Maandelijks archief: februari 2015

Advocaat Lahlali over het Sharia4Belgium-proces

Knack, 18 februari, 2015

Houssein Elouassaki kreeg op het Sharia4Belgium-proces 12 jaar effectief.  Evenveel als leider Fouad Belkacem, een twijfelachtige eer voor een beklaagde die volgens zijn advocaat al twee jaar dood is. Abderrahim Lahlali maakt voor Knack het proces van het terrorismeproces, en doet er zijn aanbevelingen tegen de jihadisering gratis bovenop.

foto: Yann Bertrand

foto: Yann Bertrand

De correctionele rechtbank van Antwerpen sprak vorige week een streng vonnis uit in het Sharia4Belgium-proces. De organisatie is geen onschuldige hobbyclub van romantische jihad-dwepers, oordeelden de rechters, maar een terroristische groepering. Leider Fouad Belkacem kreeg 12 jaar effectief, ook zijn 44 medebeklaagden werden tot fikse celstraffen en geldboetes veroordeeld. De meeste straffen vielen bij verstek, dertig van de beklaagden verblijven immers nog in Syrië of Irak. Kroongetuige Jejoen Bontinck kreeg als spijtoptant de lichtste sanctie, 40 maanden voorwaardelijk. Daarmee is het doek gevallen over deel 1 van een proces dat wereldwijde aandacht trok, maar het tweede bedrijf is al in de maak. Verschillende advocaten kondigden meteen na de uitspraak aan in hoger beroep te willen gaan. Zo ook Abderrahim Lahlali, naast Walter Damen raadsman van Houssein (24) en Hakim (22) Elouassaki.

De Vilvoordse broers bleven om uiteenlopende redenen afwezig op hun proces. Hoessein, prominent Sharia4Belgium-lid, verdween in augustus 2013 in de buurt van Aleppo van de radar. Gesneuveld, volgens zijn advocaten. Eigen dood in scène gezet, oordeelde de rechtbank die Hoessein bij verstek tot 12 jaar veroordeelde. Hakim, die in april 2013 met een zware hoofdwonde uit Syrië terugkeerde en sindsdien in voorhechtenis zit, is de enige beklaagde die zijn vonnis nog niet kent. De rechtbank wacht met haar uitspraak op een psychiatrisch verslag over zijn geestelijke gezondheidstoestand. Om het allemaal extra ingewikkeld te maken: tegen beide broers loopt bij het Federaal Parket een afzonderlijk moordonderzoek. Hoessein werd met drie anderen door een medebeklaagde op het Sharia4Belgium-proces van betrokkenheid bij ontvoeringen en onthoofdingen beschuldigd. Hakim van zijn kant zou in Syrië eigenhandig een gijzelaar hebben neergeschoten, dat beweerde hij tenminste zelf in een telefoongesprek met Vilvoorde dat door de politie werd getapt.

Complexe dossiers zijn Abderrahim Lahlali (36) niet vreemd. De geboren Gentenaar doet ook wel routinezaken zoals echtscheidingen en jeugdsanctierecht, maar dat is niet waar hij zijn reputatie aan dankt. Zijn doorbraak kende hij als advocaat van de Belgisch-Marokkaanse superterrorist Abdelkader Belliraj. Hij trad op in de geruchtmakende Louboutin-zaak tegen Vlaams Belang-politica Anke Van dermeersch en verdedigde Abu Jahjah op het proces tegen het extreemrechtse Bloed Bodem Eer en Trouw. Lahlali, gemeenteraadslid voor CD&V in Ronse, beleeft drukke tijden. Ook twee van de vier vermeende jihad-ronselaars die begin februari in Maaseik werden gearresteerd, hebben hem intussen als advocaat in de arm genomen.

-  uw cliënt Hoessein Elouassaki kreeg met Fouad Belkacem de zwaarste gevangenisstraf van alle beklaagden. Opvallend voor iemand die volgens de media morsdood is. Waarom hecht de rechtbank daar geen geloof aan?

Lahlali: “Ze hebben de thesis van het openbaar ministerie gevolgd, dat het niet uitgesloten is dat hij zijn dood in scène heeft gezet om aan vervolging te ontsnappen. Onbegrijpelijk, want de aanwijzingen voor zijn overlijden stapelen zich op. De politie heeft al zijn telefoongesprekken vanuit Syrië naar België getapt. In augustus 2013 valt die communicatie abrupt stil, de periode waarin videobeelden van Hoesseins lijk opduiken. Zijn dood werd door verschillende Syriëstrijders en ex-Syriëstrijders bevestigd, en ook Jejoen Bontinck heeft verklaard dat hij het lijk heeft gezien. Ik snap het niet: de verklaringen van Jejoen gaven de doorslag om verschillende medebeklaagden te veroordelen. Waarom is hij dan ineens niet geloofwaardig wanneer hij verklaart dat hij mijn cliënt dood heeft gezien? De rechtbank is niet consequent”.

de situatie van de familie Elouassaki is absurd. Ondanks het bikkelharde vonnis moet ze hopen dat de rechtbank gelijk heeft en dat hun zoon nog leeft

Lahali: “Het is voor de ouders heel dubbel. In september hebben we een procedure voor de Brusselse familierechter opgestart om het overlijden officieel vast te stellen. Het sleept helaas aan, we wachten zelfs nog op een inleidende zitting. Intussen zitten we met dit Antwerpse vonnis. Plaats je in de schoenen van die ouders, ze kunnen zelfs niet beginnen met het verwerken van hun verlies. De correctionele rechtbank heeft een groot risico genomen. Als de familierechter straks het overlijden vaststelt, wordt de veroordeling van mijn cliënt onwettig en moet het vonnis worden hervormd”.

Sharia4Belgium is volgens de rechtbank een terroristische groepering. De club van Fouad Belkacem verheerlijkte de jihad, indoctrineerde jongeren en ronselde vrijwilligers voor de gewapende strijd in Syrië. Wat valt daar op af te dingen?

Lahlali: “Dat Sharia4Belgium de jihad verheerlijkte, is een feit, Foud Belkacem heeft dat trouwens nooit onder stoelen of banken verstopt. Maar een terroristische groepering? Ze hebben wat sms’en verstuurd, jihadistische videofilmpjes bekeken en sporttrainingen georganiseerd dat is waar. Dat volstaat echter niet om artikel 140 bis van het strafwetboek op het verspreiden van terroristische boodschappen in te roepen. Ik verwijs hier graag naar een recente uitspraak van het Grondwettelijk Hof waarin staat dat 140 bis als inperking van de vrijheid van meningsuiting met de grootst mogelijke terughoudendheid moet worden toegepast. Het verspreiden van een mening op zich kan nooit als terrorisme worden beschouwd, zelfs niet als uit die mening terroristische sympathieën zouden blijken”.

Best mogelijk, maar Sharia4Belgium werd niet alleen veroordeeld voor het liken van jihadistische Facebook-boodschappen. De organisatie heeft een instrumentele rol gespeeld bij het ronselen van Syrië-strijders…

Lahlali: “Ik twijfel daaraan. Hebben Fouad Belkacem of andere leden vliegtuigtickets gekocht? Hebben ze jongeren naar de luchthaven gevoerd? Uit alle dossiers die ik kon inkijken, bleek dat de jongeren op eigen houtje zijn vertrokken. Ook mijn cliënt. Houssein Elouassaki was inderdaad lid van Sharia4Belgium, maar hij is in september  2012 moederziel alleen vertrokken, zonder ook maar iemand in zijn omgeving van zijn plannen op de hoogte te brengen. Ik heb in het proces tegen Bloed, Bodem, Eer en Trouw (BBET) gestaan. Vergeleken met Sharia4Belgium is BBET wel andere koek”.

Oh ja?

Lahlali: “BBET vertoonde alle kenmerken van een terreurbeweging. De leden waren paramilitairen, ze hadden wapens waarmee ze ’s nachts in militaire kazernes gingen oefenen, tot het gooien van molotovcocktails toe. Sterker nog: ze hadden een manifest waarin hun terroristische bedoelingen zwart op wit stonden geformuleerd, plus een uitgewerkt draaiboek om hun objectieven te bereiken. Hun plan was Filip De Winter en Abu Jahjah te ontvoeren en te vermoorden om zo chaos te scheppen en vervolgens een staatsgreep te plegen. Een klein clubje fantasten? Helemaal geen klein clubje, naast de vijf hoofdbeklaagden kwamen er tientallen sympathisanten in beeld. Ja, er was een parallel: zoals Sharia4Belgium banden had met Sharia4UK, zo onderhield BBET relaties met Blood & Honour. Maar daar houdt de gelijkenis op. Sharia4Belgium had geen wapens, en ook geen draaiboek voor aanslagen op Belgische bodem. Toch werd Fouad Belkacem veel strenger gestraft dan Thomas Boutens, de BBET-leider die vijf jaar kreeg waarvan één met uitstel. Die zware straf is bedenkelijk, zeker als je bedenkt dat Belkacem als enige van alle beklaagden nooit een voet in Syrië heeft gezet. Het lijkt er sterk op dat de rechtbank  de tijdsgeest heeft laten meespelen, de algemene angst voor jihadistische terreur. Ik vrees echter voor een averechts effect. Dit vonnis zal de goeroereputatie van Belkacem alleen maar versterken. Ik heb al van heel wat gewone moslims reacties in die trant gehoord. Dat Belkacem extra zwaar werd gestraft omdat hij een publieke figuur is die compromisloos voor zijn, weliswaar door weinigen gedeelde,  mening uitkomt”.

- Welke argumenten wilt u in beroep inroepen?

