Maandelijks archief: augustus 2012

Bleri Lleshi: filosoof-opiniemaker over het Land van Aankomst

 

 verschenen in Zeno, weekendbijlage De Morgen, 19 augustus 2012

 

 

 

Identiteit is een gelaagd gegeven, net zoals de ajuin. Niemand die dat beter beseft dan de Belgisch- Vlaams-Brusselse Albanees Bleri Lleshi (31). Zo gelaagd als zijn achtergrond, zo divers is zijn curriculum. Behalve docent filosofie en economie, jeugdwerker en documentairemaker is hij een onvermoeibare blogger en tegendraadse opiniemaker. Seksisme in de Brusselse straten? Geweld van allochtone jongeren tegen de politie? “Kijk eerst en vooral naar de socio-economische context”. De verontwaardigde lezersbrieven zijn nu al onderweg.

 

Bleri Leshi zou zichzelf een modelmigrant kunnen noemen mocht hij dat willen. Inburgeren? De Albanese Brusselaar heeft zich in een mum van tijd de twee voornaamste landstalen eigen gemaakt. Lokale verankering? Hij heeft vrienden bij de vleet en kent het verenigingsleven zoals een spin haar web.  Werk zoeken? Lleshi, aan de VUB afgestudeerd als politiek wetenschapper, weet niet waar eerst zijn handen uitgestoken. Hij doceert in Antwerpen, schrijft boeken, regisseert documentaires en begeleidt kansarme jongeren. Maar vooral: hij timmert via zijn meertalige blog aan de weg met scherpe opiniestukken die steeds vaker de Vlaamse media beroeren.  Zijn favoriete thema _ de groeipijnen van de multiculturele samenleving _ is dan ook brandend actueel. De voorbije maanden stroomde de inspiratie als een klaterende beek:  seksisme in de Brusselse straten, de uitwijzing van de Afghaanse asielzoeker Parwais Sangari, rellende hangjongeren en politiegeweld, het hengelen naar de allochtone stem in de kiescampagne. Lleshi bekijkt het allemaal door een geëngageerde bril, want linkser dan deze gretige Marx-lezer worden ze niet meer gemaakt. Het neoliberale bestel is de grote vijand, maar vaak treffen zijn scherpste pijlen linkse doelen. Er wordt overigens teruggeschoten. Zijn commentaar bij de ophefmakende documentaire ‘Femme de la Rue’ kwam hem op de toorn van menige feministe te staan.  

Desalniettemin:  België, Land van Aankomst, heeft er een kritische burger met een constructieve agenda bij. Verbeter de wereld, luidt zijn moto, begin in je eigen buurt. In Brussel dus, de stad die hij op zijn achttiende ontdekte en die hij intussen als een geboren Zinneke bemint. Over zijn migratie van Albanië naar België zal hij slechts mondjesmaat en pas na hardnekkig porren vertellen. “Mijn persoonlijk verhaal doet weinig ter zake”, zegt hij wanneer we hem in zijn appartement nabij het Elsense Flageyplein opzoeken. “Ik wil dat er naar mij wordt geluisterd omwille van mijn boodschap, niet omwille van mijn persoon of mijn achtergrond.  Ik wil bovendien vermijden dat ze me in het hokje van de modelmigrant duwen. Want hoe vaak heb ik het al niet gehoord? Waren alle allochtonen maar mensen zoals jij, die studeren, werken en goed geïntegreerd zijn. Waarom ik dat haat? Rolmodellen worden gebruikt om stereotiepen te benadrukken. Alsof een allochtoon pas een volwaardige burger wordt wanneer hij een universitair diploma heeft, zes talen spreekt en boeken schrijft”.

-          de heisa over seksuele agressie tegen vrouwen in de Brusselse straten zindert na. U wierp zelf een steen in de kikkerpoel met een pleidooi om de sociaaleconomische context van de vuilbekkende jongeren niet uit het oog te verliezen. U nam ook Ter Zake-anker Kathleen Cools op de korrel omdat het ze het fenomeen tot een probleem van allochtonen en moslims zou hebben herleid. Waarop Cools dan weer van zich afbeet door jou een struisvogelhouding te verwijten. Kansarmoede kan geen alibi zijn om vrouwen op straat te bepotelen of verbaal te molesteren. Ja toch?

Lleshi: “Voor alle duidelijkheid: ik keur seksuele agressie niet goed. Sofie Peeters heeft haar documentaire in de Anneessenswijk gedraaid. Die buurt ken ik door en door, ik heb er met jongeren gewerkt en me vaak zelf aan machogedrag op straat geërgerd. Mijn opiniestuk was niet bedoeld om die uitwassen te vergoelijken, ik wilde alleen vermijden dat het debat bleef steken in het zoveelste potje schelden op Brusselse jongeren. Als we het probleem willen oplossen, moeten we wel naar de onderliggende oorzaken kijken. En ja, dan kun je niet om de sociaaleconomische realiteit heen. Armoede, werkloosheid, slechte huisvesting, dat zijn de kwalen die we moeten aanpakken. Of dacht je echt dat we dit probleem met het uitdelen van GAS-boetes gaan oplossen, zoals de Brusselse burgemeester aankondigt? Ik probeer mij nu al de verwarring op het politiekantoor in te beelden. Bewijs als vrouw maar eens dat een man je in het voorbijlopen op een seksistische manier heeft bejegend”.

