Categoriearchief: Geen categorie

“Volksunie hielp collaborateurs aan Duits oorlogspensioen”

Alvin De Coninck over Duitse oorlogspensioenen voor collaborateurs

Knack Magazine, 10 april 2019

Belgische collaborateurs of nabestaanden ontvangen tot vandaag een Duits pensioen voor bewezen diensten aan het Derde Rijk. Een schande, vindt Alvin De Coninck die de zaak voor het Belgisch parlement bracht. Gesprek over een persoonlijke queeste.



Foto: Franky Verdickt

Zelfstandig denker op rust, zo staat het op Alvin De Conincks naamkaartje. Bij de pensioendienst kennen ze hem inderdaad als zelfstandige. Taxi rijden en denken, het eerste deed hij om den brode, het tweede uit noodzaak. Wie tussen beide zelfstandige activiteiten een onverenigbaarheid bespeurt, vergist zich schromelijk. ‘In elk beroep vind je wel één of twee procent intellectuelen’, ginnegapt hij tijdens een lang gesprek in een Leuvense koffiebar.

Alvin De Coninck (74) ligt aan de basis van een merkwaardig verhaal dat een knipperlicht-relatie met de actualiteit onderhoudt. Duitsland betaalt tot op heden pensioenen aan Belgische collaborateurs, zo luidt de korte samenvatting van een complex dossier waarvan de voorbije jaren meer en meer details bekend raakten. Telkens met dank aan De Coninck die zich na zijn pensionering in 2011 vastbeet in een zaak die intussen ruis zet op de doorgaans kraakvrije lijn tussen Brussel en Berlijn. Zo keurde de Kamer op 14 maart een resolutie goed met een dringende oproep aan Duitsland om sofort opheldering te verschaffen over het aantal en de identiteit van de begunstigden, bij voorkeur door middel van een bilaterale onderzoekscommissie. De tekst van de resolutie, ingediend door Défi-leider Olivier Maingain, werd goeddeels door De Coninck geïnspireerd. Zijn campagne werd internationaal opgepikt. De Coninck haalde met zijn Nazi-pensioenen onder meer de New York Times en de cover van Bild Zeitung.

Zijn drijfveer mag gerust persoonlijk worden genoemd. De Coninck kan met evenveel recht als Harry Mulisch poneren dat hij de oorlog is. Zijn in 2006 overleden vader was een monument van het verzet tegen de nazi-bezetter. Albert De Coninck, overtuigd communist, Brigadist tijdens de Spaanse burgeroorlog, schopte het tijdens de oorlog tot commandant van de Vlaamse partizanen, de gewapende arm van het communistisch geïnspireerde Onafhankelijkheidsfront. Ook Rachel Souritz, zijn joodse moeder die hem twee weken na de bevrijding op de wereld zette, verdiende haar sporen bij het verzet. Het onwaarschijnlijke verhaal van die geboorte zal hij pas op het einde van het gesprek, na enig aarzelen, prijs geven. Maar we mogen nu al weten dat zijn joodse grootvader en tante in Auschwitz werden vermoord, na eerst in Antwerpen te zijn verklikt. Zijn Mechelse opa werd dan weer doodgeslagen door de Gestapo, tijdens een zoektocht naar de ongrijpbare Albert De Coninck.

Over het aantal pensioentrekkende collaborateurs wordt gespeculeerd. In de media circuleren cijfers van 18 tot 27. De begunstigden zijn ofwel stokoud ofwel lang dood. De cijfers slaan immers op actieve dossiers, het geld kan even goed bij weduwen of andere nabestaanden belanden.

Waarom maakt u zich druk? Het probleem lost zichzelf op, binnen vijf à tien jaar staat de teller op nul.

De Coninck: Het gaat om het principe. Zelfs als alle titularissen zijn overleden en het laatste dossier wordt afgesloten, blijft het een schande. Duitsland heeft decennialang voortgezette salarissen, pensioenen en sociale uitkeringen betaald aan collaborateurs. Dat gebeurde in de grootste discretie, ironisch genoeg met medewerking van het Duitse en Belgische Rode Kruis. Want zo ging het in de praktijk: de voortgezette salarissen werden via een van de deelstaten aan het Duitse Rode Kruis overgemaakt, en van daar vloeide het via het Belgische Rode Kruis naar de rechthebbenden, belastingvrij in beide landen nota bene. Waarschijnlijk is het Rode Kruis die rol bij het uitbetalen van pensioenen blijven spelen, maar dat weten we niet zeker. Het Simon Wiesenthal Instituut in Wenen heeft dat proberen te onderzoeken, niet alleen voor België trouwens. Helaas, geen enkele Rode Kruis-afdeling wil haar archieven open stellen. Het belonen van collaborateurs is op zich al moreel verwerpelijk, maar daar stopt het niet. Even bedenkelijk is de houding die Duitsland tot op de dag van vandaag in dit dossier aanneemt. Van een bevriend buurland had België echt wel meer openheid mogen verwachten.

Heus? Rudiger Ludeking is als toenmalig Duits ambassadeur in mei 2017 voor de Kamercommissie Buitenlandse Zaken uitleg komen geven.

De Coninck: Inderdaad, en hij heeft er vooral mist gespuid. Volgens hem was er geen sprake van pensioenen, het ging om uitkeringen die pasten onder het Bundesversorgungsgesetz. Die wet uit 1950 regelt de bijstand voor oorlogsslachtoffers in dienst van het Duitse Rijk, zoals soldaten die verminkingen hadden opgelopen of jaren in krijgsgevangenschap hadden gesleten. Die regeling, een onderdeel van de Duitse sociale zekerheid, geldt ook voor niet-Duitse oorlogsslachtoffers, inbegrepen collaborateurs. Zijn opvolger Martin Kotthaus heeft onlangs nog tijdens een debat op RTL-TVI diezelfde riedel afgedraaid. Een week later echter moest hij al een bocht nemen. Journalisten van Le Soir hadden hem geconfronteerd met bewijsmateriaal uit mijn dossier. Ineens luidde het dat het toch niet helemaal ondenkbaar was dat er behalve sociale uitkeringen ook pensioenen aan collaborateurs worden betaald.

Uw detectivewerk leidde naar Berkenkruis, het ledenblad van het Sint-Maartenfonds dat tot 2006 de belangen van de Vlaamse Oostfront-strijders behartigde. Welke bewijzen vond u daarin?

De Coninck: Ik heb alle jaargangen doorploegd, tot in de jaren zeventig en tachtig verschenen er geregeld artikels over de Duitse oorlogspensioenen. Het hoorde bij de lezersservice, er werden zelfs modelformulieren voor het aanvragen van een pensioen afgedrukt. Vandaag schrikken we van deze toestand, maar na de oorlog was er helemaal geen geheim bij. Collaborateurs hadden een arbeidscontract met het Derde Rijk. Ik heb het dan specifiek over de militaire collaboratie. Behalve de SS’ers van het Vlaams en Waals Legioen hoorde daar onder meer de NSKK bij, een logistieke eenheid die de Wehrmacht hielp met transport en bewakingsopdrachten. Vooral in de eerste fase van de oorlog werden veel van die contracten voor onbepaalde duur afgesloten, vanuit de optimistische redenering dat het zaakje al tegen Kerstmis zou beklonken zijn. Al die contracten bleven na de oorlog geldig, tenminste in de Bondsrepubliek die een heel andere politiek voerde dan de DDR. De Bondsrepubliek beschouwde zichzelf in burgerrechterlijk opzicht als de opvolgstaat van het Derde Rijk. Contracten zijn heilig, en dus werden ook de arbeidscontracten van buitenlandse collaborateurs gehonoreerd. Wedden bleven gewoon doorlopen, na verloop van tijd werden dat pensioenen. Niet alleen in België, maar overal in Europa, zelfs in neutrale staten. 6.000 Zwitsers en 4.000 Zweden zijn vrijwillig voor Hitler gaan vechten, dat is weinig bekend.

In haar servicepagina’s aarzelde Berkenkruis niet om voor verdere inlichtingen naar de Volksunie te verwijzen. Welke rol speelde die partij precies?

De Coninck: De service kon verschillende vormen aannemen. Op een bepaald moment verwijst Berkenkruis zijn lezers inderdaad voor verdere inlichtingen naar de sociale dienst van de Volksunie, met adres en telefoonnummer erbij. Maar sommige mandatarissen spanden zich ook persoonlijk in om collaborateurs met hun pensioenaanvraag te helpen. Willy Kuijpers ging daar het verst in, hij reed geregeld met Oostfronters naar Aken, naar de sociale dienst van Noordrijn-Westfalen, de deelstaat bevoegd voor de pensioenen in België en Nederland.

Willy Kuijpers maakt daar geen geheim van. Integendeel, hij heeft zijn dienstbetoon in een recent televisiedebat op RTL-TVI verdedigd. Het werd een wat gênante vertoning, een van de panelleden is zelfs uit protest opgestapt. Hoe ziet u Kuijpers engagement?

De Coninck: Moeilijk vraag, want ik ken hem al heel lang. Ik heb Kuijpers vaak in mijn taxi vervoerd, vooral in de periode toen hij volksvertegenwoordiger was. Meer nog, hij heeft ervoor gezorgd dat ik een van de vaste taxichauffeurs van de quaestuur van de Kamer werd. We konden goed opschieten. Kuypers is oprecht progressief, sociaal voelend en absoluut geen racist.

Kende hij uw achtergrond?

De Coninck: Nee, daarover heb ik hem pas verteld toen ik hem vorige zomer met de bevindingen van mijn onderzoek ging confronteren. Zonder veel resultaat overigens. Hij ontkende niks, maar ik ben er niet veel wijzer van geworden. Kuijpers was ook niet de enige binnen zijn partij. De Volksunie zag collaborateurs als kameraden die misschien wel betwistbare keuzes hadden gemaakt, maar die toch vooral geestesgenoten waren die alle solidariteit verdienden. Ik wil die partij hier niet viseren. Als het gaat over het acceptabel maken van de collaboratie in Vlaanderen na de oorlog, dan heeft de CVP (voorloper CD&V, ER) een veel grotere rol gespeeld.

Er bestaat onduidelijkheid over het aantal nazi-pensioenen die in België worden uitbetaald. Heeft u een idee?

De Coninck: Volgens Duitse bronnen zou het om hooguit een twintigtal gaan, maar het is niet duidelijk waar dat cijfer vandaan komt. Toen de Kamercommissie Buitenlandse Zaken bij de Duitse instanties cijfers en namen opvroeg, kreeg ze nul op het rekest. Die vraag moesten we aan de Länder stellen, en die Länder schermen op hun beurt met privacy-bezwaren. Het hele systeem, met geld dat uit tal van verschillende fondsen komt, is sowieso weinig transparant. Maar er zijn indicaties. In 1997 heeft ARD Panorama voor het eerst de aandacht gevestigd op de pensioenkwestie. Het ging toen over Deense collaborateurs, maar die uitzending heeft ook in België voor controverse gezorgd. Fred Erdman (SP.A) heeft toen in de senaat uitleg gevraagd aan minister van pensioenen Marcel Colla, maar die beet zijn partijgenoot toe dat hij zich niet te bemoeien had met privé-aangelegenheden. Hoe dan ook, volgens Erdman ging het destijds om een kleine 400 begunstigden.

Intussen zijn we 20 jaar later. Hoeveel schieten er daarvan over?

De Coninck: Bij het begin van mijn opzoekingen in 2011 heb ik zelf een extrapolatie gemaakt. Het vertrekpunt was helder: in ons land werden tijdens de oorlog 38.000 militaire arbeidscontracten ondertekend, van Waffen SS tot logistieke collaboratie. 25.000 Vlaamse en 13.000 Waalse dossiers, ook die verdeelsleutel is bekend. Dat betekent niet dat er in België 38.000 collaborateurs rondliepen. Sommigen hebben meerdere kortlopende contracten ondertekend, gemiddeld waren er tienduizend landgenoten in militaire dienst van de Nazi’s. In 2011 waren volgens mijn gegevens 6 procent van die dossiers actief. Daarmee kwam ik uit op een theoretisch maximum van 2.400 rechthebbenden, collaborateurs en hun nabestaanden. Intussen zijn we natuurlijk alweer acht jaar verder.

Kunnen er ook oorlogsmisdadigers tussen zitten?

De Coninck: De Duitse ambassadeur heeft in de Kamercommissie Buitenlandse Zaken uitgesloten dat er onder de Belgische militaire collaborateurs veroordeelden waren voor schending van de mensenrechten of het begaan van oorlogsmisdaden. Dat klonk echter niet overtuigend, want de ambassadeur baseerde zich op een onderzoek door het ministerie van Volksgezondheid van Noordrijn-Westfalen. Dat ging dus alweer over de schadevergoeding voor oorlogsslachtoffers, niet over oorlogspensioenen.  Een onderzoek naar eventuele Belgische strafdossiers werd alleszins nooit gevoerd. Kijk, de Duitse houding is op dit punt altijd ambigu gebleven. De Bondsrepubliek heeft de Nürnberg-veroordelingen bijvoorbeeld nooit erkend. Wel werden er in de jaren vijftig ruimhartige amnestiewetten gestemd. Misdaden gepleegd op bevel van hogerhand konden niet worden vervolgd. Pas in 1998 kwam er een amendement om oorlogsmisdadigers het recht op schadevergoeding te ontzeggen. Het Simon Wiesenthal Instituut heeft toen een lijst van 300.000 verdachten aan Duitsland overgemaakt. Weet je tot hoeveel schrappingen dat heeft geleid? 99 dossiers, terwijl algemeen wordt aangenomen dat 5 procent van alle Duitse soldaten betrokken was bij oorlogsmisdaden. Maar om op je vraag te antwoorden: of er onder de Belgische rechthebbenden dossiers van oorlogsmisdadigers zitten, dat zullen we pas achterhalen wanneer we hun identiteit kennen. Maar ik heb wel al een pikant detail ontdekt: veroordeelde collaborateurs mochten hun straf in aanmerking brengen voor hun Duits oorlogspensioen. Ersatzzeit, heet dat bij onze Oosterburen. 

 Hoe hoog liggen die pensioenen? Gaat het om meer dan een habbekrats?

De Coninck: De wedde voor een NSKK’er, de laagste trap in de militaire collaboratie, bedroeg 2.000 Belgische frank (50 euro). Dat was in de jaren vijftig geen bagatel. Hoe hoog de pensioenen nu liggen, valt moeilijk te achterhalen. Elk dossier is verschillend, en het geld komt uit verschillende potjes. Feit is dat ze vele malen hoger liggen dan de 40 à 50 euro per maand die dwangarbeiders sinds 2000 van de Duitse overheid als compensatie ontvangen. En veel hoger ook dan de aalmoes die de Belgische overheid aan erkende weerstanders uitkeert.