Lahlali: “We zijn onze opties nog aan het bestuderen, maar we zullen zeker wijzen op de vele perslekken die een eerlijk proces onmogelijk hebben gemaakt, en op de talloze  onwaarheden en tegenstrijdigheden in de verklaringen van de zogenaamde kroongetuige. Want het is toch merkwaardig? Jejoen Bontinck beweert dat hij in Syrië geen militaire training heeft ondergaan. Meer nog, hij werd de hele tijd van zijn vrijheid beroofd, onder andere door mijn cliënt Houssein Elouassaki. Hoe valt dat te rijmen met zijn ontsnappingsverhaal? Bontick is naar eigen zeggen gedeserteerd toen hij, gewapend met een Kalashnikov, een wachtpost van IS bemande. Hij zou gedurende twee dagen door Syrië zijn gereisd naar een stadje bij de Turkse grens waar zijn vader hem heeft opgepikt. Het vervolg is helemaal mysterieus. Bontick, die internationaal geseind stond, mocht met zijn eigen paspoort ongehinderd Turkije binnen. Hij nam er een vliegtuig naar Nederland, een Schengenland dat hem ook al geen strobreed in de weg heeft gelegd. Zijn terugkeer naar België was een waar mediaspektakel. In zijn eerste interview met de VRT vertelde hij dat Sharia4Belgium niks met zijn Syrië-avontuur te maken had. Niet onlogisch, want ze hadden hem daar buiten gegooid, acht maanden voor zijn vertrek. Maar eens in voorhechtenis verandert hij het geweer van schouder en schuift hij alle schuld in de schoenen van Belkacem”.

Bedoelt u dat Jejoen zich heeft laten manipuleren in ruil voor strafvermindering?

Lahlali: “Ik heb geen bewijzen, alleen vragen en grote twijfels. Hoe dan ook, ik denk niet dat dit vonnis de toetsing in beroep kan doorstaan. De correctionele rechtbank heeft een kunstgreep uitgehaald. Zie je, heel wat van de beklaagden had geen band met Sharia4Belgium. Ze konden alleen worden vervolgd voor feiten die zich niet in België maar in Syrië, in volle oorlogsgebied, hebben afgespeeld. De jongeren zouden zich ginder hebben aangesloten bij Jabhat al Nusra en Magli Shura. Dan moet men hen logischerwijze als gewapende strijders beschouwen die onder het internationaal oorlogsrecht vallen. Dat is echter geen correctionele bevoegdheid meer, het is een assisenzaak die van het openbaar ministerie een veel sterkere bewijslast vergt. De correctionele rechtbank omzeilt dat allemaal door te poneren dat Jabat Al Nusra en Magli Shura losse groeperingen zijn zonder centrale structuur, commando of tuchtreglement, wat in juridische zin impliceert dat de Belgische Syrië-gangers geen gewapende strijders zijn waardoor het oorlogsrecht niet van toepassing is. Daar is een precedent voor. Ook in het proces tegen de Groupe Islamique Combattante Marocainne (GICM) heeft het Hof van Beroep geoordeeld dat het oorlogsrecht niet van toepassing was. Ten onrechte, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft het arrest om die reden vernietigd”.

foto: Yann Bertrand

foto: Yann Bertrand

- Los van de juridische spitsvondigheden: het valt toch niet te ontkennen dat de charismatische Belkacem boter op het hoofd heeft? Hij heeft misschien geen vliegtickets gekocht of taxidiensten aangeboden, maar wel het klimaat gecreëerd waarin vertrekken naar Syrië een heilige plicht leek..

Lahlali: “Alsof het zo simpel zou zijn. Okay, het valt niet uit te sluiten dat S4B bij sommigen het mentale proces om te vertrekken heeft vergemakkelijkt. Maar negentig procent van alle Syrië-gangers heeft geen enkele band met Sharia4Belgium. Laten we ons toch maar de vraag stellen: hoe komt het dat België, en Vlaanderen in het bijzonder, koploper is qua Syrië-gangers? Veertig vertrekkers per miljoen inwoners, geen enkel Europees land komt zelfs maar in de buurt. Is dat de schuld van Belkacem met zijn charisma? Dan moeten we naar Engeland kijken waar Anjem Choudary rond loopt, de woordvoerder van Sharia4UK. Hij is jurist, theoloog en heeft nog tien keer meer charisma dan onze Belkacem. Toch zijn er vanuit Engleand vier keer minder jongeren naar Syrië vertrokken dan vanuit België. Hoe komt dat?”.

- Een retorische vraag. Geef zelf het antwoord

Lahlali: “Het is uiteraard complex, er is geen eenduidig antwoord. Maar ik heb intussen heel wat terugkeerders leren kennen, en er zijn patronen die telkens weer opvallen. Het gaat om jongeren die weinig of geen kennis hebben van de Koran of de jurisprudentie binnen de Islam. Daarnaast zijn ze gedesillusioneerd in onze Westerse samenleving. Ook al zijn ze hier geboren en getogen, ze zitten met het gevoel dat ze als moslim nooit zullen aanvaard worden. Kijk naar het hoofddoekenverbod. Of denk aan het patserbeleid in Antwerpen, dat jongeren met een migrantenachtergrond viseert die met dure wagens rondrijden. Bedacht door Patrick Janssens, uitgevoerd door Bart De Wever, stigmatisering over alle partijgrenzen heen. Onderschat ook niet de persoonlijke ervaringen. Achterstelling in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, racisme in het uitgangsleven of bij het zoeken van een huurwoning. En hoe vaak heb ik jongeren niet horen fulmineren tegen de hypocrisie van het Westen? Schermen met hoogdravende principes, maar de ogen sluiten voor de Israëlische massamoorden in Gaza. We leven niet op een eiland, dat houdt die gasten echt bezig”.

“We moeten het roer omgooien, jongeren helpen zich in onze democratische rechtstaat in te schakelen, veeleer dan ze nog meer te vervreemden. Ik denk dat het Britse model van actief pluralisme een uitweg kan bieden. Lieven Boeve, de baas van het katholiek onderwijs, heeft alvast een stap in de goede richting gezet. Zijn oproep om het hoofddoekenverbod te laten vallen, kan ik alleen maar toejuichen”.

Die oproep is anders niet goed gevallen bij heel wat katholieke schooldirecties. De Belgische steden zijn stilaan bezaaid met moskeeën. Hoe valt de gebrekkige kennis van de islam dan te verklaren?

Lahlali: “De niet professionele werking van onze moskeeën is een oud zeer en vooral een gemiste kans. Imams zijn gezagsfiguren, ze kunnen een speerpunt vormen in de strijd tegen jihadisering van moslimjongeren. Moskeeën moeten meer doen dan godsdienstonderricht verstrekken, ze zijn het ideale platform om jongeren wegwijs te maken in de werking en de basisprincipes van onze democratische rechtstaat. Daar komt helaas weinig of niks van in huis, het is amateurisme troef. We moeten de moskeeën dringend empoweren. Vlaanderen telt veel te weinig erkende moskeeën. Doe daar wat aan, zodat ze eindelijk de nodige middelen krijgen om een geloofwaardige rol te spelen”.

Meer moskeeën erkennen? Moet de Moslimexecutieve zichzelf niet eerst als een functionerend orgaan heruitvinden?

Lahlali: “Dat is een flauw excuus waarachter de Vlaamse regering zich verschuilt. Wallonië, dat met dezelfde Moslimexecutieve te maken heeft, telt veel meer erkende moskeeën. We moeten niet alleen meer moskeeën erkennen, er moet ook dringend een eigen imamopleiding komen. We hebben meer mensen nodig zoals Khalid Benhaddou, de imam van de grootste moskee van Gent. Amper 26 jaar, hier geboren en getogen,  gerespecteerd door de hele gemeenschap. Iedere week leidt hij het vrijdaggebed voor honderden moslims van Maghrebijnse origine. In vloeiend Nederlands, maar ook in het Arabisch voor de ouderen van de eerste en tweede generatie. Zijn invloed is enorm groot, jongeren luisteren naar zijn stem als ze met vragen zitten over hun geloof of over extremisme. Het kan toeval zijn, maar vanuit Gent is er nog niemand naar Syrië vertrokken”.

Dat komt onder meer omdat de Gentse migrantenpopulatie vooral uit Turken bestaat, liet burgemeester Termont (SP.a) zich onlangs ontvallen.

Lahlali: “Dat vond ik een schokkende uitspraak. Termont insinueert daarmee dat Gentse Turken beter geïntegreerd zijn dan de 5.000 Gentenaars van Maghrebijnse origine. Het tegendeel is waar, door de bank genomen zijn Vlamingen van Turkse achtergrond heel sterk op hun herkomstland georiënteerd. Bij Vlamingen van Marokkaanse komaf  ligt dat anders, Marokko is het land waar ze in de zomer met vakantie gaan, maar daar stopt het ook. Ze willen hun leven hier opbouwen, wat misschien ook de verklaring is voor de integratieparadox die sommigen op het pad van de jihadisering zet. Ik wil Marjon Van San geen gelijk geven, de manier waarop ze causale verbanden legt, vind ik erg dubieus. Maar ze heeft een punt als ze zegt dat ook hoogopgeleiden vatbaar zijn voor radicalisering. Hoe harder men probeert om zich te integreren, hoe harder men het hoofd stoot tegen allerlei glazen plafonds. Daar komt verbittering van, en soms erger. Termont heeft zich intussen geëxcuseerd, het was een slip of the tongue. Ik wil hem graag geloven. Termont is geen burgemeester die polariseert, in tegenstelling tot zijn Vilvoordse collega en partijgenoot Hans Bonte”.

