Maandelijks archief: april 2016

VIER-Topdokter Matthias Lannoo over leven met en vechten tegen obesitas

Knack, 20 april 2016

“Vanaf BMI 135 spreken we van morbide obesitas. Dat is geen stijlfiguur, obesitas is wel degelijk een dodelijke ziekte”

Obesitas is een plaag. Ook in België waar de helft van de bevolking met overgewicht kampt. De zwaarste gevallen belanden op de operatietafel van Matthias Lannoo, de abdominaal chirurg die binnenkort zijn snijkunsten demonstreert in het succesvolle VIER-programma Topdokters. Knack interviewde een gedreven medicus die niet alleen het mes zet in overtollige vetlagen. Even belangrijk is zijn strijd tegen de vele vooroordelen waaronder obesitaspatiënten gebukt gaan. ‘Niemand kiest ervoor om dik te zijn’.

foto: Tim Dirven

foto: Tim Dirven

Volgende dinsdag lanceert VIER een nieuwe reeks Topdokters, een medische reality van productiehuis Woestijnvis. Zoals in de vorige twee edities is er voor elk wat wils, van transplantatiechirurgen en revalidatieartsen over neurologen en longartsen tot leukemie- en fertiliteitsspecialisten. Alle universitaire ziekenhuizen mochten een of meerdere toppers afvaardigen, ook dat evenwicht werd netjes bewaard. Een van de uitverkoren topdokters is Matthias Lannoo, abdominaal chirurg verbonden aan de obesitaskliniek in het UZ Leuven.  ‘Vreselijke titel’, zegt hij terwijl hij voor het interview nog gauw twee koffies tankt. ‘Topdokter, daar durf je toch niet mee buiten komen? Onder collega’s wordt daar vooral lacherig over gedaan. Uit jaloezie? (lacht) Misschien speelt dat mee, maar zulke gevoelens worden in ons vak alleen achter de rug geuit’.

We moeten hem dus op zijn artsenwoord geloven: hij heeft geen ja tegen Woestijnvis gezegd om zij ego te strelen. Waarom dan wel? ‘Uit verantwoordelijkheidsbesef’, vertelt hij in zijn bescheiden kantoor in Gasthuisberg. ‘Als voorzitter van de Belgian Section of Obesitas and Metabolic Surgery kon ik moeilijk weigeren. Het is tenslotte een kans om enkele hardnekkige clichés te weerleggen. Over onze discipline, maar vooral over obesitas’.

- zeer graag, maar leg eerst even uit wat een abdominaal chirurg doet…

Dr. Matthias Lannoo: ‘Maagverkleiningen, dat is wat de volksmond er van maakt. Een beetje kort door de bocht, want als abdominaal chirurg kunnen we alle operaties in de buikholte aan. Als chirurg van wacht is het ook variatie troef, dan krijg ik ook de gesprongen apendixen op mijn tafel.  Maar ik begrijp de reductie wel. De zowat 400 operaties die we jaarlijks in de obesitaskliniek uitvoeren, zijn in overgrote meerderheid gastric bypassen, jargon voor wat de volksmond een maagverkleining noemt’.

-  hebben we het hier over de welbekende maagring?

Dr. Lannoo: ‘Nee, dat is een populair misverstand. Bij een gastric bypass wordt met behulp van nietjes in het bovenste gedeelte van de maag een klein voedselreservoir gecreëerd. Die ‘kleine’ maag wordt vervolgens rechtstreeks op de dunne darm aangesloten, zodat het voedsel niet langs de hoofdmaag met haar verteringssappen passeert. In bespaar je de details, maar het komt erop neer dat de patiënt minder kan eten. En even belangrijk: de ingreep heeft een impact op de hormonale systemen die het hongergevoel reguleren waardoor hij ook minder trek heeft. Daar zit het verschil met de maagring, een verouderde techniek die steeds minder wordt gebruikt. Zo’n ring, bedoeld om de toegang tot de maag te beperken, werkt louter mechanisch. Het menselijk lichaam is echter te slim voor zo’n simpele truc. Na een poosje ontwikkelen vele patiënten het sweet eating-syndroom: ze gaan de geringere voedselinname compenseren door extra vet en zoet te eten, veel chips en gesuikerde snack. Toch is de maagring een tijdlang populair geweest, ook al omdat de ingreep makkelijk omkeerbaar is. Daar is een stuk van ons imagoprobleem door ontstaan’.

-  hoezo?

Dr. Lannoo: ‘De maagring werd wel eens gebruikt voor patiënten die medisch gezien geen operatie nodig hadden. Een fotomodel met een paar kilo’s teveel komt normaal gezien niet in aanmerking, maar blijkbaar vonden sommige chirurgen het moeilijk om nee te zeggen. Dat waren hoge uitzonderingen, maar die praktijken bevestigden een vooroordeel dat aan onze discipline kleeft, namelijk dat we een verkapte vorm van plastische chirurgie bedrijven. Ik moet dat krachtig tegenspreken. Buikoperaties zijn veel invasiever en hebben een veel hogere complicatiefactor dan plastische chirurgie. Bovendien opereren we nooit om louter esthetische redenen, voor vele patiënten is een operatie zelfs een zaak van leven of dood’.

toch leeft het idee dat er te snel tot een maagverkleining wordt overgegaan, waarbij esthetische overwegingen primeren op medische. Het Eén-magazine Volt heeft dat ook aangetoond, onder meer door een acteur met een verborgen camera naar de spreekkamer van een van uw collega’s te sturen. U heeft toen verbolgen gereageerd met een opiniestuk in De Standaard. Waarom?

Dr. Lannoo: ‘De aanpak van Volt was tendentieus. Kijk, er zijn ook loodgieters die er de kantjes aflopen, terwijl de overgrote meerderheid alleen maar correct buizen legt.  Zo is het ook bij ons, er zal altijd wel ergens een rotte appel in de mand zitten. Maar zonder op die specifieke case terug te komen: het valt niet altijd glashelder te bepalen of iemand al dan niet gebaat is bij een operatie. Ja, er zijn de wettelijke bepalingen van het Riziv. Je moet een BMI hebben van minstens 40, voor diabetespatiënten ligt de grens op 35. Wie daaronder zit en zo nodig een gastrische bypass wil, moet alles zelf betalen, reken maar op minstens 9.000 euro. Ik begrijp dat ze een lijn moeten trekken, maar als arts worstel ik daarmee. Een studente met BMI 42 zal ik niet zo gauw opereren, ook al komt ze wettelijk gezien in aanmerking. Kom maar eens terug na je studies, zal ik zeggen, als je een leven lijdt zonder cantussen en diepvriespizza’s. Als we dan nog geen verbetering zien, kunnen we alsnog opereren. Omgekeerd krijg ik hier soms diabetespatiënten met een BMI van 33 die hun suikerspiegel maar niet onder controle krijgen. Die mag ik officieel niet helpen, terwijl een operatie hen vroegtijdige oogschade en cardiovasculaire complicaties kan besparen. Wat Volt ook bewust verzweeg is dat een operatie geen solo-initiatief van een chirurg is, volgens de wet kan ze alleen door een multidisciplinair worden goedgekeurd. Daarin zit ook de huisarts die de patiënt vaak al jarenlang heeft gevolgd. Maar wat mij nog  het meeste ergerde was het uitgangspunt: volgens de makers beleven we een explosie van gastrische bypass-operaties. Onzin, maar ik weet waar die indruk vandaan komt. Tot 2007 had een obesitasoperatie geen aparte nomenclatuur, het werd onder hetzelfde nummer geregistreerd als vergelijkbare ingrepen voor andere aandoeningen zoals maagkanker. Sinds 2007 wordt er wel apart geregistreerd, waardoor het ineens leek alsof er een fenomenale stijging is van het aantal obesitasoperaties. Het zegt helaas ook veel over onze visie op obesitas dat die uitzending zoveel weerklank kreeg. Zwaarlijvigheid wordt niet als een ziekte bekeken. Wie dik is, heeft dat aan zichzelf te danken en moet vooral niet te veel op solidariteit van de gemeenschap rekenen’.

