Ennour puilt uit van de witte plastic rozen, nepvogels en andere gelukzalige accessoires. Het leven gaat voort, de klanten blijven komen, maar die fatale dag in december heeft alles veranderd. Op zijn computer heeft hij foto’s verzameld die zijn vermoedens moeten staven: Abderrazek is in een val getrapt die onbekenden hebben gespannen. ‘Kijk naar de videoboodschap’, zegt Hamma. ‘Waarom houdt die oortjes in? Het lijkt alsof hij de woorden herhaalt die anderen hem influisteren’. Op een foto zie je Zorgui op een terras zitten, vlakbij  de plek waar hij even voordien zijn videoboodschap heeft opgenomen. Hij houdt de fles met brandstof op zijn schoot en kijkt omhoog, geconcentreerd alsof hij een overvliegende jet probeert te determineren. Niet de pose die je verwacht van iemand die op het punt staat zichzelf een afgrijselijke dood in te jagen. Op andere foto’s met een breder kader zie je dat hij gezelschap heeft. Drie jonge mannen, ze glimlachen naar de camera. Niks te verbergen, zo lijkt het wel. Volgens Hamma zitten ze nochtans mee in het complot. ‘Niemand weet wie ze zijn’, zegt hij. ‘Ze komen alleszins niet uit Kasserine, want hier kent iedereen iedereen’.

De Tunesische justitie geeft geen commentaar op lopende onderzoeken. Bekend is wel dat de speurders de piste van een complot napluizen. Een verdachte zit al maandenlang in de cel. Niet de mannen die Zorgui gezelschap hielden op het terras, wel een 18-jarige jongen die enkele straten verder in deze cité woont. Hij zou de man met de aansteker zijn, de protagonist van een verhaal dat we meermaals, ook in Tunis, optekenden. Telkens werd verwezen naar videobeelden van het gebeuren: wie goed kijkt, zou kunnen zien hoe een jongen in een blauw t-shirt achter Zorgui’s rug een aansteker opraapt en activeert. Daarom de paniekerige reactie van de cameraman die even onverwacht als ongewild in een levende toorts veranderde. Het klinkt aannemelijk, maar we hebben het tafereel met de beste wil van de wereld niet uit de schokkerige beelden kunnen distilleren. De arrestant zelf schreeuwt bij monde van zijn moeder en zijn advocaat zijn onschuld uit. Hij zou zijn buurman alleen hebben willen helpen in zijn hoge nood.

Hama Zorgui bewaart het beeld van zijn broer met de fatale fles. Zelfmoord? Ondenkbaar! (eigen foto)

Hoe, waarom en door wie zijn nochtans pientere broer zich liet manipuleren, daar heeft Hamma nog altijd het raden naar. Hebben ze hem geld geboden? Hebben ze hem wijsgemaakt dat hij als journalist de geknipte man was om een politiek statement te maken, uiteraard zonder hem te vertellen dat hij daarbij echt zou sterven? Het zijn vragen die zowel hem als zijn moeder uit zijn slaap houden. De oude vrouw woont ons gesprek zwijgend bij. ‘Ze is er nog altijd kapot van’, zegt Hamma. ‘Soms praat ze hardop tegen Abderrazek. Maar jongen toch, waarom heb je dat gedaan?’

AQMI en Daesh

Het raadsel wordt er niet minder op als we diezelfde avond Borhen Yahyaoui spreken, de correspondent van radio Mosaïque, het populairste station van Tunesië. Hij verontschuldigt zich voor het eerdere uitstel. Eergisteren heeft de Garde Nationale in de bergen rond Kasserine een terrorist gearresteerd. Groot nieuws, want het is zelden dat er zich eentje levend laat vangen. Het gaat zelfs om een uitzonderlijk interessante vangst, een 25-jarige die zich bij de AQMI, het Maghreb-filiaal van Al Qaida, had aangesloten. Betrokken bij alle grote terreuraanslagen die de voorbije jaren in de regio werden gepleegd, zoals de aanval tijdens de ramadan van 2014 op twee legerposten waarbij 24 militairen werden afgemaakt. Of de stoutmoedige raid op de privéwoning van een minister in hartje Kasserine die aan vier politieagenten het leven kostte. Begrijpelijk dat hij daarmee de handen vol had. Yahyaoui heeft zich gespecialiseerd in terrorisme, zijn recente boek over de vuile oorlog in de bergachtige grensstreek van Kasserine is een nationale bestseller. KalashSteyr, de titel verwijst naar de twee types aanvalsgeweren waarmee terroristen en militairen elkaar bekampen. ‘Behalve AQMI heeft ook Daesh (IS) actieve cellen in de bergen’, zegt Yahyaoui. ‘Toch gaat het om een beperkt fenomeen, ik schat een stuk of 70 terroristen. Te weinig om de staat echt te bedreigen, maar genoeg om veel onheil te stichten. Er zitten Algerijnen tussen, geharde jihadi’s. De meesten echter zijn Tunesiërs, afkomstig uit arme regio’s zoals Kasserine, Gafsa en Sidi Bouzid. Vooral tussen 2011 en 2014 hebben velen de overstap gemaakt, in de periode toen de islamisten van Ennahda van Tunesië een sharia-staat probeerden te maken. Ze hebben toen de deuren opengezet voor buitenlandse jihadisten, en tegelijkertijd jongeren geronseld om zelf de strijd te vervoegen. Honderden zijn toen naar Syrië en Irak getrokken, terwijl anderen in Tunesië bleven om hier te vechten’.

Dat is dus waar Zorgui in zijn finale livestream meermaals op alludeerde: we hebben de politici om werk gevraagd, maar in de plaats daarvan sturen ze ons terrorisme. Die verdachtmaking greep hij niet uit de lucht. Het gonst in Kasserine van de samenzweringstheorieën. Aanslagen worden gestuurd vanuit Tunis om op kritieke momenten de aandacht af te leiden, zoals in 2017 toen een amnestiewet voor corruptie werd goedgekeurd. Sommigen vermoeden de hand van het ancien régime. Terreur zou een middel zijn om heimwee naar het tijdperk Ben Ali op te kloppen, toen orde en rust in het land heersten, de dinar sterk stond en jaarlijks 11 miljoen toeristen de badplaatsen van Sousse, Monastir en Djerba overspoelden. Onzin volgens Yahyaoui die benadrukt dat Al Qaida en Daesh hun eigen agenda’s volgen. De radiojournalist mag het dan oneens zijn met Zorgui’s terrorisme-analyse, hij is nog altijd diep onder de indruk van de dood van de dierbare collega met wie hij vaak sigaretten rookte, koffie dronk en lol trapte. ‘Eerst dacht ik zelf aan een complot’, zegt hij. ‘Maar hoe vaker ik naar zijn afscheidsvideo keek, hoe meer ik van het tegendeel overtuigd raakte. Zijn boodschap komt erg authentiek over. De werkloosheid en armoede in Kasserine maar ook de corruptie vraten hem echt aan. Omdat hij er als journalist dagelijks mee geconfronteerd werd, en omdat hijzelf als hardwerkende dertiger nauwelijks de eindjes aan elkaar kon knopen. Ik keur zijn daad niet goed, maar ik breng wel respect op voor zijn idealisme. Dat zijn familie een andere verklaring zoekt, begrijp ik anderzijds volkomen. Vergeet ook niet dat in deze conservatieve maatschappij zelfmoord een enorm taboe vormt’.

appelsap

Samah Gharsalli was meer dan een collega van Zorgui, ze was een van zijn beste vriendinnen. We spreken de jonge hoofdredactrice van de lokale radio Cillium FM in café Diesel, een van de zeldzame gemengd theehuizen van Kasserine. Modern ingericht, het zou niet misstaan als brasserie aan de Belgische Noordzeekust. Gharsalli’s versie spoort aanvankelijk met die van Yahyaoui. ‘Abderrazek was altijd vrolijk in de omgang’, zegt ze. ‘Als hij thuis problemen had, dan kropte hij die op. Dat deed hij ook met de frustraties die hij als journalist ervoer. Hij werkte eerst als reporter bij radio Kasserine FM, de voorbije jaren was hij cameraman bij Telfza TV. Nu ja, cameraman, hij trok er vaak alleen op uit. Filmen, interviewen, monteren, hij kon alles. Abderrazek was de vliegende reporter die tot in de meest afgelegen dorpen doordrong. Hij zag de miserie van de mensen, en beschouwde zich als hun spreekbuis. Daarom heeft zijn dood zoveel emoties opgewekt. Abderrazek was in heel Kasserine bekend en geliefd’.

Net wanneer we denken dat de mist optrekt, neemt haar relaas een scherpe bocht.  Ja, ze is ervan overtuigd dat zijn ultieme livestream authentiek is. Hij wilde een politiek statement maken, het script lag klaar. Maar het martelaarschap stond daar volgens Gharsalli niet in. Haar theorie: Zorgui wilde zijn boodschap kracht bijzetten met een gefingeerde zelfverbranding. Het gefilmde resultaat zou viraal gaan op de sociale media. Hij voerde de regie en speelde de hoofdrol, maar er waren nog andere betrokkenen. De foto’s op het terras, tussen aankondiging en uitvoering, stralen de rust uit van een filmploeg tijdens een koffiepauze. Extra aanwijzing: een week voor de feiten werd op Facebook al druk gespeculeerd over Abderrazek die zichzelf in brand zou steken. Waarom de als mediastunt opgezette onderneming dan uitliep op een effectieve zelfverbranding? Iemand heeft hem geflikt, zegt Gharsalli, daarin bijgetreden door twee plaatselijke burgeractivisten die het gesprek bijwonen. Naar het wie en waarom hebben ze het raden. C’est l’état parallel, klinkt het vaag.  

Er is nog een vraag waarvoor ze moeten passen. Waarom heeft de door iedereen als intelligent omschreven cameraman zich met echte benzine _ het zou gaan om een mengsel voor mobylettes _ overgoten? Als het om een geveinsde zelfverbranding ging, dan was appelsap een even geloofwaardig maar beslist veiliger rekwisiet geweest. Hamma Zorgui snapte het niet, en ook aan deze tafel kunnen ze er niet bij. ‘Dat zal altijd een mysterie blijven’, zegt Gharsalli.

Punch-baas Guido Dumarey: “We moeten meer op diesel inzetten”

Knack, 19 maart 2019

In Frankrijk noemen ze hem de Belgische Bernard Tapie. Vergezocht, al heeft Guido Dumarey net zoals Tapie een rechtstreekse lijn met het Elysée in Parijs. Gesprek met een serieel ondernemer in de autoindustrie. “Elektrisch rijden zal niet van de grond komen”.

foto: Hatim Kaghat

We hebben hem naar Train World in het station van Schaarbeek gelokt, een universum vol spoorwegaffiches en miniatuurtreinen. Guido Dumarey (59) kan de ironie wel smaken. Als iemand weinig op heeft met de ijzeren weg of andere vormen van openbaar vervoer, dan zal hij het wel zijn. Dumarey is een autofreak pur sang die in het weekend graag over racecircuits mag razen om de stress van een hectische werkweek achter zich te laten. Een serieel ondernemer wordt hij genoemd, specialist in het opkopen en herstructureren van techbedrijven. Met familieholding Punch International was hij onder meer actief in digital printing en telematica. Het zwaartepunt van de industriële activiteiten lag evenwel altijd bij de auto-industrie.

Punch is een verhaal van acquisities, fusies en naamsveranderingen die gelijke tred hielden met constant wijzigende aandeelhoudersstructuren. Nog altijd wordt hij geassocieerd met Punch Powertrain in Sint-Truiden, de producent van automatische aandrijfsystemen waarover hij door de financiële crisis van 2009 de controle verloor. Dumarey, een kat met negen levens, knokte zich terug in de lucratieve en snel groeiende markt van automaten. Zijn voornaamste bedrijf heet intussen Punch Powerglide, het verhikel waarmee hij in 2013 in het Franse Straatsburg een GM-fabriek van automatische versnellingsbakken overnam.

De laatste maanden is zijn naam niet uit de Franse media te branden. Dumarey is verwikkeld in een complex overnamedossier rond alweer een versnellingsbakkenfabriek, Ford Aquitaine Industries (FAI) in Blanquefort-Bordeaux. Eigenaar Ford Europe wil de vestiging met 850 werknemers sluiten, ondanks het door de vakbonden gesteunde overnamebod van Dumarey dat het behoud van 350 à 400 banen waarborgt. De zaak staat hoog op de politieke agenda, zowel bij de regionale overheden als in Parijs. De Franse minister van economie Bruno Le Maire ontpopte zich tot een hevig pleitbezorger voor het Belgische reddingsplan. Dumarey beschikt al langer over uitstekende entrees in Parijs. De Franse president himself zit in zijn netwerk, een connectie die ontstond toen Emmanuel Macron als minister van economie onder PS-president Hollande zijn fabriek in Straatsbrug bezocht.

