Maandelijks archief: oktober 2014

Aardappelactiviste Barbara Van Dyck over ggo-proces Gent

(Knack, 15 oktober 2014, biografie Barbara Van Dyck scroll naar einde artikel)

‘Activisten veroordelen voor bendevorming is een gevaarlijk precedent’

 Aardappelen rooien kan zware gevolgen hebben. Een jaar geleden werd Barbara Van Dyck met tien andere activisten zwaar veroordeeld voor het vernielen van een ggo-proefveld. Volgende week moet ze voor het Gentse Hof van Beroep verschijnen. De uitkomst is ongewis, maar spijt zal de Leuvense onderzoekster niet betuigen. “Er staat op dit proces veel meer op het spel dan ggo’s”.

foto: Tom Verbruggen

foto: Tom Verbruggen

Op dinsdag 28 oktober buigt het Gentse Hof van Beroep zich over de geruchtmakende ggo-zaak. Elf leden van het Field Liberation Movement moeten zich verantwoorden voor de raid van 29 mei 2011 op een proefveld met genetisch gewijzigde aardappelen in Wetteren. De vooraf aangekondigde en sterk gemediatiseerde actie ontaardde in een kat- en muis-spelletje met de politie. Balans: een dozijn aardappelplanten gesneuveld en een paar tientallen meters heining gesloopt. De correctionele rechtbank van Dendermonde tilde er bijzonder zwaar aan, en veroordeelde de activisten onder meer voor bendevorming. De strafmaat was navenant: voorwaardelijke gevangenisstraffen van drie tot zes maanden, plus een dikke 20.000 euro aan boetes en schadevergoedingen. De burgerlijke partijen, de Universiteit Gent, het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, de Hogeschool Gent en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek die het experiment samen voerden, reageerden tevreden.

De vraag is of het Hof de uitspraak van 24 september 2013 in beroep zal bevestigen. Het vonnis lokte immers felle kritiek uit, onder meer van de Gentse professor media- en mensenrechten Dirk Voorhoof en zijn VUB-collega Serge Gutwirth. In het Rechtskundig Weekblad waarschuwen ze voor een bedenkelijk precedent. Bendevorming staat in het strafwetboek om fenomenen als banditisme en terrorisme aan te pakken. Door die kwalificatie op de FLM-militanten los te laten, kan straks iedere vorm van activisme of burgerprotest als crimineel worden vervolgd. Even kritisch zijn beide rechtsgeleerden voor de wijze waarop het onderzoek en het proces werden gevoerd. De door de verdediging aangeleverde camerabeelden werden afgewezen, expertgetuigen à décharge niet toegelaten. “Dat wordt waarschijnlijk anders op het nieuwe proces”, zegt Barbara Van Dyck. “Er is goede hoop dat we onze beelden mogen tonen en onze getuigen kunnen oproepen. Bovendien is er een nieuw element. In het Franse Colmar heeft het Hof van Beroep 54 activisten vrijgesproken nadat ze in eerste aanleg waren veroordeeld voor het vernielen van een proefveld met genetisch gemanipuleerde wijnranken. Heel relevant, want die zaak is zeer vergelijkbaar met de onze, tot en met het ontbreken van een wettelijke vergunning voor het proefveld”.

Barbara Van Dyck (35) mag zich schrap zetten. Straks in Gent zullen alle camera’s op haar gericht zijn. Van Dyck, een bio-ingenieur die ook heeft doorgeleerd in management en ruimtelijke planning, is ongevraagd het gezicht van het ggo-proces geworden. Ze dankt die status aan een demarche van haar werkgever, de Katholieke Universiteit Leuven waar ze als postdoctoraal onderzoeker aan de vakgroep architectuur, stedenbouw en ruimtelijke planning verbonden was. Van Dyck werd na de aardappelraid op staande voet ontslagen. Het vernielen van andermans wetenschappelijk werk is een zware deontologische fout, zo verdedigde rector Mark Waer een omstreden beslissing die de academische wereld scherp verdeelde. Voor– en tegenstanders sloegen elkaar met verschillende principes om de oren: het recht op vrije meningsuiting versus de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek. Intussen staat Van Dyck opnieuw op de loonlijst van de KUL. Ze werd in december vorig jaar gerehabiliteerd door Rik Torfs, de nieuwe rector die de actie in Wetteren als een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid omschreef.

-       kijkt u uit naar het nieuwe proces?

 Van Dyck: “Het is dubbel. Ik ben blij dat het zover is, want na drieënhalf jaar is het tijd om deze pagina om te slaan. Maar ik voel ook de spanning, want er staat veel op het spel. De veroordeling in Dendermonde was totaal buitenproportioneel. Bendevorming, dat is een stok om criminele organisaties en maffiosi mee te slaan. Het is geen toeval dat verschillende specialisten mensenrechten aan de alarmbel hebben getrokken. Als dit vonnis overeind blijft, wordt het straks onmogelijk om nog te betogen of te staken, laat staan deel te nemen aan een actie van burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar niet alleen het vonnis zit me dwars, ook de manier waarop het tot stand is gekomen. Een dag na onze actie heeft minister-president Peeters in een tv-interview verklaard dat dit voor hem absoluut niet door de beugel kon en dat we voor bendevorming zouden worden vervolgd. Op zich al uiterst bedenkelijk. Is het aan een politicus om zich in een gerechtelijk onderzoek te mengen? Blijkbaar hadden het parket en de rechtbank van Dendermonde de boodschap goed begrepen. In feite is dit pure intimidatie, een boodschap aan het middenveld. Wie daadkrachtig opkomt voor een menig die het establishment niet zint, weet wat hem te wachten staat”.

-       Daadkrachtig is een understatement. Bij de actie in Wetteren waren zo’n 500 FLM-militanten betrokken. Valt het vernielen van andermans eigendom, in casu een wetenschappelijke veldproef, onder de vrijheid van meningsuiting en vereniging?

Van Dyck: “Vernielen is zwaar overdreven. We hebben een twintigtal planten uitgetrokken, de proef is trouwens gewoon voort gezet. En we hebben geen geweld gebruikt, ook al werd dat nadien in de media anders voorgesteld. Natuurlijk werd er getrokken en geduwd. We hadden de actie aangekondigd, de politie was dus massaal aanwezig. Dan krijg je taferelen van activisten die over het hek klimmen terwijl agenten hen proberen tegen te houden. 20.000 euro schadevergoeding voor tien planten en een  hek, ook dat is een aanwijzing dat het vonnis vooral als afschrikking was bedoeld. En hoe ze dat bedrag hebben bepaald. Zelfs de tijd die enkele Gentse professoren aan media-interviews hebben besteed, wordt ons aangerekend. De zwaarste post in de schadeclaim van de burgerlijke partijen is de versterkte bewaking van het proefveld. Dat vind ik schandalig, want naar alle waarschijnlijkheid werd de bewaking integraal door BASF betaald”.

