Maandelijks archief: juni 2016

Greenpeace-kapitein Peter Willcox: “de wereld gaat om zeep, maar gelukkig kunnen we er iets aan doen”

Humo, 21 juni 2016

“Met onze nieuwste techniek hang je vast als een soort Jezus aan het kruis. Voordeel: ze kunnen je niet losmaken met slijpschijven, tenzij ze je arm er mee afzagen” 

Vergeet kapitein Winokio, Peter Willcox is de ware zeebonk. Al veertig jaar schuimt hij de wereldzeeën af, meestal aan het roer van befaamde Greenpeace-schepen zoals de Rainbow Warrior of de Arctic Sunrise. Een moordaanslag door de Franse DGSE? De persoonlijke wrok van de Russische president Poetin? Willcox heeft het allemaal overleefd. Speciaal voor Humo trotseerde hij ook de files in de Kennedytunnel om zijn pas vertaalde memoires toe te lichten.

 

foto: Greenpeace

foto: Greenpeace

 

Antwerpen, Linkeroever. Vlakbij stroomt de Schelde, maar dat besef draagt weinig bij tot de nautische sfeer. We moeten onze verbeelding gebruiken om Peter Willcox uit het steriele interviewlokaal weg te denken en in zijn element te situeren. De zeven wereldzeeën, dat is de biotoop die de 63-jarige Amerikaan slechts node en met opgave van gegronde redenen verlaat. Het promoten van zijn pas vertaalde en van een ietwat pompeuze titel voorziene boek is zo’n reden. ‘Greenpeace Captain. Mijn avonturen om de toekomst van onze aarde te redden’, had al een paar jaar eerder kunnen verschijnen. ‘Het manuscript lag al in 2012 klaar’, zegt Willcox. ‘Een terugblik op meer dan 30 jaar activisme, een periode waarin ik toch al het een en het ander had meegemaakt. Vreemd genoeg zag de uitgever er geen brood in. Maar toen belandde ik in september 2013 met de voltallige bemanning van de Arctic Sunrise in een Russische gevangenis, na een actie tegen olieboringen in de Barentszee. Dat heeft veel stof doen opwaaien, de campagne voor de vrijlating van de Arctic 30 was wereldnieuws. Na mijn vrijlating kon het boek voor de uitgever niet snel genoeg verschijnen. Ik heb nog vlug drie extra hoofdstukken geschreven, en nu hebben we een mondiale bestseller op onze naam’. (lacht)

HUMO: een van die vroegere avonturen was de aanslag door agenten van de Franse inlichtingendienst DGSE op de Rainbow Warrior in 1985 in Auckand – Nieuw-Zeeland. Vorig jaar heeft Jean-Luc Kister, een van de betrokken agenten, zijn excuses aangeboden voor die operatie waarbij de Nederlands-Portugese fotograaf Fernando Pereira om het leven kwam. Aanvaardt u ze? 

Willcox: Ik geloof wel dat hij het meent, maar vraag me niet om die excuses namens Greenpeace te aanvaarden. Kister had zich gericht tot Marelle, dochter van  Fernando Pereira. Die heeft het met haar familie besproken en besloten de excuses af te wijzen. Too little, too late, vergeet niet dat de Franse overheid nooit ofte nimmer sorry heeft gezegd, terwijl iedereen weet dat het bevel van het allerhoogste niveau kwam, meer bepaald van president Mitterand. Erger nog, ze hebben de saboteurs gedecoreerd. Ik kan me alleen maar aansluiten bij Marelles afwijzing. Ik heb dan wel als kapitein mijn schip verloren, maar dat stelt niks voor naast een dochter die haar vader door een laffe moord verloor.

HUMO: de Rainbow Warrior werd in het holst van de nacht met twee opeenvolgende explosies tot zinken gebracht. Had de tol nog zwaarder kunnen uitvallen?

 Willcox: Zeer zeker. De chaos was compleet, het leek wel een scene uit The Posseidon Adventure. Ik was mijn bril kwijt, ik ben poedelnaakt op de tast aan wal gekropen, nadat ik het bevel had gegeven om het schip te verlaten. Vanop de kade konden we alleen maar met lede ogen toekijken hoe de RW wegzonk. Pas na een poosje realiseerden we ons dat Fernando ontbrak. Hij was na de eerste explosie naar zijn kamer gelopen om zijn camera te halen, en daar door de tweede ontploffing verrast. De DGSE heeft natuurlijk nooit open kaart gespeeld, maar er bestaan sterke vermoedens dat ze oorspronkelijk van plan waren ons op volle zee te kelderen. In dat geval waren we er allemaal geweest.

HUMO: de DGSE heeft een modderfiguur geslagen. De twee duikers, opererend  onder het mom van een Zwitsers echtpaar op snorkelvakantie, vielen de dag na de aanslag al door de mand. Verbaasd door zoveel amateurisme?

Willcox: Wel als je bedenkt welke middelen de Fransen hebben ingezet. Er kwam zelfs een kernonderzeeër aan te pas, om de bemanning op te pikken die de explosieven met een zeiljacht vanuit Nieuw-Caledonië had binnengesmokkeld. De twee commando’s zijn echter onwaarschijnlijk slordig geweest. Om te beginnen lieten ze de rubberboot zomaar achter nadat ze zogezegd ’s nachts waren gaan koraalduiken. Verdacht genoeg voor een toevallige getuige om de nummerplaat van hun huurwagen te noteren. Toen ze die ’s anderendaags op de luchthaven wilden inleveren, werden ze door de politie gearresteerd. Ze ontkenden alles, en de Kiwi’s deden alsof ze twijfelden. Het koppel werd naar een hotel gebracht, ze moesten er blijven tot de politie klaar was met enkele ultieme checks. En wat is het eerste dat ze in hun hotelkamer doen? De DGSE bellen om te melden dat ze wat problemen hebben en hun vlucht hebben gemist. Blijkbaar hadden ze er in hun arrogantie niet aan gedacht dat men ook in Nieuw-Zeeland telefoons kan aftappen.

HUMO: waarom waren de Fransen zo op Greenpeace gebeten?

Willcox: De Rainbow Warrior was op weg naar Mururoa, het atol waar ze hun bovengrondse atoomproeven deden. We wisten wel hoe gevoelig dat lag. In 1972 had Greenpeace er al een robbertje met de Franse marine uitgevochten, David McTaggart is toen met zijn zeilschip Vega IV de verboden testzone binnengevaren. Dat we ineens met een veel groter schip kwamen aanzetten, heeft bij de Fransen de stoppen doen doorslaan. Hun aanslag heeft echter een averechts effect gehad, het protest tegen de atoomproeven is blijven doorgaan, tot de Fransen er in 1996 definitief mee gestopt zijn. Niet alleen onder druk van Greenpeace, de bevolking van Frans-Polynesië is in opstand gekomen toen na een lange onderbreking een nieuwe reeks tests werd aangekondigd. Het ging er bijzonder heet aan toe, ze hebben de luchthaven van Papeete in Tahiti kort en klein geslagen. De volkswoede was terecht, dat had ik al eerder op die fatale reis met de Rainbow Warrior kunnen vaststellen. Op weg naar Auckland hadden we immers een lange stop in Rongelap gemaakt, een atol van de Marshalleilanden op 150 kilometer van Bikini.

HUMO: Bikini, waar de Amerikanen hun atoomproeven deden..

Willcox: Precies, in 1954 hebben ze boven Bikini een waterstofbom van 15 megaton laten ontploffen, 1.000 keer krachtiger dan de Hiroshima-bom. Dertig jaar later spraken getuigen in Rongelap er nog altijd over. Het was alsof er die ochtend een tweede zon was opgekomen. Ondanks de afstand voelden ze een hete wind over hun eiland waaien, en even later viel er een soort witte sneeuw uit de lucht. Nucleaire fall-out, maar dat beseften de kinderen niet die in de sneeuw gingen spelen. De gevolgen waren verschrikkelijk, letterlijk alle eilandbewoners hebben in de loop der jaren schildklierkanker of leukemie ontwikkeld. Zelfs na al die jaren bleef het aantal miskramen erg hoog, en we konden zelf vaststellen dat er heel wat kinderen met zware misvormingen waren geboren. Ooit gehoord van jellyfish baby’s, borelingen die zonder gelaatstrekken of botten ter wereld komen en doorgaans meteen sterven als de navelstreng wordt doorgeknipt? Dat kwam veel voor in Rongelap.

HUMO: wat was jullie missie precies?

Willcox: De eilandbewoners wilden verhuizen naar Mejato, een onbewoond eiland honderd mijl verderop. De Amerikaanse autoriteiten wilden hen niet helpen. Het is veilig, zeiden ze na een onderzoek in 1978, zorg alleen dat jullie geen vis van de noordkant van de lagune eten en pluk daar ook geen fruit. Dat boezemde geen vertrouwen in, alsof die vissen niet rond het eiland konden zwemmen. Omdat niemand hen wilde helpen, heeft Greenpeace het hele dorp met 350 mensen verhuisd. Tot de laatste golfplaat, het heeft ons vier overtochten gekost. Ik heb veel spectaculairdere acties meegemaakt, maar toch springt Rongelap er uit. Voor de bewoners was het erg emotioneel, en voor mij als Amerikaan was het een pijnlijk besef dat mijn land hen dit had aangedaan. Want de generaals wisten in 1954 perfect dat de test het eiland aan nucleaire neerslag zou blootstellen. Geen bezwaar, ze hebben integendeel de bewoners nog jarenlang als proefkonijnen gebruikt om de medische gevolgen te bestuderen.

HUMO:  heeft de Amerikaanse overheid ooit compensatie betaald?

Willcox: Nee, de arme drommels van de Marshalleilanden hebben zich laten rollen toen ze in 1986 hun onafhankelijkheid kregen. Amerika stelde toen als voorwaarde dat ze geen schadeclaim voor de nucleaire testen mochten indienen. Anders, zo werd er gedreigd, zou Amerika alle ontwikkelingshulp stopzetten. De Marshalleilanden zijn voor 100 procent van die hulp afhankelijk, dus veel keuze was er niet.

