Maandelijks archief: augustus 2013

Het Grove Werk: De Syndicus

loot in een Humo-reeks over beoefenaars van op het eerste gezicht ondankbare beroepen. It’s a dirty job, but someone has to do it… (Humo 6 augustus 2013)

“Eigenaars zien me als de vervelende vent die voortdurend in hun zakken zit”

 

Pieter Van Eenoge

Pieter Van Eenoge

Duinbergen-Knokke. Er staat een stevige bries op het Albertstrand. Een bejaarde dame probeert een opstandige foulard te temmen, haar maltezer doopt intussen een lantaarnpaal. Een stukje Lippensland inpalmen, een betere belegging kan een hond zich niet dromen. Het zomerseizoen moet nog beginnen, parkeren op de zeedijk ging met de ogen toe. Toch zoemt het op deze doordeweekse ochtend van de bedrijvigheid aan onze kust. Glazeniers, loodgieters, schrijnwerkers, tegelaars, gevelreinigers, het is altijd een beetje Batibouw tussen de Panne en Het Zoute. Heel wat van deze werkzaamheden worden aangestuurd door een stille kracht: de syndicus. Al wie ooit een appartement aan zee huurde, kent zijn naam. Problemen met de lift? Sleutel verloren? WC verstopt? Bel de syndicus.

In al onze argeloosheid hielden we hem voor een soort conciërge die, in afwezigheid van de huisbaas en louter voor het plezier en de frisse zeelucht, een oogje op de menagerie hield. Een grove onderschatting, zo vernemen we van Thierry De Nil, zaakvoerder van Immo De Nil en syndicus van vader op zoon te Knokke-Heist. “Vroeger klopte dat cliché wel. De taken van de syndicus werden door een inwonende conciërge waargenomen, als het al niet door  de kruidenier om de hoek of een gepensioneerde postbode was. Maar dan spreken we van lang geleden, de periode van de cowboyverhalen. Het was niet uitzonderlijk dat de syndic buiten het seizoen appartementen in het zwart verhuurde, voor rekening van de eigenaar wel te verstaan. Het beroep genoot een slechte reputatie, een beetje zoals de handelaar in occasiewagens. Ik ken de verhalen uit mijn kindertijd. Mijn ouders zijn in de jaren zestig van Gent naar Knokke verhuisd om er een immo-kantoor te beginnen. Het kusttoerisme boomde, de flatgebouwen rezen als paddenstoelen uit de grond, het beroep van syndicus is hier in die periode zowat ontstaan. Vader was een van de pioniers aan de Oostkust. Weet je dat ze Petit Robert, de beruchte gangster en ontsnappingskoning, in een van zijn gebouwen hebben gearresteerd? Blijkbaar hield hij zich na zijn zoveelste uitbraak schuil in Knokke. Vader moest mee met de mannen van de Groep Diane om hen de weg te tonen”.

Humo: hopelijk leest Petit Robert niet mee. Hoe staat het tegenwoordig met de reputatie van de syndicus?

De  Nil “Veel beter, de wetgever heeft ingegrepen. Ons beroep wordt nu gereguleerd door het Belgisch Instituut voor Vastgoedmakelaars en door de wet op de mede-eigendom, een codex uit 1994 die in 2010 nog eens grondig werd gewijzigd. Alles is veel transparanter geworden, en het amateurisme is er nagenoeg helemaal uit. Alleen erkende makelaars zoals ikzelf en advocaten mogen zich met vastgoedbeheer inlaten. De wet voorziet in één uitzondering: mits akkoord van de mede-eigenaars mag je in je eigen gebouw voor syndic spelen. Alleen in je eigen gebouw, wel te verstaan, er kan geen sprake van zijn dat je een portefeuille uitbouwt zoals een professioneel vastgoedbeheerder”.

Humo: behalve als vastgoedbeheerder bent u ook actief als makelaar. Is dat een voor de hand liggende combinatie?