-          Wat met de factor cultuur? Negen van de tien agressors zijn jonge, allochtone mannen van hoofdzakelijk Marokkaanse origine. Zegt niet Kathleen Cools, maar reportagemaakster Sofie Peeters…

Lleshi: “Is dat echt zo? Ik heb nergens in de documentaire gehoord dat het om Marokkanen gaat, laat staan om moslims. Hoe kun je trouwens op iemands gezicht zien dat het om een moslim gaat? Ik heb veel moeite met die culturele factor. Het ligt aan de religie, hoor ik sommigen zeggen, die jongeren zijn seksueel gefrustreerd. Sorry, maar wie dat beweert, bewijst alleen maar dat hij niks snapt van de grootstedelijke jeugd. Ik wil die mensen graag meenemen op een rondleiding in Brussel. Ga kijken in scholen en jeugdhuizen, geef je ogen de kost in de metro. Marokkanen of Turken, hoe jonger ze zijn, hoe vrijer beide geslachten met elkaar omgaan. Achteraf bekeken denk ik dat mijn column een positief effect heeft gesorteerd, want het debat is er een stuk genuanceerder op geworden. Sofie Peeters onderstreept nu zelf het belang van werkloosheid en kansarmoede.  In haar documentaire had ze het trouwens ook over de nefaste rol van de reclamewereld in het propageren van de vrouw als lustobject.  Precies wat ik zelf in mijn opiniestuk aan de kaak heb gesteld”.

-          De beetgare thema’s voor uw blog volgen elkaar in ijltempo op. Zo gonsde het de voorbije weken van de berichten over balorige hangjongeren en straatbendes die politiecombi’s bekogelen en agenten aanvallen. Waar komt de haat tegen de politie vandaan?

Lleshi: “Allereerst dit: geweld tegen politie kan in een democratische rechtstaat niet worden getolereerd. Maar we moeten de vraag durven stellen waarom het zo vaak mis gaat. Het antwoord ligt niet voor de hand, want de ene rel is de andere niet. In Anderlecht ging het blijkbaar om opgezet spel, de politie zou in een val zijn gelokt. Dat is iets heel anders dan de incidenten in Etterbeek en Vilvoorde waar het telkens om een uit de hand gelopen identiteitscontrole ging. Ik waag me dus niet aan algemene verklaringen, maar als jeugdwerker in Brussel ben ik wel vertrouwd met deze materie. De schuld ligt niet alleen bij de jongeren, ook de politie moet de hand in eigen boezem steken”.

-          Wat bedoelt u?

Lleshi: “De politie is niet voorbereid op haar taak. Dat de agenten niet in Brussel wonen, is hun goed recht. Maar het is wel een probleem als ze geen voeling hebben met de bewoners, en al helemaal niet met de jeugd.  Er schort wat aan de opleiding, agenten komen niet los van de stereotiepen van allochtonen en jongeren die ze meedragen. Ik wil niet in een vroeger-was-alles-beter-verhaal vervallen, maar ik hoor vaak oudere Brusselaars met heimwee vertellen over de tijd van de wijkagent. Dat was geen boeman, maar iemand die de buurt kende en geen repressieve maar een sociale rol vervulde”.

-          Terug naar de wijkagent, die slogan hoorde ik al toen ik twintig jaar geleden mijn eerste reportages in Brussel maakte. Wie gelooft daar nog in, nu sommige buurten bijna in no-go zones zijn veranderd?

Lleshi: “Geloof me, de aversie beperkt zich niet tot de zogenaamde quartiers chauds. Ik hoorde onlangs een agent van de spoorwegpolitie zijn beklag maken. Tien jaar geleden was er niemand die zijn mond open deed als we ergens tussenkwamen, zei hij.  Maar als we ons nu in een station vertonen, worden we op scheldpartijen en provocaties getrakteerd. Sommigen zeggen dat het aan de toegenomen mondigheid van de burger ligt, maar volgens mij zit het zit veel dieper.  Uit een onderzoek van de Leuvense socioloog Swyngedouw blijkt dat Brusselse jongeren de politie als de voornaamste bron van discriminatie ervaren, op ruime afstand gevolgd door het onderwijs en de arbeidsmarkt. De Molenbeekse commissaris Pierre Collignon liet het zich onlangs ontvallen: ‘er zijn mensen die eigenlijk bij de politie gaan om Arabieren te kraken’”.

“We moeten het trouwens niet alleen over de politie als slachtoffer van geweld hebben. Waarom wordt er zo weinig gesproken over slachtoffers van politiegeweld? Tijdens de recente betoging van Congolese activisten voor de Rwandese ambassade werden manifestanten door de politie geschopt, bespuwd en toegetakeld, door diegenen dus die verondersteld worden ons te beschermen. Onaanvaardbaar in een rechtstaat, maar helaas geen precedent. Na de betoging in Matongé eind vorig jaar werden bij het Comité P vijftig klachten wegens overdreven politiegeweld ingediend. Nog vorig jaar werd een jongeman door agenten zwaar toegetakeld toen hij op weg was naar een solidariteitsconcert voor mensen zonder papieren. Als reactie daarop heb ik de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom een open brief geschreven om opheldering te vragen en nultolerantie voor politiegeweld te eisen. Een soortgelijke brief heb ik recent naar Joëlle Milquet gestuurd. Op geen van beide brieven heb ik een antwoord gekregen, terwijl Milquet er wel als de kippen bij was om zich in het recente seksismedebat te profileren”.

-          Steek het maar op de politie. Is dat niet wat gemakkelijk?

Lleshi: “Begrijp me niet verkeerd, ik heb veel sympathie voor de agenten die op het terrein een falend beleid moeten uitvoeren. Wat ik daarmee bedoel?  Politie en justitie worden in dit land met verantwoordelijkheden opgezadeld waarvoor ze niet zijn berekend. Of om een beeld te gebruiken: ze dienen als ventiel om stoom van de ketel te laten. Je moet geen marxist om in te zien wat de echte problemen zijn van onze neoliberale consumptiemaatschappij: de duizelingwekkende ongelijkheid en de peilloze welvaartskloof die zich vooral in onze grootsteden manifesteren. Heel wat stedelingen hebben geen keuze, ze zijn verplicht hun toevlucht te nemen tot overlevingsstrategieën zoals de illegale economie en de criminaliteit. Lees de jongste armoederapporten over Brussel. Meer dan dertig procent van de gezinnen leeft van een uitkering, in sommige wijken bedraagt de werkloosheid vijftig procent en meer, scholen kampen met een uitval van 26 procent en behoren volgens internationale statistieken tot de slechtst presterende van Europa wat allochtone leerlingen betreft . Het is aan de overheid om die problemen aan te pakken, maar om allerlei redenen gebeurt dat niet. Dan wordt repressie een manier om de onmacht van de staat te verdoezelen. Kijk naar de reactie op de voorbije incidenten. Nultolerantie, GAS-boetes, meer blauw op straat, politici staken elkaar de loef af met peptalk. Allemaal pleisters op een houten been , maar dank zij de buitensporige aandacht die de media aan rellen besteden, wordt de indruk van een daadkrachtig beleid gewekt. Inderdaad, ook media laten zich in deze maskerade gebruiken. Focussen op incidenten maar zwijgen over de oorzaken, zo bestendigen jullie het status-quo”.

