Categoriearchief: reportage

Barcelona, gedeelde hoofdstad van een verdeelde regio

Knack, 13 juni 2018

“Net zoals in het voetbal volstaat het in de Spaanse politiek niet de tegenstander te overwinnen, het is de bedoeling hem te vernederen en in de grond te boren”

De vlaggenstrijd in Barcelona staat op een laag pitje, maar de politieke verdeeldheid blijft pieken. Catalaanse separatisten en Spaanse constitutionalisten bekijken de wereld door een verschillende bril. De eersten spreken van politieke gevangenen, de anderen van criminelen die hun verdiende loon krijgen. Knack zocht beide kampen op. “Pas als de ratio terugkeert, kan er worden onderhandeld”.

Plaza de Catalunya.  Permanent protest 'tot president Puigdemont terugkeert' (eigen foto)

Plaça de Catalunya. Permanent protest ‘tot president Puigdemont terugkeert’ (eigen foto)

Er zijn slechtere plekken voor politieke activisten om hun tenten op te slaan dan de Plaça de Catalunya. Het meest centraal gelegen plein van Barcelona is naar dagelijkse gewoonte volgestroomd met toeristen. Zeggen dat het ook stormloopt bij de stand met geel-rode vlaggen zou de waarheid geweld aandoen. De meeste passanten hebben vooral oog voor de imposante fontein, als ze al niet vertwijfeld op zoek zijn naar de goed verstopte ingang van het ondergrondse metro- en treinstation. Maar tevergeefs kun je de moeite van de independentistes niet noemen. Een Japans koppeltje maakt selfies bij de portrettengallerij van verbannen en opgesloten Catalaanse leiders, moeilijker dan je denkt met een ijsje in de hand. Op de tafel liggen geel-rode pins en andere prullaria, zoals sleutelhangers in de vorm van de onafhankelijke republiek Catalonië. Er zijn gegadigden voor, zowel toeristen als Catalanen die doorgaans gretig hun handtekening plaatsen op de petitie ter vrijlating van de ‘presos politics’ , de politieke gevangenen.

In de schaduw van een grote luifel zijn vrouwen met breipriemen en rood-gele wol in de weer. ‘Een symbolische actie’, zegt Philippe Carton grijnzend. ‘Ze breien aan de onafhankelijke republiek’. Carton is het perfecte aanspreekpunt achter de toonbank. Catalaans, Spaans, Frans of Engels, hij kan in alle talen even vlot uitleggen waarom dit bivak al meer dan een half jaar stand houdt. ‘We zijn hier neergestreken na het afzetten van Carles Puigdemont’, zegt hij. ‘Hij is en blijft onze wettelijk verkozen president. We blijven hier staan, totdat hij in zijn functie wordt hersteld en alle politieke gevangenen worden vrijgelaten’.

Jordi Pujol

Carton, een prille zestiger, blijkt een geboren Brusselaar te zijn. Als kind verhuisde hij naar Barcelona, mee met zijn vader die door werkgever Agfa-Gevaert werd uitgestuurd. Hij liep er school, werkte er zijn hele carrière als bedrijfseconoom voor verschillende multinationals, totdat hij door gezondheidsproblemen thuis kwam te zitten. De vrijgekomen tijd gaat op aan de strijd voor de Catalaanse zaak waarmee hij een passioneel huwelijk heeft gesloten. ‘Ik ben altijd al een nationalist geweest’, zegt hij. ‘Al van toen ik op het Lycée Français zat, samen overigens met de vorige Catalaanse president Artur Mas. Nationalisme heeft hier niks met etniciteit te maken, er zijn heel wat “nieuwkomers” zoals ikzelf die zich met de Catalaanse zaak identificeren. Ook ideologisch gaat het erg breed. Historische leiders zoals Jordi Pujol en Artur Mas zijn eerder conservatief-liberaal. Niet mijn strekking, ik noem mezelf een radicaal-linkse republikein’. Toch heeft hij de volgende stap naar het separatisme pas recent gezet, op 01-10. De tijdstempel verwijst naar het door de Spaanse overheid verboden en gesaboteerde onafhankelijkheidsreferendum. ‘Die dag ben ik independentist geworden’, zegt hij. ‘Ik heb ganse dag piket gestaan om mijn stembureau tegen het extreme politiegeweld te beschermen’.

De Belgische Catalaan en pro-independentist Philippe Carton. Op de achtergrond zitten vrouwen te 'breien voor de republiek'. (eigen foto)

De Belgische Catalaan en pro-independentist Philippe Carton. Op de voorgrond zitten medestanders te ‘breien voor de republiek’. (eigen foto)

Terwijl we staan te praten wordt een paar huizenblokken hiervandaan een nieuw hoofdstuk geschreven van de politieke soap die de Catalaanse crisis is geworden. Het Parlament zal de 55-jarige advocaat en radicale nationalist Quim Torra als nieuwe president van de tot nader order Spaanse deelstaat Catalonië benoemen. Eerdere pogingen om Carles Puigdemont vanuit zijn ballingoord als president te installeren, werden door Madrid met grondwettelijke en strafrechterlijke banbliksems verijdeld. Ook andere kandidaten, allemaal vervolgd of zelfs opgesloten door de Spaanse justitie, sneuvelden na uitputtende procedureslagen. Tegen Quim Torra kon Madrid geen bezwaar maken, de gewezen voorzitter van de Catalaanse cultuurbeweging Òmnium is een nieuwkomer in de politiek. Toch verliep de stemming kantje boord. De nationalistische regeringspartijen JxCat en ERC, die bij de verkiezingen van 21 december in gespreide slagorde opkwamen, hingen af van de gedoogsteun van de CUP. Deze radicale, anarcho-marxistische beweging is behalve uitgesproken republikeins erg tegendraads. Voor de CUP is en blijft Carles Puigdemont de enige wettige president.  Pas na een woelig partijcongres, tussen twee benoemingsdebatten door, werd besloten dat de vier CUP-vertegenwoordigers zich zouden onthouden zodat Torra met één stem overschot kon worden geïnstalleerd.

Ook Torra, die tijdens zijn aanvaardingsspeech zijn vaste voornemen uitsprak om van Catalonië een onafhankelijke republiek te maken, erkent Puigdemont als de morele president. Uit piëteit weigert hij het kantoor van zijn afgezette voorganger te gebruiken. Belangrijker nog: hij vloog onmiddellijk naar Berlijn voor topoverleg met Puigdemont die geen enkele moeite doet om te verbergen wie er in Catalonië aan de touwtjes zal trekken. Puigdemont zit nog altijd vast in Duitsland, in afwachting dat een plaatselijke rechter zich over het Spaans uitleveringsverzoek tegen zijn persoon uitspreekt. Die onzekerheid belet hem niet om alvast de leiding te claimen van de Consell de la República, een nog op te richten schaduwregering in ballingschap.

polarisering

Merkwaardig genoeg heeft Philippe Carton de veelbesproken tweets van de nieuwe president niet gelezen. De oppositie, het plaatselijke Cíudadanos-boegbeeld Inés Arrimadas op kop, heeft er nochtans een enorm drama van gemaakt. De fragmenten, opgegraven uit Torra’s Twitter-feed en bijdragen aan diverse nationalistische fora, gemiddeld vijf tot tien jaar oud, waren dan ook op zijn minst aangebrand. Of wat te denken van metaforen waarin Spanjaarden met dieren en genetische afwijkingen worden vergeleken, of beschouwingen over het Castilliaans dat zich als een plaag in Catalonië verbreidt? Torra’s excuses werden door Cíudadanos (Cs) niet aanvaard. De liberale partij, grote overwinnaar van de Catalaanse verkiezingen van 21-12, maakt zich op voor een keiharde oppositiekuur. Zo is ze fel gekant tegen het opheffen van het beruchte artikel 155, een noodwet die na de referendumcrisis door Madrid werd geactiveerd om Catalonië onder bestuurlijke en budgettaire voogdij te plaatsen. Met het aantreden van de regering Torra houdt de uitzonderingstoestand in principe op. Nationale ambities zijn niet vreemd aan de onverzoenbare opstelling van Cs. De partij van Albert Rivera, gesticht en groot geworden in Catalonië, scoort intussen in heel Spanje en is volgens recente peilingen de Partido Popular (PP) van premier Rajoy voorbijgestoken. De Catalaanse crisis, die buiten de regio tot een opstoot van Spaans nationalisme heeft geleid, is één van de voornaamste groeifactoren. Voorts toont Cs zich als maagdelijke partij erg bedreven in het verzilveren van de corruptieschandalen die vooral de PP en in mindere mate de socialistische PSOE teisteren. ‘Ik heb niks met Quim Torra’, zegt Philippe Carton na een wat ongemakkelijke stilte. ‘Carles Puigdemont blijft in mijn ogen de echte president. Ik heb hem persoonlijk leren kennen. Puigdemont is intelligent en beginselvast, ik zie niemand van zijn niveau in Catalonië’.

Jordi Cantavela, een overtuigd republikein die in december voor de CUP stemde, is al evenmin fan van Quim Torra.’Konden ze echt geen jong en fris gezicht vinden?’, moppert hij. ‘Bij voorkeur een vrouw die het in de media of het parlement tegen Inés Arrimadas kan opnemen. Heb je die al eens bezig gezien? Ik heb een hekel aan haar partij en haar standpunten, ze haat alles wat Catalaans en nationalistisch is. Maar ik moet toegeven dat ze er goed uitziet. En wat erger is, ze is slim en welbespraakt’. Cantavela, auteur van onder meer een succesroman over de Spaanse burgeroorlog, woont met zijn Franse vrouw en twee zonen in Sants, hartje Barcelona. Een republikeins bastion, had hij aan de telefoon gezegd. En inderdaad, er hangen iets meer vlaggen dan gemiddeld, en de balans slaat nog meer dan elders door naar de republikeinse kant. Gele stroppen, symbool voor de poltieke gevangenen en ballingen, flankeren republikeinse standaarden die zich met hun ster van de gewone Catalaanse banier onderscheiden. Die laatste zorgen voor een contrapunt, net zoals de Spaanse vlaggen die evenmin ontbreken. Toeristen echter kunnen perfect van een citytrip terugkeren zonder erg te hebben in de politieke crisis. De echte polarisering speelt zich op een ander niveau af.

Cantavela heeft de beelden op zijn smartphone staan. Een verwoest cultuurcentrum in de Barcelonese buitenwijk Sarrià, gevolg van een brandstichting door onbekenden die een vistitekaartje achterlieten. Op de muren werden hakenkruisen gespoten, naast slogans tegen de CDR, een militante, republikeinse burgerbeweging die na 1-O werd opgericht en waarvan een afdeling een onderkomen in het uitgebrande centrum had gevonden. ‘Geen alleenstaand geval’, weet Cantavela. ‘Het maakt deel uit van de Spaanse strategie, net zoals het systematisch vervolgen en opsluiten van nationalisten. Ze proberen ons te provoceren, om het imago van de geweldloze onafhankelijkheidsbeweging onderuit te halen. Ik heb er geen goed oog in. Als we op deze weg verder gaan, eindigt het in bloedvergieten. Ook aan onze kant zitten immers heethoofden’. Cantavela, even vloeiend in het Spaans als in het Catalaans, mag dan volbloed republikein zijn, hij kan de situatie van een afstand bekijken. Polarisering is geen regionale, Catalaanse specialiteit, aldus de schrijver die de term futbolisación laat vallen. Net zoals in het voetbal volstaat het in de Spaanse politiek niet de tegenstander te overwinnen, het is de bedoeling hem te vernederen en in de grond te boren. Symbolisch en ander geweld worden daarbij niet geschuwd. ETA maakte er een sport van tegenstanders dood te wensen door schietschijven met hun naam op muren te kalken. Vandaag lenen sociale media zich voor dat soort psychische terreur. Met effect: geen enkele Spaanse politicus van betekenis waagt zich zonder lijfwacht buiten zijn deur. Volgens Cantavela zet de futbolisación zich nu ook in de Catalaanse samenleving door. Verhalen over families, vrienden en collega’s die door slaande ruzies over de crisis worden uiteengerukt, kan hij alleen maar bevestigen. ‘De kloof loopt zelfs door mijn eigen familie’, zegt hij. ‘Een van mijn tantes is tientallen jaren geleden naar Alicante verhuisd. Ze volgt het nieuws uitsluitend via Spaanse media die virulent anti-Catalaans zijn. Carles Puigdemont, dat is in haar ogen een misdadiger die in de gevangenis hoort. Het zal je niet verbazen dat we bij familiefeestjes niet over politiek praten’.

lekke autobanden

Of ik een kijkje wil nemen in het halfrond? Héctor Amelló opent de dubbele, gecapitonneerde deur waarachter zich een fraai decor van pluche en schermerlicht openbaart. Daar, aan de rechterkant van het tot op het bot verdeelde parlement, heeft hij tot twee keer toe nee gestemd tegen de kandidatuur van Quim Torra. Amelló, gemeenteraadslid voor Cs in Figueras, raakte op 21 december voor het eerst verkozen. ‘Figueras ligt in de provincie Girona, bekend als een nationalistisch bastion’, vertelt hij. ‘Toch is onze partij van twee naar vier zetels gesprongen, een onverhoopt succes’. De jonge dertiger is een hybride geval. Zijn ouders komen uit Aragon, een aangrenzende regio waar in vele dorpen Catalaans als voertaal wordt gebruikt. Hij spreekt de taal wel, ook al werd hij in Figueras in het Spaans opgevoed. In 2009 sloot hij zich bij Cíudadanos aan, een partij die nauwelijks vier jaar eerder werd opgericht met als hoofdobjectief een dam opwerpen tegen het Catalaans nationalisme. ‘Ik besefte meteen dat die stap een onuitwisbare stempel zou drukken’, zegt hij. ‘Die verwachting is ook uitgekomen, al viel het aanvankelijk nog mee. Vrienden maakten grapjes. Plaagstoten, maar niet geheel onschuldig. De sfeer is beginnen verslechteren toen de nationalisten in 2014 hun Procés lanceerden, het stappenplan naar de onafhankelijkheid. Discussies werden bitterder, jeugdvrienden staken de straat over als ze je tegenkwamen of weigerden een hand’. Volgens Amelló is die polarisering inherent aan nationalisme, een woord dat bij zijn partij haast altijd door het adjectief identitair vergezeld gaat. ‘Al wie niet voor onafhankelijkheid is, wordt als een vijand van het Catalaanse volk gezien’, zegt hij. ‘Ik kreeg zelfs het verwijt dat ik tegen Catalonië ben. Absurd, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik dan tegen mezelf zijn? Ook mensen die hier veertig jaar geleden zijn aangekomen en hun leven lang aan de welvaart van Catalonië hebben bijgedragen, krijgen nu te horen dat ze niet meer welkom zijn. Dat vind ik even erg’.

Van de brandstichting in een nationalistisch cultuurcentrum in Sarrià heeft hij nooit gehoord. Intimideren van independentistas? ‘Ik beweer niet dat het niet gebeurt’, zegt hij. ‘Maar het gaat om geïsoleerde gevallen. Daar zit het verschil met de andere kant. Het intimideren van onze mandatarissen wordt door de nationalistische partijen aangemoedigd. Zelf mag ik niet klagen, als ik de bagger en bedreigingen op de sociale media buiten beschouwing laat. Girona is een provincie met twee gezichten. In de hoofdstad en aan de kust wonen veel nieuwkomers, vooral arbeidsmigranten uit Spanje, maar ook expats en toeristen die hier blijven plakken zijn. Op het platteland en in de bergen staan de nationalisten veel sterker. Onze mandatarissen hebben het daar erg zwaar. Ze worden op straat uitgescholden, hun gevels worden beklad en hun autobanden lek gestoken. Van de plaatselijke autoriteiten, allemaal in handen van de nationalisten, moeten ze geen hulp verwachten. In die dorpen hangen de republikeinse vlaggen gewoon aan gemeentehuizen en schoolgebouwen, naast slogans over politieke gevangenen. Dat kan eigenlijk niet. Openbare gebouwen moeten neutraal zijn, ze horen geen propaganda uit te dragen die de helft van de Catalanen als een provocatie ervaart’.

gevelprotest tegen opsluiting nationalistische leiders (eigen foto)

gevelprotest tegen opsluiting nationalistische leiders (eigen foto)

karate

Het is een lange metrorit naar Santa Coloma de Gramenet. Ooit een zelfstandige gemeente, intussen opgeslokt door de grootstad. Ik word er opgewacht door Pedro Hidalgo, een kalende man van 49 met een energieke handruk. Hij werkt na zijn uren als karate-instructeur en schrijft boeken over martial arts die ook in België aftrek vinden. Politiekorpsen, zowel de Catalaanse Mossos als de Spaanse Guardia Civil, huren hem in voor oefensessies. Misschien verklaart dat zijn cassante visie op het lot van de intussen al negen Catalaanse leiders die achter de tralies zitten. ‘Ik noem hen geen politieke gevangenen’, zegt hij. ‘Als je politiewagens beschadigt en openbare oderhandhavers belemmert in hun functie, dan moet je daar maar de gevolgen van dragen. Waarmee ik niet zeg dat het politiek verstandig is hen zolang op te sluiten. Neem van mijn aan dat premier Rajoy daar zelf niet gelukkig mee is. Moest ERC-leider Oriol Junqueras op vrije voeten lopen, dan zou Carles Puigdemont vanzelf een toontje lager zingen. Het verschil tussen de leiders van de twee nationalistische partijen is pijnlijk om aan te zien. Die arme Junqueras kan via zijn advocaat hooguit één tweet per week versturen, en ondertussen heeft Puigdemont in Brussel of Berlijn iedere dag de wereldpers aan zijn voeten liggen’.

Karate is slechts een hobby. Hidalgo leidt een bedrijf dat computers, netwerken en bewakingscamera’s installeert. Gemeentebesturen zijn voorname klanten, wat meteen verklaart waarom hij goede contacten onderhoudt met alle politieke partijen. Het belet hem niet zijn sympathie voor Inés Arrimadas en haar Cíudadanos te bekennen. ‘Ze hebben interessante ideeën’, vindt hij. ‘Meer aandacht voor Spaans in het onderwijs, dat wordt hoog tijd. Thuis spreek ik Catalaans met de kinderen, maar ik ben perfect tweetalig. Vader heeft roots in Andaloezië, langs moederskant ben ik Catalaans. Mijn oma sprak zelf geen woord Spaans, haar dochter mocht op school dan weer geen Catalaans spreken. Het onderdrukken van de streektaal onder Franco, daar worden veel mythes over verkocht. Ja, Catalaans werd niet geduld op school of in openbare diensten. Maar thuis en op straat sprak iedereen Catalaans zoveel hij wilde. Het is een goede zaak dat die discriminatie na de dictatuur werd opgeheven. Ik ben zelf een trotste Catalaan, ik speek de taal met mijn zonen die niet voor niks Catalaanse namen hebben gekregen. Maar mettertijd is de slinger doorgeslagen. In heel wat gemeentebesturen en openbare diensten is het nu zowat verboden om Spaans te spreken. Op school wordt slechts 10 procent van de cursussen in het Spaans gegeven, veel te weinig. Cíudadanos pleit voor onderwijs in drie talen, met een evenredig aandeel voor Catalaans en Spaans, aangevuld met Engels. Daar kan ik me perfect in terugvinden’.

Hidalgo’s aversie voor nationalisme groeide mee op met het procés, het actief nastreven naar onafhankelijkheid dat volgens hem verstikkende vormen aannam. ‘De ondernemers van Santa Coloma hebben een eigen vereniging’, zegt hij. ‘Na het lanceren van het procés werden we uitgenodigd om openlijk onze steun toe te zeggen. We zouden erover stemmen, maar de voorzitter maakte vooraf duidelijk dat we in feite geen keuze hadden. Weigeren zou betekenen dat we de subsidie van de lokale overheid kwijtspeelden. Ik heb uit protest ontslag genomen uit die club’. Neutraal kun je Hidalgo niet noemen, maar hij kent wel zijn Catalaanse geschiedenis en serveert scherpe analyses. Lang voor het procés begon heeft Jordi Pujol, de historische leider van het gematigde Catalanisme die de deelstaat meer dan 20 jaar bestuurde, de bedding voor de separatische stroom uitgegraven. ‘Pujol had een ongeschreven missie’, zegt Hidalgo. ‘Op alle sleutelposten moesten nationalisten worden benoemd, en alle Spaanse symbolen moesten uit het straatbeeld verdwijnen. In de grootsteden had je altijd nog de offiiciële vertegenwoordiging van Madrid, vaak met een paar man van de Guardia Civil voor de ingang. Maar in rurale gebieden? Daar hebben ze al twintig jaar geen spoor van het koninkrijk meer gezien. Spanjaarden kennen ze alleen nog via de Catalaanse media, vaak in de hoedanigheid van corrupte bandieten. Toch vormen de nationalisten geen meederheid in deze regio, ik denk dat hoop en al 20 procent van de Catalanen echt voor onafhankelijkheid gewonnen is. Voor mij was dan ook niet 1-O de belangrijkste dag van het voorbije jaar. De massabetoging pro Spanje van 8 oktober, dat was het echte kantelpunt. Dat nationalisten massaal kunnen mobiliseren, wisten we al lang. Maar voor het eerst kwam de zwijgende meerderheid op straat, Catalanen die niet langer bang zijn om te tonen dat ze zich ook Spaans voelen. Dat was nieuw’. Een oplossing voor de poltieke patstelling is volgens Hidalgo niet meteen in zicht. ‘De emoties aan beide kanten lopen te hoog op. De ratio moet terugkeren, dan pas kan er over een compromis worden gepraat’.

rebellie

Geen politieke gevangenen? Met die boodschap moet je bij Susanna Barreda niet leuren. Ze verschijnt stipt op de afspraak, bij metrostation Guinardó. Klein en onopvallend, al is er één detail dat de aandacht van vele forenzen trekt. Op het revers van haar jasje zit een kleine gele strop, hetzelfde symbool dat in groot formaat de lege stoelen van verbannen of opgesloten parlementsleden siert. Geen vrijblijvend statement: Barreda is de vrouw van Jordi Sànchez die al sinds 17 oktober in de gevangenis zit. De leider van de onafhankelijkheidsbeweging ANC werd gearresteerd samen met Òmnium-voorzitter Jordi Cuixart. Geen politici, maar beiden erg invloedrijk. ANC en Òmnium vormen de motor achter alle vreedzame massabetogingen die de voorbije jaren het vriendelijke imago van het independentisme hebben gevormd. De ten laste gelegde feiten zijn omstreden. Op 21 en 22 september mobiliseerden de twee Jordi’s _ hun namen worden in Catalonië altijd in één adem genoemd _ tienduizenden betogers om de door Madrid georchestreerde sabotage van het referendum te verijdelen. Maar of ze massa hebben opgehitst toen enkele politiecombi’s ingesloten raakten en averij opliepen? Zelf houden ze vol dat ze hun achterban juist hebben proberen te kalmeren, toen de gemoederen verhit raakten door nodeloze provocaties vanwege de zwaar bewapende politie. De openbare aanklager is alleszins niet mals: net zoals Carles Puigdemont en andere politici worden de Jordi’s onder meer van rebellie beschuldigd, een misdrijf waar in Spanje een maximumstraf van 30 jaar op staat.

Susanna Barrida, vrouw van de opgesloten -leider Jordi Sanchez. (eigen foto)

Susanna Barreda, vrouw van de opgesloten ANC-leider Jordi Sànchez. (eigen foto)

Susanna Barreda werkt als psycholoog in een achterstandswijk van Barcelona. Haar cliënten, gezinnen en kinderen met allerlei psychosociale sores, hebben haar de voorbije maanden vaak moeten missen. ‘Mijn man zit in Soto del Real’, vertelt ze als we in een discrete hoek van een cafetaria zijn neergestreken. ‘Het is een reusachtig gevangeniscomplex nabij Madrid, meer dan 600 kilometer van hier. Alle Catalaanse gevangenen zitten zo ver van huis. Een bewuste strategie, ze proberen gevangenen te breken door hen van hun familie en geboortegrond te isoleren. Zo deden ze het ook met de ETA-gevangenen. Alleen: mijn man en de andere Catalanen hebben geen terroristische aanslagen gepleegd. De beschuldiging van rebellie is volstrekt ridicuul. Zie je, rebellie is een misdrijf dat in het strafrecht werd omschreven na de mislukte militaire staatsgreep van 1981. Waar zit in hemelsnaam de vergelijking? Onze strijd voor onafhankelijkheid is altijd principieel geweldloos verlopen. Veel Spaanse magistraten vinden het misbruik van de rebellie-aanklacht zelf onaanvaardbaar, net zoals ze erg kritisch zijn voor de manier waarop de voorlopige hechtenis wordt gehanteerd. Stel je voor, een van de verlengingen werd gemotiveerd met de overweging dat mijn man anders dreigde te recidiveren door opnieuw politieke actief te zijn of zelfs aan verkiezingen deel te nemen. En dan beweren dat het niet om politieke repressie gaat! Helaas wordt de vervolging gevoerd door het Grondwettelijk Hof en de Audiencia Nacional, de hoogste rechtscolleges van Spanje waarvan de magistraten politiek worden benoemd. De Partido Popular heeft ze de voorbije jaren vol gestouwd met reactionaire, aartsconservatieve elementen’.

Het huisreglement van Soto del Real laat één bezoek per week toe. Achter glas, slechts een keer per maand kan er in de familiekamer een knuffel worden gegeven. ‘Jordi wil niet dat de kinderen hem vanachter dat glas zien’, zegt Barreda. ‘Hij zit trouwens opgesloten met misdadigers van gemeen recht, van drugsdealers tot moordenaars. De meeste cipiers gedragen zich correct, ze snappen zelf niet waarom hij daar zit. Het is erg zwaar voor ons. Bezoek mag alleen van maandag tot en met donderdag, wanneer de kinderen op school horen te zitten. Mijn dochter van 17 heeft het erg moeilijk mee. Probeer zo’n puber maar eens uit te leggen waarom haar vader nu al zeven maanden in de gevangenis zit ‘.

