Maandelijks archief: maart 2016

Onder filosofen: Ignaas Devisch en Johan Braeckman over onrust en rusteloosheid

Knack, 24 maart 2016

“Het is rusteloosheid die mensen tot grootse prestaties drijft, zonder die kracht waren Elon Musk, Bill Gates of Vincent Kompany nooit geworden wie ze zijn” 

De Gentse professor Ignaas Devisch wilde vooral geen negatief boek schrijven. Leef mateloos, is de boodschap die hij brengt. Maar sta niet in het holst van de nacht op om je mails te checken. Gesprek over het verschil tussen onrust en rusteloosheid, met collega en onthaastingsexpert Johan Braeckman.

Foto: Johan Jacobs

Foto: Johan Jacobs

Het geweeklaag is niet van de lucht: we hebben het met zijn allen veel te druk. Professioneel zowel als privé, we hollen onszelf voorbij met de gevolgen van dien. Het spook van de burn-out ligt constant op de loer, en intussen wrijven nieuwe middenstanders zich in de handen. Mindfullness trainers, yoga instructeurs, life balance coaches, de diensteneconomie is er een sector rijker op geworden. Ook Ignaas Devisch (45) heeft het eigentijds druk. Toch vond de Gentse professor medische ethiek tussen vele academische besognes door, de tijd om over dit thema een erg lezenswaardig boek te schrijven. ‘Rusteloosheid’ vertrekt vanuit een paradox: ondanks het constante gejammer over ons hectische bestaan en het bijbehorende verlangen naar al dan niet betaald verlof, is de mens niet tot dolce far niente in staat. Behalve een filosofische en historische verkenning van knagende gevoelens, reikt Devisch ook handvatten aan waarmee we onszelf uit het moeras kunnen tillen. De ondertitel ‘Pleidooi voor een mateloos bestaan’ werd niet willekeurig gekozen.

Johan Braeckman, (50) professor wijsgerige antropologie aan de U Gent, had al eerder op eigen kracht een uitweg uit de ratrace gevonden. Vorig academiejaar nam hij een sabbatical, een veelbesproken loopbaanonderbreking die niet zonder gevolgen bleef. Hij puurde er een lezingenreeks uit met de titel ‘Lof der luiheid’. Maar vooral: hij benutte zijn jaar verlof zonder wedde om de ouderlijke boomkwekerij in Wetteren eigenhandig in een lusthof te herscheppen. Sluitstuk is een prachtig gerestaureerde schuur waar hij onvermoeibaar lezingen en vernissages organiseert en gastheer/sidekick voor dit interview speelt. Braeckman en Devisch kennen elkaar erg goed. Als vrienden en collega’s, maar ook als gangmakers van de vzw De Maakbare Mens, een vrijzinnige club die kritisch nadenkt over de mogelijkheden die wetenschap en technologie bieden om de mens te verbeteren.

waarom dit boek? En waarom nu?

Devisch: ‘Het thema is niet bijster origineel, de lifestyle pagina’s van kranten en tijdschriften staan vol met columns en bijdragen over de jachtigheid van het leven. Helaas blinken die bijdragen vooral uit door oppervlakkigheid. Om de zoveel tijd wordt er een nieuw modebegrip gelanceerd. Nu is het eens FOMO, the fear of missing out,  dan heet het weer GSA, wat staat voor gnawing sense of anxiety. Allemaal leuk gevonden, maar het blijft steken op het niveau van symptomen en de toon is meestal moraliserend. Het is de schuld van de digitalisering, is zo’n cliché, smartphones en sociale media maken ons ziek. Als filosoof wilde ik naar de kern van het probleem, vertrekkend vanuit de juiste vragen. Is de moderniteit echt een verhaal van voortschrijdende hectiek? Of is het probleem niet veeleer dat we voortdurend klagen over die jachtigheid maar ondertussen wel dapper voorthollen? En hoe nieuw is dit probleem eigenlijk? Ik verwijs onder meer naar William Erb, een Duitse neuroloog en tijdgenoot van Sigmund Freud die zich grote zorgen maakte over de versnelling van de maatschappij op het einde van de 19de eeuw. Volgens Erb ging de menselijke geest kapot aan overprikkeling. Vooral de opkomst van telefonie en telegrafie beschouwde hij als nefast, en ook schilderkunst en muziek waren naar zijn smaak veel te druk en schreeuwerig. De parallel ligt voor de hand: vervang in Erbs discours telegrafie en telefonie door smartphone en iPad, en je krijgt een zeer hedendaags vertoog’.

Braeckman: ‘Ik was aangenaam verrast, Ignaas. Jij bent altijd wel met een boek bezig, maar ik wist niet dat je je in dit onderwerp had vastgebeten. Waarvoor mijn dank, ik zal niet nalaten het grondig te plunderen voor mijn eigen lezing over luiheid. (lacht) Het is anderzijds geen toeval, want dit thema hangt letterlijk in de lucht. Er verschijnen niet alleen columns in weekendbladen, de voorbije jaren werden er ook heel wat filosofische en wetenschappelijke boeken aan gewijd. Ik heb het zelf ondervonden toen ik mijn jaartje verlof zonder wedde aankondigde. Op zich een banaal gegeven, maar blijkbaar had ik een gevoelige snaar geraakt want in belandde in een mediastorm. Ironisch was het wel. Schrijf een boek, en je mag al blij zijn als je een kolom in de krant krijgt. Maar als je aankondigt dat je een poosje de riem aflegt, krijg je meteen een volledige pagina. Die vaststelling heeft me er toe aangezet om me in het thema van het hectische leven te verdiepen. Een boek is er nog niet van gekomen, maar mijn lezingenreeks krijgt veel respons’.

-  van Aristoteles over Schopenhauer tot Lacan en Sloterdijk, u citeert zowat de hele canon van de Westerse wijsbegeerte. Toch is er één uitschieter: de Franse filosoof Blaise Pascal krijgt zowel het eerste als het laatste woord. Waaraan dankt hij de eer?

Devisch: ‘Pascal schrijft in zijn Pensées uitvoerig over het spanningsveld tussen ennui en divertissement, verveling en verstrooiing. In een van zijn bekendste citaten pakt hij volgens mij de kern beet: de mens is niet in staat om rustig in een lege kamer te zitten. Het zijn niet zozeer de omstandigheden die ons aanjagen, aldus Pascal, er zit iets in ons wezen dat ons tot activiteit dwingt. Hij gelooft bijgevolg niet dat we op een punt van totale onthechting kunnen belanden, de mens zal altijd streven en verlangen. Tegelijkertijd is hij lucide genoeg om in te zien dat we daarmee in een constante tweestrijd belanden, verscheurd tussen de drang om te handelen en het gevoel dat we geen tijd hebben om onze plannen te realiseren.’

veel mensen koesteren vooral het verlangen naar rust en zalig niks doen…

Devisch: ‘Ach ja, het ideaal van het dolce far niente. Dat is georganiseerde verveling, de hoeksteen overigens van onze boomende vrijetijdsindustrie. Daarover heeft Pascal het niet, bij hem gaat het om existentiële verveling. We kunnen niet stoppen met verlangen door ons af te sluiten van prikkels en sociale contacten, want dan wordt ons leven perspectief- en zinloos. Wat Pascal bedoelt is dit: we streven ernaar zalig niets te doen, maar zodra we alle obstakels naar dat objectief hebben opgeruimd, zoeken we nieuwe obstakels, want anders zitten we ons toch maar te vervelen. De Amerikaanse hoogleraar psychologie Timothy Wilson heeft trouwens een interessant experiment opgezet dat Pascals stelling bevestigt. Proefpersonen werden gevraagd een kwartiertje alleen in een lege kamer te gaan zitten. Enige mogelijke handeling: zichzelf een stroomstoot toedienen met een apparaat waarvan ze het pijnlijke effect voor het betreden van de kamer hadden uitgetest. Voor velen bleek een paar minuten niksen een onmogelijke opgave, ze gaven zichzelf een stroomstoot. Liever pijn ervaren dan helemaal geen prikkels’.

u voert Breugels Boerenbruiloft op als illustratie van een verloren idylle, onbespoten volksvermaak in een stressvrije boerengemeenschap waar het leven rustig kabbelt. Waar en wanneer is dat ideaal teloor gegaan?

Devisch: ‘Ik betwijfel of dat ideaal ooit heeft bestaan. Tijdens mijn bronnenonderzoek ontdekte ik dat de mens altijd al heeft geklaagd over drukte en tijdsgebrek, ook lang voor Breugel die in de 16de eeuw leefde. Een prachtig voorbeeld is Marco Datini, een Toscaanse koopman uit de 14e eeuw die een schat aan brieven en kronieken heeft nagelaten. Datini bekreunt zich de hele tijd dat hij veel te hard werkt en te gulzig leeft. Hij snakt naar rust en soberheid, maar komt er niet aan toe omdat hij altijd meer verlangt. Ik wil geen miezerig pannetje om sardientjes te bakken, schrijft hij, ik wil de grote kookpot. Toch is er een evolutie merkbaar. Hectiek was oorspronkelijk een luxeprobleem van de elite waartoe Datini behoorde. Vanaf de vroege moderniteit, zeg maar de overgang van de middeleeuwen naar de renaissance, krijgen meer en meer mensen ermee te maken. De maatschappij versnelt, een proces dat parallel loopt met technologische en economische ontwikkelingen. Maar ook secularisering heeft een doorslaggevende rol gespeeld’.

-  hoezo?

Devisch: ‘Het niet meer geloven in het hiernamaals heeft ons tijdsbesef fundamenteel veranderd. Er valt geen moment meer te verliezen want er komt geen tweede kans, het moet nu gebeuren. De Duitse cultuurhistorica Gronemeyer heeft daarover een interessant boek geschreven, ‘Het leven als laatste aangelegenheid’. Een goed leven is voor de seculiere mens een gemaximaliseerd leven, schrijft Gronemeyer. Dat draagt natuurlijk bij tot de interne onrust die bij velen knaagt. We willen het onderste uit kan halen, maar vinden geen tijd om alle plannen te realiseren’.

Braeckman: ‘Dat zie ik toch anders. De Toscaanse koopman Datini was ongetwijfeld een diepgelovige man die niet aan het hiernamaals twijfelde, en toch ging ook hij onder tijdstress gebukt. Volgens Max Weber was religie juist een motor van rusteloosheid. Zijn theorie is overbekend: de protestantse moraal heeft de weg geplaveid voor het kapitalisme. Hard werken zonder te genieten van de resultaten, want die worden onmiddellijk geherinvesteerd om nog harder te werken en nog meer te oogsten’.

Devisch: ‘Weber, die zit uiteraard prominent in mijn boek. Zijn grondgedachte, leegheid is des duivels oorkussen, is een van mijn uitgangspunten. Toch blijf ik erbij: het perspectief dat alles ophoudt bij de dood, weegt zwaar op de menselijke conditie. Wat doen mensen als ze met pensioen gaan nadat ze veertig jaar hard hebben gewerkt? Nog harder gaan leven, alles proberen te realiseren wat ze tijdens hun beroepsloopbaan hebben uitgesteld. Nu het nog kan, zeggen ze dan’.

we noteren een meningsverschil over de rol van secularisering…

Braeckman: (lacht) ‘Nuanceverschillen horen erbij als je meer dan één filosoof samen brengt. Ik situeer de maatschappelijke kentering trouwens veel voeger dan Ignaas, meer bepaald een dikke 10.000 jaar geleden toen we van jager-verzamelaars in sedentaire landbouwers en veetelers veranderen. Het belang daarvan valt niet te overschatten, de neolithische revolutie heeft de mensheid veel dieper getekend dan de industriële revolutie. Evolutionair is 10.000 jaar heel recent, als soort heeft de mens negentig procent van zijn tijd op aarde als jager-verzamelaar doorgebracht. Dat is in dit verband erg relevant, want de jager-verzamelaar was puur vanuit zijn overlevingsinstinct alert en onrustig. Die erfenis zit nog altijd in onze genen’.

dan zou je net verwachten dat we perfect opgewassen zijn tegen het jachtige leven met zijn smartphones en deadlines. Waarom dan dat geklaag?

