Maandelijks archief: mei 2012

Tirana Hassan, mensenrechtenwaarnemer van Human Rights Watch

 

(verschenen in de reeks Het Grove Werk, Humo, 30 april 2012)

tirana hassan

foto: Marco Mertens

Het woord is te lang voor een scrabblebord: mensenrechtenwaarnemer. Bekt het voor geen meter, noodzakelijk is het vak wel. Terwijl we ons onder een idyllisch lentezonnetje naar het Brusselse kantoor van Human Rights Watch (HRW) begeven, bloedt Syrië uit al zijn poriën. Opstandige stadwijken worden met zware artillerie platgebombardeerd, zonder consideratie voor vrouwen, kinderen of andere burgers. In folterkamers draaien de specialisten ‘bijzondere ondervragingstechnieken’ overuren, intussen worden vanuit helikopters met kwistige hand landmijnen gestrooid om radeloze vluchtelingen tegen te houden. Al anderhalf jaar duurt de Arabische Lente, mensenrechtenwaarnemers kunnen het nauwelijks bijbenen. Ook in Libië, Egypte en Jemen ging de machtswissel met veel bloedvergieten gepaard. Niet dat het elders in de wereld zoveel beter is gesteld met de fundamentele rechten en vrijheden des mens. De websites van Amnesty International en HRW, de grote twee van de mensenrechtenzorg, liegen er niet om. Van China over Mexico tot Wit-Rusland, overal worden de mensenrechten met voeten getreden, als het al niet met legerbottines of politielaarzen is.

Toch viel er de voorbije weken ook goed nieuws te rapen. Vorige week werd Charles Taylor, de voormalige president van Liberia, door het Speciale Hof voor Sierra Leone schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De veroordeling van een gewezen staatshoofd is een wereldprimeur voor de internationale justitie. Luttele weken eerder heeft ook het Internationaal Strafhof van Den Haag (ICC) , tien jaar na zijn oprichting, zijn eerste vonnis geveld. De Congolese krijgsheer Thomas Lubanga werd eveneens schuldig verkaard aan oorlogsmisdaden, onder meer wegens het inzetten van kindsoldaten;

“Een belangrijke stap voorwaarts”, verheugt Tirana Hassan (37) zich, terwijl ze twee espresso’s tankt. “Okay, er wordt terechte kritiek gegeven op het ICC. De rechtspleging heeft veel te lang geduurd, zelfs als je bedenkt dat het Hof een absolute pioniersrol speelt. En inderdaad, Lubanga is maar een kleine garnaal, Taylor een politieke has been. Wie macht of connecties heeft, blijft voorlopig buiten schot.  Maar dat doet niks af aan de waarde van deze vonnissen: het is een eerste, voorzichtige stap op weg naar een nieuwe rechtscultuur. Gedaan met de straffeloosheid, dat is de boodschap die het ICC naar dictators, generaals, rebellenleiders en terroristen uitstuurt. Vroeg of laat moeten jullie rekenschap geven voor jullie misdaden. Ondanks alles ben ik optimistisch. Het concept mensenrechten wordt steeds ruimer bekend. Waar draait tenslotte de hele Arabische Lente om? Burgers opkomen voor hun rechten en vrijheden”.

We installeren ons met twee espresso’s op de bovenste verdieping, het zich op het Jubelpark is prachtig. Onze gesprekspartner is in meer dan één opzicht een wereldburger. Vader Pakistaan, moeder Maleisische van gemengde Sri Lankaans-Chinese origine, zelf heeft Tirana Hassan de Australische nationaliteit. Geen stamboom om een sedentair bestaan te lijden. Hassan sleet het voorbije decennium in oorden zoals Indonesië, Senegal, Soedan en Kenia, van waaruit ze geregeld missies naar buurland Somalië ondernam. Ze werkte achtereenvolgens voor Save the Children en Artsen Zonder Grenzen, organisaties waar ze zich onder meer het lot van kindsoldaten aantrok. Twee jaar geleden maakte ze de overstap naar emergency desk van Human Rights Watch, de vliegende brigade die onder leiding van de Belgische Amerikaan Peter Bouckaert staat. Al met al hebben we geluk dat we Hassan in haar Brusselse thuisbasis aantreffen. Het voorbije jaar was ze constant de hort top voor de Arabische Lente, binnenkort vertrekt ze naar Nigeria waar de Islamitische terreurorganisatie Boko Haram lelijk huis houdt.