Een keer heeft ze een negatieve opmerking gekregen, een zieke vergelijking tussen de gele strik en een Jodenster. Veel massaler is de solidariteit. De families van de negen gevangenen houden permanent contact, in heel Catalonië werden steuncomités opgericht die geld inzamelen om de gevangenen en hun gezinnen financieel en juridisch te ondersteunen. ‘Ze krijgen ons niet kapot’, zegt Barreda. ‘Met de repressie zal Spanje het omgekeerde bereiken van wat het beoogt: de afkeer van Madrid zal alleen groter worden en de roep naar onafhankelijkheid luider. Ik kom zelf helemaal niet uit een nationalistisch nest. Mijn ouders liepen nooit warm voor de Catalaanse zaak, maar nu staan ze 100 procent achter het onafhankelijkheidsideaal. Ze zijn niet de enigen’.

 

Fernand Huts, de Citizen Kane van Vlaanderen

Geschreven in opdracht van Wilfried,  ‘Le magazine qui raconte le pouvoir’. Dit is de oorspronkelijke versie van de (vertaalde) Franstalige publicatie. (Wilfried n°2, oktober 2017)

Karine Huts: “Het verschil tussen God en Fernand? God denkt niet dat hij Fernand is”

Wat Bart De Wever met de N-VA heeft gepresteerd, heeft hij naar eigen zeggen als zakenman gepresteerd door Katoen Natie tot een wereldbedrijf uit te bouwen. Nee, op valse bescheidenheid laat Fernand Huts zich niet betrappen. Ook niet als hij feestjes organiseert, een tijdverdrijf dat hij met Hollywood-allures en dito budgetten beoefent. Flamboyant en flamingant, het zijn eigenschappen die hij zich graag laat aanleunen. Een man van paradoxen bovenal. Welke volbloedkapitalist kan zich een huisvriend noemen van José ‘Pepe’ Mujica, ex-guerrillero, overtuigd marxist en gewezen president van Uruguay? Portret van een Vlaams fenomeen, op smaak gebracht voor de Franstalige lezers van Wilfried.

foto:Tim Dirven

foto:Tim Dirven

Beveren-Kallo. Niet meteen de bestemming waar Japanners selfies gaan maken. Nochtans zou deze plek op Antwerpen Linkeroever in geen enkele toeristische folder van Vlaanderen mogen ontbreken. Alleen al het uitzicht op de esplanade van Katoen Natie is de omweg waard. Voor ons ligt de Schelde te glinsteren in de namiddagzon. De stroom, slechts twee bochten verwijderd van de Nederlands grens, is hier een halve kilometer breed. Niet minder indrukwekkend is het industriële landschap dat zich 360 graden breed openbaart. Tientallen ranke schoorstenen braken vlammen hoog in de lucht. Net een verjaardagstaart, maar dan met de kwalijke geur van petrochemie. BASF, DOW, Solvay, Lanxess, ExxonMobile, alle grote namen uit de scheikundige sector hebben zich aan weerskanten van de Schelde gevestigd. Hier worden miljarden omgezet.

Aardse rijkdommen zijn willekeurig verdeeld. Een strategisch gelegen haven is zo’n geschenk van het lot waar een hele regio wel bij vaart. Port of Antwerp levert niet alleen tienduizenden banen en ettelijke procentpunten aan het bruto binnenlands product op. Ons bezoek aan Katoen Natie legt ook de culturele meerwaarde bloot. We worden verwelkomd door een kunstcollectie waar menig museum jaloers op zou zijn. Wim Delvoye, in Brussel bekend van zijn betonmolen in gotisch smeedwerk, heeft de parking met enkele soortgelijke creaties opgesmukt. Boven, op de esplanade, staat nog meer hedendaags werk. Eenheid in stijl valt niet bespeuren, maar alle stukken zijn spectaculair en monumentaal. Pablo Atchugarry, Hubert Minnebo, Antonio Seguí, Michaël Aerts, het zijn grote namen uit de Belgische en de internationale kunstscene. Het klapstuk is zonder enige discussie een diepblauw gelakte houwitser van 15 meter lang en vijf meter hoog. Jan Zonder Vrees heet dit kunstwerk, niet naar de Bourgondische hertog maar naar een gelijknamige figuur uit de Vlaamse folklore die het tot held van talloze kinderboeken heeft geschopt. Dat hij voor niets of niemand bang is, spreekt vanzelf. Maar Jan Zonder Vrees streed in de middeleeuwen ook tegen onrecht, onder meer in de gedaante van inhalige tollenaars die het volk met hoge belastingen uitpersten. Was het die eigenschap die volbloed-liberaal Fernand Huts voor de naam deed smelten? Feit is dat de baas van Katoen Natie erg in zijn nopjes was toen het kunstwerk op een kille oktoberdag in 2013 werd onthuld. Dat gebeurde tijdens een memorabele show waarbij de 200 genodigden, onder wie heel wat politieke prominenten, een figurantenrol vertolkten. Op verzoek van Huts hadden ze zich allemaal in een blauw pak gestoken, een tooi die ter plaatse met een blauwe werfhelm en een blauwe bezemsteel werd vervolledigd. Voor liberale boegbeelden zoals Annemie Turtelboom of vader en zoon De Croo voelde dit uniform wellicht natuurlijk aan, maar ook verschillende CD&V-politici en Vlaams Belang-kopstuk Filip Dewinter onderwierpen zich gedwee aan de dresscode. Huts, gewezen kamerlid voor de VLD van Guy Verhofstadt, heeft zich van het cordon sanitaire rond de extreemrechtse partij nooit iets aangetrokken.

Strak in het gelid, de bezemstelen als geweren over de schouders, zette de stoet zich onder begeleiding van militaire marsmuziek in beweging. Niemand van de genodigden kon vermoeden wat er onder het dekzeil schuil ging, maar de hooggespannen verwachtingen werden niet bedrogen. ‘Jan Zonder Vrees moet de Schelde en de haven beschermen tegen boze watergeesten’, duidde Huts de symboliek. Aanwezige politici gaven een andere interpretatie. Waarom was het kanon op het centrum van Antwerpen gericht? Huts, zo wisten alle genodigden, lag al jarenlang overhoop met het havenbestuur van zijn geboortestad. Was dit misschien een opgestoken middenvinger naar de gezagsdragers in ’t Schoon Verdiep en het Havenhuis? Huts ontkende met uitgestreken gezicht, maar kon zijn binnenpret niet op. En zo werd het een gezellige namiddag. Het kanon mocht enkele losse flodders afschieten, waarna het hele gezelschap door Huts op een luxueus banket werd getrakteerd.

Inhuldiging Jan Zonder Vrees met vips en marsmuziek (foto: Tim Dirven)

Inhuldiging Jan Zonder Vrees met vips en marsmuziek (foto: Tim Dirven)

flamboyant

Ondernemer, kunstverzamelaar, luis in de pels van de politiek, het zijn alllemaal predicaten die bij de 67-jarige Fernand Huts passen. Als flamboyante enterpreneur moet hij in Vlaanderen alleen farma-baas en sportmecenas Marc Coucke naast zich dulden. Voetbal of wielrennen interesseren Huts niet, maar als organisator van extravagante feestjes geeft hij zelfs Coucke het nakijken. Vorig jaar, ter gelegenheid van de 160ste verjaardag van Katoen Natie, liet hij decorbouwers in Kallo een heuse burcht optrekken. Drie weken lang werd er gefeest door meer dan 6.000 genodigden. Honderden buitenlandse gasten werden op kosten van de zaak ingevlogen, op de afsluitende familiedag kwamen 4.000 Belgische personeelsleden zich vergapen aan de torens en kantelen van de middeleeuwse vesting. Vragen naar de factuur werden weggewuifd. ‘Dat heeft geen belang’, verklaarde Karine Huts, een even groot feestbeest als haar echtgenoot, voor de VTM-camera. ‘Je vraagt op een trouwfeest toch ook niet hoeveel het diner heeft gekost’. Het heeft inderdaad minder belang als je zoals Fernand en Karine Huts met een geschat vermogen van 1,516 miljard euro de 11de plaats bekleedt in rangschikking van rijkste Belgen.

Katoen Natie is dan ook geen KMO. Het Antwerpse havenbedrijf omschrijft zichzelf als een gediversifieerde goederenbehandelaar. Denk aan opslag en overslag van chemicaliën, voedingswaren, grondstoffen, textiel of consumentenelectronica, maar ook aan het ontwikkelen van supply chains en het recycleren van industrieel afval. Met 14.000 werknemers, vestingen in 38 landen en een omzet van bijna twee miljard is Katoen Natie een wereldspeler. Vriend en vijand zal het toegeven: dat is helemaal te danken aan het zakengenie van Fernand Huts. Toen hij het bedirjf in 1981 overnam, was Katoen Natie met zijn 180 medewerkers slechts één van de tientallen naties, een fenomeen waarvan de oorsprong bij de middeleeuwse gilden en ambachten van de haven ligt. Agnes Van Wanseele, burgemeester van Sint-Martens Latem, de gemeente met het hoogste gemiddelde inkomen van Vlaanderen, heeft de spectaculaire groei van nabij kunnen volgen. Ze leerde Huts veertig jaar geleden kennen bij het Gentse Vlerick Instituut, een naam die in Vlaanderen nog altijd klinkt als een klok. Een MBA van Vlerick staat niet alleen hoog aangeschreven vanwege de superieure opleiding, maar ook vanwege het netwerk en het adresboekje die bij het diploma horen. Wat de Ecole Nationale d’Administration is voor de Franse politiek en ambtenarij, is de Vlerick Business School voor het Vlaamse bedrijfsleven: een springplank naar een topcarrière. ‘Fernand was nog niet in de haven actief’, vertelt Van Wanseelse, destijds als assistente aan het Vlerick Instituut verbonden. ‘Hij had een bedrijf voor biologische groenten opgericht, de NV Veldboerke. Heel kleinschalig, op een keer kreeg hij thuis bijna ruzie omdat hij de wasmachine had gebruikt om producten te mengen. Karine kon er niet om lachen, zeker niet met drie kleine kinderen in huis. Ik nodigde Fernand geregeld uit als spreker voor een alumni-lezing. Heel verfrissend, zijn stijl was compleet verschillend van andere managers. Hij sprak voor de vuist weg, en bracht altijd hetzelfde boek mee. Machiavelli, zie hij tegen die jonge aspirant-managers, die moeten jullie echt gaan lezen. Toen hij een paar jaar later naar Katoen Natie overstapte, had hij dringend kaderleden nodig. Of ik bij Vlerick geen studenten kon warm maken, vroeg hij. Ik heb het geprobeerd, maar niemand was geïnteresseerd. Katoen Natie, dat stelde toen niks voor. Al die studenten droomden van een carrière bij KBC, Deloitte of een andere vertrouwde naam uit de financiële wereld’.

Bart De Wever

Haar man heeft de sprong wel gewaagd. Met succes, Dirk Lannoo mag zich nu vice-president van Katoen Natie noemen. Aan zijn rekrutering hangt een anekdote vast die Huts als ondernemer typeert. ‘Hij had net Seaport Terminals overgenomen’, zegt Van Wanseele. ‘Een bedrijf dat in feite veel groter was dan Katoen Natie. Daar had hij zijn handen mee vol. Houd jij je met Katoen Natie bezig, zei hij tegen mijn man op diens allereerste werkdag in Antwerpen, dan doe ik Seaport Terminals. Zo is Fernand: als hij iemand vertrouwen geeft, dan is dat voor het volle pond’. Huts mag dan een alumnus van Vlerick zijn, hij heeft een hekel aan managementboeken vol duur jargon, en aan zelfverklaarde business goeroes. Vijfentwintig jaar geleden, kort na zijn eerste buitenlandse overname in de Franse Vogezen en zijn eerste joint venture in Singapore, heeft hij zijn eigen managementbijbel geschreven. Het boek, rijk geÏllustreerd zodat het in diverse talen en culturen pakt, is nog altijd verplichte kost voor nieuwe medewerkers. Het kan worden gelezen als een ode aan het gezond boerenverstand. Delegeren, werk organiseren in kleine groepen, niet kakelen maar eieren leggen, het is maar  een greep uit zijn tien geboden, net zoals de aansporing om op tijd en stond met de collega’s een pint te pakken. Het waren echter niet deze tegelwijsheden maar wel de groeicijfers van Katoen Natie die hem al in 1987 de felbegeerde titel van Manager van het Jaar opleverden. Hij steekt dan wel geregeld zijn neus in een bierglas, kansen ruikt hij nog altijd als de beste. De overname voor 416 miljoen euro van afvalverwerkingsbedrijf Indaver was volgens alle insiders een meesterzet. Huts haalde het twee jaar geleden in een felle biedstrijd onder meer van het Franse Suez, wat hem schouderklopjes van de Vlaamse regering opleverde. Vlaamse verankering is een ideaal waar hij zelf hoog van opgeeft. Huts is flamingant en iedereen mag het weten. Het blijkt onder meer uit de boeken die hij onder het pseudoniem Jules Van Bochelt schrijft. Niet dat hij zich wil verbergen, zijn naam staat trouwens als alias op de cover. Het pseudoniem is meer een alibi om in de rol van de nar te kruipen en vanuit die favoriete positie vrank en vrij commentaar te geven op de politiek en de zeden van dit land.

Fernand Huts met eregast op receptie Karine Huts (foto: Tim Dirven)

Fernand Huts met eregast op receptie Karine Huts (foto: Tim Dirven)

Het is feest bij Katoen Natie, alweer. Twintig jongens en meisjes in smetteloos wit-zwart krijgen van de maître d’hôtel de laatste instructies. Het zal de 400 genodigden niet aan champagne ontbreken, noch aan exquise hapjes zoals zalm met passievruchtenmarinade. Aanleiding is eens te meer een nieuw boek. Niet van Fernand dit keer, wel van Karine Huts die samen met freelance journalist Ivo Pauwels het levensverhaal van haar joodse oom Géorg Kluger heeft opgetekend. Het leeuwendeel van de biografie gaat over de oorlogsjaren die Kluger als onderduikkind in België wist te overleven, in tegensteling tot zijn familie die in Oostenrijk moest achterblijven. Niemand minder dan Bart De Wever, Antwerps burgemeester en N-VA-voorzitter, komt het boek inleiden. Geen toeval, want De Wever en Huts hebben elkaar in het verleden al meermaals lof toegezwaaid. Vlaanderens populairste politicus heeft de lachers meteen op zijn hand. Het verschil tussen hem en de gastheer? ‘Fernand is een hystericus, ik een historicus’. Toch wordt het geen cabaretnummer. De Wever biedt namens het stadsbestuur nogmaals zijn excuses aan voor de medeplichtigheid van zijn voorgangers bij de vervolging van de Antwerpse joden. Toen hij dat twee jaar geleden voor het eerst deed, werd dat in de Vlaamse media nog als een historische mijlpaal bejubeld. De Wever prijst voorts de solidariteit die de Belgen betoonden door honderden joodse kinderen voor de nazi’s te verbergen. Was dit een politiek debat, dan had een wakkere moderator of opponent een parallel met de hedendaagse migratiecrisis kunnen trekken. Moeten we dan ook niet meer solidaiteit met de nieuwe generatie vluchtelingen aan de dag leggen? Geen gekke vraag op een moment dat een N-VA Staatssecreataris voor Asiel en Migratie met behulp van Soedanese migratieambtenaren het Brusselse Maximilaanpark aan het ‘opkuisen’ is. Maar geen pretbedervers in de zaal, de spreker wordt met een daverend applaus beloond.

Borinage

‘Uiteraard heb ik veel respect voor De Wever’, zegt Huts als we hem even uit de drukte kunnen wegsleuren. ‘Kijk naar zijn parcours. De N-VA is begonnen als een mini-partij, met Geert Bourgeois die moederziel alleen in de Kamer zat. Het is toch indrukwekkend hoe De Wever van de N-VA de onbetwiste nummer één van de Vlaamse politiek heeft gemaakt? In alle bescheidenheid gezegd: hij heeft in de politiek gepresteerd wat wij als ondernemer met Katoen Natie hebben gedaan’. Politiek is Huts een zwerfkei. Als student rechten in Leuven was hij praeses van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV), traditioneel een kweekvijver voor christendemocratische en Vlaams-nationalistische politici. Wilfried Martens en Hugo Schilz waren twee van zijn bekendere voorgangers. Toch was het voor de liberale VLD _ toen nog zonder prefix Open _ dat hij van 1995 tot 1999 als Antwerps volksvertegenwoordiger zetelde. Het werd geen succes, Huts schitterde vooral door hardnekkige afwezigheid. Volgens huisvriendin Agnes Van Wanseele was het de partijdiscipline die hem dwars zat, zelf wijst hij vooral op de ondankbare oppositierol die de liberale partij was toebedeeld. Feit is dat hij na dat mandaat uit de partij is gestapt. Zonder bruggen op te blazen, al heeft hij in verschillende interviews gesneerd naar toenmalig partijleider Guy Verhofstadt. “Ik was erg enthousiast over zijn burgermanifesten’, blikt hij daarop terug. ‘Des te groter was mijn ontnuchtering toen hij als premier precies het tegenovergestelde deed van wat hij eerder in zijn boeken had verkondigd’.

Of we hem intussen in het kamp van de N-VA mogen situeren? Huts haalt de schouders op. Hij spreekt wat lijzig, met een Antwerps accent dat zich uitstekend leent voor de mild spottende toon die hij graag aanslaat. ‘Economisch en filosofisch voel ik me nog altijd een echte liberaal. Maar als ondernemer met vestigingen in het hele land moet ik met alle partijen kunnen praten. In Antwerpen is dat toevallig de N-VA, maar ik onderhoud evenzeer uitstekende relaties met het socialistische stadsbestuur van Gent, en met de CD&V-burgemeester van Beveren’. De vraag of hij voor een onafhankelijk Vlaanderen gewonnen, pareert hij met een dooddoener. Antwerpenaar, Vlaming, Belg, Europeaan, wereldburger. Huts, die op een landgoed in Kent woont waar hij ook als fervent jager aan zijn trekken komt, ziet identiteit als de rokken van een ui. Het neemt niet weg dat hij zich in boeken en interviews vaak schamper uitlaat over de NV België. ‘Institutioneel en juridisch zo ingewikkeld dat niemand het nog uitgelegd krijgt.’, betoogt hij ook dit keer. ‘Ik probeer het filosofisch op te vatten. Belgium is art, zeg ik vaak tegen buitenlanders’. Geen separatist dus. Toch ziet hij een Vlaamse natie groeien, terwijl diezelfde dynamiek in Wallonië ontbreekt. De lezers bezuiden de taalgrens mogen hem dat vooral niet kwalijk nemen. ‘Ik kom vaak en graag in Wallonië’, zegt Huts. ‘Ik vind Luik een geweldige cultuurstad, en een van mijn zonen heeft in Namen gestudeerd. Een paar jaar geleden ben ik mijn vrouw tijdens onze vakantie drie weken door de Borinage getrokken. Heel boeiend, het moet niet altijd Italië zijn. Walen zijn erg vriendelijke mensen, en ze hechten meer dan wij belang aan het goede leven. Pas op, je kunt er ook zaken mee doen. Alleen zouden ze wat meer ondernemingszin mogen tonen,  op dat vlak kunnen ze nog wat van de West-Vlamingen leren’.

 wolf in schaapskleren

De obers doen gedisciplineerd hun werk. Champagneglazen worden alert bijgevuld, de schotels met warme en koude snacks gaan vlot rond. Het publiek is een mix van vrienden, familieleden en bonzen uit haven en bedrijfswereld. Ook politici zijn van de partij, we spotten onder anderen gewezen Europees Commissaris Karel De Gucht (Open VLD) en Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pieter De Crem (CD&V). De afwezigen hebben altijd ongelijk, maar soms hebben ze ook een motief. Zo liet Marc Van Peel, havenschepen in Antwerpen, in een vorig leven voorzitter van de CVP, zijn persoonlijke invitatie onbenut. Niet, zo moeten we aannemen, omdat hij geregeld kop van jut is in interviews van de bekende havenbaas. Huts is al jarenlang verwikkeld in een juridische oorlog met het Antwerps Havenbedrijf waar Van Peel voorzitter van is. ‘Die vendetta is ooit onder een van mijn voorgangers begonnen’, zegt hij. ‘Lang verhaal, volgens insiders heeft het te maken met mislukte zakendeals in de haven waardoor Huts zich te kort gedaan voelt. Enige rancune is hem niet vreemd, en hij is niet zuinig met advocatenkosten om zijn gram te halen’. Nee, als Van Peel het feest aan zich laat voorbijgaan, dan ligt dat veeleer aan een gevoel van verzadiging. ‘Ik bewonder hem als ondernemer’, zegt hij. ‘Maar met zijn monumentale ego heb ik het stilaan gehad. Huts kijkt neer op politici, hij is ervan overtuigd dat de hele wereld functioneert zoals zijn Katoen Natie. Ik heb Patrick De Wael ooit horen vertellen over die eerste keer dat Huts aan een fractievergadering van de VLD deelnam. En Fernand maar lang en breed uitleggen wat er allemaal in dit land moest veranderen. “Fernand”, heeft iemand toen gezegd, “je weet toch dat we in de oppositie zitten? We kunnen helemaal niks veranderen”. Na die ene vergadering hebben ze hem daar nooit meer gezien. Weet je, ik heb van zijn vrouw ooit een geweldige grap gehoord. Ze zei dat ze een boek over haar man zou schrijven, met als titel ‘Mijn leven met God’. En of ik het verschil kende tussen God en Fernand? Simpel, zei Karine, God denkt niet dat hij Fernand is. Haha, grandioos toch! Pas op, ik kom hem graag tegen. Fernand is altijd joviaal, ook tegenover opponenten die hij belaagt met advocaten en deurwaarders. Hij vindt dat men dat niet persoonlijk mag nemen, het is gewoon zijn manier van zaken doen’.

Huts is aaibaar, maar dan zoals een wolf in schaapskleren. We noteerden deze parel bij de socialistische havenbond die met Huts in de clinch ligt over de Wet Major. Dit statuut, een sieraad van de proletarische ontvoogding, verplicht havenbedrijven uitsluitend met erkende dokwerkers en havenarbeiders te werken. Te duur en nefast voor de internationale concurrentiepositie, vindt Huts die magazijnwerk bij voorkeur door flexibele interimarbeiders met een bediendencontract laat uitvoeren. Hij bracht zijn zaak tot voor het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. ‘Met steun van Sim Kallas, in die tijd Europees Commissaris voor Transport’, beweert ABVV-secretaris Marc Laridon. ‘Kallas komt uit Estland, de plek waar Katoen Natie in diezelfde periode een gigantische investering had gedaan. Ik kan niet bewijzen dat er een causaal verband bestaat, maar ik geloof nooit dat het toeval is. Huts heeft een erg lange arm’.

(foto: Tim Dirven)

(foto: Tim Dirven)

Uruguay

Aan strijdpunten geen gebrek in Huts carrière. Neem nu de verkeersknoop rond Antwerpen, hét hoofdpijndossier bij uitstek voor de Vlaamse regering. Ruim twintig jaar na de eerste plannen is er nog altijd geen spade in de grond gestoken, een blamage voor een regio die als baseline ‘wat we zelf doen, doen we beter’ voert. Huts, die met afgrijzen ziet hoe zijn vrachtwagens op de Antwerpse ring vastzitten, legt de schuld bij gewezen sp.a-burgemeester Patrick Janssens. ‘Zonder hem had er al lang een brug over de Schelde gelegen en was het hele probleem opgelost. Janssens echter heeft het project op het laatste nippertje afgeschoten, in de hoop de gemeenteraadsverkiezingen te winnen. En ziet wat er van hem geworden is. Janssens mag nu vrolijk voetbalmanager spelen bij Racing Genk, maar intussen zit het verkeer hier nog altijd muurvast’. Nog zo’n stokpaard is de uitbreiding van de haven op Linkeroever. Het graven van het megagrote Saeftinghedok moet de containercapaciteit in één klap met de helft opvoeren. Huts is radicaal tegen dit prestigeplan van het Havenbedrijf, en werpt zich op als de verdediger van de polderboeren die door deze operatie hun land en boerderij dreigen te verliezen. Die tegencampagne mag wat kosten. Huts is de financier achter ‘Oratorium zonder Doel’, een meeslepende documentaire van filmmaker Manu Riche over de teloorgang van de polders en het dorpje Doel.

Wat ook de titel wordt, zijn biografie wordt een lijvig boek. Een hoofdstuk over Uruguay mag in geen geval ontbreken. In 2000 investeerde Katoen Natie fors in een containerterminal in de haven van Montevideo, meteen de aanleiding voor de echtelieden Huts om er een pied-à-terre te verwerven. De cottage werd zowat hun derde thuisverblijf, na het landgoed in Kent en het kasteel in Sint-Gillis-Waas. Zo ontstond een innige vriendschap met de toenmalige president José Mujica. Het contrast kon niet groter zijn: een liberale miljardair versus een gewezen extreemlinkse guerillero die 14 jaar als politieke gevangene opgesloten zat. Mujica, was dat niet de president die prat ging op zijn titel van ’s werelds armste staatshoofd? ‘So what’, zegt Huts. ‘Ik stap door het leven zonder vooroordelen. Het klikte meteen tussen ons. Ik heb respect voor zijn achtergrond en idealisme, en hij waardeerde mijn ondernemerschap’.