Een gevoelig punt. Hoe was het om als kind van twee weerstanders op te groeien?

De Coninck: De oorlog was altijd aanwezig, op vele verschillende manieren. Moeder had al twee kinderen voor ze mijn vader ontmoette, een joodse weerstander die als een van de eerste verzetsstrijders werd geëxecuteerd. Mijn oudste broer en zus hebben de trauma’s van de oorlog nooit kunnen afschudden. Ik kom niet uit een doorsnee gezin. Vader is in volle Koude Oorlog nationaal-secretaris van de Belgische Kommunistische Partij (BKP) geworden. Toen we naar Edegem verhuisden, riep de pastoor de gelovigen vanop de kansel op om een kruisteken te slaan als ze aan onze deur voorbijliepen. Weet je wat merkwaardig is? Pas sinds ik zelf kleinkinderen heb, ben ik gaan beseffen hoe sneu het is om zonder grootvaders te moeten opgroeien.

Uw vader is een mythe met een Wikipedia-pagina. Maar wat deed uw moeder in het verzet?

De Coninck: Ze was koerier bij de partizanen toen ze vader leerde kennen. Het is een wonder dat ze oorlog heeft overleefd, en dat ik hier nu zit. (valt stil)

Hoezo?

De Coninck: (aarzelend) Het is pijnlijk om dit op te rakelen. Veertien dagen voor de bevalling stond moeder voor een executiepeloton, samen met zes andere partizanen. Het gebeurde tijdens de bevrijding, in Menen. Overal hingen al Belgische vlaggen uit, de collaborateurs waren al in een kelder opgesloten. Toch was het nog niet afgelopen, de frontlijn tussen de Amerikanen en de Duitsers ging nog op en neer. Zo is het misverstand ontstaan. De brug over de Leie werd door een Duitse tank bewaakt. Een verdwaald exemplaar, dachten de partizanen. Ze gingen er naartoe om de bemanning te vragen om zich over te geven, zonder te beseffen dat de brug nog in vijandelijke handen was. Een Duitse officier onderschepte hen en gaf het bevel hen stante pede te fusilleren. Ze werden meteen tegen de muur van een café gezet. Toen de soldaten al aanlegden heeft moeder vertwijfeld uitgeroepen “soll mein Kind dann leben”. Daarop heeft de bevelgevende officier het geweer weggeslagen dat op haar was gericht. Ze is de enige die de executie heeft overleefd. Dank zij die officer dus, een Oostenrijker.

Zult u dat straks kunnen vertellen in ‘Kinderen van het  verzet’, de opvolger van de succesvolle Canvas-reeks ‘Kinderen van de collaboratie’?

De Coninck: Ik heb een interessant voorgesprek met een researcher gevoerd, maar werd niet opgevist. Het zou te maken hebben met mijn jongere zus met wie de klik tijdens het voorgesprek niet is gelukt. Jammer, maar voor zo’n programma is de combinatie van broers en zussen blijkbaar onweerstaanbaar. Dat bleek ook al uit ‘Kinderen van de collaboratie’, een reeks die ik overigens graag heb bekeken. Ik ken Koen Aerts persoonlijk, ik vind hem een bekwaam historicus.

Vaak gehoord: het begrip voor collaborateurs is in Vlaanderen groter dan het respect voor het verzet. Strookt dat met uw ervaring?

De Coninck: Het mag gerust wat meer zijn. Waarom geen nieuw museum oprichten zoals de Kazerne Dossin? Dat mag zich niet beperken tot het verzet tegen de nazi’s, al valt daar veel over te vertellen. Net zoals in de Kazerne Dossin moet de focus veel breder. Zo’n museum kan vertellen hoe belangrijk het is dat burgers zich verzetten tegen dictatoriale of totalitaire systemen.

Foto: Franky Verdickt

Alvin De Coninck

Menen, 1944

Enkel lagere school in Antwerpen. Gaat als 38-jarige geschiedenis en communicatiewetenschappen studeren aan  VUB 

Taxichauffeur in Hoofdstedelijk Gewest. Sociaal en syndicaal actief in taxiwereld

1992: wordt allereerste VDAB-instructeur voor taxibestuurders. Inspireert verschillende parlementaire vragen over taxiwetgeving

publiceert in 2011 eerste bevindingen over Duitse oorlogspensioenen op website Cegesoma

onderzoeker vaderlandse vereniging Herinnering/Mémoire

2015: organiseert tentoonstelling over dwangarbeiders in Leuven

2017: deskundige voor Kamercommissie Buitenlandse Zaken over Duitse oorlogspensioenen

Jean-Claude Tshisekedi over de nieuwe Congolese president: “Vader zou trots zijn op Félix”

Knack, 6 februari 2019

Een familienaam is geen vrijblijvend visitekaartje, daar weet Jean-Claude Tshisekedi alles van. Sinds twee weken is hij niet langer zoon van wijlen UDPS-leider Etienne maar broer van Congo’s nieuwe president Félix. De eedaflegging heeft hij vanop de eerste rij gevolgd, de Congolese politiek observeert hij vanaf de zijlijn. Kiesbedrog in Kinshasa? ‘De Congolezen zijn erg tevreden met het verloop van de verkiezingen’.

Tubize, een hoekhuis met zicht op de failliete staalfabriek Forges de Clabecq. Jean-Claude Tshisekedi (59) zegt dat we niet op de koffers in de hall moeten letten. Hij is pas terug uit Kinshasa, heeft nog geen tijd gevonden om op te ruimen. Het was zijn eerste bezoek in bijna dertig jaar aan zijn geboortestad, niet meteen een bewijs van grote heimwee. Deze gelegenheid echter wilde hij voor geen geld van de wereld missen. Jean-Claude zat op de eretribune toen zijn jongere broer Félix de eed aflegde als president van de Democratische Republiek Congo. Het historisch moment, de eerste vreedzame machtsoverdracht sinds de onafhankelijkheid in 1960, viel samen met een zeldzame reunie. Jean-Claude, Roger, Félix, Christian, Jacques en Thierry, de zes zonen van wijlen UDPS-leider Etienne Tshisekedi waren present.

De beelden gingen de wereld rond. Uittredend president Joseph Kabila, verrassend jong ogend zonder zijn witte baard, bleef onbewogen toen zijn opvolger halverwege de ceremonie door een malaise werd getroffen. Félix Thsisekedi herstelde zich na een paniekerig kwartiertje, maar aan de beeldvorming deed het geen deugd. De hamvraag klonk luider dan ooit: wie heeft voortaan werkelijk de touwtjes in handen in het grootste Afrikaanse land bezuiden de Sahara? De leider van de historische oppositiepartij UDPS die volgens de officiële kiescommissie Céni de presidentsverkiezingen van 30 december met 38,5 procent heeft gewonnen? Of blijft de machtigste man dezelfde die Congo de voorbije 18 jaar als staatshoofd bestuurde? Joseph Kabila zou het met Thsisekedi op een akkoordje hebben gegooid na het mislukken van zijn plan A, het laten verkiezen van zijn partijgenoot en dauphin Emmanuel Shadary. In ruil voor het presidentschap zou Tshisekedi de belangen van Kabila en diens entourage vrijwaren. Slachtoffer van de deal zou Martin Fayulu zijn, de andere oppositieleider die volgens onafhankelijke waarnemers de presidentsverkiezingen overtuigend heeft gewonnen. 61 procent tegenover slechts 15% voor Tshisekedi, zo moet blijken uit cijfers van de katholieke bisschoppenconferentie Cenco, die op 30 december 40.000 waarnemers had ontplooid. Van een echte alternance zou bijgevolg geen sprake zijn. De nieuwe president zou weinig in de pap te brokkelen hebben. De echte hefbomen van de macht, met name leger, veiligheidsdiensten en concessies voor land- en mijnbouw, blijven in handen van Kabila en co.

Een week na de plechtigheid ziet de wereld er heel anders uit. De twijfels over de verkiezingsuitslag blijven knagen, maar de machtsoverdracht is een voldongen feit. De internationale gemeenschap, het Westen en de Organsiatie voor Afrikaanse Eenheid op kop, hebben hun aanvankelijke kritiek ingeslikt. Schoorvoetend, uit vrees dat een gezagscrisis kan escaleren tot een totale implosie die niet alleen Congo maar de hele regio in vuur en vlam zou zetten. In Congo zelf bleef het trouwens opvallend rustig. Fayulu’s oproep tot vreedzaam straatprotest vond nauwelijks gehoor, ook al door de alomtegenwoordigheid van Kabila’s gevreesde veiligheidsdiensten. De Katholieke Kerk van haar kant heeft het vernietigende rapport van de Cenco stilletjes opgeborgen. Bij de eedaflegging was een vertegenwoordiger van het episcopaat opvallend aanwezig. En dus breekt ook voor Jean-Claude in België een nieuwe levensfase aan. ‘Ik werd altijd als de zoon van beschouwd’, zegt hij met brede grijs. ‘Voortaan echter moet ik als de broer van door het leven. Door mijn werk op de personeelsdienst van de gevangenis van Ittre ben ik snel moeten terugkeren. Wie we daar hebben, riepen de collega’s maandag, le frère du président! Ze maken er grapjes over, maar er zijn er die zich echt interesseren voor wat er in Congo gebeurt.

Aan sterke verhalen geen gebrek. Wat dacht u toen Félix tijdens zijn eedaflegging onwel werd?

Jean-Claude Tshisekedi: Ik was niet echt ongerust, maar op de tribune brak paniek uit. Het was die dag echt wel snikheet in Kinshasa, en je gaat niet in korte broek naar een eedaflegging. Mijn broer kreeg het heel benauwd met zijn kostuum en zijn kogelvrije vest. En ja, de stress speelde hem parten, het gewicht van de geschiedenis drukte op zijn schouders. Maar na een kwartiertje was hij weer op de been en heeft hij er zelfs een grap over gemaakt. Comprénez mon émotion, zei hij met een knipoog naar Mobutu die dezelfde woorden gebruikte toen hij het einde van de één-partijstaat aankondigde. Een goede zet, daarmee was de spanning van de lucht.

Had u veel contact met Félix in de aanloop naar de plechtigheid?

Tshisekedi: Hij was natuurlijk heel druk, maar toch maakte hij geregeld tijd voor de familie. Félix is altijd de dauphin van papa geweest, de enige van de zes zonen die resoluut voor de politiek heeft gekozen. Toch luistert hij naar zijn broers, ook over politiek. We willen hem niet voor de voeten lopen, maar we zien het wel als onze plicht hem bij te staan. Daarom was de hele familie aanwezig, ook halfzussen, ooms en neven. Alleen maman is in België gebleven, ze wil pas terugkeren als vader wordt begraven.

Het stoffelijk overschot van uw vader ligt al meer dan twee jaar in een Brussels mortuarium. Ex-president Kabila weigerde koppig zijn toestemming voor de repatriëring, uit vrees dat de UDPS de begrafenis in volle kiescampagne zou verzilveren. De verkiezingen zijn achter de rug, en de UDPS maakt zich klaar om samen met Kabila’s coalitie een regering te vormen. Wordt Etienne Tshisekedi binnenkort in zijn geboorteland ter aarde besteld?

Tshisekedi: Dat is absoluut de bedoeling, deze absurde situatie heeft lang genoeg geduurd. Er wordt nog over de details onderhandeld, maar binnenkort begint men eindelijk met het inrichten van de begraafplaats in N’Sele die al eerder werd gereserveerd. De datum ligt nog niet vast, maar ik verwacht dat vader in maart of april wordt gerepatrieerd.  

Uw vader heeft twee keer nipt naast het hoogste ambt gegrepen. Na Mobutu’s val in 1997 beschouwde hij zich als wettelijk staatshoofd maar werd hij aan de kant geschoven door rebellenleider Lauren-Désiré Kabila. In 2011 verloor hij wellicht door fraude de presidentsverkiezingen van Joseph Kabila. Hoe bijzonder is het voor Félix om de droom van Etienne waar te maken?

Tshisekedi: Het is erg emotioneel. Vader was een monument, daarover zijn vriend en vijand het eens. Het vergde veel moed om eind jaren zeventig tegen Mobutu op te komen, en hij heeft er een zware prijs voor betaald. Gevangenis, mishandeling, ballingschap, niks is hem bespaard gebleven. De familie deelde in de klappen, in Kinshasa blijven was geen optie. Ik werd met Roger al in 1981 naar België gestuurd, Félix is twee jaar later met de rest van de familie gevolgd. Mijn broer moet grote schoenen vullen, maar hij is er klaar voor. Waar vader zich nu ook moge bevinden, ik ben zeker dat hij erg trots is op Félix.

Over Félix presidentschap hangt helaas de schaduw van vermeend kiesbedrog. Net als uw vader acht jaar geleden beschouwt Martin Fayulu zich als de echte winnaar van de presidentsverkiezingen. Hoe kijkt u daar tegenaan?

Thsisekedi: Ik ken de cijfers van de Cenco, ik volg de media en hoor de geruchten. Maar zeg nu zelf: waarom komt het Congolese volk dan niet in opstand? Fayulu zou 61 procent hebben gehaald, terwijl Félix met 15 procent als derde zou geëindigd zijn. Komaan, zo’n massief kiesbedrog zouden de Congolezen nooit slikken. 

Tenzij ze zich door leger en politie geïntimideerd voelen…

Tshisekedi: Het klopt dat de mensen bang zijn voor repressie, maar dat is niet het punt. Wat de Cenco ook mag beweren, de Congolezen zijn best tevreden met het verloop van de verkiezingen. De verandering is een feit, Kabila’s plan om zich aan de macht vast te klampen is mislukt. En dat allemaal zonder chaos! Niet alleen de internationale gemeenschap maar vooral de Congolezen zelf waren als de dood voor grootschalig geweld. Stel dat de Céni toch Shadary tot overwinnaar had uitgeroepen, dan was het land ontploft. De Congolezen hebben de voorbije weken veel maturiteit aan de dag gelegd. Tijdens Félix speech werd er vanuit het publiek een bekende slogan van vader geroepen: le peuple d’abord! Dat vat de situatie goed samen: het volk schenkt Félix zijn vertrouwen, maar niet onvoorwaardelijk. Hij moet meteen werk maken van twee prioriteiten. De rechtstaat herstellen en het algemene levenspeil verbeteren.

