Auteursarchief: Erik Raspoet

Punch-baas Guido Dumarey: “We moeten meer op diesel inzetten”

Knack, 19 maart 2019

In Frankrijk noemen ze hem de Belgische Bernard Tapie. Vergezocht, al heeft Guido Dumarey net zoals Tapie een rechtstreekse lijn met het Elysée in Parijs. Gesprek met een serieel ondernemer in de autoindustrie. “Elektrisch rijden zal niet van de grond komen”.

foto: Hatim Kaghat

We hebben hem naar Train World in het station van Schaarbeek gelokt, een universum vol spoorwegaffiches en miniatuurtreinen. Guido Dumarey (59) kan de ironie wel smaken. Als iemand weinig op heeft met de ijzeren weg of andere vormen van openbaar vervoer, dan zal hij het wel zijn. Dumarey is een autofreak pur sang die in het weekend graag over racecircuits mag razen om de stress van een hectische werkweek achter zich te laten. Een serieel ondernemer wordt hij genoemd, specialist in het opkopen en herstructureren van techbedrijven. Met familieholding Punch International was hij onder meer actief in digital printing en telematica. Het zwaartepunt van de industriële activiteiten lag evenwel altijd bij de auto-industrie.

Punch is een verhaal van acquisities, fusies en naamsveranderingen die gelijke tred hielden met constant wijzigende aandeelhoudersstructuren. Nog altijd wordt hij geassocieerd met Punch Powertrain in Sint-Truiden, de producent van automatische aandrijfsystemen waarover hij door de financiële crisis van 2009 de controle verloor. Dumarey, een kat met negen levens, knokte zich terug in de lucratieve en snel groeiende markt van automaten. Zijn voornaamste bedrijf heet intussen Punch Powerglide, het verhikel waarmee hij in 2013 in het Franse Straatsburg een GM-fabriek van automatische versnellingsbakken overnam.

De laatste maanden is zijn naam niet uit de Franse media te branden. Dumarey is verwikkeld in een complex overnamedossier rond alweer een versnellingsbakkenfabriek, Ford Aquitaine Industries (FAI) in Blanquefort-Bordeaux. Eigenaar Ford Europe wil de vestiging met 850 werknemers sluiten, ondanks het door de vakbonden gesteunde overnamebod van Dumarey dat het behoud van 350 à 400 banen waarborgt. De zaak staat hoog op de politieke agenda, zowel bij de regionale overheden als in Parijs. De Franse minister van economie Bruno Le Maire ontpopte zich tot een hevig pleitbezorger voor het Belgische reddingsplan. Dumarey beschikt al langer over uitstekende entrees in Parijs. De Franse president himself zit in zijn netwerk, een connectie die ontstond toen Emmanuel Macron als minister van economie onder PS-president Hollande zijn fabriek in Straatsbrug bezocht.

Is de overname ondanks de politieke en syndicale steun definitief van de baan?

Guido Dumarey: Het is ingewikkeld. Ford Europe wil niet terugkomen op de aangekondigde sluiting die overigens grondig werd voorbereid met een goed sociaal akkoord. Ik begrijp hun houding. Dit is slechts de eerste van een reeks geplande herstructureringen in Europa. Als ze hier de mist ingaan, maken ze een slechte indruk bij de aandeelhouders. Tegen eind juli gaat de fabriek dicht, dat staat sinds vorige week vast. Maar we hebben een plan B. In Blanquefort staat nog een tweede fabriek van manuele versnellingsbakken, fifty-fifty in handen van Ford en Magna, de grootste auto-onderdelenproducent ter wereld. Ik kan nog niet in detail treden, maar we gaan proberen die fabriek over te nemen om vervolgens de activiteiten op de grotere en beter gelegen site van FAI te hernemen.

In eigen land staat u niet bepaald als vakbondsvriend bekend, zeker niet nadat u tijdens een sociaal conflict bij printbedrijf Punch Graphics een syndicaal afgevaardigde tegen de grond mepte. In Blanquefort echter wordt u door de CGT, de grootste vakbond van Frankrijk, als een witte ridder ontvangen. Voelt dat onwennig?

Dumarey. Helemaal niet. De Franse vakbonden hebben gezien wat ik in Straatsburg heb gepresteerd, ze weten dat ik mijn beloftes nakom. Ze respecteren me, en dat gevoel is wederkerig. Ik heb trouwens nooit een probleem gehad met arbeiders. Ik spreek hun taal, ik ken hun wereld. Het succes in Straatsburg verklaart ook waarom de Franse regering me in Blanquefort steunt. Typisch overigens voor een land met een sterk industriebeleid, iets waar we in België alleen kunnen van dromen.

Waar zit het verschil?

Dumarey: Multinationals kunnen België op een heel goedkope manier verlaten. Hoe is Ford uit Genk vertrokken? Zozo, zeiden ze tegen de Vlaamse regering, jullie willen nog wat subsidies recupereren? Dan geven we jullie de fabrieksterreinen, maar kom daarna niet meer zeuren over de kosten van de bodemsanering. Zoiets moeten ze in Frankrijk niet proberen, maar er zijn nog verschillen. Als je in Frankrijk tien arbeiders ontslaat, krijg je meteen een mannetje van de regionale overheid op bezoek. Wat is hier het probleem? Maar ook: hoe kunnen we helpen? Als het over werkgelegenheid gaat, spelen de Fransen kort op de bal. Eensgezind ook, op zo’n moment trekken liberalen, Gaullisten, socialisten of communisten aan hetzelfde zeel. En reken maar dat ze in Parijs op de hoogte zijn. Frankrijk blijft een erg gecentraliseerd land, alles passeert via president Macron en minister Le Maire. ,. Het contrast met de Belgische aanpak is schrijnend. Het kan nochtans niet moeilijk zijn om in zo’n klein land de 200 grootste fabrieken op de lijsten en proactief te bewerken. Hoe zien jullie de toekomst? Wat kunnen we doen om jullie te helpen groeien? Ik zie hier heel wat bedrijven die al jarenlang veel te weinig investeren. Binnen 5 à tien jaar zijn ze allemaal weg, en de overheid staat er bij en kijkt ernaar, Vlaams zowel als federaal.

U praat over Emmanuel Macron en Bruno Le Maire alsof het jeugdvrienden zijn. Hoe kort zijn de lijnen?

Dumarey: Ik ken ze allebei. President Macron zie ik natuurlijk minder vaak dan Bruno Le Maire die ik de laatste tijd haast wekelijks spreek. De weg naar Bercy 139, het ministerie van economie en financiën, vind ik intussen met mijn ogen dicht. Op die kabinetten merk je nog een verschil met ons land. Het loopt er vol met briljante dertigers, mensen van wie je nu al weet dat ze het ver gaan schoppen. In Nederland zie je dat ook, hun kabinetten zijn veel sterker bezet dan de Belgische.

Waarover praat u zoal met president Macron?

Dumarey: Hij is erg geïnteresseerd in onze activiteiten in de Elzas. We zijn de grootste industriële werkgever van Straatsburg. Dat vindt hij belangrijk, als ik met regionale politici praat, wordt dat meteen aan het Elysée gerapporteerd. Macron ziet de Grand Est als een strategische regio. Het is Frans, maar met een Duits verleden en mentaliteit. Niet onbelangrijk in het licht van zijn Europese ambities. De Frans-Duitse as is cruciaal om zijn plannen voor een nieuw en dynamischer Europa te realiseren.

President Macron heeft het niet onder de markt . De woede van de gele hesjes waait maar niet over, zijn populariteit zit op een dieptepunt, van de aangekondigde hervorming van de arbeidsmarkt komt ook al  weinig in huis. Zijn dat thema’s die u tijdens een presidentiële audiëntie kunt aansnijden?

Dumarey: Niet met de president, maar met minister Le Maire praat ik vrijuit. De situatie is overigens niet zo somber, je kunt de problemen van Macron echt niet vergelijken met de malaise onder zijn voorganger Hollande. Geef hem tijd, het komt wel goed met die hervormingen. De gilets jaunes? Twee weken geleden stonden ze op het rond punt bij onze bedrijfszone. Het ging er gemoedelijk aan toe, vanuit alle bedrijven in de omgeving werden paletten aangesleept om op te stoken. Ook door mensen van onze fabriek. Ik doe daar niet moeilijk over, want ik begrijp hun woede. Heel wat van die gele hesje wonen in achtergestelde gebieden zoals de Vogezen, een streek die ik erg goed ken. Punch Powerglide heeft er zijn centraal magazijn, we zijn er volop aan het bouwen. In de Vogezen is nauwelijks openbaar vervoer, de TGV stopt er niet, er is geen spoor van de vele faciliteiten die ze in de metropool vanzelfsprekend vinden. De mensen voelen zich drie keer gepakt door de klimaatmaatregelen die vanuit Parijs worden opgelegd. Ze betalen meer aan de pomp, hun dieselwagen verminderd in waarde, hun koopkrachtverlies wordt door de Franse indexregeling niet volledig gedekt. Natuurlijk worden ze dan boos. De kosten voor de transitie naar groene energie worden op hun schouders gelegd, terwijl ze in de Vogezen niet eens last hebben van slechte luchtkwaliteit.

Maar hoe ziet u die transitie dan? Automobiliteit is een belangrijke bron van zowel luchtverontreiniging als van broeikasgas.

Dumarey: Ik ontken de problemen niet. We moeten de CO2-uitstoot terugdringen. Daarom moeten in ons land Doel 4 en Tihange 3 open blijven. Dat is een no brainer, zeker in het licht van de stijgende elektriciteitsbehoeften. Zonder kernenergie wordt stroom onbetaalbaar, de prijsstijgingen wegen nu al zwaar op industriële en particuliere gebruikers. Zelf zie ik luchtverontreiniging als de grootste prioriteit. Maar dat is een probleem van stedelijke agglomeraties. Je moet dat niet aanpakken door mensen op het platteland de vrijheid te ontnemen om met hun diesel te rijden.

Dat klinkt als een provocatie aan het adres van alle klimaatspijbelaars. Moeten we niet zo snel mogelijk van diesel af? 

Dumarey: En met zijn allen elektrisch gaan rijden? Daar geloof ik niet in. Op termijn rijdt alles op waterstof, ik schat dat die technologie tegen 2030 of ten laatste 2040 op punt zal staan. In afwachting moeten we inzetten op diesel, nog altijd de efficiëntste brandstof op de markt. Hybride is de overgangstechnologie, moderne diesels gecombineerd met traditionele of plug-in accu’s. Superieur qua CO2-uitstoot, en zelfs beter voor de luchtkwaliteit dan benzinemotoren. Die stoten weliswaar minder NOx (stikstofoxide) uit, maar we weten intussen dat ze een bron zijn van schadelijke, ultrafijne deeltjes die via de neus rechtstreeks in de bloedbaan terechtkomen.

E-cars hebben nochtans de politiek wind in de zeilen, ook in België. Eigenaars worden fiscaal beloond, er liggen subsidies klaar voor het uitbouwen van een netwerk van laadpalen. Verloren moeite volgens u? 

Dumarey: We moeten daar toch eens grondig over nadenken. Volgens het Planbureau is tegen 2030 hoogstens een derde van het wagenpark deels geëlektrificeerd. Deels, want het gaat hoofdzakelijk om hybride, terwijl zuiver elektrisch niet meer dan 5 procent uitmaakt. Dat is niet verwaarloosbaar, in grootsteden zoals Antwerpen en Brussel kunnen elektrische deelwagens een rol spelen. Dus ja, we moeten elektrische wagens gaan bouwen. Klein en licht, want ik geloof niet in de Tesla-hype.

