Maandelijks archief: augustus 2014

Dierenfluisteraar, een beroep met toekomst

(Knack, 20 augustus 2014)

 Psychotherapie is niet langer het voorrecht van de zoekende mens. Honden, paarden en zelfs katten kunnen naar de shrink. Dierenfluisteraar, een beroep met toekomst. Met dank aan de televisie, en met de hulp van Bachbloesems en telepathie.

strip: Bart Schoofs

strip: Bart Schoofs

Cesar Millan komt op 27 september naar de Stadsschouwburg Antwerpen. Cesar wie, denkt u misschien, maar hondenliefhebbers weten wel beter. De Mexicaan, beroemd geworden via National Geographic, geldt als de beste hondenfluisteraar ter wereld. De beste, maar niet de enige. Ook in eigen land stelen dierenfluisteraars de show, iedere Vlaamse of Nederlandse zender heeft er wel een onder contract. Niet alleen hondenfluisteraars,  het fluisteren van katten is even populair. Het is deels de schuld van Robert Redford die in 1998 met The Horse Whisperer een kaskraker regisseerde. Mens en paard zijn in staat tot een dieper contact dat vort en juu, onthielden we na het bioscoopbezoek, via intuïtie kan een persoonlijke en voor beide partijen heilzame band ontstaan. Toch gaat het om meer dan een gril uit Hollywood.  Onderwijskiezer.be, een pedagogisch verantwoorde website van de Vlaamse Gemeenschap, heeft een lemma voor dierenpsycholoog. De honden- of paardenfluisteraar, zo staat er ter verduidelijking, houdt zich bezig met praktische gedragstherapie. Hij of zij probeert probleemgedrag bij te sturen en de relaties tussen dier en baasje te verbeteren. Een echte opleiding bestaat er niet, maar met diergerelateerde studies komt met een heel eind.

Het internet wemelt intussen van de Vlaamse en Nederlandse aanbieders, netjes verdeeld tussen honden- en katten. Behalve fluisteraar zijn de suffixen -psycholoog en -tolk gangbaar. Individueel of in groep, thuis of in de praktijk, alles valt te bespreken, kattenfluisteraar Ellen uit Rotterdam gaat voor een tientje met een foto aan de slag. Claims van deskundigheid lopen vele kanten op. Hondenfluisteraar Ellen uit Uden is zowel heldervoelend en helderhorend en derhalve een specialist in het lezen van hondse emoties. 95 euro kost een consult in haar praktijk, cadeaucheques zijn online beschikbaar. Anderen geven een wetenschappelijke draai aan hun expertise. De Vlaamse Inge Pauwels, specialiste Bachbloesemtherapie voor hond en paard, poneert dat spiegelneuronen mens en dier in staat stellen elkaars gevoelens te begrijpen.

Gedragstherapie voor dieren is zo oud als de straat., traditionele hondenscholen leven ervan. Nieuw is wel de psychologische dimensie, met een sterke nadruk op intuïtief contact. Alleen door nauwgezette observatie van lichaamstaal krijgt een baasje hoogte van de unieke persoonlijkheid die hond of kat evengoed als de mens bezit. De meerwaarde van dierenfluisteren? Tom Beckers, docent aan de universiteiten van Leuven en Amsterdam, is genuanceerd. De psycholoog doet al jarenlang onderzoek naar cognitieve vermogens van dieren. “Er zit een stevige dosis antropomorfisme aan vast, het projecteren van menselijke gevoelens en eigenschappen op dieren. Dat is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar er is op zich weinig mis mee. Het individualiseren van dieren? Dat is wel degelijk een trend in het wetenschappelijk onderzoek, vooral primatologen zetten de toon. Ze vragen zich niet langer af of de bonobo een slimmere soort is dan de chimpansee, maar onderzoeken individuele verschillen binnen een groep. Waarom gedraagt die ene chimpansee zich agressiever of socialer dan de andere? Het is wel paradoxaal dat die zogenaamde dierenfluisteraars zich als gedragstherapeuten voordoen. Als er binnen de psychologie één nuchtere discipline  bestaat, dan is het wel gedragstherapie. Operante conditionering, het is niet alleen de basis van de gedragstherapie maar ook van iedere hondenschool. Niet verwonderlijk,  want pioniers zoals Pavlov en Skinner hebben die methode met honden- en rattenproeven ontwikkeld”.  Telepathisch contact, een vaardigheid die nogal wat dierenpsychologen claimen, noemt Becker zonder meer quatsch. Spiegelneuronen? “Die bestaan”, zegt hij. “Ze maken wellicht empathie mogelijk, het vermogen ons in iemand anders te verplaatsen en ons ook af te vragen welke indruk we op die andere maken. Alleen: het bestaan werd alleen bij mensen en mensapen aangetoond, ik heb nog nooit van een hond of een kat met spiegelneuronen gehoord”.  Met dat alles is niet gezegd dat de dierenfluisteraar geen resultaat kan boeken. “Onderschat het placebo-effect niet”, zegt Beckers. “De verwachting van het baasje beïnvloedt zijn perceptie van en zijn reactie op het gedrag van de hond. Die is daar gevoelig voor, en zal zijn gedrag aanpassen. Dat heet het Rosenthal-effect, en het werkt zowel bij honden als katten, hoewel die erg verschillend zijn. De hond is al zo lang gedomesticeerd dat hij erg gevoelig is voor het menselijk gedrag. Katten daarentegen zijn absoluut niet in mensen geïnteresseerd,  die willen alleen eten en drinken”.

 

 

 

 

 

Simon Leys, afscheid van een intellectuele beeldenstormer

(Knack, 20 augustus 2014) 

Met sinoloog en essayist Pierre Ryckmans alias Simon Leys verliest België een intellectueel van internationaal formaat. Knack neemt afscheid van de man die in zijn eentje Mao Ze Dong van zijn voetstuk stootte.

Simon Leys in Canberra (foto: Philippe Paquet)

Simon Leys in Canberra (foto: Philippe Paquet)

Ligt het misschien aan de afstand? Het overlijden van Pierre Ryckmans op 11 augustus in het Australische Sydney is in deze nieuwsrijke zomer nagenoeg ongemerkt gepasseerd. Nochtans verliest België met de 78-jarige sinoloog en essayist een intellectueel van wereldformaat. Dat laatste mag letterlijk worden genomen. De in Ukkel geboren Ryckmans schreef onder zijn pseudoniem Simon Leys zowel in het Frans als in het Engels, met groot succes in beide taalgebieden. In Frankrijk kreeg hij onder meer de Prix Renaudot voor essay, terwijl hij op het eeuwfeest van de Prix Fémina met een eenmalige oeuvreprijs werd bekroond. Hij publiceerde bij een toonaangevende Australische uitgeverij, in Amerika raakte hij bekend als correspondent voor de befaamde New York Review of Books. Simon Leys _ het pseudoniem heeft zijn echte naam snel overvleugeld _ was van vele markten thuis. Als sinoloog vertaalde en becommentarieerde hij klassieke Chinese poëzie en literatuur en schreef met gezag over kalligrafie en schilderkunst. Als literatuurcriticus bestreek hij een register dat van Cervantes over Victor Hugo tot Evelyn Waugh en Georges Orwell reikte. Zijn enige roman met Napoleon als protagonist werd alom geprezen, zijn levenslange fascinatie voor de zee resulteerde in een stroom boeken en essays over maritieme onderwerpen zoals zeilen, schipbreuken en ontdekkingsreizen. Toch zal Simon Leys vooral worden onthouden als de man die de Chinese leider Mao Ze Dong al bij leven en welzijn van zijn voetstuk stootte.  ‘Les habits neufs du président Mao’ (1971) en ‘Ombres chinoises” (1974) kwamen als mokerslagen aan bij talloze westerse intellectuelen die dweepten met de Culturele Revolutie.