Braeckman: ‘Omdat de context compleet anders is. Toch zie je dat mensen nog altijd graag de natuur intrekken, ironisch genoeg om tot rust te komen. Nochtans is er weinig rust te vinden, in de natuur moet je integendeel op je qui-vive zijn. Nochtans ervaren we het als heilzaam, omdat het aansluit bij wie we deep down echt zijn’.

u maakt een scherp onderscheid tussen onrust en rusteloosheid. Leg dat eens uit…

Devisch: ‘Het debat gaat bijna altijd over onrust, een negatief gevoel dat ons wordt opgedrongen door maatschappelijke omstandigheden waar we zelf geen greep op hebben. Denk aan de scheve balans tussen werk en privé, de schuldgevoelens omdat we geen tijd vinden voor vrienden, de vele verhalen over burn-outs. Omdat ik dat debat veel te eenzijdig vond, heb ik tegenover de onrust een positief begrip geplaatst, de rusteloosheid. Je zou het kunnen vertalen als passie, de innerlijke drive die je nodig hebt om iets te bereiken. Het is rusteloosheid die mensen tot grootse prestaties drijft, zonder die kracht waren Elon Musk, Bill Gates of Vincent Kompany nooit geworden wie ze zijn. Waarom moeten we krampachtig naar evenwicht in ons leven streven, heb ik me ook afgevraagd. Een beetje mateloosheid kan geen kwaad, vandaar ook de titel van mijn boek. Het schrijfproces was trouwens niet bevorderlijk voor mijn persoonlijke life balance. Het was zwaar en bij momenten knap lastig, bovenop al mijn academisch werk. Toch heb ik er ongelooflijk veel plezier aan beleefd, ik ben trots op het resultaat en pieker nu al over een volgende boek. Zulke gevoelens ervaar ik nooit als ik vier vergaderingen per dag moet bijwonen. Hard werken wordt pas een probleem wanneer je het niet als zinvol ervaart’.

-  zinvol werk als sleutel tot een gelukkig en bevredigend leven? Klinkt haalbaar voor een academicus, maar wat moet een kasseilegger of rekkenvuller ermee?

Braeckman: ‘Ik heb tijdens mijn verlof zonder wedde zelf dagen aan een stuk kasseien gelegd. Harde stiel, maar ik heb er veel voldoening uit geput. Nog altijd trouwens, het doet me nog dagelijks plezier als ik zie hoe mooi ze in patroon liggen, zonder verzakkingen’.

Devisch: ‘Een zichtbaar resultaat doet wonderen. Mijn grootvader heeft zich letterlijk kapotgewerkt als vloerlegger in Brugge. Toch had hij nergens spijt van, als we samen door de stad reden, wees hij trots de huizen aan waar hij had gewerkt. Daar tegenover staat Charlie Chaplin in Modern Times, de arbeider die tot een radertje in een machine wordt gereduceerd, een toonbeeld van vervreemding. Natuurlijk hebben academici makkelijk praten, maar het gaat niet om diploma’s. Er zijn genoeg hoogopgeleide werknemers die acht uur per dag achter een computer zitten te balen. Ik wilde er geen familiekroniek van maken, maar het voorbeeld lag voor de hand: mijn grootmoeder die als boerin tien kinderen heeft grootgebracht. Drie keer per dag eten voor twaalf man op tafel, de was en de plas en daar bovenop de beesten en de boerderij. Naar hedendaagse normen was haar dagtaak onmenselijk zwaar. Toch heeft ze nooit geklaagd, en ik durf wedden dat ze meer voldoening uit haar werk puurde dan heel wat kantoorbedienden’.

omdat ze niet beter wist en rondom zich alleen lotgenoten zag?

Devisch: ‘Dat ook, ze was een diepgelovige katholieke vrouw die zich in haar lot schikte. Maar misschien nog belangrijker: grootmoeder kende geen hobby’s, ze voelde na haar werk geen behoefte om te sporten, dansles te volgen of allerlei vormingscursussen bij te wonen. Daar zit een enorm contrast met de huidige generatie. Sloterdijk spreekt van de NV IK, de mens die constant werkt aan zijn persoonlijkheid. Job, relatie, kinderen, hobby’s, vriendenkring, alle aspecten van het leven staan in het teken van de zelfontplooiing’.

-  u loopt niet hoog op met de vrijetijdsindustrie. Waarom?

Devisch: ‘We zien vrijetijdsbeleving als de ultieme compensatie voor de onrust die ons drukke werk ons berokkent. Een citytrip tussendoor, een wellnessweekend. Even de batterijen opladen, om er dan op het werk weer des te harder tegen aan te gaan. Daarmee slaan we de plank compleet mis. Om te beginnen zal zo’n citytrip niet beletten dat je maandag met slepende benen naar kantoor trekt als je daar een weinig zinvolle dagtaak wacht. Mijn grootste bezwaar is echter dat onze vrijetijdsbeleving aan dezelfde logica onderhevig is als ons professionele leven. Ook buiten de arbeidsuren moet het allemaal meer en beter zijn. Niet een keer maar drie keer per jaar met vakantie. Nodigen we vrienden uit, dan neemt de NV Ik geen genoegen met een simpele maaltijd. Nee, er moet een culinaire prestatie worden geleverd’.

Braeckman: ‘Ik vind het ironisch. Luiheid geldt in onze maatschappij als een doodzonde, in de literatuur slaat de luilak een bespottelijk of zelfs verachtelijk figuur. Maar twee keer per jaar geven we ons met zijn allen over aan georganiseerde luiheid, bij voorkeur met een cocktail aan de rand van het zwembad. In mijn lezing wijs ik altijd op dat contrast’.

veelgehoord aan toog en borreltafel: het is de door consumptie gedreven vrije markteconomie die ons op stang jaagt met burn-outs en depressies als gevolg. Klopt?

Devisch: ‘Ik was erg onder de indruk van ‘24/7’, een veelbesproken boek waarin de Amerikaanse essayist John Crary een samenleving beschrijft waar economische diensten permanent beschikbaar zijn. Crary waarschuwt onder meer voor het risico van insomnia, slapeloosheid. Mensen staan in het holst van de nacht op om hun mails te checken, bang als ze zijn dat ze worden uitgerangeerd als ze tot ’s morgens wachten. Kijk, ik wil geen clichés verkopen over het liberalisme of de vrije markt. Maar er spelen zeker economische factoren die de mens en samenleving in de richting van voortdurende versnelling duwen. We leven in een systeem waarin concurrenten elkaar de loef proberen af te steken met scherpere prijzen en nog snellere leveringstijden. Ik deed een verrassende ontdekking in de financiële wereld: beleggingskantoren proberen zich fysiek zo dicht mogelijk bij de beurs proberen te vestigen. Merkwaardig op het eerste gezicht, want de hele beurshandel verloopt digitaal. Maar blijkbaar maakt de lengte van de glasvezelkabel verschil, een fractie van een seconde kan genoeg zijn om een beursorder voor de neus van de concurrentie weg te kapen. Dat is een extreem voorbeeld, maar onze hele economie is op die leest geschoeid. Als een producent een jeansbroek in 50 minuten maakt, zal de concurrent zijn arbeiders  onder druk zetten om het in 45 minuten te doen. Consumenten doen daaraan mee, want ze zoeken de winkels op waar goedkope spullen liggen waarvan ze weten dat ze stinken’.  

Braeckman: ‘Over die consumenten valt wel meer te vertellen. Thorstein Veblen heeft met zijn conspicuous consumption de nagel op de kop geslagen. Mensen consumeren niet om reële behoeften te bevredigen, maar om status te verwerven. Ze kopen een extra grote auto, niet omdat ze veel kinderen hebben, maar omdat hun buurman een grote kar voor zijn deur heeft staan. Keeping up with the Joneses, in de sociale psychologie staat dat als een krachtige drijfveer bekend. In de werkelijkheid probeert men niet alleen gelijke tred te houden, liefst van al wil men buurman Janssens overtreffen’.

Devisch: ‘Dat is de mimetische begeerte waarover René Girard het heeft. De mens spiegelt zich aan de ander, hij laat zijn verlangens bepalen door datgene waarvan hij denkt dat het die andere gelukkig maakt. Een duidelijke bron van negatieve onrust, al zijn er uitzonderingen. Rolmodellen werken immers volgens hetzelfde mechanisme’.

de consumptiemaatschappij blaakt anders wel van gezondheid. Koopzondagen zijn razend populair, overal neemt de druk toe om winkels en supermarkten later en  vaker open te houden. Een goede zaak?

Devisch: ‘Ik juich dat niet toe, net zomin als ik de explosieve groei van online shoppen toejuich. Je plaatst om drie ’s nachts een bestelling en om zeven uur ’s morgens wordt ze aan de deur geleverd. Instant bevrediging, jazeker, maar ik zie echt niet in waarom we dat vooruitgang zouden noemen’.

de arbeiders in online distributiecentra noemen dat vooruitgang. Verschillende politici ijveren trouwens voor het versoepelen van de Belgische arbeidsmarkt, omdat onze online shoppingdrift anders door buitenlandse aanbieders wordt bevredigd…

Devisch: ‘Dat vind ik geen goed argument. Ja, er kan een industrie ontstaan met honderden orderpickers die minderwaardig en ongezond werk verrichten dat hun bioritme overhoop haalt. Dan kun je net zo goed voor meer Mcdonalds-baantjes pleiten’.

-  de moderne mens multitaskt zich een slag in de rondte. Is dat wel gezond?

Devisch: ‘Echt multitasken bestaat niet. Mannen of vrouwen, we zijn er niet toe in staat. Ik zie het vaak genoeg in de aula. Viervijfden van de studenten zit naar zijn tablet of smartphone te kijken. Onmogelijk dat ze intussen ook geconcentreerd naar een spreker luisteren. In feite gaat het om fragmentatie, een veel groter probleem dan de versnelling van de samenleving. We hebben het idee dat we vijftig dingen tegelijk moeten doen. Koken, het huiswerk van de kinderen overzien, de nota voor het werk klaarstomen, en dan nog naar de training van de sportclub. Op het einde van de dag zitten we met het onbevredigende gevoel dat we niks goed hebben gedaan’.

-  ook vanuit academische wereld stijgen geregeld jammerklachten op over de hectiek van het professionele bestaan. Onderzoekers zouden bezwijken onder publicatiedruk. Wat is er van aan?

Devisch: ‘Ook de academische wereld is in de greep van een inflatoire logica. Hoe meer A1-artikels je publiceert, hoe beter voor je carrière. Jonge onderzoekers laten zich daardoor opjagen. Dat is des te treuriger omdat heel veel van die artikels door niemand worden gelezen. Ik heb daar, hand op het hart, nooit aan meegedaan. Ik schrijf alleen over thema’s die me echt boeien, ook al gaat ten koste van een benoeming. Uiteraard zijn publicaties in Engelstalige vakbladen en internationale congressen belangrijk. Maar ik vind het als filosoof minstens even waardevol om met een groot publiek in debat te gaan, bijvoorbeeld door het schrijven van een Nederlandstalig boek’.

