Maandelijks archief: augustus 2016

Guimard meets GO! Schooldirecteurs over de moordende concurrentie in onderwijsland

Knack, 24 augustus 2016

“Ook BSO-kinderen hebben recht op culturele ontplooing”

Schotten in het onderwijs zijn niet wat je denkt. Ze staan onzichtbaar maar zeer effectief tussen ASO, TSO en BSO. Het hoogste schot prijkt evenwel tussen de onderwijsnetten. Knack sprong over de levensbeschouwelijke kloof en bracht twee Gentse schooldirecteurs samen. Hilde Allaert van het Sint-Bavo-humaniora en Pascal Vanhoecke van het Atheneum Merelbeke, samen op zoek naar wat hen bindt en verdeelt. ‘Ik denk wel dat ik je zou kunnen aannemen’.   

 

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

Het Gentse Sint-Bavohumaniora ontwaakt langzaam uit zijn zomerslaap. Klaslokalen krijgen een beurt, onder een afgebladderde dakgoot bengelt een ploeg acrobaten met verfkwasten. Ook directrice Hilde Allaert (56) is op post, recht vanuit haar vakantieoord in Italië. Knipperend met de ogen in het felle zonlicht monstert ze de werkzaamheden. ‘Dakwerken kosten een fortuin’, moppert ze. ‘Ik zou dat geld liever anders besteden, maar je kunt zoiets niet blijven uitstellen’. Onderhoudskosten, ze zijn het kruis van menig schooldirecteur. De meeste gebouwen van ‘het Sint-Bavo’ zijn bijna een eeuw oud, het statige poortgebouw dateert zelfs uit de 18de eeuw. De directrice mag het graag vertellen. Hoe de Zusters van Liefde begin jaren dertig aan de Reep zijn neergestreken, met de missie om ook meisjes de kans te bieden kwaliteitsvol onderwijs te volgen. De term progressief was toen nog niet in zwang, maar als Vlaamsgezinde, emancipatorische onderwijscongregatie liepen de Zusters van Liefde stevig vooruit. Dat imago is intussen geëvolueerd. Sint-Bavo, een zuiver ASO-humaniora met een internaat van 250 bedden er bovenop, is een vaste waarde in het A-segment van de onderwijsmarkt. Niet alleen in Gent, het internaat lokt tradtioneel veel kinderen uit het hinterland, Oost en West-Vlaanderen en sinds enkele jaren ook steeds meer uit Brussel en Wallonië. ‘De groentjes’ worden de leerlingen genoemd, naar de kleur van het verplichte uniform waarmee ze zich onderscheiden van de blauwtjes van het Sint-Pietersinsituut en de grijsjes van het Nieuwen Bosch Humaniora. Een eliteschool? Directrice Allaert zal de reputatie tijdens het interview hartstochtelijk nuanceren.

 Feminist

Haar gesprekspartner is aangekomen. Of hij het gemakkelijk gevonden heeft, polst ze. Pascal Vanhoecke (37) lacht breed. ‘Natuurlijk zegt hij. ‘Sint-Bavo, welke Gentenaar weet dat nu niet liggen? Ik ben hier vroeger nog komen basketten, mijn amateurclub huurde ‘s avonds een turnzaal af. Dat doen wij ook met onze twee campussen in Merelbeke. Voor het geld, want we kunnen iedere extra euro goed gebruiken. Maar het openstellen van onze gebouwen is ook een manier om de buurt en het middenveld bij de school te betrekken. Het Gentse wereldkoor Karibu repeteert bij ons zo goed als gratis, we delen immers dezelfde idealen’. Hilde Allaert aarzelt, maar de Aha-Erlebnis komt er toch. De schotten tussen het GO! en het vrije, katholieke net mogen dan huizenhoog zijn, ze heeft haar jongere collega al eerder ontmoet. Niet in diens hoedanigheid van directeur van het Atheneum Merelbeke, wel als bezieler van de Belgische Filosofie Olympiade. ‘Inderdaad’, verlost hij haar van haar laatste twijfels. ‘Sint-Bavo had vorig jaar trouwens een finalist, ik ben u daar nog komen mee feliciteren’.

