Maandelijks archief: mei 2016

Samira le Grand en Othman El Hammouchi: Olympische kampioenen denken

Knack, 1 juli 2016

“Ik ben ervan overtuigd dat je iedereen van verkeerde denkbeelden kunt verlossen door de onderliggende redeneerfouten te ontmaskeren”

Je moet niet kunnen turnen of speerwerpen om dit jaar een Olympische medaille te behalen. Samira le Grand en Othman El Hammouchi keerden behangen met eremetaal terug van verschillend Olympiades. Samira scoorde in de discipline wiskunde, een gendermijlpaal tegen wil en dank. Othman kroonde zich tot Belgisch kampioen filosoferen en onbezoldigd ambasadeur voor probleemstad Vilvoorde. Ontmoeting tussen twee verschillende toptalenten met logica als grote gemene deler.

foto: Kaat Pijpe

foto: Kaat Pype

Ze hebben elkaar nooit eerder ontmoet. Hoe zouden ze ook? De Nederlandse Samira le Grand woont in Waterloo en zit op een Europese School op de Brusselse Louizalaan. Othman El Hammouchi loopt school in het Koninklijk Atheneum van zijn geboortestad Vilvoorde. Excelleren doen ze ook al in verschillende disciplines. De 17-jarige Samira behaalde begin mei een eerste prijs op de Vlaamse Wiskunde Olympiade, als eerste meisje ooit in de 31-jarige geschiedenis van de wedstrijd. Deze zomer mag ze met een zeskoppige Belgische delegatie naar de Internationale Wiskunde Olympiade in Hong Kong. De 16-jarige Othman van zijn kant won in april de Belgische Filosofie Olympiade, met een in het Engels geschreven essay over geweld en ethiek en de netelige kwestie of er zoiets als een rechtvaardige oorlog bestaat. Het leverde hem een ticket op voor de International Philosophy Olympiad die twee weken geleden aan de Universiteit Gent haar beslag vond.

Hoewel, verschillende disciplines? Aristoteles, Blaise Pascal, Godfried Wilhelm Leibniz, voorbeelden zat van denkers die zowel wiskundige als wijsgerige mijlpalen hebben verzet. Mathematisch is het onmogelijk, maar in de loop van het gesprek zullen ze verschillende grootste gemene delers ontdekken. Zoals wederzijdse nieuwsgierigheid. Eens het ijs gebroken, kruipen ze zelf in de rol van interviewer. Vraagt Othman aan Samira: praten jullie op zo’n olympiade ook buiten de wedstrijd de hele tijd over wiskunde? En hoe moet hij zich zo’n gesprek dan wel voorstellen, met al die x en y’en, vierkantswortels, dubbele haken, functiepijlen en andere symbolen? In de omgekeerde richting wil de wiskundige van de filosoof weten wat hij van nationalisme denkt. Othman, die soms meer als een 61-jarige dan als een 16-jarige klinkt, antwoordt zonder verpinken. ‘Voor nationalisme geldt wat Marx over godsdienst zei: opium voor het volk. Dat kun je trouwens even goed van voetbal beweren’.

- allebei gefeliciteerd met jullie titels. Hoe selectief was het parcours naar die bekroning?

Samira le Grand: We zijn vertrokken met 26.000 deelnemers, na twee ronden bleven er nog 80 finalisten over. Best wel selectief dus, maar vergeleken met internationale wedstrijden is de wiskunde van de Vlaamse Olympiade relatief gemakkelijk. De Internationale Olympiade in Hong Kong wordt veel pittiger, en ook Amerikaanse en Chinese wedstrijden halen een hoger niveau. In die landen wordt zwaar geïnvesteerd in wiskundecompetities. De Amerikanen die straks in Hong Kong meedoen, zijn tot in de puntjes voorbereid. Je hebt daar trainingskampen van drie weken, speciaal ter voorbereiding van de Olympiade. Ter vergelijking: het Belgisch team moet het qua voorbereiding stellen met twee weekends. Tegen de semiprofessionals uit Amerika en Azië maken we geen kans, maar dat doet niks af aan mijn enthousiasme. Ik wil zo sterk mogelijk presteren, en voor de rest wil ik genieten. Een hele week samen met wiskunde-gepassioneerden uit de hele wereld, wat een buitenkans.

Othman El Hammouchi: Hong Kong? Daar zou ook wel heen willen. Ik heb eigenlijk pech: win ik de Belgische titel, dan wordt de Internationale Olympiade toevallig in Gent georganiseerd. Weg kans om een stuk van de wereld te zien. Niet dat ik klaag, die vier dagen waren een fantastische ervaring. Omdat België als gastland optrad, mochten er geen twee maar tien Belgen deelnemen. Allemaal Vlamingen overigens, een gevolg van het wedstrijdreglement dat deelnemers verbiedt om in hun moedertaal te schrijven. Daarom nemen er haast nooit Engelsen of Fransen aan de Olympiade deel, die kennen geen vreemde talen. De sfeer in ons team was fantastisch, we houden nog altijd contact via Facebook.

- hoe verloopt zo’n internationale finale competitiefilosoferen?

