Maandelijks archief: november 2015

Psychogenocide, de vergeten Holocaust

Knack, 4 november 2015

 

Pyschiater en kunstenaar Erik Thys heeft een schokkend boek geschreven. Psychogenocide gaat over de moord door de nazi’s op 300.000 psychiatrische patiënten. Gesprek over eugenetica, psychiatrie, ontaarde kunst en al te gewillige medici. ‘De komst van Hitler was goed nieuws voor Duitse artsen’.

Ideale mensen volgens Nazi's, paneel tentoontselling Wunder des Lebens

Ideale mensen volgens de Nazi’s, paneel tentoonstelling Wunder des Lebens

Met boeken over de Nazi-misdaden kan men stilaan de evenaar plaveien. Toch is Erik Thys erin geslaagd een originele bijdrage aan het genre te leveren. Psychogenocide gaat over de liquidatie tussen januari 1939 en augustus 1941 van 300.000 Duitse geesteszieken en verstandelijk gehandicapten, een geheime operatie die het onverbiddelijke eindpunt van een fanatieke, eugenetische ideologie vormde. Tegen deze inktzwarte achtergrond schetst Thys de ambivalente relatie tussen kunst en psychiatrie onder de nazi’s, terwijl hij ook een schril licht werpt op de sleutelrol die psychiaters, artsen en andere zorgverstrekkers bij de massamoord speelden. De materie is hem in meerdere opzichten vertrouwd. De auteur werkt als psychiater in het PSC Sint-Alexius in Elsene en het Universitair Psychiatrisch Centrum in Kortenberg, hij legt er  zich vooral toe op de behandeling van psychosen. Behalve psychiater is Thys ook een creatieve duizendpoot. Hij maakt en exposeert grafisch werk, componeert en acteert, onder meer in videofilms en performances van zijn bekende kunstbroer Harald Thys die onbewust de voorzet voor het boekproject gaf.

Erik Thys: ‘Ik had van Harald een facsimile van Entartete Kunst gekregen, de beruchte tentoonstelling waarmee de nazi’s moderne kunst belachelijk probeerden te maken als het werk van gestoorde, ontaarde mensen. Dat zette me aan het denken over de verschrikkelijke maar tegelijkertijd fascinerende combinatie van kunst en geneeskunde, en ook over het onderliggende concept van volksgezondheid waarbij alles in het teken van zuiverheid staat. Ik heb niks onthuld, de feiten zijn bekend. Toch blijft de massamoord op psychiatrische patiënten onderbelicht, ze wordt volledig overschaduwd door de herinnering aan de holocaust. Ook daarom heb ik dit boek geschreven. Terwijl de holocaust vaak wordt gebruikt om te waarschuwen tegen hedendaags racisme, doet men alsof de psychogenocide een geïsoleerd feit zonder actuele relevantie is’.

is dat niet zo?

Thys: ‘Ik wil absoluut niet zwartgallig doen over de hedendaagse psychiatrie, maar we moeten alert blijven voor bepaalde fenomenen. De nazi’s maakten een scherp onderscheid tussen behandelbare en hopeloze patiënten. Dat gebeurt nog altijd, uiteraard met andere gevolgen. Ook het utilitaire denken, een van de hoekstenen van de psychogenocide, is nooit helemaal uit de geestelijke gezondheidszorg verdwenen’.

de psychogenocide is het monster dat werd gebaard door de eugenetica, 100 jaar geleden alom bejubeld als een nieuwe wetenschap die het beste met de Mens voorhad. Hoe kon dat gebeuren?

Thys: ‘Eugenetica heeft een lange voorgeschiedenis, Plato voorzag in zijn ideale staat al een systeem van geleide procreatie. De moderne eugenetica begint in de tweede helft van de 19de eeuw, geïnspireerd door de evolutie in de landbouw. Als we gewassen en dierenrassen kunnen veredelen, zo ging de redenering, dan kunnen we ook de mens verbeteren. Uiteraard hadden de vroege eugenetici Mendels erfelijkheidswetten en Darwins evolutietheorie gelezen, maar in feite was hun wetenschappelijke basis erg wankel. De kennis van moderne genetica was nihil’.

campagne tegen 'Ballastmenschen'

campagne tegen ‘Ballastmenschen’

was Duitsland de bakermat ?

