Maandelijks archief: december 2015

Hans Bonte en Montasser AlDe’emeh over het jaar van de radicalisering

Knack, 16 december 2015

Radicalisering, terreur en jihadisme, het zijn fonkelende sterren in de wordcloud 2015. Een boerenjaar voor radicaliseringsexperten waarvan Knack twee prominente exemplaren verenigde. Burgemeester Hans Bonte en islamoloog Montasser AlDe’emeh buigen zich samen over de kwaal van deze tijd. De eerste klinkt sussend, de tweede alarmerend. ‘Angst is nefast, maar naïviteit evenzeer’.

 

foto: Saskia Vanderstichele

foto: Saskia Vanderstichele

Montasser AlDe’emeh excuseert zich voor de vertraging. Iemand had hem de weg naar de Leuvensesteenweg in plaats van de Leuvenseweg gewezen, een populair misverstand als men het Huis der Parlementariërs zoekt. De Palestijnse Vlaming woont al een poosje in de hoofdstad, maar deze buurt is hem nog altijd weinig vertrouwd. Een van zijn vorige excursies naar de Vijfhoek haalde zelfs de internationale pers. Het was begin december, de stad krabbelde recht na een week dreigingsniveau 4. Een politiepatrouille vond het nodig zijn auto tegen te houden en hem op een botte manier aan een veiligheidscontrole te onderwerpen. De nummerplaat van zijn Mercedes stond als verdacht gesignaleerd, klonk achteraf de uitleg van de politie. Ironisch genoeg kwam AlDe’emeh net terug van een lezing over gewelddadig jihadisme voor het Brussels parlement.

 Hans Bonte, sp.a-kamerlid en burgemeester van Vilvoorde, schuift een stoel bij voor de laatkomer. Hun wegen hebben elkaar al vaker gekruist. Montasser AlDe’emeh en Hans Bonte staan allebei bekend als radicaliseringsexpert, een knelpuntberoep dat ze op erg verschillende manieren invullen. AlDe’emeh verdiept zich als islamoloog in de lokroep van de jihad. In 2014 reisde hij Vlaamse Syriëstrijders achterna, en zijn veldonderzoek mondde dit jaar uit in het lijvige boek ‘De Jihadkaravaan’ dat hij samen met Midden Oosten-kenner Pieter Stockmans schreef. AlDe’emeh is geen academicus in een ivoren toren. Met zijn organisatie ‘De weg naar’ probeert hij radicaliserende jongeren voor ongelukken te behoeden en begeleidt hij ouders van Syriëstrijders. Hans Bonte van zijn kant kent de problematiek als burgemeester. Vilvoorde zag sinds 2012 liefst 28 onderdanen naar het strijdtoneel in Syrië vertrekken, een cijfer waarmee zijn stad nog voor Molenbeek internationale faam als jihadi-bolwerk verwierf. Het leverde Bonte de status van ervaringsdeskundige op, met een uitnodiging als keynote speaker door het Witte Huis als ultieme bekroning.

-  wat een boerenjaar voor radicaliseringsexperten! De aanslagen van 13/11 in Parijs zinderen nog na. Men zou haast vergeten dat 2015 zowat begon met het uitmoorden van de Charlie Hebdo-redactie en de raid op de Joodse superette Hyper Casher in datzelfde Parijs. Was dat een kantelpunt?

Hans Bonte: ‘Zo heb ik het toch beleefd. Een aanslag op onze persvrijheid, als symbool kon dat tellen. Maar ook de reactie had een enorme symboolwaarde. Ik ben naar Parijs geweest voor de stille wake, een historisch moment. Ik kon het Gare du Nord haast niet uit, het zag letterlijk zwart van het volk. Een miljoen mensen op de been, van alle rangen, standen en kleuren. Ik vond dat een zeer krachtig signaal’.

Montasser AlDe’emeh: ‘Het was helemaal geen aanslag op de persvrijheid, maar een oorlogsdaad waarmee jihadisten de polarisering in onze maatschappij op de spits wilde drijven. Vandaar ook de keuze van het doelwit: hoe theatraler, hoe groter de impact. Ik kan me inbeelden dat die stille wake een ontroerende ervaring was, maar volgens mij zijn we met open ogen in de val getrapt. Het opzet om moslims te marginaliseren en de tegenstellingen tussen wij en zij aan te scherpen, is perfect geslaagd. Na de aanslagen begonnen kranten massaal Mohammed-cartoons te publiceren. Wie daar niet mee kon lachen, was haast medeplichtig aan de moord op Charlie Hebdo. Die groepsdruk werkte nog ook. Zelfs Franse imams die Charlie Hebdo jarenlang hadden verketterd, gingen ineens met een ‘Je suis Charlie’-bordje staan zwaaien. Hypocriet, net zoals de aanwezigheid op de stille mars van enkele wereldleiders die zelf als notoire mensenrechtenschenders bekend staan’.

Bonte: ‘Wat was er zo hypocriet aan de reactie van die imams? Het is toch niet omdat ze verbolgen waren over Mohammed-cartoons, dat ze geen afschuw mogen tonen als de volledige redactie van Charlie Hebdo wordt uitgemoord? Ik zie daar geen tegenspraak’.

AlDe’emeh: ‘De imams dragen een verpletterende verantwoordelijkheid. Natuurlijk waren die spotprenten niet leuk, zo heb ik het trouwens zelf altijd aangevoeld. Toch hadden de imams de gelovigen moeten sussen. Laat ze maar spotten, hadden ze in de moskee moeten zeggen, wij moslims weten zelf wel wat de Profeet voor ons betekent. Maar nee, in de plaats daarvan staken ze donderpreken af tegen die godslasteraars van Charlie Hebdo. Dan moet je niet verbaasd zijn als op een dag enkele jongeren die al slecht in hun vel zitten en al flink geradicaliseerd zijn, een Kalasjnikov grijpen en een bloedbad aanrichten. Ik zeg niet dat er een direct causaal verband is, maar het is wel hypocriet om na zo’n drama een bordje met ‘Je suis Charlie’ in de lucht te steken’.

-  nog een sterk moment van 2015 was de uitspraak op 11 februari in het Sharia4Belgium-proces. Volgens de correctionele rechtbank van Antwerpen ging het om een terroristische groepering. Leider Fouad Belkacem en andere kopstukken kregen strenge gevangenisstraffen. Terecht?

Bonte: ‘Over de strafmaat spreek ik me niet uit, maar het is absoluut waar dat Sharia4Belgium een sleutelrol heeft gespeeld in het ronselen van Syriëstrijders. Ik weet er alles van, want de organisatie was erg actief in Vilvoorde. De predikers van de haat, zoals ik ze noem, zijn verantwoordelijk voor het stelen van kinderen uit onze samenleving. Het ging overwegend om criminelen en halve criminelen, sommigen hadden op hun elfde al een dossier bij de jeugdrechtbank. Losers dus die elkaar in een nieuwe missie hadden gevonden, het stichten van het kalifaat. De eerste lichting Syrië-strijders bestond nagenoeg volledig uit kernleden van Sharia4Belgium. Vanuit Syrië hebben ze vervolgens de tweede lichting gerekruteerd, met filmpjes, propaganda en persoonlijke aansporingen via de bekende sociale netwerken. Van die eerste lichting kun je nog zeggen dat we ze liever kwijt zijn dan rijk. Maar die tweede lichting? Dat waren geen criminelen, maar gewone jongeren die om allerlei redenen kwetsbaar waren’.

AlDe’emeh: ‘Sharia4Belgium heeft bewust gemarginaliseerde jongeren aangetrokken en verder geradicaliseerd. Aanvankelijk puur ideologisch, maar dat was slechts een eerste stap op weg naar gewelddadige radicalisme. De vraag is echter waarom ze hun boodschap zo gemakkelijk aan die jongeren kwijt konden. Het hoofddoekenverbod is een deel van het antwoord, dat hebben Belkacem en co meesterlijk uitgespeeld.  Ik vind dat trouwens nog altijd een pijnpunt. Steeds meer moslimmeisjes volgen thuisonderwijs omdat ze hun hoofddoek op school niet willen afleggen. Ook in mijn centrum komen meisjes klagen dat ze zich om die reden gediscrimineerd voelen. Dat is heel erg, want volgens experts is vervreemding van de maatschappij een belangrijke grond voor radicalisering. Ook de media gaan niet vrijuit, ze hebben Sharia4Belgium groot gemaakt. Hoe er eerst gelachten werd toen Belkacem ermee dreigde het Atomium als blasfemisch monument af te breken. De dorpsidioot, zo werd hij afgeschilderd. Maar intussen zien we hoe gelijkgezinden in Syrië en Irak aan de lopende band erfgoed vernietigen’.

behalve door jihadistische terreur werd het jaar door een historische migratiecrisis beheerst. Beide fenomenen zijn gelinkt, heel wat vluchtelingen zijn trouwens op de vlucht voor het geweld van IS en andere strijdende partijen in Syrië en Irak. Maar wat met die andere link waarvoor sommigen waarschuwen? Misbruikt IS de vluchtelingestroom om terroristen naar Europa te smokkelen?