Heeft hij daar voldoende slagkracht voor? Volgens sceptici blijft de echte macht in handen van ex-president en senator voor het leven Joseph Kabila. Diens partij heeft trouwens de parlementsverkiezingen met een verpletterende meerderheid gewonnen, waardoor de UDPS tot een moeizame cohabitatie wordt gedwongen…

Tshisekedi: Dat klopt niet helemaal. De parlementsverkiezingen werden gewonnen door een platform van Kabila’s PPRD en een resem lokale partijen, vaak nieuwe bewegingen rond één lokaal populaire politicus. Die hebben de parlementsverkiezingen gewonnen, de PPRD zelf heeft bar slecht gescoord. We moeten de macht van Kabila en zijn entourage niet overdrijven. De harde kern is een clubje van een tiental intimi, onder wie zijn tweelingzus die een enorm zakenimperium heeft uitgebouwd. Felix is echter niet rancuneus, het ligt niet in zijn bedoeling de Kabilisten frontaal aan te pakken. Dat hoeft ook niet, hard werken en resultaten boeken is nu de boodschap. Eens hij zijn gezag als president heeft gevestigd, zullen heel wat van Kabila’s medestanders oversteken. Politieke allianties zijn in Congo tijdelijk, iedereen draait mee met de wind van de macht. Er zijn trouwens al gesprekken aan de gang, ook met het kamp van Fayulu.

Vermoedelijk niet met Martin Fayulu zelf, want die heeft de uitgestoken hand van Félix geweigerd en blijft oproepen tot vreedzaam burgerprotest. 

Tshisekedi: Ach ja, geef hem wat tijd om zich met de nieuwe realiteit te verzoenen. Waarom zouden ze niet kunnen samenwerken? Martin Fayulu heeft jarenlang samen met de UDPS oppositie tegen Kabila gevoerd. Hij is een echte patriot die bij het volk veel respect geniet. Toch heeft zijn legitimiteit met deze verkiezingen een knauw gekregen. Iedereen wist dat Fayulu in feite voor Moïse Katumbi reed.

Jean-Claude Tshisekedi is de broer van Felix Tshisekedi, president van Congo. (foto: Franky Verdickt)

Katumbi ging na na een dubieuze veroordeling wegens financieel gesjoemel in buitenlandse ballingschap, volgens velen een manoeuvre van Kabila om een potentiële rivaal te neutraliseren. Krijgt hij onder president Tshisekedi amnestie?

Tshisekedi: Ik denk het wel. Félix is al begonnen met het herstellen van de rechtstaat. Een van zijn eerste beleidsdaden was de vrijlating van alle politieke gevangenen. Dan is het logisch dat Katumbi naar Congo mag terugkeren, tenminste als blijkt dat hij het slachtoffer was van een politiek proces. 

Boze tongen trekken de geschiktheid van Félix in twijfel. Hij is niet hard genoeg en mist de koppigheid van zijn vader. Wat vindt u daarvan?

Tshisekedi: Wees gerust, Félix kan bijzonder hard uit de hoek komen. Natuurlijk is hij geen kopie van vader, Félix komt diplomatischer en vriendelijker over. Goede eigenschappen, want een president regeert niet alleen. Félix laat zich goed omringen, met Vital Kamerhe heeft hij bijvoorbeeld een uitstekende kabinetschef die alle finesses van de Congolese politiek kent. 

Een week na de verkiezingen, nog voor de bekendmaking van de uitslag, kwam aan het licht dat Félix bij zijn kandidaatstelling een vervalst diploma van de Brusselse hogeschool ICC had voorgelegd. Volgens sommige analisten hangt die fraude hem als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Een klacht voor het Grondwettelijk Hof zou zomaar tot zijn afzetting kunnen leiden. Is hij niet chanteerbaar, onder meer door senator voor het leven Joseph Kabila die de rechters van het het Grondwettelijk Hof zelf heeft benoemd?

Tshisekedi: Hoezo het Grondwettelijk Hof hem afzetten? Het Hof heeft nog maar pas zijn verkiezingsoverwinning bevestigd door Fayulu’s klacht te verwerpen. Dat zogenaamde diplomaschandaal slaat nergens op. Mijn broer heeft helemaal geen diploma voorgelegd bij zijn kandidaatstelling. Dat moest ook niet, want het verkiezingsreglement voorzag in twee opties. Behalve een universitair diploma mochten kandidaten het bewijs voorleggen van hun politieke loopbaan. Dat heeft Félix dus gedaan, hij heeft zijn voorzitterschap van de UDPS aangetoond.

U was dertig jaar niet meer in Congo. Viel de hernieuwde kennismaking mee?

Tshisekedi: Ik was geschokt door het verval en de armoede. Zelfs Gombé, in mijn kindertijd een chique buurt van Kinshasa, is een puinhoop geworden. Mijn broer staat voor een gigantische opdracht. Een van de ergste kwalen is de corruptie. Als een ambtenaar of leraar een salaris van 100 dollar verdient, dan blijft er 40 dollar aan de vingers van de chef of de directeur plakken. Idem voor het leger, de officieren romen de soldij van hun manschappen af. Daar wil Félix dus korte metten mee maken. Salarissen zullen rechtstreeks worden gestort, zonder graaiende tussenpersonen. Om het land uit het slop te halen is natuurlijk meer nodig. De economie aanzwengelen, banen scheppen. Het is toch stuitend dat Congo niks produceert? Er worden alleen grondstoffen gedolven, maar daar worden de Congolezen nauwelijks beter van. Als de Chinezen in ruil voor grondstoffen wegen aanleggen en gebouwen optrekken, brengen ze hun eigen arbeiders mee. Zelfs dat werk wordt de Congolezen niet gegund! Ook dat wil Félix veranderen, hij wil de mijncontracten openbreken en betere voorwaarden afdingen.

Nepotisme is een oud zeer in de Congolese politiek. Onder Mobutu of Kabila zou u als ‘broer van’ de lucratieve postjes of benoemingen voor het uitkiezen hebben. Wordt die traditie voortgezet?

Tshisekedi: (lacht) Félix wil breken met elke vorm van cliëntelisme. Makkelijk wordt het niet, want er zal aan zijn mouw worden getrokken. Het zit er nu eenmaal ingebakken in de zeden van het land, dat heb ik vorige week nog kunnen vaststellen. Onze auto werd bij een van de vele checkpoints gecontroleerd. De chauffeur verloor zijn geduld. “Je weet toch wie er op de achterbank zit”, riep hij naar de militairen, “de broer van de nieuwe president”. Ik pruttelde tegen, maar we werden meteen doorgezwaaid. Ik heb me in België nooit op mijn familienaam laten voorstaan. Op een keer werd ik door de politie aan de kant gezet wegens overdreven snelheid. De agent zette grote ogen toen hij mijn identiteitskaart zag. Toch geen familie van de bekende politicus, vroeg hij. Toeval, heb ik geantwoord, Tshisekedi is in Congo een populaire naam. Helaas is niet iedereen even discreet. Op de sociale media circuleert een filmpje van een verre neef die in een discotheek een half dozijn flessen champagne bestelt. “Je suis le cousin du president congolais”, roept hij zodat iedereen het kan horen. Zulle toestanden kunnen we niet tolereren.

Overweegt u terug te keren naar het land van president Tshisekedi?

Tshisekedi: Ik zou op termijn in Congo wel een bedrijf willen oprichten, bij voorkeur iets met groene stroom. Twee van mijn boers zijn trouwens nu al aan het uitkijken naar opportuniteiten. Onze Roger bijvoorbeeld wil ginder iets beginnen met zijn kennis van autotechnologie. Investeren, banen scheppen, zo help je het land vooruit. Maar definitief verhuizen? Nee, ik voel me goed in België, net zoals mijn vrouw en vier kinderen. Ik bezoek al eens graag een museum of tentoonstelling, Frankrijk is mijn favoriete vakantieland. Comme un vrai Belge quoi.

hoe ontmantel je een kerncentrales?

dossier van Jan Lippens & Erik Raspoet, verschenen in Knack, 5 februari 2016

Het draaiboek ontmanteling Doel 1 en Doel 2 lag helemaal klaar toen de regering-Michel met ENGIE-Electrabel het nucleair akkoord sloot over de verlengde levensduur van de centrales. Uitstel maar geen afstel voor de grootste sloopoperatie uit de Belgische industriële geschiedenis. Voor 6,2 miljard euro verandert de NV Afbraakwerken Electrabel de nucleaire sites van Doel en Tihange in een greenfield. Vanaf 2022, tenzij er nogmaals uitstel komt. ‘Een kerncentrale kan best tachtig jaar mee’.

 

binnen 20 jaar blijft alleen nog de windmolen over. Tenzij...

Doel: binnen 20 jaar blijft alleen nog de windmolen over. Tenzij…

De torens van Doel, iemand zou er een stadsgedicht moeten over schrijven. Veel meer dan de Boerentoren en de Kathedraal domineren ze hun omgeving. Zeelui begroeten de 170 meter hoge tweeling als oude bekenden. Eens de kerncentrale op Linkeroever gepasseerd, ligt het dok om de bocht. Het wordt wennen, maar straks zijn de imposante koeltorens met hun witte waterdamppluimen weg. Ook de hele centrale met haar vier kernreactoren en bijbehorende installaties zal op een dag niet meer dan een herinnering zijn. Wat er dan precies met de 80 hectaren van de nucleaire site zal gebeuren, daarover kan eigenaar Electrabel nog geen uitsluitsel geven. Misschien wordt het een natuurgebied met slikken en schorren, zoals het aanliggende Verdronken Land van Saeftinhge. Misschien kiest men voor landbouwgrond, of toch weer een industriezone. Het einddoel van de ontmanteling is alleszins duidelijk: de kerncentrale van Doel zal, net zoals die van Tihange, in een greenfield worden herschapen, zonder beperkingen voor herbestemming.

Plutonium

Abrupt zal de overgang niet verlopen. Volgens de huidige stand van zaken, na het nucleair akkoord dat de regering eind november met Electrabel afsloot, valt op 1  oktober 2022 Doel 3 als eerste reactor stil. Een jaar later wordt Tihange 2 definitief afgeschakeld, de overige vijf eenheden volgen in de loop van 2025. Het stopzetten van Doel 3 wordt meteen de start voor een waar ontmantelingsoffensief dat minstens 20 jaar zal duren. Met een beetje meeval zijn beide sites tegen 2045 tot de laatste morzel beton ontmanteld en kan er worden gepicknickt op de plek waar decennialang stroom werd geproduceerd uit uranium en plutonium.

Head of Nuclear Liabilities, staat op het kaartje dat Geert Backaert ons op het Electrabel-hoofdkwartier overhandigt. Zijn dienst was betrokken bij het studiewerk waarmee ENGIE, de nieuwe naam van de Franse moederholding GDF-SUEZ, voor de levensduurverlenging van Doel 1 en 2 lobbyde. Kennelijk stond dat politieke succes toch niet in de sterren geschreven. Backaert was immers ook de man die tegelijkertijd alles in gereedheid bracht om onverwijld aan de ontmanteling van de 40 jaar oude reactoren te beginnen. Ter herinnering: Doel 1 werd op 15 februari vorig jaar stilgelegd, zoals voorzien in de wet op de kernuitstap van 2003 die pas eind november werd herroepen. ‘Normaal gezien waren we nu al volop bezig’, zegt Backaert. ‘Nog niet aan de echte ontmanteling, eerst moesten we alle splijtstof uit de reactor evacueren en de installaties ontsmetten, een klus die toch gauw drie tot vier jaar vergt. In die overgangsperiode moesten we bij het NIRAS een definitief ontmantelingsplan indienen en bij het FANC een ontmantelingsvergunning aanvragen. De ontmantelingsplannen voor Doel 1 en 2 lagen overigens al maanden klaar’.

Toch werden die nooit bij het NIRAS, in België exclusief bevoegd voor stockage en berging van radioactief afval, ingediend. Groen-kamerlid en energiespecialist Kristof Calvo heeft daar meermaals over geïnterpelleerd. Volgens Calvo, daarin bijgetreden door het NIRAS, moesten de plannen uiterlijk drie jaar voor de stopzetting worden ingediend. In 2012 dus, gelet op de voorziene sluitingsdatum van Tihange 1, Doel 1 en 2. ‘Een foute interpretatie van de wet’, zegt Bacquaert. ‘Het FANC heeft onze visie bevestigd: niet het moment van de stopzetting van de stroomproductie is van belang, wel het verstrijken van de exploitatievergunning. Die blijft geldig zolang er nog splijtstof in de reactor aanwezig is. 2019 was altijd onze streefdatum voor de start van de ontmanteling. We lagen dus perfect op schema om onze plannen bij het NIRAS in te dienen’.

 SAFESTORE

Achteraf bekeken lijkt het een storm in een glas water. De levensduurverlenging van Doel 1 en 2 _ Tihange 1 kreeg al in maart 2014 van de regering-Di Rupo uitstel van executie _ maakte een einde aan de interpretatiestrijd. De polemiek illustreert echter perfect dat de ontmanteling van kerncentrales behalve een technische en financiële titanenklus ook een juridisch en bureaucratisch kluwen is. Een halve meter papier plus cd-roms en usb-sticks met powerpoints, zo moeten we ons het ontmantelingsplan voor Doel 1 en Doel 2 voorstellen. ‘Dat werk is niet verloren’, zegt Backaert. ‘Natuurlijk zullen we tegen 2025 moeten actualiseren. In tien jaar kan er veel veranderen. De technologie, maar vooral de regelgeving en de economische realiteit. Actualiseren, dat doen we hier voortdurend. De wet verplicht ons immers om de drie jaar een globaal ontmantelingsplan voor het complete park van zeven reactoren aan het NIRAS voor te leggen, met een kostenraming en technisch stappenplan per site. Dat is al behoorlijk gedetailleerd, maar de definitieve ontmantelingsplannen gaan uiteraard veel verder’.

Aan buitenlandse voorbeelden ontbreekt het niet. Volgens het Wereld Nucleair Forum worden momenteel 110 commerciële kernreactoren ontmanteld, naast een veelvoud van kleine onderzoeksreactoren. Alleen al in de VS zijn op dit moment 19 reactoren van verschillende generaties, types en vermogens in decommissioning. Meestal wordt gekozen voor de SAFESTORE-aanpak: de splijtstof wordt verwijderd en in speciale opslagvaten op de eigen site of die van een andere kerncentrale bewaard. Daarna wordt het gebouw dichtgemetseld en begint het lange wachten. Vermont Yankee, een 620 megawatt kokendwaterreactor (BWR) uit 1972 die twee jaar geleden werd stilgelegd, zal pas tegen 2073 volledig ontmanteld zijn. Ook termijnen van 70 jaar komen voor, zo blijkt uit het overzicht van de US Nuclear Regulatory Commission. Voordeel van deze aanpak: als de ontmanteling echt begint, is de radioactiviteit in het reactorgebouw tot een minimum herleid. Ook in het Nederlandse Dodewaard wordt die strategie gevolgd. De 58 megawatt BWR, in de jaren zestig als onderzoeksreactor gebouwd, leverde tot 1997 stroom. In dat jaar veranderde Dick Kers van functie. In plaats van diensthoofd chemie werd hij site manager, belast met de ontmanteling van de centrale. De 55-jarige ingenieur hoopt het er nog bij te zijn wanneer in 2045 met de definitieve ontmanteling wordt begonnen. Met een beetje geluk maakt hij het nog mee wanneer het terrein nog eens tien jaar later aan de natuur wordt teruggegeven, als weideland in de uiterwaarden van de rivier de Waal. ‘Ik spreek liever niet van SAFESTORE’, zegt Kers. ‘Dat concept komt uit Amerika, waar heel andere regels gelden. Ze bewaren de splijtstof op de eigen site, sluiten de gebouwen af en lassen erg lange wachttijden in. Bij onze aanpak wordt de splijtstof naar een opwerkingsfabriek afgevoerd. Veilige insluiting, zoals dat heet, duurt minder lang maar vergt anderzijds een actiever beheer. Ik heb twee collega’s om het gebouw te bewaken en te onderhouden. Ventilatiefilters vervangen, stralingsniveaus monitoren, er komt heel wat bij kijken. Gras maaien en schoonmaken in de controlekamer laten we aan onderaannemers over’.