-          U kent de Brusselse achterstandswijken als jeugdwerker en documentairemaker. Hoe explosief is de sfeer?

Lleshi: “De wanhoop is veel groter dan men in Vlaanderen wil beseffen. Ik heb een aantal jongeren individueel begeleid, dertien- en veertienjarigen die een verleden achter zich aansleepten. Een vader heb ik daarbij nooit ontmoet, ze leefden zonder uitzondering met hun alleenstaande moeder in een krottig appartement.  Het is de schuld van de ouders, roepen sommigen, ze kijken niet om naar hun kinderen. Onzin, vaak zijn het die jongeren zelf die hun moeder door de dagelijkse sleur moeten helpen. Cultuur en godsdienst? Ik heb bij die gasten geen verschil tussen de allochtonen en de Belgo-Belges opgemerkt”.

“Nergens zitten de frustraties dieper dan bij de hoogopgeleide migrantenjongeren in Brussel.  Stel je in hun plaats: ze hebben alles gedaan om aan het ideaalbeeld van de blanke middenklasse te beantwoorden, en toch komen ze nergens aan de bak, ook niet op de arbeidsmarkt. Daar zou ik me als politicus zorgen over maken, want dat is de groep die het grootste risico loopt om te radicaliseren”.

-          Klinkt alsof er in Brussel meer rellen en sociale explosies op komst zijn…

Lleshi: “Ik hoop van niet, want de rellen zijn chaotisch, zonder politieke omkadering. Vaak worden ze gemanipuleerd door drugsdealers of jongeren die alleen maar aandacht zoeken. Ik heb een hekel aan het discours van een bepaald soort links dat straatrellen vergoelijkt. Het zijn namelijk de armen zelf die er het meest onder lijden. Ze slaan de auto van de buurman in de prak, terwijl die buurman in hetzelfde schuitje zit. Ze slopen een bushokje, maar het is hetzelfde hokje waar hun eigen moeder of zus onder schuilt voor de regen. Dat soort blinde woede haalt niks uit, we moeten de frustraties langs politieke weg kanaliseren”.

-          Ondanks alle grootstedelijke ellende bent u een enthousiaste Brusselaar. Hoe valt dat te rijmen?

Lleshi: “Ik val voor de diversiteit van Brussel, de verschillende kleuren, talen, culturen en godsdiensten. Een plek zoals het Flageyplein is een feest, ik kan er een hele namiddag zitten kijken naar de bonte mensenstoet die er constant voorbijtrekt. Ik moest eens naar een meerdaags congres in Sevilla. Prachtige stad met fraaie architectuur, daar niet van, maar na een paar dagen voelde ik al heimwee. Je hoort in Sevilla alleen maar Spaans en je ziet er haast uitsluitend Spanjaarden. Ik miste de verscheidenheid van Brussel, op de duur ging ik zelfs meisjes met een hoofddoek missen. Ik zie trouwens niet alleen de problemen, er gebeuren hier ook fantastische dingen.  Voor mijn laatste documentaire heb ik een jaar lang zes jongeren gevolgd, meisjes en jongens die elk op hun manier hun omgeving inspireren. Een ervan is Stella, een asielzoekster die al na twee jaar vloeiend Nederlands spreekt en overal in Brussel als vrijwilligster jonge kinderen begeleidt. Jammer dat goed nieuws zo slecht verkoopt. Er was niet één journalist bij de presentatie van mijn documentaire, ondanks de aanwezigheid van de Brusselse staatssecretaris Bruno De Lille die trouwens de opdrachtgever was.  Ach ja, de media. Onlangs belden ze me van een redactie: of ik geen Marokkaan kende die niet aan de ramadan meedeed? Dat soort vragen krijg ik vaak, terwijl ik geen moslim ben. Maar ja, als je een beetje donker en mediterraan uitziet, word je in dit land automatisch als moslim beschouwd”.

-          U schrijft geregeld over identiteit, net zoals Bart De Wever. Volgens de N-VA-voorzitter is identiteitsbesef het ultieme bindmiddel, het criterium bovendien dat bepaalt wie al dan niet tot het eigen volk behoort. Mee eens?

Lleshi: “Uiteraard niet. De Wever ziet identiteit als een eenduidig en vaststaand gegeven, terwijl het integendeel gelaagd en voortdurend in beweging is. Geen betere plek om dat vast te stellen dan deze stad waar mensen wonen die zich zowel Belg, Vlaming als Brusselaar noemen. Natuurlijk, identiteit is een handig instrument voor een partij die een discours voert waarin alle sociaaleconomische problemen aan cultuur en godsdienst worden toegeschreven.  Ik ken Antwerpen tamelijk goed, ik heb er aan de Artesis Hogeschool gedoceerd. Ik maak me grote zorgen over de populariteit van de N-VA, want achter haar nationalistische agenda verbergt die partij een keihard neoliberaal programma”.

-          Een partij ook met een groeiende achterban in de allochtone gemeenschap. Begrijpt u dat?