HUMO: nucleaire bewapening is een gevaar voor het milieu, maar nucleaire ontwapening blijkbaar ook. In 1993 voerde u met het schip Greenpeace een actie in de Japanse zee waar de Russische marine complete reactoren van overtallige kernonderzeeërs dumpten en besmet koelwater loosden. Niet zonder risico voor de actievoerders in hun speedboten, want de geigertellers sloegen in het rood…

Willcox: Gelukkig droegen onze mensen maskers en beschermende pakken. De matrozen van het Russische tankschip hadden niet eens handschoenen aan, ze waren zich duidelijk van geen gevaar bewust. Die actie was een succes over de ganse lijn. We konden de Russen letterlijk op heterdaad betrappen en belastend beeldmateriaal verzamelen dat we meteen naar onze kantoren in Londen en Tokyo doorstuurden. Heel Japan in rep en roer. De relaties met de Russen waren altijd al gespannen, maar de beer was pas los toen bleek dat er op nauwelijks 150 mijl buiten de Japanse kust, vlakbij enkele van de belangrijkste visserijgronden, op grote schaal nucleair afval werd gedumpt. Japanse en internationale nieuwszenders stuurden privévliegtuigen met cameraploegen naar de dumpingzone, de beelden gingen de wereld rond. De timing kon niet beter. De Russische economie lag op apegapen, president Jeltsin had een bezoek aan Japan gepland om geld en investeringen te bedelen. Hij heeft de dumpingen meteen stopgezet, en de Russische ambassadeur in Japan excuses laten aanbieden. Na die actie is ons ledenaantal in Japan verdubbeld: van 160 naar 320.

HUMO: wat? Zo weinig!

Willcox: Greenpeace en Japan, dat is altijd een moeilijk huwelijk geweest. Onze campagnes tegen de Japanse walvisvloot vielen ginder erg slecht. We zijn er voorlopig mee gestopt, het werkte contraproductief. Walvisvaart zit ginder echt wel diep verankerd in de tradities, en Japanners pikken het gewoon niet dat een bende buitenlandse hippies daar tegen ageert. Ons doel blijft een compleet verbod, maar we moeten andere manieren vinden om dat te bereiken. Overigens, sinds Fukushima hebben we ginder weer veel krediet opgebouwd. Ik kom er net vandaan, een beter argument tegen kernenergie bestaat niet.

HUMO: de actie tegen de Russische kerndumping was vintage Greenpeace:  directe actie gekoppeld aan maximale media-impact. Werkt dat recept nog altijd?

Willcox: Ja, alleen is alles intussen veel professioneler geworden. Vroeger voeren we uit met een beperkte ploeg. Je had de vaste bemanning en de actievoerders die voor de operatie waren getraind. Daarnaast waren er nog een of maximaal twee campaigners aan boord, gespecialiseerde stafleden die een handvol journalisten meebrachten. Het aantal crewleden en actievoerders is gelijk gebleven, maar er zijn nu vijf keer meer campaigners en journalisten aan boord. Een goede zaak, we leveren nu een veel beter product af.

HUMO: het zijn de actievoerders die het halsbrekende werk opknappen. Wie zijn ze eigenlijk?

Willcox: Meestal vrijwilligers die zich tijdelijk engageren. We organiseren geregeld opleidingskampen waar ze de knepen van het vak leren, zoals banners maken, doelwitten beklimmen, met de katapult ankerlussen lanceren of zichzelf vastketenen. Daarbij hameren we altijd op twee basisprincipes: we gebruiken geen geweld en brengen geen vernielingen aan.

HUMO: zich vastketenen voor de goede zaak. Klinkt romantisch, maar de praktijk is behoorlijk ruig. Wat moet de Humo-lezer weten vooraleer hij zich voor een bootcamp inschrijft?

Willcox: Dat ze bestookt kunnen worden met ijskoud zeewater onder hoge druk. Met brandslangen, dat komt hard aan. Dat ze het soms een hele nacht in de vrieskou moeten uitzingen. En dat het lastig kan zijn als je op zo’n moment een natuurlijke behoefte voelt. (lacht). Ach ja, het is ook een kat- en muisspel. Met onze nieuwste techniek hang je vast als een soort Jezus aan het kruis. Voordeel: ze kunnen je niet losmaken met slijpschijven, tenzij ze je arm er mee afzagen.

HUMO: en dat alles gratis voor niks. Wordt u als kapitein wel betaald?

Willcox: Uiteraard, ik moet tenslotte voor twee studerende dochters instaan. In de pioniersjaren werkte iedereen vrijwillig, maar dat viel niet vol te houden voor een organisatie die intussen in meer dan 40 landen actief is. Ik was een van de eersten die een salaris kreeg: 300 dollar per maand. Tegenwoordig worden we beter betaald, maar voor het geld moet je het echt niet doen. Ik ben een van de weinige Amerikanen die niet eens een auto bezit.

foto: Greenpeace

foto: Greenpeace

HUMO: het laatste kwartaal van 2013 bracht u als kapitein van de Arctic Sunrise met uw dertigkoppige bemanning in een Russische gevangenis door. Zware beproeving?

Willcox: De onzekerheid woog zwaar. Het heeft een maand geduurd vooraleer ik mijn advocaat kon spreken, en nog langer om mijn vrouw aan de lijn te krijgen. Russische gevangenissen hebben een barslechte reputatie. Maar om eerlijk te zijn: we werden in Moermansk correct behandeld, en voor zover ik weet was dat ook het geval voor de Russische gedetineerden met wie we een cel deelden. Ik wil hier geen lans breken voor de Russische justitie, maar als Amerikaan ben ik slecht geplaatst om kritiek te geven. Amerika heeft verhoudingsgewijs dubbel zoveel mensen achter de tralies dan Rusland, haast uitsluitend armen die zich geen goede advocaat kunnen veroorloven. Justitie is in Amerika klassenjustitie.

HUMO: het was niet jullie eerste actie tegen een Russische boorplatformen in Arctische wateren. Waarom liep het in 2013 slecht af?

Willcox: De actie was gericht tegen het boorplatform Prirazlomnaya, diep in de Noordpoolcirkel. Een legitiem doelwit, want het is totaal onverantwoord om naar olie te boren op een plek waar permanent reusachtige ijsschotsen dobberen. Sinds de ramp met Deep Water Horizon weten we hoe moeilijk het is om in volle zee een lekkende oliebron te dempen. In de Barentszee zou het helemaal onbegonnen werk zijn. Alle vorige acties waren volgens een vast patroon verlopen: na de gebruikelijke schermutselingen werden we naar de haven van Moermansk afgesleept waar een of andere hoge officier ons voor rotte vis kwam uitschelden. Ze lieten ons een boete betalen, waarna we onze papieren en spullen terugkregen met het bevel de haven en de Russische wateren zo snel mogelijk te verlaten. Dit keer echter werden we op extreem geweld onthaald. Onze rubberboten werden lek gestoken, onze twee klimmers werden brutaal overmeesterd en gevangen genomen, vanop een patrouilleschip vuurden ze met het boegkanon waarschuwingssalvo’s op de Sunrise af. Niet om ons echt te raken, maar een ongeluk is in die omstandigheden gauw gebeurd. We wilden onze gegijzelde klimmers niet achterlaten, en dus bleven op veilige afstand, in internationale wateren, liggen. En daar is het gebeurd: ineens kwam er een stel zwaarbewapende commando’s vanuit een helikopter abseilen. We hebben ons niet verzet, dat zou tegen onze principes zijn geweest, en het zou ook niks hebben uitgehaald. De Russen namen het commando van mijn schip over, en vier dagen later lagen we in Moermansk. Daar hebben we twee maand in de gevangenis gezeten, daarna werden we naar Sint-Petersburg overgebracht. Onze zaak was intussen tot een internationaal schandaal uitgegroeid. Zelf beseften we dat niet, maar de Russen duidelijk wel. Mijn cel in Sint-Petersburg was pas geverfd en van thermisch glas voorzien, duidelijk een VIP-behandeling.

HUMO: de openbare aanklager haalde alles uit kast. Eerst werd er met vijftien jaar gedreigd voor piraterij, daarna werd de klacht teruggebracht tot hooliganisme, nog altijd goed voor lange gevangenisstraffen. Toch werden jullie eerst op borgtocht vrijgelaten om enkele weken later amnestie te krijgen. Hoezo?

Willcox: Achteraf bekeken: de Russen wilden ons vooral een lesje leren. Wellicht kwam de beslissing van hogerhand, want in Moermansk wisten de autoriteiten zelf niet goed waarom er ineens zo zwaar aan onze actie werd getild. Het boorplatform was natuurlijk eigendom van Gazprom. Daar aan raken, is raken aan de macht. Maar het was nooit de bedoeling ons jarenlang op te sluiten. Poetin kondigt ieder jaar rond Kerstmis een amnestiemaatregel aan, en dat was van meet af aan de timing. Ook de nakende Winterspelen van Sotchi hebben onze vrijlating bespoedigd. Als gastheer kon Poetin een diplomatiek schandaal missen als kiespijn.

HUMO: u schuimt al 40 jaar oceanen, zeeën en rivieren af. Optimistisch over de toekomst van onze planeet?

Willcox:. Mijn dochters zijn jonge twintigers, hun verdere leven zal in het teken staan van de klimaatverandering die zich voor onze ogen voltrekt. Als kinderen van een rijk en ontwikkeld land zullen ze het wel redden, maar voor vele tientallen miljoenen mensen ziet het er beroerd uit. Toch wil ik niet pessimistisch klinken. De wereld gaat om zeep, maar we kunnen er iets aan doen. Dat vind ik het mooie aan het verhaal van Greenpeace. Als individu, een van de zes miljard op deze aardbol, voel je je machteloos. Maar Greenpeace bewijst dat een klein groepje mensen die hun krachten bundelen, heel veel in beweging kunnen brengen. Dat is de kracht van burgeractivisme.