Waarom niet?  

Dumarey: Natuurlijk is Tesla een pionier. Knappe technologie, maar dat zeiden ze ook van de Concorde. Vliegen met 2 mach, in minder dan 3 uur van Londen naar New York. Fantastisch ingenieurswerk, maar de Concorde is wel een commerciële flop geworden. Zo zal het ook Tesla vergaan, er is geen echte markt voor. Een elektrische auto van meer dan twee ton, dat slaat als concept nergens op. Zeker niet met een afwerking die doet denken aan een Italiaan van 20 jaar geleden. En dan de prijs: 60.000 euro voor een Model 3, dat is geen Kever of 2 PK, laat staan een massaproduct waarmee je de automarkt hertekent.

Intussen bouwt Audi in Vorst wel al de volledig elektrische e-tron. China heeft zelfs een armada van lichte e-cars klaar. Die gaan ze niet alleen exporteren. Geely, eigenaar van Volvo, wil in Gent elektrische wagens bouwen. Het in Europa onbekende Thunder Power heeft een akkoord met het Waalse Gewest om vanaf 2020 op de Caterpillar-site in Gosselies een elektrische stadswagen van de band te laten rollen. Onderschat u het potentieel niet?  

Dumarey: Die e-tron van Audi is een SUV van 2,5 ton die 80.000 gaat kosten. Een Tesla dus, maar met Duitse afwerking. Dat China alles op elektrisch zet, is dan weer logisch. Het is de enige technologie die ze in de vingers hebben, bovendien kampen ze met het probleem van de luchtkwaliteit. Ik zit al meer dan tien jaar in China, ik heb nu een fabriek in Tianjin. De pollutie in de steden snijdt letterlijk de adem af, niet verwonderlijk als je weet dat hun explosieve groei volledig op steenkool draait. Fijn dat ze ons in België een graantje laten meepikken, maar ik zou niet te vroeg juichen. De komst van een elektrisch model naar Gent is nog geen certitude. Naar verluidt zou het dossier Thunder Power wel gunstig evolueren. Ik hoop het voor Wallonië, ze kunnen het daar gebruiken.

Jonathan Holslag, professor internationale politiek en Knack-columnist, waarschuwt onvermoeibaar voor het economisch imperialisme van China. Peking maakt met gesubsidieerde export de Europese economie kapot. Deelt u zijn ongerustheid?

Dumarey: Hij heeft gelijk, de handelsrelaties zijn niet evenwichtig. Die Nieuwe Zijderoute, die bouwen ze heus niet om onze producten in China te importeren. Chinezen denken strategisch. Via export en investeringen maar ook via emigratie nemen ze overal posities in, van Hong Kong over Australië tot Canada. Ze leggen een opvallend voorkeur voor Commonwealth-landen aan de dag. Wacht maar tot na de Brexit, dan volgt een ware Chinese ontplooiing in het Verenigd Koninkrijk. We moeten niet bang zijn, maar evenmin naïef. China kent geen privébedrijven, achter iedere handelspartner of investeerder schuilt de overheid. Geely, dat zijn in feite twee Chinese provincies. In die zin is het wrang dat België bij de overname van Volvo Gent een staatswaarborg van 190 miljoen heeft gegeven. Hoe je het ook bekijkt, dat is een subsidie van de Belgische belastingbetaler aan een Chinees staatsbedrijf.

Terug naar België. De regering Michel klopt zich op de borst als de meest ondernemingsvriendelijke in jaren, met de taxshift als voornaamste exploot. Bent u onder de indruk?

Dumarey: Niet bepaald, van een nieuw industrieel beleid heb ik alleszins niks gemerkt. Na de sluiting van Renault Vilvoorde in 1997 telde ons land nog vier autofabrieken. Nederland had er slechts één, NedCar in Eindhoven. Vandaag schieten er in België nog twee over, en er werken opgeteld evenveel mensen als in die ene Nederlandse autofabriek. Dan ben je niet goed bezig. We spreken hier wel over industriële tewerkstelling, volwaardige banen waar gezinnen kunnen van leven. Die moet je koesteren. Ik geloof niet in laagbetaalde flexijobs. Voor studenten, tot daar aan toe. Maar het is een schande dat steeds meer veertigers en vijftigers twee baantjes moeten combineren om rond te komen.

Toch koestert u opnieuw plannen in België. Punch Powerglide wil 100 miljoen investeren in de productie van hybride aandrijfsystemen in Dour, vlakbij de Franse grens. Komt die nieuwe fabriek met 500 arbeidsplaatsen er echt?

Dumarey: Het dossier evolueert gunstig, maar niks is definitief. We hebben nog andere opties voor de locatie.

U onderhandelt met het Waals gewest. Is dat moeilijk voor een ondernemer die openlijk voor Vlaamse onafhankelijkheid pleit?

Dumarey: Nee, ze kennen mijn standpunt. Ik zie een onafhankelijk Vlaanderen trouwens als een land met rijke buurlanden, waaronder Wallonië. Een republiek uiteraard, want ik heb een hekel aan de Belgische monarchie. Die aversie heeft veel te maken met de figuur van koning Albert. Een vader die zijn dochter niet erkent, lager kun je niet gaan. 

In de Franse media wordt u de Belgische Bernard Tapie genoemd. Flatteert die vergelijking?

Dumarey (brede grijs). Ze doen maar. Ik heb Tapie nooit ontmoet, maar ik veronderstel dat hij ook goeie dingen heeft gedaan.

foto Hatim Kaghat

Guido Dumarey – bio

1959, Knokke

graduaat automechanica, Vlerick Business School

eerste baan: bandenproducent Michelin

eerste bedrijfsovername: metaalbedrukker New Impriver

brengt in 1999 familieholding Punch International naar beurs, onder meer actief in automotive, metaalbewerking, digital printing (Xeikon) en vastgoed

koopt in 2006 ZF Sint-Truiden, producent traploze, automatische versnellingsbakken die tot Punch Powertrain wordt herdoopt. Begint tweede fabriek in Nanjing-China

2009: financiële problemen dwingen tot verkoop Punch Powertrain aan de LRM

2013: neemt onder Punch Powerglide GM-versnellingsbakkenfabriek in Straatsburg over

Produceert in Frankrijk, Slowakije en China, R&D in Australië

1500 werknemers, 500 miljoen euro omzet

hobby: autoracen

Jean-Claude Tshisekedi over de nieuwe Congolese president: “Vader zou trots zijn op Félix”

Knack, 6 februari 2019

Een familienaam is geen vrijblijvend visitekaartje, daar weet Jean-Claude Tshisekedi alles van. Sinds twee weken is hij niet langer zoon van wijlen UDPS-leider Etienne maar broer van Congo’s nieuwe president Félix. De eedaflegging heeft hij vanop de eerste rij gevolgd, de Congolese politiek observeert hij vanaf de zijlijn. Kiesbedrog in Kinshasa? ‘De Congolezen zijn erg tevreden met het verloop van de verkiezingen’.

Tubize, een hoekhuis met zicht op de failliete staalfabriek Forges de Clabecq. Jean-Claude Tshisekedi (59) zegt dat we niet op de koffers in de hall moeten letten. Hij is pas terug uit Kinshasa, heeft nog geen tijd gevonden om op te ruimen. Het was zijn eerste bezoek in bijna dertig jaar aan zijn geboortestad, niet meteen een bewijs van grote heimwee. Deze gelegenheid echter wilde hij voor geen geld van de wereld missen. Jean-Claude zat op de eretribune toen zijn jongere broer Félix de eed aflegde als president van de Democratische Republiek Congo. Het historisch moment, de eerste vreedzame machtsoverdracht sinds de onafhankelijkheid in 1960, viel samen met een zeldzame reunie. Jean-Claude, Roger, Félix, Christian, Jacques en Thierry, de zes zonen van wijlen UDPS-leider Etienne Tshisekedi waren present.

De beelden gingen de wereld rond. Uittredend president Joseph Kabila, verrassend jong ogend zonder zijn witte baard, bleef onbewogen toen zijn opvolger halverwege de ceremonie door een malaise werd getroffen. Félix Thsisekedi herstelde zich na een paniekerig kwartiertje, maar aan de beeldvorming deed het geen deugd. De hamvraag klonk luider dan ooit: wie heeft voortaan werkelijk de touwtjes in handen in het grootste Afrikaanse land bezuiden de Sahara? De leider van de historische oppositiepartij UDPS die volgens de officiële kiescommissie Céni de presidentsverkiezingen van 30 december met 38,5 procent heeft gewonnen? Of blijft de machtigste man dezelfde die Congo de voorbije 18 jaar als staatshoofd bestuurde? Joseph Kabila zou het met Thsisekedi op een akkoordje hebben gegooid na het mislukken van zijn plan A, het laten verkiezen van zijn partijgenoot en dauphin Emmanuel Shadary. In ruil voor het presidentschap zou Tshisekedi de belangen van Kabila en diens entourage vrijwaren. Slachtoffer van de deal zou Martin Fayulu zijn, de andere oppositieleider die volgens onafhankelijke waarnemers de presidentsverkiezingen overtuigend heeft gewonnen. 61 procent tegenover slechts 15% voor Tshisekedi, zo moet blijken uit cijfers van de katholieke bisschoppenconferentie Cenco, die op 30 december 40.000 waarnemers had ontplooid. Van een echte alternance zou bijgevolg geen sprake zijn. De nieuwe president zou weinig in de pap te brokkelen hebben. De echte hefbomen van de macht, met name leger, veiligheidsdiensten en concessies voor land- en mijnbouw, blijven in handen van Kabila en co.

Een week na de plechtigheid ziet de wereld er heel anders uit. De twijfels over de verkiezingsuitslag blijven knagen, maar de machtsoverdracht is een voldongen feit. De internationale gemeenschap, het Westen en de Organsiatie voor Afrikaanse Eenheid op kop, hebben hun aanvankelijke kritiek ingeslikt. Schoorvoetend, uit vrees dat een gezagscrisis kan escaleren tot een totale implosie die niet alleen Congo maar de hele regio in vuur en vlam zou zetten. In Congo zelf bleef het trouwens opvallend rustig. Fayulu’s oproep tot vreedzaam straatprotest vond nauwelijks gehoor, ook al door de alomtegenwoordigheid van Kabila’s gevreesde veiligheidsdiensten. De Katholieke Kerk van haar kant heeft het vernietigende rapport van de Cenco stilletjes opgeborgen. Bij de eedaflegging was een vertegenwoordiger van het episcopaat opvallend aanwezig. En dus breekt ook voor Jean-Claude in België een nieuwe levensfase aan. ‘Ik werd altijd als de zoon van beschouwd’, zegt hij met brede grijs. ‘Voortaan echter moet ik als de broer van door het leven. Door mijn werk op de personeelsdienst van de gevangenis van Ittre ben ik snel moeten terugkeren. Wie we daar hebben, riepen de collega’s maandag, le frère du président! Ze maken er grapjes over, maar er zijn er die zich echt interesseren voor wat er in Congo gebeurt.

Aan sterke verhalen geen gebrek. Wat dacht u toen Félix tijdens zijn eedaflegging onwel werd?

