Maandelijks archief: oktober 2015

E-learning op zijn Vlaams: stoelendans in de aula’s

Knack, 14 oktober 2015

Kenners wereldwijd zijn het eens: de toekomst van het hoger onderwijs is digitaal.  Ook in Vlaamse rectoraten zoemen buzzwords zoals Mooc’s, e-learning en flipped classroom. Maar een disruptieve revolutie? Tijdens hoorcolleges in bomvolle aula’s van Gent, Leuven en Antwerpen valt er nog weinig van te merken. Plaatsgebrek? ‘Dat probleem lost zich na een paar weken vanzelf op’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Vrijdagochtend, half negen. Plastieken bekers en rotzooi alom, het was weer feest in de Gentse Overpoortstraat. Terwijl de laatste fuifnummers zich op wankele benen naar hun kot slepen, reppen andere studenten zich naar het UFO in de Sint-Pietersnieuwstraat. Met zo’n duizend hebben ze het onchristelijke aanvangsuur getrotseerd om het tweede college ‘Inleiding tot de historische kritiek’ bij te wonen. Veel opgeschoten pubers, dit is dan ook een plichtvak voor alle eerstejaars aan de faculteit letteren en wijsbegeerte. Laatkomers nestelen zich op het gangpad in de nok van het gigantische auditorium Leon De Meyer, het vlaggenschip van de Gentse universiteit. Er zijn nog enkele stoelen vrij, helaas onbereikbaar in de massa. Dan maar rechtstaan en reikhalzend kijken naar de twee immense beeldschermen vooraan in de aula.

Marc Boone, hoogleraar en tevens decaan van de faculteit, laat een nieuw videofragment aanrukken. Soldaten marcheren op de tonen van Wagner, strak in het gelid, de linkerarm gestrekt. Triumph des Willens van Leni Riefenstahl, precies 80 jaar oud maar nog altijd verbluffende cinema. Straf genoeg alleszins om zelfs de op de achterste rijen de aandacht van de tablet of smartphone naar de cursus te verleggen. ‘De moeder van alle propagandafilms’, houdt Boone zijn duizendkoppig publiek voor.

flipped classroom

Massale hoorcollege in reusachtige aula’s? Niet meer van deze tijd, zei Robert Stouthuysen onlangs in dit magazine. De gewezen topman van Janssen Pharmaceutica en bestuurder aan de KU Leuven, hekelde het conservatisme van de Vlaamse universiteiten. De toekomst van het hoger onderwijs is digitaal, vindt de hoogbejaarde maar nog erg actieve baron. Zijn stelling dat onze universiteiten en hogescholen de trein van e-learning en afstandsonderwijs missen, is licht gechargeerd. Tijdens onze bevraging viel om de haverklap het begrip blenden learning, contactonderwijs gecombineerd met diverse vormen van digitale kennisoverdracht. Leuven, Gent, Antwerpen, Brussel, Hasselt, er wordt aan alle faculteiten mee geëxperimenteerd. Vaak onder de vorm van de flipped classroom: studenten bereiden online aangeleverde nieuwe stof op eigen houtje voor, lessen dienen alleen nog om de kennis te verdiepen, oefeningen te maken en knelpunten te bespreken. Het beweegt dus, maar te traag naar de smaak van de Gentse professor onderwijskunde Martin Valcke. Volgens deze internationaal erkende expert innovatie hoger onderwijs, zweren nog teveel Vlaamse docenten bij traditionele hoorcolleges. Vooral algemene, inleidende vakken kunnen perfect online worden gezet. Luc Soete, de Vlaamse rector van de op Angelsaksische leest geschoeide Universiteit Maastricht, zit op dezelfde golflengte. Hoorcolleges zijn een voorbijgestreefd concept, verklaarde hij onlangs in De Tijd.

Voorbijgestreefd concept? Aan de opkomst in Aula Rector Dhanis, de grootste van de Universiteit Antwerpen, valt het niet te merken. Een dikke 700 studenten tekenen present voor de inleidende cursus accountancy, een verplicht en geducht vak voor eerstejaars in de bachelor-opleidingen TEW en handelsingenieur. Vooraleer ze het verschil tussen activa en passiva aansnijdt, neemt professor Lybaert ruim de tijd voor preventieve vermaningen. Wie zijn stof niet bijhoudt, kan volgende keer beter thuisblijven. Zelf oefenen is de boodschap, de tijdens het hoorcollege behandelde toepassingen volstaan niet om met een gerust hart naar het examen te trekken. En dat studenten met voorkennis, een eufemisme voor bissers, dwalen als ze denken dat ze het dit keer met de vingers in de neus zullen halen. Ligt het aan de royaal opengedraaide volumeknop? De speech maakt alleszins indruk op het jonge volkje, alvast één leereffect dat met een online cursus moeilijk te bereiken valt.

krantje lezen

Nadine Lybaert is gastdocent in Antwerpen, haar alma mater ligt in Hasselt. Al 13 jaar verzorgt ze het drukst bijgewoonde opleidingsonderdeel van de UA. ‘Gemiddeld 700 tot 800 studenten’, zegt ze. ‘Ik prijs me gelukkig met deze aula. Prima akoestiek en video, zo is het aangenaam les geven. Natuurlijk is zo’n grote groep niet ideaal, je hebt als docent geen idee of ze op de achterste rijen volgen dan wel of ze hun krant of tablet lezen.  In het algemeen kun je het zo stellen: de studenten die bewust achteraan kruipen zijn niet noodzakelijk diegenen met de hoogste slaagkansen. Maar de drukte vandaag geeft een vertekend beeld. Binnen een paar weken hebben er een aantal afgehaakt en vallen er vanzelf lege plekken’.