Taiwanese vrouw

Pierre Ryckmans stamt uit een bekend Antwerps geslacht. Zijn grootvader, de conservatieve katholiek Alphonse Ryckmans, was schepen in Antwerpen en vice-voorzitter van de senaat. Zijn oom en naamgenoot Pierre Ryckmans was gouverneur van Belgisch Congo tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij studeerde rechten en kunstgeschiedenis in Leuven toen hij in 1955 werd uitgenodigd voor een groepsbezoek aan de Volksrepubliek China. “Hij was meteen gebeten”,  zegt biograaf Philippe Paquet. “Na zijn studies in Leuven is hij met een bescheiden beurs naar Taiwan getrokken om zich in de Chinese taal en cultuur te verdiepen. Daar hij heeft ook Hanfang leren kennen, zijn Taiwanese vrouw met wie hij vier kinderen zou krijgen. Ryckmans heeft als een van de eersten gebruik gemaakt van het statuut van gewetensbezwaarde, zo is hij als docent in Singapore beland. Dat is abrupt afgelopen. Hij was geabonneerd op de Renmin Ribao, de partijkrant van communistisch China. Uit academische belangstelling, maar het volstond voor het paranoïde regime in Singapore om hem van rode sympathieën te verdenken. Ironisch als je het vervolg kent”.

Dat vervolg speelt zich af in Hong Kong, een cruciale episode in de later dit jaar te verschijnen biografie van Simon Leys. Auteur Philippe Paquet, zelf sinoloog en journalist buitenland bij la Libre Belgique, heeft hem meer dan dertig jaar persoonlijk gekend. Leys schreef overigens het voorwoord bij Paquets bekroonde biografie van de weduwe van Chiang Kai Shek. “Mijn manuscript is klaar”, vertelt Paquet. “Gelukkig heeft hij het nog kunnen nalezen. Ik stond op het punt naar Sydney te vertrekken. Afscheid nemen, hij had kanker en zijn dagen waren geteld. Helaas, de dood is ons te vlug af geweest”.

Culturele Revolutie

Hong Kong is de plek waar Pierre Ryckmans tot Simon Leys  vervelde, naar het hoofdpersonage uit een roman van de Franse schrijver-arts Victor Segalen. De naamsverandering kwam er op aanraden van zijn Franse uitgever die visumproblemen met de Volksrepubliek China voorzag. Begrijpelijk, want het was uiterst  controversieel wat Simon Leys in ‘Les habits neufs du président Mao’ op de wereld losliet. Paquet: “In dat boek weerlegt hij minutieus alle mythes over maoïstisch China die vooral linkse, intellectuelen koesterden. Mei ’68 zinderde na, het was bon ton om de Culturele Revolutie te verheerlijken. Mao was aardig op weg om het ware volksparadijs op aarde te bouwen, het beloofde land waar de mens definitief het juk van het kapitalistische systeem had afgeworpen. En dan komt zo’n iconoclast als Simon Leys vertellen dat de Culturele Revolutie helemaal geen revolutie is, en dat ze vooral niks met cultuur te maken heeft, maar alles met een brute strijd om macht.  Een paleisintrige was het, waarvan het scenario met heel veel bloed werd geschreven. Leys had zijn analyse niet uit de lucht gegrepen. Hij baseerde zich op Chinese kranten die hij in Hong Kong dagelijks las, en op de getuigenissen van vluchtelingen uit mainland die met duizenden tegelijk binnenstroomden. Vandaag is dat boek haast onleesbaar, het bulkt van de feiten en namen waaraan het destijds natuurlijk zijn geloofwaardigheid dankt. ‘Ombres chinoises’ daarentegen blijft een aanrader, dat boek is een levendig en bij wijlen geestig verslag van zijn zes maanden durend verblijf in Peking. Dat kwam zo: nadat België eind 1971 de Volksrepubliek had erkend, moest er een ambassade worden opgericht. Landgenoten met een goede kennis van Mandarijn waren niet dik gezaaid, en dus heeft Buitenlandse Zaken Simon Leys als cultureel attaché gevraagd, hij werd er trouwens collega van Patrick Nothomb, vader van Amélie. Voor Leys was het een buitenkans om achter de schermen van het land te kijken. Het waren de nadagen van de Culturele Revolutie, Lin Biao was al uit de weg geruimd. In ‘Ombres chinoises’ beschrijft hij het dagelijkse leven, en de manier waarop de Chinezen met de chaos en de verschrikkingen van de Culturele Revolutie omgaan”.

Roland Barthes

Leys belandde in het oog van een storm. “Maoïsten en gelijkgezinden reageerden woedend”, zegt Paquet. “Leys werd voor leugenaar uitgescholden, ze maakten hem verdacht als propagandist en agent van de CIA”. Nergens klonk de kritiek scherper dan in Parijse kringen waar linkse intellectuelen de toon zetten. Het literaire avant-garde blad Tel Quel, met kanonnen als Philippe Sollers, Roland Barthes en Jacques Derrida, voerde de hetze aan. Leys kon echter van zich afbijten, getuige daarvan zijn optreden in het literaire praatprogramma Apostrophes van Bernard Pivot. In de bewuste uitzending kwam het tot een confrontatie met Maria-Antonietta Macchiocci, een Italiaanse Mao-adepte die aan een veertiendaags geleid bezoek aan China genoeg had om een 600 pagina’s dikke lofzang over het land en zijn Grote Roerganger te schrijven. Leys maakte haar boek met de grond gelijk. Bernard Pivot zou het later in een interview een uniek moment noemen, de enige keer dat de verschijning van een auteur in Apostrophes een negatieve invloed op zijn verkoopscijfers sorteerde. Hij had het niet over Simon Leys.

Vandaag wordt zijn analyse van de Culturele Revolutie als visionair geroemd, onder andere door de bekende Nederlands-Britse sinoloog Ian Buruma die Leys erg hoog heeft zitten. De rehabilitatie kwam pas goed op gang na het bloedbad van Tien An Men, een drama waarover Leys zich niet echt kon verbazen. Tot het einde van zijn leven bleef hij hameren op dezelfde spijker: het totalitaire, communistische regime van Peking valt niet te verzoenen met respect voor mensenrechten, ook niet als het de economie op een kapitalistische leest schoeit.

Moeder Theresa

“Na die zes maanden in Peking is Leys naar Australië verhuisd”, pikt Paquet de levensdraad op. “Tijdelijk was de bedoeling, hij zou een jaar of drie doceren aan de universiteit van Canberra. Hij is er nooit meer weggegaan. De familie voelde er zich thuis, en hij kon er werken in omstandigheden die in België ondenkbaar waren”.  Een intellectueel met principes, zo moeten we Leys volgens Paquet onthouden. In 1994 trok hij vroegtijdig op emeritaat in Sydney, deels uit onvrede over de toenemende commercialisering van de academische wereld. Hij wijdde er een bevlogen speech aan, toen hij in 2006 in Louvain-la-Neuve een eredoctoraat in ontvangst nam.  Hoewel mediaschuw ging hij geen enkel debat uit de weg. Zo voerde Leys als overtuigd katholiek in de New York Review of Books een hevige polemiek met Christopher Hitchens, de Brits-Amerikaanse journalist die in ‘The missionary position” een schril portret van Moeder Teresa borstelde.

Zijn lange pensioen werd overschaduwd door een merkwaardige affaire. In 2006 werden zijn tweelingzoons Marc en Louis Ryckmans door een administratieve vergissing van hun Belgische nationaliteit beroofd en de facto apatride gemaakt. Zeven jaar en ettelijke procedures zou het duren om deze blunder recht te zetten. “Dat heeft hem gekraakt”, zegt Paquet. “Ook al woonde hij aan de andere kant van de wereld, hij bleef aan België gehecht. Zo zeer zelfs dat hij noch zijn vrouw in die veertig jaar de Australische nationaliteit heeft aangevraagd. Vergeet niet dat hij zelf nog voor de Belgische diplomatie had gewerkt, de instantie die zijn zonen hun nationaliteit probeerde af te pakken. Alleen al daarom was het een kaakslag, maar de angel zat dieper. Leys zag het als een vorm van machtsmisbruik en bureaucratische arrogantie, twee kwalen die hij in China zo vaak had bestreden”.