Huts, rad van tong, laat zich niet gemakkelijk in de hoek drummen. Viel zijn naam in het schandaal van de Panama-papers, het datalek over offshore belastingparadijzen? Huts gaf geen krimp. ‘Ik ben altijd binnen de grenzen van de wet gebleven’, verklaarde hij desgevraagd. Subsidieslurper is een verwijt dat hem vaak vanuit progressieve middens wordt gemaakt. In Vlaanderen hoeft daar geen tekening bij. Iedereen kent Huts als de onbetwiste zonnepaneelkoning. 800.000 vierkante meter aan fotovoltaïsche cellen, verspreid over verschillende magazijnen van Katoen Natie. Het levert hem jaarlijks 13 miljoen euro aan groenstroomcertificaten op, als gevolg van een genereuze subsidieregeling die intussen door de Vlaamse regering werd afgeschaft. Voor nieuwe investeerders, want Huts rendement werd voor 20 jaar gegarandeerd. ‘Ik snap dat verwijt niet’, zegt hij. ‘Ik heb die zonnepanelen tien jaar geleden op uitdrukkelijke vraag van de Vlaamse regering gelegd. De technologie was nog onbekend en peperduur, niemand wilde eraan. Kris Peeters is ze als minister-president komen inhuldigen, we zijn nog same met de helicopter over ons magazijn gevlogen’.

 heavy metal

“Mijn vader heeft een olifantenvel”. Het citaat komt van Yves Huts, zelf vooral bekend als gewezen bassist en songschrijver van de Nederlandse heavy metalband Epica. Intussen heeft hij een punt achter zijn rockcarrière gezet. Yves werkt net zoals zijn twee broers bij Katoen Natie, nog altijd een familiedrijf zonder beursnotering. De oudste staat klaar om het roer over te nemen, de jongste vliegt als helicopterpiloot met zijn vader. ‘Niet om op te scheppen’, weet Agnes Van Wanseele. ‘Met zijn drukke agenda is die helicopter geen luxe. Fernand geeft niet om statussymbolen. Auto’s interesseren hem niet, hij rijdt al jarenlang met een Mitsubishi. Alleen als het over kunst gaat, laat hij zich wel eens gaan’.

Dat is een understatement. Vorig jaar legde Huts 670.000 euro op tafel voor een originele Rubens-tekening die in buitenlandse handen dreigde te vallen. De acquisitie werd in brede kringen toegejuicht, want Vlaamse verankering heeft ook een culturele dimensie. De collectie in Beveren-Kallo is overigens maar het topje van de ijsberg. Een vleugel van het hoofdkwartier in het centrum van Antwerpen werd door een toparchitect tot museum omgebouwd. De verzameling archeologisch textiel, met stukken tot 3.500 jaar oud, is absolute wereldtop. Daarnaast is er een permanente tentoonstelling over de geschiedenis  van de Belgische kunst, met onder meer fraaie doeken van kleppers zoals Gustave Van de Woestyne, Jean Brusselmans en Gust De Smet.

Huts zou Huts niet zijn mocht hij als cultureel entrepreneur vrede nemen met een figurantenrol. Vorig jaar kondigde hij aan 0,5 procent van de omzet van Katoen Natie in zijn eigen Phoebus Foundation te investeren, goed voor een budget van 8 miljoen euro per jaar. Projecten worden door hem en zijn vrouw persoonlijk afgewogen. Voor de kandidaten: een link met Vlaanderen strekt tot aanbeveling. Het initiatief heeft voor commotie in het culturele landschap gezorgd, vooral in de wereld van musea die ook in Vlaanderen de broeksriem moeten aanhalen. Er werd voor Amerikaanse toestanden gewaarschuwd. Huts de mecenas die in het culturele gat van de armlastige overheid springt. Nobel op het eerste gezicht, maar nefast voor de artistieke vrijheid.

Zou het? Als hofleverancier hedendaagse kunst bij Katoen Natie ziet Wim Delvoye alleszins geen bezwaar. ‘Ik doe liever zaken met zo’n mecenas dan met een ambtenaar die als een kunstpaus bepaalt wat er wel of niet in een museum thuis hoort’. Ook Delvoye ontbrak op het boekenfeest in Kallo. Onvrijwillig, hij zat op een vlucht vanuit Hong Kong. Na twintig jaar is hij kind aan huis bij de Hutsen.  ‘Karine is een echte vriendin geworden, een warme vrouw met het hart op de tong. Een bon vivant, net zoals Fernand. Dat maakt onze samenwerking zo fijn. Bij ieder werk dat ik opleverde, werd er een feest georganiseerd. Een beetje zoals in de middeleeuwen, toen een nieuw glasraam voor de kerk met een schranspartij voor de hele parochie werd ingehuldigd. Ik vind hun flamboyante karakter geweldig. Die keer dat ze zich als hardrockers hadden uitgedost om anoniem een concert van hun zoon bij te wonen. Ik heb de foto’s gezien, het was hilarisch. Natuurlijk heeft Fernand een ego. Hij wil erkenning, ook in de culturele wereld. Maar wat is daar mis mee? Kijk maar wat voor een imperium die man in zijn eentje heeft uitgebouwd. Fernand Huts, dat is de Citizen Kane van Vlaanderen’.

 

Op stap met Breaking the Silence in Hebron, waar religieuze haat te snijden valt

knack.be,  20 oktober 2017

“Mijn engagement bij Breaking the Silence is een daad van patriottisme”

Nederzettingen zijn er veel op de Westelijke Jordaanoever, maar alleen in Hebron leven joodse kolonisten in het hart van een Palestijnse stad. Van nabuurschap is geen sprake, de kolonisten hebben zich met het behulp van het leger verschanst. Op stap met Breaking The Silence in een stad die kreunt onder de religieuze haat.

Achya Schatz in de ooit bruisende soek van Hebron (foto: ER)

Achya Schatz in de ooit bruisende soek van Hebron (foto: ER)

Zo ziet een steriele straat er dus uit. Aan weerskanten neergelaten rolluiken, geen mens te bespeuren. De dikke laag stof op de tralies doet vermoeden dat hier al lang geen levende ziel meer gepasseerd is. Achya Schatz doet een beroep op onze verbeelding. Ooit was dit de voornaamste souk van Hebron, je kon er over koppen lopen. Alles veranderde toen Joodse kolonisten zich in het hart van de grootste Palestijnse stad na Oost-Jeruzalem kwamen vestigen. Het begon in 1979 kleinschalig, met het kraken van een strategisch gelegen hotel. Intussen telt het historisch centrum al vier nederzettingen. Er wonen zo’n 800 reglieus-zionistische settlers, permanent beschermd door 600 Israëlische militairen. ‘Palestijnen hebben zelfs geen toegang tot deze buurt”, zegt Schatz. ‘In het leger bestaat er een term voor: deze straten zijn gesteriliseerd, vrijgemaakt van Palestijnen. De steriele zone breidt zich steeds verder uit. Een tijdlang waren er twee parallelle toegangswegen, een voor kolonisten en een voor Palestijnen. Na een poosje begonnen kolonisten ook de Palestijnse straat te nemen. De provocatie lukte, jongeren begonnen met stenen te gooien waarop het leger ook die straat heeft gesteriliseerd. Dat is in een notendop de geschiedenis van Joodse nederzettingen in Hebron. De kolonisten scheppen voldongen feiten, en het leger moet volgen. Tegen heug en meug, want deze hun aanwezigheid in Hebron is ook in Israël erg omstreden. Op de Westoever werden al meer dan honderd nederzettingen gebouwd, maar die liggen allemaal afgezonderd van Palestijnse woonkernen. Een nederzetting starten in het hart van een Palestijnse stad, dat is vragen om problemen. Toen een groep vrouwen uit de nabijgelegen nederzetting Kyriat Arba in 1979 Hebron binnendrong en er een hotel kraakte, zorgde dat voor grote verdeeldheid binnen de toenmalige regering. Uiteindelijk werd besloten toch militairen te sturen om hen te beschermen. Het ging tenslotte om joodse levens, op een plek bovendien die voor vele joden een bijzondere betekenis heeft’.

Breaking the Silence

De problemen lieten niet op zich wachten. De eerste grote aanslag in 1980 kostte het leven aan 6 kolonisten. De spiraal van geweld en tegengeweld, met slachtoffers aan weerskanten, zou niet meer stoppen. Uitschieter was het bloedbad dat de extreemrechtse Israëlisch-Amerikaanse dokter Baruch Goldstein op 25 fabruari 1994 tijdens het ramadangebed in de Ibrahim moskee aanrichtte. Balans: 29 doden en 125 gewonden. ‘Die aanslag heeft Hebron voorgoed veranderd’, zegt Schatz. ‘Goldstein werd als een krankzinnige afgeschilderd, maar zijn timing was weloverwogen. De aanslag was een poging om de Oslo-akkoorden te saboteren. Het principe van het vredesproces, land voor vrede, is een gruwel in het oog van religieuze-zionisten. Ze zien Hebron als de bakermat van het jodendom, de plek waar volgens het Oud Testament de aartsvaderen Abraham, Isaac en Jacob zijn begraven, net zoals hun vrouwen. Dat verklaart waarom al begin vorige eeuw een groep vrome joden zich in Hebron heeft gevestigd en er een Talmoedschool heeft opgericht. Die eerste kolonie is uitgestorven na een bloedbad in 1929 waarbij meer dan zestig joden werden vermoord. Om maar te zeggen dat deze stad onder een beladen geschiedenis gebukt gaat’.

Achya Schatz (34) kent die geschiedenis door en door. Nochtans is hij geen stadsgids, maar woordvoerder van de in Israël erg omstreden organisatie Breaking the Silence. Mensenrechten- en middenveldorganisaties die opkomen tegen de bezetting van de Palestijnse gebieden, zo zijn er wel meer. B’Tselem, Peace Now, ze liggen steeds meer onder vuur in een land waar de politieke barometer naar rechts tot extreemrechts uitslaat. Geen enkele organisatie werkt evenwel meer op de zenuwen van regering, rechtse media en publieke opinie dan Breaking the Silence. Het zijn immers geen linkiewinkies die de misbruiken van het militaire bezettingsregime aanklagen. BtS werd in 2004, tijdens de Tweede Intifada, opgericht door afgezwaaide dienstplichtigen uit Hebron die gewetenwsroeging kregen over wat ze tijdens hun tour of duty hadden gezien of zelf hadden aangericht. Meer dan honderd ex-militairen werden al bereid gevonden om, meestal anoniem, getuigenis af te leggen over zowel alledaags als extreem geweld waarmee de bezetting gepaard gaat. Behalve het verzamelen en verspreiden van die getuigenissen organiseert BtS excursies naar enkele hotspots op de Westoever. Hebron is een voor de hand liggende bestemming. Nergens lopen de spanningen tussen kolonisten en Palestijnen hoger op, nergens is de haat zo tastbaar.

blinde etalage in een 'gesteriliseerde' straat. (foto: ER)

blinde etalage in een ‘gesteriliseerde’ straat. (foto: ER)

zelfhatende joden

Baruch Marzel komt dat geheel ongevraagd illustreren. We zien hem van ver komen aansloffen, de baardige, oude man is de enige tegenligger in de uitgestorven winkelstraat. Een oude bekende voor Schatz die meteen enkele biografische details opdist. ‘Marzel is een van de leiders van de kolonisten. Erg fanatiek, hij vindt dat Israël het recht heeft alle Palestijnen uit het land te zetten. Herinneren jullie zich het schandaal van die Palestijn die een aanval met een mes op een Israëlische militair had gepleegd? Hij lag uitgeschakeld op de grond, en toen heeft een van de soldaten hem van dichtbij geëxecuteerd. De beelden zijn de wereld rond gegaan. Erg belastend voor het leger, die soldaat is trouwens veroordeeld. Welnu, deze kolonist was er na de executie als de kippen bij om die soldaat te feliciteren. Vraag het hem zelf maar, hij is er nog altijd trots op’.

Marzel....'Dit land werd ons door God geschonken'. (Foto: ER)

Baruch Marzel.: Dit land werd ons door God geschonken’. (Foto: ER)

Marzel knippert niet met de ogen. ‘Natuurlijk heb ik die soldaat gefeliciteerd’, zegt hij voor een tribunaal van negen Europese journalisten. ‘Waarom niet? He did the right thing’. Dat hij alle Palestijnen eruit wil, spreekt hij dan weer tegen. Ze mogen blijven, zolang ze de joden met rust laten en aanvaarden dat Hebron net als de hele Westoever joods gebied is. ‘Want dit is ons land’, zegt hij op de bedaarde, zelfverzekerde toon van een man die geen twijfel kent. ‘Het is ons door God geschonken, hier is het jodendom ontstaan’. Op deze man pakt geen verf. Een collega van de Tsjechische radio die een kritische vraag stelt, wordt met een tegenvraag afgepoeierd. Waar meneer vandaan komt? Praag, zozo. En of meneer weet wat er in de oorlog met de Praagse joden is gebeurd? En dat hij, als telg van een volk dat de Holocaust moest ondergaan, geen lessen van een stel Europeanen heeft te krijgen. Schatz, evenzeer telg van dat joodse volk, kan zich niet bedwingen om in discussie te gaan. De kolonist negeert hem en waarschuwt ons. Geloof maar niks van wat Breaking The Silence jullie vertelt! Allemaal leugens van een bende zelfhatende joden! Een stel soldaten loopt voorbij, ze kijken geamuseerd naar het tafereel. Schatz maakt een einde aan het dovemansgesprek. ‘Dit valt nog mee’, zegt hij. ‘Soms worden we tijdens een bezoek met eieren of stenen bekogeld’.

 pandemonium

Op de bus heeft hij zijn eigen verhaal gedaan, zodat we zijn engagement beter zouden begrijpen. Er zit stof in voor een langspeelfilm. Schatz groeide op in een orthodox-zionistische familie, in een kleine nederzetting aan de Israëlische kant van Jeruzalem.  Toen hij als kind met zijn ouders Hebron of andere joodse bedevaartsplaatsen bezocht, wist hij niet beter of de hele Westoever was een deel van Israël. Hij werd een enthousiast lid van zionistische jeugdbewegingen, en op zijn 18 stond hij te popelen om zijn driejarige dienstplicht te vervullen. ‘Ik werd geselecteerd voor Duvdevan, een elitekorps dat erg bekend is voor zijn undercover operaties in de bezette gebieden. Dat ging van spionage, opsporingen en arrestaties,  tot en met het liquideren van potentieel gevaarlijke doelwitten. Ik heb er allemaal zelf aan meegedaan. Als een modelsoldaat, ik ben zelfs opgeklommen tot commandant’.

De lange busrit naar Hebron liep voornamelijk door de zogenaamde C-zone van de Westoever. Na de Oslo Akkoorden werden de bezette gebieden in drie categorieën opgedeeld. Zone A, de stedelijke kernen, zou militair en administratief door de nog op te richten Palestijnse Autoriteit worden bestuurd. Zone B werd als bufferzone ingekleurd. In zone C, zestig procent van de Westoever, bleef Israël volledig baas. De regeling was als tijdelijk bedoeld, tot Israëli’s en Palestijnen een definitief, allesomvattend vredesakkoord zouden sluiten. Na het  bereiken van die final status zou Israël de controle over zone C geleidelijk overdragen aan de Palestijnse Autoriteit. Door het ontsporen van het vredesproces, onder meer door de moord op de Israëlische premier Yitzhak Rabin, kreeg de overgangsregeling een permanent karakter. Permanent en onomkeerbaar, zo blijkt als we door het gebied rijden. De hele zone C, meer dan de helft van wat volgens Oslo een onfhankelijke Palestijnse Staat moest worden, is met Israëlische nederzettingen, plantages, militaire installaties, scheidingsmuren en zelfs gesegregeerde autowegen bezaaid.

Schatz moest lachen met de opdeling. ‘Zone A onder Palestijns bestuur? Vergeet het maar, het Israëlisch leger is er heer en meester. Mijn eenheid opereerde haast continu in zone A. Inlichtingen verzamelen deden we undercover, maar voor arrestaties of liquidaties geneerden we ons niet. De doctrine van het leger is nog altijd dezelfde: make your presence felt. Palestijnen moesen beseffen dat we hen kunnen treffen, waar en wanneer we dat maar willen. Het werkte langs twee kanten. We schakelden potentieel gevaarlijjke elementen preventief uit, en intussen werd de overgrote meerderheid geïntimideerd zodat ze geen verzet durfde te plegen. Daar zat een heel systeem achter. We maakten een onderscheid tussen involved en uninvolved targets. De eerstgenoemden werden als gevaarlijk beschouwd en behandeld. Uninvolved targets, dat kon een familie zijn in een Palestijns dorp die helemaal geen uitstaans had met georganiseerd verzet. Toch vielen we er ’s nachts zwaar gewapend en met veel overmacht binnen. De hele familie werd uit bed gelicht, in de woonkamer tegen de muur gezet en gefouilleerd. Ik heb zelf aan zulke operaties meegedaan. Het was telkens een pandemonium, ik heb kinderen letterlijk in hun broek zien doen van de schrik. Om het huilen doen stoppen, snauwden we ze zo hard af dat ze hun mond niet meer durfden opendoen. Na een uur was het voorbij. Natuurlijk hadden we geen wapens of ander belastend materiaal gevonden. Dat was niet bedoeling, de hele actie was een boodschap voor het hele dorp evenals de dorpen in de omgeving’.

landverraders

Misschien was het die ene operatie die de bal aan het rollen bracht. Een hot arrest, werd het tijdens de briefing genoemd. Ze zouden niet op de deur bonzen en dan binnenstormen, maar de deur met een explosievenlading opblazen. ‘Het was een nieuwe techniek’, vertelde Schatz. ‘De man van explosieven had voor de zekerheid een extra lading voorzien. Gevolg: niet alleen de deur maar het hele interieur van de woonkamer vloog in de lucht. We stormden door de rookwolk de trap op naar de slaapkamer. Eerst hebben we de verdachte een pak rammel gegeven, soften the target, heette dat. Op dat moment kwam de man van Shin Bet erbij. ‘Oops’, zei hij, ‘we hebben ons van huis vergist’. We hebben de operatie nog eens overgedaan, bij het correcte adres. Toen al begon er iets te knagen. Dit is niet okay, besefte ik. Toen ik bij mijn superieuren voorzichtig polste of de familie gecompenseerd zou worden voor de geleden schade, kreeg ik een sussend antwoord. Daar moet jij als soldaat niet wakker van liggen. De hele operatie werd trouwens als een succes geëvalueerd. We hadden ons dan misschien van huis vergist, maar die deur was er toch wel mooi uitgevlogen’.

Zoals wel vaker kwam de kater achteraf, tijdens een sabbatsjaar in Zuid-Afrika tussen zijn dienstplicht en zijn studies. Schatz, een van de eersten die voor Breaking the Silence getuigde, is intussen een van de boegbeelden van de organisatie. Aan dat engagement hangt een prijskaartje. ‘De regering en de rechtse pers gaan constant tegen ons tekeer”, zegt hij. ‘We worden als landverraders afgeschilderd. Bedreigingen en verwensingen horen erbij. Ja, ik heb veel vrienden verloren, en ook binnen mijn familie is er veel onbegrip. Maar ik kan iedereen recht in de ogen kijken. Ik beschouw mezelf nog altijd als een zionist én een patriot. Als het moet, ben ik bereid mijn leven voor Israël te geven. Dat doet echter niets af aan mijn vaste overtuiging dat de bezetting moreel verwerpelijk is en op lange termijn schadelijk voor Israël. Mijn engagement bij Breaking the Silence is een daad van patriottisme’.

Saboteur in actie. 'Soms worden we met eieren of stenen bekogeld'. (Foto: ER°

Saboteur in actie. ‘Soms worden we met eieren of stenen bekogeld’. (Foto: ER°

vuile luiers

We zetten de wandeling door de spookstad voort. Op een rechthoekig plein last Schatz een halte in. Dit is een bijzondere plek, en niet alleen omdat het lange tijd het drukste knooppunt van de souk was. In een van de huizen woont nog een Palestijnse vrouw met haar zoon, de laatste anciens die op het ‘gesterliseerde’ plein zijn achtergebleven. Voor hun raam twee hoog hangen tralies: bescherming tegen de stenen die joodse kinderen er constant tegenaan gooien. Steriliseren is immers niet alleen een militaire aangelegenheid, het zijn kolonisten die het voorbereidende werk doen. Schatz citeert uit het bundel met getuigenissen van ex-soldaten die in Hebron gelegerd waren. Hoe ze op de duur meer moeite moesten doen om Palestijnen tegen het geweld van kolonisten te beschermen dan andersom. En dat ze zich verbaasden over de technieken die de kolonisten hanteerden om hun Palestijnse buren het leven zuur te maken. Vrouwen die vuile luiers over de muur of door het openstaand raam gooiden, kinderen van kolonisten die er een sport van maakten Palestijnse kinderen in te sluiten en te molesteren. En hoe ze als soldaten de pest hadden in het provocerende gedrag van diegenen die ze geacht werden te beschermen, ook al deden die kolonisten er alles aan om hun dankbaarheid te manifesteren. Met shabbat was het vaste prik dat iedere kolonistenfamilie een of meerdere soldaten thuis voor het avondmaal uitnodigde.

En dan gebeurt er iets merkwaardigs. En wat plompe man, een dertiger in een zwart t-shirt, sluit zich ongevraagd bij ons gezelschap aan. Niet om te luisteren, maar om het bezoek te verstoren. Zijn methode is even simpel als effectief. Hij gaat vlak achter onze gids staan, en begint hardop in het Hebreeuws tegen zijn smartphone te praten, recht in het oor van Schatz. Beledigingen, bedreigingen, verwensingen, maar dat zullen we pas achteraf vernemen. Vooral Yara, een 22-jarige Palestijnse stagiaire, moet het ontgelden. Het arme kind, al de hele middag doodsbenauwd vanwege de grote concentratie van militairen en kolonisten, wordt getrakteerd op een scheldkanonnade doorspekt met racistische en seksistische vuilspuiterij.

‘Negeer hem’, adviseert Schatz. ‘Ik ken hem, hij probeer altijd stokken in de wielen te steken. Fanatieker ga je ze niet vinden, dit is een man die Baruch Goldstein als een martelaar vereert’. De kwelduivel laat zich niet negeren. Waar we ook gaan, hij volgt ons als een schaduw, aangemoedigd door andere kolonisten. Een combi van de burgerpolitie komt poolshoogte nemen. Schatz doet een wanhoopspoging. Of de agenten zijn belager niet tot de orde kunnen roepen? Nee dus, hij krijgt integendeel het dringende verzoek om met zijn gezelschap op te krassen vooraleer de boel echt uit de hand loopt. En zo wordt ons bezoek aan Hebron voortijdig afgebroken. We hebben niet alles gezien, maar veel geleerd.

 

De Palestijnse Staat: bouwproject zonder vergunning

Knack, 19 oktober 2017

“Je kunt over dit conflict eindeloos discussiëren, maar in wezen is het heel eenvoudig: Israël wil zoveel mogelijk grond met zo weinig mogelijk Palestijnen erop” 

Scheidingsmuur in Bethlehem (eigen foto)

Scheidingsmuur in Bethlehem (eigen foto)

Knack reisde embedded met Europese Vertegenwoordiging bij de Palestijnse Autoriteit door de Westoever. Veel hoop op een tweestatenoplossing werd er niet gevonden, ongelukkige maar voldongen feiten des te meer. ‘Zonder Europa had Israël de Westoever al lang geannexeerd’.

Na vier dagen op de Westoever dringt zich een voorlopig besluit op. De Israëlisch-Palestijnse kwestie? Er is geen nieuws en dat is meteen het slechte nieuws. We hebben met een groep journalisten staan aanschuiven bij checkpoints. We bezochten bedoeïenenclans die door nieuwe of zich steeds verder uitbreidende nederzettingen worden bedreigd. We reden over viervaks-autosnelwegen waar alleen gele of Israëlische nummerplaten zijn toegelaten, terwijl we in de verte de lokale wegen zagen waar auto’s met groene, Palestijnse  nummerplaten lange files vormden voor alweer een volgend checkpoint. We telden zoveel muren, hekken en wachttorens dat we er ons oriëntatiegevoel bij verloren. We ontmoetten niet alleen Palestijnen maar ook Israëlische mensenrechtenactivisten die zich hardnekkig blijven verzetten tegen de al vijftig jaar aanslepende bezetting van de Westelijke Jordaanoever, een engagement dat steeds moeilijker valt in een land waar zowel de regering als de publieke opinie een forse ruk naar rechts hebben gemaakt. Van die regering of publieke opinie konden we geen poolshoogte nemen. We reisden op uitnodiging van de Europese Vertegenwoordiging bij de Palestijnse Autoriteit. Embedded dus, maar dat doet letterlijk noch figuurlijk afbreuk aan de muren die we hebben gezien.

Doel van deze intensieve kennismaking: aantonen waarom Europa in de tweestaten-oplossing blijft geloven, en op welke verschillende manieren het bijdraagt tot het realiseren van deze oplossing die in de Oslo Akkoorden van 1993 werd voorzien. Met veel geld, dat kunnen we nu al zeggen. De Europese Unie en de lidstaten pompen jaarlijks 1 miljard euro in de ontwikkeling van de Palestijnse gebieden. Maar daarmee is het punt niet gemaakt. Na vier dagen hebben we immers ook een leidraad ontdekt: alle Palestijnen, jong of oud, laaggeschoold of hoogopgeleid, spuwden Oslo uit als een slok verzuurde melk. Het geloof in een tweestatenoplossing brandt hier op een zeer laag pitje. Maar ook dat is oud nieuws.

