Auteursarchief: Erik Raspoet

Denderleeuw, zwart én divers

verschenen in Knack Magazine, 21 november 2018

“Het oude Denderleeuw komt nooit meer terug”

foto: Franky Verdickt

Zwarte Zondag zindert na in Denderleeuw. In enkele centrumscholen met een grote Afro-gemeenschap is de triomf van extreemrechts hard aangekomen. Met vallen en opstaan hadden ze van diversiteit een troef gemaakt, en nu dit. Zelfs een afgeschaft Halloween-feestje wordt als soumission geframed. Knack polst de temperatuur in de laboratoria van Denderleeuw 2.0.

Gemeenteplein, Denderleeuw. Met een honderdtal zijn ze naar de betoging gekomen, mannen en vrouwen van verschillende leeftijden. Ze zwaaien met Vlaamse Leeuw-vlaggen, de rechtse strijduitvoering zonder rode klauwen en tong. Slogans zoals ‘Red de democratie’ en ‘Wij zijn het volk’ weerkaatsten tegen de gevel van het stadhuis. Bedoeling is dat ze doordringen tot de zaal waar straks de eerste gemeenteraad sinds de verkiezingen plaats vindt. Vlaams Belang-fractieleider Kristof Slagmulders warmt zijn achterban per megafoon op. Zijn partij, die op 14 oktober van drie naar negen zetels sprong, wordt buiten de formatiebesprekingen gehouden. ‘Denderleeuw dreigt weer een linkse coalitie te krijgen’, toetert hij. ‘De wil van de kiezer wordt verkracht’. Een van die kiezers is Kamiel Van den Borre. Gedrapeerd in een leeuwenvlag verklaart hij tegenover de correspondent van een regionale krant zijn aanwezigheid. ‘Ge kunt hier ’s avonds niet meer buitenkomen, het is hier precies Zuid-Afrika’.

We laten in het midden wat een gepensionneerde Belang-stemmer zich bij Zuid-Afrika voorstelt. Feit is dat de aanwezigheid van een aanzienlijke groep nieuwkomers met een Afrikaanse achtergrond op de verkiezingsuitslag heeft gewogen. Niet alleen in Denderleeuw waar het Vlaams Belang met 26,2 procent ruimschoots de grootste partij werd. Een boogscheut hiervandaan ligt het intussen veelbesproken stadje Ninove, waar de extreemsrechtse Forza Ninove net geen volstrekte meerderheid behaalde. Lijsttrekker Guy D’haeseleer, Vlaams parlementslid voor Vlaams Belang, draait zijn hand niet om voor wat stemmingmakerij omtrent gekleurde medeburgers. Zijn ‘chocomousse-meme’ met Afrikaanse kinderen werd zelfs door N-VA-voorzitter Bart De Wever als “walgelijk” bestempeld. In Aalst nestelde het Vlaams Belang zich met 17 procent stevig op de tweede plaats, weliswaar op respectabele afstand van de ongenaakbare burgemeester Christophe D’haese die met een opvallend homogene lijst uitpakte. Geen spoor van diversiteit bij de Aalsterse N-VA, onder de 43 kandidaten figureerde wel gewezen Belang-boegbeeld Karim Van Overmeiren die een sterke persoonlijke score neerzette. Het regende de voorbije weken analyses over de nieuwe Zwarte Zondag aan de Dender. Telkens werd de olievlek Brussel geëvoceerd, een niet te stuiten sociologisch fenomeen dat via het spoor en de Ninoofse Steenweg diversiteit en verfransing over deze hoek van Oost-Vlaanderen verspreidt. Even onvermijdelijk werd ingezoomd op  een welbepaalde categorie van nieuwkomers die met de interne migratiegolf in de Denderstreek kwam aanspoelen. Zowel in Aalst, Denderleeuw en Ninove als in Liedekerke en Erembodegem ontstonden de voorbije jaren grote gemeenschappen met roots in Sub-Saharaans Afrika.

Halloween

De snelheid waarmee deze ontwikkeling zich voltrok, blijkt nog het best uit cijfers van de Katholieke Centrumschool Denderleeuw. In het jaar 2000 telde de basisschool 4 procent kleuters en leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond. In 2005 was het aandeel al tot 18 procent opgelopen, dit schooljaar werden 52 procent allochtonen ingeschreven. ‘Die groep is heel divers’, zegt Joris Breynaert. ‘We hebben een tachtigtal moslims, meestal van Marokkaanse en Turkse afkomst. Je vindt hier ook Oost-Europeanen, Latijns-Amerikanen en zelfs enkele Walen. Maar veruit de grootste groep heeft roots in Centraal Afrika, vooral in Congo. 200 kinderen in totaal, dat is haast een school op zichzelf’. Breynaert, jarenlang directeur van het KCD, momenteel coördinerend directeur van de overkoepelende scholengemeenschap De Zevensprong, is nog niet bekomen van de verkiezingsuitslag. ‘Draai of keer het zoveel als je wilt’, zegt hij, ‘maar ruim een kwart van de kiezers heeft op 14 oktober een veto tegen diversiteit uitgesproken. Stuur die Afrikanen terug, was de impliciete boodschap, als het niet naar Congo is, dan tenminste naar Brussel waar ze vandaan komen. Absurd, alsof de lokale politiek enige invloed heeft op sociologische realiteiten zoals interne migratie. Maar dat besef sijpelt bij deze kiezers niet door. Ze hebben massaal gestemd op een partij die hen met populistische slogans laat geloven dat de verkleuring van Denderleeuw echt kan worden omgekeerd’.