Braeckman: ‘Ik zit helemaal op dezelfde golflengte. Ignaas en ik behoren nog tot de generatie academici die de grote omslag heeft meegemaakt. Toen ik doctoreerde heb ik mij in de Hoge Venen teruggetrokken. Lezen, wandelen, schrijven, ik denk er met plezier aan terug. Ik zou het ook mijn assistenten willen aanraden: trek je een jaar terug en lees een stuk of twintig standaardwerken. Heilzaam voor hun intellectuele ontwikkeling, maar toch houd ik die raad voor mezelf. Wie zich een jaar terugtrekt om te lezen pleegt tegenwoordig academische carrièrezelfmoord. Ik word daar niet vrolijk van. De universiteit is geen plek meer voor breed geschoolde intellectuelen, zelfs in de menswetenschappen zetten vakidioten de toon. Wie zijn trouwens de intellectuelen die vandaag het maatschappelijke debat kleuren? Mensen zoals Rutger Bregman, David Van Reybrouck, Tinne Beekman, intellectuelen die de universiteit hebben verlaten om als onafhankelijk journalist of publicist de debatten aan te zwengelen. Dat zegt genoeg’.

 

 

Duits-Griekse Europawatcher Janis Emmanouilidis over Angela de Onmisbare

Knack, 9 maart 2016

 Europawatchers draaien overuren. Zo ook Janis Emmanouilidis die vanuit zijn Brusselse denktank de slagen telt terwijl Europa zich door een historische pluricrisis probeert te worstelen. Gesprek met een Duits-Griekse migrantenzoon over vluchtelingen, Brexit, Grexit en Angela Merkel. ‘Wankelen? Haar positie is sterker dan ooit’.

 

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

Janis Emmanouilidis (47) is een genereus gesprekspartner. Zijn geplande luchtpauze heeft hij laten schieten, op de gang staat al een Finse cameraploeg klaar voor een volgend interview. Het is hier wel vaker aanschuiven. Brussel heeft geen gebrek aan Europa-watchers, maar Emmanouilidis is een geval apart. Hij werkt voor het European Policy Center (EPC), een invloedrijke denktank die door voormalig Europees president Herman Van Rompuy wordt voorgezeten en voor financiële steun op de Koning Boudewijnstichting mag rekenen. Als directeur van de studiedienst verdiept hij er zich in materies zoals institutionele hervorming, buitenlands en economisch beleid. Maar zijn aantrekkingskracht heeft ook met zijn persoonlijke achtergrond te maken. Emmanouilidis is de zoon van een Griekse gastarbeider en een Duitse moeder. ‘Migratie is voor mij meer dan een thema’, blikt hij vooruit op ons voornaamste gespreksonderwerp. ‘Het zit in mijn bloed. Niet alleen langs vaderskant, mijn moeder is geboren in Oost-Duitsland, haar ouders zijn in de jaren vijftig naar het Westen gevlucht. Ik ben zelf een halve migrant. Opgegroeid in Duitsland en Griekenland, naar Engeland getrokken voor mijn masterstudies, nadien afwisselend in Duitsland en Griekenland gewerkt ’.

- u heeft het EPC in 2009 vervoegd, uitgerekend het jaar waarin de Griekse schuldencrisis losbarstte, een drama waarin uw vader- en moederland de rol van bekvechtende antagonisten speelden. Hoe heeft u dat als Duits-Griekse analist ervaren?

Emmanouilidis: ‘Het was heftig, vooral vorig jaar toen we akelig dicht bij een Grexit hebben gestaan. Er zijn zaken gebeurd die ik tien jaar geleden voor onmogelijk had gehouden. Duitsland en Griekenland hebben altijd nauwe betrekkingen onderhouden. Logisch als je weet hoeveel Duitsers in Griekenland werken, er een tweede verblijf hebben of er hun vakanties doorbrengen. Omgekeerd is er een grote Griekse diaspora in Duitsland. De schuldencrisis leek alle wederzijdse begrip uit te wissen, en de grofste clichés werden van stal gehaald. De luie Grieken die nooit hun beloftes nakomen. De arrogante Duitsers die hun dictaat opleggen. De beeldvorming, met Angela Merkel in nazi-uniform als dieptepunt, was zonder meer ranzig’.

u werd zowel door de Duitse als de Griekse media veelvuldig gevraagd. Heeft u die beeldvorming kunnen nuanceren?

Emmanouilidis: ‘Inderdaad, ik was een van de favoriete experts om beide standpunten af te wegen. Vooral in Duitsland, want in Griekenland hebben ze dank zij de diaspora iets meer keuze. In de Duitse media was het armoe troef, er werden serieuze televisiedebatten over de Griekse schuldencrisis gehouden zonder een Griek in het panel. Op een keer mocht een bekend soap-acteur het Griekse standpunt vertegenwoordigen. Niet dat hij enige expertise bezat, maar hij had toevallig Griekse voorouders. Ik zag het als mijn persoonlijke missie om tegen de clichés in te gaan en het simplisme te overstijgen. Bekijk het ook eens door de bril van de Grieken, was mijn boodschap, en verlies vooral het Europees perspectief niet uit het oog. Dat Europees perspectief, zo benadrukte ik telkens weer, valt niet los te koppelen van het Duitse perspectief’.

-  komt het ooit nog goed tussen de voormalige vrienden? 

Emmanouilidis:  ‘Er zullen littekens blijven, zeker omdat de crisis zo lang heeft aangesleept. Vorig jaar mocht ik de Duitse president Gauck adviseren aan de vooravond van zijn staatsbezoek aan Athene. Gauck, een intelligent en gematigd politicus die erg goed kan luisteren, is naar Griekenland getrokken met een verzoenende boodschap. Toch was hij verrast door het vijandige klimaat, hij vertelde achteraf dat het nog moeilijker was verlopen dan ik had voorspeld’.

Angela Merkel was tijdens de schuldencrisis voor vele Grieken de duivel in persoon. Hoe vreemd was het om haar tijdens de migratiecrisis wereldwijd als Mutti Merkel te horen bejubelen?

Emmanouilidis: ‘Mutti zal de Grieken onwennig in de oren blijven klinken, maar Merkel is niet langer de verpersoonlijking van het kwaad. Die rol heeft ze vorig jaar overgelaten aan minister van financiën Wolfgang Schäuble die een perfecte tegenhanger vond in zijn Griekse collega Varoufakis, de satan van de Duitse politiek en media. Interessant is de timing van die kentering, tijdens de ontknoping van het Grexit-drama. Ze had nochtans redenen om met scherp te schieten. De beslissing van de Griekse premier Tsipras om een referendum over het zogenaamde derde reddingsplan van de EU en het IMF te organiseren, was een opgestoken middenvinger. Toch heeft ze in die periode gas teruggenomen om een escalatie te vermijden’.

waarom?

Emmanouilidis: ‘Omdat ze geen Grexit wilde. Kijk opnieuw naar de timing. Het Grexit-gevaar is pas geweken nadat Tsipras zijn fameuze bocht had gemaakt. Nee tegen extra besparingen, hadden de Grieken begin juli massaal in het referendum gestemd. En wat doet Tsipras, de premier die nota bene zelf voor die nee-stem had geijverd? Hij sluit twee weken later een akkoord met Europa en het IMF over een nieuw pakket besparingen. Ik heb peentjes gezweet om die bocht in Duitsland uit te leggen, maar eigenlijk is het niet zo moeilijk. Tsipras was zelf tot het inzicht gekomen dat de koers die hij voor het referendum volgde, recht naar een Grexit leidde, een scenario met rampzalige gevolgen voor zowel het land als zijn partij. Uiteindelijk zagen ook de Griekse kiezers dat in, want in september heeft hij met Syriza de verkiezingen gewonnen, met een ruime marge nog wel’.

maar we hadden het over de bocht van Merkel..

Emmanouilidis: ‘Die werd door twee strategische overwegingen ingegeven. Merkel besefte dat een Grexit een reële bedreiging voor de muntunie kon vormen. Het einde van de eurozone, dat is wel het laatste wat ze als Duitse kanselier wenst. Bovendien was de Griekse crisis nog niet bezworen toen de nog gevaarlijker migratiecrisis de kop opstak. Voor Merkel een bewijs te meer dat ze Griekenland te allen prijze aan boord moest houden, al was het maar vanwege de unieke ligging, als transitland voor migranten aan de rand van het immer woelige Midden Oosten’.

Angela Merkel staat in eigen land onder immense druk. Veertig parlementsleden van haar eigen CDU hebben openlijk afstand genomen van haar open grenzen-beleid, reden ook waarom zusterpartij CSU haar de wacht heeft aangezegd. Intussen piekt de extreemrechtse AfD in de peilingen en groeit de algemene frustratie over de 1,1 miljoen vluchtelingen die vorig jaar werden geregistreerd. Wankelt haar positie?

Emmanouilidis: ‘Ze staat vol in de wind, en die wind voelde nooit kouder dan vandaag. Alleen al de veelbesproken nieuwjaarsnacht in Keulen heeft veel schade berokkend. Maar wankelen? Ze was diep weggezakt, maar de jongste weken zie je haar populariteit weer stijgen. Dat heeft veel te maken met de voorzichtige hoop die is gerezen in de Europese vluchtelingencrisis’.

voorzichtige hoop? De situatie was nooit chaotischer dan vandaag. Aan de Macedonische grens spelen zich mensonterende taferelen af, Griekenland telt al meer dan 30.000 gestrande vluchtelingen.

Emmanouilidis: ‘Bekijk het totale plaatje. De beslissing van Oostenrijk om quota te hanteren heeft de Balkanlanden als het ware verplicht hun grenzen te sluiten. Er valt veel te zeggen over de onderliggende, nationaal-politieke afwegingen, maar die kettingreactie heeft wel de kans gecreëerd om de stroom weer onder controle te krijgen. Dat is precies wat het Duitse publiek van Angela Merkel verwacht. Er is nog altijd veel steun voor haar humanitaire visie die ze vorige week tijdens een zeldzaam televisie-interview nog eens erg overtuigend heeft uiteengezet. Ze wil niet horen van gesloten grenzen. Het is onze plicht vluchtelingen te helpen, maar de aantallen moeten wel naar beneden. Daar kunnen de meeste Duitsers achter staan, rabiate tegenstanders uitgezonderd’.

‘Intussen zit er ook beweging in het diplomatieke front. De reis van Europees president Donald Tusk naar Athene en Ankara heeft voor een stroomversnelling gezorgd. Resultaat: een globaal akkoord tussen Europa en Turkije, een typische package deal met lekkers voor alle betrokken partijen. Niet alle details zijn bekend, maar het zal onder meer een nieuw spreidingsplan omvatten om de migratiedruk op Turkije en Griekenland te verlichten, vermoedelijk door het opzetten van een luchtbrug.  Hoe dan ook, voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis leeft de indruk dat Europa stapje voor stapje in de goede richting schuifelt. Niet dat er een echte oplossing in zit, daarvoor is de vluchtelingencrisis veel te complex met tal van externe factoren waarop Europa geen grip heeft. De zaak onder controle brengen is het hoogst haalbare’.

de glansrol van Donald Tusk is opmerkelijk, want de Europese president kreeg al veel kritiek op zijn passiviteit. Hoe schat u de Poolse ex-premier in die Herman Van Rompuy in december 2014 is opgevolgd?