En dan, op de terugweg naar Ramallah: breaking news! Fatah en Hamas hebben in Caïro een akkoord gesloten! Na tien jaar van bittere en bij momenten bloedige broederstrijd wagen Ramallah en Gaza een poging om hun vendetta bij te leggen. Hamas, door de VS en Europa als een terroristische organisatie bestempeld, draagt het bestuur over de strip over aan de Palestijnse Autoriteit van president Abbas. Binnen het jaar zouden er verkiezingen volgen, de eerste in 11 jaar tijd. In Gaza zal de aangekondigde verzoening, die hoop op betere levensomstandigheden biedt, tot een volksfeest leiden. Niets daarvan in Ramallah, we zullen er vooral veel scepsis ervaren. Ook onze Palestijnse reisgezellen, lokale EU-medewerkers en journalisten, zonder uitzondering jong en goed opgeleid, lopen niet warm. Kiezen tussen Fatah en Hamas? Aan religieus fundamentalisme hebben ze lak, het Fatah-regime noemen ze corrupt en autoritair. Vorige maand nog werden zes kritische journalisten opgepakt, vernemen we van fotograaf Alaa Daraghme. ‘Er is een enorm legitimiteitsprobleem’, zegt hij. ‘Jonge Palestijnen, zeg maar de overgrote meerderheid, herkennen zich helemaal niet in de huidige generatie leiders. Ze geloven ook niet in een tweestatenoplossing, al wat ze wensen is een beter leven. Het is erg om te zeggen, maar velen zouden zelfs blij zijn met een statuut zoals dat van de Israëlische Palestijnen. Tweederangsburgers, maar wel in een functionerende staat’.

vluchtelingenkamp Aida, wereldkampioen blootstelling traangas (eigen foto)

vluchtelingenkamp Aida, wereldkampioen blootstelling traangas (eigen foto)

zelfhatende jood

Mohamed Shamasneh (45) heeft andere zorgen aan zijn hoofd. Half september werd hij met zijn achtkoppige familie uit zijn huis in Sheikh Jarrah gezet, een Palestijnse volksbuurt in het hart van Oost-Jeruzalem. “Door de politie’, zegt hij. ‘Terwijl onze inboedel op een vrachtwagen werd geladen, zagen we hoe een Israëlische familie onze plaats innam’. Ook zijn hoogbejaarde ouders verloren de residentie waar ze in 1964, onder Jordaans gezag nog, hun intrek namen. Sinds de Zesdaagse Oorlog in 1967 valt Oost-Jeruzalem net als de Westoever en Gaza onder Israëlisch bestuur. In tegenstelling echter tot die laatste twee gebieden werd Oost-Jeruzalem in 1980 officieel geannexeerd. Het herenigde Jeruzalem werd tot ‘eeuwige en ondeelbare’ hoofdstad van Israël uitgeroepen, een statuut dat niet door de beugel van het internationaal recht kan en lijnrecht indruist tegen Palestijnse claim op Oost-Jeruzalem als toekomstige hoofdstad van hun onafhankelijke staat.

Hoe ver die droom van de realiteit staat, kunnen we in Sheikh Jarrah vaststellen. Zestig jaar van actieve judaïsering heeft zijn doel niet gemist: intussen maken Israëlische kolonisten al 41 procent van de bevolking in Oost-Jeruzalem uit. De regering Netanyahu IV, een uiterst  nationalistische zespartijencoalitie met een grote inbreng van ultra-orthodoxen en extreemrechtse kolonisten, heeft nog een tandje bijgestoken. Complete woonblokken veranderden in nederzettingen of kantoorgebouwen, alleen al in deze buurt werden dit jaar vier grote projecten vergund waardoor 17 Palestijnse families worden bedreigd. Het lot van de Shamashnes is dan ook geen unicum, volgens de Norwegian Refugee Council vechten nog 40 families tegen een nakende uithuiszetting. De Noorse ngo heeft een ploeg advocaten op de been die de families pro deo bijstaat. Namen mogen we niet noemen. Te delicaat in een land waar de regering er alles aan doet om ngo’s met buitenlandse financiering als staatsvijandig te brandmerken. Dat werkt, heeft een Israëlische medewerkster ondervonden ‘Het klimaat wordt stilaan onleefbaar’, klaagt ze. ‘Wie durft opkomen tegen de bezetting, wordt meteen als landverrader of zelfhatende jood weggezet. In mijn familie of op de school van mijn kinderen loop ik er niet mee te koop. Als ze vragen wat ik doe, zeg ik dat ik aan de universiteit werk’.

Behalve delicaat is het werk van de NRC-advocaten vooral moeilijk. ‘Israël heeft een heel arsenaal aan wetten en regels om uithuiszettingen te legitimeren’, zegt een woordvoerder. ‘Zo is er een wet die Israëli’s toelaat eigendommen te claimen die hun familie voor de Jordaanse bezetting (1949-67) in bezit had. Dat gebeurt lang niet altijd spontaan, er zijn organisaties die nabestaanden in de hele wereld opsporen en aanmoedigen om zo’n claim in te dienen. Spreekt vanzelf dat het omgekeerde niet kan, Palestijnen moeten er niet aan denken in Israël eigendommen op te eisen die ze in 1948 zijn verloren’. Ook met het aanvechten van afbraakorders hebben ze de handen vol. Een derde van de Palestijnse woningen werd zonder vergunning gebouwd, ook al omdat het voor Palestijnen haast onmogelijk is om zo’n vergunning te verkrijgen. Volgens de Noorse ngo lopen daardoor zo’n 100.000 Palestijnen het risico hun huis in Oost-Jeruzalem te verliezen. Of hun permanente verblijfsvergunning, want ook die kan op vele manieren verbeurd worden verklaard. .

De oude stad Jeruzalem en aangrenzende wijken zoals Silwan en Sheikh Jarrah zijn erg in trek bij religieuze zionisten. Vaak gaat het om Amerikanen of Fransen die willen aanknopen met de joodse roots en tegelijkertijd fysiek beletten dat Jeruzalem verdeeld kan worden.  Voor het samenlevingsklimaat moeten ze het niet doen, want de invasie zet de relaties tussen diverse bevolkingsroepen op scherp. Woningen van kolonisten worden bewaakt, hun kinderen onder escorte naar school begeleid. Door privé-bewakingsfirma’s, maar op kosten van Israëlische overheid. Ons bezoek heeft Mohamed Shamasneh niet opgevrolijkt. Hij wijst naar de Israëlische vlag bij de poort van wat tot voor kort zijn thuis was. ‘Ik ben een vreemdeling in mijn eigen buurt geworden’, zegt hij bitter.

Area C

We zijn te gast ARIJ, een in Bethlehem gevestigd onderzoeksinstituut dat de nederzettingenpolitiek monitort. Voor de derde keer al deze week krijgen we de kaartenshow te zien. De eerste slide toont traditiegetrouw historisch Palestina, een uithoek van het Ottomaanse rijk waar joden een dikke eeuw geleden geen tien procent van de bevolking uitmaakten. Op de volgende slides zie je de Palestijnse leefruimte slinken als een ijsschots. 22 procent van historisch Palestina zouden ze nog overhouden als Israël de sinds 1967 bezette gebieden teruggeeft. Dat was waar PLO-leider Arafat op hoopte toen hij in 1993 de Oslo Akkoorden onder het motto ‘land voor vrede’ aanvaardde. De 70-jarige Jad Isaac moet er vandaag om lachen. ‘I was one of those Oslo criminals’, zegt de 70-jarige oprichter en directeur van ARIJ. ‘Wat waren we naïef in 1993. In afwachting van een defintieve regeling zou Israël de Westoever alvast in drie zones opdelen. In zone A, de stedelijke kernen, zou de pas opgerichte Palestijnse Autoriteit de volledige controle over veiligheid en administratie krijgen, in de omliggende B-zones alleen de administratieve controle. Area C daarentegen, goed voor 60 procent van de Westoever, zou in afwachting volledig onder Israëlisch bestuur blijven. We zijn nu 25 jaar later, en we wachten nog altijd. Met dit gevolg’. Hij klikt op de laatste slide, een actuele kaart. ‘Bantoestans’, zegt hij. ‘dat is alles wat er voor de Palestijnen overschiet’.

De kaart geeft hem geen ongelijk. De donkere A-gebieden liggen als eilanden in de witte oceaan van area C. Sinds 1967 werden er meer dan honderd nederzettingen gebouwd. Voeg daarbij een kleine 800 kilometer muren en hekwerk, 630 checkpoints, kazernes en militaire oefenterreinen, plus nog wat wegen of archeologische sites die voor Palestijnen off limit zijn. Het resultaat is een op zich al klein gebied waarin de bewegingsvrijheid van 2,5 miljoen Palestijnen op allerlei manieren aan banden wordt gelegd. Een reis van pakweg Betlehem naar Jenin of Jeircho is een sukkelgang van checkpoint naar controlepost. Zonder de juiste papieren komt men niet ver, Israël kan de Westbank naar believen helemaal of deels op slot gooien. Dat gebeurt niet alleen na aanslagen. Ons bezoek viel samen met het joodse Loofhuttenfeest. Gevolg: Kalandia, het voornaamste checkpoint tussen Rammalah en Jeruzalem ging een hele week dicht. Pech voor de duizenden Westoever-inwoners die hun brood verdienen in Palestijnse shops of restaurants in Oost-Jeruzalem.

De geschiedenis van de Oslo Akkoorden is bekend. Onder meer door de moord op de Israëlische premier Yitzhak Rabin in 1994 raakte het sowieso al delicate vredesproces definitief in het slop. De voorlopige opdeling kreeg een permanent karakter. ‘Daar maakt Israël misbruik van om de hele C-zone feitelijk te annexeren’, zegt Isaac. ‘Er wonen al zo’n 700.000 kolonisten, aan het huidige ritme zijn het er in 2020 meer dan een miljoen. (Israël houdt het op een half miljoen, ER) Netanyahu heeft in 2016 meer nederzettingen vergund en gebouwd dan in de vijf voorgaande jaren samen. Met steun van Amerikaanse organisaties die massa’s geld pompen in de nederzettingen waar de levensomstandigheden overigens beter zijn dan in Israël zelf’. Van de Israëlische wet mag het niet, maar ARIJ beschikt over gedetailleerde luchtbeelden van area C. Die brachten niet alleen 885 buitenzwembaden aan het licht, een luxe die vele met waterschaarste kampende Palestijnen de ogen uitsteekt. De satelliet ontmaskerde bovendien de techniek van de buitenpost. Officeel gaat het louter om schakels in de veiligheidsketen die rond alle nederzettingen liggen. Een wachtpost met wat prikkeldraad op een heuvel, meer stelde de outpost van Na’aleh vorig jaar niet voor. Een recente foto toont evenwel een verrassende ontwikkeling. In het verlengde van de buitenpost rijst een nieuwe nederzetting uit de grond, East Na’aleh. ‘Zo zijn er wel 96 buitenposten’, zegt Isaac. ‘Illegaal volgens de Israëlische wet, maar de militaire overheid zorgt wel voor water, elektriciteit en ontsluitingswegen. Op die manier proberen ze nederzettingen te clusteren en nog meer Palestijnse grond met muren of hekwerk in te pikken. Want vergis je niet: al die zogenaamde scheidingsmuren hebben niks met veiligheid voor Israëli’s te maken. Landpikkerij, daar is het om te doen. Slechts 50 van de 775 kilometer van de Muur volgt het tracé van de Groene Lijn (wapenbestandslijn uit 1949 ER), al de rest snijdt diep in Palestijns grondgebied’.

Paus Franciscus

We rijden door de Jordaan-vallei, de ontmoeting met B’Tselem-woordvoerder Amit Gilutz zindert na. De Israëlische mensenrechtenorganisatie, in 1989 opgericht om misbruiken door militairen in bezette gebieden te documenteren en gerechtigheid voor de slachtoffers te eisen, is een van schietschijven van rechts Israël. Gilutz weet er alles van. Scheldpartijen, bedreigingen en ravages in zijn sociaal leven horen bij de job. Vergeleken daarmee was zijn tweejarige dienstplicht als muzikant in het legerorkest een sinecure. ‘Toch heeft die ervaring mijn ogen geopend’, vertelde hij. ‘Ik moest uitzonderlijk een weekend op post in bezet gebied. Het was rustig, business as usual. Toch zag ik soldaten uit verveling stenen gooien naar voorbijrijdende Palestijnen. Een geblinddoekte en geboeide arrestant werd geschopt en geslagen. Wow, dacht ik toen, als dit een doorsnee weekend in de bezette gebieden voorstelt, wat gebeurt er dan allemaal niet in een doorsnee jaar?’. Gilutz gaf ons een update over mensenrechten en straffeloosheid in de bezette gebieden, afgerond met een persoonlijke bedenking.  ‘Je kunt over dit conflict eindeloos discussiëren, maar in wezen is het heel eenvoudig: Israël wil zoveel mogelijk grond met zo weinig mogelijk Palestijnen erop’.

bedoeïenenkamp Westbank. Opkrassen voor uitbreiding Jeruzalem (eigen foto)

bedoeïenenkamp Jabal al Baba. Bedreigd door Greater Jerusalem. (eigen foto)

Het E1-project vormt een perfecte illustratie. Om het helemaal te doorgronden zijn plannen, kaarten en luchtbeelden nodig, maar de essentie is eenvoudig. E1 kan best in het licht worden gezien van de Greater Jerusalem Bill, een door het kabinet Netanyahu gesteund wetsontwerp dat de grenzen en de demografie van de stad grondig moet wijzigen. Bedoeling is 19 illegale nederzettingen met tussen 125.000 en 150.000 Israëli’s in te kantelen. Omgekeerd worden zo’n 100.000 Palestijnen administratief verwijderd. Materieel zullen ze er niet veel bij inleveren, er werd sowieso nog nauwelijks in dienstverlening geïnvesteerd sinds ze jaren geleden door de scheidingsmuur van de kernstad geïsoleerd raakten.

Paus Franciscus noch de Jordaanse koning Hoessein zaliger kunnen er veel aan veranderen. Hun geschilderde portretten prijken op een betonnen gebouw bovenop een heuveltop. Eigendom van het Vaticaan, vandaar de naam die ook op het omliggende vluchtelingenkamp slaat. Jabal Al Baba, de Heuvel van de Paus, is één van de twee bedoeïnenkampen die door het E1-project worden bedreigd. Het probleem: ze liggen in de weg om de 44.000 kolonisten van Ma’ale Adoemim middels een forse uitbreiding fysiek te verbinden met Jeruzalem. Dat ze in de C-zone wonen en bijgevolg onder militair bestuur vallen, helpt hun zaak niet vooruit. Het leger doet er alles aan om de bedoeïnen, veelal vluchtelingen die na 1948 uit de Negev-woestijn werden verjaagd, met hun schapen en geiten te doen opkrassen. Al 48 huizen werden vernield, twee maanden geleden moest een met Europees geld gefinancierde kinderkribbe eraan geloven. De vernieling van Palestijnse infrastrctuur is schering en inslag op de hele Westoever. Zo heeft ons land al geprotesteerd tegen de inbeslagname van zonnepanelen en de afbraak van een school, beide deels met Belgisch belastinggeld gefinancierd. Veel indruk maakte dat niet. Israël behoudt zich in area C het recht voor om alle niet-vergunde structuren af te breken of in beslag te nemen. Het begrip bezette gebieden valt daarbij niet. Israël, dat een eigen lezing heeft van het internationaal recht, spreekt consequent van betwiste gebieden. Geen detail, want op die manier onttrekt het zich aan de Conventie van Genève die bezettingsmachten verplicht verantwoordelijkheid voor de burgers in de bezette gebieden te dragen.

Dat de twee bedoeïnengemeenschappen voorlopig standhouden, is grotendeels te danken aan de guerrillasteun die vier ngo’s leveren onder dekking van de European Civil Protection and Humanitarian Aid Operations (ECHO). Ook hier mogen we geen namen citeren, zelfs niet van de betrokken ngo’s. De angst voor Israëlische repressailles _ geweigerde visa, werkvergunning of uitzetting  _ zit er diep in. ‘Het is een kat en muisspel’, zegt onze bron. ‘Als ze in het kamp een woning afbreken, bouwen we die vijf meter verder weer op. Sluiten ze de stroom af of blokkeren ze de toegangsweg met een groot betonblok? Wij leveren zonnepanelen of sturen een kraanwagen om de weg weer vrij te maken’.

Hebron

Het werd bij wijlen een deprimerende roadshow. We bezochten Aida, een straatarm vluchtelingenkamp in Bethlehem dat onfortuinlijk in een bocht van de scheidingsmuur ligt. Om het nog moeilijker te maken loopt er een baan langs, aangelegd voor joodse pelgrims en toeristen op weg naar de graftombe van Rachel, vrouw van aartsvader Jakob. Het kamp, dat alleen in de hoogte kan groeien, is met 6.000 vluchtelingen schrikbarend overbevolkt. In Aida hoorden we over de VENOM launcher, een tuig dat tot 60 bussen traangas per minuut kan afschieten. Non lethal urban warfare, heet dat. Bij B’Tselem en UNWRA, het VN-agentschap dat sinds 1949 verantwoordelijk is voor de Palestijnse vluchtelingenkampen, denken ze daar anders over. Er zijn al verschillende doden gevallen door slecht gemikte gasprojectielen, andere slachtoffers stikten door een te hoge concentratie. Nergens ter wereld werden mensen aan grotere doses traangas blootgesteld dan in Aida, reden voor UNWRA om een studie naar de langetermijngevolgen voor de gezondheid te bevelen. Aanleidingen om traangas, rubberkogels, en de als niet dodelijk gekwalificeerde .22-munitie te gebruiken, zijn er in Aida genoeg. De frustraties monden geregeld uit in protest en erger. Gemiddeld een keer per week valt het leger binnen voor search and arrest operaties. Kinderen worden niet ontzien, het laatste examen van de vijfde graad werd lelijk verstoord toen een flashgranaat en enkele traangasobussen door het raam vlogen. Ook de Palestijnse ordediensten delen telkens in de schade. Hun machteloosheid tegenover de Israëlische operaties, nota bene in de eigen zone A, ondergraaft hun gezag.

Ook onze halte in Hebron, de grootste stad van de Westoever waar 800 extreem-religieus-zionistische kolonisten zich onder bescherming van 600 soldaten hebben genesteld, maakte indruk. We raakten aan de praat met twee kolonisten die er prat op gingen de soldaat Elor Azaria persoonlijk te hebben gefeliciteerd, vlak nadat hij een reeds uitgeschakelde belager van dichtbij had geëxecuteerd. De jongste van de twee vond het ook nodig om onze Palestijnse begeleidster, een piepjonge stagiaire die hem al kneep toen we een militaire post passeerden, met de grofst denkbare verwensingen te overladen. Geen twijfel dat de haat ook bij sommigen aan de overkant hoog oploopt, maar dit viel toch moeilijk te overtreffen.

Hoopgevende momenten waren er ook. In Tubas, in het Noorden van de Westoever,  financiert de Europese Unie een installatie die het afvalwater van 34.000 mensen moet zuiveren en recycleren. Twee vliegen in een klap, want op die manier raken de kostbare ondergrondse drinkwatervoorraden niet meer door insijpelende smurrie bezoedeld. Ingenieur en projectleider Nael Ali Ahmad sprak woorden van trots en dankbaarheid, maar kon enkele wrange bedenkingen niet onderdrukken. Dat hij alle plannen heeft moeten hertekenen omdat de Israëli’s van oordeel waren dat de constructie zo’n vijftien meter uitstak over de hier ongemarkeerde grens tussen zone A en zone C. 70.000 kubieke meter moest er extra worden uitgegraven vanwege deze administratieve pesterij die met geen enkel veiligheidsmotief kon worden gemotiveerd. Maar dat was niet eens zijn voornaamste ergernis, echt boos werd hij pas toen hij het zonesysteem fileerde. A, B of C, hem om het even, het is allemaal land dat de Palestijnen toekomt. Maar wat is de realiteit? Het is de Palestijnse Autoriteit zelfs verboden om zonder Israëlische toelating in de eigen zone A een waterput te boren! Oslo, meneer! De Palestijnse onderhandelaars, niet gehinderd door veel  hydrologische en geologische kennis, hebben zich in 1993 laten rollen. Gevolg is dat de Palestijnen op hun knieën moeten smeken om een waterput te boren. Dat mag uitzonderlijk in de kleine westelijke aquifer, de veel rijkere oostelijke waterlaag is exclusief voor Israëlisch gebruik. ‘Gevolg is dat we voor de bevoorrading nog altijd volledig afhangen van Israël’, fulmineerde Ahmad. ‘Ze doen ons zelfs extra betalen, voor ons eigen water’.

ingenieur ???(eigen foto)

ingenieur  Nael Ali Ahmad: ‘De Israëli’s doen ons extra betalen voor ons eigen water’ (eigen foto)

De terugweg loopt door vruchtbare Jordaan-vallei, helemaal gelegen in area C. Links of rechts, we zien haast uitsluitend Israëlische nederzettingen, dadelplantages en militaire versterkingen. Moeilijk te geloven dat dit alles ooit onder Palestijnse soevereiniteit zal vallen. Europa krijgt veel kritiek voor zijn ‘naïeve’ geloof in de tweestatenoplossing waaraan de Amerikanen onder president Trump zelfs geen lippendienst meer bewijzen. Volgens de scherpste verwijten maakt Europa zich zelfs medeplichtig aan de bezetting door er de kosten van te dragen. ‘Misschien’ wel’, opperde een anonieme maar hooggeplaatste diplomaat. ‘Maar je kunt het ook anders bekijken. Zonder onze hulp aan de Palestijnen was de Westoever al lang en onherroepelijk geannexeerd’.

Litouwers tanken patriottisme in het Genocidemuseum

Knack, 10 mei 2017

 

Angst voor het Russische gevaar loopt hoog op in de Baltische staten. In het Litouwse Rukla proberen Belgische NAVO-militairen de ongerustheid te bedaren. Vliegtuigen of tanks hebben de Litouwers niet, patriottisme des te meer.

 

NAVO-vliegtuigen patrouilleren in Baltisch luchtruim. Scramble's met Russische Sukhois zijn schering en inslag

NAVO-vliegtuigen patrouilleren in Baltisch luchtruim. Scramble’s met Russische Sukhois zijn schering en inslag (foto: Navo)

Geen school vandaag in Litouwen, de jeugdbeweging mobiliseert. Een groepje tieners met twee volwassen begeleiders staat aan te schuiven bij het Museum of the Genocide Victims.  in Vilnius. Het duurt nog vijf minuten voor de poort open gaat, ze nemen alvast enkele selfies bij het monument op het museumplein dat eveneens aan de ‘genocide victims’ is opgedragen. De naam kan buitenlanders op het verkeerde been zetten. Het gaat niet over de shoah, ook al werd een van de zwartste pagina’s uit die geschiedenis in Vilnius geschreven. Van de 220.000 Litouwse joden werd 96 procent vermoord, hoofdzakelijk in en rond Vilnius. Dit museum is echter gewijd aan een andere misdaad: de onderdrukking door de Sovjet-Unie van het Litouwse volk en zijn streven naar soevereiniteit. Onderaan in het arduin van de neoklassieke gevel staan de namen van tientallen martelaren gebeiteld. Ze vormen slechts het topje van de ijsberg, zal de audiogids ons met veel zin voor detail vertellen. Het vergt uithoudingsvermogen om de ruim 250 fragmenten te beluisteren, maar een authentieke ervaring is het wel. Het museum werd ondergebracht in het voormalige commissariaat van de Sovjet-veiligheidsdiensten, achtereenvolgens bekend onder de afkortingen NKGB, MGB en KGB. De gevangenis in de kelders werd minutieus hersteld in de staat van de jaren veertig en vijftig toen de repressie een hoogtepunt kende. Aan gruwel geen gebrek. Wee de gevangene die in de isolatiecel belandde, in feite een kuip met een halve meter ijswater waar een houten platform ter grootte van een vinylplaat bovenuit stak. Net genoeg om recht te staan, tot men van vermoeidheid of ontbering toch in het water viel. In de wanden van de executie-kamer kun je impact zien van de kogels. Tussen 1944 en 1960 werden er meer dan 1.000 gevangenen met een nekschot afgemaakt.

 

Museum of Genocide Victims - Vilnius: verplicht bezoek voor Lithouwse scholieren (foto: ER)

Museum of Genocide Victims – Vilnius: verplicht bezoek voor Lithouwse scholieren (foto: ER)

deportatie

Gaandeweg raak je bijgepraat over enkele capita uit de recente Litouwse geschiedenis. Hoe het infame Molotov-Ribbentrop Pact in juni 1940 een einde maakte aan de eerste periode van  onafhankelijkheid, pas verworven na de Eerste Wereldoorlog. Bezetting, verzet, repressie, deportatie, het zou een patroon worden tot diep in de jaren vijftig. Het museum gaat niet voorbij aan het intermezzo tussen 1941 en 1944, toen de Nazi’s Litouwen bezette en de Gestapo dit gebouw met zijn aangepaste infrastructuur gretig inpalmde. Helaas, zegt de audiogids, kan niet worden ontkend dat een kleine minderheid van partizanen, vooral gedreven door wrok jegens de bolsjewieken, met de Nazi’s hebben geheuld. En inderdaad, sommigen gingen zelfs zover mee te helpen bij het uitmoorden van hun joodse landgenoten. De waarheid is dat de Duitse SS bij het klaren van zijn vuile werk nogal sterk op locale medewerkers leunde. Dat soort bijzonderheden verneem je een kilometer verderop, in het bescheiden Joods Museum van Vilnius.

Of de naam genocide niet gevoelig ligt? Ramuné Driauciūnaité, leidinggevend historica van het museum, is niet verrast door de vraag. ‘In joodse middens is men er niet gelukkig mee’, erkent ze. ‘Er is al kritiek gekomen vanuit Israël. De vorige directeur heeft overwogen de naam te veranderen in KGB Museum. Daar is hij echter snel van terug gekomen, de kwestie ligt hier erg gevoelig’. Waarom dat zo is, probeert ze met enkele cijfers te verduidelijken. Tussen 1940 en 1953 werden 25.000 verzetsstrijders en politieke gevangenen vermoord. 140.000 Litouwers werden naar Siberië gedeporteerd. Veroordeelden belandden als dwangarbeiders in strafkampen, hele families verdwenen voor tien jaar en langer in gesloten dorpen. Krasnoyarsk, Irkutsk, Kazakhstan, tot tegen de grens van Mansjoerije  waren er Litouwse kampen en dorpen. Het leven was onmenselijk, de mortaliteit schrikbarend. ‘We hebben het berekend’, zegt ze. ‘Een half miljoen Litouwers werd door de repressie geraakt, nog eens een half miljoen is het land ontvlucht. Een miljoen, dat is een derde van de totale bevolking. Spreek om het even wie aan, iedere Litouwer kan minstens één ouder of grootouder noemen die werd vermoord, opgesloten of gedeporteerd’.