Griet Daem, directrice van basisschool ’t Landuiterke, net als KCD onderdeel van De Zevensprong, deelt het onbehagen. De maandag na de verkiezingen zag ze de mails binnenlopen. Enkele ouders maakten hun beklag over het schrappen van het jaarlijkse halloweenfeest. ‘Een beslissing die al in de zomer, bij de planning van het schooljaar, werd genomen’, zegt Daem die we bij de collega’s van KCD ontmoetten. ‘Gedragen door het team, nogal wat leerkrachten vinden Halloween maar een commercieel nepfeest dat bovendien heel wat kleuters angst aanjaagt. En ja, er was nog een bijkomende reden. Een kleine minderheid van onze Afrikaanse ouders houdt zijn kinderen thuis tijdens halloween. Om religieuze redenen, het gaat om leden van bepaalde evangelische kerken waar een taboe geldt voor alles wat met de dood te maken heeft’. Het was op die bijkomende reden dat de klagers in hun gecoördineerde en opvallend getimede schrijfactie focusten. Halloween mag dan Amerikaanse import zijn, het schrappen van het feest werd één dag na de verkiezingen anders geframed: het was een kaakslag voor de Vlaamse identiteit en een zoveelste knieval voor de vreemdelingen die de school en bij uitbreiding heel Denderleeuw overspoelen. Een schoolvoorbeeld van identitaire recuperatie, vergelijkbaar met de heisa die de Brugse N-VA-senator Pol Van den Driessche enkele weken eerder maakte over omdopen van de Kerstmarkt tot Wintermarkt.

De anekdote speelt zich niet toevallig af in de Kruisstraat waar basisschool ’t Landuiterke een tweede campus heeft. De diversiteitsindex ligt er nog hoger dan bij KCD, waarmee het schooltje overigens een getrouwe afspiegeling biedt van haar omgeving. De wijk Leeuwbrug vlakbij het station is erg in trek bij nieuwkomers, vaak mensen uit de Afrikaanse gemeenschap in Brussel die door de lage vastgoedprijzen worden aangetrokken. Hier vind je nog een royaal rijhuis voor 150.000 euro, huurprijzen liggen de helft lager dan in de hoofdstad. Met de trein is het bovendien maar een kwartier sporen naar het werk of de familie in de hoofdstad. Maar er is nog een pull factor: onderwijs. ‘Afrikaanse ouders zijn net zoals alle ouders’, zegt Breynaert. ‘Ze willen het best mogelijke onderwijs voor hun kinderen, bij voorkeur in Vlaanderen. Niet dat het voor kinderen altijd een cadeau is. We schrijven soms leerlingen in het vijfde of zesde leerjaar in die recht uit Franstalig onderwijs komen en een grote achterstand voor Nederlands en wiskunde hebben. Niet simpel, voor het kind noch voor de school’.

’t Landuiterke voert een eigen spreidingsbeleid. Een twaalftal kinderen neemt ’s morgens bij het station de bus naar de veel wittere hoofdschool in de Landuitstraat. ‘Een confronterende ervaring”, zegt Daem die de kinderen vaak begeleidt. ‘Zwarte kinderen die luid praten, en dan soms nog in het Frans. Voor sommige busgebruikers is dat een brug te ver. Ze spuwen hun gal, zonder te beseffen dat onze leerlingen hen wel begrijpen. Heel wat van die kinderen zijn echte polyglotten, we zijn hier trouwens een perfect tweetalige generatie aan het klaarstomen’.

jobs, jobs, jobs

De ‘invasie’ terugdraaien? Een blik op de speelplaats van de KCD zou moeten volstaan om die illusie te kelderen. Kinderen ravotten als vanouds, zichtbaar kleurenblind. ‘In het begin registreerden we wel eens een ongepaste opmerking’, zegt Ann Van Durme die Breynaert als directeur is opgevolgd. ‘Dan klonken er kreten zoals ‘vuile zwarte’. Ik ben niet zeker of het racistisch bedoeld was, het blijven tenslotte kinderen. Maar de jongste jaren horen we helemaal geen wanklanken meer. Het zijn volwassenen en gepensionneerden die moeite hebben met de veranderingen, voor deze kinderen is diversiteit vanzelfsprekend. Ze zijn de toekomst van Denderleeuw, een toekomst die we hier zo goed mogelijk voorbereiden. Natuurlijk heeft onze school wat heet een moeilijk publiek. We scoren erg hoog in de SES-cijfers, vooral door de anderstalige thuissituatie. Dat heeft ook een voordeel in het Vlaamse onderwijssysteem, want het geeft ons recht op negen extra zorgleerkrachten die we inzetten voor doorgedreven differiëntering en taalondersteuning. Met resultaat: de meeste van onze leerlingen stromen door naar A-richtingen in het middelbaar’.