Lleshi:  “Niet overdrijven, het gaat nog altijd om een piepklein percentage. Maar er zijn inderdaad allochtonen die voor de N-VA vallen. Hoe dat komt? Die gemeenschap is veel minder homogeen dan men doorgaans denkt, er zijn ook Marokkanen of Turken die denken belang te hebben bij een neoliberaal beleid. De Wever hengelt vooral naar stemmen van allochtone middenstanders. Geen toeval”.

-          U wil geen rolmodel zijn, maar allochtone politici hebben die keuzevrijheid niet. Ze lopen vanzelf in de kijker en oogsten daarbij niet alleen applaus van hun eigen gemeenschap. Beledigingen als excuustruus en Alibi Ali zijn gemeengoed. Hoe komt dat?

Lleshi: “Eerlijk gezegd, ik heb zelf grote moeite met onze allochtone politici. Ze laten zich door hun gemeenschap verkiezen, maar zodra ze een mandaat beet hebben, kijken ze er niet meer naar om. Ik zat onlangs in Gent in een verkiezingsdebat met CD&V-lijsttrekker Veli Yüksel. Hij maakte zich sterk dat er in België geen sprake kon zijn van discriminatie. Kijk naar mij, argumenteerde hij, ik zou toch niet op deze stoel zitten moest ik het slachtoffer van discriminatie zijn? Dat is een belachelijke redenering, alsof hij de maatstaf der dingen is. Het doet me denken aan de positieve discriminatie in de Verenigde Staten. Heel wat zwarte senatoren en volksvertegenwoordigers hebben daarvan geprofiteerd, net zoals Barak Obama en Condoleeza Rice overigens. Toch zie je dat diezelfde zwarte leiders hun stem hebben gebruikt om affirmative action af te schaffen. Ze worden er zelfs liever niet meer aan herinnerd, want het klinkt zoveel beter als je kunt zeggen dat je louter op eigen kracht bent komen bovendrijven”.

-          U pleit hartstochtelijk voor een nieuw links alternatief. Nochtans is het nu al drummen ter linkerzijde, met naast de Sp.a en Groen kleinere partijen zoals PVDA en Rood…

Lleshi: “Ik weet het, de ergste vijand van links is links. Hoe de PVDA en Rood weer aan het bekvechten zijn, zo komen we er nooit. Groen en sp.a  beschouw ik niet meer als linkse partijen omdat ze het neoliberalisme als kader aanvaarden. Men zegt vaak dat alle partijen naar het centrum opschuiven. Onzin, rechts is rechts gebleven, alleen links is opgeschoven. De sociale welvaartstaat werd in de jaren vijftig en zestig opgebouwd. Dat was een linkse triomf, met socialisten die erin slaagden rechtse partijen achter hun agenda te scharen. Nu gebeurt precies het tegenovergestelde:  de sociale verworvenheden van toen worden door rechts afgebroken, met steun van links. Triest, maar we mogen  de moed niet opgeven. Het succes van Syriza in Griekenland en Mélenchon in Frankrijk bewijst dat er ruimte is voor een links alternatief.  Zonder Mélenchons stemadvies was Hollande geen president geworden”.

-          Vergeef ons onze nieuwsgierigheid. Maar waarom bent u als achttienjarige uitgerekend naar België gekomen? Studeren kon toch ook in Albanië?

Lleshi: “Ik wilde mijn horizon verruimen. Ik was nooit in Brussel geweest, maar ik had gehoord dat het een bruisende, multiculturele stad was. Dat trok me toen al geweldig aan”.

-          Waarom in het Nederlands studeren? Veruit de meeste buitenlandse studenten kiezen voor Frans of Engels..

Lleshi: “Ik heb een passie voor talen, ik spreek er intussen zes. Hoe moeilijker hoe liever, daarom vond ik Nederlands zo interessant. Frans leer ik wel vanzelf, redeneerde ik, en dat is ook gebleken. Ik pik talen op door heel veel onder de mensen te komen en scherp te luisteren. Na drie maanden begon ik al Nederlands te spreken, en later ben ik me aan de VUB gaan inschrijven. De eerste twee jaar heb ik er niet veel van gebakken, ik had het te druk met het verkennen van deze stad. Ik heb vaak met verbazing naar mijn Vlaamse medestudenten gekeken. Na vier jaar aan de VUB spraken sommigen nog altijd geen woord Frans. Ze leefden op een eiland, er waren er die mij na vier jaar studeren kwamen smeken om een rondleiding in Brussel te geven. Weet je wat ik zo jammer vind in België? Taal wordt hier gebruikt om grenzen te trekken en verdeeldheid te zaaien, terwijl het de mensen juist dichter bij elkaar moet brengen. Pas op, ik ken de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. En ik snap ook dat het niet aangenaam is als je in het ziekenhuis van Elsene niet in je eigen taal wordt geholpen. Maar dit is 2012, we moeten vooruit kijken. Meertaligheid is de toekomst, dat blijkt nergens duidelijker dan in Brussel”.

-          Bent u ook in Albanië actief als opiniemaker?

Lleshi: “Nee, ik volg Albanië maar van op een afstand. Tegenwoordig moeten we allemaal reizende kosmopolieten zijn, maar wat is er mis met lokaal engagement? Je hebt nergens een grotere impact dan op de plek waar je leeft. Mijn voornaamste engagement, dat is een beter Brussel.  Ik wil dat iedereen zo hard van deze stad kan genieten als ikzelf. En nee, ik ervaar dat niet als tegenstrijdig met mijn inzet voor de rest van de wereld”.

-          Albanezen hebben niet zo’n beste reputatie.  Bij de doorsnee Vlaming roept de naam associaties op met vrouwenhandel, prostitutie, banditisme en ongure portiers.  Nooit last gehad van die vooroordelen?

Lleshi: “Meermaals, maar ik heb mijn reactie paraat. Uiteraard houd ik me zoals alle Albanezen bezig met drugsmokkel en vrouwenhandel, zeg ik. En daarnaast heb ik nog een aantal andere bezigheden, zoals politieke economie doceren, boeken en analyses schrijven en documentaires maken”.