Kalkar

zo kan het dus ook: Kalkar-Duitsland, van Kerncentrale tot pretpark (foto: Wikipedia)

Gidsland Duitsland

‘SAFESTORE is niet onze keuze’, zegt ingenieur Backaert. ‘Ons globaal plan gaat al vanaf de eerste versie uit van DECON, zeg maar directe ontmanteling. Al moeten we direct wel met een korrel zout nemen. Met de voorbereiding en vergunningsaanvragen inbegrepen, rekenen we toch op minstens 15 jaar per reactor’. Niet Amerika, wel Duitsland is voor Electrabel het gidsland inzake decommissioning. Ervaring zat bij onze Oosterburen die na de kernramp van Fukushima in 2011 beslisten om tegen 2022 alle nucleaire centrales te sluiten, een koerswijziging die ze hard maakten door onmiddellijk alle voor 1980 gebouwde reactoren stil te leggen. Het gaat om acht eenheden, de vergunningsaanvragen voor de ontmanteling zijn binnen. Vijf andere reactors verkeren in verschillende uitvoeringsstadia, terwijl negen sites al werden vrijgegeven, wat betekent dat er geen stralingsmonitoring meer nodig is op terreinen waar decennialang kernenergie werd opgewekt.

Volgens Gerhard Schmidt, specialist nuclear decommissionning aan het Darmstadt Öko Institut, kost het tussen 8 en 15 jaar om een reactor te ontmantelen. Technische ervaring en kwaliteit van projectmanagement bepalen de snelheid, maar het draaiboek ligt vast. Altijd eerst de fuel, goed voor 99 procent van de radioactiviteit, evacueren. Vervolgens gebouwen decontamineren, installaties afbreken, het binnenwerk van het reactorvat verwijderen, daarna volgen het vat en het betonnen omhulsel, het zogenaamde biologisch schild. Rest alleen nog de afbraak van de gebouwen, wat weinig meer om het lijf heeft dan een routineuze sloopoperatie. ‘Het grote voordeel van DECON is de beschikbaarheid van expertise’, aldus Schmidt. ‘Als je veertig jaar wacht zoals in Amerika, zijn alle ingenieurs die de centrale kennen al lang dood of met pensioen. Bij onmiddellijke afbraak kun je wel de nodige technici en specialisten aan boord houden. In feite zie ik in SAFESTORE niks dan nadelen. De kosten zijn veel moeilijker te beheersen, en zelfs het argument van het lagere stralingsniveau snijdt geen hout meer. Alle stralingsgevoelige afbraakwerken gebeuren tegenwoordig met afstandsbediende robots’.

Duitse operatoren moeten hun ontmantelingsplannen technisch en financieel door een gespecialiseerd ingenieursbureau laten doorrekenen. De bekendste naam is NIS-Siempelkamp, het bureau dat ook door Electrabel wordt ingeschakeld bij de verplichte, driejaarlijkse update van het globale ontmantelingsplan. Er zal aan de volgende versie flink geschaafd moeten worden. In vorige edities zat een gat van tien jaar tussen de ontmanteling van Doel 1 en 2 en de andere reactoren, tijd die Electrabel dankbaar kon gebruiken om ervaring op te doen. ‘Door de levensduurverlenging schuift alles in elkaar’, zegt Backaert. ‘Het wordt secuur plannen. Naast de knowhow binnen de groep zullen we ook hooggespecialiseerde onderaannemers moeten inhuren. Die kunnen niet altijd op twee op drie plaatsen tegelijkertijd werken’. Human resources was een belangrijk onderdeel in het definitieve maar alsnog voorbarig gebleken ontmantelingsplan Doel 1 en Doel 2. Een deel van het personeel zou naar Doel 3 en 4 migreren, anderen werden bij de ontmanteling ingezet. Die tweedeling moet in principe binnen tien jaar niet meer worden gemaakt. ‘Na 2022 wordt ENGIE-Electrabel een ander bedrijf’, zegt Backaert. ‘Op groepsniveau blijft stroomproductie de core business, maar de medewerkers van onze kerncentrales zullen geen elektriciteit meer maken maar installaties afbreken’.

Eurochemic

Zeggen dat er in België geen precedenten bestaan, is overdreven. De BR3, een van de kleine onderzoeksreactoren van het Studiecentrum Kernenergie (SCK) in Mol, werd in 1988 stilgelegd. De ontmanteling begon pas 14 jaar later en duurde tot 2011. ‘Pionierswerk’, zegt vicedirecteur Frank Hardeman. ‘De ontmanteling maakte deel uit van een Europees onderzoeksproject. Snelheid was geen doel op zich. We hebben er veel van geleerd, kennis die we bij projecten in binnen- en buitenland hopen te verzilveren’. Een soortgelijk verhaal tekenen we op bij Belgoprocess in Dessel waar de opwerkingsfabriek Eurochemic werd ontmanteld. De fabriek, in 1966 opgestart als Europees samenwerkingsproject, viel door onenigheid tussen de deelnemende landen al in 1974 stil. In die korte periode werden in Dessel revolutionaire opwerkings- en conditioneringstechnieken voor nucleair afval zoals verglazing, pyrolyse en bitumering op punt gesteld. Die technologie vond vlot haar weg naar het buitenland, maar België bleef met het nucleair passief achter. Belgoprocess, de opvolger van Eurochemic dat op zijn beurt onder de vleugels van het NIRAS opereert, heeft er bijna 25 jaar over gedaan om het dertig meter hoge gebouw te ontmantelen. Kostprijs: 210 miljoen euro, een bedrag dat we met zijn allen via een heffing op onze stroomfactuur aan het afbetalen zijn. Dat zou ons voor de ontmanteling van de kerncentrales van Electrabel niet mogen overkomen. Maar wie zal dan die grootste Belgische sloopoperatie ooit betalen, en vooral: wat zal het kosten?

Synatom moet de factuur betalen. De naamloze vennootschap beheert de zogenaamde nucleaire provisies waarmee ten gepasten tijde de afbraak van de centrales zal  gefinancierd worden. De bijdragen aan dit fonds komen van Electrabel en in veel mindere mate van EDF-Luminus, kleinaandeelhouder in de Belgische kerncentrales. Goed om weten: Electrabel is voor de volle 100% eigenaar van Synatom, één aandeel van de Belgische staat niet te nagesproken. Het geld van Synatom is dus ook het geld van Electrabel. Broekzak-vestzak? Raar. ‘Helemaal niet raar’, zegt Robert Leclère, CEO van Synatom, ‘want dat is zo voorzien in de wet op de nucleaire provisies’.

6,2 miljard

Electrabel heeft een schatting gemaakt van de te verwachten kosten voor de afbraakwerken. Die raming moet als onderdeel van het ontmantelingsplan om de drie jaar geactualiseerd worden en is gebaseerd op het volume afbraakmateriaal, het benodigde personeel, het aantal manuren per soort materiaal, enzovoort. Praktijken zoals in Amerika, waar reactorvaten in hun geheel uit de centrale worden gelicht en diep in de woestijn van Utah worden begraven, zijn hier onmogelijk. Backaert: ‘Bij ons is de vraag meer of je een reactorvat in stukken van een vierkante meter groot snijdt, dan wel of je alles bij Niras in postzegelformaat moet aanleveren. Een detail, maar wel met grote gevolgen voor de kostprijs. De regelgeving daaromtrent is vandaag nog niet helemaal duidelijk. Alleszins komt het erop aan de nucleaire afvalstroom zoveel mogelijk te beperken. Daar bestaan technieken voor, zoals het afschrapen van betonwanden. Alleen de oppervlakte aan de binnenzijde is besmet, de rest hoeft niet in de radioactieve afvalstroom’.

Volgens de jongste raming van Electrabel zal er voor alle centrales samen in totaal 6,265 miljard euro nodig zijn. Dat zou de eindfactuur zijn tegen pakweg 2045. Dat geld is er vandaag niet. Leclère: ‘Indien we vandaag de hele ontmanteling in één keer zouden bestellen en betalen, hebben we 4,7 miljard euro nodig. Dat is uiteraard allemaal fictie, want de centrales zullen nog jaren draaien. Het is de opdracht van Synatom om onze reserves via beleggingen te laten aangroeien tot uiteindelijk 6,2 miljard’.

Of dat zal volstaan, kan eigenlijk niemand voorspellen. In Nederland rekent men voor de centrale van Dodewaard op 180 miljoen euro en in Borssele moet men tegen de sluiting in 2034 zo’n 491 miljoen aan de kant hebben. Het verwerken van de splijtstof is in die bedragen niet begrepen. De ontmanteling van de in 1994 afgeschakelde Duitse Kernkraftwerk Würgassen kostte uitbater E.ON liefst een miljard euro. Tien jaar later kostte de afbraak van de bijna identieke centrale in Stade nog de helft. Technologische vooruitgang en ervaring kunnen dus de prijs drukken. Toch berekenden experts van het Öko-Institut Darmstadt dat ontmanteling altijd rond de 750 miljoen kost, wat ook de omvang van de centrale is.

W-133.06-DW-LG

 

Broekzak-vestzak?

In het Synatom-ontmantelingsfonds zit vandaag ongeveer 3,3 miljard. Daarnaast hebben Electrabel  en EDF al zo’n 4,7 miljard in een tweede Synatom-fonds gestort voor de afvoering en verwerking van bestraalde splijtstof. In totaal dus 8 miljard, een aardig bedrag dat met de nodige voorzichtigheid moet worden belegd. Volgens de wet mag Synatom daarbij tot driekwart van dat geld weer uitlenen om rente te incasseren. Dat gebeurt ook: Synatom heeft 5,8 miljard uitgeleend aan… Electrabel. Wat het bedrijf daarmee doet, is zijn zaak. De lening is niet gebonden aan voorwaarden zoals bijvoorbeeld investeringen in hernieuwbare energiebronnen. Electrabel moet als exploitant van de kerncentrales de miljarden aan Synatom betalen om de latere afbraak te financieren, maar krijgt dus wel driekwart van dat geld meteen terug als lening van Synatom. Ook dat lijkt broekzak-vestzak. ‘Nee’, zegt Leclère, ‘want Electrabel betaalt Synatom elke drie maand 4,8 procent intrest op dat bedrag’.

Die 4,8 procent is de zogenaamde actualisatievoet die om de drie jaar wordt vastgelegd door de Federale Commissie voor Nucleaire Voorzieningen binnen Synatom. Dat rendement heeft Synatom vandaag nodig om haar kapitaal op termijn tot die 6,2 miljard te laten aangroeien. We leven al enkele jaren met historische lage rentevoeten. Waarom betaalt Electrabel dan die torenhoge rente als het veel goedkoper miljarden zou kunnen lenen bij de banken? Leclère: ‘We hanteren vergelijkbare tarieven als in onze buurlanden Frankrijk en Duitsland. Als Electrabel goedkoper zou lenen bij de bank en Synatom daardoor onvoldoende provisie zou kunnen aanleggen, dan moet Electrabel uiteindelijk toch dat verschil bijpassen. Dat is de wet’. De topman van Synatom wijst er nog op dat ook die actualisatievoet geregeld wordt aangepast. ‘Drie jaar geleden was de rente zelfs 5 procent en eind dit jaar wordt ze opnieuw berekend.’

Codenaam Bianca

Experts wijzen er op dat het grote voordeel voor Electrabel is dat het alleen die intrest en geen kapitaal terugbetaalt. Dat kapitaal komt pas aan het einde van de rit, bij de effectieve afbraak van de centrales. Als Electrabel dan nog bestaat, want het gaat niet zo goed in de sector. Engie-topman Gérard Mestrallet wees er eind vorig jaar zelf op dat ‘de elektriciteitsbedrijven tot 2008 tot de meest rendabele in Europa behoorden, maar nu is de situatie totaal omgekeerd‘. Toch is Leclère er gerust op: ‘Een bedrijf gaat niet van de ene op de andere dag failliet. Synatom controleert permanent of alle bedrijfseconomische ratio’s van Electrabel gunstig blijven. Het bedrijf moet ook altijd minstens een rating BBB+ hebben van de internationale ratingbureaus. Als die rating zakt, kan de Federale Commissie voor Nucleaire Voorzieningen de graduele terugbetaling van het kapitaal eisen’. Geruststellend, maar toch. BBB+ is in de financiële sector geen topkwaliteit zoals A-ratings, maar zogenaamd ‘aanvaardbare kwaliteit’ (lower medium grade).

Moederbedrijf ENGIE heeft grote plannen. In de VS zou de groep een aantal centrales afstoten en ook de activiteiten in de Benelux zouden worden afgesplitst en apart naar de beurs gebracht. Met andere woorden, Electrabel zou dan niet meer onder de grote paraplu van multinational ENGIE schuilen. Mestrallet bevestigde dat zo‘n plan, met codenaam Bianca, wordt onderzocht. Experts vrezen dat Electrabel met dat scenario wel eens een heel stuk minder kredietwaardig zou kunnen worden. En wie draait dan op voor de ontmantelingskosten? De belastingbetaler? Leclère is formeel: ‘De belastingbetaler loopt geen risico, ook niet als er lijken uit de kast zouden vallen bij de ontmanteling. Electrabel zal moeten bijpassen.’

nieuwe levensduurverlenging

Intussen heeft het Niras een vergunningsaanvraag  lopen voor de bouw in Dessel van een bovengrondse categorie A-berging voor laag-en middelactief, kortlevend afval. De capaciteit van 70.000 kuub moet volstaan om al het in België geproduceerde afval, uit het verleden zowel als de toekomst, te bergen. 60 procent daarvan is voor het puin van de zeven kernreactors bestemd. Langlevend afval, een tiende van de nucleaire stroom, wordt tijdelijk gestockeerd in afwachting van geologische berging in de Kempense klei. Wat er met de splijtstof moet gebeuren, is nog onduidelijk. Sinds 1993 liggen de opgebruikte, hoogradioactieve uranium en MOX-staven op de sites van Tihange en Doel te wachten op een politieke beslissing. Ondergronds bergen of opwerken tot nieuwe brandstof zijn de opties die het NIRAS na 20 jaar tot op het bot heeft onderzocht. ‘Tegen 2022 moet er écht een beslissing komen’, zucht directeur Jean-Paul Minon. Het mag duidelijk zijn waarom het NIRAS de driejaarlijkse ontmantelingsplannen van Electrabel niet alleen technisch maar ook financieel evalueert. De berging en conditionering van de immense afvalstroom weegt gigantisch zwaar in het totale kostenplaatje.