Othman: Met gierende stress. Ze lieten ons allemaal samen binnen in een grote zaal vol computers. Eerst moesten we kiezen uit vier filosofische stellingen. Een van Simone de Beauvoir over feminisme, iets van Immanuel Kant over ethiek, en dan nog een bizarre stelling die niemand goed begreep. Ik heb zelf voor de cognitietheorie van Aristoteles gekozen: wat drukt taal uit in relatie met de echte wereld, en wat betekent je aanschouwing in relatie tot die echte wereld? Daarover heb ik een essay van 1.500 woorden geschreven, in het Engels.

- Aristoteles? Verrassende keuze voor iemand die op school de bijnaam Kant meedraagt…

Othman: Kant is een van mijn favorieten, dat klopt, maar ik heb me nog niet in zijn ethica verdiept. Zijn Kritiek van de Zuivere Rede heb ik daarentegen verslonden, dat is zowat mijn lievelingsboek. Dat kwam goed van pas tijdens de finale, ik heb Kants inzichten op Aristoteles kunnen toepassen.

- wiskunde noch filosofie zijn populaire hobby’s onder pubers. Waar komt die passie vandaan?

Samira: Als kind was ik al gefascineerd door patronen. Hoe zitten dingen in elkaar? Hoe werken causale relaties? Ik was dol op puzzelen, en mijn ouders speelden daar gretig op in door mij met puzzelboeken te bevoorraden. Toch werd mijn interesse pas goed gewekt toen ik aan competities begon deel te nemen, eerst de Kangoeroe-wedstrijd en daarna de Olympiades. Bleek dat ik best goed was. Altijd door naar de tweede rond, al twee keer in de finale. Het mooie van wiskunde is dat je de dingen zelf kunt ontdekken. In andere vakken wordt kennis aangereikt, maar met wiskunde kun je zelf van de grond af aan beginnen bouwen. Wat ik heerlijk vind: thuiskomen van school en de oplossingen die we in de klas hebben gevonden stap voor stap deconstrueren.

- op school krijg je 8 uur wiskunde. Volstaat dat om de honger te stillen?

Samira: (lacht)  Nee, ik vind de schoolwiskunde trouwens weinig interessant. Je leert  formules uit het hoofd, past die toe, af en toe haal je een truc uit, en klaar. Wat mij triggert zijn moeilijke vraagstukken waar je creatief moet over nadenken om zelf tot een oplossing te komen. Op het internet vind je gelukkig veel materiaal. Oefeningen, maar ook problem solving communities waar je feedback of hulp kunt vragen als je ergens vastloopt. Ik doe ook wel aan sport hoor, en ik luister de hele tijd naar muziek. Maar wiskunde komt altijd op de eerste plaats. Moest ik in Amerika wonen, dan zou ik zeker naar zo’n voorbereidingskamp gaan. Drie weken topwiskunde, lijkt me geweldig.

foto: Kaat Pijpe

foto: Kaat Pype

- hoe ben jij aan het filosoferen geslagen?

Othman: Mijn moeder heeft me altijd gestimuleerd. Niet speciaal om te filosoferen, maar om kritisch na te denken. Ze komt zelf uit een familie waar kennis heilig is, al haar zussen en broers hebben in buitenland gestudeerd. Zij heeft voor België gekozen, en zo heeft ze mijn vader leren kennen. Moeder legde de lat hoog. Als ik op de lagere school met minder dan een negen thuis kwam, dan zwaaide er wat. Stel je voor, ze is op eigen houtje Latijn gaan studeren om mijn schoolprestaties beter te kunnen opvolgen.

is er dan geen ping-moment geweest? Een boek of een andere ervaring die je op het pad van de wijsbegeerte heeft gezet?

Othman: Toch wel. Ik was een jaar of dertien toen ik Hayy Ibn Yaqzan van de 12deeeuwse  Moorse filosoof Ibn Tufayl las. Het gaat over een jongen die moederziel alleen opgroeit op een eiland, volgens sommigen heeft Ibn Yaqzan trouwens model gestaan voor Robinson Crusoe. Maar eigenlijk gaat het over veel meer: hoe wordt een mens een mens? En hoe kunnen we echte kennis van de wereld verwerven? Na dat boek ben ik niet meer gestopt met filosofie lezen.

- word je met filosoferen populair op de speelplaats?

Othman: Niet echt, ik sta op school alleen. Sommigen zijn wel politiek geïnteresseerd. Dat doe ik ook, er zijn raakvlakken via de ethiek en de politieke filosofie. Maar echt filosoferen, in die zin dat je je rede kritisch gebruikt om de wereld in al zijn aspecten te onderzoeken? Ga toch weg met dat geleuter, moet ik vaak horen. Toegegeven, ik provoceer graag door socratische vragen te stellen. Waarom mag een mens een ander mens niet doden? Omdat we allemaal gelijk zijn? Maar waarom zijn we allemaal gelijk? Ik ben dol op Socrates die zichzelf als een soort vroedvrouw zag. Hij reikte zelf geen waarheid of ideeën  aan, maar liet die door het stellen van vragen uit zijn toehoorders geboren worden. Vandaar is het maar een kleine stap naar Kant die stelt dat de rede universeel is. Daar ben ik heilig van overtuigd: iedereen heeft een filosofie, alleen beseffen de meeste mensen dat niet. Zonde eigenlijk: mensen hebben de gave van de rede, maar gebruiken ze niet.

- scoor je bij de leerkrachten met de socratische maieutiek?

Othman: Ik heb een zekere reputatie als jongen die voortdurend lastige vragen stelt. Sommigen kunnen ermee overweg, bij anderen weet ik dat beter mijn mond kan houden.