Bleri Lleshi’s blog:  http://blerilleshi.wordpress.com/

 

 

Identiteit is een gelaagd gegeven, net zoals de ajuin. Niemand die dat beter beseft dan de Belgisch- Vlaams-Brusselse Albanees Bleri Lleshi (31). Zo gelaagd als zijn achtergrond, zo divers is zijn curriculum. Behalve docent filosofie en economie, jeugdwerker en documentairemaker is hij een onvermoeibare blogger en tegendraadse opiniemaker. Seksisme in de Brusselse straten? Geweld van allochtone jongeren tegen de politie? “Kijk eerst en vooral naar de socio-economische context”. De verontwaardigde lezersbrieven zijn nu al onderweg.

 

Bleri Leshi zou zichzelf een modelmigrant kunnen noemen mocht hij dat willen. Inburgeren? De Albanese Brusselaar heeft zich in een mum van tijd de twee voornaamste landstalen eigen gemaakt. Lokale verankering? Hij heeft vrienden bij de vleet en kent het verenigingsleven zoals een spin haar web.  Werk zoeken? Lleshi, aan de VUB afgestudeerd als politiek wetenschapper, weet niet waar eerst zijn handen uitgestoken. Hij doceert in Antwerpen, schrijft boeken, regisseert documentaires en begeleidt kansarme jongeren. Maar vooral: hij timmert via zijn meertalige blog aan de weg met scherpe opiniestukken die steeds vaker de Vlaamse media beroeren.  Zijn favoriete thema _ de groeipijnen van de multiculturele samenleving _ is dan ook brandend actueel. De voorbije maanden stroomde de inspiratie als een klaterende beek:  seksisme in de Brusselse straten, de uitwijzing van de Afghaanse asielzoeker Parwais Sangari, rellende hangjongeren en politiegeweld, het hengelen naar de allochtone stem in de kiescampagne. Lleshi bekijkt het allemaal door een geëngageerde bril, want linkser dan deze gretige Marx-lezer worden ze niet meer gemaakt. Het neoliberale bestel is de grote vijand, maar vaak treffen zijn scherpste pijlen linkse doelen. Er wordt overigens teruggeschoten. Zijn commentaar bij de ophefmakende documentaire ‘Femme de la Rue’ kwam hem op de toorn van menige feministe te staan.  

Desalniettemin:  België, Land van Aankomst, heeft er een kritische burger met een constructieve agenda bij. Verbeter de wereld, luidt zijn moto, begin in je eigen buurt. In Brussel dus, de stad die hij op zijn achttiende ontdekte en die hij intussen als een geboren Zinneke bemint. Over zijn migratie van Albanië naar België zal hij slechts mondjesmaat en pas na hardnekkig porren vertellen. “Mijn persoonlijk verhaal doet weinig ter zake”, zegt hij wanneer we hem in zijn appartement nabij het Elsense Flageyplein opzoeken. “Ik wil dat er naar mij wordt geluisterd omwille van mijn boodschap, niet omwille van mijn persoon of mijn achtergrond.  Ik wil bovendien vermijden dat ze me in het hokje van de modelmigrant duwen. Want hoe vaak heb ik het al niet gehoord? Waren alle allochtonen maar mensen zoals jij, die studeren, werken en goed geïntegreerd zijn. Waarom ik dat haat? Rolmodellen worden gebruikt om stereotiepen te benadrukken. Alsof een allochtoon pas een volwaardige burger wordt wanneer hij een universitair diploma heeft, zes talen spreekt en boeken schrijft”.

-          de heisa over seksuele agressie tegen vrouwen in de Brusselse straten zindert na. U wierp zelf een steen in de kikkerpoel met een pleidooi om de sociaaleconomische context van de vuilbekkende jongeren niet uit het oog te verliezen. U nam ook Ter Zake-anker Kathleen Cools op de korrel omdat het ze het fenomeen tot een probleem van allochtonen en moslims zou hebben herleid. Waarop Cools dan weer van zich afbeet door jou een struisvogelhouding te verwijten. Kansarmoede kan geen alibi zijn om vrouwen op straat te bepotelen of verbaal te molesteren. Ja toch?

Lleshi: “Voor alle duidelijkheid: ik keur seksuele agressie niet goed. Sofie Peeters heeft haar documentaire in de Anneessenswijk gedraaid. Die buurt ken ik door en door, ik heb er met jongeren gewerkt en me vaak zelf aan machogedrag op straat geërgerd. Mijn opiniestuk was niet bedoeld om die uitwassen te vergoelijken, ik wilde alleen vermijden dat het debat bleef steken in het zoveelste potje schelden op Brusselse jongeren. Als we het probleem willen oplossen, moeten we wel naar de onderliggende oorzaken kijken. En ja, dan kun je niet om de sociaaleconomische realiteit heen. Armoede, werkloosheid, slechte huisvesting, dat zijn de kwalen die we moeten aanpakken. Of dacht je echt dat we dit probleem met het uitdelen van GAS-boetes gaan oplossen, zoals de Brusselse burgemeester aankondigt? Ik probeer mij nu al de verwarring op het politiekantoor in te beelden. Bewijs als vrouw maar eens dat een man je in het voorbijlopen op een seksistische manier heeft bejegend”.

