Maandelijks archief: november 2013

De jacht op schijnhuwelijken

(Knack, 4 november 2013)

“Liefde heeft er niks mee te maken”

 

foto: Saskia Vanderstichele

foto: Saskia Vanderstichele

De muren van Fort Europa reiken steeds hoger, en België bouwt dapper mee. Bijna geruisloos is per 3 oktober de nieuwe wet op schijnhuwelijken van kracht geworden. Met dit instrument in handen moeten de bevoegde instanties  een van de laatste poorten voor economische migratie afgrendelen. Nergens stond die poort wijder open dan in Brussel. Twee Vlaamse politievrouwen getuigen over de jacht op schijnhuwelijken in de hoofdstad.

 

Wendy Coremans (32) en Kathleen Calie (50) kunnen de nieuwe wet alleen maar toejuichen. Eerstgenoemde draait al zes jaar mee in de cel Schijnhuwelijken in politiezone Brussel Noord, de eerste in ons land. De voorbije twee jaar stond Coremans er aan het hoofd. De expertise, opgedaan in Schaarbeek, Sint-Joost en Evere, sijpelde door naar andere korpsen in de hoofdstad. Zo ging eind vorig jaar ook politiezone Brussel Zuid met een gespecialiseerde, zevenkoppige cel van start. Kathleen Calie is de verantwoordelijke die in Anderlecht, Sint-Gillis en Vorst de jacht op schijnhuwelijken coördineert. Hoe doe je dat, ware van valse liefde onderscheiden, laat staan oprechte van frauduleuze trouwplannen? Twee Vlaamse politievrouwen getuigen over de poreuze grens tussen nep en oprecht op de Brusselse huwelijksmarkt.

-          Waarom is de strijd tegen schijnhuwelijken zo belangrijk?

Kathleen Calie: “Omdat het voor illegalen zowat de enige manier is om nog aan papieren te geraken. Asiel aanvragen, studentenvisa onbeperkt verlengen, al die poortjes zijn door de strengere regelgeving nagenoeg gesloten. Zo blijft alleen nog het schijnhuwelijk over, een piste die tot voor kort nauwelijks werd gecontroleerd. In onze politiezone werd vroeger de wijkagent ingeschakeld als er een vermoeden van schijnhuwelijk bestond. Dat werkte niet goed. Wijkagenten zijn daar niet voor opgeleid, en ze hebben geen tijd voor echte controles die bovendien vloeken met hun rol als vertrouwenspersoon”.

Wendy Coremans: “Kleine gemeenten schakelen nog altijd de wijkagent in, als ze al controleren. Positief is wel dat het shoppen achteruit gaat. Toen wij in 2006 begonnen, ging het er zo aan toe: een koppel bood zich aan bij de ambtenaar van burgerlijke stand, de instantie die finaal moet beslissen of een burgerlijk huwelijk al dan niet kan worden gesloten. Als hij onraad rook en weigerde, trok dat koppel naar een andere gemeente waar de ambtenaar geen weet had van hun eerdere poging. Dat is fel verminderd, sinds de gemeenten verplicht werden alle gemengde huwelijksaanvragen van een EU-burger en een illegaal bij de Dienst Vreemdelingenzaken aan te geven, waardoor de DVZ ook kan nagaan of de betrokkene al eerdere pogingen heeft ondernomen”.

-          Wat is de rol van de politie bij een schijnhuwelijk?

Coremans: “Stel een koppel waarvan één partner geen papieren heeft, komt bij de ambtenaar van burgerlijke stand een datum voor een huwelijk vragen. De ambtenaar twijfelt echter. Omdat de antwoorden op zijn vragen over hun relatie hem niet overtuigen. Of omdat het DVZ-dossier verdachte elementen bevat, dat kan een eerder huwelijkspoging zijn, maar even goed een afgewezen asielaanvraag of een studentenvisum waar geen enkele inschrijving in een school tegenover staat. In dat geval stelt hij zijn beslissing uit en schakelt het Parket in dat de politie met een onderzoek gelast. We hebben dan twee maanden om een advies te geven, op basis van minstens twee onaangekondigde  huisbezoeken en een interview met elk van de partners. Dat moet simultaan of opeenvolgend, zodat ze hun verhaal niet op elkaar kunnen afstemmen. Bij een negatieve beslissing kunnen de kandidaat-trouwers beroep aantekenen, en dan krijgen we drie maanden extra tijd om bijkomend onderzoek te verrichten”.

Calie: “Schijnhuwelijken zijn de eigen materie waarin we het Parket ons advies vraagt, in alle andere onderzoeken beperken we ons tot loutere constateringen. Onze mening is zelfs doorslaggevend, het gebeurt zelden dat het parket of de ambtenaar van burgerlijke stand ons advies naast zich neerlegt”.

Coremans: “Die adviesrol werkt erg motiverend, maar de verantwoordelijkheid weegt zwaar. Trouwen is een mensenrecht. Het laatste wat we willen, is iemand zijn huwelijksgeluk in de weg staan. We gaan objectief en zorgvuldig tewerk. Een advies schijnhuwelijken, dat loopt snel uit tot tien pagina’s”.

Kathleen Calie (foto Saskia Vanderstichele)

Kathleen Calie (foto Saskia Vanderstichele)

-          Met welke nationaliteiten _ de Belgische buiten beschouwing gelaten _  worden jullie het vaakst geconfronteerd?

Calie:  “In onze zone zijn dat Marokkanen, wat logisch is gezien de samenstelling van de bevolking. In Schaarbeek en Sint-Joost hebben ze om die reden meer met Turken te maken hebben. Afgezien daarvan is diversiteit troef. Ik zie bijvoorbeeld veel Brazilianen, een gemeenschap die in Sint-Gillis een ongelooflijke expansie kent. Ook Afrikanen zijn vaste klanten, vooral Kameroenezen en Ghanezen. Meestal zijn dat mannen die een rijpere Belgische vrouw strikken voor een grijs huwelijk, een term die we gebruiken als een van de partners oprecht verliefd is. ”.

-          Komt dat vaak voor?

Coremans: “Toch wel. Een echt schijnhuwelijk is duur, we horen bedragen tussen 7.000 en 9.000 euro. Er wordt in schijven betaald: 2.000 bij het sluiten van de deal, 2.000 na het bezoek aan de burgerlijke stand, de rest als de verblijfsvergunning in orde is. Niet iedereen kan dat betalen. Wie geen geld heeft en toch aan papieren wil geraken via een huwelijk, moet proberen hier een partner te versieren. Meestal zijn het de mannen die de vrouw manipuleren, al kan het ook andersom, ik heb zelfs al twee grijze homohuwelijken onderzocht. Grijze huwelijken leiden vaak tot schrijnende toestanden. Na drie jaar kan men scheiden zonder de voordelen te verliezen die aan het huwelijk waren gekoppeld, denk aan de verblijfsvergunning maar ook aan sociale zekerheid of een uitkering. Dus wat zien we vaak gebeuren? Na drie jaar en één dag trapt manlief het af, in sommige gevallen blijft de vrouw zelfs achter met een kind. Bébés papiers, een nieuwe trend. Kinderen worden speciaal verwekt om een schijnhuwelijk te doen lukken”.

-          Hoe bewijs je dat een gepland huwelijk grijs is?

Coremans: “Erg moeilijk, want ze weten hun slachtoffers te kiezen. Vaak oudere vrouwen die in de puree zitten. Twee keer gescheiden, werkloos met een stel kinderen,  eenzaam en snakkend naar affectie. Of anders pikken ze er jonge meisjes uit die hun ganse leven in een instelling hebben gezeten en nooit liefde hebben gekregen, die vallen voor de eerste de beste don Juan. Hoog opgeleide vrouwen komen we zelden of nooit tegen”.

Calie: “Je mag nooit op het uiterlijk afgaan, maar soms zie je het meteen. Als een zwaarlijvige vrouw met een slecht gebit en onverzorgd haar komt aanzetten met een veel jongere gigolo, dan klopt er iets niet. Ik zeg dat ook vlakaf tegen zo’n gast, maar dan voeren ze hun nummertje op. ‘U vergist zich. Ze is echt de liefde van mijn leven, ik val trouwens op mature vrouwen”.

-          Moet je zo’n vrouw niet op andere gedachten brengen?

Coremans: “Sneller gezegd dan gedaan. Verliefde vrouwen, dat is het ergste wat er bestaat, die zijn voor geen rede vatbaar. Tranen dat er tijdens zo’n gesprek vloeien. Ik heb altijd een doos kleenex op mijn bureau staan, op het einde van de week is die leeg”.

Calie: “Ik ben daar hard in. Mevrouw, zeg ik, bekijk nu eens die twee foto’s. Gelooft ge nu echt dat die bink op u verliefd is, terwijl er zoveel jonge, knappe meisjes rondlopen? Maar zoals Wendy zegt, ze willen niet luisteren”.

-          Jullie opdracht is niet alleen preventief. Behalve geplande huwelijken worden ook afgesloten huwelijken onderzocht. Op welke basis?