Het laatste woord ligt evenwel bij het FANC. Pas als de nucleaire waakhond officieel bevestigt dat alle radioactiviteit is verdwenen, worden de ontmantelde sites voor herbestemming vrijgegeven. Dromen van extra natuur of landbouw op Linkeroever mag, maar Niras-topman Minon voorspelt nu al een grote vraag naar industrieterreinen in de haven. Koffiedikkijken, dertig jaar is lang. Best mogelijk dat tegen dan een erfgoedcomité met succes ijvert voor de bescherming van een van de koeltorens. Best mogelijk ook dat al het voorgaande puur speculatief is omdat er tegen 2022 tussen regering en Electrabel een nieuwe nucleaire deal met levensduurverlenging wordt gesloten. ‘In Amerika wordt drievierden van de kerncentrales tot 60 jaar verlengd’, zegt Synatom-baas Leclère. ‘Dat België initieel voor 40 jaar koos, was een politieke keuze. In de Verenigde Staten is kernenergie geen politiek thema, daar is men nu studies aan verrichten om centrales 80 jaar te laten draaien. Technisch is dat geen enkel probleem. De meeste verlengingen worden trouwens niet voor tien maar voor twintig jaar gegeven, zoals ook in het Nederlandse Borssele is gebeurd.’ Het lobbyen kan beginnen.

 

De hype van de gepersonaliseerde nummerplaat

 De Standaard, 28 maart 2015 

“1000 euro voor PENIS als nummerplaat? Moet kunnen”

Precies een jaar geleden werden de regels voor het personaliseren van nummerplaten versoepeld. Alles kan, behalve racistische combinaties. Van SEKS-069 tot WAF-WAF, steeds meer chauffeurs tasten in de portefeuille voor een origineel kenteken. Het wordt nog lachen in de file.

foto: Frederik Buyckx

foto: Frederik Buyckx

Originele nummerplaten spotten. Lang geleden was het voor passagiers een manier om saaie autoritten op te leuken. Sinds de komst van tablets en ander achterbankentertainment wordt dit tijdverdrijf nog maar zelden beoefend. Nochtans was nummerplaatspotten nooit spannender dan het voorbije jaar. Op de Belgische autowegen rijden tegenwoordig vierwielers rond met kentekens zoals BABY, SCHATTEKE, I- M-LATE of SMILE. Andere auto’s staan bij de Dienst Inschrijvingen Voertuigen (DIV) bekend onder eigen-of plaatsnamen, van HERMAN en WESLEY over NICOLE en ILSE tot KOKSIJDE en RAVELS.  En wees niet verbaasd als u straks bij de verkeerslichten achter PICOBELO, VICTOIRE, BADBOY-1, SOLEMIO of WAF-WAF aanschuift, of op de snelweg wordt ingehaald door een gepimpte Porsche die GRRRRRR heet.

Op 31 maart 2014 werd het gewijzigde KB op de inschrijving van voertuigen van kracht. Onder de nieuwe regeling vallen nagenoeg alle beperkingen op het personaliseren van nummerplaten weg. Alle cijfer-letter-combinaties zijn mogelijk, van 1 tot maximaal 8 karakters. De keuzevrijheid heeft een prijs: een gepersonaliseerde nummerplaat reserveren kost 1.000 euro, bovenop de 30 euro voor het afleveren van een kenteken.

CATCH-ME

“Twee weken geleden stond de teller op een kleine 8.000 aanvragen”, zegt DIV-woordvoerder Thomas De Spiegelaere. “Best veel, ook al zitten er een hoop regularisaties tussen. Gepersonaliseerde nummerplaten hebben immers altijd bestaan, maar het oude systeem was weinig flexibel. Het verplichte begincijfer 9 werd gevolgd door een combinatie naar keuze van drie cijfers met drie letters of omgekeerd. Veel gekker dan JAN-001 kon het zo niet worden, al rijdt er sinds jaar en dag wel iemand met SEX-069 rond. Ook vroeger kostte het al 1.000 euro”.

Voor de schatkist is de hype een gouden zaak. Zelfs met aftrek van de gratis regularisaties wordt de meeropbrengst op 5 miljoen euro geschat. Daar heeft Bruno Despriet zijn steentje toe bijgedragen. “Op 1 april heb ik BATMAN-1 gereserveerd”, zegt hij. “Ik wist dat de nieuwe wet er zat aan te komen, en wilde geen enkel risico lopen dat iemand de combinatie voor mijn neus zou wegkapen”. Begrijpelijk als men een blik werpt op zijn auto. De uit Pittem afkomstige kelner kart door West-Vlaanderen in een tot Batmobiel omgebouwde VW. “Ik had er al 2.200 euro in gestoken om hem te tunen. Die nummerplaat was de kers op de taart, dat mocht wat kosten. Ik ben in de streek niet de enige met een speciale plaat. In Pittem rijdt een JOHNNY rond, en in Oostende heb ik er een met CATCH-ME gezien. Maar mijn BATMAN-1 springt er toch uit, ze hebben mijn nummerplaat zelfs in een vragenronde van De Slimste Mens getoond”.

HIHIHI & HAHAHA

Dat uitzonderlijke voorrecht deelt hij met Jürgen Exelmans uit Reet. Duizend euro voor een bordje met ZOTVAN-A op zijn nieuwe Mercedes? “Goed besteed”, zegt Exelmans die naast een carrosseriebedrijf een handel in occasiewagens drijft. “Als reclamestunt valt dit niet te overtreffen. Iedereen kijkt ernaar, en in een moeite lezen ze de naam van mijn firma die onder de nummerplaat staat”. Exelmans wil het benadrukken: ZOTVAN-A heeft niks van doen met de citymarketing van gewezen burgemeester Patrick Janssens, laat staan dat er zelfs maar een link met de Stad Antwerpen is. “Ik dacht er TE KOOP op te zetten, reclame voor mijn tweedehandszaak. Maar dat zou tot verwarring hebben geleid, het is tenslotte mijn eigen auto. Mijn petekind kwam met het idee. De A verwijst naar het type Mercedes, en de boodschap is voor mijn vriendin bestemd”. De extra aandacht neemt hij er graag bij. Kinderen op de achterbank steken hun duim op, chauffeurs maken foto’s met de smartphone, bij het uitstappen regent het complimentjes. “Een enkele keer krijg ik een zure reactie. ‘Onnozelaar’,  klinkt het, ‘hoe kunt ge daar nu 1.000 euro voor geven?’. Ach ja, daar lig ik niet wakker van”.

De creativiteit scheert hoge toppen. Een man uit Deerlijk vond HIHIHI zo’n geweldige ingeving, dat hij voor de wagen van zijn vrouw prompt HAHAHA reserveerde. Beelden van het echtpaar met wagenpark gingen viraal. Facebook en Twitter wemelen intussen van de nummerplaatfoto’s, doorgaans vergezeld van schampere commentaar. Voor een objectief en uitputtend overzicht kan men best op de gespecialiseerde site licenceplates.be terecht. Stijn Devos en Thomas Guylink, collega’s bij een vastgoedbedrijf in Nieuwpoort, zagen het gat in de markt. Ze begonnen vorig jaar met gepersonaliseerdenummerplaten.be, een platform voor het registreren en veilen van nummerplaten. “Dat is de toekomst”, zegt de 20-jarige Guylink die zijn innovatie heeft gepatenteerd. “Populaire nummerplaten zijn schaars. Wil je een kenteken met slechts één letter? Wettelijk perfect mogelijk, maar het hele alfabet is al lang geclaimd. Eerst komt, eerst maalt, zo gaat hij de DIV. Ik heb zelf onmiddellijk IT gereserveerd, mijn collega heeft FACEBOOK vastgelegd. Om zelf mee te rijden, maar als iemand een bod doet, kan er gepraat worden. Natuurlijk kun je variëren op IT. Van IT-1 tot en met IT-99999, maar dat is toch minder exclusief. Ook merknamen zijn erg gegeerd. Welke Porsche-eigenaar wil niet rondrijden met PORSCHE op zijn plaat?”.

foto: Frederik Buyckx

foto: Frederik Buyckx

COLRUYT

Toevallig staat de iconische naam op de veilingsite te koop. Eigenaar is een uitgeslapen Brusselaar die een jaar geleden meteen 15 combinaties reserveerde, automerken of types zoals BMW, MCLAREN en CARRERA. “Een goede belegging”, zegt Guylink. “Op PORSCHE werd al een bod van 3.500 euro uitgebracht, maar de eigenaar wil 10.000. Overdreven? In Engeland gaan vanity plates veel meer geld. Onlangs werd er 650.000 geboden voor het kenteken 25.O, een Ferrari-bezitter die per se het type van zijn lievelingsauto wilde. In Dubai werd het nummer 1 voor liefst 14 miljoen dollar geveild. Zo’n vaart zie ik het hier niet lopen, maar op termijn zijn prijzen als 10.000 euro zeker haalbaar”.

Het is nog te vroeg om van een nieuwe dotcom bubble te spreken. Maar als de markt ontploft, zitten de West-Vlaamse entrepreneurs gebeiteld. 10 procent plus BTW vangen ze op iedere transactie. In hun dienstverlening zijn DIV-paperassen en afleveren met hoogwaardig duplicaat inbegrepen. Naast autofreaks staan ook bedrijfsleiders met stip in hun businessplan. Stel je bent baas van Colruyt of Delhaize en je wil die naam als kenteken op je dure leasewagen. “Dikke kans dat de combinatie al bezet is”, zegt Guylink. “Zulke mensen zullen in de toekomst graag bereid zijn hun firmanaam terug te kopen”.

KUTPEER

Bij de DIV zien ze geen graten in de handel. “Als ze de administratieve regels maar respecteren”, zegt woordvoerder De Spiegelaere die het gevoel voor perspectief niet verliest. “We schrijven jaarlijks tussen de 600 en 700.000 voertuigen in. Dan zijn 8.000 gepersonaliseerde nummerplaten maar een druppel op een hete plaat. De overgrote meerderheid kiest trouwens voor niet commerciële combinaties. Hun eigen naam, die van hun lief, hun hond of sportclub, het waaiert alle kanten op”. Toch zijn er wettelijke beperkingen. Bepaalde combinaties zijn voorbehouden. Het cijfer 1 is alleen voor de Koning, de beginletters CD voor buitenlandse diplomaten. “Ook racistische en beledigende combinaties kunnen niet”, zegt De Spiegelaere. “We hebben het recht dat intern te beoordelen, maar tot dusver hebben alle aanvragers veel burgerzin getoond”. De vraag is bijgevolg puur theoretisch. Wat als ik PENIS of KUTPEER als kenteken wil? “We zijn daar liberaal in”, zegt De Spiegelaere. “Als iemand daar 1.000 euro voor wil geven, is dat zijn of haar zaak”.

Onze nominatie voor originaliteit gaat intussen naar W-8-ZAAL van Willy Claeys, uitbater van rendez-vous hotel De Wachtzaal in Ardooie.  Als een van de eersten had hij het PR-potentieel in de gaten. Groot was dan ook zijn ontgoocheling toen hij aan het tellen sloeg. WACHTZAAL, dat is een letter teveel. “Iemand slimmer dan ik kwam met de oplossing”, vertelt hij met een grijns. “Zet er een 8 tussen, en het past perfect”. Claeys weet niet of de stunt al extra gasten heeft opgeleverd, maar van zijn 1.000 euro heeft hij geen spijt. “Die trek ik toch af van mijn belastingen”.

foto: Frederik Buyckx

foto: Frederik Buyckx

Uitstelgedrag: ook apen doen het

Knack, 26 november 2014

Facebook en YouTube worden vaak met de vinger gewezen, maar uitstelgedrag is van alle tijden. In zijn milde vorm is het alleen maar diepmenselijk, in ergere gevallen gaan er carrières en diploma’s verloren. “Innerlijke motivatie is de remedie”, zegt professor Vansteenkiste.

illustratie: Bart Schoofs

illustratie: Bart Schoofs

Procrastineren. Niemand kent het woord, iedereen doet het. Op de lange baan schuiven, zegt men in de wandel. Dat vervelende karwei in huis of tuin? Invullen van de belastingbrief? De resumés voor de nakende examens? De nota waar de baas op kantoor al een maand geleden om vroeg? Morgen doen, of volgende week, alleszins voor het einde maand, maar niet vandaag.  Menselijk, sprak de filosoof, al te menselijk. Met uitstellen is niks mis, tot het een kwalijke gewoonte wordt. Dan heet het procrastineren en staat een leger experten klaar om het afwijkende gedrag te corrigeren. Diensten studiebegeleiding draaien in de blokperiode overuren om radeloze studenten uit hun lethargie te helpen. HR-goeroes staan management en middenkader tegen klinkende munt bij in de strijd tegen uitstelgedrag. De adviezen lopen alle kanten op. Deel een vervelende taak op in behapbare stukken die minder weerzin opwekken. Of begin er gewoon aan, dan blijkt het meestal hard mee te vallen.

De Gentse professor Maarten Vansteenkiste, verbonden aan de vakgroep Ontwikkelings- Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie, kent het fenomeen van twee kanten. “Als docent zie ik hoe studenten ermee worstelen”, zegt hij. “Vooral de scriptie is voor velen een moeilijke bevalling. De eerste keer dat ze een taak over een lange periode moeten uitsmeren. Dat vergt planning, en zelfdiscipline. Er zijn er die hun scriptiebegeleider zelf om deadlines komen vragen. Dan loopt het meestal goed af, maar niet iedereen zet die stap. Ik heb al studenten gekend die door uitstelgedrag hun masterdiploma hebben gemist. Misschien ligt het ook aan ons en moeten studiebegeleiders hen proactief aanporren. Alhoewel, van een masterstudent mag je verwachten dat hij zelf het initiatief neemt. Geruststellend is het immers niet. Wie in die fase zijn uitstelgedrag niet de baas kan, zal het op de werkvloer ook moeilijk krijgen”.

