Maandelijks archief: december 2014

Onder slimme Marokkanen: Adil El Arbi meets Bilal Benyaich

Knack, 17 december 2014

Het gaat de goede kant op met de integratie. Jonge Marokkanen hoeven niet meer in een pita-bar te werken, ze kunnen ook cineast of politicoloog worden. Adil El Arbi en Bilal Benyaich gaven het voorbeeld. ‘Straks worden we nog fuckin’ mainstream’.

Adil El Arbi en Bilan Benyaich (foto: Saskia Vanderstichele)

Adil El Arbi en Bilan Benyaich (foto: Saskia Vanderstichele)

Of hij misschien de slimste mens ter wereld is? Het is een van de weinige vragen die cineast Adil El Arbi (26) onmogelijk kan beantwoorden. Op de dag van dit interview is het orgelpunt van de populaire televisiequiz nog nabije toekomst. “Straks opname”, zucht de verrassende finalist. “Afzien man. Ik ben helemaal geen allesweter zoals Gert Verhulst, bij heel wat vragen stond ik met mijn mond vol tanden. Het is stom geluk dat ik naar de finaleronde kon doorstoten. Mooi meegenomen natuurlijk, extra reclame voor onze film, Image. Daar was het mij ook allemaal om te doen. Toen de film klaar was, schoot er geen euro meer over voor promotie. Spreekt van zelf dat ik de uitnodiging voor de quiz heb aangenomen. Gratis promotie, zo’n kans laat je niet liggen. Het loopt trouwens lekker met Image, we zitten al boven de 50.000 verkochte tickets, vier keer meer dan wat ze bij verdeler Kinepolis hadden becijferd om er de distributiekosten uit te winnen”.

We mogen hem erover citeren. De echte slimme mens van dienst, die zal zo meteen op de stoel naast hem plaats nemen. Gastheer Bilal Benyaich (32) laat nog even op zich wachten. Excuses zijn overbodig, zijn drukke agenda spreekt voor zich. Politicoloog Benyaich werkt deeltijds als adviseur sociale economie bij de Sociaal Economische Raad Vlaanderen (SERV), doceert economie aan de HUB, en is verbonden aan vakgroepen van de VUB en de UGent. Hij publiceert met grote regelmaat opiniestukken en wetenschappelijk werk, en pakte vorig jaar nog uit met een veelbesproken boek over radicalisering van jonge Marokkanen in Brussel. Vandaag ontvangt hij ons in het statige hoofdkwartier van Itinera aan het Brusselse Warandepark. Benyaich, voor wie een dag ook maar 24 uur duurt, houdt bij de policy thinktank een stoel warm als senior fellow die het thema migratie en asiel bestrijkt. Zopas verscheen onder zijn redactie ‘Klokslag 12’, een bundeling van doorwrochte, met cijfers gestaafde bijdragen over het Belgische migratie- en integratiebeleid. Vers van de pers, zegt de trotse auteur wanneer hij met enkele exemplaren onder de arm verschijnt.

Felicitaties in tweevoud zijn hier gepast. Bilal met zijn jongste boek, Adil met zijn eerste langspeelfilm die hij samen met coregisseur en boezemvriend Bilall Fallah draaide. Twee Belgisch-Marokkaanse Vlamingen of Vlaams-Marokkaanse Belgen die aan de weg timmeren, elkeen in zijn eigen stijl. Bilal kan op eenvoudig verzoek een Groot Dictee der Nederlandse taal uit zijn mouw schudden. Adil spreekt vanuit de buik, Vlaams doorspekt met Engels, Frans en krachttermen. De putains en fucks in De Slimste Mens waren echt geen pose.

-  kennen jullie elkaar?   

Bilal: (lacht) “Ja, dank zij Knack. Ik zag hem vorige woensdag voor het eerst in de Daringman, een bekende bruine kroeg op de Vlaamsesteenweg. Uiteraard herkende ik hem, Adil is zowat een BV geworden, of een BM zo je wil. Ik heb hem aangesproken. Adil, zei ik, volgens mij zitten we binnenkort samen in een interview”.

Adil: “Ik wist al langer wie je bent en wat je doet. Heel knap trouwens. Marokkanen in de media, dat is meestal slecht nieuws. Rellen, criminaliteit, de boodschap is altijd negatief. En ineens verschijnt er zo’n dude als Bilal, een slimme gast die het ook nog goed kan uitleggen. Bij jou is het geen issue dat je Marokkaan bent, je bent gewoon mainstream. Da’s keicool!”.

-  heb je zijn film gezien?