- zou jij ook voor filosofie een passie kunnen ontwikkelen?

Samira: Niet voor de maatschappelijke toepassingen of emotionele vragen, maar wel voor de logica en de structuur. Ik doe zelf niks liever dan systematiseren en structuren blootleggen. Ik zie dat als een spel, een beetje zoals The Mentalist maar dan in de vorm van een mathematische whodunit, waarbij je alles aan alles moet linken om te achterhalen hoe het werkt. Ik vind trouwens dat er in het onderwijs een nieuw vak moet komen: critical thinking skills assessment. Ze geven je een tekst en je moet dan analyseren hoe de argumentatie is opgebouwd en waar de redeneerfouten zitten. Dat is geen wiskunde maar logica, een vaardigheid die altijd van pas komt, ook buiten de beta-wetenschappen.

Otham: (enthousiast) De obsessie met systematiek, daar kunnen we in de filosofie van meespreken. Kant was een echte systeembouwer, Schopenhauer heeft in Die Welt als Wille und Vorstellung een reusachtig systeem ontwikkeld, opgehangen aan de metafysische wil. Heerlijk om daar in rond te dwalen.

-  jullie kunnen allebei als rolmodel fungeren. Om met Samira te beginnen: voel jij als eerste VWO-laureate ooit een roeping om meisjes warm te maken voor wiskunde?

Samira: Da’s een moeilijke. Eigenlijk wil ik niet dat mijn prestaties aan mijn geslacht worden gelinkt, dat is irrelevant. Toch ben ik me precies door die wedstrijden bewust geworden van de genderfactor. Van 78 finalisten op de VWO waren er 10 meisjes. Een paar weken eerder had ik al deelgenomen aan de Benelux Olympiade, een finale trouwens van een hoger niveau dan de VWO. We waren met twee meisjes op 33 deelnemers. Volgens mij ligt het aan de stereotypes. Als meisjes voortdurend horen dat ze zich met andere zaken dan wiskunde horen in te laten, of dat jongens competitiever zijn dan meisjes, dan gaan ze zich naar die verwachtingspatronen gedragen. Ik geloof niet dat ik daar als rolmodel veel kan aan veranderen, er zijn andere manieren. We moeten de stereotypes bestrijden, en ondertussen zoveel mogelijk meisjes stimuleren om zich voor wedstrijden in te schrijven.

- Othman, je bent het beste nieuws sinds vele jaren uit Vivloorde. Een jonge Marokkaan die de media niet haalt als Syrië-strijder maar als kampioen filosoferen. Kort door de bocht, alhoewel. Je eigen school heeft twee jongeren naar Syrië zien vertrekken. Aanvaard je een missie als rolmodel?

Othman: ‘Wil je geloven dat ik dat van die twee leerlingen pas recent, na de heisa over mijn titel, heb vernomen? Ik ben misschien wat wereldvreemd, maar ik ken geen enkele Vilvoordse Syriëstrijder persoonlijk, laat staan dat ik weet uit welke families ze komen. Dat is nochtans wat alle journalisten veronderstellen, net zoals ze veronderstellen dat iedere jonge moslim tegenwoordig de koran uit het hoofd leert. Niet dus, ook al ben ik gelovig. De waarheid is dat ik vrij weinig met moslims omga. De meesten van mijn vrienden zijn _  sorry voor het cliché _ blanke Vlamingen.

- kan de socratische methode helpen om geradicaliseerde jongeren te ‘deradicaliseren’?

Othman: Zeker. Ik ben ervan overtuigd dat je iedereen van verkeerde denkbeelden kunt verlossen door de onderliggende redeneerfouten te ontmaskeren. Dat lijkt me alleszins een probater middel tegen radicalisering dan het inschakelen van gematigde imams. Neem de beeldspraak niet letterlijk, maar je kunt gif niet met gif bestrijden. Sowieso is het concept van gematigde imams dubieus, vooral als dat door de overheid worden gepropageerd. Kijk maar naar Frankrijk, daar hebben gematigde imams een immens probleem van geloofwaardigheid.

foto: Kaat Pijpe

foto: Kaat Pype

- vaak gehoord in het islamdebat: de moslims hebben hun rendez-vous met de Verlichting gemist. Wat denk je daarvan als moslim die met Verlichtingsfilosofen dweept?

Othman: Historische onzin van onwetende politici. In de 17de en 18de eeuw, de periode van de Verlichting, heeft ook de Islamitische wereld nog grote stappen vooruit gezet in de filosofie, wetenschappen en kunsten. Het kolonialisme van de 19de eeuw heeft dat elan gebroken. Culturele vooruitgang gaat immers samen met economische bloei. Het is geen toeval dat de renaissance in Venetië en Genua een hoge vlucht heeft genomen, beide stadstaten waren door de handel stinkend rijk geworden.

- Saoudi-Arabië is stinkend rijk maar toch een culturele woestijn…

Othman (alert) Dat bewijst dat je behalve materiële rijkdom ook vrijheid van denken en meningsuiting nodig hebt. Geen eigenschappen waarvoor Saoudi-Arabië bekend staat.

- wat wil je met filosofie bereiken? Jezelf ontplooien of de wereld verbeteren?