-  wie fout eet en weinig beweegt, wordt dik, dat is nu eenmaal zo. Mogen we dan niet spreken van persoonlijke verantwoordelijkheid?

Dr. Lannoo: ‘Zo heb ik er ook lang over gedacht, zelfs nog toen ik me als beginnend chirurg vooral op orgaanprevelatie toelegde. Zwaarlijvigheid is een keuze, het overkomt mensen die geen discipline kunnen opbrengen, of die teveel van het goede leven houden. Na een poosje ging ik echter inzien dat eten een fysiologisch proces is dat autonoom wordt gestuurd, net zoals de bloeddruk en de hartslag. Met wilskracht of discipline heeft het bitter weinig te maken, eten en spijsvertering zijn complexe processen waarin een hele rist hormonale stoffen op elkaar inwerken. Het is trouwens niet de maag die ons doet eten, honger naar voedsel wordt vanuit de hippocampus in ons brein geregeld’.

-  nurture or nature, het debat lijkt bij deze al beslecht. Zit zwaarlijvigheid in de genen?

Dr. Lannoo: Nature weegt hier zeker door, we dragen ons evolutionair verleden mee. Er werden al verschillende grootschalige langetermijnonderzoek naar eeneiige tweelingen verricht, zoals de bekende Finnish Twis Study. Daaruit bleek hoe sterk de systemen voor voedselinname en spijsvertering in de genen verankerd zitten. Ondanks grote verschillen in leefpatroon en eetgewoonten, constateerde men dat het lichaamsgewicht van identieke tweelingen nauwelijks uiteenloopt. Een broer is houthakker in de Finse bossen, de andere heeft een hoge functie in New York, op de weegschaal scheelt het amper enkele kilo’s’.

-  maar waarom leidt dat systeem tot overgewicht?

Dr. Lannoo: ‘Hongergevoel is een essentieel mechanisme om te overleven. Een holbewoner had echt wel een stevige prikkel nodig om met zijn knuppel een mammoet op zijn kop te gaan timmeren. Onze voedselregeling werkt erg performant, dat is ook een van de redenen waarom wij met onze constitutie de evolutionaire afvallingsrace hebben gewonnen. Maar helaas, door de veranderende omgevingsfactoren is die evolutionaire troef een blok aan ons been geworden. Ik heb het dan niet over arme landen in de Sahel, maar over onze Westerse overvloedmaatschappij waar processed food permanent beschikbaar is. Diepvriesmaaltijden, blikvoeding, chips, voedsel met veel ongezonde vetten en suikers. Dat heeft rampzalige gevolgen. Niet voor iemand met een natuurlijk BMI 18 die door het eten van bewerkt voedsel hooguit naar een BMI 25 stijgt. De pineut is die man of vrouw met een BMI 28 die morbide obesidas ontwikkelt omdat ons lichaam nu eenmaal zo geprogrammeerd is dat het geen nee kan zeggen tegen al die suikers en vetten die constant in ons blikveld passeren. Om het cru te stellen: als we obesitas willen uitroeien, moeten we al die junk verbieden en mensen verplichten weer zelf hun potje te koken met uitsluitend gezonde basisproducten. Maar aangezien dat onmogelijk is en we dat ook niet echt willen, moeten we consequent zijn en de slachtoffers van die doorgeslagen aanbodmaatschappij helpen’.

wordt die solidariteit dan in twijfel getrokken?

Dr. Lannoo: ‘Ze is zeker niet vanzelfsprekend. Laat het woord kanker vallen, en er rolt spontaan een golf van sympathie over het hele land. Benefieten, glazen huizen, het kan niet op, er wordt enorm veel geïnvesteerd, zowel in onderzoek als in behandeling. Terecht, want kanker is een nare ziekte. Maar wat een verschil met obesitas. Zelfs patiënten die aan de normen voor een operatie voldoen, moeten diep in de portefeuille tasten. Het Riziv betaalt wel de operatie terug, maar de noodzakelijke begeleiding door diëtisten en psychologen valt volledig voor rekening van de patiënt. Dat is des te erger als je bedenkt dat obesitas vooral lagere inkomensklassen teistert. Er zijn natuurlijk wel hoogopgeleide, goedverdienende zwaarlijvigen, maar de piramide heeft een smalle top en een brede basis. Logisch ook, want gezond voedsel kost veel en inzicht in goed eten is ook een kwestie van opleidingsniveau’

-  ziet u een verklaring voor dat perceptieverschil?

 Dr. Lannoo: ‘Simpel: kanker is iets wat je overkomt, kankerpatiënten zijn slachtoffers met wie we ons allemaal kunnen identificeren. Obesitas daarentegen is iets waar je zelf voor kiest, of alleszins iets waar je zelf verantwoordelijk voor bent. Nogmaals, dat klopt helemaal niet. Je kunt trouwens ook obees worden door omstandigheden waar je totaal geen greep op hebt. Hoeveel vrouwen zijn er niet die tijdens hun zwangerschap 20 kilo aankomen en dat gewicht nooit meer kwijt geraken? 70 procent van de patiënten in de obesitaskliniek zijn trouwens vrouwen. Velen zijn vijftigplussers in de menopauze die door het wegvallen van hun oestrogeenproductie hun gewicht in korte tijd enorm zien toenemen. Dat is dus geen keuze of een gevolg van een liederlijk leven, maar een persoonlijk drama. Heel wat van onze patiënten kampen met iatrogene obesitas, zwaarlijvigheid als complicatie van een medische behandeling. Langdurig neuroleptica slikken? Tel er dan maar 30 tot 35 kilogram bij. Hetzelfde wanneer je een hormonenkuur of cortisonetherapie volgt. Een behandeling tegen prostaatkanker? Grote kans dat je er obesitas aan overhoudt. Misschien geen populaire boodschap, maar ook stoppen met roken houdt een risico op obesitas in. Niet alleen doordat men bij wijze van compensatie extra gaat snoepen, een verstokte roker krijgt een ander metabolisme als hij zijn sigaret afzweert. Ik wil maar zeggen, het is echt veel te gemakkelijk om de schuld voor zwaarlijvigheid op de patiënt af te schuiven’.

logisch toch dat kanker ons meer raakt. Het is een dodelijke ziekte, in tegenstelling tot obesitas…

Dr. Lannoo: ‘Nog zo’n misvatting. Vanaf BMI 135 spreken we van morbide obesitas. Dat is geen stijlfiguur, obesitas is wel degelijk een dodelijke ziekte. Niet zoals sommige kankers die snel fataal kunnen worden. Obesitas is meer een sluipmoordenaar die zich van handlangers bedient, het is de onderliggende oorzaak van een hele resem complicaties zoals type 2-diabetes, leververvetting, hart-en vaatziekten, allemaal aandoeningen die elkaar versterken en samen het metabool syndroom vormen. En over kanker gesproken, ook die jaagt de co-mortaliteit van obesitas omhoog. Zwaarlijvige vrouwen hebben twee keer meer kans op borstkanker dan niet-obese vrouwen. Ook met pancreaskanker, een van de dodelijkste kankers die er bestaan, is er een correlatie. In de vorige reeks Topdokters zat de Leuvense lever-en pancreaschirurg Baki Topal, een fantastische collega overigens. Pancreaschirurgie, de laatste reddingsboei voor kankerpatiënten, geldt zowat als de champions league van de chirurgie. Mijn collega heeft vast heel wat levens van pancreaskankerpatiënten gered. Toch durf ik het zonder blikken of blozen beweren: met onze obesitasoperaties hebben wij wellicht een veelvoud aan dodelijke pancreaskankers kunnen voorkomen’.