Alde’emeh: ‘Dat valt nooit uit te sluiten, maar IS heeft daar ook andere kanalen voor. Denk maar aan Abaaoud, en het gemak waarmee die heen en weer pendelde om zijn aanslagen te beramen’.

Bonte: ‘Ik zie andere links, zoals de radicaliserende invloed van het Syrische conflict op onze eigen moslimgemeenschap. Dat wordt onderschat, net zoals we de impact van de Palestijnse kwestie onderschatten. Heel wat jongeren zijn uit oprecht idealisme naar Syrië vertrokken. In het begin van de burgeroorlog werden ze trouwens toegejuicht, ik hoor Guy Verhofdstadt in het Europees Parlement nog roepen dat we hen wapens moesten meegeven om die duivelse Assad omver te werpen. Maar lang niet iedereen vertrok om te vechten, er waren er ook die hier alles hebben achtergelaten om humanitaire hulp te brengen. Door onze obsessie met IS willen we dat niet meer zien, maar voor sommige zogenaamde Syriëstrijders zou ik gerust een standbeeld willen oprichten’.

u heeft geprotesteerd toen de regering eind augustus besliste in Vilvoorde een asielcentrum op te richten. Waarom?

Bonte: ‘Die beslissing werd boven ons hoofd genomen, terwijl wij als lokale overheid er wel de gevolgen van dragen. Ik was vooral bezorgd over de veiligheid van de asielzoekers, want er kwamen bedreigingen uit twee verschillende hoeken. Het stadhuis werd beklad met swastika’s, we vonden flyers met haatboodschappen, blijkbaar afkomstig van dezelfde extreemrechtse club die in verschillende Nederlandse asielcentra brand heeft gesticht. Anderzijds liepen er ook bedreigingen binnen van geradicaliseerde moslims die de vluchtelingen als verraders beschouwden’.

Alde’emeh: ‘Dat verbaast me niet. IS spuwt op vluchtelingen die het kalifaat in de steek laten. Toch is hun visie niet zo eenduidig. Een Vlaamse Syriëstrijder vertelde me dat IS juist in zijn nopjes is met de vluchtelingen. Hoe groter de stroom, hoe groter de chaos in Europa’.

Bonte: ‘Het is wel losgelopen met dat asielcentrum. Vilvoorde heeft extra middelen gekregen om de veiligheid te garanderen, en de komst van die 120 asielzoekers heeft ook een positieve dynamiek op gang gebracht. Tientallen vrijwilligers, moslims maar ook andere Vilvoordenaars, hebben zich gemeld, allemaal blij dat ze eindelijk iets tastbaars konden doen. Afgezien daarvan heb ik wel moeite met het spreidingsbeleid voor vluchtelingen. De solidariteit tussen steden en gemeenten is ver zoek. Hoe sommige liberale burgemeesters, die van Geraardsbergen en Koksijde om ze niet bij naam te noemen, staan te roepen dat ze er geen asielzoekers kunnen bijnemen omdat ze al genoeg steuntrekkers tellen. Zo verzieken ze de boel, en het ergste is dat ze daarbij nog worden gesteund door een liberale vicepremier’.

na de aanslagen van 13/11 in Parijs heeft premier Michel een batterij van 18 antiterreurmaatregelen afgekondigd. Opvallendste ingrediënten: alle terugkerende Syriëstrijders moeten naar de gevangenis, en radicaliserende landgenoten krijgen een enkelband. Goed idee?

Bonte: ‘Wat willen ze met die enkelband bereiken? Dat ze niet naar Syrië vertrekken? Ik heb eens geprobeerd een minderjarige om te praten. Dank u voor de moeite, zei hij, maar ik wil sterven voor mijn zaak. En jawel, op zijn achttiende is hij vertrokken. Ik bedoel maar: als ze echt willen, kun je ze niet tegenhouden. Alle terugkeerders opsluiten? Als gewezen jeugdwerker in Sint-Jans Molenbeek weet ik wat de gevangenis met gedetineerden doet. Als we elitescholen voor jihadisten willen oprichten, dan is dit de manier. Helemaal fout is het concentreren van terugkeerders in aparte afdelingen, want zo creëer je kleine Guantanamo’s. Ik ben wel gewonnen voor de huidige praktijk waarbij terugkeerders zich voor de rechtbank moeten verantwoorden. Zo hoort het: het is niet aan de politiek maar aan rechter om te toetsen of gewezen Syriëstrijders hun plaats in de maatschappij opnieuw kunnen opnemen. Van de acht Vilvoordse terugkeerders zitten er momenteel vijf in de cel. Volkomen terecht, al heb ik ook al uitschuivers gezien. Een man die naar Syrië vertrekt om er zijn zwaargewonde broer terug te halen, die moet je toch niet als jihadist in de gevangenis gooien’.

AlDe’emeh: ‘Ik zou niet graag in de schoenen van minister van justitie Geens staan. Concentreren van terugkeerders is uit den boze, maar spreiden al evenzeer, want dan gaan ze andere gevangenen radicaliseren. Er is dus geen oplossing, maar ik begrijp dat de regering dat niet kan toegeven. Terugkerende Syriëstrijders vormen wel degelijk een risico. IS heeft België met zelfmoordaanslagen bedreigd, bovendien hebben ze hun strategie aangepast. Vroeger rekenden ze vooral op lone wolves om in Europa aanslagen te plegen, maar de voorbije maanden  hebben ze het geweer van schouder veranderd. Ze sturen nu ook commando’s naar Europa, Syriëstrijders die doen alsof ze gederadicaliseerd zijn. Ze scheren hun baard af, drinken alcohol, gaan op gesprek bij burgemeester Bonte of, waarom niet, bij Montasser. Iedereen trapt erin, zelfs de staatsveiligheid. Het kan jaren duren vooraleer ze hun missie volbrengen. IS heeft geduld, ze maken zich klaar voor een langdurige oorlog met het Westen’.

klinkt behoorlijk apocalyptisch. Verklaart dat waarom u in de toekomst geen terugkeerders meer wil begeleiden in uw centrum ‘De weg naar’?

AlDe’emeh: ‘Ik mag er niet aan denken dat zo’n commando zich voor de schijn door mijn centrum laat begeleiden om dan drie jaar later een aanslag te plegen. Kijk, de hele context is veranderd. Twee jaar geleden, toen er nog geen sprake was van IS, kon je aannemen dat iemand uit idealisme naar Syrië trok. Maar al diegenen die zich het voorbije jaar bij IS hebben aangesloten, hebben een bewuste keuze gemaakt.  Ze hebben allemaal de gruwelvideo’s gezien, ze weten dat IS op grote schaal burgers vermoordt en Jezidi-vrouwen verkracht, ze kennen de geopolitieke context, en ze beseffen het verdriet dat ze hun ouders aandoen. Als je dan toch vertrekt, moet je nooit meer terugkeren’.

Bonte: ‘Dat is wat ook burgemeester Aboutaleb van Rotterdam zegt. Maar loopt het zo’n vaart? Ik huiver voor de grote stappen-redenering: ze zijn hier geradicaliseerd, vertrekken naar Syrië, leren daar de gruwel, keren terug en leggen een bom. De meeste terugkeerders zijn totaal gedesillusioneerd, ze hebben in Syrië een ellendige tijd gehad, vooral de meisjes. Daar moet je vooral veel zorg in steken, al moet je er uiteraard ook de risicoprofielen, de jongens die echt bij IS hebben gezeten, uitfilteren. Die restgroep moet je vervolgens nauw in de gaten houden, een taak van politie, staatsveiligheid en Ocad die veel beter moeten samenwerken. De nieuwe Foreign Terrorist Fighter-richtlijn van minister Jambon is wel een stap vooruit, al gruwel ik van de naam. Informatie, daar draait alles rond. Het komt er op aan precies te weten wie vertrekt, wat hij ginder doet, en wanneer hij terugkeert. Vilvoorde was de eerste stad die de ambtshalve schrapping heeft ingevoerd, een maatregel die alle politieke en sociale rechten opschort. Ik werd toen voor rechtse zak uitgescholden, maar andere steden met Syriëstrijders zijn snel gevolgd. Voordeel: zodra iemand bij zijn terugkeer door douane of politie wordt gecontroleerd, zijn we op de hoogte, vaak zelfs sneller dan de Staatsveiligheid. Er valt echter nog veel te doen, vooral de bescherming van minderjarigen is ondermaats’.

hoezo?

Bonte:  ‘Onze jeugdrechters en jeugdbeschermingscomités hebben totaal geen voeling met de radicaliseringsproblematiek. Ik maak vaak de vergelijking met Giel, de 15-jarige jongen die als monnik naar een klooster in de Himalaya is getrokken. Toen een van zijn ooms dat wou beletten en klacht neerlegde, hebben justitie en parket alles uit de kast gehaald, zelfs het Hof van Cassatie werd erbij gesleurd. Maar wanneer ik als burgemeester bel voor een 17-jarige die op het punt staat naar Syrië te vertrekken, met de wanhopige moeder aan mijn zijde die smeekt om zijn identiteitskaart in te trekken, dan geven ze niet thuis’.

u relativeert de terreurdreiging. Omdat erover praten niks uithaalt maar wel de angst in de maatschappij aanwakkert?