 Humo: avontuurlijk bestaan. Altijd al mensenrechtenwaarnemer willen worden?

Tirana Hassan: “Nee, maar ik heb wel altijd geweten waar mijn passie lag. Opkomen voor slachtoffers van het systeem, een stem geven aan mensen die hun rechten niet kennen of niet bij machte zijn ze af te dwingen. In Adelaide werkte ik als sociaal assistente met daklozen,  vaak jonge mensen met psychische problemen. Die ervaring heeft me er toe aangezet rechten te gaan studeren, zodat ik die mensen beter kon helpen. Uitgerekend in die periode brak in Australië een gigantisch asielschandaal uit. Ik weet dat het ver van jullie bed is, maar misschien is het toch doorgesijpeld. Nooit gehoord van de rellen in Woomera?”.

Humo: euh…Woomera?

Hassan: (onverstoorbaar) “Woomera is een stadje in Zuid-Australië, letterlijk in the middle of nowhere. Bij ons staat het vooral bekend vanwege zijn testbasis voor raketten. Veel minder bekend was dat de regering eind van de jaren negentig in alle stilte een kazerne had omgebouwd tot gesloten centrum voor bootvluchtelingen, vooral Afghanen, Irakezen en Iraniërs. De publieke opinie raakte pas op de hoogte toen er in 2000 een opstand uitbrak en een aantal barakken in brand werden gestoken. Een plattelandsadvocaat trok op onderzoek en stelde schandalige wantoestanden vast. Gezinnen met kinderen zaten al meer dan een jaar opgesloten in een soort concentratiekamp, beveiligd met een dubbele muur van prikkeldraad. Er was nauwelijks contact met de buitenwereld, de gedetineerden kregen geen juridische bijstand. Ik heb die advocaat gecontacteerd, en samen met enkele confraters zijn we een jaar lang in Woomera gaan wonen om de asielzoekers bij te staan. Voor het plezier moesten we het niet doen. In Woomera viel niks te beleven, bovendien waren nagenoeg alle buren werknemers van het detentiecentrum die niet bepaald warm liepen voor onze bemoeienissen. Korte tijd later ben ik naar het buitenland getrokken. Eerst naar Indonesië, om slachtoffers van de tsunami bij te staan. Ik hield me vooral bezig met de strijd tegen kindermisbruik, ook toen ik later voor Save the Children en Artsen Zonder Grenzen in Afrikaanse conflictgebieden zoals Sierra Leone, Liberia Ivoorkust, Darfour en Somalië ging werken. Kindsoldaten, seksslavinnen, dat was mijn dagelijks brood. Ik was geen groentje meer toen ik hier als emergency researcher aan de slag ging”.

Humo: u bent dus juriste. Een must om dit werk te doen?

Hassan: “Nee, heel wat collega’s hebben geen diploma rechten op zak. Maar het helpt natuurlijk wel, tenslotte blijft de wet ons voornaamste wapen. Je moet op zijn minst kennis hebben van internationaal humanitair recht en oorlogsrecht. Het volstaat niet op onderzoek te gaan en terug te keren met de boodschap dat er verschrikkelijke dingen gebeuren. Accuratesse is de kracht van onze rapporten, we kiezen onze bewoordingen met veel zorg. Dit zijn de feiten die we op het terrein hebben vastgesteld, dit zijn de overtredingen van artikels zus en zo van het internationaal recht, dit zijn de mechanismen om de schuldigen ter verantwoording te roepen. Wordt er gefolterd? Dan verzamelen we de bewijzen, we leggen de gehanteerde methodes bloot, we proberen te achterhalen wie de folteringen heeft uitgevoerd en wie de bevelen daartoe heeft gegeven. Fact finding, dat is een belangrijk aspect van ons werk. Het is geen toeval dat heel wat mensenrechtenwaarnemers gewezen journalisten zijn, vaak oorlogscorrespondenten met rijke terreinervaring”.

Humo: oh ja? Waar zit het verschil tussen journalisten en mensenrechtenwaarnemers?