Coremans: “Als er een klacht wordt neergelegd en uit ons onderzoek blijkt dat die gegrond is, kan de procureur voor de rechtbank de nietigverklaring vorderen. Dat is altijd een race tegen de tijd, want als het koppel na drie jaar uit elkaar gaat, wordt het veel moeilijker om de verblijfstitel nog ongedaan te maken. Meestal start zo’n onderzoek  met de wijkagent die vaststelt dat een pas getrouwd koppel helemaal geen gemeenschappelijk leven heeft. Of we krijgen een tip van familie of buren, doorgaans mensen uit dezelfde cultuur.  We springen daar voorzichtig mee om, want soms schuilt er een aanslepende vete achter. Vaak zijn de tipgevers slachtoffers van grijze huwelijken die nattigheid voelen. We zijn pas getrouwd, komen ze dan vertellen,  maar mijn man ziet mij niet meer staan”.

Calie: “Je moet dat soms wel met een korrel zout nemen. Er komen ook klachten van partners die willens wetens in een schijnhuwelijk zijn gestapt, maar zich anders voordoen. Ze stappen naar de politie omdat de andere zich niet aan de afspraken heeft gehouden, door bijvoorbeeld te verdwijnen zonder te betalen zodra hij zijn papieren heeft. Dan krijg je vaak het hele verhaal. Dat de man papieren wilden om een uitkering te versieren. Twee keer langs de kassa passeren dus, want ’s nachts ging hij al in het zwart werken in de Abatoir.  We moeten daar niet flauw over doen, ze willen allemaal in België verblijven voor onze sociale voorzieningen ”.

Coremans: “Via dat soort klachten kennen we ook de tarieven voor een schijnhuwelijk. Dat staat nergens op papier, alles gaat handje contantje. Schijnhuwelijken zijn keiharde business, en het is de partner met papieren die meestal de eisten stelt. Och arme, denk je, als je weer zo’n jong meisje met een veel oudere man ziet opdagen. Maar dat meisje heeft haar condities opgelegd, en niet alleen financieel. ‘Okay’, zegt ze, ‘je mag een paar onderbroeken in mijn kleerkast komen leggen. En je mag twee maanden komen logeren, de periode waarin de politie een onaangekondigd huisbezoek kan brengen. Maar jij slaapt op de bank en handen thuis. En na die twee maanden eruit, zonder discussie’.  Als je in het rijksregister kijkt, ontdek je vrouwen die al vijf keer getrouwd zijn, om de drie jaar een nieuwe man. Die hebben een half appartement met schijnhuwelijken afbetaald”.

Wendy Coremans (foto Saskia Vanderstichele)

Wendy Coremans (foto Saskia Vanderstichele)

-          Liefde en huwelijk zijn cultureel bepaalde concepten. Is het dan niet lastig om pakweg Marokkaanse of Turkse trouwplannen te beoordelen?

Calie: “We zijn daar voor opgeleid. Ik heb mijn team laatst nog naar een studiedag over het huwelijk in Marokko en het functioneren van Marokkaanse families gestuurd. Anderlecht is ook geen dorp, ik ga al dertig jaar dag in dag uit met mensen van alle mogelijke culturen om. In ons korps zitten intussen verschillende allochtonen, en we kunnen altijd ook op onze tolken terugvallen”.

Coremans: “Ach, je leert het ook al doende. Toen ik zes jaar geleden begon, stond ik versteld dat Afrikaanse vrouwen over hun man als ‘monsieur’ spraken. Zo afstandelijk, dacht ik, dat zal wel een schijnhuwelijk zijn. Intussen weet ik dat het om een traditie gaat”.

Calie: “Voor alle duidelijkheid: met liefde heeft ons werk weinig te maken. Partners hoeven helemaal niet verliefd te zijn om een wettelijk huwelijk aan te gaan. Een gearrangeerd huwelijk?  Perfect legaal, zolang het opzet niet frauduleus is. Dat is onze kerntaak: aantonen dat het de trouwers alleen om de papieren te doen is”.

-          Welke vragen stellen jullie tijdens een interview?

Coremans: “Vroeger gebruikten we een vaste vragenlijst, totdat we ontdekten dat die op allerhande internetfora circuleerde. Sommigen zaten in de wachtzaal met een kopie in de hand. Het begon op te vallen, ze gaven het antwoord al voor het einde van de vraag”.

Calie: (grinnikt) “Ook meegemaakt: een man kon een vraag niet beantwoorden. Maar ik weet wel hoeveel ze weegt, zei hij fier. Ik was helemaal niet van plan die vraag te stellen, maar ze stond wel op de lijst die ze van het internet halen”.

Coremans: “Grijze huwelijken zijn moeilijk te bewijzen  omdat de partners echt samenleven en elkaar goed kennen. Maar een echt schijnhuwelijk? Als je goed doorvraagt, vallen de meesten door de mand. Variatie inbouwen, is de kunst, en thema’s uitdiepen. Hoe goed kennen ze de gezinsituatie van hun aanstaande? Als je op trouwen staat, mag je wel weten hoeveel broers en zussen je partner heeft”.

Calie: “Sommige verhalen zijn echte evergreens. Marokkanen bijvoorbeeld hebben elkaar altijd in hetzelfde café ontmoet, op de hoek naast de Beurs”.

Coremans: “Oh ja? Bij ons zijn tram 55 en het Atomium de klassiekers. En als ik naar hun voorbije weekend pols, zijn ze altijd een snack gaan eten”.

-          Hoeveel foute antwoorden kan een stel zich permitteren?

Coremans: “Het is echt niet zo dat we voor de minste tegenspraak negatief adviseren. Een paar missers, dat zou mij ook overkomen. Maar wat als de versies helemaal uiteenlopen? De vrouw zegt dat ze het hele weekend samen televisie hebben gekeken, terwijl de man beweert dat hij de hele tijd in de garage van zijn buur aan een auto heeft zitten sleutelen. Het blijft me verbazen hoe slecht ze zich voorbereiden. Eén gezamenlijk cafébezoek volstaat echt niet om de violen gelijk te stemmen en ons te misleiden”.

Calie: “Soms zitten ze in de wachtzaal nog te bespreken wat ze ons gaan wijsmaken. Dat valt natuurlijk op, onze collega’s van het onthaal hebben hun ogen ook niet in hun zak. Ik heb er al eentje betrapt die tijdens het interview onder de tafel zat te sms’en naar zijn vrouw in de wachtzaal. Sindsdien moeten alle gsm’s tijdens het gesprek op tafel”.

-          Stellen jullie ook intieme vragen? Zelfs over het seksleven van de aanstaanden?

Coremans: “Dat gebeurt. Ze zijn overigens niet verplicht te antwoorden, dat wordt hen bij het begin van iedere sessie duidelijk verteld. Maar intieme vragen kunnen nuttig zijn. De eerste kus, de eerste keer seks, dat zijn vragen waar ze zich op voorbereiden. Vreemd genoeg laten velen zich verrassen als je vraagt wanneer ze het laatst seks hebben gehad. Ik begin daar zelf niet graag over, zeker niet als aan de overkant een piepjong meisje met een hoofddoek zit dat te verlegen is om je zelfs maar aan te kijken”.

Calie: “Latino’s hebben daar geen moeite mee, Brazilianen bijvoorbeeld doen niks liever dan over seks praten. Wat ook een goeie is: heeft uw partner intieme lichaamskenmerken waarvan alleen u op de hoogte bent? Ik vraag dat meestal op het einde, als ik nog twijfels heb. Zo was er een vrouw die meteen opbiechtte dat haar man een schoonheidsvlek op zijn geslacht had.  Bon, dacht ik, dat weten we dan ook weeral. Toen haar man binnenkwam, moest ik dat natuurlijk checken. Een intiem kenmerk waar enkel zijn vrouw van wist? J’ai une tache de beauté sur mon sexe, zei hij, en als u wilt, laat ik het even zien”.

-          Door de strengere controles op schijnhuwelijken prefereren steeds meer gegadigden een verklaring van wettelijk samenwonen. Kunnen jullie daar tegen optreden?

Coremans: “Nu wel, de nieuwe wet geldt ook voor wettelijk samenwonen. Vroeger was het dweilen met de kraan open. Ik heb het zelf gezien op het stadhuis van Schaarbeek: koppels die door de ambtenaar van burgerlijke stand werden geweigerd, gingen een loket verder een ticket nemen voor wettelijke samenwonen. Dat werd niet gecontroleerd, terwijl het statuut evengoed recht geeft op een verblijfsvergunning en andere voordelen”.

-          Klinkt als het eeuwenoude spel van stropers en boswachters.

Calie: “De creativiteit kent geen grenzen. We hebben het nog niet over carrouselhuwelijken gehad, in Anderlecht een specialiteit van de Pakistani. Ze zijn getrouwd in Pakistan, maar zien meer toekomst in België. Wat doen ze dan? Ze scheiden ginder, en verhuizen naar België waar ze een schijnhuwelijk aangaan. Na drie jaar scheiden ze opnieuw, en hertrouwen in Pakistan met hun eerste vrouw. En dan komt het doel in zicht: na een paar jaar kunnen ze de hele familie met kinderen en al in het kader van gezinshereniging naar België laten overkomen”.