Bonte: ‘Inderdaad. Angst helpt ons niks vooruit, en een risicoloze samenleving bestaat niet. Kunnen we een beetje karakter tonen? We vangen al tientallen jaren oorlogsvluchtelingen en zelfs kindsoldaten op, we hebben bewezen dat we het kunnen’.

AlDe’emeh: ‘Angst is nefast, maar naïviteit evenzeer. Ik ken IS, ik weet waar die groepering toe in staat is. Ze verketteren alles en iedereen, zelfs Al Qaeda. Het is een kleine minderheid, maar met een absolute loyauteit jegens de leiding. In mijn centrum vertelde een jongen dat hij geen seconde zou aarzelen moest Al Bagdhadi hem opdragen mij te onthoofden. Hij meende het, en het ergste is dat verschillende van die fanatici vrij rondlopen in onze maatschappij en anderen aansteken. Ik wil geen onrust zaaien, maar er staat te veel op het spel. Enkele aanslagen zoals in Parijs zouden de sociale cohesie in België definitief onderuit halen. Kijk naar het effect in Frankrijk: totale polarisering, extreemrechts triomfeert. Uiteraard zal de moslimgemeenschap het grootste slachtoffer worden, precies wat IS wil’.

-  de door Saudi-Arabië gefinancierde Grote Moskee in het Brusselse Jubelpark ligt onder vuur. Een haard van radicalisering, klinkt het bij zowat alle politieke partijen van beide taalgemeenschappen. Minister van binnenlandse zaken Jambon (N-VA) laat het gebedshuis alvast doorlichten. Sluiten die handel?

AlDe’emeh: ‘Ik begrijp de hetze niet. Van de Belgische Syrië-strijders is er niet één die de Grote Moskee bezocht. Waarom zouden we Saudi-Arabië, een bondgenoot in de strijd tegen IS, van ons moeten vervreemden? IS zou nogal juichen, ze willen namelijk niks liever dan het Saudische regime destabiliseren, want een kalifaat kan pas bestaan als ze de heilige steden Mekka en Medina controleren. De Grote Moskee propageert een salafistische versie van de islam, zeggen sommigen. En wat dan nog? We moeten echt het onderscheid leren maken tussen apolitiek salafisme en de gewelddadige, jihadistische variant. Apolitieke salafisten kun je nog het best vergelijken met orthodoxe joden. Ze leven in hun eigen gemeenschap, hun verschijning en opvattingen wijken af van de mainstream, maar niemand heeft er last van. In feite spelen ze zelf een nuttige rol, want ze zijn een van de weinigen die jihadisten met religieuze argumenten kunnen tegenspreken‘.

Bonte: ‘De Grote Moskee wordt als zondebok gebruikt. Een jaar geleden ben ik er gaan spreken, er zaten heel wat Belgische en Franse imams in het publiek. Ik heb daar vooral grote ongerustheid vastgesteld, over de plaats van de islam in onze samenleving, maar ook over het risico op radicalisering van hun eigen kinderen’.

Montasser, een persoonlijk dieptepunt was wellicht de pijnlijke politiecontrole bij het parlement. U staat daarmee niet alleen, vraag maar aan acteur Zouzou Ben Chicka. Heeft die ervaring sporen gelaten?

AlDe’emeh: ‘Ook in Kortrijk en Antwerpen waren er incidenten. Het doet pijn om te zien dat mensen nog altijd niet in staat zijn op een humane manier met medemensen om te gaan. Voor mij is dit ook het zoveelste bewijs dat het integratieproces is mislukt, omdat we elkaar niet kennen en omdat de irrationele angst in de maatschappij alsmaar toeneemt. De politie is daar misschien wel het beste voorbeeld van. In Molenbeek, waar ik zelf woon, is de kloof tussen de bevolking en de politie hemelsbreed. De meeste agenten wonen buiten Brussel, vaak komen ze recht van de politieschool om een verplichte tour of duty in Molenbeek te doen. De aversie is wederzijds, jongeren zwaaien niet maar kijken zuur als er een combi passeert’.

om met een positieve noot te besluiten: burgemeester zijn van een jihadistisch bolwerk heeft ook zijn aangename kantjes. In februari mocht u in het Witte Huis in Washington uw radicaliseringsaanpak gaan toelichten. President Obama ontmoet?

Bonte: ‘Tot een handshake is het niet gekomen, maar hij heeft wel naar mijn speech geluisterd. Ik was de enige Europeaan, mijn collega’s van Parijs en Rotterdam zaten in het publiek. Een mooi moment voor een politicus, maar ook niet meer dan wat balsem op een open wonde. Bolwerk van jihadistrijders, het is een stigma dat op mijn stad weegt. Toch zal ik het nooit vergeten. Ik was al in het Witte Huis, een beetje aan het stressen voor mijn speech. Ineens kreeg ik telefoon uit Vilvoorde. Een oud vrouwtje vroeg wanneer we eindelijk die put in de Harensesteenweg kwamen herstellen. Dan sta je meteen weer met de voeten op de grond’.

foto: Saskia Vanderstichelen

foto: Saskia Vanderstichele

 

Spaanse stierenvechters in de politieke arena: ‘de corrida is links noch rechts’

 Knack, 9 december 2015

‘Als matador geniet je nog altijd veel aanzien in Spanje’

Weinig thema’s verdelen Spanje meer dan stierenvechten. Rechts spreekt van cultureel erfgoed van de mensheid, nieuw-links van regelrechte barbarij. Knack trok naar de bedreigde Escuela Taurina de Madrid, waar jongens nog altijd dromen van onsterfelijke roem als matador. Reportage over een omstreden traditie in woelige verkiezingstijden. 

oefenen met de capote in de Escuela Taurina de Madrid

oefenen met de capote in de Escuela Taurina de Madrid

José Luis Bote (47) is flink op dreef, we krijgen er geen speld tussen. Dat stierenvechten helemaal geen barbarij is, zoals tegenstanders hardnekkig beweren. Een eerlijk gevecht is het, tussen twee erg verschillende maar evenwaardige partijen. Onze gefronste wenkbrauwen wakkeren het vuur van zijn betoog nog aan. In welke sport, vervolgt hij retorisch, riskeert de beoefenaar bij ieder optreden letterlijk zijn leven? Of dachten we misschien dat de toro bravo, de speciaal voor stierenvechten gefokte kolos van 500 kilo, machteloos staat in zijn duel met de matador? Om onze laatste scepsis weg te werken, staat hij op uit zijn bureaustoel en trekt zijn trui op. En wat dachten we hiervan? Toegegeven, zelden hebben we zo’n collectie littekens gezien. Lies, buik en borst, zijn bovenlichaam heeft iets van een landschap waar een gletsjer overheen is gegaan. Ziedaar het resultaat van 20 jaar professioneel stierenvechten. Elf keer op de hoorns genomen, drie keer met bijna fatale afloop. Bij een van die cornadas werd een nier geraakt, maar de zwaarste averij liep hij in 1992 op, toen de hoorn zijn ruggengraat bijna doorboorde. ‘Mijn benen waren verlamd’, vertelt hij. ‘Het heeft een jaar geduurd vooraleer ik weer kon lopen. Na dat ongeval kwam ik in Spanje niet meer aan de bak, impresario’s wilden me niet meer boeken voor hun fiestas. Ik ben dan naar Mexico getrokken om mijn carrière nieuw leven in te blazen. Met succes, ik heb in alle grote arena’s van Latijns Amerika gestaan en ben zo langs de grote poort kunnen terugkeren. Daarna heb ik nog vier jaar mooie jaren gekend, maar uiteindelijk ben ik moeten stoppen vanwege de slijtage in mijn knieën’. Hij laat zijn trui zakken, steekt een sigaret op. ‘Ik heb nooit wrok gekoesterd jegens een stier’, zegt hij. ‘Risico’s horen erbij, een goed stierengevecht is altijd op leven en dood’. 

school voor het leven

We zitten in een bescheiden kantoor van de Escuela Taurina Marcial Lalanda in Madrid, de oudste school voor stierenvechters van Spanje. Sinds de oprichting in 1976 hebben 2.500 jongens en een paar meisjes hier de knepen van het vak geleerd. 125 hebben het tot matador geschopt, de hoogste rang binnen de eeuwenoude traditie van de tauromaquia. Andere alumni komen aan de kost als picador of banderillero, disciplines die vaak worden verward. Eerstgenoemde is een ruiter die de stier vanop zijn geharnaste paard met een puntige lans kwelt, een tactiek om het dier in de aanloop naar het finale duel met de matador op te naaien en tegelijkertijd door bloedverlies te verzwakken. De banderillero beoogt hetzelfde effect, maar dan dansend rond de stier, met als marteltuig een stel van weerhaken en vlaggen voorziene spiesen. Andere leerlingen vonden emplooi als mozo de espada, het hulpje van de matador. Geen bekende titel, maar wel goed voor een derde van de 6.060 beroepsvergunningen die het Spaanse ministerie van cultuur in 2013 heeft verleend. ‘Sommigen hebben buiten de arena hun weg gevonden’, zegt directeur Bote. ‘Ze verdienen hun kost als impresario of werken in een van de ganaderias, fokkerijen voor vechtstieren. We hebben zelfs een oud-leerling die als journalist over stierenvechten schrijft. Niet dat alle leerlingen er later hun beroep van willen maken. Stierenvechten is ook en vooral een school voor het leven. Eigenlijk is het geen sport, je moet het zien als een kunstvorm waarin elegantie en persoonlijke moed elkaar de hand reiken’.