Drie uur lang zullen ze elkaar aftasten en uithoren. Luxe voor de interviewer, we hoeven slechts af en toe een vers thema op tafel te gooien om het gesprek te smeren. De verschillen liggen voor de hand, de raakvlakken eveneens. Zoals een gedeelde passie voor filosofie. Vanhoecke is pyscholoog maar studeert in zijn gestolen uren wijsbegeerte aan de Gentse universiteit. Hilde Allaert heeft in Leuven theologie en filosofie gestudeerd, om vervolgens aan een doctoraat in de vergelijkende godsdienstwetenschappen te beginnen. ‘Ik ben ermee gestopt’, vertelt ze als we ons met een thermos koffie in haar bureau terugtrekken. ‘Het werd gauw duidelijk dat ik als vrouw in de faculteit theologie geen kansen zou krijgen. Dat maakte me als overtuigd feminist opstandig. Nog altijd trouwens. Er is al veel veranderd binnen de Kerk, maar vrouwen worden nog altijd niet voor vol aanzien, we worden hooguit geduld’. Vanhoecke pikt er gretig op in. Dat hij thuis een feministische opvoeding heeft gekregen en zichzelf een overtuigd feminist noemt. We zetten een streepje: nog een link tussen de twee schooldirecteurs die verrassend genoeg ook een katholieke jeugd delen. ‘Ik ben nog misdienaar geweest’, zegt Vanhoecke. ‘Mijn ouders waren echte Caritas-katholieken, constant in de weer met vrijwilligerswerk. Ik heb daar warme herinneringen aan, dat is waar mijn engagement vandaan komt. Dat ik reeds als adolescent agnost ben geworden, komt door mijn ervaringen op de broederschool. Seksueel misbruik, het gebeurde in mijn onmiddellijke omgeving. Ik was vooral geschokt door de manier waarop het in de doofpot werd gestopt’. Engagement is in zijn geval een understatement. Vanhoecke lijdt naar eigen zeggen aan een Messiascomplex. ‘Ik wil de maatschappij veranderen. Daarom ben ik gestopt als therapeut. Je kunt wel ieder jaar een paar volwassen patiënten helpen, maar dat brengt weinig zoden aan de dijk. Het onderwijs is een omgeving waarin je nog bakens kunt verzetten’.

 

Foto: Franky Verdickt

Hilde Allaert: ‘Er is niks mis met uitdagen, hard werken en netjes voor de klas in de rij staan’ (foto: Franky Verdickt)

zuster Monica

Vrijzinnig messianisme, het bestaat dus. Af en toe wekt het lichte wrevel aan de overkant van de tafel: de neiging om zelfs de antwoorden van de tegenpartij voor zijn rekening te nemen, in de vaste overtuiging het beter te weten of alleszins beter te kunnen formuleren. Overredingskracht komt natuurlijk van pas als je op je 31ste tot directeur wordt benoemd, als outsider met slechts enkele jaren onderwijservaring op de teller, dwars tegen enkele gedoodverfde kandidaten in. De vacature was overigens geen cadeau. Vanhoecke: ‘‘Het atheneum is ontstaan uit een pijnlijke fusie van twee rivaliserende TSO- en BSO scholen, een van het gemeenschapsonderwijs en een van de gemeente. Toen ik er zes jaar geleden begon, kampte de school met een imagoprobleem. Er was geen visie, niemand wist waar we voor stonden. Het atheneum leek ook losgezongen van zijn omgeving, de meeste leerlingen kwamen uit Gent. Zie je, Merelbeke is een rustige, welvarende gemeente waar je eerder een ASO-school zou verwachten. Die is er intussen: ik heb binnen het atheneum een ASO-afdeling opgericht. Het Popelin Lyceum, genoemd naar een van mijn helden, de Brusselse feministe Marie Popelin. Vanaf september bieden we een volledige cyclys aan, de eerste lichting van vijftien begint aan haar zesde jaar. Het groeit als kool, in het eerste jaar ASO starten we straks met drie klassen’.