Geen enkele burgemeester is meer begaan met de problematiek van radicaliserende moslimjongeren dan Hans Bonte. Wat heeft u hem te verwijten?

Lahlali: “Mijn cliënten op het Sharia-proces komen uit Vilvoorde, ik heb daar de voorbije jaren heel wat contacten gelegd. Vilvoordse jongeren snappen niet waarom hun burgemeester in de media als de grote specialist inzake deradicalisering wordt opgevoerd. Ze zijn nog altijd woedend omdat Bonte heeft verklaard dat bijna alle Syrië-strijders een crimineel verleden hebben, terwijl dat manifest onwaar is. In hun ogen is Bonte totaal ongeloofwaardig, een opportunist die zich alleen maar wil profileren. Ook Bart De Wever laat geen kans liggen om te polariseren, net zomin als Didier Reynders. Zijn voorstel om Syriëstrijders hun Belgische nationaliteit te ontnemen, slaat alles. Reynders is niet dom, hij weet beter dan wie ook dat zo’n maatregel totaal onwettelijk is. Waarom lanceert hij het dan? Uit plat populisme, vrees ik. Verdeeldheid zaaien, dat kunnen we missen als kiespijn. We hebben meer dan ooit politici nodig die verzoenende taal spreken. Zoals Bart Somers (Open VLD) in Mechelen, die is wel goed bezig”.

U zit voor CD&V in de gemeenteraad van Ronse, een kleine, niet bijster welvarende stad met een aanzienlijke minderheid van Maghrebijnse origine. Hebben jullie al jongeren naar Syrië zien vertrekken?

Lahlali: Nee, en dat is wellicht geen toeval. We hebben een burgemeester die dicht bij zijn mensen staat, er is een krachtig middenveld en de stad werkt voorbeeldig samen met de twee moskeeën”.

U heeft als zoon van een analfabete moeder en een laaggeschoolde gastarbeider toch maar mooi rechten gestudeerd. Valt wel mee met die integratieparadox, denken we dan.

Lahlali: “Ik was de uitzondering op de regel, toch voor wat mijn generatie betreft. Op de lagere school was ik de op één na beste van mijn klas, maar even goed kreeg ik van het PMS het advies om TSO te volgen, want met mijn achtergrond was ASO te hoog gegrepen. Gelukkig heb ik me laten overtuigen door Mohamed El Omari, een oudere vriend die zichzelf een weg naar het ASO had gebaand. Zes jaar later heeft het scenario zich herhaald. Ik wilde naar de hogeschool, de universiteit leek totaal onbereikbaar voor iemand zoals ik. Mohamed heeft me letterlijk naar het rectoraat gesleurd om me in te schrijven. Rechten, de richting die hij zelf had gekozen, hij is intussen al jarenlang voorzitter van de vzw Divers & Actief. Ik ben hem erg dankbaar, maar het zou niet mogen dat je toekomst in de maatschappij van toevallige ontmoetingen afhangt”.

 

Wie is de saboteur van Doel 4?

uitgebreide versie van artikel dat in Knack op 4 februari 2015 verscheen

Een half jaar na datum weten we nog altijd niet wie de turbine van Doel 4 heeft gesaboteerd. Meer dan honderd miljoen euro schade, een knauw in de nucleaire veiligheidscultus, de grootste economische sabotage ooit in België. Terwijl het Federaal Parket zich in stilzwijgen hult, onderneemt Knack een poging tot reconstructie.  “Het was wellicht in een paar minuten gefikst”.

 

herstelling stoomturbine kostte 30 miljoen euro (foto Electrabel)

herstelling stoomturbine kostte 30 miljoen euro (foto Electrabel)

Het gebeurde in de voormiddag van dinsdag 5 augustus. Als gevolg van een technisch probleem werd de kerncentrale Doel 4 door een automatische noodstopprocedure stilgelegd. Nog dezelfde dag stuurde uitbater Electrabel een persbericht over het incident rond. Door een lek in de smeerolieleiding was een deel van de stoomturbine oververhit geraakt. De schade viel mee, de centrale zou al op 18 augustus worden heropgestart.

Voorbarig optimisme, want bij nadere inspectie viel de schade helemaal niet mee. Het pijlsnel leeglopen van de smeerolietank had een ravage in de gigantische stoomturbine aangericht. Door oververhitting was de tachtig meter lange as verzakt, waardoor de roterende schoepen tegen de mantel van de turbine waren gaan schrapen. Drie dagen na het incident viel voor het eerst het woord sabotage. De olie was helemaal niet weggelekt, naar via een evacuatieleiding naar een ondergronds reservoir afgevoerd. Gecontroleerd, iemand in de centrale had doelbewust de klep van dit noodsysteem opengedraaid. Redenen genoeg voor Electrabel om klacht tegen onbekenden in te dienen.

insider

Het Federaal Parket, bevoegd voor nucleaire dossiers, voert het gerechtelijk onderzoek. Inzet: het raadsel oplossen van de grootste economische sabotage in de naoorlogse geschiedenis van België. Het zou uiteindelijk tot 19 december duren vooraleer Doel 4 opnieuw stroom kon leveren. De herstellingskosten waren intussen tot 30 miljoen euro opgelopen. Het exploitatieverlies _ Electrabel zag zich verplicht vervangende stroom aan te kopen _ wordt op 27 miljoen per maand geschat. Niet te ramen is de schade aan het imago van Electrabel en bij uitbreiding de hele nucleaire lobby. De sabotage gebeurde weliswaar in de turbinezaal, het niet-nucleaire deel van de centrale. De stoomturbine, waarvan de draaiende as een generator aandrijft die stroom produceert, is van hetzelfde type als die in een klassieke kolen- of gascentrale. Er was dus nooit gevaar voor besmetting, laat staan voor een kernramp. En inderdaad, het belendende reactorgebouw is extra beveiligd, onder meer met restrictieve toegangsprocedures. Toch werpt de zaak een schaduw over de nucleaire veiligheidscultus. Als sabotage kan in de turbinezaal, waarom dan niet in het reactorgebouw? Het was tenslotte een insider die de smeeroliekraan heeft bediend. Dat wil tenminste een wijd verspreid vermoeden. Zes maanden na datum weten we immers nog altijd niet wie de sabotage heeft gepleegd. Tientallen getuigen werden al ondervraagd, maar tot dusver werd niemand opgepakt of in verdenking gesteld. Nochtans valt de kring van potentiële daders te overzien. Na het ontdekken van de sabotage kreeg een zestigtal werknemers een preventief toegangsverbod opgelegd, zowel voor Doel 4 als voor de andere kerncentrales in Doel en Tihange. De bewarende maatregel van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) trof zonder onderscheid kaderleden, ingenieurs, onderhoudstechnici, veiligheidsagenten en schoonmakers. Personeel van Electrabel, maar ook van onderaannemers zoals Siemens, Alstom en Fabricom die haast permanent in de Belgische kerncentrales actief zijn. Allen waren op het moment van het incident in Doel 4 aan het werk, een normale bezetting voor een centrale in productie.

Als sabotage kan in de turbinezaal, waarom dan niet in het reactorgebouw?

Vragen zijn er genoeg. Waarom duurt het onderzoek zo lang? Hebben de speurders tenminste al een spoor beet? Wijst het uitblijven van een doorbraak erop dat de saboteur zich toch niet onder de zestig geschorste medewerkers bevond, maar dat het om een indringer gaat? Staat het eigenlijk wel vast dat er kwaad opzet mee gemoeid is, of wordt toch rekening gehouden met een technisch falen of menselijke fout? Bij het Federaal Parket houden ze de lippen stijf op elkaar. Het onderzoek loopt nog, zo luidt het in een korte mededeling, er worden nog verschillende pistes gevolgd. Ook die van een terroristische daad? Dat werd afgeleid uit een verklaring die André Vandoren, directeur van antiterreurdienst OCAD, in december voor de camera’s van RTL-TVI aflegde. “Een foute interpretatie”, reageert hij wat korzelig. “Ik heb alleen gezegd dat men niet kan uitsluiten dat het op een terreuronderzoek uitdraait, niet dat het al om een terreuronderzoek gaat. Op dit moment staat maar een ding vast: het was zeker geen ongeluk maar een crimineel feit. Voor meer informatie moet u zich tot het Federaal Parket wenden”.

4 eyes-principe

Iets spraakzamer is Nele Scheerlinck,. “Het onderzoek ligt niet stil”, beaamt de woordvoerster van het FANC. “Recent nog hebben de speurders een nieuwe methode gebruikt. Het Parket neemt echter zijn tijd, ze willen met een stevig dossier uitpakken”. Ook volgens Scheerlinck bestaat er geen twijfel over kwaad opzet. “Dat blijkt uit de vaststellingen”, zegt de FANC-spreekbuis die bijna achteloos een opvallende nuance aanbrengt. “Wie zegt dat het om één dader gaat? Er wordt al van bij het begin rekening gehouden met meerdere betrokkenen”.