Directeur José Louis Bote en praktijkleraar Rafael

Directeur José Louis Bote en praktijkleraar Rafael Rodriguez Escribano

Het stadsbestuur van Madrid ziet dat anders. Eind september besliste Manuela Carmena, pas verkozen voor de progressieve stadslijst Ahora Madrid, de jaarlijkse subsidie van 61.000 euro voor de Escuela niet te verlengen. ‘Geen belastinggeld meer voor dierenmishandeling’,  luidde de motivatie. In een adem plaatste het stadsbestuur vraagtekens bij het verdere gebruik door de Escuela van de Venta del Batan, een kleine arena met aanpalende gebouwen in het immense stadspark Casa del Campo. Op zich kwam de aankondiging niet als een verrassing. Ahora Madrid is een burgerplatform gedomineerd door het nieuw-linkse Podemos. Respect voor dierenrechten was een belangrijk programmapunt in de campagne die Ahora Madrid in de gemeenteraadsverkiezingen van 24 mei een klinkende overwinning opleverde. Carmena, een 71-jarige oud-rechter en mensenrechtenactiviste, liet ook al weten dat ze haar ereplaats tijdens de wereldberoemde ferias de San Isidro niet zal bezetten. Daarmee raakte ze een gevoelige snaar. San Isidro is de heiligste hoogmis van het stierenvechten. Drie weken lang, van half mei tot begin juni, komen liefhebbers en toeristen uit de hele wereld zich aan corridas vergapen in de legendarische Monumental de Las Ventas.

Toro bravo

José Louis Bote zucht diep. De geschrapte subsidie, moeten we begrijpen, is maar een zoveelste wapenfeit in een sluipende oorlog. ‘Ze willen het stierenvechten kapot maken. Niet alleen hier, maar in heel Spanje. Achter partijen zoals Podemos en Ahora Madrid staan fanatieke dierenrechtenorganisaties zoals PACMA en PETA die over enorme middelen beschikken, vaak van buitenlandse donoren. Ze zijn meesters in het bespelen van de publieke opinie via de sociale media’.  We hoeven hem niet te pramen, de bekende argumenten komen vanzelf. Dat de tegenstanders hypocrieten zijn. Een drama maken van het bloed in de arena, maar de ogen sluiten voor de massaslachtingen in de vleesindustrie. Wisten we trouwens dat de toro bravo een uniek specimen is dat zijn bestaan louter en alleen aan de corridas dankt? Een totaalverbod op stierenvechten zou dus niets minder dan een aanslag op de biodiversiteit betekenen. Overigens hoeven we die vechtstieren niet te beklagen. Ze worden verzorgd als koningen, alleen het beste voer is goed genoeg. En geef toe, sterven in de arena is veel eervoller dan een anonieme dood als vleesrund in het abattoir.

Het zijn echter de argumenten van de tegenstanders die steeds meer weerklank vinden. Op de Canarische eilanden geldt al sinds 2001 een algemeen verbod. In 2010 besliste ook het Catalaans parlement per 1 januari 2012 alle corridas te verbieden, een maatregel die vaak als een naar Madrid opgestoken middenvinger van Catalaanse nationalisten wordt gerelativeerd. Maar wat te denken van de recente golf van anti-initiatieven? De autonome regio Valencia heeft alle subsidies voor corridas geschrapt, de doodsteek voor organisatoren van rurale fiestas die geld toeleggen als ze een partij stieren laten aanrukken voor een avondje volksvertier in een gelegenheidsarena. Palma de Mallorca heeft zichzelf officieel antitaurina verklaard, La Coruña en Alicante zullen de komende jaren geen ferias meer organiseren, andere steden plannen referenda over de toekomst van het stierenvechten. De doorbraak van nieuw-linkse burgerlijsten is daar niet vreemd aan, maar er is meer aan de hand. De populariteit van stierenvechten was nooit kleiner. Het aantal corridas is de voorbije tien jaar met een derde verminderd, ook al door de economische crisis die Spanje zwaar teistert. Recente peilingen tonen een diepe verdeeldheid over het onderwerp. Een kleine meerderheid zou nog steeds tegen een verbod zijn, maar uit andere cijfers spreekt vooral onverschilligheid. In een peiling in 2013 verklaarde 75 procent van de respondenten de voorbije vijf jaar geen enkele corrida te hebben bijgewoond.

Plaza de Toros Las Ventas, de beroemdste arena ter wereld

Plaza de Toros Las Ventas, de beroemdste arena ter wereld

Che Guevara

Toch blijft de symboolwaarde enorm, zoals blijkt uit de politieke verdeeldheid over het thema. Regeringspartij Partido Popular is hevig voorstander, net zoals de liberale burgerpartij Ciuadadanos. De regering Rajoy ijvert bij de Unesco om tauromaquia tot Cultureel Erfgoed van de Mensheid te laten erkennen. Intussen buigt het Spaanse parlement zich over een wetsontwerp dat de bevoegdheid voor het reguleren van stierenvechten aan de autonome regio’s onttrekt en naar het nationale niveau tilt, een initiatief dat liefhebbers zelfs doet hopen op een spoedige terugkeer van het stierenvechten in Catalonië. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 20 december werd het voluntarisme met een opvallend initiatief benadrukt. Het ministerie van onderwijs en cultuur geeft groen licht aan middelbare scholen om een basismodule stierenvechten als keuzevak aan te bieden. De zowat vijftig privé-initiatieven zoals de Escuela Taurina Marcial Lalanda zullen van hun kant officieel erkende getuigschriften kunnen afleveren.

In het kamp van de anti-taurinas zit nieuw-links in al zijn gedaanten, samen met Catalaanse en Galicische nationalisten. De Basken zijn dan weer verdeeld. Bildu, opvolger van de aan ETA gelinkte Batasuna, is tegen, de rechts-nationalistische PNV voor. De nieuwe PNV-burgemeester van San Sebastian heeft na de verkiezingen meteen een einde gemaakt aan een vier jaar eerder door zijn Bildu-voorganger afgekondigd moratorium. De socialisten van de PSOE tenslotte varen een troebele koers. In Catalonië steunen ze het verbod, in Andalusië, nog altijd de bakermat van het stierenvechten, steunen ze riante subsidiëring.

Plaza de Toros de las Ventas, een verplichte halte voor toeristen in Madrid.  Sinds de opening in 1931 is dit met 25.000 zitplaatsen de grootste arena in Europa. Een audiogids leidt de bezoeker rond in de gewelven waar toreros zich met hun assistenten klaar maken voor het gevecht, zonder de ziekenboeg te vergeten waar een medisch team paraat staat voor gebeurlijke ongevallen. Tijdens San Isidro 2014 hadden ze hier de handen vol. Een van de corridas werd zelfs stopgezet, nadat drie matadors na evenveel gevechten zwaargewond waren afgevoerd. Goede reclame overigens voor de fokkerij. Een stier die een matador of banderillero op de hoorns neemt, haalt nog steeds de paginas taurinas in de krant. Ook in kwaliteitsmedia zoals El Pais en El Mundo, al hebben die niet langer een specialist stierenvechten in vaste loondienst. Wisten we, vervolgt de audiogids, dat coryfeeën zoals Picasso, Orson Welles, Hemingway en zelfs Che Guevara dol waren op stierenvechten? Het is gemakkelijk zich in te beelden hoe deze macho’s zich lieten meeslepen door het vertoon van doodsverachting. De matador knielend in het zand, de blik strak gericht op de poort waaruit de briesende en stampende stier zal losbreken. Als we er passeren, speelt er een bandje met amechtig gesnuif, een knullige poging om de toeristen de hoogspanning te laten voelen.

Europese landbouwsubsidies

In het aanpalende museum ligt het dodenmasker van Manolete, in zijn tijd een ware superster die op amper dertigjarige leeftijd aan de gevolgen van een cornada overleed. Heel Spanje in tranen, dictator Franco kondigde drie dagen van nationale rouw af. Het waren de jaren veertig, de status van stierenvechten als volkssport was nog onaangetast. In de portrettengalerij hangen nog meer roemrijke matadores, picadores en banderilleros, sommigen al meer dan 200 jaar dood. Hier en daar springt uit de rij een opgezette stierenkop, met een begeleidend woordje over de torero die hij te grazen nam. Het is een modern museum, royaal gefinancierd door de Comunidad de Madrid, een van de 17 autonome regio’s van Spanje. De door de Partido Popular bestuurde Comunidad is tevens eigenaar van Las Ventas, en fungeert via het Centro de Asuntos Taurinos als hoofdorganisator van de Feria San Isidro. Manuela Carmena kan dus wel haar ereplaats in de loge vacant laten, maar verder heeft de nieuw-linkse burgemeester er niks in de pap te brokkelen.