Inleidende cursussen online aanbieden? Lybaert voelt zich niet aangesproken. ‘Ik hecht veel belang aan het persoonlijk contact met mijn studenten. Tijdens de pauze blijf ik altijd in de aula, beschikbaar om alle mogelijke vragen te beantwoorden. Daar wordt gretig gebruik van gemaakt. Ik beschouw mijn cursus overigens niet als een traditioneel hoorcollege, ook al bestaat mijn eigen rol uit het droog overbrengen van kennis. Na ieder cursusonderdeel volgt een digitale explosie: de werkzittingen zijn volledig web based, mijn medewerkster is een digital whizzkid die de studenten met blogs, video’s en andere input bestookt. Blended learning, zo kan je het gerust noemen’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

 

Van digitale hocus pocus is in de les van Marc Hooghe weinig te merken, of het zouden de beamer en de wandelmicrofoon moeten zijn. De gewezen VRT-journalist doceert in Leuven het vak politicologie, een cruciaal opleidingsonderdeel in de eerste bachelor politieke wetenschappen en sociologie. Het gaat in deze tweede les over macht en de rol van de staat. Op het scherm verschijnt het beeld van een IS-gijzelaar, vlak voor zijn executie. Dat is dus wat er kan gebeuren als de staat faalt in zijn monopolie op het uitoefenen van geweld. Een dikke 500 studenten maakt ijverig aantekeningen, een kleine helft met behulp van laptop of tablet, de anderen met papier, pen en markeerstift. Aanvullingen zijn het op het handboek politicologie dat op geen enkele klaptafel ontbreekt. Hoorcollege uit de oude doos? Marc Hooghe zal het stempel na de les afwijzen. Hij doceert niet ex cathedra, wandelt voortdurend rond, dringt zelfs diep door in de middengang waar hij niet aarzelt studenten de microfoon onder de neus te duwen. ‘Natuurlijk is interactie met zo’n grote groep niet vanzelfsprekend’, geeft hij toe. ‘Vorig jaar was het nog lastiger. De aula was te klein, mijn college werd naar een tweede auditorium gestreamd. Niet ideaal, je hebt er geen echt contact me je publiek. Dit jaar is er gelukkig geen capaciteitsprobleem, de inschrijvingen in onze richting zijn met 5 à 10 procent teruggelopen’.

digitaal uitstelgedrag

Hij kan het zich wel inbeelden: de hele reeks van hoorcolleges opnemen en uploaden zodat zijn studenten zich thuis, op kot of waar dan ook met de beginselen van de politicologie vertrouwd kunnen maken. Het is geen exacte wetenschap, complexe oefeningen komen er niet bij kijken. ‘Technisch is het perfect mogelijk’, zegt hij. ‘Maar ik ben geen voorstander van digitaal afstandsonderwijs, toch niet in een eerste bachelor met 18 en 19-jarigen van wie de meesten nog niet in staat zijn om zelfstandig te plannen en te studeren. Want wat zou er gebeuren als je alles louter online aanbiedt? Uitstelgedrag, een eigenschap die velen nu al fataal wordt, zou helemaal uit de hand lopen. Ik zie het al voor me: studenten die drie dagen voor het examen vaststellen dat ze nog twintig videocolleges moeten bekijken. Hoorcolleges geven structuur aan het leven. Van studenten, maar ook van proffen. Want ook dat speelt: heel wat proffen staan graag voor de aula. Ik doe het zelf ook nog steeds met plezier, wat niet betekent dat ik principieel tegen nieuwe onderwijsmethodes ben gekant. Een aantal van mijn hoorcolleges in derde bachelor staan online, toetsen en self trainers gaan over het intranet’. 

Blijft de vaststelling dat Vlaamse universiteiten niet bepaald vooroplopen in de digitale onderwijsrevolutie. Als politicoloog zoekt Hooghe de verklaring bij het beleid. ‘Door de keuze voor een brede instroom is er minder druk om te moderniseren. Letterlijk iedereen kan hier naar de universiteit. Behalve in de richting genees- en tandheelkunde zijn er geen bindende toelatingsexamens, en ondanks de recente verhoging blijft het inschrijvingsgeld belachelijk laag. Gevolg; heel wat jongeren komen naar de unief om het eens te proberen of om van het studentenleven te proeven. De helft die je zonet in de aula hebt zien zitten, overleeft de eerste bachelor niet. Die aselecte instroom is uniek in de wereld. Ik kom net terug uit Montreal waar ik een gastcollege aan de McGill University heb gegeven. Een jaartje studeren kost er meer dan 20.000 dollar, bijna even duur als aan de Amerikaanse of Britse topuniversiteiten. In Frankrijk selecteren ze dan weer via toelatingsproeven. In Lille, waar ik soms les geef, laten ze 2 procent van de deelnemers toe’.

aselecte instroom

We mogen hem niet verkeerd begrijpen, hij is geen voorstander van een strenge selectie aan de toegangspoort. Hooghe: ‘In eerste bachelor kan ik ze er zo uitpikken, studenten die door hun kledij of houding verraden dat ze in een ander land nooit naar de universiteit zouden gaan. De meesten redden het niet, maar er zijn er ieder jaar wel enkelen die toch slagen. Dat is op zich al waardevol, een democratische kwaliteit om te koesteren. Maar de brede instroom heeft wel gevolgen voor het soort onderwijs dat we bieden. Een eerste bachelor, dat is in feite een uitgestelde, langgerekte toelatingsproef. De ongelijke kwaliteit van de studentenpopulatie verplicht ons als docenten tot een compromis waarin iedereen verliest. Voor de zwakke helft blijft het sowieso te moeilijk, terwijl sterke studenten onvoldoende worden uitgedaagd. Die laatste groep zou wel gebaat zijn bij e-learning of andere innovatieve methodes die een grote motivatie en inzet vergen. Het is geen toeval dat Angelsaksische universiteiten vooroplopen in de digitale transitie. Als een student 20.000 dollar voor een jaartje universiteit betaalt, dan gaat hij niet freewheelen maar zich schrap zetten om voor ieder vak te slagen. Die sense of urgency ontbreekt bij ons helemaal. Of je nu drie of vier jaar over een bachelor doet, het maakt velen niet uit. Het systeem met studiepunten is er ook voor gemaakt. Je kunt altijd wel enkele vakken meenemen, en de ouders trekken het zich niet aan omdat zo’n jaartje extra niet veel kost’.

Een brede instroom in populaire studierichtingen kan dus niet zonder massale hoorcolleges in grote aula’s. Dat kost een aardige stuiver, maar toch gaat het volgens Hooghe om een koopje. ‘Massale hoorcolleges zijn voor de universiteiten juist spotgoedkoop. Of docenten nu les geven aan bachelors in een bomvolle aula of in een lokaal aan een kransje masterstudenten, aan hun salaris zal je het verschil niet zien, en we krijgen er ook geen extra onderwijsassistenten voor. Neem nu mijn vak politicologie. Eén docent voor 500 studenten, voor die prijs ga je niet veel kunnen investeren in digitale innovatie’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Mooc’s

Per kop berekend is professor Wagemans nog goedkoper. Aula Rector Pieter De Somer, met 842 zitjes de grootste van Leuven, is net niet helemaal volgelopen voor zijn college functieleer, zeg maar een algemene inleiding psychologie. Het is een van die materies die vaak het onderwerp vormen van een Mooc, de veelbesproken massive open online course. Gratis beschikbaar voor iedereen, compleet met selftrainers, feed back- en peer review-modules en (betalende) examensystemen. ‘Geen alternatief voor mijn cursus’, vindt Johan Wagemans. ‘Er is een inhoudelijk verschil. Ik combineer functieleer met een algemene inleiding tot de psychologie. Dat vind je bij geen enkele Mooc, die zijn immers allemaal op Amerikaanse leest geschoeid. Engelstalig dus, en ook dat is een bezwaar. Voor dit soort introducties blijft Nederlands de aangewezen instructietaal. Zeker in een eerste bachelor met een nauwelijks geselecteerde instroom kun je niet zomaar aannemen dat iedereen voldoende Engels kent’.