Hilde Allaert moet qua gedrevenheid nauwelijks onderdoen. Zeker, ze heeft hier lang als godsdienstlerares voor de klas gestaan. Aangeworven door zuster Monica Van Kerrebroeck, de legendarische directrice die voor de CD&V in de Gentse gemeenteraad en het Vlaams parlement zetelde. Toch heeft ze geen klassieke onderwijscarrière achter de rug. ‘Na tien jaar les geven begon mijn ondernemingszin te kriebelen’, zegt ze. ‘Mijn broer Geert had net het failliete Vorst Nationaal gekocht. Ik ben daar mee in gestapt, het begin van een waanzinnig  avontuur waarmee ik een paar boeken kan vullen. Op een bepaald moment hadden we vier grote zalen in beheer, onder meer  het Antwerpse Stadsschouwburg en het Gentse Capitole waar ik meer dan tien jaar directeur ben geweest. Showbizz, dat is werken van zeven uur ’s ochtends tot een stuk in de nacht, weekends inbegrepen. Ik heb dat doodgraag gedaan, maar toen ik vijftig werd en om me heen keek zag ik alleen twintigers en dertigers. Tijd voor wat anders, dacht ik, zonder concrete plannen. Het was mijn vriendin Marleen Sonneville, vroegere collega en ondertussen directeur, die me vroeg toen ik met haar een koffie ging drinken. Er was een vacature, en of ik niet wilde terugkeren? Lang heb ik niet getwijfeld, de onderwijsmikrobe bleek nog springlevend. Een jaar en een trimester later ging mijn voorgangster onverwachts met vervroegd pensioen. Ik voelde al nattigheid toen de raad van bestuur me voor een gesprek uitnodigde. Ze gaven me tot na de kerstvakantie de tijd om na te denken. Ik heb ja gezegd, en zo ben ik hier begin vorig jaar directrice geworden’.

moordende concurrentie

Ze zien het nieuwe schooljaar allebei met vertrouwen tegemoet. De inschrijvingen, graadmeter voor succes in onderwijsland, maatstaf waarmee subsidies worden toegemeten, lopen goed. Het atheneum tekent jaar na jaar groei op. Meer dan 500 leerlingen intussen, van wie er steeds meer uit Merelbeke komen. ‘We worden stilaan een afspiegeling van onze omgeving’, stelt Vanhoecke tevreden vast. ’15 procent GOK-leerlingen, ook dat spoort met die lokale inbedding’. Hilde Allaert van haar kant heeft een zucht van opluchting geslaakt toen de teller boven de 1.000 steeg. ‘Ik was geschokt toen ik hier in 2013 opnieuw les kwam geven. Een dikke 900 leerlingen, terwijl we er in de topjaren wel 1.500 inschreven. De concurrentie in het ASO-segment is moordend, zeker in Gent waar een half dozijn katholieke scholen in dezelfde poel vissen. Het spel wordt hard gespeeld, en niet alleen tussen de netten. Zie je, Sint-Bavo is net als de andere uniformscholen van oorsprong een meisjesschool. Toen alles gemengd werd, zag je dat jongensscholen veel gemakkelijker meisjes aantrokken dan andersom. Vraag me niet waarom, maar blijkblaar bleef het imago van softe meisjesschool aan ons kleven’.

De manier waarop ze dat wist om te buigen deed in Gentse onderwijskringen veel stof opwaaien. Sint-Bavo pakte in september 2015 als eerste humaniora in Gent en omstreken uit met een nieuw volwaardige optie Science, Technology, Engineering and Maths. STEM dus, een toverwoord dat ouders doet dromen van een rode loper die kinderen recht naar de hoogste strata van de digitale kenniseconomie voert. Slim bekeken: het softe imago bijstellen met harde, mannelijke buzz. Het idee kwam van enkele leerkrachten wiskunde en wetenschappen, maar de kritiek viel haar op de hals. ‘Vanuit andere scholen werd me gebrek aan loyaliteit verweten’, zegt ze grinnikend. ‘Ze trokken zelfs de wettelijkheid van onze STEM in twijfel. De kritiek werd persoonlijk, ik heb in de krant moeten lezen dat ik als directrice goedkope trucs uit mijn showbizz-verleden toepaste. Ach ja, laten we daar niet bij stilstaan, ik houd niet van conflicten. Intussen bieden we trouwens hulp aan andere scholen die dit jaar met STEM starten’.

