Maandelijks archief: maart 2014

100 jaar radio: ode aan een onzichtbare allemansvriend

(Knack,19 maart 2014)

 

Ook na een eeuw blijft radio springlevend. Onzichtbaar maar alomtegenwoordig bepaalt het medium het ritme van de dag en het humeur aan de ontbijttafel.  Knack fêteert de jubilaris met een liefdesbetuiging van drie radiomakers pur sang. Zaki, Jan Hautekiet en Linde Merckpoel, samen goed voor 100 jaar radio op de openbare omroep. “Radio is het enige medium dat ik meeneem onder de douche”.

 

foto Saskia Vanderstichele

foto Saskia Vanderstichele

Precies een eeuw geleden brak in België het radiotijdperk aan. Officieel althans, want er werd al eerder met draadloze communicatie geëxperimenteerd. Pionier Robert Goldschmidt stuurde reeds in 1908 zijn eerste golven de ether in, via een gigantische antenne bovenop de koepel van het Brusselse justitiepaleis. Télégraphie sans fil zou snel de aandacht trekken van het koningshuis. Albert I was zwaar geïnteresseerd in de mogelijkheden om de communicatie in de onmetelijke kolonie te verbeteren.  Toch was het vooral zijn vrouw Elisabeth die als melomane bij de eerste officiële uitzending aan haar trekken kwam. Op 28 maart 1914 werd een live concert gecapteerd en uitgezonden, exclusief voor de koninklijke familie die in Laken een ontvanger had geïnstalleerd. Het Belgische radiotijdperk begon dus met een knaller: het allereerste radioconcert uit de Europese geschiedenis. Op de eerste Nederlandstalige uitzending was het overigens nog wachten tot 1926.

Tegen de herdenking van de Grote Oorlog is geen kruid gewassen, maar toch zal ook dit eeuwfeest niet ongemerkt blijven. In de Brusselse Tour en Taxis loopt nog tot eind april ‘Vu à la radio’, een gemeenschappelijke tentoonstelling van de Franstalige radiozenders RTBF, RTL en Nostalgie. Vanaf 28 maart verwelkomt de VRT in het Radiohuis in Leuven bezoekers voor een belevingsparcours langs de hoogtepunten van 100 jaar radio. Knack van zijn kant trok naar de Reyerslaan en ontmoette er drie radiomakers die hun passie voor het ongrijpbare medium belijden. Jackie _ Zaki _ Dewaele (68) en Jan Hautekiet (58) zijn nog net geen monumenten, maar een lemma in de encyclopedie van de Vlaamse radiogeschiedenis hebben ze al verdiend.  Ook Linde Merckpoel  (29) timmert bij Studio Brussel hard aan de weg. De roodharige spring-in-’t veld, vorig jaar een van de drie presenatoren van Music for Life, is met Linde Live een vertrouwde stem in de avondspits. Files zijn haar in die rol niet onbekend, maar vandaag zal ze er als automobiliste mee geconfronteerd worden. Terwijl de jonge garde op de E19 tussen Antwerpen en Brussel staat aan te schuiven, steken we alvast van wal. Opwarmen hoeft niet, zeker niet voor Jan Hautekiet die recht uit de Radio1-studio komt na een uurtje live debatteren in het programma dat zijn naam draagt. Samen besluiten Hautekiet en Zaki dat een kop koffie geen slecht idee is om het geheugen te smeren. En inderdaad, het zwarte vocht roept meteen dierbare radioherinneringen op. “In mijn Studio Brussel-tijd was D4 een begrip”, zegt Hautekiet.  “D4, koffie verkeerd, de enige combinatie die min of meer drinkbaar was. We gaan een D4 drinken, zeiden we voortdurend tegen elkaar. Onlangs zag ik Chris Dusauchoit terug, hij kwam inspringen als presentator van Braakland. Zullen we maar een D4’ke gaan drinken, stelde hij voor. Niet dat we gebukt gaan onder nostalgie, maar de koffiemachines waren vroeger toch beter. Tegenwoordig maken ze die dingen zo ingewikkeld dat je een ingenieursdiploma nodig hebt om ze te bedienen”.

Zaki: “Bij Omroep Brabant hadden we daar geen last van. Er stond alleen een simpel koffiezetapparaat, en op gezette tijdstippen werd geld ingezameld om gemalen koffie te kopen. Ik zie ons daar nog zitten in de Flagey, ik presenteerde toen ‘Er komt geluid uit behang’. Mijn producer was niemand minder dan wijlen Wim Van Gansbeke, bekend en vooral gevreesd als theaterrecensent. Acteurs en regisseurs sidderden en beefden als zijn naam viel, maar ik heb Wim als een lieve man leren kennen, iemand die na iedere uitzending klaar stond met opbouwende commentaar”.

-          Hoe zijn jullie zelf bij de radio verzeild?

Zaki: “Ik zat in Gent op het Sint-Lucas, vastbesloten om de nieuwe Picasso te worden. Maar de opleiding was saai, de hele tijd etsen en schetsen. Er waren spannender dingen in het leven, zoals radio. Ik ben van 1945, groot geworden met de rock-’n-roll. Op de Vlaamse radio viel er weinig van te horen, maar er bestonden gelukkig wel piratenzenders die helemaal mee waren. Ik heb daar zalige herinneringen aan. We waren thuis met vijf, ik was de jongste van drie broers die samen een jongenskamer deelden. Onze Willy, tien jaar ouder, had met een bouwdoos een kristalradio geknutseld. Magisch was dat, we kropen iedere avond bij elkaar op de jongenskamer om naar Radio Londen, Radio Caroline of Radio Luxemburg te luisteren. Ik ben daar vaak in slaap gevallen met Fats Domino,  Jerry Lee Lewis of Little Richard. Om maar te zeggen, ik heb niet geaarzeld toen ik op het Sint-Lucas van die radiowedstrijd hoorde. Ik heb me ingeschreven, en tot mijn stomme verbazing gewonnen. Zo ben ik begonnen, in 1966 bij Omroep Oost-Vlaanderen. Na een jaar ben ik al verhuisd, weggeplukt door Jan Schoukens die net een eigen popsectie had opgericht die voor verschillende BRT-zenders programma’s maakte. Dat was een uniek experiment, een soort Studio Brussel avant-la-lettre”.