Het FANC waakt zowel over de operationele veiligheid als de externe beveiliging van nucleaire installaties, en is bovendien verantwoordelijk voor het screenen van personeel. De organisatie heeft na het incident meteen een versnelling hoger geschakeld. Behalve het reeds vermelde toegangsverbod voor zestig medewerkers kreeg Electrabel een batterij maatregelen opgelegd. In alle kerncentrales werden extra camera’s geplaatst, alleen al in Doel 4 zijn het er een stuk of 150. De plek van de vermeende sabotage viel overigens buiten camerabereik, een ongelukkig feit dat de speurders veel parten speelt. Procedures werden flink aangescherpt. Badges worden voortaan zo geprogrammeerd dat de drager alleen toegang krijgt tot de delen van de centrale waar hij echt zaken heeft. Nieuw is ook het 4 eyes-principe: technici mogen niet alleen op ronde, maar moeten zich door een controlerende ‘buddy’ laten vergezellen. Voor bepaalde interventies geldt zelfs een 6 eyes-regel.  Scheerlinck: “Sommige maatregelen zoals 4 eyes werden intussen al wat teruggeschroefd, in functie van de onderzoeksresultaten. Zo werd ook het toegangsverbod voor enkele medewerkers al opgeheven, omdat vast staat dat ze er niks mee te maken hebben”.

De daadkracht van het FANC mag niet verwonderen, de internationale nucleaire gemeenschap kijkt over de schouders mee. “Er is bij mijn weten geen precedent van sabotage in een kerncentrale”, zegt Scheerlinck. “In het verleden concentreerden we ons op externe bedreigingen zoals terrorisme of neerstortende vliegtuigen. Inside threat is een onderschat gevaar. Dat besef is nu wel doorgedrongen, we hebben er intussen al een congres met alle Belgische nucleaire operatoren aan gewijd”.

30.000 kleppen

Inside threat onderschat? Willy De Roovere, gewezen directeur van Doel, in 2013 op pensioen gegaan als topman van het FANC, zal het in de loop van ons gesprek beamen. Als burgerlijke ingenieur kan hij zich het rampscenario makkelijk voor de geest halen. Zodra het oliepeil in de turbine onder het alarmpeil zakt, wordt de reactor stilgelegd en de stoomtoevoer afgesneden. Het duurt echter een half uur vooraleer het op 1.500 toeren per minuut gevaarte tot stilstand komt, logisch als men bedenkt dat de turbine 54 meter lang is en 1.500 ton weegt. Zoveel tijd was er dit keer niet. Bij 400 toeren per minuut is de installatie zonder smeerolie gevallen, waardoor de centrale as de wrijvingsarme coating van de lagers heeft doen wegsmelten. Catastrofaal voor een machine die, ondanks haar reusachtige afmetingen, tot op de millimeter nauwkeurig is afgesteld. Wat De Roovere zich veel moeilijker kan voorstellen is de sabotage die tot deze catastrofe heeft geleid. “Ik weet wel waar de smeerolietank zich bevindt”, zegt hij. “De turbinezaal is bijna dertig meter hoog en zo groot als een voetbalveld. Het is een van de meer toegankelijke gebouwen van een centrale, met uitzondering van de controlekamer die zich op de bovenste verdieping bevindt. De tank zelf staat in een soort bunker op een tussenverdieping, je moet een trap nemen om bij de deur te komen. De noodafvoerleiding kan ik me echter niet precies inbeelden. Het is lang geleden, bovendien was ik als directeur verantwoordelijke voor de hele site met de vier centrales. Daarbij komt dat elke centrale wel een stuk of 30.000 leidingen en kleppen telt, in  alle formaten en soorten. Onmogelijk om te weten waar die allemaal voor dienen. In de controlekamer ligt een vuistdik boek met de schema’s van de centrale. Zelfs ingenieurs en ervaren technici moeten er geregeld in kijken vooraleer ze een manipulatie doen. Dat zegt iets over het profiel van de dader. Ofwel was het iemand die het bewuste deel van de centrale als zijn broekzak kende, ofwel had hij de schema’s ingekeken”.

Het blijft gissen, maar we mogen aannemen dat de saboteur zich van twee omstandigheden grondig heeft vergewist. Dat de smeerolietank niet door een camera werd bewaakt, en dat de noodafvoer slechts door een enkele klep werd beveiligd. “Een conceptuele vergissing”, vindt De Roovere. “Ik snap wel de redenering: in geval van brand in de turbinezaal wil men die enorme plas smeerolie zo snel mogelijk uit de buurt van de vuurzee. Begrijpelijk, maar zo maak je het saboteurs wel gemakkelijk. Daar werd bij het ontwerp gewoon geen rekening mee gehouden”.

bolafsluiter met hangslot

“Logisch”, vindt een anonieme onderhoudstechnieker met twintig jaar Doel op de teller. “Kerncentrales zijn niet anders dan fabrieken, ze worden niet ontworpen om sabotage te verijdelen, maar om efficiënt en veilig te produceren”. Onze man ter plaatse heeft de ontreddering na het incident van nabij meegemaakt. “De eerste dagen werd niet eens aan sabotage gedacht. We hebben in het verleden wel vaker kleine incidenten door menselijke fouten meegemaakt, dat is nu eenmaal onvermijdelijk. Naarmate de omvang van de schade doorsijpelde, groeide echter de paniek. Specialisten van het FANC, eigen mensen, er werd met man en macht naar een verklaring gezocht”.

“Zoiets valt in een paar minuten te flikken. Als je tenminste precies weet waar je moet toeslaan”.

Die werd vrij snel gevonden: de noodafvoer van de smeerolietank stond open. Onze getuige mailt een schets om de sabotage toe te lichten. De 65.000 liter smeerolie werd tegengehouden door een simpele bolafsluiter die in gesloten toestand haaks op de leiding staat. Opendraaien gebeurt met een combinatie stang-handwiel, een ambachtelijk mechanisme dat met een hangslot wordt beveiligd. In de centrale zijn honderden van dat soort afsluiters, allemaal verzekerd met hangsloten die met een en dezelfde loper worden bediend. Ook dat is een kwestie van efficiëntie, technici kunnen op hun ronde bezwaarlijk met loodzware sleutelbossen zeulen. “De saboteur is erg sluw te werk gegaan”, zegt onze getuige. “Hij heeft eerst het slot verwijderd en de bolafsluiter opengedraaid. Zoiets valt bij een visuele controle meteen op, je ziet aan de positie van de stang dat de afsluiter open staat. Maar dat is het merkwaardige: de stang stond nog in gesloten positie. De saboteur had een bout losgemaakt waardoor hij de stang op de leiding 90 graden kon verdraaien. Door die ingreep kon hij het hangslot niet meer bevestigen, maar dat valt veel minder op bij een inspectie onder grote tijdsdruk. U moet zich namelijk goed inbeelden wat er die dinsdag is gebeurd. Er gaat een alarm af: het smeeroliepeil van de turbine is tot niveau ‘laag’ weggezakt. Iedereen begint als een bezetene naar het lek te zoeken. Is het de noodafvoer? Nee, want de afsluiter staat zichtbaar dicht. Wat dan wel? Misschien is er een lager kapot, en spuit de olie in de binnenkant van de machine. Dat valt allemaal te controleren, maar het is niet simpel in een draaiende turbine. En intussen blijft de olie aan hoog debiet wegstromen door een vijfduimsleiding. In zeven minuten is het peil van ‘laag’ naar ‘zeer laag’ gezakt, veel te kort om de turbine veilig tot stilstand te brengen. Dat hangslot, daar hebben ze lang naar gezocht. Een paar dagen na het incident werd het een verdieping lager in een verloren hoek teruggevonden. Daarmee viel de laatste twijfel weg, het was wel degelijk sabotage”. Kinderspel wil hij het niet noemen, een huzarenstukje al evenmin. “Zoiets valt in een paar minuten te flikken. Als je tenminste precies weet waar je moet toeslaan”.

explosievenhonden

De sabotage reduceerde het aantal functionerende kerncentrales tijdelijk tot vier. Doel 3 en Tihange 2 zijn langdurig buiten dienst nadat in het reactorvat haarscheurtjes werden ontdekt. De eerste weken na het incident was de sfeer in de overblijvende centrales om te snijden. “Natuurlijk werd er gespeculeerd”, zegt onze bron. “Het is een beangstigend idee dat een insider tot zoiets in staat is.  Zeker in een kerncentrale die volcontinu met vaste ploegen draait. Dat zijn bijna families, met leden die elkaar blindelings vinden. Als iemand een fout maakt, heeft dat een weerslag op de hele groep. Dat vertrouwen heeft een knauw gekregen, een effect dat nog werd versterkt door de 4 eyes-regel. Die bemoeilijkt ook het werk, want voor iedere operatie moet een dubbele bezetting worden gepland. In het begin leidde dat tot absurde toestanden. Ging je buddy tijdens een ronde even naar de WC, dan werd je om uitleg gevraagd. Wat sta je daar alleen toe doen? Vooral in Tihange hadden ze het daar lastig mee. Ze hebben dezelfde beperkingen gekregen, terwijl daar niks is gebeurd”.