Hassan: “Journalisten gaan voor het verhaal, wij gaan voor de waarheid. Dat vergt een andere benadering, want in een conflict probeert iedere partij haar eigen verhaal als het enige juiste te verkopen. In oktober was ik met Peter Bouckaert in Sirte, vlak nadat de stad in handen van de rebellen was gevallen. We wilden de impact van de Navo-bombardementen documenteren, en zien hoe de burgers het wekenlange beleg hadden doorstaan. Het was behoorlijk hallucinant, we doolden dagenlang door lege straten in een kapotgeschoten spookstad. Zo hebben we de ontdekking gedaan: een hotel met meer dan vijftig lijken, allemaal de handen achter de rug gebonden, duidelijk strijders die van dichtbij werden geëxecuteerd. Vooraleer ze werden begraven, hebben we de lichamen gefotografeerd, in de hoop ze ooit te kunnen identificeren. Dat bloedbad is de wereld rondgegaan. Het werk van Kadhafi-getrouwen, was de algemene veronderstelling. Immers, Sirte was het laatste bolwerk van de kolonel. De slachtoffers moesten dus wel rebellen zijn die vlak voor de val van Sirte door zijn militairen waren afgemaakt. Maar door lang ter plaatste te blijven en overlevenden te ondervragen, slaagden we erin de exacte reisroute te traceren van het konvooi waarmee Kadhafi zijn ultieme ontsnappingspoging had gewaagd. De conclusie lag voor de hand: de lijken in het hotel konden geen rebellen zijn, het waren integendeel vluchtende Kadhafi-militairen! Dat strookte ook met materiële bewijzen die we in het hotel vonden. Blijkbaar diende het gebouw tijdens het beleg als uitvalsbasis voor verschillende milities uit Misrata, onder meer de Tiger Brigade die ook de executie van Kadhafi heeft geclaimd. Ik vertel dit maar om te illustreren waar het verschil zit met journalistiek. We zijn verplicht veel dieper in de materie te spitten, en er angstvallig over waken dat we niet worden gemanipuleerd. Getuigenissen verzamelen, checken en dubbelchecken, materiële bewijzen zoeken, dat is het werk van de mensenrechtenwaarnemer. Gelukkig kunnen we op een netwerk van experts terugvallen”.

Humo: zoals?

Hassan: “Wapendeskundigen. Als we wapens ontdekken, maken we foto’s en sturen die meteen door naar onze experts. Zo hebben we in Libië verschillende onbeheerde wapendepots aangetroffen. Binnen een paar uur wisten onze experts ons alle details te leveren: om welk type van Russisch raketlanceerder het ging, en of de wapens tijdens of buiten het embargo werden verkocht. Die informatie is belangrijk op het terrein, ze kan doorslaggevend zijn om uit te maken welke partij voor welke beschietingen verantwoordelijk is”.

umo: u oefent een van die zeldzame beroepen uit waar kennis van foltertechnieken een belangrijke vaardigheid is. Bent u daar zelf beslagen in?

Hassan: “We sturen geregeld foto’s door naar forensische experts. Maar meestal is het duidelijk genoeg. Sporen van autobanden of uitgeduwde sigarettenpeuken op een lichaam, dat zijn geen natuurlijke verschijnselen. In Bahrein heb ik er een vreselijk staaltje van gezien. Het ging om een jonge man die in zijn dorp dagenlang werd opgejaagd, hij had namelijk deelgenomen aan de protesten tegen het regime van de emir. De politie kreeg hem uiteindelijk te pakken in het verlaten gebouw waar hij zijn toevlucht had gezocht. Ik heb het resultaat gezien, het was gruwelijk. Er lag niet alleen een enorme plas bloed, ik vond ook tanden en zelfs botfragmenten. Ik heb de mensen geïnterviewd die hem hebben gevonden. Levend, ze hebben hem nog naar het ziekenhuis gebracht. Ik ben daarop met de dokters van dat ziekenhuis gaan praten. Het bloedverlies was massaal, ze hadden nog nooit een patiënt met zo’n laag niveau aan bloedplaatjes gezien. Blijkbaar hebben ze hem meermaals van dichtbij beschoten, de stukken bot waren trouwens afkomstig van zijn kapotgeschoten knie”.

Humo: heeft hij het overleefd?.