Is de overname ondanks de politieke en syndicale steun definitief van de baan?

Guido Dumarey: Het is ingewikkeld. Ford Europe wil niet terugkomen op de aangekondigde sluiting die overigens grondig werd voorbereid met een goed sociaal akkoord. Ik begrijp hun houding. Dit is slechts de eerste van een reeks geplande herstructureringen in Europa. Als ze hier de mist ingaan, maken ze een slechte indruk bij de aandeelhouders. Tegen eind juli gaat de fabriek dicht, dat staat sinds vorige week vast. Maar we hebben een plan B. In Blanquefort staat nog een tweede fabriek van manuele versnellingsbakken, fifty-fifty in handen van Ford en Magna, de grootste auto-onderdelenproducent ter wereld. Ik kan nog niet in detail treden, maar we gaan proberen die fabriek over te nemen om vervolgens de activiteiten op de grotere en beter gelegen site van FAI te hernemen.

In eigen land staat u niet bepaald als vakbondsvriend bekend, zeker niet nadat u tijdens een sociaal conflict bij printbedrijf Punch Graphics een syndicaal afgevaardigde tegen de grond mepte. In Blanquefort echter wordt u door de CGT, de grootste vakbond van Frankrijk, als een witte ridder ontvangen. Voelt dat onwennig?

Dumarey. Helemaal niet. De Franse vakbonden hebben gezien wat ik in Straatsburg heb gepresteerd, ze weten dat ik mijn beloftes nakom. Ze respecteren me, en dat gevoel is wederkerig. Ik heb trouwens nooit een probleem gehad met arbeiders. Ik spreek hun taal, ik ken hun wereld. Het succes in Straatsburg verklaart ook waarom de Franse regering me in Blanquefort steunt. Typisch overigens voor een land met een sterk industriebeleid, iets waar we in België alleen kunnen van dromen.

Waar zit het verschil?

Dumarey: Multinationals kunnen België op een heel goedkope manier verlaten. Hoe is Ford uit Genk vertrokken? Zozo, zeiden ze tegen de Vlaamse regering, jullie willen nog wat subsidies recupereren? Dan geven we jullie de fabrieksterreinen, maar kom daarna niet meer zeuren over de kosten van de bodemsanering. Zoiets moeten ze in Frankrijk niet proberen, maar er zijn nog verschillen. Als je in Frankrijk tien arbeiders ontslaat, krijg je meteen een mannetje van de regionale overheid op bezoek. Wat is hier het probleem? Maar ook: hoe kunnen we helpen? Als het over werkgelegenheid gaat, spelen de Fransen kort op de bal. Eensgezind ook, op zo’n moment trekken liberalen, Gaullisten, socialisten of communisten aan hetzelfde zeel. En reken maar dat ze in Parijs op de hoogte zijn. Frankrijk blijft een erg gecentraliseerd land, alles passeert via president Macron en minister Le Maire. ,. Het contrast met de Belgische aanpak is schrijnend. Het kan nochtans niet moeilijk zijn om in zo’n klein land de 200 grootste fabrieken op de lijsten en proactief te bewerken. Hoe zien jullie de toekomst? Wat kunnen we doen om jullie te helpen groeien? Ik zie hier heel wat bedrijven die al jarenlang veel te weinig investeren. Binnen 5 à tien jaar zijn ze allemaal weg, en de overheid staat er bij en kijkt ernaar, Vlaams zowel als federaal.

U praat over Emmanuel Macron en Bruno Le Maire alsof het jeugdvrienden zijn. Hoe kort zijn de lijnen?

Dumarey: Ik ken ze allebei. President Macron zie ik natuurlijk minder vaak dan Bruno Le Maire die ik de laatste tijd haast wekelijks spreek. De weg naar Bercy 139, het ministerie van economie en financiën, vind ik intussen met mijn ogen dicht. Op die kabinetten merk je nog een verschil met ons land. Het loopt er vol met briljante dertigers, mensen van wie je nu al weet dat ze het ver gaan schoppen. In Nederland zie je dat ook, hun kabinetten zijn veel sterker bezet dan de Belgische.

Waarover praat u zoal met president Macron?

Dumarey: Hij is erg geïnteresseerd in onze activiteiten in de Elzas. We zijn de grootste industriële werkgever van Straatsburg. Dat vindt hij belangrijk, als ik met regionale politici praat, wordt dat meteen aan het Elysée gerapporteerd. Macron ziet de Grand Est als een strategische regio. Het is Frans, maar met een Duits verleden en mentaliteit. Niet onbelangrijk in het licht van zijn Europese ambities. De Frans-Duitse as is cruciaal om zijn plannen voor een nieuw en dynamischer Europa te realiseren.

President Macron heeft het niet onder de markt . De woede van de gele hesjes waait maar niet over, zijn populariteit zit op een dieptepunt, van de aangekondigde hervorming van de arbeidsmarkt komt ook al  weinig in huis. Zijn dat thema’s die u tijdens een presidentiële audiëntie kunt aansnijden?

Dumarey: Niet met de president, maar met minister Le Maire praat ik vrijuit. De situatie is overigens niet zo somber, je kunt de problemen van Macron echt niet vergelijken met de malaise onder zijn voorganger Hollande. Geef hem tijd, het komt wel goed met die hervormingen. De gilets jaunes? Twee weken geleden stonden ze op het rond punt bij onze bedrijfszone. Het ging er gemoedelijk aan toe, vanuit alle bedrijven in de omgeving werden paletten aangesleept om op te stoken. Ook door mensen van onze fabriek. Ik doe daar niet moeilijk over, want ik begrijp hun woede. Heel wat van die gele hesje wonen in achtergestelde gebieden zoals de Vogezen, een streek die ik erg goed ken. Punch Powerglide heeft er zijn centraal magazijn, we zijn er volop aan het bouwen. In de Vogezen is nauwelijks openbaar vervoer, de TGV stopt er niet, er is geen spoor van de vele faciliteiten die ze in de metropool vanzelfsprekend vinden. De mensen voelen zich drie keer gepakt door de klimaatmaatregelen die vanuit Parijs worden opgelegd. Ze betalen meer aan de pomp, hun dieselwagen verminderd in waarde, hun koopkrachtverlies wordt door de Franse indexregeling niet volledig gedekt. Natuurlijk worden ze dan boos. De kosten voor de transitie naar groene energie worden op hun schouders gelegd, terwijl ze in de Vogezen niet eens last hebben van slechte luchtkwaliteit.

Maar hoe ziet u die transitie dan? Automobiliteit is een belangrijke bron van zowel luchtverontreiniging als van broeikasgas.

Dumarey: Ik ontken de problemen niet. We moeten de CO2-uitstoot terugdringen. Daarom moeten in ons land Doel 4 en Tihange 3 open blijven. Dat is een no brainer, zeker in het licht van de stijgende elektriciteitsbehoeften. Zonder kernenergie wordt stroom onbetaalbaar, de prijsstijgingen wegen nu al zwaar op industriële en particuliere gebruikers. Zelf zie ik luchtverontreiniging als de grootste prioriteit. Maar dat is een probleem van stedelijke agglomeraties. Je moet dat niet aanpakken door mensen op het platteland de vrijheid te ontnemen om met hun diesel te rijden.

Dat klinkt als een provocatie aan het adres van alle klimaatspijbelaars. Moeten we niet zo snel mogelijk van diesel af? 

Dumarey: En met zijn allen elektrisch gaan rijden? Daar geloof ik niet in. Op termijn rijdt alles op waterstof, ik schat dat die technologie tegen 2030 of ten laatste 2040 op punt zal staan. In afwachting moeten we inzetten op diesel, nog altijd de efficiëntste brandstof op de markt. Hybride is de overgangstechnologie, moderne diesels gecombineerd met traditionele of plug-in accu’s. Superieur qua CO2-uitstoot, en zelfs beter voor de luchtkwaliteit dan benzinemotoren. Die stoten weliswaar minder NOx (stikstofoxide) uit, maar we weten intussen dat ze een bron zijn van schadelijke, ultrafijne deeltjes die via de neus rechtstreeks in de bloedbaan terechtkomen.

E-cars hebben nochtans de politiek wind in de zeilen, ook in België. Eigenaars worden fiscaal beloond, er liggen subsidies klaar voor het uitbouwen van een netwerk van laadpalen. Verloren moeite volgens u? 

Dumarey: We moeten daar toch eens grondig over nadenken. Volgens het Planbureau is tegen 2030 hoogstens een derde van het wagenpark deels geëlektrificeerd. Deels, want het gaat hoofdzakelijk om hybride, terwijl zuiver elektrisch niet meer dan 5 procent uitmaakt. Dat is niet verwaarloosbaar, in grootsteden zoals Antwerpen en Brussel kunnen elektrische deelwagens een rol spelen. Dus ja, we moeten elektrische wagens gaan bouwen. Klein en licht, want ik geloof niet in de Tesla-hype.

Waarom niet?  

Dumarey: Natuurlijk is Tesla een pionier. Knappe technologie, maar dat zeiden ze ook van de Concorde. Vliegen met 2 mach, in minder dan 3 uur van Londen naar New York. Fantastisch ingenieurswerk, maar de Concorde is wel een commerciële flop geworden. Zo zal het ook Tesla vergaan, er is geen echte markt voor. Een elektrische auto van meer dan twee ton, dat slaat als concept nergens op. Zeker niet met een afwerking die doet denken aan een Italiaan van 20 jaar geleden. En dan de prijs: 60.000 euro voor een Model 3, dat is geen Kever of 2 PK, laat staan een massaproduct waarmee je de automarkt hertekent.

Intussen bouwt Audi in Vorst wel al de volledig elektrische e-tron. China heeft zelfs een armada van lichte e-cars klaar. Die gaan ze niet alleen exporteren. Geely, eigenaar van Volvo, wil in Gent elektrische wagens bouwen. Het in Europa onbekende Thunder Power heeft een akkoord met het Waalse Gewest om vanaf 2020 op de Caterpillar-site in Gosselies een elektrische stadswagen van de band te laten rollen. Onderschat u het potentieel niet?  

Dumarey: Die e-tron van Audi is een SUV van 2,5 ton die 80.000 gaat kosten. Een Tesla dus, maar met Duitse afwerking. Dat China alles op elektrisch zet, is dan weer logisch. Het is de enige technologie die ze in de vingers hebben, bovendien kampen ze met het probleem van de luchtkwaliteit. Ik zit al meer dan tien jaar in China, ik heb nu een fabriek in Tianjin. De pollutie in de steden snijdt letterlijk de adem af, niet verwonderlijk als je weet dat hun explosieve groei volledig op steenkool draait. Fijn dat ze ons in België een graantje laten meepikken, maar ik zou niet te vroeg juichen. De komst van een elektrisch model naar Gent is nog geen certitude. Naar verluidt zou het dossier Thunder Power wel gunstig evolueren. Ik hoop het voor Wallonië, ze kunnen het daar gebruiken.

Jonathan Holslag, professor internationale politiek en Knack-columnist, waarschuwt onvermoeibaar voor het economisch imperialisme van China. Peking maakt met gesubsidieerde export de Europese economie kapot. Deelt u zijn ongerustheid?

Dumarey: Hij heeft gelijk, de handelsrelaties zijn niet evenwichtig. Die Nieuwe Zijderoute, die bouwen ze heus niet om onze producten in China te importeren. Chinezen denken strategisch. Via export en investeringen maar ook via emigratie nemen ze overal posities in, van Hong Kong over Australië tot Canada. Ze leggen een opvallend voorkeur voor Commonwealth-landen aan de dag. Wacht maar tot na de Brexit, dan volgt een ware Chinese ontplooiing in het Verenigd Koninkrijk. We moeten niet bang zijn, maar evenmin naïef. China kent geen privébedrijven, achter iedere handelspartner of investeerder schuilt de overheid. Geely, dat zijn in feite twee Chinese provincies. In die zin is het wrang dat België bij de overname van Volvo Gent een staatswaarborg van 190 miljoen heeft gegeven. Hoe je het ook bekijkt, dat is een subsidie van de Belgische belastingbetaler aan een Chinees staatsbedrijf.

Terug naar België. De regering Michel klopt zich op de borst als de meest ondernemingsvriendelijke in jaren, met de taxshift als voornaamste exploot. Bent u onder de indruk?

Dumarey: Niet bepaald, van een nieuw industrieel beleid heb ik alleszins niks gemerkt. Na de sluiting van Renault Vilvoorde in 1997 telde ons land nog vier autofabrieken. Nederland had er slechts één, NedCar in Eindhoven. Vandaag schieten er in België nog twee over, en er werken opgeteld evenveel mensen als in die ene Nederlandse autofabriek. Dan ben je niet goed bezig. We spreken hier wel over industriële tewerkstelling, volwaardige banen waar gezinnen kunnen van leven. Die moet je koesteren. Ik geloof niet in laagbetaalde flexijobs. Voor studenten, tot daar aan toe. Maar het is een schande dat steeds meer veertigers en vijftigers twee baantjes moeten combineren om rond te komen.

