Maandelijks archief: september 2014

AZG-directeur Christopher Stokes slaat alarm over ebola in West-Afrika

(Knack, 10 september 2014)

“Het worst scenario is nu al een feit”

Artsen Zonder Grenzen België levert een eenzame en ongelijke strijd tegen het ebola-virus in West-Africa. Directeur Christopher Stokes hekelt de misdadige onverschilligheid van de wereld. “Denken dat de epidemie vanzelf zal uitdoven is waanzin”. Gesprek met een gedreven hulpverlener die ook het nummer van ISIS op zak heeft.

 

AZG-directeur Christopher Stokes (foto: Tom Verbruggen, www.tomverbruggen.com)

AZG-directeur Christopher Stokes (foto: Tom Verbruggen, www.tomverbruggen.com)

 

 

Christopher Stokes, de Britse directeur van Artsen Zonder Grenzen België, moet er zelf om grinniken. Welke automobilist zou aan ebola denken als hij door de anonieme Dupréstraat in Jette sjeest? Laat staan dat hij zou beseffen dat van hieruit de oorlog tegen de epidemie in West-Afrika wordt gevoerd? “Dit gebouw is het zenuwcentrum van de hele campagne”, zegt Stokes die op het punt staat zelf naar de Liberiaanse hoofdstad Monrovia af te reizen. “Van hieruit hebben we al vijf isolatiecentra in Guinee, Liberia en Sierra Leone opgezet, samen goed voor 400 bedden. We zijn trouwens de enige hulporganisatie die patiënten opneemt en behandelt”.

Stokes wil zich niet op de borst kloppen, het monopolie stemt hem allesbehalve vrolijk. Al maandenlang roept AZG dat de ebola-epidemie uit de hand loopt. De ziekte brak begin dit jaar in een zuidelijke grensprefectuur van Guinée-Conakry uit, en breidde zich snel uit naar buurlanden Liberia en Sierra Leone. Vooral Monrovia is zwaar getroffen, wat de voorbije dagen apocalyptische beelden opleverde van strompelende, terminale patiënten die als pestlijders paniek zaaien op drukke marktpleinen. De herhaalde oproepen van AZG, bijgetreden door de autoriteiten van de getroffen landen, sorteerden tot dusver bitter weinig effect. Extra middelen en versterking bleven uit, en dus trok AZG vorige week aan de noodrem. In een toespraak voor de Verenigde Naties in New York riep internationaal voorzitter Joanne Liu lidstaten op om desnoods militaire teams te sturen om de epidemie een halt toe te roepen.

-   Is het werkelijk zo dramatisch? Vorige woensdag telde de Wereld Gezondheidsorganisatie 3.500 besmettingen en 1.900 overlijdens. Valt nogal mee na zeven maanden epidemie…

Christpher Stokes: “Dat maken we onszelf wijs. In de WHO-statistieken tellen alleen de bevestigde besmettingen, patiënten dus die in een van onze centra werden geregistreerd. Het echte cijfer ligt wellicht drie tot vier keer hoger, want de meeste zieken raken nooit in onze centra en sterven thuis. De epidemie woedt ook op het platteland, en niemand weet hoeveel doden daar vallen. In Monrovia is de toestand catastrofaal, in onze kliniek tellen we nu al negentig doden per dag. En dan moet je weten dat ons centrum maar een paar uur per dag geopend is. Capaciteitsgebrek, ook al hebben we de isolatieafdeling intussen al tot 235 bedden uitgebreid. Dat is onze grootste frustratie: we roepen patiënten op om zich aan te melden voor opname zodat ze hun omgeving niet besmetten. Maar als ze dan komen, moeten we ze vaak wegsturen omdat er geen bedden vrij zijn. Dan zie je ze afdruipen, terug naar hun dorp of wijk waar ze thuis sterven en anderen besmetten. Het is om gek te worden. Normaal gezien volg je bij ebola een driestappenplan. Detecteren, isoleren en vervolgens contact tracking, nagaan met wie de patiënt recent contact heeft gehad om ook die mensen te controleren en desnoods te isoleren. Daar komen we helemaal niet aan toe, we worden overrompeld”.

-   En toch. Vergeleken met het aantal malariadoden die jaarlijks in Afrika vallen, is Ebola maar een klein probleem.