Jean-Claude Tshisekedi: Ik was niet echt ongerust, maar op de tribune brak paniek uit. Het was die dag echt wel snikheet in Kinshasa, en je gaat niet in korte broek naar een eedaflegging. Mijn broer kreeg het heel benauwd met zijn kostuum en zijn kogelvrije vest. En ja, de stress speelde hem parten, het gewicht van de geschiedenis drukte op zijn schouders. Maar na een kwartiertje was hij weer op de been en heeft hij er zelfs een grap over gemaakt. Comprénez mon émotion, zei hij met een knipoog naar Mobutu die dezelfde woorden gebruikte toen hij het einde van de één-partijstaat aankondigde. Een goede zet, daarmee was de spanning van de lucht.

Had u veel contact met Félix in de aanloop naar de plechtigheid?

Tshisekedi: Hij was natuurlijk heel druk, maar toch maakte hij geregeld tijd voor de familie. Félix is altijd de dauphin van papa geweest, de enige van de zes zonen die resoluut voor de politiek heeft gekozen. Toch luistert hij naar zijn broers, ook over politiek. We willen hem niet voor de voeten lopen, maar we zien het wel als onze plicht hem bij te staan. Daarom was de hele familie aanwezig, ook halfzussen, ooms en neven. Alleen maman is in België gebleven, ze wil pas terugkeren als vader wordt begraven.

Het stoffelijk overschot van uw vader ligt al meer dan twee jaar in een Brussels mortuarium. Ex-president Kabila weigerde koppig zijn toestemming voor de repatriëring, uit vrees dat de UDPS de begrafenis in volle kiescampagne zou verzilveren. De verkiezingen zijn achter de rug, en de UDPS maakt zich klaar om samen met Kabila’s coalitie een regering te vormen. Wordt Etienne Tshisekedi binnenkort in zijn geboorteland ter aarde besteld?

Tshisekedi: Dat is absoluut de bedoeling, deze absurde situatie heeft lang genoeg geduurd. Er wordt nog over de details onderhandeld, maar binnenkort begint men eindelijk met het inrichten van de begraafplaats in N’Sele die al eerder werd gereserveerd. De datum ligt nog niet vast, maar ik verwacht dat vader in maart of april wordt gerepatrieerd.  

Uw vader heeft twee keer nipt naast het hoogste ambt gegrepen. Na Mobutu’s val in 1997 beschouwde hij zich als wettelijk staatshoofd maar werd hij aan de kant geschoven door rebellenleider Lauren-Désiré Kabila. In 2011 verloor hij wellicht door fraude de presidentsverkiezingen van Joseph Kabila. Hoe bijzonder is het voor Félix om de droom van Etienne waar te maken?

Tshisekedi: Het is erg emotioneel. Vader was een monument, daarover zijn vriend en vijand het eens. Het vergde veel moed om eind jaren zeventig tegen Mobutu op te komen, en hij heeft er een zware prijs voor betaald. Gevangenis, mishandeling, ballingschap, niks is hem bespaard gebleven. De familie deelde in de klappen, in Kinshasa blijven was geen optie. Ik werd met Roger al in 1981 naar België gestuurd, Félix is twee jaar later met de rest van de familie gevolgd. Mijn broer moet grote schoenen vullen, maar hij is er klaar voor. Waar vader zich nu ook moge bevinden, ik ben zeker dat hij erg trots is op Félix.

Over Félix presidentschap hangt helaas de schaduw van vermeend kiesbedrog. Net als uw vader acht jaar geleden beschouwt Martin Fayulu zich als de echte winnaar van de presidentsverkiezingen. Hoe kijkt u daar tegenaan?

Thsisekedi: Ik ken de cijfers van de Cenco, ik volg de media en hoor de geruchten. Maar zeg nu zelf: waarom komt het Congolese volk dan niet in opstand? Fayulu zou 61 procent hebben gehaald, terwijl Félix met 15 procent als derde zou geëindigd zijn. Komaan, zo’n massief kiesbedrog zouden de Congolezen nooit slikken. 

Tenzij ze zich door leger en politie geïntimideerd voelen…

Tshisekedi: Het klopt dat de mensen bang zijn voor repressie, maar dat is niet het punt. Wat de Cenco ook mag beweren, de Congolezen zijn best tevreden met het verloop van de verkiezingen. De verandering is een feit, Kabila’s plan om zich aan de macht vast te klampen is mislukt. En dat allemaal zonder chaos! Niet alleen de internationale gemeenschap maar vooral de Congolezen zelf waren als de dood voor grootschalig geweld. Stel dat de Céni toch Shadary tot overwinnaar had uitgeroepen, dan was het land ontploft. De Congolezen hebben de voorbije weken veel maturiteit aan de dag gelegd. Tijdens Félix speech werd er vanuit het publiek een bekende slogan van vader geroepen: le peuple d’abord! Dat vat de situatie goed samen: het volk schenkt Félix zijn vertrouwen, maar niet onvoorwaardelijk. Hij moet meteen werk maken van twee prioriteiten. De rechtstaat herstellen en het algemene levenspeil verbeteren.

Heeft hij daar voldoende slagkracht voor? Volgens sceptici blijft de echte macht in handen van ex-president en senator voor het leven Joseph Kabila. Diens partij heeft trouwens de parlementsverkiezingen met een verpletterende meerderheid gewonnen, waardoor de UDPS tot een moeizame cohabitatie wordt gedwongen…

Tshisekedi: Dat klopt niet helemaal. De parlementsverkiezingen werden gewonnen door een platform van Kabila’s PPRD en een resem lokale partijen, vaak nieuwe bewegingen rond één lokaal populaire politicus. Die hebben de parlementsverkiezingen gewonnen, de PPRD zelf heeft bar slecht gescoord. We moeten de macht van Kabila en zijn entourage niet overdrijven. De harde kern is een clubje van een tiental intimi, onder wie zijn tweelingzus die een enorm zakenimperium heeft uitgebouwd. Felix is echter niet rancuneus, het ligt niet in zijn bedoeling de Kabilisten frontaal aan te pakken. Dat hoeft ook niet, hard werken en resultaten boeken is nu de boodschap. Eens hij zijn gezag als president heeft gevestigd, zullen heel wat van Kabila’s medestanders oversteken. Politieke allianties zijn in Congo tijdelijk, iedereen draait mee met de wind van de macht. Er zijn trouwens al gesprekken aan de gang, ook met het kamp van Fayulu.

Vermoedelijk niet met Martin Fayulu zelf, want die heeft de uitgestoken hand van Félix geweigerd en blijft oproepen tot vreedzaam burgerprotest. 

Tshisekedi: Ach ja, geef hem wat tijd om zich met de nieuwe realiteit te verzoenen. Waarom zouden ze niet kunnen samenwerken? Martin Fayulu heeft jarenlang samen met de UDPS oppositie tegen Kabila gevoerd. Hij is een echte patriot die bij het volk veel respect geniet. Toch heeft zijn legitimiteit met deze verkiezingen een knauw gekregen. Iedereen wist dat Fayulu in feite voor Moïse Katumbi reed.

Jean-Claude Tshisekedi is de broer van Felix Tshisekedi, president van Congo. (foto: Franky Verdickt)

Katumbi ging na na een dubieuze veroordeling wegens financieel gesjoemel in buitenlandse ballingschap, volgens velen een manoeuvre van Kabila om een potentiële rivaal te neutraliseren. Krijgt hij onder president Tshisekedi amnestie?

Tshisekedi: Ik denk het wel. Félix is al begonnen met het herstellen van de rechtstaat. Een van zijn eerste beleidsdaden was de vrijlating van alle politieke gevangenen. Dan is het logisch dat Katumbi naar Congo mag terugkeren, tenminste als blijkt dat hij het slachtoffer was van een politiek proces. 

Boze tongen trekken de geschiktheid van Félix in twijfel. Hij is niet hard genoeg en mist de koppigheid van zijn vader. Wat vindt u daarvan?

Tshisekedi: Wees gerust, Félix kan bijzonder hard uit de hoek komen. Natuurlijk is hij geen kopie van vader, Félix komt diplomatischer en vriendelijker over. Goede eigenschappen, want een president regeert niet alleen. Félix laat zich goed omringen, met Vital Kamerhe heeft hij bijvoorbeeld een uitstekende kabinetschef die alle finesses van de Congolese politiek kent. 

Een week na de verkiezingen, nog voor de bekendmaking van de uitslag, kwam aan het licht dat Félix bij zijn kandidaatstelling een vervalst diploma van de Brusselse hogeschool ICC had voorgelegd. Volgens sommige analisten hangt die fraude hem als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Een klacht voor het Grondwettelijk Hof zou zomaar tot zijn afzetting kunnen leiden. Is hij niet chanteerbaar, onder meer door senator voor het leven Joseph Kabila die de rechters van het het Grondwettelijk Hof zelf heeft benoemd?

Tshisekedi: Hoezo het Grondwettelijk Hof hem afzetten? Het Hof heeft nog maar pas zijn verkiezingsoverwinning bevestigd door Fayulu’s klacht te verwerpen. Dat zogenaamde diplomaschandaal slaat nergens op. Mijn broer heeft helemaal geen diploma voorgelegd bij zijn kandidaatstelling. Dat moest ook niet, want het verkiezingsreglement voorzag in twee opties. Behalve een universitair diploma mochten kandidaten het bewijs voorleggen van hun politieke loopbaan. Dat heeft Félix dus gedaan, hij heeft zijn voorzitterschap van de UDPS aangetoond.

U was dertig jaar niet meer in Congo. Viel de hernieuwde kennismaking mee?

Tshisekedi: Ik was geschokt door het verval en de armoede. Zelfs Gombé, in mijn kindertijd een chique buurt van Kinshasa, is een puinhoop geworden. Mijn broer staat voor een gigantische opdracht. Een van de ergste kwalen is de corruptie. Als een ambtenaar of leraar een salaris van 100 dollar verdient, dan blijft er 40 dollar aan de vingers van de chef of de directeur plakken. Idem voor het leger, de officieren romen de soldij van hun manschappen af. Daar wil Félix dus korte metten mee maken. Salarissen zullen rechtstreeks worden gestort, zonder graaiende tussenpersonen. Om het land uit het slop te halen is natuurlijk meer nodig. De economie aanzwengelen, banen scheppen. Het is toch stuitend dat Congo niks produceert? Er worden alleen grondstoffen gedolven, maar daar worden de Congolezen nauwelijks beter van. Als de Chinezen in ruil voor grondstoffen wegen aanleggen en gebouwen optrekken, brengen ze hun eigen arbeiders mee. Zelfs dat werk wordt de Congolezen niet gegund! Ook dat wil Félix veranderen, hij wil de mijncontracten openbreken en betere voorwaarden afdingen.

Nepotisme is een oud zeer in de Congolese politiek. Onder Mobutu of Kabila zou u als ‘broer van’ de lucratieve postjes of benoemingen voor het uitkiezen hebben. Wordt die traditie voortgezet?

Tshisekedi: (lacht) Félix wil breken met elke vorm van cliëntelisme. Makkelijk wordt het niet, want er zal aan zijn mouw worden getrokken. Het zit er nu eenmaal ingebakken in de zeden van het land, dat heb ik vorige week nog kunnen vaststellen. Onze auto werd bij een van de vele checkpoints gecontroleerd. De chauffeur verloor zijn geduld. “Je weet toch wie er op de achterbank zit”, riep hij naar de militairen, “de broer van de nieuwe president”. Ik pruttelde tegen, maar we werden meteen doorgezwaaid. Ik heb me in België nooit op mijn familienaam laten voorstaan. Op een keer werd ik door de politie aan de kant gezet wegens overdreven snelheid. De agent zette grote ogen toen hij mijn identiteitskaart zag. Toch geen familie van de bekende politicus, vroeg hij. Toeval, heb ik geantwoord, Tshisekedi is in Congo een populaire naam. Helaas is niet iedereen even discreet. Op de sociale media circuleert een filmpje van een verre neef die in een discotheek een half dozijn flessen champagne bestelt. “Je suis le cousin du president congolais”, roept hij zodat iedereen het kan horen. Zulle toestanden kunnen we niet tolereren.

