Maandelijks archief: oktober 2016

De comeback van de burgerdienst

 Knack, 20 september 2016

 

Miliciens en gewetensbezwaarden zijn begrippen uit een ver verleden. Twee decennia na het afschaffen van de dienstplicht maakt het idee echter een opvallende rentrée. Jongeren moeten aan het het voluntariaat, in het leger, het museum, het rusthuis of de sportclub. Goed voor hun persoonlijke groei, heilzaam om kloven in de maatschappij te overbruggen. Verplichten ligt nog moeilijk, maar de vrijwillige samenlevingsdienst kan op een groeiend draagvlak steunen. Ook in de Wetstraat.

Jongeren voor de Samenleving op stage in Lokeren (foto: Wouter Van Vooren)

Jongeren voor de Samenleving op stage in Lokeren (foto: Wouter Van Vooren)

Het causaal verband wordt op zijn website niet toegelicht, maar als bijna dubbele meter ziet Brieuc Van Damme de dingen naar eigen zeggen groot. Zo ook het model voor de samenlevingsdienst dat hij bepleit. De Brugse econoom, in 2014 Open VLD-kandidaat voor Europa, gewezen kabinetsmedewerker van Maggie De Block, wil alle achttienjarige Belgen aan een verplichte leger- of gemeenschapsdienst onderwerpen. Van Damme muntte zijn idee als voorzitter van de Vrijdaggroep, een tweetallige club van jonge talenten die op geregelde tijdstippen bijpraten over strategieën ter verbetering van de samenleving. Zijn opiniestuk, mede ondertekend door de Franstalige econoom en manager Maxime Parmentier, verscheen eind augustus op Knack.be waar het opvallend gretig werd gedeeld. De auteurs hadden dan ook een gevoelige snaar geraakt. Verplicht of vrijwiliig, de samenlevingsdienst is een hot item dat niet toevallig zijn weg heeft gevonden naar de #Bel10-lijst van Radio Eén.

Peace Corps

Het animo is nieuw, het idee allerminst. De eerste wetgevende initiatieven werden al kort na het opschorten van de dienstplicht in 1994 genomen. Alle voorstellen stierven evenwel een stille dood in het parlement, vaak nog vooraleer ze op de agenda van een bevoegde commissie belandden. De enige tekst die ooit het staatsblad haalde, draagt het signatuur van Stef Goris (VLD) en Robert Denis (MR). Typerend voor de algemene desinteresse: de wet van 11 april 2003 ‘tot het instellen van een vrijwillige dienst van openbaar nut’ bleef bij gebrek aan uitvoeringsbesluiten dode letter. Nochtans werden verschillende pogingen ondernomen om de wet in aangepaste vorm te reanimeren. Zo droomde minister van landsverdediging André Flahaut (PS) in 2006 van een contingent van 1.000 ‘dienstvrijwilligers’ binnen het leger. Ook daar kwam niks van in huis, maar de aanleiding en argumentatie zijn interessant. De gegadigden zouden bij voorkeur worden gerecuteerd onder werkloze jongeren die tijdens hun passage in de kazerne ervaring, attitudes en zelfvertrouwen zouden tanken om nadien de arbeidsmarkt te betreden. Tegelijkertijd, zo luidde het destijds binnen de paarse regering Verhofstadt II, zou het organiseren van een vrijwilligersdienst de sociale cohesie versterken, een dringende noodzaak na de schokkende moord op Joe Van Holsbeeck. Niet alleen bij landsverdediging weerklonk de roep om jonge burgervrijwilligers. Minister van ontwikkelingssamenwerking Armand De Decker (MR) trommelde een visioen op van mobiele teams die overal ter wereld konden worden uitgestuurd om de nood te lenigen na rampen en kalamiteiten.

