Maandelijks archief: januari 2013

Op vele fronten thuis: de oorlogsreporters van de VRT

verschenen in Humo, 31 december 2012

oorlogsreporters VRT

 foto: Marco Mertens

Wannes Van de Velde zong het al. Kerstmis is dien dag da ze niet schieten. Kan dat de verklaring zijn waarom de ijzervreters van de VRT-nieuwsdienst zich aan de vooravond van het Feest van de Vrede voltallig aan de Reyerslaan ophouden? Het is alleszins een mooie gedachte. De kanonnen die tussen Kerst en Nieuwjaar zwijgen, de drones die aan de grond blijven, de bermbommen die wachten met ontploffen tot confetti en guirlandes bij elkaar zijn geveegd. Helaas, een blik op de headlines leert dat het ook om en rond de jaarwende business is als usual. In Syrië roken de puinhopen, in Pakistan vliegen auto’s en omstanders in de  lucht, en in Mali en Soedan is het ook niet pluis. Nee, het zal wel aan hun dienstrooster liggen dat zowel Rudi Vranckx, Katrien Vanderschoot als Jens Franssen in het land zijn. Even op het thuisfront op adem komen, wie zou het hen ook misgunnen? Alle drie hebben ze hectische weken achter de rug. Rudi Vranckx en Jens Franssen brachten live verslag uit van de laatste opflakkering in de Gaza-oorlog, respectievelijk vergezeld van een cameraploeg en een radiotechnicus. Het was werken op het scherp van de snee, met inslaande obussen en overvliegende F16’s als score. Radio-journalist Katrien Vanderschoot van haar kant is net uit de Oost-Congolese stad Goma teruggekeerd, waar ze de bezetting door de m23-rebellen coverde. Vanderschoot, die haar vuurdoop kreeg in Kigali waar ze als free lance correspondente het begin van de genocide meemaakte, tekende voor een beklijvend radiomoment. Na het vertrek van de door Rwanda gesponsorde rebellen uit Goma sloeg de volkswoede op een stel achtergebleven plunderaars neer. Met gesmoorde stem beschreef ze het gruwelijke resultaat: een stinkende, zwartgeblakerde stapel van verminkte lijken en afgehakte ledematen.

“Ik had die dag last van een bronchitis”, zegt Katrien Vanderschoot. “Vandaar mijn ietwat onvaste stem. Maar toegegeven, ik had ook moeite om mijn emoties te verbergen. Waarom, heb ik me achteraf zitten afvragen. Ik heb immers al vaker lijken gezien, maar nooit eerder werd ik daar zo door gepakt. Ik denk dat ik er intussen de vinger kan op leggen. Meestal kun je als verslaggever een lijn trekken tussen daders en slachtoffers. Plunderende rebellen, muitende of verkrachtende soldaten versus weerloze burgers. Maar in Goma hebben de slachtoffers het recht in eigen handen genomen en zich de rol van beul aangemeten. Wat me nog het meest heeft aangegrepen, waren de tientallen kinderen die erop stonden te kijken alsof het entertainment was. Ik heb zelf jonge kinderen, vandaar wellicht de schok”.

Humo:  alvast dank voor jullie aanwezigheid. Niet zo vanzelfsprekend, zo bleek bij het maken van de afspraak. Jullie snakken alle drie naar rust en vakantie. Vermoeiend jaar in de benen?

Rudi Vranckx: “Vermoeiend jaar? Ik heb het gevoel dat ik al drie jaar constant bezig ben. Eerst was er de Vloek van Osama. Die reeks was nog niet klaar toen de Arabische Lente begon. Sindsdien is het niet meer gestopt. Zeggen dat ik aan rusten toe ben, is een understatement”.

Jens Franssen: “Buitenlandse verslaggeving is erg slopend. Vooral als radiojournalist klop je lange dagen. We beginnen met de vroege shift om zes uur ‘s morgens, afsluiten doen we gewoonlijk met de laatste nieuwsbulletins rond tien uur ’s avonds. Tussendoor zijn we constant beschikbaar voor rechtstreekse tussenkomsten, terwijl we ondertussen ook interviews afnemen en bijdragen opnemen en monteren. In al die drukte moet je ook nog vooruitkijken naar de volgende dag. Als Brussel om zes uur ‘s morgens belt, moet je al een bijdrage klaar hebben. Anders dan Rudi hebben Katrien en ik ook nog gewone diensten. Als we thuiskomen van een buitenlandse reportage, draaien we meteen weer mee in het normale redactiesysteem ”.