Coremans: “Ik heb een grijs carrouselhuwelijk gekend van een Belgische vrouw met een veel jongere Marokkaan. Hij had een tatoeage op zijn borst, van zijn moeder zogezegd. De vrouw was tot over haar oren verliefd en geloofde alles, ook dat hij drie jaar lang geen seks wilde omdat hij haar zo erg respecteerde. Natuurlijk heeft hij haar in de steek gelaten zodra zijn statuut in orde was, ze was er intussen trouwens achter gekomen dat de naam op zijn borst die van zijn Marokkaanse echtgenote was.  Zie je, dat is een verhaal op zich. Die Marokkaanse echtgenote stond eerst sceptisch tegenover het plan. Migreren naar België via een schijnhuwelijk?  Allemaal goed en wel, maar wat als je ginder echt verliefd wordt? Om haar gerust te stellen, heeft hij die tatoeage laten zetten”.

-          Is België een dankbaar land voor huwelijksmigranten?

Coremans: “Toch wel. In Nederland is de wet veel strenger, daarom is de Belgische route er zo populair. Een illegaal komt met een Nederlands meisje naar België, ze doen hier een huwelijksaanvraag en keren terug zodra de papieren in orde zijn.  Ze kunnen ook blijven plakken, of terugkeren maar toch een fictief adres aanhouden zodat ze hier een uitkering kunnen ontvangen.

-          hoe schoon toch, de liefde. Kunnen jullie daar zelf nog in geloven?

Calie: “Mijn maken ze niks meer wijs, ik ben intussen trouwens zelf een gescheiden vrouw van vijftig”.

Coremans: “Geloof het of niet, maar ik ben een maand geleden met mijn  vriend getrouwd”.

 

 

Het niet zo goed verborgen leven van Jaione

(dossier Knack, 23 oktober 2013. Met interviews advocaat Paul Bekaert en Louis Moreno, ervaringsdeskundige in het nipt ontsnappen aan Spaanse uitleveringsverzoeken)

De gewezen ETA-militante die Gent Baskisch leerde koken

Elf jaar leidde de Baskische Jaione in Gent een discreet maar allerminst geheim bestaan. Niet alleen kunstenaars en politici, zelfs magistraten konden haar kookkunst appreciëren. Intussen zit Jaione al twee weken in de Nieuwe Wandeling, op vraag van de Spaanse justitie die haar niet als kokkin maar als ETA-terroriste kent.  Uitleveren of niet uitleveren? Advocaat Paul Bekaert, specialist in terrorismeprocessen, maakt zich klaar voor een strijd met inzet. “Als ze aan Spanje wordt uitgeleverd, zal ze sterven achter de tralies”.   

Maria Matividad ‘Jaione’ Jauregui Espina (bron: Facebook)

 

Het was dinsdag 8 oktober half zeven ’s avonds toen de 55-jarige Maria Natividad Jauregui Espina door haar verleden werd ingehaald. Er werd aangebeld op haar appartement in de Bernard Spaelaan in Gent. Agenten van de federale politie, ze wist wellicht onmiddellijk hoe laat het was. Maria Natividad werd gearresteerd en voor de onderzoeksrechter geleid. Sindsdien zit ze in de Nieuwe Wandeling opgesloten, misschien een voorproefje op de rest van haar leven. De Spaanse justitie wil haar zo snel mogelijke uitgeleverd zien, op grond van twee Europese aanhoudingsbevelen uit 2004 en 2005. De feiten waarvan ze wordt beticht, dateren van veel eerder. De arrestante zou in de periode 1980-1981 betrokken zijn geweest bij verschillende aanslagen van het beruchte Vizcaya comando van de ETA. Voor Baskisch terrorisme, dat de voorbije zestig jaar ruim 800 slachtoffers vergde,  kent de Spaanse justitie geen genade. Vorige week nog werden drie militanten tot 485 jaar veroordeeld voor een in 2008 gepleegde bomaanslag op een kazerne waarbij een militair het leven verloor. De door Frankrijk uitgeleverde Bélen Gonzalez Penalva kreeg in 2007 een straf van 467 jaar, voor haar rol in een dodelijke bomaanslag in 1985. De Spaanse strafwet werkt cumulatief, het aantal slachtoffers geldt als multiplicator. In de praktijk komen dergelijke sancties neer op 40 jaar effectief. Levenslange opsluiting dus, dat is wat Maria Natividad te wachten staat als haar Belgische advocaten er niet in slagen haar uitlevering tegen te houden.

Hoe lang kan een mens onder het zwaard van Damocles leven? Erg lang, zo heeft Maria Natividad bewezen.  De in San Sebastian geboren vrouw leeft al sinds 1978 ondergedoken. In 1984 werd de grond in Baskenland haar te heet onder de voeten. Ze vluchtte naar Frankrijk, verbleef korte tijd in Gent waar ze door ETA-sympathisanten werd opgevangen, om vervolgens naar Mexico te migreren waar ze met haar partner en medestander José Antonio aan een nieuw leven begon. Het koppel runde in Ensenada, Baja California, een succesvol restaurant toen in 2002 het verleden een eerste keer opspeelde. José Antonio werd gearresteerd en aan Spanje uitgeleverd, hij zit er in de cel na een veroordeling voor medeplichtigheid aan verschillende aanslagen waarbij zes doden vielen. Waarom bleef Maria Natividad, nochtans aanwezig bij de arrestatie van haar vriend, in 2002 ongemoeid? Zelfs haar advocaten kennen het antwoord niet. Feit is dat ze korte tijd later naar Gent verhuisde om er een nieuw hoofdstuk van haar ballingschap te schrijven.

Gents kookboek

Maria Natividad Jauregui Espina stond nooit in het Gentse bevolkingsregister vermeld, maar dat betekent geenszins dat ze hier de voorbije elf jaar in het verborgene heeft geleefd.  “Ik was verbijsterd toen ik het nieuws hoorde”, zegt Martine Vermeire, bibliothecaris in Eeklo van beroep en foodie van passie. “Ik heb haar kort voor de zomer nog gezien, op een kookdemonstratie in Eeklo. Zo heb ik haar leren kennen,  als een geweldige kokkin.  Ze werkte in restaurants en ging koken op feestjes, zo kwam ze aan de kost. We spraken Frans, ze kwam erg vlot over. Ik wist van haar restaurant in Mexico, maar van dat ETA-verleden heeft ze nooit iets verteld”.  Vier jaar geleden publiceerde Martine Vermeire met co-auteur Kristel Deweerdt bij uitgeverij Lannoo ‘Een vree(md) Gents kookboek’, met medewerking van 12  koks uit evenveel verschillende keukens en culturen. Ook Maria Natividad staat er met een paginagrote foto in, weliswaar onder een andere naam. Hoewel, andere naam?  Jaione is Baskisch voor Natividad, ze beschouwt het als haar echte naam die ze niet officieel draagt omdat het Baskisch bij haar geboorte nog een verboden taal was. Speciaal voor het boek bereidde ze thuis een feestmaal voor vrienden. Ook Walter De Buck mocht die dag aanzitten. “We waren goed bevriend”, zegt de 79-jarige kunstenaar en folkzanger. “Het klikte vooral met mijn vrouw die vloeiend Spaans spreekt. Ja, ze heeft wel eens verteld over haar problemen in Spanje. Zonder details, over de ETA of de arrestatie van haar man in Mexico wist ik niks. Ze maakte geen opgejaagde indruk, ze was juist erg sociaal. De Gentse Feesten , de Vooruit, als er iets gebeurde, zat Jaione op de eerste rij”.