Intussen zou de sfeer in Doel al fel verbeterd zijn. Opmerkelijk, want het raadsel blijft. Er werd sabotage gepleegd, en de dader loopt nog op vrije voeten rond. De man aan de telefoon zucht. “Misschien zullen we het nooit weten. Belangrijk is dat de centrale weer draait. We produceren opnieuw stroom, dat was voor iedereen een geweldige opsteker. Onveilig gevoel? Ach, op de openbare weg gebeuren ook dagelijks ongelukken. Moet je daarom thuisblijven? We hebben vertrouwen in de nieuwe veiligheidsmaatregelen, die trouwens verder gaan dan extra camera’s en scherp afgestelde badges. Alle inkomende voertuigen worden nu door explosievenhonden besnuffeld, en zeer onlangs nog hebben ze een metalen kooi rond de afsluiter van de smeerolietank gebouwd”.

complottheorieën

Graag hadden we de plek van het onheil zelf gezien. Woordvoerder Geetha Keyaert moet ons echter teleurstellen: om veiligheidsredenen kunnen er geen persbezoeken worden georganiseerd. Ze kan weinig meer dan de hoop uitspreken dat het gerechtelijk onderzoek spoedig en succesvol wordt afgerond. En beseffen dat in afwachting de complottheorieën welig tieren. In de wildste varianten wordt Electrabel zelf tot hoofdverdachte gebombardeerd. Immers, wie heeft hier baat bij? Het uitvallen van Doel 4, met een capaciteit van 1.039 megawatt de grootste centrale van België, droeg aanzienlijk bij tot de black-out paniek die de voorbije maanden politiek en media beheerste. Precies tegen die achtergrond nam de regering Michel het besluit om de voor dit jaar geplande sluiting van Doel 1 en Doel 2 met tien jaar uit te stellen, de zoveelste maatregel die de in 2003 principieel besliste kernuitstap hypothekeert. Geetha Keyaert zucht. “Complete onzin, alsof wij als industriële onderneming onze eigen centrale zouden vernielen. Deze catastrofe heeft ons ontzettend veel geld gekost, en dat in een jaar dat zo al met rode cijfers werd afgesloten. Stel je voor, het repareren van de schade heeft 150.000 werkuren gekost. De hele turbine werd ontmanteld en in stukken afgevoerd naar vestigingen van Alstom en Siemens in Duitsland, deels over de weg, de grootste onderdelen over het water. Dag en nacht hebben we ons uit de naad gewerkt om alles weer operationeel te krijgen. Dat is gelukt, en daar zijn we best trots op”.

 

Gökhan Göktas, medisch directeur FPC Gent: ‘internering is een nobel concept’

Knack, 4 februari, 2015

Het Forensisch Psychiatrisch Centrum is nog volop aan het proefdraaien. Onder de 40 geïnterneerden ook euthanasie-kandidaat Frank Van den Bleeken die er misschien een definitieve stek zal vinden. Medisch directeur Gökhan Göktas, forensisch psychiater met rijke ervaring in gidsland Nederland, maakt een eerste balans op.  “Het Belgische systeem heeft ook kwaliteiten”.

foto: Jef Boes

foto’s: Jef Boes

 

Het Forensisch Psychiatrisch Centrum oogt van buitenaf als een moderne gevangenis. Een metershoog hek, erachter een al even hoge betonnen muur, camera’s alom. Ontsnappen lijkt ondenkbaar, zelfs binnenkomen is een sukkelgang langs metaaldetectoren en met pasjes beveiligde deuren. De geur van verf hangt nog zwaar in de lucht. Het FPC werd pas half november geopend. Drie jaar hebben ze eraan gebouwd, maar het wachten duurde veel langer. Al in 1964 klonk de eerste kritiek op de behandeling van geïnterneerden in ons land. Plegers van strafbare feiten die door de raadkamer niet toerekeningsvatbaar worden bevonden, verschijnen niet voor de rechter en krijgen geen straf. Het is de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij (CBM) die passende maatregelen treft. In het belang van de maatschappij, maar ook van de geïnterneerde die als geesteszieke recht heeft op een behandeling in een aangepaste en doorgaans beveiligde omgeving. Bij gebrek aan gespecialiseerde instellingen echter belandden heel wat geïnterneerden in gewone gevangenissen zonder noemenswaardige therapie. Precies om die reden werd België sinds 1998 meermaals door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld. De opening van het 264 bedden tellende centrum in Gent is een eerste stap om aan de kritiek tegemoet te komen, volgend jaar moet op Antwerpen Linkeroever een tweede centrum met 180 bedden klaar zijn.

De nieuwe instelling is nog in volle opstart. Op de dag van ons bezoek verblijven er veertig geïnterneerden, onder wie de tegen heug en meug bekend geworden Frank Van den Bleeken. De geïnterneerde moordenaar en verkrachter die dertig jaar in diverse gevangenissen sleet, werd na zijn op de valreep geweigerde euthanasie naar FPC Gent overgebracht. Patiënten krijgen we vandaag evenwel niet te zien. “Mediastop”, zegt medische directeur Gökhan Göktas verontschuldigend “we willen de inloopfase in alle sereniteit laten verlopen”. Göktas (51) is een forensisch psychiater die zowel in België als in Nederland zijn sporen heeft verdiend. Dat laatste is geen detail. Het FPC wordt uitgebaat door een consortium van dienstverleningsgigant Sodexo en de tandem Parnassia-De Kijvelanden, grote namen in de geestelijke gezondheidszorg in Nederland dat inzake forensische psychiatrie ver vooruit loopt. De toewijzing zorgde niettemin voor deining in het Vlaamse zorglandschap. Het ‘buitenlandse’ consortium kaapte de gunning weg voor de neus van een groep rond de Broeders van Liefde en de UGent.

-   werd u geheadhunt vanwege uw ervaring in Nederland?

Göktas: “Nee, zelf gesolliciteerd. Ik heb 18 jaar deeltijds in Eindhoven gewerkt, in een grote instelling voor TBS’ers, Ter Beschikking Gestelden, zoals dat in Nederland heet. De voorbije jaren werkte ik in het centrum forensische jeugdpsychiatrie van dezelfde instelling. Erg boeiend, maar het pendelen begon zwaar te wegen. Ik woon in de rand van Brussel en werk ook nog halftijds in het Algemeen Ziekenhuis van Tienen. Na dat eerste sollicitatiegesprek kreeg ik prompt het aanbod om hier hoofdgeneesheer te worden. Ik heb enkele voorwaarden gesteld. Ik wil hier niet in een zuivere managementrol worden geduwd. Ook als hoofdgeneesheer wil ik voeling blijven houden met de patiënten”.

-  40 patiënten is slechts een fractie van de capaciteit. Wanneer zijn alle bedden bezet?

Göktas: “We nemen 4 à 5 nieuwe patiënten per week op, tegen september zit FPC helemaal vol. De uitbreiding gaat gestaag, per leefgroep. Parallel bouwen we ook het personeelsbestand uit. Dat luistert nauw, voor we een vleugel kunnen openen, moeten we de hulpverleners opleiden, onder meer met een stage in Nederland”.

-  Kunnen jullie de patiënten zelf selecteren?

Göktas: “Nee, dat doen de CBM’s die in België verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de interneringsmaatregelen. De interne verdeling in leefgroepen bepalen we uiteraard zelf, in functie van de psychiatrische pathologie en het type zorg dat erbij hoort. Een zware persoonlijkheidsstoornis vergt bijvoorbeeld een heel andere benadering dan een zuivere schizofrenie. De huidige indeling is nog niet definitief, we zitten nog in de observatiefase. Uiteindelijk zullen de diagnose, het recidive-risico en de behandelbaarheid samen de doorslag geven”.

-  hoe moeten we ons dat voorstellen? Zedendelinquenten bij zedendelinquenten?

Göktas: “Niet noodzakelijk. Een pedofiel kan vanuit een psychiatrische pathologie handelen, maar zijn gedrag kan ook vanuit een seksuele parafilie worden gestuurd. Het is sowieso complex, alleen al voor pedofilie onderscheiden we een waaier aan drijfveren. In de praktijk komen er in een leefgroep heel wat verschillende delicten samen. Niet dat we daar geen belang aan hechten. Delictbespreking staat centraal in onze behandeling, patiënten moeten bereid zijn daar open over te communiceren, ook binnen hun leefgroep”.

-  krijg je zo geen ongezonde mix van mineure en zware feiten?

Göktas: “Mineure feiten? Het gaat hier per definitie om high risk patiënten,  geïnterneerden die ernstige tot zeer ernstige delicten hebben gepleegd. Om een populair misverstand recht te zetten: de meeste geïnterneerden worden helemaal niet opgesloten, of alleszins niet langdurig. Sommigen worden in een psychiatrische kliniek opgenomen, anderen worden ambulant via poliklinieken opgevolgd en behandeld. Instellingen zoals Paifve, die het midden houdt tussen een gevangenis en een psychiatrische kliniek, nemen zelfs risicopatiënten op. Helaas is er een restgroep voor wie de CBM’s geen andere oplossing vinden dan de gevangenis. Soms door gebrek aan alternatief, want er zijn nog altijd psychiatrische klinieken die huiveren om geïnterneerden op te nemen. Maar doorgaans spelen er andere redenen om iemand in de gevangenis op te sluiten, vaak een combinatie van veiligheidsrisico’s, ziektebeeld en behandelbaarheid”.

-   die restgroep telt meer dan 1.100 geïnterneerden. Hun opsluiting in de gevangenis is omstreden. Een vergeetput voor geïnterneerden wordt het genoemd…

Göktas: “Dat beeld wil ik toch nuanceren. Ook in de gevangenis worden geïnterneerden behandeld, velen zitten er trouwens in een aparte vleugel. Iedere gevangenis heeft een psychosociale dienst (PSD) met psychiaters, psychologen en maatschappelijke assistenten die geïnterneerden opvolgen en rapporteren aan de CBM. Door te zeggen dat geïnterneerden aan hun lot worden overgelaten, doe je die mensen onrecht. Toegegeven, alles kan beter. Er is te weinig personeel bij de PSD’s, er is ook het oude zeer van de slechte en laattijdige betalingen van experts zoals psychiaters. En door capaciteitsgebrek zitten sommige geïnterneerden tussen gewone gedetineerden”.

-   met alle gevolgen van dien. Volgens Walter Van Steenbrugge, advocaat en erg begaan met het lot van geïnterneerden, leidt de niet aangepaste opvang tot mensonterende toestanden zoals zelfmoorden en zelfverminking..