Katrien Vanderschoot: “Klopt wat Jens zegt. Vorige week zat ik nog in Congo, deze week doe ik een paar keer de ochtend. Om vijf uur uit bed. Met plezier overigens, ik doe graag de ochtend”.

Rudi: “Ik heb inderdaad het voordeel dat ik geen vaste diensten moet kloppen. Dat zou echt van het goede teveel zijn, want ik houd samen met mijn team al heel wat ballen in de lucht. Bijdragen voor het journaal, reportages voor Ter Zake, materiaal voor mijn documentaires, ook Facebook en Twitter vergen steeds meer tijd en energie. Pas op, ik zou gerust wat minder gas kunnen geven. Niemand aan de Reyerslaan die me verplicht er ook nog een Facebookpagina bij te nemen. Ik doe dat vrijwillig, uit passie”.

Jens: “Die drive voelen we allemaal. Tijdens zo’n buitenlandse missie kom je op plekken waar je anders nooit geraakt. Het is een investering, voor jezelf en voor de VRT.  Dan tellen de uren niet, je moet voluit gaan want je bent de scorende spits van je team”.

Humo: kunnen jullie nog een keer achterom kijken en een memorabel moment uit de professionele oogst van 2012 pikken? Ladies first, Katrien begint…

Katrien: “Mijn dieptepunt kennen jullie al, maar als positivo sta ik liever stil bij een hoogtepunt. In april ben ik naar Niger getrokken om er verslag uit te brengen over de dreigende hongersnood in de Sahel. Ik noem het anticiperende journalistiek, ik wilde niet wachten tot de hongersnood echt was uitgebroken. Zie je, ik heb aan de genocide in Rwanda een obsessie voor laat komen overgehouden. Ik verwijt mezelf en mijn  collega’s nog altijd dat we de geweldorgie toen niet hebben zien aankomen. Niet dat ik de illusie koester dat je als journalist een drama van zo’n omvang kunt stoppen. Maar niettemin, we hebben een knipperlichtfunctie. Als de hongersnood in de Sahel dit jaar binnen de perken is gebleven, dan komt dat ook doordat journalisten en hulpverleners aan de alarmbel hebben getrokken. Maar zeg eens: moet mijn memorabel moment per se uit mijn vakgebied komen?”

Humo: nee, voel je vrij…

Katrien: “Dan kies ik bij nader inzien toch voor het busongeval in Sierre. Ik woon niet ver van de getroffen school in Heverlee, en leefde net als iedereen in de streek intens mee.  Ik vond het toen vooral belangrijk om de begrafenis te coveren, al was het maar om wat sereniteit te brengen te midden van de sensatiejournalistiek. Die taak was zwaar en heeft me diep geraakt.”

 Humo: over naar Rudi en Jens. Zou het kunnen dat jullie sterke momenten van 2012 samenvallen?

Jens (net iets vlugger dan een instemmend knikkende Rudi): “11 januari, half drie, Homs. Hoe zouden we een andere keuze kunnen maken? Die aanslag, het is onmogelijk om dat van je af te schudden. Ik denk dat je het nog het best met een zwaar auto-ongeval kunt vergelijken. Je hebt het als bij wonder overleefd, maar achteraf blijft de film door je hoofd spoken.  (tot Rudi) Ik heb de beelden nog eens gezien in  de eerste aflevering van je “Revolutieroute”.  Het was een hele poos geleden, maar het frappeerde me opnieuw hoe heftig het allemaal was. Heftig, en heel erg close. We hebben daar als VRT ongelooflijk veel geluk gehad”.

Rudi: “Zeg dat wel. Voor hetzelfde geld hingen hier een paar kruisjes aan de muur, of liepen er hier een paar met krukken rond. We waren met vijf in een konvooi van vijftien buitenlandse journalisten. Een op de drie was dus van de VRT, en toch zijn we allemaal ongedeerd gebleven”.