Hassan: “Nee, maar dat wisten die dokters toen nog niet. De politie is hem komen ophalen, ze zouden hem naar een militair hospitaal overbrengen. Die dokters stonden hoe dan ook machteloos. Ze konden geen bloedtransfusie geven, want de autoriteiten hadden alle bloedvoorraden in het militair hospitaal gecentraliseerd. Niettemin, de transfer was zeer verontrustend. Het was bekend dat de afdeling oftalmologie van dat militaire ziekenhuis als martelcentrum was ingericht. We hebben alles in het werk gesteld om hem terug te vinden. Tevergeefs, drie dagen later werd zijn verminkte lijk aan de familie teruggegeven. Die case is zeer uitvoerig gedocumenteerd, je vindt er ook videoposts over op onze website. Dat is dan ook het enige wat we voor zulke slachtoffers kunnen doen: bewijzen verzamelen in de hoop dat we ooit gerechtigheid kunnen eisen”.

Humo: gruwelijk verhaal. Toch spreekt haast niemand over de Arabische Lente in Bahrein. Omdat de Golfstaat een strategische bondgenoot van het Vrije Westen is?

Hassan: (zucht) “Er is inderdaad veel te weinig aandacht voor Bahrein. Om geopolitieke redenen, maar dat verklaart niet alles. Het regime heeft buitenlandse pr-bureaus ingeschakeld om zijn versie van de feiten te verspreiden. Miljoenen dollars werden besteed om de wereld te doen geloven dat er tijdens de hele revolte niemand aan de gevolgen van foltering is gestorven. Ach, de internationale gemeenschap heeft zich met een kluitje in het riet laten sturen. Na het neerslaan van de opstand werd een internationale onderzoekscommissie opgericht, onder leiding van een prominente Egyptische mensenrechtenactivist die een vernietigend rapport heeft geschreven. ‘Geef ons tijd om de aanbevelingen in de praktijk te brengen’, reageerde het regime. Maar ondertussen zitten er nog altijd honderden politieke gevangen achter de tralies, en gaat het folteren gewoon door. We kunnen alleen maar hopen dat de internationale gemeenschap haar geduld met Bahrein verliest. Aan ons zal het niet liggen, we hebben een medewerker die zich voltijds met het dossier bezig houdt. Vorige week is het Formule 1 circus in Bahrein neergestreken. Die kans hebben we niet laten liggen om de wantoestanden aan te klagen”.

Humo: wordt u persoonlijk geraakt door gevallen zoals dat van die onfortuinlijke jongeman?

Hassan: “Uiteraard, het zijn geen statistieken die we documenteren, maar mensen van vlees en bloed. Maar ik laat me niet ontmoedigen, het zijn integendeel cases zoals deze die me vooruit branden. Je moet trouwens gedreven zijn, anders houd je in het deze branche niet lang vol. Gewoonlijk ben ik een week of twee, drie op het terrein. Dat is op zich al zwaar genoeg, maar uitrusten is er niet bij als ik thuiskom. Het verzamelde materiaal mag niet verloren gaan, ik moet het in een rapport gieten. Soms, als het om een urgentie gaat, zit ik er dag en nacht aan te schrijven. In feite kun je het met een productieband vergelijken. De researchers verzamelen de feiten en schrijven de rapporten, na ons komen de collega’s die met onze rapporten in de hand gaan lobbyen. Ze oefenen druk uit op regeringen of internationale organisaties om in te grijpen in humanitaire noodsituaties. Maar evengoed koppelen ze naar het land terug waar de schendingen werden vastgesteld. Dit zijn de feiten, en wat gaan jullie eraan doen? Als je van een hondenstiel wil spreken, mensenrechtenlobbyist is pas een echte hondenstiel. Vaak willen autoriteiten niet eens met ons praten, of doen ze onze rapporten zonder argumenten als leugens en laster af. Erg frustrerend”.

Humo: binnenkort vertrekt u naar Nigeria. Hoe bereidt u zo’n missie voor?

Hassan: “Kranten lezen en websites uitpluizen, journalisten interviewen die het land recent hebben bezocht. Als emergency researcher vertrek je nooit met een leeg blad. Human Rights Watch heeft overal regional offices en country researchers die op hun beurt een netwerk van locale activisten en informanten achter zich hebben. We werken een checklist af: waar werden de ergste misdaden gepleegd? Kunnen we die plek bereiken? Kunnen we er veilig logeren? Dreigt er eventueel gevaar op kidnapping? In Somalië was dat een groot probleem, vandaar dat ik vanuit Nairobi moest opereren. Benieuwd naar Nigeria, naar het schijnt moet je ook daar in sommige streken op je tellen passen voor ontvoerders”.