Othman: Ik zie daar geen tegenspraak in. Op termijn wil ik mijn stem laten horen in het maatschappelijk debat. Een van mijn grote helden is de Sloveense filosoof Slavoj Zizek. Fantastisch gewoon hoe die de denkwereld van talloze mensen beïnvloedt.

- niet alleen filosofie maar ook wiskunde kan de wereld veranderen. Zo heeft de Belgische wiskundige Ingrid Debauchies de grondslag voor de universele JPEG-standaard gelegd. Is dat een wenkend voorbeeld? Of ligt de toekomst eerder in de Londense City waar wiskundigen topsalarissen verdienen met het ontwikkelen van algoritmes voor speed trading?

Samira: Dat lijkt me allemaal spannend, maar ik kan er nog weinig over vertellen. Voorlopig houd ik me ver van toepassingen, voor mij kan wiskunde niet theoretisch genoeg zijn. Aan een carrière denk ik nog niet, maar ik heb wel al besloten dat ik volgend jaar theoretische wiskunde ga studeren. Naar alle waarschijnlijkheid in Cambridge, ik moet alleen nog twee toelatingsexamens afleggen.

Othman (opgewonden) My God, Cambridge! Mijn grote droom, daar wil ik zelf gaan studeren. Niet volgend jaar, ik heb nog een jaar middelbaar voor de boeg. Maar daarna wil ik naar zo’n college in Cambridge. Rechtstreeks, want ik wil geen tijd verliezen op een Belgische universiteit. Klinkt dat blasé? Zo bedoel ik het niet, het is alleen dat ik haast heb. Je leeft maar één keer, dan moet je er ook alles uithalen’.

Samira: Daar ben ik het volledig mee eens.

Rik Torfs en Karen Maex, rectoren van Leuven tot Amsterdam

Knack, 4 mei 2016

‘Wij rectoren moeten het erkennen: een topdown-aanpak werkt niet meer’

 

Door Walter Pauli en Erik Raspoet, foto’s Dieter Telemans

Vkcxd2JrMXJNWEZoZWxVOWd1c3RhYWY=

Karen Maex meent het: we mogen vooral de Nederlandse kranten niet kopiëren. Zonder uitzondering hadden die de voorbij weken het portret van de kersverse rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam opgeleukt met hetzelfde weetje: dat Karen Maex behalve een briljant academica ook een “begenadigd violiste” is. Niet helemaal uit de lucht gegrepen, overigens. Onze Nederlandse collega’s moesten eens weten dat Karen Maex in het gezegende jaar 1985 haar vioolkunsten heeft gedemonstreerd voor niemand minder dan paus Johannes Paulus II, als lid van het Leuvense universitair symfonisch orkest dat het historische pausbezoek luister bijzette. “Ik ben gewoon een amateur”, protesteert ze. “Laat alstublieft dat woord begenadigd achterwege”. Rik Torfs, zelf een aandachtig toeschouwer tijdens die memorabele plechtigheid, monkelt: “Allez Karen, begenadigd, dat vind ik juist een heel mooi woord.”

De sfeer is uitstekend, geen mens zou vermoeden dat Karen Maex en Rik Torfs drie jaar geleden als rivalen tegen elkaar stonden. Inzet destijds: de vierjaarlijkse rectorverkiezingen aan de Katholieke Universiteit van Leuven (KUL). Na de eerste ronde gingen Torfs en Maex met zijn tweeën naar de finale. Het contrast was opvallend. De mediafiguur Torfs, een badinerende intellectueel die de bon mots uit zijn mouw schudt zoals een goochelaar witte duiven. Karen Maex was minder bekend bij het grote publiek, maar in de academische wereld klonk haar naam als een klok. En ze was acht jaar lang vicerector geweest, de tweede vrouw die dat ambt in Leuven bekleedde.

Rik Torfs haalde het uiteindelijk met een miniem verschil van 36 stemmen. Kort daarop werd Karen Maex door de Universiteit van Amsterdam geheadhunt. Haar opdracht: de bèta-faculteiten (exacte wetenschappen) van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de concurrerende Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) doen samensmelten tot één grote Faculty of Sciences Amsterdam. Maar nog vooraleer Maex haar koffers in Amsterdam kon uitpakken, werd de fusie gekelderd door de zogenaamde ‘medezeggenschap’: een front van morrende studenten, proffen en onderzoekers. De bom barstte toen begin 2015 ontevreden studenten meer inspraak en transparantie eisten. Dat mondde uit in een anderhalve maand lange, tumultueuze bezetting van het Maagdenhuis, het rectoraat op het Spui, en vervolgens tot het ontslag van de voorzitter van de Raad van Toezicht van de UvA.

Intussen was Karen Maex tegelijk decaan van maar even drié verschillende bèta-faculteiten van zowel de UvA als de VU. Ondanks de afgeblazen fusie slaagde ze erin een resem succescvolle samenwerkingsverbanden tussen beide Amsterdamse universiteiten te smeden. Dat succes bleef niet onopgemerkt. Twee maanden geleden lekte haar naam voortijdig uit als een van de kandidaten voor een zoveelste wissel aan de UvA-top. Haar benoeming is niet zonder slag of stoot niet verlopen. Vorige week pas was de kogel goed en wel door de kerk: Maex mag zich per 1 juli rector magnificus van de UvA noemen.