Stokes (zucht): “Die commentaar hoor ik voortdurend. Natuurlijk zinken 1.900 doden in het niets naast de honderdduizenden die jaarlijks aan malaria of aan de gevolgen van ondervoeding sterven. Maar wie het zo eng bekijkt, heeft er niks van begrepen. Malaria of ondervoeding zijn niet besmettelijk. Dat is het grote verschil; we kampen met een epidemie die niet alleen mensen wegmaait, maar ook een gigantische sociale en economische impact heeft. De drie getroffen landen hebben sowieso een fragiele gezondheidsinfrastructuur, en die wordt nu helemaal van de kaart geveegd.  West Afrika heeft geen enkele ervaring met ebola, waardoor dokters en gezondheidswerkers de ziekte eerst niet herkenden. Hoge koorts, onbedaarlijk beven? Malaria, dachten ze. Begrijpelijk, want de eerste symptomen zijn haast identiek. Precies daarom zijn er zoveel gezondheidswerkers gestorven. Stel je voor, de helft van de besmette patiënten tijdens de eerste weken van de epidemie in Liberia waren dokters, verplegers en kaderleden van het ministerie van volksgezondheid. In Monrovia, een stad met evenveel inwoners als Brussel, zijn intussen alle ziekenhuizen gesloten, het medisch personeel is dood of op de vlucht geslagen. Gevolg: slachtoffers van een verkeersongeval worden niet meer geholpen, bevallingen met complicaties lopen fataal af. En ja, er sterven meer mensen dan ooit aan malaria of HIV omdat ze geen medicatie meer krijgen. Om maar te zeggen, die 1.900 officiële ebola-doden zijn maar het topje van de ijsberg. Ook de economie ligt op apegapen. Grenzen gaan dicht, handelsstromen drogen op waardoor de markten niet meer bevoorraad raken. Als we niet snel ingrijpen en de keten van besmetting doorbreken, gaan die landen in complete chaos ten onder”.

-  wat moet er gebeuren?

Stokes: “Capaciteit uitbreiden! Het isolatiecentrum in Monrovia is met 235 bedden het  grootste ooit, maar we plannen nu al een uitbreiding tot 400 bedden. Zelfs dat zal niet volstaan, we hebben minstens 800 tot 1.000 bedden nodig. Kijk, bij een ebola-besmetting is er maar één juiste strategie: vanaf dag één overdimensioneren. Heel veel isolatiebedden voorzien, en afbouwen naarmate de epidemie afneemt. Maar hier gebeurt precies het tegenovergestelde. Terwijl de epidemie als een bosbrand voortraast, wordt de isolatiecapaciteit slechts mondjesmaat uitgebreid. Zelf zitten we als hulporganisatie aan ons plafond. Het Amerikaanse Center for Disease Control en de WHO nemen de labotests voor hun rekening, maar met de patiënten staan we helemaal alleen. Tachtig procent van de bedden in de vijf centra werd door ons geleverd, de rest door de respectieve autoriteiten. We hebben al driehonderd medewerkers gestuurd, mensen van AZG België en AZG Internationaal. We zouden er meer willen sturen, maar onze wervingsreserve is uitgeput. Vandaar de oproep aan de Verenigde Naties. Het is niet de bedoeling om gewapende troepen te sturen, maar heel wat lidstaten hebben de capaciteit in huis om ons bij te springen. Denk aan de civiele bescherming of aan gespecialiseerde legereenheden die al sinds de Koude Oorlog worden getraind in chemische of biologische oorlogsvoering. Medische specialisten zijn er genoeg, we hebben vooral mensen nodig die weten hoe ze een isolatiepak moeten aantrekken en hoe zich in moeilijke omstandigheden te beschermen. Daarnaast moet ook de logistieke en organisatorische capaciteit dringend worden opgekrikt. Transport is een nachtmerrie, en onze grootste vrees is dat de luchthavens helemaal dicht gaan waardoor we geen mensen of materiaal meer kunnen invliegen. Het was nu al een heksentoer om een vlucht naar Monrovia te boeken. Air France en British Airways hebben al hun trafiek naar ebola-landen geschrapt, alleen Air Maroc en SN Brussels vliegen nog. We plegen constant overleg met SN Brussels, een maatschappij met een sterk engagement in Afrika. Onze experts hebben hen uitgelegd hoe te reageren als een passagier tijdens een vlucht ziek wordt, zodat ze de risico’s realistisch kunnen inschatten”.

-  Bij rampen komt er meestal een wedren tussen hulporganisaties op gang. Waarom moet het hier allemaal zo lang duren?

Stokes: “Het is onbegrijpelijk. Van in het begin hebben we aan de alarmbel getrokken. Dit is geen uitbraak zoals de vorige, toen het virus in afgelegen regio’s in Congo opdook. Deze uitbraak deed zich voor in een grensgebied, een kruispunt van handel en verkeer. Er werd niet geluisterd, ook niet door de lokale autoriteiten. Zeker in Guinee werd het probleem aanvankelijk ontkend en daarna geminimaliseerd. Om politieke redenen, de regering in Conakry was vooral bezorgd dat de grenzen zouden sluiten en de buitenlanders uit de mijnindustrie zouden gaan lopen. Maar ook de WHO is erg laat wakker geschoten, de organisatie heeft pas begin augustus de stap gezet om ebola tot een bedreiging voor de internationale volksgezondheid uit te roepen. Beter laat dan nooit natuurlijk, de WHO heeft intussen met onze inbreng een actieplan opgesteld. Het ligt er nu al een kleine maand, maar het is nog altijd wachten op kandidaten om het uit te voeren”.

-  Hoe komt dat toch?