Humo: In Syrië speelden jullie erg kort op de bal, alleen oorlogsfotografen waagden zich nog dichter bij de frontlijn. Riskant?

Hassan: “Syrië was inderdaad een aparte ervaring, op sommige momenten voelden we de grond onder onze voeten letterlijk daveren van de explosies. Maar schilder ons niet af als thrillseekers, het was gewoon belangrijk om dicht bij de plaats van de actie te verblijven. Na de val van Sirte zijn we onmiddellijk in de auto gesprongen. Op weg naar de stad kruisten we drie vrachtwagens met laadbakken vol gevangen Kadhafi-strijders op weg naar Misrata. Omdat we vreesden voor wraakexecuties zijn we nog dezelfde avond naar Misrata teruggekeerd om uit te vissen wat er van die krijgsgevangen was geworden. Na enige rondvragen hebben we de drie groepen teruggevonden, ongedeerd”.

Humo: heeft jullie alerte reactie wraakexecuties voorkomen?

Hassan: “Dat kun je niet bewijzen, maar de rebellen waren zich goed bewust van onze aanwezigheid. Ze wisten ook dat we vragen zouden stellen als er iets met de gevangenen gebeurde. We hadden trouwens nog een reden om haast te maken. Kadhafi was vermoord, maar heel wat toplui van zijn regime waren levend in handen van de opstandelingen gevallen. Daar zaten mensen tussen die ons veel konden vertellen over hangende dossiers zoals het bloedbad in de Abu Salim gevangenis waarbij meer dan 1.200 gedetineerden koudweg werden afgemaakt. We hebben van overgangsraad van Misrata toelating gekregen om die gevangenen te ondervragen. Erg interessant, we hebben heel wat nieuwe elementen verzameld. Het bloedbad van Abu Salim is bijna twintig jaar oud, maar het is niet te laat om de schuldigen ter verantwoording te roepen. Dat is waar je het als mensenrechtenwaarnemer voor doet”.

Humo: geen thrillseekers dus. Toch lijken een dosis lef en een vleugje doodsverachting onontbeerlijk in deze business…

Hassan: “Ach, we moeten het gevaar niet overdrijven, in principe nemen we alleen berekende risico’s. Voor we ons in een conflictgebied wagen, houden we een teamvergadering waaraan ook security experts deelnemen. Natuurlijk trek je een kogelvrij vest aan, je weet dat het er bij de checkpoints warm aan toe kan gaan, en je mag ook niet schrikken als er wat verdwaalde kogels rondvliegen of in de verte een bom ontploft. In mijn tijd in Darfour was mijn oor er op getraind. De doffe dreun van een naderende Antonov betekende dat het bommen gingen regenen. Dan ging ik schuilen, net zoals de plaatselijke bevolking die met het gevaar was opgegroeid”.

Humo: is vrouw zijn een voordeel voor een mensenrechtenwaarnemer?

Hassan: “Absoluut. Ik speel dat ook bewust uit. Niks beter dan lipstick en make-up om vlot voorbij een checkpoint te geraken. In plaats van je te controleren, word je vaak nagewuifd. De feminist in mij zal het niet graag horen: vrouwen hebben een zachtere uitstraling. Dat is ook een groot voordeel bij het verzamelen van getuigenissen. Vaak werken we in gebieden waar de mannen weg zijn, ze zijn vermoord, vermist of gaan vechten. Het is voor mij gemakkelijker het vertrouwen van de achtergebleven vrouwen te winnen dan voor mannelijke collega’s. Vertrouwen, dat is een cruciaal begrip. Getuigen hebben meestal vreselijke dingen meegemaakt, pijnlijk en vernederend. Hun vertrouwen in de medemens is geschokt, soms kun je de terreur waarin ze leven letterlijk voelen. Toch zijn ze bereid hun intiemste ervaringen met een wildvreemde te delen. Dat ontroert me telkens weer, het vervult me met een enorm plichtsbesef”.

 

Humo: kunnen jullie openlijk werken en getuigen ondervragen, of reizen jullie clandestien?