 

Rifflemen’s Union

De jongens en en meisjes van de jeugdbeweging zijn klaar met hun bezoek. De helft loopt in een soort battle dress. Toch zijn het geen overijverige scouts. Deze jongeren horen bij de sauliai, een patriottische beweging die in het Engels voluit Lithuanian Rifflemen’s Union heet. We mogen meelopen naar het lokale hoofdkwartier, letterlijk om de hoek van het museum. In de lobby hangen foto’s van gecamoufleerde militairen in de weer met tanks en houwitsers. Toch draait het bij sauliai niet om wapens, zegt medewerkster Viktoria Jaukauskaité wiens kantoor met een kalender van een handvuurwapen-producent wordt opgesmukt.  Patriottisme stimuleren, daar is het deze door de overheid gesubsidieerde vrijwilligersorganisatie om te doen. Sauliai geeft schoollezingen en organiseert vakantiekampen in de bossen waar Litouwen geen gebrek aan heeft.  Okay, jongeren krijgen daarbij ook wapentraining, survival en verdedigingstechnieken aangeleerd. Maar, zegt Viktoria, dat is ondergeschikt aan sport en spel.

Sauliai, opgericht in 1919 tijdens de eerste onafhankelijkheidstrijd, kan op een roemrijk verleden bogen. De riflemen gingen voorop in de guerrilla tegen de Sovjetbezetting. Ondanks een genadeloze klopjacht zou het overigens tot halfweg de jaren zestig duren vooraleer de laatste verzetshaard werd uitgeroeid. Het genootschap werd in leven gehouden door de diaspora in Canada en de Verenigde Staten. ‘Sinds 1989, vlak voor de tweede onafhankelijkheid, zijn we opnieuw actief in eigen land ’, zegt Viktoria. ‘We hebben intussen al 10.000 leden van wie tweederden jongeren’. Ze maakt een uitdraai van de eed die nieuwe leden afleggen, een ronkende tekst met beloften van trouw aan volk, territorium en grondwet waarin een smeekbede aan God niet mag ontbreken. Net als Polen is Litouwen een erg katholiek land waar de Kerk een sleutelrol heeft gespeeld in de weerstand tegen de communistische dictatuur. Vermoorde bisschoppen en priesters hebben een eigen ruimte gekregen in het Genocide Museum dat nauw samenwerkt met sauliai.

Viktoria kent de waarde van patriottisme. Haar eigen grootvader heeft tien jaar in de beruchte goelag van Vorkuta gesleten. Boven de Poolcirkel, kun je nagaan.  Hij overleefde en stierf onlangs op zijn 96’ste, intens gelukkig dat hij het laatste kwart van zijn lange leven in een onafhankelijk Litouwen mocht doorbrengen.  Survival of wapentraining geven zit er vanwege gezondheidsredenen niet in voor Viktoria, maar het beredderen van de ledenadministratie is ook een vorm van vaderlandsliefde. ‘‘De jongste jaren is het aantal leden snel gestegen’, zegt ze. ‘De mensen maken zich grote zorgen over de Russische dreiging. Vooral de annexatie van de Krim in 2014 heeft hier veel indruk gemaakt’.

 

stadhuis Vilnius: boodschap president Bush  (foto: er)

stadhuis Vilnius: boodschap president Bush (foto: er)

Kaliningrad

Vilnius, stad van meer dan 40 barokkerken, hippe koffiebars en alternatieve modeboetieks. Het met Europees geld opgeknapte centrum is een populaire bestemming, een ideaal decor voor vrijgezellenfeesten met dank aan Ryanair en het  bruisende nachtleven.  Weinig toeristen slaan acht op het bord met halfverheven letters op de gevel van het stadhuis. Het is een herinnering aan het staatsbezoek van de Amerikaanse president George W. Bush in 2002. ‘Wie Litouwen als vijand kiest’, staat er, ‘is een vijand van de Verenigde Staten’. De goede verstaander heeft maar een half woord nodig. Bush’ boodschap was bestemd voor Rusland,  de grote buur waarmee Litouwen een halve eeuw samenleefde in de Unie der Socialistische Sovjetrepublieken.

Ze zijn er geen klein beetje trots op: Litouwen was op 11 maart 1990 de allereerste republiek die zijn onafhankelijkheid uitriep en daarmee de doodstrijd van de USSR in een stroomversnelling deed belanden. Letland en Estland, buren en lotgenoten sinds de Eerste Wereldoorlog, zouden het voorbeeld een jaar laten volgen. De kou is sindsdien nooit helemaal uit de lucht geweest tussen Rusland en de Baltische staten. Moskou moest lijdzaam toezien hoe de voormalige satellieten steeds verder uit de eigen invloedssfeer wegdreven, tot ze in 2004 in één beweging aansloten bij de Europese Unie én de NAVO. De situatie van de Russische minderheden bleef doorlopend voor diplomatieke spanning zorgen. In Estland en Letland vormen Russen respectievelijk een kwart tot een derde van de bevolking. Achterdocht jegens die minderheid als derde kolonne zit diep ingebakken. Verwijten gaan daarbij heen en weer: Russen willen zich niet integreren, Russen worden gediscrimineerd. Voor beide stellingen vallen argumenten te rapen. Litouwen telt slechts 6 procent etnische Russen, minder dan het aantal Polen. Het is een van de vele wezenlijke verschillen tussen de drie Baltische landen die vaak onterecht als één monoliet worden beschouwd. Anders dan Letland en Estland deelt Litouwen ook geen echte landgrens met Rusland, wel met Moskou-bondgenoot Wit-Rusland. Dat het thema van de derde colonne ook hier leeft, heeft veel te maken met Kaliningrad.

De voormalige Pruisische hanzestad Köningsberg is een Russische enclave, ingeklemd tussen Polen en Litouwen. Het strategisch belang is immens: de havenstad biedt Rusland een ijsvrije toegang tot de Oostzee en de Scandinavische wateren. Kaliningrad, in de Sovjetunie een voor buitenlanders gesloten gebied, is de thuisbasis van de Baltische vloot. De gelijknamige provincie, bijna half zo groot als België, is bezaaid met militaire installaties. In 2015 werden er moderne Iskander-raketten geplaatst die steden zoals Berlijn met een kernkop kunnen treffen. De timing is geen toeval. Sinds het uitbreken van de Oekraïne-crisis staan ook de grenzen in Noord-Europa onder hoogspanning. Te water, te land, in de lucht, de militaire wedloop laat zich overal voelen. Russische onderzeeërs spelen kat en muis-spelletjes met Zweedse of Finse fregatten, F16-piloten van de NAVO kijken hun Sukhoi-collega’s tijdens supersonische scrambles letterlijk in de ogen, aan weerskanten van de grens wordt met tanks en artillerie geoefend dat het een aard heeft. Kaliningrad is een speelstad op het WK 2018, een keuze gemaakt in minder overspannen tijden. Bezoekende supporters kunnen toch maar beter oppassen met selfies, het woord spionage is in het huidige klimaat snel gevallen.

Batlle Group Lithuania

Angst spreidt zich als een deken over heel Noord-Europa. Zweden, al twee eeuwen lang gespaard van oorlog, heeft de dienstplicht ingevoerd. Net als in Finland klinkt de roep er steeds luider om toch maar toe te treden tot de NAVO. Ook Litouwen heeft twee jaar geleden de dienstplicht ingevoerd voor mannen tussen 19 en 26 jaar oud. Een verplicht bezoek aan het Genocide Museum moet de miliciens ervan overtuigen dat de negen maanden in uniform welbesteed zijn. Politiek en media herkauwen steeds dezelfde rampscenario’s. Vladimir Putin die zichzelf een alibi verschaft om zijn troepen westwaarts te sturen. Een incident op de grens van Kaliningrad, insubordinatie door Russische minderheden. Het kan allemaal, denk maar aan Oost-Oekraïne, Georgië of Moldavië. Putins uitspraak dat hij niet zal aarzelen om de rechten van Russische minderheden te beschermen, deed de koorts alleen maar oplopen. En dan zijn er  nog de rapporten van militaire thinktanks. De Baltische staten met hun onervaren en slecht uitgeruste legers _ ze hebben geen eigen luchtmacht of pantsers _ zijn geen partij voor Rusland. 60 uur, langer heeft de Rus niet nodig om het hele Balticum te overrompelen. Het Litouws ministerie van landsverdediging publiceerde eind vorig jaar een boek van 75 pagina’s om de bevolking op een invasie voor te bereiden. Behalve beschrijvingen van Russische uniformen en wapentuig, bevat het tips om het verzet te organiseren.

Belgen in Rukla. Niet alleen sterk in catering. (foto: er)

Belgen in Rukla. Niet alleen sterk in catering. (foto: er)

De NAVO is niet blind gebleven voor de ongerustheid van de Baltische lidstaten. Sinds de NAVO-top van Wales in 2014 wordt de beveiliging van de Noord-Europese grens stelselmatig opgedreven. Baltic Air Policing kreeg een upgrade, grootschalige oefeningen op zee en op land volgden elkaar op. Ook het Belgisch leger stuurde al F’16’s, en aan  Baltic Piranha I en II namen Belgische gevechtseenheden met gloednieuwe pantservoertuigen deel. Show of force and capability, heet dat. Goed om de Russen af te schrikken en het vertrouwen van de Balten op te krikken. Het volstond echter niet. Onder druk van de Baltische Staten en Polen besliste de NAVO op de top van Warschau vorig jaar een tandje bij te steken. Het woord enhanced werd toegevoegd aan operaties  zoals  Baltic Air Policing en het marineprogramma BALTOPS. Ambitieuzer nog is de Enhanced Forward Presence (eFP): meer dan 4.000 NAVO-militairen met zwaar materieel worden verspreid over vier battle groups. Het gaat telkens om multinationale operaties, maar iedere battle group heeft een NAVO-zwaargewicht als lead nation. De Amerikanen zijn eerder deze maand neergestreken in Polen, Britten en Canadezen zijn zich nog aan het warmlopen om in Estland en Letland te ontplooien. Alleen de door Duitsland geleide Battle Group Lithuania in Rukla, een militaire basis met oefenterrein in de buurt van Kaunas, is al operationeel. Met dank aan het Belgische detachement: 101 militairen in hoofdzaak geplukt uit het 18de bataljon logistiek Leopoldsburg. ‘We zijn hier sinds eind januari’, zegt de jonge kapitein Jelle Neyt. ‘We hebben alle NAVO-partners in snelheid genomen. Geloof me, hier is de voorbije maanden hard gewerkt. Die moderne containers met airconditioning stonden hier niet, de eerste weken logeerden we in tenten. De Litouwers hebben eerst nog gebouwen moeten afbreken en terreinen nivelleren om ons te kunnen vestigen’.

fake news

We zijn net op tijd in Rukla voor de lunch. Belgen scheppen op,  Duitse en Nederlandse militairen houden hun wegwerpbord klaar. Het cliché is bekend: dat ons leger vooral uitblinkt in het verdelen van spijs, drank en andere logistieke besognes. Makkelijk te logenstraffen, zoals blijkt uit de Belgische deelname aan Baltic Piranha en Baltic Air Policing. Uit het cliché spreekt vooral een onderschatting van de rol die logistiek speelt. Kapitein Neyt zet dat graag recht tijdens een rondleiding. Wisselstukken, brandstofvoorziening, onderhoud van rollend materieel, onderdak en voedsel, er komt veel bij kijken. Zonder zijn zeven imposante diepladers waren Duitse en Nederlandse pantsers nooit in Rukla geraakt. De battle group telt al 850 man.  Op volle kracht, met de Noren erbij, stijgt dat tot 1.400. De hele NAVO-missie is ingebed in een Litouwse brigade. Verveelde dienstplichtigen staan te kijken naar tanks die met oorverdovend gebrul aan en afrijden. Hun eigen wagenpark, een ratjetoe van Sovjeterfgoed en NAVO-occasies, steekt er schril bij af. ‘We voelen ons hier welkom’, zegt Neyt.  ‘Bij burgers oogsten we niks dan positieve reacties. Zelf kom ik niet veel buiten de kazerne, maar als hoogste Belgisch officier word ik opgetrommeld als er een vip passeert. Dat gebeurt zeer vaak, en allemaal benadrukken ze hoe blij en opgelucht ze zich voelen door onze aanwezigheid’.

Ze zijn er niet alleen om te oefenen met de Litouwers.  De battle group moet binnen de 72 uur operationeel zijn voor het echte werk. Niet dat ernstig rekening wordt gehouden met een Russische invasie. Deze Koude Oorlog wordt met plaagstoten uitgevochten. Volgens NAVO zijn het altijd de Russen die beginnen. Ze vliegen net over de rand van de  luchtcorridor naar Kaliningrad, hun fregatten pingen op de radar overvliegende Navo-vliegtuigen. Alles is communicatie in deze zenuwenoorlog. Het mag niet verbazen dat de Russen ook het cyberwapen hanteren. Kapt. Neyt: ‘‘Al in de eerste week dook een anonieme brief op. Een Duitse soldaat zou een meisje hebben misbruikt. Totaal verzonnen, er heeft zich trouwens nooit een slachtoffer gemeld. Maar dat gerucht heeft hier wel de media in rep en roer gezet. Ook de Duitse commandant van onze battle group werd geviseerd. Op sociale media doken foto’s op: de commandant op het Rode Plein in Moskou, de commandant met vrouw en kinderen in een bekend restaurant  in Moskou. Een poging om hem als een Russisch agent af te schilderen. Niet echt geslaagd, ze zijn nogal slordig geweest bij het fotoshoppen’. Zoals gewoonlijk valt niet bewijzen waar de bron van deze stoom fake news ligt, maar weinigen in Litouwen twijfelen eraan dat ze dicht bij Moskou moet worden gezocht.

kapitein Jelle Neyt strijdt ook tegen fake news (foto:er)

kapitein Jelle Neyt strijdt ook tegen fake news (foto:er)

 

NAVO-supporter

Het eFP-programma loopt minstens vier jaar. Zolang hoeven en Neyt en zijn mannen niet te blijven, in juni worden ze afgelost door de collega’s uit Grobbendonk. Vier maanden zonder verlof of vrije tijd, een enkele georganiseerde excursie uitgezonderd. Tijdens de uitstap naar Vilnius kozen nogal wat deelnemers voor het Genocide Museum. Wellicht was Eugenijus Peikstenis niet op de hoogte, anders had hij hen persoonlijk verwelkomd. De directeur van het Genocido Auku Muziejaus is een overtuigd NAVO-supporter. ‘Litouwen besteedt nu al meer dan 2 procent van BNP aan defensie. Welbesteed, voor mijn part mag het budget nog stijgen. Een invasie onwaarschijnlijk? Zeg nooit nooit, leert ons de geschiedenis. Ik heb het niet alleen over wat er op de Krim of in Oost-Oekraïne en Georgië is gebeurd. Deze geschiedenis gaat veel verder terug, de communisten hebben hun methodes trouwens van de tsaren geleerd. In Oost-Oekraïne hebben ze een bekende truc gebruikt: mannen in groene uniformen die zogezegd vrijwillig gingen vechten om hun volksgenoten te helpen. Daar zijn we ook hier bang voor. Vorige week heeft de grenspolitie met het leger een oefening gehouden om infiltranten uit Wit-Rusland te onderscheppen. Een ontnuchterende ervaring, ze bleken niet in staat de groene uniformen tegen te houden. We zijn een klein land, zonder de NAVO staan we nergens. Dat bondgenootschap, daar zit het hele verschil met de eerste onafhankelijkheid. In de jaren dertig stonden we helemaal alleen. Ook Polen was toen een vijand, en nu trekken we aan hetzelfde zeel’.

 

directeur

museumdirecteur  Eugenijus Peikstenis: ‘mijn grootouders hebben zelf in een werkkamp gezeten’  (foto: er)

Als prille zestier is hij een tegen wil en dank een product van de Sovjet-Unie. Peikstenis studeerde geschiedenis met specialisaties archeologie en antropologie, disciplines die hij uitkoos vanwege hun geringe propagandagevoeligheid. ‘De lessen geschiedenis waren een verschrikking’, zegt hij. ‘Op school werd ons geleerd dat het Litouwse volk zelf om inlijving bij de Sovjet-Unie heeft gevraagd. Het verzet, dat was een zaak van nazi-sympathisanten en bourgeois kapitalisten’. Op de gang, waar ooit de voetstappen van Gestapo-officieren en KGB-agenten weerklonken, hangt een bijzondere foto. Burgers vormen een ketting rond het gebouw om te beletten dat de KGB bij zijn aftocht in 1991 archieven en ander bewijsmateriaal zou meenemen.  80.000 bezoekers per jaar trekt het museum. Er komen veel buitenlanders, onder wie nogal wat Russen. De voornaamste klanten zijn echter scholieren. Dit museum wil niet alleen gedenken maar ook sensibiliseren. ‘Mijn grootouders hebben zelf in een werkkamp gezet’, zegt de directeur. ‘Zoals velen van hun generatie. De geschiedenis van de onderdrukking wordt in alle Lithouwe families overgeleverd, daar hebben we zelfs geen museum voor nodig’.

 

 

 

 

 

 

 

Spaanse stierenvechters in de politieke arena: ‘de corrida is links noch rechts’

 Knack, 9 december 2015

‘Als matador geniet je nog altijd veel aanzien in Spanje’

Weinig thema’s verdelen Spanje meer dan stierenvechten. Rechts spreekt van cultureel erfgoed van de mensheid, nieuw-links van regelrechte barbarij. Knack trok naar de bedreigde Escuela Taurina de Madrid, waar jongens nog altijd dromen van onsterfelijke roem als matador. Reportage over een omstreden traditie in woelige verkiezingstijden. 

oefenen met de capote in de Escuela Taurina de Madrid

oefenen met de capote in de Escuela Taurina de Madrid

José Luis Bote (47) is flink op dreef, we krijgen er geen speld tussen. Dat stierenvechten helemaal geen barbarij is, zoals tegenstanders hardnekkig beweren. Een eerlijk gevecht is het, tussen twee erg verschillende maar evenwaardige partijen. Onze gefronste wenkbrauwen wakkeren het vuur van zijn betoog nog aan. In welke sport, vervolgt hij retorisch, riskeert de beoefenaar bij ieder optreden letterlijk zijn leven? Of dachten we misschien dat de toro bravo, de speciaal voor stierenvechten gefokte kolos van 500 kilo, machteloos staat in zijn duel met de matador? Om onze laatste scepsis weg te werken, staat hij op uit zijn bureaustoel en trekt zijn trui op. En wat dachten we hiervan? Toegegeven, zelden hebben we zo’n collectie littekens gezien. Lies, buik en borst, zijn bovenlichaam heeft iets van een landschap waar een gletsjer overheen is gegaan. Ziedaar het resultaat van 20 jaar professioneel stierenvechten. Elf keer op de hoorns genomen, drie keer met bijna fatale afloop. Bij een van die cornadas werd een nier geraakt, maar de zwaarste averij liep hij in 1992 op, toen de hoorn zijn ruggengraat bijna doorboorde. ‘Mijn benen waren verlamd’, vertelt hij. ‘Het heeft een jaar geduurd vooraleer ik weer kon lopen. Na dat ongeval kwam ik in Spanje niet meer aan de bak, impresario’s wilden me niet meer boeken voor hun fiestas. Ik ben dan naar Mexico getrokken om mijn carrière nieuw leven in te blazen. Met succes, ik heb in alle grote arena’s van Latijns Amerika gestaan en ben zo langs de grote poort kunnen terugkeren. Daarna heb ik nog vier jaar mooie jaren gekend, maar uiteindelijk ben ik moeten stoppen vanwege de slijtage in mijn knieën’. Hij laat zijn trui zakken, steekt een sigaret op. ‘Ik heb nooit wrok gekoesterd jegens een stier’, zegt hij. ‘Risico’s horen erbij, een goed stierengevecht is altijd op leven en dood’. 

school voor het leven

We zitten in een bescheiden kantoor van de Escuela Taurina Marcial Lalanda in Madrid, de oudste school voor stierenvechters van Spanje. Sinds de oprichting in 1976 hebben 2.500 jongens en een paar meisjes hier de knepen van het vak geleerd. 125 hebben het tot matador geschopt, de hoogste rang binnen de eeuwenoude traditie van de tauromaquia. Andere alumni komen aan de kost als picador of banderillero, disciplines die vaak worden verward. Eerstgenoemde is een ruiter die de stier vanop zijn geharnaste paard met een puntige lans kwelt, een tactiek om het dier in de aanloop naar het finale duel met de matador op te naaien en tegelijkertijd door bloedverlies te verzwakken. De banderillero beoogt hetzelfde effect, maar dan dansend rond de stier, met als marteltuig een stel van weerhaken en vlaggen voorziene spiesen. Andere leerlingen vonden emplooi als mozo de espada, het hulpje van de matador. Geen bekende titel, maar wel goed voor een derde van de 6.060 beroepsvergunningen die het Spaanse ministerie van cultuur in 2013 heeft verleend. ‘Sommigen hebben buiten de arena hun weg gevonden’, zegt directeur Bote. ‘Ze verdienen hun kost als impresario of werken in een van de ganaderias, fokkerijen voor vechtstieren. We hebben zelfs een oud-leerling die als journalist over stierenvechten schrijft. Niet dat alle leerlingen er later hun beroep van willen maken. Stierenvechten is ook en vooral een school voor het leven. Eigenlijk is het geen sport, je moet het zien als een kunstvorm waarin elegantie en persoonlijke moed elkaar de hand reiken’.

Directeur José Louis Bote en praktijkleraar Rafael

Directeur José Louis Bote en praktijkleraar Rafael Rodriguez Escribano

Het stadsbestuur van Madrid ziet dat anders. Eind september besliste Manuela Carmena, pas verkozen voor de progressieve stadslijst Ahora Madrid, de jaarlijkse subsidie van 61.000 euro voor de Escuela niet te verlengen. ‘Geen belastinggeld meer voor dierenmishandeling’,  luidde de motivatie. In een adem plaatste het stadsbestuur vraagtekens bij het verdere gebruik door de Escuela van de Venta del Batan, een kleine arena met aanpalende gebouwen in het immense stadspark Casa del Campo. Op zich kwam de aankondiging niet als een verrassing. Ahora Madrid is een burgerplatform gedomineerd door het nieuw-linkse Podemos. Respect voor dierenrechten was een belangrijk programmapunt in de campagne die Ahora Madrid in de gemeenteraadsverkiezingen van 24 mei een klinkende overwinning opleverde. Carmena, een 71-jarige oud-rechter en mensenrechtenactiviste, liet ook al weten dat ze haar ereplaats tijdens de wereldberoemde ferias de San Isidro niet zal bezetten. Daarmee raakte ze een gevoelige snaar. San Isidro is de heiligste hoogmis van het stierenvechten. Drie weken lang, van half mei tot begin juni, komen liefhebbers en toeristen uit de hele wereld zich aan corridas vergapen in de legendarische Monumental de Las Ventas.

Toro bravo

José Louis Bote zucht diep. De geschrapte subsidie, moeten we begrijpen, is maar een zoveelste wapenfeit in een sluipende oorlog. ‘Ze willen het stierenvechten kapot maken. Niet alleen hier, maar in heel Spanje. Achter partijen zoals Podemos en Ahora Madrid staan fanatieke dierenrechtenorganisaties zoals PACMA en PETA die over enorme middelen beschikken, vaak van buitenlandse donoren. Ze zijn meesters in het bespelen van de publieke opinie via de sociale media’.  We hoeven hem niet te pramen, de bekende argumenten komen vanzelf. Dat de tegenstanders hypocrieten zijn. Een drama maken van het bloed in de arena, maar de ogen sluiten voor de massaslachtingen in de vleesindustrie. Wisten we trouwens dat de toro bravo een uniek specimen is dat zijn bestaan louter en alleen aan de corridas dankt? Een totaalverbod op stierenvechten zou dus niets minder dan een aanslag op de biodiversiteit betekenen. Overigens hoeven we die vechtstieren niet te beklagen. Ze worden verzorgd als koningen, alleen het beste voer is goed genoeg. En geef toe, sterven in de arena is veel eervoller dan een anonieme dood als vleesrund in het abattoir.

Het zijn echter de argumenten van de tegenstanders die steeds meer weerklank vinden. Op de Canarische eilanden geldt al sinds 2001 een algemeen verbod. In 2010 besliste ook het Catalaans parlement per 1 januari 2012 alle corridas te verbieden, een maatregel die vaak als een naar Madrid opgestoken middenvinger van Catalaanse nationalisten wordt gerelativeerd. Maar wat te denken van de recente golf van anti-initiatieven? De autonome regio Valencia heeft alle subsidies voor corridas geschrapt, de doodsteek voor organisatoren van rurale fiestas die geld toeleggen als ze een partij stieren laten aanrukken voor een avondje volksvertier in een gelegenheidsarena. Palma de Mallorca heeft zichzelf officieel antitaurina verklaard, La Coruña en Alicante zullen de komende jaren geen ferias meer organiseren, andere steden plannen referenda over de toekomst van het stierenvechten. De doorbraak van nieuw-linkse burgerlijsten is daar niet vreemd aan, maar er is meer aan de hand. De populariteit van stierenvechten was nooit kleiner. Het aantal corridas is de voorbije tien jaar met een derde verminderd, ook al door de economische crisis die Spanje zwaar teistert. Recente peilingen tonen een diepe verdeeldheid over het onderwerp. Een kleine meerderheid zou nog steeds tegen een verbod zijn, maar uit andere cijfers spreekt vooral onverschilligheid. In een peiling in 2013 verklaarde 75 procent van de respondenten de voorbije vijf jaar geen enkele corrida te hebben bijgewoond.