HUMO: u heeft met de Arctic Sunrise een wetenschappelijke missie met glaciologen en andere klimaatexperts naar Groenland ondernomen. Maar valt Greenpeace wel te rijmen met wetenschappelijke ernst? Jullie zijn er altijd als de kippen bij om dissidente wetenschappers die twijfels uiten over de menselijke rol in de klimaatverandering af te branden. Hired scientists in dienst van belangroepen zoals Big Oil, luidt het steevast. Dan zijn die glaciologen aan boord van de Arctic Sunrise toch even goed hired scientists?  

Willcox: Nee, want er is een essentieel verschil. Wij houden hun pen niet vast, we bemoeien ons niet met wat ze in hun rapporten schrijven. Wetenschappers reizen graag met ons mee. Ze krijgen faciliteiten waar ze anders alleen kunnen van dromen, want universiteiten hebben maar beperkte middelen voor research. Maar ze staan ook te springen omdat ze weten dat ze hun onderzoek in alle vrijheid kunnen verrichten. Dat is het verschil met de wetenschappers die zich door belangengroepen laten financieren. Het is de opdrachtgever die bepaalt wat er wordt gepubliceerd. Als de conclusies van een rapport hen niet bevallen, dan wordt het verticaal geklasseerd.

HUMO: de Canadese milieuwetenschapper en Greenpeace-pionier Peter Moore heeft zich tot een van jullie ferventste critici ontpopt. Hij spreekt zich uit voor kernenergie en noemt CO2 een zegen voor het klimaat. Kent u hem?

Willcox: Oh ja, we hebben vaak samengewerkt, hij heeft wel vijftien jaar lang een prominente rol bij Greenpeace gespeeld. Ik heb medelijden met die man. Okay, hij laat nu als consultant zijn zakken vullen door dezelfde lobby’s die hij vroeger bestreed. Goed voor de portefeuille, maar ik vraag me af hoe je na zo’n bocht je kinderen nog in de ogen kunt kijken. Peter Moore is een van die klimaatsceptici die roepen dat het allemaal zo’n vaart niet loopt, er zijn er zo nog wel een stuk of vijf. Ik hoop dat ze goed betaald worden, want het is een ondankbare opdracht. Tegenover die vijf staan een paar duizend integere wetenschappers die hen tegenspreken, met echte argumenten.

 

 

Onder pianisten: Jef Neve interviewt KEW-winnaar Lukas Vondracek

Knack, 8 juni 2016

Wat gebeurt er als de ene meesterpianist de andere interviewt? Knack deed de test en liet Jef Neve met een vragenlijst los op Lukas Vondracek, winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd 2016. Het resultaat is, behalve een klassiek vraaggesprek, een gezamelijke queeste naar het wezen van de muziek. Met als bonus een onthullende blik achter de schermen van de befaamde Muziekkapel Koningin Elisabeth. ‘Een week lang studeren op dat verdomde plichtwerk? Zonder alcohol lukt dat nooit’.

foto’s: Dieter Telemans

 

VondracekNeveDT4

De veelzijdigheid van Jef Neve (39) blijft verbazen. Hij liet zich al kennen als jazzpianist, bandleider, componist, radiopresentator en televisiecommentator. Vanavond neemt hij weer een nieuwe gedaante aan, die van meesterinterviewer. Een gesprek met Lukas Vondracek, winnaar van de Koning Elisabethwedstrijd voor piano? Knack hoefde niet lang aan te dringen. Neve was toevallig studiogast bij Canvas toen de Tsjech op donderdag 26 mei als zesde van de twaalf finalisten aan de bak moest. Aan de originaliteit van zijn keuzeconcerto kan het niet gelegen hebben, de derde van Rachaminov is al vele jaren een jury & crowd pleaser op internationale pianoconcours. Het was de magistrale vertolking die het publiek in opperste extase bracht. Tot tranen toe, zoals bleek toen de camera gretig inzoomde op de koninklijke loge waar Mathilde meermaals naar de zakdoek greep. Hare Majesteit stond niet alleen, ook Jef Neve had tijdens het concert last van waterlanders. ‘We hebben een historisch moment meegemaakt’, zei hij toen het minutenlange applaus was uitgestorven. De tweede studiogast, zijn goede vriend en gewezen KEW-laureaat Liebrecht Vanbeckevoort, sprak hem niet tegen. Wat iedereen die avond al besefte werd zondag bevestigd. Lukas Vondracek (29) stak met kop en schouders boven het pak uit en is de oververdiende eerste laureaat van de KEW 2016.

Ze hebben elkaar die avond niet ontmoet. Geen erg, zo blijkt als het er enkele dagen later toch van komt. Er moet geen ijs worden gebroken, de klik tussen beide muzikanten komt als vanzelfsprekend. Vondracec heeft zonet een mini-concert gespeeld op een feestje van de Amerikaanse Kamer van Koophandel in het Concert Noble. ’Tussen de speeches door’, zegt hij luchtig. ‘Ik kreeg 20 minuten, net genoeg voor een stukje Prokofiev’. Het is maar een van de vele verplichtingen die bij zijn triomf horen, de hele maand juni is gevuld met laureatenconcerten. Morgen echter vliegt hij naar Wenen, een afspraak die zijn agentschap al veel eerder had geboekt. HarrissonParrot heet dat agentschap, een begrip in de wereld van de klassieke muziek. Vondracek staat er tussen kanjers zoals dirigent John Adams, mezzosopraan Ann-Sofie von Otter en zijn gewezen leermeester en pianolegende Vladimir Ashkenazy.  Zelf is hij ook al lang geen groentje meer, hij toert al tien jaar internationaal als solist.

We hebben bij het gastgezin afgesproken waar hij vijf weken geleden inkwartierde, een kast van een herenhuis in de bruisende buurt rond de Naamsepoort in Elsene. De heer en vrouw des huizes zullen zich discreet terugtrekken, maar niet voordat er sushi, kaas en wijn op tafel staan. Generositeit is een vereiste om een KEW-finalist te herbergen, naast het bezit van een perfect gestemde vleugelpiano. Voor de kenners: het gaat om Franse Pleyel kwartvleugel uit 1952. Jef Neve strijkt liefdevol over het klavier. ‘Geweldig instrument voor kamermuziek’, zegt hij. ‘Ik heb er tijdens mijn opleiding in Leuven twee jaar op gespeeld’. Tijdens de kennismakingsronde vallen nog andere, exotischer plaatsnamen. Neve is net terug uit Bangkok waar hij met het Thailand Philharmonic heeft gespeeld, eerder dit jaar trad hij onder meer in Auckland – Nieuw-Zeeland op. Niet dat het op een jongenscompetitie ‘om het verst plassen in de sneeuw’ uitdraait. Neve’s eigen succes zit zijn gave tot bewonderen niet in de weg. Hij heeft zich goed voorbereid, vragenlijst inclusief. We schenken de glazen vol, het is al na elf uur als de maestro’s beginnen aan iets wat zal schommelen tussen een interview en een tweegesprek over het wezen van muziek.

VondracekNeveDT7

Jef Neve: Lukas _ ik mag toch Lukas zeggen, niet? _  mag ik beginnen met een niet-muzikale vraag? Je bent nu vijf weken in Brussel, een stad onder hoogspanning die de voorbije maanden zware klappen heef gekregen. Heb je daar iets van gevoeld?

Lukas Vondracek: Niet echt, maar ik zal Brussel nooit vergeten. Ik heb al op heel veel plaatsen gespeeld, maar zelden voelde ik zo’n sterke band met het publiek. De finale was een heel bijzondere ervaring. Toen ik vanuit de stilte van de coulissen de zaal betrad, voelde ik een golf van energie. Maar of dat aan de stad lag? Uiteindelijk zijn het toch de mensen die het doen.

Neve: vanaf de eerste noot die je aansloeg, voelde iedereen dat er iets bijzonders gebeurde. Hoe je dat plichtwerk speelde, het klonk heel anders dan bij de andere finalisten. Ik denk dat ik weet waar verschil zat: je liet het stuk ademen, terwijl de anderen het meer noot voor noot speelden…

Vondracek: Ik heb weinig ervaring met hedendaagse muziek, maar we het hadden het geluk dat we vooraf met de componist van het plichtwerk, Claude Ledoux, mochten praten. Hij benadrukte dat we het stuk vrij moesten spelen, en dat advies heb ik graag gevolgd. Ademen? Dat woord is goed gekozen. Ik houd van stilte in muziek, het is de ruimte tussen de noten die de flow bepaalt. Ik vind het voor een muzikant essentieel om naar stilte te leren luisteren, ik ga die zelf opzoeken in de natuur. Muziek gaat niet om het spelen van noten. Hoeveel zitten er in zo’n  Rachmaninov? Een paar tienduizend, ik heb ze niet geteld, maar je moet als een bezetene op dat klavier hameren om ze allemaal te verwerken. Toch zijn het de langzame passages, de momenten waarop je haast niks speelt, die het meest beklijven.

Neve: als het niet om de noten gaat, waar gaat muziek dan wel om?

Vondracek: Het is iets magisch, ik kan er moeilijk de vingen op leggen. Het creëren van bijzondere momenten? Ervaringen die je bijblijven? Ik ben niet goed in het praten over muziek. Sommigen kunnen daar uren over filosoferen, maar zo zit ik niet in elkaar.

Neve: (enthousiast) you don’t give a shit, do you? Die indruk kreeg ik meteen: dit is een muzikant die het geen barst kan schelen wat anderen van hem denken. Dat bleek ook uit je aanpak van Rachmaninov. Je speelde het helemaal niet volgens het boekje, ik wed dat sommige puristen van hun stoel zijn gevallen. Maar wat een lef, en wat een persoonlijkheid. Dat is waar mensen voor naar een concert gaan, niet voor het correct  aanslaan van een reeks noten…

Vondracek: Helemaal mee eens. In hoog tempo de juiste noten spelen, dat kan tegenwoordig iedere vijftienjarige Chinees. Je moet op het podium iets gedenkwaardigs  creëren, een belegen partituur fris en verrassend doen klinken. Kijk, ik zeg niet dat het publiek niet belangrijk is, want dat zou zelfgenoegzaam klinken. Maar om eerlijk te zijn: ik speel in de allereerste plaats voor mezelf, ik wil met een tevreden gevoel van het podium stappen, met de overtuiging dat ik enkele momenten van schoonheid heb gecreëerd. Ik ben vooral niet naar deze wedstrijd gekomen om een jury te imponeren of om concurrenten te overtroeven. Dat de Koningin zo ontroerd was, heb ik pas achteraf vernomen. Natuurlijk is dat een hele eer, maar daar doe ik het niet voor. Ik speel niet voor de koningin noch voor iemand in het bijzonder. De kracht van muziek is juist dat ze universeel is, ze overstijgt categorieën zoals ras of stand.