Hassan: “We proberen altijd officieel te reizen, met visum en opgave van reden. Als dat niet lukt, reizen we onder het mom van toerist of met een business visum. Voorzichtigheid is de boodschap. Het laatste wat we willen is onze getuigen en informanten last berokkenen. Laptops of geheugensticks zijn erg verraderlijk, je zult maar aan een checkpoint of douanepost worden tegengehouden terwijl je pc of stick uitpuilt van de interviews, namen en adressen. Geloof me, het beschermen van onze bronnen is een absolute prioriteit. Ik kan niet alle details verklappen, maar we gebruiken snufjes zoals gecodeerde satelliettelefoons om de informatie veilig buiten te smokkelen”.

Humo: zijn er landen waar het onmogelijk is om te werken?

Hassan: “In sommige landen is het erg moeilijk. We worden constant in de gaten gehouden, het is ondenkbaar dat we er een permanent kantoor zouden openen. Daarnaast zijn er de landen waar we gewoon niet binnen raken. Die houden we in de gaten vanuit de buurlanden, met de hulp van anonieme correspondenten die informatie verzamelen en doorsturen. In uitzonderlijke gevallen, als er geen enkel alternatief bestaat, gaan we er toch of af. Vorig jaar hebben we een vliegtuig ingehuurd voor een hit and run missie in Zuid-Kordofan”.

Humo: hier schiet mijn aardrijkskunde te kort. Waar ligt dat?

Hassan: “Zuid-Kordofan is betwist gebied. Het ligt in Soedan, maar dan wel op de grens met Zuid-Soedan dat pas zijn onafhankelijkheid heeft uitgeroepen. Burgers leven in grotten, omdat hun dorpen door de Soedanese luchtmacht worden gebombardeerd. Het is een gruwelijk maar helaas vergeten conflict, en precies daarom wilde HRW er absoluut gaan kijken. Een vliegtuig inhuren is peperduur, maar het was de enige veilige manier. Theoretisch kun je er ook met de auto geraken, maar dan ben je een gedroomd doelwit voor de Soedanese luchtmacht”.

Humo: wie zijn behalve Soedan de slechte leerlingen in de klas?

Hassan: “Het is delicaat om namen te noemen. Maar omdat je zo aandringt: de nieuwe republieken in Centraal Azië zijn niet dol op pottenkijkers. Dat China een moeilijk land is, zal wellicht niemand verbazen. Ook in landen zoals Algerije en Ethiopië is het erg moeilijk werken. We proberen al jaren een kantoor te openen in Rwanda, maar tevergeefs. Tragisch als je weet welke rol HRW tijdens en na de genocide heeft gespeeld. Rwanda is bovendien een gevaarlijk precedent voor heel Afrika: een land dat model staat voor economische ontwikkeling zonder mensenrechten”.

Humo: hoe belangrijk zijn sociale netwerken voor de moderne mensenrechtenwaarnemer?

Hassan: “We baseren ons nooit zomaar op een tweet of een videopost. Geloofwaardigheid is heilig, daar staat of valt onze organisatie mee. Niks gaat boven ooggetuigen, interviews blijven de hoeksteen van onze research. Hoe meer interviews, hoe meer vergelijkingspunten, hoe duidelijker het beeld en hoe sterker de bewijskracht. Maar dat betekent niet dat we onze neus ophalen voor een tweet of een videopost, zo’n bericht kan de aanzet geven voor een onderzoek. Het is verrassend hoeveel je bijvoorbeeld uit een videofragment kunt halen. De figuranten zijn anoniem, maar via je locale netwerk kun je achterhalen over wie het gaat. Dan ben je vertrokken, dan kun je de ooggetuigen van het gefilmde incident zelf gaan ondervragen. Soms komen de tweets uit onverwachte hoek. Vorige week nog hebben we een lijvig rapport over het misbruik van kinderen in de Somalische burgeroorlog uitgebracht. Dat er kindsoldaten worden ingezet is geen nieuws, maar we hebben nog andere vormen van misbruik ontdekt. Commando’s dringen een school binnen, sluiten de kinderen in de klas op, en gebruiken het gebouw vervolgens als vooruitgeschoven post om regeringstroepen te bestoken. Je kunt zelf raden wat er met die kinderen gebeurt als het vuur met zwaar geschut wordt beantwoord. Na de publicatie kwam er zowaar een tweet van Al Shabaab, de islamitische rebellenbeweging die grote delen van Somalië controleert. Ze ontkenden alle beschuldigingen, maar tegelijkertijd voerden ze aan dat het de heilige plicht is van iedere jongen boven de vijftien om aan de jihad deel te nemen. Een twijfelachtig argument, want in ons rapport zitten getuigenissen over piepjonge kinderen die nauwelijks in staat waren om hun Kalashnikov te dragen. Ze werden als levend schild in de voorste linies ingezet, achter hen stonden de volwassen Al Shabaab-strijders met hun RPG’s. Hoe leugenachtig ook, die tweet is goed nieuws omdat ze bewijst dat zelfs schimmige organisaties wakker liggen van hun imago”.