Overweegt u terug te keren naar het land van president Tshisekedi?

Tshisekedi: Ik zou op termijn in Congo wel een bedrijf willen oprichten, bij voorkeur iets met groene stroom. Twee van mijn boers zijn trouwens nu al aan het uitkijken naar opportuniteiten. Onze Roger bijvoorbeeld wil ginder iets beginnen met zijn kennis van autotechnologie. Investeren, banen scheppen, zo help je het land vooruit. Maar definitief verhuizen? Nee, ik voel me goed in België, net zoals mijn vrouw en vier kinderen. Ik bezoek al eens graag een museum of tentoonstelling, Frankrijk is mijn favoriete vakantieland. Comme un vrai Belge quoi.

Brazilië op de schop: de wittebroodsweken van Jair Bolsonaro

Knack Magazine, 30 januari 2019

Jair Bolsonaro heeft zijn start niet gemist. De extreemrechtse president van Brazilië signeert aan de lopende band decreten die schokgolven door zijn land jagen. De beurs van Sao Paulo piekt, mijnbouwbedrijven en agro-industriëlen juichten, verdedigers van inheemse volkeren en landloze boeren zien hun ergste vrees overtroffen. ‘De Trump van de Tropen? Ik zie hem meer als een Braziliaanse Duterte’.

foto: Wikipedia

Niemand zal Jair Messias Bolsonaro een gebrek aan daadkracht verwijten. Nauwelijks drie weken na zijn eedaflegging heeft de extreemrechtse, populistische president al een resem verregaande besluiten genomen. Buitenlandse ngo’s worden aan banden gelegd. De erkenning van reservaten voor inheemse volkeren verhuist van de Fundação Nacional do índio (FUNAI) naar het ministerie van landbouw. Het ministerie van cultuur wordt simpelweg opgedoekt, en vorige week vaardigde hij een decreet uit om de regelgeving op particulier wapenbezit drastisch te versoepelen.

Zonder uitzondering betreft het maatregelen die hij tijdens zijn campagne had aangekondigd. Deze president maakt zijn beloftes waar, is de boodschap voor zijn achterban. De vliegende start doet onvermijdelijk denken aan de wittebroodsweken van zijn Amerikaanse ambstgenoot. Bolsonaro, die eind oktober met 55 procent afgetekend de verkiezingen won van zijn sociaaldemocratische uitdager Fernando Haddad, wordt niet zomaar de Trump van de Tropen genoemd. Qua grof taalgebruik doet de gewezen militair en zakenman niet onder voor de bewoner van het Witte Huis. Schofferen van vrouwen, homo’s, Afro-Brazilianen en andere minderheden is zowat zijn handelsmerk. Hij belijdt openlijk zijn heimwee naar de militaire dictatuur, pleit voor vrij wapenbezit en de herinvoering van de doodstraf, noemt klimaatopwarming een linkse samenzwering en doet kritische journalisten af als leugenachtig gespuis. Economisch staat hij voor een ultraliberale koers. De agro-industrie en mijnbouw, twee sterkhouders van de Braziliaanse export, mogen door niets of niemand worden belemmerd, vooral niet door milieu-overwegingen of rechten van inheemse volkeren. In die zin is het uitkleden van de FUNAI een teken aan de wand. Brazilië telt zo’n 180 inheemse volkeren. Die leven lang niet allemaal in beschermde reservaten, maar toch zijn de terras indíginas, nagenoeg allemaal gelegen in het Amazonewoud, goed voor 13 procent van Braziliaanse grondgebied. Bolsonaro wil morrelen aan de beschermde status. Het openstellen van de inheemse reservaten voor land- en mijnbouw was één van zijn meest omstreden programmapunten.

Dom André

De vraag is of de soep zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend. Presidentiële decreten krijgen pas uitwerking als ze binnen de drie maanden door het parlement worden goedgekeurd. Toch is de ongerustheid van mensenrechtenorganisaties, milieu-activisten en belangenorganisaties van inheemse volkeren de voorbije weken tot paniekniveau aangezwollen. Ook de samenstelling van Bolsonaro’s kabinet belooft immers een extreemrechts, ultra-conservatief beleid. Paulo Guedes, superminister van economie en handel, is een volbloed neoliberaal geschoold aan de befaamde Chicago School of Economics. De evangelische predikante Damares Alves, een intima van Bolsonaro, krijgt behalve familie en vrouwenzaken de gekortwiekte FUNAI onder haar hoede. Nog een opmerkelijke naam is die van justitieminister Sergio Moro, de  voormalige anticorruptie-magistraat die een hoofdrol speelde bij de afzetting van de socialistische president Dilma Roussef. Moro was bovendien de federale rechter die vorig jaar tussenkwam om Dilma’s voorganger, de wegens corruptie veroordeelde maar nog altijd populaire Lula da Silva, achter de tralies te houden waardoor hij geen politieke comeback kon maken. Van de 22 ministerposten worden er liefst zeven door oud-generaals bekleed. Vrouwen moeten het met twee portefeuilles stellen, terwijl het kabinet geen enkele Afro-Braziliaan of andere kleurling telt.

‘Het is nog erger geworden dan ik had gevreesd’, zegt André De Witte, een Vlaamse priester-missionaris die sinds 1994 bisschop is van Ruy Barbosa in de Noord-Oostelijke deelstaat Bahia. ‘Bolsonaro koestert een viscerale haat tegen alles wat progressief is. Ik vrees voor de rechtstaat, al moet ik daar eerlijkheidshalve aan toevoegen dat die al langer onder vuur ligt. Bolsonaro is immers niet uit de lucht komen vallen, je kunt zijn verkiezing beschouwen als het sluitstuk van een rechtse machtsgreep die begonnen is met de afzetting van Dilma. Ze werd niet eens van corruptie beschuldigd, haar enige misstap is het afleiden van fondsen van één departement naar een ander, een budgettaire kunstgreep die alle deelstaatregeringen en lokale besturen wel eens gebruiken. De rol van de nieuwe justitieminister Moro is erg dubieus. Op het moment dat hij als rechter Lula buiten spel zette, was hij al met Bolsonaro zijn politieke carrière aan het plannen’.

André De Witte, naar Bahia vertrokken in 1976, op het hoogtepunt van de militaire dictatuur, is een naam binnen de Braziliaanse kerk. De uitgeweken Oost-Vlaming, agronoom van opleiding, is voorzitter van de Comissão Pastoral da Terra (CPT), een invloedrijke organisatie binnen de Braziliaanse bisschoppenconferentie die opkomt voor kleine en landloze boeren. Dom André haalde zich in september de woede van Jair Bolsonaro en diens aanhangers op de hals, nadat hij een pastorale brief had gepubliceerd met een nauwelijks verholen stemadvies tegen de extreemrechtse presidentskandidaat. ‘Nochtans heb ik die brief geen namen genoemd’, zegt hij. ‘Maar kort nadien werd ik door een Zwitserse webkrant geïnterviewd. Het stuk werd vanuit het Frans naar het Portugees vertaald, met inbegrip van de titel. “Braziliaanse bisschop noemt Bolsonaro een echt gevaar”, stond er. Dat deed veel stof opwaaien, maar ik ben ondertussen niet van mening veranderd. Integendeel, zijn decreet op de verkoop van vuurwapens doet het ergste vermoeden. Vorig jaar vielen 68.000 doden bij schietparijen en bendegeweld, een absoluut record. Maar burgers bewapenen is niet de oplossing, het aantal slachtoffers zal zelfs nog oplopen. Erger nog is dat de nieuwe wapenwet kan leiden tot het criminaliseren van bewegingen zoals de MST en de MTST, ogansiaties die opkomen voor landloze boeren en dakloze arbeiders’.

Hij illustreert het met een voorbeeld uit zijn eigen bisdom: een conflict tussen landloze boeren en een rijke dokter, tevens eigenaar van een onbebouwd stuk land van 1.300 hectaren. We skippen de uitleg over complexe wetten die door de eigenaar en de bezetters verschillend werden geïnterpreteerd. Feit is dat de CPT aan de kant stond van de zowat 40 families die het betwiste land hadden bezet. Grond dient om te bewerken en niet om mee te speculeren, is het credo. ‘In de toekomst kan een eigenaar bij zo’n bezetting meteen naar de wapens grijpen’, maakt dom André zijn punt. ‘ Wettige zelfverdediging, zal hij roepen met de nieuwe wapenwet in de hand’.

Boi, Bíblia en Bala

Luc Vankrunkelsven neemt naar eigen zeggen het woord fascist niet licht in de mond. ‘Maar op Bolsonaro is het van toepassing’, zegt hij. ‘Hoe bestempel je anders een president die verklaart dat je pas een goede politieagent bent als je iemand hebt doodgeschoten? De Trump van de Tropen wordt hij genoemd, maar ik denk dat de vergelijking met de Filippijnse  president Duterte meer steek houdt’. Als Norbertijn van Averbode staat Vankrunkelsven enkele trappen lager in de katholieke hiërarchie dan een bisschop. Hij is echter evenzeer als Dom André  begaan met het lot van kleine boeren en landlozen in Brazilië. De bezieler van Wervel, de beweging voor een gezonde en rechtvaardige landbouw, woonde jarenlang in Brazilië en verblijft er nog geregeld. Hij publiceert aan de lopende band, zowel in het Nederlands als in het Portugees. Zijn jongste boek, ‘De Kikker die zich niet laat koken’ gaat onder meer over de wisselwerking tussen de klimaatverandering, de Braziliaanse agro-industrie en het Europese landbouw- en consumptiemodel.

‘Bolsonaro’s verkiezing bewijst nogmaals hoezeer het cliché van de drie B’s klopt’, zegt hij. ‘Boi, Bíblia en Bala, dat is waar de Braziliaanse politiek om draait.  Bala, kogel, symboliseert de invloed van leger, politie en de wapenindustrie. De B van Bijbel spreekt voor zichzelf. Bolsonaro leunt sterk op de neo-pinksterkerken, zeg maar protestantse secten die uiterst reactionaire ideeën propageren, onder meer over vrouwenrechten, lgbt’s maar ook over inheemse volkeren. Ze krijgen geld en steun vanuit Amerika, een bekend verhaal. Onder Ronald Raegan werden protestantse sekten gezien als bondgenoten om de volgens Washington te linkse Katholieke Kerk te verzwakken. Die sekten hebben vorig jaar een grote rol gespeeld in de vuile oorlog op de sociale media. Vooral via Whatsapp werden tonnen bagger en leugens over Fernando Haddad en andere tegenstanders van Bolsonaro uitgestort’. 