Neve: waarom nam je deel? Je hebt al tal van wedstrijden gewonnen en een indrukwekkend parcours als solist afgelegd.

Vondracek: Eigenlijk ben ik het eens met Bela Bartok die ooit verklaarde dat wedstrijden er zijn voor paarden en niet voor muzikanten. Er zijn heel veel competities waar show en imago belangrijker zijn dan muziek. Deze wedstrijd is echter anders, hier kan ik als artiest volledig achter staan. Je voelt de traditie, de hele wedstrijd ademt liefde voor muziek. Afgezien daarvan was het ook een berekende zet. Ik zit dan wel bij een groot agentschap, maar dat betekent niet dat ik de concerten of projecten voor het uitkiezen heb. Mijn carrière kon wel een duwtje gebruiken. Toch ben ik niet met grote ambities naar Brussel gekomen. Ik wilde gewoon de finale bereiken, omdat daar veel mensen naar kijken.

Neve: 29 is de maximumleeftijd voor deelname. Had je dit ook drie edities eerder gekund, als twintigjarige?

Vondracek: Nee, als ik naar mijn eigen opnames uit die periode luister, voel ik geen enkele band met de muziek. Fysiek en technisch was ik er helemaal klaar voor, ik speelde toen minder fouten dan nu. Maar dat is het ‘m juist: muziek is niet gebaat bij perfectie, het zijn de onvolmaaktheden die diepgang en reliëf scheppen. Om mensen te raken moet je als muzikant iets vertellen. Dat lukt niet als twintigjarige, want om iets te vertellen moet je eerst hebben geleefd. Het heeft tijd gekost om tot dat inzicht te komen. Ik ben als een soort muzikaal wonderkind opgegroeid. Ik had snelle vingers, mijn talent was duidelijk, zeker met ouders die allebei pianoleraar zijn. Alles stond in het teken van de muziek, tussen mijn achtste en achttiende oefende ik tien uur per dag. Ik kreeg thuisonderwijs, op school kwam ik alleen om examens af te leggen. Dat vond ik niet erg, want heel wat van die schoolvakken interesseerden me geen zier. Toch heb ik gemengde gevoelens bij die periode. Op mijn twintigste kon ik perfect piano spelen, maar ik voelde me mentaal en emotioneel leeggezogen.

Neve: (enthouasiast) ik begrijp perfect wat je bedoelt. Jij hebt al heel veel concerten gegeven en tonnen ervaring opgedaan, maar je zou die finale nooit zo hebben kunnen spelen als je niet intensief had geleefd. Zo probeer ik ook op het podium te staan, ik geef mijn hele persoonlijkheid bloot. Om mensen te raken, moet je de muziek niet alleen in je hoofd voelen, maar ook in je hart en zelfs nog een eindje lager. Zo is het toch ook met al die fantastische componisten van wie jullie de muziek hebben vertolkt? Waar hadden die hun inspiratie vandaan gehaald, als ze niet geregeld stevig van bil waren gegaan of zich een stuk in hun kraag hadden gezopen? Dat waren verdorie de punkers van hun tijd!

Vondracek: Absolutely right! Toch zijn er veel muzikanten die denken dat het volstaat om twaalf uur per dag te oefenen zodat ze op het podium geen enkele verkeerde noot spelen. Zo fout, I don’t give a shit about perfection!

Neve: eindeloos oefenen en techniek perfectioneren, dat is het recept van de Aziatische pianoscholen. Ook dit jaar schreven Koreanen en Japanners zich massaal in voor de KEW, maar tijdens de finale bleven ze onder de verwachtingen. Heeft de Aziatische methode haar beperkingen?

Vondracek: Ik ken heel wat fantastische Aziatische muzikanten. Ik heb al vaak in Azië opgetreden en Aziatische vriendinnetjes gehad. Maar als ik me toch een veralgemening mag veroorloven: ze proberen te hard, nemen het te ernstig en zijn daardoor gestresst. In muziek mag je niet forceren, je moet met een open geest spelen. Het komt volgens mij omdat ze geen gevoelsband hebben met de muziek die ze spelen. Want of je dat nu leuk vindt of niet, klassieke muziek is en blijft een Europese traditie die wij veel dieper aanvoelen dan de Aziaten.

Neve: toch is de populairste concertpianist van het moment de 34-jarige Chinees Lang Lang, een fenomeen dat hele sportpaleizen doet vollopen voor klassieke muziek. Hou je van zijn stijl?

Vondracek: (grijnst) Moet ik beleefd blijven? Ik heb respect voor zijn talent en technische bravoure, maar zijn muzikale visie laat me steenkoud. Bij Lang Lang klinkt alles licht en opgewekt, terwijl muziek helemaal niet licht moet zijn. Het zijn de duistere lagen die me interesseren, maar die boort hij nooit aan.

VondracekNeveDT8

Neve: het viel me op dat het Nationaal Orkest van België (NOB) bij jou heel anders acteerde dan bij de finalist die eerder die avond aan de beurt kwam. Ik hoorde in jullie Rachmaninov bovendien een dynamiek en details die ik nooit eerder heb gehoord, ook niet bij de andere twee finalisten die hetzelfde werk hadden gekozen. Hoe heb je dat geflikt? Dat interesseert me, omdat ik vorige week in Bangkok als solist mocht optreden met de blazers van de Berliner Filharmoniker. Ik heb daar mijn methode voor: tijdens de repetities praat ik niet alleen met de dirigent of de concertmeester, ik richt me ook rechtstreeks tot de muzikanten. Dat scheelt als je later samen op het podium staat. De muzikanten zien je niet meer als de zoveelste solist die hun pad kruist, je bent een van hen. Is dat ook jouw truc?

Vondracek: Nee, want de waarheid is dat we nauwelijks tijd kregen om met het orkest te repeteren. Het is bij één keer gebleven, de rest van de tijd hadden we hard nodig om dat plichtwerk in te studeren.

Neve; No kidding! Maar één repititie met orkest?

Vondracek: Ik vind dat niet erg. Teveel repeteren is niet gezond, dat haalt de spontaniteit eruit. Als je vooraf alles doorpraat wat je op het podium gaat doen en wanneer je dat gaat doen, dan laat je geen ruimte voor creativiteit en inspiratie van het moment. Het heeft ook wel met charisma te maken. Ik zeg niet dat je je wil aan het orkest moet opdringen. Je moet de muzikanten zover krijgen dat ze hetzelfde willen, dat ze de muziek voelen zoals jij dat doet. Maar ik geef grif toe dat het NOB mij erg goed heeft geholpen. Het scheelde natuurlijk dat ik de dirigente persoonlijk ken. Marine Walsop is een kei in haar vak, we hebben in Amerika al vaak samen gespeeld.

Neve: heb je na de finale een feestje gebouwd?

Vondracek: Meer dan één! We hadden een hechte groep in de Kapel (Muziekkapel Koningin Elisabeth in Argenteuil waar de 12 finalisten een week in afzondering verblijven ter voorbereiding van hun finale, ER). Zo’n wedstrijd brengt veel stress met zich mee. Af en toe moet de riem eraf, anders houd je dat geen weken vol. Ook tijdens onze afzondering stond de boog niet altijd gespannen. De Koningin sprak me er gisteren, tijdens de prijsuitreiking in de Kapel, over aan. Of het klopte wat ze had gehoord, dat er in de Kapel stevig gedronken werd? Ja natuurlijk, heb ik geantwoord. Of dachten jullie misschien dat wij daar een hele week als monniken hebben zitten zwoegen op dat verdomde plichtwerk? Zonder alcohol? Dream on, dat zou nooit gelukt zijn. Okay, ik heb iets hoffelijker geformuleerd, maar het kwam op hetzelfde neer.

Neve: (giert het uit)  booze at the Chappel! Heiligschennis! Werd dat getolereerd?

Vondracek: (grijnst) Nee, we hebben die alcohol binnengesmokkeld. Ach de Kapel, dat was me daar een toestand. Je wordt er echt geïsoleerd. Geen internet, geen gsm’s of tablets, er is zelfs geen televisie en je mag geen voet buiten het domein zetten. Studeren is de boodschap, de enige vorm van ontspanning is een pingpongtafel. Zonder paletten, we hebben daar een nieuwe sport ontwikkeld, handpong. Er logeerde een oudere man die ons moest controleren, we noemden hem de cipier. Die werd helemaal gek van ons. Zie je, elke avond werd er op een van de kamers een feestje gebouwd. Dan kwam de cipier op de deur bonzen. Stop daarmee! Waar zijn jullie mee bezig? Jullie carrière staat op het spel! Maar wij trokken ons daar niks van aan. Wat heeft een mens nodig als hij zich een hele dag over een moeilijke partituur heeft gebogen? Booze and sex! Niet iedereen feestte mee, vooral de jongere medefinalisten hielden zich afzijdig. Die meenden het, ze zaten 17 uur per dag aan de piano. Waanzin, bij mij zou zoiets averechts werken. De Italiaanse jongen heeft het plichtwerk zelfs uit het hoofd geleerd, als enige van alle finalisten. Verloren moeite, de jury houdt daar totaal geen rekening mee.

VondracekNeveDT11

Neve: kijk eens aan, de geheimen van de sacrale Kapel worden onthuld! Iets heel anders nu. Ik heb in Nairobi met Brandford Marsalis gespeeld, de grootste jazzsaxofonist bij leven en welzijn. Branford vertelde me dat hij heel veel hedendaagse muziek speelt. Geen jazz dus, hij treedt bewust buiten zijn muzikale comfortzone om scherp te blijven en inspiratie voor zijn improvisiaties te vinden. Dat doe ik ook, ik ben vooral bekend als jazzpianist maar ik heb een klassieke opleiding die ik ook als componist verzilver. Hoe zit dat me jou? Luister je naar andere dan klassieke muziek?