Toch koestert u opnieuw plannen in België. Punch Powerglide wil 100 miljoen investeren in de productie van hybride aandrijfsystemen in Dour, vlakbij de Franse grens. Komt die nieuwe fabriek met 500 arbeidsplaatsen er echt?

Dumarey: Het dossier evolueert gunstig, maar niks is definitief. We hebben nog andere opties voor de locatie.

U onderhandelt met het Waals gewest. Is dat moeilijk voor een ondernemer die openlijk voor Vlaamse onafhankelijkheid pleit?

Dumarey: Nee, ze kennen mijn standpunt. Ik zie een onafhankelijk Vlaanderen trouwens als een land met rijke buurlanden, waaronder Wallonië. Een republiek uiteraard, want ik heb een hekel aan de Belgische monarchie. Die aversie heeft veel te maken met de figuur van koning Albert. Een vader die zijn dochter niet erkent, lager kun je niet gaan. 

In de Franse media wordt u de Belgische Bernard Tapie genoemd. Flatteert die vergelijking?

Dumarey (brede grijs). Ze doen maar. Ik heb Tapie nooit ontmoet, maar ik veronderstel dat hij ook goeie dingen heeft gedaan.

foto Hatim Kaghat

Guido Dumarey – bio

1959, Knokke

graduaat automechanica, Vlerick Business School

eerste baan: bandenproducent Michelin

eerste bedrijfsovername: metaalbedrukker New Impriver

brengt in 1999 familieholding Punch International naar beurs, onder meer actief in automotive, metaalbewerking, digital printing (Xeikon) en vastgoed

koopt in 2006 ZF Sint-Truiden, producent traploze, automatische versnellingsbakken die tot Punch Powertrain wordt herdoopt. Begint tweede fabriek in Nanjing-China

2009: financiële problemen dwingen tot verkoop Punch Powertrain aan de LRM

2013: neemt onder Punch Powerglide GM-versnellingsbakkenfabriek in Straatsburg over

Produceert in Frankrijk, Slowakije en China, R&D in Australië

1500 werknemers, 500 miljoen euro omzet

hobby: autoracen

Jean-Claude Tshisekedi over de nieuwe Congolese president: “Vader zou trots zijn op Félix”

Knack, 6 februari 2019

Een familienaam is geen vrijblijvend visitekaartje, daar weet Jean-Claude Tshisekedi alles van. Sinds twee weken is hij niet langer zoon van wijlen UDPS-leider Etienne maar broer van Congo’s nieuwe president Félix. De eedaflegging heeft hij vanop de eerste rij gevolgd, de Congolese politiek observeert hij vanaf de zijlijn. Kiesbedrog in Kinshasa? ‘De Congolezen zijn erg tevreden met het verloop van de verkiezingen’.

Tubize, een hoekhuis met zicht op de failliete staalfabriek Forges de Clabecq. Jean-Claude Tshisekedi (59) zegt dat we niet op de koffers in de hall moeten letten. Hij is pas terug uit Kinshasa, heeft nog geen tijd gevonden om op te ruimen. Het was zijn eerste bezoek in bijna dertig jaar aan zijn geboortestad, niet meteen een bewijs van grote heimwee. Deze gelegenheid echter wilde hij voor geen geld van de wereld missen. Jean-Claude zat op de eretribune toen zijn jongere broer Félix de eed aflegde als president van de Democratische Republiek Congo. Het historisch moment, de eerste vreedzame machtsoverdracht sinds de onafhankelijkheid in 1960, viel samen met een zeldzame reunie. Jean-Claude, Roger, Félix, Christian, Jacques en Thierry, de zes zonen van wijlen UDPS-leider Etienne Tshisekedi waren present.

De beelden gingen de wereld rond. Uittredend president Joseph Kabila, verrassend jong ogend zonder zijn witte baard, bleef onbewogen toen zijn opvolger halverwege de ceremonie door een malaise werd getroffen. Félix Thsisekedi herstelde zich na een paniekerig kwartiertje, maar aan de beeldvorming deed het geen deugd. De hamvraag klonk luider dan ooit: wie heeft voortaan werkelijk de touwtjes in handen in het grootste Afrikaanse land bezuiden de Sahara? De leider van de historische oppositiepartij UDPS die volgens de officiële kiescommissie Céni de presidentsverkiezingen van 30 december met 38,5 procent heeft gewonnen? Of blijft de machtigste man dezelfde die Congo de voorbije 18 jaar als staatshoofd bestuurde? Joseph Kabila zou het met Thsisekedi op een akkoordje hebben gegooid na het mislukken van zijn plan A, het laten verkiezen van zijn partijgenoot en dauphin Emmanuel Shadary. In ruil voor het presidentschap zou Tshisekedi de belangen van Kabila en diens entourage vrijwaren. Slachtoffer van de deal zou Martin Fayulu zijn, de andere oppositieleider die volgens onafhankelijke waarnemers de presidentsverkiezingen overtuigend heeft gewonnen. 61 procent tegenover slechts 15% voor Tshisekedi, zo moet blijken uit cijfers van de katholieke bisschoppenconferentie Cenco, die op 30 december 40.000 waarnemers had ontplooid. Van een echte alternance zou bijgevolg geen sprake zijn. De nieuwe president zou weinig in de pap te brokkelen hebben. De echte hefbomen van de macht, met name leger, veiligheidsdiensten en concessies voor land- en mijnbouw, blijven in handen van Kabila en co.

Een week na de plechtigheid ziet de wereld er heel anders uit. De twijfels over de verkiezingsuitslag blijven knagen, maar de machtsoverdracht is een voldongen feit. De internationale gemeenschap, het Westen en de Organsiatie voor Afrikaanse Eenheid op kop, hebben hun aanvankelijke kritiek ingeslikt. Schoorvoetend, uit vrees dat een gezagscrisis kan escaleren tot een totale implosie die niet alleen Congo maar de hele regio in vuur en vlam zou zetten. In Congo zelf bleef het trouwens opvallend rustig. Fayulu’s oproep tot vreedzaam straatprotest vond nauwelijks gehoor, ook al door de alomtegenwoordigheid van Kabila’s gevreesde veiligheidsdiensten. De Katholieke Kerk van haar kant heeft het vernietigende rapport van de Cenco stilletjes opgeborgen. Bij de eedaflegging was een vertegenwoordiger van het episcopaat opvallend aanwezig. En dus breekt ook voor Jean-Claude in België een nieuwe levensfase aan. ‘Ik werd altijd als de zoon van beschouwd’, zegt hij met brede grijs. ‘Voortaan echter moet ik als de broer van door het leven. Door mijn werk op de personeelsdienst van de gevangenis van Ittre ben ik snel moeten terugkeren. Wie we daar hebben, riepen de collega’s maandag, le frère du président! Ze maken er grapjes over, maar er zijn er die zich echt interesseren voor wat er in Congo gebeurt.

Aan sterke verhalen geen gebrek. Wat dacht u toen Félix tijdens zijn eedaflegging onwel werd?

Jean-Claude Tshisekedi: Ik was niet echt ongerust, maar op de tribune brak paniek uit. Het was die dag echt wel snikheet in Kinshasa, en je gaat niet in korte broek naar een eedaflegging. Mijn broer kreeg het heel benauwd met zijn kostuum en zijn kogelvrije vest. En ja, de stress speelde hem parten, het gewicht van de geschiedenis drukte op zijn schouders. Maar na een kwartiertje was hij weer op de been en heeft hij er zelfs een grap over gemaakt. Comprénez mon émotion, zei hij met een knipoog naar Mobutu die dezelfde woorden gebruikte toen hij het einde van de één-partijstaat aankondigde. Een goede zet, daarmee was de spanning van de lucht.

Had u veel contact met Félix in de aanloop naar de plechtigheid?

Tshisekedi: Hij was natuurlijk heel druk, maar toch maakte hij geregeld tijd voor de familie. Félix is altijd de dauphin van papa geweest, de enige van de zes zonen die resoluut voor de politiek heeft gekozen. Toch luistert hij naar zijn broers, ook over politiek. We willen hem niet voor de voeten lopen, maar we zien het wel als onze plicht hem bij te staan. Daarom was de hele familie aanwezig, ook halfzussen, ooms en neven. Alleen maman is in België gebleven, ze wil pas terugkeren als vader wordt begraven.

Het stoffelijk overschot van uw vader ligt al meer dan twee jaar in een Brussels mortuarium. Ex-president Kabila weigerde koppig zijn toestemming voor de repatriëring, uit vrees dat de UDPS de begrafenis in volle kiescampagne zou verzilveren. De verkiezingen zijn achter de rug, en de UDPS maakt zich klaar om samen met Kabila’s coalitie een regering te vormen. Wordt Etienne Tshisekedi binnenkort in zijn geboorteland ter aarde besteld?

Tshisekedi: Dat is absoluut de bedoeling, deze absurde situatie heeft lang genoeg geduurd. Er wordt nog over de details onderhandeld, maar binnenkort begint men eindelijk met het inrichten van de begraafplaats in N’Sele die al eerder werd gereserveerd. De datum ligt nog niet vast, maar ik verwacht dat vader in maart of april wordt gerepatrieerd.  

Uw vader heeft twee keer nipt naast het hoogste ambt gegrepen. Na Mobutu’s val in 1997 beschouwde hij zich als wettelijk staatshoofd maar werd hij aan de kant geschoven door rebellenleider Lauren-Désiré Kabila. In 2011 verloor hij wellicht door fraude de presidentsverkiezingen van Joseph Kabila. Hoe bijzonder is het voor Félix om de droom van Etienne waar te maken?

Tshisekedi: Het is erg emotioneel. Vader was een monument, daarover zijn vriend en vijand het eens. Het vergde veel moed om eind jaren zeventig tegen Mobutu op te komen, en hij heeft er een zware prijs voor betaald. Gevangenis, mishandeling, ballingschap, niks is hem bespaard gebleven. De familie deelde in de klappen, in Kinshasa blijven was geen optie. Ik werd met Roger al in 1981 naar België gestuurd, Félix is twee jaar later met de rest van de familie gevolgd. Mijn broer moet grote schoenen vullen, maar hij is er klaar voor. Waar vader zich nu ook moge bevinden, ik ben zeker dat hij erg trots is op Félix.

Over Félix presidentschap hangt helaas de schaduw van vermeend kiesbedrog. Net als uw vader acht jaar geleden beschouwt Martin Fayulu zich als de echte winnaar van de presidentsverkiezingen. Hoe kijkt u daar tegenaan?

Thsisekedi: Ik ken de cijfers van de Cenco, ik volg de media en hoor de geruchten. Maar zeg nu zelf: waarom komt het Congolese volk dan niet in opstand? Fayulu zou 61 procent hebben gehaald, terwijl Félix met 15 procent als derde zou geëindigd zijn. Komaan, zo’n massief kiesbedrog zouden de Congolezen nooit slikken. 

Tenzij ze zich door leger en politie geïntimideerd voelen…

Tshisekedi: Het klopt dat de mensen bang zijn voor repressie, maar dat is niet het punt. Wat de Cenco ook mag beweren, de Congolezen zijn best tevreden met het verloop van de verkiezingen. De verandering is een feit, Kabila’s plan om zich aan de macht vast te klampen is mislukt. En dat allemaal zonder chaos! Niet alleen de internationale gemeenschap maar vooral de Congolezen zelf waren als de dood voor grootschalig geweld. Stel dat de Céni toch Shadary tot overwinnaar had uitgeroepen, dan was het land ontploft. De Congolezen hebben de voorbije weken veel maturiteit aan de dag gelegd. Tijdens Félix speech werd er vanuit het publiek een bekende slogan van vader geroepen: le peuple d’abord! Dat vat de situatie goed samen: het volk schenkt Félix zijn vertrouwen, maar niet onvoorwaardelijk. Hij moet meteen werk maken van twee prioriteiten. De rechtstaat herstellen en het algemene levenspeil verbeteren.