Göktas: “Ik hoor die verhalen, maar ik kan ze met de beste wil van de wereld niet uit eigen ervaring bevestigen. Natuurlijk is het mengen van geïnterneerden en gedetineerden niet ideaal. In de gevangenis heerst een pikorde, er worden voortdurend morele oordelen geveld. Een gedetineerde mag drie mensen hebben vermoord, toch zal hij zich beter voelen dan iemand die aan een kind heeft gezeten. Kijk, ieder schrijnend geval is er een teveel, zeker voor een ontwikkeld en nog altijd tamelijk rijk land. Iedereen beseft trouwens dat het systeem aan verandering toe is, het bouwen van deze instelling is daar een tastbaar gevolg van. Toch vind ik dat we de positieve kanten wat vaker mogen benadrukken. Geïnterneerden recidiveren drie keer minder vaak dan gewone gevangenen. Dat bewijst alvast dat onze CBM’s en PSD’s puik werk leveren”.

-  toch is de kloof met Nederland diep. Oriëntatiecentra, FPC’s, ziekenhuizen, poliklinieken, resocialisatie units, longstay instellingen, TBS’ers krijgen er zorg op maat. Waarom lopen we inzake forensische psychiatrie zo ver achter?

Göktas: “Dat is historisch gegroeid. In Nederland werd de psychiatrische zorg door de overheid geïnstalleerd. In België ontbreekt die centrale sturing, het zorglandschap wordt hier bepaald door private actoren zoals de Broeders van Liefde en de Alexianen. Dat verschil verklaart de grote voorsprong, maar het verklaart ook waarom Nederland die voorsprong momenteel aan het weggeven is”.

-  hoezo?

Göktas: “Het hele TBS-systeem staat onder druk. De voorbije jaren werden al heel wat voorzieningen gesloten, ook al omdat er veel minder TBS-maatregelen worden opgelegd. Rechters opteren vaker voor een puur strafrechterlijke benadering of voor alternatieve straffen. Forensische psychiatrie was altijd al onderhevig aan de tijdsgeest. Dat laat zich in Nederland nu sterk gevoelen: het veiligheidsdiscours overheerst. TBS’ers moeten ingesloten worden, de maatschappij moet tegen gevaarlijke elementen worden beschermd. Dat gevoel wordt nog versterkt door enkele sterk gemediatiseerde incidenten, TBS’ers die tijdens hun verlof een levensdelict hebben gepleegd. Het gevolg is rampzalig. Anders dan in België is het uitvoeren van de TBS-maatregelen een politieke verantwoordelijkheid, het is de staatssecretaris voor justitie die vrijheden en verloven goedkeurt. Dat gaat steeds stroever, zo heb ik de laatste jaren zelf kunnen ondervinden. Aanvragen werden geweigerd, ook als in ons advies stond dat vrijheden essentieel zijn voor de behandeling en de resocialisatie. Politici staan natuurlijk onder grote druk. Het volstaat dat een TBS’er een keertje niet tijdig uit verlof terugkeert, en de media blazen groot alarm. In dat opzicht vind ik het Belgisch systeem beter. Ook bij ons is er mediadruk, maar de CBM’s hoeven geen rekening te houden met politieke agenda’s”.

-  toch moet België met het schaamrood op de wangen bij Nederland aankloppen om longstay opvang voor euthanasie-kandidaat Frank Van den Bleeken te regelen…

Göktas: “Er is nog altijd een kloof, dat staat buiten kijf. We kunnen alleen maar jaloers zijn op een instelling zoals het Pieter Baan Centrum, waar daders tijdens het vooronderzoek gedurende zes weken door een volledig team worden geobserveerd om uit te maken of ze al dan niet toerekeningsvatbaar zijn. Bij ons moeten de psychiaters hun verslag baseren op enkele gesprekken in een overvolle gevangenis. Ook hun wetgeving is beter. In België zijn er maar twee opties, toerekeningsvatbaar of niet toerekeningsvatbaar. In Nederland onderscheidt men vijf niveaus van toerekeningsvatbaarheid en laat men ook maatregelen toe die straf en behandeling combineren. Longstay, dat is een ander verhaal. Ik kan niet veel over Frank Van den Bleeken kwijt, medisch geheim. Maar het is geen uitgemaakte zaak dat hij hier maar in transit verblijft, in afwachting van een definitieve stek in de Nederlandse Pompestichting, zoals overal werd geschreven. Frank Van den Bleeken kan ook perfect bij ons blijven”.

FPC is toch niet ontworpen voor langdurig verblijf?

Göktas: “Klopt, we willen patiënten na het volgen van een individueel behandeltraject laten uitstromen. We rekenen op een gemiddelde verblijfsduur van 3 tot 4 jaar, dan moeten ze klaar zijn om terug te keren in de maatschappij, wat in de praktijk vaak betekent dat ze naar een psychiatrische kliniek verhuizen of zich ambulant laten begeleiden. Maar omdat sommigen ook na die periode niet klaar zullen zijn, hebben we acht bedden voor langdurige zorg. Op termijn moet er een structurele oplossing komen voor Belgische longstay patiënten, dat beseft ook minister van justitie Koen Geens die binnen de zes maanden een initiatief wil nemen. Des te beter, de hiaten in het zorglandschap raken stilaan opgevuld”.

er kwam veel kritiek op de toewijzing van de exploitatie van FPC aan een privéconsortium. Een nieuwe stap in de commercialisering van de zorg, werd gezegd. Hoe reageert u daarop?

Göktas: “De kritiek kwam niet toevallig uit het kamp van de tegenbieders. Er werd vooral naar Sodexo uitgehaald. Daarom voor alle duidelijkheid: Sodexo levert diensten zoals cleaning, catering en bedrijfsvoering. Met de patiëntenzorg hebben ze niks te maken, dat wordt door Parnassia en De Kijvelanden gestuurd”.

over geïnterneerden leven hardnekkige clichés. Gevaarlijke gekken, of integendeel slimmerds die zich voor gek houden om hun verdiende straf te ontlopen. Ergert u zich daaraan?

Göktas: “Playing crazy om hun straf te ontlopen? Als expert kan ik u verzekeren dat de meeste daders er alles aan doen om niet ziek te worden verklaard. Ook in Nederland. Volkert V, de moordenaar van Pim Fortuin, boycotte het Pieter Baan Centrum omdat hij zichzelf niet als geestesziek zag. Het is trouwens een sprookje dat geïnterneerden goed wegkomen. Wie een gewone straf krijgt, weet waar hij aan toe is en wanneer hij weer vrij komt. Bij internering krijg je behalve een stigma een grote portie onzekerheid, want maatregelen kunnen quasi eindeloos verlengd worden”.

zowel in Antwerpen als in Gent protesteerden buren tegen de inplanting van FPC. Is dat intussen geluwd?

Göktas: “Ja, we organiseren binnenkort trouwens een infodag met rondleiding voor de buurt. Het is aan de psychiatrie en ook aan de media om stigma’s te bestrijden. We moeten mensen uitleggen waarom internering een nobel concept is. Dat je mensen die een misdrijf plegen vanuit een geestesziekte of persoonlijkheidsstoornis, niet moet straffen maar behandelen”.

de ongerustheid is begrijpelijk. Hier verblijven ook gevaarlijke psychopaten.

Göktas: “Psychopatie is een containerbegrip, wij spreken hier van antisociale persoonlijkheidsstoornissen. Ook dat is een brede diagnostiek, er vallen heel wat patiënten onder die helemaal niet bedreigend zijn. Ach ja, vooroordelen. Kennelijk spreekt het feit dat we muziektherapie geven tot de verbeelding. Precies de Club Med, zeggen sommigen. Het gaat nochtans niet om animatie maar wel degelijk om therapie, onder meer patiënten met een autisme spectrumstoornis zijn ermee gebaat. Het is ook maar een van de vele therapieën, net zoals psychomotorische en dramatherapie”.

-  kunnen patiënten ook intiem bezoek ontvangen?

Göktas: “Als we patiënten willen klaarstomen voor een begeleide terugkeer naar de samenleving, moeten we ook aan hun relatiebekwaamheid werken. Uiteraard moet intiem bezoek altijd passen binnen de specifieke behandeling. We zullen dat niet snel toestaan voor iemand die een historiek van  zedendelicten of partnergeweld meesleept”.

nog geen heimwee naar de forensische jeugdpsychiatrie? Jongeren lijken ons makkelijker te helpen dan geïnterneerden die een zwaar verleden torsen…

Göktas: “Het is dubbel. Je mag inderdaad hopen dat je jongeren nog op het juiste pad kunt brengen. In Eindhoven is zelfs een gespecialiseerde school waar jongeren met gedragsstoornissen een gewoon diploma kunnen behalen, zodat ze alsnog kunnen aanknopen met regulier hoger onderwijs of een baan vinden. Anderzijds is het ook confronterend omdat je in bepaalde gevallen al heel vroeg kunt zien dat het nooit goed zal komen. Jongeren met een zware bipolaire stoornis of ernstige schizofrenie. Dan weet je gewoon dat hun leven een lange lijdensweg zal worden, zeker als de familiale en sociaal-economische omstandigheden tegenzitten”.

nog een persoonlijke vraag: u bent als telg uit een Turks gastarbeidersgezin psychiater geworden, een uitzonderlijk parcours in de jaren tachtig. Hoe heeft u dat gepresteerd? 