- mogen we spreken van een obesitas-epidemie?

Dr. Lannoo: ‘Zonder meer. De helft van de Belgen heeft een BMI van 25 en meer, wat betekent dat ze met overgewicht kampen, 10 procent zit boven de 30, de grens van obesitas. En België is lang geen uitzondering, in Amerika zie je gewoon in het straatbeeld dat zwaarlijvigheid een gigantisch probleem is. Intussen grijpt ook diabetes, een ziekte die nauw samenhangt met obesitas, om zich heen. Wereldwijd verwachten we binnenkort 300 miljoen gevallen, dat is duizelingwekkend. Erg verontrustend is dat die ziekte op steeds jongere leeftijd toeslaat. Ik zie soms meisjes met een BMI van 40 plus die al  diabetes ontwikkelen. Type 2, dat heette vroeger nochtans ouderdomsdiabetes. Ik kan die helaas niet helpen, want de minimumleeftijd voor een bypass is 18. Jammer, want een operatie zou hen veel miserie kunnen besparen. Die beperkingen hebben meer met budgettaire dan met gezondheidsoverwegingen te maken, want medisch gezien is een operatie perfect te verantwoorden zodra de pubertijd voltooid en de psychologische draagkracht voldoende groot is’.

-  zwaarlijvigheid is een stigma. Uit talloze studies blijkt dat obese mensen met een laag zelfbeeld kampen, ook al door de discriminatie die al op school begint en vervolgens op arbeidsmarkt een verlengstuk krijgt. Strookt dat met uw ervaringen in de spreekkamer?

Dr. Lannoo: ‘Reken maar. Velen hebben echt alles geprobeerd vooraleer ze hier binnenstappen. Alle diëten gevolgd, hele bibliotheken gelezen met boeken van voedingsgoeroes. Want denk maar niet dat iemand in een bevlieging een operatie wil. Vaak komen ze een eerste keer op consultatie, en wachten ze dan nog twee jaar vooraleer ze er echt klaar voor zijn. De meesten zitten opgescheept met een schuldgevoel van hier tot in Tokyo. Hou zou je ze zelf zijn? Het is buiten dertig graden, en je passeert langs het bomvolle terras van een ijssalon. Natuurlijk heb je zoals iedereen vreselijke goesting in een ijsje, maar je durft er niet aan toe te geven omdat je in je rug al de afkeurende blikken voelt priemen. Ik hoor hier de zieligste verhalen. Met de kleinkinderen naar Aqualibi en in een van die buizen blijven steken, dat gebeurt echt. Het is ook geen mythe dat sommige passagiers twee stoelen moeten betalen als ze een vliegtuig willen nemen. Het schrijnendste dat ik ooit heb gehoord was van die jongen die had gesolliciteerd voor een baantje als rekkenvuller in een supermarkt. Hij werd afgewezen, zogezegd omdat ze geen jasje in zijn maat hadden. Zijn moeder, een braaf mens dat goed kon naaien, had met hem te doen. Ze is achter zijn rug naar de winkel gelopen met het voorstel om zelf een jasje te naaien. Waarop de gerant haar afscheepte: ‘Maar snapt u het dan niet? We willen hem helemaal niet in onze winkel, hij is veel te dik’’.

-  biedt een gastrische bypass-operatie een garantie op succes?

 Dr. Lannoo: ‘De success rate is zo’n 70 procent. Onmiddellijk na de operatie vliegen de kilo’s eraf, gemiddeld 30 procent van het lichaamsgewicht. Ook de voedingsgewoonten veranderen, sommige patiënten ontwikkelen een aversie voor hoogenergetisch, bewerkt voedsel. Helaas stellen we vast dat een derde van de patiënten na een jaar of zes weer hervalt en naar het oorspronkelijk overgewicht terugkeert. Die belanden opnieuw in de zorg, een gegeven dat sceptici aangrijpen om het nut van obesitasoperaties in twijfel te trekken. Een beetje hypocriet, want de 70 procent die wel op een gezond gewicht blijven, leveren de gezondheidszorg een aanzienlijke besparing op. Natuurlijk is er na iedere operatie nog altijd multidisciplinaire begeleiding nodig. Obesitas blijft een chronische ziekte die je niet louter operatief kunt behandelen. In onze obesitaskliniek zien we jaarlijks meer dan 2000 patiënten, slechts een kwart daarvan heeft uiteindelijk een operatie nodig’.

kunnen we met preventie niet vele obesitasoperaties vermijden? Eet meer fruit, doe meer aan sport. Goede raad kost niks…

Dr. Lannoo: ‘Hoe meer preventie hoe beter, maar voor mijn patiënten zal het weinig uithalen. Gezond eten en bewegen, dat hebben die mensen al duizend keer gehoord, tijdens de eindeloze reeks consultaties bij huisartsen en diëtisten die ze al achter de rug hebben. Het laatste dat je moet proberen is hen met paternalistische boodschappen bestoken, want daarmee wordt hun schuldgevoel alleen maar groter’.

u bent geen fan van gezonde voedingsgoeroes à la Pascale Naessens of Kris Verburgh?

Dr. Lannoo: ‘Zonder namen  te noemen: ik heb moeite met zelfverklaarde experten die beweren dat iedereen kan vermageren als hij maar hard genoeg wil. Voor ons doelpubliek gaat dat niet op. Ja, heel wat van die diëten sorteren een tijdelijk effect. Na een poosje echter treden er psychologische en hormonale mechanismen op die het lichaam als het ware doen verlangen naar de voedselinname en het gewicht van voor het dieet. Dan krijg je vaak het gevreesde jojo-effect. Als gevolg van het dieet staat de patiënt in een soort eco-modus die zijn energievoorziening extra efficiënt regelt. Als hij dan opnieuw als vanouds begint te eten, schiet hij vaak door,  boven het overgewicht waarmee hij ooit aan zijn dieet was begonnen. De waarheid is dat sommige patiënten zonder operatie niet van hun morbide obesitas af komen’.

is de obsessie met overgewicht geen modeverschijnsel? Waar is de tijd van Alfred Hitchcock, Orson Welles en Winston Churchill, toen succes spoorde met een dikke sigaar en een stevig embonpoint?

Dr. Lannoo: ‘Je kunt daar inderdaad enkele cultuurpessimistische bedenkingen bij formuleren. Vroeger stond het leven meer in het teken van hier en nu. Genieten nu het nog kan, want het leven kon abrupt afgebroken worden. Zo was dat ook in de tijd van Churchill. Overlijden op zestig was heel gewoon, vandaag maken ze daar een drama van. We zijn met zijn allen geobsedeerd door lang leven, ook en vooral de geneeskunde. Er wordt gigantisch geïnvesteerd om de gemiddelde levensduur op te rekken, ieder jaar winst wordt als een triomf van de wetenschap bejubeld. Tegelijkertijd zie je een andere trend: de mensen worden persoonlijk verantwoordelijk geacht voor hun gezondheid en levensduur. Dat gaat helaas gepaard met een nieuwe vorm van onverdraagzaamheid. Roken is daar het beste voorbeeld van. Waarom zou de ziekteverzekering voor hun gezondheidskosten moeten opdraaien? Ze hebben het immers aan zichzelf te danken. Ik huiver voor die trend. Voor je het weet, wordt dezelfde redenering op zwaarlijvigen toegepast’.