Vondracek: Ik luister graag naar jazz maar ik speel het niet. Het lijkt me heel uitdagend, je moet er talent voor hebben en je erop toeleggen. Voorts luister ik ook wel eens naar primitieve muziek zoals loeiharde techno. Dat is een soort zuivering, het helpt om je hoofd leeg te maken. Maar niks werkt beter dan stilte om de tellers weer op nul te zetten.

Neve: stel dat we hier een tijdmachine hebben. Naar welk tijdperk en welke plaats mogen we jou dan terugflitsen? En met wie zou je dan kennis willen maken?

Vondracek: Haha, amusante vraag. Een plek met mooie meisjes, dat alleszins. Maar concreter? Niet zo simpel, geef me wat meer tijd om na te denken.

Neve: Clara Schumann misschien? Een mooie vrouw en een groot muzikant…

Vondracek: (vrij associërend). Doe me toch maar Wenen, eind 19de eeuw. Dan kan ik Johannes Brahms, een dierbare vriend van Clara Schumann, ontmoeten. Ik ben een absolute fan, vooral van zijn latere periode. Die muziek is zo diep en gelaagd, een voorbeeld dat illustreert hoe ware kunst vaak geworteld is in een leven dat niet over rozen gaat. Zie daarvoor ook  Beethoven, nog zo’n gigant. Maar of ik zou weten wat ik tegen Brahms moet zeggen als ik hem in een Weens koffiehuis zie zitten? Woorden zijn op zo’n moment overbodig, ik zou het al een ongelooflijke eer vinden om in de buurt van zo’n genie te komen.

Neve: Brahms is ook een van mijn muzikale helden. Ik zal je wat bekennen: ik val iedere nacht in slaap met de tweede beweging uit zijn eerste sympfonie in mijn headset.

Vondracek: Schitterend toch? Of de derde beweging uit zijn tweede symfonie, daar krijg ik altijd tranen van in de ogen.

Neve: ik denk dat ook Mozart fijn gezelschap zou zijn. Mozarts muziek wordt vaak als feestelijk en luchtig geprezen, maar daarmee doet men zijn genie te kort. Vooral zijn laatste vijf jaren waren behoorlijk donker.

Vondracek: Absoluut waar. Ik ben niet erg religieus, maar Mozart is een mysterie. Waar kwam al die inspiratie vandaan? Het is alsof het als een regen over hem neerdaalde. Waarmee ik niet beweer dat hij de noten zomaar voor het opschrijven had. Ook Mozart heeft met het leven en met zijn kunst geworsteld. Dat hoor je aan de diepgang, als je goed luistert tenminste.

Neve: ik moest onlangs voor de Duitse televisie optreden in Dusseldorf. Vlak voor ik op moest, laat ik mijn partituur vallen. Bij het bukken scheurt mijn broek toch wel zeker, ik was namelijk een paar kilo’s verdikt. Het zag er echt niet uit, we hebben het met kleefband proberen te maskeren. Herken je dat? Heb jij zelf al zo’n genante momenten meegemaakt?

Vondracek: Doet me denken aan die keer in Japan. Ik had al een maand niet meer gespeeld, en ik was eveneens stevig bijgekomen. Gevolg: ik kon niet meer in mijn kostuum, hoe hard ik er ook aan sleurde. Vooral de broek was een probleem, en uiteindelijk zat er niks anders op dan zonder ondergoed op te treden. Kun je je de stress inbeelden? Als de naad het maar houdt, zat ik daar de hele tijd te denken terwijl ik aan het spelen was. Het zou echt  genant geweest zijn, zeker in Japan. Ik zal ook nooit dat openluchtconcert in mijn eigen land vergeten. Het was heel warm, te warm voor de plastieken tuinmeubels. Op een bepaald moment zakt er eentje door zijn poten, en dat was het startsein voor een hele reeks. Er zijn er wel twintig door hun stoel gezakt, de een na de andere. Ik kwam op de duur niet meer bij van het lachen.

Neve: mijn slotvraag is een klassieker. Naar verluidt ziet ieder mens vlak voor zijn dood de film van zijn leven passeren. Als het bij jou zover is, wat hoop je dan te zien? Of anders geformuleerd: hoe wil je herinnerd worden?

Vondracek: Daarmee impliceer je dat ik wakker lig van wat anderen van mij denken, wat niet het geval is. Maar ik ga de vraag niet uit de weg. Ik wil mezelf in die film zien als iemand die weet dat muziek uit jezelf moet komen. En als iemand die zijn visie trouw is gebleven. Muziek gaat over liefde, dat is mijn diepste overtuiging. Prijzen winnen is fijn, en media-aandacht streelt het ego. Maar dat is niet wat me drijft. Muziek kan de wereld beter maken, zeker in deze tijden van crisis en onzekerheid. Ik zei al dat ik niet religieus ben, maar ik geloof vast  dat muziek de missie is die ik in dit leven heb meegekregen.

Neve: Je hebt de wereld alleszins een stukje beter gemaakt tijdens je finaleconcert. Echt waar, ik word niet snel meer geraakt door muziek, daarvoor heb ik al teveel gehoord en gezien. Maar tijdens jouw Rachmaninov kreeg ik tranen in de ogen.

Vondracek: Dank je voor het compliment. Ik heb tijdens het spelen zelf tranen gevoeld, dat overkomt me anders nooit. Brussel was heel intens.

VondracekNeveDT5

 

 

 

Rookies in het onderwijs: jonge leerkrachten over hun eerste schooljaar

Humo, 24 mei 2016

Geen onderwerp ligt zo gevoelig als onderwijs. Hoofddoeken op de katholieke school? Het voorstel is amper geformuleerd of er barst een nieuwe schoolstrijd los. Brede eerste graad? Schotten tussen ASO, TSO en BSO afbreken? De aanbevelingen in het Masterplan Secundair Onderwijs zaaien diepe verdeeldheid in de Wetstraat en de lerarenkamer. Om maar te zeggen: leerkracht is een baan die er toe doet. Niet alleen de ziel maar de toekomst van onze kinderen staat op het spel. Wie zijn de jonge vrouwen en mannen die deze gewichtige taak op zich nemen? Humo sprak met de leerkrachten van de toekomst over hun eerste jaar voor de klas.

foto’s: Saskia Vanderstichele

 

 

Lindsay Stoop (islam, 1 & 2de graad Middenschool en KA Zelzate)

Humo2016-061-Lindsay Stoop KA Zelzate

Van je passie je beroep maken, wie wil er niet voor tekenen? Lindsay Stoop (24) ging nog een stap verder en maakte van haar geloof haar beroep. Op het OLVP Sint-Niklaas leerde ze moslimvrienden kennen en ontdekte de Profeet en de Koran. Ze bekeerde zich, ging islamitische theologie studeren en vond vlotjes werk als islamlerares.

Lindsay Stoop: ‘Ik heb sinds september een halftijdse opdracht: vijf klassen in de eerste en tweede graad in de Middenschool en het Koninklijk Atheneum van Zelzate. Dat klinkt als een hele mondvol, maar in feite gaat het om één en dezelfde school, alleen zijn er twee verschillende directies. Bij de levensbeschouwelijke vakken houden islamitische en katholieke godsdienst elkaar in evenwicht, we zijn de nummers twee na zedenleer. Mijn klassen tellen tussen de 3 en de 15 leerlingen, dat valt dus goed mee. Voor mij is een halftijdse opdracht ideaal, want ik volg tegelijkertijd een master islamitische theologie in Leuven’.

HUMO: hoe word je islamleraar?

Stoop: ‘Je moet een lerarenopleiding islamitische godsdienst volgen. Ik ben daarvoor naar Groep T in Leuven getrokken, een van de drie Vlaamse hogescholen die zo’n opleiding aanbieden. Heel praktijkgericht, we moesten al vanaf het eerste jaar stage lopen, in het laatste jaar heb ik zelfs een volledige semester voor de klas gestaan. Werk vinden was geen probleem, er is een grote vraag naar perfect Nederlandstalige islamleerkrachten. Ik was pas afgestudeerd toen ik door de inspecteur islamonderwijs voor deze opdracht werd gevraagd. Vooraleer ik echt kon beginnen, moest ik voor de Belgische Moslim Executieve. verschijnen. Zo werkt het ook bij andere godsdiensten, de leraren katholieke godsdienst worden door het bisdom aangesteld’.

HUMO: hoe verliep de screening door de Moslim Executieve?

Stoop: ‘Ik moest enkele soera’s opzeggen en uitleggen hoe ik in de klas zou reageren op vragen over bijvoorbeeld Charlie Hebdo’.

HUMO: geen gekke vraag, want je hebt in je eerste jaar de aanslagen in Parijs en Brussel meegemaakt. Was dat lastig als beginnend islamleraar?

Stoop: ‘Zelzate is Antwerpen of Brussel niet, jongeren zijn hier wat minder bezig met de oorlog in het Midden Oosten. Maar na de aanslagen in Parijs waren mijn leerlingen wel verontwaardigd. Dat men zoiets kon doen in naam van hun godsdienst, dat vonden ze een schande. Ik noteerde ook ongerustheid: nu gaan ze alle moslims in het verdomhoekje duwen. In de klas kreeg ik ook de vraag waarom de minuut stilte op de speelplaats alleen voor de slachtoffers van Parijs was bedoeld. Waarom ook niet voor de doden die bij andere aanslagen waren gevallen, zoals in Ankara? We hebben dan in de klas nog een extra minuut stilte voor alle slachtoffers gehouden’.

HUMO: snijd je ook heikele onderwerpen zoals de evolutietheorie en man-vrouw-relaties aan?