 

De mythe van de vakantieblues

(Knack, 13 augustus 2014)

Kijkt u op tegen de eerste werkdag na de vakantie? Dan lijdt u aan een niet bestaand syndroom. Jessica de Bloom ontmaskert de mythe van vakantieblues. “Niet met vakantie gaan is levensgevaarlijk”.

strip Bart Schoofs

strip Bart Schoofs

Vakantieblues, we kennen het allemaal. Het jaarlijkse zomerverlof loopt op zijn laatste benen, als de ijsberg voor de Titanic doemt aan de horizon de eerste werkdag op. Terug naar fabriek of kantoor, het stemt de werknemer zelden vrolijk. Zo wil althans de volksmond, maar in werkelijkheid is vakantieblues weinig meer dan een taaie mythe. “Ik begrijp wel waar het begrip vandaan komt”, zegt Jessica de Bloom. “Er is een contrast. Enerzijds de vakantie in een mooie omgeving, anderzijds de sleur thuis of op kantoor.  De abrupte overgang wekt een onbestemd gevoel op dat je als blues kunt omschrijven. Maar je moet het juiste referentiepunt kiezen, het gevoel na de vakantie vergelijken met het gevoel ervoor. Dat is precies wat ik als onderzoeker heb gedaan. Blijkt dat gezondheid en welbevinden na de vakantie niet lager liggen dan voor de vakantie”.

Arbeids- en organisatiepsycholoog Jessica de Bloom weet wat vakantie is. Aan de Radboud Universiteit Nijmegen promoveerde ze met een proefschrift over de  effecten van vakantie en vrije tijd. Ze volgde langdurig een groep van 250 Nederlanders voor, tijdens en na hun vakantie. Via zelfrapportage bracht ze gezondheid en welbevinden van de vakantiegangers in kaart. Het onderzoek, dat ze momenteel voortzet aan de universiteit van Tampere-Finland, leidde tot verrassende conclusies. Vakantieblues mag dan een mythe zijn, het idee dat we na een vakantie met opgeladen batterijen de draad van werk en gezin oppikken, blijkt evenzeer een illusie. “Vakantie heeft wel degelijk een positief effect op onze gezondheid en welbevinden”, zegt de Bloom. “Tijdens de vakantie, wel te verstaan. We voelen ons dan bevrijd van werkstress en prestatiedruk. Maar belangrijker nog: tijdens de vakantie hebben we controle over ons leven, we doen alleen wat we plezierig vinden, en beslissen zelf over ons tijdsgebruik. Gevolg: we voelen ons ontspannen, slapen beter, hebben meer energie. Zo komen we dus thuis, maar helaas blijkt dat die positieve effecten binnen de week verdwijnen en we ons precies op hetzelfde niveau als voor de vakantie bevinden. Het beeld van de opgeladen batterijen werkt hier dus niet. Vergelijk het met slapen, ook daarvan kun je de positieve effecten niet opsparen. Het is niet omdat je straks twaalf uur lang slaapt, dat je morgen met zes uur toekomt om je uitgerust te voelen”.

De vakantieduur maakt geen verschil, de effecten gaan even snel teloor na een drie weken durende kampeervakantie als na een midweekse citytrip. De Bloom: “Het is eigenlijk beter regelmatig kort met vakantie te gaan, dan één lange vakantie per jaar te plannen. Want voor alle duidelijkheid: vakantie heeft wel degelijk zin, ook al vallen er geen duurzame effecten op  gezondheid en welbevinden te meten. Het belang zit in de herstelfunctie. Verschillende studies hebben aangetoond dat weekends en avonden niet volstaan om te recupereren van de fysiologische en cognitieve inspanningen die werken vereist. Amerikaanse onderzoekers hebben zelfs vastgesteld dat het ontbreken van vakantie ronduit gevaarlijk is. Wie gedurende een lange periode, tien tot vijftien jaar, nooit vakantie neemt, wordt sneller ziek, vooral het risico op hart- en vaatziekten neemt toe”.

 

Voor deze zomer komt het misschien te laat, maar Jessica de Bloom geeft toch enkele praktische tips om de tijdelijke maar niettemin heilzame werking van vakantie ten volle te benutten. “Een goede voorbereiding is belangrijk”,; zegt ze. “Doe research op het internet, of lees een reisgids. Daarmee stimuleer je de voorpret, en het helpt om tijdens vakantie alleen dingen te doen die echt plezierig zijn. Het is nog maar een hypothese, maar we vermoeden dat vakantieherinneringen ook een bufferfunctie vervullen, ze kunnen helpen wanneer men zich ongelukkig of gestresst voelt”.  Geen werk meenemen, het lijkt een vanzelfsprekend gebod. “Nochtans”, zegt De Bloom. “Een kwart van mijn onderzoeksgroep verklaarde tijdens de vakantie te werken. Opvallend genoeg bleek dat geen invloed te hebben op hun welbevinden en vakantiebeleving. Ook hier is controle de cruciale factor. Ze konden het werk zelf binnen de perken houden, en bepalen wanneer ze er tijd wilden aan besteden”.  Wie toch opkijkt tegen de eerste werkdag, kan met deze raad zijn voordeel doen: het is beter op woensdag dan op maandag te herbeginnen. De Bloom: “Die heb ik zelf van Gerhard Strauss, een Oostenrijkse wetenschapper die aan de universiteit van Wenen onderzoek doet naar fysiologische effecten van vakantie en kuren. Een korte werkweek, met uitzicht op een vrij weekend, dat helpt om de overgang te verzachten”.

 

Jessica de Bloom, ‘De kunst van het vakantievieren’. Uitgeverij Boom, 2012

 

Referendum Schotse onafhankelijkheid: going it alone or stay in the Union?


(reportage vanuit Glasgow, verschenen in Knack, 6 augustus 2014)

Op 18 september trekken vier miljoen Schotten naar de stembus voor een historisch referendum. Yes or No, luidt de simpele maar verscheurende keuze. Wordt Schotland onafhankelijk of blijft het een deel van Groot-Brittannië? Verslag van een verbeten campagne in Glasgow.

Mary McGabe en haar Scotland Yes canvassers (eigen foto)

Mary McGabe en haar Scotland Yes canvassers (eigen foto)

Mary McGabe geeft het graag toe: oriëntatie is niet haar grootste kwaliteit. Al een half leven lang woont ze in Glasgow East End, en nog steeds rijdt ze verloren in wat een van de armste stadswijken van Groot-Brittannië is.  Met enige vertraging bereiken we het verzamelpunt, de anderen staan al  te wachten. Mary, coördinator van Yes Scotland in dit kiesdistrict, is in haar nopjes. Zeven vrijwilligers om de boodschap te verspreiden dat Schotland een onafhankelijke staat moet worden, niet slecht voor een regenachtige donderdagmiddag. Allemaal gepensioneerden, het is ons niet ontgaan. “Maar ook jonge mensen zetten zich voor Yes Scotland in”, haast Mary zich te benadrukken. “In het weekend kunnen we zelfs twee 17-jarigen optrommelen”.