 

Nucleaire noodplanning op zijn Belgisch: “Met een serieuze ramp werd nooit rekening gehouden”

Humo, 12 april 2016 

‘‘Fukushima is al vijf jaar geleden, maar de Belgische overheden hebben er nog altijd geen lessen uit getrokken’

Nu Belgische IS-terroristen nucleaire bobo’s bespioneren en kernreactoren meer scheuren vertonen dan een uitgedroogde rivierbedding, dringt de vraag zich op. Wat als er een kernramp gebeurt? Bij het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken liggen de nucleaire noodplannen klaar. Maar werken ze wel? En wat met Antwerpen, de stad met een half miljoen inwoners die tegelijkertijd in de schaduw van een kerncentrale maar buiten de nucleaire schuilzone ligt? ‘Als de wind uit het Zuidwesten waait moet iedereen de Schelde over. Probeer je de taferelen in de Kennedytunnel maar voor te stellen’.

 

humoramp1 illustraties: Kamagurka

Bij de Algemene Pharmaceutische Bond, de beroepsfederatie van zelfstandige apotheken, beleven ze een déja-vu. Sinds de aanslagen van 22/3 stromen de meldingen van leden binnen. Steeds meer patiënten kloppen bij hun apotheker aan voor jodiumtabletten. Kaliumjodide, onder chemici en quizzers bekend als KI, is geen ordinair geneesmiddel. De molecule dankt haar faam aan de Koude Oorlog. Verzadigd jodium stapelt zich op in de schildklier. Bij preventieve inname belet het dat zich in diezelfde klier kankerverwekkend, radioactief jodium 131 opstapelt. Het slikken van stabiel jodium is een van de weinige maatregelen die de brave burger kan nemen om zich te beschermen tegen de gevolgen van een kernaanval. Of tegen de neerslag van een nucleaire catastrofe van civiele makelij. ‘Na de ramp in Fukushima in 2011 hebben we hetzelfde meegemaakt’, zegt apotheker en APB-woordvoerder Koen Straetmans. ‘Paniek, we hebben onze leden toen geadviseerd om geen jodium te verstrekken. Behalve uiteraard wanneer het ging om inwoners van de perimeter voor preventieve distributie. Wie binnen een straal van 20 kilometer rond een kerncentrale of nucleaire site woont, kan ten allen tijde bij zijn apotheek gratis een dosis jodiumtabletten voor het ganse gezin afhalen. Maar na Fukushima gingen in heel het land ongeruste burgers massaal om jodiumpillen. Apotheken buiten de 20 km-perimeter hebben geen tabletten in huis, maar ze zijn wettelijk verplicht 500 gram poeder te stockeren om in geval van nood jodiumbereidingen te maken. Niet doen, is de boodschap die we ook dit keer graag herhalen. Eigen bereidingen zijn minder gemakkelijk te doseren en ook minder lang houdbaar. Bovendien bestaat het risico dat men preventief jodium gaat slikken. Geen goed idee want stabiel jodium heeft serieuze neveneffecten. Innemen mag alleen bij een echte ramp, en dan nog pas wanneer daartoe wordt opgeroepen in het kader van het nucleair noodplan’.

Islamitische Staat

De ongerustheid heeft dit keer niet met een nucleaire ramp in Verweggistan te maken, het gevoel is homegrown. Terreurdreiging houdt ons land al meer dan een jaar in de ban. Op 22 maart werd de collectieve nachtmerrie van een zware aanslag werkelijkheid. Wie hoopt dat daarmee de spanning van de lucht is, dwaalt. Het onweer hangt nog boven ons land, gezagsdragers en veiligheidsexperts roepen in koor op om ons alvast schrap te zetten voor de volgende klap. Dreigingsniveau 3 blijft immers onverkort van kracht, een nieuwe aanslag is niet alleen mogelijk en waarschijnlijk, maar zou ook wel eens een nucleair karakter kunnen hebben. Dat is tenminste wat rondzoemt aan toog en borreltafels, of in treinwagons die bange forenzen naar het gevaarlijke Brussel vervoeren. Slaat de verbeelding op hol? Niet als we binnen-en buitenlandse media mogen geloven die unisono wijzen op de ongezonde belangstelling van Islamitische Staat voor het Belgische kernpark. Veelbesproken is het SCK-incident. In februari raakte bekend dat Belgische speurders bij een huiszoeking in de nasleep van de aanslagen in Parijs een intrigerende videofilm hebben gevonden. Tien uur beeldmateriaal, gedraaid met een verborgen camera gericht op de privéwoning van een topman van het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol. De opname kwam boven water in een appartement van terreurverdachte Mohamed Bakkali, een huisvriend van Salah Abdeslam en Bilal Hadfi die kort na de aanslagen in Parijs werd opgepakt. Over de bedoelingen van de spionage wordt druk gespeculeerd. Onze bron, dicht bij het onderzoek door het federale parket, gewaagde van een horror scenario. De terroristen zouden hebben gehoopt om via een tigerkidnapping aan voldoende plutonium te geraken om het Albertkanaal, voornaamste bron van drinkwater in Vlaanderen, voor jaren te besmetten en onbruikbaar voor menselijke consumptie te maken.

humoramp2

De Antwerpse professor Tom Sauer, specialist internationale veiligheid en nucleaire wapenbeheersing, heeft een memorabel werkbezoek aan Washington DC achter de rug. De Amerikaanse hoofdstad was eind maart het toneel voor de Nuclear Security Summit, een tweejaarlijkse hoogmis waar staatshoofden en experten zich over nucleaire dreigingen buigen. ‘België was the talk of the town’, zegt hij. ‘Ons land werd spontaan gelinkt met terrorisme. Logisch met de aanslagen van 23/3 vers in het geheugen en de wetenschap dat we hofleverancier van Syriëstrijders zijn. Maar België kwam ook nadrukkelijk in beeld als een land dat kwetsbaar is voor nucleair terrorisme. Gezaghebbende kranten zoals de New York Times en de Wall Street Journal hebben er lange artikels aan gewijd. Daarin ging het niet alleen over de SCK-spionagevideo, ze rakelden ook eerdere incidenten op, zoals de sabotage van de stoomturbine van Doel 4 in augustus 2014’.

HUMO: wie zegt dat het toen om terrorisme ging?

Tom Sauer: ‘Anderhalf jaar later weten we nog altijd niet wie de daders zijn, het federaal parket rept met geen woord over het onderzoek. Maar de toenmalige OCAD-topman André Vandoren heeft kort na de sabotage in een televisie-interview zelf gewag gemaakt van een terreurpiste. Een bewijs is dat niet, maar ook vele internationale experts gaan uit van terrorisme. Vandaar ook de ophef toen onlangs aan het licht kwam dat een van de Belgische Syrië-strijders tot in 2012 voor een onderaannemer in Doel heeft gewerkt, ook in het reactorgebouw. Misschien was hij toen nog niet geradicaliseerd, maar het blijft een verontrustende vaststelling die wijst op een gebrekkige veiligheidscultuur’.

HUMO: waar maakt u zich de meeste zorgen over?

Sauer: Inside threat, sabotage van binnenuit zoals in Doel 4. Ook cyber crime is een hot issue. De Amerikanen en Israëli’s zijn er met hun Stuxnet-virus in geslaagd de centrifuges van het Iraanse atoomprogramma te laten doldraaien. Wat als straks terroristen een soortgelijk virus binnensmokkelen in een van onze kerncentrales? Maar ik wil geen paniek zaaien. Onze kerncentrales zijn wellicht nog het best beveiligd, sites zoals Mol en Dessel lijken me kwetsbaarder. Het zal wel geen toeval zijn dat IS uitgerekend de topman van het SCK viseerde. Het grootste risico is een aanslag met een vuile bom. Er zijn wereldwijd nog geen precedenten, maar er wordt steeds meer voor gevreesd.  Een vuile bom is relatief gemakkelijk te maken: je hebt geen splijtstof nodig maar radiologisch materiaal. In plaats van spijkers voeg je aan een conventioneel bompakket producten toe zoals radioactief cesium, iridium of kobalt. Dat zijn geen zeldzame stoffen, ze worden gebruikt voor industriële toepassingen en wetenschappelijk onderzoek en zijn vooral courant in ziekenhuizen. Zeker in België dat een belangrijke producent van medische isotopen is. Het Nuclear Threat Initiative heeft het algemeen veiligheidsniveau van de Belgische kerninstallaties eind vorig jaar als goed omschreven. In het rapport werd echter een belangrijk voorbehoud gemaakt: we zijn kwetsbaar voor cyber crime en de vele transporten van nucleair materiaal over de Belgische wegen houden een groot risico in’.