Jens: “We waren ook de enigen die onze scherfvest aan hadden. Niet dat die ons leven heeft gered, niemand van de VRT heeft een impact geïncasseerd. Maar ik vraag me nog altijd af hoe onze Franse collega het er had afgebracht mocht hij een scherfvest hebben gedragen. Het  blijft speculeren, maar het is niet ondenkbaar dat de granaatscherf die hem fataal is geworden, in zijn vest was blijven steken”.

Rudi: “Die scherfvest leek ook een overbodige voorzorg. We waren vertrokken voor een showcase van het regime. Het programma oogde ongevaarlijk, zelfs het bezoek aan Homs dat toen nog lang niet het wespennest was dat het een maand later zou worden, toen de Amerikaanse journaliste Marie Colvin en de Franse fotograaf Rémi Ochlik er het leven lieten. Maar Syrië blijft Syrië, het land is  per definitie verraderlijk. Toch maar die scherfvest aan, hebben we ’s morgens besloten”.

Humo: het Franse gerecht is een onderzoek begonnen naar de dood van cameraman Gilles Jacquier.  Hebben jullie uit die hoek iets nieuws vernomen over de mortieraanval die jullie bijna het leven heeft gekost?

Rudi: “De Franse politiecommissaris is ons in Brussel komen ondervragen.  Een formaliteit, want de man gaf zelf toe dat hij machteloos stond. De waarheid ligt in Syrië, misschien komt ze ooit boven water als het regime valt”.

Jens: “Sluitende bewijzen hebben we niet, wel puzzelstukken die geen volledig beeld vormen, maar wel vermoedens wekken. Er zijn die dag bizarre dingen gebeurd, die elk afzonderlijk logisch kunnen verklaard worden.  Het is de samenhang die vragen oproept”.

Rudi: “Wat mij blijft bevreemden is het gedrag van onze Syrische escorte. Waar waren ze op het moment van de mortieraanval? De hele tijd volgden de veiligheidsagenten ons als schaduwen, maar op het kritieke moment waren ze in geen velden of wegen te bespeuren”.

Jens: “We zijn achteraf zelf met militairen gaan praten over het gebruik van mortieren. De eerste twee granaten zijn ver van ons gebouw ingeslagen, maar de laatste drie zijn te midden van onze groep gevallen. Dat betekent dat we werden geviseerd, die eerste twee schoten dienden wellicht om het vuur te oriënteren. Door wie, is dan de vraag. Als het de rebellen waren, dan moeten ze een mannetje in onze buurt hebben gehad om onze positie door te seinen.  Perfect mogelijk, maar je moet wel bedenken dat we ons in een door het regime gecontroleerd stadsdeel bevonden, en dat de rebellen in Homs tot dan toe nog geen artillerie hadden gebruikt”.

Rudi (verrast): “Is dat zo?”

Jens: “Ja, ik heb dat nagetrokken. Kijk, ik heb geen bewijs om wie dan ook te beschuldigen. Maar ik stel wel vast dat er op het moment van de aanslag toevallig een captatiewagen van de staatstelevisie om de hoek klaar stond. Twee uur na de feiten ging het verslag al op antenne, over de arme, buitenlandse journalisten die door de snode rebellen werden bestookt. Toeval of propaganda? We zullen het misschien nooit weten”.

Rudi: “Inderdaad, we weten het niet. Ik kan alleen maar constateren dat we na de aanslag in een soort propagandaoorlog zijn beland. We worden van alle kanten aan de mouw getrokken om de schuld in de schoenen van het andere kamp te schuiven. Dat gegeven is wellicht niet vreemd aan het feit dat Jens en ik geen visum voor Syrië meer krijgen. Voor mijn Revolutieroute ben ik naar het Noorden van Syrië geweest. Zonder visum, aan  de kant van de rebellen. Het was mijn bedoeling om ook in Damascus te gaan filmen, maar ondanks hardnekkig aandringen krijg ik geen visum. Ik zal hier maar geen details geven over de aanbiedingen die ik krijg, via informele kanalen. ‘We zouden een visum kunnen overwegen, maar dan op voorwaarde….’”

Humo: op voorwaarde dat je als bekende journalist de aanslag onverbloemd in de schoenen van de rebellen schuift?

Rudi: (lacht) “Schrijf maar op: Vranckx laat een veelbetekenende stilte vallen’.

Humo: het Syrische regime wankelt vervaarlijk. Wordt de val van Assad de klapper van 2013?