Plaza de Toros Las Ventas, de beroemdste arena ter wereld

Plaza de Toros Las Ventas, de beroemdste arena ter wereld

Che Guevara

Toch blijft de symboolwaarde enorm, zoals blijkt uit de politieke verdeeldheid over het thema. Regeringspartij Partido Popular is hevig voorstander, net zoals de liberale burgerpartij Ciuadadanos. De regering Rajoy ijvert bij de Unesco om tauromaquia tot Cultureel Erfgoed van de Mensheid te laten erkennen. Intussen buigt het Spaanse parlement zich over een wetsontwerp dat de bevoegdheid voor het reguleren van stierenvechten aan de autonome regio’s onttrekt en naar het nationale niveau tilt, een initiatief dat liefhebbers zelfs doet hopen op een spoedige terugkeer van het stierenvechten in Catalonië. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 20 december werd het voluntarisme met een opvallend initiatief benadrukt. Het ministerie van onderwijs en cultuur geeft groen licht aan middelbare scholen om een basismodule stierenvechten als keuzevak aan te bieden. De zowat vijftig privé-initiatieven zoals de Escuela Taurina Marcial Lalanda zullen van hun kant officieel erkende getuigschriften kunnen afleveren.

In het kamp van de anti-taurinas zit nieuw-links in al zijn gedaanten, samen met Catalaanse en Galicische nationalisten. De Basken zijn dan weer verdeeld. Bildu, opvolger van de aan ETA gelinkte Batasuna, is tegen, de rechts-nationalistische PNV voor. De nieuwe PNV-burgemeester van San Sebastian heeft na de verkiezingen meteen een einde gemaakt aan een vier jaar eerder door zijn Bildu-voorganger afgekondigd moratorium. De socialisten van de PSOE tenslotte varen een troebele koers. In Catalonië steunen ze het verbod, in Andalusië, nog altijd de bakermat van het stierenvechten, steunen ze riante subsidiëring.

Plaza de Toros de las Ventas, een verplichte halte voor toeristen in Madrid.  Sinds de opening in 1931 is dit met 25.000 zitplaatsen de grootste arena in Europa. Een audiogids leidt de bezoeker rond in de gewelven waar toreros zich met hun assistenten klaar maken voor het gevecht, zonder de ziekenboeg te vergeten waar een medisch team paraat staat voor gebeurlijke ongevallen. Tijdens San Isidro 2014 hadden ze hier de handen vol. Een van de corridas werd zelfs stopgezet, nadat drie matadors na evenveel gevechten zwaargewond waren afgevoerd. Goede reclame overigens voor de fokkerij. Een stier die een matador of banderillero op de hoorns neemt, haalt nog steeds de paginas taurinas in de krant. Ook in kwaliteitsmedia zoals El Pais en El Mundo, al hebben die niet langer een specialist stierenvechten in vaste loondienst. Wisten we, vervolgt de audiogids, dat coryfeeën zoals Picasso, Orson Welles, Hemingway en zelfs Che Guevara dol waren op stierenvechten? Het is gemakkelijk zich in te beelden hoe deze macho’s zich lieten meeslepen door het vertoon van doodsverachting. De matador knielend in het zand, de blik strak gericht op de poort waaruit de briesende en stampende stier zal losbreken. Als we er passeren, speelt er een bandje met amechtig gesnuif, een knullige poging om de toeristen de hoogspanning te laten voelen.

Europese landbouwsubsidies

In het aanpalende museum ligt het dodenmasker van Manolete, in zijn tijd een ware superster die op amper dertigjarige leeftijd aan de gevolgen van een cornada overleed. Heel Spanje in tranen, dictator Franco kondigde drie dagen van nationale rouw af. Het waren de jaren veertig, de status van stierenvechten als volkssport was nog onaangetast. In de portrettengalerij hangen nog meer roemrijke matadores, picadores en banderilleros, sommigen al meer dan 200 jaar dood. Hier en daar springt uit de rij een opgezette stierenkop, met een begeleidend woordje over de torero die hij te grazen nam. Het is een modern museum, royaal gefinancierd door de Comunidad de Madrid, een van de 17 autonome regio’s van Spanje. De door de Partido Popular bestuurde Comunidad is tevens eigenaar van Las Ventas, en fungeert via het Centro de Asuntos Taurinos als hoofdorganisator van de Feria San Isidro. Manuela Carmena kan dus wel haar ereplaats in de loge vacant laten, maar verder heeft de nieuw-linkse burgemeester er niks in de pap te brokkelen.

Manolete, de beroemdste matador aller tijden. Bij zijn dood kondigde dictator Franco drie dagen van nationale rouw af (bron ABC)

Manolete, de beroemdste matador aller tijden. Bij zijn dood kondigde dictator Franco drie dagen van nationale rouw af (bron ABC)

Nieuw-links of dierenrechtenactivisten, Javier krijgt er het zuur van. ‘Het probleem is dat ze zo goed georganiseerd zijn’, klaagt hij. ‘Ze jutten het publiek op met slogans en bloederige filmpjes op het internet, en schuwen geen geweld. De voorbije jaren waren er tijdens San Isidro verschillende incidenten met activisten’.  We hebben Javier bij de balie van het museum ontmoet, hij stond er te meesmuilen met de kassierster. Geen toevallige ontmoeting, want hij is zelf verwikkeld in business. Zijn familienaam gaat ons niet aan, maar we mogen wel weten dat hij om den brode fiestas organiseert en contacten heeft met de beste fokkerijen van het land. ‘We hebben geen machtige lobby zoals onze vijanden’, vervolgt hij zijn klaagzang. ‘Onbegrijpelijk, want stierenvechten is na voetbal nog altijd de belangrijkste vorm van entertainment’.

Geen lobbykracht? Aan het aantal semiofficiële instanties, belangenorganisaties en taurino-websites kan het niet liggen. Op tal van fora wordt het economische gewicht van de sector in de verf gezet. 3,5 miljard omzet, 200.000 directe en indirecte banen, BTW-opbrengsten die bijna het dubbele bedragen van de bioscopen. Tegenstanders betwisten de cijfers, volgens hen is de sector onleefbaar zonder de 500 miljoen euro belastinggeld die via allerlei overheidskanalen in het stierenvechten wordt gepompt. Feit is dat het voor Javier en co slecht nieuws was toen het Europees Parlement eind oktober met een overweldigende meerderheid besliste dat landbouwsubsidies niet langer mogen gebruikt worden voor het fokken van vechtstieren. Geschat wordt dat langs die weg zo’n 100 miljoen euro per jaar naar Spaanse ganaderias werd gesluisd. ‘Het zijn moeilijke tijden’, zucht Javier. ‘Vooral het verbod door Catalonië is hard aangekomen. Puur politiek, een manier om Spanje te tergen. Mijn vrouw is Catalaanse, ik ken de regio door en door. Stierengevechten hebben ginder een rijke traditie en zijn erg populair. Als er één zaak is die Spanjaarden en Catalanen gemeen hebben, dan is het deze passie. Fiestas nacionales, zo wordt het in heel Spanje genoemd. Daarom willen de nationalisten het kapot, omdat het een symbool van nationale eenheid is’.

diervriendelijke stad

De neobarokke façade van het stadhuis aan de Plaza Cibeles straalt burgerlijke arrogantie uit, maar binnen regeert het antikapitalisme. Spandoeken heten vluchtelingen welkom, affiches roepen op tot verzet tegen het TTIP, het Europees-Amerikaanse vrijhandelsverdrag. We worden naar het kabinet van Celia Mayer Duque geleid, de schepen van sport en cultuur die de subsidiekraan voor de stierenvechtersschool heeft dichtgedraaid. ‘Die beslissing heeft een voorgeschiedenis’, legt ze uit. ‘De school viel onder een consortium waarin de stad en de comunidad participeerden. Door een recente wetswijziging is die juridische structuur ongeldig geworden, waardoor de stad nu alleen voor de school moet opdraaien, van de infrastructuur tot en met de loonkosten. Dat was nooit de bedoeling, het is niet onze taak om stierenvechters op te leiden. Het schrappen van de subsidie betekent echter niet dat we de school per se willen opdoeken. Als señor Bote en zijn vrienden een aangepaste structuur vinden, mogen ze altijd een nieuwe subsidie aanvragen’.

opwarming in de Escuela Taurina. Op de achtergrond een belangrijk rekwisiet voor salonstierenvechten

opwarming in de Escuela Taurina. Op de achtergrond een belangrijk rekwisiet voor salonstierenvechten

Of die aanvraag ook een kans maakt onder Ahora Madrid? Mayer-Duque zegt niet nee, maar veelt scheelt het niet. ‘We zijn principieel tegen stierenvechten. Ahora Madrid is een burgerplatform, ons kiesprogramma was het resultaat van een participatief proces waarin duizenden Madrilenen hun stem lieten horen. Een van de belangrijke thema’s was het veranderen van Madrid in een diervriendelijke stad, een objectief dat onmogelijk te verzoenen valt met het promoten van dierenmishandeling. We moeten ook aan de kinderen denken. Volgens Unicef is het blootstellen aan een wreed spektakel zoals een corrida een schending van de kinderrechten’.

salonstierenvechten

Zouden de leerlingen in de Venta del Batan dat beseffen? Ze zijn vanavond met vijftien. Gevorderden, in totaal telt de school 38 leerlingen tussen 12 en 18. Rafael Rodriguez Escribano, zelf oud-leerling en gewezen matador, heeft zijn pupillen de arena in gejaagd. Oefenen met de capote, een capevormig stuk textiel in fuchsia en geel. Niet dat de tinten ter zake doen, het zijn de bewegingen die de kleurenblinde stier misleiden. Van dieren is hier overigens geen spoor te bekennen. In de stierenvechtersschool leren de aspiranten droogzwemmen. Werken aan soepelheid, snelheid en conditie, we waren in de sporthall getuige van een uitputtende sessie met sit-ups, opdrukken en sprintjes. Ook de kruiwagen met stierenkop in papier-maché kwam in actie, een curieus accessoire dat wordt gebruikt om ontwijkende manoeuvres te oefenen. Toreo de salon, stierenvechten zonder stier. Straks, na de arena, staat er theorie op het programma. Spelregels, rituelen, lexicon, zelfs de geschiedenis van de tauromaquia wordt behandeld. Een van de gastprofessoren is een specialist in ganaderias, hij kan haarfijn uitleggen welke specifieke eigenschappen vechtstieren van verschillende fokkerijen hebben. Voorkennis wordt van beginnende leerlingen niet gevraagd, motivatie des te meer. Ze oefenen iedere weekdag van vijf tot negen, sommigen komen van ver buiten de hoofdstad. 21 euro per maand kost het schoolgeld, niet bepaald elitair.

de 17-jarige Carlos Ochoa, een van de twee leerlingen die al in Las Ventas als novillero heeft gevochten

de 17-jarige Carlos Ochoa, een van de twee leerlingen die al in Las Ventas als novillero heeft gevochten

We kijken met Rafael naar de leerlingen en hun wapperende capotes. Het is als dansen op één tegel. Voeten stil, het zijn de heupen en de schouders die op de denkbeeldige stier anticiperen. Hoe ze hun gezicht in een plooi houden, dat hebben ze voor de spiegel ingestudeerd. ‘We werken ook met dieren’, zegt Rafael. ‘In het weekend gaan onze beste leerlingen naar een van de fokkerijen in de buurt. Eerst oefenen ze de passen met kalfjes, daarna met jonge stieren. Onze school legt alleen een basis, de echte stiel leren ze pas als ze meedraaien in het circuit van de fiestas of als ze gaan werken in een fokkerij’. Ook het afmaken van stieren wordt in die fokkerijen geoefend, een praktijk die verklaart waarom in Spanje jaarlijks zo’n 40.000 vechtstieren worden gedood, veel meer dan het aantal fiestas laat vermoeden. De 17-jarige Carlos Ochoa heeft het al meermaals gedaan. Niet alleen in een fokkerij, hij mocht in oktober zijn grote debuut maken in Las Ventas. In vol ornaat, de handgemaakte traje de luce van ettelijke duizenden euro’s zat hem als gegoten. Okay, hij stond er maar als novillero, een aspirant die alleen met eenjarige vechtstieren in de arena mag aantreden. Even goed werd de jonge Madrileen door familie en vrienden bejubeld toen hij het beest had geveld en met het afgesneden oor kon pronken. ‘Een droom die uitkomt’, zegt Carlos die als elfjarige aan zijn opleiding begon. ‘Ik wil matador worden, maar eerst moet ik nog veel leren. Vechten samen met picadores is de volgende stap’. Toch heeft hij alvast een apoderado, een manager, in de arm genomen. ‘Als matador geniet je nog altijd veel aanzien’, zegt Carlos terwijl hij dromerig naar de andere leerlingen in de arena staart. ‘En je verdient hopen geld, tenminste als je tot de elite behoort’.

Communisten en corridas

Om matador te worden moet hij een volwassen stier omleggen, onder begeleiding van een peter, een ervaren stierenvechter die hem na het gevecht zijn adelbrieven geeft. Tomar la alternativa heet dat ritueel waar de 36-jarige Rafael met een krop in de keel aan terugdenkt. Het was in 2001, de foto’s heeft hij met iedere nieuwe smartphone meegenomen. Om dat gevoel te begrijpen moeten we weten hoe hij als kind al gebeten was. Op zijn vierde stond hij al met een capote een stierenkalf te jennen, met de benen van zijn vader als refuge. Na zijn meesterproef heeft hij als Rafael de Julia alle grote fiestas van Spanje gedaan, inbegrepen de Catalaanse. Waarom is hij op zijn 35ste gestopt? ‘’Lijfsbehoud”, zegt hij. ‘Ik word ieder jaar ouder, maar de stieren blijven even jong’.

Het was directeur Boté, eveneens oud-leerling, die hem vroeg om zijn expertise als praktijkleraar te verzilveren. Dat was twee jaar geleden, toen de toekomst van de school er nog rooskleuring uitzag. Met de comunidad en het stadsbestuur, allebei nog stevig in handen van de PP, werden grootse plannen gesmeed. Venta del Batan zou worden opgewaardeerd tot een heus themapark. Naast de school zou er ook een belevingscentrum met de nodige horeca komen, zelfs het verloederde labyrint naast de arena zou worden hersteld. Rafael heeft er vol nostalgie over verteld. De kralen, ingesloten door een zeshoekige muur, werden vroeger door fokkerijen gebruikt. Enkele dagen voor een corrida kwamen ze er hun beesten stallen, zodat die goed uitgerust aan hun doodstrijd in Las Ventas konden beginnen. Publiek was welkom, vooral tijdens San Isidro kwam jong en oud zich verdringen om de verse aanvoer te keuren. De gewoonte raakte in onbruik, het bleek efficiënter de stieren rechtstreeks naar Las Ventas te transporteren. Dat zal niet gauw veranderen, want het nieuwe stadsbestuur heeft het hele investeringsplan afgevoerd.

Rafael maakt zich zorgen. ‘‘Overal waar nieuw links aan de macht is, hebben we problemen. We hebben enkele nieuwe leerlingen uit Moralzarzal, een gemeente vlakbij Madrid met een eigen stierenvechtersschool. Die werd intussen gesloten, met de groeten van de nieuwe Podemos-burgemeester. De sfeer in Spanje wordt giftig. Wie zich voor stierenvechten durft uit te spreken, wordt op straat of op de sociale media uitgescholden. Collega’s vinden na een optreden hun auto op de parking terug met kapotgestoken banden of afgerukte buitenspiegels. Het ergste vind ik dat stierenvechten een politieke splijtzwam is geworden. Stierenvechten in niet links of rechts, het is van het volk. Zelfs de communisten plachten hun 1 mei-feesten met corridas op te luisteren’.

 

E-learning op zijn Vlaams: stoelendans in de aula’s

Knack, 14 oktober 2015

Kenners wereldwijd zijn het eens: de toekomst van het hoger onderwijs is digitaal.  Ook in Vlaamse rectoraten zoemen buzzwords zoals Mooc’s, e-learning en flipped classroom. Maar een disruptieve revolutie? Tijdens hoorcolleges in bomvolle aula’s van Gent, Leuven en Antwerpen valt er nog weinig van te merken. Plaatsgebrek? ‘Dat probleem lost zich na een paar weken vanzelf op’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Vrijdagochtend, half negen. Plastieken bekers en rotzooi alom, het was weer feest in de Gentse Overpoortstraat. Terwijl de laatste fuifnummers zich op wankele benen naar hun kot slepen, reppen andere studenten zich naar het UFO in de Sint-Pietersnieuwstraat. Met zo’n duizend hebben ze het onchristelijke aanvangsuur getrotseerd om het tweede college ‘Inleiding tot de historische kritiek’ bij te wonen. Veel opgeschoten pubers, dit is dan ook een plichtvak voor alle eerstejaars aan de faculteit letteren en wijsbegeerte. Laatkomers nestelen zich op het gangpad in de nok van het gigantische auditorium Leon De Meyer, het vlaggenschip van de Gentse universiteit. Er zijn nog enkele stoelen vrij, helaas onbereikbaar in de massa. Dan maar rechtstaan en reikhalzend kijken naar de twee immense beeldschermen vooraan in de aula.

Marc Boone, hoogleraar en tevens decaan van de faculteit, laat een nieuw videofragment aanrukken. Soldaten marcheren op de tonen van Wagner, strak in het gelid, de linkerarm gestrekt. Triumph des Willens van Leni Riefenstahl, precies 80 jaar oud maar nog altijd verbluffende cinema. Straf genoeg alleszins om zelfs de op de achterste rijen de aandacht van de tablet of smartphone naar de cursus te verleggen. ‘De moeder van alle propagandafilms’, houdt Boone zijn duizendkoppig publiek voor.

flipped classroom

Massale hoorcollege in reusachtige aula’s? Niet meer van deze tijd, zei Robert Stouthuysen onlangs in dit magazine. De gewezen topman van Janssen Pharmaceutica en bestuurder aan de KU Leuven, hekelde het conservatisme van de Vlaamse universiteiten. De toekomst van het hoger onderwijs is digitaal, vindt de hoogbejaarde maar nog erg actieve baron. Zijn stelling dat onze universiteiten en hogescholen de trein van e-learning en afstandsonderwijs missen, is licht gechargeerd. Tijdens onze bevraging viel om de haverklap het begrip blenden learning, contactonderwijs gecombineerd met diverse vormen van digitale kennisoverdracht. Leuven, Gent, Antwerpen, Brussel, Hasselt, er wordt aan alle faculteiten mee geëxperimenteerd. Vaak onder de vorm van de flipped classroom: studenten bereiden online aangeleverde nieuwe stof op eigen houtje voor, lessen dienen alleen nog om de kennis te verdiepen, oefeningen te maken en knelpunten te bespreken. Het beweegt dus, maar te traag naar de smaak van de Gentse professor onderwijskunde Martin Valcke. Volgens deze internationaal erkende expert innovatie hoger onderwijs, zweren nog teveel Vlaamse docenten bij traditionele hoorcolleges. Vooral algemene, inleidende vakken kunnen perfect online worden gezet. Luc Soete, de Vlaamse rector van de op Angelsaksische leest geschoeide Universiteit Maastricht, zit op dezelfde golflengte. Hoorcolleges zijn een voorbijgestreefd concept, verklaarde hij onlangs in De Tijd.

Voorbijgestreefd concept? Aan de opkomst in Aula Rector Dhanis, de grootste van de Universiteit Antwerpen, valt het niet te merken. Een dikke 700 studenten tekenen present voor de inleidende cursus accountancy, een verplicht en geducht vak voor eerstejaars in de bachelor-opleidingen TEW en handelsingenieur. Vooraleer ze het verschil tussen activa en passiva aansnijdt, neemt professor Lybaert ruim de tijd voor preventieve vermaningen. Wie zijn stof niet bijhoudt, kan volgende keer beter thuisblijven. Zelf oefenen is de boodschap, de tijdens het hoorcollege behandelde toepassingen volstaan niet om met een gerust hart naar het examen te trekken. En dat studenten met voorkennis, een eufemisme voor bissers, dwalen als ze denken dat ze het dit keer met de vingers in de neus zullen halen. Ligt het aan de royaal opengedraaide volumeknop? De speech maakt alleszins indruk op het jonge volkje, alvast één leereffect dat met een online cursus moeilijk te bereiken valt.

krantje lezen

Nadine Lybaert is gastdocent in Antwerpen, haar alma mater ligt in Hasselt. Al 13 jaar verzorgt ze het drukst bijgewoonde opleidingsonderdeel van de UA. ‘Gemiddeld 700 tot 800 studenten’, zegt ze. ‘Ik prijs me gelukkig met deze aula. Prima akoestiek en video, zo is het aangenaam les geven. Natuurlijk is zo’n grote groep niet ideaal, je hebt als docent geen idee of ze op de achterste rijen volgen dan wel of ze hun krant of tablet lezen.  In het algemeen kun je het zo stellen: de studenten die bewust achteraan kruipen zijn niet noodzakelijk diegenen met de hoogste slaagkansen. Maar de drukte vandaag geeft een vertekend beeld. Binnen een paar weken hebben er een aantal afgehaakt en vallen er vanzelf lege plekken’.

Inleidende cursussen online aanbieden? Lybaert voelt zich niet aangesproken. ‘Ik hecht veel belang aan het persoonlijk contact met mijn studenten. Tijdens de pauze blijf ik altijd in de aula, beschikbaar om alle mogelijke vragen te beantwoorden. Daar wordt gretig gebruik van gemaakt. Ik beschouw mijn cursus overigens niet als een traditioneel hoorcollege, ook al bestaat mijn eigen rol uit het droog overbrengen van kennis. Na ieder cursusonderdeel volgt een digitale explosie: de werkzittingen zijn volledig web based, mijn medewerkster is een digital whizzkid die de studenten met blogs, video’s en andere input bestookt. Blended learning, zo kan je het gerust noemen’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

 

Van digitale hocus pocus is in de les van Marc Hooghe weinig te merken, of het zouden de beamer en de wandelmicrofoon moeten zijn. De gewezen VRT-journalist doceert in Leuven het vak politicologie, een cruciaal opleidingsonderdeel in de eerste bachelor politieke wetenschappen en sociologie. Het gaat in deze tweede les over macht en de rol van de staat. Op het scherm verschijnt het beeld van een IS-gijzelaar, vlak voor zijn executie. Dat is dus wat er kan gebeuren als de staat faalt in zijn monopolie op het uitoefenen van geweld. Een dikke 500 studenten maakt ijverig aantekeningen, een kleine helft met behulp van laptop of tablet, de anderen met papier, pen en markeerstift. Aanvullingen zijn het op het handboek politicologie dat op geen enkele klaptafel ontbreekt. Hoorcollege uit de oude doos? Marc Hooghe zal het stempel na de les afwijzen. Hij doceert niet ex cathedra, wandelt voortdurend rond, dringt zelfs diep door in de middengang waar hij niet aarzelt studenten de microfoon onder de neus te duwen. ‘Natuurlijk is interactie met zo’n grote groep niet vanzelfsprekend’, geeft hij toe. ‘Vorig jaar was het nog lastiger. De aula was te klein, mijn college werd naar een tweede auditorium gestreamd. Niet ideaal, je hebt er geen echt contact me je publiek. Dit jaar is er gelukkig geen capaciteitsprobleem, de inschrijvingen in onze richting zijn met 5 à 10 procent teruggelopen’.

digitaal uitstelgedrag

Hij kan het zich wel inbeelden: de hele reeks van hoorcolleges opnemen en uploaden zodat zijn studenten zich thuis, op kot of waar dan ook met de beginselen van de politicologie vertrouwd kunnen maken. Het is geen exacte wetenschap, complexe oefeningen komen er niet bij kijken. ‘Technisch is het perfect mogelijk’, zegt hij. ‘Maar ik ben geen voorstander van digitaal afstandsonderwijs, toch niet in een eerste bachelor met 18 en 19-jarigen van wie de meesten nog niet in staat zijn om zelfstandig te plannen en te studeren. Want wat zou er gebeuren als je alles louter online aanbiedt? Uitstelgedrag, een eigenschap die velen nu al fataal wordt, zou helemaal uit de hand lopen. Ik zie het al voor me: studenten die drie dagen voor het examen vaststellen dat ze nog twintig videocolleges moeten bekijken. Hoorcolleges geven structuur aan het leven. Van studenten, maar ook van proffen. Want ook dat speelt: heel wat proffen staan graag voor de aula. Ik doe het zelf ook nog steeds met plezier, wat niet betekent dat ik principieel tegen nieuwe onderwijsmethodes ben gekant. Een aantal van mijn hoorcolleges in derde bachelor staan online, toetsen en self trainers gaan over het intranet’. 