HUMO: hoe moeten we ons de impact van een vuile bom voorstellen?

Sauer: ‘Daarover bestaat discussie. Sommigen zien een vuile bom vooral als een psychologisch wapen. Het is niet zozeer de rechtstreekse impact die de maatschappij ontwricht, wel de massapaniek die er onvermijdelijk op volgt. Anderen zijn het daar niet mee eens. Naast de massapaniek zal er lokaal wel degelijk een serieus probleem ontstaan, met een zone die voor weken of zelfs maanden onleefbaar wordt’.

Evacuatiezone

Terrorisme of ongeval, bij de geringste nucleaire calamiteit moet het Crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken in actie schieten. Het Crisiscentrum, de voorbije weken vol aan de bak met de nasleep van de terreuraanslagen in Brussel, is de Belgische hoop in bange dagen. De dienst stelt de nationale noodplannen op, met daarin de richtlijnen die door provinciale en gemeentelijke overheden in regionale en lokale noodplannen worden vertaald. Het Crisiscentrum organiseert verder ook rampenoefeningen, doet aan voorlichting en verricht via zijn Hoger Instituut voor de Noodplanning wetenschappelijk onderzoek over risicoanalyse en crisisbeheer. Bovenal is het Crisiscentrum in Brussel de plek waar de telefoons roodgloeiend staan wanneer zich ergens in het koninkrijk een ramp van enig formaat voordoet. ‘Noodplanning werkt in principe bottom-up’, legt woordvoerder Benoît Ramacker uit. ‘Bij een incident is het de burgemeester die de coördinatie van de hulpdiensten verzekert, op basis van de gemeentelijke noodplannen. Gaat het om een groter incident met gemeentegrensoverschrijdende dimensies, dan neemt de provinciegouverneur de leiding. Dat gebeurt allemaal in permanent overleg met het Crisiscentrum, maar in principe nemen wij de coördinatie pas over wanneer een ramp het provinciaal niveau overstijgt. Op die regel bestaan echter uitzonderingen, terrorisme en pandemieën vallen altijd rechtstreeks onder het Crisiscentrum. Ook bij nucleaire incidenten werkt de delegatie top-down. Bij iedere melding groot of klein treedt automatisch het federaal noodplan in werking. Wij sturen aan, de gouverneurs en burgemeesters hebben een uitvoerende functie’.

De Belgische noodplanningswetgeving leest even vlot als een notariële akte. Wie er zo nodig wil op promoveren, verwijzen we graag naar de websites van het Crisiscentrum of, voor de nucleaire noodplannen, van het FANC. Wel goed om weten: behalve de drie niveaus federaal-provinciaal-lokaal valt een onderscheid te maken tussen Algemene Nood- en Interventieplannen (ANIP) en Bijzondere Nood-en Interventieplannen (BNIP). ANIP’s zijn passe partout plannen, bestemd voor een waaier van risico’s die niet op een specifieke locatie kunnen worden vastgepind. Denk aan een onvoorspelbare kettingbotsing of aan de treinramp die zich toevallig in Wetteren voordoet. BNIP’s zijn er voor welomschreven en perfect lokaliseerbare risico’s. Gemeenten of provincies stellen tijdelijke BNIP’s op voor evenementen zoals rockfestivals of sportwedstrijden, voor industriële vestigingen zoals Seveso-bedrijven zijn er permanente BNIP’s. Die zijn ook verplicht voor de nucleaire sites, de kerncentrales van Doel en Tihange, het SCK in Mol, Niras-Belgoprocess in Dessel en isotopenproducent IRE in Fleurus. Nucleaire BNIP’s worden echter door het federale Crisiscentrum uitgewerkt, net zoals de noodplannen voor de Belgische buurgemeenten van de kerncentrales in het Franse Chooz en het Nederlandse Borssele. Centraal in die nucleaire BNIP’s staan de door het federaal noodplan opgelegde perimeters. Voor de kerncentrales en de nucleaire sites in Mol en Dessel geldt een noodplanningszone van 10 kilometer. Bij een nucleair lek worden de betrokken inwoners opgeroepen te schuilen en zich via alle beschikbare media over verdere instructies te informeren. Binnen die cirkel geldt een kleinere perimeter van 5 kilometer, de zogenaamde evacuatiezone. Of er daadwerkelijk wordt geëvacueerd en waarheen, zal op het moment zelf door het Crisiscentrum worden beslist, na inwinnen van het advies van het FANC en in functie van atmosferische omstandigheden zoals de windrichting. Maar de perimeter is geen vrijblijvend cijfer, ze verplicht autoriteiten en hulpdiensten om zich voor te bereiden. In principe moeten ze te allen tijde klaar staan om tot een volledige evacuatie over te gaan. Om het nog ingewikkelder te maken: er is ook nog een reflexzone van 3,5 kilometer waar de provinciegouverneur in afwachting van instructies uit Brussel op eigen houtje bewarende maatregelen zoals alarmeren en oproepen tot schuilen mag nemen. Al die concentrische cirkels passen op hun beurt in de ruimere perimeter voor preventieve jodiumverstrekking. 20 kilometer, behalve voor het IRE in Fleurus waar een 10 km-zone voldoende wordt geacht.

humoramp3

HUMO: ingewikkeld allemaal. Wat gebeurt er concreet wanneer zich een nucleair incident voordoet?

Ramackers: ‘Dat hangt af van de aanmelding door de exploitant. Een Niveau 1 is een beperkt incident zonder risico op radioactieve lozing buiten de site. Een N2 betekent een klein en een N3 een groter risico. Vanaf die intermediaire niveaus kunnen er maatregelen worden genomen, ter beveiliging van de landbouw en de voedselketen, bij een N3 ook ter bescherming van de volksgezondheid. Tenslotte is er een NR-melding. Niveau Reflex, dat betekent dat er sowieso onmiddellijke tegenmaatregelen worden getroffen. De waarheid is dat we nog geen enkele aanmelding hebben ontvangen. Het nationaal nucleair noodplan werd nog maar een keer afgekondigd, na een uiterst klein lek in Fleurus in 2008. Maar dat was zonder notificatie door de exploitant, de maatregel kwam er op basis van eigen metingen die enkele grasstalen met licht verhoogde waarden aan het licht hadden gebracht. Het ging om een erg lichte besmetting, maar toch hebben we de omwonenden in een zone van vijf kilometer gevraagd tijdelijk geen tuingroenten te consumeren. Louter preventief’.

HUMO: waarom gebruiken jullie niet de veel bekendere INES-schaal, de International Nuclear and Radiological Event Scale van het Internationaal Atoomagentschap die van 1 tot 7 – niveau Fukushima en Tsjernobyl – gaat?

Ramackers: ‘INES is bij preventieve noodplanning niet bruikbaar, het is een instrument om nucleaire incidenten achteraf, a posteriori, in te schatten’.