Bilal: “Uiteraard, en ik vind hem goed, tenminste als je rekening houdt met het belachelijke budget. Hoeveel was het ook alweer, Adil? 100.000 euro? Dat moet een peulschil zijn van wat een actiefilm normaal kost. Natuurlijk is het nog geen Rundskop, het zou nog veel beter kunnen. Wat wil je ook, twee twintigers die zonder budget hun allereerste film maken. Het zal ook beter worden, ik kijk nu al uit naar hun volgende film. Los van de cinematografische kwaliteit vind ik Image vooral een noodzakelijke film. Jullie combineren twee belangrijke thema’s. De realiteit van jonge allochtonen in Brussel, en de clichés die daarover in de media circuleren. Voor mij was het beeld van Brussel ook erg herkenbaar. Jullie hebben in Molenbeek gedraaid, in de buurt van Ribaucourt. Die quartier ken ik goed, ik heb er vrienden wonen en ik heb er ook onderzoek gedaan voor mijn boek over radicalisering”.

in de openingsscène wordt een cameraploeg door jongeren belaagd en voor sales flamins uitgescholden. Realistisch?

Adil: “Als je in zo’n buurt met een camera aankomt, word je echt niet als one of the guys verwelkomd. Niet alleen in Molenbeek, die scène is geïnspireerd op een van onze eerste filmervaringen. Het moet al vijf jaar geleden zijn, Bilall en ik zouden een kortfilm draaien op het tamelijk beruchte Lemmensplein in Anderlecht. De eerste poging zal ik niet snel vergeten. Roepen, tieren, trekken en duwen, we kregen geen poot aan de grond. Precies Jurassic Parc, zeiden we tegen elkaar. Het kantelde pas toen we in contact kwamen met ene Labib, een coole gast met een reputatie in de Brusselse quartiers. Door zijn vertrouwen te winnen, konden we beginnen filmen. Die ervaring hebben we verwerkt in Image. De hoofdfiguur is Labib geworden, we hebben zelfs de quote over Jurassic Parc gerecycleerd”.

- liggen jullie zelf wakker van stereotiepe beeldvorming in de media?

Adil. “Absoluut, die frustratie heeft ons trouwens geïnspireerd om onze eerste kortfilms te draaien. Als puber kon ik er niet naast kijken: als de Vlaamse media over Marokkanen spraken, ging het altijd over criminaliteit, overlast of radicalisering. Dat had je ook wel in Frankrijk of Nederland, maar daar was de berichtgeving toch evenwichtiger. En nooit zag je hier een gekleurde medemens op het scherm, terwijl de Franse omroepen maar ook de Waalse RTL al volop zwarte of Maghrebijnse nieuwslezers inschakelden. Het wordt stilaan beter, maar in vergelijking met Nederland staan we nog nergens. Daar heb je fenomenen als Achmed Akkabi en Ahmed Aboutaleb. De populairste acteur en de burgemeester van de grootste stad van Nederland, allebei Marokkanen”.

Bilal: “Beeldvorming van minderheden is overal een heikel punt, niet alleen in Vlaanderen. Het probleem is ook niet dat er over criminaliteit of radicalisering wordt gesproken, feiten moeten nu eenmaal worden gerapporteerd. Het probleem in Vlaanderen is de toon. Ik mis de nuance, men blijft in clichés steken. Daarom kunnen populisten genre De Winter of Dedecker met enkele slogans het migratie- en integratiedebat overheersen. Is het uit gemakzucht? Door incompetentie? Of legt men de lat laag omdat men zijn publiek onderschat? Ik weet het echt niet”.

ondanks de frustraties komt Image niet als een aanklacht over…

Adil: “Dat was uitdrukkelijk niet de bedoeling, we wilden vooral een goede, spannende film maken. Je vertrekt wel vanuit een bepaald idee, maar zodra je echt aan het scenario begint, nemen de wetten van de cinema het over. Pas op, we hebben niks verzonnen. De quotes waarin de woorden Marokkaan of Noord-Afrikaan met en geweld of misdaad rijmen, dat zijn allemaal letterlijke headlines van televisie, radio en kranten. Bij wijze van research zijn we trouwens op verschillende redacties gaan rondhangen. In Image gaat het tijdens de redactievergadering over Belgische salafisten. Dat het hoog tijd wordt om daar eens een item aan te wijden. Welnu, die discussie hebben we woord voor woord meegemaakt toen we een dag op de redactie van Ter Zake meeliepen. Maar we willen mediaclichés niet met clichés over de media beantwoorden. Tijdens onze research hebben we ook geleerd hoe moeilijk het is om objectief over minderheden te berichten. Femme de la Rue al dan niet uitzenden, daar hebben ze bij de VRT een hele week over gebakkeleid”.

- over salafisten gesproken: ook het voorbije jaar waren Syrië-strijders niet uit de actualiteit. Naar schatting 350 landgenoten zijn intussen al naar Syrië vertrokken. Bilal, zie jij snel een einde aan die exodus komen?