-       BASF is geen burgerlijke partij in het proces. Welke rol speelt het biochemisch bedrijf in dit verhaal?

Van Dyck: “In het proefveld stonden 108 biogenetische aardappelplanten. Vier daarvan waren van BASF, een feit waarover de publieke partners in het consortium rond de Universiteit Gent tegenstrijdige uitspraken hebben gedaan. Er hing al van meet af aan een waas van geheimzinnigheid over de rol van BASF, geen wonder dus dat het bedrijf zich geen burgerlijke partij heeft gesteld. Het consortium stelt de hele proef graag voor als fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, zonder commerciële agenda. Maar wat stonden die BASF-aardappelen daar dan te doen? Dan moet je weten dat BASF al heel ver in de ontwikkelingsketen zit. In 2010 hebben ze zelfs een aanvraag ingediend om de ggo-aardappel Fortuna op de Europese markt te kunnen brengen. Ze hebben daar enkel van afgezien omdat de Europese consument niet op ggo-aardappels zat te wachten. Hoe dan ook, het hele wetenschappelijk opzet van de veldproef in Wetteren is twijfelachtig. In feite die meer met communicatie en lobbying dan met wetenschap te maken”.

-       Hoezo?

Van Dyck: “In Vlaanderen was er niemand bezig met GGO-aardappelonderzoek. De uitgangsaardappelen, het plantgoed waarmee de proef werd opgestart, kwamen niet eens uit Gent, ze werden aan de landbouwuniversiteit van Wageningen ontwikkeld. Het consortium is trouwens zelf bij Wageningen gaan aankloppen. Of ze niks voelden voor een proef in Vlaanderen? Natuurlijk hapte Wageningen toe, het is in Nederland al even moeilijk om ggo’s in open veld te testen als in België. Op de dag dat de eerste plant werd gepoot, verscheen er al een bord langs de E40 in Wetteren. “Hier groeien de aardappelen van de toekomst”. (lacht) Dat bord heeft het niet lang uitgehouden, maar het zegt veel over het publicitaire opzet. De proef moest er vooral komen om het ggo-debat aan te zwengelen, in de hoop de strenge wetgeving op termijn te versoepelen. In de Europese Unie geldt een algemeen verbod, voor iedere proef moet een uitzondering worden aangevraagd, wat in de ene lidstaat al vlotter gaat dan in de andere. De patat, symbool van de vaderlandse keuken, was de ideale hefboom om de geesten in beweging te brengen. De tijdsgeest leek mee te zitten, want vergeet niet dat de vorige Vlaamse regering biotech tot economische speerpuntsector heeft uitgeroepen.  Het aanzwengelen van het debat is wonderwel geslaagd, maar wellicht niet op de manier die ze hadden gewenst”.

-       Heel wat academici zien de zaak totaal anders. Tijdens de aardappelraid in Wetteren was er trouwens een tegenbetoging van Save our Science. De initiatiefnemers waren zelf betrokken bij de ggo-proef, maar ze kregen ook steun van wetenschappers die opkomen voor de vrijheid van onderzoek. Begrijp u hun woede over wat in hun ogen neerkwam op het saboteren van een wetenschappelijk experiment?

Van Dyck: “Jazeker. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van de mensen die zo’n experiment opzetten. Toch blijf ik onze actie legitiem vinden. De vraag is: hoe kun je als actiegroep je stem in de samenleving verheffen? En belangrijker nog: hoe zorg je ervoor dat die stem ook wordt gehoord? Soms volstaat het een betoging te organiseren of een petitie te laten circuleren. Maar wat als je vaststelt dat je hardnekkig wordt gemarginaliseerd? Onze actie in Wetteren kwam niet uit de lucht vallen. Verschillende organisaties voeren al heel lang campagne om op de gevaren van ggo’s te wijzen. Men is dat vergeten, maar ook tien à vijftien jaar geleden werden in Vlaanderen al proefvelden aangelegd. Door privé-bedrijven, maar ze zijn er snel mee gestopt, onder meer omdat ook toen al verschillende velden werden vernield. Nu pakken ze het helemaal anders aan. Privé-bedrijven verschuilen zich achter de rug van universiteiten of hogescholen zodat ze hun proeven onder het mom van wetenschappelijk onderzoek kunnen verrichten. Het belang is uiteraard wederzijds, bedrijven zoals BASF zijn niet toevallig belangrijke sponsors van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. Nog voor de start was er massaal protest tegen het experiment in Wetteren. We hebben meer dan 1.800 bezwaarschriften verzameld, allemaal tevergeefs. In België leveren de federale ministers van volksgezondheid en van leefmilieu de vergunning af, op advies van de bioveiligheidsraad waarin wetenschappers en ambtenaren zitten. Hun meningen waren verdeeld, drie experts waren tegen de proef. Omdat de gebruikte aardappelen niet voldoende waren getest op allergische, toxische of andere schadelijke effecten, maar ook vanwege de gebrekkige transparantie in het dossier. Vooral de BASF-planten waren een groot mysterie, de adviescommissie mocht zelfs niet weten over welke soort het precies ging. Toch heeft de minister de vergunning afgeleverd, zonder motivatie of verwijzing naar het voorbehoud van sommige leden van de bioveligheidsraad. Dat was een zware vormfout, reden waarom Greenpeace naar de Gentse rechtbank is getrokken.  Met succes, de vergunning werd illegaal verklaard maar de rechter vond het niet nodig te proef te doen stopzetten. Nogmaals: wat doe je als je vaststelt dat al het protest en alle bezwaren van tafel worden geveegd? Zo bekeken vind ik de actie in Wetteren perfect legitiem”.

-       Vijf dagen na de aardappelraid werd u door KUL ontslagen en belandde u in het oog van een mediastorm. Leerrijke ervaring?