Het is de B van Boi die hem het meest vertrouwd is. Het rund staat in deze voor de macht van de agro-industrie die volgens Vankrunkelsven niet los kan worden gezien van de cruciale grondkwestie. ‘Brazilië is een land waar 1 procent van de bevolking 44 procent van de landbouwgronden controleert. Sommige grootgrondbezitters hebben meer dan 100.000 hectaren in handen, maar hun honger naar areaal voor exportteelten zoals soja, maïs, suikerriet en katoen blijft groot. Ontbossing is het gevolg, een proces dat volgens een vast stramien verloopt. Eerst slepen ze het hout weg, dan plaatsen ze er koeien, en vervolgens komt er soja of maïs. Drie keer langs de kassa, met nefaste gevolgen voor de biodiversiteit en het klimaat. Tussen onze overconsumptie van vlees en de ontbossing in Brazilië loopt een rechte lijn. De echte opmars van de agro-industrie speelde zich de voorbije jaren in de Cerrado af, de Braziliaanse savanne. Daar spreekt hier niemand over, terwijl het wel om een 40 miljoen jaar oud ecosysteem gaat dat zich over elf deelstaten en twee miljoen vierkante kilometer uitstrekt. Met Bolsonaro dreigt de expansie zich nu ook naar het Amazonewoud te verbreiden. De grootgrondbeziiters en agro-tycoons hebben zich nooit neergelegd bij de bescherming van inheemse gebieden, een uitvloeisel van de progressieve grondwet die na het einde van de militaire dictatuur in 1985 werd geschreven. Daarin staat dat inheemse volkeren recht hebben op hun eigen leefgebied, een principe dat vanaf de jaren negentig heeft geleid tot het systematisch erkennen van terras indígenas. Het uitkleden van de FUNAI is dan ook erg verontrustend. Het is Bolsonaro menens met zijn belofte de reservaten open te stellen voor exploitatie. Hij heeft trouwens ook al aangekondigd het Braziliaanse Agentschap voor Milieubescherming (IBAMA) aan banden te leggen, een belangrijke instelling die onder meer satellieten inzet tegen illegale ontbossing en vervuiling’.  

Misschien loopt het allemaal zo’n vaart niet. Brazilië wordt niet per decreet bestuurd. Bolsonaro, wiens partij PSL 51 van de 513 congreszetels veroverde, moet in het parlement meerdere coalitiepartners vinden om zijn drieste plannen door te voeren. ‘Bovendien ligt veel macht bij de deelstaten’, zegt Vankrunkelsven. ‘Al is dat is niet per se een geruststellende gedachte, want ook daar zie je dezelfde ruk naar rechts. Recent nog heeft de gouverneur van Paraná enkele moeizaam bevochten beperkingen op het sproeien van giftige bestrijdingsmiddelen in de soja- en maïsteelt teruggeschroefd, onder druk van de agronegócio’.

Yanomani

Anne Ballester is nog niet bekomen van de verkiezingsuitslag die ze ter plaatste heeft vernomen. De Française is eind november teruggekeerd, na 24 jaar onder de Yanomani-indianen te hebben gewerkt. Eerst als onderwijzeres, de laatste tien jaar als coördinator van Os Rios Profundos, een ngo die overigens door de Vlaamse acteur Dirk Van Dijck werd opgericht. ‘Het Yanomani-reservaat werd al in 1992 erkend’, zegt ze. ‘Het is een van oudste en meteen ook het grootste van de terras indígenas. Liefst 96.000 km2, een derde daarvan op Venezolaans grondgebied. De bescherming aan de Braziliaanse kant is grondwettelijk verankerd, maar dat stelt me niet gerust. Bolsonaro wil niet alleen alle lopende demarcatiedossiers terugdraaien, hij zal ongetwijfeld proberen om ook het statuut van erkende reservaten open te breken. Zijn aanval op de FUNAI is nog maar een begin’.

Volgens Ballester komt de grootste bedreiging niet van de de agro-industrie. ‘De gronden in het Amazonewoud zijn kwetsbaar en weinig geschikt voor landbouw. Dat zie je ook op de plekken waar er werd ontbost. De eerste oogst is een succes, de tweede al veel minder, en na de derde blijft er een woestijn over. Het zijn vooral de mijnbouwbedrijven die likkebaardend naar de reservaten kijken. Diamanten, goud, olie, er valt veel te rapen. Blijkbaar zitten de Yanomani bovenop een van ’s werelds grootste reserves van niobiumerts, een erg zeldzame grondstof voor een metaallegering die in smartphones en batterijen wordt gebruikt. Hoe hoger de prijzen op de wereldmarkt, hoe luider de eis van de mijnbouwbedrijven om die te ontginnen’. Ondanks de arme bodem is er wel degelijk druk vanuit de landbouw, en niet alleen van de agro-industrie. Kleine  en landloze boeren, vissers of quilombos, afstammelingen van gevluchte slaven. Het zijn niet alleen grootgrondbezitters die een begerige blik op de inheemse gebieden werpen. Nogal wat arme Brazilianen hebben oren naar Bolsonaro wanneer die fulmineert dat de bescherming van inheemse volkeren buiten proportie is. Als sluwe demagoog hanteert hij daarbij verheven, humanistische argumenten. Het opsluiten van indianen in reservaten, afgesneden van de zegeningen van de beschaving, is niet meer van deze tijd.

Anne Ballester proeft het cynisme in die redenering. ‘Bolsonaro heeft helemaal geen verheven bedoelingen. Hij beschouwt de inheemse volkeren zelf als een obstakel voor de vooruitgang. Buiten de beschermde omgeving van de reservaten zal hun cultuur letterlijk verdampen, een proces dat al volop aan de gang is. In de favelas van Sao Paulo leven al duizenden straatarme Guaraní. Ze hebben helemaal geen kans om zich in de maatschappij te integreren. De vorige president Michel Temer heeft de uitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs voor 20 jaar bevroren, ondanks de immense noden die onder meer inheemse bevolkingsgroepen ervaren. Bolsonaro wil nog harder gaan besparen. Onmiddellijk na zijn eedaflegging heeft hij meer dan 8.000 Cubaanse artsen uitgewezen, een slag in zijn ideologische oorlog met Havanna. De meeste Cubanen waren actief in afgelegen, straatarme dorpen, vaak in inheemse gebieden waar Braziliaanse dokters niet willen werken. Daar heeft Bolsonaro natuurlijk lak aan. Humanistische overwegingen? Als hij zijn zin krijgt, eindigen alle indianen als verschoppelingen in de favelas’.

55 procent van de stemmen, dat moet je verdienen. Bolsonaro’s overwinning kan niet louter aan de drie B’s en Whatsapp worden toegeschreven. Zijn populistische stijl en neoliberale discours sloegen aan in brede lagen van de maatschappij. ‘Ik heb moeite met zijn machopraatjes over vrouwen of lgbt’s’, zegt Grace Keli de Aguilar Gomes, een Braziliaanse experte die Belgische bedrijven met export- of investeringsplannen begeleidt. ‘Maar afgezien daarvan ben ik heel enthousiast. Bolsonaro is nog maar drie weken ingezworen, maar we merken nu al de impact in ons bedrijf. Het aantal vragen over exportkansen en investeringen in Brazilië is enorm gestegen. Ook van mijn contacten in Brazilië hoor ik dat er een nieuwe wind waait. Bolsonaro wil de bedrijfsbelastingen en invoerrechten drastisch verminderen. Dat zal tot meer investeringen en banen leiden, een goede zaak voor alle Brazilianen’. Echt verrassend is haar visie niet. Onmiddellijk na Bolsonaro’s verkiezingsoverwinning schoot de beurs van Sao Paulo naar een recordhoogte. Helaas hebben de Yanomani geen aandelen.

Denderleeuw, zwart én divers

verschenen in Knack Magazine, 21 november 2018

“Het oude Denderleeuw komt nooit meer terug”

foto: Franky Verdickt

Zwarte Zondag zindert na in Denderleeuw. In enkele centrumscholen met een grote Afro-gemeenschap is de triomf van extreemrechts hard aangekomen. Met vallen en opstaan hadden ze van diversiteit een troef gemaakt, en nu dit. Zelfs een afgeschaft Halloween-feestje wordt als soumission geframed. Knack polst de temperatuur in de laboratoria van Denderleeuw 2.0.

Gemeenteplein, Denderleeuw. Met een honderdtal zijn ze naar de betoging gekomen, mannen en vrouwen van verschillende leeftijden. Ze zwaaien met Vlaamse Leeuw-vlaggen, de rechtse strijduitvoering zonder rode klauwen en tong. Slogans zoals ‘Red de democratie’ en ‘Wij zijn het volk’ weerkaatsten tegen de gevel van het stadhuis. Bedoeling is dat ze doordringen tot de zaal waar straks de eerste gemeenteraad sinds de verkiezingen plaats vindt. Vlaams Belang-fractieleider Kristof Slagmulders warmt zijn achterban per megafoon op. Zijn partij, die op 14 oktober van drie naar negen zetels sprong, wordt buiten de formatiebesprekingen gehouden. ‘Denderleeuw dreigt weer een linkse coalitie te krijgen’, toetert hij. ‘De wil van de kiezer wordt verkracht’. Een van die kiezers is Kamiel Van den Borre. Gedrapeerd in een leeuwenvlag verklaart hij tegenover de correspondent van een regionale krant zijn aanwezigheid. ‘Ge kunt hier ’s avonds niet meer buitenkomen, het is hier precies Zuid-Afrika’.

We laten in het midden wat een gepensionneerde Belang-stemmer zich bij Zuid-Afrika voorstelt. Feit is dat de aanwezigheid van een aanzienlijke groep nieuwkomers met een Afrikaanse achtergrond op de verkiezingsuitslag heeft gewogen. Niet alleen in Denderleeuw waar het Vlaams Belang met 26,2 procent ruimschoots de grootste partij werd. Een boogscheut hiervandaan ligt het intussen veelbesproken stadje Ninove, waar de extreemsrechtse Forza Ninove net geen volstrekte meerderheid behaalde. Lijsttrekker Guy D’haeseleer, Vlaams parlementslid voor Vlaams Belang, draait zijn hand niet om voor wat stemmingmakerij omtrent gekleurde medeburgers. Zijn ‘chocomousse-meme’ met Afrikaanse kinderen werd zelfs door N-VA-voorzitter Bart De Wever als “walgelijk” bestempeld. In Aalst nestelde het Vlaams Belang zich met 17 procent stevig op de tweede plaats, weliswaar op respectabele afstand van de ongenaakbare burgemeester Christophe D’haese die met een opvallend homogene lijst uitpakte. Geen spoor van diversiteit bij de Aalsterse N-VA, onder de 43 kandidaten figureerde wel gewezen Belang-boegbeeld Karim Van Overmeiren die een sterke persoonlijke score neerzette. Het regende de voorbije weken analyses over de nieuwe Zwarte Zondag aan de Dender. Telkens werd de olievlek Brussel geëvoceerd, een niet te stuiten sociologisch fenomeen dat via het spoor en de Ninoofse Steenweg diversiteit en verfransing over deze hoek van Oost-Vlaanderen verspreidt. Even onvermijdelijk werd ingezoomd op  een welbepaalde categorie van nieuwkomers die met de interne migratiegolf in de Denderstreek kwam aanspoelen. Zowel in Aalst, Denderleeuw en Ninove als in Liedekerke en Erembodegem ontstonden de voorbije jaren grote gemeenschappen met roots in Sub-Saharaans Afrika.