Ze haalt haar namenlijst boven, alleen inwoners die zich voor de Schotse parlementsverkiezingen van 2011 registreerden, krijgen straks bezoek. Die stembusgang bracht destijds een politieke aardverschuiving teweeg. The Scottish National Party (SNP) behaalde een verpletterende overwinning, ruim voldoende om in haar eentje in Edinburgh een regering op de been te brengen. Conservatieven en LibDems, traditioneel kleine partijen in Schotland, werden van de kaart geveegd, en ook machtspartij Labour moest zeven parlementszetels inleveren. De bijeenkomst op deze parking in East End is een rechtstreeks gevolg van die landslide.  Alex Salmond, SNP-leider en first minister van Schotland, was er als de kippen bij om zijn voornaamste kiesbelofte, een referendum over onafhankelijkheid, hard te maken. Donderdag 18 september is het zover: vier miljoen kiesgerechtigde burgers staan voor een heldere maar verscheurende keuze. Yes or No? Going it alone of lid van het Verenigde Koninkrijk blijven? Niet alleen in Edinburgh en Londen zal het resultaat met klamme handen worden afgewacht. Een meerderheid voor Yes zou een schokgolf door de Europese Unie jagen. Vooral de Spaanse premier Rajoy is doodsbenauwd voor een precedent dat Catalaanse en Baskische nationalisten in hun streven naar onafhankelijkheid zou sterken.

lobbymachines

Lange tijd leek het perspectief van een onafhankelijk Schotland te gek voor woorden.  Aanhangers van Yes raakten in de peilingen nauwelijks aan dertig procent. De kentering kwam er in de tweede helft van vorig jaar. Puntje na puntje won het Yes-kamp terrein, tot een peiling in april de kloof tot 3 procent reduceerde. Het regent polls in Schotland. Hoe denken vrouwen en studenten erover? Wat de kiezers van buitenlandse origine? En hoe zit het met de 16- tot 18-jarigen die zich eveneens over de toekomst van hun land mogen uitspreken? Een dikke twee maanden voor het referendum spelen de peilingen accordeon, met een voorsprong voor No tussen de 5 en de 20 procent. Zaak gewonnen? Allerminst, want ruim een op de vijf kiezers is nog onbeslist. Dat is dus waar de race tussen Yes Scotland en Better Together om draait: onbesliste kiezers overtuigen en de eigen achterban mobiliseren om hun kiesrecht metterdaad uit te oefenen. Beide lobbymachines doen zich voor als platform voor burgers, middenveldorganisaties en bedrijven. In werkelijkheid staan ze onder politieke curatele. Labour, Tories en LibDems hebben een unieke coalitie gevormd om de Schotten bij de Unie te houden . Achter Yes Scotland schuilt uiteraard de SNP, maar ook de Schottish Green Party steunt het onafhankelijkheidsstreven.

De taken zijn verdeeld, de canvassers trekken per twee de wijk in. We vergezellen Mary die onderweg haar overtuiging belijdt. “Ik ben nationalist geworden door als tiener televisie te kijken. BBC, ITV, de desinteresse voor Schotland spatte van het scherm.  Grove clichés bij de vleet, maar informatie? Ik herinner me de berichtgeving over een grote bakkersstaking. Mensen in Glasgow begonnen in paniek brood te hamsteren, terwijl de Schotse bakkers niet eens mee staakten. Dat hadden ze op de BBC niet eens verteld” . Mary, een bruggepensioneerde studiebegeleidster, voerde ook al campagne in 1979, toen de Schotten de kans kregen om over de oprichting van een eigen parlement te stemmen. “We hebben dat referendum gewonnen”, zegt ze, “maar Londen heeft vuil spel gespeeld. De opkomst was zogezegd te laag, en thuisblijvers werden automatisch als tegenstanders beschouwd. Drogredenen, ze gunden het ons niet”.

The White Paper

Olie was bij dat eerste referendum een cruciaal thema. In de jaren zestig en zeventig werd voor de Schotse kust het ene na het andere petroleumveld ontdekt. It’s Scotlands oil, werd de slogan waarmee de in 1934 opgerichte SNP zijn lange mars naar autonomie nieuw leven inblies. Met succes, want ondanks de mislukking van 1979 viel devolution, zeg maar de Britse variant van onze staatshervorming, niet tegen te houden. Na nieuwe volksraadplegingen in 1997 en 1998 kregen zowel Schotland, Wales als Noord-Ierland een eigen parlement en regering, bevoegd voor onder meer onderwijs, landbouw en visserij, economie, gezondheid en lokale besturen. De Schotse regering kan dit jaar zo’n 37 miljard euro besteden. Zelf belastingen heffen of geld lenen mag ze echter niet, ze hangt volledig af van een dotatie uit de Britse schatkist.

Fiscale autonomie en olie zijn dan ook twee speerpunten in de huidige Yes-campagne. De hamvraag blijft immers: kan een onafhankelijk Schotland op eigen benen staan?  Een overtuigend ja valt te distilleren uit The White Paper, het vuistdikke stappenplan dat de Schotse regering afgelopen november publiceerde. Schotland buiten het Verenigd Koninkrijk wordt een welvarender, socialer, transparanter  en groener land. Vredelievender bovendien, want Scotland wordt een kernvrij land, wat betekent dat de Britse Navy zijn nucleaire onderzeeërs uit Faslane moet terugtrekken. De overgang naar onafhankelijkheid zal voor een groot stuk worden gefinancierd met olie-inkomsten die rechtstreeks en exclusief naar de Schotse schatkist zullen vloeien. Vloekt dat met het groene imago? Fossiele brandstoffen zijn maar een tijdelijke oplossing, op termijn wordt Schotland een exporteur van wind- en getijdenenergie. Overtuigend? Even stellig klinken de tegenargumenten van Alistair Darling. Geboren Schot, gewezen Labour-minister van financiën onder Gordon Brown, de voorzitter van Better Together is niet de eerste de beste. In zijn Case for a United Kingdom  goochelt hij met cijfers en statistieken om aan te tonen dat afscheiding een zware klap voor de Schotse economie en levensstandaard dreigt te worden.

JK Rowlings

Geen dag gaat voorbij of beide kampen pakken uit met nieuwe rapporten die hun gelijk onderstrepen, liefst steunend op ronkende namen uit de Schotse academische wereld die zelf tot op het bot verdeeld is. Tegelijkertijd wordt de zwevende kiezer met weinig academische slogans gebombardeerd. 5.000 £ (6.265 euro) extra koopkracht per jaar per gezin, dat is wat de Schotten volgens een Yes-brochure op 18 september kunnen winnen. De website van Better Togehter voorspelt dan weer dat onafhankelijkheid de portefeuille van de gemiddelde Schot jaarlijks 1.400 £ (1.743 euro) lichter zal maken.  Beide campagnes spannen VIP’s van Schotse en andere, Britse origine voor hun kar. Acteur Sean Connery, regisseur Ken Loach en protestzanger Billy Bragg zijn bekende voorstanders, rocklegende David Bowie en de eveneens Engelse maar in Edingburgh residerende JK Rowlings zijn tegen. De schrijfster van Harry Potter maakte haar engagement hard met een donatie van een miljoen pond aan Better Together. Genereus, maar de grootste gift werd door Yes Scotland binnengerijfd, 2,5 miljoen pond afkomstig van een koppel lottowinnaars.

Terwijl Scotland Yes vooral steun van KMO’s en de actoren uit de welzijnssector geniet, spraken enkele van de grootste werkgevers zich tegen separatisme uit. Scheepsbouwer BAE Systems  waarschuwt voor massaal banenverlies als straks de bestellingen van de Britse Navy opdrogen. Shell en British Petroleum vrezen hardop voor de impact van financiële en economische instabiliteit op de Schotse oliewinning. Verzekeringsgigant Standard Life, in Schotland goed voor 5.000 banen, dreigt ermee zijn hoofdzetel zuidwaarts te verhuizen. Als het over machtige sympathisanten gaat, is Better Together zonder meer onklopbaar. Niemand minder dan paus Franciscus sprak al zijn bezorgdheid over een Schotse soloslim uit. Europees commissievoorzitter Barosso deed een duit in de zak door in februari openlijk te betwijfelen of Schotland zomaar lid van de Europese Unie kan worden.  Buikspreker van de Britse premier David Cameron en zijn Spaanse collega Rajoy, hoonden de nationalisten. De klap kwam echter aan, net zoals de mededeling van de Britse minister van financiën Osborne dat een onafhankelijk Schotland vaarwel moet zeggen tegen het Britse pond.