 

Foto: Franky Verdickt

Pascal Vanhoecke: ‘De onderwijshervomring is in de eerste plaats een besparingsoperatie’. (foto: Franky Verdickt)

Bildung

Zijn gsm gaat over, Vanhoecke excuseert zich voor de zoveelste onderbreking. ‘Ik heb geen adjunct om oproepen over te nemen’, zegt hij na gedane zaken ‘Een bewuste keuze, ik spring erg zuinig om met administratieve en techische omkadering zodat ik meer overhoud om in de leerlingen en het team te stoppen. We schakelen zoveel mogelijk vrijwillgers in, zelfs voor ICT. Pure noodzaak, als je bedenkt dat we de nieuwe ASO-richting volledig uit eigen middelen financieren. Zonder extra subsidies, en zonder te putten uit de reserves van onze scholengroep Panta Rhei. Je moet zelf in het onderwijs staan om te snappen wat voor een heksentoer dat is’. Allaert knikt instemmend, ze kan het exoploot naar waarde schatten. Ook het inrichten van STEM was een eigen investering, laat ze noteren. Vanhoecke legt uit waarom hij wel twee campussen maar geen eigen kantoor heeft. Past in zijn egalitaire, coöperatieve managementsvisie waarin naast leerkrachten ook ouders, vrijwilligers en zelfs buurtbewoners participeren. Hoe hij zijn team meesleurt in zijn vernieuwingsdrang? “Door zelf voorop te lopen als zotste van de hoop’, zegt hij lachend. ‘Ik ben deze zomer niet met vakantie geweest, ik was de hele tijd in mijn school. We organsieerden met vrijwilligers bijlessen voor kinderen met taal- of leerachterstand, er waren activiteiten om de culturele geletterdheid op te krikken. Dat is een van mijn stokpaardjes: een school mag zich niet beperken tot de leerplannen, want dan wordt onderwijs een erg mager beestje. Het gaat erom jonge mensen tot mondige en kritisch burgers te vormen. Bildung heet dat, een woord waarbij je spontaan aan humaniorakinderen denkt. Maar ook BSO-kinderen hebben recht op culturele ontplooing, al is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Heel wat van onze leerlingen groeien op in een huis waar niet één boek in de kast staat. Begin als leraar Frans dan maar eens over Houellebecq uit te wijden’.

Bildung? Het ideaal ligt ook Allaert na aan het hart. ‘Ik jaag mijn leerlingen geregeld naar buiten’, zegt ze. ‘NTG, SMAK, alle cultuurtempels liggen om de hoek, dat is pedagogische luxe. Toen we met STEM begonnen werd ons verweten dat we onze ziel aan het nuttigheidsdenken hadden verkocht. STEM zou een fabriek voor ingenieurs worden, op maat gesneden van de industrie. Onzin natuurlijk, inzetten op wetenschap en technologie sluit passie voor taal en cultuur niet uit. In de wetenschappelijke richtingen hebben we trouwens een verplicht vak wetenschapsfilosofie ingelast’.