Emmanouilidis: ‘Ik vond hem sterk tijdens de onderhandelingen met David Cameron over de voorwaarden om een Brexit te vermijden. Okay, tijdens zijn eerste ambtsmaanden, toen de Griekse schuldencrisis weer opflakkerde, kwam niet uit de verf.  Maar in de laatste rechte lijn op weg naar het derde reddingsplan is hij bepalend geweest, samen met de Europese Commissie. Dat heeft Merkel erg gewaardeerd, je ziet trouwens hoe die twee elkaar nu ook in de vluchtelingencrisis hebben gevonden. Weet je, er wordt vaak gespot met Merkels coalition of the willing, de groep van landen en leiders die haar humanitaire migratiestandpunten delen. Dat de leden plenair kunnen vergaderen in een telefoonhokje, wordt gezegd. Maar het beeld van de eenzame, geïsoleerde kanselier klopt van geen kanten. In feite is haar positie sterker dan ooit’

leg dat eens uit..

Emmanouilidis: ‘In Berlijn zie ik niemand die haar kan vervangen, in haar eigen partij noch in de oppositie. Maar ook in andere Europese hoofdsteden leeft het besef: Duitsland is meer dan ooit de drijvende kracht van de Unie, en Angela Merkel zit als ervaren chauffeur aan het stuur. Dat was altijd al zo, Duitsland werpt nu eenmaal zijn demografisch en economisch gewicht in de schaal. Maar sinds het uitbreken van de schuldencrisis in 2009 doet het bijna pijn aan de ogen. De andere lidstaten hebben Merkel haast gesmeekt om de leiding te nemen. Iedereen vindt het ook vanzelfsprekend dat ze diezelfde rol in de migratiecrisis speelt,  ook al is de binnenlandse druk heel verschillend. Anders dan voor pakweg Grieken, Spanjaarden en Ieren was de schuldencrisis voor de Duitsers toch vooral een abstract gegeven. De migratiecrisis daarentegen is voor iedereen zichtbaar en voelbaar’.

niet Tusk maar Merkel is dus de echte president van Europa…

Emmanouilidis: (lacht) ‘Zo zou ik het zelf nooit durven formuleren, maar het klopt dat er zonder Duitsland niks beweegt in de Unie. Dat zegt natuurlijk veel over de zwakheid van andere landen, en daarenboven illustreert die dominantie een weeffout in de Europese constructie. Op termijn moeten er institutionele hervormingen komen, maar daar is nu even geen tijd voor. Europa heeft de handen vol met een pluricrisis:  Griekenland, Oekraïne, Brexit, dat zijn stuk voor stuk al erg ingewikkelde dossiers. Als daar nog eens een megacomplexe vluchtelingencrisis bovenop komt, is het alle hands aan dek. Op zo’n moment wil niemand Angela Merkel zien wankelen. Dat doet ze ook niet, ze beseft beter dan wie ook wat er op het spel staat. De toekomst van Europa, maar ook haar eigen politieke erfenis. Momenteel investeert ze veel politiek kapitaal in de migratiecrisis. Via de Europese instellingen, maar ook unilateraal. Denk maar hoe ze twee weken voor de Turkse parlementsverkiezingen naar Ankara vloog voor een onderonsje met Erdogan’.

de Turkse president kon zijn  vreugde niet op. Een betere campagnestunt kon hij zich niet dromen…

Emmanouilidis: ‘Realpolitik van het zuiverste water. Merkel redeneerde dat Erdogan sowieso aan de macht zou blijven. Dan leek zo’n bezoekje wel opportuun, want zonder Turkije is er zelfs geen begin van een doorbraak in de vluchtelingencrisis denkbaar’.

in september hebben de Europese ministers van binnenlandse zaken een spreidingsplan voor 160.000 vluchtelingen goedgekeurd. Een half jaar later zijn er amper 600 opvangplaatsen gerealiseerd. Beschamend, maar het ergste is dat niemand er nog van opkijkt. Wie gelooft eigenlijk nog in het probleemoplossend vermogen van Europa?

Emmanouilidis: ‘Ik begrijp de ontgoocheling. Iedere maand kondigt de Europese ministerraad maatregelen aan die vervolgens niet of half worden uitgevoerd. Het spreidingsplan van september is natuurlijk een kras voorbeeld. Die beslissing werd met een gekwalificeerde meerderheid doorgedrukt, dik tegen de zin van een aantal Oost-Europese lidstaten. Die hebben veel kritiek gekregen, maar de waarheid is dat het spreidingsplan evenmin werd uitgevoerd door landen die het wel hadden goedgekeurd. Dat is een les, we moeten andere manieren zoeken om het nieuwe spreidingsplan uit te voeren. Maar de vraag was of Europa mislukt is als instrument om crises aan te pakken. Ik wil daar geen slogans over verkopen. Mag ik nog eens herinneren aan de uitzonderlijke complexiteit van deze pluricrisis? En wat is het alternatief? Hoe zouden we al deze ingewikkelde problemen zonder Europa moeten aanpakken? Ieder land afzonderlijk met zijn eigen nationale agenda? Dat zou de chaos er echt niet op verkleinen’.

landen zoals Slowakije en Hongarije hebben vlakaf njet gezegd tegen het vorige spreidingsplan. We hoeven geen moslims, gaf de Slowaakse premier Fico als voornaamste reden. Moeten we die landen verplichten, desnoods met financiële sancties, om hun deel van de last te dragen?

Emmanouilidis: ‘Ik zou in zo’n polariserend dossier voorzichtig zijn met dreigementen. Voor je het weet speel je in de kaart van de populisten die dan des te harder gaan roepen dat het allemaal de schuld van Europa is. Politieke druk uitoefen mag wel, en met incentives bereik je vaak meer dan met sancties. Ook hier moet je begrip proberen op te brengen voor de argumenten van de tegenpartij. Heel wat Oost-Europeanen snappen oprecht niet waarom ze solidair zouden moeten zijn. Na alles wat wij zelf hebben moeten doorstaan, roepen ze verongelijkt. Want waar was de solidariteit toen wij achter het Ijzeren Gordijn, aan de verkeerde kant van de geschiedenis, leefden? En laten we wel wezen, de kritiek is ook niet altijd even doordacht. De Hongaarse premier Orban heeft een punt als hij zegt dat hij gewoon de Europese regels toepast. Grenzen dicht, want volgens Dublin vallen asielzoekers onder de verantwoordelijkheid van het eerste land waar ze de Schengenzone hebben betreden, Griekenland dus. Zo zie je maar hoe ironisch de geschiedenis kan zijn. Toen Dublin tot stand kwam hadden landen zoals Duitsland perfect een spreidingsmechanisme kunnen inbouwen. Griekenland, Italië en Spanje, destijds de voornaamste toegangslanden, hadden niks  liever gewild dan wat Europese solidariteit. Die is er niet gekomen, uit kortzichtigheid’.

op 23 juni trekken de Britten naar de stembus voor het Brexit-referendum. Wat wordt het?

Emmanouilidis: ‘Een dubbeltje op zijn kant. Referenda zijn altijd verraderlijk. Onverwachte gebeurtenissen vlak voor de stembusgang kunnen een grote impact hebben, het stemgedrag wordt vaak bepaald door factoren die weinig met de eigenlijke vraag te maken hebben. Toch denk ik dat een meerderheid van de Britten uiteindelijk tegen de Brexit zal stemmen. Naarmate de datum nadert zullen de twijfels en de angst groeien. Wat na een Brexit? Het blijft immers een sprong in het duister’.

stel dat het toch op een Brexit uitdraait. Wie zijn dan de grote verliezers?

Emmanouillids: ‘De Britten zelf. Kijk naar de Europese geschiedenis. Eeuwenlang hebben de Britten geworsteld om hun belangen op het Continent te laten gelden. Die invloed hadden ze als Europees lidstaat, ook al hebben ze altijd een wat aparte positie bekleed. Door een Brexit raken ze in een politiek isolement. Maar ook voor Europa zou het een zware klap betekenen, we zouden de Britse traditie inzake buitenlands beleid pijnlijk missen. Europa is een verhaal van delicate evenwichten. Welnu, de Britten zijn nodig om de balans te bewaren tussen zuivere vrije markteconomieën en landen met meer staatsinterventionisme. Ik vrees ook voor besmetting, een Brexit is koren op de molen van andere Eurosceptici. Voor het internationale imago van de EU zou het alleszins een ramp betekenen. Ik hoor de honende commentaren al: ‘Jullie slagen er al niet in om de eurocrisis en de migratiecrisis aan te pakken, en nu verliezen jullie ook nog leden’. Met een Brexit dreigt een proces van verdamping op gang te komen, een kleiner Europa met steeds minder relevantie’.

even terug naar Griekenland. Is de Grexit nu definitief van de baan?

Emmanouilidis: ‘Het risico is alleszins vele malen kleiner dan vorige zomer. Toch is er weinig reden tot juichen. Bij mijn jongste bezoeken werd ik getroffen door de collectieve wanhoop die zich van de Grieken meester heeft gemaakt. Dat gevoel is nieuw. Zelfs vorig jaar, op het hoogtepunt van de crisis, toen een fatale bankrun in de lucht hing, bleven de Grieken in Europa geloven. Griekse peilingen zijn niet altijd even accuraat, maar feit is dat een ruime meerderheid vond dat Griekenland in de Unie en binnen de Eurozone moest blijven. Dat vertrouwen is nu compleet zoek, ik proefde vooral bitterheid en diepe ontgoocheling. In Europa, maar ook in Alexis Tsipras. Ook dat is nieuw, want tot voor kort was Tsipras een soort politieke tovenaar die met alles wegkwam. De verkiezingsoverwinning na zijn spectaculaire referendumbocht valt niet te verklaren zonder zijn unieke persoonlijkheid. Tsipras was de man met de schone handen, de integere, hardwerkende, charismatische politicus zonder banden met het gehate establishment van de traditionele partijen. Lange tijd geloofden de Grieken zijn verhaal dat ze door de zure appel van de reddingsplannen moeten bijten, en dat daarna betere tijden zullen aanbreken, met budgettaire ruimte om de beloften van zijn kiesprogramma te realiseren. Dat verhaal wordt niet meer geslikt. Het duurt te lang, de economische motor wil niet aanslaan, armoede en werkloosheid blijven toenemen. Nu komt daar nog een nieuwe fase in de migratiecrisis bovenop. Griekenland dreigt van een transitland in een aankomstland te veranderen, met tienduizenden vluchtelingen die langdurige opvang nodig hebben’.

kunnen we de van Grieken solidariteit eisen terwijl ze zelf aan de grond zitten?

Emmanouilidis: ‘Het is afwachten of de vluchtelingenstroom nog groeit, maar sowieso hebben de Grieken Europese hulp nodig. Die is ook al toegezegd, Europa wil 700 miljoen noodsteun uittrekken. De Grieken zelf hebben zich tot dusver verbazingwekkend solidair getoond. De officiële opvang bleef zwaar in gebreke, maar er stonden duizenden vrijwilligers klaar om de vluchtelingen te helpen. ‘Wij zitten misschien in de miserie’, was de mentaliteit, ‘maar deze mensen zijn er nog veel erger aan toe’. Dat is de positieve kant van de hele migratiecrisis, de burgersolidariteit. Ook in Duitsland leeft dat sterk. Daar is de overheid natuurlijk veel slagvaardiger dan in Griekenland, maar zonder de inzet van talloze vrijwilligers zou de opvang er even goed in de soep draaien’.

Radicaliseren achter de tralies

Knack, 2 maart 2016

In de nasleep van Charlie Hebdo lanceerde justitieminister Koen Geens een actieplan tegen radicalisering in de gevangenis. Besmettelijke gedetineerden zullen in speciale afdelingen door deradicaliseringsexperts en moslimaalmoezeniers tot betere gedachten worden gebracht. De uitvoering loopt communautaire vertraging op, maar het nut staat buiten kijf. ‘Ons systeem kan wel één Nizar Trabelsi aan, maar geen vijf tegelijkertijd’.