 

Stokes: “Er is zeker geen gebrek aan media-aandacht, ebola spreekt tot de verbeelding. Jammer genoeg om de verkeerde redenen. We zijn geobsedeerd door de risico’s voor onze eigen landen, terwijl die met onze medische infrastructuur verwaarloosbaar zijn. Neem nu de heisa vorige week toen een van onze medewerkers in het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis werd opgenomen. Louter preventief, er was niks aan de hand, maar het heeft ons vele kostbare uren aan crisiscommunicatie gekost. Het gevaar zit echt niet aan onze kant, we moeten ebola in West-Afrika bestrijden”.

-  Misschien moet er in Europa of Amerika een slachtoffer vallen om de hulp op gang te brengen…

Stokes: “Ik vrees voor een averechts effect, het zou er wellicht toe leiden dat men de getroffen landen volledig gaat isoleren. Die stemmen hoor je nu al: afgrendelen en de epidemie zal vanzelf uitdoven. Maar dat is het domste wat men kan doen! Als men de grenzen sluit, gaan mensen clandestien reizen en deint de besmetting zonder enige controle verder uit. Een massale inspanning om de vicieuze besmettingsketen te doorbreken, dat is wat dringend moet gebeuren. Nu al spreken we van een worst case scenario. Een ebola-epidemie in drie landen, voor het eerst in de geschiedenis ook in een grootstad. Maar het kan altijd nog erger. Wat als de epidemie straks naar een megapolis zoals Lagos overslaat? Er was al een geval: een besmette passagier die vanuit Liberia was ingevlogen en ziekenhuispersoneel heeft besmet. Gelukkig is daar alert op gereageerd. Men wist wie patient zero was, en met wie hij in contact was getreden. Toch maken we ons grote zorgen, want ook in het Westen van Nigeria hebben zich al enkele verdachte besmettingen voorgedaan. De uitbraak in Congo vorige maand staat daarentegen los van de epidemie in West-Afrika. Stom toeval”.

- Waarom steekt alleen AZG België de nek uit?

Stokes: “Binnen AZG is België altijd het referentiecentrum voor ebola geweest. Ook bij vorige, kleinere uitbraken hebben we van hieruit teams uitgestuurd, en we hebben permanent twee tot drie dokters rondlopen die zich in het virus specialiseren. Toch ligt daar niet de verklaring. Ik draai al twintig jaar mee in dit wereldje. De conflicten in Rwanda, Oost-Congo en Kosovo hebben de noodhulpcapaciteit naar een piek gevoerd, maar daarna is het bergaf gegaan. NGO’s zijn steeds meer op ontwikkelingshulp gaan focussen, ten koste van hun crisiscapaciteit. Artsen Zonder Grenzen is de enige organisatie die de omgekeerde beweging heeft gemaakt, noodhulp is meer dan ooit onze specialiteit. We hebben onze interne opleiding ebolabestrijding uitzonderlijk voor  andere hulporganisaties open gesteld, in de hoop dat ze zelf in West-Afrika isolatiecentra zouden oprichten. Een aantal externe dokters heeft de opleiding gevolgd, maar ze werden nog niet uitgestuurd. Als het erop aankomt, blijft dat hun organisatie onvoldoende middelen of logistieke knowhow heeft om ginder zelf te ontplooien”.

-  Hoe zwaar is het werken in een ebola-kliniek?

Stokes: “West-Afrika kent maar een klimaat: heet en extreem vochtig. Lastig als je zoals onze mensen vacuüm verpakt zit onder een dubbele laag plastic. Iedere beweging vreet energie, iedere handeling vergt uiterste concentratie. Een simpel prikje geven, dat moet altijd met twee. Eentje hanteert de spuit, een tweede kijkt toe of er niks fout gaat. De kleinste perforatie van het isolatiepak kan al dodelijk zijn. Langer dan een uur, maximaal anderhalf, houdt niemand het vol. Een van onze dokters vertelde me dat ze na iedere sessie tot haar enkels in het zweet staat. We spreken van een no touch missie, wat wil zeggen dat ook buiten dienstverband fysiek contact tussen medewerkers verboden is. Groeten mag, handen schudden is uit den boze. Heel veel tijd gaat op aan het zich aan- en uitkleden, handen wassen en andere hygiënische voorzorgsmaatregelen. Ik ben best trots op ons team. Nog geen enkele besmetting, terwijl we toch al een half jaar bezig zijn en al driehonderd medewerkers hebben uitgestuurd die letterlijk in het hart van de epidemie werken en verblijven. Op de isolatieafdeling liggen de bevestigde besmettingen, patiënten in de laatste fase van de ziekte van wie alle lichaamsvochten krioelen van het virus. Voor die mensen kunnen we helaas weinig doen, behalve wat hydrateren en pijn bestrijden. De hoge mortaliteit maakt het werk ook mentaal erg belastend”.

-  Zijn de mensen niet bang om zieke verwanten naar jullie klinieken te brengen? De kans is immers groot dat ze hen niet meer levend terug zien.