Van Dyck: “Dat was niet prettig. Ik kreeg veel steun, maar ook beledigingen en haatmails. Meestal anoniem, maar ook niet altijd. Uiteraard raakt me dat, maar ik kan de kritiek wel kaderen. Als wetenschapper weet ik hoe de academische wereld in elkaar zit en begrijp ik de verontwaardiging van sommige collega’s. Het was vooral de publieke aandacht die ik heel erg moeilijk vond, zonder het te vragen was ik een symboolfiguur geworden, het gezicht van de ggo-campagne. Dat had ook positieve gevolgen. Ik werd met andere experts voor debatten gevraagd, en mocht lezingen geven voor middelbare scholieren en verenigingen. Zo bekeken is de actie in Wetteren een succes. We zijn erin geslaagd verschillende kwesties op de agenda te zetten. Zin of onzin van ggo’s in de eerste plaats maar ook de vraag of burgers in dit land nog actie mogen voeren. Tegelijk hebben we de discussie aangezwengeld over de rol van de universiteit. Mogen wetenschappers zich voor de kar van de industrie laten spannen? Moet wetenschappelijk onderzoek noodzakelijkerwijs een economische return genereren? Wij vinden van niet, de universiteit moet een vrijhaven zijn voor kritische en onafhankelijke geesten”.

-       De houding van de KUL is opmerkelijk. U werd ontslagen door rector Mark Waer maar opgevist door zijn opvolger Rik Torfs. Hoe kijkt u daarop terug?

Van Dyck: “Met blijvende verwondering. Drie dagen na de actie werd ik voor een informeel gesprek bij de rector ontboden. ‘U zult intussen wel afgekoeld zijn’, zei hij. ‘Vindt u het vernielen van andermans wetenschappelijk werk nog altijd een goed idee?’. Ik weet nog altijd niet zeker wat de bedoeling van dat gesprek was. Hoopte hij dat ik me zou verontschuldigen of publiek distantiëren van de actie? Dat vond ik een gekke vraag, tenslotte stond ik daar in Wetteren niet als KUL-medewerker maar als een burger die opkomt voor zijn mening. Twee dagen na dat gesprek was mijn ontslag een feit. Zonder boe of bah, ik heb het zelf uit de media moeten vernemen. Ik viel zonder inkomen, want na een gedwongen ontslag heb je geen recht op een uitkering. Die kreeg ik pas toen ik een procedure voor de arbeidsrechtbank had aangespannen. Voorwaardelijk, tot de uitspraak geniet je het voordeel van de twijfel. Voor alle duidelijkheid: de kosten voor advocaten of eventuele schadevergoedingen worden collectief gedragen, dat geldt trouwens voor alle elf beklaagden”.

-       U heeft de zaak voor de arbeidsrechtbank intussen stop gezet.

Van Dyck: “Dat was een voorwaarde om opnieuw aan de slag te gaan. In feite heeft Rik Torfs gewoon zijn verkiezingsbelofte gehouden. Tijdens de campagne had hij zich al afgezet tegen de manier waarop het rectoraat mijn zaak had afgehandeld. Hij stond daarmee niet alleen, binnen de KUL leefde veel onvrede over mijn ontslag. Voor Torfs was het sowieso een vervelende erfenis, een procedure tegen een ontslagmaatregel van zijn voorganger. Toch geloof ik niet dat hij louter door pragmatisme werd gedreven. Torfs heeft een andere visie op de universiteit, hij hecht meer dan zijn voorgangers belang aan de maatschappelijke rol van wetenschappers”.

-       Wat is er mis met ggo-onderzoek? De in Wetteren geteste knollen zijn resistent tegen phytophtora, de gevreesde aardappelziekte die hele oogsten om zeep helpt en die in de 19de eeuw verantwoordelijk was voor de Grote Hongersnood in Ierland.

Van Dyck: “Nu komen we bij de kern, zin of onzin van ggo’s. Kijk, ik heb niks tegen onderzoek naar de technologie. Op voorwaarde weliswaar dat bij de ontwikkeling consequent het voorzorgsprincipe wordt gerespecteerd. Daar heb je meteen al een probleem. De open veldproeven zijn in dit stadium onverantwoord, want we weten nog veel te weinig over de eigenschappen van die aardappelen. Het gaat dan niet alleen om de genetische karakteristieken, een plant is een complex organisme dat bovendien reageert op andere, even complexe organismen in de bodem. In feite moet er nog veel meer voorbereidend onderzoek in het lab gebeuren, maar onder meer vanwege de kostprijs neemt men de vlucht voorwaarts en initieert men een veldproef. Wie vragen stelt bij de risico’s, wordt de mond gesnoerd. Het is veilig omdat wij zeggen dat het veilig is. Die arrogantie leeft bij vele wetenschappers. Daar moeten we dringend van af, wetenschappers moeten aanvaarden dat mondige burgers kritische vragen stellen bij hun werk. En beta-wetenschappers moeten daarbij beseffen dat de wereld groter is dan hun laboratorium. De ggo-kwestie is niet alleen de zaak van biowetenschappers, de inbreng van filosofen, sociologen en economen is even belangrijk”.

-       Intussen gaan Amerika en Azië vrolijk verder met hun ggo-onderzoek en raakt Europa hopeloos achterop. In de Verenigde Staten wordt overigens al twintig jaar gensoja en genmaïs geconsumeerd. Zonder problemen voor de volksgezondheid…

Van Dyck: “Geen problemen? De vraag is op welke studie men zich baseert om die uitspraak te doen. Over de gevolgen van ggo’s voor de volksgezondheid bestaat vandaag nog geen wetenschappelijke consensus. Zo goed gaat het trouwens niet met de Amerikaanse volksgezondheid. Je kunt de problemen uiteraard niet rechtstreeks koppelen aan ggo’s, maar wel aan het landbouwmodel waar ze deel van uitmaken. De obesitas-epidemie is bijvoorbeeld een rechtstreeks gevolg van de eetcultuur die op haar beurt nauw samenhangt met sociale ongelijkheid, maar ook met de monopolies van enkele bedrijven in de productie en distributie van voedsel. Overigens, er zijn wel degelijk problemen met herbicideresistente soja en maïs, de twee voornaamste ggo-teelten in de VS en de rest van de wereld. Ook onkruid begint resistent te worden tegen producten als roundup, waardoor Monsanto en consorten zich verplicht zien steeds nieuwe onkruidverdelgers te bedenken. En wat de kloof met Europa betreft: ik begrijp dat het steekt. Vooral in Vlaanderen dat met professor Van Montagu en wijlen professor Schell twee absolute biotech-pioniers in huis heeft, twee onvermoeibare lobbyisten ook die mee aan de wieg van het VIB stonden. Er staan grote belangen op het spel. Het VIB is tot een cluster uitgegroeid, goed voor 1.200 hooggespecialiseerde banen. Het is een interuniversitair centrum, maar met een commerciële logica. Onderzoek moet opleveren, return on investment is heilig. Er wordt nauw samengewerkt met de industrie, de Vlaamse regering eist trouwens dat tegenover iedere geïnvesteerde euro belastinggeld een euro privé-kapitaal staat.  Uit het VIB is een hele reeks spin-offs geboren. Zodra zo’n spin-off wat succes kent, wordt het door een multinational opgekocht. Devgen door Syngenta, CropDesing door BASF, en zo is de cirkel rond”.