De Nil: “Correctie: ik ben zaakvoerder van een vastgoedkantoor. Het verhuren en verkopen laat ik aan mijn medewerkers over, ik heb de handen meer dan vol met mijn activiteiten als syndicus. Winnende combinatie? Van de  meer dan honderd vastgoedkantoren in Knokke is er maar een kleine minderheid die ook vastgoedbeheer aanbiedt. Te veel moeite voor te weinig rendement, wellicht. Eigenaars betalen tussen de 15 en de 25 euro per maand aan sydic-kosten. Niet riant voor de geleverde service, maar er zijn andere voordelen. Ik voer het beheer over dertig gebouwen van tussen de tien en de vijfenzestig appartementen, samen goed voor meer dan vijfhonderd eigenaars. Uiteraard zijn die allemaal vrij in hun keuze van vastgoedpartner als ze hun appartement willen verhuren of verkopen, maar stiekem hopen we dat ze voor ons kantoor kiezen. Om eerlijk te zijn, zonder makelaarsactiviteiten zou de zaak niet rendabel zijn. Om louter en alleen als syndicus te overleven, moet je minstens honderd gebouwen in beheer hebben. Zulke kantoren bestaan, vooral in de grootsteden zoals Brussel, Gent of Antwerpen”.

Humo: best interessant allemaal, maar wat doet een syndicus nu precies?

De Nil : “Kort samengevat: het beheer van de gemeenschappelijke delen van een gebouw met verschillende eigenaars. Denk daarbij aan de lobby, de trappengang, de technische installaties zoals lift en cv, de kelder, de parkeergarage en het terras. Wij staan garant voor onderhoud en herstelling. Is er een elektricien of loodgieter nodig? Wij doen het nodige. Maar onze rol gaat veel verder, we staan ook in voor de planning en uitvoering van de investeringen. Gevelrenovatie is bijvoorbeeld een typische besogne van de syndicus”.

Humo: jullie zijn het dus die de zeedijk nog verder ontsieren met stellingen en flapperende dekzeilen……

De Nil: “’t is te zeggen, we doen dat in opdracht. De meeste appartementsgebouwen aan de kust dateren uit de jaren zestig en zeventig. Dat valt er ook aan te zien, heel wat gevels zijn afgebladderd of aangetast door betonrot. Als het te erg wordt, moet de syndicus ingrijpen. Dat betekent niet dat we meteen de eerste de beste aannemer kunnen bellen. Voor investeringen moeten we altijd het akkoord van de eigenaars vragen. Zo’n gevelrenovatie is trouwens een zware dobber: gemiddeld 25.000 euro per eigenaar. Neem het van mij aan, er gaat heel veel geld om in die sector. Moest ik jonger en handiger zijn, ik zou niet aarzelen. Aannemer van gevelrenovaties aan de kust, daar kun je pas goed je boterham mee verdienen”.

Humo: zijn alle eigenaars bereid zomaar 25.000 euro neer te tellen voor een schone façade?

De Nil: “Dat is een teer punt. Als syndicus moet ik voor ieder gebouw één keer per jaar een algemene vergadering bijeenroepen. Ik breng dan verslag uit van mijn beheer, leg de rekeningen voor en kaart de noodzakelijke investeringen aan. De algemene vergadering, dat is het parlement van het gebouw. Er gelden strikte regels: de helft plus één van de eigenaars moet aanwezig zijn om rechtsgeldig te vergaderen, beslissingen moeten door driekwart van die aanwezigen worden goedgekeurd. Meestal is zo’n vergadering routine, maar bij gewichtige beslissingen kan de spanning hoog oplopen. Niet alle eigenaars hebben immers baat bij een nieuwe gevel of een moderne verwarmingsketel. Je hebt gepensioneerden die gewoon van hun pied-à-terre aan zee willen genieten en redeneren dat het hun tijd wel zal duren. Waarom zich nog pijn doen voor een nieuwe gevel? Zulke werken slepen gemakkelijk een jaar aan. Dat betekent een jaar minder genot van hun appartement, want met een zeil voor hat raam, schiet er van het zicht op zee nog maar weinig over. Daarnaast heb je jongere eigenaars die hun appartement vooral als een belegging zien, die zijn gewoonlijk vragende partij voor een collectieve inspanning die de waarde van hun vastgoed aan zee doet stijgen. Als beide kampen even sterk staan, heb je de poppen aan het dansen. En wat op zo’n vergadering ook voorvalt: ruzie over de verdeelsleutel in de basisakte”.

Humo:  basisakte?