Blijft de vaststelling dat Vlaamse universiteiten niet bepaald vooroplopen in de digitale onderwijsrevolutie. Als politicoloog zoekt Hooghe de verklaring bij het beleid. ‘Door de keuze voor een brede instroom is er minder druk om te moderniseren. Letterlijk iedereen kan hier naar de universiteit. Behalve in de richting genees- en tandheelkunde zijn er geen bindende toelatingsexamens, en ondanks de recente verhoging blijft het inschrijvingsgeld belachelijk laag. Gevolg; heel wat jongeren komen naar de unief om het eens te proberen of om van het studentenleven te proeven. De helft die je zonet in de aula hebt zien zitten, overleeft de eerste bachelor niet. Die aselecte instroom is uniek in de wereld. Ik kom net terug uit Montreal waar ik een gastcollege aan de McGill University heb gegeven. Een jaartje studeren kost er meer dan 20.000 dollar, bijna even duur als aan de Amerikaanse of Britse topuniversiteiten. In Frankrijk selecteren ze dan weer via toelatingsproeven. In Lille, waar ik soms les geef, laten ze 2 procent van de deelnemers toe’.

aselecte instroom

We mogen hem niet verkeerd begrijpen, hij is geen voorstander van een strenge selectie aan de toegangspoort. Hooghe: ‘In eerste bachelor kan ik ze er zo uitpikken, studenten die door hun kledij of houding verraden dat ze in een ander land nooit naar de universiteit zouden gaan. De meesten redden het niet, maar er zijn er ieder jaar wel enkelen die toch slagen. Dat is op zich al waardevol, een democratische kwaliteit om te koesteren. Maar de brede instroom heeft wel gevolgen voor het soort onderwijs dat we bieden. Een eerste bachelor, dat is in feite een uitgestelde, langgerekte toelatingsproef. De ongelijke kwaliteit van de studentenpopulatie verplicht ons als docenten tot een compromis waarin iedereen verliest. Voor de zwakke helft blijft het sowieso te moeilijk, terwijl sterke studenten onvoldoende worden uitgedaagd. Die laatste groep zou wel gebaat zijn bij e-learning of andere innovatieve methodes die een grote motivatie en inzet vergen. Het is geen toeval dat Angelsaksische universiteiten vooroplopen in de digitale transitie. Als een student 20.000 dollar voor een jaartje universiteit betaalt, dan gaat hij niet freewheelen maar zich schrap zetten om voor ieder vak te slagen. Die sense of urgency ontbreekt bij ons helemaal. Of je nu drie of vier jaar over een bachelor doet, het maakt velen niet uit. Het systeem met studiepunten is er ook voor gemaakt. Je kunt altijd wel enkele vakken meenemen, en de ouders trekken het zich niet aan omdat zo’n jaartje extra niet veel kost’.

Een brede instroom in populaire studierichtingen kan dus niet zonder massale hoorcolleges in grote aula’s. Dat kost een aardige stuiver, maar toch gaat het volgens Hooghe om een koopje. ‘Massale hoorcolleges zijn voor de universiteiten juist spotgoedkoop. Of docenten nu les geven aan bachelors in een bomvolle aula of in een lokaal aan een kransje masterstudenten, aan hun salaris zal je het verschil niet zien, en we krijgen er ook geen extra onderwijsassistenten voor. Neem nu mijn vak politicologie. Eén docent voor 500 studenten, voor die prijs ga je niet veel kunnen investeren in digitale innovatie’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Mooc’s

Per kop berekend is professor Wagemans nog goedkoper. Aula Rector Pieter De Somer, met 842 zitjes de grootste van Leuven, is net niet helemaal volgelopen voor zijn college functieleer, zeg maar een algemene inleiding psychologie. Het is een van die materies die vaak het onderwerp vormen van een Mooc, de veelbesproken massive open online course. Gratis beschikbaar voor iedereen, compleet met selftrainers, feed back- en peer review-modules en (betalende) examensystemen. ‘Geen alternatief voor mijn cursus’, vindt Johan Wagemans. ‘Er is een inhoudelijk verschil. Ik combineer functieleer met een algemene inleiding tot de psychologie. Dat vind je bij geen enkele Mooc, die zijn immers allemaal op Amerikaanse leest geschoeid. Engelstalig dus, en ook dat is een bezwaar. Voor dit soort introducties blijft Nederlands de aangewezen instructietaal. Zeker in een eerste bachelor met een nauwelijks geselecteerde instroom kun je niet zomaar aannemen dat iedereen voldoende Engels kent’.

Ook professor Wagemans is niet afkerig van digitaal onderwijs. In de masteropleiding hanteert hij het flipped classroom concept. Alles gebeurt online, de wekelijkse lessen zijn niet meer dan groepsgesprekken om de digitale kennisoverdracht te evalueren. ‘Dat werkt alleen in kleine groepen met een homogene kwaliteit’, zegt hij. ‘Achttienjarigen hebben nog niet genoeg  discipline en zelfredzaamheid voor e-learning. Ik zet voor mijn eerste bachelors wel eens iets op Toledo, het intranet van de universiteit. Dat kan een verwijzing zijn naar een uitbreidingsartikel, of enkele vragen over de cursus. Als de helft van de studenten er op ingaat, zo wil de afspraak, dan behandelen we die kwesties in het volgende hoorcollege. De respons is bedroevend, vaak halen we niet eens de 50 procent’.

De VUB is de enige universiteit die ook in populaire bachelor-opleidingen geen capaciteitsproblemen kent. ‘Dat is het verschil met de andere Vlaamse universiteiten’, zegt rector Paul De Knop. ‘Ze zijn het slachtoffer geworden van hun eigen succes. Als middelgrote universiteit hebben we alles onder controle, ook al dank zij onze flexibele infrastructuur. Onze Aula Q is een geweldige troef, moduleerbaar van 200 tot 1200 zitplaatsen’.

Niet dat het aan de grote universiteiten de spuigaten uitloopt. Verhalen over uitpuilende aula’s bleken vaak uit het verleden te dateren. Universiteiten hebben dan ook maatregelen getroffen. Auditoria  worden niet meer per faculteit maar centraal beheerd en optimaal benut. Vooral de blue chips, de aula’s met 500 en meer zitjes, moeten renderen. Ze worden tot ’s avonds laat en vaak ook tijdens het weekend volgepland. In uiterste nood worden lessen naar een tweede aula gestreamd, een praktijk die vooral in de Leuvense en Gentse rechtsfaculteiten voorkomt. Niet toevallig, vernamen we van bronnen in beide universiteitssteden. Als één groep studenten het risico op overbevolkte aula’s loopt, dan zijn het wel de toekomstige juristen.

Dat klopt, stellen we vast als we de sasdeur van auditorium NBIII in Gentse Universiteitsstraat openen. Capaciteit 300 zitplaatsen, onvoldoende om de belangstelling voor de in tweede bachelor verplichte cursus goederenrecht te kanaliseren. Pechvogels zitten achteraan in de vensterbanken, anderen hurken tegen de muur en gebruiken hun knieën als schrijftafel. Een van de muurzitters zet zijn tanden in een broodje, het kraken van ovenverse korst is niet echt bevorderlijk voor de concentratie van de buren. Professor Wylleman houdt de zaal scherp met een strikvraag. Is een Mariabeeld in een nis een roerend dan wel een onroerend goed?

massacolleges

Capaciteitstekort? ‘Ach’, zegt Annelies Wylleman. ‘Het was maar de eerste les. Binnen enkele weken schieten alleen de gemotiveerde studenten over, ik schat zo’n 250 tot 300 op een totaal van 460.  Een grote kloof, inderdaad. Komt door de fameuze flexibilisering. Studenten moeten niet meer slagen voor hun eerste bachelor. Als ze een minimum aantal studiepunten behalen, mogen ze het tweede jaar combineren met de onvoldoendes van het eerste jaar. Een slecht systeem als je het mij vraagt. De trajecten worden er alleen maar langer door, vooral de hopeloze gevallen blijven nodeloos plakken. In de tweede bachelor merken we dat vooral bij de herexamens in september. Van de 200 inschrijvingen komt minder dan de helft opdagen. Dat zijn dan vaak de studenten die het in juni al voor de derde keer hebben geprobeerd, met een 7 op 20 als resultaat. Tijdverlies, ook voor de docent’.

Wylleman heeft vele jaren in eerste bachelor de inleiding  tot het privaatrecht gedoceerd. Het UFO bestond nog niet, Auditorium E in de Blandijnberg was het theater voor massacolleges. Tegenwoordig worden Gentse docenten door professionele acteurs gecoacht om massa’s te bespelen, maar professor Wylleman mag zich als performer een autodidact noemen. ‘De eerste keer voor zo’n grote bende was ik wel nerveus’, zegt ze. ‘In mijn dromen zag ik alles in de soep draaien. Ik was mijn cursus vergeten, of de geluidsinstallatie werkte niet. Nodeloos gepieker, het ging me van de eerste keer goed af. Ik probeer het levendig te houden door vragen te stellen en voorbeelden uit mijn notarispraktijk te geven’.

Dat zou ook perfect online kunnen, geeft ze toe. Technisch gezien althans, in de praktijk ziet ze zich nog niet snel op de digitale golf meesurfen. ‘Daarvoor vind ik het persoonlijk contact met de studenten te belangrijk’, zegt ze. ‘Ook voor de studenten lijkt het me niet ideaal. Liever les van een docent van vlees en bloed dan de hele tijd naar een talking head op een scherm kijken. Ik ging als student zelf erg graag naar hoorcolleges. Je leert er mensen kennen, want in zo’n auditorium val je vaak naast een volslagen onbekende’. 

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Toch waait de wind van verandering ook door de faculteit rechten, met de kracht van een lentebriesje. ‘Vorig jaar hebben ze mijn cursus opgenomen en op het intranet gezet’, zegt Wylleman. ‘Dat vond ik prima, er zijn altijd wel werkstudenten die hoorcolleges moeten missen. Maar ook gewone studenten maakten er gebruik van. Ik heb gisteren in bed nog eens naar jou gekeken, kwam er eentje me tijdens de volgende les zeggen. Toch zijn er in onze faculteit ook proffen die niet willen dat hun les wordt opgenomen. Ouderen, jawel, maar ook minder oude collega’s. Angst om zich te verspreken, denk ik.’

 

200 jaar Waterloo: De Belgische pachters van de Wellingtons

Knack, 10 juni 2015

‘De privileges afschaffen? België is altijd bang geweest voor een diplomatieke rel met de Engelsen’

200 jaar na de Slag van Waterloo is ook het laatste achterhoedegevecht gestreden. De dotatie van 1.083 hectaren landbouwgrond in Waals-Brabant, geschonken door de Nederlandse koning Willem I aan de hertog van Wellington, blijft buiten schot. Tot grote vreugde van de Belgische pachters. Nergens is het beter boeren dan hij den Duc.

 

Broers De Paepe, enthousiaste pachters van de Hertog van Wellington (foto: Steven Richardson)

Broers De Paepe, enthousiaste pachters van de Hertog van Wellington (foto: Steven Richardson)

Bos-de-Nivelles, een gehucht op de grens van Waals-Brabant en Henegouwen. De avondzon werpt een warme gloed over een glooiend tapijt van akkers en weilanden. “Allemaal van de hertog”, zegt Geert De Paepe. “Behalve de grond waar die windmolens staan. Ze hebben het hem nochtans aangeboden. Had hij toegehapt, dan stonden ze nu op onze pacht. Maar de oude hertog wilde er niet van weten, ook al kon hij er net als wijzelf wat aan verdienen. Hij had nogal uitgesproken ideeën over landbouw en plattelandsontwikkeling, en windmolens pasten daar niet in”.

Mark en Jan De Paepe zijn erbij gekomen. Drie broers, twee bedrijven. Geert combineert veeteelt en akkerbouw met aardbeien. Mark en Jan kweken op het ouderlijke bedrijf varkens en verbouwen onder meer appels en aardbeien. Ze spreken nog ‘Vlaams’ onder elkaar, thuis geleerd van hun ouders die zoals vele boeren na de oorlog de taalgrens overstaken op zoek naar grond. Achteraf bekeken was het een gouden zet: ze konden een bedrijf overnemen, gelegen in wat in deze uithoek van Waals Brabant bekend staat als la dotation des Wellington.

Slag van Waterloo

Op oudejaarsavond, 31 december 2014, blies de 99-jarige Arthur Valerian Wellesley, achtste hertog van Wellington, zijn laatste adem uit. Volgens het ongeschreven gewoonterecht van de Britse adel gingen zijn titels over op zijn eerstgeboren zoon, de thans 67-jarige Arthur Charles Wellesley die in afwachting als Markies van Douro door het leven was gegaan. Als upgrade in de Europese aristocratie kon het tellen. Behalve Duke of Wellington mag Charles Wellesley zich voortaan ook Hertog van Ciudad Rodrigo, Hertog van Victoria en Graaf van Vimeira noemen. Maar vooral: als hertog van Wellington werd hij volautomatisch tot Prins van Waterloo verheven.

De Wellingtons zijn na de Windsors misschien wel de bekendste dynastie van het Verenigd Koninkrijk. Hun discretie is even legendarisch als hun reputatie. The Daily Telegraph was dan ook geen beetje trots toen ze de pas gepromoveerde hertog bereid vonden terug te blikken op het lange leven van zijn voorganger en verwekker. Hoe sneu het niet was dat zijn vader de geest had gegeven, luttele maanden voor de 200ste verjaardag van de Slag van Waterloo, het evenement waar hij op zijn oude dag reikhalzend naar had uitgekeken. Een verplaatsing naar Waterloo was wellicht te hoog gegrepen, maar de viering in de Saint Pauls Cathedral, misschien wel in aanwezigheid van koningin en huisvriendin Elisabeth, had hij onder geen beding willen missen.

Zeggen dat het voor de Wellingtons allemaal in Waterloo begon, zou de waarheid geweld aandoen. De in Dublin geboren veldmaarschalk en politicus Arthur Wellesley had al lang voor 1815 zijn sporen verdiend, onder meer tijdens de Iberische Onafhankelijkheidsoorlog. Maar onsterfelijke roem vergaarde hij pas op 18 juni 1815, toen hij als opperbevelhebber van de Britse en Nederlandse troepen op het slagveld in de rand van het Zoniënwoud Napoleon Bonaparte en zijn Grande Armée een beslissende nederlaag toebracht. Drie weken na de veldslag nam Willem van Oranje-Nassau zijn pen ter hand om in krullende Franse volzinnen de dankbaarheid van het volk der Verenigde Nederlanden met een ad hoc verzonnen titel uit te drukken. Prins van Waterloo, erfelijk in mannelijke lijn volgens het eerstgeboreneprincipe. Willem I liet het niet bij een symbolisch gebaar. Om de nieuwbakken prins in staat te stellen zijn stand op te houden, werd aan de titel een dotatie gekoppeld: 1.083 hectaren bosgrond, verspreid over de gemeenten Nijvel, Obaix, Thines, Baisy-Thy, Vieux Genappes en Frasnes. Er is geen overlapping met het slagveld, nochtans een populair misverstand. De dotatie werd integraal geput uit de zogenaamde nationale goederen, gronden van kloosters en abdijen die tijdens de Franse revolutie werden verbeurd verklaard en na de Franse periode in handen van de overheid vielen.

Generaal Blücher

“Prins van Waterloo is dus een Nederlandse titel”, zegt Yves Vander Cruysen.  “Maar na de onafhankelijkheid heeft België als opvolgstaat de titel met de bijbehorende rechten overgenomen, zoals trouwens vermeld in het Verdrag van Londen van 1839 dat de Belgische onafhankelijkheid definitief bevestigde. Niet alle Belgische revolutionairen waren daar blij mee, maar het was niet het moment voor een klein en jong landje om de machtige Britten in de gordijnen te jagen”. Vander Cruysen, eerste schepen in Waterloo, weet waarover hij spreekt. De oud-journalist schreef met ‘Waterloo démythifié, een van de stilaan ontelbare naslagwerken over de beroemdste veldslag uit de krijgsgeschiedenis. De dotatie van de Wellingtons ontsnapte niet aan zijn aandacht. “Het gaat om een majorat, een zelden gebruikte juridische constructie. De Belgische staat blijft naakte eigenaar van de gronden, maar de Wellingtons genieten voor onbepaalde tijd het vruchtgebruik. Ze mogen de gronden onder geen beding verkopen, maar wel exploiteren of verpachten”.

Willem I was niet eenkennig. Ook de Pruisische generaal Blücher, die met zijn tussenkomst de slag van Waterloo in het voordeel van de geallieerden beslechtte, kreeg in 1815 een hoge ridderorde plus een erfelijke dotatie op Nederlands grondgebied. De Blüchers echter zijn hun landerijen al lang kwijt, een represaille na de Duitse invasie in mei 1940. Zo ging het in heel Europa met soortgelijke dotaties. Revoluties, regimewissels, uiteenvallende en opvolgende staten, in de loop der jaren werden de relicten van het ancien regime een na een afgeschaft. Zo verloren ook de Wellingtons hun landerijen in Spanje en Portugal. Hun dotatie in Waals Brabant zou echter alle historische schokgolven doorstaan, van de Belgische omwenteling over twee wereldoorlogen tot het algemeen enkelvoudig stemrecht. Tot op heden, twee eeuwen na de Slag van Waterloo, verpacht de Britse hertog er een dikke duizend hectaren landbouwgrond. Landbouwgrond, inderdaad, want de eerste hertog van Wellington/prins van Waterloo bleef niet bij de pakken zitten. Hij liet de bossen op zijn dotatie rooien, wat overigens aanleiding gaf tot het ontstaan van een nieuwe bron van inkomsten. “Het kappen van de bossen behoorde niet tot het gewone vruchtgebruik”, legt Vander Cruysen uit. “Wellington heeft daar in 1817 een akkoord met de Nederlandse thesaurie over gesloten: de opbrengst van de houtverkoop werd geruild voor een staatsobligatie die hem een jaarlijkse rente opleverde. Ook dat akkoord werd door België overgenomen”.

Rassemblement Wallon

In 1988 sloot toenmalig minister van financiën Philippe Maystadt (CdH) een deal met de 8ste hertog van Wellington. België kocht de eeuwigdurende renteverplichting, bepaald op 100.000 Bef (2.500 euro) per jaar, terug. In ruil kreeg de hertog 25 hectaren van zijn eigen dotatie in volle eigendom, met mogelijkheid tot verkoop. Naar eigen zeggen wilde de hertog daarmee komaf maken met het gezeur over zijn adellijke voorrechten dat bij tijd en wijle in de Waalse politieke middens opsteeg. Vooral Jean-Emile Humblet, jurist en econoom, professor in Mons, senator voor het Rassemblement Wallon, heeft onvermoeibaar geijverd voor de afschaffing van die privileges. De deal van Maystadt vond in zijn ogen geen genade. Afkopen van de jaarlijkse rente? Nergens voor nodig, oordeelde Humblet die in 200O met enkele gelijkgezinden naar de rechtbank stapte om de hele dotatie ongeldig te laten verklaren. Volgens het verzoekschrift was het koppelen van privileges aan een adellijke titel een anakronisme uit het ancien regime, en een schending van het gelijkheidsbeginsel. Humblet, die in 2001 een boek over de affaire publiceerde, schatte de tot dan toe gecumuleerde winst van de Wellingtons op ruim 50 miljoen euro. Zijn vordering werd echter afgewezen, en de ironie wil dat flamboyante activist in december op 94-jarige leeftijd stierf, drie weken voor zijn ook al hoogbejaarde opponent.

Humblet was een linkse Wallingant  met rattachistische sympathieën, een milieu waar de nederlaag van Napoleon in Waterloo en de scheiding van het Franse moederland nog altijd openlijk wordt betreurd. Maar de dotatie werd ook vanuit andere hoeken in vraag gesteld. Een opvallende criticaster was graaf Yves du Monceau de Bergendal, burgemeester van Ottignies-Louvain-La-Neuve, PSC-senator en kamerlid voor Waals Brabant, tevens medestichter van warenhuisketen GIB. Als parlementslid bewoog hij hemel en aarde om de dotatie onderuit te halen, maar zonder resultaat. “Het was ongezien”, zegt Serge de Meeûs. “Een aristocraat die een andere aristocraat aanvalt. Ach ja, du Monceau was natuurlijke in de eerste plaats een politicus die zich op de kap van de hertog in zijn kieskring wilde profileren”.

Niet dat vastgoedmakelaar Serge de Meeûs ook maar iets tegen aristocraten heeft, voluit heet hij trouwens de Meeûs d’Argenteuil. Deze Belgische graaf beheert de dotatie van de Britse hertog, een besogne die al sinds 1937 door zijn familie wordt waargenomen.  Een interview daarover ziet hij na ruggenspraak met Londen niet zitten. In het licht van de nakende herdenkingsfeesten in Waterloo kunnen de Wellingtons stennis over de dotatie missen als kiespijn, geeft hij tussen neus en lippen toe. De hertog wordt immers een van de eregasten, zijn geplande handdruk met de nazaten van Napoleon en Blücher belooft een symbolisch hoogtepunt van Europese verzoening te worden. Het mag trouwens worden gezegd: de Wellingtons hebben zwaar gelobbyd en bij wijlen ook stevig gedokt om de nagedachtenis aan de veldslag te vrijwaren. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werden plannen gesmeed om de Brusselse Ring zuidwaarts door te trekken, dwars doorheen het slagveld van Waterloo. Dat het plan mislukte, is mede aan het vastberaden verzet van de achtste hertog van Wellington te danken.

zware successierechten

Een ding wil graaf  de Meeûs wel kwijt. “Het gestook tegen de Wellingtons is zinloos. De dotatie is perfect legaal”. Dat is ook wat Didier Reynders als minister van financiën in 2009 antwoordde op een parlementaire vraag van Vlaams Belanger Bruno Stevenheydens. Het extreemrechtse kamerlid had nochtans een dijk van een argument geleend bij de extreemlinkse Jean-Emile Humblet: sinds 1815 werden de opvolgingsregels al drie keer met de voeten getreden. Een blik op de stamboom van de Wellingtons volstaat om zich daarvan te vergewissen. De derde, vierde en zevende hertog waren respectievelijk neef, broer en oom van hun voorganger. Geen opvolging van vader op oudste zoon dus, zoals Willem I het in 1815 uitdrukkelijk had bepaald. Heeft België tot drie keer toe de kans gemist om de prinselijke titel met de bijbehorende dotatie te annuleren? Reynders poneert in zijn antwoord op de parlementaire vraag dat de strikte interpretatie van de erfopvolging foutief is, zonder evenwel argumenten aan te dragen. Maar misschien ligt de echte verklaring buiten de juridische arena. “België is altijd bang geweest voor een diplomatieke rel met de Engelsen”, hoorden we van verschillende bronnen.

Yves Vander Cruysen vindt de controverse vooral kouwe drukte. “Het is helemaal niet zo dat de Wellingtons op de Belgische schatkist teren. De door Humblet geciteerde opbrengsten zijn compleet uit de lucht gegrepen. De dotatie brengt jaarlijks 125.000 euro op, een bedrag waarop de hertog netjes belastingen betaalt. In feite doet de Belgische schatkist een goede zaak, want bij iedere erfopvolging worden ook nog zware successierechten geheven. Vraag maar eens aan de pachters wat ze van de dotatie denken. De boeren zijn de grootste supporters van de Wellingtons”.

De broers De Paepe willen het graag beamen. “Het is niet dat we bij de duc minder betalen dan normaal”, zegt Marc. “De pachttarieven worden per provincie door een officiële commissie vastgesteld. De hertog rekent een dubbel maximumtarief aan, dat mag omdat hij met langdurige contracten werkt. We pachten telkens voor 27 jaar, een onbetaalbare luxe. Ga maar eens vragen bij boeren buiten de dotatie. Landbouwgrond is peperduur, er gaan voortdurend gronden verloren aan industrie of verkavelingen. Eigenaars geven geen langdurige contracten, ze grijpen iedere kans om meer uit hun grond te slaan. Kleine bedrijven worden eruit geduwd. Als er ergens een paar hectaren vrij komen, dan worden die door grote agrobedrijven ingepikt. Van die stress hebben wij geen last. De hertog kan of mag zijn grond niet verkopen of verkavelen. Als je in de dotatie zit, ben je zeker dat je niet van de ene op de andere dag de helft van je areaal verliest. Zonder de hertog zou het hier nu heel anders uitzien. Wat verderop ligt de industriezone Nivelles Sud. De gemeente zou die willen uitbreiden, maar de plannen botsten letterlijk op de grenzen van de dotatie”.

Voor studenten notariaat is het een interessante case. De boerderij, loodsen, en installaties zijn eigendom van de boer. De grond eronder valt onder een erfpacht van 99 jaar, de cultluurgronden onder een gewone pacht van 27 jaar. Een tachtigtal boeren geniet van dit unieke regime. De meesten bewerken maar een paar hectaren, de broers De Paepe behoren tot het selecte kransje grote pachters wier bedrijf grotendeels of zelfs integraal binnen het hertogelijke domein valt. Het is een gesloten club. Als een bedrijf stopt, krijgen boeren uit de dotatie voorrang om tegen elkaar op te bieden. “Zo heb ik 27 jaar geleden dit bedrijf overgenomen”, zegt Geert. “Er waren nog drie kandidaten uit de dotatie. Ik heb het gehaald, ook omdat ik altijd al de chouchou van de duc ben geweest”.

zuinig maar correct

Dat zou best kunnen. De hertog beperkt zijn rol als landheer niet tot het natellen van zijn pachtwinsten. Gemiddeld om de twee jaar brengt hij een bezoek aan Waals Brabant, een expeditie waarbij de aandacht wordt verdeeld over de voorvaderlijke monumenten in Waterloo en de prinselijke landerijen in en om Nijvel. “Het is de Meeûs die alles organiseert”, vertelt Geert. “Hij heeft thuis een extra paar rubberlaarzen staan, die trekt de hertog aan als ze samen de boer op gaan. Gewoonlijk pikken ze er twee of drie bedrijven uit. Als kind heb ik de oude hertog bij mijn ouders weten passeren, maar de voorbije jaren was het altijd de zoon, de markies die nu pas hertog is geworden”. De broers zijn het roerend eens: Charles Wellesley, gewezen Europarlementslid voor de Tories, bestuurder van beursgenoteerde vennootschappen, komt als een beslagen man op het boerenerf. “Hij heeft echt verstand van de stiel”, zegt Geert. “Koeien interesseren hem niet, maar over serreteelt of boerenmarkten wil hij alles weten. Hij spreekt Frans, maar met een zwaar accent. Een vriendelijke man, maar het moet vooruitgaan. Gewoonlijk nodigt de Meeûs bij zo’n bezoek nog een paar andere grote pachters uit, dat werkt efficiënter. Bij ons is de markies een jaar of tien geleden voor het laatst gepasseerd. Ik zal het tafereel nooit vergeten. Toen we hem na de rondleiding voor de koffie binnenriepen en hij zijn laarzen uittrok, bleken zijn sokken vol pluis te zitten. Mijn vrouw heeft hem een paar van mijn sokken gegeven, de oude nam hij mee in een plastiekzak. Twee weken later ontvingen we een pakje uit Engeland, met mijn sokken erin. Zuinig maar correct, zo zijn ze wel”.