Göktas: “Kansen krijgen en grijpen zeker? Ik ben pas op mijn elfde naar Heusden-Zolder verhuisd, mijn ouders achterna. Omdat ik geen woord Nederlands sprak, moest ik hier mijn vijfde studiejaar overdoen. Nadien ging het erg vlot, ik zat op een katholiek jongenscollege als enige migrant. Vader stimuleerde ons om te studeren, hij had zichzelf als mijnwerker opgewerkt. Hij ging deeltijds werken bij de vakbond, begon met een verzekeringskantoor en was een de eerste Turkse gerechtstolken in Limburg. In het weekend liet hij me stukken vertalen, zo verdiende ik mijn zakgeld toen ik in Leuven geneeskunde studeerde. Later ben ik me gaan specialiseren en kreeg ik de kans om als assistent stage te lopen in een grote TBS-instelling in Eindhoven. Zo ben ik haast toevallig in de forensische psychiatrie gerold”.

Foto: Jef Boes

Foto: Jef Boes

Carnaval in Aalst: spot en satire in tijden van terreur

De Standaard, 7 februari 2015, één week voor de carnavalstoet 

In Aalst tellen ze de uren af. Volgende zondag gaat voor de 87ste keer de carnavalstoet uit. Geen heilig huis is veilig voor de spot der Ajuinen. Maar wat met de moskee? IS, Charlie Hebdo, Jejoen Bontinck, inspiratie zat voor de 195 losse groepen die zich aan de brandende actualiteit laven. Hoe ver durven ze te gaan in het ridiculiseren van radicalen? “We willen niet provoceren maar ons amuseren”.

driemansgroep NOIG: lachen met Fidel (foto: Frederik Buyckx)

driemansgroep NOIG: lachen met Fidel (foto: Frederik Buyckx)

OS heet de nieuwe terreurgroep die ons vanuit de goede stede Aalst met zwarte vlaggen en donderpreken bang wil maken. Voorlopig moet Oilsjterse Stoot het qua impact afleggen bij groot voorbeeld Islamitische Staat. Woensdag, luttele uren nadat de carnavalisten van Eftepië hun thema voor de stoet hadden bekend gemaakt, werd de videopost alweer van Facebook gehaald. De gezochte media-aandacht had ongezonde proporties aangenomen. “We willen vooral niemand beledigen”, verklaarde de voorzitter ietwat bedremmeld. Eftepië, lokaal wereldberoemd sinds de groep twee jaar geleden de Aalsterse N-VA’ers als SS’ers met een deportatiewagen opvoerde, riskeert nu zelf het voorwerp van spot te worden. Het kind dat boe roept en dan zelf schrikt, het is een geknipt thema voor een van de vele losse groepen die een week voor carnaval nog dringend op zoek zijn naar inspiratie.

Natuurlijk zijn het de zowat  80 ‘vaste’ groepen die met hun indrukwekkende praalwagens, hun reuzengrote poppen en tot de puntjes verzorgde kostuums de carnavalstoet domineren. Het zijn echter losse groepen die tussendoor voor de ambiance zorgen. Naast Eftepië hebben zich voor deze editie nog 194 van die losse groepen geregistreerd. Volgens het reglement mogen ze met maximaal 14 leden uitpakken. Meestal echter zijn ze met veel minder, in de stoet lopen ook duo’s en zelfs solisten als ‘losse groep’ mee. Beginnen grote gezelschappen al in september of oktober aan hun wagens te sleutelen, losse groepen schieten pas op het laatste nippertje in actie. Hun thema’s pikken ze bij voorkeur uit de brandende actualiteit. BV’s, politici, schandalen of burleske toestanden, de saus wordt altijd met Aalsterse humor en satire gekruid. Geen heilig huisje blijft overeind, er bestaat trouwens geen enkel reglement dat de spotlust aan banden legt. Toch stelt iedereen zich aan de vooravond van de 87ste carnavalstoet dezelfde vraag: hoever zullen de carnavalisten gaan in deze barre tijden van terreur en aanslagen op de vrije meningsuiting? Het bloedbad bij Charlie Hedbo is in Aalst nog net iets harder aangekomen dan in de rest van Europa. Wat zijn carnavalisten immers anders dan wandelende 3D-cartoons? Het is geen toeval dat anti-terreurdienst  OCAD de voorbije dagen in Aalst een ultieme risicoscan maakte. De stoet gaat twee keer uit, zondag en maandag. Telkens staan er langs het parcours tussen de Pierre Corneliskaai en de Grote Markt tienduizenden toeschouwers onder wie heel wat enthousiastelingen die zich onherkenbaar verkleden. Een nachtmerrie voor de publieke  veiligheid. In de Duitse carnavalsstad Keulen werd een wagen met Charlie Hebdo-tafereel preventief uit de stoet verbannen. Zover wil het Aalsterse gemeentebestuur niet gaan. “Controversiële thema’s mogen aangesneden worden”, liet burgemeester Christophe D’Haese (N-VA) optekenen. “Aalst is nu eenmaal de hoofdstad van humor, spot en satire”. Ook schepen van carnaval Ilse Uyttersprot (CD&V) wil niet van censuur weten. “Maar”, voegde ze er veelbetekenend aan toe, “we rekenen erop dat iedereen zijn gezond verstand gebruikt”.

Dampende Proim

“We hebben geen enkele beperking gekregen”, zegt Pieter Kiekepoos van de losse carnavalsgroep De Dampende Proim. “De stad heeft zelfs niet gereageerd toen we ons thema registreerden: Jeisbujo Bontinck, over de Belgische Syriëstrijders”.  De Dampende Proim _ de naam verwijst niet  noodzakelijk naar een ingrediënt voor jam  _  loopt al 20 jaar mee in de stoet. Vorig jaar hekelden ze met Den Bucht van De Gucht de oenologische kwaliteiten van een bekend Open VLD-politicus. “En het jaar daarvoor was het Maggie De Block”, zegt Kiekepoos. “Toen hebben we ons alle vier in een bouillonblokje verkleed”. Spotten met liberalen is een zaak, iets anders is het ridiculiseren van geradicaliseerde moslims. Dat beseffen ze ook bij De Dampende Proim. “We wilden ons eerst als toeristen met tulbanden verkleden”, zeg Kiekepoos. “Maar daar zijn we van teruggekomen. Meelopen als Arabieren, dat gaat misschien wat te ver. Toch in deze periode, het is niet om mee te lachen wat er de laatste tijd allemaal gebeurt. We gaan ons nu als airhostessen verkleden”.

Airhostessen? Als dat satire is, dan moeten we ook het parochieblad met andere ogen gaan lezen. Wie doet volgende week beter? Kandidaten genoeg, zo blijkt uit de lijst van losse groepen. De Verrozjekes, De Gaa Mizjollen, Zwoor Geschaupen en Goe Geloin, aan de uitspraak van de namen is geen beginnen. Nogal wat groepen gaan de inspiratie in dezelfde hoek zoeken. Oilsjt oon zjie, verwijzend naar een grootscheepse klimaatcampagne van het stadsbestuur, springt er numeriek uit. Ook de schaarste aan toiletpapier in de Aalsterse brandweerkazerne zal meermaals aanschouwelijk worden gemaakt, en het verscheiden van Luc De Vos en koningin Fabiola krijgt gepaste aandacht. Maar het moet gezegd: de carnavalisten gaan ook het thema moslimterreur niet uit de weg. Je suis Charlie prijkt in verschillende varianten op de lijst, en De Dampende Proim moet de familie Bontinck met de lolbroeken van ’t Reigert delen. We pikken er Al Egheshegedree uit, een groep die zonder omwegen IS als thema opgeeft. Wat gaan ze er van bakken? “Dat gaat u niks aan”, scheept Danny Van der Cammen ons  af. “De media hebben in Aalst niks te zoeken. Jullie zijn buitenstaanders, en buitenstaanders begrijpen niks van Aalsterse humor”.

copulerende konijnen

Michel Van Brempt van De Moikes wil ons wel te woord staan, we krijgen zelfs koffie toe als we hem in zijn verf- en interieurzaak opzoeken. Toch is hij niet verbaasd over de norse afwijzing die we eerder incasseerden. “Carnaval is een feest van en voor Aalstenaars”, zegt hij. “Ik hoop altijd dat het met carnaval sneeuwt of regent. Hoe slechter het weer, hoe minder toeristen en hoe gezelliger het hier wordt.” Het zou wat te gemakkelijk zijn hier een bruggetje te leggen naar het verschijnsel xenofobie. Iedereen in Aalst kent Van Brempt als lijsttrekker en gemeenteraadslid van Vlaams Belang. “Maar”, zegt hij, “dat speelt niet tijdens Carnaval. De Moikes telt zes leden. Een is een notoire CD&V’er, een andere een gestampte liberaal. Met carnaval zijn we allemaal van Oilsjt, en al de rest is bijzaak. Je moet hier niet geboren zijn, ik kom zelf uit Wieze. Wat telt, is de mentaliteit. Een vriend uit Poperinge is hier na zijn studies komen wonen. Hij kon hier niet aarden. ‘Ze lachen mij uit’, kwam hij op een keer klagen. ‘Proficiat’ zei ik,  ‘dat is teken dat je erbij hoort’.  Na twee jaar is hij naar Gent verhuisd”.

Michel Van Brempt van De Moikes hoopt op slecht weer (Foto: Freddy Buyckx).

Michel Van Brempt van De Moikes hoopt op slecht weer (Foto: Freddy Buyckx).