-       Zo werkt nu eenmaal onze markteconomie, en zo werkt ook technologische innovatie.

Van Dyck: “Klopt, maar ons punt is precies dat je de voedselproductie niet zomaar aan de wetten van de vrije markt kunt overlaten. Voedsel is meer dan koopwaar, de beschikbaarheid van veilig voedsel is een basisrecht. Daar zit ook ons probleem met ggo’s. De discussie gaat niet over technologie op zich, maar over de manier waarop we voedsel produceren en onze landbouw en bij uitbreiding de hele maatschappij organiseren. Lees de rapporten van de FAO, of luister naar de Belgische expert Olivier De Schutter die voor de Verenigde Naties de wereldwijde voedselveiligheid in kaart bracht. De agro-industrie is niet in staat de wereld te voeden, ze veroorzaakt bovendien enorme milieuproblemen en steunt volledig op fossiele brandstoffen. In plaats van energie te stoppen in ggo-onderzoek, moeten we dringend het roer omgooien. Transitie in de landbouw: we moeten ons voedsel zoveel mogelijk lokaal produceren, en inzetten op biodiversiteit. Onze actie in Wetteren was in feite een aardappelruiloperatie, we waren van plan ggo-planten te vervangen door varianten met een natuurlijke resistentie tegen aardappelschimmel. Ggo’s zijn ongewenst en overbodig, was de boodschap die we wilden brengen”.

-       Als dochter van een voormalig Agalev-kamerlid komt u uit een politiek nest. Nooit in de verleiding gestaan de ongevraagde maar reële mediabekendheid politiek te verzilveren?

Van Dyck: “Er zijn andere manieren om zich maatschappelijk te engageren. Actiecomités, burgerparticipatie, dat is waar ik in geloof. Maar het klopt wel dat ik mijn engagement met de paplepel heb meegekregen. Mijn ouders gingen heel bewust om met voedsel. We woonden op het platteland, ik was kind aan huis bij de boeren in het dorp. Van op de eerste rij kon ik zien hoe de agro-industrie steeds verder oprukte. Op de duur ga je vragen stellen. Is het normaal dat een zakdoekgroot land als België zich ontpopt tot ’s werelds grootste exporteur van diepvriesaardappelen? Idem voor de export van varkensvlees. Is het een goede zaak dat ze in Brazilië bossen kappen om ggo-soja te verbouwen waarmee al die Vlaamse varkens worden gevoed? Ik sta niet alleen met mijn kritische bedenkingen, dat blijkt trouwens uit het verzet tegen ggo’s. Niet alleen in België worden proefvelden vernield, ook in Italië, Frankrijk en Nederland. Overal kan het verzet op veel sympathie rekenen. Dat kan maar een ding betekenen: heel veel Europeanen willen geen ggo’s”.

 

foto: Tom Verbruggen

foto: Tom Verbruggen

Barbara Van Dijck

- 1979, groeit op in Malle. Moeder Leen Laenens was tijdlang kamerlid Agalev

- 2002: studeert in Gent af als bio-ingenieur met specialisatie bos en natuurbeheer

- 2003: Master management Rotterdam, studeert nadien nog ruimtelijke planning in Newcastle

- 2010: postdoctoraal onderzoeker KU Leuven

- 2011: op staande voet ontslagen door rector Mark Waer vanwege deelname aan actie Field Liberation Movement

- 2013: opnieuw werkzaam aan KUL na rehabilitatie door rector Rik Torfs

 

 

Juristenpraat: Koen Geens neemt oud-leerlingen Bert Kruismans & Wim De Vilder herexamen af

(Knack, 8 oktober 2014, studentenspecial Leuven) 

‘Recht is eigenlijk politiek, in de edele betekenis van het woord’ (Koen Geens)

Het was lachen tijdens de fotosessie. Zegt komiek Bert Kruismans tegen televisieanker Wim De Vilder: “We schurken ons letterlijk aan tegen de macht”. Die machtsfactor heet Koen Geens, landswijd bekend als de immer welbespraakte minister van financiën. In hun studentenjaren leerden Kruismans en De Vilder hem als de even welbespraakte professor vennootschapsrecht kennen. Gesprek met drie volbloed juristen over de universiteit vroeger en nu.

foto: Lies Willaert

foto: Lies Willaert

 

De deuren zwaaien open, de lege aula 01.54 ligt aan onze voeten. Bert Kruismans en Wim De Vilder zeggen het haast tweestemming. Lang geleden dat ze hier nog zijn geweest, in College De Valk aan de Tiensestraat. Ze moeten elkaar op de trappen gekruist hebben, wellicht zonder blijk van herkenning. Bert Kruismans (48) zwaaide in 1989 af als licentiaat in de rechten, Wim De Vilder (45) volgde twee jaar later. “Mijn kandidaturen heb ik aan de KUB in Brussel gedaan’”, zegt Kruismans. “In Leuven was alles veel groter, we begonnen met een stuk of 500 aan de eerste licentie. Veel te veel voor deze aula, sommige studenten brachten hun eigen stoel mee naar de les.  Ik heb hier in oktober verschillende studenten zien flauwvallen van de warmte, de kranten spraken er schande van. Nadien zijn we uitgezwermd over verschillende gebouwen in de stad”.  De ene verzonken anekdote kust de andere tot leven. Capaciteitsgebrek in de aula’s? “Bij ons was het zo erg dat we voor sommige vakken naar een grote cinemazaal trokken”, zegt De Vilder. “De Superclub op de Bondgenotenlaan, die bestaat al lang niet meer. Het was er nogal donker, en de pluchen zetels waren net iets te comfortabel. Vooral op vrijdagochtend zag je de ene na de andere student in slaap vallen”.

En ineens staat Koen Geens vooraan op het podium. Leer hem de binnenwegen van de rechtsfaculteit kennen. De ontslagnemende minister van financiën doceert hier al dertig jaar. Financieel recht en deontologie zijn optionele colleges in de masteropleiding, maar vennootschapsrecht is sinds jaar en dag een plichtvak. Het moeten er vele duizenden zijn, de aspirant-juristen die zoals Bert Kruismans en Wim De Vilder langs professor Geens zijn gepasseerd. “Zonder iemand te willen vleien”, zegt De Vilder als we in het bescheiden kantoor van de professor plaatsnemen. “Maar u was een van de betere docenten, wat niet kon gezegd worden van alle politici die hier lesgaven”.