Hautekiet: “Ik ben er toevallig in gerold. Het was 1979, het jaar van het Brusselse millennium. Ik zat op kot in Leuven, en via via kreeg ik de kans om een column over Brussel te brengen in een nieuw programma,  Liedjeskroeg. Ik ging naar de proefopname in studio 6 van de Flagey, ook Toots Thielemans was er die dag. Bon, dat werd opgenomen en drie maanden later kreeg ik telefoon van Jan Schoukens die me had opgemerkt. Ik kon beginnen bij ‘Wie niet kijken wil, moet luisteren’, een weekprogramma dat iedere avond van tien tot twintig voor twaalf liep. Zo was het arbeidsreglement destijds bij de BRT:  radioprogramma’s stopten om iets voor middernacht zodat de technicus nog de tijd had om zijn jas aan te schieten, de lift te nemen en op de tram te springen, zonder dat er nachturen moesten betaald worden”.

-          Is het toeval dat de naam van Jan Schoukens al twee keer is gevallen?

Zaki: “Jan Schoukens was erg belangrijk, hij had een feilloos oog en oor voor radiotalent”.

Hautekiet: “Ik heb alles van Jan geleerd. Hij kon streng uit de hoek komen,  voor slordig taalgebruik was hij onverbiddelijk. Maar hij gaf ook vertrouwen, hij verstond de kunst om jonge mensen de ruimte te gunnen om zich te ontwikkelen, zonder in formats te denken”.

Zaki: “Voor jonge radiomakers is het belangrijk dat ze in de juiste omgeving kunnen rijpen. Ik ben zelf vrij snel bij Omroep Brabant aanbeland, in de jaren zeventig een geweldige kweekvijver voor talent. Vooral de zondag van Omroep Brabant was legendarisch, onder meer dank zij het fantastische programma van Annemie Coppieters.  Urbanus maakte er furore, Walter Capiau deed er zijn belspelletje, je liep er mensen als Jan Van Rompuy en Luc Safflour tegen het lijf, ik heb er zelf met Mike Verdrengh samengewerkt. Productieleider Guido Cassiman was een fenomeen op zich, hij was gebeten door elektronische muziek en draaide als eerste platen van Jean-Michel Jarre en Tangerine Dream op de Vlaamse radio. Op een keer haalde hij de Duitse elektronicapionier Klaus Schulze in de studio, een echte sensatie. Schulze bracht zijn machine op gang en verdween dan doodgemoedereerd voor vijf minuten uit de studio terwijl dat spel muziek maakte, we stonden er verbluft naar te kijken. Wist je trouwens Jan, dat gewestelijke omroepen geboren zijn uit de lokale zenders die voor de oorlog welig tierden? Na de oorlog heeft de overheid beslist die zenders en hun frequenties over te nemen, de ether was immers te belangrijk om aan particulieren over te laten”.

Hautekiet: “Ik heb daarvan gehoord. Dat verklaart ook het eigen karakter van de gewestelijke omroepen waaruit later Radio2 is ontstaan. Brabant stond als progressief bekend, Oost-Vlaanderen was popgericht. Omroep West-Vlaanderen was eerder volks, net zoals Omroep Limburg waar je niet naast het fenomeen Jos Ghysen kon kijken. Limburg bracht ook een Duits Schlagerprogramma, en ‘Met Raf aan de vleugel’ hadden ze een unieke live formule.  Ze draaiden een hit, en halfweg nam ene Raf op piano de melodie over”.

Zaki (enthoasiast): “Maar de zondagavond was van Omroep Antwerpen. Dank zij Lutgart Simoens, misschien wel de populairste radiofiguur van haar tijd. Ze sloot iedere uitzending af met hetzelfde nummer, ‘Eine letzte Zigarette’  van Reinhard Mey. Legendarische radio”.

-          “Wie niet kijken wil, moet luisteren’ klinkt behalve als een programmatitel ook als een milde sneer naar het medium televisie. Vanaf de jaren zeventig is televisie de radio gaan overvleugelen. Zijn jullie de underdogs van het omroepbestel?

Zaki: “Zo werd het destijds wel aangevoeld. In de jaren zeventig waren sommigen er oprecht van overtuigd dat radio gedoemd was om te verdwijnen. Achteraf bekeken onzin natuurlijk”.

Hautekiet: “De televisie heeft de avond overgenomen, en dankzij het televisiejournaal ook een stukje van de middag. Maar ons helemaal verdringen? Dat zal nooit gebeuren, want radio blijft bij uitstek het medium dat met ons dagritme meeleeft. Tijd behoort tot het wezen van de radio, we nemen de luisteraar bij de hand en begeleiden hem doorheen zijn dag, van uur tot uur, van klokslag tot klokslag”.

Zaki: “De beleving is ook heel anders. Televisie kijken doe je in gezelschap,  maar radio spreekt alleen tot jou, ook al luister je samen. Het is veel intiemer, radio is het enige medium dat ik meeneem onder de douche”.

Hautekiet (instemmend): “Radio kruipt letterlijk tussen je oren. Het is ook veel meer een conversatiemedium dan pakweg Facebook of Twitter. Je beleeft het individueel, en toch werkt het verbindend, want er ontstaat een band tussen al die individuen die tegelijkertijd naar hetzelfde station luisteren”.

Zaki: “Een fenomeen zoals Music for Life met zijn glazen huis, dat kan alleen op de radio. Geen enkel medium heeft zo’n mobiliserend effect. Luisteraars hebben een veel sterkere band met radio dan kijkers met televisie”.

Linde Merckpoel doet onder een spervuur van plaagstoten haar  intrede. De jeugd van tegenwoordig, dat kent geen uur meer!  En ga gauw zitten, want de bompa’s zijn uitgepraat. Ze laat zich niet van de wijs brengen. Niet op haar mondje gevallen, het zou er aan mankeren voor een presentatrice met acht jaar Studio Brussel op de teller.