De Moikes bestaan als sinds 1976.  Begonnen als ‘vaste’ groep met praalwagen en grote bezetting, na vijftien jaar vrijwillig teruggeschakeld tot het formaat van een half dozijn carnavalisten rond een karretje. “Dat zie je wel vaker”, zegt Van Brempt. “In het begin ben je jong en ook ambitieus, want als vaste groep ding je mee naar de prijzen die de stad uitlooft. Plezierig maar ook opslorpend, je hele sociale leven draait rond carnaval. Ieder weekend is er wel een etentje van een bevriende groep, dé manier waarop ze hun peperdure wagens financieren. Als je wat ouder wordt en kinderen krijgt, is een losse groep een verademing”. De zes Moikes lopen helemaal vooraan in de stoet. Een bewuste keuze, want zodra ze de Grote Markt bereiken, vervellen ze tot juryleden die met kennersblik de kandidaten voor de met 2.000 euro begiftigde Groete Prois de Moikes nomineren. De koppositie heeft nog een voordeel: ze mogen straks als eersten het publiek vermaken met een thema dat wel meer groepen aansnijden: paus Benedictus en de als konijnen copulerende Christenen. “We spotten graag met religie”, zegt Van Brempt. “Tenminste met een religie die spot niet met geweld beantwoordt. We moeten er niet flauw over doen: er is geen censuur, maar des te meer zelfcensuur. Lachen met de profeet of de koran? Ik kan me vergissen, maar ik denk niet dat iemand het zal aandurven. Jammer, want ik vind dat je als carnavalist met alles moet kunnen lachen”.

Wat houdt hem dan wel tegen om de Profeet in zijn hemd te zetten? “In mijn eentje zou ik het doen”, zegt hij stoer. “Maar de anderen willen niet. De Moikes hebben nochtans al gespot met onze moslimvrienden; In 2006 hebben we 10.000 Deense vlaggetjes uitgedeeld, uit solidariteit met de tekenaar van de Mohammed-cartoons. Daar hebben we felicitaties van de Deens ambassade voor gekregen. Boze reacties? Die hebben we gekregen toen we ons in een boerka hadden gestoken om te lachen met de heisa over het migrantenstemrecht. ’s Avonds, na de stoet, kregen we het met een paar allochtonen aan de stok, ze namen het niet dat we in religieuze kledij pinten stonden te pakken. Geen fijne ervaring, mijn vrouw durfde maandag haar boerka niet meer aan te trekken. Dat is tien jaar geleden, en intussen is het klimaat er niet op verbeterd”.

Claudia Schiffer

Een huisnummer konden we niet krijgen. We zouden het zo wel vinden, de grote poort naast de Carrefour in de Molenstraat. We betreden een prachtige ruimte, een verlaten atelier dat door de Aalsterse jeugd als feestzaal wordt benut. “Behalve in de carnavalsperiode”, zegt Jan Moens. “Boven zit een vaste groep. Nog een dikke week, ze zijn daar dag en nacht kostuums aan het naaien”. Ook Erremet, vrij te vertalen als ‘opnieuw’, heeft hier zijn stek. Van stress is bij deze losse groep echter weinig te merken.  “Meestal beginnen we pas na nieuwjaar”, zegt Moens. “Alleen als carnaval uitzonderlijk vroeg valt, durven we al eens in de kerstvakantie te vergaderen”. Twee van de drie Erremetters tekenen present. Jan Moens is archeoloog, Nicolas Dons aannemer van tuinwerken, de afwezige werkt als kaderlid in een bank. Carnavalist tot in de kist, ooit waren ze met acht. “Klein maar fijn”, zegt Dons. “Ons budget bedraagt minder dan 100 euro. Dat karretje gaat al twintig jaar mee. Straf spul, als je weet hoe de straten van Aalst erbij liggen”.

We lopen naar de achterkant van het werkhuis om hun nieuwste worp te bewonderen.  Een bushokje op wielen, ze moeten het alleen nog wat bijschilderen en van plakkaten met Oilsjterse commentaar voorzien. “Dit keer hebben we de mosterd bij De Lijn gehaald”, zegt Moens. “Zestigplussers moeten voortaan betalen op de bus. We gaan ons als gepensioneerden verkleden en met een collectebus rammelen”.  Origineel maar een beetje braaf, ze geven het zelf toe. De vraag is dan ook of ze even goed zullen scoren als vorig jaar, toen ze de Aalsterse straatnaamborden met Vlaamse leeuwen pimpten. “Een Vlomse ploot op de hoek van elke stroot”, was de slogan die door alle Aalstenaars feilloos werd begrepen. Erremet realiseerde de droom die N-VA-schepen en gewezen Vlaams Belang-topman Karim Van Overmeire niet kon waarmaken. “Onze foto heeft in alle kranten gestaan”, zegt Moens trots. “Erkenning door de media, daar doen we het als losse groep voor. En voor het applaus van het publiek. Op het Koningin Astridplein staat ieder jaar een familie klaar met bordjes om punten te geven. Dat is carnaval, het publiek laat je meteen voelen of het goed zit”.

Brave Hendrikken? Daarmee doen we Erremet, viervoudig winnaar van de prijs Willy Van Mossevelde voor origineelste losse groep, onrecht. Ooit liepen ze mee als vrouwen in met koranverzen bedrukte jurken, net zoals het Duitse supermodel Claudia Schiffer die in 1994 de modewereld op stelten zette. De diep ingesneden creatie van Karl Lagerfeld was destijds een artistiek protest tegen het fatwa dat de Iraanse leider Khomeini over Salman Rushdie had uitgesproken. De boodschap van Erremet? ‘Geen Arabisch op haren décolleté, want Mohammed lacht er niet en mee’. Moens en Dons zijn het roerend eens. “Dat zouden we vandaag echt niet meer durven”.

Jan Moens en Nicolas Dons van Erremet nemen De Lijn op de hak.  (foto: Freddy Buyckx)

Nicolas Dons en Jan Moens van Erremet nemen De Lijn op de hak. (foto: Freddy Buyckx)

borsten van piepschuim

Er zal volgende zondag dan toch geen Lampedusa-wagen meerijden. De Loge, een vaste groep met een stoute reputatie, had het allemaal op een rijtje. De gammele boot met Afrikaanse vluchtelingen, de choreografie op het ritme van de Marie-Louise. Begin januari, rijkelijk laat voor een vaste groep, werd het plan afgeblazen. Onder druk van het stadsbestuur, werd gefluisterd. Ten onrechte, staat intussen vast. Het was zelfcensuur, na een interne discussie over de grenzen van de goede smaak. En zo blijven de carnavalisten van NOIG vooralsnog de enigen die zich met recht en rede slachtoffers van censuur mogen noemen. “Het was in 1984”, vertelt Jan Louies met pretoogjes. “We deden toen nog mee als vaste groep. Ons thema was ‘Het Land van Coitha’, de titel van een bundel met erotische verhalen uit Scandinavië. Zie je, dat boek was het voorwerp van een Aalsterse klucht. Een scholier had het in stadsbibliotheek geleend, en toen zijn moeder het op zijn kamer vond, was ze in alle staten. Zedenbederf! Ze is naar de politie gestapt, en van het een kwam het ander. Uiteindelijk heeft de bevoegde schepen beslist dit erotische boek in een glazen kast te bergen. Gesneden koek natuurlijk voor carnavalisten. We hebben het er dik op gelegd, met reusachtige penissen en borsten van piepschuim. Het toppunt is dat ze ons pas maandag, helemaal op het einde van het parcours, uit de stoet hebben gehaald. Zondag hadden ze blijkbaar niks gemerkt”.

NOIG is intussen afgeslankt tot een trio, naast Jan doen zijn jongere broer Piet en schoonbroer en beider jeugdvriend Jacquy mee. Het is bij Piet thuis dat we de avant-première van NOIG 2015 mogen meemaken. Op het onderstel van een kinderwagen rust een doodskist met een Cubaanse vlag. Fidel dood of levend?, een mondiaal thema zowaar. “Vorig jaar hebben we het minder ver gezocht”, zegt Piet. “We lieten OCMW-schepen Sarah Smeyers met een geweer jacht maken op steuntrekkers. ‘Werken begot of augel in uw prot’, was de boodschap”. Islamitische Staat, Jejoen Bontinck, Je suis Charlie, ze hebben er wel aan gedacht bij NOIG. “Maar het is allemaal te vanzelfsprekend”, vindt Jan. “We willen geen thema dat al door tien andere groepen wordt uitgemolken. Lachen met de Profeet? Moet kunnen, maar het inspireert ons niet direct. Provoceren is geen doel op zich, we willen ons vooral goed amuseren. Dat is ook het mooie van losse groepen. Bij vaste groepen draait het om pracht en praal. Ze proberen elkaar de loef af te steken, met de grootste wagen, de meeste LED-lampjes, de zwaarste  luidsprekers. De humor schiet er bij in, terwijl dat onze voornaamste troef is. Wij zijn de narren van de carnavalstoet, de zotskappen die tussen de shownummers door het publiek vermaken”.

Jan Louies, leraar zedenleer, is zelf een stuk Aalsters erfgoed. Hij is de auteur van de in carnavalstijden druk geraadpleegde Oilstersjen Diksjoneir, en kan geestdriftig vertellen over de oorsprong van het vastenavondfeest. Een drie dagen durende omkering van alle waarden, dat is volgens hem de essentie. “Mannen dragen vrouwenkleren en worden voil jeanetten. De zot gaat de straat op met een stoel op zijn hoofd, een spiegelbeeld van de normaliteit. Wist je dat ze in de middeleeuwen achterwaarts gezeten op de rug van een ezel naar de kerk gingen? Niet om er te bidden, maar om er te vloeken”. Dat wisten we dus niet. En die van Islamitische Staat wellicht ook niet.