Thys: ‘Nee, het enthousiasme leefde in alle landen van de geïndustrialiseerde wereld. De eerste eugenetische wetgeving kwam trouwens in de Verenigde Staten tot stand, in de vorm van regels die migranten met ernstige geestelijke problemen de toegang tot het grondgebied ontzegden. En wat te denken van het verbod op gemengde huwelijken en andere rassenwetten in zuidelijke staten? Dat waren niks anders dan eugenetische maatregelen om het blanke ras zuiver te houden. De VS pionierden ook met verplichte sterilisatie van psychiatrische patiënten, een praktijk die ook in de Scandinavische landen enthousiast werd toegepast. In Finland heeft zich trouwens een interessante case voorgedaan. Harry Federley, professor zoölogie en overtuigd eugeneticus, pleitte in 1918 op biologische gronden voor het aanpassen van het één man één stem-principe. Federley zag met lede ogen hoe de Zweedse minderheid, de maatschappelijk elite in het Finland van die tijd, zich minder talrijk voortplantte dan de Finnen. Door hen meer stemmen te geven wilde hij die scheve balans rechttrekken, in het belang van de volksgezondheid. Zijn voorstel bleef dode letter, maar het illustreert perfect de paradox van het sociaaldarwinisme, een van de voorlopers van de nazi-eugenetica’.

paradox?

Thys: ‘Sociaaldarwinisme gaat zogezegd uit van the survival of the fittest, een passief principe dat erop neerkomt dat men de natuur zijn gang laat gaan. Concreet zou dat betekenen dat de fitte Finnen zich vrolijk en onbeperkt mogen voortplanten. Daar zit de paradox, want Federley bepleit precies het tegenovergestelde. In feite is sociaaldarwinisme uitgesproken interventionistisch, het is een instrument om de maatschappij te kneden, zoals de nazi’s met ongeëvenaard fanatisme hebben geprobeerd’.

Duitsland was dan niet de bakermat, maar nergens namen sociaaldarwinisme en eugenetica een hogere vlucht. Hoe komt dat?

Thys: ‘De nederlaag in de Eerste Wereldoorlog had Duitsland in een diepe crisis gestort. Alle waarden stonden op de helling, het maatschappelijk debat was erg heftig. Het ging ook over ethische thema’s die voorheen taboe waren, zoals echtscheiding of vrijwillige euthanasie. In dat klimaat hebben enkele prominente eugenetici de bakens verzet. Figuren zoals Ernst Rüdin, de pionier van genetische psychiatrie die de erfelijkheid van geestelijke aandoeningen onderzocht en een levenslange kruistocht voerde voor het steriliseren van ontaarden en minderwaardigen. Hij was overigens de schoonbroer van Alfred Ploetz, de arts die al in 1895 het begrip rassenhygiëne had bedacht. Rüdin en Ploetz hebben samen ’s werelds eerste vereniging voor rassenhygiëne gesticht, een voorbeeld dat snel internationale navolging kreeg. Vandaag is rassenhygiëne een beladen begrip, maar Rüdin was tijdens het interbellum een wereldautoriteit wiens ideeën door toonaangevende wetenschappers en intellectuelen werden gedeeld. Niemand minder dan Max Planck is persoonlijk tussengekomen toen hij na de oorlog voor zijn rol in de psychogenocide werd vervolgd. Met succes, Rüdin ontsnapte aan vervolging’.

‘Er zijn teveel namen om op te noemen, maar die van Karl Binding en Alfred Hoche, een jurist en een psychiater, allebei fanatieke eugenetici, mogen niet ontbreken. In 1920, toevallig het jaar waarin de nazipartij werd opgericht, hebben ze een dun maar erg invloedrijk boekje gepubliceerd. Sterilisatie volstond niet, argumenteerden ze, het moest de overheid ook mogelijk worden gemaakt mentaal gehandicapten en geesteszieken te doden. De auteurs omschreven het doelpubliek onder meer als ballastmensen, Fremdkörper en lege menselijke hulzen, en bedachten ook het afschuwelijke concept van het levensonwaardig leven, terminologie die de nazi’s gretig hebben overgenomen”.  

het was Hitler zelf die op 1 september 1939 groen licht gaf voor het euthanasieprogramma. Is hij daarmee de hoofdverantwoordelijke?