Halloween

De snelheid waarmee deze ontwikkeling zich voltrok, blijkt nog het best uit cijfers van de Katholieke Centrumschool Denderleeuw. In het jaar 2000 telde de basisschool 4 procent kleuters en leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond. In 2005 was het aandeel al tot 18 procent opgelopen, dit schooljaar werden 52 procent allochtonen ingeschreven. ‘Die groep is heel divers’, zegt Joris Breynaert. ‘We hebben een tachtigtal moslims, meestal van Marokkaanse en Turkse afkomst. Je vindt hier ook Oost-Europeanen, Latijns-Amerikanen en zelfs enkele Walen. Maar veruit de grootste groep heeft roots in Centraal Afrika, vooral in Congo. 200 kinderen in totaal, dat is haast een school op zichzelf’. Breynaert, jarenlang directeur van het KCD, momenteel coördinerend directeur van de overkoepelende scholengemeenschap De Zevensprong, is nog niet bekomen van de verkiezingsuitslag. ‘Draai of keer het zoveel als je wilt’, zegt hij, ‘maar ruim een kwart van de kiezers heeft op 14 oktober een veto tegen diversiteit uitgesproken. Stuur die Afrikanen terug, was de impliciete boodschap, als het niet naar Congo is, dan tenminste naar Brussel waar ze vandaan komen. Absurd, alsof de lokale politiek enige invloed heeft op sociologische realiteiten zoals interne migratie. Maar dat besef sijpelt bij deze kiezers niet door. Ze hebben massaal gestemd op een partij die hen met populistische slogans laat geloven dat de verkleuring van Denderleeuw echt kan worden omgekeerd’.

Griet Daem, directrice van basisschool ’t Landuiterke, net als KCD onderdeel van De Zevensprong, deelt het onbehagen. De maandag na de verkiezingen zag ze de mails binnenlopen. Enkele ouders maakten hun beklag over het schrappen van het jaarlijkse halloweenfeest. ‘Een beslissing die al in de zomer, bij de planning van het schooljaar, werd genomen’, zegt Daem die we bij de collega’s van KCD ontmoetten. ‘Gedragen door het team, nogal wat leerkrachten vinden Halloween maar een commercieel nepfeest dat bovendien heel wat kleuters angst aanjaagt. En ja, er was nog een bijkomende reden. Een kleine minderheid van onze Afrikaanse ouders houdt zijn kinderen thuis tijdens halloween. Om religieuze redenen, het gaat om leden van bepaalde evangelische kerken waar een taboe geldt voor alles wat met de dood te maken heeft’. Het was op die bijkomende reden dat de klagers in hun gecoördineerde en opvallend getimede schrijfactie focusten. Halloween mag dan Amerikaanse import zijn, het schrappen van het feest werd één dag na de verkiezingen anders geframed: het was een kaakslag voor de Vlaamse identiteit en een zoveelste knieval voor de vreemdelingen die de school en bij uitbreiding heel Denderleeuw overspoelen. Een schoolvoorbeeld van identitaire recuperatie, vergelijkbaar met de heisa die de Brugse N-VA-senator Pol Van den Driessche enkele weken eerder maakte over omdopen van de Kerstmarkt tot Wintermarkt.

De anekdote speelt zich niet toevallig af in de Kruisstraat waar basisschool ’t Landuiterke een tweede campus heeft. De diversiteitsindex ligt er nog hoger dan bij KCD, waarmee het schooltje overigens een getrouwe afspiegeling biedt van haar omgeving. De wijk Leeuwbrug vlakbij het station is erg in trek bij nieuwkomers, vaak mensen uit de Afrikaanse gemeenschap in Brussel die door de lage vastgoedprijzen worden aangetrokken. Hier vind je nog een royaal rijhuis voor 150.000 euro, huurprijzen liggen de helft lager dan in de hoofdstad. Met de trein is het bovendien maar een kwartier sporen naar het werk of de familie in de hoofdstad. Maar er is nog een pull factor: onderwijs. ‘Afrikaanse ouders zijn net zoals alle ouders’, zegt Breynaert. ‘Ze willen het best mogelijke onderwijs voor hun kinderen, bij voorkeur in Vlaanderen. Niet dat het voor kinderen altijd een cadeau is. We schrijven soms leerlingen in het vijfde of zesde leerjaar in die recht uit Franstalig onderwijs komen en een grote achterstand voor Nederlands en wiskunde hebben. Niet simpel, voor het kind noch voor de school’.

’t Landuiterke voert een eigen spreidingsbeleid. Een twaalftal kinderen neemt ’s morgens bij het station de bus naar de veel wittere hoofdschool in de Landuitstraat. ‘Een confronterende ervaring”, zegt Daem die de kinderen vaak begeleidt. ‘Zwarte kinderen die luid praten, en dan soms nog in het Frans. Voor sommige busgebruikers is dat een brug te ver. Ze spuwen hun gal, zonder te beseffen dat onze leerlingen hen wel begrijpen. Heel wat van die kinderen zijn echte polyglotten, we zijn hier trouwens een perfect tweetalige generatie aan het klaarstomen’.

jobs, jobs, jobs

De ‘invasie’ terugdraaien? Een blik op de speelplaats van de KCD zou moeten volstaan om die illusie te kelderen. Kinderen ravotten als vanouds, zichtbaar kleurenblind. ‘In het begin registreerden we wel eens een ongepaste opmerking’, zegt Ann Van Durme die Breynaert als directeur is opgevolgd. ‘Dan klonken er kreten zoals ‘vuile zwarte’. Ik ben niet zeker of het racistisch bedoeld was, het blijven tenslotte kinderen. Maar de jongste jaren horen we helemaal geen wanklanken meer. Het zijn volwassenen en gepensionneerden die moeite hebben met de veranderingen, voor deze kinderen is diversiteit vanzelfsprekend. Ze zijn de toekomst van Denderleeuw, een toekomst die we hier zo goed mogelijk voorbereiden. Natuurlijk heeft onze school wat heet een moeilijk publiek. We scoren erg hoog in de SES-cijfers, vooral door de anderstalige thuissituatie. Dat heeft ook een voordeel in het Vlaamse onderwijssysteem, want het geeft ons recht op negen extra zorgleerkrachten die we inzetten voor doorgedreven differiëntering en taalondersteuning. Met resultaat: de meeste van onze leerlingen stromen door naar A-richtingen in het middelbaar’.

Foto: Franky Verdickt

Van Durme, opgegroeid in de wijk Leeuwbrug, zelf 27 jaar voor de klas gestaan, doet er niet hypocriet over. De verkleuring is haar en haar collega’s overvallen. ‘Het is heel snel gegaan. We hebben met het hele team een nieuwe aanpak gezocht, een proces van vallen en opstaan. Voor Nederlandse taalverwerving en ouderbetrokkenheid moesten we het bord helemaal afvegen en van nul herbeginnen. We hebben pilootgroepen opgericht, voortrekkers die nagenoeg iedere woensdag nableven om te brainstormen. Niet iedereen in het team was daar klaar voor, zo’n transitie gaat met een rouwproces gepaard. Gelukkig viel de omslag samen met de instroom van heel wat jonge leerkrachten’. Dat mag geen toeval heten. Samengeteld steeg de populatie van KCD en ’t Landuiterke sinds 2006 van 600 naar 1.000 leerlingen, een winst die volledig op het conto van intene migratie valt te schrijven. ‘De verkleuring heeft onze centrumscholen een nieuw elan gegeven’, zegt overkoepelend directeur Breynaert. ‘Jobs, jobs, jobs, is dat niet wat de regering Michel wil? Wel dan, diversteit creëert jobs’. 

Niet dat alles rozengeur en maneschijn is. KCD krijgt geregeld leerkrachten van landelijk gelegen zusterscholen op werkbezoek. ‘Die zetten grote ogen’, zegt Van Durme. ‘Ik heb  er nog niet één gekend die wilde ruilen, ook al omdat leraren op deze school harder moeten werken dan collega’s die een homogeen Vlaams publiek bedienen. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: niemand van mijn team wil naar een school op het platteland verhuizen. Het is misschien hard werken, maar we krijgen veel terug. Ik ben er trouwens van overtuigd dat we nu veel beter onderwijs bieden dan pakweg twintig jaar geleden. Ook aan de Vlaamse kinderen’.

Vlaamse ontvoogding

2006, het jaar waarin de kaap van 20 procent anderstaligen werd genomen, was een kantelpunt. Samen met de even diverse basisschool van het GO!-Atheneum trokken KCD en ’t Landuiterke bij het gemeentebestuur aan de alarmbel. Deze uitdaging ging hun krachten te boven, de scholen vroegen ondersteuning. De démarche leidde onder meer tot het benoemen van een gemeentelijke schoolopbouwwerker, een ervaren kracht die in Gent werd weggeplukt. ‘Daar hebben we veel aan gehad’, zegt Van Durme. ‘Ze haalde experts onderwijs en diversiteit naar Denderleeuw. Mensen zoals Piet Van Avermaet, de Gentse professor taalkunde die ons nieuwe inzichten over de verwerving van Nederlands heeft aangebracht. We hebben daar echt mee geworsteld: moeten we kinderen straffen als ze onder elkaar op de speelplaats Frans spreken? Die piste hebben we gelukkig snel verlaten. Het is wetenschappelijk onderbouwd: als kinderen hun thuistaal mogen hanteren, voelen ze zich beter in hun vel waardoor ze ook sneller Nederlands leren’.

Toch ontstond er opschudding toen het nieuwe speelplaatsreglement in de streekpers uitlekte. Frans spreken op de speelplaats van de Kruisheren, waar ging dat naartoe? De naam van de stichtende congregatie, tevens verbonden aan het aanpalende IKSO-college, rijmt in de streek met Vlaamse ontvoogding. Zowel Van Durme als haar collega Daem pleiten voor pragmatiek. Ja, brieven aan ouders worden ook in het Frans verstuurd. Tijdens oudercontacten staan vrijwilligers-tolken klaar. De onthaaldag wordt voor Nederlandsonkundige ouders in een aangepaste en meertalige formule overgedaan. ‘Natuurlijk moedigen we de ouders aan om Nederlands te leren’, zegt Van Durme. ‘We organiseren zelf cursussen in samenwerking met het Centrum voor Basiseducatie. Maar we moeten realistisch blijven. Van ouders die pas vanuit Brussel zijn verhuisd, kun je niet verwachten dat ze de Nederlandstalige uitleg tijdens de onthaaldag of het oudercontact snappen. Voor ons primeren altijd de onderwijskansen van het kind’.

Van Durme overweegt nog een stap verder te gaan. Thuistaal toelaten in de klas, ook dat is volgens onderwijsexperts heilzaam voor welbevinden en leerwinst. Voorlopig blijft dat nog toekomstmuziek, want niet alle teamleden geloven in deze vorm van pedagogisch driebanden. Het toont echter aan hoe ver ze gaat in het omarmen van de diversiteit, al knagen er soms twijfels. Ze kent kinderen die letterlijk in de schaduw van de KCD wonen en toch in deelgemeente Welle school lopen. Het zijn uitzonderingen, de gevreesde witte schoolvlucht is uitgebleven. ‘Toch mag het hier stoppen’, zegt Van Durme. ‘Onze nieuwe aanpak werkt goed, maar wat als de verhouding naar 70/30 doorschiet? Pas op, ook dan zullen we er het beste proberen van te maken. Maar simpel is het allemaal niet’.

ouderbetrokkenheid

Peter Van Hove, directeur van de GO!-basisschool in de De Nayerstraat, maakt er een erezaak van: bij nieuwe inschrijvingen verwelkomt hij de ouders in hun thuistaal. Soms is dat Italiaans of Roemeens. ‘Dat gaat niet altijd even vlot’, geeft hij toe, ‘maar het wordt geapprecieerd door zowel ouders als kinderen’. Meestal echter bedient hij zich van de taal van Molière. ‘Meer dan de helft van onze kinderen spreekt thuis Frans’, zegt Van Hove. ‘Vooral moslims en Afrikanen, al zitter er daar ook tussen die Engels spreken. Op de speelplaats klinken alle talen door elkaar, maar Nederlands is de bindtaal. Logisch, want we hebben hier nog altijd een aanzienlijke groep Vlaamse kinderen’. Ook Van Hove spreekt over diversiteit als een kans. Sinds zijn aantreden in 2012 kent de school na een moeilijke periode weer een forse groei: van 416 naar 600 leerlingen, overwegend kinderen van nieuwe Denderleeuwenaars. De pragmatische taalpolitiek is niet het enige raakvlak met de katholieke centrumscholen. Onder impuls van de gemeentelijke schoolopbouwwerker ontstond een officieus, netoverschrijdend samenwerkingsverband. In de drie scholen werd een video opgenomen om de usances van het Vlaamse basisonderwijs te verduidelijken. De film, voorzien van Franse en Engelse ondertitels, liep helaas twee jaar vertraging op, een gevolg van de bestuurscrisis die Denderleeuw verlamde nadat N-VA-burgemeester Jan De Dier in november 2014 zijn meerderheid verloor.