 

-          Genoeg achterom gekeken, tenslotte is radio vooral een springlevend medium. Wat is eigenlijk het geheim van goede radio? Is een programma pas geslaagd als er een community rond ontstaat?

Zaki: “Dat mag nooit het uitgangspunt zijn, maar het is wel een teken dat je goed bezig bent als er bij de luisteraars een soort clubgevoel ontstaat ”.

Linde: “Helemaal akkoord. Ik deed vroeger de ochtend, samen met Tomas De Soete. Het fijnste uur om te presenteren was tussen zes en zeven. Die sfeer! We voelden dat we radio maakten voor lotgenoten, mensen die net als wijzelf voor dag en dauw waren opgestaan om te werken. De bleek ook uit de feedback via telefoon of sms, de grapjes en opmerkingen van een kleine maar trouwe schare luisteraars. De ochtend is ook speciaal omdat radio erg bepalend is voor je humeur. Ik heb vaak luisteraars horen zeggen dat ze met het verkeerde been uit bed waren gestapt, maar dat hun humeur omsloeg zodra ze de radio opzetten en een leuk liedje hoorden, of een grapje van mij of Tomas. En weet je wat me zo frappeert? Luisteraars denken echt dat ze me kennen, ze komen me dat ook vertellen als ik bijvoorbeeld op Rock Werchter rondloop. Dan blijkt dat ze effectief weten van welke muziek ik houd, en waar ik moet om lachen. Als presentator geef je veel van jezelf bloot. Dat hoort erbij, je kunt geen goede radio maken als je jezelf niet bent”.

Hautekiet: “We zijn ook minder anoniem geworden. Vroeger was een presentator een stem, intussen kent iedereen ons gezicht. Die anonimiteit had ook charmes, je kon de luisteraar vertellen wat je maar wilde. Zei je dat er een kudde roze olifanten de studio kwam binnenstappen, dan zag de luisteraar dat tafereel voor zijn ogen. Dat lukt niet meer, nu zien ze meteen op de webcam van de site dat je hen blaasjes wijsmaakt ”.

-          Waarmee we bij nieuwe media zijn aanbeland. Heeft radio nog een toekomst als je constateert dat digital natives allleen nog naar YouTube en Spotify luisteren?

Hautekiet: “Radio, ons basisproduct, blijft cruciaal. Maar het volstaat niet meer, we moeten overal aanwezig zijn waar onze luisteraars zitten, op Facebook, Twitter en Spotify. We geven die digital natives niet zomaar op, maar om ze te bereiken moeten we hun wereld doorgronden. Wie zijn ze, waar zijn ze mee bezig, wanneer zijn ze beschikbaar? Daarom is kwalitatief marktonderzoek zo belangrijk”.

Linde: “De meeste jongeren beginnen pas echt naar de radio te luisteren als ze gaan werken,  zo rond hun 22ste. Weet je wat gek is? Vele mensen beschouwen Studio Brussel nog altijd als een jongerenzender. Uit marktonderzoek blijkt nochtans dat de gemiddelde leeftijd van onze luisteraars rond de dertig schommelt. We moeten realistisch zijn: radio is voor jongeren minder identiteitsbepalend dan vroeger. Pakweg tien jaar geleden waren wij nog onmisbaar om bij te blijven, radio was de plek waar je nieuwe groepen en muziektrends ontdekte. Vandaag zijn wij slechts een van de vele bronnen, naast de smartphone, YouTube, Spotify of SoundCloud. Het is ook tweerichtingsverkeer geworden, we krijgen nu zelf tips van luisteraars die op YouTube of Spotify nieuwe dingen ontdekken. Heel boeiend vind ik dat”.

Zaki: “En toch mogen we onze gidsrol niet opgeven. Wij zijn het die jongeren bij de hand nemen en rondleiden in het oerwoud van de muziek. Jongeren vinden het trouwens nog altijd belangrijk dat hun muziek op een zender als Studio Brussel wordt gedraaid, radio biedt het kader waarbinnen ze hun smaak ontwikkelen”.

-          Momenteel woedt een debat over het taalgebruik op de Vlaamse televisie, adepten van Algemeen Nederlands staan lijnrecht tegenover apologeten van tussentaal en dialect. Leeft die kwestie ook bij de radio?

Zaki: “Er is op dat vlak veel veranderd. Ik ben begonnen op het hoogtepunt van de ABN-terreur. Als ik opnamen uit die beginperiode hoor, herken ik mezelf niet meer. Zo Hollands, het is gewoon vreselijk”.

Hautekiet: “Ik denk niet dat het alleen aan de ABN-terreur lag, er werd in die tijd huizenhoog naar Nederlandse presentatoren opgekeken”.

Zaki: “Niet door deze jongen hoor. Nee, het was van moeten. Je had hier toen zo iemand als Eugène Berode, de legendarische taalraadsman van de BRT die bij iedere inbreuk op de standaardtaal een vlammende nota schreef. Maar hij stond niet alleen, overal werd op onze voorbeeldtaak gehamerd. Op de openbare omroep mocht en kon alleen Algemeen Beschaafd Nederlands worden gesproken,  anders gingen onze kinderen en het hele onderwijs om zeep”.

Hautekiet: “Je mag natuurlijk nooit in steriele taal vervallen, maar ik blijf van mening dat de openbare omroep een voorbeeldtaal moet hanteren. Zeker op de radio, want taal is onze belangrijkste grondstof”.

-          Hoe zie jij dat Linde? Je was nog niet geboren toen de zogenaamde ABN-terreur losbarstte. Bij Studio Brussel zijn kreten zoals ‘amaai nie’ en ‘vree wijs’, toch geen uitingen van standaardtaal, niet van de ether…

Linde:  “Ik denk dat ik op dat vlak de seutigste van alle StuBru-presenatoren ben.  Ik vind correct taalgebruik superbelangrijk. Gilles, mijn lief die ook in de media werkt, heeft me onlangs op een fout gewezen. Bedankt om te komen, ik zeg dat inderdaad vaak.  Zo’n fout, daar kan ik wakker van liggen. Maar ik heb niks tegen een scheut jongerentaal. Een ‘vree wijs’ of ‘keitof’, daar is niks mis mee”.