Foto: Franky Verdickt

Van Durme, opgegroeid in de wijk Leeuwbrug, zelf 27 jaar voor de klas gestaan, doet er niet hypocriet over. De verkleuring is haar en haar collega’s overvallen. ‘Het is heel snel gegaan. We hebben met het hele team een nieuwe aanpak gezocht, een proces van vallen en opstaan. Voor Nederlandse taalverwerving en ouderbetrokkenheid moesten we het bord helemaal afvegen en van nul herbeginnen. We hebben pilootgroepen opgericht, voortrekkers die nagenoeg iedere woensdag nableven om te brainstormen. Niet iedereen in het team was daar klaar voor, zo’n transitie gaat met een rouwproces gepaard. Gelukkig viel de omslag samen met de instroom van heel wat jonge leerkrachten’. Dat mag geen toeval heten. Samengeteld steeg de populatie van KCD en ’t Landuiterke sinds 2006 van 600 naar 1.000 leerlingen, een winst die volledig op het conto van intene migratie valt te schrijven. ‘De verkleuring heeft onze centrumscholen een nieuw elan gegeven’, zegt overkoepelend directeur Breynaert. ‘Jobs, jobs, jobs, is dat niet wat de regering Michel wil? Wel dan, diversteit creëert jobs’. 

Niet dat alles rozengeur en maneschijn is. KCD krijgt geregeld leerkrachten van landelijk gelegen zusterscholen op werkbezoek. ‘Die zetten grote ogen’, zegt Van Durme. ‘Ik heb  er nog niet één gekend die wilde ruilen, ook al omdat leraren op deze school harder moeten werken dan collega’s die een homogeen Vlaams publiek bedienen. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: niemand van mijn team wil naar een school op het platteland verhuizen. Het is misschien hard werken, maar we krijgen veel terug. Ik ben er trouwens van overtuigd dat we nu veel beter onderwijs bieden dan pakweg twintig jaar geleden. Ook aan de Vlaamse kinderen’.

Vlaamse ontvoogding

2006, het jaar waarin de kaap van 20 procent anderstaligen werd genomen, was een kantelpunt. Samen met de even diverse basisschool van het GO!-Atheneum trokken KCD en ’t Landuiterke bij het gemeentebestuur aan de alarmbel. Deze uitdaging ging hun krachten te boven, de scholen vroegen ondersteuning. De démarche leidde onder meer tot het benoemen van een gemeentelijke schoolopbouwwerker, een ervaren kracht die in Gent werd weggeplukt. ‘Daar hebben we veel aan gehad’, zegt Van Durme. ‘Ze haalde experts onderwijs en diversiteit naar Denderleeuw. Mensen zoals Piet Van Avermaet, de Gentse professor taalkunde die ons nieuwe inzichten over de verwerving van Nederlands heeft aangebracht. We hebben daar echt mee geworsteld: moeten we kinderen straffen als ze onder elkaar op de speelplaats Frans spreken? Die piste hebben we gelukkig snel verlaten. Het is wetenschappelijk onderbouwd: als kinderen hun thuistaal mogen hanteren, voelen ze zich beter in hun vel waardoor ze ook sneller Nederlands leren’.

Toch ontstond er opschudding toen het nieuwe speelplaatsreglement in de streekpers uitlekte. Frans spreken op de speelplaats van de Kruisheren, waar ging dat naartoe? De naam van de stichtende congregatie, tevens verbonden aan het aanpalende IKSO-college, rijmt in de streek met Vlaamse ontvoogding. Zowel Van Durme als haar collega Daem pleiten voor pragmatiek. Ja, brieven aan ouders worden ook in het Frans verstuurd. Tijdens oudercontacten staan vrijwilligers-tolken klaar. De onthaaldag wordt voor Nederlandsonkundige ouders in een aangepaste en meertalige formule overgedaan. ‘Natuurlijk moedigen we de ouders aan om Nederlands te leren’, zegt Van Durme. ‘We organiseren zelf cursussen in samenwerking met het Centrum voor Basiseducatie. Maar we moeten realistisch blijven. Van ouders die pas vanuit Brussel zijn verhuisd, kun je niet verwachten dat ze de Nederlandstalige uitleg tijdens de onthaaldag of het oudercontact snappen. Voor ons primeren altijd de onderwijskansen van het kind’.