-          Wat met de factor cultuur? Negen van de tien agressors zijn jonge, allochtone mannen van hoofdzakelijk Marokkaanse origine. Zegt niet Kathleen Cools, maar reportagemaakster Sofie Peeters…

Lleshi: “Is dat echt zo? Ik heb nergens in de documentaire gehoord dat het om Marokkanen gaat, laat staan om moslims. Hoe kun je trouwens op iemands gezicht zien dat het om een moslim gaat? Ik heb veel moeite met die culturele factor. Het ligt aan de religie, hoor ik sommigen zeggen, die jongeren zijn seksueel gefrustreerd. Sorry, maar wie dat beweert, bewijst alleen maar dat hij niks snapt van de grootstedelijke jeugd. Ik wil die mensen graag meenemen op een rondleiding in Brussel. Ga kijken in scholen en jeugdhuizen, geef je ogen de kost in de metro. Marokkanen of Turken, hoe jonger ze zijn, hoe vrijer beide geslachten met elkaar omgaan. Achteraf bekeken denk ik dat mijn column een positief effect heeft gesorteerd, want het debat is er een stuk genuanceerder op geworden. Sofie Peeters onderstreept nu zelf het belang van werkloosheid en kansarmoede.  In haar documentaire had ze het trouwens ook over de nefaste rol van de reclamewereld in het propageren van de vrouw als lustobject.  Precies wat ik zelf in mijn opiniestuk aan de kaak heb gesteld”.

-          De beetgare thema’s voor uw blog volgen elkaar in ijltempo op. Zo gonsde het de voorbije weken van de berichten over balorige hangjongeren en straatbendes die politiecombi’s bekogelen en agenten aanvallen. Waar komt de haat tegen de politie vandaan?

Lleshi: “Allereerst dit: geweld tegen politie kan in een democratische rechtstaat niet worden getolereerd. Maar we moeten de vraag durven stellen waarom het zo vaak mis gaat. Het antwoord ligt niet voor de hand, want de ene rel is de andere niet. In Anderlecht ging het blijkbaar om opgezet spel, de politie zou in een val zijn gelokt. Dat is iets heel anders dan de incidenten in Etterbeek en Vilvoorde waar het telkens om een uit de hand gelopen identiteitscontrole ging. Ik waag me dus niet aan algemene verklaringen, maar als jeugdwerker in Brussel ben ik wel vertrouwd met deze materie. De schuld ligt niet alleen bij de jongeren, ook de politie moet de hand in eigen boezem steken”.

-          Wat bedoelt u?

Lleshi: “De politie is niet voorbereid op haar taak. Dat de agenten niet in Brussel wonen, is hun goed recht. Maar het is wel een probleem als ze geen voeling hebben met de bewoners, en al helemaal niet met de jeugd.  Er schort wat aan de opleiding, agenten komen niet los van de stereotiepen van allochtonen en jongeren die ze meedragen. Ik wil niet in een vroeger-was-alles-beter-verhaal vervallen, maar ik hoor vaak oudere Brusselaars met heimwee vertellen over de tijd van de wijkagent. Dat was geen boeman, maar iemand die de buurt kende en geen repressieve maar een sociale rol vervulde”.

-          Terug naar de wijkagent, die slogan hoorde ik al toen ik twintig jaar geleden mijn eerste reportages in Brussel maakte. Wie gelooft daar nog in, nu sommige buurten bijna in no-go zones zijn veranderd?

Lleshi: “Geloof me, de aversie beperkt zich niet tot de zogenaamde quartiers chauds. Ik hoorde onlangs een agent van de spoorwegpolitie zijn beklag maken. Tien jaar geleden was er niemand die zijn mond open deed als we ergens tussenkwamen, zei hij.  Maar als we ons nu in een station vertonen, worden we op scheldpartijen en provocaties getrakteerd. Sommigen zeggen dat het aan de toegenomen mondigheid van de burger ligt, maar volgens mij zit het zit veel dieper.  Uit een onderzoek van de Leuvense socioloog Swyngedouw blijkt dat Brusselse jongeren de politie als de voornaamste bron van discriminatie ervaren, op ruime afstand gevolgd door het onderwijs en de arbeidsmarkt. De Molenbeekse commissaris Pierre Collignon liet het zich onlangs ontvallen: ‘er zijn mensen die eigenlijk bij de politie gaan om Arabieren te kraken’”.

“We moeten het trouwens niet alleen over de politie als slachtoffer van geweld hebben. Waarom wordt er zo weinig gesproken over slachtoffers van politiegeweld? Tijdens de recente betoging van Congolese activisten voor de Rwandese ambassade werden manifestanten door de politie geschopt, bespuwd en toegetakeld, door diegenen dus die verondersteld worden ons te beschermen. Onaanvaardbaar in een rechtstaat, maar helaas geen precedent. Na de betoging in Matongé eind vorig jaar werden bij het Comité P vijftig klachten wegens overdreven politiegeweld ingediend. Nog vorig jaar werd een jongeman door agenten zwaar toegetakeld toen hij op weg was naar een solidariteitsconcert voor mensen zonder papieren. Als reactie daarop heb ik de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom een open brief geschreven om opheldering te vragen en nultolerantie voor politiegeweld te eisen. Een soortgelijke brief heb ik recent naar Joëlle Milquet gestuurd. Op geen van beide brieven heb ik een antwoord gekregen, terwijl Milquet er wel als de kippen bij was om zich in het recente seksismedebat te profileren”.

-          Steek het maar op de politie. Is dat niet wat gemakkelijk?

Lleshi: “Begrijp me niet verkeerd, ik heb veel sympathie voor de agenten die op het terrein een falend beleid moeten uitvoeren. Wat ik daarmee bedoel?  Politie en justitie worden in dit land met verantwoordelijkheden opgezadeld waarvoor ze niet zijn berekend. Of om een beeld te gebruiken: ze dienen als ventiel om stoom van de ketel te laten. Je moet geen marxist om in te zien wat de echte problemen zijn van onze neoliberale consumptiemaatschappij: de duizelingwekkende ongelijkheid en de peilloze welvaartskloof die zich vooral in onze grootsteden manifesteren. Heel wat stedelingen hebben geen keuze, ze zijn verplicht hun toevlucht te nemen tot overlevingsstrategieën zoals de illegale economie en de criminaliteit. Lees de jongste armoederapporten over Brussel. Meer dan dertig procent van de gezinnen leeft van een uitkering, in sommige wijken bedraagt de werkloosheid vijftig procent en meer, scholen kampen met een uitval van 26 procent en behoren volgens internationale statistieken tot de slechtst presterende van Europa wat allochtone leerlingen betreft . Het is aan de overheid om die problemen aan te pakken, maar om allerlei redenen gebeurt dat niet. Dan wordt repressie een manier om de onmacht van de staat te verdoezelen. Kijk naar de reactie op de voorbije incidenten. Nultolerantie, GAS-boetes, meer blauw op straat, politici staken elkaar de loef af met peptalk. Allemaal pleisters op een houten been , maar dank zij de buitensporige aandacht die de media aan rellen besteden, wordt de indruk van een daadkrachtig beleid gewekt. Inderdaad, ook media laten zich in deze maskerade gebruiken. Focussen op incidenten maar zwijgen over de oorzaken, zo bestendigen jullie het status-quo”.