linkse nationalisten

Het Europese lidmaatschap, het behoud van de muntunie , de verdeling van de openbare schuld, het zijn gewichtige thema’s waarmee Better Together de nog onbesliste kiezer van het Yes-kamp probeert weg te houden.  “Paniekzaaiers”, fulmineert Mary. “Londen laat ook uitschijnen dat de Schotse pensioenen misschien in het gedrang gaan komen.  Onzin, de pensioenen zijn gegarandeerd”.  We slaan Earnock Street in, een sociale woonwijk uit de jaren vijftig. Een gezinswoning kost hier slechts 100.000 euro, de grauwe appartementsblokken zijn voor armlastige huurders gereserveerd. Een blonde vrouw doet open met een kop thee in de hand. Only God can judge me , staat op haar onderarm getatoeëerd. Mary hanteert bij ieder contact dezelfde binnenkomer. Als No en Yes de uitersten op een schaal van 1 tot 10 vormen, welk cijfer kiest u dan?  “One”, zegt de vrouw die er de uitleg voor haar Nee-stem gratis bij geeft. Dat ze altijd Labour heeft gestemd, en dat ze niet moet weten van Alex Salmond, een arrogant politicus die zichzelf tot King Alex wil kronen.  Mary geeft zich niet zomaar gewonnen. Ze werpt tegen dat het niet over de ambities van Alex Salmond maar over de toekomst van Schotland gaat. En dat mevrouw, met haar van een beroerte revaliderende man en zwaar gehandicapte zoon, juist alle belang heeft bij een YES-stem. Een onafhankelijk Schotland staat immers garant voor betere welfare. Wel tien keer zal ze vanmiddag de onderliggende redenering toelichten. Scottish Labour is geen linkse partij meer, ze is naar het centrum opgeschoven onder druk van de Britse moederpartij die al sinds Tony Blair een ruk naar rechts heeft gemaakt om conservatieve kiezers te behagen. Voor Labour is dat de enige manier om de macht te veroveren, want meer dan tachtig procent van het Lagerhuis wordt in het door en door conservatieve Engeland verkozen. Daar ligt dus de knoop:  Schotland stemt traditioneel links, maar weegt met 59 MP’s niet zwaar genoeg om in Westminster de balans te doen overhellen. Stem daarom Yes, de enige manier om ervoor te zorgen dat de Schotten nooit meer worden geregeerd door conservatieve regeringen voor wie ze niet hebben gekozen. Geen Tatcher meer met haar privatiseringspolitiek en haar poll tax, twee rechtse wapenfeiten die in Schotland nog meer dan elders op verzet stuitten. En ook geen David Cameron meer, de huidige premier wiens coalitie van Tories en LibDems slechts door 12 Schotse MP’s wordt gesteund. Het betoog maakt indruk, de getatoeëerde vrouw laat zich een stapel YES-drukwerk in handen stoppen. Tevreden trekt Mary het poortje van het hek achter zich dicht, ze heeft een No-kiezer aan het twijfelen gebracht.

Mary McGabe probeert No-stemmer voor Yes te winnen (eigen foto)

Mary McGabe probeert No-stemmer voor Yes te winnen (eigen foto)

Er is dus een wezenlijk verschil tussen Vlaams en Schots nationalisme: de SNP profileert zich als een progressieve beweging, een links alternatief zelfs voor Labour. Op haar deurenronde legt Mary het er dik op. Willen we voorkomen dat Schotse National Health Service naar Engels voorbeeld wordt geprivatiseerd? Ervoor zorgen dat hoger onderwijs gratis blijft, terwijl in Engeland de tuition fees de pan uitswingen?  Dan is een Yes voor onafhankelijkheid het enige antwoord. Zelfs een soepeler migratiebeleid wordt als troefkaart uitgespeeld. Schotland vergrijst sneller dan de rest van het VK, Poolse en andere inwijkeling zijn meer dan welkom om het welvaartsmodel te schragen. “Schots nationalisme is niet etnisch”, zegt Mary. “Kijk naar het referendum. Al wie in Schotland woont en hier een toekomst uitbouwt, mag stemmen. Ook de 400.000 Engelsen die hier wonen. Die zullen overwegend tegenstemmen, maar niet allemaal. Een van mijn fanatiekste canvassers komt uit Wigan, een rasechte Engelsman. Omgekeerd hebben de 800.000 Schotten die in de rest van de UK wonen, geen stemrecht ”. Vijftien huizen en evenveel pleidooien later is de lijst afgewerkt. Vier Yes-toezeggingen, drie overtuigde No’s , de rest nog onbeslist. Vanavond nog zal Mary een verslag naar het hoofdkwartier sturen, en morgen breekt een nieuwe campagnedag aan. “Het is nu of nooit”, zegt ze. “Een kans als deze krijgen we in geen honderd jaar meer”.

Vlaamse Volksbeweging

Op de terugweg van East End botsen we in Sauchiehallstreet op een promotieteam van Better Together. Verrassend, want gisteravond nog had de woordvoerder ons moeten teleurstellen. Ondanks eerdere beloftes kon hij ons niet helpen, in Glasgow en wijde omtrek stonden geen activiteiten gepland. Vanmiddag echter heeft de Amerikaanse president Obama in Brussel de wens uitgesproken dat Groot-Brittannië een sterke en vooral  verenigde partner zou blijven. Geen uur na de uitspraak staat Better Together in deze drukke winkelstraat te flyeren. NOPE, prijkt in grote letters onder een pop-art portret van Obama. Lang duurt de actie niet. De militanten _ bij navraag blijken het betaalde medewerkers van Better Off _ verdwijnen zodra de duidelijk getipte ploeg van BBC Scotland de nodige beelden voor het avondjournaal heeft gedraaid.

Het stijlverschil met Yes Scotland is opvallend. Grassroots versus establishment, zo stellen Mary en co het graag voor. Subjectief, maar er is iets van. Better Together kreeg de voorbije weken bakken kritiek uit eigen rangen. De campagne was te gemakzuchtig en te negatief, in feite deed Better Together weinig meer dan het weerleggen van Yes-uitspraken en het voorspellen van de rampspoed die na de onafhankelijkheid over Schotland zou neerdalen. Niemand minder dan Gordon Brown keerde op het voorplan terug om een andere aanpak te bepleiten. Better Together moet vooral de voordelen van de Union in de verf zetten. De kritiek miste zijn effect niet. Better Together heeft intussen zijn toon veranderd, het tempo van zijn campagne drastisch opgevoerd en een nieuwe politieke strategie omhelsd. Labour, Tories en Lib Dems beloven eensgezind meer devolution als de Schotten voor het behoud van de Union Jack kiezen. Opportunistisch? Zeer zeker,  maar voor de Tories, in het verleden hardnekkig gekant tegen autonomie voor de deelstaten, blijft het een opmerkelijke bocht.

Het wordt sowieso een spannende zomer. Niet alleen is Glasgow de thuisstad voor de prestigieuze Commonwealth Games. Op 24 juli wordt 700 jaar Bannockburn herdacht, de mythische veldslag nabij Stirling die een periode van vier eeuwen Schotse onafhankelijkheid inluidde. De timing is toeval, valt bij Yes Scotland te vernemen. De nationalisten willen in geen geval voor romantische dwepers worden versleten. Voorzitter Guido Moons van de Vlaamse Volksbeweging mocht het ondervinden toen hij in 2012 als gastspreker het woord nam op een SNP-meeting. Zijn uitsmijter over William Braveheart Wallace, de Schotse Jan Zonder Vrees, viel bij de gastheren op een koude steen. Onafhankelijkheid is vooral een rationele keuze, benadrukt Yes Scotland.