Na de mislukte start is de samenlevingsdienst aan een opvallende comeback begonnen. Niet alleen in België. De state of the union van Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker klonk vorige week misschien weinig begeesterend, maar ze bevatte wel enkele concrete plannen. Veelbesproken is het oprichten van een Europees Solidariteitskorps dat tegen 2020 operationeel moet zijn. Het wordt een legioen van liefst 100.000 jongeren onder de dertig jaar die als vrijwilligers in eigen land of in het buitenland aan de slag gaan. Heropbouwen na natuurrampen, armoedebestrijding, vluchtelingenwerk, ngo’s of lokale overheden, het actieveld is even breed als vaag omschreven. Ook hier kllinken de troeven bekend in de oren. Activeren van jongeren, met krimpende werkloosheidsstatistieken als aangenaam neveneffect. En daarnaast het klassieke argument van de samenlevingsopbouw: jongeren in de gelegenheid stellen elkaar te ontmoeten en over de muren van ethnie, religie, taal en sociale klasse te kijken. De vergelijking werd meteen gemaakt: dit wordt een Europese variant op het Amerikaanse Peace Corps, het bekende vrijwilligersprogramma dat in 1961 door president John Kennedy in het leven werd  geroepen.

Service civique

Het Peace Corps was ook een inspiratiebron toen in 2007 het Belgische Platform Jongeren voor de Samenleving werd opgericht. De koepel verenigt intussen al zo’n 200 leden, veelal locale vzw’s actief in het jeugdwerk en de socio-culturele sector. Tweetalig van opzet, maar de Franstalige origine van het Plateforme pour le Service Citoyen schermert door in het 15-koppige personeelsbestand. ‘We zijn dringend op zoek naar een Nederlandstalige coördiinator’, zegt directeur François Ronveaux vergoelijkend. Het Platform organiseert al vijf jaar een samenlevingsdienst voor jongeren tussen 18 en 25. Gedurende zes tot negen maanden draaien ze mee in organisaties uit vier sectoren, cultuur, zorg, milieu of sport. Tegelijkertijd volgen ze allerlei workshops. Over burgerschap, maar ook rond vaardigheden die hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Aan het einde van hun dienst ontvangen ze een certificaat, overhandigd tijdens een plechtigheid in de Senaat of het Huis der Parlementsleden. 350 jongeren volgden tot dusver het traject, onder wie enkele tientallen Vlamingen. Onder de vorige minister van jeugd Pascal Smet (sp.a) beurde het Platform een bescheiden projectsubsidie, nipt voldoende om vier lichtingen van 15 jongeren door de samenlevingsdienst te loodsen. De subsidie werd onder Bourgeois II geschrapt, en in de praktijk loopt het pilootproject enkel nog in de hoofdstad, met steun van het Brussels Gewest. ‘Maar binnen enkele weken starten we opnieuw in Wallonië’, zegt Ronveaux. ‘En we hopen volgend jaar ook in Vlaanderen te herbeginnen’. Het profiel van de jongeren is divers. Er zitten universitairen tussen, de meesten echter zijn laag opgeleid of regelrechte school drop-outs.  ’Voor hen is de samenlevingsdienst een zegen’, betoogt Ronveaux. ’75 procent van onze jongeren maakt na het afzwaaien binnen de zes maanden een nieuwe start. Ofwel hebben ze een baan gevonden, ofwel zijn ze aan een studie begonnen’.

De directeur heeft er een goed oog. Ook de lobbycampagne, de eigenlijke hoofdmissie waarvoor het Platform werd opgericht, heeft een nieuw elan gekregen. ‘We hebben destijds de krachten gebundeld om een wettelijk statuut voor de samenlevingsdienst te eisen. Een absolute noodzaak, want momenteel zien we ons verplicht de samenlevingsdienst onder het vrijwilligersstatuut te organsieren. Zo krijgen jongeren een vergoeding van maximaal 200 euro per maand, plus nog wat verplaatsingskosten. Veel te krap, en ook inzake sociale zekerheid voldoet het huidige statuut niet’. Inspiratie voor dat nieuwe statuut komt niet alleen uit het Peace Corps, het Platform spiegelt zich vooral aan modellen dichter bij huis. Zoals Frankrijk, waar de Service Civique een instituut is. Vorig jaar stapten 60.000 jonge Fransen in het statuut dat hen een maandelijkse vergoeding van zo’n 500 euro plus sociale bescherming garandeert. Andere voorbeelden zijn Duitsland met zijn Bundesfreiwilligendienst die jaarlijks 80.000 jongeren kan bekoren, en Italië waar vorig jaar 45.000 jongeren een vrijwillige burgerdienst vervulden.