Ook professor Wagemans is niet afkerig van digitaal onderwijs. In de masteropleiding hanteert hij het flipped classroom concept. Alles gebeurt online, de wekelijkse lessen zijn niet meer dan groepsgesprekken om de digitale kennisoverdracht te evalueren. ‘Dat werkt alleen in kleine groepen met een homogene kwaliteit’, zegt hij. ‘Achttienjarigen hebben nog niet genoeg  discipline en zelfredzaamheid voor e-learning. Ik zet voor mijn eerste bachelors wel eens iets op Toledo, het intranet van de universiteit. Dat kan een verwijzing zijn naar een uitbreidingsartikel, of enkele vragen over de cursus. Als de helft van de studenten er op ingaat, zo wil de afspraak, dan behandelen we die kwesties in het volgende hoorcollege. De respons is bedroevend, vaak halen we niet eens de 50 procent’.

De VUB is de enige universiteit die ook in populaire bachelor-opleidingen geen capaciteitsproblemen kent. ‘Dat is het verschil met de andere Vlaamse universiteiten’, zegt rector Paul De Knop. ‘Ze zijn het slachtoffer geworden van hun eigen succes. Als middelgrote universiteit hebben we alles onder controle, ook al dank zij onze flexibele infrastructuur. Onze Aula Q is een geweldige troef, moduleerbaar van 200 tot 1200 zitplaatsen’.

Niet dat het aan de grote universiteiten de spuigaten uitloopt. Verhalen over uitpuilende aula’s bleken vaak uit het verleden te dateren. Universiteiten hebben dan ook maatregelen getroffen. Auditoria  worden niet meer per faculteit maar centraal beheerd en optimaal benut. Vooral de blue chips, de aula’s met 500 en meer zitjes, moeten renderen. Ze worden tot ’s avonds laat en vaak ook tijdens het weekend volgepland. In uiterste nood worden lessen naar een tweede aula gestreamd, een praktijk die vooral in de Leuvense en Gentse rechtsfaculteiten voorkomt. Niet toevallig, vernamen we van bronnen in beide universiteitssteden. Als één groep studenten het risico op overbevolkte aula’s loopt, dan zijn het wel de toekomstige juristen.

Dat klopt, stellen we vast als we de sasdeur van auditorium NBIII in Gentse Universiteitsstraat openen. Capaciteit 300 zitplaatsen, onvoldoende om de belangstelling voor de in tweede bachelor verplichte cursus goederenrecht te kanaliseren. Pechvogels zitten achteraan in de vensterbanken, anderen hurken tegen de muur en gebruiken hun knieën als schrijftafel. Een van de muurzitters zet zijn tanden in een broodje, het kraken van ovenverse korst is niet echt bevorderlijk voor de concentratie van de buren. Professor Wylleman houdt de zaal scherp met een strikvraag. Is een Mariabeeld in een nis een roerend dan wel een onroerend goed?

massacolleges

Capaciteitstekort? ‘Ach’, zegt Annelies Wylleman. ‘Het was maar de eerste les. Binnen enkele weken schieten alleen de gemotiveerde studenten over, ik schat zo’n 250 tot 300 op een totaal van 460.  Een grote kloof, inderdaad. Komt door de fameuze flexibilisering. Studenten moeten niet meer slagen voor hun eerste bachelor. Als ze een minimum aantal studiepunten behalen, mogen ze het tweede jaar combineren met de onvoldoendes van het eerste jaar. Een slecht systeem als je het mij vraagt. De trajecten worden er alleen maar langer door, vooral de hopeloze gevallen blijven nodeloos plakken. In de tweede bachelor merken we dat vooral bij de herexamens in september. Van de 200 inschrijvingen komt minder dan de helft opdagen. Dat zijn dan vaak de studenten die het in juni al voor de derde keer hebben geprobeerd, met een 7 op 20 als resultaat. Tijdverlies, ook voor de docent’.

Wylleman heeft vele jaren in eerste bachelor de inleiding  tot het privaatrecht gedoceerd. Het UFO bestond nog niet, Auditorium E in de Blandijnberg was het theater voor massacolleges. Tegenwoordig worden Gentse docenten door professionele acteurs gecoacht om massa’s te bespelen, maar professor Wylleman mag zich als performer een autodidact noemen. ‘De eerste keer voor zo’n grote bende was ik wel nerveus’, zegt ze. ‘In mijn dromen zag ik alles in de soep draaien. Ik was mijn cursus vergeten, of de geluidsinstallatie werkte niet. Nodeloos gepieker, het ging me van de eerste keer goed af. Ik probeer het levendig te houden door vragen te stellen en voorbeelden uit mijn notarispraktijk te geven’.

Dat zou ook perfect online kunnen, geeft ze toe. Technisch gezien althans, in de praktijk ziet ze zich nog niet snel op de digitale golf meesurfen. ‘Daarvoor vind ik het persoonlijk contact met de studenten te belangrijk’, zegt ze. ‘Ook voor de studenten lijkt het me niet ideaal. Liever les van een docent van vlees en bloed dan de hele tijd naar een talking head op een scherm kijken. Ik ging als student zelf erg graag naar hoorcolleges. Je leert er mensen kennen, want in zo’n auditorium val je vaak naast een volslagen onbekende’. 

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Toch waait de wind van verandering ook door de faculteit rechten, met de kracht van een lentebriesje. ‘Vorig jaar hebben ze mijn cursus opgenomen en op het intranet gezet’, zegt Wylleman. ‘Dat vond ik prima, er zijn altijd wel werkstudenten die hoorcolleges moeten missen. Maar ook gewone studenten maakten er gebruik van. Ik heb gisteren in bed nog eens naar jou gekeken, kwam er eentje me tijdens de volgende les zeggen. Toch zijn er in onze faculteit ook proffen die niet willen dat hun les wordt opgenomen. Ouderen, jawel, maar ook minder oude collega’s. Angst om zich te verspreken, denk ik.’

 

Antwerps burgerinitiatief: minnaars van de Oudaan

Knack 7 oktober, 2015

De Oudaan is de Boerentoren niet. Het lelijkste gedrocht van ’t Stad, moest architect Renaat Braem vaak horen. Met de verkoop in zicht, slaat de stemming om. Jonge Antwerpenaren hebben een burgerinitiatief gelanceerd. ‘We mogen zo’n cruciaal gebouw niet aan de logica van de vastgoedmarkt overlaten’.