-          U kent de Brusselse achterstandswijken als jeugdwerker en documentairemaker. Hoe explosief is de sfeer?

Lleshi: “De wanhoop is veel groter dan men in Vlaanderen wil beseffen. Ik heb een aantal jongeren individueel begeleid, dertien- en veertienjarigen die een verleden achter zich aansleepten. Een vader heb ik daarbij nooit ontmoet, ze leefden zonder uitzondering met hun alleenstaande moeder in een krottig appartement.  Het is de schuld van de ouders, roepen sommigen, ze kijken niet om naar hun kinderen. Onzin, vaak zijn het die jongeren zelf die hun moeder door de dagelijkse sleur moeten helpen. Cultuur en godsdienst? Ik heb bij die gasten geen verschil tussen de allochtonen en de Belgo-Belges opgemerkt”.

“Nergens zitten de frustraties dieper dan bij de hoogopgeleide migrantenjongeren in Brussel.  Stel je in hun plaats: ze hebben alles gedaan om aan het ideaalbeeld van de blanke middenklasse te beantwoorden, en toch komen ze nergens aan de bak, ook niet op de arbeidsmarkt. Daar zou ik me als politicus zorgen over maken, want dat is de groep die het grootste risico loopt om te radicaliseren”.

-          Klinkt alsof er in Brussel meer rellen en sociale explosies op komst zijn…

Lleshi: “Ik hoop van niet, want de rellen zijn chaotisch, zonder politieke omkadering. Vaak worden ze gemanipuleerd door drugsdealers of jongeren die alleen maar aandacht zoeken. Ik heb een hekel aan het discours van een bepaald soort links dat straatrellen vergoelijkt. Het zijn namelijk de armen zelf die er het meest onder lijden. Ze slaan de auto van de buurman in de prak, terwijl die buurman in hetzelfde schuitje zit. Ze slopen een bushokje, maar het is hetzelfde hokje waar hun eigen moeder of zus onder schuilt voor de regen. Dat soort blinde woede haalt niks uit, we moeten de frustraties langs politieke weg kanaliseren”.

-          Ondanks alle grootstedelijke ellende bent u een enthousiaste Brusselaar. Hoe valt dat te rijmen?

Lleshi: “Ik val voor de diversiteit van Brussel, de verschillende kleuren, talen, culturen en godsdiensten. Een plek zoals het Flageyplein is een feest, ik kan er een hele namiddag zitten kijken naar de bonte mensenstoet die er constant voorbijtrekt. Ik moest eens naar een meerdaags congres in Sevilla. Prachtige stad met fraaie architectuur, daar niet van, maar na een paar dagen voelde ik al heimwee. Je hoort in Sevilla alleen maar Spaans en je ziet er haast uitsluitend Spanjaarden. Ik miste de verscheidenheid van Brussel, op de duur ging ik zelfs meisjes met een hoofddoek missen. Ik zie trouwens niet alleen de problemen, er gebeuren hier ook fantastische dingen.  Voor mijn laatste documentaire heb ik een jaar lang zes jongeren gevolgd, meisjes en jongens die elk op hun manier hun omgeving inspireren. Een ervan is Stella, een asielzoekster die al na twee jaar vloeiend Nederlands spreekt en overal in Brussel als vrijwilligster jonge kinderen begeleidt. Jammer dat goed nieuws zo slecht verkoopt. Er was niet één journalist bij de presentatie van mijn documentaire, ondanks de aanwezigheid van de Brusselse staatssecretaris Bruno De Lille die trouwens de opdrachtgever was.  Ach ja, de media. Onlangs belden ze me van een redactie: of ik geen Marokkaan kende die niet aan de ramadan meedeed? Dat soort vragen krijg ik vaak, terwijl ik geen moslim ben. Maar ja, als je een beetje donker en mediterraan uitziet, word je in dit land automatisch als moslim beschouwd”.

-          U schrijft geregeld over identiteit, net zoals Bart De Wever. Volgens de N-VA-voorzitter is identiteitsbesef het ultieme bindmiddel, het criterium bovendien dat bepaalt wie al dan niet tot het eigen volk behoort. Mee eens?

Lleshi: “Uiteraard niet. De Wever ziet identiteit als een eenduidig en vaststaand gegeven, terwijl het integendeel gelaagd en voortdurend in beweging is. Geen betere plek om dat vast te stellen dan deze stad waar mensen wonen die zich zowel Belg, Vlaming als Brusselaar noemen. Natuurlijk, identiteit is een handig instrument voor een partij die een discours voert waarin alle sociaaleconomische problemen aan cultuur en godsdienst worden toegeschreven.  Ik ken Antwerpen tamelijk goed, ik heb er aan de Artesis Hogeschool gedoceerd. Ik maak me grote zorgen over de populariteit van de N-VA, want achter haar nationalistische agenda verbergt die partij een keihard neoliberaal programma”.

-          Een partij ook met een groeiende achterban in de allochtone gemeenschap. Begrijpt u dat?

Lleshi:  “Niet overdrijven, het gaat nog altijd om een piepklein percentage. Maar er zijn inderdaad allochtonen die voor de N-VA vallen. Hoe dat komt? Die gemeenschap is veel minder homogeen dan men doorgaans denkt, er zijn ook Marokkanen of Turken die denken belang te hebben bij een neoliberaal beleid. De Wever hengelt vooral naar stemmen van allochtone middenstanders. Geen toeval”.