Stokes: “In het begin leefde die angstreflex. Hele dorpen sloegen op de vlucht als onze medewerkers in hun witte pakken verschenen. We hebben een heel team op de been gebracht om te sensibiliseren. Met resultaat, het besef dringt door dat ze hun zieke verwanten toch beter naar onze centra kunnen brengen, omdat de kans groot is dat ze anders zelf besmet raken en sterven. We zijn geen boemannen meer, in Monrovia worden onze medewerkers zelfs als helden beschouwd. We hebben daar een duizendtal lokale medewerkers gerekruteerd. Dat ging verrassend vlot, blijkbaar hebben ze vertrouwen in de bescherming die we bieden. Enkelen zijn toch gestorven, maar het staat zo goed als vast dat ze buiten ons centrum zijn besmet. Na hun werk keren ze immers terug naar hun dorp en hun familie, sowieso een risico in een epidemiezone”.

-  verwacht u heil van ZMapp, het experimentele medicament dat met succes aan enkele gerepatrieerde Amerikanen werd toegediend?

Stokes: “Het is een interessante ontwikkeling, we onderhandelen met de WHO om experimentele medicamenten te mogen gebruiken. Maar middelen zoals Z Mapp gaan de epidemie in West Afrika niet indijken.  Zelfs als ze blijken te werken, blijft er het probleem van de beschikbaarheid. In het beste geval zal het de redding betekenen voor enkele Westerse gezondheidswerkers die met een besmetting worden gerepatrieerd. Ik worstel daar zelf mee. Gedurende mijn hele carrière bij AZG heb ik geijverd om de kwaliteitskloof te dichten, Afrikanen hebben evenveel recht op volwaardige zorg als Westerlingen. Onze lobbycampagne om de prijzen van HIV-remmers te drukken zodat ze beschikbaar worden in ontwikkelingslanden, is daar een illustratie van. Deze epidemie werpt ons terug in de tijd. Als ik de faciliteiten zie die in Europa paraat worden gehouden om een mogelijke Ebola-patiënt te verzorgen, dan bloedt mijn hart. De zorg die we in West-Afrika verstrekken, blijft ver beneden onze eigen standaard”.

-   Ebola is niet de enige gesel van onze tijd, oorlogen en conflicten domineren het nieuws. Syrië, Irak, Gaza, Oekraïne, het valt niet bij te benen. Was de humanitaire nood ooit erger dan vandaag?

Stokes: “De opeenvolging van crises tijdens de voorbije negen maanden is zonder voorgaande. De opsomming is trouwens onvolledig, ik mis Zuid-Soedan en de Centraal Afrikaanse Republiek. Waarom spreekt niemand daar nog over? Het moet een soort disaster attention disorder zijn, de belangstelling voor een crisis wordt verdrongen zodra er een nieuwe crisis uitbreekt. Nochtans is de toestand zowel in Zuid-Soedan als in de CAR absoluut dramatisch. In beide landen zie je een dodelijke cocktail van politieke en etnisch-religieuze tegenstellingen, versneden met grootschalige banditisme. Voor hulpverleners is het een nachtmerrie. In de CAR weet je bijvoorbeeld nooit wie de checkpoints bewaakt, waardoor het erg moeilijk is om de bevolking bij te staan. De moslims zitten intussen helemaal in de tang, ze kunnen geen kant meer uit zonder hun leven te riskeren. Het sectaire geweld in Zuid-Soedan is even gruwelijk, zelfs  ziekenhuizen blijven niet gespaard. Vijf van onze hospitalen werden geplunderd en in brand gestoken, op sommige plekken werden ook patiënten vermoord. Sinds het uitbreken van de Arabische Lente is het een trend: medische hulpverlening wordt steeds vaker een doelwit. We hebben het in Libië, Bahrein en recent nog in Gaza gezien, en in Syrië is het schering en inslag”.

-  AZG heeft zich uit Syrië teruggetrokken, nadat in januari zeven medewerkers werden gegijzeld. In mei werden ze ongedeerd vrijgelaten. Plannen om naar Syrië terug te keren?

Stokes: “We hebben ons nooit helemaal teruggetrokken, onze Syrische medewerkers zijn op post gebleven. Voor buitenlanders blijft het echter te gevaarlijk, nu meer dan ooit. De toestand in Syrië doet me terugdenken aan de eerste Tsjetsjeense oorlog, waar ik mijn debuut als hulpverlener heb gemaakt. Ook daar had je die dubbele laag: een conventionele oorlog met zware artillerie die veel slachtoffers maakt en hele wijken verwoest, en daar bovenop een burgeroorlog met aanslagen, liquidaties en kidnapping”.

- Ervaringen met ISIS, intussen beter bekend als Islamitische Staat?

Stokes:  “Als humanitaire organisatie is onze neutraliteit heilig. Bij een conflict proberen we met alle partijen een dialoog te voeren, de enige manier trouwens om bij de burgerbevolking te geraken. In Syrië hebben we dus ook contacten lopen met ISIS, helaas met weinig resultaat. Je kunt geen hulp bieden in een gebied dat in handen is van een gewapende partij die geen belang hecht aan de gezondheid van de bevolking onder haar controle. Van alle strijdende partijen is ISIS de moeilijkste om een rationeel gesprek mee te voeren, heel anders dan pakweg de Afghaanse Taliban die wel belang hechten aan medische hulp. Erger nog, ISIS viseert uitdrukkelijk buitenlandse hulpverleners. Ik ben een paar keer in Syrië geweest. In rebellengebied, want de regering liet ons niet binnen.  Bij de grens kreeg ik altijd dezelfde raad. ‘Als je wordt opgepakt, zeg dan vooral niet dat je voor een NGO werkt. Zeg liever dat je journalist bent, die laten ze gerust’. Dat is intussen ook al achterhaald”.