Quebec

Wie dat met klem tegenspreekt is Anne McGuire, Labour MP in Westminster voor Stirling. Vier dagen per week vertoeft ze in Londen, maar vandaag heeft ze zitdag op kantoor in haar kieskring. “Ik krijg steeds meer vragen over het referendum”, zegt ze. “Heel wat mensen maken zich zorgen. Onze landbouwers leven zowat van Europese subsidies. Wat als Schotland straks geen lid meer is? Het opdrogen van de subsidiestroom kan voor vele boeren het faillissement betekenen. De financiële sector is goed voor 200.000 Schotse banen. Hoeveel gaan er daarvan sneuvelen als Yes wint? Die banen zijn hier tenslotte omdat er geen grenzen bestaan tussen Schotland en de Londense City. Heel wat kleine bedrijven leveren aan de overheid. In heel Groot-Brittannië, en precies die eengemaakte markt dreigen ze te verliezen. Ik beweer niet dat Schotland niet op eigen benen kan staan, maar ik erger me aan de separatistische propaganda die de Schotten gouden bergen voorspiegelt”.

standbeeld William 'Braveheart' Wallace in Stirling (eigen foto)

standbeeld William ‘Braveheart’ Wallace in Stirling (eigen foto)

Voert Better Together een zoutloze campagne? Aan Anne McGuire ligt het niet. Ze heeft al heel wat deurbellen laten klingelen,en ook de komende weken zal ze haar schoenzolen verslijten. Dat je geen slechte Schot bent als je tegen onafhankelijkheid stemt, is haar mantra. Stemmen nationalisten Yes, Schotse patriotten stemmen No. McGuire, een historica die erg thuis is in de Schotse geschiedenis en Gaelic spreekt, wordt niet overal even vriendelijk ontvangen. Westminster MP, in nationalistische kringen klinkt het haast als een scheldwoord. “En dan de verdachtmakingen”, zucht ze “ Dat we tegen onafhankelijkheid zijn omdat we anders ons vetbetaalde mandaat in Londen verliezen. Ik wou dat het referendum morgen al kon plaats vinden, hoe eerder hoe liever. De Schotse regering is al twee jaar met niks anders bezig, terwijl dit land ook echte problemen kent. Vraag maar aan de urgentieartsen in Aberdeen die gisteren aan de alarmbel trokken omdat ze niet genoeg middelen hebben”.

Wat ook de uitkomst wordt op 18 september, vast staat dat het referendum sporen zal laten. “De sfeer is nu al gespannen”, zegt McGuire. “Bosnische toestanden moet je niet verwachten, maar ik vrees dat er bitterheid in onze maatschappij sluipt”. De Labour-politica put hoop uit het voorbeeld van Quebec, de Canadese provincie waar separatisten het referendum van 1995 met één procent verloren. “Een fotofinish”, zegt McGuire. “Maar sindsdien is de steun voor onafhankelijkheid verkruimeld. Vooral jonge mensen willen er niet van weten. Grenzen optrekken terwijl we steeds globaler gaan leven, dat is een regressie”.

Terug in Glasgow. Seetha serveert in de Kama Sutra in Sauchiehallstreet, ondanks de suggestieve naam een gewoon tandoori-restaurant. “Ik denk dat ik No ga stemmen”, zegt ze. “Schotland is te klein om alleen te staan. Probleem is dat ik met een Schot ben getrouwd, een overtuigd nationalist. If you vote NO, heeft hij gezegd, consider yourself divorced. Ik ben niet zeker dat hij het als grap bedoelde”.

 

 

Antwerpse Sovjets over de scheur in de Russischtalige ziel

(repo dS Weekblad, 9 augustus 2014)

Rus. Drie letters, een beladen woord. Zelden wordt Rus als compliment bedoeld. Neem nu de rakettenbetogingen, putje Koude Oorlog. Tegenstanders van Amerikaanse raketten op Belgisch grondgebied marcheerden met tienduizenden door Brussel. Er waren echter ook voorstanders. Liever een raket in mijn achtertuin dan een Rus in mijn keuken, luidde de slogan. De Koude Oorlog is voorbij, het IJzeren Gordijn gevallen. De Rus is geen iconische vijand meer, we kunnen hem nu in levende lijve ontmoeten. Hij deelt onze hotels aan de Turkse riviëra, wint ritten in de Ronde van Frankrijk, rijke exemplaren kopen voetbalploegen in Londen en jachten in Marbella. Maar populair is de Rus daarmee niet geworden, zeker nu het gerucht van een nieuwe Koude Oorlog niet van de lucht is.  Het neerschieten van de Maleisische Boejing  boven Oost-Oekraïne_ naar algemeen aannemen door pro-Russische rebellen _ heeft er geen goed aan gedaan. In de Britse krant The Guardian trokken Russische Londonites aan de alarmbel. De Russofobie scheert ongeziene toppen. ‘It’s official policy to hate us’, lamenteerde een Russische handelaar met 20 jaar Londen op de teller.

pope Andrei van de Russisch-Orthodoxe Kerk (foto: Jimmy Kets)

pope Andrei van de Russisch-Orthodoxe Kerk (foto: Jimmy Kets)

Doet het pijn Rus te zijn? We stelden de diagnose in Antwerpen, de stad met de grootste Russischsprekende gemeenschap van België. Volgens het Platform Solidariteit zijn ze de voorbije twintig jaar met een dikke 10.000 vanuit de voormalige Sovjet-Unie naar de Koekenstad verkast. Een goede zaak voor het Antwerpse middenveld, zo blijkt. De koepelorganisatie, tot voor kort Platform van Russischtalige  Verenigingen geheten, telt niet minder dan 55 aangesloten leden. De pijn is er wel degelijk, en niet alleen op de verwachte plekken. De nieuwe russofobie wil niemand overdrijven. Latent racisme is altijd al hun deel geweest, de Oekraïense crisis heeft hooguit het stof van de clichés geblazen. De echte pijn zit veel dieper, in de vorm van een scheur die dwars door de gemeenschap loopt. Immers, zeg nooit zomaar Rus tegen een Rus. Tsjetsjenen, Georgiërs, Oekraïners, Kazakken, Wit-Russen, door de buitenwacht worden ze al te vaak op één hoop gegooid. Samen met de Russen, want die zijn er ook.  Ja, ze delen allemaal hun Sovjetverleden. En Russisch blijft de gemeenschappelijke taal, al wordt dat steeds vaker als een noodzaak aangevoeld. De kloof in de gedeelde grond wordt evenwel met de dag breder, dat ondervinden ze ook bij verenigingen die zich, zonder onderscheid volgens herkomstgebied, tot alle Russischtaligen richten. Het verhaal van een Slavisch koor kwam ons ter ore. Leden, naast slavofiele Vlamingen onder anderen Russen en Oekraïners, wilden onder geen beding on the record. De harmonie staat nu al onder zware druk, reden waarom een loflied over Moedertje Rusland ijlings uit het repertoire werd geschrapt. Ook bij Spoetnik kunnen ze ervan meespreken. De culturele organisatie, rechtstreekse erfgenaam van wat in de Sovjettijd de Vereniging voor Vriendschap en Samenwerking België-USSR heette, heeft afdelingen in Antwerpen, Gent en Kortrijk. Vlaamse voorzitters en coördinatoren kunnen intussen op eieren lopen. Don’t mention the war, anders komt er van culturele activiteiten niks meer in huis. De tegenstellingen tussen supporters van Moskou en Kiev zijn onverzoenbaar, klonk het, ook al door het selectieve gebruik van geschiedenis en media, Russische versus Oekraïense satelliettelevisie en websites. Desinformatie? Volgens een Vlaams Spoetnik-lid, gepassioneerd door Russische muziek, 12 jaar getrouwd met een Russin, zijn we met zijn allen in dat bedje ziek. Eigenlijk weten wij Vlamingen weinig of niks over Rusland, stelde hij vast. Zelf valt hij ook nog van de ene verbazing in de andere. Zoals toen hij constateerde dat hij zelfs met zijn eigen vrouw niet over Oekraïne kan praten zonder een kletterende ruzie te riskeren. De omerta is gelukkig niet algemeen. Aan beide kanten van de kloof vonden we ex-Sovjetburgers bereid om te praten over het drama dat hun Antwerpse zomer danig vergalt.

Pope Andrei (Foto jimmy Kets)

Pope Andrei (Foto jimmy Kets)

Andrey  Eliseev (40), tien jaar geleden in Antwerpen neergestreken als pope van de Russisch Orthodoxe Kerk, excuseert zich. Zijn Nederlands is niet goed genoeg, hij mag zich liever in traag maar bedachtzaam Engels uitdrukken. Polarisation is een van de woorden die hij met zorg hanteert. “De oorlog polariseert ook onze kerk”, zegt hij met een zucht. “Ongeveer de helft van mijn parochianen komt uit Oekraïne, de anderen uit de rest van de voormalige Sovjet-Unie. Het is de gewoonte na de zondagsdienst nog een poosje samen te blijven en te praten. Dat zijn moeilijke gesprekken geworden. Vorige week nog vertelde iemand dat zijn neef was gesneuveld. Verbrand in een tank, hij zat bij het Oekraïense leger”.