Stoops: ‘Ik ga geen enkel thema uit de weg. Op een keer kwamen opgewonden leerlingen vertellen dat de collega van biologie seksuele opvoeding had gegeven. Dat mag toch niet van ons geloof, vroegen ze. Integendeel, heb ik hen geantwoord, dat moet zelfs van ons geloof. Ik sta zelf voor een open islambeleving, ingebed in onze Westerse samenleving. In de klas heb ik al eens foto’s van vrouwelijke imams getoond. Die bestaan al een poosje in Amerika, en onlangs is in Kopenhagen de eerste door vrouwen geleide moskee in Europa geopend. Een vrij marginaal fenomeen dus, maar wel ideaal om mijn leerlingen aan het denken te zetten en genderclichés in vraag te stellen. Binnenkort komt er een Joodse vrouw uit Antwerpen in de klas spreken. Op mijn initiatief, ik probeer zo te verhelpen aan de diepe vooroordelen jegens joden die vele jongeren van thuis meekrijgen’.

HUMO: Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs, wil hoofddoeken toelaten en gebedsruimten voorzien om aan de verzuchtingen van moslimleerlingen tegemoet te komen. Goed idee? 

Stoops: ‘Ja, ik juich dat toe. Zelf ben ik de hoofddoek pas gaan dragen toen ik naar de hogeschool ging, maar verschillende van mijn vriendinnen hebben er op het OLVP mee geworsteld. Het was ook onnozel: hoofddoeken verbieden in een school die vol hangt met beelden van Maria’s met hoofddoek. Ook in het Gemeenschapsonderwijs geldt een totaalverbod, maar als islamleerkracht ben ik daarvan vrijgesteld. In principe mag ik hem alleen in de klas dragen, maar ik draag hem ook in de lerarenkamer en op de gang. Ruimdenkende directie, ik heb het al anders geweten. Tijdens mijn stage op het SISA in Antwerpen mocht ik met mijn hoofddoek niet in de lerarenkamer, en op de gang moest ik een kap opzetten. Absurd’.

HUMO: vijf jaar geleden zat je zelf nog op de schoolbanken. Zie je grote verschillen in de manier van les geven?

Stoops: ‘Ik vond het in mijn tijd allemaal erg voorspelbaar. Als je vooraf je handboek doorbladerde, wist ja meestal perfect wat er in de les zou volgen. Weinig variatie in de werkvormen ook, en dat probeer ik toch anders aan te pakken. Soera’s uitleggen, dat kan ook via spelletjes of zoekopdrachten in het ICT-lokaal. Ik nodig gastsprekers uit en gebruik veel videomateriaal, ook al omdat ik de actualiteit in mijn lessen wil betrekken. Laatst nog heb ik een Vranckx-documentaire over ongewenste kinderen in Pakistan getoond. Confronterend materiaal om in de klas te bespreken’.

HUMO: tevreden met je loon?

Stoop: ‘Ik verdien als bachelor 930 euro netto in de maand, niet slecht voor een halftijdse opdracht. Die 10 uur voor de klas geven wel een vals beeld, met de lesvoorbereidingen erbij werk ik makkelijk 20 uur per week. Misschien ga ik op termijn voltijds werken, zodra ik mijn master heb, mag ik ook in de derde graad staan. Ik zie een carrière in het onderwijs helemaal zitten’. 

 

Filip Moons (wiskunde, 3de graad, ASO Karel Buls Laken)

Humo2016-060-Filip Moons Leerkracht Karel Buls

Roepingen zijn in Jezuïetencolleges al lang een zeldzaamheid geworden. Toch was het op de schoolbanken van het Sint-Jozefscollege in Aalst dat Filip Moons (25) een visioen van zijn toekomst kreeg. Missionaris zou hij worden, niet tot meerdere glorie Gods maar in dienst van de oudste wetenschap der mensheid, de Wiskunde.

Filip Moons : ‘Ik heb zelf wiskunde-wetenschappen gevolgd. Zes uur wiskunde, mijn lievelingsvak. Dat wil later ook doen, dacht ik vaak tijdens de les, jonge mensen leren logisch na te denken. Ik ben aan een regentaat begonnen, maar na een jaar ben ik op aanraden van mijn docent wiskunde toch naar de universiteit overgestapt. Naar de goddeloze VUB nog wel, geen evidente keuze voor een alumnus van de jezuïeten. (lacht)’.

HUMO: word je als universitaire master goed voorbereid op een baan in het onderwijs?

Filip Moons:  ‘Tegenwoordig moet je een extra jaar van 60 studiepunten met een intensieve stage volgen. In mijn geval viel dat wel mee, omdat ik al tijdens mijn masteropleiding voor de specialisatie onderwijs had gekozen. Als enige van mijn lichting, en dat is een groot probleem. Er zijn in Vlaanderen veel te weinig masters die in het onderwijs stappen, waardoor scholen zich in de derde graad moeten behelpen met industrieel ingenieurs, TEW’ers of handelswetenschappers. Niet ideaal voor de leerlingen. Een handelsingenieur redt het wel in richtingen met 2 of  eventueel 4 –uren wiskunde, maar voor de 6-uren richtingen schiet hij hopeloos tekort’.

HUMO: met zo’n schaars diploma was het wellicht geen probleem om een school te vinden..

Moons: ‘Bij mijn eerste applicatie in mei was het meteen raak: het Atheneum Karel Buls in Laken zocht een vervanger voor de lerares wiskunde die met pensioen ging.  Meteen een volledige opdracht: 20 uur in het vijfde en het zesde, zowel in zwakke als in de sterkste richtingen. Die afwisseling sprak me aan, net zoals de schaalgrote. Karel Buls is een kleine school, mijn klassen tellen tussen 10 en 15 leerlingen, ideaal om aan individuele begeleiding te doen. En nog een voordeel: mijn voorganger had in haar 35 jarige loopbaan een kathedraal van een rooster gebouwd. Weinig of geen springuren, met een vrije dag en extra vrije namiddag. Een droom voor iedere leerkracht, en dat kreeg ik als debutant zomaar in de schoot geworpen. Met zo’n schaars diploma kun je ook eisen stellen. Ik wilde per se een beamer in mijn klas. Grafieken op het bord tekenen is niet meer van deze tijd, bovendien vind je op het internet fantastische tools om het wiskundig inzicht uit te diepen. Geen probleem, tegen de eerste schooldag was die beamer geïnstalleerd’.

HUMO: het Atheneum Karel Buls is een zuivere concentratieschool. Geen bezwaar?

Moons: ‘Integendeel, ik zag dat als een buitenkans. Als Vlaming in Brussel blijf je vaak in je eigen kringetje steken. Zelfs als VUB-student heb ik dat ondervonden:  het is erg moeilijk om in contact te komen met de nochtans grote allochtone gemeenschap. Les geven op een concentratieschool leek me de ideale introductie. 80 procent van de leerlingen op onze school zijn moslims, ik heb in mijn klas maar twee ‘echte’ Vlamingen zitten. Maar eigenlijk wil ik die termen niet gebruiken. In een van mijn eerste lessen werd ik door een Marokkaanse leerling op mijn nummer gezet toen ik uit pure nieuwsgierigheid naar zijn herkomst polste. “Ik ben gewoon een Belg meneer”, zei hij heel terecht. Ik haat het trouwens zelf om over witte en zwarte scholen te spreken’.

HUMO: toch moeten we dat even doen. Hoe was het om als groentje in een ‘zwarte’ school te debuteren?

Moons: ‘Er doen wilde verhalen over disciplineproblemen in Brusselse scholen, maar daar heb ik niks van gemerkt. Uiteraard moet je afspraken maken: geen gsm in de klas, niet praten tijdens de les. Dat gaat verrassend vlot, soms heb ik het gevoel dat ze naar me opkijken als pas afgestudeerd universitair. Een generatiegenoot bovendien, want sommige leerlingen hebben al een paar keer gedubbeld en verschillen amper in leeftijd. Er zijn wel pijnpunten: ik moet ze heel hard aanporren om thuis te werken. Meestal doen de ouders dat, maar onze leerlingen staan er vaak alleen voor. Op oudercontacten krijg ik nauwelijks afspraken, een klacht die ik ook van ervaren collega’s hoor. Probleem is dat vele ouders zelf amper geschoold zijn en niet weten hoe ze hun kinderen moeten ondersteunen. Je wil ook niet weten in welke moeilijke sociale en economische omstandigheden vele leerlingen leven. De meesten komen graag naar school, een oase van rust en veiligheid’.

HUMO: beginnersfouten gemaakt?

Moons: ‘Toetsen opstellen en vaststellen dat de hele klas een onvoldoende haalt. Dat brengt me nog aan het twijfelen: ligt het aan mij en waren de vragen te moeilijk? Hadden ze die dag nog een andere toets die voorrang kreeg? Af en toe geef ik een herkansingstoets. Tegen mijn principes, want aan de unief of de hogeschool worden ze ook niet gepamperd. Een keer heb ik een conflict gehad: een meisje had een nul gekregen voor een niet ingeleverde huistaak. Die stok moet je achter de deur houden, anders is het einde zoek. Probleem: door die nul was ze ook gezakt voor wiskunde. Die leerling is me beginnen uitschelden voor rotte vis op Smartschool, het digitaal leerplatform waarmee leerlingen en leraren onderling communiceren. Het werd alleen maar erger toen ik antwoordde om haar verwijten punt voor punt te weerleggen. Die les heb ik dus geleerd: nooit met leerlingen in discussie gaan op Smartschool en zeker niet op sociale media’.

HUMO: leeft het hoofddoekendebat op jullie school?

Moons: ‘Karel Buls is een Brusselse stadsschool, maar we hanteren dezelfde regels als het GO. Geen hoofddoeken op school, we hebben een ruimte met spiegels waar meisjes zich bij het binnenkomen of vertrekken kunnen fatsoeneren. Ik ben zelf principieel voor de totale vrijheid van godsdienstbeleving, maar ik sta achter die maatregel. Het is voor de sfeer op school geen goede zaak als leerlingen hun godsdienstige overtuiging als een bord voor zich uit dragen, bovendien zorgt zo’n hoofddoek voor een opbod tussen goede en minder goede moslims. Er zijn enkele proteststemmen, maar de overgrote meerderheid is stiekem blij met dat verbod. Geen visueel onderscheid op de speelplaats, dat hoort bij de rol van de school als een soort vrijhaven in de stad. We zijn trouwens pragmatisch: tijdens uitstappen laten we de hoofddoek oogluikend toe’.