Heeft hij daar voldoende slagkracht voor? Volgens sceptici blijft de echte macht in handen van ex-president en senator voor het leven Joseph Kabila. Diens partij heeft trouwens de parlementsverkiezingen met een verpletterende meerderheid gewonnen, waardoor de UDPS tot een moeizame cohabitatie wordt gedwongen…

Tshisekedi: Dat klopt niet helemaal. De parlementsverkiezingen werden gewonnen door een platform van Kabila’s PPRD en een resem lokale partijen, vaak nieuwe bewegingen rond één lokaal populaire politicus. Die hebben de parlementsverkiezingen gewonnen, de PPRD zelf heeft bar slecht gescoord. We moeten de macht van Kabila en zijn entourage niet overdrijven. De harde kern is een clubje van een tiental intimi, onder wie zijn tweelingzus die een enorm zakenimperium heeft uitgebouwd. Felix is echter niet rancuneus, het ligt niet in zijn bedoeling de Kabilisten frontaal aan te pakken. Dat hoeft ook niet, hard werken en resultaten boeken is nu de boodschap. Eens hij zijn gezag als president heeft gevestigd, zullen heel wat van Kabila’s medestanders oversteken. Politieke allianties zijn in Congo tijdelijk, iedereen draait mee met de wind van de macht. Er zijn trouwens al gesprekken aan de gang, ook met het kamp van Fayulu.

Vermoedelijk niet met Martin Fayulu zelf, want die heeft de uitgestoken hand van Félix geweigerd en blijft oproepen tot vreedzaam burgerprotest. 

Tshisekedi: Ach ja, geef hem wat tijd om zich met de nieuwe realiteit te verzoenen. Waarom zouden ze niet kunnen samenwerken? Martin Fayulu heeft jarenlang samen met de UDPS oppositie tegen Kabila gevoerd. Hij is een echte patriot die bij het volk veel respect geniet. Toch heeft zijn legitimiteit met deze verkiezingen een knauw gekregen. Iedereen wist dat Fayulu in feite voor Moïse Katumbi reed.

Jean-Claude Tshisekedi is de broer van Felix Tshisekedi, president van Congo. (foto: Franky Verdickt)

Katumbi ging na na een dubieuze veroordeling wegens financieel gesjoemel in buitenlandse ballingschap, volgens velen een manoeuvre van Kabila om een potentiële rivaal te neutraliseren. Krijgt hij onder president Tshisekedi amnestie?

Tshisekedi: Ik denk het wel. Félix is al begonnen met het herstellen van de rechtstaat. Een van zijn eerste beleidsdaden was de vrijlating van alle politieke gevangenen. Dan is het logisch dat Katumbi naar Congo mag terugkeren, tenminste als blijkt dat hij het slachtoffer was van een politiek proces. 

Boze tongen trekken de geschiktheid van Félix in twijfel. Hij is niet hard genoeg en mist de koppigheid van zijn vader. Wat vindt u daarvan?

Tshisekedi: Wees gerust, Félix kan bijzonder hard uit de hoek komen. Natuurlijk is hij geen kopie van vader, Félix komt diplomatischer en vriendelijker over. Goede eigenschappen, want een president regeert niet alleen. Félix laat zich goed omringen, met Vital Kamerhe heeft hij bijvoorbeeld een uitstekende kabinetschef die alle finesses van de Congolese politiek kent. 

Een week na de verkiezingen, nog voor de bekendmaking van de uitslag, kwam aan het licht dat Félix bij zijn kandidaatstelling een vervalst diploma van de Brusselse hogeschool ICC had voorgelegd. Volgens sommige analisten hangt die fraude hem als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Een klacht voor het Grondwettelijk Hof zou zomaar tot zijn afzetting kunnen leiden. Is hij niet chanteerbaar, onder meer door senator voor het leven Joseph Kabila die de rechters van het het Grondwettelijk Hof zelf heeft benoemd?

Tshisekedi: Hoezo het Grondwettelijk Hof hem afzetten? Het Hof heeft nog maar pas zijn verkiezingsoverwinning bevestigd door Fayulu’s klacht te verwerpen. Dat zogenaamde diplomaschandaal slaat nergens op. Mijn broer heeft helemaal geen diploma voorgelegd bij zijn kandidaatstelling. Dat moest ook niet, want het verkiezingsreglement voorzag in twee opties. Behalve een universitair diploma mochten kandidaten het bewijs voorleggen van hun politieke loopbaan. Dat heeft Félix dus gedaan, hij heeft zijn voorzitterschap van de UDPS aangetoond.

U was dertig jaar niet meer in Congo. Viel de hernieuwde kennismaking mee?

Tshisekedi: Ik was geschokt door het verval en de armoede. Zelfs Gombé, in mijn kindertijd een chique buurt van Kinshasa, is een puinhoop geworden. Mijn broer staat voor een gigantische opdracht. Een van de ergste kwalen is de corruptie. Als een ambtenaar of leraar een salaris van 100 dollar verdient, dan blijft er 40 dollar aan de vingers van de chef of de directeur plakken. Idem voor het leger, de officieren romen de soldij van hun manschappen af. Daar wil Félix dus korte metten mee maken. Salarissen zullen rechtstreeks worden gestort, zonder graaiende tussenpersonen. Om het land uit het slop te halen is natuurlijk meer nodig. De economie aanzwengelen, banen scheppen. Het is toch stuitend dat Congo niks produceert? Er worden alleen grondstoffen gedolven, maar daar worden de Congolezen nauwelijks beter van. Als de Chinezen in ruil voor grondstoffen wegen aanleggen en gebouwen optrekken, brengen ze hun eigen arbeiders mee. Zelfs dat werk wordt de Congolezen niet gegund! Ook dat wil Félix veranderen, hij wil de mijncontracten openbreken en betere voorwaarden afdingen.

Nepotisme is een oud zeer in de Congolese politiek. Onder Mobutu of Kabila zou u als ‘broer van’ de lucratieve postjes of benoemingen voor het uitkiezen hebben. Wordt die traditie voortgezet?

Tshisekedi: (lacht) Félix wil breken met elke vorm van cliëntelisme. Makkelijk wordt het niet, want er zal aan zijn mouw worden getrokken. Het zit er nu eenmaal ingebakken in de zeden van het land, dat heb ik vorige week nog kunnen vaststellen. Onze auto werd bij een van de vele checkpoints gecontroleerd. De chauffeur verloor zijn geduld. “Je weet toch wie er op de achterbank zit”, riep hij naar de militairen, “de broer van de nieuwe president”. Ik pruttelde tegen, maar we werden meteen doorgezwaaid. Ik heb me in België nooit op mijn familienaam laten voorstaan. Op een keer werd ik door de politie aan de kant gezet wegens overdreven snelheid. De agent zette grote ogen toen hij mijn identiteitskaart zag. Toch geen familie van de bekende politicus, vroeg hij. Toeval, heb ik geantwoord, Tshisekedi is in Congo een populaire naam. Helaas is niet iedereen even discreet. Op de sociale media circuleert een filmpje van een verre neef die in een discotheek een half dozijn flessen champagne bestelt. “Je suis le cousin du president congolais”, roept hij zodat iedereen het kan horen. Zulle toestanden kunnen we niet tolereren.

Overweegt u terug te keren naar het land van president Tshisekedi?

Tshisekedi: Ik zou op termijn in Congo wel een bedrijf willen oprichten, bij voorkeur iets met groene stroom. Twee van mijn boers zijn trouwens nu al aan het uitkijken naar opportuniteiten. Onze Roger bijvoorbeeld wil ginder iets beginnen met zijn kennis van autotechnologie. Investeren, banen scheppen, zo help je het land vooruit. Maar definitief verhuizen? Nee, ik voel me goed in België, net zoals mijn vrouw en vier kinderen. Ik bezoek al eens graag een museum of tentoonstelling, Frankrijk is mijn favoriete vakantieland. Comme un vrai Belge quoi.

Brazilië op de schop: de wittebroodsweken van Jair Bolsonaro

Knack Magazine, 30 januari 2019

Jair Bolsonaro heeft zijn start niet gemist. De extreemrechtse president van Brazilië signeert aan de lopende band decreten die schokgolven door zijn land jagen. De beurs van Sao Paulo piekt, mijnbouwbedrijven en agro-industriëlen juichten, verdedigers van inheemse volkeren en landloze boeren zien hun ergste vrees overtroffen. ‘De Trump van de Tropen? Ik zie hem meer als een Braziliaanse Duterte’.

foto: Wikipedia

Niemand zal Jair Messias Bolsonaro een gebrek aan daadkracht verwijten. Nauwelijks drie weken na zijn eedaflegging heeft de extreemrechtse, populistische president al een resem verregaande besluiten genomen. Buitenlandse ngo’s worden aan banden gelegd. De erkenning van reservaten voor inheemse volkeren verhuist van de Fundação Nacional do índio (FUNAI) naar het ministerie van landbouw. Het ministerie van cultuur wordt simpelweg opgedoekt, en vorige week vaardigde hij een decreet uit om de regelgeving op particulier wapenbezit drastisch te versoepelen.

Zonder uitzondering betreft het maatregelen die hij tijdens zijn campagne had aangekondigd. Deze president maakt zijn beloftes waar, is de boodschap voor zijn achterban. De vliegende start doet onvermijdelijk denken aan de wittebroodsweken van zijn Amerikaanse ambstgenoot. Bolsonaro, die eind oktober met 55 procent afgetekend de verkiezingen won van zijn sociaaldemocratische uitdager Fernando Haddad, wordt niet zomaar de Trump van de Tropen genoemd. Qua grof taalgebruik doet de gewezen militair en zakenman niet onder voor de bewoner van het Witte Huis. Schofferen van vrouwen, homo’s, Afro-Brazilianen en andere minderheden is zowat zijn handelsmerk. Hij belijdt openlijk zijn heimwee naar de militaire dictatuur, pleit voor vrij wapenbezit en de herinvoering van de doodstraf, noemt klimaatopwarming een linkse samenzwering en doet kritische journalisten af als leugenachtig gespuis. Economisch staat hij voor een ultraliberale koers. De agro-industrie en mijnbouw, twee sterkhouders van de Braziliaanse export, mogen door niets of niemand worden belemmerd, vooral niet door milieu-overwegingen of rechten van inheemse volkeren. In die zin is het uitkleden van de FUNAI een teken aan de wand. Brazilië telt zo’n 180 inheemse volkeren. Die leven lang niet allemaal in beschermde reservaten, maar toch zijn de terras indíginas, nagenoeg allemaal gelegen in het Amazonewoud, goed voor 13 procent van Braziliaanse grondgebied. Bolsonaro wil morrelen aan de beschermde status. Het openstellen van de inheemse reservaten voor land- en mijnbouw was één van zijn meest omstreden programmapunten.

Dom André

De vraag is of de soep zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend. Presidentiële decreten krijgen pas uitwerking als ze binnen de drie maanden door het parlement worden goedgekeurd. Toch is de ongerustheid van mensenrechtenorganisaties, milieu-activisten en belangenorganisaties van inheemse volkeren de voorbije weken tot paniekniveau aangezwollen. Ook de samenstelling van Bolsonaro’s kabinet belooft immers een extreemrechts, ultra-conservatief beleid. Paulo Guedes, superminister van economie en handel, is een volbloed neoliberaal geschoold aan de befaamde Chicago School of Economics. De evangelische predikante Damares Alves, een intima van Bolsonaro, krijgt behalve familie en vrouwenzaken de gekortwiekte FUNAI onder haar hoede. Nog een opmerkelijke naam is die van justitieminister Sergio Moro, de  voormalige anticorruptie-magistraat die een hoofdrol speelde bij de afzetting van de socialistische president Dilma Roussef. Moro was bovendien de federale rechter die vorig jaar tussenkwam om Dilma’s voorganger, de wegens corruptie veroordeelde maar nog altijd populaire Lula da Silva, achter de tralies te houden waardoor hij geen politieke comeback kon maken. Van de 22 ministerposten worden er liefst zeven door oud-generaals bekleed. Vrouwen moeten het met twee portefeuilles stellen, terwijl het kabinet geen enkele Afro-Braziliaan of andere kleurling telt.

‘Het is nog erger geworden dan ik had gevreesd’, zegt André De Witte, een Vlaamse priester-missionaris die sinds 1994 bisschop is van Ruy Barbosa in de Noord-Oostelijke deelstaat Bahia. ‘Bolsonaro koestert een viscerale haat tegen alles wat progressief is. Ik vrees voor de rechtstaat, al moet ik daar eerlijkheidshalve aan toevoegen dat die al langer onder vuur ligt. Bolsonaro is immers niet uit de lucht komen vallen, je kunt zijn verkiezing beschouwen als het sluitstuk van een rechtse machtsgreep die begonnen is met de afzetting van Dilma. Ze werd niet eens van corruptie beschuldigd, haar enige misstap is het afleiden van fondsen van één departement naar een ander, een budgettaire kunstgreep die alle deelstaatregeringen en lokale besturen wel eens gebruiken. De rol van de nieuwe justitieminister Moro is erg dubieus. Op het moment dat hij als rechter Lula buiten spel zette, was hij al met Bolsonaro zijn politieke carrière aan het plannen’.