Ook Glenn De Wilde, zaalverantwoordelijke in de bekende brasserie Belga Queen op de Graslei, viel uit de lucht. “Jaione heeft hier anderhalf jaar gewerkt”, zegt hij. “Een pittige vrouw die haar mannetje stond in een keuken waar de stress soms hoog kan oplopen. Begin dit jaar is ze opgestapt, na een conflict met de chef. Dat gebeurt voortdurend in de horeca, zelf onthoud ik haar als een fijne collega die goed in de groep lag. Ze stond altijd klaar als we na het werk iets gingen drinken. En overal kwam ze dan bekenden tegen, het was duidelijk dat ze hier een uitgebreide vriendenkring had opgebouwd. Ze werd veel gevraagd voor feestjes, tapas waren haar grote specialiteit. Je voelde wel dat ze een verleden had, en soms vertelde ze daar ook over. Hoe hard ze in Mexico in haar restaurant had gewerkt. En dat de liefde haar naar hier had gebracht, ze had ginder een Belgische theaterregisseur leren kennen. Van die man hebben we nooit een spoor gezien, maar ja, hoe gaat dat in het leven? Over haar problemen met de Spaanse justitie heeft ze tegenover mij nooit gerept. Maar ze liet wel merken dat ze trots was op haar identiteit. Toen Spanje vorig jaar de finale van het EK voetbal speelde, vroeg iemand haar of ze ging supporteren. ‘Je ne suis pas espagnole’, antwoordde ze kortaf, ‘je suis basque’. Ik heb de voorbije dagen al vaak aan die anekdote moeten denken”.

dode rat

In de Spaanse pers kreeg de arrestatie veel weerklank. De krant La Vanguardia stuurde zelfs een reporter naar de Bernard Spaelaan. Ironie en leedvermaak dropen van het stuk waarin een hoogbejaarde buurvrouw haar verwondering mocht etaleren. De immer opgeruimde Spaanse vrouw een terroriste? Dat moest een vergissing zijn. Ze was de vriendelijkheid in persoon, hielp zelfs met het buitenzetten van de vuilniszak. Een keer echter werden de rollen omgedraaid, en moest zij hoogbejaard en wel haar Spaanse buurvrouw ter hulp schieten om een dode rat uit de keuken te evacueren. Onverschrokken voor de Guardia Civil maar bang voor een dode rat, stelde de reporter schamper vast. Ook hij kon echter geen antwoord geven op de vragen die iedereen zich stelt.  Waarom nu? Hoe kon Maria Natividad, bij de Spaanse justitie ook bekend onder haar ETA-naam Pepona, meer dan dertig jaar lang buiten schot blijven? Ze ging immers niet alleen publiek in een populair kookboek, ze ontving post op eigen naam en hield een Facebook aan met 150 vrienden en tientallen foto’s van zichzelf. Onbegrijpelijk, zeker in het licht van de legendarische verbetenheid waarmee de Spaanse justitie ETA-leden tot de verste uithoeken van de wereld vervolgt. Tot op heden, ook al heeft het fel verzwakte ETA twee jaar geleden een eenzijdig wapenbestand afgekondigd en finale vredesonderhandelingen aangeboden. Een onvoorzichtigheid zou de aandacht van de Spaanse inlichtingendienst CNI hebben getrokken, wordt in de Spaanse pers geopperd, misschien wel een onderschepte telefoon naar het thuisfront. Of heeft haar man in de gevangenis belastende verklaringen afgelegd? De vragen zullen misschien beantwoord worden op het proces dat haar in Spanje wacht.

De eerste juridische slag heeft ze alleszins verloren. De Gentse raadkamer bevestigde vorige woensdag de uitlevering aan Spanje. Als de KI deze beslissing in beroep bevestigt, rest alleen nog een cassatieberoep en in laatste instantie een procedure voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarvan het opschortend effect allerminst verzekerd is. Aanslepen zal de zaak niet doen. Er worden alleen spoedprocedures gevoerd, want België heeft maar veertig dagen de tijd om het Europees Aanhoudingsbevel uit te voeren. Hoe zou Maria Natividad cel de dagen aftellen? Van haar cel in de Nieuwe Wandeling naar de Bernard Spaelaan is het geen driehonderd meter.  Vijf minuten stappen, in een vorig leven.

 

Advocaat Paul Bekaert:  ”mijn cliënte heeft al heel lang met ETA gebroken”

Paul Bekaert (foto: Jef Boes)

Paul Bekaert (foto: Jef Boes)

Paul Bekaert (65) moet samen met zijn confrater Piet De Pauw de uitlevering aan Spanje van vermeend ETA-lid Maria Natividad Jauregui Espina verhinderen. Het zijn geen onverwachte namen. Piet De Pauw, medestichter van TAK , is als Vlaams republikein met de Baskische zaak getrouwd. Hetzelfde kan gezegd van Paul Bekaert, al is hij er op een andere manier ingerold. Als lid van de Liga voor de Mensenrechten volgt hij verschillende conflicten op de voet. De Baskische kwestie, de Ierse kwestie, de Palestijnse kwestie, de Tsjetsjeense kwestie, hij kent ze van haver tot gort. Soms opereert hij als internationaal waarnemer in gevangenissen en rechtbanken ter plaatse, vaak speelt hij zijn rol voor rechtscolleges in eigen land. Niet zelden zijn dat de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling. Bekaert heeft van het aanvechten van uitleveringsbevelen een specialiteit gemaakt. Zo had de advocaat uit Tielt een groot aandeel in het niet-uitleveren van het Baskische koppel Moreno-Garcia (zie kader) en het door Turkije vervolgde DHKP-C-lid Fehriye Erdal.

-  hoe stelt uw cliënte het in de gevangenis?

Bekaert: “Met ups and downs, tussen hoop en wanhoop. Mijn cliënte is niet naïef, ze weet perfect wat haar boven het hoofd hangt. Als ze wordt uitgeleverd, is de kans erg groot dat ze de rest van haar leven achter de tralies zal doorbrengen. De Spaanse rechtspraak laat op dat vlak geen ruimte voor illusies. ETA-leden worden door de Audiencia Nacional vervolgd, in de praktijk een uitzonderingsrecht die systematisch waanzinnig lange gevangenisstraffen oplegt. Gunstmaatregelen zoals voorwaardelijke invrijheidstelling bestaan niet, de meeste van de zowat 700 veroordeelden zitten dertig jaar en langer in de cel, in gevangenissen op duizend kilometer van hun familie zodat ze compleet geïsoleerd raken. Het is een onmenselijk regime”.

-  Niet naïef? Waarom heeft ze zich niet beter verstopt?

Bekaert: “Kennelijk was ze totaal verrast. Ze had hier een nagenoeg normaal leven opgebouwd.  Haar reputatie als kok was bekend in artistieke en intellectuele milieus, ze heeft ook gekookt op de trouwfeest van een Gentse schepen. Stel je voor, ze zou zelfs als traiteur op een feestje van de Gentse magistratuur hebben gewerkt. Waarom die gemoedsrust? Kijk, de beschuldigingen slaan op feiten van 33 jaar geleden. Mijn cliënte heeft al heel lang met ETA gebroken. Het is niet de eerste keer dat ik in een  ETA-dossier pleit. Als het om actieve leden gaat, komen de steuncomités bij mij op de stoep kamperen. Nu hoor of zie ik niemand”.

-  Ze is meer dan 30 jaar voortvluchtig. Waarom slaat de Spaanse justitie nu pas toe?

Bekaert: “Mijn ervaring leert dat de Spaanse justitie en inlichtingendiensten perfect weten waar voortvluchtige ETA-leden zich verschuilen. Zeker in het geval van mijn cliënte, ze hadden haar trouwens in 2002 in Mexico kunnen laten oppakken. Waarom dan deze timing? Ik denk dat we naar de politieke context moeten kijken. ETA is uitgeteld, haar politieke arm Batasuna heeft zichzelf dit jaar opgeheven. Tegelijkertijd hebben nationalistische partijen de regionale verkiezingen gewonnen.  Niet alleen in Baskenland, ook Catalonië heeft via de stembus weer een nieuwe stap richting onafhankelijkheid gezet. Dat alles maakt Madrid erg zenuwachtig, vandaar ook de verbetenheid in de campagne tegen ETA.  Daarbij komt dat de Spaanse justitie en politiek onder zware druk staan, onder meer van de machtige lobby van ETA-slachtoffers. Op geregelde tijdstippen moet er worden gescoord. Daarom willen ze mijn cliënte laten uitleveren, om te tonen dat het hen menens is met de strijd tegen ETA”.

-  Niet onbegrijpelijk. Bij de aanslagen van uw cliënte zouden zes doden zijn gevallen..

Bekaert: “Waar komt dat cijfer toch vandaan? Laat me die kwakkel even rechtzetten: mijn cliënte wordt voor twee feiten vervolgd. Ze zou geschoten hebben bij een moordaanslag op een luitenant-kolonel in januari 1981. Daarnaast is er de aanslag op een patrouille van de Guardia Civil van juli 1981 waarbij geen doden maar wel gewonden vielen. Volgens de aanklacht zou mijn cliënte daarbij op de uitkijk hebben gestaan”.

-  Hoe staan haar kansen ervoor?

Bekaert: “Het wordt moeilijk. We hebben voor de raadkamer het overschrijden van de redelijke termijn gepleit, en dat het arresteren voor feiten van 33 jaar geleden neer komt op een schending van haar grondrechten. Het valt bovendien te betwijfelen of mijn cliënte in Spanje een eerlijk proces krijgt, en na een eventuele veroordeling wacht haar een onmenselijke gevangenisregime. We hebben goede argumenten, maar helaas worden die door Belgische rechters niet gehoord. Dat ligt aan de procedure, het in 2004 ingevoerde Europees aanhoudingsmandaat heeft een uitlevering tot een bureaucratische formaliteit tussen federale parketten herleid. Vroeger lag de eindbeslissing in handen van de minister, na een tegensprekelijke procedure waarin de Belgische rechters ook de grond van de zaak beoordeelden. Onder het Europees aanhoudingsmandaat mogen ze zich alleen nog over formele aspecten uitspreken. Het is een bedenkelijke evolutie waarin ook het concept van het politiek misdrijf helemaal teloor is gegaan”.