De Nil: “Dat is de bijbel van het mede-eigendom, de spelregels voor het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes en installaties. De basisakte hoort bij de notariële verkoopsakte, iedere eigenaar wordt verondersteld er kennis van te nemen. Er staat van alles in: afspraken over het gebruik van garage en kelder, of er al dan niet bloembakken op het terras mogen geplaatst worden. Maar ook het mandaat van de syndicus wordt omschreven, en het aandeel in de gemeenschappelijke beheerskosten. Daar zit de adder onder het gras. Basisakten uit de jaren zestig en zeventig bevatten vaak een bijzondere verdeelsleutel: hoe hoger iemand woont,  hoe groter zijn aandeel in de liftkosten. Spreekt vanzelf dat daar conflictstof ligt, want liften zijn een dure grap. Een oude lift moderniseren kost 30.000 euro, een lift vervangen tussen de 60.000 en 80.000 euro”.

Humo: kan een eigenaar zijn appartement niet gauw verkopen als er werken op til zijn?

De Nil: (lacht) “Vroeger was dat schering en inslag. Daar zijn drama’s van gekomen. Kopers plooiden zich dubbel om hun droom te realiseren, een appartement aan zee. De inkt van de notariële akte was nog niet droog of er viel al een lijk uit de kast. ‘Volgende maand steken we een nieuwe gevel! Gelieve nog een paar honderdduizend frank extra op te hoesten en sorry alvast dat u de komende tien maanden in het donker moet zitten’. Dat is gelukkig voltooid verleden tijd. Makelaars die een appartement verkopen zijn verplicht bij de syndicus hun licht op te steken over de toestand van het gebouw. Meer nog, ze moeten bij de ondertekening van de verkoopsovereenkomst de verslagen van de laatste drie algemene vergaderingen voorleggen zodat de koper perfect weet wat hem boven het hoofd hangt. Als ik even de pet van vastgoedmakelaar mag opzetten: investeren aan de kust is meer dan ooit een veilige belegging”.

Humo: komt het wel eens tot open ruzies op een algemene vergadering?

De Nil: “Meestal loopt het zo’n vaart niet. Met een goede voorbereiding plus een dosis takt en diplomatie kan je als syndicus heel wat conflicten vermijden. Maar ik heb al meegemaakt dat eigenaars hun advocaat naar de algemene vergadering meebrachten. Soms raken we er niet uit en komt het tot een rechtszaak, dan moet ik naar het vredegerecht in Brugge. Zie je, gebouwen onder syndicaal beheer genieten rechtspersoonlijkheid. Ze houden een rekening aan om facturen te betalen, en ze kunnen voor de rechtbank verschijnen. In de praktijk is het de syndicus die het gebouw vertegenwoordigt. Ik trek geregeld zelf naar de rechtbank, bij betwistingen met aannemers of leveranciers bijvoorbeeld. Je moet als syndicus juridisch stevig in je schoenen staan, het is heus geen toeval dat er behalve erkende makelaars ook advocaten in dit vak actief zijn”.

Humo: niet mijn idee van een avondje uit, zo’n algemene vergadering. Eindigt het wel eens in de kroeg?

De Nil: “Kroeg? Ik huur altijd een zaaltje in het cultureel centrum van de gemeente. Geloof me, het is even saai als het lijkt. Gelukkig willen de meeste eigenaars er zelf zo snel mogelijk komaf mee maken. Napraten of socialisen is er sowieso niet bij, want een appartementsgebouw is perfect anoniem. De meeste eigenaars weten niet wie er boven, onder of naast hen woont. In kleine gebouwen met oudere eigenaars ligt dat anders, die kennen elkaar na twintig jaar wel. Niet mijn favoriete scenario, want dan draait zo’n vergadering op een theekransje uit. Vooraleer je de agenda kunt aansnijden, worden de gezondheidsbulletins en de nieuwtjes over de kleinkinderen uitgewisseld. Wat zit ik hier in godsnaam mijn tijd te verliezen, vraag ik me dan wel eens af. Nee, voor de ambiance moet je het niet doen, en ook niet voor de populariteit. Eigenaars zien de syndicus als de vervelende vent die voortdurend in hun zakken zit, alsof wij persoonlijk verantwoordelijk zijn voor het betonrot in de gevel of de slijtage van de CV-ketel. Onlangs had ik weer zo’n toestand: het gebouw stond al in de steigers, maar één van de eigenaars weigerde zijn aandeel in de kosten te betalen. Het ging om een koppel dat aan het scheiden was, man en vrouw probeerden elkaar de factuur in de schoenen te schuiven. Menselijk allemaal, het gebeurt in de beste families. Maar het gevolg was wel dat ik de andere eigenaars aan de mouw moest trekken voor extra geld om het gat dicht te rijden en de aannemer te betalen. Heel wat eigenaars zijn er trouwens van overtuigd dat we commissies vangen op de uitgevoerde werken”.