-       Welke andere politici hebben jullie als professor meegemaakt?

Kruismans: “Zo talrijk waren ze nu ook weer niet. Toen ik hier studeerde heeft Roger Blanpain een korte uitstap naar de politiek gemaakt, hij was geloof ik senator voor de Volksunie. Een uitstekende docent arbeidsrecht, ik denk niet dat Wim het over hem had”.

De Vilder: “Nee, ik dacht eerder aan Hugo Vandenberghe, in mijn tijd senator voor de CVP.  Het kan ook aan mij liggen. Vandenberghe doceerde zakenrecht, een materie die me slechts matig kon boeien. Peentjes heb ik gezweet op zijn vuistdikke cursus”.

Geens:  (verontwaardigd) “Hugo Vandenberghe? Die ken ik toch vooral als een bekwame collega en een uitstekend politicus bovendien”.

Kruismans: “Ach ja, Vandenberghe en zijn zakenrecht. Als ik daaraan terugdenk, zie ik in gedachten altijd duiventillen en konijnenkoten verschijnen. Ik geloof dat het artikel 564 van het burgerlijk wetboek is, maar check het toch voor alle zekerheid. Het komt hier op neer: (declameert) Duiven, konijnen of vissen die van hun til, hok of vijver naar een andere til, hok of vijver overlopen, vliegen of zwemmen, vallen onder het eigendomsrecht van de eigenaar van die nieuwe til, hok of vijver. Mits _ en nu komt het  _ ze niet door list of bedrog werden binnengelokt. Dat is toch humor van de bovenste plank? Sluit je ogen en probeer je dat concreet voor te stellen. Vandenberghe heeft me ook de thuja occidentalis leren kennen, een plant die destijds voor heel wat betwistingen omtrent overhangende takken zorgde. Zakenrecht saai? Razend interessant was het, je kon er zelfs je botanische kennis mee verdiepen”.

-       Professor, de voorbije twee jaar hield u een zware ministerpost warm. Hoe valt zoiets met een universitaire lesopdracht te combineren?

 Geens: “Ik heb geen volledige opdracht meer. De keuzevakken geef ik zelf, maar het plichtvak vennootschapsrecht deel ik met collega Wyckaert die samen met de assistenten ook de seminaries, thesissen en werkcolleges voor haar rekening neemt. In de praktijk doceer ik vier uur per week, dat zijn twee halve voormiddagen. Het is een kwestie van goed plannen. Ik ben nu, tussen de regeringsonderhandelingen door, twee artikels tegelijkertijd aan het schrijven voor het nieuwe academiejaar”.

Kruismans: “Ik vond het altijd verfrissend om les te krijgen van proffen die er een carrière buiten de universiteit op nahielden. Ze konden als geen ander een brug slaan tussen de academische wereld en de echte wereld”.

Geens: “Die proffen zijn doorgaans erg gemotiveerd. Zelf doe ik het nog altijd doodgraag, doceren is wel het laatste dat ik zou willen opgeven. Ik hoop er nog vijftien jaar bij te doen. Als het mag, zie ik me wel doorgaan tot mijn zeventigste. Of wie weet, misschien is de pensioenleeftijd voor professoren tegen dan opnieuw tot 70 opgetrokken

De Vilder: “Vennootschapsrecht was niet helemaal mijn ding, ik was vooral in publiek recht geïnteresseerd, grondwettelijk en Europees recht of strafrecht. Toch ging ik niet met tegenzin naar uw les. Ik had trouwens weinig keuze, want u gebruikte een dunne syllabus. Ik heb het me altijd afgevraagd: deed u dat met opzet om studenten te verplichten naar de les te gaan?”.

Geens: “Kijk, er zijn twee manieren om te studeren, synthetisch of analytisch. Met dikke cursussen verplicht je studenten tot condenseren en memoriseren. Een dunne cursus werkt alleen als je er het wetboek naast legt. Dat vind ik veel interessanter, op die manier verwerven studenten een veel diepere kennis. Ik had zelf een hekel aan het blokken van dikke turven, laat staan aan de mondelingen examens die eruit werden gepuurd. Schorsingsrecht, zei de prof, en dan werd je verondersteld het hele telefoonboek af te rammelen”.

-       Voor professor Geens spreekt het antwoord vanzelf, maar wat hebben jullie in professioneel opzicht aan een diploma rechten gehad?

De Vilder: “Ik ben na Leuven in Gent communicatiewetenschappen gaan studeren. Zo ben ik dus in de journalistiek gerold, maar dat betekent niet dat mijn rechtenstudie tijdverlies was. Vooral mijn kennis van staatsrecht, strafrecht en internationaal recht komt me als journalist goed van pas. Zoals de economisten op de redactie sneller sociaaleconomische onderwerpen oppikken, zo ben ik nog altijd beter thuis in juridische materies”.

Kruismans: “Ik heb nooit als jurist gewerkt, maar ik ben het altijd gebleven. Je leert hier denken met een juridisch brein en naar de wereld kijken door een juridische bril. Ook als humorist. Na na een show of column hoor ik vaak dezelfde commentaar. ‘Meneer Kruismans, het is wel om te lachen, maar het klopt allemaal wat u vertelt’. Dat is ook zo, ik vertrek altijd vanuit feiten. Dat is de grondlaag, de humor komt er bovenop. Dat respect voor feiten en voor logisch redeneren, dat is de jurist in mij ”.

Geens: (instemmend) “Ik begrijp heel goed wat Bert bedoelt. Het heeft ook met taal te maken. Als jurist leer je daar zorgvuldig mee om te springen, een tekst mag zichzelf nooit tegenspreken”.

De Vilder: “Deze opleiding kruipt inderdaad onder je huid, het heeft een hele tijd geduurd vooraleer ik er los van kwam. Ik werkte nog niet lang op de nieuwsredactie, toen het  beroemde spaghetti-arrest in zaak Dutroux viel. Je weet wel, de Raad van State had beslist onderzoeksrechter Connerrotte van de zaak te halen omdat hij een bord pasta had gegeten op een benefiet voor de slachtoffers. Ik was op de redactie zowat de enige die het arrest verdedigde, met verhitte discussies als gevolg. Dat neutraliteit voor een onderzoeksrechter heilig is, betoogde ik, en dat Connerotte die neutraliteit had kwijtgespeeld. Tevergeefs, de meeste collega’s deelden de verontwaardiging van de publieke opinie. Intussen kan ik die juridische reflex al beter intomen”.