778209

 

Wat, behalve een lemma in het Lexicon Jihadterreur, hebben Mohamed Merah, Mehdi Nemmouche, Amedy Coulibaly en de broers Kouachi met elkaar gemeen? Alle vijf zaten korte tijd voor het plegen van hun aanslagen in een Franse gevangenis voor feiten van gemeenrecht. Vier van de vijf kwamen zelf om, alleen Nemmouche kan op zijn carrière als terrorist terugblikken. Niet dat men daar veel wijzer van is geworden, de man achter de aanslag op het Joods museum in Brussel zwijgt sinds zijn arrestatie als een graf. Toch laten de vele daderportretten die na de verschillende aanslagen verschenen, geen ruimte voor twijfel.  Het verblijf in de gevangenis heeft in belangrijke mate bijgedragen tot de radicalisering en de dadendrang waarmee deze werd botgevierd. Deden de profielen van Merah en Nemmouche al wenkbrauwen fronsen, het waren de aanslagen op Charlie Hebdo en Hyper Casher begin vorig jaar in Parijs die in heel Europa politie, justitie en inlichtingendiensten wakker schudden. Behalve teruggekeerde Syrië-strijders worden sindsdien ook geradicaliseerde ex-gedetineerden als een risicogroep gebrandmerkt.

Pierre Carette

Ook de Belgische minister van justitie Koen Geens (CD&V) schoot in actie. Een jaar geleden, op 11 maart 2015 om precies te zijn, stelde hij zijn actieplan ‘Radicalisering in de gevangenissen’ voor. De helft van de tien maatregelen zijn preventief. Naast het aanpakken van de algemene leefomstandigheden zal werk worden gemaakt van een betere detectie en een vlottere informatiestroom tussen penitentiaire instanties, politie en staatsveiligheid. De spectaculairste maatregel is zonder meer het oprichten van twee speciale afdelingen voor geradicaliseerde gedetineerden, communautair netjes verdeeld over de gevangenissen van Hasselt en Ittre. In totaal zal er plaats zijn voor 40 risicogevangenen die van de reguliere populatie worden geïsoleerd. Daarnaast komen er tweekoppige satellietteams in de gevangenissen van Brugge, Lantin, Gent, Sint-Gillis en Andenne. Bedoeling is gedetineerden tijdens hun verblijf in de speciale afdelingen of in de satellietteams te deradicaliseren of op zijn minst te de-engageren. Met dat laatste wordt bedoeld dat ze afzien van pogingen om hun radicale gedachtengoed te verspreiden of, erger nog, in terreurdaden om te zetten. Pierre Carette, leider van extreemlinkse terreurbeweging CCC, geldt daarbij als een voorbeeld. Bij zijn vrijlating in 2003 was hij nog even radicaal als voorheen, maar hij vindt het niet meer nodig zijn marxistische idealen met bomaanslagen te bekrachtigen.

Deradicaliseren of de-engageren, het is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij de missie zijn dan ook vele actoren betrokken. In het plan is sprake van speciaal opgeleide cipiers, justitiële welzijnswerkers en psychologen. Veel wordt verwacht van externe specialisten en van islamconsulenten, zeg maar moslimaalmoezeniers. Voor de financiering van een en ander wordt onder meer geput uit de 400 miljoen euro die de regering in november voor anti-terreurmaatregelen heeft vrijgemaakt.

Guantanamo

België kiest dus voor concentratie, een van de twee opties waar heel penitentiair Europa momenteel mee worstelt. Moet je geradicaliseerde gevangenen over de algemene populatie verspreiden met het risico dat ze anderen besmetten? Of sluit je ze samen op, met het gevaar dat zo’n speciale afdeling een soort Guantanamo wordt, een terroristische eliteschool waar gelijkgezinden elkaar nog verder opjutten in hun haat tegen de westerse maatschappij ‘Een duivels dilemma’, noemt de Nederlandse radicaliseringsexpert Omar Ramadan het. ‘Besmetting is een reëel risico. Je wilt het niet hebben dat een simpele tasjesdief onder invloed van een geradicaliseerde medegevangene als een fanatiek jihadist in de maatschappij terugkeert. De penitentiaire context kan daarbij als een katalysator werken. Vele gevangenen zijn sociaal geïsoleerd en voelen zich losers zonder enig perspectief. Dat maakt hen vatbaar voor charismatische figuren die hen een heilige missie aanpraten, en de solidariteit van de broeders en zusters als een warm deken aanbieden. Maar ook concentreren heeft nadelen. Want wie zet je allemaal samen? Radicalisering is ook zo’n vaag begrip. Onder de teruggekeerde Syriëstrijders zitten geharnaste jihadisten, maar evengoed vertwijfelde pubers of naïeve idealisten die werkelijk naar Syrië zijn vertrokken om te helpen, maar nooit verder dan de Turkse grens zijn geraakt. Door iedereen op een hoop te gooien, maak je het de leidersfiguren erg gemakkelijk. Ze kunnen constant invloed uitoefenen op hun volgers, gedetineerden die in een ander omgeving misschien gemakkelijk te deradicaliseren vallen’.

radicaliseringsexpert Omar Ramadan

radicaliseringsexpert Omar Ramadan

Omar Ramadan heeft in Nederland een eigen adviesbureau radicalisering en gewelddadig extremisme. Zijn voornaamste opdrachtgevers zijn ministeries en gemeenten, maar hij is ook coördinator van het in 2011 door de Europese Commissie opgerichte Radicalisation Awareness Network. Bedoeling  is penitentiaire terreinervaring en best practices tussen lidstaten uit te wisselen. Screening is volgens Ramadan de manier om aan het hogervermelde dilemma te ontsnappen. ‘Je moet de rotte appels uit de mand halen. Grondig selecteren is dus de boodschap. Niet alleen aan de poort, maar ook tijdens de detentie. Bijzondere regimes moeten voldoende flexibel zijn, wie gunstig evolueert moet terug naar het reguliere systeem kunnen. In feite pleit ik voor een gemengd model waarin zowel concentreren als spreiden een plaats hebben. Al blijft het altijd oppassen met valse modelgevangenen die pas hun ware aard tonen als ze in een open regime belanden’.

Radicalisering achter de tralies. Onwillekeurig denkt men Islamitische Staat of Al Qaeda. ‘Maar het fenomeen bestaat al veel langer’, benadrukt Ramadan. ‘Landen als Spanje, Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië worden er al tientallen jaren mee geconfronteerd. Groot-Brittannië en Spanje hebben overwegend voor het concentratiemodel gekozen. Dat IRA-aanhangers of ETA-leden elkaar verder zouden radicaliseren, was geen punt. Men ging er immers van uit dat men die toch nooit op andere gedachten kon brengen. Frankrijk kent al sinds de jaren negentig moslimterrorisme, naast Corsicaans separatisme en extreemlinkse terreur. Daar opteren ze eerder voor spreiding’.

terro-gedetineerden

In het Frankrijk is het roer echter om. In januari gingen twee afdelingen voor terro-gedetineerden open, tegen eind maart worden nog twee eenheden in gebruik genomen. ‘In Frankrijk is het probleem dan ook veel urgenter dan bij ons’, zegt een anonieme bron binnen het gevangeniswezen. ‘Wij hebben hier nog geen Merah’s of Kouachi’s gezien, terroristen van wie vast staat dat ze in de gevangenis zijn geradicaliseerd. Neem de Belgische daders en verdachten van de recente aanslagen in Parijs. De meesten hebben wel een gerechtelijk verleden, sommigen hebben korte tijd in de gevangenis gezeten. Maar dat heeft geen rol van betekenis gespeeld, hun radicalisering heeft zich buiten de gevangenis voltrokken, via sociale media of andere kanalen’.

Waarom dan een speciale afdeling voor geradicaliseerde gevangenen? ‘Om Franse toestanden te vermijden. Jihadisme is op zich niet nieuw, we hebben in de jaren negentig al het proces tegen de Algerijnse GIA gehad. In een rapport van de Staatsveiligheid uit 2011 staat er geen probleem van radicalisering is. Maar intussen is de context radicaal veranderd, door de aantrekkingskracht van groepen zoals IS en Al Qaeda. Alleen al de instroom van terreurverdachten en teruggekeerde Syrië-strijders heeft het fenomeen een heel nieuwe dimensie gegeven’.

Nizar Trabelsi. De naam klinkt in de Belgische gevangenissen nog altijd als een klok. De Tunesische ex-voetballer werd in 2001 gearresteerd toen hij aanslagen op de luchtmachtbasis Kleine-Brogel en de Amerikaanse ambassade in Parijs aan het beramen was. Toen hij in 2013 aan de Verenigde Staten werd uitgeleverd, had hij er een penitentiaire odyssee opzitten. ‘Erger dan Farid Le Fou’, zegt onze bron. ‘Trabelsi had een geweldig aura. Als hij in een nieuwe gevangenis kwam, voelde men de sfeer omslaan. Na verloop van tijd werd de toestand onhoudbaar en zat er niks anders op dan hem weer te verkassen. Dat is waarom die speciale afdelingen nodig zijn. Ons penitentiair systeem kan wel één Trabelsi aan, maar geen vijf tegelijkertijd. Niet dat we het gevaar op besmetting moeten opblazen. In de Belgische gevangenissen zitten zo’n 4.000 moslims. De overgrote meerderheid is absoluut niet vatbaar voor radicale ideeën, velen zijn zelfs nauwelijks bezig met hun religie. Maar 1 procent van 4.000, dat maakt nog altijd een hoop potentiële terreurcellen’.

halal maaltijden

 Geens’ actieplan viseert zowel actieve als passieve geradicaliseerden, rekruteerders en volgers. In de praktijk valt de doelgroep evenwel moeilijk te omschrijven. Ons land telt momenteel een negentigtal terro-gedetineerden. Versta daaronder veroordeelden van recente terrorismeprocessen tegen groepen zoals Sharia4Belgium, maar ook arrestanten in lopende terreuronderzoeken en teruggekeerde Syriëstrijders die in voorhechtenis zitten. Het laat zich raden dat deze groep op de eerste rij staat om de speciale afdelingen in Hasselt en Ittre te bevolken. Toch is het niet zo simpel, laat het kabinet van justitieminister Geens weten. Woordvoerder Sieghild Lacoere: ‘Terro-gedetineerden die geen besmettingsrisico vormen kunnen in principe in een normaal gevangenisregime verblijven. Omgekeerd is het perfect denkbaar dat ‘gewone’ criminelen radicaliseren, waardoor we ze van de reguliere populatie moeten isoleren. Alles zal afhangen van de individuele risico-taxatie die met de grootste zorgvuldigheid moet gebeuren’.

De wet verbiedt gevangenen naar religieuze of filosofische overtuiging te registreren. 4.000 moslims op 11.000 gedetineerden is dan ook een ruwe schatting, onder meer gebaseerd op de bestellingen van halal-maaltijden. ‘Het varieert nogal’, zegt een ervaren cipier die zijn naam liever niet prijs geeft. ‘’In Sint-Gillis zijn het er wel 75 procent, in Brugge tussen de 30 en de 40 procent’.  De vraag is hoe vatbaar die zijn voor radicalisering. De cipier, een man die verschillende gevangenissen van binnenuit kent, wil niet dramatiseren. ‘We zien inderdaad dat meer moslims hun geloof openlijk belijden. De ramadan wordt intenser beleefd, de voorbidder krijgt ’s avonds meer respons dan pakweg 15 jaar geleden. Daar is niks mee, ze hebben ook niks anders om handen. In een gevangenis zoals Sint-Gillis mag je dat laatste letterlijk nemen. Uit protest tegen de overbevolking en het personeelstekort hebben de vakbonden meer dan een jaar geleden besloten alle extra activiteiten schrappen’.