-          U wil geen rolmodel zijn, maar allochtone politici hebben die keuzevrijheid niet. Ze lopen vanzelf in de kijker en oogsten daarbij niet alleen applaus van hun eigen gemeenschap. Beledigingen als excuustruus en Alibi Ali zijn gemeengoed. Hoe komt dat?

Lleshi: “Eerlijk gezegd, ik heb zelf grote moeite met onze allochtone politici. Ze laten zich door hun gemeenschap verkiezen, maar zodra ze een mandaat beet hebben, kijken ze er niet meer naar om. Ik zat onlangs in Gent in een verkiezingsdebat met CD&V-lijsttrekker Veli Yüksel. Hij maakte zich sterk dat er in België geen sprake kon zijn van discriminatie. Kijk naar mij, argumenteerde hij, ik zou toch niet op deze stoel zitten moest ik het slachtoffer van discriminatie zijn? Dat is een belachelijke redenering, alsof hij de maatstaf der dingen is. Het doet me denken aan de positieve discriminatie in de Verenigde Staten. Heel wat zwarte senatoren en volksvertegenwoordigers hebben daarvan geprofiteerd, net zoals Barak Obama en Condoleeza Rice overigens. Toch zie je dat diezelfde zwarte leiders hun stem hebben gebruikt om affirmative action af te schaffen. Ze worden er zelfs liever niet meer aan herinnerd, want het klinkt zoveel beter als je kunt zeggen dat je louter op eigen kracht bent komen bovendrijven”.

-          U pleit hartstochtelijk voor een nieuw links alternatief. Nochtans is het nu al drummen ter linkerzijde, met naast de Sp.a en Groen kleinere partijen zoals PVDA en Rood…

Lleshi: “Ik weet het, de ergste vijand van links is links. Hoe de PVDA en Rood weer aan het bekvechten zijn, zo komen we er nooit. Groen en sp.a  beschouw ik niet meer als linkse partijen omdat ze het neoliberalisme als kader aanvaarden. Men zegt vaak dat alle partijen naar het centrum opschuiven. Onzin, rechts is rechts gebleven, alleen links is opgeschoven. De sociale welvaartstaat werd in de jaren vijftig en zestig opgebouwd. Dat was een linkse triomf, met socialisten die erin slaagden rechtse partijen achter hun agenda te scharen. Nu gebeurt precies het tegenovergestelde:  de sociale verworvenheden van toen worden door rechts afgebroken, met steun van links. Triest, maar we mogen  de moed niet opgeven. Het succes van Syriza in Griekenland en Mélenchon in Frankrijk bewijst dat er ruimte is voor een links alternatief.  Zonder Mélenchons stemadvies was Hollande geen president geworden”.

-          Vergeef ons onze nieuwsgierigheid. Maar waarom bent u als achttienjarige uitgerekend naar België gekomen? Studeren kon toch ook in Albanië?

Lleshi: “Ik wilde mijn horizon verruimen. Ik was nooit in Brussel geweest, maar ik had gehoord dat het een bruisende, multiculturele stad was. Dat trok me toen al geweldig aan”.

-          Waarom in het Nederlands studeren? Veruit de meeste buitenlandse studenten kiezen voor Frans of Engels..

Lleshi: “Ik heb een passie voor talen, ik spreek er intussen zes. Hoe moeilijker hoe liever, daarom vond ik Nederlands zo interessant. Frans leer ik wel vanzelf, redeneerde ik, en dat is ook gebleken. Ik pik talen op door heel veel onder de mensen te komen en scherp te luisteren. Na drie maanden begon ik al Nederlands te spreken, en later ben ik me aan de VUB gaan inschrijven. De eerste twee jaar heb ik er niet veel van gebakken, ik had het te druk met het verkennen van deze stad. Ik heb vaak met verbazing naar mijn Vlaamse medestudenten gekeken. Na vier jaar aan de VUB spraken sommigen nog altijd geen woord Frans. Ze leefden op een eiland, er waren er die mij na vier jaar studeren kwamen smeken om een rondleiding in Brussel te geven. Weet je wat ik zo jammer vind in België? Taal wordt hier gebruikt om grenzen te trekken en verdeeldheid te zaaien, terwijl het de mensen juist dichter bij elkaar moet brengen. Pas op, ik ken de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. En ik snap ook dat het niet aangenaam is als je in het ziekenhuis van Elsene niet in je eigen taal wordt geholpen. Maar dit is 2012, we moeten vooruit kijken. Meertaligheid is de toekomst, dat blijkt nergens duidelijker dan in Brussel”.

-          Bent u ook in Albanië actief als opiniemaker?

Lleshi: “Nee, ik volg Albanië maar van op een afstand. Tegenwoordig moeten we allemaal reizende kosmopolieten zijn, maar wat is er mis met lokaal engagement? Je hebt nergens een grotere impact dan op de plek waar je leeft. Mijn voornaamste engagement, dat is een beter Brussel.  Ik wil dat iedereen zo hard van deze stad kan genieten als ikzelf. En nee, ik ervaar dat niet als tegenstrijdig met mijn inzet voor de rest van de wereld”.

-          Albanezen hebben niet zo’n beste reputatie.  Bij de doorsnee Vlaming roept de naam associaties op met vrouwenhandel, prostitutie, banditisme en ongure portiers.  Nooit last gehad van die vooroordelen?

Lleshi: “Meermaals, maar ik heb mijn reactie paraat. Uiteraard houd ik me zoals alle Albanezen bezig met drugsmokkel en vrouwenhandel, zeg ik. En daarnaast heb ik nog een aantal andere bezigheden, zoals politieke economie doceren, boeken en analyses schrijven en documentaires maken”.

Bleri Lleshi’s blog:  http://blerilleshi.wordpress.com/