Hij schiet zijn zwarte soutane aan en geeft een rondleiding in de Sint-Jozefkerk vlakbij het Stadspark. Gehuurd van de katholieke Kerk, de iconen heeft hij zelf meegebracht. De oecumenische samenwerking mag opmerkelijk heten, tenminste als men ze tegen het licht van de Oekraïense crisis houdt. Het is geen religieuze oorlog, maar godsdienst speelt wel degelijk een rol. “Er is in Antwerpen ook nog een Oekraïense kerk”,  zegt Andreï. “Grieks-Katholiek, ze volgen de Byzantijnse ritus maar erkennen het gezag van de Paus. Daar zit het verschil, wij hangen af van het Patriarchaat van Moskou dat zowel voor Rusland als Oekraïne bevoegd is”. Het zou hem te ver leiden de kerkgeschiedenis van Oekraïne uit de doeken doen, laat staan de impact ervan op de burgeroorlog.  Feit is dat de Grieks-Katholieke kerk vooral sterk staat in het Westen van Oekraïne, het Oekraïens als liturgische taal voert en nauw verweven is met het Oekraïense identiteitsbesef. In de kerk van Andrey wordt Russisch gesproken, ook door de Oekraïense gelovigen die vaak maar lang niet altijd uit het oostelijke landsgedeelte afkomstig zijn. Toch weigert hij het stempel van Russische staatskerk. “We krijgen geen subsidies zoals in België”, zegt Andrey die tien jaar op het Patriarchaat in Moskou heeft gewerkt. “Onze relatie stoelt op wederzijds belang. Wij hebben de staat nodig voor onze humanitaire missie. Scholen, weeshuizen, armenzorg, zonder samenwerking met de overheid komen we nergens. Wat daar tegenover staat? Onze Kerk geniet erg veel respect bij de bevolking. Dat beseft Poetin. Door goede relaties met het Patriarchaat te onderhouden, straalt het respect ook op hem af”.

Hij heeft Vladimir Poetin persoonlijk ontmoet, tijdens de receptie op de ambassade voor Europalia Rusland in 2005. Het was een mooi moment, want Andrey is een fan van het eerste uur. “Jullie hebben een vertekend beeld van Poetin”, zegt hij. “Dat hij geen emoties heeft, hoor ik voortdurend. Maar Poetin is juist erg emotioneel, alleen moet je Russisch begrijpen om dat in te zien”. Een dictator? De weerlegging door vader Andrey laat zich niet vertalen. ‘A dictator dictates. But Poetin doesn’t dictate, he explains’.  Autoritair mogen we de baas van het Kremlin wel noemen. “Maar daar is niks mis mee”, betoogt de priester. “In Rusland heeft niemand heimwee naar de Jeltsin-jaren. Liever autoritaire stabiliteit dan democratische chaos. Wist je trouwens dat Poetin Westersgezind is? Hij spreekt vloeiend Duits en schaaft elke dag aan zijn Engels. Daarmee staat hij niet alleen, heel veel Russen kijken op naar het Westen. Dat is niks nieuws. Ik ben zelf opgegroeid in de Sovjet-Unie, maar op school dweepten we met Europese films en literatuur. Daarom was ik zo verbaasd toen ik voor het eerst naar het Westen reisde. Onze liefde werd niet beantwoord, ook toen al leefde er weinig sympathie voor Rusland. Dat is er niet op verbeterd, je mag nu gerust van een anti-Russische stemming spreken. De toestand in Oekraïne speelt daarin mee, maar de omslag is er al eerder gekomen. Ik denk dat ik het kantelmoment ken: 2008, het jaar toen president Poetin en premier Medvedev van stoel wisselden. Poetin heeft toen definitief zijn greep gevestigd, en zijn ambitie onderstreept om Rusland in zijn oude glorie te herstellen. Dat is volgens mij waar het paard gebonden ligt. Het Westen wil een zwak Rusland, een geografische reus die als een politieke dwerg acteert en trouw grondstoffen levert. Dat kan natuurlijk niet, daarin heeft Poetin absoluut gelijk”.

We verhuizen naar de sacristie voor een kop zwarte thee. Van graffiti of andere zichtbare sporen van de nieuwe russofobie heeft hij geen weet, het meest concrete is een verwijtende mail uit Nederland die op het aartsbisdom in Brussel binnenliep. Het ging over het neergeschoten lijnvliegtuig, een drama waar hij zo zijn eigen mening over heeft. Hij gaat niet zover te beweren dat de rebellen het niet hebben gedaan, maar…Wat volgt is een greep uit hypotheses en complottheorieën die in de Russische media welig tieren. We gaan er liever niet op, en brengen het gesprek weer op de al niet vermeende russofobie. “Ach” , zegt Andreï. “In België valt het nog mee, jullie blijven rationeel. Het is tien keer erger in voormalige Oostbloklanden zoals Polen en de Baltische staten. Daar worden ze ook opgestookt door de Amerikanen. Want zo is het toch? Georgië, Tsjetsjenië, Oekraïne, overal staan de Amerikanen klaar om gevoelens van gekwetst nationalisme te exploiteren. Ik ben erg ongerust. Als het zo verder gaat, komt er geen koude maar een echte oorlog van”.

Movchan en Anna (foto: Jimmy Kets)

Movchan en Anna (foto: Jimmy Kets)

Movchan (42) en Anna (38) Lyubomyr blijven er zich over verbazen. De toeloop voor de paasviering in de Sint-Andrieskerk, de tempel die het bisdom ter beschikking van de Greco-Katholieke parochie van Antwerpen stelt. Uiteraard herkenden ze de nieuwkomers, in de Oekraïense gemeenschap kent iedereen iedereen. “Het waren parochianen van de Russisch-orthodoxe kerk”, zegt Movchan. “Overgelopen vanwege de oorlog in Oekraïne, dat spreekt vanzelf.  Sommigen brachten meteen geld mee voor het  solidariteitsfonds waarmee we Oekraïne helpen. Resoluter kun je een overstap niet maken”.

Het is via diezelfde kerk dat we Movchan hebben gevonden. Op de website staat hij als contactpersoon, een geëngageerde leek die desgewenst ook tolkt. Zijn Nederlands is uitstekend, zo stellen we vast als we hem thuis in Zurenborg opzoeken. “Ik ben bouwkundig ingenieur”, vertelt hij. “Ik had een eigen zaak toen ik de kans kreeg hier enkele tijdelijke opdrachten aan te nemen. De rekening was snel gemaakt. Voor 100 euro die ik Oekraïne verdiende, kreeg ik er hier 1.000. In 2000 zijn we definitief naar Antwerpen verhuisd. Ik heb mijn diploma laten erkennen en ben onmiddellijk Nederlands gaan studeren, en zo heb ik vlotjes een baan als bouwkundig ingenieur gevonden”.  Zijn vrouw Anna, eveneens afkomstig uit Lvov in West-Oekraïne, heeft haar eigen hoofdstuk in dit succesverhaal. Ze werkt als verpleegster met een Vlaams diploma op zak, zoon en dochter doen het uitstekend op school. Perfect tweetalig, dank zij de zaterdagschool voor Oekraïense kinderen. Bij het Platform Solidariteit hadden ze het ons al gezegd: geen enkele gemeenschap is zo sterk georganiseerd als de Oekraïense. Draaischijf is Barvinok, een sociaal-cultureel vereniging waarvan Movchan stichtend lid is.

Een rimpelloos en gelukkig migrantenbestaan? “Sinds november vorig jaar is alles anders”, zegt Movchan. “Het studentenprotest, de bezetting van Maidan, het heeft ons enorm aangegrepen. Als Oekraïners uit de diaspora proberen we ons steentje bij te dragen. Barvinok heeft al 18.000 euro naar Oekraïne versluisd. In feite leiden we een dubbelleven. Overdag werken, alle vrije tijd gaat op aan internet en skype. Slopend, vaak doen we de hele nacht geen oog dicht. Onze hele gemeenschap gaat eronder gebukt. Voor sociale of culturele activiteiten is geen er tijd meer, bij Barvinok staat alles in het teken van de oorlog.  De sfeer is verzuurd, zelfs tijdens familiefeesten gaat het over niks anders”.