Stralingsdeskundige en professor–emeritus Gilbert Eggermont verwijst wel naar de INES-schaal. ‘Nucleaire noodplanning in België steunt op optimistische premissen. Een INES 7 zoals in Fukushima of Tsjernobyl wordt ondenkbaar geacht, het ergste dat men zich kan inbeelden is een Harrisburg-scenario, een INES 5-incident met een gedeeltelijke kernsmelting en een beperkte lozing in de atmosfeer’. Eggermont weet waarover hij spreekt. Hij doorliep een carrière als onderzoeker en directielid bij het SCK, doceerde aan binnen-en buitenlandse universiteiten, en heeft decennialang in alle mogelijke adviescommissies voor nucleaire veiligheid gezeten. Eggermont was ook de voorzitter van de werkgroep die door de Hoge Gezondheidsraad (HGR) met een kritische doorlichting van de nucleaire noodplanning werd gelast. Rampenplannen in het post-Fukushimatijdperk, luidt de titel van het HGR-advies dat begin maart werd voorgesteld. Ondanks de zakelijke, wetenschappelijke aanpak bevat het lijvige rapport striemende kritiek. ‘Het advies is dan ook uit frustratie geboren’, zegt Eggermont. ‘Fukushima is al vijf jaar geleden, maar de Belgische overheden hebben er nog altijd geen lessen uit getrokken. Niet dat ik daarvan opkijk, het is bijna een traditie. Na het ongeluk in Three Mile Island-Harrisburg in 1979 heeft het nog jaren geduurd vooraleer hier aan een systematische noodplanning werd gedacht. Zelfs de veel zwaardere ramp in Tsjernobyl in 1986 bracht geen schot in de zaak. Er werd lang getalmd met preventieve jodiumdistributie. Dat veranderde pas toen cijfers bekend raakten over het aantal kinderschildklierkankers. In Wit-Rusland, Oekraïne en Rusland hebben ze er 7.000 geregistreerd. In Polen, waar ze preventief stabiel jodium hadden verdeeld, was er geen enkel geval’.

humoramp4

HUMO: Fukushima werd door een verwoestende en in West-Europa ondenkbare tsunami veroorzaakt, Tsjernobyl door een keten van menselijke blunders die alleen mogelijk lijken in een starre Sovjetbureaucratie. Waarom moeten we die rampen als maatstaf nemen?

Gilbert Eggermont: ‘Omdat er nog andere risico’s met zware  gevolgen kunnen spelen. Een goede kwetsbaarheidsanalyse moet  rekening houden met nieuwe dreigingen. Zoals terrorisme, of de verouderde staat van het Belgische kernpark. Ik kan het alleen met lede ogen vaststellen: terwijl de regering er maar niet in slaagt de nucleaire noodplannen te actualiseren, heeft ze wel op een drafje besloten de levensduur van de oudste en minst veilige kerncentrales te verlengen. Dan moet ze ook maar consequent zijn en noodplannen opstellen die op de ergste scenario’s anticiperen. Ik pleit voor realisme: de kans op een zware ramp mag dan erg klein zijn, ze is niet helemaal onbestaand. Het kan ook bij ons gebeuren en de gevolgen kunnen veel verder reiken en veel zwaarder uitpakken dan in de huidige noodplannen wordt voorzien’.

HUMO: wat moet er concreet veranderen?

Eggermont: ‘De perimeters moeten ruimer. 20 kilometer voor evacuatie, 100 kilometer voor preventieve jodiumdistributie. Dat is in feite nog te weinig. In Fukushima werd uiteindelijk een zone van 30 kilometer ontruimd, maar er werden zelfs aanzienlijke besmettingen  tot op 80 kilometer van de centrale vastgesteld. We moeten ook veel meer nadenken over de lange termijngevolgen. De ontruimingszone rond Tsjernobyl is na dertig jaar nog altijd onbewoonbaar. In Fukushima hebben ze met man en macht gewerkt om daken te ontsmetten en tuinen af te graven. Toch aarzelen de meeste mensen om naar hun dorpen terug te keren. Je tuin mag dan ontsmet zijn, je wil ook dat je kinderen veilig in het bos achter het huis kunnen spelen. Ook die psychologische effecten moeten in het langetermijnluik van de noodplanning worden meegenomen, net zoals de problematiek van het radioactief afval. In Fukushima weten ze nu al geen blijf met de bergen besmette aarde’.

Humo: een evacuatiezone van 20 km rond Doel omvat ook de Stad Antwerpen met haar 500.000 inwoners. Daar is toch geen beginnen aan?

Eggermont: ‘De inplanting van Doel is was ze is. Waarom denk je dat Doel wereldwijd als case bekend staat? Geen enkele kerncentrale ligt in zo’n dichtbevolkt gebied: meer dan een miljoen mensen in een straal van dertig kilometer. Makkelijk zal het niet worden om zoiets in noodplannen te vatten. Er is niet alleen de bevolkingsdichtheid, Antwerpen is met zijn haven en zijn oververzadigde ring een logistieke nachtmerrie. Evacueren moet tegen de windrichting in. Aangezien het meestal vanuit het zuidwesten waait, moeten al die Antwerpenaars zo snel mogelijk over de Schelde worden geloodst. Lastig allemaal, maar dat is geen excuus om er niet over na te denken. Wees voorbereid, dat ben ik al twee keer gaan vertellen in de Antwerpse gemeenteraad, na Harrisburg en na Tsjernobyl. Ik wil het gerust nog een derde keer gaan herhalen, liefst preventief. Tenslotte zijn het Antwerpse stadsbestuur en vooral de partij van de burgemeester verantwoordelijk voor de levensduurverlenging van Doel 1 en Doel 2. Dan moeten ze ook maar verantwoordelijkheid durven nemen voor het geheel van de nucleaire veiligheid inclusief de mogelijke gevolgen van een zwaar ongeval’.

humoramp5

De recentste nucleaire rampenoefening van formaat dateert van oktober 2015. De scenaristen van het Crisiscentrum hadden een dubbel incident uit hun mouw geschud. Een nucleair ongeluk in het SCK in Mol, een gekantelde vrachtwagen met gevaarlijke lading bij de buren van Belgoprocess in Dessel. Voor de tweedaagse oefening werden negentig studenten als figuranten opgetrommeld. Bedoeling was de evacuatieprocedure te testen en na te gaan hoe vlot de communicatie tussen Brussel en de verschillende hulpdiensten verliep. De Molse burgemeester Paul Rotthier (CD&V) mocht net als zijn Desselse collega zichzelf spelen in dit drama. ‘Geen hoofdrol’, zegt hij. ‘Als burgemeester heb je bij nucleaire oefeningen een louter uitvoerende functie, alles wordt door het Crisiscentrum in Brussel gedicteerd. Niet dat onze inbreng daarom minder belangrijk is. We moeten de kruispunten afzetten voor de perimeter. Als het Crisiscentrum maatregelen voor de landbouw oplegt, moeten wij nagaan welke boeren binnen het getroffen areaal vallen. En uiteraard is het onze verantwoordelijkheid dat onze eigen politiemensen met de nodige stralingsmeters en jodiumtabletten kunnen uitrukken’.

HUMO: de inwoners van Mol en Dessel, residenten nochtans van de evacuatiezone, werden niet bij de oefening betrokken. Moeten zij zich niet actief voorbereiden op een calamiteit?

Paul Rotthier: ‘Dat werd niet voorzien in het scenario, oefeningen dienen vooral om de samenwerking tussen de verschillende niveaus en hulpdiensten te stroomlijnen. Maar onze burgers zijn sowieso gesensibiliseerd, ze kennen de basisregels. Blijf binnen, laat de kinderen op school, luister naar de radio, dat is er intussen wel ingehamerd. Mol is trouwens een van de pilootgemeenten van Be-Alert, een nieuw waarschuwingssysteem van het Crisiscentrum. Iedereen die in de telefoongids staat wordt automatisch verwittigd, maar we hebben onze inwoners opgeroepen om ook gsm-nummers en mailadressen te registreren. Angst voor een nucleair ongeval? Nee, dat leeft in deze streek niet, den ‘atoom’ is hier een vanzelfsprekend gegeven. Om de drie maanden worden de sirenes getest, dat hoort hier gewoon bij het leven’.