 

Charlie Hebdo

De Service Civique kwam nog onder president Sarkozy tot stand. In Frankrijk staat het statuut bekend als le miracle républicain, omdat de wet in het parlement unaniem door rechts en links werd goedgekeurd. Zo’n draagvlak hoopt Ronveaux ook in België te bouwen. In februari vorig jaar publiceerde het Platform in diverse Vlaamse en Franstalige kranten een Open Brief voor de Samenlevingsdienst. Al in de eerste paragraaf werd verwezen naar de aanslagen enkele weken eerder in Parijs op Charlie Hebdo en een joodse supermarkt.  De samenlevingsdienst, zo luidde het, is het adequate antwoord op de wederzijdse afwijzing van bevolkingsgroepen in de maatschappij. Onderaan de open brief prijkten de handtekeningen van meer dan 100 prominente ondernemers, wetenschappers, opiniemakers en culturele tenoren, naast die van politici van  sp.a, CD&V, Open VLD, PS, Cdh, MR en Ecolo. Wouter Beke is de bekendste naam, naast Laurette Onkelinx. Geen vergeefse moeite dus, maar de open brief bleek onvoldoende om de Wetstraat wakker te schudden. Intussen echter zijn we anderhalf jaar en een reeks schokkende terreuraanslagen verder. ‘Die hebben de noodzaak van een samenlevingsdienst alleen maar urgenter gemaakt’, zegt André du Bus de Warnaffe. ‘Het is zeker geen wondermiddel, maar wel een uitstekende remedie om de gemeenschappelijke waarden in onze maatschappij te verstevigen’. De Brusselse Cdh’er, verkozen in het hoofdstedelijk parlement en tevens lid het Franse gemeenschapsparlement, is een pionier van de samenlevingsdienst die al in 1999 een eerste wetsvoorstel schreef.  In 2011 diende hij als senator een nieuw voorstel in voor een wettelijk statuut en de oprichting van een overheidsinstituut om jongeren en onthaalorganisaties met elkaar in contact te brengen. ‘De rol die het Platform nu speelt’, zegt hij. ‘Ik heb mijn voorstel trouwens met het Platform doorgepraat. Even leek het te gaan lukken, het heeft zelfs de commissie voor sociale zaken gehaald. Uiteindelijk heeft de PS onder impuls van minister van sociale zaken Onkelinx mijn voorstel gekelderd, officieel omdat ze een samenlevingsdienst als concurrentie beschouwde voor laaggeschoolden op de arbeidsmarkt. Grappig, want nu ze in de oppositie zitten, zijn de PS en mevrouw Onkelinx plotseling grote voorstanders geworden’.

Du Bus de Warnaffe staat niet alleen met zijn gevoel van urgentie. Vooral sinds de aanslagen in Brussel zwelt het koor aan: er is nood aan verbinding. De kloof tussen de gemeenschappen, om niet te zeggen tussen de moslims en de anderen, neemt schrikbarende proporties aan. Actief burgerschap is het antwoord op kwalen zoals extremisme en radicalisering, mensen van diverse origine moeten elkaar opnieuw vinden rond gedeelde waarden die de hoeksteen van de maatschappij vormen. Voorlopig neemt het engagement vooral de vorm aan van vrome wensen en ronkende verklaringen door politici en opiniemakers in interviews, debatten, columns en speeches. Het concreetst werd Benoît Lutgen die eind augustus met een spectaculair voorstel uitpakte. De Cdh-voorzitter pleitte voor een parcours citoyen: mannen en vrouwen tussen 18 en 35 engageren zich gedurende 100 dagen voor een maatschappelijk nuttig doel. Verplicht, al bleef Lutgen vaag over de sanctie die op een eventuele weigering staat. Met zijn verplichte variant zit hij op dezelfde golflengte als Brieuc Van Damme, al is het bijna gelijktijdig oplaten van beide proefballonnen toeval. Lutgen haalt de mosterd in Frankrijk, waar het debat over een verplichte service civique al maandenlang woedt.