GOK-kinderen

Pedagogische luxe is misschien wel het voornaamste verschil tussen beide scholen. Want hoe comfortabel is het om directrice te zijn van een eliteschool die vooral slimme kinderen van hoogopgeleide ouders aantrekt? Allaert zet haar stekels op. ‘Ik word pissig van die reputatie’, zegt ze. ‘Okay, we zijn een ASO-school met een goede faam. Ouders die voor Sint-Bavo kiezen, willen dat hun kinderen later gaan studeren. We leggen de lat hoog. Er is niks mis met uitdagen, hard werken en netjes voor de klas in de rij staan. Maar sociaal elitair? Pardon, we hebben in het eerste jaar wel al 19 procent GOK-kinderen, een categorie waaronder overigens lang niet alleen allochtonen vallen. Minder dan het stadsgemiddelde, okay, maar je moet Sint-Bavo niet als een stadsschool bekijken. Die 19 procent is het resultaat van een christelijk geïnspireerd pedagogisch beleid. Elk kind heeft recht op degelijk onderwijs. We doen er alles aan om kinderen te ondersteunen. Financieel, als de schoolrekening een probleem vormt. Geen geld voor een uniform? We verzamelen gebruikte exemplaren die we in alle discretie gratis ter beschikking stellen. Tussen haakjes gezegd: het is ironisch dat uniformscholen het stempel van elitair dragen. Egalitair zou een beter woord zijn, want uniformen verdoezelen inkomensverschillen en sparen ouders veel geld uit. Maar we investeren ook fors in studiebegeleiding en taalondersteuning, zeker nu we steeds meer leerlingen met een migratieachtergrond hebben die thuis geen Nederlands spreken, vooral uit de Turkse gemeenschap.  Bij de inschrijving hameren we erop: het belang van een goede taalbeheersing. Dat wordt nog altijd onderschat, ze denken dat het volstaat om zich in te schrijven, en dat hun kind dan vanzelf dokter zal worden. Bij de laatste opendeurdag heb ik een mooi tafereel gezien. De laatstejaars stonden in voor het onthaal. Op een bepaald moment kwam een van mijn Turkse leerlingen, een pienter en sociaal meisje uit de Latijn-wetenschappen, met een bijzonder verzoek. Ik weet dat ik op school geen Turks mag spreken, begon ze, maar mag het voor één keer toch? Ik wil me namelijk boos maken, en dat lukt alleen in het Turks. Even later stond ze een Turkse vader de les te spellen. “Jullie willen jullie kind inschrijven? Okay, maar dan moet het thuis gedaan zijn met die Turkse satelliettelevisies, stem voortaan af op Vlaamse zenders”. Ze had gelijk, zonder de volle steun van ouders lukt het zelden om succesvol af te studeren’.

Onderwijshervorming

De reputatie van het secundair onderwijs in Vlaanderen is bekend. Uitmuntend aan de top, wie afzwaait van een goede ASO-school zit gebeiteld. De keerzijde van de medaille: een watervalsysteem met veel schoolachterstand en een ongekwalificeerde uitstroom met weinig perspectieven op de arbeidsmarkt. Dat laaggeschoold vaak met allochtoon rijmt, maakt het plaatje er niet fraaier op. Vlaams onderwijs bestrijdt geen ongelijkheid, poneren we, maar bestendigt ze integendeel. Allaert en Vanhoucke kunnen de stelling alleen maar beamen. Wat eraan te doen? ‘Er zijn geen mirakeloplossingen’, zucht Vanhoecke. ‘Daarvoor is de problematiek veel te complex. Maar het zou helpen als de lasten beter werden verdeeld. Waarom spreken we nog altijd van witte en zwarte scholen? Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, zijn er alleen nog diverse scholen’. Allaert valt hem bij. ‘Er zijn scholen die selecteren aan de bron, ook in Gent. Natuurlijk bestaan er wetten die dat verbieden, maar met een beetje creativiteit valt daaronder uit te komen’.

Van de met veel poeha aangekondigde onderwijshervorming verwachten ze weinig heil. ‘In de eerste plaats een besparingsoperatie’, oordeelt Vanhoecke, ‘net als het M-decreet, dat is er ook niet gekomen omdat inclusief onderwijs het ei van Columbus is, maar omdat het buitengewoon onderwijs te duur werd’. Allaert klinkt wat genuanceerder. ‘Er zitten positieve elementen in, zoals het schrappen van enkele tientallen richtingen. Soms komen ouders raad vragen als hun kind een B-attest heeft gekregen. Welke richting TSO zou ik aanbevelen? Moeilijke vraag, want ik raak zelf niet wijs uit het kluwen. Er komt ook een concentratiebeweging. In het gemeenschapsonderwijs hebben ze die al achter de rug, nu is het katholiek onderwijs aan de beurt. Op zich geen bezwaar, er valt veel efficiëntiewinst te boeken door administratie, ICT en onderhoudspersoneel te poolen. Zolang ze maar niet aan de autonomie van de directies raken’.