Thys: ‘Ik hoed me voor een reductio ad hitlerum. De eugenetische denkbeelden bestonden al voor hij aan de macht kwam, maar hij is natuurlijk diegene die ze tot hun uiterste consequentie heeft toegepast. Eugenetica behoorde werkelijk tot de kern van Hitlers ideologie. Kijk, de nazi’s bespeelden in hun propaganda twee snaren. Er was het economische motief van de onproductieve mens, de nutteloze eter. In propagandafilms werd het er dik opgelegd: instellingen voor psychiatrische patiënten werden als luxueuze paleizen voorgesteld en tegenover schamele arbeidshuisjes geplaatst. Schoolkinderen kregen in de wiskundeles vraagstukken voorgeschoteld: de bouw van een psychiatrische kliniek kost 6 miljoen Mark. Hoeveel huizen kunnen we voor dat bedrag bouwen? Het tweede thema was puur eugenetisch: psychiatrische patiënten als bedreiging voor de volksgezondheid. Voor Hitler woog dat laatste duidelijk het zwaarst door. Op een bepaald moment probeerden kerkverantwoordelijken het euthanasieprogramma te stoppen, door aan te bieden de kosten voor de zorg zelf te dragen. Hitler wees dat voorstel resoluut af, alle psychiatrische patiënten moesten eraan geloven’.

Hitler had zelf een psychiatrisch verleden, hij werd in 1918 na een gasaanval aan het Ijzerfront als hysteriepatiënt opgenomen. Heeft dat zijn houding beïnvloed?

Thys: ‘Misschien, maar dat blijft voer voor speculatie. Het verhaal gaat dat de nazi’s later alle betrokken artsen en verplegers hebben geliquideerd. Klinkt aannemelijk, maar ook hier ontbrekende sluitende bewijzen. Die heb ik ook niet om mijn persoonlijke overtuiging te staven, namelijk dat Hitler zichzelf als genetisch onvolmaakt beschouwde. Hij had een achternicht in de psychiatrie, het nichtje met wie hij vermoedelijk een relatie had, heeft zelfmoord gepleegd. Ik denk echt dat daar de reden ligt waarom hij geen kinderen wilde, en ook zijn zus verbood een relatie te beginnen’.

 

personeelsfeest in Hartheim, een van de zes T4-vernietigingscentra waar 18.200 psychiatrische patiënten werden vergast (bron: Dokumentationsstelle Hartheim)

personeelsfeest in Hartheim, een van de zes T4-vernietigingscentra waar 18.200 psychiatrische patiënten werden vergast (bron: Dokumentationsstelle Hartheim)

anders dan bij de holocaust waren de 300.000 slachtoffers van de psychogenocide volkseigen Duitsers. Hoe konden de Nazi’s daarmee wegkomen?

Thys: ‘Ze waren erg beducht voor de reactie van het volk. Via uitgekiende propaganda probeerden ze de geesten te doen rijpen. Je ziet hoe de boodschap steeds explicieter wordt. In 1935 liep in Berlijn Das Wunder des Lebens, een knappe, modern vormgegeven tentoonstelling over de natuur. Positief en optimistisch van toon, maar er was wel een paneel over erfelijke zieken met in grote gotische letters de vraag: is dit nog leven? Een jaar later ging Opfer der Vergangenheit in première, een van Hitlers favoriete films. Hij opent met prachtige natuurbeelden, vergezeld van de commentaar dat alles wat niet leefbaar is, in de natuur ten gronde gaat. Cut, en in de volgende scène zie je beelden van een overbevolkte psychiatrische afdeling met patiënten die op een obscene manier worden gekarikaturiseerd. Boodschap: we hebben gezondigd tegen de natuur door onwaardig leven te behouden en het zelfs toe te staan zich via voort te planten.  Zo pakten de nazi’s het dus aan: het probleem omschrijven en gigantisch opblazen. De volgende stap, het propageren van de Endlösung, durfden ze niet aan. De massamoord, met als hoogtepunt de vergassing van 70.000 instellingspatiënten tijdens de beruchte T4-operatie, werd met de grootste discretie gepland en uitgevoerd’.

-  hoe valt zoiets te verbergen?

Thys: ‘De geheimhouding was relatief. Ik ben zelf op bezoek gegaan in Hadamar, een van de zes T4-vernietigingscentra waar bijna 15.000 psychiatrische patiënten werden vergast en gecremeerd. Het centrum ligt op een heuvel, het is ondenkbaar dat de inwoners zich geen vragen hebben gesteld bij de stinkende, zwarte rook. Dat hele bezoek heeft een diepe indruk gemaakt. De gaskamer bleek een omgebouwde kelder van vier bij drie. Ook de snijtafel, waar interessante lijken voor medische experimenten werden ontleed, staat er nog. Toen de 10.000ste patiënt werd vergast, heeft het T4-personeel die tafel gebruikt om een feestje te bouwen. Hadamar is nog altijd een psychiatrisch centrum, die bewuste tafel werd tot lang na de oorlog in het mortuarium gebruikt. Intussen hoort de kelder bij een Gedenkstätte, net zoals de weide waaronder een massagraf ligt met 5.000 patiënten die in het ziekenhuis werden vermoord.  De centraal geleide T4-operatie was immers maar een onderdeel van een bredere campagne. Bij de zogenaamde wilde euthanasie werden vanaf 1941 nog eens naar schatting 200.000 psychiatrische patiënten vermoord. Dodelijke injecties, vergiftiging, elektrocutie, alle manieren waren goed. Valentin Faltlhauser, een psychiater die ook enthousiast aan T4 had meegewerkt, propageerde de E-Kost als humane methode. Euthansasiekost, een verhongeringsdieet dat binnen een paar maanden tot de dood leidde’.

