Categoriearchief: Geen categorie

De eilandenminnaar

bijdrage rubriek Samenleving Knack, 14 augustus 2013. Bij dit format hoort een leuke strip van Bart Schoofs

illustratie Bart Schoofs

illustratie Bart Schoofs

Geen zee is Albert Beintema te hoog om zijn passie na te jagen. De Nederlandse bioloog bezocht al meer dan honderd eilanden en puurde er een fors boek uit. In ‘Eilanden. Van Andoya tot Vuurland’ spelen stormvogels, piraten, walvisjagers en schipbreukelingen een hoofdrol. Onmisbaar voor wie zoals de schrijver aan insulafilie lijdt.

Nog geen vakantie geboekt en zin om zich buiten de begane paden te begeven? Dan kan het nieuwste boek van Albert Beintema inspiratie leveren.  In ‘Eilanden. Van Andoya tot Vuurland’ doet de Nederlandse bioloog verslag van een bijzondere verslaving. Insulafilie is een innerlijke drang die hem telkens weer het ruime sop doet kiezen. Beintema zette al voet op meer dan honderd eilanden waarvan er 90 in zijn boek figureren. Daaronder kanjers zoals Borneo en Sri Lanka, maar ook schier onbereikbare rotshopen en atollen die amper boven de zeespiegel uitsteken. De Finse Golf, de Zuid-Chinese zee, de Stille en de Indische Oceaan, op een zeemijl wordt in dit boek niet gekeken. “Ik weet precies hoe het is begonnen”, zegt Beintema over zijn goedaardige afwijking. “Ik was 14 toen ik mijn eerste vogelgids kreeg. Er stond een plaatje in van de pijlstormvogel, een trekvogel die in de nazomer wel eens in Nederland neerstrijkt. Ik las dat de pijlstormvogel uitsluitend op Tristan da Cunha broedt, de meest afgelegen bewoonde eilandengroep ter wereld, een vlek in het midden van de zuidelijke Atlantische Oceaan. Beeld je de afstanden in die dat beest vliegt! Wow, dacht ik toen ik dat las, daar wil ik later naartoe”.

De 68-jarige ornitholoog komt woorden te kort om de natuurpracht en vooral de onwaarschijnlijke vogelrijkdom te bejubelen. “Je vindt er nog heel wat endemische soorten, vogels die zich op dat ene eiland hebben ontwikkeld en nergens anders voorkomen. Vaak hebben ze hun vliegvermogen verloren, zoals de legendarische dodo op Mauritius. Uitgeroeid door de mens, het is helaas schering en inslag. De dodo werd voor de consumptie geslacht, maar de mens heeft ook ravages aangericht door ratten, varkens of geiten mee te brengen”. Ontdekkingsreizigers, schipbreukelingen, piraten, walvisvaarder of zeehondenkloppers, het waren geen brave Hendrikken die Beintema zijn voorgegaan. In zijn boek staan dan ook hilarische verhalen, zoals dat van de schipbreuk voor de kust van Inaccessible Island, een rotsklomp nabij Tristan da Cunha. Tweedracht onder de bemanning, uitgelokt door een slaande ruzie tussen twee vrouwelijke passagiers, deed het Britse schip op de rotsen lopen. Daarmee was de vete niet uitgewoed. Met vereende krachten een vlot van wrakhout bouwen? Nee hoor, beide partijen sloegen afzonderlijk aan het timmeren en maakten er een sport van ’s nachts elkaar spijkers te roven. Het hele verhaal, inclusief de onverhoopte redding door een schip uit Tristan, werd door de zoon van kapitein met pinguïnbloed opgetekend.

Onder ieder hoofdstuk staan coördinaten. Met een gps en een zeilboot kan men Beintema zo achterna reizen. Wie daar tegenop ziet: Beintema speelt zelf gids voor enkele gespecialiseerde touroperators. Goedkoop is het niet, eilanden spotten in de Arctische wateren of de Stille Zuidzee, maar avontuur is gegarandeerd. Kandidaten zijn best immuun voor zeeziekte, en mogen niet bang zijn voor natte landingen. Beintema :“Op de meeste eilanden is geen haven of steiger. Het is springen uit de Zodiac, tenminste als er niet te veel deining staat. Het gebeurt wel eens dat we drie dagen voor de kust liggen wachten op goed weer, om dan toch te besluiten dat het niet lukt”.

Beintema staat niet alleen met zijn insulafilie, nogal wat zeilers lijden aan hetzelfde syndroom. Een bekende insulafiel was wijlen Boudewijn Büch, de schrijver en televisiemaker met wie Beintema vaak wordt vergeleken. “Ik heb wel eens met hem in een radioprogramma gezeten. Boudewijn beleefde zijn eilandliefde op een heel andere manier. Hij reisde meestal met een cameraploeg, in functie van zijn televisieprogramma. Bereikbaarheid was cruciaal, op een plek zoals Tristan da Cunha is hij nooit geraakt”.  Als iemand het kan weten, dan Beintema wel. Bestaat er zoiets als een eilandgevoel? “Oh ja,”, zegt hij enthousiast. “De boot speelt in mijn geval een belangrijke rol, ik zou nooit dezelfde euforie ervaren als ik het vliegtuig nam. Waarmee ik niet beweer dat chartertoeristen op Tenerife moeten wanhopen. Neem de auto en rijd helemaal rond het eiland, dan kom je aardig in de buurt. Het heeft immers ook met een Robinson Crusoe-gevoel te maken, je met water omringd weten, afgesneden van de rest van de wereld .Eilandbewoners zijn trouwens erg trots op hun isolement. Je ziet dat bij de Britten, maar ook bij de 270 inwoners van Tristan da Cunha die ervan overtuigd zijn dat ze op beste en de veiligste plek ter wereld leven. Alleen de jongeren zien dat anders, die vervelen zich te pletter”.