Arbeidsverdringing

Waarom verplichten? ‘Omdat het de enige manier is om een gezonde sociale mix te creëren’, zegt Van Damme. ‘Het onderwijs schiet op dat vlak hopeloos tekort, en ook jeugdbewegingen en sportclubs scoren vaak slecht inzake etnische en sociale diversiteit. In Molenbeek doen jongeren taekwondo, in Sint-Martens-Latem spelen ze hockey. Contact tussen beide werelden? Nul. Daarom moet de vrijwilligersdienst ook op 18, als jongeren recht van de middelbare school komen. Allemaal gelijk in bad, op dat vlak schoot de militaire dienstplicht vroeger tekort. Wie als 18-jarige aan zijn dienst begon, werd milicien. Met een diploma hoger onderwijs koos men meestal voor een opleiding tot officier of onderofficier. Beide groepen kregen nauwelijks de kans elkaar te leren kennen’. Een verplichte samenlevingsdienst kan voor zijn part perfect bij het leger. Toch kijkt Van Damme vooral naar de burgerij: organisaties uit de non profit sector, culturele instellingen, overheidsdiensten. ‘Waarom hen geen fiscale fraude laten opsporen’, oppert  hij. ‘Na een opleiding bij financiën moet dat mogelijk zijn. Wat mij betreft komen ook privébedrijven als onthaalorganisatie in aanmerking. Natuurlijk moeten we oppassen voor arbeidsverdringing, maar ik zou dat gevaar niet overdrijven. Het wordt voor die bedrijven geen goedkope arbeid, want die jongeren moeten ook worden omkaderd. Dat zal investeringen vergen in human resources’.

Studies of cijfermateriaal zijn nauwelijks voorradig. Toch heeft Van Damme, gastdocent economie in Gent, zich op basis van buitenlandse voorbeelden aan een extrapolatie gewaagd. ‘Ik reken op 10.000 euro per jongere per jaar. De helft daarvan gaat naar de vergoeding, de andere helft naar vorming en omkadering. Met 100.000 jongeren per jaar zou dat ons land een miljard per jaar kosten, welbesteed geld’.

jongeren (foto: Wouter Van Vooren)

de samenlevingsdienst oogst in de Wetstraat verdeelde reacties (foto: Wouter Van Vooren)

 

Directeur Ronveaux van het Platform ziet een verplichte dienst niet zitten. ‘Daarmee ontketen je een debat over de individuele vrijheid, een principekwestie die de kern van de zaak overschaduwt. Zo’n verplichte dienst bestaat hoor, onder meer in Zwitserland, Oostenrijk en Finland. Maar dat zijn landen waar de militaire dienstplicht en de vervangende burgerdienst nooit werden afgeschaft. Ik sluit niet uit dat België op termijn opnieuw met dat systeem aanknoopt, maar dan moet eerst een breed draagvlak ontstaan voor een vrijwillige samenlevingsdienst’. André du Bus de Warnaffe blijft beleefd voor zijn voorzitter, maar ook hij wijst een verplichte dienst resoluut van de hand. ‘Principieel, maar ook om praktische redenen. Honderdduizend jongeren per jaar aan een samenlevingsdienst helpen, daar heb je een gigantische en geldverslindende administratie voor nodig’.

Wetstraat

Hoe valt het idee intussen in de Wetstraat? Een rondvraag leverde gemengde reacties op. Een lauwe reactie bij de N-VA, een regeringspartij die met binnenlandse zaken en landsverdediging in deze materie twee sleutelposten bezet. Ondanks herhaald aandringen bij de twee kabinetten liep er geen standpunt binnen. CD&V noemt een vrijwillige burgerdienst een interessante piste, maar wijst in een summier standpunt vooral op de inspanningen die Vlaams onderwijsminister Crevits levert om actief burgerschap in de eindtermen op te nemen. Burgerschapseducatie op school figureert overigens ook in het kersverse CD&V-veiligheidsplan, als speerpunt in de strijd tegen radicalisering. Groen toonde zich een koele minnaar. ‘Geen prioriteit voor onze partij’, zegt Evita Willaert, kamerlid en OCMW-raadslid in Gent. ‘Op zich is het een goed idee, maar ook geen voldoende reden om een zoveelste wettelijk en administratief kader te scheppen, jongeren doen trouwens zo al veel vrijwilligerswerk. We vrezen bovendien voor arbeidsverdringing, zeker nu er hard gesnoeid wordt in de sociale economie’.