kwam er helemaal geen verzet tegen de campagne?

Thys: ‘Toch wel. De katholieke bisschop von Galen van Münster heeft een donderpreek tegen het euthanasieproject afgestoken, en ook de protestantse bisschop Wurm leverde openlijk kritiek. Moedig, maar het heeft geen zoden aan de dijk gezet. Al bij al kwam er bitter weinig verzet. De meeste instellingen hebben gewillig meegewerkt, ook als ze door de katholieke of protestante kerk werden gerund. Er waren wel directies die stil verzet pleegden. Sommigen manipuleerden diagnoses om patiënten van de dodenlijst te halen, anderen waarschuwden stiekem de familie om hun zoon of dochter op te halen vooraleer de T4-bus kwam. Ook dat is een verbijsterend verhaal: heel wat families repten zich na die waarschuwing effectief naar de instelling. Niet om hun kind te redden, maar om afscheid te nemen’.

-  de discretie over de psychogenocide was dus nergens voor nodig. Hoe valt de publieke inschikkelijkheid te verklaren?

Thys: ‘Blijkbaar hadden de nazi’s de impact van hun eugenetische propaganda onderschat. Duitsers gingen massaal mee in de redenering dat het tenslotte beter was voor iedereen’.

-  in dat propaganda-offensief paste ook de tentoonstelling Entartete Kunst. Leg dat eens uit..

Thys: ‘Het grote verhaal is bekend. Entartete Kunst was de pendant van de GroBe Deutsche Kunstausstellung die in 1937 in München werd geopend. Tegenover de volkseigen, traditionele kunst plaatste men werken van surrealisten, dadaïsten, expressionisten en andere moderne kunstenaars. Geen moeite bleef bespaard om de bezoekers in te prenten dat dergelijke creaties alleen aan de fantasie van ontaarden en gedegenereerde konden ontsproten zijn. De juxtapositie typeerde het wereldbeeld van de nazi’s:  goed versus slecht, het verschil kan met het blote oog worden gemaakt.  Diezelfde wij-zij-tegenstelling loopt als een rode draad doorheen de psychogenocide, de psychiatrische patiënt was de ultieme andere. Maar het verband was nog veel directer. Entartete Kunst was een reizende tentoonstelling die overigens veel meer volk lokte dan de officiële Kunstausstellung. Om echt te onderstrepen hoe ontaard de geselecteerde kunstenaars wel waren, werd de tentoonstelling in Berlijn uitgebreid met een greep uit de Prinzhorncollectie, een verzameling met kunst van psychiatrische patiënten. Vandaag noemen we dat outsiderkunst of art brut. Er zit fantastisch werk tussen, heel wat van die Prinzhorn-kunstenaars waren erg getalenteerd. Dat maakte de nazi’s niks uit, ze werden even goed vermalen in de T4-operatie’.

was de psychogenocide de opmaat voor de holocaust?