Motivatie en prestatie zijn thema’s die Vansteenkiste als wetenschapper onderzoekt, een kader waarin ook uitstelgedrag past. “Innerlijke motivatie is de sleutel”, zegt hij. “Procrastineren doen we wanneer we een taak als vervelend en zinloos ervaren. Zorg dus dat je geboeid bent en je werk als nuttig ervaart. Dat is natuurlijk makkelijk praten. Op school, op het werk of thuis, we moeten allemaal wel eens een saaie opdracht vervullen. Toch hoeft dat nog niet tot uitstelgedrag te leiden, zolang de leerkracht of opdrachtgever erin slaagt uit te leggen waarom die cursus of die opdracht nuttig is”.

procrastinerende apen

Maar niet alleen de kwaliteit van het werk is bepalend, even doorslaggevend zijn persoonlijkheidskenmerken. Het is nauwelijks overdreven: sommigen zijn als procrastinator in de wieg gelegd. “Zelfcontrole is cruciaal”, zegt Vansteenkiste. “In welke mate is iemand in staat zijn impulsen te beheersen en niet toe te geven aan afleidende activiteiten? Dat hoort bij het menselijk temperament, waarvan we intussen weten dat het deels genetisch wordt bepaald”. Vallen er dan geen verzachtende omstandigheden te pleiten? Want blijf je maar concentreren op die nota of die spreadsheet als de verlokkingen van Facebook en YouTube slechts een muisklik verwijderd zijn. “Echte motivatie is het beste wapen tegen dat soort verleidingen”, oordeelt Vansteenkiste streng. “Wie zich door zijn studie of werk laat opslorpen, belandt in een flow. Efficiënt werken terwijl de tijd voorbij vliegt, dat is het ideaal”.

Belonen helpt, leren we op allerhande zelfhulpsites. Daarbij wordt verwezen naar onderzoek van de Amerikaanse neuroloog Barry Richmond. Procrastinerende apen namen hun opdracht pas ter harte wanneer er uitzicht was op een directe beloning. Vansteenkiste relativeert. “De wortel aan de stok is een externe motivator. Dat werkt, maar met mate. Het resulteert vaak in snel en oppervlakkig werk. Interne motivatie is veel efficiënter”. Helemaal fout is volgens Vansteenkiste het dreigen met sancties. “Daar is onderzoek naar gedaan. Werknemers onder druk zetten, bleek niks te veranderen aan hun uitstelgedrag. Tuurlijk, als je iemand letterlijk een pistool tegen zijn hoofd zet, zal hij zijn taak wel snel afmaken. Maar dat kan ook niet de bedoeling zijn”.

Lastige karweien als een worst in plakjes opdelen? “Dat kan helpen”, zegt Vansteenkiste. “Maar een tovermiddel is het niet. Wie een taak opsplitst, moet de zelfdiscipline hebben eerst met de zwaarste brokken te beginnen. En laat dat nu precies een vaardigheid zijn waarmee een procrastinator het moeilijk heeft”.  Een misverstand wil hij graag uit de weg ruimen: procrastineren is geen synoniem voor luieren. “Integendeel, het is hard werken. Ondanks de schijn is de procrastinator in zijn hoofd druk bezig met de uitgestelde taak. Schuldgevoelens en frustraties stappelen zich op. Dat is mentaal erg vermoeiend”.

 

Toeval in de Letteren: te belangrijk om aan het Toeval over te laten

(Knack Weekend, 5 november 2014)

‘Al te toevallig is in de literatuur synoniem voor ongeloofwaardig’

Toeval is een God in de literatuur, aldus György Konrad. Zoals bij alle religies zijn er lauwe en fanatieke volgelingen. De Deus ex Machina, de onverwachte ontmoeting, het literaire toeval neemt erg verschillende gedaanten aan. We lieten drie Vlaamse auteurs en een recensent aan het woord over een populair fenomeen in de letteren.

Toeval, nooit helemaal toevallig in de literatuur

Toeval, nooit helemaal toevallig in de literatuur

Het is een hiaat in de Dikke van Dale. Ontoevallig, iemand zou het woord moeten uitvinden zodat er een einde komt aan de dubbelzinnigheid. Want zo is het toch: zegt iemand, ‘ook toevallig’, dan bedoelt hij tien tegen negen precies het tegendeel. Zo wellicht ook Christophe Vekeman, wanneer we hem opbellen over het Toeval in de Literatuur. “Ik heb me voorbereid”, zegt de schrijver, immer plichtbewust. “Vanmiddag heb ik ‘Iedereen kan het’, een van mijn eerste romans, nog eens van het schap gehaald. Het was me namelijk te binnen geschoten dat een van de hoofdstukken de titel ‘Toeval bestaat niet’ draagt. En wat bleek: op pagina 99, precies het begin van het hoofdstuk in kwestie, stak een bladwijzer. Kras, maar het werd nog krasser toen ik de bladzijde doorlas. Bleek dat ik uitgerekend op die pagina een zekere Erik introduceer, een personage dat voor de rest niet meer aan bod komt. En precies daarover word ik door een andere Erik gebeld! Kan geen toeval zijn, dacht ik toen”.

Over een zaak bestaat geen twijfel: was deze samenloop van omstandigheden aan het brein van een schrijver ontsproten, dan mochten we de factor toeval uitsluiten. “Toeval en literatuur zijn in wezen twee onverenigbare concepten”, vindt Vekeman. “Waarom zou een schrijver melding maken van een onverwachte gebeurtenis zonder diepere betekenis?  Want zo doet het toeval zich voor in het echte leven.  Je loopt een blokje om en voor je ogen wordt een fietser door een auto gegrepen. Stom toeval, gebeurt elke dag.  Het wordt pas interessant wanneer de schrijver een betekenis aan dat toeval geeft, en de verongelukte fietser later in het boek opnieuw laat opduiken. Maar het kan ook subtieler, met de hulp van de lezer die er de diepere betekenis zelf bij verzint. Een jongen en een meisje ontmoeten elkaar, en net op dat moment barst een onweer los. Kan het banaler? Toch zal de lezer er het zijne van denken. Het is een voorteken, de prille relatie is onder een slecht gesternte gestart. Zo werkt onze geest: we zijn altijd verheugd als we zin in het toeval herkennen”. Zelf is hij beducht voor al te gemakzuchtig  gebruik van het toeval. “Ken je dat?”, vraagt hij. “Het hele boek lang weet de moordenaar uit de klauwen van de politie te blijven, maar op de voorlaatste pagina wordt hij bij het oversteken van de straat door een auto overhoop gereden. Zo’n Deus ex Machina, dat zie je wel vaker in thrillers. Daar pas ik voor. Al te toevallig is in de literatuur synoniem voor ongeloofwaardig”.

Synchroniciteit in Mumbai

Margot Vanderstraeten heeft pas een nieuwe roman uit. Het Vlindereffect speelt zich af in Mumbai. Zonder de plot weg te geven: het gaat over de terroristische aanslagen van november 2008, toen Pakistaanse jihadi’s op verschillende locaties waaronder het befaamde Taj Mahal Tower Hotel meer dan 150 slachtoffers maakten. Een lovende recensent maakt op Cobra.be gewag van een cascade van onontkoombare toevalligheden. Dat geldt overigens niet alleen voor de plot, het hele boek is de vrucht van een bijzonder soort toeval. Synchroniciteit, het was een dada van Carl Gustav Jung die in het fenomeen een oceaandiepe betekenis vermoedde. “Op de eerste dag van de aanslag zat ik op het vliegtuig van Mumbai naar Brussel”, legt Vanderstraeten uit. “Ik had een week in Kerala verbleven, samen met een Canvas-ploeg voor een aflevering in de reeks ‘India voor beginners’. Een dag voor ons vertrek hadden we nog groepsfoto’s gemaakt vlakbij het Taj Mahal Hotel. Thuis regende het telefoontjes van bezorgde vrienden.. Zo is het beginnen gisten. Hier moet ik iets mee doen, besefte ik steeds duidelijker”.

Het resultaat is een voldragen roman waarin de protagonist wanhopig probeert betekenis te geven aan het toeval dat haar jaren eerder in Mumbai is overkomen. “Uiteraard was het brute pech”, zegt Vanderstraeten die de voorbije jaren meermaals naar Mumbai trok om de drie dagen durende raid te reconstrueren. “Alleen al de timing. De terroristen waren arme boerenjongens, nog piepjong.. Ze werden in afgelegen bergdorpen geronseld, getraind en gehersenspoeld tot ze helemaal klaar waren voor het martelaarschap. In feite had de aanslag in september moeten plaats vinden. Ze zijn toen ook ingescheept, alleen hadden de samenzweerders een detail uit het oog verloren. De jongens hadden nog nooit de zee gezien, ze werden allemaal misselijk waardoor de aanval werd afgebroken en uitgesteld. Stel dat ze niet zeeziek waren geworden. Waren er dan evenveel slachtoffers gevallen? Het zouden alleszins andere mensen zijn geweest. En wellicht had ik dit boek nooit geschreven”. Op dat soort vragen laat de schrijfster haar fictieve hoofdpersonage kauwen. “Het gaat in wezen over het niet kunnen aanvaarden van de banaliteit van het toeval”, zegt Vanderstraeten. “In haar zoektocht verwerpt ze de vrije wil als verklaring voor de gebeurtenissen, en komt ze uit bij het noodlot. Er was geen ontkomen aan, het heeft zo moeten zijn. Dat is uit het leven gegrepen, we proberen allemaal betekenis te geven aan het toeval. Hoeveel koppels geloven er niet dat ze voor elkaar geboren zijn? Dat klinkt romantischer dan ‘we zijn elkaar toevallig op een feestje tegen het lijf gelopen’.

Vulkaanuitbarsting in Napels

Het ene betekenisvolle toeval is het andere niet. Harry Mulisch heeft het in zijn autobiografische ‘Mijn Getijdenboek’ over een wel erg bijzondere samenloop van omstandigheden. Toen kleine Harry op 29 juli 1927 in Haarlem het levenslicht zag, barstte in de buurt van Napels de Vesuvius uit. Nu heeft Mulisch nooit bescheiden gedaan over zijn literair talent. Een vulkaanuitbarsting was dan ook wel het minste dat de Voorzienigheid kon doen om zijn geboorte te verwelkomen. In zijn schrijversleven zal hij zich overigens vaak van veelbetekenende toevalligheden bedienen, lees er ‘De Aanslag’ maar op na. Toch was het zijn generatiegenoot en literaire evenknie Willem Frederik Hermans die het toeval tot een thema zou verheffen. In ‘Boze Brieven van Bijkaart’ maakt hij het onderscheid tussen het toeval en het wondere toeval. Het eerst is banaal, het tweede subjectief, poneert Hermans die als voorbeeld een casinotafereel oproept. Valt aan de roulettetafel het balletje stil op het vak 32, dan is dat toeval. Gebeurt dat twee keer opeenvolgend, dan nog heet zoiets toeval. Immers, betoogt Hermans, een ivoren rouletteballetje heeft geen vrije wil. Als echter een speler die tweede keer zwaar op het nummer 32 inzet, dan spreken we van een wonder toeval. Terwijl de gelukkige met zijn zakken vol cash de roulettetafel verlaat, zal hij zich verwonderen over de goddelijke hand of een ander fatum dat hem deze gunst in de schoot heeft geworpen. “Toeval is de sleutel tot Hermans wereldbeeld”, zegt Vekeman, behalve schrijver ook een groot Hermans-kenner. “De wereld is een chaos, een wirwar van toevalligheden. Alle orde is schijn, een verzinsel van de mens die met concepten zoals tijd, ruimte en causaliteit wanhopig probeert structuur te geven aan de chaos. Hermans vindt er een duivels plezier in die schijnwerkelijkheid te doorprikken. Toeval is bij hem de waarheid”.

‘Toeval is een God in de literatuur’.  De uitspraak komt van de Hongaars-Joodse schrijver György Konrad die het toeval ook wel eens ‘de zuster van de improvisatie’ heeft genoemd. Van de Franse schrijver Patrick Modiano, kersvers Nobelprijswinnaar Literatuur, zijn geen pasklare aforismen bekend. Toch zijn weinig auteurs zo schatplichtig aan het toeval, weet Modiano-kenner Dirk Leyman, literair journalist en recensent bij onder meer De Morgen. “Zijn hele oeuvre kan gelezen worden als een symfonie van toevallige ontmoetingen. Van Modiano wordt gezegd dat hij altijd dezelfde roman schrijft. De protagonist doolt door de straten van Parijs waar allerlei onbestemde personages zijn pad kruisen. Het zijn die ontmoetingen die de plot sturen, voor zover je van een plot kunt spreken. Modiano lees je voor de melancholische, mysterieuze en wat mistige sfeer die hij oproept. Hij is een herinneringsestheet, zijn personages zijn vaak op zoek naar een echo uit hun verleden. Bij die queeste laten ze zich als een kurk meedrijven op een stroom van toevalligheden. In La Petite Bijou ziet het hoofdpersonage Thérèse in de metro een vrouw met een gele jas. Het is maar een flits, maar die volstaat om het verhaal te lanceren. Thérèse is op jonge leeftijd in de steek gelaten door haar moeder die ze in de dame met de gele jas meent te herkennen. Ze besluit de vrouw te volgen, wat een pijnlijke zoektocht naar haar eigen identiteit  in gang zet. Waarom vertrok ze naar Marokko zonder haar? Het antwoord blijft schimmig, maar dat ene moment brengt een maalstroom van associaties op gang. En het is een verwijzing naar de verwaarlozing door Modiano’s eigen moeder. Hij speelt ook bewust met toevalligheden. Namen van personages plukt hij uit oude telefoongidsen of kopieert hij van deurbellen tijdens zijn eigen omzwervingen in Parijs. Hij is sterk beïnvloed door de film, meer bepaald de Nouvelle Vague. Cineasten als Godard vertrokken niet vanuit een afgewerkt script, ze lieten ruimte voor improvisatie, wat in feite hetzelfde is als inspelen op toevalligheden”.

Moord in Tokyo

Improviseren, het leidt ons als vanzelf naar een van Leymans andere literaire helden, de Japanse successchrijver Haruki Murakami. “Niet toevallig een groot jazzliefhebber”, zegt Leyman. “Schrijven is voor Murakami zoeken naar de juiste melodie. Hij werkt zonder vooropgezet plan. Net als de lezer laat ik me verrassen door wat er op de volgende pagina gebeurt, heeft hij ooit verklaard. Murakami is niet vies van een scheut magisch realisme, zonder evenwel in zweverigheid te vervallen. Ongerijmdheden worden niet geschuwd, en net als bij Modiano spelen verrassende ontmoetingen maar ook mysterieuze verdwijningen een sturende rol”. In ‘Kafka op het strand’ wordt in Tokyo een beroemd kunstenaar vermoord. Diezelfde nacht ontwaakt zijn van huis weggelopen zoon aan de andere kant van Japan na een black out in een met bloed besmeurd T-shirt. Toeval of niet, vraagt het hoofdpersonage zich samen met de lezer af. “Murakami is een duivelskunstenaar”, zegt Leyman. “Zijn verhalen zijn als een spelletje mikado. Het ziet er onmogelijk uit, maar op een onnavolgbare manier brengt hij het altijd tot een goed einde”.