Fouad Belkacem

Geen vuiltje aan de lucht? Dat zal niemand beweren. De gevangenis van Andenne werd in juni 2013 door woedende moslimgedetineerden kort en klein geslagen. Geen primeur, want in november 2011 brak in dezelfde gevangenis een soortgelijk pandemonium uit. Aanleiding was telkens het uitvaardigen door de directie van interne regels die het bidden tijdens de wandeling en op de gang aan banden legden. ‘Ook in Antwerpen heeft dat al tot problemen geleid’, zegt de cipier. ‘Zoiets wordt altijd aangestoken door een of meerder leiders. Daarom proberen we kort op de bal te spelen. Ik herinner me een jonge gast die ineens zijn baard liet staan en zich anders ging gedragen. Bleek dat hij zich liet opstoken door zijn buurman, een echte fundamentalist. We hebben die twee uit elkaar gehaald, en die jongen is binnen de kortste keren bijgedraaid. Ook een veeg teken: gedetineerden die ineens weigeren om bevelen van vrouwelijke cipiers te krijgen. Radicale elementen sluiten we bij voorkeur niet op in een isoleercel met zicht op de wandeling. Ook al mogen ze zelf niet deelnemen, toch proberen ze de anderen te intimideren. Jij daar, waarom bid je niet mee? Waarom was je niet op het vrijdaggebed? Fouad Belkacem was zo’n geval, die had ook een echte entourage. Intussen is hij gekalmeerd, maar in het begin hebben ze hem een paar keer moeten isoleren’.

Fouad Belkacem had een entourage van epigonen in de gevangenis

Fouad Belkacem had een entourage van epigonen in de gevangenis

Volgens de cipier staan zijn collega’s overwegend positief tegenover het plan Geens. ‘Op voorwaarde dat er voldoende middelen worden vrijgemaakt zodat de werkdruk niet nog meer toeneemt’, nuanceert hij. ‘Maar op zich zijn die speciale afdelingen een goed idee, ook voor onze eigen veiligheid. De toevloed van terro-gedetineerden zorgt immers voor enorme stress. Heel wat   van die kerels zit nu reeds in speciale veiligheidsregimes, wat onder meer inhoudt dat ze individueel moeten wandelen. Iedere beweging gaat meet zware veiligheidsprocedures gepaard, voor sommigen moet de hele vleugel worden stilgelegd als ze uit hun cel worden gehaald’.

islamconsulenten

Het plan Geens kent een grote rol toe aan de islamconsulenten, zowel voor de preventie als het eigenlijke deradicaliseren. Momenteel staan er voor gans België 18 voltijdse equivalenten op de betaalrol van Justitie. In Vlaanderen werken zeven moslimaalmoezeniers, plus twee vrouwen die deeltijds meedraaien in de vrouwengevangenissen van Antwerpen en Hasselt. Ter vergelijking: Vlaanderen telt 23 officieel benoemde katholieke gevangenisaalmoezeniers, plus tientallen vrijwilligers die aan gevangenispastoraal doen. Dat er een tekort is aan islamconsulenten _ er zijn ook nauwelijks vrijwilligers _ staat als een paal boven water. ‘In Brugge bijvoorbeeld zie je ze nooit’, zegt de cipier. ‘Alleen tijdens de ramadan komt er wel eens iemand om het vrijdaggebed te leiden’.

Volgens het plan Geens moest het aantal benoemde islamconsulenten al tegen eind 2015 tot 25 worden opgetrokken, maar de rekrutering loopt vertraging op. Die heeft onder meer te maken met de moeizame hervorming van de Belgische Moslimexecutieve, het orgaan dat de islamconsulenten selecteert en voordraagt aan de minister van justitie die ze, na screening door de Staatsveiligheid, benoemt. Maar ook de lat ligt een stuk hoger. Teveel islamconsulenten zijn immers in hetzelfde bedje ziek als de imams. Laag geschoold, beperkte theologische kennis, sommigen spreken onvoldoende Nederlands of Frans om zelfs maar het interne gevangenisreglement te lezen. Geens wil dat de Moslimexecutieve de reeds benoemde islamconsulenten evalueert  en bijschoolt, en voor de nieuwkomers een strengere selectieprocedure uitdoktert. Op termijn zullen moslimconsulenten, net zoals erkende imams, een diploma Islamitische Theologie moeten voorleggen, bij voorkeur behaald aan een Belgische Universiteit. Bedoeling is de beste krachten nauw te betrekken bij het deradicalisering van zware gevallen in Hasselt en Ittre.

Laatste Oordeel

Saïd Aberkan, hoofd-islamconsulent Vlaanderen, is een van de architecten en tegelijkertijd uitvoerders van het hervormingsplan. Gebrek aan scholing is wel het laatste wat je deze 36-jarige Antwerpenaar met Marokkaans-Berberse roots kunt verwijten. Aberkan behaalde een master aan de Islamitische Universiteit Rotterdam, een tweede masteropleiding interreligieuze dialoog aan de Leuvense faculteit theologie is bijna afgerond. In zijn geval kan men van een roeping spreken. Aberkan, als kind gefascineerd door voorbidders in de moskee, ontpopte zich op jonge leeftijd tot een kampioen Koran-reciteren. Op zijn 16de trok hij naar het befaamde Islamic Institute in het Engelse Dewsbury, daarna heeft hij in verschillende Arabische landen gestudeerd.

Aberkan, lesgever interne vorming bij de Moslimexecutieve, in zijn schaarse vrije tijd rondreizend imam, pleit voor een gematigde, rationele islam. Die visie draagt hij ook als aalmoezenier in de gevangenis van Antwerpen uit. ‘Ik praat met iedereen, ook terro-gedetineerden en teruggekeerde Syrië-strijders. Vaak zijn dat jongens met een heel beperkte kennis van hun religie, ze kennen alleen een paar uit hun verband gerukte verzen die hun radicale overtuiging lijken te ondersteunen. Velen koesteren bovendien een verkeerd concept van berouw. Ze hebben in hun verleden zware misstappen begaan, en zijn bang voor het Laatste Oordeel. Om onze fouten uit te wissen, redeneren ze, moeten we ons leven aan God geven. Een heel kleine minderheid gaat daar erg ver in, tot en met het doden van ongelovigen toe. Als islamtheoloog kan ik die verkeerde denkbeelden gemakkelijk doorprikken. Ik kan de koran en de Hadith wel correct citeren en verzen in hun juiste context plaatsen. Daar win je veel respect mee’.

moslimaalmoezenier Saïd Aberkan

moslimaalmoezenier Saïd Aberkan

nepradicalen

Over concrete gevallen mag en wil hij niet praten, beroepsgeheim. ‘Maar ik heb er al zien bijdraaien in de gevangenis. Een gewezen Syrië-ganger overwoog zelfs na zijn vrijlating als pentiti te getuigen voor jongeren. Uiteindelijk heeft hij dat toch maar niet gedaan. Bang voor zijn kansen op de arbeidsmarkt, maar ook voor represailles’. Aberkan waarschuwt voor overdreven paniek. Niet elke vrome moslim is een salafist, en niet elke salafist een strijdbaar jihadist. ‘Maar ik begrijp de bekommernis over radicalisering’, zegt hij. ‘Directies moeten alert zijn. Als islamconsulent hebben we een vertrouwensrelatie met gedetineerden, we zijn geen informanten. Maar we gaan soms wel op vraag van de directie of de cipiers praten met probleemgedetineerden, een manier om conflicten te voorkomen of te ontmijnen. Neem nu de wrevel over gebedstijden, een oud zeer. Het moet echt niet op de gang of tijdens de wandeling. Van cipiers nemen ze dat niet aan, van mij wel. Ik heb intussen ook ervaring met het ontmaskeren van nepradicalen, gedetineerden die hun religie misbruiken om zich als leidersfiguur op te werpen. Voorbidden tijdens de wandeling is een van de trucs. Ze spreken weliswaar geen Arabisch en kennen niks van de Koran, maar dat weten ze handig te verdoezelen door gebeden te selecteren die niet hardop worden gereciteerd maar half binnensmonds worden gepreveld. Als theoloog is het een koud kunstje om zo iemand op zijn plaats te zetten’.

Nuttig werk, maar slecht betaald. Het plan Geens stelt echter een beter statuut en verloning in het vooruitzicht. ‘Een eis die al meegaat sinds de eerste islamconsulenten in 2007 werden benoemd’, zucht Aberkan. ‘Alle vorige ministers van justitie hebben daar beloftes over gedaan, om die nadien om budgettaire redenen weer in te trekken. Ik hoop dat het deze keer wel gebeurt, want zonder beter statuut is het plan om meer islamconsulenten aan te trekken, tot mislukken gedoemd. Welke hooggeschoolde moslim wil nog werken voor 16.000 euro per jaar, verplaatsingskosten inbegrepen? Mijn collega’s in Nederland verdienen dubbel zoveel’.

maximum security

De rekrutering van moslimaalmoezeniers is niet het enige onderdeel dat stroef loopt. Ook de ingebruikneming van de speciale afdelingen in Hasselt en Ittre, voorzien voor december 2015, laat op zich wachten. De oorzaak is merkwaardig genoeg van communautaire aard. Hasselt is helemaal klaar, de cellen en gemeenschappelijke ruimten zijn ingericht, het personeel aangeworven en opgeleid. Zolang echter Ittre, waar de werving en training aanslepen, niet opengaat, blokkeren de Vlaamse vakbonden de opening van Hasselt. ‘We willen geen herhaling van het scenario Lantin’, zegt Gino Hoppe, justitie-verantwoordelijke bij het socialistische ACOD. ‘In Lantin hebben gevangenen de hoge veiligheidsafdeling tijdens een opstand gesloopt. Ze werd nooit heropgebouwd, en sindsdien zitten nagenoeg alle hoog risico-gedetineerden in Brugge, de enige gevangenis met een maximum security-afdeling in ons land.  Niet ideaal voor Franstalige gedetineerden, maar vooral rampzalig voor het personeel dat  de druk niet meer aankan’.

Daar had Omar Ramadan in zijn adviesverstrekking vast geen rekening mee gehouden. De urgentie van deradicalisering ligt nochtans voor de hand, vindt de coördinator van het Radicalisation Awareness Network. ‘Niets doen is geen optie. Straffen pakken altijd minder lang uit dan het Openbaar Ministerie vraagt en het publiek wenst. Ook ex-jihadisten keren  vroeg of laat terug naar de maatschappij’.

 

(bij dit dossier hoort ook nog volgend kaderstuk)

Advocaat Jürgen Millen: ‘Ik verwacht problemen met Straatsburg’

Niet iedereen is enthousiast over de aanpak van radicalisering in de Belgische gevangenissen. Jürgen Millen, advocaat van verschillende terro-gedetineerden, ziet zowel principiële als legale bezwaren.

Millen: ‘Ik heb grote twijfels bij die speciale afdelingen. Bedoeling is er niet alleen veroordeelden maar ook mensen in voorlopige hechtenis op te sluiten. Dat is op zich al problematisch: wat met het vermoeden van onschuld? Het systematisch isoleren van gedetineerden staat bovendien op erg gespannen voet met de Basiswet die de rechten van gedetineerden vastlegt. Het is overigens zeer de vraag of dit systeem een toetsing door het Europees Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg zal doorstaan’.

- hoezo?