Jens: “Ik denk dat het er niet veel meer toe doet. Misschien wordt Assad vermoord, misschien vlucht hij het land uit, of anders wordt hij bij een paleisrevolutie aan de kant geschoven. Zijn val zal hooguit een symbolische betekenis hebben. Essentieel is dat het land hopeloos verdeeld is en dat het vliegwiel van de oorlog steeds harder gaat draaien. Er is geen weg terug, grote groepen van officieren staan kniehoog in het bloed. Wat er ook met Assad gebeurt, Syrië zal in 2013 erg onrustig blijven”. 

Rudi: “De grote vraag is of het op een Bosnië-scenario uitdraait. Wat mij daarbij nog het meest boeit, is de regionale weerslag. Ik denk vooral aan het Israëlisch-Palestijns conflict. Dat is een drukkookpan die om de zoveel tijd ontploft, zoals vorige maand nog in Gaza. De situatie zit al jaren muurvast, maar het kan niet anders of de Arabische Lente zal ook hier een dynamiek op gang brengen. Nu al hoor je zeggen dat op de Westelijke Jordaanoever een nieuwe Intifada broeit. Veel zal ook afhangen van de Israëlische verkiezingen, en van de vraag wat de nieuwe regering met Iran van plan is. Gaan ze bombarderen of niet, en wat doen de Amerikanen in dat geval? Alles hangt met alles samen in het Midden Oosten. Vorige week las ik een mooie van Madeleine Albright. Politiek in het Midden Oosten is als poolbiljarten. Je mikt de witte bal in het pak, maar je hebt geen idee waar de andere ballen naartoe schieten”.

Katrien: “Inderdaad een mooie. De ballen kunnen erg ver rollen, vanuit het Midden Oosten tot diep in mijn vakgebied, Centraal Afrika. Ik was op de grens van Niger en Mali toen gastarbeiders en huurlingen uit Libië terugkeerden, beladen met zware wapens en oorlogstuig waarmee ze zich in de sluimerende burgerloog in Noord-Mali hebben gestort. Het hele noorden is nu in handen van rebellen, in feite een verzameling van facties die ook elkaar bestrijden. Je hebt gematigde Toeareg die opkomen voor de rechten van hun volk, en daarnaast zijn er de jihadisten die banden met al Qaeda hebben en die vanuit Mali de hele regio proberen te destabiliseren. Die chaos is een neveneffect van de Arabische Lente”.

Humo: over Mali horen we weinig of niets in de media. Is het niet frustrerend voor een Afrika-specialist dat alle buitenlandse aandacht naar het Midden Oosten gaat?

Katrien: “Dat is nu eenmaal de realiteit. Als ik hier dienst heb, zie ik de urgents van de grote nieuwsagentschappen binnenlopen.  Het is al Midden Oosten dat de klokt slaat”.

Rudi: “En dan denk ik dat je in België nog goed zit. We besteden relatief veel  aandacht aan Centraal Afrika, zeker aan Congo. Er zijn regio’s en conflicten waar je veel minder van hoort”.

Humo:  Nu je het zegt. Hoe zou het bijvoorbeeld nog met de Tamils in Sri Lanka zijn?

 Jens :”Of met de Karen in Myanmar?  Ik vind Zuid-Oost-Azië een ongelooflijk boeiende regio. De hele grensstreek van China, Vietnam, Myanmar en Thailand staat bol van de etnische tegenstellingen. Thailand, toch geen klein landje, staat al jaren onder politiek hoogspanning. Wat als straks de stokoude koning Bhumibol sterft? Allemaal razend interessant, maar je krijgt het hier nauwelijks verkocht”.

Rudi: “Dat is een oud zeer. Ik heb ooit bij een hoofdredacteur een lumineus idee aangekaart. Als we nu eens een reeks zouden maken over vergeten conflicten? Komaan Rudi, antwoordde hij, je weet toch waarom we dat vergeten conflicten noemen? Omdat we die met zijn allen willen vergeten. Ach ja, ik heb er intussen iets op gevonden. Vranckx, mijn zaterdagavondprogramma op Canvas.  Ik doe zelf de programmering, samen met mijn eindredacteur. Vranckx is het ideale vehikel om vergeten conflicten onder de aandacht te brengen. Vorige week nog hadden we een ijzersterke documentaire over de zelfverbrandingen in Tibet”.