Als toeval de kruier van de plot is, dan zijn misdaadauteurs belangrijke opdrachtgevers. Hoeveel cliffhangers worden niet door een toevalligheid beslecht? Net wanneer de held zijn greep op de uitstekende rots lost en in de diepte stort, passeert er een boerenkar met hooi, als het al geen met donsdekens gevulde vrachtwagen is. De Vlaamse thrillerauteur Bavo Dhooge waarschuwt echter voor een al te hoge toevalsfactor. “Het mag geen instrument zijn om de plot te laten kloppen”, zegt hij. “Dat zie je helaas vaak in ons genre, vooral in de klassiekers. Vaak neemt het toeval de gedaante aan van een Deus ex Machina, een handige maar helaas ongeloofwaardige stoplap om rammelende verhaallijnen te verdoezelen. Daarom ben ik ook uitgekeken op iemand als Agatha Christie. Altijd diezelfde ontknoping. Hercule Poirot of Miss Marple trommelen alle moordverdachten samen, toveren een Deus Ex Machina tevoorschijn, en de zaak is opgelost. Een goede misdaadschrijver stuurt de plot vanuit de personages aan. Character driven, heet dat in Hollywood. Zo kun je het toeval op een natuurlijke manier laten toeslaan, zoals in het echte leven”.

In ‘Stiletto Libretto’ voert Dhooge een straatcrimineel op die zijn leven wil beteren. Alles kantelt wanneer hij in zijn cel toevallig een usb-stick ontdekt, met daarop een afgewerkte misdaadroman die hij na zijn vrijlating onder eigen naam zal publiceren. “Ik gebruik het toeval als een ingrediënt”, zegt hij. “Maar ik hoed me voor clichés en voorspelbaarheid. Ik ben trouwens een grote fan van Paul Auster, geen misdaadauteur maar wel een meesterlijk verhalenverteller die zijn personages door het toeval op sleeptouw laat nemen. Bij hem staat de onontkoombaarheid van het toeval, het noodlot, echt centraal. Een titel als ‘The Music of Chance’ zegt het helemaal”.  Improviseren in aan Bavo Dhooge dan weer niet besteed. “Ik bereid mijn scenario’s minutieus voor”, zegt hij.. “Als het over schrijven gaat, laat ik niks aan het toeval over”.

Vergaderen is zinloos!

(Knack, 12 november 2014)

We vergaderen ons te pletter, notulen en to do-lijstjes ritmeren het kantoorleven. Stop ermee, is de boodschap van wetenschapsjournaliste Ellen De Bruin. Vergaderingen fnuiken de creativiteit en geven een vals gevoel van inspraak. Maar beleg vooral geen vergadering om een alternatief te vinden.

illustratie: Bart Schoofs

illustratie: Bart Schoofs

Een Britse ambtenaar gaf ooit volgende definitie. “Vergaderingen zijn doodlopende steegjes waarin men ideeën lokt om ze vervolgens stilletjes te wurgen’. Het internet wemelt van dat soort gevleugelde uitspraken. Zelden valt daarin een positief woord over meetings of vergaderingen. De aversie mag dan breed  worden gedragen, we vergaderen ons even goed te pletter. Sommigen worden daar beter van, zoals producenten van ovalen tafels en overhead projectoren. Maar andere sectoren? Geen betere sfeerbederver op de werkvloer dan de aankondiging van een vergadering, weet Ellen De Bruin. De NRC-wetenschapsjournaliste voert al jarenlang een kruistocht tegen de vergadercultus. “Ik heb er een sport van gemaakt”, zegt ze. “In mijn column gooide ik iedere week een reden om niet te vergaderen. Daar kwam zoveel reactie op, dat ik besloten heb die stukjes wetenschappelijk uit te diepen en mijn bevindingen in een boek te gieten”.

Dat boek, met inzichten van managers, werknemers en deskundigen zoals arbeidspsychologen, ligt er volgende week: ‘Vergaderen? Niet doen!”, luidt de ietwat provocerende titel. “Vergaderingen zijn geestdodend en fnuiken de creativiteit”, zegt De Bruin die benadrukt dat het met de redactievergaderingen bij NRC nog wel meevalt. “Waarom dat zo is? Om te beginnen wordt er geen informatie uitgewisseld. Door de sterke drang naar consensus zegt men bij voorkeur wat iedereen al weet. Diegenen die het hoge woord voeren, zijn niet de mensen met de beste ideeën maar wel met het grootste ego. Daar is onderzoek naar gedaan. Hoe hoger men scoort op het criterium zelfoverschatting, hoe langer men tijdens een meeting aan het woord blijft. Nog argumenten nodig? Besluiteloosheid: groepen hebben de neiging beslissingen uit te stellen. Dat tillen we naar de volgende vergadering, luidt het dan. En dan spreek ik nog niet van het tijdverlies. Vergaderingen lopen altijd uit, waardoor de kwaliteit van de beslissingen nog verder daalt. De concentratie gaat achteruit, alle breinwetenschappers kunnen bevestigen dat hersenen vermoeid raken als we lange tijd naar verschillende bronnen tegelijkertijd luisteren”.

Tijd is geld, ook vergadertijd. Om de kostprijs te meten werd de Cost of Meeting App ontwikkeld. Simpeler kan niet: gewoon het aantal deelnemers en de nodige loonbarema’s in de COMA pleuren, en tijdens de debatten zie je dollars of euro’s pijlsnel oplopen. Slecht besteed geld? Niet per se, vindt Google-topman Eric Schmidt die in zijn boek ‘How Google Works’ enkele vuistregels voor efficiënt vergaderen geeft.  Goede voorbereiding, duidelijke agenda en een sterk leiderschap zijn noodzakelijk, net zoals het verbod op smartphone of laptops tijdens de bespreking. “Ach boekjes over efficiënt vergaderen”, zegt De Bruin geringschattend. “Er zijn er honderden verschenen, allemaal met dezelfde recepten. Je kunt er ook cursus over volgen. Het zet allemaal weinig zoden aan de dijk, ik heb alleszins geen weet van bedrijven waar medewerkers goed en graag vergaderen”. De Bruin liet een kaderlid van een groot bedrijf anoniem uit de biecht klappen. In de onderneming  leefde het besef dat het met de vergaderkoorts de spuigaten uitliep. Een dagelijkse huddle moest soelaas brengen. “Die term komt uit het American football”, legt De Bruin uit. “Alle medewerkers zouden ’s morgens een kwartiertje huddlen: praten over het werk, maar ook polsen naar elkaars humeur en welbevinden. De hoop was dat dat ene collectieve moment alle andere vergaderingen overbodig zou maken. Mooi niet dus, en na een poosje stelde men vast dat er gewoon een extra vergadering bovenop was gekomen. Dat heb ik trouwens vaker gehoord. Bedrijven waar ze een extra vergadering beleggen om zich af te vragen hoe ze het aantal vergaderingen kunnen beperken”.

En toch. Is de vergadering voor een bedrijf of organisatie niet wat het parlement is voor de democratie? Een manier om de basis te betrekken bij de besluitvorming? “Dat maken we onszelf wijs”, veegt De Bruin het argument van tafel. “Die inspraak is een wassen neus. Ja, de deelnemers krijgen een stem. Een post decisional voice, noemt men dat in het Engels. De echte beslissingen worden immers op voorhand genomen, de vergadering dient alleen om de deelnemers op de hoogte te brengen en eventueel wat commentaar te laten spuien”.  Haar alternatief voor nutteloos vergaderen? “Stel dat er een probleem is”, zegt De Bruin. “Dan moet je de verantwoordelijke identificeren en de rest aan hem of haar overlaten. Die persoon moet dan zelf uitmaken met wie hij over de oplossing gaat praten. Daar moet echt geen meeting met broodjes aan te pas komen”.

‘Vergaderen? Niet doen!’, Ellen De Bruin, Atlas Contact, 17,99€ 

 

 

 

 

Dierenfluisteraar, een beroep met toekomst

(Knack, 20 augustus 2014)

 Psychotherapie is niet langer het voorrecht van de zoekende mens. Honden, paarden en zelfs katten kunnen naar de shrink. Dierenfluisteraar, een beroep met toekomst. Met dank aan de televisie, en met de hulp van Bachbloesems en telepathie.

strip: Bart Schoofs

strip: Bart Schoofs

Cesar Millan komt op 27 september naar de Stadsschouwburg Antwerpen. Cesar wie, denkt u misschien, maar hondenliefhebbers weten wel beter. De Mexicaan, beroemd geworden via National Geographic, geldt als de beste hondenfluisteraar ter wereld. De beste, maar niet de enige. Ook in eigen land stelen dierenfluisteraars de show, iedere Vlaamse of Nederlandse zender heeft er wel een onder contract. Niet alleen hondenfluisteraars,  het fluisteren van katten is even populair. Het is deels de schuld van Robert Redford die in 1998 met The Horse Whisperer een kaskraker regisseerde. Mens en paard zijn in staat tot een dieper contact dat vort en juu, onthielden we na het bioscoopbezoek, via intuïtie kan een persoonlijke en voor beide partijen heilzame band ontstaan. Toch gaat het om meer dan een gril uit Hollywood.  Onderwijskiezer.be, een pedagogisch verantwoorde website van de Vlaamse Gemeenschap, heeft een lemma voor dierenpsycholoog. De honden- of paardenfluisteraar, zo staat er ter verduidelijking, houdt zich bezig met praktische gedragstherapie. Hij of zij probeert probleemgedrag bij te sturen en de relaties tussen dier en baasje te verbeteren. Een echte opleiding bestaat er niet, maar met diergerelateerde studies komt met een heel eind.

Het internet wemelt intussen van de Vlaamse en Nederlandse aanbieders, netjes verdeeld tussen honden- en katten. Behalve fluisteraar zijn de suffixen -psycholoog en -tolk gangbaar. Individueel of in groep, thuis of in de praktijk, alles valt te bespreken, kattenfluisteraar Ellen uit Rotterdam gaat voor een tientje met een foto aan de slag. Claims van deskundigheid lopen vele kanten op. Hondenfluisteraar Ellen uit Uden is zowel heldervoelend en helderhorend en derhalve een specialist in het lezen van hondse emoties. 95 euro kost een consult in haar praktijk, cadeaucheques zijn online beschikbaar. Anderen geven een wetenschappelijke draai aan hun expertise. De Vlaamse Inge Pauwels, specialiste Bachbloesemtherapie voor hond en paard, poneert dat spiegelneuronen mens en dier in staat stellen elkaars gevoelens te begrijpen.

Gedragstherapie voor dieren is zo oud als de straat., traditionele hondenscholen leven ervan. Nieuw is wel de psychologische dimensie, met een sterke nadruk op intuïtief contact. Alleen door nauwgezette observatie van lichaamstaal krijgt een baasje hoogte van de unieke persoonlijkheid die hond of kat evengoed als de mens bezit. De meerwaarde van dierenfluisteren? Tom Beckers, docent aan de universiteiten van Leuven en Amsterdam, is genuanceerd. De psycholoog doet al jarenlang onderzoek naar cognitieve vermogens van dieren. “Er zit een stevige dosis antropomorfisme aan vast, het projecteren van menselijke gevoelens en eigenschappen op dieren. Dat is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar er is op zich weinig mis mee. Het individualiseren van dieren? Dat is wel degelijk een trend in het wetenschappelijk onderzoek, vooral primatologen zetten de toon. Ze vragen zich niet langer af of de bonobo een slimmere soort is dan de chimpansee, maar onderzoeken individuele verschillen binnen een groep. Waarom gedraagt die ene chimpansee zich agressiever of socialer dan de andere? Het is wel paradoxaal dat die zogenaamde dierenfluisteraars zich als gedragstherapeuten voordoen. Als er binnen de psychologie één nuchtere discipline  bestaat, dan is het wel gedragstherapie. Operante conditionering, het is niet alleen de basis van de gedragstherapie maar ook van iedere hondenschool. Niet verwonderlijk,  want pioniers zoals Pavlov en Skinner hebben die methode met honden- en rattenproeven ontwikkeld”.  Telepathisch contact, een vaardigheid die nogal wat dierenpsychologen claimen, noemt Becker zonder meer quatsch. Spiegelneuronen? “Die bestaan”, zegt hij. “Ze maken wellicht empathie mogelijk, het vermogen ons in iemand anders te verplaatsen en ons ook af te vragen welke indruk we op die andere maken. Alleen: het bestaan werd alleen bij mensen en mensapen aangetoond, ik heb nog nooit van een hond of een kat met spiegelneuronen gehoord”.  Met dat alles is niet gezegd dat de dierenfluisteraar geen resultaat kan boeken. “Onderschat het placebo-effect niet”, zegt Beckers. “De verwachting van het baasje beïnvloedt zijn perceptie van en zijn reactie op het gedrag van de hond. Die is daar gevoelig voor, en zal zijn gedrag aanpassen. Dat heet het Rosenthal-effect, en het werkt zowel bij honden als katten, hoewel die erg verschillend zijn. De hond is al zo lang gedomesticeerd dat hij erg gevoelig is voor het menselijk gedrag. Katten daarentegen zijn absoluut niet in mensen geïnteresseerd,  die willen alleen eten en drinken”.

 

 

 

 

 

Simon Leys, afscheid van een intellectuele beeldenstormer

(Knack, 20 augustus 2014) 

Met sinoloog en essayist Pierre Ryckmans alias Simon Leys verliest België een intellectueel van internationaal formaat. Knack neemt afscheid van de man die in zijn eentje Mao Ze Dong van zijn voetstuk stootte.