Humo: is dat dan niet zo? De positie van de syndicus schreeuwt er bijna om…

De Nil: “Nee, dat is ten strengste verboden. Vroeger was het courant: de syndicus schakelde zijn broer als loodgieter in en belde zijn neef voor de elektriciteit. Viel er een procentje te regelen, dan had niemand daar zaken mee. Onder de nieuwe wet is dat onmogelijk. Op het aanvaarden van commissies staan strenge straffen. En als we familiale of zakelijke banden met een aannemer hebben, moeten we dat op de algemene vergadering melden. Voor een gevelrenovatie of een nieuwe lift bestellen we altijd een studie, met goedkeuring van de AV uiteraard. De ingenieur maakt dan een kostenraming en verstuurt een offerteaanvraag naar verschillende aannemers. Meestal wordt er dan een extra vergadering belegd om de gesloten omslagen te openen en er de beste offerte uit te pikken. Transparanter kan het niet, maar toch zijn er altijd achterdochtige eigenaars die je goede trouw in twijfel brengen. ‘Waarom werk je altijd met dezelfde installateur, loodgieter of elektricien? Ge zult er zelf wel iets aan verdienen zeker?’Terwijl het antwoord heel simpel is. Omdat hij de beste prijs heeft gestoken, en omdat hij bewezen heeft een betrouwbare partner te zijn die je desnoods om middernacht of tijdens het weekend mag bellen voor een dringende reparatie”.

Humo: noodgevallen, goed dat u er zelf over begint want we waanden ons stilaan in een notariskabinet. De syndicus, dat is toch ook de man die we uit zijn bed bellen als we de sleutel van ons appartement kwijt zijn?

De Nil: “Ik probeer dat binnen de perken te houden. Ik pas er wel voor op mijn gsm-nummer rond te strooien, want dan laten ze je nooit met rust. Wie buiten de kantooruren belt, wordt in de eerste plaats uitgenodigd een boodschap achter te laten. Alleen wie het doorkiesmenu doorloopt, wordt naar mijn gsm doorgeschakeld. De bedoeling is alleen dringende oproepen door de filter te laten, maar feilloos werkt dat niet. Ik word vaak genoeg gebeld voor futiliteiten. Een lekkende kraan in de badkamer, zoiets kan gerust tot ’s anderendaags wachten. Maar voor een gesprongen hoofdleiding moet ik desnoods in het holst van de nacht een loodgieter optrommelen. En ja, ook verloren of vergeten sleutels vallen in de categorie dringend. Vorige vrijdag nog ben ik om middernacht moeten uitrukken voor een verstrooid koppel. Ik erger me nog als ik eraan terugdenk. Ze hadden ’s middags al vastgesteld dat ze hun sleutel waren vergeten. Maar in plaats van meteen op kantoor langs te lopen om de reservesleutel op te pikken, zijn ze eerst doodgemoedereerd met hun vrienden gaan dineren en feesten. De syndicus zal ons straks wel depanneren, dachten ze wellicht, zo’n man heeft toch niks beters te doen op een vrijdagnacht. Weet je wat de man vroeg toen ik hem in zijn appartement binnenliet? We hebben u toch niet gestoord tijdens de copulatie zeker? Ik heb maar gedaan alsof ik het niet hoorde”.

Humo: foei! En dat in het mondaine Knokke!

De Nil:  “Ik vrees dat er op dat punt geen verschil is met pakweg Blankenberge, De Haan of om het even welke badstad. Ik zie dat op het vredegerecht, heel vaak zijn het eigenaars uit Knokke die met elkaar overhoop liggen. Als syndicus moet je mij niet vertellen dat de mensen steeds onverdraagzamer en botter worden. Hoe ze met ons communiceren. Als je binnen een paar uur niet op hun mail hebt geantwoord, sturen ze al een rappel. Vorig jaar is een eigenaar door het lint gegaan omdat een paar jonge gasten onder zijn raam aan het skaten waren. Nu weet ik dat zoiets een hels kabaal maakt, zeker als ze met die  plank over de blauwe deksteen van een muurtje schuren. Maar om daarom briesend naar buiten te stormen? Had hij die jongens gevraagd te stoppen of te verhuizen met hun plank, dan hadden ze dat wellicht gedaan. Nu was het resultaat dat ze hem in zijn gezicht hebben gespuwd, en dat ik ben moeten tussenkomen om de gemoederen te bedaren. Ik ben zelf ooit op kantoor voor rotte vis uitgescholden, door  een vrouw die woedend was omdat er in haar gebouw werd gewerkt. Het stof, het lawaai, en dat het een schandaal was. Ze bleef maar doorgaan, en ineens viel mijn nikkel. Dat was helemaal mijn gebouw niet, ze had zich van kantoor vergist! Dacht je dat ze zich heeft geëxcuseerd? Nee, ze is zonder boe of bah buiten gelopen”.