Van Durme overweegt nog een stap verder te gaan. Thuistaal toelaten in de klas, ook dat is volgens onderwijsexperts heilzaam voor welbevinden en leerwinst. Voorlopig blijft dat nog toekomstmuziek, want niet alle teamleden geloven in deze vorm van pedagogisch driebanden. Het toont echter aan hoe ver ze gaat in het omarmen van de diversiteit, al knagen er soms twijfels. Ze kent kinderen die letterlijk in de schaduw van de KCD wonen en toch in deelgemeente Welle school lopen. Het zijn uitzonderingen, de gevreesde witte schoolvlucht is uitgebleven. ‘Toch mag het hier stoppen’, zegt Van Durme. ‘Onze nieuwe aanpak werkt goed, maar wat als de verhouding naar 70/30 doorschiet? Pas op, ook dan zullen we er het beste proberen van te maken. Maar simpel is het allemaal niet’.

ouderbetrokkenheid

Peter Van Hove, directeur van de GO!-basisschool in de De Nayerstraat, maakt er een erezaak van: bij nieuwe inschrijvingen verwelkomt hij de ouders in hun thuistaal. Soms is dat Italiaans of Roemeens. ‘Dat gaat niet altijd even vlot’, geeft hij toe, ‘maar het wordt geapprecieerd door zowel ouders als kinderen’. Meestal echter bedient hij zich van de taal van Molière. ‘Meer dan de helft van onze kinderen spreekt thuis Frans’, zegt Van Hove. ‘Vooral moslims en Afrikanen, al zitter er daar ook tussen die Engels spreken. Op de speelplaats klinken alle talen door elkaar, maar Nederlands is de bindtaal. Logisch, want we hebben hier nog altijd een aanzienlijke groep Vlaamse kinderen’. Ook Van Hove spreekt over diversiteit als een kans. Sinds zijn aantreden in 2012 kent de school na een moeilijke periode weer een forse groei: van 416 naar 600 leerlingen, overwegend kinderen van nieuwe Denderleeuwenaars. De pragmatische taalpolitiek is niet het enige raakvlak met de katholieke centrumscholen. Onder impuls van de gemeentelijke schoolopbouwwerker ontstond een officieus, netoverschrijdend samenwerkingsverband. In de drie scholen werd een video opgenomen om de usances van het Vlaamse basisonderwijs te verduidelijken. De film, voorzien van Franse en Engelse ondertitels, liep helaas twee jaar vertraging op, een gevolg van de bestuurscrisis die Denderleeuw verlamde nadat N-VA-burgemeester Jan De Dier in november 2014 zijn meerderheid verloor.

Ook Van Hove en zijn team hebben met zoeken en tasten een nieuwe onderwijsmethode ontwikkeld. GOVA, heeft hij het genoemd, gedifferentieerd onderwijs met vakankers. ‘Van de jongste kleuters tot en met de kinderen van het vierde leerjaar hebben we voor alle vakken een referentieleraar aangeduid, een vakspecialist die zijn collega’s helpt met de lesvoorbereidingen. In de graadklas van het vijfde en zesde leerjaar passen we het systeem van het secundair onderwijs toe, met gespecialiseerde leerkrachten die alleen hun vak geven in alle klassen. We scoren dankzij dit systeem flink boven het Vlaamse gemiddelde op de OVSG-eindtoetsen. Straf, met ons publiek’.

Foto: Franky Verdickt

Ouderbetrokkenheid blijft zijn grootste kopzorg, al heeft voortschrijdend inzicht al veel  beterschap gebracht. Briefjes in de agenda, zelfs in het Frans gesteld, blijven vaak ongelezen. Dus belt de school ouders persoonlijk op om afspraken voor bijvoorbeeld het oudercontact te maken. Dat werkt goed, net zoals de oudergroepen waarin mama’s en papa’s uit de Afrikaanse gemeenschap een brugfunctie vervullen. Ze wijzen andere ouders op het belang van betrokkenheid, er wordt geëxperimenteerd met thema-avonden rond schoolse onderwerpen waarbij de ouders tegelijk vakjargon  leren in het Nederlands. Vooral bij de oriëntatie richting secundair ontstaan er wel eens misverstanden. Met name Congolese ouders, zo vernamen we meermaals, mikken erg hoog. Zoon- of dochterlief wordt advocaat of dokter, andere uitkomsten worden minderwaardig geacht. Dan valt er wat uit te leggen als het studieadvies richting TSO of BSO wijst. Administratieve rompslomp in een orale cultuur, het is een van de thema’s waarmee de schoolopbouwwerker hier aan de slag ging. Goed initiatief van het gemeentebestuur, vindt ook Van Hove. Jammer alleen dat de schoolopbouwwerker al na twee jaar in een andere functie werd benoemd, en dat het daarna nog eens twee jaar duurde vooraleer een opvolger werd aangesteld. ‘Ik heb nog in Gent gestaan’, zegt Van Hove. ‘Daar financiert de stad per school van deze omvang een voltijdse  opbouwwerker. Dat zou hier echt geen overbodige luxe zijn’.