Marc Van de Vijver (CD&V) mag als burgemeester van Beveren opcentiemen en drijfkrachtbelasting uit de kerncentrale van Doel incasseren. Veel verder reikt zijn arm niet in de grootste stroomfabriek van Electrabel. Ook hij laat meteen weten dat nucleaire aangelegenheden door Brussel worden geregeld. Een derde van zijn ingezetenen woont binnen de evacuatiezone, een feit waar volgens de burgervader weinigen de slaap voor laten. ‘De mensen hebben er vertrouwen in, de centrale is goed beveiligd. Ik erger me trouwens aan tegenstanders van kernenergie die angst zaaien over de veiligheid om hun slag thuis te halen’. Hij moet zijn geheugen pijnigen, maar met resultaat. In zijn tien jaar als burgemeester heeft hij één evacuatieoefening met burgerparticipatie meegemaakt. Van de Vijver: ‘Een jaar of zes geleden hebben we de lagere school van Kallo geëvacueerd, met bussen naar het provinciaal domein Puyenbroeck in Wachtebeke. Brussel gaf de instructies, ik stond met de gouverneur in voor de praktische uitvoering. Alles verliep vlot, maar het blijft een oefening. Als het ooit werkelijkheid wordt, zal er wel meer paniek zijn. Of we daarmee op een Fukushima-scenario zijn voorbereid? Nee, maar de kans op zo’n ramp lijkt me nagenoeg onbestaand’.

Hopelijk moet Bart Bruelemans, rampencoördinator van de Stad Antwerpen, de keuze nooit maken. Evacueren naar het provinciaal domein Puyenbroeck in Oost-Vlaanderen? Of toch naar campus Vesta in Ranst, het opleidingscentrum voor brandweer en politie dat door de provincie Antwerpen als opvang voor évacués wordt voorzien? Veel zal afhangen van de windrichting, maar vast staat dat voor geen van beide opties een draaiboek klaar ligt. Behalve een stuk havengebied en de polderdorpen Berendrecht, Zandvliet en Lillo, valt de grootste stadsagglomeratie van Vlaanderen volledig buiten de 10km-schuilzone rond Doel. ‘Maar dat betekent niet dat we er nog nooit over nagedacht hebben’, zegt Bruelemans. ‘Ook in de ANIP’s staan richtlijnen en procedures voor evacuatie. We hebben trouwens ervaring met grootschalige operaties. In 2004 is er in de haven een tankwagen met giftig broom gekanteld, toen hebben we 3.000 mensen geëvacueerd. Ook van de Switel-brand hebben we veel geleerd, vooral voor het medisch urgentieplan’.

HUMO: dat is allemaal klein bier naast de evacuatie van een volledige stad met 500.000 inwoners…

Bruelemans: ‘Klopt, maar ik zie eerlijk gezegd niet goed hoe je zo’n operatie in een plan kunt vatten. Zelf geloof ik meer in een flexibel concept. Een goed noodplan bevat de bouwstenen die je tijdens een crisis in de juiste volgorde legt. 1.000 mensen evacueren is een lastige opdracht. Je kan beter een evacuatie voorbereiden in blokken van 100 personen en die operatie dan tien keer herhalen’.

humoramp6

Zou burgemeester Van de Vijver aan Greenpeace hebben gedacht? Tegenstanders van kernenergie die paniek zaaien over de veiligheid van onze centrales? Eloi Glorieux, energiespecialist bij Greenpeace, zal het niet ontkennen. Hij is een gezworen tegenstander van kernenergie, maar dat doet volgens hem niks af aan zijn veiligheidsbezwaren. ‘De risico’s werden altijd schromelijk onderschat. Om politieke redenen, de mensen mochten vooral niet gaan twijfelen aan de zin of noodzaak van kerncentrales. Daar zijn nochtans goede redenen voor. Een ramp zoals Fukushima in Doel betekent dat je anderhalf miljoen mensen moet evacueren. Probeer je maar even de taferelen in de Kennedytunnel in te beelden. Japanners hebben de reputatie gedisciplineerd en gezagsgetrouw te zijn. Maar geldt dat ook bij ons? Als je een Antwerpenaar iets opdraagt, dan doet hij meestal het tegenovergestelde. Onze nucleaire noodplannen zijn geplafonneerd op een INES 5-ramp, waarbij men gemakshalve uitgaat van een eenmalige of alleszins kortstondige lozing. Onverantwoord, in Tsjernobyl en Fukushima heeft het lekken wel tien dagen geduurd. Dat heeft een grote impact, ook op het verloop van de evacuatie’.

HUMO: hebben de huidige noodplannen en rampenoefeningen dan geen zin?

Glorieux: ‘Beter dan helemaal niks, maar het schiet hopeloos tekort. Vorig jaar hebben we de nucleaire noodplannen door de Franse stralingsexpert David Boilley, een autoriteit inzake Fukushima, laten doorlichten. Hij was geschokt door wat hij ontdekte. Het provinciaal noodplan van Antwerpen vermeldde vier opvangplaatsen voor ge-evacueerden. Het Fort van Borsbeek, de Oude Slachthuizen, de kazerne van de civiele bescherming in Brasschaat en het Sportpaleis. De eerste twee zijn ruïnes, alle vier liggen op minder dan 20 kilometer van de kerncentrale. We zijn met Boilley naar de subcommissie nucleaire veiligheid van de Kamer getrokken. Met resultaat, intussen hebben ze voor campus Vesta in Ranst gekozen, toch al iets meer dan 30 kilometer van Doel. Zelfs binnen de huidige schuil- en evacuatiezones is de paraatheid twijfelachtig. We hebben zelf de test gedaan bij scholen en kinderdagverblijven. Of ze wisten wat hen bij een ramp in Doel te doen stond? Dan viel er aan de andere kant van de lijn een stilte. Jaja, die plannen. Ze moeten hier ergens liggen, maar waar? En of we later konden terugbellen, want dan kwam die ene collega die het misschien wel wist, terug uit verlof’.

De aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad liggen intussen bij het federaal Crisiscentrum ter tafel. Een werkgroep sleutelt er aan een nieuw KB ‘ter vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch Grondgebied’. Of daarin ook de uitbreiding van de evacuatiezone tot 20 kilometer wordt opgenomen? Woordvoerder Ramackers laat niet in zijn kaarten kijken. ‘Dat is een beslissing voor de politiek’. Een lichte beslissing wordt het niet, het omvatten van de Stad Antwerpen zou bijvoorbeeld nieuwe vragen over de verzekerbaarheid van onze kerncentrales kunnen doen rijzen. Het nieuwe KB was eerst voor eind 2015 beloofd, minister van binnenlandse zaken Jambon (N-VA) mikt nu op eind 2016. De Antwerpse gouverneur Cathy Berx kijkt er alvast naar uit. Ze liet vorige week haar ongeduld blijken na alweer een technisch probleem, dit keer in het nucleair gedeelte van Doel 1. Wordt vervolgd.

 

 

 

 

 

 

-

 

 

Leven na de terreur: Mavis Hyman over haar vermoorde dochter Miriam

Knack, 30 maart 2016

‘De mens heeft het vermogen om uit de diepste dalen te klimmen’

Uit het ergste kwaad kan iets nobels groeien. Die levensles leerde Mavis Hyman na 7/7, de code die verwijst naar de zelfmoordaanslagen op de Londense metro in 2005. Miriam Hyman, een van de 56 dodelijke slachtoffers, leeft voort. Niet alleen in haar gedachten, maar vooral in een oogkliniek voor kinderen in India.