Humo: bespeuren we daar een verongelijkte ondertoon?

De Nil: “Het gebrek aan respect is soms frustrerend. Ik ben ooit op een kille vrijdagavond in oktober naar een ondergelopen kelder geroepen, het water stond al kniehoog. Wachten op de loodgieter of de watermaatschappij was geen optie. Ik dus met mijn mooie kleren en schoenen de kelder in op zoek naar de hoofdkraan. Er stond vier bar druk op de leiding, dat maakt een oorverdovend kabaal. De kraan had 23 jaar opengestaan, helemaal vastgeroest. Slechts met de grootste moeite ben ik erin geslaagd dat geval dicht te schroeven. Ik kom buiten, doorweekt, klappertand en half doof. Komt daar een eigenaar naar me toe. ‘Meneer De Nil, u gaat me toch niet vertellen dat we de hele avond geen water hebben?’ In de plaats van mij een handdoek  aan te bieden, ik stond daar verdorie een dubbele longontsteking op te doen”.

Humo: vrijdag, pechdag?

De Nil: “Dat is statistiek.Buiten het zomerseizoen is vrijdag veruit onze drukste dag, vanaf ’s middags staat het hier niet stil. Je maakt dan van alles mee. Gepensioneerden kijken uit naar een onbekommerd weekendje aan zee, maar bij hun aankomst wacht hen een lelijke verrassing. Ze hebben de vorige week de sleutel aan hun kleinzoon gegeven. Om in alle rust te studeren, zogezegd. In feite heeft hij zijn vrienden uitgenodigd en een heel weekend het zwijn uitgehangen. Vrijdag vinden oma en opa de puinhoop. En dan zijn er die bij mij van hun oren komen maken! Of wij hier iets te maken hebben, want wij hebben tenslotte de reservesleutel. Dat hun kleinzoon tot zoiets in staat is, dat willen ze niet geloven”.

“Maandagmorgen krijgen we dan weer de nasleep van het weekendje aan zee. Eigenaars bellen in paniek. ‘Meneer De Nil, we zijn vergeten onze frigo leeg te maken en we komen pas binnen veertien dagen terug aan zee. Kunt u het nodige doen?’ Strikt genomen hoef ik daar niet op in te gaan, privé is privé. Maar tien tegen negen steekt er verse vis of garnalen in de frigo, wat kopen de mensen anders als ze aan zee zijn? Als je dat spul een week of twee laat bederven, stinkt het hele gebouw, gemeenschappelijke delen inbegrepen. Dus gaan we naar dat appartement en maken we de frigo leeg. Gratis dienstverlening, net zoals het opnemen van de meterstanden. Ook dat is de verantwoordelijkheid van de eigenaar, maar velen doen niet eens de moeite om in de kelder te gaan kijken en gooien het briefje van Eandis gewoon in onze bus. Alstublieft, vul maar in! Ik heb het eens uitgerekend: één keer per jaar al de meterstanden opnemen, dat is twee weken voltijds werken. Ik voel me de slaaf van Eandis als ik weer eens met mijn zaklantaarn in de kelder duik”.

Humo: heel wat eigenaars in Knokke-Heist zijn Franstalig. Klinkt de taal van Molière ook aan de onderhandelingstafel tijdens de algemene vergadering?

De Nil: “Als de eigenaars geen Nederlands begrijpen, doe ik mijn uitleg in het Frans. Ik struikel niet over de passé composé, en de klant is altijd koning. Maar het politieke klimaat laat zich voelen. Het gebeurt steeds vaker dat Vlaamse eigenaars niet pikken dat er Frans wordt gesproken. Je zou eens bij mijn collega’s in De Haan moeten vragen hoe zij daar mee omgaan. In De Haan wemelt het van de Duitsers, daar wordt geen Frans maar Duits aan de vergadertafel gesproken”.

Humo: geen ontsnapte misdadigers meer geklist in een van uw gebouwen?