Pierre Kompany

Half vier. Ouders stromen in al hun diversiteit binnen om hun kroost op te halen, onverschillig voor de Vlaamse strijdvlag die aan de overkant van de schoolpoort wappert. Ooit was het cachet van Vlaams Belang een sociaal stigma. Dat is voltooid verleden tijd, althans in de Denderstreek. Ook anderhalve week na de verkiezingen glunderen de extreemrechtse kandidaten van achter ramen en op plakaten in voortuintjes. ‘Eerst onze mensen’, de boodschap is hier aangekomen. Maar even opvallend: verschillende lijsten pakten uit met gekleurde kandidaten. Zelfs de N-VA, waar Jean Liwoke zijn Afrikaanse oorsprong met een originele flamingantische pedigree wist te rijmen. Zijn vader, zo presenteert hij zich op de website, was een wees die door Vlaamse priesters werd opgevoed, vandaar zijn gevoeligheid voor het V-ideaal. Hij werd niet verkozen, in tegenstelling tot Chancelvie Okitokandjo die voor CD&V in de nieuwe gemeenteraad mag gaan zitten. Twee andere kandidaten uit de Afrikaanse gemeenschap, van Groen en CD&V, grepen nipt naast een zetel. En zo wordt een 26-jarige rechtenstudente uit de wijk Leeuwbrug de enige stem van divers Denderleeuw. Zwaar ondervertegenwoordigd, want intussen heeft al een vijfde van de 20.000 inwoners een niet-Europese afkomst. ‘Afrikanen’ vormen met zowat 3.000 zielen veruit de grootste groep niewkomers. ‘Het had op 14 oktober anders kunnen lopen’, zegt Okitokandjo. ‘Heel wat Afrikaanse mensen hebben niet gestemd, vooral diegenen die nog geen Belgische nationaliteit bezitten. We hebben die groep nochtans sinds april actief aangespoord om zich als kiezer te laten registreren, maar velen generen zich voor hun Congolese, Rwandese of Kameroenese identiteit’.

Aan strijdlust ontbreekt het Okitokandjo niet. De coalitiebespreingen zijn nog in volle gang, maar ze wijst een schepenmandaat niet a priori af. Na de stembusuitslag regende het felicitaties, zowel van de Afrikaanse gemeenschap als van Vlaamse vrienden. Vergelijkingen met Pierre Kompany, straks burgemeester van Ganshoren, waren niet van de lucht. Okitokandjo scoorde onder meer met een Facebook-filmpje waarin ze in vlekkeloos Nederlands haar geloof in een divers Denderleeuw belijdt. Grootmoedig voor iemand die in haar heimat geregeld met plat racisme werd en wordt geconfronteerd. Tegenliggers die abrupt van stoep wisselen alsof ze een besmettelijke ziekte vrezen, treinreizigers die liever rechtstaan dan naast haar plaats te nemen, zieke commentaren aan de kassa van de Delhaize, het zijn ervaringen die ze met vele Afro-Denderleeuwenaars deelt. ‘Vaak wordt er agressief gereageerd als je Frans spreekt’, zegt ze. ‘Nu ken ik de gevoeligheden wel van de taalkwestie in Vlaanderen, maar dit snap ik niet. Wat is er mis met tweetaligheid? Ik zie daar alleen een troef in’.

Als ze desondanks optimistisch blijft, dan komt dat onder meer door haar ervaring op school. ‘Ik heb op het katholieke IKSO gezeten’, zegt Okitokandjo die tot haar elfde in Nederland woonde. ‘Een goede school, nooit racisme of discriminatie ervaren. Hetzelfde verneem ik van mijn Belgisch-Rwandese vriendin die op het Atheneum heeft gezeten en nu als advocate werkt. Toegegeven, de scholen zijn sindsdien nog veel diverser geworden. Ik kom nog geregeld in het IKSO waar mijn jongste zusje zit. Ik sta soms zelf versteld van de verkleuring. Het is erg snel gegaan, en ik begrijp dat oudere Denderleeuwenaars het daar moeilijk mee hebben. Maar ze moeten de realtieit onder ogen zien. Het Denderleeuw van vroeger komt nooit meer terug’.

Ooit komt het allemaal wel goed. Bij het GO! in de De Nayerstraat kaarten leerkrachten na over het voorbije Halloweenfeest. Het was heel eng, erg donker en vooral een groot succes. Zo’n 250 kinderen en ouders waren door tot griezeltunnel verbouwde gangen op de eerste verdieping gelopen. Onder hen kinderen die met de zegen van hun ouders religieuze en culturele taboes opzij hadden gezet. ‘Typisch’, zegt een lerares. ‘Alle reden zijn goed voor een verkleedpartijtje. Karnaval, dat zit hier in ‘t bloed’.  Ook bij nieuwe Denderleeuwenaars.

Rojava, een Koerdische utopie in Noord-Syrië

verschenen in Knack Magazine 5 december 2018

“Als het de Amerikanen goed uitkomt, zullen ze niet aarzelen de Koerden aan Ankara of aan Damascus uit te leveren”

alomtegenwoordig in Rojava: Apo ofte Abdullah Öcalan. (foto Ludo De Brabander)

Sinds 2012 genieten de Koerden in Noordoost-Syrië van feitelijke autonomie. Zo ontstond de proto-staat Rojava, ingericht volgens de recepten van PKK-leider Öcalan.  Ludo De Brabander schreef er een geëngageerd boek over.