Bilal: “Moeilijk te voorspellen. Jarenlang, toen ik onderzoek deed naar radicalisering, was Molenbeek de voornaamste bron. Intussen is de piek daar voorbij, ook al omdat de samenstelling van de Molenbeekse bevolking snel verandert, er hebben zich de laatste jaren vooral Oost-Europeanen en Afrikanen gevestigd. De bron is nu veel diffuser, met kernen in Antwerpen en Vilvoorde, maar ook in Waalse steden zoals Verviers. Er is ook een kwalitatieve evolutie. Je hebt een eerste lichting, diegenen die tot pakweg mei 2013 zijn vertrokken. Die kwamen uit de kringen rond Sharia4Belgium en het Centre Islamique Belge in Molenbeek.  Ze waren doordrenkt van het salafisme, de hele wereld was een strijdtoneel van wij tegen zij. Bij de nieuwe lichting is het niet zo eenduidig. Sommigen vertrekken uit zucht naar avontuur, maar de meesten doen het uit overtuiging. Niet noodzakelijk om te vechten, er zijn ook gezinnen die vertrekken omdat ze zich hier naar eigen zeggen niet thuis voelen. Ze willen in een zuiver moslimland, een islamitische staat, wonen, net zoals zionisten alleen in Israël willen leven”.

“Ik schat dat er onder die 350 een 200-tal die-hard salafisten  zijn. Vaak zijn dat jongeren die het gevoel hebben dat ze iets goed te maken hebben tegenover God, een delinquent verleden of een problematische jeugd, en onder meer daardoor helemaal doorschieten. De militant-religieuze manier waarop ze dat gevoel vertolken, illustreert de aantrekkingskracht van het salafistische discours, vergelijkbaar met het appeal van het militante communisme of fascisme. Overigens, radicalisering blijft niet beperkt tot moslims, het is een wereldwijd fenomeen. Duitsland, Israël, de Scandinavische landen, India, overal zie je extreemrechtse partijen en embryonale milities opkomen. En wat is de Amerikaanse Tea Party? Niks anders dan geradicaliseerd conservarisme”.

Adil, in een Humo-interview bracht je begrip op voor Syrië-gangers. Met of zonder diploma, zei je, wie Ali of Mohammed heet, vindt hier toch geen werk. Heus?

 Adil: “Ik dacht daarbij vooral aan mijn eigen situatie. Ik ben samen met Bilall aan de filmopleiding van het Sint-Lucas begonnen. Allebei gebuisd in ons eerste jaar, ze vonden onze eerste probeersels niet sterk genoeg. Ik herinner me de bittere teleurstelling, het gevoel dat mijn droom niet zou uitkomen en dat ik niks van mijn leven zou bakken. Niet dat ik toen extreme plannen koesterde, maar ik kan me inbeelden dat je in zo’n fase ontvankelijk bent voor bepaalde boodschappen. Dat je hier geen toekomst hebt, en dat je beter naar Syrië kunt gaan en meewerken aan een groots plan. Iets betekenen, dat willen we toch allemaal? Vergeet ook niet het groepsgevoel, iedereen wil ergens bijhoren”.

-  hoezo een diploma maar geen toekomst in België? Zijn jullie allebei niet het levende bewijs van het tegendeel? Twee _ excusez le mot _ allochtonen die flink hebben gestudeerd en die hun diploma hebben verzilverd…

Bilal: “Ja, maar dan wel ondanks onze etnische achtergrond. Dat blijft een extra handicap, bovenop de obstakels die alle kinderen uit zwakkere sociale milieus moeten overwinnen om zich via het onderwijs een weg naar de arbeidsmarkt te banen”.

Adil “Het is zoals ze vroeger over vrouwen zegden: we moeten ons twee keer zo hard bewijzen. Dat zorgt anderzijds wel voor een gezonde drive. Het ergste wat ons met Image kon overkomen, was dat men zou zeggen, ‘niet slecht voor een film van twee Marokkanen’. Daarom hebben we ons dubbel geplooid: het moest tout court een goede film worden, los van onze etnische afkomst. Ik ben wel optimistisch, succesverhalen zoals dat van Bilal met zijn boeken en van Adil met zijn film worden mainstream. Tien jaar geleden was het een rariteit, maar intussen kijkt niemand nog op van een Marokkaanse acteur, muzikant of regisseur. Rolmodellen blijven echter belangrijk, ze doen jongeren inzien dat ze meer kunnen dan pita serveren of bussen van De Lijn besturen”.