Zo zitten we aan de tafel met de twee rectoren van de twee grootste universiteiten van de Lage Landen. De KUL telt, filialen inbegrepen, ruim 56.000 studenten, de UvA zonder filialen, een dikke 31.000. In de internationale rankings ontlopen ze elkaar nauwelijks: de KUL en UvA spelen sinds jaar en dag mee in de Europese top. Twee rectoren, twee verschillende stijlen. Na de benoeming van Maex borstelde de Amsterdamse campuskrant Folia een diepgravend portret. Discretie en resultaatgerichtheid werden als haar grootste kwaliteiten geroemd. “Overleg met Maex is geen praatbarak”, verklaarde een insider. Dat is zo: bij het uittikken van het interview zal blijken dat Rik Torfs driekwart van het volume heeft geleverd.

In Vlaanderen worden rectoren verkozen, in Nederland aangesteld. Komt daar een echte campagne aan te pas?

Maex: Nee, het de traditie dat kandidaten zich kunnen aanmelden. Vervolgens voert men gesprekken. Een twaalfkoppige commissie, met daarin ook studenten en vertegenwoordigers van decanen en het bestuur, legt je op de rooster. Die commissies stelt vervolgens hun kandidaat voor aan de raad van toezicht, en die beslist uiteindelijk. Het is dus de commissie die sleutel in handen heeft.

Ererector André Oosterlinck is eigenlijk van mening dat rectorverkiezingen uit de tijd zijn. Hij heeft zich al laten ontvallen dat ‘in een bedrijf het ook niet de werknemers zijn die een ceo aanstellen. Die beslissing komt de aandeelhouders toe.’

Maex: Maar een universiteit is toch geen bedrijf!

Torfs: Ik ben het volmondig met je eens. Ik ben een grote voorstander van rectorverkiezingen. Een van de belangrijkste argument is dat het moed vergt om kandidaat te zijn. Je moet het aandurven het publieke forum te betreden en daar je visie te verdedigen.

Maex: Aan de Nederlandse universiteiten gebeurt het allemaal veel discreter, maar ook wij moeten ook uit onze schulp komen. Kandidaat-rectoren moeten vooraf heel wat ‘draagvlakgesprekken’ voeren, ondermeer met de studentenraad.

Nochtans was in Amsterdam het gebrek aan inspraak en transparantie één van de belangrijke punten van kritiek op uw kandidatuur, en de procedure erom heen.

Maex: De actiegroepen hebben de frustraties van heel veel mensen blootgelegd, ze hebben terecht gewezen op pijnpunten die overigens ook aan andere universiteiten levens, zelfs hier in Leuven. De UvA  heeft daarop gereageerd met een tienpuntenplan, maar er is nog heel wat werk aan de winkel. Aan de andere kant vraag ik me af of het nodig is om zomaar publiek te maken wie er heeft gesolliciteerd.

Torfs: Ik ben wel een fan van verkiezingen, want ze zijn open en performant, en ze bieden outsiders een faire kans. Met mijn profiel zou ik nooit aangesteld zijn. Ik kwam niet uit een van de vele ‘bestuursstallen’ van deze universiteit. Kerkelijk recht, dat zijn alle jaren samen ongeveer zeventig studenten. Dan ben je kansloos als de voordracht afhangt van een intern comité dat door professoren met bestuurservaring wordt gedomineerd.

Heeft uw ervaring met de verloren rectorverkiezing in Leuven er toe bijgedragen dat u in Amsterdam toch het lef had om u kandidaat te stellen als rector magnificus, ook al bent u er amper twee jaar werkzaam?

Maex: (aarzelt) Ja… dat denk ik wel.

Torfs: Dat kan niet toch anders?

Maex: Ik had de Leuvense verkiezingen weliswaar verloren, maar heb uit dat traject veel geleerd. En (kijkt naar Rik Torfs) zo slecht was het ook niet. (hilariteit).

Torfs: Toen ik mij in 2005 een eerste keer kandidaat stelde, heb ik ook de rectorverkiezingen verloren. Ik dacht toen: ‘Ik ga niet helemaal terug naar af. Integendeel, deze ervaring geeft me de ruimte om andere horizonten te verkennen. Ik ben toen onder andere jurylid van De Slimste Mens geworden, en ik heb een paar jaar voor de CD&V in de senaat gezeteld. Misschien was niet elke keuze even gelukkig, het was ook een beetje de vlucht vooruit die ik heb genomen.

Hebt u geen spijt van dat intermezzo in de Wetstraat? Veel hebt u als politicus niet kunnen realiseren.

Torfs: In een universiteit werk je samen met andere slimme mensen die allemaal een afwijkingen hebben, gelukkig allemaal een verschillende. Dat zorgt voor een fantastische sfeer. In de politiek is dat even anders. Ik heb helaas moeten vaststellen dat in het politiek bestuur en de CD&V-fractievergaderingen heel wat parlementsleden hun mond niet durven opendoen, uit angst voor de partijbonzen . In andere partijen is dat zo mogelijk nog erger, heb ik vernomen. Het deed me terugdenken aan mijn tijd in de eerste graad middelbaar onderwijs: leerlingen die onder elkaar stoer doen, maar braaf hun mond houden als de leraar binnenkomt. Het leven als parlementslid was een vorm van regressie. Nog even, dacht ik, en ik ga weer bedwateren.

U werd in 2003 benoemd tot ‘gewoon hoogleraar’. En al in 2005 werd u vicerector. Lag het universitaire bestuur u beter dan het eigenlijke academisch onderzoek?