Thys: ‘Zonder enige twijfel. De schaalgrootte verschilt, maar de hele methodiek en machinerie voor de industriële massamoord werd tijdens de psychogenocide ontwikkeld. De allereerste vergassing vond plaats tijdens de opruiming van een psychiatrische kliniek in september 1939 in Polen, nog voor de start van de T4-operatie in Duitsland. Er werd constant naar meer efficiëntie gestreefd. De tot gaskamers omgebouwde vrachtwagens die het voordeel boden dat lijken rechtstreeks in een massagraf konden worden gedumpt? Een innovatie tijdens de psychogenocide, net zoals de douches die nog efficiënter bleken. Lijken moesten niet meer uitgekleed worden, dat scheelde een lastig karwei. T4 was een blauwdruk voor de holocaust. Patiënten werden uit instellingen opgehaald, in overslagcentra verzameld en van daaruit just in time afgeleverd in een van de vernietigingscentra waar ze meteen werden vergast en gecremeerd. Een maand nadat T4 werd afgerond, is de holocaust begonnen, met deelname van zowat alle T4-experts. Hannah Arendt beschreef de holocaust als een bureaucratische massamoord. Dat geldt evenzeer voor de psychogenocide. Bij T4 kwamen heel veel paperassen kijken. Voor elke patiënt moesten uitgebreide aanmeldingsformulieren en medische fiches worden ingevuld, en na de vergassing ontvingen familieleden een standaardbrief met een verzonnen doodsoorzaak. Die procedures hadden maar een doel: afstand scheppen zodat het moorden anoniem en vlot kon verlopen. Patiënten waren louter dossiers, ondanks de betrokkenheid van psychiaters en artsen kwam er geen enkele diagnose aan te pas. Het enige contact vond plaats vlak voor de vergassing, tijdens een vluchtig pre mortem onderzoek. Patiënten met een interessante pathologie of met een gouden tand, kregen een stempel op de schouder zodat men ze even later sneller uit de stapel lijken kon halen’.

zelfportret Elfriede Lohse-Wächtler, een van de T4-slachtoffers

zelfportret Elfriede Lohse-Wächtler, een van de T4-slachtoffers

medici, psychiaters op kop, speelden een hoofdrol in de psychogenocide. Hoe kijkt u daar als psychiater naar?

Thys: ‘Het blijft een schokkende vaststelling. Artsen werkten niet alleen mee aan de massamoord, ze gebruikten psychiatrische patiënten voor allerlei medische experimenten. Het geval is bekend van een professor die patiënten met een welbepaalde pathologie bestelde. Die werden dan à la carte vermoord, en niet veel later kreeg hij hersenpreparaat of andere gewenste lichaamsdelen in zijn labo geleverd. Het is niet voor niets dat de nazi-artsen in Nürnberg een apart proces hebben gekregen. 20 kopstukken stonden terecht, het topje van de ijsberg. De meeste collaborerende artsen zijn erg goedkoop of zelfs ongestraft weggekomen, sommigen hebben zelfs nog een carrière gemaakt met de medische kennis die ze tijdens hun gruwelijke experimenten hadden opgedaan’.

-  valt allemaal moeilijk te rijmen van de eed van Hippocrates…

Thys: ‘De vraag is hoe het zover kon komen. Hitler was natuurlijk mateloos populair bij Duitse artsen, liefst 45 procent werd lid van de partij, veruit het grootste percentage van alle beroepsgroepen. Ik zie daar twee verklaringen voor. De komst van Hitler was voor vele artsen goed nieuws: door het beroepsverbod voor joodse artsen kregen vooral jonge, Duitse artsen onverhoopte carrièrekansen. Maar er was ook een diepere reden waarom ze zich aangesproken voelden: het hele nazisme was een medisch-biologische ideologie, doorspekt met jargon dat artsen vertrouwd in de oren klonk. Rassenwetten werden afgekondigd in naam van de volksgezondheid. Dat volk was een soort organisme, en artsen waren biologische soldaten die streden tegen ziektes of parasieten die het organisme bedreigden. Ik heb een affiche gevonden waarop de vier ideale mensentypes worden afgebeeld. Naast de goed geproportioneerde man en de blonde vrouw, staan de SS-soldaat in zwart uniform en de arts in witte jas. Dat zegt het allemaal’.

België is met Nederland het enige land waar vrijwillige euthanasie onder strikte voorwaarden werd gelegaliseerd. Tegenstanders verwijzen vaak naar de nazi-s om hun argumenten kracht bij te zetten. Het meest omstreden is trouwens de mogelijkheid euthanasie te vragen in geval van ondraaglijk psychisch lijden. Ziet u enig verband met de psychogenocide?

Thys: ‘Nee, maar om dat te verduidelijken zag ik me toch verplicht de kwestie in mijn boek aan te snijden. De terminologie is natuurlijk verwarrend. In Duitsland is het woord euthanasie definitief verbrand, het verwijst er rechtstreeks naar de psychogenocide. Wat wij euthanasie noemen, heet daar Sterbehilfe. Ik heb een tabel gemaakt met de fundamentele verschillen, maar in feite ligt het voor de hand. Vrijwillige levensbeëindiging op verzoek van de patiënt, dat staat diametraal tegenover de gedwongen, door de overheid georganiseerde liquidatie van weerloze patiënten’.

 

Psychogenocide, Erik Thys, Epo, 320 pag, 24,50 euro