Ook Van Hove en zijn team hebben met zoeken en tasten een nieuwe onderwijsmethode ontwikkeld. GOVA, heeft hij het genoemd, gedifferentieerd onderwijs met vakankers. ‘Van de jongste kleuters tot en met de kinderen van het vierde leerjaar hebben we voor alle vakken een referentieleraar aangeduid, een vakspecialist die zijn collega’s helpt met de lesvoorbereidingen. In de graadklas van het vijfde en zesde leerjaar passen we het systeem van het secundair onderwijs toe, met gespecialiseerde leerkrachten die alleen hun vak geven in alle klassen. We scoren dankzij dit systeem flink boven het Vlaamse gemiddelde op de OVSG-eindtoetsen. Straf, met ons publiek’.

Foto: Franky Verdickt

Ouderbetrokkenheid blijft zijn grootste kopzorg, al heeft voortschrijdend inzicht al veel  beterschap gebracht. Briefjes in de agenda, zelfs in het Frans gesteld, blijven vaak ongelezen. Dus belt de school ouders persoonlijk op om afspraken voor bijvoorbeeld het oudercontact te maken. Dat werkt goed, net zoals de oudergroepen waarin mama’s en papa’s uit de Afrikaanse gemeenschap een brugfunctie vervullen. Ze wijzen andere ouders op het belang van betrokkenheid, er wordt geëxperimenteerd met thema-avonden rond schoolse onderwerpen waarbij de ouders tegelijk vakjargon  leren in het Nederlands. Vooral bij de oriëntatie richting secundair ontstaan er wel eens misverstanden. Met name Congolese ouders, zo vernamen we meermaals, mikken erg hoog. Zoon- of dochterlief wordt advocaat of dokter, andere uitkomsten worden minderwaardig geacht. Dan valt er wat uit te leggen als het studieadvies richting TSO of BSO wijst. Administratieve rompslomp in een orale cultuur, het is een van de thema’s waarmee de schoolopbouwwerker hier aan de slag ging. Goed initiatief van het gemeentebestuur, vindt ook Van Hove. Jammer alleen dat de schoolopbouwwerker al na twee jaar in een andere functie werd benoemd, en dat het daarna nog eens twee jaar duurde vooraleer een opvolger werd aangesteld. ‘Ik heb nog in Gent gestaan’, zegt Van Hove. ‘Daar financiert de stad per school van deze omvang een voltijdse  opbouwwerker. Dat zou hier echt geen overbodige luxe zijn’.

Pierre Kompany

Half vier. Ouders stromen in al hun diversiteit binnen om hun kroost op te halen, onverschillig voor de Vlaamse strijdvlag die aan de overkant van de schoolpoort wappert. Ooit was het cachet van Vlaams Belang een sociaal stigma. Dat is voltooid verleden tijd, althans in de Denderstreek. Ook anderhalve week na de verkiezingen glunderen de extreemrechtse kandidaten van achter ramen en op plakaten in voortuintjes. ‘Eerst onze mensen’, de boodschap is hier aangekomen. Maar even opvallend: verschillende lijsten pakten uit met gekleurde kandidaten. Zelfs de N-VA, waar Jean Liwoke zijn Afrikaanse oorsprong met een originele flamingantische pedigree wist te rijmen. Zijn vader, zo presenteert hij zich op de website, was een wees die door Vlaamse priesters werd opgevoed, vandaar zijn gevoeligheid voor het V-ideaal. Hij werd niet verkozen, in tegenstelling tot Chancelvie Okitokandjo die voor CD&V in de nieuwe gemeenteraad mag gaan zitten. Twee andere kandidaten uit de Afrikaanse gemeenschap, van Groen en CD&V, grepen nipt naast een zetel. En zo wordt een 26-jarige rechtenstudente uit de wijk Leeuwbrug de enige stem van divers Denderleeuw. Zwaar ondervertegenwoordigd, want intussen heeft al een vijfde van de 20.000 inwoners een niet-Europese afkomst. ‘Afrikanen’ vormen met zowat 3.000 zielen veruit de grootste groep niewkomers. ‘Het had op 14 oktober anders kunnen lopen’, zegt Okitokandjo. ‘Heel wat Afrikaanse mensen hebben niet gestemd, vooral diegenen die nog geen Belgische nationaliteit bezitten. We hebben die groep nochtans sinds april actief aangespoord om zich als kiezer te laten registreren, maar velen generen zich voor hun Congolese, Rwandese of Kameroenese identiteit’.

Aan strijdlust ontbreekt het Okitokandjo niet. De coalitiebespreingen zijn nog in volle gang, maar ze wijst een schepenmandaat niet a priori af. Na de stembusuitslag regende het felicitaties, zowel van de Afrikaanse gemeenschap als van Vlaamse vrienden. Vergelijkingen met Pierre Kompany, straks burgemeester van Ganshoren, waren niet van de lucht. Okitokandjo scoorde onder meer met een Facebook-filmpje waarin ze in vlekkeloos Nederlands haar geloof in een divers Denderleeuw belijdt. Grootmoedig voor iemand die in haar heimat geregeld met plat racisme werd en wordt geconfronteerd. Tegenliggers die abrupt van stoep wisselen alsof ze een besmettelijke ziekte vrezen, treinreizigers die liever rechtstaan dan naast haar plaats te nemen, zieke commentaren aan de kassa van de Delhaize, het zijn ervaringen die ze met vele Afro-Denderleeuwenaars deelt. ‘Vaak wordt er agressief gereageerd als je Frans spreekt’, zegt ze. ‘Nu ken ik de gevoeligheden wel van de taalkwestie in Vlaanderen, maar dit snap ik niet. Wat is er mis met tweetaligheid? Ik zie daar alleen een troef in’.

Als ze desondanks optimistisch blijft, dan komt dat onder meer door haar ervaring op school. ‘Ik heb op het katholieke IKSO gezeten’, zegt Okitokandjo die tot haar elfde in Nederland woonde. ‘Een goede school, nooit racisme of discriminatie ervaren. Hetzelfde verneem ik van mijn Belgisch-Rwandese vriendin die op het Atheneum heeft gezeten en nu als advocate werkt. Toegegeven, de scholen zijn sindsdien nog veel diverser geworden. Ik kom nog geregeld in het IKSO waar mijn jongste zusje zit. Ik sta soms zelf versteld van de verkleuring. Het is erg snel gegaan, en ik begrijp dat oudere Denderleeuwenaars het daar moeilijk mee hebben. Maar ze moeten de realtieit onder ogen zien. Het Denderleeuw van vroeger komt nooit meer terug’.

Ooit komt het allemaal wel goed. Bij het GO! in de De Nayerstraat kaarten leerkrachten na over het voorbije Halloweenfeest. Het was heel eng, erg donker en vooral een groot succes. Zo’n 250 kinderen en ouders waren door tot griezeltunnel verbouwde gangen op de eerste verdieping gelopen. Onder hen kinderen die met de zegen van hun ouders religieuze en culturele taboes opzij hadden gezet. ‘Typisch’, zegt een lerares. ‘Alle reden zijn goed voor een verkleedpartijtje. Karnaval, dat zit hier in ‘t bloed’.  Ook bij nieuwe Denderleeuwenaars.

Rojava, een Koerdische utopie in Noord-Syrië

verschenen in Knack Magazine 5 december 2018

“Als het de Amerikanen goed uitkomt, zullen ze niet aarzelen de Koerden aan Ankara of aan Damascus uit te leveren”

alomtegenwoordig in Rojava: Apo ofte Abdullah Öcalan. (foto Ludo De Brabander)

Sinds 2012 genieten de Koerden in Noordoost-Syrië van feitelijke autonomie. Zo ontstond de proto-staat Rojava, ingericht volgens de recepten van PKK-leider Öcalan.  Ludo De Brabander schreef er een geëngageerd boek over.

Het vergt moed om eraan te beginnen: de Koerdische kwestie in dik 200 pagina’s duiden. Ludo De Brabander heeft met ‘Het Koerdisch Utopia’ een verdienstelijke poging gewaagd. Dat de aanloop naar Utopia zowat de helft van het boek beslaat, was onvermijdelijk. Zonder uitleg over bijvoorbeeld Sykes-Picot, het geheime akkoord waarmee Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in 1916 de kaart van het Midden Oosten hertekenden, valt niet te snappen waarom de Koerden verspreid over vier landen leven. Even noodzakelijk is een lange uitweiding over de recente geschiedenis van Turkije waar veruit de grootste Koerdische minderheid leeft. Dat Utopia in het door burgeroorlog geteisterde buurland Syrië ligt, is volledig consistent met deze keuze. De oorsprong van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië _ vaak Rojava genoemd _ ligt immers in Turkije. De Koerdische proto-staat werd helemaal ingericht volgens de filosofie van Abdullah Öcalan, de PKK-leider die ondanks twintig jaar eenzame opsluiting in een Turkse gevangenis een enorme invloed blijft uitoefenen.

Ludo De Brabander, al een kwarteeuw lang kind aan huis in Koerdisch gebied, doet er niet flauw over: hij koestert sympathie voor het Koerdisch streven naar zelfbeschikking dat zich in de vier thuislanden op erg verschillende manieren manifesteert. Zijn welwillendheid strekt zich uit tot de omstreden PKK. Een terroristische beweging volgens de Turkse overheid, de Europese Unie en de Navo. De Brabander van zijn kant erkent dat de PKK zware fouten met vaak moorddadige gevolgen heeft begaan, maar spreekt desalniettemin van een legitieme verzetsbeweging met een massa-achterban die is ontstaan als antwoord op genadeloze Turkse staatsrepressie. Geen detail als men weet wie in het Koerdisch Utopia politiek en militair de plak zwaait. De dominante PYD en haar bekendere militaire tak YPG/YPJ worden doorgaans als satellieten van de PKK beschouwd.

Terecht?

Ludo De Brabander: Ideologisch is de invloed onloochenbaar. Overal in het Noordoosten van Syrië hangt de foto van Öcalan. Zelfs in Raqqa heb ik hem gezien, terwijl dat voor de herovering op IS een Arabische stad was. Dat er militair wordt samengewerkt is logisch. Heel  wat kaderleden van de YPG en hun vrouwelijke tegenhanger YPJ werden in PKK-kampen opgeleid. Maar het is niet zo dat er een directe lijn loopt van het PKK-oppercommando in Noord-Irak naar Qamishli, de officieuze hoofdstad van Rojava. Zeker in politiek opzicht varen de Syrische Koerden al sinds 2012 een autonome koers. Uit noodzaak, het hele Rojava-experiment is een rechtstreeks gevolg van het machtsvacuüm dat door de Syrische burgeroorlog ontstond. De Koerden zagen zich ineens verplicht het hele bestuur zelf in handen te nemen, al was het maar om te zorgen voor basisdiensten zoals water, elektriciteit, onderwijs en zelfs huisvuilophaling. Dat levert merkwaardige toestanden op. Sommige ambtenaren in het autonome Rojava worden nog altijd door Damascus betaald, scholen volgen het Syrische leerplan omdat hun diploma’s anders niet worden erkend.