Manolete, de beroemdste matador aller tijden. Bij zijn dood kondigde dictator Franco drie dagen van nationale rouw af (bron ABC)

Manolete, de beroemdste matador aller tijden. Bij zijn dood kondigde dictator Franco drie dagen van nationale rouw af (bron ABC)

Nieuw-links of dierenrechtenactivisten, Javier krijgt er het zuur van. ‘Het probleem is dat ze zo goed georganiseerd zijn’, klaagt hij. ‘Ze jutten het publiek op met slogans en bloederige filmpjes op het internet, en schuwen geen geweld. De voorbije jaren waren er tijdens San Isidro verschillende incidenten met activisten’.  We hebben Javier bij de balie van het museum ontmoet, hij stond er te meesmuilen met de kassierster. Geen toevallige ontmoeting, want hij is zelf verwikkeld in business. Zijn familienaam gaat ons niet aan, maar we mogen wel weten dat hij om den brode fiestas organiseert en contacten heeft met de beste fokkerijen van het land. ‘We hebben geen machtige lobby zoals onze vijanden’, vervolgt hij zijn klaagzang. ‘Onbegrijpelijk, want stierenvechten is na voetbal nog altijd de belangrijkste vorm van entertainment’.

Geen lobbykracht? Aan het aantal semiofficiële instanties, belangenorganisaties en taurino-websites kan het niet liggen. Op tal van fora wordt het economische gewicht van de sector in de verf gezet. 3,5 miljard omzet, 200.000 directe en indirecte banen, BTW-opbrengsten die bijna het dubbele bedragen van de bioscopen. Tegenstanders betwisten de cijfers, volgens hen is de sector onleefbaar zonder de 500 miljoen euro belastinggeld die via allerlei overheidskanalen in het stierenvechten wordt gepompt. Feit is dat het voor Javier en co slecht nieuws was toen het Europees Parlement eind oktober met een overweldigende meerderheid besliste dat landbouwsubsidies niet langer mogen gebruikt worden voor het fokken van vechtstieren. Geschat wordt dat langs die weg zo’n 100 miljoen euro per jaar naar Spaanse ganaderias werd gesluisd. ‘Het zijn moeilijke tijden’, zucht Javier. ‘Vooral het verbod door Catalonië is hard aangekomen. Puur politiek, een manier om Spanje te tergen. Mijn vrouw is Catalaanse, ik ken de regio door en door. Stierengevechten hebben ginder een rijke traditie en zijn erg populair. Als er één zaak is die Spanjaarden en Catalanen gemeen hebben, dan is het deze passie. Fiestas nacionales, zo wordt het in heel Spanje genoemd. Daarom willen de nationalisten het kapot, omdat het een symbool van nationale eenheid is’.

diervriendelijke stad

De neobarokke façade van het stadhuis aan de Plaza Cibeles straalt burgerlijke arrogantie uit, maar binnen regeert het antikapitalisme. Spandoeken heten vluchtelingen welkom, affiches roepen op tot verzet tegen het TTIP, het Europees-Amerikaanse vrijhandelsverdrag. We worden naar het kabinet van Celia Mayer Duque geleid, de schepen van sport en cultuur die de subsidiekraan voor de stierenvechtersschool heeft dichtgedraaid. ‘Die beslissing heeft een voorgeschiedenis’, legt ze uit. ‘De school viel onder een consortium waarin de stad en de comunidad participeerden. Door een recente wetswijziging is die juridische structuur ongeldig geworden, waardoor de stad nu alleen voor de school moet opdraaien, van de infrastructuur tot en met de loonkosten. Dat was nooit de bedoeling, het is niet onze taak om stierenvechters op te leiden. Het schrappen van de subsidie betekent echter niet dat we de school per se willen opdoeken. Als señor Bote en zijn vrienden een aangepaste structuur vinden, mogen ze altijd een nieuwe subsidie aanvragen’.

opwarming in de Escuela Taurina. Op de achtergrond een belangrijk rekwisiet voor salonstierenvechten

opwarming in de Escuela Taurina. Op de achtergrond een belangrijk rekwisiet voor salonstierenvechten

Of die aanvraag ook een kans maakt onder Ahora Madrid? Mayer-Duque zegt niet nee, maar veelt scheelt het niet. ‘We zijn principieel tegen stierenvechten. Ahora Madrid is een burgerplatform, ons kiesprogramma was het resultaat van een participatief proces waarin duizenden Madrilenen hun stem lieten horen. Een van de belangrijke thema’s was het veranderen van Madrid in een diervriendelijke stad, een objectief dat onmogelijk te verzoenen valt met het promoten van dierenmishandeling. We moeten ook aan de kinderen denken. Volgens Unicef is het blootstellen aan een wreed spektakel zoals een corrida een schending van de kinderrechten’.

salonstierenvechten

Zouden de leerlingen in de Venta del Batan dat beseffen? Ze zijn vanavond met vijftien. Gevorderden, in totaal telt de school 38 leerlingen tussen 12 en 18. Rafael Rodriguez Escribano, zelf oud-leerling en gewezen matador, heeft zijn pupillen de arena in gejaagd. Oefenen met de capote, een capevormig stuk textiel in fuchsia en geel. Niet dat de tinten ter zake doen, het zijn de bewegingen die de kleurenblinde stier misleiden. Van dieren is hier overigens geen spoor te bekennen. In de stierenvechtersschool leren de aspiranten droogzwemmen. Werken aan soepelheid, snelheid en conditie, we waren in de sporthall getuige van een uitputtende sessie met sit-ups, opdrukken en sprintjes. Ook de kruiwagen met stierenkop in papier-maché kwam in actie, een curieus accessoire dat wordt gebruikt om ontwijkende manoeuvres te oefenen. Toreo de salon, stierenvechten zonder stier. Straks, na de arena, staat er theorie op het programma. Spelregels, rituelen, lexicon, zelfs de geschiedenis van de tauromaquia wordt behandeld. Een van de gastprofessoren is een specialist in ganaderias, hij kan haarfijn uitleggen welke specifieke eigenschappen vechtstieren van verschillende fokkerijen hebben. Voorkennis wordt van beginnende leerlingen niet gevraagd, motivatie des te meer. Ze oefenen iedere weekdag van vijf tot negen, sommigen komen van ver buiten de hoofdstad. 21 euro per maand kost het schoolgeld, niet bepaald elitair.

de 17-jarige Carlos Ochoa, een van de twee leerlingen die al in Las Ventas als novillero heeft gevochten

de 17-jarige Carlos Ochoa, een van de twee leerlingen die al in Las Ventas als novillero heeft gevochten

We kijken met Rafael naar de leerlingen en hun wapperende capotes. Het is als dansen op één tegel. Voeten stil, het zijn de heupen en de schouders die op de denkbeeldige stier anticiperen. Hoe ze hun gezicht in een plooi houden, dat hebben ze voor de spiegel ingestudeerd. ‘We werken ook met dieren’, zegt Rafael. ‘In het weekend gaan onze beste leerlingen naar een van de fokkerijen in de buurt. Eerst oefenen ze de passen met kalfjes, daarna met jonge stieren. Onze school legt alleen een basis, de echte stiel leren ze pas als ze meedraaien in het circuit van de fiestas of als ze gaan werken in een fokkerij’. Ook het afmaken van stieren wordt in die fokkerijen geoefend, een praktijk die verklaart waarom in Spanje jaarlijks zo’n 40.000 vechtstieren worden gedood, veel meer dan het aantal fiestas laat vermoeden. De 17-jarige Carlos Ochoa heeft het al meermaals gedaan. Niet alleen in een fokkerij, hij mocht in oktober zijn grote debuut maken in Las Ventas. In vol ornaat, de handgemaakte traje de luce van ettelijke duizenden euro’s zat hem als gegoten. Okay, hij stond er maar als novillero, een aspirant die alleen met eenjarige vechtstieren in de arena mag aantreden. Even goed werd de jonge Madrileen door familie en vrienden bejubeld toen hij het beest had geveld en met het afgesneden oor kon pronken. ‘Een droom die uitkomt’, zegt Carlos die als elfjarige aan zijn opleiding begon. ‘Ik wil matador worden, maar eerst moet ik nog veel leren. Vechten samen met picadores is de volgende stap’. Toch heeft hij alvast een apoderado, een manager, in de arm genomen. ‘Als matador geniet je nog altijd veel aanzien’, zegt Carlos terwijl hij dromerig naar de andere leerlingen in de arena staart. ‘En je verdient hopen geld, tenminste als je tot de elite behoort’.

Communisten en corridas

Om matador te worden moet hij een volwassen stier omleggen, onder begeleiding van een peter, een ervaren stierenvechter die hem na het gevecht zijn adelbrieven geeft. Tomar la alternativa heet dat ritueel waar de 36-jarige Rafael met een krop in de keel aan terugdenkt. Het was in 2001, de foto’s heeft hij met iedere nieuwe smartphone meegenomen. Om dat gevoel te begrijpen moeten we weten hoe hij als kind al gebeten was. Op zijn vierde stond hij al met een capote een stierenkalf te jennen, met de benen van zijn vader als refuge. Na zijn meesterproef heeft hij als Rafael de Julia alle grote fiestas van Spanje gedaan, inbegrepen de Catalaanse. Waarom is hij op zijn 35ste gestopt? ‘’Lijfsbehoud”, zegt hij. ‘Ik word ieder jaar ouder, maar de stieren blijven even jong’.