Bilal: “Vergelijk met de jaren negentig, de generatie die nu tussen de 40 en 45 is. Hoeveel bekende, hoogopgeleide allochtonen waren er toen? Je had Sami Zemni, Tarik Fraihi, Nadia Fadil, en dat was het zowat. Enkele jaren later waren het er al honderden, en intussen zijn het er vele duizenden. Young potentials met een migratieachtergrond, je komt ze overal tegen, in de advocatuur, de media, de culturele wereld, als bedrijfsleider. Toch gaat er nog altijd heel veel talent verloren. Het is mooi dat Adil films kan maken en dat ik boeken kan publiceren, maar daarmee zijn we er nog niet. Onze maatschappij zal pas echt geïntegreerd zijn als de volgende black-out bij Electrabel wordt aangekondigd door een woordvoerdster die Karima heet. Wanneer Mohammed als economiejournalist in het VRT-journaal de beurskoers komt uitleggen. En wanneer iedereen dat doodnormaal vindt”.

Adil: “Weet je wat ik onlangs op de televisie zag? Een klusprogramma waarin een Marokkaanse vrouw met een hoofddoek kwam uitleggen hoe je plafonds isoleert. Yes, dacht ik, we zijn goed bezig.  Ze moeten ons niet langer als Marokkanen zien, maar als vakmensen”.

-  ‘Klokslag 12’ is een onheilspellende titel. Je stelt vast, daarin bijgetreden door onder anderen Jozef De Witte, dat het Belgische integratiebeleid is mislukt. Hoezo?

Bilal: “De kloof tussen autochtonen en nieuwkomers of Belgen met een migratieachtergrond blijft erg diep. Of het nu om onderwijsparticipatie, toegang tot de arbeidsmarkt of sociaal economische status gaat, in de geïndustrialiseerde wereld bengelen we helemaal achteraan. Dat betekent niet dat de integratie op zich een fiasco is. Er zijn voorbeelden zat van geslaagde trajecten, maar de vele mislukkingen zijn wel op het conto van het falende beleid te schrijven”.

uit je boek blijkt dat België een echt migratieland is. Vreemd, bij dat begrip denken we eerder aan Canada, Australië of Nieuw Zeeland…

Bilal: “Kijk naar de cijfers: jaarlijks komen er meer dan 100.000 nieuwkomers aan, tegenover 60.000 vertrekkers. Een op de vier Belgen heeft wortels in de migratie, tegen 2050 zal dat opgaan voor meer dan de helft van de actieve bevolking. Begin er al maar aan te wennen: autochtonen zoals jijzelf worden op termijn een minderheid, tenminste aan de actieve zijde van de verzorgingsstaat. (lacht) Bizar genoeg dringt het besef niet door, we zijn een migratieland in staat van ontkenning. Een van de bijdragen aan ‘Klokslag 12’ komt van een Canadese onderzoekster uit Quebec, Rachida Azdouz. Niet toevallig, want Canada is een echte migratienatie waar nieuwkomers niet als een probleem maar als een aanwinst worden verwelkomd. Ze voeren daar dan ook een doordacht beleid om migranten naar de arbeidsmarkt toe te leiden, nog altijd de voornaamste motor in het integratieproces. Tegelijkertijd zijn ze selectief, ze laten niet om het even wie binnen. In België is het precies omgekeerd. Coulanter bij de instroom, ook al zijn de migratiewetten intussen wat aangescherpt. We laten vele migranten binnen, maar eens binnen geven we hen niet de kans om zich te ontplooien. De instinctieve houding is negatief, we zien hen als een bedreiging. Onbegrijpelijk, want migranten zijn per definitie ambitieuze mensen die keihard willen werken hier om hun dromen waar te maken”.

de balans is niet helemaal negatief. Het Vlaams inburgeringsbeleid krijgt goede punten.

Bilal: “Ja, maar we hebben er veel te lang op gewacht. Al kan het altijd erger. Onze Waalse vrienden hebben nu pas, tien jaar na Vlaanderen, ingezien dat zowel de migrant als de maatschappij baat heeft bij een inburgeringstraject. Let wel, inburgering en integratie moet tweerichtingsverkeer zijn, ook de dominante maatschappij moet zich openstellen voor nieuwkomers. Bovendien mogen we geen grondrechten, zoals huisvesting of medische zorg, koppelen aan het inburgeringstraject. We zijn genuanceerd, in ons boek staan ook kritische kanttekeningen en aanbevelingen. Als men nieuwkomers verplicht Nederlands te leren, moet men komaf maken met de wachtlijsten en voldoende cursussen aanbieden. Als Itinera willen we het systeem ook flexibeler. Nieuwkomers zijn best bereid cursussen maatschappelijke oriëntatie of Nederlands te volgen, maar ze moeten intussen wel de kans krijgen om te gaan werken.  Voorts hebben we een dringende aanbeveling voor Vlaams minister van onderwijs Crevits.  Onderwijsachterstand begint op jonge leeftijd, maak daarom het kleuteronderwijs verplicht voor iedereen”.

-  waarom is dat zo belangrijk?