Maex: Twintig jaar lang was ik een onderzoeker pur sang. Ik deed het graag, ik publiceerde veel en ik had mijn plaats in het onderzoek naar nanotechnologie. Tot ineens de vraag kwam van de toenmalige rector of ik zijn vicerector wilde zijn. Mijn eerste reflex was ‘neen’, maar ik heb toch goed nagedacht. Ik vroeg mij af: ‘Wil ik op mijn 65ste terugblikken op een loopbaan van veertig jaar, weliswaar goed gevuld maar wel uitsluitend met onderzoek? Of wil ik nog iets anders?’ Ik mocht slechts 48 uur nadenken, maar dat was voldoende.  ‘Ik wil dit geprobeerd hebben’, dacht ik.

Uw werk als vicerector viel niet te combineren met het verderzetten van uw eigen onderzoek?

Maex: Ik heb dat een jaar of drie proberen vol te houden. Ik ben zelfs blijven doceren. Maar dat bleek onmogelijk in het domein van nanotechnologie, waar alles om de zes maand compleet veranderd.

Torfs: Ik kan u kerkelijk recht aanbevelen, daar rekenen we al snel in eeuwen. (lacht) Dat neemt niet weg dat ik altijd hebt geflirt met de grens tussen ‘reflectie’ en ‘actie’. Toen ik nog volop actief was als academisch vorser, was ik in Oost-Europa al aan het helpen meeschrijven aan nieuwe wetten rond godsdienstvrijheid. Ik heb mij nooit willen beperken tot onderzoek alleen.

Ook als rector reikt uw actieradius verder dan de universiteit alleen. U haalt dubbel zo vaak de Vlaamse media dan alle andere rectoren samen.

Maex: Ook als in Nederland tv kijk, bots ik geregeld op Rik. (lacht)

Torfs: Dat heeft niets te maken met zogenaamde ‘profileringsdrang’. Ik heb sinds jaar en dag uitstekende contacten in Nederland. Ik heb er gedoceerd, ik heb lang samengewerkt met de kerkkritische Acht Mei, en tegenwoordig ben ik een vaste gast in praatprogramma’s als .De Nieuwe Wereld (IKON) en De Tafel van Tijs (Evangelische Omroep). Het verschil in debatcultuur blijft frappant. In Nederland gaat het er veel sneller en scherper aan toe. Vlaamse tv-debatten zijn gezapig, wat mij betreft soms te gezapig.

Vkcxd2JrMXJNVFpSV0dNOWd1c3RhYWY=

Kan een academicus nog nuanceren als het zo snel gaat?

Torfs: Ja, je moet snel nuanceren. (fier lachje) Ik houd er wel van. Die Nederlandse aanpak daagt mij meer uit dan de Vlaamse.

Maex: Toen ik verhuisde, werd ik van alle kanten gewaarschuwd voor de beruchte Hollandse directheid, en zeker voor de zogezegd brutale Amsterdamse variant. Ik heb er echter geen last van. Je weet namelijk meteen waar het op staat, zonder dat je je bij ieder woord moet afvragen wat men bedoelt. Achter die directheid schuilt trouwens ook een grote betrokkenheid. Het studentenprotest is hard en passioneel, maar steeds vanuit een ideaal om de wereld te verbeteren.

Torfs: Dat zie ik ook in Leuven. Vandaag is er in Leuven ontzettend veel overleg met de studenten: het zijn dan ook heel goede medebestuurders. Op dat vlak is er veel ten goede veranderd. In het academiejaar 1979-1980 was ik zelf studentenvertegenwoordiger in de Academische Raad in Leuven. Op een bepaald ogenblik krijg ik de opdracht om de hervormingsplannen voor de opleiding psychologie af te breken. Ik heb mijn missie volbracht, rector De Somer is uiteindelijk tussengekomen om het dossier terug te trekken. Ik beschouwde die rol als vanzelfsprekend. In onze tijd was de studentenparticipatie per definitie vrij negatief en louter oppositioneel, en het universitaire bestuur was de vijand.

Gaat u als rector van de Universiteit van Amsterdam ook voortdurend in de Nederlandse media opduiken, of zal u vooral intern communiceren?

Maex: Ik krijg vooral aanvragen uit Vlaanderen, daar willen ze weten wat ik van plan ben. In Nederland kreeg ik nog niet één interviewaanvraag. De mediacultuur is anders: de pers, inbegrepen de studentenpers, mobiliseert pas  als je iets doet. En dan vraagt men om rekenschap.

U lijkt toch vooral de interne werking van uw universiteit binnenste buiten te gaan keren.

Maex: Dat zal onvermijdelijk zijn, want de volgende jaren gaat geen enkele instelling en ook geen enkel bedrijf nog kunnen blijven werken zoals vroeger. Nogmaals, ik heb mijn sporen verdiend in nanotechnologie, dus in het onderzoek naar innovaties die voor een wereldwijde revolutie zorgden in de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Iedereen heeft minstens één mobiele telefoon en communiceert met wie en waar hij wil.De duizelingwekkend toegenomen rekenkracht van chips heeft niet alleen onze communicatiemethodes maar ook de bestaande machtsstructuren op hun kop gezet. Ook de universiteiten maken het einde mee van het oude’ politieke systeem’, zoals Jürgen Habermas dat nog definieerde: een systeem waarin de communicatie top-down verloopt zonder echte, vrije dialoog. Die tijd is definitief voorbij. De horizontale netwerken zijn sterker dan ooit, het interactieve element is alomtegenwoordig, Een top-doxn aanpak werkt niet meer, dat moeten alle universiteiten en rectoren beseffen.