Kruismans: “Ik  schrijf columns voor de Juristenkrant en het vakblad van de notarissen. Mijn stijl steekt wel wat af bij de andere bijdragen, het moet tenslotte humoristisch blijven. Maar het jargon heb ik in de vingers, daarmee val ik helemaal niet uit de toon. Een paar jaar geleden heb ik trouwens een boek geschreven over notarissen. Tientallen heb ik er geïnterviewd, en overal werd ik ontvangen als one of the boys. Het verwondert me niet. Als ik in een nieuw gezelschap kom, haal ik er de juristen zo uit.”

 -       Ergeren jullie zich soms aan het gebrek aan juridische kennis in de media?

Kruismans: “Dacht je dat het met economische kennis beter gesteld is?  Vraag de gemiddelde journalist wat BTW precies is of hoe een jaarrekening wordt gelezen, en er zal een pijnlijke stilte vallen. Maar het zou inderdaad geen slecht idee zijn: wat meer juristen op de redacties en wat minder in de politiek”.

Geens: “Helemaal eens met Bert”.

-       Inderdaad, het krioelt in parlementen en op kabinetten van de juristen. Wat maakt deze opleiding tot een ideale springplank voor de politiek?

Geens: “Mijn antwoord zal sommigen shockeren: omdat recht eigenlijk politiek is, in de edele betekenis van het woord, beleid dus. Neem nu dat bekende spaghetti-arrest. Iedereen reageerde verbolgen, naar verluidt ook de juristen binnen de regering Dehaene. Die wisten natuurlijk ook dat de raadsheren van Cassatie perfect de tegenovergestelde beslissing hadden kunnen nemen, met een even briljant en logisch onderbouwd arrest. Zo is het toch? Ik heb het professor Walter Van Gerven, een van de grootste juristen die ik ken, vaak horen zeggen. Hoe intelligent en uitvoerig een beslissing ook gemotiveerd is, het volstaat dat je hier en daar een negatie schrapt of in een dubbel negatie verandert, om met dezelfde tekst het omgekeerde resultaat te bekomen”.

De Vilder (verbaasd): “Daarmee zegt u dat recht subjectief is”.

Geens: “Maar natuurlijk. Er zijn universiteiten waar ze recht definiëren als een set van onwrikbare regels waaruit met ijzeren logica onvermijdelijke resultaten kunnen worden afgeleid. Hier, in de Leuvense school, huldigen we de visie dat recht in wezen een beleidsinstrument is dat ons naar een maatschappelijk aanvaardbare oplossing duwt. Er bestaat geen unieke waarheid. In de Amerikaanse Supreme Court stemmen de 9 rechters met 7 tegen 2 over de verhouding tussen abortus en de grondwet. In recht is het nooit helemaal rechts of helemaal links”.

Kruismans: (grinnikend): “Dat noemen ze ook enerzijds-anderzijds. Recht is politiek, ik kan daar wel inkomen. Neem nu onze communautaire akkefietjes. Het is blijkbaar van doorslaggevend  belang of een conflict voor de Franstalige dan wel de Nederlandstalige kamer van de Raad van State wordt gebracht. Merkwaardig toch, want ze moeten allebei dezelfde feiten aan dezelfde wetten toetsen”.

-       Laten we het even hebben over studenten en politiek, tenslotte draagt u zowel de pet van professor als van minister. Worden er in de colleges vennootschapsrecht of financieel recht geen politieke vragen gesteld? We willen het dossier niet aansnijden, maar Arco lijkt ons boeiende leerstof…

Geens: “Nee. Ik maak uiteraard in de eerste les meteen duidelijk dat ik vanwege mijn als politieke functie een zekere terughoudendheid aan de dag moet leggen. En ik moet zeggen, mijn studenten hebben daar respect voor. Slechts een keer is er iets op Twitter verschenen. De studenten zaten hier tevergeefs te wachten, terwijl ik nog in Athene verbleef. Een misverstand, ze waren mijn afwezigheid vergeten te communiceren. Daarover heeft een student dus een tweet verstuurd. Niet dat ik zo bang of voorzichtig ben. In de cursus deontologie komt de actualiteit wel aan bod, maar altijd bekeken vanuit een  juridische optiek”.

Kruismans: “Dat deed u vroeger ook al. Ik had het geluk vennootschapsrecht te mogen volgen tijdens de overnamestrijd om de Generale Maatschappij. De komst van Carlo de Benedetti, het offensief van André Leysen, het was beter dan een soap. In de les kregen we iedere week een juridische vertaling van wat we via de media vernamen”.

Geens: “Dat was ook een ongemeen boeiende periode. Ik ben daar als een liberaal denkend jurist ingegaan en op het einde van de rit als een overtuigd verankeraar uitgekomen. Vennootschappen moeten vlot van eigenaar kunnen wisselen, was aanvankelijk mijn overtuiging.  Maar gaandeweg begon ik in te zien dat zo’n openbare bieding een soort oorlog is, zonder bloedvergieten, maar daarom niet minder brutaal. Uiteindelijk werd de Generale door een holding overgenomen die maar half zo groot was. Het resultaat was er naar voor ons land, Suez heeft bijna het hele industriële imperium van de Generale ontmanteld”.

-       Na dertig jaar kunt u generaties vergelijken. Verschillen de huidige studenten van de lichtingen Kruismans en De Vilder?

Geens: “Uiteraard zijn ze anders, ze leven ook in een totaal andere maatschappij. Hoe ze omspringen met beeldschermen en smartphones, daar kan ik met bewondering naar kijken. Blokken is heel anders dan in mijn tijd. Ik sloot me op in mijn kamer, de enige plek waar ik me kon concentreren. Tegenwoordig troepen studenten samen om te blokken, in gebouwen die de universiteit speciaal daarvoor ter beschikking stelt. Die groepsdruk hebben ze nodig om aan de verleidingen van computer en internet te weerstaan. Het zijn kinderen van hun tijd, net zoals wij dat ook waren. Ik kan er goed mee over de baan. Ze zijn geïnteresseerd, en niet alleen vanwege de studiepunten. Ze benaderen hun studies als consumenten, dat is misschien de beste manier om deze generatie te typeren. Dat maakt hen veeleisend. De syllabus moet goed zijn, de lessen moeten heel stipt beginnen (lacht), en hun slides willen ze up to date. Proffen worden op al die criteria door studenten geëvalueerd. Daar wordt niet mee gelachen, dat weet ik als gewezen voorzitter van de onderwijscommissie. Studenten brossen ook veel minder dan vroeger. We hebben ervoor betaald, redeneren ze, dus gaan we naar de les. Allemaal heel normaal, onze hele maatschappij is tenslotte van het consumentisme doordrongen”.