Öcalan staat bekend om zijn marxistisch-leninistische ideologie. Valt daar in de 21ste eeuw nog een utopie van te brouwen?   

De Brabander: Öcalan heeft al in 1993 met zijn marxistisch-leninistische verleden gebroken, niet toevallig in dezelfde periode toen hij het separatisme afzwoer en inruilde voor een streven naar Koerdische autonomie binnen een Turkse federatie. Ideologisch is hij geëvolueerd naar een soort libertair anarchisme, wat politiek vertaald wordt in een basisdemocratische bestuursvorm. Er liepen al experimenten in Turks en Iraaks Koerdistan, maar in Rojava wordt het systeem voor het eerst voluit ontplooid. Macht komt van onderuit, via raden die op dorpsniveau worden verkozen. Ik heb met heel wat van die verkozenen gesproken, mannen én vrouwen. Vrouwenemancipatie is naast antikapitalisme een hoeksteen van het Sociaal Contract, een soort grondwet die duidelijk Öcalans stempel draagt. Ook etnisch en religieus pluralisme staan erin, een toevoeging die er is gekomen na de slag om Kobani in 2015. Dat was een kantelpunt, sindsdien hebben de Koerden hun gebied systematisch westwaarts richting Eufraat uitgebreid. Gevolg: er leven nu aanzienlijke groepen Arabieren onder Koerdisch bestuur, naast Asyriërs, Jezidi’s, Arameeërs, Khaldeën, Armeniërs, Turkmenen en Circassiërs. Daarom spreken ze officieel niet langer van Rojava, maar van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië die de kantons Kobani, Jezira en Afrin omvat. Die minderheden vechten mee met de Syrische Defensie Strijdkrachten (SDF), de militaire koepel waarvan YPG/YPJ veruit de belangrijkste component vormt. Het is ingewikkeld.

De slag om Kobani heeft de YPJ-vrouwen een cultstatus verleend. De hele wereld kon zich vergapen aan de jonge guerrillera’s die een glansrol speelden tijdens de belegering van Kobani. Goede pr, maar behelzen vrouwenrechten in Rojava meer dan de kans om glorieus te sneuvelen voor het vaderland?

De Brabander: Vrouwenemancipatie behoort tot de kern van Öcalans radicale basisdemocratie. Volkscongressen en assemblees tellen minstens 40 procent vrouwen, voor alle topfuncties binnen de PYD-regering is er een vrouwelijke vice-minister. Quota zijn een noodzaak, want deze revolutie speelt zich af in een maatschappij met oerconservatieve opvattingen over de rol die mannen en vrouwen horen te spelen.

vechten vrouwen daarom in een aparte militie?

De Brabander: Aan het front strijden mannen en vrouwen samen, maar de kampen zijn strikt gescheiden. Dat is niet alleen functioneel, het spoort met de traditionele opvattingen over liefde en relaties. Ik heb daar met vrouwelijke strijders uitgebreid over gesproken, dat kon dan weer zonder enige terughoudendheid. Ze vertelden dat ze hun verlangens sublimeerden in liefde voor de strijd en de gemeenschap. Romantiek met een doctrinair kantje, dat wordt er bij de PKK ingehamerd. Ze hebben het marxisme-lenininsme wel afgezworen, maar de ideologische vorming blijft heel sterk.

YPJ-strijdsters achter de frontlinie. Gemengd vechten mag, gemengd slapen niet. (foto: Ludo De Brander)

Kobani was in meerdere opzichten een kantelpunt. De Koerden en hun bondgenoten konden de veel sterkere IS-milities pas verslaan nadat de Amerikaanse luchtmacht wapens en munitie dropte. Die operatie luidde een onwaarschijnlijke alliantie in. De Amerikanen bewapenen en trainen de antikapitalistische SDF, tot grote woede van hun NAVO-bondgenoot Turkije die als de dood is voor een onafhankelijke Koerdische buurstaat. Hoe valt dat te rijmen?

De Brabander: Wederzijds opportunisme. Bij de PYD beseffen ze heel goed dat de Amerikanen niet geïnteresseerd zijn in Koerdische zelfbeschikking. Als het hen goed uitkomt, zullen ze niet aarzelen de Koerden aan Ankara of aan Damascus uit te leveren. Dat is trouwens gebleken toen Turkije de Koerden in maart uit Afrin heeft verjaagd, met stilzwijgende toestemming van de Amerikanen. De Amerikaanse spreidstand is zonder meer spectaculair. Ze steunen de Koerden onder het mom van de strijd tegen IS, maar in feite willen ze zich ingraven in een geopolitiek strategische regio waar ook Rusland en Iran erg actief zijn. Tegelijkertijd moeten ze absoluut Turkije te vriend houden, een onmisbare bondgenoot bij wie het Pentagon nog altijd kernwapens heeft liggen. 

Hoe valt uit te leggen dat Washington en de Navo de YPG/YPJ steunen, terwijl ze de PKK als een terroristische organisatie bestrijden?

De Brabander: Erdogan heeft een punt als hij dat hypocriet noemt. Al kun je zijn redenering ook omdraaien. Wat mij betreft zit de hypocrisie niet in het feit dat YPG/YPJ niet als terroristisch wordt beschouwd, maar wel in de terroristische stempel die op de PKK kleeft. Ik heb de absurditeit van de hele situatie kunnen vaststellen toen ik in 2015 de PKK-kampen in het Iraakse Qandil bezocht. Ik ontmoette er strijders van de YPG en de YPJ die gewond waren geraakt tijdens gevechten die ze in Noord-Syrië met Amerikaanse steun hadden geleverd. De kampen in Noord-Irak waar ze werden verzorgd, werden geregeld gebombardeerd. Door de Turken, met Amerikaanse steun. Zo cynisch kan het worden.

De Turkse president Erdogan wil onder geen beding een onafhankelijke Koerdische staat in Noordoost-Syrië, zeker niet omdat die een gevaarlijk precedent schept voor de eigen Koerdische minderheid. Hoe ver is hij bereid te gaan om dat gevreesde scenario te voorkomen?

De Brabander: Tot het uiterste. De operatie van het Turkse leger tegen de SDF in Afrin, een rechtstreekse inmenging in een buurland nota bene, spreekt daarover boekdelen. Het is bovendien geen toeval dat Turkije het zogenaamde Nationaal Pact uit de mottenbalen heeft gehaald, een document uit 1920 waarmee de Turken een claim leggen op de Iraakse steden Kirkoek en Mosoel, maar ook op Noordoost-Syrië.  Nog een voorbeeld is de pijnlijke misrekening van Massoud Barzani, de president van de Koerdische Autonome Regio in Noord-Irak. De rechts-conservatieve Barzani heeft altijd nauw samengewerkt met Turkije, je mag hem gerust een bondgenoot van Erdogan noemen. Toch reageerde die laatste ijskoud toen Barzani vorig jaar een referendum over volledige onafhankelijkheid organiseerde. We weten hoe dat afgelopen is. Het Iraakse leger is als reactie de Koerdische Autonome Regio binnengevallen en heeft onder meer Kirkoek ingenomen. Erdogan liet niet alleen betijen, hij heeft van de chaos geprofiteerd om zelf Noord-Irak binnen te vallen. Het Turkse leger beschikt naar eigen zeggen al over 11 militaire basissen in Noord-Irak en heeft met zijn militaire dreiging er voor gezorgd dat de PKK zich uit de regio van Sinjar moest terugtrekken. Het voert geregeld luchtbombardementen uit op PKK-doelwitten, waarbij ook burgerslachtoffers vallen. Merkwaardig genoeg is dat goeddeels onder de radar van de internationale gemeenschap gebleven.

Weinig hoopgevend allemaal voor de levensvatbaarheid van de Democratische Federatie van Noordelijk Syrië. Hoe zien de Syrische Koerden hun toekomst?  

De Brabander: Die vraag heb ik aan heel wat Koerden, ook politieke en militaire leiders gesteld. Ze weten dat ze vroeg of laat op zichzelf aangewezen zijn. Als de Amerikanen hen laten vallen, willen ze klaar zijn om hun autonomie politiek en militair te verdedigen. Daarom leggen ze niet alle eieren in één mandje. De PYD heeft een officieuze ambassade in Moskou en houdt de lijnen open met het Assad-regime in Damascus. De hoop is dat het met de Noordelijke Federatie dezelfde weg op gaat als met Iraaks Koerdistan. Afgezien van de episode met het mislukte onafhankelijkheidsreferendum heeft de Koerdische Autonome Regio zich sinds 2005 succesvol kunnen ontplooien, juridisch als onderdeel van Irak, maar de facto als een onafhankelijk gebied. Op de lange termijn zagen mijn gesprekspartners de natiestaten verdampen en wordt het Midden Oosten een lappendeken van autonome regio’s, een concept dat beter beantwoordt aan de etnische en religieuze diversiteit. Die visie hebben ze uit de boeken van Öcalan geplukt.

U heeft veel rondgereisd in Koerdisch gebied. Was u vrij om te gaan en staan waar u wilde? 

De Brabander: Laat ons zeggen dat ik half embedded heb gereisd. Er waren restricties, ik reisde onder begeleiding en moest mijn bestemming vooraf bekend maken. Die beperkingen werden vooraf door terechte veiligheidsoverwegingen ingegeven. De vele controleposten staan er heus niet zomaar, er werden en worden nog altijd aanslagen gepleegd. Maar op het terrein heb ik geen enkele dwang ervaren. Of ik nu in Kobani, Mambisj, Qamishli of een afgelegen dorp stopte, ik mocht vrijuit praten met eender wie. 

De Syrische burgeroorlog is nog niet afgelopen, laat staan dat de gevolgen voor de wijde regio al duidelijk zijn. Is het dan niet voorbarig om het politieke experiment in Rojava te evalueren?

De Brabander: Ik ziet het niet als een definitief oordeel, maar als een tussentijdse balans. In mijn laatste hoofdstuk zet ik sterke en zwakke punten op een rij. Er is bijvoorbeeld kritiek van Amnesty International en Human Rights Watch. Repressie tegen opposanten, het rekruteren van minderjarige strijders, dat zijn zware feiten. Ik praat die niet goed, maar anderzijds vind ik wel dat je rekening moet houden met de omstandigheden. Er woedt nog altijd een burgeroorlog, Turkije vormt een existentiële bedreiging, en intussen krijgen rechts-conservatieve opposanten steun van het Iraakse-Koerdische Barzani-regime. De geschiedenis zal uitwijzen welke kant het uitgaat, maar mijn tussentijdse balans is eerder positief. Ik heb de indruk dat ze in Rojava een eerlijke poging ondernemen om een nieuwe maatschappij te bouwen, weliswaar met veel pragmatiek en compromissen.

Het Koerdisch Utopia, Ludo de Brabander, Epo, 216 pagina’s, 23,50 euro

Ludo De Brabander

55

studeerde verpleegkunde en pers- en communicatiewetenschappen in Gent

woordvoerder linkse vredesbeweging Vrede vzw

activist en publicist, schrijft vaak over ontwapening, Palestina en de Koerdische kwestie

co-auteur met Georges Spriet van ‘Als de NAVO de passie preekt’ (2009)