 Katrien: “Radio is op dat vlak flexibeler dan televisie. Waar ter wereld het ook brandt, we vinden altijd wel iemand die we kunnen bellen of in de studio halen om duiding te geven. Het ligt ook aan jezelf, want je kunt aandacht ook opeisen. Ik heb in 2005 de vluchtelingenkampen op de grens van Tsjaad en Soedan bezocht. Het conflict in Darfoer was nog nauwelijks bekend, maar ik heb hier toch groen licht gekregen om er reportages over te maken”.

Rudi: “Dat doet me denken aan mijn mislukte poging om naar Afghanistan te gaan. Het was in de lente van 2001, de Taliban hadden net de boedhabeelden van Bamian opgeblazen. Verhalen zat, maar mijn voorstel werd weggehoond. Wie interesseert zich in godsnaam voor Afghanistan? Een half jaar laten kregen we 9/11 op ons dak. Waarom zit jij niet in Afghanistan, kreeg ik toen te horen. Ach ja, we moeten ook redelijk blijven. Journalisten zijn nu eenmaal ongelooflijke zeurpieten die overal tegelijkertijd willen zijn”.

Humo: kennen jullie deze cultuurpessimistische verzuchting? De Vlaamse Media, een containerbegrip waarbij we gemakshalve ook de VRT-nieuwsdienst rekenen, focussen teveel op de navel van het volk en besteden te weinig aandacht aan het buitenland. Akkoord?

Rudi: “Absoluut niet. Ik daag iedereen uit die uit dat vaatje tapt. Lijst eens op wat we allemaal aan buitenlandse berichtgeving doen. Radio, televisie, sociale media, dat is echt wel indrukwekkend. Als het over buitenlandse berichtgeving gaat, bokst de VRT ver boven zijn gewichtsklasse”.

Jens: “Volledig eens.  Onze coverage in Gaza, daar kunnen heel wat grote zenders een puntje aan zuigen. Natuurlijk zijn de middelen niet onbeperkt, de VRT is tenslotte slechts de omroepje van een regio van ocharme 6 miljoen inwoners. Ik begrijp de hoofdredactie als ze af en toe nee zegt, er moeten keuzes worden gemaakt. Mag ik bij deze een bloempje gooien naar de huidige en vorige hoofdredactie? De nieuwsdienst moest bezuinigen, maar ze hebben erover gewaakt dat er nooit aan het budget voor buitenlandse berichtgeving werd geraakt”.

Humo: was dat wel nodig,  vragen we ons als advocaat van de duivel af. Want waarom moeten kijkers of luisteraars wakker liggen van al dat bloedvergieten in Verwegistan? Wat helpt het de Syriërs of Congolezen dat we hier, op de bank onder het genot van een zak chips, of in de auto op weg naar het werk, met hun leed worden geconfronteerd?

Rudi: “Ik weet dat dit verschrikkelijk schoolmeesterachtig klinkt, maar ik wil de mensen hun blik op de wereld verruimen. En laat me eerlijk zijn: stiekem hoop ik ze ook nog een geweten te schoppen ”.

Jens: “Ik voel me zelf geen idealist, maar je doet de mensen geen cadeau door hen niet uit te leggen hoe hun wereld in elkaar zit. Ze horen te weten dat de economie in de BRIC-landen ongelooflijk hard gaat.  En dat ze daar niet bang moeten voor zijn, maar dat die evolutie hun wereld zal beïnvloeden, want we leven niet meer op een eiland. Ik beschouw het als een opdracht om dat op een bevattelijke manier uit te leggen”.

Katrien: “Daarnaast zie ik nog een opdracht: het bestrijden van vooroordelen. Neem nu  de vluchtelingenproblematiek, een van mijn dada’s. Je kunt met dat thema verschillende kanten op. Als je alleen maar de lijken toont die wekelijks in Lampedusa aanspoelen, bevestig je de clichés van de armoedzaaiers die Fort Europa proberen binnen te dringen. Ik vind het veel interessanter om uit te leggen waarom die mensen hun leven op het spel zetten. Daarom ben ik naar Senegal geweest, om er met vluchtelingen te praten. Op mijn Facebook stroomden de reacties binnen. Zo hadden we het nog nooit bekeken, schreven verschillende luisteraars. Daar doe ik het voor”.