De Vilder: “Studenten die proffen evalueren, dat was in onze tijd ondenkbaar. Professoren waren ongenaakbaar, als goden op de berg Olympus. Heel af en toe, als je eerst al je moed had samengeraapt, durfde je na de les een prof aan te klampen om een vraag te stellen. Ik kan me inbeelden dat de slinger intussen naar het andere uiterste doorslaat, zeker nu docenten permanent online bereikbaar zijn. Hoe zit het nog met het gevoel voor etiquette van de studenten? Krijgt u vele berichten met ‘Beste Koen’ in uw mailbox?”

Geens: (lacht) “’Beste Komma’, zo steken ze van wal. Ik krijg inderdaad heel veel mails van studenten. Die worden ook allemaal beantwoord. Door mezelf als het kan, anders door onze assistenten. Gisteren nog kreeg ik een mail van een studente die vond dat ik haar te weinig punten had gegeven, waardoor ze een onderscheiding had gemist. Aanvechten van examenresultaten, dat komt nu veel vaker voor dan vroeger. Alweer die consumentenreflex. Soms zijn het de ouders die een procedure starten. Het strafste dat ik heb meegemaakt: ouders die op de faculteit verhaal kwamen halen omdat hun kind in de tweede master was gestruikeld. Ze maakten zich erg boos, totdat de aap uit de mouw kwam. Bleek dat hun spruit wel geslaagd was voor alle vakken van de masteropleiding, maar nooit de bachelor had volgemaakt. Kindlief had daar thuis niks over verteld, ook weer iets van deze tijd. Vroeger hingen de punten ad valvas, zichtbaar voor iedereen, maar tegenwoordig verloopt alle communicatie online”.

-       Klopt het cliché dat studenten minder geëngageerd dan vroeger?

Geens: “Nee, dat is te gemakkelijk. Ze zijn betrokken, maar op een eigentijdse manier. Het is allemaal minder spectaculair, maar dat geldt niet alleen voor studenten. Massabetogingen van boze boeren of staalarbeiders die in Brussel alles kort en klein slaan, dat is ook al lang voltooid verleden tijd”.

Kruismans: “Er is toch veel veranderd. Neem nu het protest tegen de geplande verhoging van het inschrijvingsgeld. Dat stelt niks voor vergeleken met onze tijd. Ik heb zelf meegelopen in de betogingen van oktober en november 1986 tegen het Sint-Annaplan van Verhofstadt. Daar kan ik echte oudstrijdersverhalen over vertellen. Hoe we de rijkswacht uitdaagden, en hoe we gebouwen en pleinen bezet hielden. Jonge mensen werpen me dan zo’n vreemde blik, alsof ik recht uit de 19de eeuw kom. Rijkswachters die chargeren met de wapenstok? Leuven dat geel ziet van het traangas? Ze kunnen er zich niks bij voorstellen. Natuurlijk, er zijn tegenwoordig andere manieren om engagement te tonen. Nu richten ze een Facebook-groep op, wij waren verplicht fysiek samen te komen. Die dadendrang heeft zelfs jurisprudentie opgeleverd. Kennen jullie het fietspomparrest? Twee studenten hadden er mee gedreigd het rectoraat op te blazen. En jawel, op de bewuste dag trokken ze met een fietspomp naar het rectoraat om hun dreigement hard te maken. De politie kon er niet mee lachen. Ze werden opgepakt en in eerste aanleg veroordeeld voor het uiten van bedreigingen. Die zaak is tot in Straatsburg gegaan”.

De Vilder: “Volgens mij heeft het ook met de studiedruk te maken. Studenten worden permanent geëvalueerd, ze moeten voortdurend deadlines halen. Door het semestersysteem zijn er nu minstens twee examenperiodes, drie zelfs voor diegenen die vakken over de zomer tillen. Vergeleken daarmee hadden wij een luxeleven, je moest gewoon zorgen dat je er stond voor de eindexamens in juni. Zeker voor kerstmis had je zeeën van tijd voor andere activiteiten. In mijn kandidaturen was ik in een blokbeest, maar in de licenties heb ik de bloemetjes buitengezet. Ik was erg actief binnen onze studentenkring VRG. Veel van opgestoken, vooral over organiseren en mensen samenbrengen. Ik ben nog altijd bevriend met de andere leden van het presidium 91-92”.

Kruismans: “Ik heb bij het VRG de fameuze presidiumverkiezingen van 1988 meegemaakt, een campagne die behoorlijk uit de hand is gelopen. Een week aan een stuk werd er hier beneden gefuifd, met gratis optredens en bier à volonté. Onze kandidaat was Bart Somers, een geboren volksmenner. Met of zonder megafoon, Bart zweepte de massa’s op. Ons team heeft nipt verloren, maar de leden zijn vrienden voor het leven geworden”.

-       De slaagcijfers van eerstejaars aan Vlaamse universiteiten zijn al vele jaren dramatisch laag. Steeds meer stemmen pleiten voor een algemene toelatingsproef als middel om maatschappelijke kost in te perken. Mee eens?

 Geens: “Nee, maar ik zie wel heil in een niet-bindende oriëntatieproef. Ik heb zelf tot de laatste dag getwijfeld tussen Germaanse of rechten. Precies daarom heb ik altijd voor een gemeenschappelijke bachelor gepleit, met vakken als recht, geschiedenis, wijsbegeerte en economie. Dat is geen utopie, met zo’n basis is het  perfect mogelijk in twee masterjaren goede juristen te vormen. Weet je, Vlaamse universiteiten zijn eigenlijk verschrikkelijk efficiënt. Onze rechtsfaculteiten leveren gebruiksklare juristen van 23 jaar af. Dat is sterk, in Amerika is een jurist gemiddeld 26 tot 27 jaar vooraleer hij klaar is voor de arbeidsmarkt. Onze opleidingen werden in de loop der jaren trouwens steeds meer op de arbeidsmarkt afgestemd. Vroeger werden de kandidaturen volgestouwd met algemeen vormende vakken zoals filosofie en geschiedenis. Tegenwoordig krijgen studenten vanaf hun eerste jaar echte rechtsvakken. Ze eisen dat ook. ‘Ik ben hier niet gekomen om me in wijsbegeerte te verdiepen’, zeggen ze, ‘ik wil jurist worden’. Begrijpelijk, maar we mogen daar niet in doorschieten want een goede algemene vorming blijft waardevol”.