-  Hoezo?

Bekaert: “Het niet-uitleveren voor politieke misdrijven is een hoeksteen van het internationaal strafrecht. Sinds 2004 echter mag de politieke exceptie in de Europese Unie niet meer spelen, omdat Europa in theorie één rechtsgebied is met uitsluitend democratische staten die de mensenrechten scrupuleus respecteren.  Een fictie weet ik uit mijn ervaring met de Baskische en de Ierse kwestie. Tot overmaat van ramp zijn er in de nasleep van 9/11 in heel Europa draconische antiterrorismewetten tot stand gekomen die een veel te ruime invulling geven aan het begrip terrorisme. Zelfs voor een opiniedelict kun je worden vervolgd, desnoods met een Europees Aanhoudingsbevel. Ook hier zet Spanje de toon. Batasuna-leider Arnaldo Otegi zit al vier jaar vast omdat hij in een speech het ETA-terrorisme zou hebben vergoelijkt”.

-  Put u hoop uit de zaak Moreno-Garcia?

Bekaert: “Moreno-Garcia was in 2004 een testcase voor het Europees aanhoudingsmandaat, een zaak die toen al een lange voorgeschiedenis had, wat meteen verklaart waarom de Spaanse justitie en het Federaal Parket op hun bek zijn gegaan. Nadien heb ik nog een half dozijn uitleveringsmandaten tegen Basken in ons land  zien passeren. Die zijn allemaal uitgevoerd. De statistieken zien er dus niet goed uit, en dat mijn beseft mijn cliënte ook”.

ETAren_anagrama_Altsasun

Luis Moreno en Raquel Garcia: “Wij durven geen voet buiten België te zetten”

Het is niet de eerste keer dat voor een Belgische rechtbank wordt gebikkeld over de uitlevering van vermeende ETA-militanten. Het bekendste precedent is dat van Luis Moreno en Raquel Garcia, een Baskisch echtpaar dat in 1992 naar België vluchtte. Een jaar later vroeg Spanje om hun uitlevering, het koppel zou onderdak en logistieke steun aan ETA-terroristen hebben verleend. Wat volgde was een uitputtende procedureslag. Toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck zette het licht op groen voor de uitlevering van het echtpaar dat zes maanden in de cel verbleef. Tot grote woede van Spanje werden Moreno en Garcia echter tot de asielprocedure toegelaten, waardoor de uitlevering op de lange baan werd geschoven. Na de schorsing door de Raad van State in 1996 trok de Belgische regering haar beslissing tot uitlevering in. Daarmee was de lijdensweg van Moreno en Garcia nog niet afgelopen. Het koppel had reeds de Belgische nationaliteit verworven toen Spanje in 2004 een nieuwe poging ondernam, dit keer met het pas in werking getreden Europees Aanhoudingsbevel. Vrijheidsberoving bleef hen bespaard, maar het werd opnieuw een thriller. Drie keer werd het Spaanse verzoek in beroep afgewezen, maar telkens trok het Federale Parket naar het Hof van Cassatie. Pas na een vierde uitspraak door het Antwerpse Hof van Beroep, gaf het Parket zich gewonnen. 

- Kent u Maria Natividad Jauregui Espina ?

Luis Moreno: “Nee, maar haar arrestatie heeft oude wonden open gereten. We zijn zelf op het nippertje ontsnapt. De belastende verklaringen in ons dossier komen van een arrestant die door de Guardia Civil werd gefolterd, dat is ondertussen bewezen. Het had bij een uitlevering geen verschil gemaakt, we waren voor lange tijd in de gevangenis gevlogen. Zo hebben ze ook mijn broer Txabi te grazen genomen, hij zit al 16 jaar in de cel. De Spaanse politie mag arrestanten vijf dagen op secreet zetten. Dat is gevaarlijk, want in die periode wordt er gefolterd. Daarom zijn Raquel en ik meteen ondergedoken toen we hoorden van de politierazzia. De Guardia Civil heeft manieren om arrestanten alles te laten bekennen wat ze graag horen”.

- Bent u intussen buiten schot?

Moreno: “Helemaal gerust zullen we nooit zijn. Na de beslissing van de Raad van State In 1996 waanden we ons veilig, maar acht jaar begon het hele circus opnieuw. We durven geen voet buiten België te zetten. Stel dat we naar Frankrijk reizen en daar om een of andere reden gecontroleerd worden. Best mogelijk dat het Franse parket dan een Europees Aanhoudingsmandaat ontvangt om ons uit te leveren. We zouden wel eens een reis naar de zon willen maken. Naar Cuba bijvoorbeeld, in de veronderstelling dat ze daar niet happig zijn om politieke vluchtelingen aan Spanje uit te leveren. Maar we durven niet. Bij technisch problemen maken vliegtuigen wel eens een noodlanding op de Canarische eilanden. Vergezocht, maar we willen het risico niet lopen”.

- Enige hoop ooit naar Baskenland terug te keren?

Moreno: “Twee jaar geleden was ik nog optimistisch. Het eenzijdige wapenbestand van de ETA was een doorbraak. Maar de Spaanse regering weigert de uitgestoken hand. Geen onderhandelingen, geen sprake van amnestie, de rechtse Partido Popular van premier Rajoy zoekt integendeel de confrontatie. Vorige week zijn er alweer twee processen tegen ETA-sympathisanten begonnen. Veertig leden van Segi, zeg maar de jongerenafdeling van Batasuna, riskeren straffen van acht tot twaalf jaar. Op een ander proces staan 36 leden van het in Spanje verboden Batasuna terecht, onder wie een voormalig Europees parlementslid. Dat zijn geen mensen met bloed aan hun handen, ze worden vervolgd voor hun politieke overtuiging. Intussen hebben ze ook Herrira, een organisatie die opkomt voor de rechten van Baskische gevangenen, verboden.  Als het over ETA-gevangenen gaat, wil Madrid geen enkele concessie doen. Zelfs de vraag om ze dichter bij hun familie op te sluiten, is er te veel aan. Mijn broer is pas vader geworden, hij zat in dezelfde gevangenis  in Madrid als zijn partner. Kort na de geboorte hebben ze hem naar Asturias verhuisd. Zo onmenselijk gaat het eraan toe”.

 

10 jaar LEIF: moet er nog euthanasie zijn?

LEIF is tien jaar en dat heeft Vlaanderen geweten. Er was veel en schoon volk in de Brusselse KVS, het toneel voor een feestelijk symposium over wat voluit het LevensEinde InformatieForum heet. Laurette Onkelinx sprak de laudatio uit, Guy Verhofstadt kwam de LEIFtime Achievement Award uitreiken. Dokters, verplegers en andere zorgverleners, sympathisanten, patiënten en nabestaanden, ze kwamen getuigen en brachten hulde aan de organisatie die vijf maanden na de goedkeuring van de euthanasiewet werd opgericht. Het zal niemand verbazen dat Wim Distelmans een glansrol kreeg. LEIF is het kindje van Distelmans, de bekende oncoloog en specialist palliatieve geneeskunde van het UZ Brussel die meermaals werd gelauwerd als prominent voorvechter voor het recht op euthanasie en palliatief zorg.

Dirk Verbessem stond zijn doofstomme en allengs blind wordende tweelingbroers bij in queeste naar euthanasie. (foto thomas Legrève)

Dirk Verbessem stond zijn doofstomme en allengs blind wordende tweelingbroers bij in hun queeste naar euthanasie. (foto Thomas Legrève)

Wie op het podium ontbrak was Dirk Verbessem uit Putte.  De aard van het beestje, wat timide en niet van de vlotste tongriem gesneden. Een verhaal heeft hij beslist wel, als kroongetuige van een van de meest spraakmakende euthanasiezaken tot dusver. Bijna een jaar geleden is het intussen: op 14 december 2012 werden in het UZ Brussel de 45-jarige tweelingbroers Marc en Eddy Verbessem geëuthanaseerd. De dood van de doof geboren en allengs blind wordende tweeling haalde de wereldpers. “Ik heb na de begrafenis wel vijftig interviewaanvragen gekregen”, zegt Dirk Verbessem als we hem thuis in Putte opzoeken. “Alle Belgische media hingen aan de telefoon, maar er waren ook Chinese persagentschappen en kranten uit Latijns Amerika. Maanden later nog kreeg ik een email van de Wall Street Journal, hun reporter stond klaar om naar België te vliegen. Ik heb alles afgewezen, ook de vraag van de Nederlandse talkshows. Ik ben niet erg mondig, ik mag er niet aan denken dat ze me in een debat voor of tegen euthanasie uitspelen. Dit wordt de eerste keer dat ik er met  een journalist over praat, het moest er eens van komen”.