Humo:  jullie zendtijd is niet onbeperkt. Lukt het duiden van de wereld en het bestrijden van clichés binnen de respectieve formats die jullie ter beschikking staan?

Rudi: “Het blijft een sprint met aankomst bergop, zeker als het over de islam of de moslims gaat. Ik heb me de voorbije dagen een paar keer ongelooflijk geërgerd aan de berichtgeving over de nieuwe Egyptische grondwet. Als Morsi zijn referendum wint, zo moeten we geloven, verandert Egypte op slag in een aartsconservatief sharia-land waar vrouwen verplicht binnenblijven en beulen klaar staan om handen af te hakken. Dan zit ik me af te vragen: ben ik nu de enige die de moeite heeft genomen om de tekst van die grondwet te lezen? Moeilijk is dat nochtans niet, je vindt de Engelse vertaling integraal op het internet. Als je de grondwet leest, dan snap je meteen dat de waarheid oneindig veel genuanceerder is dan uit de berichtgeving blijkt”.

Jens: (gretig) ”Het is niet de nieuwe grondwet die Egypte in een aartsconservatief land zal veranderen. Egypte is een conservatieve samenleving, maar dat zien buitenlanders niet die de hele tijd in Caïro blijven plakken. Neem de auto en rijd de stad uit, binnen de kortste keren zul je ontdekken dat je in een ontwikkelingsland bent. En over ergernissen gesproken, ik krijg het op de zenuwen van de cijferoorlog op het Tahrirplein. Bij de val van Moebarak waren zogezegd een miljoen mensen op Tahrir samengestroomd. Intussen weten we beter: een vol Tahrir, dat is hoop en al tienduizend betogers. Tienduizend, op een stad van 12 miljoen inwoners! Een vol Tahrir kun je dus vergelijken met een betoging van duizend man voor de Brusselse Beurs. En toch hoor je het telkens weer als het Tahrirplein volstroomt: dit bewijst andermaal hoezeer Caïro en bij uitbreiding heel Egypte verdeeld zijn. Een ongelooflijke overdrijving, want die betogers zijn helemaal niet representatief voor de grondstroom van de Egyptische samenleving”.

Katrien: “Ik kan me daar iets bij voorstellen. Ik heb me in Goma vreselijk geërgerd aan de man van Reuters die uit Zuid-Afrika was komen overvliegen. Niet alleen sprak hij geen woord Frans, hij was totaal onvoorbereid en snapte van de hele situatie geen bal. Dat zie je trouwens wel vaker bij grote nieuwsagentschappen. Ironisch genoeg zijn dat de spelers die de internationale media-agenda bepalen, het zijn hun bijdragen die in de beslissingscentra in Washington en Brussel worden gelezen”.

Rudi: “Ook al een bekend probleem. Daarom vind ik het zo verfrissend dat er in het Midden Oosten nieuwe zenders zoals Al Jazeera en Al Arabiya zijn ontstaan, met al hun kwaliteiten en gebreken”.

Humo: Rudi Vranckx is nadrukkelijk aanwezig in zijn reportages, terwijl het grote publiek zich bij Jens Franssen en Katrien Vanderschoot geen gezicht kan voorstellen. Is dat een persoonlijke keuze, of wordt dat stijlverschil door het medium gedicteerd?

Rudi: “Pff,die vraag wordt me vaak gesteld. Om te beginnen valt het nogal mee met mijn nadrukkelijke aanwezigheid.  Ja, ik loop in beeld in de Revolutieroute. Maar dat is louter functioneel. Mijn emoties wegen niet op het verhaal, ik ben louter de gids die de kijker van punt a naar punt b loodst. Kijk, ik doe dit nu al 25 jaar. Sinds de val van Ceaucescu heb ik geen oorlog gemist, alleen Somalië is een blinde vlek gebleven. Het klop dat mijn verslaggeving mettertijd persoonlijker is geworden. Voor mij geen probleem, ik zie mijn bekendheid als een instrument om de budgetten te versieren waarmee ik dit werk kan blijven doen. Het is zelfs bepaald fijn als mijn bekende naam er voor zorgt dat ik op Canvas sterke documentaires mag tonen die anders geen kans krijgen”.