 

foto: Facebook-groep 'We kopen samen den Oudaan'

foto: Facebook-groep ‘We kopen samen den Oudaan’

De Oudaan, hoofdkwartier van de Antwerpse politie, staat te koop. Vraagprijs voor de 17 verdiepingen tellende toren: minstens 10,5 miljoen euro. Gegadigden krijgen van stedelijk patrimoniumbeheerder AG Vespa tot 25 maart 2016 de tijd om hun beste bod onder gesloten omslag uit te brengen. Met de opbrengst zal een deel van een nieuw politiecomplex voor 1.900 medewerkers, een van de prestigeprojecten van De Wever 1, worden gefinancierd. Uiterlijk 2020 doet de laatste flik dan het licht uit in de Oudaan, een beschermd monument in het hart van de binnenstad van de modernistische architect Renaat Braem.

Naar algemene verwachting zal het winnend bod door een kapitaalkrachtige projectontwikkelaar worden uitgebracht. De renovatie van de door betonrot aangetaste toren zal immers nog eens minstens 10 miljoen euro kosten. Een zware investering, maar de unieke ligging tussen de chique Huidevettersstraat en de hippe Kammenstraat maakt veel mogelijk. Een herbestemmingsplan hoort niet bij de verkoopsvoorwaarden, maar kenners gokken nu al op een doorstart als kantoorcomplex of hotel.

Als het aan Maarten Desmet (33) en Tim Devos (28) ligt, gokken ze verkeerd. De twee jonge architecten-stedenbouwkundigen stonden mee aan de wieg van de eind juni gelanceerde Facebookgroep, ‘We kopen samen den Oudaan’. In de eerste persberichten werd het als een ambitieus staaltje van crowdfunding voorgesteld. De realiteit is iets genuanceerder, zo vernemen we als Desmet en Devos de korte geschiedenis van hun initiatief schetsen. Hun verhaal begint niet toevallig bij Ndvr, hun eigen prille studiebureau dat een niche probeert te veroveren in het veld van publieke overheden, projectontwikkelaars en buurtcomités. De ambitie is stedelijke ontwikkelingsprojecten proactief te begeleiden, het combineren van stedenbouwkundige, architecturale en sociaalgeografische expertise moet leiden tot een betere publieke ruimte en minder belangenconflicten tussen bouwheren en gebruikers.

‘Het lelijkste gedrocht van ’t Stad, zo werd het 70 meter hoge kantoorblok vaak bestempeld’

‘Het idee is op café ontstaan’, vertelt Tim. ‘Het was een vrijdagavond, we verkeerden in een bont gezelschap van generatiegenoten, architecten, stedenbouwkundigen, kunstenaars en andere jonge mensen die zich betrokken voelen bij de stad. De verkoop van de Oudaan was het nieuws van de dag. We waren het allemaal eens: het kan niet dat de Oudaan zomaar aan de hoogstbiedende wordt verkocht. Het gaat immers niet om de eerste de beste snoepwinkel, maar om een groot, iconisch gebouw in het historische hart van de stad. Dat laat je niet zonder meer over aan de logica van de vastgoedmarkt waar het rendement per vierkante meter de doorslag geeft. Eerst maakten we er grappen over. Als we nu eens allemaal een verdieping kochten en er onze eigen kantoren en ateliers in onderbrachten? Maar hoe later op de avond, hoe serieuzer en duidelijker de plannen werden. We zouden een burgerinitiatief lanceren om de Oudaan een sociale, culturele en duurzame bestemming te geven. Nog diezelfde avond was de Facebookgroep een feit’.

In een mum van tijd stond de teller op 3.000 likes. Dat mag opmerkelijk heten, want in tegenstelling tot de Boerentoren heeft de Oudaan nooit het hart van de Sinjoren gewonnen. Het lelijkste gedrocht van ’t Stad, zo werd het 70 meter hoge kantoorblok vaak bestempeld. Renaat Braem (1910-2001) haalde er bij leven en welzijn de schouders voor op. Als volbloed modernist, leerling van Le Corbusier die hem persoonlijk voordroeg als lid van het toonaangevende Congrès International d’Architecture Moderne (CIAM), was hij wel wat controverse gewoon. Ook andere bekende realisaties, denk aan de eenzame toren langs de A12 in Boom of  grootschalige sociale huisvestingsprojecten zoals het Kiel-Antwerpen en Sint-Maartensdal-Leuven, kregen een gemengd onthaal. Bejubeld door architectuurkenners, verguisd door het publiek. Op Cobra.be staat een filmpje uit 1987 waarin de beroemde architect de kritiek toeschrijft aan bange burgermannetjes die zich achter scheve trapgevels verschuilen voor de nieuwe tijd. Braem, die eerder al in zijn befaamde essay ‘Het lelijkste land ter wereld’ brandhout maakte van de Belgische ruimtelijke orde, geeft ook zijn visie op de ontwikkeling van de Scheldestad. Berchem en Borgerhout konden voor zijn part het best met de grond gelijk worden gemaakt, op enkele waardevolle elementen zoals de Cogels Osylei na. In de plaats zouden nieuwe stadsdelen verrijzen, met gestandaardiseerde huisvesting, gescheiden functies, veel groen en open ruimte.

Datzelfde CIAM-ideaal stond hem voor de geest toen hij zich in 1950 met zijn medewerkers Jo De Roover en Maxim Wijnants over de Oudaan boog. Opdracht van de socialistische burgemeester Craeybeckx: de site ontwikkelen tot een administratief centrum waar alle stadsdiensten zouden worden gegroepeerd. Het wordt een lijdensweg zonder weerga. Plan na plan wordt als te ambitieus of revolutionair afgewezen. Als in oktober 1958 eindelijk de eerste spade in de grond gaat, zijn de eerder door Brussel toegezegde subsidies geschrapt en schiet van het tiental oorspronkelijke voorziene gebouwen alleen nog de toren over. Door financiële perikelen zal de werf vier jaar stilliggen, pas in 1966 kan de Antwerpse politie het gebouw in gebruik nemen.