Humo: geen woord gelezen in mijn krant over dat hele Somalië-rapport. Is dat niet frustrerend, al die moeite voor zo weinig effect?

 Hassan: (nog een zucht) “De internationale gemeenschap en de publieke opinie lijden aan chronische Somalië-vermoeidheid. Niemand ligt nog wakker van het conflict, maar juist daarom is ons werk zo belangrijk. Het zijn tenslotte mensen, mannen, vrouwen en kinderen,  die onder deze humanitaire ramp kreunen. We moeten Somalië blijven opvolgen, ook al is het er levensgevaarlijk voor hulpverleners. Weet je wat me stoort? HRW krijgt soms het verwijt mediageil te zijn, alsof we in het spoor van de cameraploegen van crisis naar crisis lopen. Natuurlijk, bij gebeurtenissen zoals de burgerlogen in Libië en Syrië lopen we in de kijker. Maar hoe komt dat? Als HRW vorig jaar in Libië alomtegenwoordig was, dan kwam dat doordat onze organisartie country researchers heeft die dat land jarenlang in alle stilte hebben opgevolgd. Het was dank zij hun netwerk en hun voorbereiding dat wij als emergency researchers konden opereren”.

“Het klopt trouwens niet dat we uitsluitend crisissen opvolgen. Een collega heeft zopas een uitstekend rapport geschreven over kinderarbeid in de tabaksindustrie in Kazakstan. En vorig jaar hebben we een rapport uitgebracht over Papoea-Nieuw Guinea, een land waar het seksueel geweld werkelijk de spuigaten uitloopt. Dat zijn allesbehalve mediagenieke dossiers, maar het gaat wel om reële problemen, en we hebben resultaat geboekt. Tabaksgigant Philip Morris heeft als reactie op ons rapport een gedragscode voor leveranciers opgesteld”.

Humo: al die ellende moet op de duur zwaar gaan wegen. Valt er ook te lachen in jullie vak?

Hassan: “Lachen? Vorig jaar hebben we gelachen, toen we in Tunesië zaten te wachten op een kans om de Libische grens over te trekken. Het was aan de kust, er waren geen hotels, maar wel vakantiedorpen met zwembaden, tennisvelden en cocktail bar. Ineens werden die onder de voet gelopen door mensenrechtenactivisten en oorlogscorrespondenten. Dat gaf een aparte sfeer. Af en toe zagen we een groep toeristen achter een vlag aanlopen, richting buffet. Die keken erg verbaasd naar het zootje ongeregeld dat aan hun zwembad was neergestreken”.

Humo: een militair die terugkeert van buitenlandse missie kan tegenwoordig beroep doen op psychologische begeleiding. Hoe verwerkt u de stress en de emoties?

Hassan: “Evenwicht houden tussen werk en privé, dat is mijn geheim. We zijn ook niet constant op het terrein, heel wat van mijn collega’s hebben trouwens kinderen. Het doet natuurlijk deugd als je kunt thuiskomen bij vrienden en geliefden. Maar onwillekeurig denk je aan de mensen die je hebt ontmoet, je vraagt je af wat er van hen is geworden. Ik zie mezelf vorig jaar in Sirte, tijdens een interview met een vrouw die over de eindeloze nachtmerrie vertelde die ze had meegemaakt. We zaten op de vuile vloer van de puinhoop die ooit haar huis was. Er was geen stromend water of elektriciteit, maar ze had wel voor twee glazen cola gezorgd. En die vrouw zich maar excuseren omdat ze geen thee kon zetten. Zoveel generositeit, daar kun je alleen nederig van worden. Als ik aan zo’n moment terugdenk, krijg ik vanzelf energie om er weer tegen aan te gaan”.