De Nil: “Nee, gelukkig niet. Ik ben wel al meermaals bij een sterfgeval geroepen, in enkele gevallen ging het om zelfdoding. Maar hachelijke avonturen? Niks dat opweegt tegen de stoot die een collega heeft meegemaakt. Hij nam de lift naar de kelder, niet wetende dat die onder water stond door een defecte pomp. Gevaar op elektrocutie was er niet, de motor van een lift staat altijd boven. Maar de kooi verdwijnt wel in een put die lager ligt dan het kelderniveau. Achteraf bekeken viel het wel mee, het water kwam tot zijn midden. Maar dat wist hij niet toen hij in de ondergelopen put wegzakte. Hij had een natte broek, en niet alleen van de overstroming”.

Humo: buiten het seizoen staan de gebouwen leeg. Hoe houdt u de boel in de gaten ?

De Nil: “Via de schoonmaakploeg, dat zijn de oren en ogen van de syndicus. Helaas kunnen ze niet alles zien, zeker niet wat er binnen in de appartementen gebeurt. Zo hebben we eens een lek in een badkamer op het negende meegemaakt. Dagen heeft het geduurd vooraleer we het opmerkten, er had zich al een natte kolom van boven tot beneden gevormd. Gevolg: zware kosten in zeven appartementen. In sommige gebouwen hebben we een vertrouwenspersoon, een eigenaar die we al lang kennen en die vaak aanwezig is. Idealiter kiezen we een permanente bewoner, maar die luxe hebben we zelden want slechts vijf procent van de appartementen wordt constant bewoond. Vertrouwenspersoon is geen bezoldigde functie, het gaat meestal om gepensioneerden die het uit burgerzin doen. Ik bewonder die mensen, want ook zij krijgen vaak stank voor dank. In de ogen van de andere eigenaars is de vertrouwenspersoon een bemoeial, iemand die voortdurend opmerkingen maakt over nachtlawaai of rommel op de gang”.

Humo: moet u wel eens uitrukken om een ongelukkige uit een geblokkeerde lift te bevrijden?

De Nil: “Dat is nog maar één keer gebeurd. Een vrouw zat vast tussen de tweede en derde verdieping. Normaal moet je wachten op de liftservice of de brandweer, alleen zij mogen een geblokkeerde lift openen. Voorzorgsmaatregel: oudere liften hebben soms rare kuren. Bij een defect kan de kooi niet alleen vallen, maar ook ineens omhoog schieten. Maar omdat die vrouw aan het hyperventileren was, heb ik de deur zelf opengemaakt met een speciale driepuntssleutel. Een risico, bij een accident was ik persoonlijk aansprakelijk, maar het was kiezen tussen mazelen en bof. Ach ja, het kan allemaal veel erger. Ik herinner mij een geval van enkele jaren geleden: twee dames zaten van woensdag tot vrijdag in de lift opgesloten. Ik ken de details niet, maar het moet een exemplaar geweest zijn dat nog niet werd gemoderniseerd. Volgens het KB van 2003 inzake de veiligheid van liften moet iedere kooi voortaan uitgerust zijn met een alarmsysteem. Geen telefoontoestel achter glas zoals je dat vroeger zag, maar een rode knop die permanent verbonden is met een centrale. Tegenwoordig zijn dat intelligente systemen, de centrale weet perfect om welke lift in welk gebouw het gaat, zelfs als de liftgebruiker onwel is geworden en niet meer in staat is om via de intercom te spreken. Dat heet vooruitgang, ook al zullen sommigen de voordelen van een antiek telefoontoestel betreuren. In mijn beginjaren heb ik dat een paar keer meegemaakt: studenten namen de lift naar de kelder, waar niemand hen kon horen. Ze sloegen het veiligheidsglas stuk en dan maar bellen naar hun lief in Amerika. Dat kon perfect, het ging om gewone telefoontoestellen waarmee je onbeperkt kon bellen, op kosten van het gebouw”.

Humo: het KB van 2003 is een omzetting van een omstreden Europese richtlijn. Heel wat eigenaars vermoeden dat er lobbywerk van vier grote liftconstructeurs aan te pas is gekomen. Het vervangen of moderniseren van tienduizenden liften in Europa heeft alleszins een miljardenmarkt gecreëerd. Wat denkt u als syndicus en liftexpert ervan?