Met Russen in Antwerpen hebben ze geen persoonlijk probleem. Niet over de oorlog beginnen, is het recept. De contacten lopen vooral via het Platform Solidariteit. “Daar spreken we altijd Russisch”, zegt Anna. “Niet voor ons plezier, maar het blijft een bindtaal. Het kost ons trouwens geen moeite, alle Oekraïners spreken Russisch. Omgekeerd niet natuurlijk, Russen hebben een koloniale mentaliteit. Begrijp me niet verkeerd, dit conflict gaat niet over de taal. Een paar jaar geleden trokken we met vrienden voor een paar dagen naar Kiev. We hoorden alleen Russisch, geen woord Oekraïens in onze eigen hoofdstad Het stoorde ons niet, zo is nu eenmaal de realiteit in ons land”.

Ze zet zelfgemaakte cake op tafel. We nemen een stuk en luisteren naar flarden geschiedenis. De versie over de Russische annexatie van de Krim wijkt behoorlijk ver af van wat Andrey daarover vertelde. Een logische correctie van een absurditeit uit de Sovjetperiode. Partijleider Chroetsjev had het in 1954 opportuun geacht om de Krim van Rusland los te koppelen en bij de Sovjetrepubliek Oekraïne aan te hechten. De louter administratieve herverkaveling was bedoeld om de eeuwenoude Russisch-Oekraïense vriendschap te bezegelen, de zwartgerokte pope kon niet nalaten ons op de ironie te wijzen. Behalve ironisch is geschiedenis kneedbaar. De kunst is het juiste tijdstip te kiezen om de eigen zaak te dienen. Oost-Oekraïne? Andrey spoelde 250 jaar terug. Katharina de Grote die kozakken haar keizerlijk fiat verleende om het schier onbewoonde gebied onder Russische vlag te koloniseren. Movchan gaat het minder ver zoeken. Waarom er zoveel Russen in Oost-Oekraïne wonen? Omdat Stalin in de jaren 20 en 30 de boeren heeft uitgemoord en door Russen heeft vervangen, vaak bajesklanten die werden ingezet bij de geforceerde uitbouw van de zware industrie in Oost-Oekraïne.

Als taal noch religie de inzet van de oorlog zijn, wat dan wel? “Poetin”, zegt Movchan zonder aarzelen. “Rusland kampt met enorme problemen. Er zijn de spanningen in de Kaukasus, en er is ontzettend veel armoede. Hij heeft een buitenlandse vijand nodig om zijn volk achter zich te scharen. Het ergste is dat hij daarin slaagt, dank zij de propaganda staat 80 procent van de Russen achter de oorlog in Oost-Oekraïne. Mijn tante langs moederskant is met een Rus getrouwd, ze wonen in Krasnodar. Zelfs zij is gebrainwasht, ze steunt Poetin. Mijn moeder en haar zus spreken niet meer met elkaar. Dat is wat oorlog met families doet”.

 

Iryna (foto: Jimmy Kets)

Irina Larionova (foto: Jimmy Kets)

Irina Larionova (59) krijgt tranen in de ogen als ze eraan denkt. Ach, haar bezoekjes aan Odessa. Lang geleden intussen, ze was pas afgestudeerd aan het taleninstituut van Leningrad, thans Sint-Petersburg genoemd. Frans en Duits, het was vooral die eerste taal die van pas kwam als gids bij het voor Ruslandreizigers onvermijdelijke Intourist. “Ik begeleidde groepen doorheen de hele Sovjet-Unie, tot in de Kaukasus. Ook Odessa stond op het programma; Zo’n mooie stad, en zulke warme mensen. Alleen al daarom vind ik deze oorlog zo verschrikkelijk. Waarom toch? Russen en Oekraïners zijn als broers, we hebben altijd samen gehoord”.

We zitten in een café op De Keyserlei. Haar spuitwater zal onaangeroerd blijven, zozeer wordt ze meegesleept. Niet alleen door sombere beschouwingen. Zal ze vertellen hoe ze net niet met een Brusselaar is getrouwd? “Ik reisde voor Intourist met een Belgisch gezelschap. Het gebeurde in Kiev, een prachtige stad overigens. Ik werd tot over mijn oren verliefd op een man uit Brussel. Het was wederzijds, zoals in het liedje van Gilbert Bécaud. Nathalie, dat was ik. We maakten plannen, maar uiteindelijk is er niks van gekomen. Mijn vader was tegen, zijn moeder evenzeer. Vooroordelen, ik kan het hen niet kwalijk nemen. Het Ijzeren Gordijn stond er nog, we wisten niks van elkaar af”. Irina is toch aan een Belg geraakt. Geen Brusselaar, wel een Antwerpenaar die ze in Parijs leerde kennen. Zestien jaar geleden verhuisden ze met hun twee dochters naar de Scheldestad, waar Irina tot haar haar ontsteltenis constateerde dat haar vlekkeloze Frans vooral boze reacties uitlokte. Vanavond spreekt ze Nederlands, met royale scheuren Frans er doorheen. Ze staat in het volwassenonderwijs, een Russische die Vlamingen met hun Frans helpt.

Haar moeder is Russisch, haar vader joods. En inderdaad, ze komt uit de stad van Poetin. “We zijn generatiegenoten. Ik ben in hetzelfde district opgegroeid, een kilometer van het flatgebouw waar zijn ouders als conciërge woonden. Ik heb hem nooit gezien, maar hij heeft mijn sympathie. Poetin is oprecht begaan met zijn land, hij wil de grandeur van Rusland herstellen”. Door een buurland als Oekraïne te destabiliseren? Irina laat de voorzet voorbij waaien. Ook zij mag graag uit de geschiedenis putten. Hebben we ooit gehoord van Bogdan Khmelnystky, de 17de-eeuwse Kozakkenleider die met de steun van de Russische tsaar Oost-Oekraïne van de Polen en hun Katholieke kerk bevrijdde? Om maar te zeggen: de 15 miljoen Russischtaligen in Oekraïne hebben redenen om zich nauw verwant met hun grote buur te voelen.

“Er is weinig begrip voor Rusland”, klaagt ze. “Poetin wordt hier als de baarlijke duivel afgeschilderd, c’est le diable. Ik luister veel naar de Franse radio. Soms spreken ze letterlijk over l’empire du mal als het over Rusland gaat. Als Russische moet je hier sowieso een olifantenvel hebben. De clichés die over ons circuleren. Russen zijn agressief en lomp, op hotel lopen ze iedereen omver en plunderen het buffet. Nu eens zijn ze stinkend rijke oligarchen, dan weer profiteren ze van het OCMW. Waarom spreekt niemand van onze rijke cultuur? Tolstoi, Poesjkin, Gogol? Die laatste komt trouwens uit Oekraïne. Poltava, de plek waar ze het puurste Oekraïens spreken. Wat Tours is voor het Frans, is Poltava voor het Oekraïens. Gogol schreef uiteraard in het Russisch, als zoon van adel werd hij in het Russisch en het Frans opgevoed. Zo was het toen, Oekraïens was de taal van het volk”.

Wordt dit de doodsteek voor de Russisch-Oekraïense vriendschap? “Het is allemaal politiek”, zegt ze. “Tussen de mensen is er geen probleem. Gisteren was ik op de barbecue met mijn Oekraïense buurvrouw, een schoonmaakster. Twaalf jaar geleden is ze hier met haar zoontje gearriveerd. Ontworteld, allebei. Ze is me toen komen vragen of ik haar zoontje  kon helpen met de school. Nee, zei ik, maar mijn dochter kunnen dat wel. Anastassia en Vera hebben zich over die jongen ontfermd als over hun kleine broertje. Zo’n band, dat krijgen ze zelfs met een oorlog niet kapot”.