Katrien: “Beschouw het niet als kritiek, Rudi, ieder zijn stijl. Maar ik maak er een punt van geen deel uit te maken van de verhalen die ik breng. Dat betekent niet dat ik afstandelijk ben, integendeel. Ik ben een observator, maar ook een mens die vatbaar is voor ontroering en verontwaardiging. Ik was in Londen voor de zaak Pinochet, ik stond op de trappen van de rechtbank toen de beslissing viel de Chileense dictator zijn onschendbaarheid te ontnemen. Rond mij stonden weduwen en slachtoffers van de dictatuur, ze weenden van geluk. Ik hield het ook niet droog, omdat ik me perfect kon inbeelden wat die beslissing voor hen betekende. Laat je gerust ontroeren, zolang je daarna maar objectief verslag uitbrengt. In Goma werd ik meegesleurd in de volksvreugde bij de terugkeer van het Congolese leger.  Er was geen ontkomen aan, zo uitgelaten was de sfeer. Maar dat heeft me niet belet om ’s anderendaags de juiste vragen te stellen. Want waar zat dat leger toen de rebellen de stad veroverden? Ze zijn als angsthazen gaan lopen, een spoor van plunderingen achter zich latend”.

Rudi: “Ach ja, wat is objectiviteit? Feiten zijn natuurlijk heilig, maar ik heb soms moeite met de invulling van dat concept. Ben je als journalist objectief wanneer je alle partijen aan het woord laat, zoals velen denken? Dat vind ik zelf onbevredigend. De ene partij zegt dat er een bloedbad werd aangericht, de andere partij ontkent het bloedbad. Sorry, maar wat heeft de kijker of luisteraar daaraan? Objectiviteit is soms een vorm van lafheid. Je moet als journalist de waarheid proberen te achterhalen en daarbij je eigen visie geven. Dat is geen probleem, zolang je maar duidelijk maakt dat het jouw persoonlijke visie is”.

Humo: Jens, jij hebt net als Katrien kinderen. Hoe reageert het thuisfront als papa aankondigt dat hij voor het werk naar het belegerde Gaza moet?

Jens: “Mijn kinderen zijn nog jong, de oudste is pas zes.  Ze zijn zich van geen kwaad bewust, alleen na die aanslag in Homs was mijn zesjarige zoon wat ongerust. Hij had op de radio iets opgevangen over de betrokkenheid van Belgische journalisten. Gelukkig heb ik hem snel kunnen bellen en sussen, ‘papa is okay’. Ik doe dit soort missies nu een kleine drie jaar. Ik ben niet begonnen met Homs of Gaza, dat zijn tussenstations op een traject dat ik samen met mijn vriendin heb afgelegd. Ze weet dat ik geen onnodige risico’s neem, en ze is zelf van kleintje vervaard, we hebben trouwens nog samen met de rugzak in het Midden Oosten rondgereisd”. “

Jens:  “Hoe ouder ik word, hoe beter ik die risico’s kan inschatten. Daarom ben ik ook niet samen met Rudi naar Gaza gegaan. Toen ik met mijn technicus in Tel Aviv arriveerde, was hij met zijn ploeg al een poosje in Israël, helemaal  klaar om naar Gaza te vertrekken. Ik stond voor de keuze: meegaan of niet? Ik heb besloten te wachten, ik was zelf niet klaar. Vooraleer je aan zo’n missie begint, moet je alles op een rij zetten. Hoe groot is het risico, en loont het de moeite? Vormt het een meerwaarde als ik naar Gaza ga en er de bombardementen trotseer? De verleiding is groot om aan het handje van een ervaren collega te lopen. Rudi is al vaak in Gaza geweest, had ik kunnen redeneren, hij zal wel weten wat hij doet. Maar dat is zelfbedrog, want raketten houden geen rekening met journalistieke ervaring. De verhalen uit Irak zijn bekend. Zes journalisten op een tank, samen 150 jaar ervaring. De tank wordt beschoten, en alle zes dood. Na een dag piekeren en overleggen met het thuisfront hebben we de knoop doorgehakt en zijn we vertrokken. Gaza heeft goede telefoon- en internetverbindingen, dat was voor mijn vriendin een geruststelling. Ik was bovendien voortdurend op de radio, het beste bewijs dat ik okay was”.