De bestemming als politiekantoor speelt in de perceptie, geeft Maarten toe. ‘Het is wel een publiek gebouw, maar niet zoals een theater of museum. Weinige Antwerpenaars worden vrolijk als ze naar het politiecommissariaat moeten. Ook het hek en de camera’s wekken niet meteen sympathie’. Hek en camera’s zullen samen met de politie verdwijnen, het gebouw wordt helemaal ontsloten. Intussen doet de Facebook-bende _ aangevoerd door een stuurgroep van experten zoals architecten, stedenbouwkundigen maar ook erfgoedspecialisten, sociologen en zelfs bankiers _  alles om de architecturale kwaliteiten van de Oudaan in de verf te zetten. De betonnen luifel die als een tong uit de monumentale hal steekt. De ranke pijlers die het hele gebouw als een exoskelet dragen. Het consequente vormgebruik bij de binnen-afwerking, vooral te bewonderen op de drie bovenste  verdiepingen waarvan ook het interieur werd beschermd. Op 11 oktober, Dag van de Architectuur, organiseren de Facebook-activisten er gegidste rondleidingen. Bij diezelfde gelegenheid lanceren ze een speels online platform dat het gebruikers toelaat zelf hun ideale Oudaan te configureren.

Maarten: ‘We willen zoveel mogelijk Antwerpenaren warm maken om mee na te denken over de bestemming. Nu al stromen de ideeën binnen. Een buurthuis, ateliers voor kunstenaars, repetitielokalen voor muzikanten, kantoren voor ngo’s, het is allemaal denkbaar. Antwerpen heeft een enorm gebrek aan scholen. Wel, in de Oudaan kunnen ze er een paar onderbrengen, ze kunnen er zelfs het ideaal van de brede school realiseren. Het gaat ons niet zozeer om het monument, de Oudaan wordt trouwens niet bedreigd. Dit is vooral een kans om aan te knopen met Braems sociale visie op architectuur. We willen het gebouw flexibel benutten. Ruimtes kunnen door verschillende gebruikers worden gedeeld, permanent of tijdelijk. Zo laten we de vierkante meters dubbel renderen, niet financieel maar wel sociaal’.

       ’Als we het project ook maar een stuk in onze richting kunnen bijsturen, hebben we al               gewonnen’

De naam van de Facebookgroep is misleidend. Natuurlijk gelooft niemand dat ze via crowdfunding het winnende bod gaan bijeenharken. ’20 miljoen is totaal onbereikbaar’, zegt Tim. ‘Om mee te doen in de race hebben we een of meer investeerders nodig. Crowdfunding kan wel een rol spelen, want voor het beheer denken we aan een soort coöperatieve waarin de burger met één aandeel evenveel zeg heeft als een grote investeerder”.  Vraag is waar ze die idealistische geldschieters gaan vinden in de gehaaide vastgoedwereld. Investeerders dus die bereid zijn in een coöperatieve te stappen en genoegen nemen met een marktinferieur rendement. ‘Ze hoeven niet uit de sector te komen’, zegt Maarten. ‘Een bank zoals Triodos zou perfect kunnen. Maar ook de vastgoedwereld evolueert, projectontwikkelaars liggen tegenwoordig wakker van hun imago, er zijn zelfs nieuwe spelers die zich op de drie P’s profileren, people, planet en profit. De belangstelling leeft, de voorbije weken hebben verschillende projectontwikkelaars ons gecontacteerd om naar onze plannen te luisteren. Maar we maken geen obsessie van een investeerder. Liefst van al doen we helemaal niet mee aan de biedingsrace, ons hele initiatief is er trouwens op gericht de verkoop aan die procedure te onttrekken’.

Een vrome wens allicht. Vespa, een autonoom gemeentebedrijf, is niet van plan de verkoop onder gesloten omslag stop te zetten. Alleen een politiek initiatief lijkt dat scenario te kunnen afwenden, maar voorlopig valt er bij meerderheid noch oppositie enig animo te bespeuren. Maarten en Tim zijn wel vereerd als we de vergelijking maken. Na Ademloos, StRaten Generaal en Ringland een nieuw staaltje van Antwerps burgeractivisme dat bureaucratische plannen doorkruist. Toch wijzen ze meteen op de verschillen. ‘We kopen samen den Oudaan’ is vooralsnog veel kleiner en bovendien bewust apolitiek.

Tenzij een witte ridder met een grote zak geld en ijzersterke idealen hen bijspringt, wordt de Oudaan volgend jaar dus toch aan een winstgedreven vastgoedgroep verkocht. Bekende namen zoals Land Invest Group en Matexi zoemen al rond. Is al de moeite dan vergeefs geweest? ‘Helemaal niet’, zegt Maarten. ‘Het is ons meer om het proces dan om het resultaat te doen. Mensen mobiliseren rond de leefbaarheid van hun stad, is op zich al waardevol. We willen ook aantonen dat er een andere manier bestaat om aan vastgoedontwikkeling te doen. Eentje die de gemeenschap ten goede komt, zonder daarom naïef te zijn. Trouwens, we kunnen ook na de verkoop gaan praten met de nieuwe eigenaar. Als we een voldoende groot draagvlak hebben, zullen ze wel luisteren. Ze hoeven ons ook niet over de hele lijn te volgen. Als we het project ook maar een stuk in onze richting kunnen bijsturen, hebben we al gewonnen’.

 

 

 

 

VRT-correspondent Tom Van de Weghe neemt afscheid van Amerika

 

Tom Van de Weghe is correspondent af. Na vijf jaar Peking en drie jaar Washington wordt Gent zijn nieuwe standplaats. Heimwee knaagt, maar straks mag hij als pop-up correspondent Amerika aan de slag. Nauwelijks bekomen van zijn jetlag wisten we hem te strikken voor een terugblik. Over de kunst van netwerken in Washington. ‘In de Finnish Sauna Society kun je als eens in je blootje naast een Congreslid zitten’.

KN2015-298-Tom Van de Weghe

foto: Saskia Vanderstichele

Tom Van de Weghe (40) heeft zelf voor de Starbucks in het Gentse Sint-Pietersstation gekozen. Ideaal om terug te blikken op drie jaar Amerika, stond in het tekstbericht. De toegevoegde smiley was ietwat misleidend, zo zal tijdens het gesprek blijken. Onverdeeld happy voelt hij zich niet, hij is nog volop aan het afkicken. Eind juni kwam een voortijdig einde aan zijn correspondentschap in Washington. Eerder al had de VRT Stefan Blommaert uit Peking teruggeroepen. De openbare omroep covert de wereld voortaan zonder eigen, vaste correspondenten, maar zal op tijd en stond tijdelijke, pop-up correspondenten uitsturen. De heimwee knaagt, geeft Van de Weghe toe. Misschien komt het door de intensiteit waarmee hij afscheid heeft genomen. Hij is twee dagen geleden geland, na een rondreis van drie maanden door de Verenigde Staten.