Bilal: “Typisch voor België is de grote volgmigratie. Er wordt weliswaar meer en meer lokaal gehuwd, maar nog altijd gaan heel wat Belgen van vreemde herkomst at een groot de helft van de Turken en Marokkanen zijn partner in het herkomstland zoeken. Dat maakt van integratie een processie van Echternach, twee stappen vooruit en een achteruit. En het verklaart ten dele waarom de derde en binnenkort ook de vierde generatie vaak met dezelfde problemen als de tweede generatie worstelt. Meestal is de partner uit dat herkomstland een laag geschoolde of analfabete vrouw. Dat heeft zware gevolgen, want uit alle studies blijkt dat de sociaaleconomische status en het opleidingsniveau van een moeder mee bepalend zijn voor de onderwijskansen van een kind. Daarom: kleuters vanaf drie jaar verplicht op school zodat we de taalachterstand bij de wortel kunnen aanpakken, hoe pijnlijk dat ook is voor een moeder die werkloos  thuis zit en de kinderzorg als haar taak ziet”.

-  staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (NV-A) belandde na het uitlekken van een oude Facebookpost in een mediastorm. Migranten uit Marokko, Algerije en Congo hebben geen economische meerwaarde, zei hij. Wat vonden jullie daarvan?

Adil: “Wat een fucking bullshit, was mijn eerste gedachte. En dat komt van een partij die iedere dag moet vechten tegen de perceptie dat ze een light versie van het Vlaams Belang is. Natuurlijk, Francken zal op dat moment nooit hebben vermoed dat hij op een dag staatssecretaris in de federale regering zou worden. Een recidivist, dat is hij wel. Francken was toch ook diegene die het eerder in een mail over kut-Marokkaantjes had”.

Bilal: “Die ‘kutmarokkanen’, daar krijg ik het van. Ook Yves Desmet heeft dat woord ooit gebruikt. Hoe durven ze? Mijn haren gaan overeind staan als ik zo’n platte belediging hoor. Wat Francken over de economische meerwaarde van bepaalde minderheden zegt, is strikt genomen niet eens racistisch. Wel op het randje hoor, want zijn uitspraak was stereotyperend, reductionistisch en selectief. Chinezen, Indiërs en Joden hebben volgens hem wel een economische meerwaarde. Het is vooral triest dat hij mensen herleidt tot hun etnische herkomst en tot wat ze opbrengen aan de maatschappij. Veralgemenen is altijd link. Als alleenstaande die verschillende banen combineert, draag ik meer aan de verzorgingsstaat bij dan de gemiddelde autochtoon. Toch impliceert Francken met zijn uitspraak dat ik als een Marokkaan zonder economische meerwaarde word bekeken. Hij mag van geluk spreken dat dit België is, in heel wat Westerse landen zou hij na zo’n uitschuiver niet meer in aanmerking komen voor een regeringsfunctie”.

Adil: “Als alle Marokkanen stoppen met belastingen betalen, dan zal je wat zien!”.

Bilal: “Of stoppen met werken, nog erger!”

Uitstelgedrag: ook apen doen het

Knack, 26 november 2014

Facebook en YouTube worden vaak met de vinger gewezen, maar uitstelgedrag is van alle tijden. In zijn milde vorm is het alleen maar diepmenselijk, in ergere gevallen gaan er carrières en diploma’s verloren. “Innerlijke motivatie is de remedie”, zegt professor Vansteenkiste.

illustratie: Bart Schoofs

illustratie: Bart Schoofs

Procrastineren. Niemand kent het woord, iedereen doet het. Op de lange baan schuiven, zegt men in de wandel. Dat vervelende karwei in huis of tuin? Invullen van de belastingbrief? De resumés voor de nakende examens? De nota waar de baas op kantoor al een maand geleden om vroeg? Morgen doen, of volgende week, alleszins voor het einde maand, maar niet vandaag.  Menselijk, sprak de filosoof, al te menselijk. Met uitstellen is niks mis, tot het een kwalijke gewoonte wordt. Dan heet het procrastineren en staat een leger experten klaar om het afwijkende gedrag te corrigeren. Diensten studiebegeleiding draaien in de blokperiode overuren om radeloze studenten uit hun lethargie te helpen. HR-goeroes staan management en middenkader tegen klinkende munt bij in de strijd tegen uitstelgedrag. De adviezen lopen alle kanten op. Deel een vervelende taak op in behapbare stukken die minder weerzin opwekken. Of begin er gewoon aan, dan blijkt het meestal hard mee te vallen.