Hautekiet: “Ik dacht net hetzelfde voorbeeld te geven. ‘Bedankt om te komen’, dat is een fout die ik zelf nog te vaak maak. Ach ja, absolute zuiverheid is niet van deze wereld. Ik gooi er met opzet wel eens een  ‘ça va’ tussen, voorlopig nog met virtuele aanhalingstekens, al krijgt zo’n uitdrukking op de duur officieel bestaansrecht. Taal blijft een dynamisch gegeven, het zijn de gebruikers die er smaak en kleur aan geven”.

-          Is een mooie stem noodzakelijk voor een presentator?

Linde: “Ik kan uren naar iemand met een spraakgebrek luisteren, zolang hij maar zinnige dingen vertelt”.

Hautekiet: “Het is dubbel. Laat een begenadigd pianist op een ketelpiano spelen, en er komt nog altijd muziek uit. Geef een matig pianist een Steinway, en hij stijgt boven zichzelf uit. Zo werkt ook de stem, je kunt er veel mee verdoezelen maar niet alles. Anderzijds, van sommige stemmen hoor je meteen dat ze nooit zullen aanslaan. Radio blijft tenslotte een fysiek gegeven, een kwestie van vibraties. Een goede sound is belangrijk”.

-          In 2001 werd het monopolie van de openbare omroep op landelijke radiozenders doorbroken. Hoe lastig is de concurrentie met Q-Music en Joe FM, commerciële stations die volgens de jongste CIM-peilingen in de lift zitten?

Hautekiet: “Geen kwaad woord over onze concullega’s, maar hoe groot is hun marktaandeel? Tel alle zenders van de VRT samen, en je komt uit boven de zestig procent. Er zijn weinig Europese landen waar de openbare omroep in zo’n weelde baadt. Trouwens, je moet niet verder gaan kijken dan bij de buren aan de overkant van deze gang. Onze radiocollega’s van RTBF hebben onlangs champagne ontkurkt omdat ze 33 procent halen”.

-          Cijfers zijn belangrijk. Vorig jaar brak paniek uit bij Radio1 omdat het marktaandeel was gekrompen. Er werd teveel gepraat, luidde de diagnose. Je eigen discussieprogramma werd gehalveerd, en het middagprogramma Joos helemaal geschrapt. Hoe zien jullie de heisa die vooral het verdwijnen van Joos uitlokte?

Zaki: “Ik was toevallig in huis toen die cijfers bekend raakten, ik deed toen Zomerlief, een programma op Radio1 over het verhaal achter liefdesliedjes. De cijfers bleken achteraf minder slecht dan eerst gevreesd, maar dit geheel terzijde. Ik vond meteen dat de getrokken conclusies mank liepen. Radio1 is een zender voor meerwaardezoekers. Die hebben heus geen probleem met gepraat op hun favoriete zender, zolang het maar inhoud heeft”.

Hautekiet: “De waarheid is ietwat complexer, maar laat me volstaan met enkele kanttekeningen. Luisteraars haken niet af omdat één programma wordt afgevoerd. Een zender is een pakket van programma’s en presentatoren, waarvan ze de ene al beter vinden dan de andere. Het totale plaatje moet kloppen,daar komt het op aan. Wat niet wil zeggen dat het afvoeren van een programma de mensen onverschillig laat. Gelukkig maar, de heisa over het verdwijnen van Joos illustreert juist de betrokkenheid van onze luisteraars. Maar toch even relativeren. Verandering wekt per definitie weerstand op. Toen Joos destijds van Studio Brussel naar Radio1 verhuisde, werd er ook gemopperd, misschien wel door dezelfde mensen. Wat kwam dat meisje van die jongerenzender bij de serieuze Radio1 zoeken? Chantal Pattyn kreeg dezelfde commentaar toen ze naar Klara overstapte”.

-          Klara scoort net geen 2 procent marktaandeel. Is dat het walhalla van de radiomaker? Lekker in de luwte, zonder druk van cijfers of concurrenten…

Hautekiet: (schamper) “Alsof ze bij Klara niet wakker liggen van de buitenwereld. Het tegendeel is waar, Klara heeft zich de voorbije jaren tot een erg dynamische zender ontpopt die buiten de lijntjes kleurt en voortdurend op zoek gaat naar een nieuw publiek. Een initiatief zoals Klara for Kids, dat is gewoon fantastisch”.

Zaki: “Vroeger stemden Vlaamse liefhebbers van klassiek massaal af op buitenlandse zenders zoals Radio France Classique. Klara heeft die allemaal teruggehaald, toch wel een prestatie die respect afdwingt”.

Linde: “Het is misschien wat oneerbiedig, maar bij Klara moet ik altijd aan dat mopje denken. De presentator komt uit zijn studio om een praatje met de technicus te maken. Oei, zegt die laatste ineens, ik hoor niks meer, de plaat is af. Waarop de presentator op zijn dooie gemak via de geluidssluis naar zijn stoel terugkeert, een micro aanvraagt en het stuk afkondigt”.

Hautekiet: “Zeer herkenbaar. Vroeger, in de tijd toen Klara nog Radio3 heette, sprak men van de culturele blanco. Ik verzin hier niks, het was echt de gewoonte dat een klassiek stuk door een stilte werd voorafgaan en gevolgd. Die paar seconden, dat heette de culturele blanco. Het was een manier om respect te tonen voor het cultuurproduct dat een klassieke compositie is.  Ach ja, mopjes over Radio 3. Die keer dat ze om half tien ’s avonds een moeilijk hedendaags werk oplegden. Om half elf krijgt de technicus in de studio telefoon. ‘Het is hier jullie luisteraar. Zet die plaat maar af hoor, want ik ga toch slapen’”.

-          Wat is het geheim van Radio2, een echte volkszender met een marktaandeel van 28,2 procent? 

Linde: “Oude mensen!”.

Hautekiet: “Niet alleen oude mensen. Radio2 is een warme familiezender, een gezellig nest waar veel mensen graag in vallen”.