 

 

 

 

 

Frank Furedi over Angst in de Westerse maatschappij

verschenen in Knack, 27 augustus 2014)

‘We rollen de loper uit voor terroristen’

 

Westerse landen spreiden het bed voor de terroristen van IS. Angst is het deken waaronder ze zich met onze complimenten koesteren. Gesprek met de Brits-Hongaarse socioloog Frank Furedi over een kanker die de hele maatschappij aanvreet.

Frank Furedi (foto Wikipedia)

Frank Furedi (foto Wikipedia)

 

 

Frank Furedi (67) kan het alleen beamen als we ons in zijn bibliotheek in Faversham-Kent installeren. Een beter moment voor een interview over het fenomeen angst hadden we niet kunnen kiezen. Het beeld van James Foley, geflankeerd door de beul die op het punt staat hem te onthoofden, domineert alle fora. Furedi heeft niet alleen de foto gezien, hij heeft de bijna vijf minuten durende gruwelvideo aandachtig bestudeerd. Wegkijken van onaangename feiten is niet zijn stijl. De Brits-Hongaarse socioloog, professor aan de University of Kent, verwierf wereldwijde faam met ‘Culture of Fear’, een verontrustende diagnose van een ziekte die volgens Furedi de Westerse maatschappij van binnenuit opvreet. Er valt niet naast te kijken: de afschuwelijke beelden van James Foleys dood hebben de angstkoorts naar een nieuwe piek gejaagd.

-       Waarom heeft u die video bekeken?

Furedi: “De impact van die beelden is enorm. Zelfs mijn vrouw was ervan aangedaan, terwijl ze een taaie tante is. Ik heb er onmiddellijk twee stukken over geschreven, eentje op vraag van CNN. Toegegeven, Islamitische Staat heeft hier een briljant stukje angsttheater opgevoerd. Uiteraard waren de beulen niet in die arme fotograaf geïnteresseerd, het was hen uitsluitend om de shock te doen die de beelden in het Westen zouden teweegbrengen. Wat mij daarbij frappeert is de bijna terloopse manier waarop ze de executie voltrekken, heel anders dan de onthoofdingen die eerder in het Midden Oosten plaats vonden en een sterk ritueel karakter hadden”.

-       U klinkt als een kenner van het genre…

Furedi: “Ik heb de laatste tijd inderdaad heel wat veel jihadi-video’s gezien. Iedereen denkt daarbij aan middeleeuwse taferelen in een Midden Oosten-kader. Maar niks is minder waar, het zijn flitsende clips vol referenties aan westerse jongerencultuur zoals rapmuziek en straatjargon. Dat is een invloed die onze inlichtingendiensten onderschatten, ze staren zich blind op de rol van religie en ideologie in de radicalisering. van jongeren. Soms is het echt wel gruwelijk. In een van die video’s zie je een Britse jihadi die een afgesneden hoofd bij de haren optilt. This is just chilling, hoor je hem zeggen”.

      Deprimerende kijkervaring…

Furedi: “Ja, maar ook verhelderend. De haat en vernielzucht zijn haast ondraaglijk, maar tegelijkertijd druipen die filmpjes van het narcisisme. Kijk naar Mij, de held voor vijf minuten. Het zijn een soort selfies, gemaakt in een gruwelcontext. Uiteraard is dat niet de essentie, de filmpjes zijn vooral een buitengewoon efficiënte manier om de eigen achterban te motiveren en tegelijkertijd het moreel te ondergraven van een tegenstander die in wezen veel sterker en beter bewapend is. Minimale inspanning, maximaal resultaat. Ook nu weer, het hele Westen is in een angstkramp geschoten. Waarom, vraag ik me af. Natuurlijk is het onthoofden van een onschuldige man afschuwelijk, maar het vormt geen enkele bedreiging voor onze persoonlijke veiligheid. Het is paradoxaal: door zo angstig te reageren, spelen we in de kaart van de vijand die ons zoveel angst inboezemt. We rollen de rode loper uit voor tegenstanders zoals IS. Die weten perfect dat ieder incident bij ons als een mokerslag aankomt en een tegenreactie uitlokt. Net wat ze willen, en het is perfecte reclame bovendien om rekruten te werven onder geradicaliseerde moslimjongeren”.

-       Kun je het gewone mensen kwalijk nemen dat ze angstig reageren? Als zelfs de Britse premier Cameron na de onthoofding zijn vakantie afbreekt, en publiekelijk verklaart dat teruggekeerde jihadi’s een directe bedreiging voor Britse steden vormen. Diezelfde waarschuwing hebben we trouwens in België ook al vaak gehoord..