De Gentse professor Maarten Vansteenkiste, verbonden aan de vakgroep Ontwikkelings- Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie, kent het fenomeen van twee kanten. “Als docent zie ik hoe studenten ermee worstelen”, zegt hij. “Vooral de scriptie is voor velen een moeilijke bevalling. De eerste keer dat ze een taak over een lange periode moeten uitsmeren. Dat vergt planning, en zelfdiscipline. Er zijn er die hun scriptiebegeleider zelf om deadlines komen vragen. Dan loopt het meestal goed af, maar niet iedereen zet die stap. Ik heb al studenten gekend die door uitstelgedrag hun masterdiploma hebben gemist. Misschien ligt het ook aan ons en moeten studiebegeleiders hen proactief aanporren. Alhoewel, van een masterstudent mag je verwachten dat hij zelf het initiatief neemt. Geruststellend is het immers niet. Wie in die fase zijn uitstelgedrag niet de baas kan, zal het op de werkvloer ook moeilijk krijgen”.

Motivatie en prestatie zijn thema’s die Vansteenkiste als wetenschapper onderzoekt, een kader waarin ook uitstelgedrag past. “Innerlijke motivatie is de sleutel”, zegt hij. “Procrastineren doen we wanneer we een taak als vervelend en zinloos ervaren. Zorg dus dat je geboeid bent en je werk als nuttig ervaart. Dat is natuurlijk makkelijk praten. Op school, op het werk of thuis, we moeten allemaal wel eens een saaie opdracht vervullen. Toch hoeft dat nog niet tot uitstelgedrag te leiden, zolang de leerkracht of opdrachtgever erin slaagt uit te leggen waarom die cursus of die opdracht nuttig is”.

procrastinerende apen

Maar niet alleen de kwaliteit van het werk is bepalend, even doorslaggevend zijn persoonlijkheidskenmerken. Het is nauwelijks overdreven: sommigen zijn als procrastinator in de wieg gelegd. “Zelfcontrole is cruciaal”, zegt Vansteenkiste. “In welke mate is iemand in staat zijn impulsen te beheersen en niet toe te geven aan afleidende activiteiten? Dat hoort bij het menselijk temperament, waarvan we intussen weten dat het deels genetisch wordt bepaald”. Vallen er dan geen verzachtende omstandigheden te pleiten? Want blijf je maar concentreren op die nota of die spreadsheet als de verlokkingen van Facebook en YouTube slechts een muisklik verwijderd zijn. “Echte motivatie is het beste wapen tegen dat soort verleidingen”, oordeelt Vansteenkiste streng. “Wie zich door zijn studie of werk laat opslorpen, belandt in een flow. Efficiënt werken terwijl de tijd voorbij vliegt, dat is het ideaal”.

Belonen helpt, leren we op allerhande zelfhulpsites. Daarbij wordt verwezen naar onderzoek van de Amerikaanse neuroloog Barry Richmond. Procrastinerende apen namen hun opdracht pas ter harte wanneer er uitzicht was op een directe beloning. Vansteenkiste relativeert. “De wortel aan de stok is een externe motivator. Dat werkt, maar met mate. Het resulteert vaak in snel en oppervlakkig werk. Interne motivatie is veel efficiënter”. Helemaal fout is volgens Vansteenkiste het dreigen met sancties. “Daar is onderzoek naar gedaan. Werknemers onder druk zetten, bleek niks te veranderen aan hun uitstelgedrag. Tuurlijk, als je iemand letterlijk een pistool tegen zijn hoofd zet, zal hij zijn taak wel snel afmaken. Maar dat kan ook niet de bedoeling zijn”.

Lastige karweien als een worst in plakjes opdelen? “Dat kan helpen”, zegt Vansteenkiste. “Maar een tovermiddel is het niet. Wie een taak opsplitst, moet de zelfdiscipline hebben eerst met de zwaarste brokken te beginnen. En laat dat nu precies een vaardigheid zijn waarmee een procrastinator het moeilijk heeft”.  Een misverstand wil hij graag uit de weg ruimen: procrastineren is geen synoniem voor luieren. “Integendeel, het is hard werken. Ondanks de schijn is de procrastinator in zijn hoofd druk bezig met de uitgestelde taak. Schuldgevoelens en frustraties stappelen zich op. Dat is mentaal erg vermoeiend”.