Zaki:  “Nabijheid is het geheim. Radio2 woont letterlijk onder kerktoren, er is geen enkele zender die zo dicht bij de luisteraar staat”.

-          Slotvraag: wat is jullie meest memorabele radiomoment van eigen makelij?

Linde: “Daar moet ik niet over nadenken: Music for Life 2013. Ik had het al vijf keer achter de schermen beleefd, maar toch werd het een overrompelende ervaring. De warme Kerstsfeer, de teamspirit, de optredens, de steun van luisteraars en gasten. Alles was super, zelfs de uitputting was zalig”.

Zaki: “Als ik toch een moment moet kiezen: ik heb ooit vier kinderen in de studio gehaald voor een aflevering van ‘Er komt geluid uit het behang’. Ze kregen allemaal een koptelefoon met een collage van geluiden muziek en stemmen. Bedoeling was dat ze voor de luisteraar beschreven wat ze allemaal hoorden. Hoe ze daarop hun fantasie de vrije loop gaven, dat was zo mooi en poëtisch. Voor mij het beste bewijs hoe persoonlijk radio werkt. Ze horen allemaal hetzelfde, maar in hun hoofd maken luisteraars er hun eigen radio mee”.

Hautekiet: “Vorig jaar hadden we in Hautekiet een item over homeseksualiteit versus heteroseksualiteit, meer bepaald over het feit dat niemand voor 100 procent homo of hetero is, maar dat we allemaal ergens tussenin zweven. Om twee voor elf, vlak voor de reclame, krijg ik te horen dat nog iemand wil reageren, geknipt om het verhaal af te ronden. Het bleek een man te zijn. Ik verwelkomde hem, zei dat we nog precies één minuut hadden, en dat hij ook anoniem mocht getuigen. Dat laatste was niet nodig, hij gaf meteen al zijn persoonsgegevens prijs. Hij heette meneer zus en zo, was notaris in dorp x, al 35 jaar getrouwd, drie kinderen en een eerste kleinkind op komst. En oh ja, hij was voorzitter van de kerkfabriek en wist al van zijn 13de dat hij homo was. Ik had nog net de tijd om hem te bedanken vooraleer de reclame begon. En weg was hij, ik bleef die keer echt sprakeloos achter”.

 

http://www.exporadio.be/nl

http://www.vrt.be/100-jaar-radio

Dany Verstraeten en Dirk Sterckx over 25 jaar VTM

(verschenen in Knack, 5 maart 2014)

“VTM is het beste wat de VRT kon overkomen”:

foto: Saskia Vanderstichele

foto: Saskia Vanderstichele

Er broeit wat op uw TV. De allereerste slogan van VTM bleek trefzeker gekozen. De lancering van de commerciële zender op 1 februari 1989 veroorzaakte een aardverschuiving in het Vlaamse televisielandschap. De nieuwe omroep schoot als een raket uit de startblokken, tot verbijstering van de gewezen monopolisten aan de Reyerslaan. In een mum van tijd won Vilvoorde de slag om kijkcijfers en marktaandeel. Veel spannender was de strijd die de respectieve nieuwsdiensten leverden. Met twee veteranen van die oorlog blikken we terug op een kwarteeuw VTM, een verjaardag die onlosmakelijk verbonden is met 25 jaar openbare omroep. 

 

Wie kan de VTM beter vertegenwoordigen dan Dany  Verstraeten (58)? Nieuwsanker van het eerste uur, 25 jaar later nog altijd het gezicht van het 7 uur-nieuws . Zijn tegenpool verschijnt op de afspraak met onder de arm een bundel documenten van Open VLD, gesprokkeld op het partijbestuur in de Brusselse Melsensstraat. Dirk Sterckx (67) mag zich gewezen Europarlementslid en gewezen interim-partijvoorzitter noemen. Vandaag echter zal hij met verve de rol van gewezen VRT-journalist en nieuwsanker spelen. Twee rijzige en grijzende heren, de fysieke gelijkenis springt in het oog. Dat het lang geleden is, klinkt het bij de begroeting in stereo. Alsof het ijs al niet gebroken is, doet Dany Verstraeten er nog een warme anekdote bovenop. “Je zult je dat niet meer herinneren, Dirk, maar ik heb jou als beginnend radioreporter nog geïnterviewd. Ik zat op de verkeersredactie, maar in de zomer sprong ik in voor een vakantieprogramma. Op een keer moest ik een reportage maken over boerderijtoerisme aan de kust. En wie kwam ik daar tegen? Dirk Sterckx met zijn gezin. Je was toen al een bekende kop, iemand naar wie ik opkeek. Ik mag dat nu wel bekennen, maar ik vond jou in die tijd het beste nieuwsanker van de Reyerslaan. Je straalde zelfvertrouwen en rust uit, en je hebt natuurlijk die geweldige stem. Eerlijk gezegd heb ik nooit begrepen waarom de VRT die kwaliteiten niet beter heeft verzilverd”.

Sterckx: “Ik ben dat niet vergeten. Dat was in Ramskapelle, en die boerderij bestaat nog altijd. Maar nu we toch tot bekentenissen overgaan. Wist je dat ze me voor de lancering hebben gepolst om hoofdredacteur van jullie nieuwsdienst te worden? Dat was toen de onderhandelingen met Johan Op de Beeck waren afgesprongen. De vraag kwam van Jan Merckx, een van de geldschieters van VTM. We woonden toen allebei in Hove, en op een avond nodigde hij me uit om te komen praten. Ik voelde me vereerd, maar ik heb het aanbod geweigerd”.

-          Waarom? Getrouwd met de openbare omroep?

Sterckx: “Nee, ik ben geen durver. Bovendien, niemand geloofde dat het zou lukken. Want zo was de sfeer bij ons, aan de Reyerslaan. De komst van VTM boezemde ons een mengeling van angst en scepsis in. Ze gaan het niet kunnen, maakten we onszelf wijs, een typische redenering voor een monopolist. Ik was niet de enige die ze aan de mouw hebben getrokken, ze hebben zowat de hele BRT-nieuwsredactie gepolst. Uiteindelijk hebben er maar twee de oversteek gewaagd. Terry Verbiest en Jan Schodts, die de eerste hoofdredacteur van het VTM-nieuws is geworden. Hun overstap baarde ons weinig zorgen, want geen van beiden waren toen onmisbare schakels in onze redactie”.