Dirk Verbessem, een 48-jarige technicus werkzaam in een farmaceutisch bedrijf, haalt er koffie bij en rolt een sigaret. Op de vensterbank staat het bidprentje. Marc en Eddy,  twee kalende veertigers met een identieke bril. “Als kind kon je ze nauwelijks uit elkaar houden”, zegt Dirk met een monkellachje. “Ze vonden er plezier in mensen te foppen. Bij mij lukte dat niet, ik had ze altijd door. We schelen maar anderhalf  jaar, we zijn samen opgegroeid. De gebarentaal die mijn broers op de dovenschool leerden, heb ik thuis spelenderwijs geleerd. Echt spreken lukte niet, maar ze konden wel enkele woorden uitbrengen. Ik speelde vaak voor tolk, ook tijdens de euthanasieprocedure”.

-          Humo: wanneer hebben ze voor het eerst over euthanasie gesproken?

Verbessem: “Het speelde al een jaar of twee door hun hoofd. Mijn broers waren niet levensmoe, laat daar geen misverstand over bestaan. Ze probeerden er het beste van te maken, ondanks hun doofheid. Je had ze in hun jonge jaren moeten kennen. Vrienden bij de vleet, een sportieve auto waarmee ze in het weekend dovenfuiven afschuimden. Ik ging soms mee. De muziek stond loeihard, doven moeten de beat voelen om te kunnen dansen. Ze waren altijd samen, en deelden een huis in het dorp. Het zijn de gezondheidsproblemen die hen parten hebben gespeeld. Mijn broers hadden voor schoenmaker geleerd, maar werken zat er al een poosje niet meer in. Eddy, die als kind in een harnas liep, kreeg steeds meer last van zijn rug en had ook al een openhartoperatie ondergaan. Marc van zijn kant had een zwaar longprobleem, waardoor hij zittend moest slapen. En toen kregen ze er allebei glaucoom bovenop, een ongeneeslijke oogziekte die hen langzaam maar zeker blind maakte. Het vooruitzicht compleet geïsoleerd en afhankelijk te worden, was er teveel aan. Autorijden ging al niet meer, al hebben ze nog een tijdje met een Ligier gereden, een brommobiel voor korte afstanden. Marc is er letterlijk depressief van geworden, hij was in behandeling bij een psychiater in Bonheiden. Ik was dus niet alleen hun tolk tijdens de lange zoektocht naar euthanasie, maar ook hun chauffeur ”.

-          Humo: heb je hen nog op andere manieren bij die zoektocht geholpen?

Verbessem: “Nee. Toen ze er eerst over begonnen, was ik er kapot van. Ik kon hun beslissing wel begrijpen, maar ik was echt niet bereid hen een duw in de rug te geven. Dat doe je toch niet, je broers helpen met dood gaan? Dan zou ik nu met vreselijke schuldgevoelens rondlopen. Stilletjes hoopte ik dat ze van idee zouden veranderen, maar ze waren vastbesloten. Ze hebben de hele procedure zelf op het internet uitgevlooid, straf als je weet hoeveel moeite ze hadden met lezen. Ze hebben ook tientallen brieven naar dokters en specialisten gestuurd, om toch maar uit te leggen dat het hen echt menens was. Veel konden ze niet zeggen, maar bij professor Distelmans waren ze erg duidelijk. ‘Nu! Dood!, Nu! Dood!’ Ze bleven die woorden herhalen, ook toen ze later op gesprek moesten bij de psychiater”.

-          Humo: waarom zijn ze naar Wim Distelmans in Brussel gestapt?

Verbessem: “Omdat ze in de buurt geen dokter vonden die bereid was mee te werken. Aangezien ze niet terminaal waren, moest hun aanvraag niet alleen aan een tweede arts maar ook aan een psychiater worden voorgelegd. Dat bleek een probleem, want de psychiater van het Imelda Ziekenhuis in Bonheiden weigerde alle medewerking. Aan hun huisarts lag het niet, dokter Dufour heeft er alles aan gedaan om mijn broers te helpen. Hij heeft hen uiteindelijk met Leif in contact gebracht, en is zelf meermaals met Marc en Eddy naar Brussel gereden. Ik ging dan mee als tolk, en ik moet zeggen dat ze niet over één nacht ijs zijn gegaan. Bij de psychiater moesten ze apart op gesprek, om uit te sluiten dat de ene de andere had meegesleurd. Aanvankelijk wilden mijn broers louter hun papieren in orde brengen, zodat ze er later konden uitstappen wanneer ze het echt niet meer zagen zitten. Maar omdat de procedure zo lang aansleepte terwijl hun oogziekte sneller evolueerde dan verwacht, hebben ze meteen een datum geprikt toen hun aanvraag in orde was.  Het kon niet snel genoeg gaan”.

-          Humo: hoe was het afscheid?

Verbessem: “Onwezenlijk. Mijn broers bleven er volstrekt rustig onder, alsof de euthanasie niet meer was dan een bezoek aan de bakker. Het stond vrijdagmorgen gepland, ik ben ze aan de vooravond bij hen thuis gaan opzoeken. Ze waren bezig de inboedel te ordenen en te verdelen, allemaal heel pragmatisch. Ik vroeg of ze nog eens uitgebreid wilden chinezen, want daar waren ze dol op. Laat maar, zeiden ze, we hebben nog pizza’s in de diepvries. ’s Anderendaags ben ik eerst onze ouders en dan mijn broers gaan oppikken. Vader en moeder zijn in de tachtig, ze hadden het er ongelooflijk zwaar mee. Marc en Eddy waren altijd hun zorgenkindjes geweest. Het idee dat ze voor hen zouden sterven, was haast ondraaglijk. Toch heeft ons ma hen geholpen met hun aanvraag. Als ik niet kon, stond zij klaar om als chauffeur naar een zoveelste doktersafspraak te rijden.  Ze deed dat uit liefde voor haar kinderen, want als diepgelovige katholieken waren mijn ouders tegen euthanasie. Ook Marc en Eddy waren erg gelovig, ze zijn vaak op bedevaart geweest naar Lourdes en Scherpenheuvel. Vlak voor ze hun spuitje kregen, heeft de ziekenhuispastoor hen de laatste sacramenten toegediend. Daar stonden ze op”.

-          ­Humo: geen ultieme twijfels?

Verbessem: “Helemaal niet. We zijn eerst nog een koffie gaan drinken in de cafetaria. Mijn ouders en ik waren bedrukt, maar Marc en Eddy deden heel gewoon. Ook op de kamer leek het alsof er niks aan de hand was. Ik zie ze nog zitten op hun bed, druk in gesprek met elkaar. Wat met mijn horloge? En waar laat ik mijn schoenen? Vlak voor het gebeurde, hebben ze ons nog gerustgesteld. Dat het goed zo was, we moesten ons geen zorgen maken. Professor Distelmans en dokter Dufour zijn samen binnengekomen, elk  met een spuitje om het hart stil te leggen. Het moest simultaan gebeuren, ze wilden gelijk vertrekken.  Lang heeft het niet geduurd, hooguit een paar minuten. Ze zijn de lichamen komen halen om te wassen. We zijn dan maar vertrokken en met ons drieën naar Putte teruggereden”.

Vorig jaar werden bij de Federale Controle en Evaluatiecommissie Euthanasiewetgeving (FCEEC) 1.430 dossiers aangegeven, binnen de vier werkdagen na het uitvoeren van de euthanasie zoals wettelijk bepaald. Het tweejaarlijkse verslag van de commissie voor Kamer en Senaat bevat nog meer cijfermateriaal. De grote helft van de overlijdens vindt in ziekenhuizen en rusthuizen plaats, de anderen sterven thuis. Driekwart van alle geregistreerde dossiers komt van kankerpatiënten, spierziekten zoals ALS en MS bekleden met 7 procent een verre tweede plaats. In 2012 kregen vijftig Belgen euthanasie op basis van ‘ondraaglijk psychisch lijden ten gevolge van een ongeneeslijke psychiatrische aandoening’, een praktijk die nog geregeld voor opschudding zorgt. Vorige week nog pakte Het Laatste Nieuws uit met de euthanasie van de 44-jarige transgender Nathan _ née Nancy _ Verelst.  Het afscheidsinterview las als een deprimerend relaas van een liefdeloze jeugd vol frustraties en misbruik, een besmeurd zelfbeeld, alcoholverslaving  en sociaal isolement, met een niet naar wens verlopen geslachtsoperatie als de spreekwoordelijke druppel in de volle emmer. ‘Een gemengde problematiek van ondraaglijk fysiek lijden en een groot psychisch lijden’, luidde de kwalificatie van Wim Distelmans die de Nathan begeleidde.

 

Wim Distelmans: "Ik ben dokter dood niet". (foto thomas Legrève)

Wim Distelmans: “Ik ben Dokter Dood niet”. (foto Thomas Legrève)

Tijdens ons interview, drie dagen voor de ophefmakende euthanasie, rept Distelmans er met geen woord over. Medisch geheim, hij heeft overigens zelf niet om de mediaheisa gevraagd. We ontmoetten hem in het Expertisecentrum Waardig Levenseinde, een buitenpost van het VUB-ziekenhuis die een resem diensten huisvest,  gaande van dagopvang voor ernstig zieken over palliatieve thuiszorg tot het hoofdkwartier van LEIF. Op een van de bordjes staat ULteam, naar zal blijken het antwoord op onze openingsvraag. Want waarom komen spectaculaire euthanasiedossiers haast altijd bij hem terecht?