Furedi: “Dat is geen toch houding? Een echte leider zou zijn volk oproepen om de rug te rechten. Ja, er is terrorisme in de wereld en het zal niet vanzelf verdwijnen. Laten we er leren mee omgaan en intussen vastberaden de waarden verdedigen waar onze Westerse maatschappij voor staat, vrijheid, tolerantie en democratie”.

-       Hoe dan wel? Door een militaire interventie in Irak?

Furedi: “Dat bedoel ik niet, ik heb me altijd principieel gekant tegen interventies. Kijk naar Irak, kijk naar Libië. Wat heeft het Westen daar bereikt? Niks, onze tussenkomst heeft de malaise alleen maar groter gemaakt. En waarom zitten we nu met een Islamitische Staat opgescheept die ons nota bene met Amerikaanse wapens bestrijdt? Omdat we zo nodig in Syrië een Arabische lente moesten ontketenen, een land waar verschillende minderheden en religies elkaar al eeuwenlang in een delicaat evenwicht houden. Een kind kon voorspellen dat zoiets fout moest lopen. Maar nee, David Cameron wilde vorige zomer zelfs grondtroepen naar Syrië sturen. Gelukkig heeft het parlement hem toen teruggefloten, anders hadden Britse soldaten schouder aan schouder gevochten met dezelfde rebellen die we nu als monsters bestempelen. Mijn afkeer van buitenlandse interventies betekent echter niet dat ik een pacifist ben, er zijn zaken die het waard zijn om voor te vechten. En dat doe je niet zoals het nu gebeurt, met troepen die alle risico’s schuwen. Zo win je geen oorlog”.

- Wij zijn bang voor bodybags, IS niet?

Furedi: “Precies. Deze periode moet uniek zijn in de krijgsgeschiedenis. Nederland en Duitsland hebben hun jarenlange vredesmissie in Afghanistan afgerond zonder bij wijze van spreken een schot te lossen. Ook in het Britse leger geldt force protection, het vermijden van slachtoffers in eigen rangen, als topprioriteit. Aan de wapens of uitrusting ligt het niet, maar soldaten op missie krijgen zoveel regels opgelegd, dat ze in feite sociale werkers zijn. Zover is het dus gekomen: we aanvaarden niet meer dat het risico op sneuvelen bij het leven van een militair hoort. Ook de politie en andere hulpdiensten zijn in dat bedje ziek. Laatst werd hier in de buurt een vrouw gegijzeld. Na anderhalve dag was de politie nog altijd niet klaar met haar risicoanalyse. Uiteindelijk konden de buren het niet meer aanzien. Ze zijn zelf binnen gegaan, hebben de gijzelnemer overmeesterd en de vrouw bevrijd. Ach ja, het zit nog veel ruimer. In Manchester is zo een peuter van twee verdronken. Een voorbijganger had haar in de richting van het water zien lopen. Hij besefte het gevaar, maar durfde niet ingrijpen omdat hij bang was voor een pedofiel te worden aanzien. Dat is wat de angstcultuur met de mens doet: ze fnuikt iedere zin voor initiatief”.

-       ‘Is het geen tijd voor een update van uw boek ‘Cultuur van Angst’? Er is niet alleen het terrorisme van Islamitische Staat of Boko Haram. Het klimaat gaat om zeep, een nieuwe Koude Oorlog staat voor de deur, de economische crisis bedreigt onze welvaart, en nu is er ook nog Ebola uitgebroken…

Furedi: “Gebrek aan tijd, momenteel ben ik met andere thema’s bezig. Maar ik moet toegeven dat het kriebelt en dat ik van al van verschillende kanten aan de mouw werd getrokken. De vorige editie heb ik geschreven vanuit een gevoel van onbehagen. Het waren de eerste jaren van de nieuwe eeuw, en de Westerse mens leek definitief zijn vermogens te verliezen om met onzekerheden om te gaan. Toen is men begonnen met het van a tot z reguleren van de maatschappij, in een krampachtige poging om alle risico’s uit te sluiten. Sindsdien is het alleen maar erger geworden. Doe zelf de test: hoe vaak had je pakweg vijftien jaar geleden het begrip ‘extreem weer’ horen vallen? Dat bestond nog niet. Vandaag spreken we al van extreem weer als er vijf centimeter water valt. Het aantal overstromingswaarschuwingen valt niet meer bij te houden”.

-       Geen wonder. De voorbije winter en lente stond de helft van Zuid-Engeland blank…

Furedi: “Ach, dat viel allemaal best mee, we hebben erger gekend. Beste bewijs: verzekeringsmaatschappijen hebben minder schadevergoeding uitbetaald dan in vorige jaren. Overstromingen horen al drie eeuwen bij het Zuiden van Engeland, dat is nu eenmaal zo. De vraag is hoe je ermee omgaat. Als er twee schapen verdrinken en een paar kelders onderlopen, moet je niet meteen roepen dat het een nationale ramp is. Ik heb me in de watersnood van 1953 verdiept, toen hier meer dan 400 mensen verdronken zijn. Op foto’s die enkele dagen na de ramp werden gemaakt, zie je lachende mensen die de mouwen opstropen om hun huizen en levens herop te bouwen. Mensen toonden nog veerkracht. Een ramp of een moeilijk moment werd als een levenservaring beschouwd, een pagina die je kon omslaan als het leed geleden was. Vergelijk dat met de reactie op de veel minder rampzalige overstroming van de voorbije winter. Er werden therapeuten gestuurd, tientallen hulpverleners die de psychische nood van de geteisterde slachtoffers moesten lenigen. Oh wee, klonk het immers, deze mensen zijn getekend voor het leven. Kijk, het koesteren van het slachtofferschap is een van de aspecten van onze risicoschuwe, door angst geobsedeerde maatschappij. Helden hebben afgedaan, slachtoffers zijn de nieuwe helden geworden”.