Millen: ‘Terro-gedetineerden worden in extreme veiligheidsregimes geïsoleerd, zonder dat ze daartegen in beroep kunnen gaan. Dat gebeurt op basis van een niet-publieke omzendbrief die lijnrecht ingaat tegen de bepalingen in de Basiswet. Daar staat immers in dat gedetineerden altijd over een effectief rechtsmiddel moeten kunnen beschikken, maar helaas is die bepaling tot dusver dode letter gebleven. Dat is volgens mij in strijd met het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens en de rechtspraak van Straatsburg. België is daar trouwens al een paar keer zwaar voor veroordeeld in Straatsburg, onder meer in de zaak Farid Bamouhammad (nvdr Farid Le Fou)’.

- terrorisme is een reëel gevaar. Logisch toch dat men met risico-gedetineerden maximale voorzorgsmaatregelen neemt?

Millen: ‘Als dat de remedie zou zijn, dan vrees ik dat ze de kwaal alleen maar kan verergeren. In principe moet het initiatief om iemand onder een extreem veiligheidsregime te plaatsen, van de gevangenisdirectie uitgaan. In de praktijk echter zien we dat het ministerie van justitie aan de directies verplicht om deze regimes op te leggen. Zodra een verdachte binnenkomt, volgt er meteen een bevel vanuit Brussel om hem te isoleren. Eerst vier keer zeven dagen, nadien telkens voor één of twee maanden, een termijn die routinematig wordt verlengd’.

is concentreren geen manier om uitbreiding van radicaliseren te voorkomen?

Millen: “Ik denk niet dat het isoleren laat staan concentreren van gedetineerden die het etiket van geradicaliseerd hebben opgeplakt gekregen, het correcte antwoord is. Juist door dialoog en spreiding van dit soort gedetineerden kun je resultaat boeken. Vergelijk het met een leraar op school. Een probleemleerling in de klas, die kan hij nog bijsturen. Maar wat als er twintig van die probleemleerlingen in zijn klas zitten? Daar valt geen land mee te bezeilen. En waar ik me vreselijk aan erger: de focus ligt uitsluitend op terrorisme met een religieuze inslag, terwijl het gevaar ook uit andere richtingen, zoals racistische groupuscules, kan komen aanwaaien’.

 

 

 

Kim van Kooten over haar pedofilieboek Lieveling

Humo, 26 februari 2016

‘De bedoeling was dat de lezer zou lachen, om zich een zin verder te schamen voor dat lachen’

Kim van Kooten is in Nederland al langer wereldberoemd. Actrice, scenariste en dochter van Kees. Alsof dat nog niet volstond heeft ze nu ook een bestseller geschreven. Lieveling is een vederlicht boek over een loodzwaar thema, kindermisbruik. De schokkende details werden in grote doses aangeleverd door haar vriendin Pauline Barendregt. De grens tussen feiten en fictie? ‘De verschrikkelijkste gebeurtenissen zijn juist de meest authentieke’.

 

foto:

foto: Paul Bellaert/Lebowksi

Met een lichte vertraging komt Kim van Kooten (41) brasserie Keyzer bij het Amsterdamse Museumplein binnengewaaid. Dat ze vlak om de hoek woont, luidt het excuus dat ons als ervaringsdeskundige in laatkomen totaal geloofwaardig in de oren klinkt. Ze ziet er stralend uit, niks laat ook maar enigszins vermoeden dat ze slopende maanden achter de rug heeft. De verklaring voor de hectiek is dan ook bepaald prettig. Kim van Kooten was in Nederland al lang wereldberoemd. Niet zozeer als dochter van haar even bekende vader Kees, wel als bekroond actrice en gevierd scenarioschrijfster. Alsof haar talent daarmee nog niet voldoende bewezen was, heeft ze nu ook een stormachtig debuut in de wereld der letteren gemaakt. Lieveling, een even vermakelijk als schrijnend boek over een zwaar en helaas waar gebeurd geval van kindermisbruik, loopt als een trein. Drie maanden na de lancering staat de teller op 70.000, de vijfde druk komt er aan. ‘Papa heeft ook net een boek uit’, zegt ze glunderend. ‘Leve het welwezen, een heel mooi boek overigens dat oorspronkelijk over cartoons zou gaan, maar dat uiteindelijk ook over het zwarte hartinfarct gaat dat hem vorige zomer heeft getroffen. Op een bepaald moment lagen onze stapels in de boekenwinkel vlak naast elkaar. Dat was voor ons beiden een uniek moment, we hebben er een hele reeks foto’s van gemaakt’.

Lieveling is geen soloproject. Kim is de auteur, elk woord en iedere komma zijn op haar toetsenbord ontstaan. Toch staat haar vriendin Pauline Barendregt (46) even prominent op voor- en achterflap, net zoals ze even nadrukkelijk aanwezig was bij de vakkundig gehypete lancering. Het inktzwarte verhaal van Puck, het meisje dat jarenlang door haar pedo-seksuele stiefvader werd misbruikt, loopt dan ook dubbel met Barendregts eigen kindertijd. Het resultaat van de samenwerking is een echte pageturner geworden, niet in het minst vanwege de wrange humor en spitse dialogen die het loodzware thema verteerbaar maken. Ronduit hilarisch is het portret van Pucks moeder, een volledig uit mascara, lippenstift en spandex minirokken opgetrokken kapster die zozeer door kooplust wordt verblind, dat ze niet eens merkt hoe haar enige dochter onder haar neus dagelijks wordt bepoteld. Verzachtende omstandigheid: haar eigen familie, geworteld is een Rotterdamse achterstandswijk, doet qua mallotigheid nauwelijks onder. De vraag is niet of maar wanneer er een film van komt, en nu al staat vast dat Lee Towers, Connie Vandenbos en Anita Meyer voor de klankband zullen zorgen. Waar eindigt de realiteit van Pauline en begint de fictie van Puck, is de vraag die half Nederland zich intussen stelt. Met haar jeugd en stamboom mag het immers een godswonder heten dat Pauline Barendregt geworden is wie ze is: een succesvolle zakenvrouw, hoofd design van jeansmerk G-Star, gelukkig getrouwde moeder van drie, en een boezemvriendin van Kim van Kooten.

Humo: van wie kwam het idee?

Van Kooten: ‘Op een dag, vier jaar geleden, ging ik bij Pauline mijn dochter ophalen. We zaten in de tuin wat te drinken, ik vertelde haar over mijn frustratie. Ik wilde al lang een roman schrijven, maar vond geen verhaal. Dan kan ik je misschien helpen, zei Pauline. Ik heb namelijk wel een verhaal, maar ik kan niet schrijven. Als je het echt wil horen, maken we volgende week een werkafspraak. Ze had nog geen tipje van de sluier opgelicht, maar ik voelde meteen dat het geen bankoverval was, maar iets heel persoonlijks en naars. De week nadien heb ik drie uur bij haar aan de keukentafel gezeten. Kindermisbruik, ik had het wel gedacht. Maar wat ze me die middag allemaal vertelde, sloeg werkelijk alles wat ik me daarbij kon voorstellen. Zo erg, zo verschrikkelijk, zo langdurig ook, we hebben de hele middag samen zitten huilen en lachen’.

Humo: wat viel er te lachen?

Van Kooten: ‘Haar manier van vertellen. Ondanks de afschuwelijke feiten bulkte haar verhaal van dolkomische toestanden en waanzinnige personages. Dat is natuurlijk Pauline ten voeten uit. Ze heeft een geweldig gevoel voor humor, het wapen waarmee ze haar afgrijselijke kindertijd heeft overleefd. Humor en aangeboren optimisme, bij Pauline is het glas altijd halfvol. Ze had dan ook een precies beeld voor ogen van het boek dat ik moest schrijven. We wilden natuurlijk graag dat het een bestseller zou  worden, zodat we bij wijze van spreken eindelijk dat huis op Ibiza konden kopen. (schaterlacht). Vooral geen sombere biografie dus waarin ze als een zielig slachtoffer werd geportretteerd. Nee, het moest er mooi uitzien, spannend zijn om te lezen, en met heel veel humor erin. Zo voelde ik het ook aan, ik vind humor sowieso noodzakelijk om de rauwe realiteit behapbaar te maken. Niet dat we het thema wilden relativeren, wel integendeel. De bedoeling was dat de lezer zou lachen, om zich een zin verder te schamen voor dat lachen’. 

Humo: is het er in een gulp uitgekomen?

Van Kooten: ‘Nee, ik heb er meer dan drie jaar over gedaan. Het was hard labeur, ik heb met ieder woord geworsteld. Ik heb er natuurlijk niet continu aan doorgewerkt, ik heb in die periode ook veel geacteerd, in een film en in twee televisiereeksen. Dat was nodig, ik moest af en toe wat lucht happen. Ik ben iemand die zich altijd volledig geeft in alles wat ik onderneem, maar dit boek was wel het meest emotionele dat ik ooit heb gedaan. Mijn eigen dochter was vijf toen ik eraan begon, de leeftijd waarop Puck voor het eerst wordt misbruikt. Vaak zat ik te huilen tijdens het schrijven, op andere momenten te gieren van het lachen, vreemd genoeg tijdens de donkerste passages. Zo werkt het bij mij, humor heeft me geholpen om deprimerende scènes te vatten’.

Humo:heeft je ervaring als scenarioschrijver geholpen?

Van Kooten: ‘Ik weet natuurlijk hoe je pittige dialogen moet schrijven, en hoe je een verhaal tot het eind spannend kunt houden. Maar een roman is toch iets heel anders. Bij een scenario ben je een schakel in de keten. Als je klaar bent, gaan regisseurs en acteurs met je tekst aan de slag. Dat vond ik zo prettig aan dit boek, het verschijnt precies zoals je het hebt opgeschreven’.

Humo: veel research naar pedofilie gedaan?

Van Kooten: ‘Ik heb me flink ingelezen, en bij enkele werksessies met Pauline heb ik er een psychiater bijgehaald. Ik wilde begrijpen wat er in het  hoofd van een kind omgaat. En van de pedoseksueel uiteraard, ik heb me vooral verdiept in de manieren waarop ze hun slachtoffer manipuleren. Volgens het clichébeeld is een pedoseksueel een man met een regenjas in de bosjes, maar de waarheid is veel subtieler. Uit alle cijfers blijkt dat kindermisbruik vooral thuis voorkomt, de daders zijn meestal gezinsleden of andere bekenden. Dat besef is erg confronterend: het gezin werkt hier niet als een remmende maar juist als een stimulerende factor. Ik zie het als een kluwen van relaties, met randfiguren die wegkijken terwijl de hoofdfiguren een soort dans met elkaar uitvoeren. Het effect is hoe dan ook vernietigend, zeker als het misbruik zoals bij Pauline op erg jonge leeftijd start, wanneer kinderen zelf hun grenzen beginnen te verkennen en afbakenen wat ze fijn vinden en wat niet. Zij was natuurlijk mijn belangrijkste informatiebron en klankbord. We hebben hand in hand gewerkt, het boek zou nooit verschenen zijn als Pauline er niet volledig kon achterstaan. Daarom heb ik ook gewacht tot het volledig klaar was om het bij een uitgeverij aan te bieden’.

Humo: als lezer zit je voortdurend met de vraag waar de grens tussen fictie en realiteit ligt. Ook tijdens dubbelinterviews na de lancering bleven jullie daar vaag over. Waarom?