Het was directeur Boté, eveneens oud-leerling, die hem vroeg om zijn expertise als praktijkleraar te verzilveren. Dat was twee jaar geleden, toen de toekomst van de school er nog rooskleuring uitzag. Met de comunidad en het stadsbestuur, allebei nog stevig in handen van de PP, werden grootse plannen gesmeed. Venta del Batan zou worden opgewaardeerd tot een heus themapark. Naast de school zou er ook een belevingscentrum met de nodige horeca komen, zelfs het verloederde labyrint naast de arena zou worden hersteld. Rafael heeft er vol nostalgie over verteld. De kralen, ingesloten door een zeshoekige muur, werden vroeger door fokkerijen gebruikt. Enkele dagen voor een corrida kwamen ze er hun beesten stallen, zodat die goed uitgerust aan hun doodstrijd in Las Ventas konden beginnen. Publiek was welkom, vooral tijdens San Isidro kwam jong en oud zich verdringen om de verse aanvoer te keuren. De gewoonte raakte in onbruik, het bleek efficiënter de stieren rechtstreeks naar Las Ventas te transporteren. Dat zal niet gauw veranderen, want het nieuwe stadsbestuur heeft het hele investeringsplan afgevoerd.

Rafael maakt zich zorgen. ‘‘Overal waar nieuw links aan de macht is, hebben we problemen. We hebben enkele nieuwe leerlingen uit Moralzarzal, een gemeente vlakbij Madrid met een eigen stierenvechtersschool. Die werd intussen gesloten, met de groeten van de nieuwe Podemos-burgemeester. De sfeer in Spanje wordt giftig. Wie zich voor stierenvechten durft uit te spreken, wordt op straat of op de sociale media uitgescholden. Collega’s vinden na een optreden hun auto op de parking terug met kapotgestoken banden of afgerukte buitenspiegels. Het ergste vind ik dat stierenvechten een politieke splijtzwam is geworden. Stierenvechten in niet links of rechts, het is van het volk. Zelfs de communisten plachten hun 1 mei-feesten met corridas op te luisteren’.

 

Het Grote Assisendebat: Jef Vermassen vs Raf Verstraeten

Knack, 2 december 2015

De commissie van de Kamer is begonnen met de bespreking van Potpourri II, een wetsontwerp dat de doodsteek geeft aan het Hof van Assisen. Moord, doodslag, terrorisme, de zwaarste misdaden kunnen naar de correctionele rechtbank worden gestuurd. Een zware vergissing, vindt strafpleiter Jef Vermassen. Eindelijk, verzucht zijn collega Raf Verstraeten. Een debat over de populairste erfenis van Napoleon. 

Jef Vermassen en Raf Verstraeten (foto: Franky Verdickt)

Jef Vermassen en Raf Verstraeten (foto: Franky Verdickt)

 

Volgens de encyclopedie is een potpourri een geurig kruidenmengsel, ideaal als luchtverfrisser. Dank zij minister van justitie Koen Geens (CD&V) behoort het begrip voortaan ook tot het Wetstraat-jargon. Potpourri staat voor een amalgaam van kleine en grote hervormingen om justitie efficiënter te maken, zoals voorzien in het in mei goedgekeurde Justitieplan. De eerste van de vier geplande uitvoeringswetten werd vorige maand door het parlement goedgekeurd. Potpourri I, een reeks maatregelen om de burgerlijke rechtspleging te stroomlijnen, oogstte verdeelde reacties. Ruikt onfris, klonk het nogal voorspelbaar bij critici die vooral vrezen dat de toegang tot justitie duurder en daardoor ook minder democratisch wordt.

 

Onfris ruiken? Potpourri II, met strafrecht en procesvordering als toepassingsgebied, wordt door tegenstanders nu reeds als een stankgolf omschreven. Het wetsontwerp, dat begin volgend jaar moet worden goedgekeurd, belooft dan ook een mijlpaal te worden. Potpourri II komt de facto neer op het afschaffen van de hoven van assisen. Nominaal blijft juryrechtspraak bestaan, echt afschaffen kan alleen als de grondwet wordt gewijzigd. Zo blijven politieke misdrijven en drukpersmisdrijven de exclusieve bevoegdheid van assisenhoven. Nogal smal als existentiële basis, want beide misdrijven worden nooit strafrechtelijk vervolgd. Potpourri II maakt echter alle misdaden, ook moord, doodslag en terrorisme, ‘correctionaliseerbaar’. Kamers van Inbeschuldigingstelling kunnen kiezen of ze een zaak naar een assisenhof dan wel een correctionele rechtbank verwijzen. Verwacht wordt dat ze systematisch voor de laatste optie zullen kiezen, tenslotte is de hervorming er vooral gekomen als antwoord op de klaagzang van de magistratuur over de trage, geldverslindende werking van juryrechtspraak.

De zaak ligt erg gevoelig. Assisen heeft behalve hevige tegenstanders ook fervente voorstanders, en niet alleen onder assisenpleiters en rechtbankjournalisten. Het afschaffen van het enige forum waarop het volk direct bij de rechtspleging wordt betrokken, is politiek delicaat. Aanvankelijk stuurde minister Geens dan ook op een compromis aan. Ernstige misdaden tegen politiemensen zouden nog onder de exclusieve bevoegdheid van de assisenhoven vallen, net zoals misdaden waarbij minderjarigen betrokken zijn en waarbij de burgerlijke partijen zich tegen een correctionalisering verzetten. Die piste werd evenwel door de Raad van State afgekeurd als strijdig met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.

 

Pro of contra assisen? Knack verenigde beide kampen rond één tafel.  Strafpleiter Jef Vermassen (68) is met bijna 100 assisenprocessen op zijn palmares een vanzelfsprekend voorstander. Zijn opponent komt al evenzeer beslagen op het ijs. Raf Verstraeten (55) is niet alleen advocaat, gespecialiseerd in fiscaal en financieel strafrecht. De Leuvense professor strafrecht en strafvorderingsrecht trok aan de kar bij eerdere pogingen om assisen te hervormen, hij gaf zelfs zijn naam aan de expertencommissie die elf jaar geleden met dat objectief door de toenmalige minister van justitie Onkelinx werd opgericht.

-  2004, dat is een eeuwigheid en verschillende ministers van justitie geleden. Waarom heeft de hervorming zo lang op zich laten wachten?

Raf Verstraeten: ‘Geen politiek draagvlak. Dat was de boodschap van minister Onkelinx toen we haar ons rapport presenteerden. We hadden er een jaar lang hard aan gewerkt, tientallen uiteenlopende meningen gepolst. Binnen de commissie was een ruime meerderheid gewonnen voor het afschaffen van assisen. Als alternatief stelden we een gemengde rechtbank voor, naast beroepsmagistraten zouden ook leken over de zwaarste misdrijven oordelen. We behielden dus de inspraak van het volk, een klassiek argument pro assisen. In tegenstelling echter tot de volksjury, waarvan de leden voor slechts één zaak worden uitgeloot, opperden we de lekenrechters na een selectie voor een periode van een jaar aan te duiden, een manier om meer voorbereiding en competentie toe te laten. Onkelinx heeft ons plan wel afgetoetst, maar ze kwam algauw van een koude kermis terug. Van links tot rechts, Vlamingen of Franstaligen, geen enkele partij wilde aan assisen raken. Ze heeft ons dan de opdracht gegeven plan B uit te werken: assisen behouden maar moderniseren. Ook daar hebben we veel energie ingestoken, maar toch heeft het nog tot 2009 geduurd vooraleer een eerste, mijns inzien te voorzichtige, hervorming werd goedgekeurd. Het motiveren van de schuldvraag, een eis die later door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd afgedwongen, zat al in ons plan B’.

Jef Vermassen: ‘Ik ben destijds ook voor jullie commissie verschenen. Eerlijk gezegd, ik voelde een enorme vooringenomenheid, sommigen reageerden ronduit vijandig toen ik het waagde voor het behoud van assisen te pleiten. Ik heb toen trouwens verschillende voorstellen gedaan om de assisenprocedure te ontvetten en efficiënter te maken, maar daar is niks mee gebeurd. (bitter) Geen wonder wellicht, het was niet de bedoeling assisen te moderniseren maar af te schaffen’.

Verstraeten: ‘Vooringenomen? Dat was absoluut niet het uitgangspunt, zoals trouwens blijkt uit de diverse samenstelling. Behalve magistraten en advocaten zaten ook een rechtsfilosoof en iemand van slachtofferhulp mee aan tafel, evenals twee burgers die zelf in een assisenjury hadden gezeten. De waarheid is dat er in de loop van de debatten een ruime meerderheid ervan overtuigd raakte dat het Hof van Assisen beter kon worden afgeschaft’.

-  was dat optreden voor de Commissie Verstraeten-Frydman jullie eerste kennismaking?