Wat betekent dat voor de rector als  ultieme ‘communicator’  van de universiteit?

Maex: Het bestuur kan niet meer eenzijdig de richting van het beleid opleggen. Dat is helaas wat in Amsterdam is gebeurd met de plannen om drie bèta-faculteiten tot één grote faculty of sciences te fuseren. Vandaag halen zelfs goede voorstellen het niet meer als ze niet van onderuit gesteund worden. En dus is het fusieplan weggestemd door de ‘medezeggenschap’. Tegelijk er waren nog altijd een heleboel wetenschappers die voor hun eigen specifieke discipline verregaande samenwerking wél zagen zitten. En dus moet je ook aan hun verzuchtingen tegemoet komen. Dat heb ik geprobeerd als decaan van de drie bèta-factulteiten’.

Torfs: Wij zijn er om te faciliteren en te ondersteunen. En we moeten er vooral voor zorgen dat onze mensen in zo’n grote organisatie niet ten onder gaan aan vervreemding. Ze moeten weten wat de universiteit van hen verwacht en zich betrokken blijven voelen.

Intussen telt u natuurlijk ook hun publicaties in zogenaamde A-tijdschriften, dé maatstaf waarmee universiteiten internationaal worden vergeleken. Dat is een heikel punt: de voorbije jaren was de ongezonde publicatiedruk in elke Vlaamse rectorverkiezing hét thema. Hoe willen jullie die druk verminderen?

Torfs: We moeten ook kijken naar andere eigenschappen van onze academici. We hebben massa’s kandidaten, ook internationaal. Er zijn Australiërs en Noord-Europeanen bij, maar ook steeds meer wetenschappelijke vluchtelingen uit Zuid-Europa die de slechte werkvoorvaarden aan universiteiten in Spanje, Italië, Griekenland en Portugal beu zijn. Aan die steeds heterogenere groep gaan we ook een bioschets vragen: we laten ze antwoorden op enkele filosofische kernvragen. Waar komen we vandaan? Wie zijn we? Waar gaan we heen?

Maex: Dat herken ik, in Amsterdam werken we ook al enige tijd met ‘zelfbeeldgesprekken’.  Publicatiedruk is ook bij ons een teer punt. De persoonlijke ruimte van een docent of een onderzoeker om zich echt te verdiepen of creatief te zijn is helaas veel kleiner geworden. Dat verklaart een deel van de academische onrust, zeker in Amsterdam. Maar laten we niet flauw doen: we leven in een zeer competitieve wereld. Er zijn meer onderzoekers dan ooit. Als je onderzoekfondsen moet verdelen, of uit een groep van honderd vijf onderzoekers  moet pikken, dan moet je die keuzes kunnen objectiveren, of er komt hommeles van. En ja, dan ga je publicaties tellen.

Kunnen nieuwe onderwijstechnieken een antwoord zijn op de onvrede van de studenten?

Torfs: Er wordt daarop volop ingezet, maar ik verwacht er geen mirakels van. Bob Stouthuysen (ex-ceo van Janssens Pharmaceutica en ex-voorzitter van de ‘Strategische Werkgroep’ van de KU Leuvense) pleit al lang voor een volledige virtuele universiteit. Ik geloof daar niet in, op de duur zit je bij moeder in de keuken op je laptop te tokkelen en noem je dat universiteit. Dan verdwijnt het essentiële aspect Bildung toch volledig? Van wie heb je het meest geleerd aan de universiteit? Toch van je medestudenten, en het contact met een aantal briljante proffen.

Maex: Dat geldt ook in de exacte wetenschappen. Van wie heb ik tijdens mijn kandidaturen het meest opgestoken? Toch wel van die professoren die ons tijdens hun hoorcolleges ons hun wiskundig inzicht konden overbrengen.

Torfs: Ik begrijp de hetze tegen het hoorcollege als voorbijgestreefde onderwijsmethode niet. Ja, ik ben tegen slechte hoorcolleges. Een hoorcollege moet enthousiasmeren. Het mag wat minder precies zijn, de technische details vind je wel in de handboeken. Roger Dillemans was zo’n briljant docent. Hij kon vijftig minuten slaapwandelen, maar toch bleef je zitten, omdat hij de laatste tien minuten schitterend kon uitpakken. Universiteit moeten natuurlijk verstandig omspringen met hun mensen, en weten aan wie ze welke onderwijstaak geven. Niet om het even wie kan op hoog niveau college geven. Maar neem nu Etienne Vermeersch: het is toch een genot om zo’n man op hoog niveau onwaarheden te horen vertellen? (grijnst)

Leeft bij de universiteitsbesturen nog de bekommernis om het Nederlands ook als academische taal te beschermen?

Maex: Bij het bekijken van de onderwijsportfolio’s is het toch altijd een prangende kwestie: doceren we dit vak in het Nederlands of in het Engels? In Nederland zijn de meeste bachelors in het Nederlands en de masters in het Engels. Ik vind dat je voorzichtig moet zijn met steeds meer aanbieden in het Engels.  Zelfs een vakgebied als natuurkunde mag je niet aan je eigen taal onttrekken.