De Vilder: “Ik vond de kandidaturen saai, na twee jaar heb ik serieus overwogen te stoppen met rechten. Pas in de licenties, wanneer we diep in het recht doken, raakte ik geboeid. Ik ben dan ook niet echt te vinden voor ingangsexamens of zelfs oriëntatieproeven. Ik vrees dat je jongen mensen daarmee kansen gaat ontnemen. Geef studenten tijd om te groeien in een opleiding, ook al is dat met vallen en opstaan”.

-       slotvraag: hoe waren de examens van professor Geens?

Kruismans: “Volgens mij nam u altijd schriftelijke proeven af”.

Geens: “Klopt, een combinatie van multiple choice en open boek. In het begin nam ik mondelinge examens af, maar in het academiejaar 85-86 werd ik met een recordlichting geconfronteerd. 1.100 mondelinge examens, dat heeft zes weken geduurd. Ik zat iedere weekdag plus zaterdag van acht uur ’s morgens tot 8 uur ’s avonds studenten te ondervragen. Iedereen had de mond vol van het WK in Mexico, maar ik heb er geen match van gezien. Na die zes weken ben ik ziek geworden, door uitputting wellicht”.

Kruismans: “Ik was een fan van mondelinge examens, ik haalde daar altijd veel hogere punten dan op een schriftelijk examen”.

Geens en De Vilder (unisono, met gespeelde verbazing): “Echt waar? Dat verwondert ons, Bert”.

 

De comeback van de cassette

(Knack, 24 september 2014)

Ook in de verleiding om die ouwe cassettedeck naar het containerpark af te voeren? Geen goed idee, want de K7 is aan een stille maar gestage comeback begonnen. Op 27 september vindt de Cassette Store Day plaats, de hoogmis voor de snel groeiende tape community.

strip: Bart Schoofs

illustratie: Bart Schoofs

Alles komt terug, zelfs de cassette. Een paar jaar geleden gaf niemand er nog een eurocent voor. De cassette als muziekdrager, het was even voorbijgestreefd als de dorsvlegel of de stoomtram. Je moet al een respectabele leeftijd hebben om je het object zelfs maar voor de geest te halen. De jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw waren de hoogdagen. De cassettedeck was het pronkstuk van de hifitoren die in geen Vlaamse woonkamer ontbrak. De minicassette, door Philips in 1963 op de markt gebracht, was niet alleen een drager van opgenomen muziek. De K7 was vooral de uitvinding die de consument heeft geëmancipeerd. Voor het eerst kon men thuis zelf muziek van vinyl of radio opnemen, tot grote woede overigens van platenmaatschappijen die ook toen al dreigden met procedures tegen thuispiraterij. De lancering door Sony van de draagbare Walkman dreef de populariteit naar een hoogtepunt, waarna onvermijdelijk het verval intrad. Het was niet zozeer de CD die de cassette de das om deed. Integendeel zelfs, blanco tapes bewezen meer dan ooit hun nut om de aanvankelijk peperdure CD’s van vrienden of fonotheek gratis te dupliceren. De komst van digitale opnametoestellen zoals de CD-R en vooral de doorbraak van i-Tunes en MP3 hebben de cassettedeck echter definitief naar de kringloopwinkel verwezen.

Definitief? Op 27 september vindt wereldwijd de tweede Cassette Store Day plaats _ de eerste aflevering viel vorig jaar mooi samen met de 50ste verjaardag van het medium. In de Benelux wordt Gent the place to be. Muziekclub Democrazy presenteert een compilatietape van acht Belgische groepen, en organiseert naast enkele optredens ook het World Championship Cassettetape Dj’ing. Vijf deelnemers strijden om de titel, allemaal Gentenaars. Eveneens gevestigd in Gent is het in tape gespecialiseerde Wool-E-label. “Het wordt onze tweede deelname aan Cassette Store Day”, zegt zaakvoerder Dimitri Cauveren. “We brengen dit keer niet minder dan vier releases uit, en er zijn ook twee huiskamerconcerten”.  Huiskamerconcerten, het woord zegt alles.  De kans dat Cassette Store Day voor files richting Gent zorgt, is onbestaand. “Het is heel erg underground”, zegt Cauveren. “De revival is veel bescheidener dan bij vinyl, maar hij is er wel degelijk. Als duplicator heeft tape helemaal afgedaan, maar er wordt opnieuw veel muziek op cassette uitgebracht. Ik heb zelf een online muziekwinkel met vinyl, CD’s en cassettes. Vorig jaar ben ik begonnen met een eigen label. Wool-E heeft intussen al vijftien releases, vooral experimentele elektronica, soundscapes en eighties wave. In Antwerpen en vooral Brussel zijn nog veel meer van die tape labels. Elektronische muziek en wave zijn de populairste genres, maar ook metal en garagerock verschijnen op tape. Het is allemaal erg kleinschalig. Een typische cassette release, dat gaat tussen de 50 en de 100 exemplaren”.

DansDans is een van de grotere namen die binnenkort een live concert exclusief op cassette uitbrengt. Voor de rest wemelt de scene van nobele onbekenden, toegewijde knutselaars die hun vaak elektronische composities zelf opnemen. “Alles gaat over het web”, zegt Cauveren. “Ze sturen hun file naar een label, en van daar gaat het naar een perserij, meestal in Engeland waar de scene nog veel groter is. Cassettes uitbrengen is erg laagdrempelig. Een elpee kost algauw 1.000 euro voor 200 exemplaren, een professionele tape release met analoge mastering hooguit 300 euro”.

Ook de distributie verloopt uiteraard over het web. Wool-E wisselt tapes uit met collega’s in de hele wereld, van Amerika over Australië tot Mexico en Chili. Wie zijn de klanten? “Ik onderscheid twee types”, zegt Cauveren. “Er zijn verzamelaars die vooral in de cassette als object geïnteresseerd zijn.  Sommigen hebben niet eens een speler. Dat hoeft ook niet, want bij de meeste releases zit een downloadcode. Verzamelaars halen de muziek van Bandcamp en luisteren via hun iPod. Daarnaast heb je de echte freaks die verzot zijn op de analoge sound en uiteraard een cassettedeck hebben. Overigens, er zijn nog steeds high end hifi-producenten die cassettedecks bouwen. Peperduur, gelukkig vind je ze veel goedkoper op de tweedehandsmarkt. Cassettes hebben natuurlijk technische beperkingen, vooral het skippen van nummers is omslachtig. Maar net als vinyl hebben ze een veel warmere klank dan digitale muziek”.

Info:

http://www.democrazy.be/agenda/cassette-store-day-gent

http://wool-e-tapes.bandcamp.com/