André De Witte, naar Bahia vertrokken in 1976, op het hoogtepunt van de militaire dictatuur, is een naam binnen de Braziliaanse kerk. De uitgeweken Oost-Vlaming, agronoom van opleiding, is voorzitter van de Comissão Pastoral da Terra (CPT), een invloedrijke organisatie binnen de Braziliaanse bisschoppenconferentie die opkomt voor kleine en landloze boeren. Dom André haalde zich in september de woede van Jair Bolsonaro en diens aanhangers op de hals, nadat hij een pastorale brief had gepubliceerd met een nauwelijks verholen stemadvies tegen de extreemrechtse presidentskandidaat. ‘Nochtans heb ik die brief geen namen genoemd’, zegt hij. ‘Maar kort nadien werd ik door een Zwitserse webkrant geïnterviewd. Het stuk werd vanuit het Frans naar het Portugees vertaald, met inbegrip van de titel. “Braziliaanse bisschop noemt Bolsonaro een echt gevaar”, stond er. Dat deed veel stof opwaaien, maar ik ben ondertussen niet van mening veranderd. Integendeel, zijn decreet op de verkoop van vuurwapens doet het ergste vermoeden. Vorig jaar vielen 68.000 doden bij schietparijen en bendegeweld, een absoluut record. Maar burgers bewapenen is niet de oplossing, het aantal slachtoffers zal zelfs nog oplopen. Erger nog is dat de nieuwe wapenwet kan leiden tot het criminaliseren van bewegingen zoals de MST en de MTST, ogansiaties die opkomen voor landloze boeren en dakloze arbeiders’.

Hij illustreert het met een voorbeeld uit zijn eigen bisdom: een conflict tussen landloze boeren en een rijke dokter, tevens eigenaar van een onbebouwd stuk land van 1.300 hectaren. We skippen de uitleg over complexe wetten die door de eigenaar en de bezetters verschillend werden geïnterpreteerd. Feit is dat de CPT aan de kant stond van de zowat 40 families die het betwiste land hadden bezet. Grond dient om te bewerken en niet om mee te speculeren, is het credo. ‘In de toekomst kan een eigenaar bij zo’n bezetting meteen naar de wapens grijpen’, maakt dom André zijn punt. ‘ Wettige zelfverdediging, zal hij roepen met de nieuwe wapenwet in de hand’.

Boi, Bíblia en Bala

Luc Vankrunkelsven neemt naar eigen zeggen het woord fascist niet licht in de mond. ‘Maar op Bolsonaro is het van toepassing’, zegt hij. ‘Hoe bestempel je anders een president die verklaart dat je pas een goede politieagent bent als je iemand hebt doodgeschoten? De Trump van de Tropen wordt hij genoemd, maar ik denk dat de vergelijking met de Filippijnse  president Duterte meer steek houdt’. Als Norbertijn van Averbode staat Vankrunkelsven enkele trappen lager in de katholieke hiërarchie dan een bisschop. Hij is echter evenzeer als Dom André  begaan met het lot van kleine boeren en landlozen in Brazilië. De bezieler van Wervel, de beweging voor een gezonde en rechtvaardige landbouw, woonde jarenlang in Brazilië en verblijft er nog geregeld. Hij publiceert aan de lopende band, zowel in het Nederlands als in het Portugees. Zijn jongste boek, ‘De Kikker die zich niet laat koken’ gaat onder meer over de wisselwerking tussen de klimaatverandering, de Braziliaanse agro-industrie en het Europese landbouw- en consumptiemodel.

‘Bolsonaro’s verkiezing bewijst nogmaals hoezeer het cliché van de drie B’s klopt’, zegt hij. ‘Boi, Bíblia en Bala, dat is waar de Braziliaanse politiek om draait.  Bala, kogel, symboliseert de invloed van leger, politie en de wapenindustrie. De B van Bijbel spreekt voor zichzelf. Bolsonaro leunt sterk op de neo-pinksterkerken, zeg maar protestantse secten die uiterst reactionaire ideeën propageren, onder meer over vrouwenrechten, lgbt’s maar ook over inheemse volkeren. Ze krijgen geld en steun vanuit Amerika, een bekend verhaal. Onder Ronald Raegan werden protestantse sekten gezien als bondgenoten om de volgens Washington te linkse Katholieke Kerk te verzwakken. Die sekten hebben vorig jaar een grote rol gespeeld in de vuile oorlog op de sociale media. Vooral via Whatsapp werden tonnen bagger en leugens over Fernando Haddad en andere tegenstanders van Bolsonaro uitgestort’. 

Het is de B van Boi die hem het meest vertrouwd is. Het rund staat in deze voor de macht van de agro-industrie die volgens Vankrunkelsven niet los kan worden gezien van de cruciale grondkwestie. ‘Brazilië is een land waar 1 procent van de bevolking 44 procent van de landbouwgronden controleert. Sommige grootgrondbezitters hebben meer dan 100.000 hectaren in handen, maar hun honger naar areaal voor exportteelten zoals soja, maïs, suikerriet en katoen blijft groot. Ontbossing is het gevolg, een proces dat volgens een vast stramien verloopt. Eerst slepen ze het hout weg, dan plaatsen ze er koeien, en vervolgens komt er soja of maïs. Drie keer langs de kassa, met nefaste gevolgen voor de biodiversiteit en het klimaat. Tussen onze overconsumptie van vlees en de ontbossing in Brazilië loopt een rechte lijn. De echte opmars van de agro-industrie speelde zich de voorbije jaren in de Cerrado af, de Braziliaanse savanne. Daar spreekt hier niemand over, terwijl het wel om een 40 miljoen jaar oud ecosysteem gaat dat zich over elf deelstaten en twee miljoen vierkante kilometer uitstrekt. Met Bolsonaro dreigt de expansie zich nu ook naar het Amazonewoud te verbreiden. De grootgrondbeziiters en agro-tycoons hebben zich nooit neergelegd bij de bescherming van inheemse gebieden, een uitvloeisel van de progressieve grondwet die na het einde van de militaire dictatuur in 1985 werd geschreven. Daarin staat dat inheemse volkeren recht hebben op hun eigen leefgebied, een principe dat vanaf de jaren negentig heeft geleid tot het systematisch erkennen van terras indígenas. Het uitkleden van de FUNAI is dan ook erg verontrustend. Het is Bolsonaro menens met zijn belofte de reservaten open te stellen voor exploitatie. Hij heeft trouwens ook al aangekondigd het Braziliaanse Agentschap voor Milieubescherming (IBAMA) aan banden te leggen, een belangrijke instelling die onder meer satellieten inzet tegen illegale ontbossing en vervuiling’.  

Misschien loopt het allemaal zo’n vaart niet. Brazilië wordt niet per decreet bestuurd. Bolsonaro, wiens partij PSL 51 van de 513 congreszetels veroverde, moet in het parlement meerdere coalitiepartners vinden om zijn drieste plannen door te voeren. ‘Bovendien ligt veel macht bij de deelstaten’, zegt Vankrunkelsven. ‘Al is dat is niet per se een geruststellende gedachte, want ook daar zie je dezelfde ruk naar rechts. Recent nog heeft de gouverneur van Paraná enkele moeizaam bevochten beperkingen op het sproeien van giftige bestrijdingsmiddelen in de soja- en maïsteelt teruggeschroefd, onder druk van de agronegócio’.

Yanomani

Anne Ballester is nog niet bekomen van de verkiezingsuitslag die ze ter plaatste heeft vernomen. De Française is eind november teruggekeerd, na 24 jaar onder de Yanomani-indianen te hebben gewerkt. Eerst als onderwijzeres, de laatste tien jaar als coördinator van Os Rios Profundos, een ngo die overigens door de Vlaamse acteur Dirk Van Dijck werd opgericht. ‘Het Yanomani-reservaat werd al in 1992 erkend’, zegt ze. ‘Het is een van oudste en meteen ook het grootste van de terras indígenas. Liefst 96.000 km2, een derde daarvan op Venezolaans grondgebied. De bescherming aan de Braziliaanse kant is grondwettelijk verankerd, maar dat stelt me niet gerust. Bolsonaro wil niet alleen alle lopende demarcatiedossiers terugdraaien, hij zal ongetwijfeld proberen om ook het statuut van erkende reservaten open te breken. Zijn aanval op de FUNAI is nog maar een begin’.

Volgens Ballester komt de grootste bedreiging niet van de de agro-industrie. ‘De gronden in het Amazonewoud zijn kwetsbaar en weinig geschikt voor landbouw. Dat zie je ook op de plekken waar er werd ontbost. De eerste oogst is een succes, de tweede al veel minder, en na de derde blijft er een woestijn over. Het zijn vooral de mijnbouwbedrijven die likkebaardend naar de reservaten kijken. Diamanten, goud, olie, er valt veel te rapen. Blijkbaar zitten de Yanomani bovenop een van ’s werelds grootste reserves van niobiumerts, een erg zeldzame grondstof voor een metaallegering die in smartphones en batterijen wordt gebruikt. Hoe hoger de prijzen op de wereldmarkt, hoe luider de eis van de mijnbouwbedrijven om die te ontginnen’. Ondanks de arme bodem is er wel degelijk druk vanuit de landbouw, en niet alleen van de agro-industrie. Kleine  en landloze boeren, vissers of quilombos, afstammelingen van gevluchte slaven. Het zijn niet alleen grootgrondbezitters die een begerige blik op de inheemse gebieden werpen. Nogal wat arme Brazilianen hebben oren naar Bolsonaro wanneer die fulmineert dat de bescherming van inheemse volkeren buiten proportie is. Als sluwe demagoog hanteert hij daarbij verheven, humanistische argumenten. Het opsluiten van indianen in reservaten, afgesneden van de zegeningen van de beschaving, is niet meer van deze tijd.

Anne Ballester proeft het cynisme in die redenering. ‘Bolsonaro heeft helemaal geen verheven bedoelingen. Hij beschouwt de inheemse volkeren zelf als een obstakel voor de vooruitgang. Buiten de beschermde omgeving van de reservaten zal hun cultuur letterlijk verdampen, een proces dat al volop aan de gang is. In de favelas van Sao Paulo leven al duizenden straatarme Guaraní. Ze hebben helemaal geen kans om zich in de maatschappij te integreren. De vorige president Michel Temer heeft de uitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs voor 20 jaar bevroren, ondanks de immense noden die onder meer inheemse bevolkingsgroepen ervaren. Bolsonaro wil nog harder gaan besparen. Onmiddellijk na zijn eedaflegging heeft hij meer dan 8.000 Cubaanse artsen uitgewezen, een slag in zijn ideologische oorlog met Havanna. De meeste Cubanen waren actief in afgelegen, straatarme dorpen, vaak in inheemse gebieden waar Braziliaanse dokters niet willen werken. Daar heeft Bolsonaro natuurlijk lak aan. Humanistische overwegingen? Als hij zijn zin krijgt, eindigen alle indianen als verschoppelingen in de favelas’.

55 procent van de stemmen, dat moet je verdienen. Bolsonaro’s overwinning kan niet louter aan de drie B’s en Whatsapp worden toegeschreven. Zijn populistische stijl en neoliberale discours sloegen aan in brede lagen van de maatschappij. ‘Ik heb moeite met zijn machopraatjes over vrouwen of lgbt’s’, zegt Grace Keli de Aguilar Gomes, een Braziliaanse experte die Belgische bedrijven met export- of investeringsplannen begeleidt. ‘Maar afgezien daarvan ben ik heel enthousiast. Bolsonaro is nog maar drie weken ingezworen, maar we merken nu al de impact in ons bedrijf. Het aantal vragen over exportkansen en investeringen in Brazilië is enorm gestegen. Ook van mijn contacten in Brazilië hoor ik dat er een nieuwe wind waait. Bolsonaro wil de bedrijfsbelastingen en invoerrechten drastisch verminderen. Dat zal tot meer investeringen en banen leiden, een goede zaak voor alle Brazilianen’. Echt verrassend is haar visie niet. Onmiddellijk na Bolsonaro’s verkiezingsoverwinning schoot de beurs van Sao Paulo naar een recordhoogte. Helaas hebben de Yanomani geen aandelen.

Denderleeuw, zwart én divers

verschenen in Knack Magazine, 21 november 2018

“Het oude Denderleeuw komt nooit meer terug”

foto: Franky Verdickt

Zwarte Zondag zindert na in Denderleeuw. In enkele centrumscholen met een grote Afro-gemeenschap is de triomf van extreemrechts hard aangekomen. Met vallen en opstaan hadden ze van diversiteit een troef gemaakt, en nu dit. Zelfs een afgeschaft Halloween-feestje wordt als soumission geframed. Knack polst de temperatuur in de laboratoria van Denderleeuw 2.0.