-       Hoezo?

Furedi: “Vroeger bouwden mensen hun identiteit op aan de hand van hun verwezenlijkingen, ze waren de stuwende kracht van hun eigen bestaan. Dat is veranderd, de mens in niet langer het subject maar veeleer het object van zijn eigen leven geworden. Niet wat je hebt gedaan, maar wat je hebt ondergaan, bepaalt wie je bent. Iedereen is tegenwoordig slachtoffer, een status overigens die je kunt erven, want je kunt ook slachtoffer zijn van wat je ouders of zelfs grootouders hebben meegemaakt. Ik heb zowel met Holocaust-overlevers als hun nabestaanden gesproken. Vaak waren de kinderen meer getraumatiseerd dan de ouders die de gruwel aan den lijve hadden ervaren. Mijn joodse moeder heeft Buchenwald overleefd, op haar zus na werd haar hele familie door de nazi’s uitgeroeid. Toch heeft ze zich nooit slachtoffer gevoeld. Vergeten deed ze het uiteraard niet, maar de oorlog heeft haar leven niet in een plooi gelegd. Op het einde, toen ze al in de tachtig was, maakte ze zich daar zorgen over. Frank, vroeg ze, ben ik misschien abnormaal omdat ik me geen slachtoffer voel? Mijn moeder was een sterke vrouw. Ze kreeg kanker, en werd geopereerd. Met succes, de kanker was weg en dat was dat,  moeder pikte de draad van haar leven weer op. Vandaag worden kankerpatiënten tot slachtoffers voor het leven gebombardeerd. Zelfs als ze genezen worden verklaard, staat een batterij coaches en therapeuten klaar om te helpen met het verwerken van de ervaring”.

-       U heeft het niet begrepen op coaches en therapeuten. Waarom?

Furedi: “Opvoedingsdeskundigen, relatietherapeuten, sekstherapeuten, voor ieder aspect van je persoonlijke leven is er een expert. In Engeland heb je zelfs life coaches, zelfverklaarde specialisten die de pretentie hebben dat ze je kunnen vertellen hoe je moet leven. Ik mag er niet aan denken. Van een goede vriend wil ik graag raad krijgen, maar niet van een buitenstaander die me helemaal niet kent. Ik vind het een teken van decadentie. De mens wordt niet langer als een wilskrachtig en autonoom individu gezien, maar als een zwakkeling die niet in staat is zich zonder externe hulp staande te houden”.

-       Maar mensen zijn zelf vragende partij voor hulp van therapeuten en coaches…

Furedi: “Wat wil je als je in een maatschappij leeft die gedomineerd wordt door angst en onzekerheid, een wereld waarin we voortdurend tot voorzichtigheid worden aangemaand Daar ligt het paard gebonden: we zijn ons geloof in de maakbaarheid van de toekomst verloren. De mens moet experimenteren, met vallen en opstaan streven naar een betere wereld. Daar ben ik zelf van doordrongen. Het vermogen ons lot in eigen handen te nemen is wat ons tot mensen maakt. Daarom ben ik activist geworden en raakte ik geboeid door revolutionaire ideologieën. En vandaar ook mijn fascinatie voor het fenomeen angst. In de angstcultuur is experimenteren uit den boze, we klampen ons wanhopig vast aan het status quo”.

      Waar zijn we het spoor bijster geraakt? 

Furedi: “In de jaren zeventig van de vorige eeuw.  Alle toekomstmodellen vielen in duigen. Het communisme had gefaald, het kapitalisme deugde niet, de sociale welvaartstaat dreigde onbetaalbaar te worden, en de olie raakte op. Er zijn twee beroemde speeches die het kantelpunt markeren. Jimmy Carter die verklaart dat de mensen het geloof in Amerika hadden verloren, toch wel onthutsend uit de mond van een Amerikaanse president. En dan was er de speech van Alexander Solzjenytsin in Harvard. Jullie Westerlingen zijn lafaards, zei hij, jullie hebben geen ruggengraat meer”.

-       hoe sijpelt dat angstklimaat door in ons persoonlijke leven?

Furedi: “Kinderen worden erdoor geïndoctrineerd, vanaf hun zesde krijgen ze thuis en op school te horen dat ze voorzichtig moeten zijn, en dat ze er vooral niet moeten op uittrekken om zelf de wereld te ontdekken. Achter iedere boom kan immers een pedofiel staan. Mijn zoon gaat volgende jaar naar Londen studeren. Zoals al zijn vrienden heeft hij de voorbije maanden een verkenningsronde langs een half dozijn universiteiten in Engeland, Schotland en Ierland gemaakt. Kun je geloven dat hij de enige was die niet door zijn ouders werd vergezeld? Bijna achttien, en nog altijd aan het handje van mama en papa”.