Distelmans: “We zien hier vooral speciale gevallen, mensen die ondanks de euthanasiewet nergens gehoor vinden. Meestal betreft het psychisch lijden, al gaat dat vaak gepaard met fysieke klachten.  Euthanasie van terminale patiënten raakt steeds meer aanvaard, maar in vele katholieke ziekenhuizen blijft een aanvraag van niet-terminale patiënten taboe, vooral als die op psychisch lijden steunt. Het idee dat ook een psychiatrisch patiënt uitbehandeld kan raken, sijpelt maar heel langzaam door. Om die mensen te helpen heb ik met Marleen Temmerman en psychiater Lieve Thienpont eind 2011 ULteam opgericht, waarbij de hoofdletters staan voor Uitklaring Levensvragen. Het is een multidisciplinair team, met artsen, psychiaters, oncologen, juristen, verpleegkundigen en vrijzinnig humanistisch consulenten. Dat we bereid zijn te luisteren betekent niet dat we zomaar euthanasie verlenen. Patiënten doorlopen een traject, we peilen tijdens verschillende sessies naar het motief en bespreken alle alternatieven. Vaak volstaat het besef dat er een uitweg bestaat, om af te zien van de acute euthanasieplannen. Om een idee te geven: van de 150 behandelde dossiers hebben er tot dusver 40 tot een euthanasie geleid. We zijn mobiel, als de patiënt niet in staat is zich te verplaatsen, gaan we hem opzoeken. Zo zijn we al een paar keer in de gevangenis beland. Geïnterneerden die euthanasie vragen, dat komt steeds vaker voor. Een moeilijke kwestie, al vind ik niet dat we a priori nee moeten zeggen. Wat ook opvalt: we krijgen meer en meer aanvragen uit het buitenland. Geen toeval allicht, want  België, Nederland en Luxemburg zijn de enige landen ter wereld met een euthanasiewetgeving”.

Humo:  hoezo de Benelux-landen voorlopers? In Zwitserland bestaat al 15 jaar zoiets als Dignitas, een organisatie die in Zürich verschillende appartementen huurt waar ook buitenlanders onder medische begeleiding uit het leven kunnen stappen.

Distelmans: “Niet te vergelijken. Zwitserland heeft geen euthanasiewet, maar het laat medici wel toe om hulp te bieden bij zelfdoding, zolang er geen baatzuchtige motieven spelen. Dat laatste is een rekbaar begrip, want een levensbeëindiging  kost bij Dignitas algauw 8.000 euro. De begeleiding is minimaal, en de wet laat niet toe dat de arts zelf de spuit zet. Patiënten worden na het laatste gesprek alleen gelaten met een glas water of fruitsap waarin een verdovende en dodelijke substantie zit opgelost. We hebben hier een Engelse kankerpatiënt geholpen die eerst bij Dignitas was gaan aankloppen. Hun methode werkte in zijn geval niet, want hij was al zo verzwakt dat hij het drankje niet eens had kunnen slikken. Die man was ons erg dankbaar dat we hem op een humane manier konden laten vertrekken”.

Humo:  dreigt ULteam zo niet het sterfhuis van Europa te worden, met Wim Distelmans als Dokter Dood aan het hoofd?

Distelmans: “Zo’n vaart zal het niet lopen, al was het maar omdat de meeste terminaal zieken niet meer in staat zijn om te reizen.  En ik ben geen Belgische Jack Kevorkian, al heb ik tijdens mijn vele lezingen meer dan eens belachelijke verwijten moeten incasseren. Het stoort me dat ze me als mister Euthanasie afschilderen, terwijl ik ook een pionier op het vlak van palliatieve zorg ben. De VUB heeft hier het eerste palliatieve centrum van het land opgericht, ouder nog dan dat van wijlen zuster Leontine in het Brusselse ziekenhuis Sint-Jan. Tegenstanders van euthanasie poneren palliatieve zorg als alternatief, maar ik zie die tegenstelling niet.  Palliatieve zorg, palliatieve sedatie, euthanasie, het zijn evenwaardige aspecten van een humane levenseindezorg”.

Humo:  de tiende verjaardag van LEIF is goed getimed. Deze week besprak de gemengde Senaatscommissie Justitie en Sociale Zaken het politiek explosieve voorstel ter uitbreiding van de euthanasiewet. De indieners willen dat ook minderjarigen in aanmerking komen, en dat wilsverklaringen niet alleen bij een onomkeerbare comatoestand gelden, maar ook voor dementen, met dien verstande dat ze kunnen worden ingeroepen door de vertrouwenspersonen die dementerden eerder en nog bij volle verstand hebben aangewezen. Een noodzakelijke uitbreiding?

Distelmans: “In mijn ogen wel. Bij de parlementaire bespreking van de euthanasiewet hebben voorstanders minderjarigen en dementerenden zelf buiten beeld gelaten, in de hoop daarmee de CD&V over de brug te halen. Vergeefse moeite, en een pijnlijk hiaat naar intussen is gebleken. Hugo Claus had langer geleefd, moest er een wilsverklaring voor alzheimerpatiënten bestaan. Niettemin, we kunnen tevreden terugblikken op de weg die we de voorbije tien jaar hebben afgelegd. Ik heb als oncoloog de periode voor de euthanasiewet meegemaakt. Ik heb toen al tientallen patiënten geëuthanaseerd, altijd op hun eigen verzoek. Dat moest in het grootste  geheim, want het parket reageerde overgevoelig. Meer dan één arts is in de gevangenis beland onder verdenking van ‘doodslag’, vaak na een klacht van een jaloerse collega in het ziekenhuis. De tegenstanders van legalisering gooiden altijd dezelfde argumenten op tafel. Dat euthanasie in België nauwelijks voorkwam. En als het al gebeurde, dan kon de arts altijd beweren dat het om ‘levensbeëindigend  handelen in een noodsituatie’ ging. Die hypocrisie is er grotendeels uit, al zijn we nog niet thuis. Er zijn nog te veel ziekenhuizen waar men de euthanasievraag niet wil horen, en in rusthuizen is het niet beter. Het gebeurt vaak dat rusthuisbewoners hun euthanasie noodgedwongen in het weekend plannen, tijdens een bezoek aan zoon of dochter. De ergste tegenstanders zijn echter diegenen die verklaren dat ze openstaan voor euthanasie, terwijl ze er nadien alles aan doen om het verzoek te negeren en de betrokkene in een palliatief verhaal mee te sleuren waar hij nooit om gevraagd heeft”.

-          Humo: hoe verklaart u dat 80 procent van de geregistreerde dossiers uit Vlaanderen komt?

Distelmans: “Cultuurverschillen in de medische wereld. In Franstalig België staat de arts nog op een voetstuk, hij beslist soeverein wat goed is voor de patiënt. Dat vecht met het concept van euthanasie, waar het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt centraal staat. Franstalige artsen grijpen eerder naar palliatieve sedatie, platspuiten in de volksmond. Het verschil met euthanasie is vaak semantisch, maar soms ook heel concreet. Palliatieve sedatie kan dagen zoniet weken aanslepen, het is de arts die het tempo bepaalt. Bij euthanasie kiest de patiënt zelf zijn tijdstip.  Sinds de uitvoering van de euthanasiewet is ook het aantal palliatieve sedaties geëxplodeerd, van 8.000 tot 15.000 gevallen per jaar. Het gros van die stijging zit in Franstalig België. We moeten natuurlijk opletten met die cijfers. Wellicht zijn er patiënten die euthanasie vragen, maar palliatieve sedatie krijgen. Anderzijds worden heel wat overlijdens door euthanasie als palliatieve sedatie geregistreerd, dat scheelt in papierwerk. Maar je kunt die opmerkelijke toename ook positief bekijken, als een signaal dat steeds meer artsen alert zijn voor de levenseindeproblematiek. En ja, ook euthanasie raakt ingeburgerd, dat stellen we bij LEIF vast. Begin dit jaar hebben we samen met vrijzinnige vereniging deMens. nu onze LEIFkaart gelanceerd, een soort bankkaart met de persoonlijke zorgplanning van de drager zodat artsen en hulpverleners met zijn wensen rekening moeten houden als hij zelf niet in staat is om te communiceren. Welke zorg wil hij al dan niet ontvangen in een comateuze toestand? Wil hij euthanasie, en met welke vertrouwenspersoon? Orgaandonatie, uitvaart, het staat er allemaal op. De LEIFkaarten vliegen de deur uit, we kunnen de vraag niet volgen”.