Gemeenteplein, Denderleeuw. Met een honderdtal zijn ze naar de betoging gekomen, mannen en vrouwen van verschillende leeftijden. Ze zwaaien met Vlaamse Leeuw-vlaggen, de rechtse strijduitvoering zonder rode klauwen en tong. Slogans zoals ‘Red de democratie’ en ‘Wij zijn het volk’ weerkaatsten tegen de gevel van het stadhuis. Bedoeling is dat ze doordringen tot de zaal waar straks de eerste gemeenteraad sinds de verkiezingen plaats vindt. Vlaams Belang-fractieleider Kristof Slagmulders warmt zijn achterban per megafoon op. Zijn partij, die op 14 oktober van drie naar negen zetels sprong, wordt buiten de formatiebesprekingen gehouden. ‘Denderleeuw dreigt weer een linkse coalitie te krijgen’, toetert hij. ‘De wil van de kiezer wordt verkracht’. Een van die kiezers is Kamiel Van den Borre. Gedrapeerd in een leeuwenvlag verklaart hij tegenover de correspondent van een regionale krant zijn aanwezigheid. ‘Ge kunt hier ’s avonds niet meer buitenkomen, het is hier precies Zuid-Afrika’.

We laten in het midden wat een gepensionneerde Belang-stemmer zich bij Zuid-Afrika voorstelt. Feit is dat de aanwezigheid van een aanzienlijke groep nieuwkomers met een Afrikaanse achtergrond op de verkiezingsuitslag heeft gewogen. Niet alleen in Denderleeuw waar het Vlaams Belang met 26,2 procent ruimschoots de grootste partij werd. Een boogscheut hiervandaan ligt het intussen veelbesproken stadje Ninove, waar de extreemsrechtse Forza Ninove net geen volstrekte meerderheid behaalde. Lijsttrekker Guy D’haeseleer, Vlaams parlementslid voor Vlaams Belang, draait zijn hand niet om voor wat stemmingmakerij omtrent gekleurde medeburgers. Zijn ‘chocomousse-meme’ met Afrikaanse kinderen werd zelfs door N-VA-voorzitter Bart De Wever als “walgelijk” bestempeld. In Aalst nestelde het Vlaams Belang zich met 17 procent stevig op de tweede plaats, weliswaar op respectabele afstand van de ongenaakbare burgemeester Christophe D’haese die met een opvallend homogene lijst uitpakte. Geen spoor van diversiteit bij de Aalsterse N-VA, onder de 43 kandidaten figureerde wel gewezen Belang-boegbeeld Karim Van Overmeiren die een sterke persoonlijke score neerzette. Het regende de voorbije weken analyses over de nieuwe Zwarte Zondag aan de Dender. Telkens werd de olievlek Brussel geëvoceerd, een niet te stuiten sociologisch fenomeen dat via het spoor en de Ninoofse Steenweg diversiteit en verfransing over deze hoek van Oost-Vlaanderen verspreidt. Even onvermijdelijk werd ingezoomd op  een welbepaalde categorie van nieuwkomers die met de interne migratiegolf in de Denderstreek kwam aanspoelen. Zowel in Aalst, Denderleeuw en Ninove als in Liedekerke en Erembodegem ontstonden de voorbije jaren grote gemeenschappen met roots in Sub-Saharaans Afrika.

Halloween

De snelheid waarmee deze ontwikkeling zich voltrok, blijkt nog het best uit cijfers van de Katholieke Centrumschool Denderleeuw. In het jaar 2000 telde de basisschool 4 procent kleuters en leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond. In 2005 was het aandeel al tot 18 procent opgelopen, dit schooljaar werden 52 procent allochtonen ingeschreven. ‘Die groep is heel divers’, zegt Joris Breynaert. ‘We hebben een tachtigtal moslims, meestal van Marokkaanse en Turkse afkomst. Je vindt hier ook Oost-Europeanen, Latijns-Amerikanen en zelfs enkele Walen. Maar veruit de grootste groep heeft roots in Centraal Afrika, vooral in Congo. 200 kinderen in totaal, dat is haast een school op zichzelf’. Breynaert, jarenlang directeur van het KCD, momenteel coördinerend directeur van de overkoepelende scholengemeenschap De Zevensprong, is nog niet bekomen van de verkiezingsuitslag. ‘Draai of keer het zoveel als je wilt’, zegt hij, ‘maar ruim een kwart van de kiezers heeft op 14 oktober een veto tegen diversiteit uitgesproken. Stuur die Afrikanen terug, was de impliciete boodschap, als het niet naar Congo is, dan tenminste naar Brussel waar ze vandaan komen. Absurd, alsof de lokale politiek enige invloed heeft op sociologische realiteiten zoals interne migratie. Maar dat besef sijpelt bij deze kiezers niet door. Ze hebben massaal gestemd op een partij die hen met populistische slogans laat geloven dat de verkleuring van Denderleeuw echt kan worden omgekeerd’.

Griet Daem, directrice van basisschool ’t Landuiterke, net als KCD onderdeel van De Zevensprong, deelt het onbehagen. De maandag na de verkiezingen zag ze de mails binnenlopen. Enkele ouders maakten hun beklag over het schrappen van het jaarlijkse halloweenfeest. ‘Een beslissing die al in de zomer, bij de planning van het schooljaar, werd genomen’, zegt Daem die we bij de collega’s van KCD ontmoetten. ‘Gedragen door het team, nogal wat leerkrachten vinden Halloween maar een commercieel nepfeest dat bovendien heel wat kleuters angst aanjaagt. En ja, er was nog een bijkomende reden. Een kleine minderheid van onze Afrikaanse ouders houdt zijn kinderen thuis tijdens halloween. Om religieuze redenen, het gaat om leden van bepaalde evangelische kerken waar een taboe geldt voor alles wat met de dood te maken heeft’. Het was op die bijkomende reden dat de klagers in hun gecoördineerde en opvallend getimede schrijfactie focusten. Halloween mag dan Amerikaanse import zijn, het schrappen van het feest werd één dag na de verkiezingen anders geframed: het was een kaakslag voor de Vlaamse identiteit en een zoveelste knieval voor de vreemdelingen die de school en bij uitbreiding heel Denderleeuw overspoelen. Een schoolvoorbeeld van identitaire recuperatie, vergelijkbaar met de heisa die de Brugse N-VA-senator Pol Van den Driessche enkele weken eerder maakte over omdopen van de Kerstmarkt tot Wintermarkt.

De anekdote speelt zich niet toevallig af in de Kruisstraat waar basisschool ’t Landuiterke een tweede campus heeft. De diversiteitsindex ligt er nog hoger dan bij KCD, waarmee het schooltje overigens een getrouwe afspiegeling biedt van haar omgeving. De wijk Leeuwbrug vlakbij het station is erg in trek bij nieuwkomers, vaak mensen uit de Afrikaanse gemeenschap in Brussel die door de lage vastgoedprijzen worden aangetrokken. Hier vind je nog een royaal rijhuis voor 150.000 euro, huurprijzen liggen de helft lager dan in de hoofdstad. Met de trein is het bovendien maar een kwartier sporen naar het werk of de familie in de hoofdstad. Maar er is nog een pull factor: onderwijs. ‘Afrikaanse ouders zijn net zoals alle ouders’, zegt Breynaert. ‘Ze willen het best mogelijke onderwijs voor hun kinderen, bij voorkeur in Vlaanderen. Niet dat het voor kinderen altijd een cadeau is. We schrijven soms leerlingen in het vijfde of zesde leerjaar in die recht uit Franstalig onderwijs komen en een grote achterstand voor Nederlands en wiskunde hebben. Niet simpel, voor het kind noch voor de school’.

’t Landuiterke voert een eigen spreidingsbeleid. Een twaalftal kinderen neemt ’s morgens bij het station de bus naar de veel wittere hoofdschool in de Landuitstraat. ‘Een confronterende ervaring”, zegt Daem die de kinderen vaak begeleidt. ‘Zwarte kinderen die luid praten, en dan soms nog in het Frans. Voor sommige busgebruikers is dat een brug te ver. Ze spuwen hun gal, zonder te beseffen dat onze leerlingen hen wel begrijpen. Heel wat van die kinderen zijn echte polyglotten, we zijn hier trouwens een perfect tweetalige generatie aan het klaarstomen’.

jobs, jobs, jobs

De ‘invasie’ terugdraaien? Een blik op de speelplaats van de KCD zou moeten volstaan om die illusie te kelderen. Kinderen ravotten als vanouds, zichtbaar kleurenblind. ‘In het begin registreerden we wel eens een ongepaste opmerking’, zegt Ann Van Durme die Breynaert als directeur is opgevolgd. ‘Dan klonken er kreten zoals ‘vuile zwarte’. Ik ben niet zeker of het racistisch bedoeld was, het blijven tenslotte kinderen. Maar de jongste jaren horen we helemaal geen wanklanken meer. Het zijn volwassenen en gepensionneerden die moeite hebben met de veranderingen, voor deze kinderen is diversiteit vanzelfsprekend. Ze zijn de toekomst van Denderleeuw, een toekomst die we hier zo goed mogelijk voorbereiden. Natuurlijk heeft onze school wat heet een moeilijk publiek. We scoren erg hoog in de SES-cijfers, vooral door de anderstalige thuissituatie. Dat heeft ook een voordeel in het Vlaamse onderwijssysteem, want het geeft ons recht op negen extra zorgleerkrachten die we inzetten voor doorgedreven differiëntering en taalondersteuning. Met resultaat: de meeste van onze leerlingen stromen door naar A-richtingen in het middelbaar’.

Foto: Franky Verdickt

Van Durme, opgegroeid in de wijk Leeuwbrug, zelf 27 jaar voor de klas gestaan, doet er niet hypocriet over. De verkleuring is haar en haar collega’s overvallen. ‘Het is heel snel gegaan. We hebben met het hele team een nieuwe aanpak gezocht, een proces van vallen en opstaan. Voor Nederlandse taalverwerving en ouderbetrokkenheid moesten we het bord helemaal afvegen en van nul herbeginnen. We hebben pilootgroepen opgericht, voortrekkers die nagenoeg iedere woensdag nableven om te brainstormen. Niet iedereen in het team was daar klaar voor, zo’n transitie gaat met een rouwproces gepaard. Gelukkig viel de omslag samen met de instroom van heel wat jonge leerkrachten’. Dat mag geen toeval heten. Samengeteld steeg de populatie van KCD en ’t Landuiterke sinds 2006 van 600 naar 1.000 leerlingen, een winst die volledig op het conto van intene migratie valt te schrijven. ‘De verkleuring heeft onze centrumscholen een nieuw elan gegeven’, zegt overkoepelend directeur Breynaert. ‘Jobs, jobs, jobs, is dat niet wat de regering Michel wil? Wel dan, diversteit creëert jobs’. 

Niet dat alles rozengeur en maneschijn is. KCD krijgt geregeld leerkrachten van landelijk gelegen zusterscholen op werkbezoek. ‘Die zetten grote ogen’, zegt Van Durme. ‘Ik heb  er nog niet één gekend die wilde ruilen, ook al omdat leraren op deze school harder moeten werken dan collega’s die een homogeen Vlaams publiek bedienen. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: niemand van mijn team wil naar een school op het platteland verhuizen. Het is misschien hard werken, maar we krijgen veel terug. Ik ben er trouwens van overtuigd dat we nu veel beter onderwijs bieden dan pakweg twintig jaar geleden. Ook aan de Vlaamse kinderen’.

Vlaamse ontvoogding

2006, het jaar waarin de kaap van 20 procent anderstaligen werd genomen, was een kantelpunt. Samen met de even diverse basisschool van het GO!-Atheneum trokken KCD en ’t Landuiterke bij het gemeentebestuur aan de alarmbel. Deze uitdaging ging hun krachten te boven, de scholen vroegen ondersteuning. De démarche leidde onder meer tot het benoemen van een gemeentelijke schoolopbouwwerker, een ervaren kracht die in Gent werd weggeplukt. ‘Daar hebben we veel aan gehad’, zegt Van Durme. ‘Ze haalde experts onderwijs en diversiteit naar Denderleeuw. Mensen zoals Piet Van Avermaet, de Gentse professor taalkunde die ons nieuwe inzichten over de verwerving van Nederlands heeft aangebracht. We hebben daar echt mee geworsteld: moeten we kinderen straffen als ze onder elkaar op de speelplaats Frans spreken? Die piste hebben we gelukkig snel verlaten. Het is wetenschappelijk onderbouwd: als kinderen hun thuistaal mogen hanteren, voelen ze zich beter in hun vel waardoor ze ook sneller Nederlands leren’.