Verstraeten: “Ik heb spontaan gesolliciteerd. Na tien jaar was ik bij de BRT tot radioproducer opgeklommen, maar ik had ook al een televisieprogramma gepresenteerd. Mobiele Mensen, een soort autoprogramma. Achteraf bekeken prijs ik me daar gelukkig mee, het was ideaal om in de luwte wat televisie-ervaring op te doen. Ik ben met Mike Verdrengh gaan praten, iemand die ik ook al in zijn BRT-periode erg waardeerde. Ik dacht aan een autoprogramma, dat leek me een goede kans te maken bij een commerciële zender. Mike liet me beleefd uitpraten, om daarna met een tegenvoorstel uit te pakken. Auto’s, allemaal goed en wel, maar wat dacht ik van nieuwsanker bij VTM? Daar moest ik niet lang over twijfelen, het was een droom die totaal onverwacht uitkwam. Uiteindelijk is het allemaal erg snel gegaan. In negen maanden hebben Mike en zijn boezemvriend Guido Depraetere een volwaardige zender uit de grond gestampt, ik blijf het een heksentoer vinden. Historisch ook in meerdere opzichten. Voor VTM bestond er in Vlaanderen nauwelijks zoiets als een televisie-industrie. Vandaag werken er buiten de VRT zo’n 2.500 mensen bij productiehuizen, studio’s en technische dienstverleners. Allemaal dank zij de VTM”.

-    Het doorbreken van het uitzendmonopolie van de openbare omroep hing al langer in de lucht. Het moest van Europa, bovendien schuilde er een politieke agenda achter. Vooral christendemocraten en liberalen rekenden op de nieuwe zender om een tegengewicht te vormen voor het linkse BRT-nieuws…

Sterckx: “Het was vooral onze onafhankelijkheid die bepaalde politici frustreerde. Kijk, de BRT was van oudsher gepolitiseerd. Niet alleen was het kader politiek verkaveld, partijen en belangengroepen hadden hun mannetjes in de raad van bestuur om de nieuwsdienst op de vingers te kijken. Intussen echter was er een nieuwe lichting aangetreden, de fameuze post mei 68-generatie met eigengereide journalisten die zich door niemand lieten sturen. Rood bastion? Dat was een cliché, maar het leefde wel. Op een keer moest ik voor het journaal naar het Vlaams Nationaal Zangfeest in het Antwerpse Sportpaleis. Voorzitter Valeer Portier begon zijn speech met de traditionele eis dat geen morzel Vlaamse grond nog zou worden verfranst. Luid applaus natuurlijk, maar het dak ging er pas echt af toen hij zijn tweede eis formuleerde. Dat het uitzendmonopolie van de BRT dringend moest doorbroken worden! Daarop barstte een minutenlang ovatie van wel twintigduizend man los, we waanden ons met onze BRT-cameraploeg in het oog van een storm. Ik heb dat natuurlijk uitgezonden, want zo onafhankelijk waren we wel”.

Verstraeten: “Achteraf bekeken heeft de politiek zich lelijk mispakt aan VTM. We hebben onze greep op de nieuwsdienst verloren, dachten ze, dus richten we een nieuwe zender op waarvan we de nieuwsdienst kunnen controleren. Dat viel dik tegen, want we hebben ons vanaf de eerste uitzending ongebonden opgesteld. Maar die politieke agenda verklaart wel waarom VTM van bij de start zoveel belang aan nieuws en duiding hecht. Dat is helemaal niet vanzelfsprekend voor een commerciële zender, ik denk niet dat er in Europa nog een voorbeeld van bestaat. Mike en Guido waren er echter rotsvast van overtuigd: je kunt geen zender uitbouwen zonder een volwaardig nieuwsprogramma ”.

Sterckx: “Helemaal mee eens, waarom denk je trouwens dat VIER zo moeilijk van de grond komt? Een generalistische zender heeft nieuws als sokkel nodig. Natuurlijk is het voor een nieuwkomer erg moeilijk om zich tussen twee goed lopende journaals te wurmen. Nieuws vergt gigantische investeringen, tenzij  je het op een creatieve manier kunt brengen. VIER heeft dat geprobeerd met de Kruitfabriek, maar de formule en toon zaten niet goed”.

-     Over VIER gesproken: zorgt de halve mislukking van de Woestijnvis-zender voor leedvermaak aan de Medialaan?

Verstraete: “Het zijn natuurlijk geen bondgenoten. Met de VRT strijden we om de kijkers, in de slag met VIER gaat het ook om de reclame-inkomsten. Echt verrast ben ik niet door de valse start van VIER. Een jaar voor de lancering hoorde ik Mike uitleggen waarom we ons niet druk hoefden te maken. Wacht maar, zei hij, ze zullen bij Woestijnwis gauw genoeg ondervinden dat het leiden van een zender iets heel anders is dan het runnen van een productiehuis. Profetische woorden”.

-     Het allereerste VTM-nieuws  op 1 februari 1989 was anders ook geen onverdeeld succes. Vooral het item over de prijs van tomaten lokte smalende reacties uit…

Sterckx: “Ja, ook op onze redactie. In die eerste uitzendingen is Jan Schodts toch een paar keer lelijk de mist ingegaan. Al begrijp ik ook zijn keuzes. Jan was bij de BRT vertrokken met pakken frustraties. Hij vond al jaren dat ons journaal veel te elitair was. Dat viel niet te ontkennen. Nieuws, dat moest politiek of economie zijn, anders kwam het niet aan bod. Bij elke gelegenheid werden dezelfde sociale partners opgevoerd. Georges Debunne, Jef Houthuys, André Pullinckx, dat waren de BV’s van het BRT-journaal. Op de redactie werden daar verhitte discussies over gevoerd. Zijn er nog straten buiten de Wetstraat, vroegen we ons af”.