Simon Leys in Canberra (foto: Philippe Paquet)

Simon Leys in Canberra (foto: Philippe Paquet)

Ligt het misschien aan de afstand? Het overlijden van Pierre Ryckmans op 11 augustus in het Australische Sydney is in deze nieuwsrijke zomer nagenoeg ongemerkt gepasseerd. Nochtans verliest België met de 78-jarige sinoloog en essayist een intellectueel van wereldformaat. Dat laatste mag letterlijk worden genomen. De in Ukkel geboren Ryckmans schreef onder zijn pseudoniem Simon Leys zowel in het Frans als in het Engels, met groot succes in beide taalgebieden. In Frankrijk kreeg hij onder meer de Prix Renaudot voor essay, terwijl hij op het eeuwfeest van de Prix Fémina met een eenmalige oeuvreprijs werd bekroond. Hij publiceerde bij een toonaangevende Australische uitgeverij, in Amerika raakte hij bekend als correspondent voor de befaamde New York Review of Books. Simon Leys _ het pseudoniem heeft zijn echte naam snel overvleugeld _ was van vele markten thuis. Als sinoloog vertaalde en becommentarieerde hij klassieke Chinese poëzie en literatuur en schreef met gezag over kalligrafie en schilderkunst. Als literatuurcriticus bestreek hij een register dat van Cervantes over Victor Hugo tot Evelyn Waugh en Georges Orwell reikte. Zijn enige roman met Napoleon als protagonist werd alom geprezen, zijn levenslange fascinatie voor de zee resulteerde in een stroom boeken en essays over maritieme onderwerpen zoals zeilen, schipbreuken en ontdekkingsreizen. Toch zal Simon Leys vooral worden onthouden als de man die de Chinese leider Mao Ze Dong al bij leven en welzijn van zijn voetstuk stootte.  ‘Les habits neufs du président Mao’ (1971) en ‘Ombres chinoises” (1974) kwamen als mokerslagen aan bij talloze westerse intellectuelen die dweepten met de Culturele Revolutie.

Taiwanese vrouw

Pierre Ryckmans stamt uit een bekend Antwerps geslacht. Zijn grootvader, de conservatieve katholiek Alphonse Ryckmans, was schepen in Antwerpen en vice-voorzitter van de senaat. Zijn oom en naamgenoot Pierre Ryckmans was gouverneur van Belgisch Congo tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij studeerde rechten en kunstgeschiedenis in Leuven toen hij in 1955 werd uitgenodigd voor een groepsbezoek aan de Volksrepubliek China. “Hij was meteen gebeten”,  zegt biograaf Philippe Paquet. “Na zijn studies in Leuven is hij met een bescheiden beurs naar Taiwan getrokken om zich in de Chinese taal en cultuur te verdiepen. Daar hij heeft ook Hanfang leren kennen, zijn Taiwanese vrouw met wie hij vier kinderen zou krijgen. Ryckmans heeft als een van de eersten gebruik gemaakt van het statuut van gewetensbezwaarde, zo is hij als docent in Singapore beland. Dat is abrupt afgelopen. Hij was geabonneerd op de Renmin Ribao, de partijkrant van communistisch China. Uit academische belangstelling, maar het volstond voor het paranoïde regime in Singapore om hem van rode sympathieën te verdenken. Ironisch als je het vervolg kent”.

Dat vervolg speelt zich af in Hong Kong, een cruciale episode in de later dit jaar te verschijnen biografie van Simon Leys. Auteur Philippe Paquet, zelf sinoloog en journalist buitenland bij la Libre Belgique, heeft hem meer dan dertig jaar persoonlijk gekend. Leys schreef overigens het voorwoord bij Paquets bekroonde biografie van de weduwe van Chiang Kai Shek. “Mijn manuscript is klaar”, vertelt Paquet. “Gelukkig heeft hij het nog kunnen nalezen. Ik stond op het punt naar Sydney te vertrekken. Afscheid nemen, hij had kanker en zijn dagen waren geteld. Helaas, de dood is ons te vlug af geweest”.

Culturele Revolutie

Hong Kong is de plek waar Pierre Ryckmans tot Simon Leys  vervelde, naar het hoofdpersonage uit een roman van de Franse schrijver-arts Victor Segalen. De naamsverandering kwam er op aanraden van zijn Franse uitgever die visumproblemen met de Volksrepubliek China voorzag. Begrijpelijk, want het was uiterst  controversieel wat Simon Leys in ‘Les habits neufs du président Mao’ op de wereld losliet. Paquet: “In dat boek weerlegt hij minutieus alle mythes over maoïstisch China die vooral linkse, intellectuelen koesterden. Mei ’68 zinderde na, het was bon ton om de Culturele Revolutie te verheerlijken. Mao was aardig op weg om het ware volksparadijs op aarde te bouwen, het beloofde land waar de mens definitief het juk van het kapitalistische systeem had afgeworpen. En dan komt zo’n iconoclast als Simon Leys vertellen dat de Culturele Revolutie helemaal geen revolutie is, en dat ze vooral niks met cultuur te maken heeft, maar alles met een brute strijd om macht.  Een paleisintrige was het, waarvan het scenario met heel veel bloed werd geschreven. Leys had zijn analyse niet uit de lucht gegrepen. Hij baseerde zich op Chinese kranten die hij in Hong Kong dagelijks las, en op de getuigenissen van vluchtelingen uit mainland die met duizenden tegelijk binnenstroomden. Vandaag is dat boek haast onleesbaar, het bulkt van de feiten en namen waaraan het destijds natuurlijk zijn geloofwaardigheid dankt. ‘Ombres chinoises’ daarentegen blijft een aanrader, dat boek is een levendig en bij wijlen geestig verslag van zijn zes maanden durend verblijf in Peking. Dat kwam zo: nadat België eind 1971 de Volksrepubliek had erkend, moest er een ambassade worden opgericht. Landgenoten met een goede kennis van Mandarijn waren niet dik gezaaid, en dus heeft Buitenlandse Zaken Simon Leys als cultureel attaché gevraagd, hij werd er trouwens collega van Patrick Nothomb, vader van Amélie. Voor Leys was het een buitenkans om achter de schermen van het land te kijken. Het waren de nadagen van de Culturele Revolutie, Lin Biao was al uit de weg geruimd. In ‘Ombres chinoises’ beschrijft hij het dagelijkse leven, en de manier waarop de Chinezen met de chaos en de verschrikkingen van de Culturele Revolutie omgaan”.

Roland Barthes

Leys belandde in het oog van een storm. “Maoïsten en gelijkgezinden reageerden woedend”, zegt Paquet. “Leys werd voor leugenaar uitgescholden, ze maakten hem verdacht als propagandist en agent van de CIA”. Nergens klonk de kritiek scherper dan in Parijse kringen waar linkse intellectuelen de toon zetten. Het literaire avant-garde blad Tel Quel, met kanonnen als Philippe Sollers, Roland Barthes en Jacques Derrida, voerde de hetze aan. Leys kon echter van zich afbijten, getuige daarvan zijn optreden in het literaire praatprogramma Apostrophes van Bernard Pivot. In de bewuste uitzending kwam het tot een confrontatie met Maria-Antonietta Macchiocci, een Italiaanse Mao-adepte die aan een veertiendaags geleid bezoek aan China genoeg had om een 600 pagina’s dikke lofzang over het land en zijn Grote Roerganger te schrijven. Leys maakte haar boek met de grond gelijk. Bernard Pivot zou het later in een interview een uniek moment noemen, de enige keer dat de verschijning van een auteur in Apostrophes een negatieve invloed op zijn verkoopscijfers sorteerde. Hij had het niet over Simon Leys.

Vandaag wordt zijn analyse van de Culturele Revolutie als visionair geroemd, onder andere door de bekende Nederlands-Britse sinoloog Ian Buruma die Leys erg hoog heeft zitten. De rehabilitatie kwam pas goed op gang na het bloedbad van Tien An Men, een drama waarover Leys zich niet echt kon verbazen. Tot het einde van zijn leven bleef hij hameren op dezelfde spijker: het totalitaire, communistische regime van Peking valt niet te verzoenen met respect voor mensenrechten, ook niet als het de economie op een kapitalistische leest schoeit.

Moeder Theresa

“Na die zes maanden in Peking is Leys naar Australië verhuisd”, pikt Paquet de levensdraad op. “Tijdelijk was de bedoeling, hij zou een jaar of drie doceren aan de universiteit van Canberra. Hij is er nooit meer weggegaan. De familie voelde er zich thuis, en hij kon er werken in omstandigheden die in België ondenkbaar waren”.  Een intellectueel met principes, zo moeten we Leys volgens Paquet onthouden. In 1994 trok hij vroegtijdig op emeritaat in Sydney, deels uit onvrede over de toenemende commercialisering van de academische wereld. Hij wijdde er een bevlogen speech aan, toen hij in 2006 in Louvain-la-Neuve een eredoctoraat in ontvangst nam.  Hoewel mediaschuw ging hij geen enkel debat uit de weg. Zo voerde Leys als overtuigd katholiek in de New York Review of Books een hevige polemiek met Christopher Hitchens, de Brits-Amerikaanse journalist die in ‘The missionary position” een schril portret van Moeder Teresa borstelde.

Zijn lange pensioen werd overschaduwd door een merkwaardige affaire. In 2006 werden zijn tweelingzoons Marc en Louis Ryckmans door een administratieve vergissing van hun Belgische nationaliteit beroofd en de facto apatride gemaakt. Zeven jaar en ettelijke procedures zou het duren om deze blunder recht te zetten. “Dat heeft hem gekraakt”, zegt Paquet. “Ook al woonde hij aan de andere kant van de wereld, hij bleef aan België gehecht. Zo zeer zelfs dat hij noch zijn vrouw in die veertig jaar de Australische nationaliteit heeft aangevraagd. Vergeet niet dat hij zelf nog voor de Belgische diplomatie had gewerkt, de instantie die zijn zonen hun nationaliteit probeerde af te pakken. Alleen al daarom was het een kaakslag, maar de angel zat dieper. Leys zag het als een vorm van machtsmisbruik en bureaucratische arrogantie, twee kwalen die hij in China zo vaak had bestreden”.

 

De mythe van de vakantieblues

(Knack, 13 augustus 2014)

Kijkt u op tegen de eerste werkdag na de vakantie? Dan lijdt u aan een niet bestaand syndroom. Jessica de Bloom ontmaskert de mythe van vakantieblues. “Niet met vakantie gaan is levensgevaarlijk”.

strip Bart Schoofs

strip Bart Schoofs

Vakantieblues, we kennen het allemaal. Het jaarlijkse zomerverlof loopt op zijn laatste benen, als de ijsberg voor de Titanic doemt aan de horizon de eerste werkdag op. Terug naar fabriek of kantoor, het stemt de werknemer zelden vrolijk. Zo wil althans de volksmond, maar in werkelijkheid is vakantieblues weinig meer dan een taaie mythe. “Ik begrijp wel waar het begrip vandaan komt”, zegt Jessica de Bloom. “Er is een contrast. Enerzijds de vakantie in een mooie omgeving, anderzijds de sleur thuis of op kantoor.  De abrupte overgang wekt een onbestemd gevoel op dat je als blues kunt omschrijven. Maar je moet het juiste referentiepunt kiezen, het gevoel na de vakantie vergelijken met het gevoel ervoor. Dat is precies wat ik als onderzoeker heb gedaan. Blijkt dat gezondheid en welbevinden na de vakantie niet lager liggen dan voor de vakantie”.

Arbeids- en organisatiepsycholoog Jessica de Bloom weet wat vakantie is. Aan de Radboud Universiteit Nijmegen promoveerde ze met een proefschrift over de  effecten van vakantie en vrije tijd. Ze volgde langdurig een groep van 250 Nederlanders voor, tijdens en na hun vakantie. Via zelfrapportage bracht ze gezondheid en welbevinden van de vakantiegangers in kaart. Het onderzoek, dat ze momenteel voortzet aan de universiteit van Tampere-Finland, leidde tot verrassende conclusies. Vakantieblues mag dan een mythe zijn, het idee dat we na een vakantie met opgeladen batterijen de draad van werk en gezin oppikken, blijkt evenzeer een illusie. “Vakantie heeft wel degelijk een positief effect op onze gezondheid en welbevinden”, zegt de Bloom. “Tijdens de vakantie, wel te verstaan. We voelen ons dan bevrijd van werkstress en prestatiedruk. Maar belangrijker nog: tijdens de vakantie hebben we controle over ons leven, we doen alleen wat we plezierig vinden, en beslissen zelf over ons tijdsgebruik. Gevolg: we voelen ons ontspannen, slapen beter, hebben meer energie. Zo komen we dus thuis, maar helaas blijkt dat die positieve effecten binnen de week verdwijnen en we ons precies op hetzelfde niveau als voor de vakantie bevinden. Het beeld van de opgeladen batterijen werkt hier dus niet. Vergelijk het met slapen, ook daarvan kun je de positieve effecten niet opsparen. Het is niet omdat je straks twaalf uur lang slaapt, dat je morgen met zes uur toekomt om je uitgerust te voelen”.

De vakantieduur maakt geen verschil, de effecten gaan even snel teloor na een drie weken durende kampeervakantie als na een midweekse citytrip. De Bloom: “Het is eigenlijk beter regelmatig kort met vakantie te gaan, dan één lange vakantie per jaar te plannen. Want voor alle duidelijkheid: vakantie heeft wel degelijk zin, ook al vallen er geen duurzame effecten op  gezondheid en welbevinden te meten. Het belang zit in de herstelfunctie. Verschillende studies hebben aangetoond dat weekends en avonden niet volstaan om te recupereren van de fysiologische en cognitieve inspanningen die werken vereist. Amerikaanse onderzoekers hebben zelfs vastgesteld dat het ontbreken van vakantie ronduit gevaarlijk is. Wie gedurende een lange periode, tien tot vijftien jaar, nooit vakantie neemt, wordt sneller ziek, vooral het risico op hart- en vaatziekten neemt toe”.

 

Voor deze zomer komt het misschien te laat, maar Jessica de Bloom geeft toch enkele praktische tips om de tijdelijke maar niettemin heilzame werking van vakantie ten volle te benutten. “Een goede voorbereiding is belangrijk”,; zegt ze. “Doe research op het internet, of lees een reisgids. Daarmee stimuleer je de voorpret, en het helpt om tijdens vakantie alleen dingen te doen die echt plezierig zijn. Het is nog maar een hypothese, maar we vermoeden dat vakantieherinneringen ook een bufferfunctie vervullen, ze kunnen helpen wanneer men zich ongelukkig of gestresst voelt”.  Geen werk meenemen, het lijkt een vanzelfsprekend gebod. “Nochtans”, zegt De Bloom. “Een kwart van mijn onderzoeksgroep verklaarde tijdens de vakantie te werken. Opvallend genoeg bleek dat geen invloed te hebben op hun welbevinden en vakantiebeleving. Ook hier is controle de cruciale factor. Ze konden het werk zelf binnen de perken houden, en bepalen wanneer ze er tijd wilden aan besteden”.  Wie toch opkijkt tegen de eerste werkdag, kan met deze raad zijn voordeel doen: het is beter op woensdag dan op maandag te herbeginnen. De Bloom: “Die heb ik zelf van Gerhard Strauss, een Oostenrijkse wetenschapper die aan de universiteit van Wenen onderzoek doet naar fysiologische effecten van vakantie en kuren. Een korte werkweek, met uitzicht op een vrij weekend, dat helpt om de overgang te verzachten”.

 

Jessica de Bloom, ‘De kunst van het vakantievieren’. Uitgeverij Boom, 2012