De Nil: “Lobbywerk of geen lobbywerk, die richtlijn was een goede zaak voor de veiligheid van alle liftgebruikers. Oudere liften vertonen mankementen die niet meer van deze tijd zijn. Hoeveel ongevallen zijn er niet gebeurd doordat de liftgebruiker contact met de voorbijglijdende muur of buitendeur kon maken?  Er zijn er heel wat die hun leven hebben verloren, stomweg door het ontbreken van een aparte kooideur. Om een typische situatie te schetsen: je neemt de lift met een kinderwagen of een bagagetrolley. Omdat de lift aan de krappe kant is stap je achterwaarts in. Als je je buik intrekt, past ook de kinderwagen of de trolley in de kooi. En dan gebeurt het: de lift gaat naar beneden, maar de kinderwagen of trolley zit klem tegen de deur. Gevolg: ingedrukte borstkast of erger. Nee, we kunnen die verplichte modernisering alleen maar toejuichen. Binnenkooi met schuifdeuren, positieve sloten, alarmcentrale, schachtverlichting, het kost allemaal geld maar op veiligheid staat geen prijs. Ik heb alleen moeite met de uitvoering van het KB. De wet werd al een paar keer gewijzigd, en ieder keer werd ook de streefdatum opgeschoven. Tot voor kort luidde het dat alle liften uiterlijk in 2013 aan de nieuwe normen moeten voldoen, maar ook daarover bestaat weer twijfel. Men maakt een onderscheid tussen liften voor commercieel en privé gebruik. Stel dat er op het eerste een dokterskabinet ligt, dan blijft 2013 de streefdatum. Voor zuiver privégebruik zou er daarentegen nog vijf jaar uitstel worden gegeven. Maar wat als er een conciërge inwoont? Valt dat dan onder de particuliere of de commerciële regeling? Onduidelijkheid troef, zelfs de liftconstructeurs en het eigenaarssyndicaat weten het niet precies. Voor mij is dat vervelend. In één van oudere gebouwen heeft de algemene vergadering vorig jaar beslist de liften niet te moderniseren maar te vervangen. Om zeker de streefdatum te halen heb ik de bestelling zo snel mogelijk geplaatst, want de constructeurs en installateurs verzuipen in het werk. Intussen echter is het gerucht over uitstel voor particulieren de eigenaars ter ore gekomen. Meneer De Nil, komen ze nu af, u moet die bestelling dringend annuleren! (diepe zucht) Het is ook nooit goed”.

Humo: wat een geluk, anders paste de syndicus niet in deze reeks. Valt er af en toe ook plezier aan te beleven?

De Nil: “Natuurlijk wel, ik ben geen masochist. Weet je wat ik een fijn moment vind? Als een gevelrenovatie voltooid is. Het gebouw heeft daar een jaar lang gestaan, ingepakt als een kunstwerk van Christo. En dan breekt de grote dag aan: ze nemen de stellingen en de zeilen weg, en iedereen ziet dat het goed is. De wedergeboorte van een appartementsgebouw, ik kan daar echt van genieten”.

De eilandenminnaar

bijdrage rubriek Samenleving Knack, 14 augustus 2013. Bij dit format hoort een leuke strip van Bart Schoofs

illustratie Bart Schoofs

illustratie Bart Schoofs

Geen zee is Albert Beintema te hoog om zijn passie na te jagen. De Nederlandse bioloog bezocht al meer dan honderd eilanden en puurde er een fors boek uit. In ‘Eilanden. Van Andoya tot Vuurland’ spelen stormvogels, piraten, walvisjagers en schipbreukelingen een hoofdrol. Onmisbaar voor wie zoals de schrijver aan insulafilie lijdt.

Nog geen vakantie geboekt en zin om zich buiten de begane paden te begeven? Dan kan het nieuwste boek van Albert Beintema inspiratie leveren.  In ‘Eilanden. Van Andoya tot Vuurland’ doet de Nederlandse bioloog verslag van een bijzondere verslaving. Insulafilie is een innerlijke drang die hem telkens weer het ruime sop doet kiezen. Beintema zette al voet op meer dan honderd eilanden waarvan er 90 in zijn boek figureren. Daaronder kanjers zoals Borneo en Sri Lanka, maar ook schier onbereikbare rotshopen en atollen die amper boven de zeespiegel uitsteken. De Finse Golf, de Zuid-Chinese zee, de Stille en de Indische Oceaan, op een zeemijl wordt in dit boek niet gekeken. “Ik weet precies hoe het is begonnen”, zegt Beintema over zijn goedaardige afwijking. “Ik was 14 toen ik mijn eerste vogelgids kreeg. Er stond een plaatje in van de pijlstormvogel, een trekvogel die in de nazomer wel eens in Nederland neerstrijkt. Ik las dat de pijlstormvogel uitsluitend op Tristan da Cunha broedt, de meest afgelegen bewoonde eilandengroep ter wereld, een vlek in het midden van de zuidelijke Atlantische Oceaan. Beeld je de afstanden in die dat beest vliegt! Wow, dacht ik toen ik dat las, daar wil ik later naartoe”.