Wel onverdeeld positief is Vlaams Belang. Niet vanwege de sociale cohesie, de extreemrechtse partij ziet in een ‘samenlevingswerkplicht’ voor 18-jarigen een instrument om probleemjongeren te disciplineren en arbeidsethos bij te brengen. Niet zeker of ze daar bij het Platform op zaten te wachten, maar ongetwijfeld zijn ze wel blij met de toezegging van Vlaams minister van jeugd Sven Gatz (Open VLD). ‘Hier wil ik mijn truitje wel nat voor maken’, zegt hij. ‘Ik zie de vrijwillige samenlevingsdienst als een verlengstuk van de burgerschapseducatie in het onderwijs. Nuttiger dan de burgerschapsverklaring voor scholieren waar Kristof Calvo voor pleit. Mensen dingen laten doen die tot burgerschap leiden, dat werkt beter dan ze een geijkte formule van een briefje te laten aflezen. Het is ook een echte win-win: jongeren doen een interessante ervaring op, en de maatschappij krijgt er wat voor terug. Over de details kan ik me niet uitspreken, maar de grote lijnen zijn wel helder. Een samenlevingsdienst kan in de ruime non profit sector, maar ook het leger is als openbare dienst een geschikte structuur. Ik zou niet uitbreiden naar de privésector, want dan bestaat het gevaar op arbeidsverdringing. Een certificaat lijkt me overbodig, we evolueren naar een cultuur waarin verworven competenties op een cv belangrijker zijn dan diploma’s’. Hoe hij zijn truitje nat wil maken? ‘De samenlevingsdienst staat in geen enkel regeerakkoord’, zegt Gatz. ‘Maar niks belet om alvast wetgevende initiatieven te nemen. Als Vlaams minister kan ik weinig doen, maar ik wil graag mijn contacten gebruiken om het idee op federaal niveau aan te kaarten. Hopelijk hoeft het niet zo lang te duren, maar als er nog geen regeling is, nemen we dit mee naar de verkiezingen in 2019’.

Peter Vanvetlhoven klinkt niet minder voluntaristisch. ‘100 procent voorstander’, zegt de sp.a-volksvertegenwoordiger. ‘Een vrijwillige burgerdienst biedt een meerwaarde voor zowel de jongeren als de samenleving. Ik wil  graag meewerken aan dat statuut, ook vanuit de oppositie. Niet evident, maar laten we er vooral geen wedstrijdje om-het-eerst-een wetsvoorstel-deponeren van maken. We staan aan het begin van het begin van het parlementair jaar. Ideaal moment om het met de collega’s van andere partijen op te nemen’.

Monsanto, fusiebruid met besmeurde trouwjurk

Knack, 28 september 2016

GGO’s vs NGO’s: het imago van een agro-gigant  

Met de fusie van Bayer en Monsanto staat een agro-gigant van faraonische omvang in de steigers. Waarnemers voorspellen een naamsverandering. Zaadveredelaar en gewasbeschermingsproducent Monsanto kampt immers met een knoert van een imagoprobleem. Symbool voor de industriële landbouw, zwart beest voor milieuactivisten die het Amerikaans bedrijf volgende maand voor een ad hoc tribunaal hebben gedaagd. Het verhaal van het meest gehate bedrijf ter wereld.