Eilanden: Van Andoya tot Vuurland is uitgegeven bij Atlas Contact

Gerhard Hormann wijst de weg naar ware vrijheid

bijdrage rubriek Samenleving Knack,5 juni 2013. Bij dit format hoort ook een leuke strip van illustrator Bart Schoofs.

Een vrij mens is de baas van zijn tijd”

illustratie Bart Schoofs

illustratie Bart Schoofs

Werken tot je 67ste?,  Nergens voor nodig, betoogt de Nederlandse schrijver Gerhard Hormann in ‘Helemaal vrij!’. En prikkelend boek over tijd,  het goud van de 21ste eeuw.

Vrijheid.  Liberté. Freedom. Bezongen in hymnen en popsongs als het hoogste goed op aarde, maar wat houdt deze begeerde status concreet in? De Nederlandse schrijver en journalist Gerhard Hormann biedt in zijn jongste boek ‘Helemaal vrij’ zowel een positieve als een negatieve definitie. Wat vrijheid niet is: de verlammende keuzevrijheid waarmee de consument zich geconfronteerd weet. Een smartphone van Samsung of Apple? Een Audi of BMW? Hoe breder de waaier van mogelijkheden, hoe strakker de dwangbuis knelt. Hormann haalt twee auteurs aan om uit te leggen wat echte vrijheid dan wel is. “Een vrij mens is de baas van zijn tijd”, citeert hij Sylvain Tesson, de Franse schrijver-filosoof die in zijn jongste boek verslag uitbrengt van een zes maanden durende retraite in Siberië.  De Nederlandse econoom Jaap van Duyn verdiept deze gedachte met een praktische dimensie. “Je bent pas vrij, als je vrij bent van schulden”.

Dit laatste inzicht inspireerde Hormann, in een vorig leven auteur van misdaadromans, in 2011 tot het schrijven van ‘Hypotheekvrij!”.  In deze onverwachte bestseller legt hij met cijfers , grafieken en persoonlijke anekdotes uit waarom Jan Modaal zijn voorbeeld maar beter kan volgen. Stop met het betalen van hypotheekrente en los zo snel mogelijk je lening af, want een eigen koopwoning is de beste spaarformule op de markt. Eens bevrijd van het hypotheekjuk woon je nagenoeg gratis en lacht het leven je tegemoet. Wie geen schuld meer af te lossen heeft, hoeft immers niet meer voltijds te werken en wint zeeën van tijd om leuke dingen te doen.

“Helemaal vrij” borduurt verder op hetzelfde thema. Behalve onze hypotheekverslaving neemt Hormann de algemene consumptiedwang, de tweede peiler onder de 24 uurs economie, op de schop.  Downsizen = je leven upgraden, luidt een van de vele boutades die zo op een tegeltje in de woonkamer passen.  Trek zelf je armoedegrens, raadt Hormann aan, en flikker alle ballast overboord. Wie met de helft minder rondkomt, moet maar half zo lang meer werken. Tijd is tenslotte de enige vorm van rijkdom die er werkelijk toe doet. Waarom zich uit de naad werken voor een nieuwe badkamer of een verre reis?  Sla liever een praatje met de postbode of de buurman, of werp een kano in de sloot en maak een tochtje met je zoon. Zelf roeit Hormann dapper in tegen de stroom. We mogen vooral niet toegeven aan de immense, in heel Europa opgevoerde druk om met zijn allen langer te werken.  De 40 urige werkweek, het pensioen op 67, het wordt ons allemaal als een noodzakelijk offer verkocht om de welvaartsstaat overeind te houden. In het belang van onze kinderen, want dat klinkt goed. Hormann echter vertaalt het anders: de overheid probeert uit puur eigenbelang de tijd tussen je pensioen en je overlijden zo kort mogelijk te houden. Zijn remedie: los zo snel mogelijk je schulden af, houd de consumptiedwang in toom, en straks kun je je baas vrolijk meedelen dat hij je voortaan maar twee of hooguit drie dagen in de week mag inroosteren.

De diagnose is al eerder gesteld, de remedie overbekend. Waarom passen we dan ons gedrag niet aan? “Omdat we met zijn allen op een sneltrein zitten die maar één richting uitkan”, zegt Hormann. “Tenminste, zolang we ons aan het systeem blijven vastklampen. Niemand stelt zich vragen bij het mantra van de economische groei, terwijl het een doodlopende straat is. We gooien een extra schep kolen op de ketel van de Titanic, terwijl in de verte de ijsberg al zichtbaar is”. Hormann zal het niet overkomen. Na een drastische, meerjarige, met het voltallige gezin volbrachte bezuinigingsoefening heeft hij zijn ideaal bereikt. Geen schulden meer, en geen dwang tot presteren. Zijn voorbeeld werkt aanstekelijk, zeker wanneer hij zijn ochtendritueel beschrijft. Hoe hij met een kop koffie in de hand van het Zuid-Hollanse landschap geniet, zich afvragend of het een dagje werken of een dagje fietsen wordt.  Maar lanterfanten? Hormann schrijft behalve boeken ook columns en entertaint een uitgebreide Twitter community. Hoe hard werken is het om anderen ervan te overtuigen minder hard te werken ? “Die schijnbare paradox werd me al eerder voor de voeten gegooid”, zegt hij. “Maar in feite is er geen tegenspraak. Ik vind boeken en columns schrijven zo leuk dat ik het niet eens als werken ervaar”.

 “Helemaal vrij!”, Gerhard Hormann, Just Publishers, 240 pag.