En gesteld op tradities, ook dat. Bij decimale verjaardagen of andere plechtigheden ten huize Wellington werden de pachters door graaf de Meeûs aangespoord om hun betrokkenheid met een passend gebaar te manifesteren. Ook bij de begrafenis van Arthur Valerian Wellesley begin januari werd namens de Belgische pachters een bloemenkrans afgeleverd. De broers De Paepe herinneren zich hoe hun ouders zich opdirkten voor de feestjes die ter ere van de hertog op het familiekasteel van de Meeûs in Lillois werden gegeven. Een van de mooiste geplogenheden is helaas verwaterd. Tot kort voor de eeuwwende was het usance dat de hertog zijn Belgische pachters om de twee, drie jaar op zijn kasteel in Stratfield Saye in Hampshire uitnodigde. Christian Fayt, met een goeie 100 hectaren de grootste dotatiepachter, was er met zijn ouders bij. “Voor de 80ste verjaardag van de hertog”, vertelt de Nijvelse boer aan de telefoon. “We vertrokken met een volle bus, boeren met hun vrouwen. Drie dagen zijn we ginder gebleven. Er was een ontvangst op het kasteel en een rondleiding op het domein. We bezochten ook pachthoven, want de Wellingtons hebben ook in Engeland veel grond liggen. Voor vele boeren was het hun allereerste buitenlandse vakantie”.

De broers De Paepe zijn nooit in Stratfield geraakt, maar hun vader was er wel bij. Wat hij erover vertelde? “Niet veel”, zegt Jan. “Maar dat ligt aan onze pa, een man van weinig woorden”. Misschien krijgen ze nog wel de gelegenheid om zelf te gaan kijken. De kans dat de dotatie snel wordt afgeschaft, is immers klein. “Dat kan alleen als er geen mannelijke erfopvolger meer is”, zegt Geert. “Op dat punt moeten we ons geen zorgen maken. De nieuwe hertog heeft een zoon en een kleinzoon, de toekomst is verzekerd”.

Slachting zonder bloedvergieten: reenactors spelen Waterloo na

 De Standaard 17 juli 2015

Reenactment? Geschilderde figuranten die tot leven werden gewekt maar nog stram staan van de vernis.

5000 figuranten en 300 paarden doen vrijdag en zaterdag  de Slag van Waterloo over. Onze verslaggever maakte in Ligny de generale repetitie mee. ‘Reenactment is een passie, al mijn vrije gaat eraan op’

Slag bij Ligny bis, zonder afgerukte ledematen (foto: Brecht Van Maele)

Slag bij Ligny bis, zonder afgerukte ledematen (foto: Brecht Van Maele)

Ligny, een gat in Namen. Waar de klaprozen bloeien, vallen de soldaten als vliegen. Ook in Wallonië, meer bepaald in het korenveld langs de rue du Bois du Loup. Rookpluimen stijgen ten hemel, we horen kanonnen bulderen en silexgeweren snerpen. Het is half elf, dit is nog maar het voorspel van wat tot een bloederige veldslag zal escaleren. Ook al schieten ze met losse flodders, toch valt al een slachtoffer te betreuren. Benny Degeest, officier in het 14de regiment huzaren van Napoleon, is uit zijn rol gevallen.  ‘Stom’, foetert hij. ‘Vanmorgen bleek dat ze me een zesjarige Engelse volbloed als huurpaard hadden gegeven. Niet in te tomen, ook al heb ik vijf jaar Spaanse rijschool gevolgd. Hij begon meteen te bokken en te stampen. Gevaarlijk voor het publiek, en een slecht voorbeeld voor de andere paarden. Er zat niets anders op dan af te stappen en het slagveld te verlaten. Doodzonde, want ik had een geweldige rol als verbindingsofficier, de liaison tussen Napoleon en generaal Pelet’.

Rusland

Hij heeft zijn paard ingeleverd, met de assistentie van een bevriende dragonder. Op de terugweg naar het slagveld, voortdurend onderbroken door selfiejagers, licht Benny zijn keuze toe. ‘Ik kom uit Tienen, destijds Frans gebied. In de Grande Armée zaten heel wat conscrits uit Tirlemont. Maar ik ben ook gefascineerd door het militaire genie en de historische betekenis van Napoleon. Wist je dat ons hele burgerlijk rechtssysteem nog altijd op de code Napoléon is gebaseerd?’.  Van een ambtenaar bij de FOD justitie nemen we dat graag aan, ook als hij op de ICT-dienst werkt. Benny is overigens eerlijk genoeg om nog een zwaarwegend motief te bekennen. ‘De Fransen hebben mooiere uniformen dan de geallieerden. Bij de Pruisen is het armoe troef. Een grijs kostuum met een petje, veel wilder wordt het daar niet’. Dat moet je hem zien: goudbrokaten sluitingen en officiersstrepen op scharlakenrood, kraag en mouwomslagen in koningsblauw, alleen al zijn jasje is om te stelen. Zijn spectaculaire hoofddeksel? ‘Een kolbak’, preciseert hij. ‘Gemaakt van echt berenbont, recyclage van een pelsmantel. Ik maak zoveel mogelijk zelf, want uniformen zijn peperduur. Bij de cavalerie zit je in de handel gauw aan 7.000 euro, zonder zadel en beslag’. Benny draait intussen zo’n 15 jaar mee in keizerlijke dienst. “Het is een passie, al mijn verlof en vrije tijd gaan eraan op. Ik heb al in heel Europa aan reenactments  meegedaan. Alleen voor Rusland pas ik, je moet ergens een lijn trekken’.

Benny Degeest, had liason van Napoleon kunnen zijn (foto: Brecht van Maele)

Benny Degeest, had liason van Napoleon kunnen zijn (foto: Brecht van Maele)

witte schimmel

De slag bij Ligny was een hecatombe, zo vertelt een dramatische luidsprekerstem.  Akkers bezaaid met lijken en afgerukte ledematen, het hele dorp in lichterlaaie. Niks overdreven, want het heeft hier op 16 juni 1815 gestoven. 12.000 Pruisen bleven dood of gewond achter, aan Franse zijde was de tol nauwelijks lager. De slag zou de geschiedenis ingaan als de laatste overwinning van Napoleon, twee dagen voor zijn ondergang in Waterloo. Zijn reïncarnatie, fier gezeten op een witte schimmel, oogst luid applaus bij het massaal opgekomen publiek. Dit is Wallonië: was het een potje voetbal, dan speelden de Fransen een thuismatch. Het bloedstollende relaas van de omroeper contrasteert nogal met het makke vertoon. Nu en dan zien we twee groepjes uniformen langzaam door het kniehoge koren naar elkaar toe schuifelen. Aanleggen, schieten, het levert alleen rook en lawaai op. Niemand zijgt ter aarde, laat staan dat er bloed of gekerm aan te pas komt. Alleen de cavalerie houdt enigszins de schijn op. Af en toe wordt er met getrokken sabel gechargeerd, de strijdkreet jooha is niet van de lucht. Reenactment? Geschilderde figuranten die tot leven werden gewekt maar nog stram staan van de vernis. Een tableau vivant met veel figuranten: 1.500 plus 100 paarden, dinsdag verhuizen ze met zijn allen naar Waterloo waar liefst 5000 reenactors en 300 paarden aan de bak gaan.

bestorming van de Bastille

Half twee, de inwendige mens roept, de slag wordt afgeblazen. Peloton na peloton trekt door het dorp. Netjes in de pas, klaroenspeler voor, trommelaars achter. Kurassiers, dragonders, huzaren, grenadiers, infanteristen en artilleristen, je moet al een kenner zijn om Frans van Pruis te onderscheiden. Aan beide kanten veel vrouwen, ook bij de cavalerie en de kanonniers. De zon is vandaag de gemeenschappelijke vijand, alleen al de gedachte aan een uniform doet het zweet uitbreken. Toch denkt Gerd Hoad er niet aan zijn jasje uit te trekken. We treffen de 54-jarige Brit uit Kenton-Londen bij een worstenkraam achter het lokale museum, voor de gelegenheid omgetoverd in een braderij met een onwaarschijnlijke variatie aan Napoleon-parafernalia. ‘Een echte reenactor draagt zijn volledige uniform als hij het bivak verlaat’, zegt Gerd. ‘Zie je die kerels daar in hun hemdsmouwen? Dat hoort echt niet’. Zeggen dat hij reenactment ernstig neemt, is een understatement. Al 27 jaar is Gerd bij de 9ième régiment d’infantérie légère, bijgenaamd ‘les incomparables’. We hebben het hem drie keer moeten vragen, want het klinkt nog altijd alsof hij een hete aardappel in de mond heeft. Wat moet een Brit ook bij Bonaparte? Had hij niet voor Wellington moeten kiezen? ‘Ben je gek’, zegt hij gespeeld verontwaardigd. ‘Aan wie hebben we onze vrijheid en democratie te danken? Aan wie het ideaal van een verenigd Europa? Leve Napoleon en leve de Franse revolutie! Ik ben niet voor niks in 1988 begonnen, tweehonderd jaar na de bestorming van de Bastille”. Zestig incomparables uit acht verschillende landen zijn naar Ligny afgezakt, in Waterloo komen er nog dertig bij. Vrienden voor het leven, ze hebben samen veldslagen in Spanje, Oostenrijk, Duitsland, Italië en Frankrijk doorstaan. ‘Waterloo wordt emotioneel’, zegt Gerd. ‘Het einde van Napoleon, en meteen ook het eindpunt voor onze club. Begin oktober komen we nog een laatste keer samen in Carcassonne, om de ontbinding van le 9ième te herdenken’.

reeactors, even beweeglijk als figuranten uit een schilderij (foto: Brecht Van Maele)

reeactors, even beweeglijk als figuranten uit een schilderij (foto: Brecht Van Maele)

Europese gedachte

Gehoord van verschillende reenactors: de veldslagen zijn misschien wat saai, maar het bivak maakt alles goed. Het ziet er inderdaad gezellig uit, een camping zonder auto’s of caravans, met linnen tenten en primitief kookgerei. Vrouwen spelen hier bij voorkeur  de rol van vivandières. Wasvrouwen, drankverkoopsters, ze hoorden bij de negentiende-eeuwse legers, net als de prostitués die vandaag schitteren door afwezigheid. Terwijl op het houtvuur een pan spek en een stoofpot pruttelen, is Thorsten Morgendahl zijn geweer aan het poetsen. Aan de bretellen op zijn blote bast valt het niet af te lezen, maar we zijn te gast bij The King’s German Legion. ‘Een Duitse eenheid binnen het Britse leger’, legt hij uit. ‘Komt door de personele unie tussen het Britse koningshuis en het keurvorstendom Hannover, maar dat is een lang verhaal’. Thorsten, manager van beroep, is al 20 jaar reenactor. ‘In Duitsland heb je twee opties. Je kunt middeleeuwer spelen, compleet met zwaardgevechten. Leuk, maar ik vind maliënkolders met ritsen nogal fake. De beleving van de Napoleontische periode is veel authentieker. Het geeft ook een goed gevoel, Duitsers, Engelsen en Fransen samen op bivak. Gezworen vijanden die verbroederen, goed voor de Europese gedachte”.

Thorsten Morgendahl doet het ook voor de Europese gedachte (foto: Brech Van Maele)

Thorsten Morgendahl doet het ook voor de Europese gedachte (foto: Brech Van Maele)

Amerikaanse burgeroorlog

Daar hebben Chuck en Judy Young wellicht geen boodschap aan. Het Amerikaans koppel is voor de gelegenheid bij de Pruisische Landsturm ingelijfd. ‘Maar thuis doen we ook andere periodes’, zegt Chuck. ‘De Romeinen, de Amerikaanse burgeroorlog, zelfs WOII. We hebben onze eigen tank, een Duitse Stug III van 20 ton. Mijn vrouw rijdt, ik bedien het kanon’. Het was voor de Youngs gisteren een prettig weerzien met Bill Lincoln, een van de vele Australiërs die voor het eeuwfeest naar België is komen vliegen. Plannen om vijftig paarden van down under mee te brengen, botsten in Waterloo op een veterinair veto. Vorig jaar waren de Youngs met Bill in Hoogstraten, ook Leipzig hebben ze samen beleefd. Veel geld? Chuck, managing partner van een munitiefabriek, haalt de schouders op. ‘Tijdsgebrek is een groter probleem. Maar 200 jaar Waterloo, dat had ik voor geen goud ter wereld willen missen’.

 

Kaasoorlog in Herve: hysteria over listeria

De Standaard Weekend, 13 juni 2015

‘Alsof er in mijn kaaskelder ebola loerde’ 

Kaasmaker Joseph Munnix blijft ervan overtuigd: van een beetje listeria gaat een mens niet dood. De voedselinspectie zag dat anders en nam de hele voorraad rauwmelkse Hervekaas in beslag. Kroniek van een bewogen zuiveloorlog.

 

Kaasmaker en boer Munnix gebruikt alleen melk an vertrouwde uiers. (foto: Dieter Telemans)

Kaasmaker en boer Munnix gebruikt alleen melk van vertrouwde uiers. (foto: Dieter Telemans)

Joseph Munnix had zijn pensioenplan helemaal klaar. Eind dit jaar zou hij zijn veestapel verkopen. 38 koeien klinkt weinig indrukwekkend, maar voor een zeventigjarige met een kunstheup werd het toch wat zwaar. Kaas maken daartegen, dat zag hij zichzelf nog wel een poosje doen. Zijn grootouders zijn ermee begonnen toen ze na de oorlog deze eeuwenoude hoeve in Battice bij Herve kochten. Hervekaas van Munnix werd een begrip onder gastronomen. Alleen verkrijgbaar op de boerderij, zelfs vanuit Nederland en Frankrijk kwamen liefhebbers ervoor aanrijden. Munnix was dan ook de op één na laatste kaasmaker die zijn delicatesse volgens het traditionele recept bereidde: met rauwe melk, recht uit de uier van de eigen koeien. “Het had ook zonder eigen beesten gekund”, zegt hij. “Boeren genoeg in de omgeving, ik weet waar ik goede melk kan vinden”. `

Die moeite kan hij zich alvast besparen. Zeker, het bordje langs de rue de Maastricht staat er nog, en aan de muur naast de kelderdeur hangen nog de  A’4’tjes met prijzen. 2 euro voor een kaasje, ook boter, eieren en verse melk zijn verkrijgbaar. Van de eieren zijn we niet zeker, maar voor Hervekaas moet men bij Munnix niet meer aankloppen. De boer krijgt tranen in de ogen als hij tafereel beschrijft dat zich hier vorige vrijdag heeft afgespeeld. Vreemde mannen liepen de smalle keldertrap op en af. De hele voorraad, zo’n 1.500 rijpende kaasjes, het product van weken noeste arbeid, werd afgevoerd naar een wachtende koelwagen. “Ze droegen van die witte pakken”, zegt hij schamper. “Alsof er in mijn kelder ebola loerde”.

Munnix is zijn lege kaaskelder (foto: Dieter Telemans)

Munnix is zijn lege kaaskelder (foto: Dieter Telemans)

besmette worst

Het Gevaar in Munnix kelder droeg een andere naam. Listeria monocytogenes, een bacterie met een reputatie. Bij zwangere vrouwen, zuigelingen en mensen met een zwakke weerstand, kan het beestje een listeriose-infectie veroorzaken, met gevolgen die variëren van onschuldige maagdarmklachten over hersenvliesontsteking tot spontane miskramen. Zuivelproducten op basis van rauwe, niet gepasteuriseerde melk zijn een dankbare biotoop, maar listeria kan ook in groenten en vlees opduiken. Vorig jaar nog stierven twaalf Denen na de consumptie van met listeria besmette worst. Zo’n catastrofe is gelukkig erg uitzonderlijk. In België worden jaarlijkse 70 tot 80 gevallen geregistreerd, in 2013 vielen er vier listeria-doden.

De besmetting kwam na een routinecontrole door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) aan het licht. Op 10 april werd er bewarend beslag gelegd: in afwachting van de tegenexpertise was het Munnix ten strengste verboden nog kaas te verkopen. Hij doet er niet flauw over. Klanten bleven komen, en hij heeft ze niet met lege handen weggestuurd. De inspectie kreeg lucht van de verboden handel en schakelde het parket van Verviers in. Het weerhield de gekrenkte boer er niet van luidkeels te blijven verkondigen dat er met zijn kaas niks mis was. Ook voor camera’s en microfoons, want de zaak escaleerde in Wallonië tot een mediasoap. Producenten van artisanale streekspecialiteiten en adepten van kleinschalige, biologische landbouw sprongen in de bres voor Munnix. Eens te meer was het FAVV de gebeten hond. Het agentschap, zo klonk het verwijt, hanteert door Europa gedicteerde normen die op maat van de voedingsindustrie zijn geschreven. Die ultrastrenge hygiënenormen zijn noodzakelijk in een lange keten, als er tussen productie en consumptie veel tijd verstrijkt door opslag en transport. Ambachtelijke producenten zoals kaasmaker Munnix behoren echter tot de korte keten, ze leveren rechtstreeks aan de verbruiker, thuis of op boerenmarkten. Voor hen zijn industriële normen overdreven en onhaalbaar, niet in de laatste plaats omdat ze loodzware investeringen vergen. Steuncomités schoten uit de grond, een tweetalige Facebook-petitie verzamelde in een mum van tijd duizenden likes. De kaasoorlog beleefde een grimmig hoogtepunt toen een FAVV-inspecteur op 15 mei in opdracht van het parket de kaasvoorraad kwam inventariseren. De poging werd noodgedwongen gestaakt, nadat het erf met een inderhaast opgetrommelde schare Munnix-supporters was volgelopen.

levend product

De kelder met de lege schappen biedt een triest aanblik, het aanpalende atelier is een museum geworden. Er is de kuip waarin hij de melk liet stremmen. De uitlektafel, een ingenieus systeem dat 500 kaasjes tegelijkertijd laat zweten. “Ik maakte twee soorten”, vertelt Munnix terwijl hij het rotatiemechanisme demonstreert. “Herve doux moet zes tot acht weken rijpen. De piquant liet ik drie maanden liggen, die werd ook dubbel gezouten”. Het is hem in zijn lange carrière meermaals overkomen: bij het keren van de uitlektafel steeg een bijtende ammoniakgeur op. “Dan kon je de hele lading bij de varkens gooien. Je hebt daar geen laboratorium voor nodig, je ziet het ook als er iets mis is. Gaten door ontsnappende gassen, korsten met donkere vlekken. Dat gebeurt, zelfs al gebruik je altijd dagverse melk. Vooral op onweerachtige dagen was het oppassen geblazen”.

Ammoniak heeft hij niet geroken toen hij zijn laatste productie liet uitzweten. Allemaal kaasjes met een vaste textuur en een lichte, egale korst, appetijtelijker wordt het niet. Maar er zat dus listeria monocytogenes in, wat ook bleek uit de positieve tegenexpertise. Ontkennen wil hij dan ook niet, relativeren des te meer. “Slechts twee van de vijf geteste kaasjes waren positief. En dan nog, het ging om hoop en al tien kolonies per 25 grammen. Dat is verwaarloosbaar, de Europese norm laat 100 kolonies per gram toe. Maar het FAVV past voor listeria nultolerantie toe. Dat is onrealistisch, met zo’n normen kun je geen rauwmelkse kaas maken. Melk is een levend product, daar horen beestjes bij”. De 70-jarige boer heeft zich ingelezen, en niet alleen op Wikipedia. Rauwe melk is gezond, betoogt hij gloedvol, als ze tenminste vers en deskundig wordt verwerkt en afkomstig is van vertrouwde uiers  Verschillende bacteriën houden elkaar in evenwicht, ze vormen een soort ideale samenleving, de Multiflora die het menselijk immuunsysteem heilzaam prikkelt. Waarom lopen er zoveel kinderen met allergieën rond? Omdat tegenwoordig alles wordt gepasteuriseerd, een procedé waarbij ook kostbare mineralen en andere voedingstoffen verloren gaan.

Joseph Munnix blijft erbij: 'Perfect veilige Hervekaas'. (Foto: Dieter Telemans)

Joseph Munnix blijft erbij: ‘Perfect veilige Hervekaas’. (Foto: Dieter Telemans)

zwangere vrouwen

Het is nog niet zo lang geleden: op iedere boerderij in Herve werd kaas gemaakt. Vanaf de jaren zestig ging het snel achteruit. Intensieve veeteelt viel niet meer te combineren met kaasmaken, ook het aanscherpen van de hygiënenormen deed veel fromageurs afhaken. Aanscherpen? “Voor 1995 werd er helemaal niet gecontroleerd”, zegt Munnix met onverholen heimwee. “Nochtans lag de kwaliteit van de melk toen een stuk lager. Koeltanks en melkinstallaties stonden nog niet op punt, in de veestapel kwamen nog ziektes zoals tbc voor. Neem het van mij aan: de kaas die mijn ouders en grootouders maakten, bevatte veel meer listeria en andere beestjes dan mijn product. Iedereen at ervan, kinderen zowel als zwangere vrouwen. Nooit is er iemand ziek van geworden. Weet u, vier jaar geleden had ik ook prijs bij de FAVV-controle. Toen was er geen discussie, ik zat duidelijk boven de Europese norm en heb de hele lading vernietigd. Maar vooraleer de besmetting werd ontdekt, hadden we hier met zijn allen al stevig van dat lot kaas gegeten. Niemand heeft zelfs maar een krampje gevoeld”. Het doet hem nog altijd deugd: tijdens de kaasoorlog kreeg hij steun van een huisarts uit het naburige Aubel. In zijn 25 jarige carrière had dokter Constant geen enkel geval van listeriose gezien, evenmin kende hij collega’s die ervaring met de ziekte hadden. “Het risicio van listeria wordt zwaar overdreven”, besluit  Munnix.

Veel wil FAVV-woordvoerder Jean-Sébastien Walhin niet kwijt, de zaak is in handen van het parket. Maar het verhaal van de nultolerantie wil hij alvast corrigeren. “Meneer Munnix heeft u verkeerd voorgelicht”, zegt hij wat kregelig. “In de productiefase geldt inderdaad nultolerantie. In de commercialisatiefase daarentegen, wanneer het product in de winkel ligt, tolereren we tot 100 kolonies per gram. In dit dossier is er geen twijfel, de besmetting werd tijdens de productiefase geconstateerd”. Verder moeten we het met stellen met een persbericht waarin het FAVV met klem ontkent dat het artisanale producenten viseert. Dat werd ons door verschillende bronnen binnen het Boerenforum, een koepel van duurzame producenten en lokale voedselteams, bevestigd. Inspecteurs schieten wel eens met een kanon op een mug, maar veeleer uit onwetendheid dan uit slechte wil. Wie goede argumenten heeft, vindt bij FAVV vaak een luisterend oor. Toch werd een zekere willekeur betreurd: veel hangt af van de luim of visie van de dienstdoende inspecteur. En ook hier luidde de voornaamste kritiek dat het wapenarsenaal, de industriële normen, niet geschikt is voor de korte keten. Daarom is fromagerie Munnix ook in Vlaanderen een symbool geworden, al zit er een dubieus kantje aan. Tolerantie voor listeria, geen slogan waarmee ambachtelijke producenten willen uitpakken.

hartproblemen

De 1500 aangeslagen Munnix-kaasjes werden niet vernietigd maar naar een traiteur afgevoerd. Na een kiemdodende verhitting zullen ze als gesmolten kaas tot delicatessen worden verwerkt. “Zo hebben we de pil voor meneer Munnix verguld”, zegt burgemeester en Waals MR-parlementslid Pierre-Yves Jeholet. “Transformeren, dat klinkt beter dan vernietigen”. Het verrassende compromis kwam tot stand tijdens een door hem belegde crisisvergadering. Aan de tafel zaten niet alleen het kamp Munnix en het FAVV, ook Waals minister van landbouw Willu Borsus (MR) tekende present. Er vielen harde woorden, maar Jeholet is opgelucht met resultaat. Behalve het zelfbeeld van de 70-jarige kaasmaker stonden ook het imago en de economie van Herve op het spel. Jeholet: “90 procent van alle Hervekaas is gepasteuriseerd. Ook die wordt hier gemaakt, door de Société Herve die 80 mensen tewerkstelt. De voorbije weken kregen ze ongeruste telefoontjes van buitenlandse verdelers. Wat is dat daar met listeria in Hervekaas? Rauwe of gepasteuriseerde kaas, men begon alles op een hoop te gooien”.

Munnix, die aan de heisa hartproblemen overhield en zeven kilo verloor, heeft de handdoek in de ring gegooid. “Om opnieuw te mogen verkopen zou ik eerst drie listeria-vrije loten moeten produceren. Dat zie ik niet zitten, met de nultolerantie als een zwaard van Damokles boven mijn hoofd” . Voortaan zal hij zijn rauwmelkse Herve bij Madeleine Hanssen moeten kopen, de allerlaatste artisanale producent. Ze heeft pas zwaar geïnvesteerd, de omzetstijging door het ongevraagde monopolie komt niet ongelegen. “Maar het zal niet voor meteen zijn”, zegt Munnix. “Ik heb wat van mijn kaasjes ingevroren. Die gaan we eerst met smaak opeten. Perfect veilig”.