Toch ontstond er opschudding toen het nieuwe speelplaatsreglement in de streekpers uitlekte. Frans spreken op de speelplaats van de Kruisheren, waar ging dat naartoe? De naam van de stichtende congregatie, tevens verbonden aan het aanpalende IKSO-college, rijmt in de streek met Vlaamse ontvoogding. Zowel Van Durme als haar collega Daem pleiten voor pragmatiek. Ja, brieven aan ouders worden ook in het Frans verstuurd. Tijdens oudercontacten staan vrijwilligers-tolken klaar. De onthaaldag wordt voor Nederlandsonkundige ouders in een aangepaste en meertalige formule overgedaan. ‘Natuurlijk moedigen we de ouders aan om Nederlands te leren’, zegt Van Durme. ‘We organiseren zelf cursussen in samenwerking met het Centrum voor Basiseducatie. Maar we moeten realistisch blijven. Van ouders die pas vanuit Brussel zijn verhuisd, kun je niet verwachten dat ze de Nederlandstalige uitleg tijdens de onthaaldag of het oudercontact snappen. Voor ons primeren altijd de onderwijskansen van het kind’.

Van Durme overweegt nog een stap verder te gaan. Thuistaal toelaten in de klas, ook dat is volgens onderwijsexperts heilzaam voor welbevinden en leerwinst. Voorlopig blijft dat nog toekomstmuziek, want niet alle teamleden geloven in deze vorm van pedagogisch driebanden. Het toont echter aan hoe ver ze gaat in het omarmen van de diversiteit, al knagen er soms twijfels. Ze kent kinderen die letterlijk in de schaduw van de KCD wonen en toch in deelgemeente Welle school lopen. Het zijn uitzonderingen, de gevreesde witte schoolvlucht is uitgebleven. ‘Toch mag het hier stoppen’, zegt Van Durme. ‘Onze nieuwe aanpak werkt goed, maar wat als de verhouding naar 70/30 doorschiet? Pas op, ook dan zullen we er het beste proberen van te maken. Maar simpel is het allemaal niet’.

ouderbetrokkenheid

Peter Van Hove, directeur van de GO!-basisschool in de De Nayerstraat, maakt er een erezaak van: bij nieuwe inschrijvingen verwelkomt hij de ouders in hun thuistaal. Soms is dat Italiaans of Roemeens. ‘Dat gaat niet altijd even vlot’, geeft hij toe, ‘maar het wordt geapprecieerd door zowel ouders als kinderen’. Meestal echter bedient hij zich van de taal van Molière. ‘Meer dan de helft van onze kinderen spreekt thuis Frans’, zegt Van Hove. ‘Vooral moslims en Afrikanen, al zitter er daar ook tussen die Engels spreken. Op de speelplaats klinken alle talen door elkaar, maar Nederlands is de bindtaal. Logisch, want we hebben hier nog altijd een aanzienlijke groep Vlaamse kinderen’. Ook Van Hove spreekt over diversiteit als een kans. Sinds zijn aantreden in 2012 kent de school na een moeilijke periode weer een forse groei: van 416 naar 600 leerlingen, overwegend kinderen van nieuwe Denderleeuwenaars. De pragmatische taalpolitiek is niet het enige raakvlak met de katholieke centrumscholen. Onder impuls van de gemeentelijke schoolopbouwwerker ontstond een officieus, netoverschrijdend samenwerkingsverband. In de drie scholen werd een video opgenomen om de usances van het Vlaamse basisonderwijs te verduidelijken. De film, voorzien van Franse en Engelse ondertitels, liep helaas twee jaar vertraging op, een gevolg van de bestuurscrisis die Denderleeuw verlamde nadat N-VA-burgemeester Jan De Dier in november 2014 zijn meerderheid verloor.

Ook Van Hove en zijn team hebben met zoeken en tasten een nieuwe onderwijsmethode ontwikkeld. GOVA, heeft hij het genoemd, gedifferentieerd onderwijs met vakankers. ‘Van de jongste kleuters tot en met de kinderen van het vierde leerjaar hebben we voor alle vakken een referentieleraar aangeduid, een vakspecialist die zijn collega’s helpt met de lesvoorbereidingen. In de graadklas van het vijfde en zesde leerjaar passen we het systeem van het secundair onderwijs toe, met gespecialiseerde leerkrachten die alleen hun vak geven in alle klassen. We scoren dankzij dit systeem flink boven het Vlaamse gemiddelde op de OVSG-eindtoetsen. Straf, met ons publiek’.

Foto: Franky Verdickt

Ouderbetrokkenheid blijft zijn grootste kopzorg, al heeft voortschrijdend inzicht al veel  beterschap gebracht. Briefjes in de agenda, zelfs in het Frans gesteld, blijven vaak ongelezen. Dus belt de school ouders persoonlijk op om afspraken voor bijvoorbeeld het oudercontact te maken. Dat werkt goed, net zoals de oudergroepen waarin mama’s en papa’s uit de Afrikaanse gemeenschap een brugfunctie vervullen. Ze wijzen andere ouders op het belang van betrokkenheid, er wordt geëxperimenteerd met thema-avonden rond schoolse onderwerpen waarbij de ouders tegelijk vakjargon  leren in het Nederlands. Vooral bij de oriëntatie richting secundair ontstaan er wel eens misverstanden. Met name Congolese ouders, zo vernamen we meermaals, mikken erg hoog. Zoon- of dochterlief wordt advocaat of dokter, andere uitkomsten worden minderwaardig geacht. Dan valt er wat uit te leggen als het studieadvies richting TSO of BSO wijst. Administratieve rompslomp in een orale cultuur, het is een van de thema’s waarmee de schoolopbouwwerker hier aan de slag ging. Goed initiatief van het gemeentebestuur, vindt ook Van Hove. Jammer alleen dat de schoolopbouwwerker al na twee jaar in een andere functie werd benoemd, en dat het daarna nog eens twee jaar duurde vooraleer een opvolger werd aangesteld. ‘Ik heb nog in Gent gestaan’, zegt Van Hove. ‘Daar financiert de stad per school van deze omvang een voltijdse  opbouwwerker. Dat zou hier echt geen overbodige luxe zijn’.

Pierre Kompany

Half vier. Ouders stromen in al hun diversiteit binnen om hun kroost op te halen, onverschillig voor de Vlaamse strijdvlag die aan de overkant van de schoolpoort wappert. Ooit was het cachet van Vlaams Belang een sociaal stigma. Dat is voltooid verleden tijd, althans in de Denderstreek. Ook anderhalve week na de verkiezingen glunderen de extreemrechtse kandidaten van achter ramen en op plakaten in voortuintjes. ‘Eerst onze mensen’, de boodschap is hier aangekomen. Maar even opvallend: verschillende lijsten pakten uit met gekleurde kandidaten. Zelfs de N-VA, waar Jean Liwoke zijn Afrikaanse oorsprong met een originele flamingantische pedigree wist te rijmen. Zijn vader, zo presenteert hij zich op de website, was een wees die door Vlaamse priesters werd opgevoed, vandaar zijn gevoeligheid voor het V-ideaal. Hij werd niet verkozen, in tegenstelling tot Chancelvie Okitokandjo die voor CD&V in de nieuwe gemeenteraad mag gaan zitten. Twee andere kandidaten uit de Afrikaanse gemeenschap, van Groen en CD&V, grepen nipt naast een zetel. En zo wordt een 26-jarige rechtenstudente uit de wijk Leeuwbrug de enige stem van divers Denderleeuw. Zwaar ondervertegenwoordigd, want intussen heeft al een vijfde van de 20.000 inwoners een niet-Europese afkomst. ‘Afrikanen’ vormen met zowat 3.000 zielen veruit de grootste groep niewkomers. ‘Het had op 14 oktober anders kunnen lopen’, zegt Okitokandjo. ‘Heel wat Afrikaanse mensen hebben niet gestemd, vooral diegenen die nog geen Belgische nationaliteit bezitten. We hebben die groep nochtans sinds april actief aangespoord om zich als kiezer te laten registreren, maar velen generen zich voor hun Congolese, Rwandese of Kameroenese identiteit’.

Aan strijdlust ontbreekt het Okitokandjo niet. De coalitiebespreingen zijn nog in volle gang, maar ze wijst een schepenmandaat niet a priori af. Na de stembusuitslag regende het felicitaties, zowel van de Afrikaanse gemeenschap als van Vlaamse vrienden. Vergelijkingen met Pierre Kompany, straks burgemeester van Ganshoren, waren niet van de lucht. Okitokandjo scoorde onder meer met een Facebook-filmpje waarin ze in vlekkeloos Nederlands haar geloof in een divers Denderleeuw belijdt. Grootmoedig voor iemand die in haar heimat geregeld met plat racisme werd en wordt geconfronteerd. Tegenliggers die abrupt van stoep wisselen alsof ze een besmettelijke ziekte vrezen, treinreizigers die liever rechtstaan dan naast haar plaats te nemen, zieke commentaren aan de kassa van de Delhaize, het zijn ervaringen die ze met vele Afro-Denderleeuwenaars deelt. ‘Vaak wordt er agressief gereageerd als je Frans spreekt’, zegt ze. ‘Nu ken ik de gevoeligheden wel van de taalkwestie in Vlaanderen, maar dit snap ik niet. Wat is er mis met tweetaligheid? Ik zie daar alleen een troef in’.

Als ze desondanks optimistisch blijft, dan komt dat onder meer door haar ervaring op school. ‘Ik heb op het katholieke IKSO gezeten’, zegt Okitokandjo die tot haar elfde in Nederland woonde. ‘Een goede school, nooit racisme of discriminatie ervaren. Hetzelfde verneem ik van mijn Belgisch-Rwandese vriendin die op het Atheneum heeft gezeten en nu als advocate werkt. Toegegeven, de scholen zijn sindsdien nog veel diverser geworden. Ik kom nog geregeld in het IKSO waar mijn jongste zusje zit. Ik sta soms zelf versteld van de verkleuring. Het is erg snel gegaan, en ik begrijp dat oudere Denderleeuwenaars het daar moeilijk mee hebben. Maar ze moeten de realtieit onder ogen zien. Het Denderleeuw van vroeger komt nooit meer terug’.

Ooit komt het allemaal wel goed. Bij het GO! in de De Nayerstraat kaarten leerkrachten na over het voorbije Halloweenfeest. Het was heel eng, erg donker en vooral een groot succes. Zo’n 250 kinderen en ouders waren door tot griezeltunnel verbouwde gangen op de eerste verdieping gelopen. Onder hen kinderen die met de zegen van hun ouders religieuze en culturele taboes opzij hadden gezet. ‘Typisch’, zegt een lerares. ‘Alle reden zijn goed voor een verkleedpartijtje. Karnaval, dat zit hier in ‘t bloed’.  Ook bij nieuwe Denderleeuwenaars.

Rojava, een Koerdische utopie in Noord-Syrië

verschenen in Knack Magazine 5 december 2018

“Als het de Amerikanen goed uitkomt, zullen ze niet aarzelen de Koerden aan Ankara of aan Damascus uit te leveren”

alomtegenwoordig in Rojava: Apo ofte Abdullah Öcalan. (foto Ludo De Brabander)

Sinds 2012 genieten de Koerden in Noordoost-Syrië van feitelijke autonomie. Zo ontstond de proto-staat Rojava, ingericht volgens de recepten van PKK-leider Öcalan.  Ludo De Brabander schreef er een geëngageerd boek over.

Het vergt moed om eraan te beginnen: de Koerdische kwestie in dik 200 pagina’s duiden. Ludo De Brabander heeft met ‘Het Koerdisch Utopia’ een verdienstelijke poging gewaagd. Dat de aanloop naar Utopia zowat de helft van het boek beslaat, was onvermijdelijk. Zonder uitleg over bijvoorbeeld Sykes-Picot, het geheime akkoord waarmee Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in 1916 de kaart van het Midden Oosten hertekenden, valt niet te snappen waarom de Koerden verspreid over vier landen leven. Even noodzakelijk is een lange uitweiding over de recente geschiedenis van Turkije waar veruit de grootste Koerdische minderheid leeft. Dat Utopia in het door burgeroorlog geteisterde buurland Syrië ligt, is volledig consistent met deze keuze. De oorsprong van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië _ vaak Rojava genoemd _ ligt immers in Turkije. De Koerdische proto-staat werd helemaal ingericht volgens de filosofie van Abdullah Öcalan, de PKK-leider die ondanks twintig jaar eenzame opsluiting in een Turkse gevangenis een enorme invloed blijft uitoefenen.

Ludo De Brabander, al een kwarteeuw lang kind aan huis in Koerdisch gebied, doet er niet flauw over: hij koestert sympathie voor het Koerdisch streven naar zelfbeschikking dat zich in de vier thuislanden op erg verschillende manieren manifesteert. Zijn welwillendheid strekt zich uit tot de omstreden PKK. Een terroristische beweging volgens de Turkse overheid, de Europese Unie en de Navo. De Brabander van zijn kant erkent dat de PKK zware fouten met vaak moorddadige gevolgen heeft begaan, maar spreekt desalniettemin van een legitieme verzetsbeweging met een massa-achterban die is ontstaan als antwoord op genadeloze Turkse staatsrepressie. Geen detail als men weet wie in het Koerdisch Utopia politiek en militair de plak zwaait. De dominante PYD en haar bekendere militaire tak YPG/YPJ worden doorgaans als satellieten van de PKK beschouwd.