Van Kooten: ‘We hebben dat zo afgesproken. Haar stiefvader is overleden, net zoals haar geschifte oma. Met haar moeder heeft ze al lang geen contact meer. Maar er zijn andere mensen die ze in bescherming wilde nemen. Het is tenslotte geen biografie maar fictie, sommige personages heb ik aangedikt, anderen heb ik samengesmolten. Toch ben ik dicht bij haar verhaal gebleven, alleen de figuur van de schoolmeester heb ik naar mijn hand gezet. Een verhaaltechnische ingreep, ik besefte dat de lezer in zo’n donker verhaal een escape nodig heeft, een vertrouwensfiguur van wie ze kunnen hopen dat Puck hem haar vreselijke geheim zal toevertrouwen. Ik begrijp dat vissen naar echt en fictie overigens niet goed. Zoekt men sensatie of hoopt men gerustgesteld worden? Dat het niet zo erg was? Daarover wil ik heel duidelijk zijn: het merendeel van het boek is echt gebeurd. De ergste passages, de fragmenten waarvan de lezer hoopt dat ze niet echt kunnen gebeurd zijn, die zijn allemaal authentiek’.

Humo: de meeste recensenten zijn erg lovend, maar sommigen struikelen over het concept van de gefictionaliseerde biografie. Sylvia Witteman noemde het in De Volkskrant ranzig en gênant om op zo’n manier met een levensverhaal aan de haal te gaan…

Van Kooten: ‘Ja, dat was een pittige column. Ranzig en gênant, ik was echt boos toen ik die woorden las. Ik heb net alle moeite van de wereld gedaan om het niet ranzig te maken. Puck gaat met de vreselijke realiteit om door afstand te nemen, alsof ze een toeschouwer van haar eigen leven is. Ik laat haar het misbruik vanuit een helikopterperspectief bekijken, met een kinderblik bovendien. Als ze vertelt hoe vader haar met zijn blote handen afdroogt als ze uit bad komt, dan weet je als lezer hoe laat het is. Ik heb daar ook heel hard over nagedacht: hoever kun je gaan in het beschrijven van seksueel misbruik? Uiteindelijk wordt er veel gesuggereerd, ik denk dat het woord piemel in het hele boek maar één keer valt. Alleen de scène met de tampon is expliciet, die vond ik dan ook aartsmoeilijk om te schrijven. Diezelfde columniste noemde het ook ongeloofwaardig dat het misbruik meteen start op de dag wanneer Puck met haar moeder bij Ome Meneer intrekt, toevallig ook haar vijfde verjaardag. Zo is het nochtans gebeurd! Hoe durft ze dat dan in twijfel te trekken? Dacht ze misschien dat een pedoseksueel zich kan bedwingen als hij een kans ziet? Zo werkt het niet, die mensen zijn ziek. Waarom neemt die veel oudere man anders zo’n knotsgekke moeder in huis en trouwt hij er zelfs mee? Om haar dochter te kunnen misbruiken, zo is het bij Pauline gegaan’.

Humo: er is veel te doen over het schokkende einde. Matthijs van Nieuwkerk had in DWDD de grootste moeite om het niet te verklappen. Dat gaan we hier niet doen, maar het is een feit dat loontje niet om zijn boontje komt. Waarom niet?

Van Kooten: ‘Het klopt dat de lezer niet krijgt wat hij zou willen. Een bewuste keuze, een happy end zou heel hypocriet geweest zijn. We moeten gewoon onder ogen zien dat kindermisbruik niet altijd wordt opgemerkt. En helaas, het leven wordt er niet beter op al ze eindelijk bij die enge man vandaan kan. Ik begrijp dat lezers verbijsterd en gefrustreerd achterblijven, maar dat is een kwestie van perspectief. Het echte happy end zat levend en wel naast mij in DWDD. Hoe Pauline daar trots en zelfbewust over ons boek zat te vertellen, dat is het beste bewijs dat je nooit moet wanhopen. Je kunt zo’n vreselijke jeugd te boven komen, al moeten we ook eerlijk zijn. Pauline is een uitzondering, de meeste kinderen komen hier niet ongeschonden uit’.

Humo: het misbruik heeft bijna 10 jaar geduurd. Hoe is dat zolang onder de radar kunnen blijven? 

Van Kooten: ‘Tijdens het schrijven voelde ik zelf steeds meer verontwaardiging. Waarom greep niemand in? Waar bleef de Kinderbescherming? En waarom heeft ze het zelf niet eerder verteld, een vraag die ook iedere lezer zich stelt. Het antwoord is niet simpel. Onderschat het isolement niet waarin ze  zich bevond. Op haar moeder, de enige in haar omgeving die had kunnen ingrijpen, moest ze niet rekenen. En wat doet een kind dan? In het begin accepteert ze het misbruik als iets quasi normaals. Vader wil haar dagelijks de haren wassen en met de blote hand afdrogen. Een beetje vreemd, maar ze wordt bedolven onder het speelgoed. Naarmate ze ouder wordt, sijpelt het besef door dat het gedrag van vader helemaal niet normaal is. Intussen is de schaamte echter zo groot dat ze er alles aan doet om haar geheim voor de buitenwereld te verbergen’.

Humo: uiteindelijk verklapt ze het toch aan haar favoriete schoolmeester. Ook dan blijft de reactie van de politie erg lauw…

Van Kooten: ‘Tja, je moet dat in zijn tijd kaderen. In de jaren zeventig ging men heel anders om met pedofilie. In de krantenwinkel lagen de kinderpornoboekjes naast de meer gangbare seksblaadjes. Sonja Barend ontving in haar talkshow gasten die kwamen uitleggen dat er niks mis is met pedofilie. Integendeel zelfs, goed voor de ontwikkeling van het kind’.

Humo: bij het beschrijven van Pucks Rotterdamse achterstandsfamilie trek je alle registers open. Bokkiewokkiehaar, een favoriete uitdrukking van de immer grofgebekte oma Crooswijk, behoorde nog niet tot onze actieve woordenschat. Waar haal je als Amsterdamse dat Rotterdams jargon vandaan?

Van Kooten: (lacht)  ‘Ik ben zelfs geen Amsterdamse, ik kom uit Purmerend! Ik ben maniakaal aan het hamsteren gegaan. Als ik een nieuw woord of uitdrukking hoorde, noteerde ik dat meteen in een schriftje. Ik logde in op chatrooms van Rotterdammers, als een soort spion. Er zaten pareltjes tussen. Als een aap op een roestig klokkie kijken, dat zeggen ze als iemand erg verbaasd kijkt. Verder kreeg ik natuurlijk veel input van Pauline. Het milieu van haar moeder was niet alleen erg volks maar ook erg racistisch. Zwarte mensen hadden geen krullen, maar bokkiewokkiehaar. Ook de sfeerschepping heb ik van Pauline. Het concert van Lee Towers en Anita Meyer in een sjiek restaurant, daar was ze zelf bij. Die Rotterdamse personages zijn nogal extreem, maar dat waren ze ook in het echt. Ik heb er weinig moeten aan toevoegen’.

Humo: je boek is niet alleen een bestseller, het wordt ook door de kritiek gesmaakt. Lieveling heeft zelfs de longlist voor de Libris literatuurprijs gehaald. Hoe fijn is dat?

Van Kooten: ‘Daar ben ik zo trots op, je hebt geen idee. Ik was natuurlijk bang voor de reacties. Al die heisa over dat boek, dat komt natuurlijk omdat die van Kooten een BN’er is. Je moet weten dat vele Nederlanders een vertekend beeld van mij hebben. Ze kennen me alleen als actrice, terwijl ik de helft van mijn tijd als scenarioschrijver aan de kost kom. Die Libris-nominatie is een geweldige bekroning van die verborgen kant’.  

Humo: ook Jamal Ouariachi in ‘Een Honger’ en Inge Schilperoord in Muidhond bespelen het thema pedofilie. Met succes, want beiden prijken eveneens op de Libris longlist. Kindermisbruik verkoopt?

Van Kooten: (verrast) ‘Kijk eens aan, it’s booming! Ik heb Muidhond gelezen. Heel sterk en aangrijpend, maar erg verschillend van Lieveling. Schilperoord kiest voor het perspectief van de dader, wat ik zelf zou kunnen noch willen. Ook de toon is heel anders. Verstild en ingetogen, maar ook zonder humor’.

Humo: behalve dat huis op Ibiza hadden jullie ook een altruïstisch objectief. Lieveling moet de publieke opinie wakker schudden. Was dat nog nodig? Sinds de affaire Dutroux hebben we alvast in België de indruk dat het thema pedofilie niet meer van de lucht is geweest..

Van Kooten: ‘Het zou pretentieus zijn te beweren dat we het thema op de kaart hebben gezet, maar we kunnen nog verschil maken. Bij pedofilie denken velen aan monsters zoals Dutroux die kinderen in kelders opsluiten, of aan de spreekwoordelijk viezerik in het park. Onze bedoeling is dat mensen alert worden voor het veel courantere misbruik in hun directe omgeving. Geen overbodig initiatief, want we worden overstelpt met reacties,  volwassenen die getuigen over het misbruik dat ze als kind hebben ondergaan. Lieveling is even geschikt voor pubers als voor volwassenen. Ik zou het erg graag gaan voorlezen in scholen. Statistisch gezien zitten in iedere klas twee kinderen die al met misbruik werden geconfronteerd’.

Humo: je bent niet de eerste van Kooten die de pedofilie-kaart trekt.  Doet Ome Gijs nog een belletje rinkelen?

Van Kooten: (schaterlach): ‘Ome Gijs? Natuurlijk, een evergreen van het Simplisties Verbond. Wacht even, hoe ging het ook weer. Oh ja, (zet het op een zingen), ‘In het vieze huisje van Oom Gijs, was nog geen water, licht of gas, wat achteraf begrijpelijk was. Wij jongens stonden om Gijs heen. Dan zat hij aan je derde been. En daarna rukte hij zich af, spoot al zijn zaad in een karaf, en wij naar huis op een draf’.

Humo: De Vieze Man, een van je vaders bekendste types, kon er ook wat van. In ‘Vieze Man wil een kindje’ belaagt hij Wim die op weg is naar de kinderkribbe. Was jij toevallig die peuter in de buggie?

Van Kooten: ‘Die heb ik nooit gezien, maar het zou best kunnen. Schrijf maar op: Kees heeft mij en mijn broer veelvuldig misbruikt, als figuranten voor zijn sketches’.

Humo: wat vond hij van je boek?

Van Kooten: ‘Hij is heel trots, net als mijn moeder. Dat is toch we allemaal willen, dat onze ouders trots op ons zijn? Ik ben een geluksvogel, ik kom uit een warm gezin waar ik als kind als het ware werd gedragen. Daarom heb ik zo’n grenzeloos respect voor Pauline. Hoe zij zich aan haar milieu heeft ontworsteld, daar moet je heel sterk voor zijn. Ze zag ons project als een manier om dat vreselijke hoofdstuk definitief af te sluiten. Met een mooi boek, ideaal om het verhaal aan haar kinderen door te geven. Haar oudste dochter is 21, aan haar hebben we het op voorhand laten lezen. Dat vond ik erg spannend, want ook zij is intussen een goede vriendin geworden. Ze vond het fantastisch, een pak van mijn hart’.

Humo: heel wat recensenten en bloggers interpreteren het open einde als een opstapje naar een vervolg. De 16-jarige Puck staat op eigen benen en verovert de modewereld, stof genoeg. Komt dat vervolg er?

Van Kooten: ‘Daar hebben we het echt nog niet over gehad, we zijn allebei nog buiten adem van de lancering. Het smaakt naar meer, dat is een feit. Maar een vervolg? Ik wil een roman die helemaal uit mezelf komt, daar ben ik nu echt wel klaar voor’.

‘Lieveling’, Kim van Kooten, Lebowski