images-3

Olga Mendez Monsanto heeft zelf nooit onder haar familienaam geleden. De Amerikaanse, omstreeks 1870 geboren in een Sefardisch-Joodse famiiie, heeft een al bij al gelukkig leven geleid aan de zijde van ondernemer en chemisch pionier John Francis Queeny. Diens echtelijke liefde was zo groot dat hij zijn levenswerk naar zijn jongere vrouw vernoemde. Monsanto Chemical Works begon in 1901 bescheiden, met de productie van saccharine voor de Coca Cola Company. Toen Olga in 1930 het loodje legde, was de naar haar genoemde firma al uitgegroeid tot een chemiereus met een gevarieerde productenwaaier waarin onder meer aspirine, zwavelzuur en PCB prijkten. Dat het in Saint-Louis-Missouri gevestigde bedrijf de uitvinder van Agent Orange zou zijn, is een mythe. Wel correct is dat Monsanto een van de tien chemiebedrijven was die tijdens de Vietnamoorlog door het Amerikaanse leger werden opgedragen het ontbladeringsmiddel te produceren. Ook waar is dat Monsanto pionierde met hormonen in de veeteelt. Posaline, het eerste groeihormoon voor melkrunderen dat door de Amerikaanse FDA werd toegelaten, droeg het stempel Monsanto. Omstreden praktijken, maar ze volstaan niet om het diabolische imago te verklaren dat aan Monsanto kleeft. Gooi de naam door je browser, en de aversie borrelt op als olie in de woestijn. Het meest gehate bedrijf ter wereld, luidt een populaire kop. Sloganesk uiteraard, maar feit is dat de wervende kracht van die reputatie ongeëvenaard is. De March Against Monsanto bracht in mei 2013 in meer dan 300 steden in 52 landen vele honderdduizenden betogers  _ 2 miljoen volgens de organisatoren _ op de been. De verwijten en aanklachten leenden zich niet alleen tot beschilderen van borden en spandoeken. Vorig jaar puurde Neil Young uit dezelfde bron inspiratie voor een acht minuten durende tirade. The Monsanto Years, titeltrack van het gelijknamige conceptalbum, vertelt een inktzwart verhaal van weerloze boeren, met ketens en wurgcontracten gebonden aan Monsatno dat hen dwingt ggo-gewassen te zaaien en mileuverwoestende bestrijdingsmiddelen te sproeien. Neil Young wordt een van de opgemerkte afwezigen als op 14 oktober in Den Haag het Monsanto Tribunaal van start gaat. De overige usual suspects zullen wel op het appèl verschijnen, milieuorganisaties, boerenactivisten en andersglobalisten uit alle continenten van Moeder Aarde. De aanklacht omvat ecocide, schendingen van mensenrechten en misdaden tegen de menselijkheid. Parallel met het drie dagen durende proces vindt een congres plaats over de agro-industriële landbouw, de gemeenschappelijke vijand waarvan Monsanto de ultieme belichaming vormt.

 Big Six

Strikt genomen moet de naam van het evenement worden aangepast, want in de agro-industrie spreekt men voortaan niet meer van Monsanto. Twee weken geleden werd de overname aangekondig: het Duitse pharma-chemische concern Bayer legt 59 miljard euro op tafel voor de overname van Monsanto. De fusie, het resulltaat van een paringsdans die een half jaar geleden begon, is de grootste ooit in de Duitse industriële geschiedenis. Monsanto is de nummer één in zaden en gewasbescherming, Bayer de nummer drie. Sectorgenoten, maar wel complementair. Zo is Bayer niet actief in maïsteelt, een van de sterkhouders van Monsanto dat tweederden van zijn 13,5 miljard euro omzet uit de verkoop van genetisch gemodificeerde en hybride zaden haalt. De gigant uit Saint-Louis telt wereldwijd 22.000 werknemers, van wie er 750 in Antwerpen hun dagtaak wijden aan de productie van glyfosaat, het meest gebruikte herbicide ter wereld dat beter bekend is onder zijn merknaam Roundup. Onduidelijk is wat de eventuele gevolgen zullen zijn voor de tewerkstelling. De fusie moet nog worden goedgekeurd door diverse Europese en Amerikaanse mededingingsautoriteiten. De bezorgdheid over oligopolievorming is terecht, want het landschap van de agro-industrie werd recent door een reeks megafusies grondig hertekend. Eind vorig jaar kondigden de Amerikaanse chemiereuzen DuPont en Dow een huwelijk aan, de grootste fusie ooit in de chemische industrie. Bijna tegelijkertijd viel het bericht dat het Chinese ChemChina voor 50 miljard euro  het Zwitserse Syngenta overneemt, de mondiale nummer twee in de bio-tech en agro-industrie. Van de Big Six die de sector traditioneel overheersen, is alleen BASF buiten alle fusies gevallen. De ratio is vergelijkbaar met de schaalvergroting in de aanverwante pharma-sector. Synergie moet middelen vrijmaken om de steeds hoger oplopende kosten voor het ontwikkelen en mondiaal commercialiseren van nieuwe producten te dragen. De lage rentevoeten en het goedkope geld, werken bovendien als viagra in op de overnamelust.