 

MR-politica Assita Kanko over de revolutie in Burkina Faso

Knack, 12 november 2014

“Heel Afrika is fier op ons”

MR-politica Assita Kanko is een zelfbewuste en perfect tweetalige Nieuwe Belg. De voorbije dagen echter leefde ze op het ritme haar eerste vaderland. Meelopen in de betogingen kon ze niet, maar ze heeft de revolutie in Burkina Faso intens beleefd. “Ik ben optimistisch, deze generatie laat zich de vrijheid niet meer ontfutselen”. Een gesprek over haar jeugd onder de dictatuur en de herwonnen trots van een volk.

website Assita Kanko

website Assita Kanko

Assita Kanko (34) belt ons zelf terug. Vanuit het vliegtuig naar Miami, dat kan tegenwoordig. De Belgische MR-politica van Burkinese afkomst zal er een trans-Atlantisch congres bijwonen over politieke participatie van minderheden.  Mogen we hopen dat het ook een beetje ontspannend is? Als kaderlid in de privésector, moeder van een 7-jarige dochter, MR-gemeenteraad in Elsene, auteur en mediafiguur is Kanko wel wat drukte gewoon. De voorbije twee weken echter leefde ze op het ritme van de revolutie in haar geboorteland. Op 31 oktober, na vier dagen van massaal straatprotest in hoofdstad Ouagadougou, is president Blaise Compaoré afgetreden en naar buurland Ivoorkust gevlucht. Een tijdperk is voorbij: Compaoré kwam in 1987 aan de macht na een militaire staatsgreep tegen zijn charismatische voorganger en gewezen boezemvriend Thomas Sankara die bij de coup werd vermoord.

Bellen vanuit een vliegtuig is peperduur en weinig discreet, we maken een Skype-afspraak. Maar dit wil ze alvast kwijt. “Begin deze week werd ik in het Noordstation in Parijs door een onbekende man aangesproken, een Afrikaan. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam. Uit België, zei ik, maar mijn eerste vaderland is Burkina Faso. Daarop viel hij me spontaan om de hals. Bleek dat hij uit Bénin kwam, maar hij was even trots op onze revolutie als de Burkinezen zelf. De voorbije dagen werd ik met felicitatiemails, sms’jes en Facebook-reacties overstelpt, vanuit verschillende landen. Een Burundese journalist beschreef hoe in de cafés van Bujumbura de omwenteling uur na uur werd gevolgd en becommentarieerd, net het WK voetbal. Heel Afrika is enthousiast”.

- het begin van een Afrikaanse Lente, wordt gezegd. Terecht?

Assita Kanko: (vanuit haar hotelkamer in Miami) “Ik huiver voor die term, zeker na wat er van de Arabische Lente is geworden. Ik zie meer in de Portugese Anjerrevolutie, waar de militairen na hun staatsgreep de macht aan het volk hebben overgedragen. Ik hoop dat die parallel voor Burkina opgaat, maar dan sneller”.

-  was u verrast door de snelle val van Compaoré?

Kanko: “Ik had het niet zien aankomen, maar een echte verrassing was het niet. Het straatprotest is losgebarsten toen de president aankondigde de grondwet te wijzigen zodat hij zich voor de zoveelste keer verkiesbaar kon stellen. Daarop is de boel ontploft, de betogers hebben zelfs het parlement in brand gestoken. ‘We hadden geen keuze’, vertelde een student me via Facebook, ‘we moesten de Assemblée wel vernietigen om de vergadering over de grondwetswijziging te verijdelen’. Toch was dat alles niet meer dan de spreekwoordelijke druppel in een overvolle emmer. De waarheid is dat het hele land Compaoré al lang spuugzat was. Studenten, leerkrachten, journalisten, gewone burgers, niemand stond nog achter zijn bewind. Ook de internationale gemeenschap heeft hem laten vallen, zelfs Frankrijk dat als gewezen metropool nog altijd een grote invloed in Burkina heeft”.

- laten vallen? Naar verluidt hebben Franse special forces Compaoré en zijn familie naar Ivoorkust helpen ontsnappen

Kanko: “Ik heb die geruchten gehoord. Maar kloppen ze ook? Laten we wachten met commentaar tot de mist optrekt. Hoe dan ook, ik zou het de Fransen niet kwalijk nemen als ze de president voor een lynchpartij hebben behoed. Ik wil Compaoré namelijk niet dood, ik wil hem voor het Internationaal Strafhof in Den Haag zien verschijnen zodat eindelijk de waarheid aan het licht komt. Wie heeft Thomas Sankara vermoord? En wie heeft Norbert Zongo, een prominente opposant, intellectueel en journalist die ik persoonlijk heb gekend, geliquideerd? Compaoré kent de antwoorden. Dat neemt niet weg dat ik lange tijd erg boos op de Fransen ben geweest, vanwege hun blinde steun aan de dictatuur. Economische belangen en regionale pseudostabiliteit wogen zwaarder dan de vrijheid en het belang van het Burkinese volk. Dat moet veranderen, ook Parijs moet beseffen dat het tijd is voor volwassen, bilaterale relaties tussen evenwaardige partners”.

intussen heeft het leger andermaal de macht gegrepen. De Organisatie voor Afrikaanse Eenheid eist een terugkeer naar een civiel bestuur binnen de twee weken. Zal dat gebeuren of bestaat het gevaar dat de ene militaire dictatuur de andere vervangt?