De 68-jarige ornitholoog komt woorden te kort om de natuurpracht en vooral de onwaarschijnlijke vogelrijkdom te bejubelen. “Je vindt er nog heel wat endemische soorten, vogels die zich op dat ene eiland hebben ontwikkeld en nergens anders voorkomen. Vaak hebben ze hun vliegvermogen verloren, zoals de legendarische dodo op Mauritius. Uitgeroeid door de mens, het is helaas schering en inslag. De dodo werd voor de consumptie geslacht, maar de mens heeft ook ravages aangericht door ratten, varkens of geiten mee te brengen”. Ontdekkingsreizigers, schipbreukelingen, piraten, walvisvaarder of zeehondenkloppers, het waren geen brave Hendrikken die Beintema zijn voorgegaan. In zijn boek staan dan ook hilarische verhalen, zoals dat van de schipbreuk voor de kust van Inaccessible Island, een rotsklomp nabij Tristan da Cunha. Tweedracht onder de bemanning, uitgelokt door een slaande ruzie tussen twee vrouwelijke passagiers, deed het Britse schip op de rotsen lopen. Daarmee was de vete niet uitgewoed. Met vereende krachten een vlot van wrakhout bouwen? Nee hoor, beide partijen sloegen afzonderlijk aan het timmeren en maakten er een sport van ’s nachts elkaar spijkers te roven. Het hele verhaal, inclusief de onverhoopte redding door een schip uit Tristan, werd door de zoon van kapitein met pinguïnbloed opgetekend.

Onder ieder hoofdstuk staan coördinaten. Met een gps en een zeilboot kan men Beintema zo achterna reizen. Wie daar tegenop ziet: Beintema speelt zelf gids voor enkele gespecialiseerde touroperators. Goedkoop is het niet, eilanden spotten in de Arctische wateren of de Stille Zuidzee, maar avontuur is gegarandeerd. Kandidaten zijn best immuun voor zeeziekte, en mogen niet bang zijn voor natte landingen. Beintema :“Op de meeste eilanden is geen haven of steiger. Het is springen uit de Zodiac, tenminste als er niet te veel deining staat. Het gebeurt wel eens dat we drie dagen voor de kust liggen wachten op goed weer, om dan toch te besluiten dat het niet lukt”.

Beintema staat niet alleen met zijn insulafilie, nogal wat zeilers lijden aan hetzelfde syndroom. Een bekende insulafiel was wijlen Boudewijn Büch, de schrijver en televisiemaker met wie Beintema vaak wordt vergeleken. “Ik heb wel eens met hem in een radioprogramma gezeten. Boudewijn beleefde zijn eilandliefde op een heel andere manier. Hij reisde meestal met een cameraploeg, in functie van zijn televisieprogramma. Bereikbaarheid was cruciaal, op een plek zoals Tristan da Cunha is hij nooit geraakt”.  Als iemand het kan weten, dan Beintema wel. Bestaat er zoiets als een eilandgevoel? “Oh ja,”, zegt hij enthousiast. “De boot speelt in mijn geval een belangrijke rol, ik zou nooit dezelfde euforie ervaren als ik het vliegtuig nam. Waarmee ik niet beweer dat chartertoeristen op Tenerife moeten wanhopen. Neem de auto en rijd helemaal rond het eiland, dan kom je aardig in de buurt. Het heeft immers ook met een Robinson Crusoe-gevoel te maken, je met water omringd weten, afgesneden van de rest van de wereld .Eilandbewoners zijn trouwens erg trots op hun isolement. Je ziet dat bij de Britten, maar ook bij de 270 inwoners van Tristan da Cunha die ervan overtuigd zijn dat ze op beste en de veiligste plek ter wereld leven. Alleen de jongeren zien dat anders, die vervelen zich te pletter”.

Eilanden: Van Andoya tot Vuurland is uitgegeven bij Atlas Contact