Vermassen: ‘Bijlange niet, we kenden elkaar van de universiteit, ik heb zelf vijf jaar praktijkcollege gegeven in Leuven. Sterker nog, we hebben samen in assisen gestaan. Een moordpoging op een vrouwelijke psychiater in opleiding, de dader werd jaren later in Leuven Centraal doodgeschoten toen hij een vrouwelijke cipier had gegijzeld. We stonden allebei aan de kant van de burgerlijke partijen, Raf voor het ziekenhuis, ik voor het slachtoffer. Je hebt dat trouwens puik gedaan, we zouden samen een complementair assisenduo kunnen vormen (lacht)’.

ook wijlen Piet Van Eeckhaut was vol lof toen hij u als tegenstander ontmoette voor het Gentse Hof van Assisen. En dat voor een gezworen tegenstander van assisen, liet hij zich ontvallen

Verstraeten: (verrast) ‘Heeft hij dat gezegd? Dat wist ik niet, al herinner ik me die moordzaak nog al te goed. Ik heb vier assisenzaken gedaan, allemaal in een vroegere fase van mijn carrière. Uitermate boeiend, als jurist en als mens. Maar die ervaringen hebben niets veranderd aan mijn overtuiging dat assisen niet de beste manier is om justitie te bedrijven. Dat heeft me uiteraard niet belet om telkens mijn beste beentje voor te zetten. Als je een opdracht van een cliënt aanvaard, moet je voluit gaan’.

u bent een fervent voorstander van assisen. Logisch, zegt de volksmond, Jef Vermassen verdient een dikke boterham met het bespelen van volksjury’s.

Vermassen: ‘Ach, de volksmond. Als het me louter om het eigenbelang te doen was, dan zou ik liever vandaag dan morgen assisen afschaffen en alles aan beroepsrechters overlaten. Dat zou het werk veel simpeler maken voor een advocaat die negen keer op de tien aan de kant van de burgerlijke partij staat. Ik zou dan geen energie meer moeten steken in het weerleggen van juridische nonsens die tegenpartijen soms verkopen, de trucen van de foor waarmee ze een jury proberen te misleiden. Bij beroepsrechters pakt dat niet, die kijken daar los door. Nee, ik verdedig assisen vanwege het maatschappelijk belang. Napoleon, de man die grotendeels aan de basis ligt van onze juryrechtspraak, vond dat men alleen de beste voorzitters naar de hoven van assisen mocht sturen. Assisen, zo besefte hij, was het kijkvenster op justitie. Dat geldt nog altijd, een assisenproces is het enige moment waarop de burger voeling heeft met justitie. Dat gaat verder dan de verslaggeving in de media, dank zij de volksjury is er sprake van actieve betrokkenheid. Assisen blijft cruciaal voor het vertrouwen in justitie, de volksjury geniet trouwens een immense populariteit. In feite wil alleen intellectueel Vlaanderen koste wat het kost assisen afschaffen, altijd met dezelfde dooddoeners over de jury die niet representatief is en alleen uit onbenullen bestaat. In Franstalig België leven die vooroordelen niet, daar spiegelen ze zich aan Frankrijk waar assisen een onaantastbaar instituut is. Wist je dat zowat een derde van de wereld juryrechtspraak kent? In de Verenigde Staten zijn op dit eigenste ogenblik een paar honderd assisenzaken aan de gang. Mijn grote hoop is dat de MR Potpourri II alsnog in het parlement tegenhoudt, er circuleren trouwens geruchten in die zin’.

Verstraeten: ‘Ik ben niet ongevoelig voor argumenten zoals betrokkenheid en vertrouwen van de burger. Maar assisen staat voor 0,01 procent van het totale aantal strafrechtsplegingen. Geef toe, Jef, als het vertrouwen van de burger op zo’n smal segment moet berusten, dan heeft justitie een probleem. De uitdaging is om justitie zodanig te moderniseren dat ze over de hele brandbreedte vertrouwen inboezemt’.

Vermassen: ‘Maar het is me niet alleen om dat vertrouwen te doen! Ik krijg vaak aanvragen vanuit Nederland om een weekje assisen bij te wonen. Academici, magistraten, advocaten of studenten, ze vinden het allemaal even exotisch, want Nederland kent geen juryrechtspraak. Op maandag, bij het begin van het proces, maken ze er grapjes over. Lekker, we gaan bij de Zuiderburen een stukje folklore meepikken. Maar tegen vrijdagavond is de toon helemaal omgeslagen. Indrukwekkend hoe grondig jullie recht spreken, luidt het dan, daar kunnen we nog wat van leren. Die grondigheid, dat is wat assisen zo uniek en waardevol maakt. En precies die kwaliteit dreigt teloor te gaan als ze straks alles gaan correctionaliseren’.

zware zaken worden voor de correctionele rechtbank door drie beroepsmagistraten behandeld. Waarom zouden die minder secuur te werk gaan?

Vermassen: ‘Niet uit slechte wil, en vooral niet uit onbekwaamheid. Ik vrees alleen dat ze onvoldoende tijd zullen krijgen. Sinds de vorige wetswijziging van 2009 worden moordpogingen al systematisch gecorrectionaliseerd. In het begin trokken ze er een à twee volle dagen voor uit. Een moordpoging, dat is tenslotte geen bagatel, zeker niet voor het slachtoffer. Maar na een poosje is dat beginnen schuiven. Twee dagen werden herleid tot een dag, en intussen worden moordpogingen samen met vijf, zes kleinere zaken op één zitting ingepland. Zo ver staan we dus: een zware zaak waarvoor vroeger een week assisen werd uitgetrokken, wordt in een paar uurtjes letterlijk afgehaspeld. Dat is mijn grote vrees: dat we met moord en doodslag dezelfde weg opgaan. Nogmaals: niet omdat beroepsmagistraten er met hun pet zullen naar gooien, maar omdat ze onder tijdsdruk staan. Het moet nu eenmaal vooruitgaan, de hele Potpourri-hervorming staat in het teken van besparingen en efficiëntie’.

Verstraeten:  ‘Ik deel die bekommernis. Het komt erop aan de waardevolle elementen van assisen te recycleren in de correctionele behandeling. Zeker de grondigheid, al moeten we ook toegeven dat de assisenprocedure op dat vlak compleet is doorgeslagen. Alleen al de moraliteitsvraag loopt vaak oeverloos uit, met de spreekwoordelijke kleuterjuf die komt getuigen dat de beklaagde in haar klas ook al niet deugde. Dat is deels te wijten aan een scheefgegroeide advocatencultuur. Vergeleken met vroeger is het aantal  burgerlijke partijen in assisen enorm gestegen. En dan zie je dat sommige advocaten hun nummertje willen opvoeren. Zoveel mogelijk getuigen oproepen, straffe uitspraken doen om zich van hun confraters te onderscheiden en zich in de pers te profileren. Het proces Kim De Gelder was op dat vlak een dieptepunt’.

Vermassen: ‘Volledig mee eens, het inkorten van het moraliteitsverslag  was trouwens een van mijn voorstellen om assisen te moderniseren’.

u wil de grondigheid van assisen naar de correctionele behandeling overhevelen. Biedt Potpourri II daar garanties voor?

Verstraeten: ‘Nee, en dat kan ook niet in een wet worden gegoten, want elke zaak is verschillend. Je kunt geen dwingend tijdsbestek bepalen, het is aan de strafrechter om dat in te schatten. Een groot pijnpunt in België is het toelaten van mondelinge getuigen voor een correctionele rechtbank. Het is wettelijk perfect mogelijk, maar in de praktijk moet je hemel en aarde bewegen om een getuigenverhoor te bekomen. De voorzitter kan ieder verzoek afwijzen met het simpele argument dat alles in het dossier staat. Op zich klopt dat wel, er is een fundamenteel verschil met een assisenhof. De twaalfkoppige volksjury zit daar zonder enige voorkennis, daarom moet het hele onderzoekdossier mondeling worden toegelicht, stap voor stap, met alle getuigen die ooit een verklaring hebben afgelegd. Het zou krankzinnig zijn dat voor een correctionele rechtbank te doen. Toch lijkt het me zeer waardevol om tenminste de sleutelfiguren vaker te laten getuigen, zodat de rechters beter de geloofwaardigheid kunnen inschatten van verklaringen die tijdens het onderzoek tegenover de politie werden afgelegd, zonder bijstand van een advocaat. Een grotere soepelheid van de strafrechters op dat vlak zou de kwaliteit van onze justitie zeker ten goede komen. Helaas stelt het Hof van Cassatie, de instantie die erop toeziet dat verzoeken tot getuigenverhoor correct worden beoordeeld, zich te conservatief op’.