Mavis Hyman, slachtoffer zelfmoordaanslag Londen 7/7/2005

Mavis Hyman, slachtoffer zelfmoordaanslag Londen 7/7/2005

De aanslagen van 22/3 hebben niet alleen in Brussel levens en gebouwen verwoest, in Madrid en Londen hebben ze moeizaam geheelde wonden opengereten. Het is immers niet de eerste keer dat moslimterroristen het openbaar vervoer van een Europese hoofdstad in het vizier nemen. De aanslagen van 11 maart 2004 in Madrid blijven qua omvang en moorddadigheid zelfs ongeëvenaard. In volle ochtendspits ontploften in een tijdspanne van twee minuten tien zware bommen aan boord van vier treinen. Balans: 192 doden en meer dan 2000 gewonden. De aan Al Qaeda gelieerde daders bliezen zichzelf op toen ze enkele weken later door de politie werden belegerd, waarmee 11M als de eerste jihadistische zelfmoordaanslag op Europese bodem te boek staat. Een dik jaar later was Londen aan de beurt. Drie zelfmoordterroristen sloegen toe op evenveel verschillende metrolijnen, een vierde liet zich een uur later aan boord van een dubbeldekker ontploffen. 56 doden en 700 gewonden waren het gevolg.

verkeerde plaats, verkeerd moment

Meer dan tien jaar later zijn sporen hersteld en stations heropgebouwd. Reizigers stappen er achteloos op en af, maar vergeten zijn de aanslagen allerminst. 11 M en 7/7 zijn symbooldata geworden die ieder jaar bij verschillende monumenten en gedenkstenen worden herdacht. Het zijn ingetogen plechtigheden, massaal bijgewoond door slachtoffers en nabestaanden. Toch schitteren velen telkens weer door hun afwezigheid. Met of zonder blijvende letsels, vaak weegt de confrontatie met de gebeurtenissen te zwaar. Er bestaan geen handboeken voor het verwerken van een bomaanslag in een duistere, claustrofobe pijp diep onder de grond, laat staan in een autobus of een luchthaventerminal. Verhalen van slachtoffers en nabestaanden van 11M en 7/7 leverden stof voor boeken en documentaires. Amputaties, plastische chirurgie, depressies, post traumatic stress disorder, de weg naar het herstel is lang en pijnlijk. Ieder verhaal is verschillend, maar over een ding is iedereen het eens: er is een leven voor en na de aanslag. Sommigen worden verteerd door wraakgevoelens of zelfmedelijden, anderen geven hun leven een twist. Toch maar gauw kinderen nemen, en de gedroomde wereldreis niet langer uitstellen. En dan zijn er de uitzonderingen die erin slagen de beproeving om te turnen in een positief project. Zo iemand is Mavis Hyman (84) die met haar man en oudste dochter de Miriam Hyman Memorial Trust (MHMT) runt.

Het verhaal van deze Britse charity start in Londen op 7 juli 2005, een zomerse donderdag die tot half negen ’s morgens de belofte van ijsjes met muntsmaak en bomvolle terrassen inhield. ‘Miriam werkte als freelance beeldredacteur voor een uitgeverij’, vertelt Mavis Hyman. ‘Die ochtend had ze een afspraak om een locatie voor een shoot te scouten. Ze had zoals altijd de metro genomen, maar door de eerste reeks aanslagen was die stilgevallen en zag ze zich zoals duizenden anderen verplicht haar reis bovengronds verder te zetten. En zo is het gebeurd. Ze is op de bus gestapt waarop de vierde dader zat die zich op Travistock Square heeft laten ontploffen. Op het verkeerde moment op de verkeerde plaats, meer was het niet’.

De aanslagen in Brussel spoken door haar hoofd. ‘What do you think?’, vraagt ze retorisch. ‘Ieder keer als er zoiets gebeurt, komen alle herinneringen aan die vreselijke dagen weer boven’. Over de details van die vreselijke dagen wil ze het vooral niet hebben. Spreken wilde ze alleen als het kon helpen om de herinnering aan haar eeuwig 32-jarige dochter levend te houden. ‘Miriam was artistiek begaafd. Ze kon prachtig tekenen, ze droomde ervan een eigen lijn met wenskaarten te beginnen. Die droom hebben we in haar plaats gerealiseerd. Via de trust kun je kaarten en mokken kopen met tekeningen van Miriam’.

geloven in veerkracht

De Miriam Hyman Memorial Trust (MHMT) sponsort een oogkliniek voor slechtziende kinderen in Odisha, de Indiase deelstaat waar Mavis als telg uit een geslacht van Iraakse Joden opgroeide. Opgericht in 2008, de conceptie vond veel eerder plaats. ‘Onmiddellijk na de aanslag’, zegt ze. ‘Het besef was er meteen: we mogen ons niet overgeven aan gevoelens van bitterheid, want anders heeft Miriam haar leven voor niets verloren. Uiteindelijk heeft het twee jaar geduurd om de fondsen te verwerven, de statuten te schrijven en een missie te kiezen. Miriam is zelf twee keer in India geweest, ze voelde zich erg verbonden met dat land. Bovendien was ze zelf bijziend, en als grafisch kunstenaar besefte ze beter dan wie ook het belang van een goed gezichtsvermogen. Hoe konden we haar passender gedenken dan met een oogkliniek voor Indiase kinderen? Odisha is een erg arme streek. We sturen preventiewerkers naar afgelegen dorpen om kinderen te screenen. Voor operaties en verzorging komen ze naar onze kliniek, ook als ouders geen geld hebben om te betalen. Sommige nabestaanden hebben in Londen voor hun geliefden een gedenksteen opgezet. Wij hebben een andere keuze gemaakt, we zien de oogkliniek als een levend memoriaal voor Miriam’.

Intussen heeft dat levende memoriaal een extra elan gekregen. MHMT lanceerde in 2015 een digitaal platform met getuigenissen van 7/7-slachtoffers. Tientallen Britse scholen gebruiken het als lesinstrument om 12 tot 16-jarigen te waarschuwen voor de gevaren van extremisme. ‘Op een niet confronterende manier’, zegt Mavis. ‘Zonder er politiek of religie bij te betrekken. We hopen dat de verhalen van overlevenden en nabestaanden de jongeren inspireren om positief in het leven te staan. Tegelijkertijd nodigen we hen uit om de diversiteit in de samenleving te omarmen. Want terreur is blind, de slachtoffers van 7/7 vormen een dwarsdoorsnede van deze superdiverse stad’.

Over de daders van die blinde terreur, vier geradicaliseerde, homegrown moslims uit Leeds, wil ze het niet hebben. ‘Ik denk nooit aan de daders, dat brengt niks op. Ik steek mijn mentale energie liever in ons schoolproject dat precies streeft naar een wereld waarin terrorisme betekenisloos wordt omdat er niks mee te winnen valt. Om dezelfde reden probeer ik nooit stil te staan bij de manier waarop Miriam is gestorven. Ze zit nochtans permanent in mijn hoofd, maar dan als een positieve kracht. Het is haar jeugdige energie die me de moed geeft om verder te gaan’.

Goede raad voor de slachtoffers in Brussel die straks hun leven moeten heropbouwen?  Mavis Hyman laat een stilte vallen. Ze wil geen rolmodel zijn, ieder mens is verschillend. ‘Maar ik kan de mensen in Brussel wel een boodschap geven’, zegt ze uiteindelijk. ‘Geloof in je veerkracht, de mens heeft het vermogen om uit de diepste dalen te klimmen. Maar ik wil geen illusies wekken. Het herstel wordt een lang en pijnlijk proces. Je mag echter niet opgeven, ondanks de pijn. Zelf heb ik door de dood van Miriam een levensles geleerd: zelfs uit het ergste kwaad kan iets nobels groeien. Onze trust draait volledig op onbaatzuchtig vrijwilligerswerk, daar ben ik ontzettend dankbaar voor’.

 

Pastel van Miriam Hyman: 'Light at the end of the tunnel'

Pastel van Miriam Hyman: ‘Light at the end of the tunnel’