Van de Weghe: ‘Het was een familietrip, maar Sofie en de kinderen zijn eind augustus al teruggekeerd. Ik zou de auto in San Francisco verkopen en volgen, maar dat bleek moeilijker dan gedacht. Je kunt een in Maryland geregistreerde auto niet zomaar in California verkopen. Bureaucratie, daar kunnen ze in Amerika van meespreken. Ik heb dan van de nood een deugd gemaakt en de cirkel vervolledigd. In totaal 20.000 kilometer gereden en 30 staten bezocht, alleen Hawaï en Alaska ontbreken nog’.

-  drie maanden de toerist uithangen? Dat lijkt me niks voor de razende reporter zoals we je kennen…

Van de Weghe: (lacht) Tja, de aard van het beestje. Zelfs tijdens een vakantie kan ik mijn journalistieke drive niet uitschakelen. Als ik in Selma kom, vlak na de herdenking van de Freedom March, wil ik met getuigen spreken over de situatie van zwarten in Amerika. In New Orleans was ik een week na de tiende verjaardag van Katrina. Dan kan ik het niet laten om de mensen op te zoeken die tijdens de herdenking met president Obama hebben gesproken, of langs te lopen bij Make It Right, het sociale en ecologische huisvestingsproject van Brad Pitt. Ik maakte er ook een sport van op mijn weg zoveel mogelijk presidentiële bibliotheken mee te pikken. Nixon, Bush, Clinton, allemaal bezocht. In de Ronald Raegan Library was ik net te vroeg voor het tweede Republikeinse kandidatendebat, maar in de Lyndon B. Johnson Library heb ik wel Julian Castro horen speechen. Een buitenkans, want Castro geldt als de coming man van de Democraten. Een latino, ex-burgermeester van San Antonio, door Obama opgepikt als minister van huisvesting en stedelijke ontwikkeling, door sommigen getipt als kandidaat vicepresident. Ik had hem graag willen interviewen, maar dat is helaas niet gelukt. Pas op, ik heb me ook en vooral goed geamuseerd. Als echte muziekfanaat ben ik weg van het Zuiden. Jazz, blues of cajun, er zijn podia zat in steden als New Orleans, Alabama, San Diego of Austin. Ik zou er kunnen wonen, ook de mentaliteit en de keuken spreken me aan’.

-   Gentse waterzooi is anders ook niet slecht. Wat ga je hier eigenlijk doen?

Van de Weghe: ‘Werken op de nieuwsredactie, ik ben precies 15 jaar vaste medewerker bij de VRT. Volgende week mag ik al op handelsmissie met Geert Bourgeois naar Atlanta, een fijn vooruitzicht en ideaal om de heimwee te verzachten’.

-  er was veel te doen over de beslissing van VRT-hoofdredacteur Björn Soenens om vaste correspondenten terug te roepen en te vervangen door zogenaamde pop-up correspondenten. Wat vind je er zelf van?

Van de Weghe: ‘Ik word zelf een van die pop-up correspondenten, ik zit in de pool van Amerika-watchers die de presidentsverkiezingen zal coveren, samen met Björn zelf en Els Aeyels. Natuurlijk was ik liever tot na de verkiezingen in Washington gebleven, zoals trouwens was afgesproken toen we in de zomer van 2012 na vijf jaar uit China terugkeerden. In Peking was het perspectief heel anders. We zijn daarheen getrokken voor negen maanden, en nadien hebben we ons verblijf telkens weer met een jaar verlengd. In Amerika kregen we ineens uitzicht op vier jaar. Dan ga je je daar op instellen, zeker als je een gezin met schoolgaande kinderen hebt. Maar goed, als loyaal medewerker sta ik achter de beslissing van de hoofdredactie’.

-  steekt het toch niet dat VTM intussen je voorganger Greet De Keyser als correspondent in Washington heeft ingehaald?

Van de Weghe: ‘Nee, ik gun het haar van harte. VTM heeft het trouwens eerst aan mij gevraagd, zowat een half jaar geleden. Ik heb uiteraard  getwijfeld, het was een kans om in Washington te blijven. Maar uiteindelijk gaven andere overwegingen de doorslag. Acht jaar buitenlands correspondent, dat betekent ook dat Sofie haar carrière als mobiliteitsdeskundige acht jaar lang in de koelkast heeft gezet. Ze heeft wel werk gezocht in Washington, maar als vrouw van een buitenlands journalist kreeg ze geen officiële werkvergunning. Intussen is ze al volop aan het werk, na amper één week in België had ze al een contract beet’.

-  na je odyssee verstuurde je een afrondende tweet over de toestand van Amerika. Ernstig maar niet hopeloos, luidde het. Hoezo?

Van de Weghe: “Amerika is meer dan ooit een verdeeld land. Ik heb de voorbije weken heel veel boze mensen ontmoet, gewone Amerikanen die erg bitter klonken over zeven jaar Obama. Vooral op het platteland is de stemming negatief. Rural America is dan ook aartsconservatief, het kijkt naar de wereld door de bril van Fox Television en hangt aan de lippen van mensen zoals Alex Jones, de even  populaire als reactionaire talk radio host. Maar daar tegenover staat een stedelijk, jong, progressief en divers Amerika. Die tweespalt merk je vooral in zuidelijke staten, een stad als Austin is een progressief eiland in een conservatieve oceaan. Die tegenstelling zal een beslissende impact hebben op de verkiezingen, vooral in swing states zoals North Carolina en Ohio. Het kan nog alle kanten uit, maar op de lange termijn hebben de Democraten de tijd aan hun kant’.

waarom?

Van de Weghe: ‘De verstedelijking zet zich steeds sterker door. Gevolg: de electorale impact van dat jonge, progressieve en diverse Amerika wordt steeds groter. De Republikeinen scoren erg  slecht bij drie elkaar overlappende categorieën: vrouwen, stedelingen en migranten. Dan heb je een probleem, want het gaat om enorme bevolkingsgroepen. Komt daar nog bij dat die partij al voor de derde campagne op rij door een interne burgeroorlog wordt verscheurd. Als ze die niet gauw kunnen bijleggen door een consensuskandidaat naar voor te schuiven, maken ze ook volgend jaar geen kans’.

hoe kijk jij naar het fenomeen Donald Trump?

Van de Weghe: ‘Ik heb hem zoals iedereen onderschat. Ik was in februari op CPAC, de jaarlijkse ultraconservatieve hoogmis waar zowat alle republikeinse presidentskandidaten zich kwamen voorstellen. Trump schopte zo wild in het rond dat niemand hem ernstig nam. Rand Paul, Scott Walker en de zwarte neurochirurg Ben Carson maakten de meeste indruk. Maar kijk nu: Scott Walker heeft de handdoek in de ring gegooid, en Rand Paul wordt in de polls door Trump verpletterd. Carson houdt beter stand, maar de waarheid is dat niemand een Afro-Amerikaan de republikeinse nominatie ziet veroveren’.