Verstraeten: “Dat was precies de slogan uit onze beginperiode: ‘er zijn nog andere straten dan de Wetstraat’. Wellicht zijn we in het begin wat doorgeschoten in onze poging om ons van het BRT-journaal te onderscheiden. Logisch trouwens dat we leergeld moesten betalen. Behalve Jan Schodts had niemand televisie-ervaring, de hele redactie bestond uit mensen die bij kranten of radio waren weggeplukt. De strijd tussen de twee journaals is een uitputtingslag geworden. Het heeft twee jaar geduurd om de BRT bij te benen, zowel qua marktaandeel als op het vlak van geloofwaardigheid”.

Sterckx: “Het was heel dubbel in het begin. Entertainment was voor de VTM, maar als het nieuws en duiding aankwam, waanden we ons onklopbaar. Dat bleek een illusie,want als de cijfers van een zender blijven zakken, wordt de nieuwsdienst vroeg of laat meegezogen. Op het dieptepunt, zo rond 1994, was het marktaandeel van de openbare omroep nog maar half zo groot als dat van de VTM. Ook jullie zijn ons toen voorbij gefietst, Dany. VTM bleef trouwens fors investeren in nieuws. Jullie eerste satellietwagens, daar konden wij  alleen maar van dromen”.

Verstraeten: “In het begin reageerden jullie daar nochtans lacherig op. ‘Daar zijn die van VTM weer met hun vliegenvangers. Vandaag vallen satellietwagens niet meer weg te denken, maar wij waren onze tijd ver vooruit. Uit noodzaak, want de BRT had toen nog het monopolie op straalverbindingen. Dank zij onze satellietwagens gaven we jullie keer op keer het nakijken in de race om als eerste met nieuws uit te pakken, zoals bij het overlijden van Koning Boudewijn. Dat was een kantelmoment, toen hebben we onze dominantie echt gevestigd. Wij hadden ’s morgens een extra uitzending over de rouwende massa’s voor het koninklijk paleis. De BRT zond Samsom uit, ze hadden niet eens hun programmering aangepast. Het was niet alleen een kwestie van infrastructuur, er was ook een verschil in visie. Bij de dood van Diana stonden wij binnen de kortste keren in Parijs. De BRT deed niets, ze deden het drama af als ‘irrelevant’.  Ik herinner me nog de reactie van jullie hoofdredacteur Kris Borms toen wij met een middagnieuws  begonnen. ‘Laat ze maar doen, ’s middags is er toch geen nieuws’”.

Sterckx:  “We hadden het inderdaad moeilijk met onverwachte gebeurtenissen, dat is ook gebleken bij het zinken van de Herald of Free Enterprise. De ramp hebben we gemist, maar bij het rechttrekken van het scheepswrak, een operatie die maanden op voorhand was gepland, waren we op de afspraak. Dat zegt het allemaal. We waren nog altijd ongenaakbaar, zolang er maar straalverbindingen, kabels en kunstlicht aan te pas kwamen. Voor het snelle werk moesten we in die tijd de duimen leggen voor VTM”.

-   Kun je stellen dat het VTM-nieuws de trendzetter was die door het VRT-journaal schoorvoetend werd gevolgd?

Verstraeten: “Maar natuurlijk, we hebben in alle opzichten het voortouw genomen. Wij presenteerden vanaf dag één in een moderne landschapsstudio, zoals op Franse en Amerikaanse zenders gebruikelijk was. Alweer de verdienste van Mike en Guido, echte televisiefreaks die oog hadden voor internationale ontwikkelingen. En waar zaten jullie toen? In een konijnenhok waar je zelfs als kijker claustrofoob van werd.  We waren ook de eersten die met vaste ankers werkten en doorlezers serveerden, ultrakorte items die naadloos in elkaar overvloeien. Voor ons was het een bron van frustratie: aan de Reyerslaan bleven ze zich superieur wanen, maar tegelijkertijd stelden we vast dat ze al onze innovaties stiekem kopieerden. Eric  Goens, onze vorige hoofdredacteur, heeft ooit gezegd dat wij de VRT hebben geleerd hoe ze televisienieuws moeten maken. Een beetje cassant geformuleerd, maar daarom niet minder waar”.

Sterckx: “Kom, kom, het was bij jullie ook niet altijd even geniaal. De brug van Melle stort in en VTM stuurt een satellietwagen. Ik zie jullie reporter daar nog staan. ‘Achter mij zien jullie de ravage’, vertelde hij voor de camera. Alleen was het intussen al donker en zag de kijker thuis niks dan een zwart gat. En bij de ontsnapping van Dutroux hebben wij jullie geklopt. Blijkbaar konden ze bij VTM de hoofdredacteur niet bereiken, en durfden ze zonder zijn fiat niet uit te rukken. Veelzeggend, het wijst erop dat ook de VTM na een poosje aan bureaucratie ten prooi is gevallen. Toch wil ik er niet flauw over doen:  de komst van de VTM is het beste was ons kon overkomen. Ik heb het dan niet alleen over de nieuwsdienst, de druk van de concurrentie heeft de openbare omroep verplicht zichzelf helemaal heruit te vinden. Ere wie ere toekomst: het zijn CEO Bert De Graeve en de door hem benoemde televisiedirecteur Piet Van Roe die voor de kentering hebben gezorgd, door de organisatie te stroomlijnen en de zenders te profileren. Het talent was er altijd al, het kwam alleen niet tot zijn recht”.

-    Dat bleek bij de lancering van de VTM die de BRT qua populariteit meteen voorbijstak. Wie had dat voorspeld?

Verstraeten: “Het succes overtrof onze stoutste verwachtingen. Blijkbaar zaten de Vlamingen te snakken naar een zender die hen van de saaie, belerende televisie van de BRT verloste. Eindelijk amusement van eigen bodem, zodat ze niet langer naar de Nederlandse televisie hoefden te kijken”.