Het vergt moed om eraan te beginnen: de Koerdische kwestie in dik 200 pagina’s duiden. Ludo De Brabander heeft met ‘Het Koerdisch Utopia’ een verdienstelijke poging gewaagd. Dat de aanloop naar Utopia zowat de helft van het boek beslaat, was onvermijdelijk. Zonder uitleg over bijvoorbeeld Sykes-Picot, het geheime akkoord waarmee Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in 1916 de kaart van het Midden Oosten hertekenden, valt niet te snappen waarom de Koerden verspreid over vier landen leven. Even noodzakelijk is een lange uitweiding over de recente geschiedenis van Turkije waar veruit de grootste Koerdische minderheid leeft. Dat Utopia in het door burgeroorlog geteisterde buurland Syrië ligt, is volledig consistent met deze keuze. De oorsprong van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië _ vaak Rojava genoemd _ ligt immers in Turkije. De Koerdische proto-staat werd helemaal ingericht volgens de filosofie van Abdullah Öcalan, de PKK-leider die ondanks twintig jaar eenzame opsluiting in een Turkse gevangenis een enorme invloed blijft uitoefenen.

Ludo De Brabander, al een kwarteeuw lang kind aan huis in Koerdisch gebied, doet er niet flauw over: hij koestert sympathie voor het Koerdisch streven naar zelfbeschikking dat zich in de vier thuislanden op erg verschillende manieren manifesteert. Zijn welwillendheid strekt zich uit tot de omstreden PKK. Een terroristische beweging volgens de Turkse overheid, de Europese Unie en de Navo. De Brabander van zijn kant erkent dat de PKK zware fouten met vaak moorddadige gevolgen heeft begaan, maar spreekt desalniettemin van een legitieme verzetsbeweging met een massa-achterban die is ontstaan als antwoord op genadeloze Turkse staatsrepressie. Geen detail als men weet wie in het Koerdisch Utopia politiek en militair de plak zwaait. De dominante PYD en haar bekendere militaire tak YPG/YPJ worden doorgaans als satellieten van de PKK beschouwd.

Terecht?

Ludo De Brabander: Ideologisch is de invloed onloochenbaar. Overal in het Noordoosten van Syrië hangt de foto van Öcalan. Zelfs in Raqqa heb ik hem gezien, terwijl dat voor de herovering op IS een Arabische stad was. Dat er militair wordt samengewerkt is logisch. Heel  wat kaderleden van de YPG en hun vrouwelijke tegenhanger YPJ werden in PKK-kampen opgeleid. Maar het is niet zo dat er een directe lijn loopt van het PKK-oppercommando in Noord-Irak naar Qamishli, de officieuze hoofdstad van Rojava. Zeker in politiek opzicht varen de Syrische Koerden al sinds 2012 een autonome koers. Uit noodzaak, het hele Rojava-experiment is een rechtstreeks gevolg van het machtsvacuüm dat door de Syrische burgeroorlog ontstond. De Koerden zagen zich ineens verplicht het hele bestuur zelf in handen te nemen, al was het maar om te zorgen voor basisdiensten zoals water, elektriciteit, onderwijs en zelfs huisvuilophaling. Dat levert merkwaardige toestanden op. Sommige ambtenaren in het autonome Rojava worden nog altijd door Damascus betaald, scholen volgen het Syrische leerplan omdat hun diploma’s anders niet worden erkend.

Öcalan staat bekend om zijn marxistisch-leninistische ideologie. Valt daar in de 21ste eeuw nog een utopie van te brouwen?   

De Brabander: Öcalan heeft al in 1993 met zijn marxistisch-leninistische verleden gebroken, niet toevallig in dezelfde periode toen hij het separatisme afzwoer en inruilde voor een streven naar Koerdische autonomie binnen een Turkse federatie. Ideologisch is hij geëvolueerd naar een soort libertair anarchisme, wat politiek vertaald wordt in een basisdemocratische bestuursvorm. Er liepen al experimenten in Turks en Iraaks Koerdistan, maar in Rojava wordt het systeem voor het eerst voluit ontplooid. Macht komt van onderuit, via raden die op dorpsniveau worden verkozen. Ik heb met heel wat van die verkozenen gesproken, mannen én vrouwen. Vrouwenemancipatie is naast antikapitalisme een hoeksteen van het Sociaal Contract, een soort grondwet die duidelijk Öcalans stempel draagt. Ook etnisch en religieus pluralisme staan erin, een toevoeging die er is gekomen na de slag om Kobani in 2015. Dat was een kantelpunt, sindsdien hebben de Koerden hun gebied systematisch westwaarts richting Eufraat uitgebreid. Gevolg: er leven nu aanzienlijke groepen Arabieren onder Koerdisch bestuur, naast Asyriërs, Jezidi’s, Arameeërs, Khaldeën, Armeniërs, Turkmenen en Circassiërs. Daarom spreken ze officieel niet langer van Rojava, maar van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië die de kantons Kobani, Jezira en Afrin omvat. Die minderheden vechten mee met de Syrische Defensie Strijdkrachten (SDF), de militaire koepel waarvan YPG/YPJ veruit de belangrijkste component vormt. Het is ingewikkeld.