Trump beledigt aan de lopende band medekandidaten en complete bevolkingsgroepen zoals vrouwen en latino’s. Hoe komt hij daar mee weg?

Van de Weghe: ‘Omdat hij authentiek overkomt en zich als anti-establishment profileert. Net zoals Pim Fortuyn destijds, al hanteerde die een heel andere stijl. Zijn boodschap slaat bij verrassend veel Amerikanen aan, heb ik tijdens mijn rondreis kunnen vaststellen. In New Mexico sprak ik met een nieuwe Amerikaan, een geregulariseerde illegaal die zich een onvoorwaardelijke Trump-fan noemde. De tirades tegen migranten en illegalen deden daar niks aan af, het ging hem om Trumps belofte Amerika weer groot te maken, een slogan die nota bene van Ronald Raegan werd geleend. Om de Amerikaanse droom te realiseren, sprak die ex-illegaal Trump na, moeten we illegalen tegenhouden. Met rede heeft dat natuurlijk weinig te maken, de hele Amerikaanse droom is vooral een gevoel’.

-  maakt hij ook een kans op de Republikeinse nominatie?

Van de Weghe: ‘Ik vrees ervoor, het establishment van de partij zal dat nooit tolereren, desnoods gooien ze er een miljard tegenaan om zijn kandidatuur te torpederen. Het is veelzeggend dat Fox, toch wel de spreekbuis van de Republikeinen, de Trump-campagne zowat doodzwijgt. De race is nog lang, men hoopt nog altijd dat hij een fatale misstap begaat of dat zijn campagne als een soufflé in elkaar zakt. Hij heeft trouwens al pluimen verloren, tijdens het tweede kandidatendebat werd hij mooi op zijn nummer gezet door een verrassend sterke Carly Fiorina. Zou dat volgend jaar geen mooie affiche zijn? Hillary Clinton versus Carly Firoina, twee dames die strijden voor het presidentschap? Maar misschien wordt het wel een driestrijd, want Trump heeft al laten uitschijnen dat hij desnoods als onafhankelijke kandidaat opkomt. Een Ross Perot-scenario, dat is wel de ultieme nachtmerrie van de Republikeinen. Wie had kunnen denken dat de campagne zo spannend en onvoorspelbaar zou worden? Een jaar geleden zette iedereen zijn geld op een saai duel Clinton-Bush. Het kan nog altijd zo uitdraaien. Jeb Bush is een van die kandidaten die op een meltdown van Trump speculeert. Hij voert een kleurloze campagne, achteraan in het pak. Maar als hij geen brokken maakt, kan hij straks zijn immense campagnebudget aanspreken om de eindsprint in te zetten’.

-  wie zegt dat Hillary Clinton de Democratische nominatie al op zak heeft? Ze is in opspraak gebracht door email-gate en loopt in de peilingen achter op haar linkse tegenkandidaat, de veteraan Bernie Sanders…

Van de Weghe: ‘Ze is niet goed bezig; In het begin van de campagne verwaardigde ze zich niet eens de naam van Sanders uit te spreken. Intussen zie je dat ze zelf al een stuk naar links is opgeschoven om hem de wind uit de zeilen te vangen. Toch denk ik dat email-gate een veel groter probleem vormt. Niemand weet wat er nog allemaal in die privémails staat. Maar als er belastend materiaal in zit, zullen de Republikeinen het via de bevriende pers op het juiste moment laten lekken. Sowieso is dit een kleine PR-ramp, email-gate bevestigt haar imago van gehaaide carrièrevrouw die een parfum van affairisme en belangenvermenging verspreidt. De vrouw die te graag wil, hoor je vaak, die zelfs de ontrouw van haar man door de vingers zag om haar carrièrekansen te vrijwaren. De Democraten zijn er niet helemaal gerust op, er is de jongste weken meer en meer sprake van plan B, met de B van Joe Biden, de vicepresident die zich nog niet eens kandidaat heeft gesteld. Voorbarig als je het mij vraagt. Als de taaie Hillary ook deze crisis overleeft en de Republikeinen blijven verdeeld, dan heeft zij nog altijd de beste papieren om Obama op te volgen’.

Obama zit in de laatste rechte lijn van zijn tweede termijn. Welke balans maak je op?

Van de Weghe: ‘Hij is veel populairder in Europa dan in eigen land, net zoals Gorbatchov die in de tijd van de perestroïka meer fans had in Brussel en Berlijn dan in Moskou. Toch moet iedereen toegeven dat hij op binnenlands vlak zijn stempel heeft gedrukt. Obama-care was een realisatie van formaat, en Amerika is weer de motor van de wereldeconomie. De voorbije maanden heeft hij hard aan zijn erfenis gewerkt, met uitschieters als het klimaatplan, het homohuwelijk en het herstel van de Amerikaans-Cubaanse betrekkingen. Toch vind ik de kritiek op zijn buitenlands beleid terecht, vooral in het Midden Oosten heeft hij gefaald. De Syrische dictator Assad waarschuwen dat hij geen rode lijn mag overschrijden, en dan zijn staart intrekken als Assad die lijn wel overschrijdt. Geen voorbeeld van leiderschap op het wereldtoneel, terwijl dat precies van een Amerikaans president wordt verwacht. Maar wat misschien wel de grootste teleurstelling is: Obama werd als verzoener ingehaald, maar onder zijn bewind is de polarisering alleen maar toegenomen. Het Congres, volgens de grondwet de spil van democratie, is meer dan ooit verlamd. Democraten en Republikeinen vinden geen common ground meer, vooral aan de kant van de Republikeinen is alle bereidwilligheid tot compromissen zoek. In feite gaat het helemaal niet zo goed met die Amerikaanse democratie. Een tweepartijenstelsel met een disfunctioneel Congres waar de echte macht meer en meer bij kapitaalkrachtige lobby’s schuilt. Amerika dreigt van een democratie naar een plutocratie af te glijden’.

over polarisering gesproken: ook de rassenrelaties zijn er onder de eerste zwarte president niet op verbeterd…

Van de Weghe: ‘Nee, integendeel. Ik heb net Between the World and Me van de Afro-Amerikaanse schrijver en journalist Ta-Nehisi Coates gelezen. Beluisterd in feite, ik had een stapel luisterboeken mee om lange autoritten door te komen. Coates is een sensatie in Amerika. Zijn jongste boek, gericht aan zijn puberzoon, gaat over opgroeien als zwarte in Amerika en over het racisme en geweld die daarmee gepaard gaan. Coates constateert dat jonge Afro-Amerikanen hun geloof in het melting pot-ideaal hebben verloren. Dat heb ik zelf vaak gehoord, onder meer tijdens mijn reportages in Fergusson. Maar ik hoorde het deze zomer ook uit de mond van twee jonge zwarten die ik in Minneapolis sprak. Ze wilden vooral gerust gelaten worden, zeiden ze, en ze droomden van zwarte wijken met zwarte politieagenten. Tussen haakjes: dat is nu al een realiteit. Er zijn plekken waar blank en zwart elkaar ontmoeten, in grootstedelijke muziekclubs krijg je zelfs een harmonieus beeld van Amerika. Maar in het algemeen is segregatie troef. We hebben deze zomer een hele reeks van de prachtige state parks bezocht die ook bij Amerikaanse toeristen razend populair zijn. Blanke toeristen, je komt er haast nooit een zwarte tegen’.