Het plan Crevits, dat in principe vanaf 2017-18 wordt uitgerold, is een flauw afkooksel van het Masterplan Smet dat de ambitie bevatte om de schotten tussen ASO, TSO en BSO te slechten. Een gemiste kans? Allaert haalt de schouders op. ‘Voor mijn part mogen die schotten blijven staan’, zegt ze. ‘Bekijk het ook even praktisch: hoe zou een school als Sint-Bavo er een TSO of BSO-afdeling kunnen bijnemen? Daar is gewoon geen plaats en geen geld voor. Ik zie veel meer heil in het opwaarderen van TSO en BSO. Ook een juiste oriëntering volgens het talent van het kind is essentieel. Gebruik de expertise van de leerkrachten, is mijn boodschap. Helaas worden hun deskundige adviezen vaak niet gevolgd wegens zeer hardnekkige vooroordelen t.o.v. TSO of BSO’ Een brede school? Bestaat al, directeur Vanhoecke kan er een rondleiding geven. ‘ASO, TSO, BSO, dat loopt bij ons door elkaar. We waren van plan het ASO om praktische redenen apart in te roosteren, maar de leerlingen hebben ons zelf teruggefloten. Ze vonden het juist fijn dat ze tijdens de recreatie hun vrienden van het technisch en beroeps konden ontmoeten Ik vind die schotten wel een probleem. Jongeren moeten zoveel mogelijk samen opgroeien, dan zullen ze elkaar als volwassenen beter begrijpen’.

LEF op school

Misschien moeten we de verschillende onderwijsnetten maar afschaffen. Zonder al die geldverslindende overlappingen komen er vanzelf middelen vrij om onderwijsutopieën te realiseren. We hadden hilariteit aan de tafel verwacht, maar beide directeurs nemen het idee ter harte. Eén onderwijsnet? Okay voor Allaert, zolang het geen centraal geleid net is. ‘De autonomie van scholen in het katholieke net is mij erg dierbaar’, zegt ze. ‘Ik denk dat die vrijheid ons ook beter wapent voor de uitdagingen van de toekomst. Ik zou nooit in het gemeenschapsonderwijs kunnen aarden, te star, te bureaucratisch en te veel politieke inmenging’. Dat aan de overkant een GO-directeur zit die het tegendeel belichaamt, brengt haar niet van haar stuk. ‘Jij bent de spreekwoordelijke uitzondering op de regel’, zegt ze, waarna alsnog hilarisch gelach weerklinkt. Als Vanhoecke zijn sérieux herwonnen heeft, pakt hij met een verrassend standpunt uit. ‘Misschien is een monopolie voor vrije scholen wel gezonder dan een overheidsmonopolie. Ik sta voor 200 procent achter het actief-pluralisme zoals het door het GO! wordt gedefinieerd. Maar wat als de politiek verandert en het onderwijs door de nieuwe machthebbers wordt geïnstrumentaliseerd? Dat is al gebeurd, denk aan de nazi’s en kijk naar wat zich nu in Turkije afspeelt. Die vrije scholen hoeven trouwens niet noodzakelijk katholiek te zijn’.

Een net van vrije maar pluralistische scholen, Patrick Loobuyck zou het graag zien gebeuren. De moraalfilosoof pleit al jaren voor het vervangen van lessen godsdienst en zedenleer door LEF, een inleidende cursus Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie die kinderen van diverse gezindten nader tot elkaar brengt. Vanhoecke steekt zijn duim op, Allaert ziet er als gewezen godsdienstlerares geen brood in. ‘Ik pleit integendeel voor een inhoudelijke verdieping van de godsdienstlessen. Niet met een bekeringsagenda, het leerplan godsdienst vraagt trouwens ruime aandacht voor andere levensbeschouwingen.  Het gaat erom onze Europese identiteit, waarden en normen te begrijpen, vanuit een christelijke inspiratie die open staat voor dialoog. Levensbeschouwelijke onwetendheid is vandaag misschien wel het grootste gevaar. Ik trek mijn visie door in mijn personeelsbeleid. Voor interims steekt het wat minder nauw, maar voor een open betrekking vraag ik kandidaten naar hun inspiratie. Ze moeten de zondagspraktijk niet in ere houden, die tijd is lang voorbij. Maar ze moeten wel ons pedagogisch project onderschrijven en niet uitgesproken negatief staan tegenover kerk en religie’. Vanhoecke ruikt zijn kans. Of hij als agnost mag komen solliciteren? Directeur Allaert laat het even bezinken. ‘Een twijfelgeval’, zegt ze. ‘Maar ik denk wel dat ik je een kans zou geven. Vanwege je gedrevenheid en de liefde voor onze jongeren. Helemaal in de lijn van ons project.’