Vermassen: ‘Ik heb er weinig vertrouwen in. De ene voorzitter is natuurlijk de andere niet, maar ik vrees dat heel wat zaken op een drafje zullen worden afgehandeld. Zal ik eens een voorbeeld geven van wat met deze hervorming definitief teloor dreigt te gaan? Een jaar geleden kreeg ik op de laatste dag van een assisenproces een glas water in mijn kraag, een cadeautje van de vrouw die terecht stond voor kindermoord. Vervelend moment, maar wel verhelderend voor de jury. Haar advocaat had haar natuurlijk voor de aanvang van het proces de les gelezen. Dat ze zich rustig en onderdanig moest gedragen. De eerste dagen heeft ze dat volgehouden, maar uiteindelijk kon ze haar ware, opvliegende aard niet verbergen. Stel nu dat het proces voor de correctionele rechtbank was gevoerd, dan was het nooit zover gekomen en hadden de magistraten ook nooit hoogte gekregen van die vrouw. De persoonlijkheid van de beklaagde, ook cruciaal bij het bepalen van de strafmaat, dreigt zo grotendeels uit beeld te verdwijnen. Tijdens een ander proces stond de beklaagde vlak voor mijn pleidooi op om een bekentenis af te leggen. Het ging over de pikante, overspelige sms’jes die zijn vermoorde vriendin tijdens een vrijpartij had verstuurd, het argument waarmee zijn advocaat onweerstaanbare dwang wilde pleiten. Welnu, die sms’jes had hij eigenlijk onmiddellijk na de moord zelf geschreven en verstuurd. Die bekentenis kwam er niet spontaan, hij wist drommels goed dat ik nog tijdens het proces zijn telefonieverkeer had laten uitvlooien. Dat kon alleen met medewerking van de voorzitter die er zelf het belang van inzag. En omdat er in assisen natuurlijk tijd is voor bijkomende onderzoeksdaden. Zal men die tijd ook tijdens een correctionele behandeling maken? Ik ben bang van niet’. 

populaire kritiek op assisen: de volksjury is niet meer opgewassen tegen de complexiteit van de rechtspleging. Psychiaters die elkaar tegenspreken, dna-analyses, toxicologische rapporten, het gaat die arme juryleden duizelen.  Terechte kritiek toch?

Vermassen: ‘Allemaal fel overdreven. Experten leggen aan het begin van hun getuigenis hun methode duidelijk uit. Dat is ook noodzakelijk voor de voorzitter en zijn twee assesoren, want je moet niet denken dat alle beroepsmagistraten specialisten in genetica of toxicologie zijn. Ik denk dat men het gezond verstand van de doorsnee Vlaming schromelijk onderschat. Het klopt bovendien niet dat een jury alleen uit huisvrouwen en gepensioneerden bestaat. Op mijn laatste proces stond een moeder terecht die haar dochtertje had vergiftigd. Een van de twaalf juryleden was een apothekeres die bijzonder pertinente vragen heeft gesteld, een echte meerwaarde voor de rechtspleging’.

Verstraeten: ‘Ik twijfel niet aan de goede wil en het gezond verstand van de juryleden, maar dat volstaat niet meer om goede rechtspraak te verzekeren. In 1830 was assisen met zijn mondelinge behandeling een goed idee. Mensen waren vaak analfabeet, en de misdaden waren nog eenduidig. Maar de complexiteit is enorm toegenomen, en dan heb ik het niet alleen over dna, toxicologie en andere bewijsvoering. Je hebt zaken van terrorisme of van zwaar banditisme met heel veel beschuldigden, en die hebben allemaal recht op individueel, zorgvuldig afgewogen oordeel. Een populaire misvatting is dat recht spreken in assisen alleen draait om het juist beoordelen van feiten. Minstens even belangrijk is het correct toepassen van rechtsbegrippen op die feiten. Uitlokking, onweerstaanbare dwang, medeplichtigheid, poging, dat zijn abstracte, moeilijk af te bakenen concepten. Alleen al om het begrip poging te duiden, trek ik voor mijn studenten in Leuven een vol uur uit. Op een assisenproces worden juryleden door alle partijen om de oren geslagen met die begrippen. Aangezien ze er de inhoud niet van kennen, is de kans groot dat ze zich door de kracht van het woord laten meeslepen. Dat is gevaarlijk, zo kunnen er ongelukken gebeuren tijdens de beraadslaging over de schuldvraag’. 

-  zoals tijdens het proces over de moord op Barbara Van Oordt uit 2003. De beklaagde werd door de jury vrijgesproken, tot zijn eigen verbijstering want de bewijslast was verpletterend. Jaren later kwam de kat op de koord: een van de twaalf gezworenen, een charismatische meestermanipulator, had tijdens het schuldberaad bewust op een gerechtelijke dwaling aangestuurd. Persoonlijke wrok tegen de Belgische justitie was zijn motief. Zoiets kan toch alleen in assisen?

Verstraeten: ‘Die zaak is berucht, ze illustreert perfect het risico van een alleen zetelende volksjury. Daarom hebben we destijds in ons plan B voor minister Onkelinx een gemengd beraad voorgesteld: naast de twaalf gezworenen zouden ook de drie magistraten aan de debatten deelnemen. Daar kwam toen hardnekkig verzet tegen van assisenadvocaten. Geef toe, Jef, dat is geen toeval. Als het er op aankomt, verkiezen jullie een volksjury vooral omdat die makkelijker te beïnvloeden is dan een trio van beroepsmagistraten’.

Vermassen: ‘Ik erger me aan die wit-zwart-voorstelling, de domme volksjury tegenover de onfeilbare magistraten. Zijn beroepsrechters dan altijd zo objectief? Als ervaren strafpleiter kun je vaak het resultaat voorspellen, afhankelijk van de correctionele kamer die de zaak behandelt. Het geval is bekend van een vrouwelijke voorzitter die nooit vrijsprak, ook niet als de cliënt zo onschuldig als een kerstekind was. Zelfs de procureurs, nochtans de vervolgende partij, vonden het op de duur te gortig. Ze hebben haar weggepromoveerd naar de strafuitvoering, met als gevolg dat haast niemand nog vervroegd werd vrijgelaten. (lacht). Ik kan hier ook het voorbeeld geven van een exclusief vrouwelijk kamer die in zedenzaken systematisch veroordeelt, ook als het duidelijk om een valse aangifte gaat. Alle advocaten weten dat, ze kunnen alleen hopen op een objectieve behandeling in beroep’.

Volgens Antoon Boyen, voorzitter van het Hof van Beroep in Gent, kost een assisenproces vijf keer meer dan een correctioneel proces. De cijfers liegen er inderdaad niet om: het Hells Angels-proces in Tongeren heeft 500.000 euro gekost, dat van Dutroux en de Luikse topcrimineel Habran zelfs 5 miljoen euro. Is dat geen voldoende reden om assisen af te schaffen?

Vermassen: ‘Het kostenplaatje, nog zo’n dooddoener. Misschien moeten we het ook eens hebben over fiscale dossiers die tien jaar aanslepen om uiteindelijk op een verjaring uit te draaien. Dat noem ik pas verspilling. Assisen is traag en duur, zeggen ze. Kan zijn,  maar de beslissing van de jury is wel definitief. Als je correctionaliseert, wordt er straks ieder keer beroep aangetekend, is het niet door beklaagde die zijn schuldigverklaring of straf aanvecht, dan wel door het Openbaar Ministerie dat de straf te mild vindt’.

Verstraeten: ‘Een goede zaak trouwens dat er voortaan beroep kan worden aangetekend. Aan buitenlandse collega’s kreeg ik dat niet uitgelegd. In België kun je wel in beroep gaan als je voor een verkeersovertreding wordt veroordeeld, maar niet als je voor een zware misdaad moet terecht staan. Economische overwegingen zijn uiteraard belangrijk. Het gaat om het optimaal besteden van belastinggeld, maar meer nog om de druk op onze rechtbanken. Jaarlijks vinden in België zo’n 150 assisenprocessen plaats. Ieder keer moeten drie rechters zich minstens een week vrijmaken,  een raadsheer van het Hof van Beroep en twee magistraten uit eerste aanleg. Zoiets heeft een desastreuze impact op de werking van onze rechtbanken. Toch vind ik dat managementoverwegingen in een debat niet  mogen overwegen, efficiëntie kan nooit een excuus zijn voor gebrek aan grondigheid’.

Potpourri is maar een begin, minister Geens wil justitie grondig hervormen. Hebben jullie er vertrouwen in?

Vermassen: ‘Voor advocaten is de balans negatief. Het optrekken van de rolrechten voor burgerlijke vorderingen, het verhogen van de rechtsplegingsvergoeding, het invoeren van de 21 procent BTW-voet, op die manier wordt het een dure zaak om naar de rechtbank te trekken. Advocaten merken nu al een terugval van het aantal cliënten. Economisch zal het wel kloppen, maar als we niet opletten, wordt de drempel zo hoog dat alleen nog rijke mensen naar justitie kunnen stappen’.

Verstraeten: ‘Ik vind wel dat er op korte tijd veel is gerealiseerd. Potpourri is inderdaad maar een begin, er staat nog veel meer op de rails. Ik zit zelf in een werkgroep die zowel het strafwetboek als het strafvorderingswetboek volledig moet herschrijven. Daar wordt al heel lang over gesproken, maar dit keer ziet het er naar uit dat het echt zal lukken, wie weet zelfs nog binnen deze legislatuur’.

Vermassen: ‘Geens zet de zaken in beweging, dat compliment moeten we hem gunnen. Hij beweegt ook letterlijk, zo bracht hij onlangs een bezoek aan het Gentse justitiepaleis toen er een assisenzaak liep. Ik had gehoopt dat hij even kwam kennismaken, maar neen. Die vraag ga ik hem toch bij de eerste gelegenheid stellen: meneer de minister, heeft u eigenlijk ooit de binnenkant van een assisenzaal gezien? Ik wed van niet’.

 

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

.