Torfs: Nederland springt daar minder verkrampt mee om dan Vlaanderen. Wij hebben zelfs voor de masters allerlei decretale verplichtingen die het gebruik van het Nederlands verplichten. Terwijl wij vinden dat je moet kunnen differentiëren naargelang de discipline. Een opleiding rechten in het Engels is absurd, want het Angelsaksische rechtssysteem is totaal verschillend van het continentaal-Europese. Maar zelfs in heel talige discipline als filosofie is het een probleem: daar telt soms elk woord. Dat verbale aspect is lang niet zo dominant in scheikunde of natuurkunde, en dus zou je daar gerust een aantal vakken volledig in het Engels mogen geven. Het is een kwestie van common sense. De universiteiten moeten de overtuiging hebben om het Nederlands te willen verdedigen, en tegelijk moeten ze de nodige pragmatiek aan de dag mogen leggen om zichzelf niet in taalfundamentalisme vast te rijden.

In Vlaanderen is de laatst jaren nauwelijks nog politieke aandacht voor de universiteiten. Er was een stormpje over de inschrijvingsgelden en er wordt wat gepraat over de invoering van de oriëntatieproef, maar verder is er vooral politieke windstilte. Betreuren jullie dat?

Torfs: Niet echt, al zijn topics zoals het inschrijvingsgeld erg belangrijk Als we dat zoals in Nederland fluks zouden optrekken boven de 1.000 euro-grens, dan belanden we in het model van studieleningen en spreken we eigenlijk over een heel andere type universiteiten. Dan is een debat over het democratisch gehalte van het universitair onderwijs wel gepast. Maar in het algemeen.is het goed dat de huidige generatie politici de universiteiten niet in een keurslijf dwingt. Hilde Crevits (CD&V) is een zeer goed minister, ze laat ons de ruimte om zelf onze visie te ontwikkelen. De rol van de Vlaamse overheid moet beperkt blijven tot kwaliteitscontrole: realiseren we onze ambities? Die terughoudendheid is niet vanzelfsprekend, want voor een politicus is de verleiding altijd groot om de universiteiten allerlei doelstellingen op te leggen. Dan krijg je snel een brokkenvisie, het resultaat van een politiek compromis.

U hebt dus liever het laisser faire van Hilde Crevits dan de meer interventionistische aanpak van Frank Vandenbroucke (SP.A)?

Torfs: Nu moet ik zeker diplomatisch antwoorden? Ik zou erop kunnen wijzen dat iedereen zijn verdienste heeft, ook Frank Vandenbroucke? Maar inderdaad, ik vind dat een minister moet oppassen met de nu al heel sterke overregulering. De minister moet vertrouwen geven aan de universiteiten, wij moeten tonen dat we dat vertrouwen waard. Maar dat zijn we toch? Het is mijn bescheiden mening dat er na de aanslagen van 23 maart veel te weinig gewezen is op de fantastische manier waarop onze ziekenhuizen de slachtoffers hebben opgevangen, niet in de laatste plaats dat van Leuven. Dat staat heel ver van de failed state waarover men het voortdurend heeft

Maex: De meeste studies over onderwijskunde tonen duidelijk aan universiteiten nood hebben aan veel autonomie nodig om goed te functioneren. Dat is logisch, want de echte kennis zit bij de wetenschappers.

En wat doen die wetenschappers met hun kennis? Welke rol speelt de KU Leuven nog in de grote debatten van deze tijd?

Torfs: De universiteiten moeten hun ambitie waarmaken om een plek te zijn waarin de samenleving vertrouwen heeft. Volgens enquêtes lukt ons dat nog vrij aardig: de bevolking heeft meer vertrouwen in wetenschappers dan in priesters, politici, militairen en zelfs in journalisten. We kunnen onze maatschappelijke rol op honderden manieren spelen, ook door het stoutmoedig participeren  aan het maatschappelijke debat.

Zoals de Leuvense viroloog Marc Van Ranst sinds enige tijd doet? Hij komt met scherpe standpunten tussen in het politieke debat. Die zij kritisch voor de regering en hard voor de N-VA.

Torfs:  Aan onze universiteit is er ruimte voor alle opinies en overtuigingen. De een mag zich  communist noemen, een andere eerder rechts. Zolang het maar met klasse en stijl gebeurt. Dit gezegd zijnde: wat Van Ranst doet, is toch fantastisch? Ik ben het soms eens met zijn ideeën, soms ook niet, maar ik heb geweldige bewondering voor het lef waarmee hij zich in die discussie stort. Buiten zijn vakgebied, maar wat dan nog? Hij draagt argumenten waarmee hij zijn tegenstanders dwingt om zich te verantwoorden.

De academische werkelijkheid kan ook kneuterig zijn  zoals blijkt uit het vileine ‘Onder Professoren’ van W.F. Hermans.

Torfs: (enthousiast) De belevenissen van professor Rufus Dingelam, zeker?

Maar herkent u dat, een universitair milieu waarin professoren elkaar met de glimlach afmaken?

Torfs: Als ik toch moet afgemaakt worden, dan liefst met een glimlach.

Maex: En bij voorkeur door een intelligente collega. Dan kan je tenminste in stijl het pand verlaten.

Torfs: In mijn geval: kandidaten genoeg (hilariteit).