-  een smet op het blazoen van Obama?

Van de Weghe: ‘De verwachtingen van de Afro-Amerikanen na zijn eerste verkiezing waren natuurlijk torenhoog en onmogelijk in te lossen. De meeste zwarten zijn nog altijd trots op Obama, maar tegelijkertijd heerst er ontgoocheling. Obama wilde vooral niet als zwarte worden gezien, hij plaatste zich als president boven de rassenkloof. Pas na de massamoord in Charleston, toen de blanke tiener Dylann Roof negen zwarte kerkgangers doodschoot, heeft hij een sterke speech tegen racisme gegeven. Too little too late, denken vele zwarten’.

-  je bent na vijf jaar correspondentschap in Peking rechtsreeks naar Washington verhuisd. Hoe verschillend waren beide posten?

Van de Weghe: ‘Het was  in Amerika uiteraard veel comfortabeler werken, en niet alleen vanwege de taal. In Peking heb ik ooit klappen gekregen van de politie toen ik een reportage draaide over een schandaal omtrent HIV-besmet transfusiebloed. Zoiets is ondenkbaar in Amerika. Okay, er zijn veel regeltjes en de politie is heel strikt. Maar zolang je de regels respecteert, wordt je als buitenlands of binnenlands journalist geen strobreed in de weg gelegd. Een verademing na China waar je nooit wist waar je aan toe was. Niks kon maar over alles viel te onderhandelen, zo ging het in Peking’.

-  viel het mee om als correspondent uit het nietige België in Amerika aan nieuwsgaring te doen?

Van de Weghe: ‘Ja, ik geneerde me trouwens niet om mijn exotische achtergrond uit te spelen. Als Belgisch journalist kun je je erg geloofwaardig van de domme houden, een bekende truc om mensen uit hun tent te lokken.  Niet dat die pose altijd nodig was, doorgaans zijn Amerikanen erg open. Wel oppassen met patriottische gevoelens. Ik heb meermaals gesprekspartners van tafel doen weglopen met mijn kritische bedenkingen over de Amerikaanse rol in de wereld, zelfs ruimdenkende Democraten hebben daar moeite mee. Afgezien daarvan heb ik de Amerikanen als buitengewoon genereus ervaren. Deze zomer nog: we waren in Maine, naast ons was een gezelschap neergestreken met een koelbox vol kreeft en witte wijn. Toen ze ons vreemde accent hoorden, kwamen ze kennis maken. Een van de mannen bleek een steenrijke Texaan te zijn, een vastgoedtycoon die persoonlijk bevriend is met de familie Bush. Hij bood ons zijn cottage aan, we mochten blijven zolang we wilden. Dat aanbod hebben we gretig aangenomen, het uitzicht op de Atlantische oceaan was trouwens prachtig. Dat soort gastvrijheid zal je hier niet gauw ondervinden, Vlamingen zijn nogal gesloten en wantrouwig van aard. Het zou geen kwaad kunnen mochten we allemaal wat meer Amerikaan worden’.

-  raakte je in Washington ook dicht bij de Macht?

Van de Weghe: ‘Een interview met Obama zat er niet in, daarvoor moet je als correspondent van een kleine, buitenlandse zender jarenlang lobbyen en een grote dosis geluk hebben. Maar ik heb in die drie jaar wel een mooi netwerk opgebouwd. Washington DC is een unieke omgeving, de hele stad hangt aaneen van de persclubs, woordvoerders en lobby’s. Het duurt een tijdje vooraleer je de weg vindt. Mijn tactiek was simpel: ik woonde zoveel mogelijk persbriefings bij. Op de duur herkennen de woordvoerders je, en van daar kun je weer een stap verder zetten. Er zijn ook discrete clubs om interessante mensen te ontmoeten, plekken die je alleen via via kunt ontdekken. Zo werd ik uitgenodigd om lid te worden van de Finnish Sauna Society, een legendarisch adres voor de politieke en journalistieke incrowd’.

-  Finnish Sauna Society?

Van de Weghe: ‘Een sauna in de kelder van de Finse ambassade. Befaamd voor zijn manier van opgieten, ze gebruiken er geen water maar bier om stoom te maken. Maar vooral bekend voor zijn exclusieve bezoekers, je kunt er al eens in je blootje naast een congreslid of senator zitten. Ik heb er dankbare contacten gelegd, met woordvoerders, lobbyisten en hooggeplaatste officials.  Zo heb ik toch een paar mooie interviews versierd, onder andere met Madeleine Albright. Stom geluk helpt ook. Ik neem de trein naar New York en wie zit er naast mij? Jesse Jackson! Aardige man, we hebben een groot stuk van de reis gepraat’.

-  je bent als een van de zeldzame journalisten thuis in drie supermachten. Als slavist in Rusland, nadien als correspondent in China en Amerika. Wie heeft de beste kaarten voor een glorieuze toekomst?

Van de Weghe: ‘Zonder enige twijfel Amerika, de enige supermacht die het vermogen heeft om zich aan te passen aan razendsnel veranderende omstandigheden. Rusland zit in een neerwaartse spiraal, China groeit maar heeft een fragiel politiek systeem. Ook Amerika heeft problemen, we hebben er hier de hele tijd over gesproken. Zo gaat dat vaak onder journalisten, we focussen op de pijnpunten. De realiteit is veel genuanceerder, ik heb in Amerika vooral positieve mensen ontmoet en plaatsen bezocht die optimisme uitstralen. Sillicon Valley, dat zijn de Amerikanen op hun best, als geen ander in staat om te focussen en doelen te bereiken. Ik heb ginder heel veel migranten gesproken, ook Belgen trouwens. De Amerikaanse droom blijft springlevend. Het land van de onbegrensde mogelijkheden, voor wie bereid is de handen uit de mouwen steken’.

 

foto: Saskia Vanderstichele

foto: Saskia Vanderstichele