-       Is kindermisbruik een overschat probleem?

Furedi: “Absoluut, het lijkt wel alsof in iedere man een potentiële pedofiel schuilt. De gevolgen zijn desastreus voor beide generaties. Mannen durven hun verantwoordelijkheden als ouder of volwassene niet meer op te nemen, ze zijn bang om een kind te omarmen als het behoefte heeft aan troost. In Engeland zijn er scholen waar het reglement leerkrachten verbiedt kinderen met zonnecrème in te smeren, want iedere aanraking kan verkeerd worden geïnterpreteerd. Dat is ook nefast voor kinderen die effectief het slachtoffer van misbruik werden. Door zoveel misbaar te maken, pin je hen alweer vast op hun slachtofferrol en worden de gevolgen alleen maar erger”.

-       zijn kinderen als dierbaarste bezit ook onze grootste bron van angst?

Furedi: “Gezondheid is nog erger. Neem nu onze voeding. Het regent aanbevelingen. Eet nietdit, eet niet dat, het hele jargon is paternalistisch. Fast food heette eerst junk food, intussen spreken we al van evil food, kwaadaardig eten. Voedsel is een norm geworden, een manier om goed van kwaad te onderscheiden. Vegetariërs mogen zich superieur aan vleeseters wanen. En dan heb ik het nog niet over epidemiepaniek. Okay, ebola is een risico als je in Afrika naast een ziekenhuis woont, maar de kans op een besmetting in Europa is nihil. Herinner je je de vogelgriep? Het zou een pandemie worden, miljoenen mensenlevens werden bedreigd. Het bleek loos alarm, eens te meer. Ze hebben in Hong Kong de pluimveestapel opgeruimd, en de besmetting in de kiem gesmoord. Eigenlijk was dat een hoopgevend verhaal, een bewijs dat de mens in staat om zo’n potentieel gevaar te bezweren. Maar dat is niet wat we ervan onthouden. Deze keer zijn we eraan ontsnapt, luidde het, maar de volgende keer zal het veel erger zijn. Doemdenken, zo zwengelt men het angstklimaat aan”.

-       is het de fout van de media die alles opblazen?

Furedi: “Nee. De media werken als een megafoon, maar ze kunnen alleen maar versterken wat al bestaat. Angst dus, een gevoel dat zich vroeger rond concrete dreigingen kristalliseerde. Angst is immers een nuttige emotie, een overlevingsreflex. Als ik morgen op straat een losgebroken leeuw tegenkom, zet ik het uiteraard op een lopen. Ik kan ook goed begrijpen dat mensen zich zorgen maken over hun baan of de betaalbaarheid van hun pensioen. Maar de huidige angstcultuur teert vooral op onzichtbare, diffuse gevaren. Hoe vaak hoor je niet spreken van het topje van de ijsberg? Komt er een pedofilieschandaal aan het licht? Het topje van de ijsberg, er zijn vast tien keer meer slachtoffers. Een tropische cycloon, een sneeuwstorm? Een voorsmaakje van wat de klimaatverandering voor de mensheid in petto heeft. Dat hele concept is problematisch. Als je ervan uitgaat dat je slechts het topje van de ijsberg ziet, geef je jezelf een vrijgeleide om bang te zijn voor de veel grotere maar onzichtbare dreiging onder de waterlijn”.

-       U blijft sceptisch over klimaatverandering, dwars tegen de groeiende wetenschappelijke consensus in dat er wel degelijk wat aan de hand is. Waarom?

Furedi: “Het klimaat is altijd al aan veranderingen onderhevig geweest. Nieuw is alleen dat de mens als oorzaak wordt aangewezen. Ik draai lang genoeg mee in academische kringen om te weten hoe een wetenschappelijke consensus tot stand komt. Volgens mij wordt het allemaal vreselijk gedramatiseerd. Ik zie de klimaatheisa als een uiting van misantropie. De mens als bedreiging voor de natuur, dat is ook het uitgangspunt van Greenpeace en andere groene NGO’s die in wezen oerconservatief zijn”.

-       Oerconservatief?

Furedi: “Ze slaan ons om de oren met termen als duurzaamheid en menselijke voetafdruk, concepten die ik verafschuw. Ik was ooit op een congres in Australië over duurzaamheid, de enige spreker die een betoog afstak tegen duurzaamheid. Want wat is dat anders dan een motie van wantrouwen aan het adres van de mens?  Duurzaamheid en vooruitgang gaan niet samen, de mens moet experimenteren en vooruitgang nastreven, en dat gaat niet zonder het produceren van CO2. Edmund Burke was de eerste die het begrip duurzaamheid hanteerde, niet toevallig een van de grondleggers van het Britse conservatisme. Burke en zijn geestgenoten zagen verandering als een bedreiging voor de toekomst, net zoals de huidige milieubeschermers”.