Sterckx: “Stel je voor, de Berend Boudewijn-show haalde in Vlaanderen een marktaandeel van 50 procent! Als een Nederlands programma zonder directe band met de kijker dat klaar speelde, wat zou het dan geven als een Vlaamse zender met leuk en vlot entertainment op de proppen kwam?  We het hadden het dus kunnen weten, en toch werden we verrast. Maar ja, bij de BRT hield niemand rekening met de kijker. Waarom ook, we hadden toch het uitzendmonopolie?  Kijkersonderzoek in de jaren tachtig, dat waren een paar honderd Vlamingen die een dagboek bijhielden. Het duurde zes maanden vooraleer we hun feedback kregen, meestal wisten we niet meer welk programma precies voor welke piek of inzinking verantwoordelijk was”.

-    Hoe groot was de euforie in Vilvoorde?

Verstraeten: “We leefden in een roes. We waren de nieuwe helden, als we buitenkwamen, werden we op handen gedragen. Mike en Guido zwengelden de personencultus bewust aan, ook al ongezien in Vlaanderen. Presentatoren waren de speerpunten van de zender, zo was hun credo. Ze lieten ons voortdurend in andere programma’s opduiken, want VTM-gezichten moesten deel uitmaken van de huiskamer. Vandaar ook al de vele miss België’s op het scherm. De mensen zien ’s avonds graag een mooi meisje op de buis, beseften Mike en Guido. Ze spanden ook de boekjes voor hun kar, Guido Van Liefferinge met zijn Dag Allemaal was onze grootste propagandist. Nieuwsankers werden daarbij evengoed uitgespeeld als omroepsters. Nadine De Sloovere en ik kwamen niet buiten zonder gesigneerde foto’s op zak. Die vedettecultus kennen ze intussen ook bij de VRT, ze gaan er tegenwoordig zelfs verder in dan de VTM”.

Sterckx: “VTM heeft de BV als fenomeen uitgevonden, en de VRT heeft het gretig geadopteerd. Ik heb aan de Reyerslaan andere tijden gekend, toen er hoge muren stonden tussen nieuws en amusement. Ik nam soms vrienden of familie mee op bedrijfsbezoek, en dan liet ik hen ook de studio zien waar het decor van Hoger Lager stond. Ik weet nog hoe verbaasd de producer, niemand minder dan Guido Depraetere, dan reageerde. Iemand van de nieuwsdienst die bij amusement kwam kijken, dat was een sensatie”.

-    Op 25 december 1989 werd VTM-journalist Dany Huwé in Boekarest door een sluipschutter doodgeschoten. Nefast voor de euforie?

Verstraeten: “Dat was een drama voor de nieuwsredactie, we stonden meteen weer met de voetjes op de grond. Ik was die avond nieuwsanker, het was de moeilijkste uitzending uit mijn loopbaan. Ik zie Leo Neels nog op mijn bureau zitten wenen, hij was pas directeur-generaal geworden. Ik vroeg hem zich te beheersen, want anders dreigde ik tijdens uitzending zelf te crashen. Het was natuurlijk een stom ongeluk, een kwestie van de verkeerde plaats en het verkeerde moment. Maar het was ook een gevolg van competitiedrang, we wilden per se als eersten in Boekarest staan. Ik heb uit dat drama een les getrokken. Nieuws is belangrijk, maar er zijn grenzen”.

-    In intellectuele kringen was het lange tijd bon ton om VTM als platvloers te verketteren. Stak dat?

Verstraeten: “Nu haal ik er de schouders voor op, maar vroeger kon ik me daar echt over opwinden. Zonder overdrijven, moest je over een gekleurde medemens zeggen wat sommigen over ons vertelden, dan had je een klacht bij het centrum voor racismebestrijding aan je broek. Geert Van Istendael heeft de VTM ooit omschreven als een van de grootste culturele rampen uit de Vlaamse geschiedenis. De collega’s van de Reyerslaan lieten zich niet onbetuigd. Hoe Paul Muys onze kijkers typeerde, ‘in hun kleine, lelijke Toyota’s met een VTM-sticker op de achterruit’. Het dedain droop eraf. Wat me nog altijd stoort is dat sommigen hun vooroordelen op ons nieuws  projecteren. Het is toch niet omdat nieuws door een commerciële zender wordt gebracht, dat het daarom per definitie minderwaardig is”.

Sterckx: “Ach vooroordelen. Er zijn ook mensen die televisie als medium minderwaardig vinden. Kijk dan niet, is mijn antwoord. Maar om eerlijk te zijn, ik vond sommige VTM programma’s uit de beginperiode echt wel plat. Zoals dat moppenprogramma waarvan de naam me ontglipt”.

-     HT&D is de naam, een billenkletser van het zuiverste water. VTM heeft met Big Brother ook reality in de huiskamer gebracht. Dan vraag je toch om de banbliksems van weldenkend Vlaanderen?

Verstraeten: “Dat is een gepasseerd station, ik denk niet dat de huidige VTM Big Brother nog zou uitzenden. We hebben in de loop der jaren heel wat buitenlandse formats uitgeprobeerd, maar we hebben ook geleerd wat ons DNA is. VTM wil een frisse familiezender zijn met respect voor de kijker en voor wie op het scherm komt. Een programma als The Voice past perfect onder die noemer, Big Brother helemaal niet”.

-     De VRT heeft het marktleiderschap al lang heroverd. Ook tussen beide avondjournaals gaapt een kloof van 300.000 tot 500.000 kijkers. Doet dat pijn?

Verstraeten: “De VRT heeft van nieuws en duiding een paradepaardje gemaakt, ze investeren gigantisch veel middelen en zendtijd. Daar kunnen we niet tegen opboksen, dat is ook onze roeping niet. Maar we hebben meer dan genoeg middelen en kijkers om een relevante nieuwszender te blijven. VTM Nieuws en Telefacts zijn programma’s om rekening mee te houden”.

Sterkcx: “Ik ben er in 1999 uitgestapt. Als politicus kan ik vergelijken. VRT en VTM, je hebt ze allebei nodig, want ze bedienen een ander publiek. VTM lokt bijvoorbeeld veel meer jonge kijkers. Kwalitatief zie ik weinig verschil, beide zenders brengen nieuws op niveau. We beseffen in Vlaanderen veel te weinig hoe verwend we op dat vlak zijn”.