De slag om Kobani heeft de YPJ-vrouwen een cultstatus verleend. De hele wereld kon zich vergapen aan de jonge guerrillera’s die een glansrol speelden tijdens de belegering van Kobani. Goede pr, maar behelzen vrouwenrechten in Rojava meer dan de kans om glorieus te sneuvelen voor het vaderland?

De Brabander: Vrouwenemancipatie behoort tot de kern van Öcalans radicale basisdemocratie. Volkscongressen en assemblees tellen minstens 40 procent vrouwen, voor alle topfuncties binnen de PYD-regering is er een vrouwelijke vice-minister. Quota zijn een noodzaak, want deze revolutie speelt zich af in een maatschappij met oerconservatieve opvattingen over de rol die mannen en vrouwen horen te spelen.

vechten vrouwen daarom in een aparte militie?

De Brabander: Aan het front strijden mannen en vrouwen samen, maar de kampen zijn strikt gescheiden. Dat is niet alleen functioneel, het spoort met de traditionele opvattingen over liefde en relaties. Ik heb daar met vrouwelijke strijders uitgebreid over gesproken, dat kon dan weer zonder enige terughoudendheid. Ze vertelden dat ze hun verlangens sublimeerden in liefde voor de strijd en de gemeenschap. Romantiek met een doctrinair kantje, dat wordt er bij de PKK ingehamerd. Ze hebben het marxisme-lenininsme wel afgezworen, maar de ideologische vorming blijft heel sterk.

YPJ-strijdsters achter de frontlinie. Gemengd vechten mag, gemengd slapen niet. (foto: Ludo De Brander)

Kobani was in meerdere opzichten een kantelpunt. De Koerden en hun bondgenoten konden de veel sterkere IS-milities pas verslaan nadat de Amerikaanse luchtmacht wapens en munitie dropte. Die operatie luidde een onwaarschijnlijke alliantie in. De Amerikanen bewapenen en trainen de antikapitalistische SDF, tot grote woede van hun NAVO-bondgenoot Turkije die als de dood is voor een onafhankelijke Koerdische buurstaat. Hoe valt dat te rijmen?

De Brabander: Wederzijds opportunisme. Bij de PYD beseffen ze heel goed dat de Amerikanen niet geïnteresseerd zijn in Koerdische zelfbeschikking. Als het hen goed uitkomt, zullen ze niet aarzelen de Koerden aan Ankara of aan Damascus uit te leveren. Dat is trouwens gebleken toen Turkije de Koerden in maart uit Afrin heeft verjaagd, met stilzwijgende toestemming van de Amerikanen. De Amerikaanse spreidstand is zonder meer spectaculair. Ze steunen de Koerden onder het mom van de strijd tegen IS, maar in feite willen ze zich ingraven in een geopolitiek strategische regio waar ook Rusland en Iran erg actief zijn. Tegelijkertijd moeten ze absoluut Turkije te vriend houden, een onmisbare bondgenoot bij wie het Pentagon nog altijd kernwapens heeft liggen. 

Hoe valt uit te leggen dat Washington en de Navo de YPG/YPJ steunen, terwijl ze de PKK als een terroristische organisatie bestrijden?

De Brabander: Erdogan heeft een punt als hij dat hypocriet noemt. Al kun je zijn redenering ook omdraaien. Wat mij betreft zit de hypocrisie niet in het feit dat YPG/YPJ niet als terroristisch wordt beschouwd, maar wel in de terroristische stempel die op de PKK kleeft. Ik heb de absurditeit van de hele situatie kunnen vaststellen toen ik in 2015 de PKK-kampen in het Iraakse Qandil bezocht. Ik ontmoette er strijders van de YPG en de YPJ die gewond waren geraakt tijdens gevechten die ze in Noord-Syrië met Amerikaanse steun hadden geleverd. De kampen in Noord-Irak waar ze werden verzorgd, werden geregeld gebombardeerd. Door de Turken, met Amerikaanse steun. Zo cynisch kan het worden.

De Turkse president Erdogan wil onder geen beding een onafhankelijke Koerdische staat in Noordoost-Syrië, zeker niet omdat die een gevaarlijk precedent schept voor de eigen Koerdische minderheid. Hoe ver is hij bereid te gaan om dat gevreesde scenario te voorkomen?