Humo: en was het gevaarlijk?

Rudi: “Ik wil niet stoer doen, maar Gaza was helemaal niet zo gevaarlijk. Buitenlandse journalisten werden niet geviseerd. De mensen van Gaza waren erg gastvrij en solidair, ook al omdat ze beseften dat wij de ogen van de wereldgemeenschap zijn. De Israëli’s van hun kant hadden er ook geen belang bij een stel buitenlandse journalisten op te blazen, dat zou rampzalig voor de pr zijn geweest. Er is natuurlijk altijd een kans dat je als collateral damage eindigt, maar al bij al was Gaza een eitje vergeleken met Irak. Daar werden buitenlanders geviseerd en tientallen journalisten vermoord. Je kon bij iedere wegversperring uit de auto worden gesleurd en onthoofd. Geen prettige gedachte, zeker niet als je bedenkt dat er in Bagdad maar een paar tientallen buitenlanders rondliepen. Voeg daarbij de constante dreiging van bermbommen, en de terreur is compleet. Toch moest je blijven functioneren, een slopende opgave. Ik heb er tussen 2003 en 2007 in totaal zes maanden doorgebracht, maar toen was het op. Irak is het gevaarlijkste dat ik heb meegemaakt, al vrees ik dat Syrië intussen aardig in de buurt komt”.

Katrien: “Ik zou niet durven wat jij doet, Rudi. Ik heb de eerste tien dagen van de genocide in Kigali meegemaakt. Ik zat ondergedoken bij een kennis, terwijl buiten slachtpartijen plaats vonden en er ook een jacht op Belgen werd gevoerd. Doodsangsten heb ik doorstaan, het heeft jaren geduurd vooraleer ik weer naar Centraal Afrika durfde te reizen. Eerlijk gezegd, ik zou in het huidige Midden Oosten niet kunnen functioneren. Ook in Afrika wordt extreem geweld gepleegd, maar er zijn verschillen. Behalve tijdens de genocide heb ik nooit het gevoel gehad dat ik als vijand werd beschouwd. Hoe precair de situatie ook is, je kunt als buitenlandse journalist altijd met de mensen praten en de situatie ontzenuwen. In Centraal Afrika worden bovendien geen zelfmoordaanslagen gepleegd, en autobommen zijn een relatief onbekend fenomeen. Ik mag er niet aan denken dat ik in een terreurklimaat zoals in Syrië of Afghanistan moet werken. Ik maak me dan ook grote zorgen over de uitstraling van het extremisme in landen als Nigeria en Mali. Het kom gevaarlijk dichtbij mijn vakgebied”.

Humo: hoe verteren jullie de terugkeer van een oorlogsgebied naar het vredige thuisfront? Door sterke verhalen te vertellen aan de keukentafel of aan de toog van de stamkroeg?

Rudi: “Aan de toog van de stamkroeg? Nee, dank je wel. Ik vertel erg weinig over mijn werk, ik ben daar nogal schuw in. Als ik naast mijn televisiewerk nog iets kwijt wil, dan schrijf ik er wel een boek over”.

Jens: “Ik neem zo weinig mogelijk ballast mee naar huis, werk en privé blijven strikt gescheiden. Als journalist kan ik mijn ei via mijn reportages kwijt, op dat vlak hebben technici en cameramannen het wellicht moeilijker”.

Katrien: “Je wordt natuurlijk vaak aangesproken over je werk, zeker wanneer je net terug bent van een reis. Dat is begrijpelijk, maar ik vind het vervelend als ik met anderen op stap ben. Die hebben ook hun verhaal, maar dat snappen de nieuwsgierigen vaak niet. Wat ik wel vaak en graag doe: lezingen geven voor scholen”.

Humo:  die bescheidenheid siert jullie. Maar jullie moeten toch vaak aan de mouw worden getrokken. Onbekenden die vragen hoe het nog was, daar in het woelige Congo, Syrië of Libië?

Rudi: “Ja, maar ik maak daar korte metten mee. Het weer was fantastisch, zeg ik dan, het eten geweldig en de mensen vriendelijk. Gewoonlijk worden er daarna geen vragen meer gesteld”.

Humo: dank voor jullie tijd. Maak er een vruchtbaar en vooral veilig 2013 van.