Terecht?

Ludo De Brabander: Ideologisch is de invloed onloochenbaar. Overal in het Noordoosten van Syrië hangt de foto van Öcalan. Zelfs in Raqqa heb ik hem gezien, terwijl dat voor de herovering op IS een Arabische stad was. Dat er militair wordt samengewerkt is logisch. Heel  wat kaderleden van de YPG en hun vrouwelijke tegenhanger YPJ werden in PKK-kampen opgeleid. Maar het is niet zo dat er een directe lijn loopt van het PKK-oppercommando in Noord-Irak naar Qamishli, de officieuze hoofdstad van Rojava. Zeker in politiek opzicht varen de Syrische Koerden al sinds 2012 een autonome koers. Uit noodzaak, het hele Rojava-experiment is een rechtstreeks gevolg van het machtsvacuüm dat door de Syrische burgeroorlog ontstond. De Koerden zagen zich ineens verplicht het hele bestuur zelf in handen te nemen, al was het maar om te zorgen voor basisdiensten zoals water, elektriciteit, onderwijs en zelfs huisvuilophaling. Dat levert merkwaardige toestanden op. Sommige ambtenaren in het autonome Rojava worden nog altijd door Damascus betaald, scholen volgen het Syrische leerplan omdat hun diploma’s anders niet worden erkend.

Öcalan staat bekend om zijn marxistisch-leninistische ideologie. Valt daar in de 21ste eeuw nog een utopie van te brouwen?   

De Brabander: Öcalan heeft al in 1993 met zijn marxistisch-leninistische verleden gebroken, niet toevallig in dezelfde periode toen hij het separatisme afzwoer en inruilde voor een streven naar Koerdische autonomie binnen een Turkse federatie. Ideologisch is hij geëvolueerd naar een soort libertair anarchisme, wat politiek vertaald wordt in een basisdemocratische bestuursvorm. Er liepen al experimenten in Turks en Iraaks Koerdistan, maar in Rojava wordt het systeem voor het eerst voluit ontplooid. Macht komt van onderuit, via raden die op dorpsniveau worden verkozen. Ik heb met heel wat van die verkozenen gesproken, mannen én vrouwen. Vrouwenemancipatie is naast antikapitalisme een hoeksteen van het Sociaal Contract, een soort grondwet die duidelijk Öcalans stempel draagt. Ook etnisch en religieus pluralisme staan erin, een toevoeging die er is gekomen na de slag om Kobani in 2015. Dat was een kantelpunt, sindsdien hebben de Koerden hun gebied systematisch westwaarts richting Eufraat uitgebreid. Gevolg: er leven nu aanzienlijke groepen Arabieren onder Koerdisch bestuur, naast Asyriërs, Jezidi’s, Arameeërs, Khaldeën, Armeniërs, Turkmenen en Circassiërs. Daarom spreken ze officieel niet langer van Rojava, maar van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië die de kantons Kobani, Jezira en Afrin omvat. Die minderheden vechten mee met de Syrische Defensie Strijdkrachten (SDF), de militaire koepel waarvan YPG/YPJ veruit de belangrijkste component vormt. Het is ingewikkeld.

De slag om Kobani heeft de YPJ-vrouwen een cultstatus verleend. De hele wereld kon zich vergapen aan de jonge guerrillera’s die een glansrol speelden tijdens de belegering van Kobani. Goede pr, maar behelzen vrouwenrechten in Rojava meer dan de kans om glorieus te sneuvelen voor het vaderland?

De Brabander: Vrouwenemancipatie behoort tot de kern van Öcalans radicale basisdemocratie. Volkscongressen en assemblees tellen minstens 40 procent vrouwen, voor alle topfuncties binnen de PYD-regering is er een vrouwelijke vice-minister. Quota zijn een noodzaak, want deze revolutie speelt zich af in een maatschappij met oerconservatieve opvattingen over de rol die mannen en vrouwen horen te spelen.

vechten vrouwen daarom in een aparte militie?

De Brabander: Aan het front strijden mannen en vrouwen samen, maar de kampen zijn strikt gescheiden. Dat is niet alleen functioneel, het spoort met de traditionele opvattingen over liefde en relaties. Ik heb daar met vrouwelijke strijders uitgebreid over gesproken, dat kon dan weer zonder enige terughoudendheid. Ze vertelden dat ze hun verlangens sublimeerden in liefde voor de strijd en de gemeenschap. Romantiek met een doctrinair kantje, dat wordt er bij de PKK ingehamerd. Ze hebben het marxisme-lenininsme wel afgezworen, maar de ideologische vorming blijft heel sterk.

YPJ-strijdsters achter de frontlinie. Gemengd vechten mag, gemengd slapen niet. (foto: Ludo De Brander)

Kobani was in meerdere opzichten een kantelpunt. De Koerden en hun bondgenoten konden de veel sterkere IS-milities pas verslaan nadat de Amerikaanse luchtmacht wapens en munitie dropte. Die operatie luidde een onwaarschijnlijke alliantie in. De Amerikanen bewapenen en trainen de antikapitalistische SDF, tot grote woede van hun NAVO-bondgenoot Turkije die als de dood is voor een onafhankelijke Koerdische buurstaat. Hoe valt dat te rijmen?

De Brabander: Wederzijds opportunisme. Bij de PYD beseffen ze heel goed dat de Amerikanen niet geïnteresseerd zijn in Koerdische zelfbeschikking. Als het hen goed uitkomt, zullen ze niet aarzelen de Koerden aan Ankara of aan Damascus uit te leveren. Dat is trouwens gebleken toen Turkije de Koerden in maart uit Afrin heeft verjaagd, met stilzwijgende toestemming van de Amerikanen. De Amerikaanse spreidstand is zonder meer spectaculair. Ze steunen de Koerden onder het mom van de strijd tegen IS, maar in feite willen ze zich ingraven in een geopolitiek strategische regio waar ook Rusland en Iran erg actief zijn. Tegelijkertijd moeten ze absoluut Turkije te vriend houden, een onmisbare bondgenoot bij wie het Pentagon nog altijd kernwapens heeft liggen. 

Hoe valt uit te leggen dat Washington en de Navo de YPG/YPJ steunen, terwijl ze de PKK als een terroristische organisatie bestrijden?

De Brabander: Erdogan heeft een punt als hij dat hypocriet noemt. Al kun je zijn redenering ook omdraaien. Wat mij betreft zit de hypocrisie niet in het feit dat YPG/YPJ niet als terroristisch wordt beschouwd, maar wel in de terroristische stempel die op de PKK kleeft. Ik heb de absurditeit van de hele situatie kunnen vaststellen toen ik in 2015 de PKK-kampen in het Iraakse Qandil bezocht. Ik ontmoette er strijders van de YPG en de YPJ die gewond waren geraakt tijdens gevechten die ze in Noord-Syrië met Amerikaanse steun hadden geleverd. De kampen in Noord-Irak waar ze werden verzorgd, werden geregeld gebombardeerd. Door de Turken, met Amerikaanse steun. Zo cynisch kan het worden.

De Turkse president Erdogan wil onder geen beding een onafhankelijke Koerdische staat in Noordoost-Syrië, zeker niet omdat die een gevaarlijk precedent schept voor de eigen Koerdische minderheid. Hoe ver is hij bereid te gaan om dat gevreesde scenario te voorkomen?

De Brabander: Tot het uiterste. De operatie van het Turkse leger tegen de SDF in Afrin, een rechtstreekse inmenging in een buurland nota bene, spreekt daarover boekdelen. Het is bovendien geen toeval dat Turkije het zogenaamde Nationaal Pact uit de mottenbalen heeft gehaald, een document uit 1920 waarmee de Turken een claim leggen op de Iraakse steden Kirkoek en Mosoel, maar ook op Noordoost-Syrië.  Nog een voorbeeld is de pijnlijke misrekening van Massoud Barzani, de president van de Koerdische Autonome Regio in Noord-Irak. De rechts-conservatieve Barzani heeft altijd nauw samengewerkt met Turkije, je mag hem gerust een bondgenoot van Erdogan noemen. Toch reageerde die laatste ijskoud toen Barzani vorig jaar een referendum over volledige onafhankelijkheid organiseerde. We weten hoe dat afgelopen is. Het Iraakse leger is als reactie de Koerdische Autonome Regio binnengevallen en heeft onder meer Kirkoek ingenomen. Erdogan liet niet alleen betijen, hij heeft van de chaos geprofiteerd om zelf Noord-Irak binnen te vallen. Het Turkse leger beschikt naar eigen zeggen al over 11 militaire basissen in Noord-Irak en heeft met zijn militaire dreiging er voor gezorgd dat de PKK zich uit de regio van Sinjar moest terugtrekken. Het voert geregeld luchtbombardementen uit op PKK-doelwitten, waarbij ook burgerslachtoffers vallen. Merkwaardig genoeg is dat goeddeels onder de radar van de internationale gemeenschap gebleven.

Weinig hoopgevend allemaal voor de levensvatbaarheid van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië. Hoe zien de Syrische Koerden hun toekomst?  

De Brabander: Die vraag heb ik aan heel wat Koerden, ook politieke en militaire leiders gesteld. Ze weten dat ze vroeg of laat op zichzelf aangewezen zijn. Als de Amerikanen hen laten vallen, willen ze klaar zijn om hun autonomie politiek en militair te verdedigen. Daarom leggen ze niet alle eieren in één mandje. De PYD heeft een officieuze ambassade in Moskou en houdt de lijnen open met het Assad-regime in Damascus. De hoop is dat het met de Noordelijke Federatie dezelfde weg op gaat als met Iraaks Koerdistan. Afgezien van de episode met het mislukte onafhankelijkheidsreferendum heeft de Koerdische Autonome Regio zich sinds 2005 succesvol kunnen ontplooien, juridisch als onderdeel van Irak, maar de facto als een onafhankelijk gebied. Op de lange termijn zagen mijn gesprekspartners de natiestaten verdampen en wordt het Midden Oosten een lappendeken van autonome regio’s, een concept dat beter beantwoordt aan de etnische en religieuze diversiteit. Die visie hebben ze uit de boeken van Öcalan geplukt.

U heeft veel rondgereisd in Koerdisch gebied. Was u vrij om te gaan en staan waar u wilde? 

De Brabander: Laat ons zeggen dat ik half embedded heb gereisd. Er waren restricties, ik reisde onder begeleiding en moest mijn bestemming vooraf bekend maken. Die beperkingen werden vooraf door terechte veiligheidsoverwegingen ingegeven. De vele controleposten staan er heus niet zomaar, er werden en worden nog altijd aanslagen gepleegd. Maar op het terrein heb ik geen enkele dwang ervaren. Of ik nu in Kobani, Mambisj, Qamishli of een afgelegen dorp stopte, ik mocht vrijuit praten met eender wie. 

De Syrische burgeroorlog is nog niet afgelopen, laat staan dat de gevolgen voor de wijde regio al duidelijk zijn. Is het dan niet voorbarig om het politieke experiment in Rojava te evalueren?

De Brabander: Ik ziet het niet als een definitief oordeel, maar als een tussentijdse balans. In mijn laatste hoofdstuk zet ik sterke en zwakke punten op een rij. Er is bijvoorbeeld kritiek van Amnesty International en Human Rights Watch. Repressie tegen opposanten, het rekruteren van minderjarige strijders, dat zijn zware feiten. Ik praat die niet goed, maar anderzijds vind ik wel dat je rekening moet houden met de omstandigheden. Er woedt nog altijd een burgeroorlog, Turkije vormt een existentiële bedreiging, en intussen krijgen rechts-conservatieve opposanten steun van het Iraakse-Koerdische Barzani-regime. De geschiedenis zal uitwijzen welke kant het uitgaat, maar mijn tussentijdse balans is eerder positief. Ik heb de indruk dat ze in Rojava een eerlijke poging ondernemen om een nieuwe maatschappij te bouwen, weliswaar met veel pragmatiek en compromissen.

Het Koerdisch Utopia, Ludo de Brabander, Epo, 216 pagina’s, 23,50 euro

Ludo De Brabander

55

studeerde verpleegkunde en pers- en communicatiewetenschappen in Gent

woordvoerder linkse vredesbeweging Vrede vzw

activist en publicist, schrijft vaak over ontwapening, Palestina en de Koerdische kwestie

co-auteur met Georges Spriet van ‘Als de NAVO de passie preekt’ (2009)