De Brabander: Tot het uiterste. De operatie van het Turkse leger tegen de SDF in Afrin, een rechtstreekse inmenging in een buurland nota bene, spreekt daarover boekdelen. Het is bovendien geen toeval dat Turkije het zogenaamde Nationaal Pact uit de mottenbalen heeft gehaald, een document uit 1920 waarmee de Turken een claim leggen op de Iraakse steden Kirkoek en Mosoel, maar ook op Noordoost-Syrië.  Nog een voorbeeld is de pijnlijke misrekening van Massoud Barzani, de president van de Koerdische Autonome Regio in Noord-Irak. De rechts-conservatieve Barzani heeft altijd nauw samengewerkt met Turkije, je mag hem gerust een bondgenoot van Erdogan noemen. Toch reageerde die laatste ijskoud toen Barzani vorig jaar een referendum over volledige onafhankelijkheid organiseerde. We weten hoe dat afgelopen is. Het Iraakse leger is als reactie de Koerdische Autonome Regio binnengevallen en heeft onder meer Kirkoek ingenomen. Erdogan liet niet alleen betijen, hij heeft van de chaos geprofiteerd om zelf Noord-Irak binnen te vallen. Het Turkse leger beschikt naar eigen zeggen al over 11 militaire basissen in Noord-Irak en heeft met zijn militaire dreiging er voor gezorgd dat de PKK zich uit de regio van Sinjar moest terugtrekken. Het voert geregeld luchtbombardementen uit op PKK-doelwitten, waarbij ook burgerslachtoffers vallen. Merkwaardig genoeg is dat goeddeels onder de radar van de internationale gemeenschap gebleven.

Weinig hoopgevend allemaal voor de levensvatbaarheid van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië. Hoe zien de Syrische Koerden hun toekomst?  

De Brabander: Die vraag heb ik aan heel wat Koerden, ook politieke en militaire leiders gesteld. Ze weten dat ze vroeg of laat op zichzelf aangewezen zijn. Als de Amerikanen hen laten vallen, willen ze klaar zijn om hun autonomie politiek en militair te verdedigen. Daarom leggen ze niet alle eieren in één mandje. De PYD heeft een officieuze ambassade in Moskou en houdt de lijnen open met het Assad-regime in Damascus. De hoop is dat het met de Noordelijke Federatie dezelfde weg op gaat als met Iraaks Koerdistan. Afgezien van de episode met het mislukte onafhankelijkheidsreferendum heeft de Koerdische Autonome Regio zich sinds 2005 succesvol kunnen ontplooien, juridisch als onderdeel van Irak, maar de facto als een onafhankelijk gebied. Op de lange termijn zagen mijn gesprekspartners de natiestaten verdampen en wordt het Midden Oosten een lappendeken van autonome regio’s, een concept dat beter beantwoordt aan de etnische en religieuze diversiteit. Die visie hebben ze uit de boeken van Öcalan geplukt.

U heeft veel rondgereisd in Koerdisch gebied. Was u vrij om te gaan en staan waar u wilde? 

De Brabander: Laat ons zeggen dat ik half embedded heb gereisd. Er waren restricties, ik reisde onder begeleiding en moest mijn bestemming vooraf bekend maken. Die beperkingen werden vooraf door terechte veiligheidsoverwegingen ingegeven. De vele controleposten staan er heus niet zomaar, er werden en worden nog altijd aanslagen gepleegd. Maar op het terrein heb ik geen enkele dwang ervaren. Of ik nu in Kobani, Mambisj, Qamishli of een afgelegen dorp stopte, ik mocht vrijuit praten met eender wie. 

De Syrische burgeroorlog is nog niet afgelopen, laat staan dat de gevolgen voor de wijde regio al duidelijk zijn. Is het dan niet voorbarig om het politieke experiment in Rojava te evalueren?

De Brabander: Ik ziet het niet als een definitief oordeel, maar als een tussentijdse balans. In mijn laatste hoofdstuk zet ik sterke en zwakke punten op een rij. Er is bijvoorbeeld kritiek van Amnesty International en Human Rights Watch. Repressie tegen opposanten, het rekruteren van minderjarige strijders, dat zijn zware feiten. Ik praat die niet goed, maar anderzijds vind ik wel dat je rekening moet houden met de omstandigheden. Er woedt nog altijd een burgeroorlog, Turkije vormt een existentiële bedreiging, en intussen krijgen rechts-conservatieve opposanten steun van het Iraakse-Koerdische Barzani-regime. De geschiedenis zal uitwijzen welke kant het uitgaat, maar mijn tussentijdse balans is eerder positief. Ik heb de indruk dat ze in Rojava een eerlijke poging ondernemen om een nieuwe maatschappij te bouwen, weliswaar met veel pragmatiek en compromissen.

Het Koerdisch Utopia, Ludo de Brabander, Epo, 216 pagina’s, 23,50 euro

Ludo De Brabander

55

studeerde verpleegkunde en pers- en communicatiewetenschappen in Gent

woordvoerder linkse vredesbeweging Vrede vzw

activist en publicist, schrijft vaak over ontwapening, Palestina en de Koerdische kwestie

co-auteur met Georges Spriet van ‘Als de NAVO de passie preekt’ (2009)