HUMO: werden de aanslagen van Parijs en Brussel ook in de wiskundeklas gevoeld?

Moons: ‘Zeker, heel wat van de leerlingen wonen trouwens in de buurten waar sinds de aanslagen in Parijs voortdurend huiszoekingen werden verricht. Na zo’n gebeurtenis ga je niet gewoon integralen zitten berekenen. We hebben er een hele dag over gepraat, ik ben trouwens zelf erg geïnteresseerd in islam en islamkritiek. Ook los van die aanslagen laat ik mijn leerlingen wel eens een opiniestuk van Mia Doornaert lezen. Boeiend, zo leren ze omgaan met tegendraadse meningen en met argumenten discussiëren. Dat kan allemaal als je een goede verstandhouding kweekt. Mijn leerlingen weten ook dat ik met een man samenleef. Waarom zou ik daar hypocriet over doen? Als je leerlingen zes uur per week in de klas hebt, dan kun je zoiets toch niet verbergen’.

HUMO: is les geven nu anders dan toen je zelf op de schoolbanken zat? 

Moons: ‘Ik heb het gevoel dat men leraars nu minder vertrouwt. Vroeger volstond een agenda met lesonderwerpen, nu eisen ze gedetailleerde jaarplannen, en de kleinste aanvaring met een leerling moet in het leerlingenvolgsysteem. Scholen willen zich ook indekken tegen de toenemende juridisering, ouders die de attestering van hun kind aanvechten. Gevolg: een enorme berg paperassen. De didactische evolutie is dan weer louter positief. Het ex cathedra lesgeven heeft afgedaan, lessen zijn interactief geworden. Een moderne leraar is een coach die verschillende werkvormen hanteert om zijn klas maximaal bij de les te betrekken. Met de digitale technologie is dat ook mogelijk, al mag je die opdracht niet onderschatten. Het ontwikkelen van interactieve lessen vergt veel meer voorbereiding dan traditionele lessen’.

HUMO: moet je hard werken?

Moons:  ‘Ik geef 20 uur wiskunde op drie verschillende niveaus, dat betekent veel meer dan 38 uur per week werken. Ik gebruik geen handboek maar schrijf mijn cursus zelf. Gelukkig mag ik al het materiaal van mijn voorganger gebruiken, maar ik sta toch iedere dag om vijf uur op om mijn lessen uit te werken. Niet dat ik klaag, we hebben echt wel veel vakantie. En zo’n cursus is een ook een investering in de toekomst, de volgende jaren wordt het al een stuk gemakkelijker’.

HUMO: droom je van een vaste benoeming?

Moons: ‘Ik vervul een openstaande opdracht, dus in principe kan ik al binnen drie jaar benoemd worden. Zo ver kijk ik nog niet vooruit, maar ik vind het systeem van de vaste benoemingen niet goed. Zonder te veralgemenen: met vaste benoemingen zet je leerkrachten aan tot gemakzucht. Voor mijn part mogen ze de vaste benoeming vervangen door arbeidscontracten zoals in de privésector’.

HUMO: tevreden met je salaris?

Moons: ‘Ik verdien nu 1.850 euro netto. Met vakantiegeld, dertiende maand en pensioenrechter erbij vind ik dat heel goed betaald. Natuurlijk kun je in de privé veel meer verdienen. Ik heb ook een master informatica behaald en stage gedaan in een IT-bedrijf.  Als starter zijn daar lonen van 3.000 euro plus een pak extralegale voordelen heel gewoon, maar dat heeft me nooit aan het twijfelen gebracht’. 

 

Freya Broeckhoven (2de graad BSO en TSO Sint-Ursula Instituut OLV Waver)

Humo2016-062-Freya Broeckhoven Ursulinen OLV Waver

In Onze-Lieve-Vrouw Waver speelt het leven zich niet af onder de kerktoren maar in de schaduw van een statig schoolcomplex dat als een magneet blauw ge-uniformeerde leerlingen aanzuigt. Freya Broeckhoven (22) heeft duidelijk niet geleden onder die zeldzame dresscode. Sinds september staat de oud-leerling er zelf voor de klas.

Freya Broeckhoven: ‘Ik ben hier pas vanaf het vierde TSO begonnen. Voor de start zag ik vreselijk op tegen dat uniform, maar ik ontdekte heel snel de  voordelen. ’s Morgens nooit twijfelen over welke kleren je gaat aantrekken, dat is een groot gemak. Ik heb mijn uniform gemist toen ik in Leuven voor regent ging studeren’.

HUMO: was dat een roeping?

Broeckhoven: ‘In mijn geval wel. Op de lagere school al zag ik mezelf als juf voor de klas staan. Maar het was mevrouw Pauwels, mijn wiskundelerares en klastitularis in het eerste middelbaar, die me definitief over de streep heeft getrokken. Ze was ongelooflijk gedreven en altijd opgewekt, een echt rolmodel’.

HUMO: je staat in je oude school. Toeval?

Broeckhoven: ‘Ik heb hier als leerling een geweldige tijd gehad, en ik heb hier ook mijn eindstage als regent gedaan. Eigenlijk wilde ik nergens anders lesgeven, en daarom heb ik nog even getwijfeld. Na mijn studies ben ik twee maanden gaan werken in een optiekketen waar ik eerder als jobstudent had gestaan. Ik speelde met de gedachte een opleiding als opticien te volgen, maar toen kwam het telefoontje van de school. Of ik mijn CV wilde insturen? Ik wist wel dat mijn eindstage goed was verlopen, maar het was toch een fijne verrassing toen ze mij een baan aanboden. 20/21sten,  een bijna volledige opdracht’.

HUMO: hoe ziet die opdracht eruit?

Broeckhoven: ‘In het BSO geef ik naast verschillende verzorgingsvakken  ook PAV. Project Algemene Vakken, dat is een concept waarin wiskunde, Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde samen worden aangeboden. In de sociaal technische wetenschappen geef ik integrale opdrachten, kortweg IO. Dat zijn projecten waarin kennis en vaardigheden worden gecombineerd. Je hoort het al, in het onderwijs wordt met afkortingen gegoocheld’.

HUMO: Sint-Ursula staat vooral bekend als een ASO-school. Wordt er in lerarenkamer neergekeken op de BSO- en TSO-collega’s?

Broeckhoven: ‘Helemaal niet, er wordt geen onderscheid gemaakt. Mijn mentor is een collega latijn, ik mag trouwens zelf les geven in het ASO. Niet dat ik dat als een promotie beschouw, ik zou mijn BSO-leerlingen niet willen missen. Ze zijn soms wat brutaal, maar ik apprecieer hun eerlijkheid en openheid.  Dat verschil merk ik als ik in het TSO sta, daar is de afstand groter. Geen kwaad woord overigens over het TSO. Ik heb zelf TSO gevolgd, een uitstekende voorbereiding om verder te studeren’.

HUMO: is het makkelijk om als rookie de orde te handhaven in een BSO-klas?

Broeckhoven: ‘Ik heb me nog maar een keer echt boos gemaakt, toen een leerling ei zo na de deur in mijn gezicht dichtgooide. Ik was zo kwaad dat ik hypercorrect Nederlands begon te spreken, tot grote hilariteit van de klas.  Meestal echter hangt er een prima sfeer. Je moet je ook als leerkracht durven openstellen en interesse opbrengen voor hun leefwereld. Welke muziek is hot? Wat leeft er op YouTube? En vooral: je moet kunnen meepraten over Temptation Island. Zonder in de val te trappen, want ze proberen natuurlijk een heel lesuur vol te kletsen over hun televisieprogramma’s’.

HUMO: wat moet de leerkracht van de toekomst kunnen en kennen?

Broeckhoven: ‘Temptation Island volgen natuurlijk(lacht). En afgezien daarvan: nieuwe en oude werkvormen creatief gebruiken. Powerpoint is voor mij onmisbaar, een goede presentatie geeft structuur aan de les, wat op zijn beurt cruciaal is voor de sfeer in de klas. Toch maak ik nog veel gebruik van bord en krijt. In de les gezondheid laat ik ze nog altijd een oog met al zijn onderdelen tekenen, dat blijft beter hangen dan een plaatje bekijken. Mensen associëren onderwijs met veel vakantie, maar je moet ook hard werken. Zaterdag is voor mij geen rustdag maar een werkdag”. 

 

Lise  D. (2de graad Nederlands, diverse interims)

Een volledige opdracht voor een heel schooljaar in één en dezelfde school? Alle beginnende leerkrachten dromen ervan, maar de realiteit is meestal anders. Lise D. (24) – pseudoniem om geen carrièrekansen te hypothekeren _ weet er alles van. De Antwerpse heeft na drie interims en een scheervlucht langs een burn-out eindelijk haar draai gevonden. Voorlopig toch, want in september gaat het carrousel der interims weer draaien.

Lise:  ‘Ik heb eerst een paar jaar kinesitherapie gestudeerd, maar dat bleek toch niet mijn ding. Ik was dan ook erg gemotiveerd toen ik aan de hogeschool een lerarenopleiding ging volgen. Dit moest wel lukken, ik was vastbesloten een goede leerkracht te worden. Ik ben afgestudeerd met grote onderscheiding. Ook mijn eindstage op een grote BSO- en TSO-school is goed verlopen. Vlak voor de start van het schooljaar hebben ze me gebeld. De lerares Nederlands in de 2de graad van het BSO was langdurig ziek, en of ik kon inspringen. Ik ben er met ongelooflijk veel enthousiasme aan begonnen, maar het in een nachtmerrie geworden’.

HUMO: oei, wat is er mis gegaan?