Kanko: “We moeten waakzaam blijven, maar ik ben redelijk optimistisch. Er is de internationale druk, maar er is vooral de onverzettelijke wil van het volk. Deze generatie heeft geen angst meer, ze zullen zich de vrijheid niet meer laten ontfutselen. Trouwens, het leger heeft zich de voorbije weken aan de kant van het volk geschaard. Ook de militairen waren de dictator kotsbeu. Het zijn tenslotte ook maar mensen, mannen en vrouwen die nauwelijks genoeg verdienen om eten voor hun familie te kopen of het schoolgeld voor hun kinderen te betalen”.

-  Koen Ros, een Belg die al twintig jaar in Ouagadougou woont, maakte in De Standaard een genuanceerde balans van 27 jaar Compaoré op. Ontegensprekelijk een dictator, maar wel eentje die ook veel heeft gerealiseerd. Voor de ontwikkeling van zijn land, maar ook als bemiddelaar in een turbulente regio. Kunt u zich daarin vinden?

Kanko: “Helemaal niet. Zulke meningen vind je uitsluitend bij een kleine elite die over middelen en privileges beschikt waar gewone Burkinezen alleen maar van kunnen dromen. Veel gedaan voor de ontwikkeling?  Compaoré heeft vooral heel veel geld van het volk verspild, en dat in een land dat nog altijd tot de armste ter wereld behoort. Er is geen ontwikkeling, er is geen industrie, er is niks. De werkloosheid is dramatisch, zelfs mensen met een diploma vinden in Ouagadougou geen baan. Ja, in de ogen van het Westen was hij een factor van regionale stabiliteit. En er heerste rust in Burkina, maar dan wel de rust van een kerkhof waar de lijken van zijn tegenstanders liggen”.

-  de naam van de vermoorde president Thomas Sankara is al gevallen. Vele Burkinezen dragen de revolutie aan hem op. Hoe belangrijk is zijn erfenis?

Kanko: “Sankara heeft de jongeren geïnspireerd, zijn portret werd in al onze betogingen meegedragen. Bij mij thuis hangt trouwens ook zo’n portret, een dierbaar souvenir dat bij iedere verhuizing als eerste de doos ingaat. Ik was nog jong, maar zijn periode als president heeft een diepe indruk gelaten. Een Afrikaanse president die hard werkte, niet om zichzelf te verrijken maar om zijn volk te helpen. Sankara, de man ook die de koloniale benaming Opper Volta door Burkina Faso verving. Land van de rechtschapen mannen. Prachtig, al betreur ik de afwezigheid van vrouwen in de benaming. Ook na zijn dood bleef hij een inspiratie, al mocht je dat niet tonen. Als scholieren luisterden we samen stiekem naar cassetjes met Sankara’s speeches”.

-  waarom moest het 27 jaar duren om de dictatuur omver te werpen?

Kanko: ‘Het antwoord schuilt zit in de vraag, we leefden in een dictatuur.  Naast de repressie was er ook de propaganda. Ik herinner me een bijzonder tafereel op de lagere school, het moet in het begin van de jaren 90 zijn geweest. Een helikopter kwam overvliegen, en ineens regende het boven de speelplaats pamfletten met de foto van Compaoré. Propaganda, er waren presidentsverkiezingen op til. Niet dat er geen verzet was, scholieren en studenten ageerden al vanaf 1998 tegen de dictatuur. Het verschil is dat we ons alleen voelden, we hadden geen sociale media om medestanders te contacteren en onze stem te laten horen. Moest ik president van Burkina zijn, dan zou ik er een van mijn topprioriteiten van maken: iedereen aansluiten op het internet, dat is een van de grootste cadeaus die we het land en de democratie kunnen geven”.

-  Compaoré was wel een dictator maar geen alleenheerser. Wat met zijn entourage?

Kanko: “Inderdaad, achter de figuur van een dictator schuilt een heel systeem. Mag ik hier een eresaluut brengen aan Norbert Zongo, de vermoorde journalist en onverschrokken opposant die ik als mijn mentor beschouw? Ik was zestien toen ik hem sprak over mijn plannen om zelf journalist te worden. Hij was een levende legende, maar toch deed hij niet uit de hoogte. Zongo is het die mij de ogen heeft geopend voor het corrupte systeem waarin we leefden. Zijn dood in 1998, net toen hij een onderzoek voerde naar de entourage van de president, was een enorme schok.  Natuurlijk is het een illusie dat met de val van Compaoré in een klap alle corruptie verdwijnt, er zijn heel veel mensen die van het systeem hebben geprofiteerd. Daarom pleit ik voor een drastische verjongingsoperatie. Geef de macht aan de nieuwe generaties die niet besmet zijn door het ancien régime”.

TS De vermoorde president Thomas Sankara. Zijn geest waart weer rond in Burkina Fasso