LEIF-arts Sarah Van Laer: "Sommige collega's springen...(foto: Thomas Legrève)

LEIF-arts Sarah Van Laer: “Een euthanasie kruipt niet in je kouwe kleren” (foto: Thomas Legrève)

LEIF heeft intussen 400 Vlaamse artsen opgeleid om de euthanasiewet correct toe te passen. Volstaat dat op een totaal van meer dan Vlaamse 25.000 huisartsen en specialisten? Niet als je het aan Sarah Van Laer vraagt , huisarts in het Oost-Vlaamse Horebeke en Leif-arts van het eerste uur.  Eerder dit jaar trok ze in een open brief aan de alarmbel: dat ze verzuipt in de euthanasie-aanvragen. “En dat is helaas nog niet veranderd”, zegt Van Laer. “Gemiddeld één per maand, ik heb er weer twee in mijn agenda staan. Heel wat huisartsen maken er zich makkelijk van af. U wilt euthanasie? Loop dan maar naar de LEIF-arts om de hoek, die zal het wel oplossen”.

Humo: hanteert u als LEIF-arts zelf de spuit?

Dr. Van Laer: “Dat is meestal niet de bedoeling. Doorgaans worden we door een collega als tweede arts gecontacteerd , zoals de euthanasiewet verplicht. Dan speel je ook een ondersteunende rol, want vele huisartsen hebben het nooit eerder gedaan en voelen zich onzeker. Op zich is het simpel,  het komt er op aan het product correct te doseren. Toch begrijp ik die onzekerheid. De eerste keren heb ik er zelf slecht van geslapen, in mijn dromen zag ik hoe de verdoving mislukte en de patiënten weer wakker werden. Alle begrip dus voor de twijfels, maar ik vind het vervelend als ze me aan de vooravond bellen. ‘Saraahtje, wil jij het niet doen? Ik zie het echt niet zitten’.  Nog niet zo lang geleden werd ik door een familie opgetrommeld omdat de huisarts niet op de euthanasieafspraak was komen opdagen. Ik ben toen in de auto gesprongen, je kunt een patiënt op zo’n moment niet in de steek laten. Zoiets kan in feite niet door de beugel. Ik ben bereid de spuit te zetten als een collega het niet aankan, maar ik wil dat op voorhand weten. Een euthanasie als tweede arts begeleiden of uitvoeren, dat vergt een heel andere benadering. Als uitvoerende arts wil ik een grondig contact met de patiënt, ik laat me niet door één bezoek overtuigen. Ook dat is een pijnpunt in de euthanasiepraktijk. Ik ben streng, ik heb al aanvragen geweigerd, bij psychisch lijden ben ik extra voorzichtig. Maar er zijn LEIF-artsen die er licht overgaan en al na het eerste bezoek hun handtekening zetten, ik ken zelfs een psychiater die dat doet. Zoiets gaat natuurlijk snel rond. De waarheid is dat iedereen euthanasie kan krijgen, als hij maar de weg naar de juiste dokters vindt. Laatst werd ik als tweede arts door een 43-jarige vrouw met een psychiatrische problematiek gevraagd. Ik zei dat ik haar wilde terugzien, en dat ik haar behandelende psychiater zou bellen en haar ouders en andere intimi wilde spreken. Ik heb  die vrouw niet meer teruggezien, en een maand later vernam ik dat ze geëuthanaseerd was. Daar hield ik toch een vies gevoel aan over ”.

Humo: in uw open brief plaatste u ook al vraagtekens bij de uitbreiding van de euthanasiewet. Heeft u zich van kamp vergist?

Dr. Van Laer: “Helemaal niet, anders zouden die twee euthanasieafspraken niet in mijn agenda staan. Ik vind de euthanasiewet nog altijd fantastisch en ook perfect uitvoerbaar. Zwijg me van de periode voor 2002, toen wanhopige collega’s aanmodderden met morfine en zelfs insuline om patiënten te euthanaseren. De techniek is fel verbeterd, en het staat vast de wet heel wat zelfmoorden heeft verijdeld. Maar inderdaad, ik houd mijn hart vast voor een uitbreiding. Want wie zal die minderjarigen moeten euthanaseren? De overbevraagde LEIF-artsen, ook al zitten die er niet om te springen. Een euthanasie kruipt sowieso niet in je koude kleren. Als het dan ook nog om kinderen gaat, wordt het pas echt zwaar”.

De kans is groot dat de uitspraken van dokter Van Laer straks selectief worden aangehaald op www.euthanasiestop.be, de website van het gelijknamige platform dat verbeten campagne voert tegen de mogelijke uitbreiding van de euthanasiewet. Behalve twee imams en een rabbijn wordt het initiatief door prominente katholieken gedragen, artsen, academici en religieuzen. De Leuvense oncoloog Benoit Beuselinck, een van de gangmakers van Euthanasie Stop, bleek bereid onze vragen te beantwoorden.

Humo: het verjaardagsfeest van LEIF is wellicht niet aan jullie besteed. Behalve tegen de mogelijke uitbreiding ageren jullie ook tegen de euthanasiewet zelf. Is dat meer dan tien jaar na datum geen achterhoedegevecht?

Dr. Beuselinck: “Nee.Artsen moeten zich aan de eed van Hippocrates houden, en die schrijft nog altijd voor dat we “geen dodelijke substanties zullen toedienen aan onze patiënten”. Om het menselijk lijden zoveel mogelijk te verlichten, moeten we onze kennis van palliatieve zorg verdiepen en patiënten desnoods met palliatieve sedatie helpen. Ik ben niet alleen principieel tegen de wet, ik heb ook problemen met de slordige en veel te ruime toepassing. De controle door de Federale Evaluatiecommissie is een lachertje. Van de meer dan tienduizend tot dusver geregistreerde euthanasieprocedures werd niet één aan het parket overgemaakt. Zelfs louter statistisch kan dat niet kloppen”.

Humo: voorstanders stellen het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt voorop. Wat, behalve religieuze argumenten, valt daar tegen in te brengen?

Dr; Beuselinck: “Veel. Een klassiek filosofisch adagium stelt dat de vrijheid van de ene persoon ophoudt waar de vrijheid van de andere begint. Een mens leeft niet alleen, maar als deel van een gezin en van de maatschappij. De huidige wet geeft echter geen inspraak aan de familie. Binnenkort kan je als ouder zelfs niets meer zeggen wanneer je anorectische puberdochter dood wil. Een nachtmerrie,de familie moet beter beschermd worden”.

Humo: bewijst de forse stijging van het aantal euthanasieaanvragen niet dat er een maatschappelijk draagvlak bestaat?

Dr. Beuselinck: “Dat ligt goeddeels aan de media. Hoe meer aandacht voor euthanasie, hoe meer vraag. Ook dat is fundamenteel verkeerd: het aanbod creëert de vraag, terwijl de wet oorspronkelijk voorzien was voor uitzonderingsgevallen”.

LEIF-priester Paul Destrooper : 'hoe verder van de praktijk, hoe..(foto Thomas Legrève)

LEIF-priester Paul Destrooper : ‘Hoe verder van de praktijk, hoe makkelijker om euthanasie te veroordelen” (foto Thomas Legrève)

Een klassieke botsing van katholieken en vrijzinnigen? Allicht, maar dat belet niet dat Paul Destrooper zaterdag in de KVS het woord zal nemen. Destrooper, die mee aan de wieg van het Levenseinde Expertsiecentrum stond, is een van de vier stafleden van LEIF waar hij instaat voor persoonlijke begeleiding van patiënten en opleiding van morele consulenten. En oh ja, de 59-jarige Destrooper is priester, in een vorig leven was hij bij het aartsbisdom verantwoordelijk voor het ziekenhuispastoraal. “Ik loop daar niet mee te koop”, zegt hij.”Vele bezoekers bij LEIF vermoeden zelfs niet dat ik pastoor ben. Niet dat ik een conflict zie met mijn geloof. In mijn ogen is de keuzevrijheid van de mens juist eigen aan de schepping, ik zou daar zelf een theologisch betoog kunnen over voeren”.

Humo: Rome en de Belgische bisschoppen veroordelen euthanasie. Komt u vaak gelovigen tegen die daarmee worstelen?

Destrooper: “Anticonceptiva werden ook verboden door de pauselijke encycliek Humanae Vitae uit 1968. Toch denk ik niet dat veel Vlaamse vrouwen daarom de pil hebben gelaten. Zo is het ook met euthanasie, pragmatisme regeert. We horen wel eens van pastoors die parochianen de ziekenzalving weigeren als ze euthanasie durven vragen. Maar dat zijn uitzonderingen, de meeste pastoors staan dicht genoeg bij de mensen om begrip op te brengen voor een keuze die nooit lichtzinnig wordt gemaakt. Hoe verder van de praktijk, hoe gemakkelijker het is euthanasie te veroordelen”.

Die conclusie heeft ook Dirk Verbessem uit de euthanasie van zijn tweelingbroers getrokken. “Na de begrafenis kwamen in Putte de tongen los. Er was vooral begrip, maar er kwamen ook enkele negatieve reacties. ‘Hoe kun je zoiets doen? Zo erg is dat toch ook niet, blind worden?’. Dat is makkelijk gezegd, dacht ik bij mezelf. Wie Marc en Eddy wil veroordelen, moet eerst in hun schoenen gaan staan”.