Lise: ‘Hoe hard ik me ook uitsloofde, ik kreeg geen respect. Ik had vijf klassen, uitsluitend jongens van 14 en 15 in het BSO. Het is bekend dat op die leeftijd de frontale cortex nog onvoldoende ontwikkeld is om gevoelens als empathie te koesteren. Dat ik jong en onervaren was, en dat ik mijn stinkende best deed, het maakte hen niks uit. Ze hebben me echt het bloed van onder de nagels gehaald: hondsbrutaal antwoorden, vechten onder elkaar, ongevraagd de klas uitlopen, met proppen en sinaasappelschillen gooien. Soms had ik het gevoel dat ik met een roedel bloedhonden opgesloten zat. Ze ruiken je onzekerheid en verscheuren je, zeker als je de leider van de roedel tegen hebt. Die groepsdynamiek speelt in alle klassen, ook in het ASO’.

HUMO: je had een succesvolle stage in die school gelopen. Hoe kon je zo verrast zijn?

Lise: ‘Dat heb ik me zelf vaak afgevraagd. Een stage van 12 uur per week is natuurlijk nog iets anders dan een voltijdse opdracht, met oudercontacten en alles erbij. Ik verzoop vanaf de eerste week in het werk, ook al omdat ik pas op het nippertje was opgetrommeld en niks vooruit had gepland. Ach, ik denk dat het ook een mismatch was. Ik gaf Nederlands, een vak dat hen geen bal interesseerde. Praktijkleraren konden al er al eens eentje uit het atelier wegsturen, dat maakte indruk. Maar extra spellingsoefeningen als straf? Ze zouden nogal gelachten hebben. Ik had ook weinig voeling met hun leefwereld. Muziek, boeken, theater, dans? Hier, op de kunsthumaniora, krijgen ze er niet genoeg van. Maar die jongens in de bouw waren maar in twee dingen geïnteresseerd: auto’s en vrouwen. (lacht)’.

HUMO: hoe lang heb je het volgehouden?

Lise: ‘Ik wilde niet opgeven, het moest en zou lukken. Ik verwaarloosde mijn sociaal leven, al mijn vrije tijd ging op aan lesvoorbereidingen. In feite zat ik heel diep, vooral omdat ik me door de schooldirectie niet gesteunde voelde. In de kerstvakantie heb ik toch maar naar mijn mama geluisterd. Je moet daar weg, zei ze, je gaat eraan kapot. Ik dacht een tijdje uit te blazen, maar toen kreeg ik de kans om een interim in een heel toffe methodeschool te doen. Mijn zelfvertrouwen stond op een laag pitje, maar de klik was snel gemaakt. Zalig gewoon, Nederlands geven aan leerlingen die geïnteresseerd zijn en zelfs verantwoord omgaan met vrijheid. Helaas, een week na de krokusvakantie keerde de vaste leerkracht uit ziekteverlof terug. Ik heb daarna nog een kort interim in een gewone ASO-school gedaan, de derde keer al dat ik dit jaar een leerkracht met een burn-out mocht vervangen. Dat viel mee, alleen krijg je tijdens zo’n korte opdracht geen band met je leerlingen’

HUMO: intussen sta je weer in die methodeschool. Hoezo?

Lise: ‘Ik zat al een poosje thuis toen diezelfde vaste leerkracht opnieuw uitviel. De school vroeg me terug, ik had hier in mijn eerste periode een goede band met de leerlingen en het team gesmeed. Nu heb ik zekerheid tot het einde van het schooljaar, een geweldig cadeau. Het is niet fraai, maar als interim redeneer je op de duur dat de ene zijn dood de andere zijn brood is’.

HUMO: blijf je in het onderwijs na deze wisselvallige start?

Lise: ‘Toch wel, ik heb die lerarenopleiding niet voor niets gevolgd. Maar of ik dit mijn hele leven wil doen? Nee, ik heb al teveel uitgebluste collega’s gezien die routineus hun lesjes aframmelen’. 

 

Kelsey Olefs (Economie, 2de en 3de graad TSO-ASO, Atheneum Boom)

Humo2016-063-Kelsey Olefs KA Boom

Kelsey Olefs (26) nam als master handelswetenschappen een vliegende start in de privésector. Toch keerde ze na vier jaar naar haar eerste liefde, het onderwijs, terug. De gewezen reward en development officer van een grote luchtvaartmaatschappij leverde bedrijfswagen en andere perks in en staat intussen al een jaar met veel goesting voor de klas.

Kelsey Olefs: ‘Ik wou altijd al les geven. Na mijn studies handelswetenschappen aan de Ehsal heb ik nog een lerarenopleiding gevolgd. En toch ben ik eerst een andere richting ingeslagen. Onderwijs leek me te onzeker. Als beginnend leerkracht vlieg je van de ene school naar de andere, en weet je in de zomer niet of je in september wel werk zult hebben. Vervelend als je een hypotheeklening wil afsluiten om een huis te kopen. Ik kon bij Ikea beginnen, een erg positieve ervaring. Personeel coachen en opleidingen geven, in feite een soort onderwijs voor volwassenen. Na twee jaar ben ik naar JetairFly overgestapt. Reward & development officer was een erg uitdagende baan, maar ik raakte in de knoop met de bedrijfscultuur en kreeg heimwee naar het onderwijs. In april heb ik mijn CV rondgestuurd. Het resultaat kwam onverhoopt snel: ik kon na de paasvakantie voltijds in het  Atheneum van Boom beginnen. Het was dringend, mijn voorganger was tot adjunct-directeur benoemd en haar eerste vervanger was een miscast gebleken’.

HUMO: welke vakken mag je als handelswetenschapper geven?

Olefs: ‘Ik geef dit jaar economie, toegepaste economie, bedrijfsbeheer, recht en wetgeving. Vorig jaar gaf ik ook sportmanagement, sport is bij ons een populaire richting. Voorts besteden we twee uur per week aan de Mini-Onderneming: leerlingen richten bij het begin van het schooljaar een eigen bedrijf op. Heel realistisch, ze zoeken aandeelhouders, doen aankopen en verkopen, voeren een echte boekhouding met RSZ en keren zichzelf een loon uit. In feite zouden economie en recht in alle studierichtingen aan bod moeten komen. Een achttienjarige zou tenminste moeten weten hoe banken werken en waar belastingen voor dienen’.

HUMO: iets meegenomen uit de privésector dat van pas komt in de klas?

Olefs: ‘Heel veel zelfs, zoals de cursussen leiderschap die ik bij Ikea kon volgen. Mijn ervaring in de privé heeft me ook leren relativeren. Ja, het is hard werken met al die voorbereidingen en paperassen. Maar buiten ons lessenrooster hebben we veel vrijheid om ons werk te plannen, en we mogen echt niet klagen over het aantal verlofdagen. Ik heb bij mijn overstap stevig ingeleverd, minder salaris, geen extralegale voordelen. Maar het gevoel van vrijheid compenseert dat allemaal ruimschoots’.

HUMO: kon je dat leiderschap meteen laten gelden of werd je als groentje getest?

Olefs: ‘Het begin vorig jaar was moeilijk. Voor een van de vakken was ik al de derde leerkracht in korte tijd. Omdat mijn voorgangster de mist was ingegaan was ik verplicht er de pees op te leggen om de leerplandoelstellingen te halen. De leerlingen klaagden steen en been dat het te snel ging en te moeilijk was. Ik heb daar iets te veel begrip voor getoond. Beginnersfoutje, zal me niet meer overkomen. Tijdens de lerarenopleiding hadden ze het ons ingepeperd: een gezonde sfeer moet je vanaf dag één afdwingen. Probeer niet meteen de toffe uit te hangen. De eerste weken moet je vooral niet te veel glimlachen en ieder incident kordaat aanpakken, dan kun je later de teugels vieren zonder dat het uit de hand loopt. Dit schooljaar ging het al veel beter, maar in een van de klassen heeft toch tot eind oktober geduurd om de juiste toon te vinden. Ervaren collega’s hebben het gemakkelijker omdat ze door hun reputatie worden voorafgegaan. Dat vergt tijd, al schijn ik intussen toch al bekend te staan voor mijn moeilijke toetsen’. (lacht).

HUMO: al aan de noodrem moeten trekken?

Olefs: ‘Ik heb er al wel eens eentje uit de klas gezet. Dat is zowat de ultieme remedie, nadat je eerst al een nota in de agenda hebt gestoken en vervelende koppels uit elkaar hebt getrokken. Echte incidenten? Met een deur slaan of een stoel omgooien, veel wilder wordt het niet. Meestal zijn dat jongens uit het derde of vierde jaar, de leeftijd waarop het haantjesgedrag piekt. In het vijfde gaat dat eruit, dat hoor ik ook van oudere collega’s. Het is haast mysterieus, alsof er in die zomervakantie tussen het vierde en het vijfde een scheut maturiteit over die gasten neerdaalt. Jongens zijn wel recht door zee: na een aanvaring gaat de spons erover en kun je weer verder. Bij meisjes duurt het veel langer om de band te herstellen’.

HUMO: volgens het veelbesproken Masterplan Secundair Onderwijs van de Vlaamse regering moeten de schotten tussen ASO, TSO en BSO verdwijnen. Ben jij gewonnen voor een brede eerste graad?

Olefs: ‘Ik vind het principe wel okay, maar ik heb twijfels over de haalbaarheid. Om BSO- en ASO-leerlingen samen te zetten, moet je wel erg veel differentiëren. Makkelijker gezegd dan gedaan, weet ik uit ervaring. Het is nu al heel lastig om binnen dezelfde klas om te gaan met de verschillen tussen slimme en minder slimme leerlingen’.

HUMO: je bent lang genoeg van de schoolbanken af om achterom te kijken. Wat is er in die tien jaar veranderd?

Olefs: ‘De technologie uiteraard. Smartboards zijn niet meer uit de klas weg te denken, zeker niet voor de theorievakken. In mijn tijd bestonden die niet, net zomin als de smartphones die op onze school alleen op de speelplaats worden toegelaten. Dat is hier dan ook een dagelijkse sport: jacht maken op smartphones in de klas of in de gang. Leerlingen zijn een stuk mondiger geworden, ook dat valt op. Sommige oudere collega’s hebben het daar moeilijk mee, je kunt op dat vlak van een generatiekloof spreken. Voor ons is omgaan met tegenspraak in de klas vanzelfsprekend, dat werd er tijdens de lerarenopleiding ingehamerd’.