Maar waarom staat in Den Haag uitgerekend Monsanto terecht? Waarom geen BASF, Syngenta of DuPont Tribunaal? Het proces gaat  over de praktijken van de agrobio-industrie. Waarom er dan eentje als pars pro toto uitpikken? Olivier De Schutter, professor internationaal recht en mensenrechten in Louvain-la-Neuve en Parijs, van 2008 tot 2014 speciaal VN-rapporteur voor het recht op voedsel, is een van de initiatiefnemers. ‘Natuurlijk hebben ook andere bedrijven boter op het hoofd’, zegt hij als we hem tijdens een vergadering in Genève bellen. “Maar Monsanto is een categorie apart. In feite is het proces het verlengstuk van het ophefmakende boek van de Franse onderzoeksjournaliste Marie-Monique Robin. In Le monde selon Monsanto legt ze een patroon bloot dat doorheen de hele bedrijfsgeschiedenis loopt. Van de productie van PCB’s over het leveren van Agent Orange aan het Amerikaanse leger, tot het agressief opdringen van GGO-gewassen. Dat laatste doen ze zonder gedegen wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid, terwijl ze anderzijds kritische wetenschapppers op alle mogelijke manieren intimideren’.

farmers little helper...

farmers little helper…

Roundup

‘Monsanto is een symbool’, zegt Bart Staes, Europarlementslid voor Groen en bekend tegenstander van GGO’s. ‘Een beladen symbool, zelfs voorstanders van industriële landbouw zitten er mee in hun maag. Medewerkers van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie reageren altijd defensief als ik tijdens een debat over Monsanto begin, zelfs een biotech-pionier zoals Marc Van Montagu distantieert zich ervan’. Die laatste bewering laten we graag voor zijn rekening. Van Montagu vond het alleszins niet erg om in 2013 de World Food Prize in ontvangst te nemen, gesponsord door een resem mecenassen en bedrijven waaronder alle grote namen uit de voedings- en agro-industrie. Ook Monsanto dus, dat samen met Syngenta als hoofdsponsor geldt. Van Montagu moest de Nobelprijs voor voedsel overigens delen met Robert Fraley, Monsanto’s chief scientist die gelauwerd werd als pionier van genetisch gemodificeerd zaadgoed.

Het verschil met de andere Big Six-leden? ‘Monsanto is natuurlijk de numero uno als het over zaden en gewasbehandeling gaat”, zegt Staes. ‘Daarnaast onderscheidt het zich door zijn agressieve communicatiestijl die bij NGO’s als een rode lap op een stier werkt. Maar vooral: Monsanto is de absolute pionier van transgene  voedingsgewassen, de eerste producent die in de jaren negentig  ggo-zaden op de markt bracht. Intussen hebben ze er de hele wereld mee veroverd, behalve dan Europa waar ze het verzet en de cultuurverschillen zwaar hebben onderschat. Tot dusver heeft Monsanto nog maar één Europese ggo-vergunning gekregen: Mon810, een maïsvariant met een ingebouwd biologisch insecticide dat de plant tegen de stengelboorder beschermt. Zelfs dat succes is relatief, want in feite wordt Mon810 alleen in Spanje geteeld. Naast de ggo’s wekt ook Roundup veel weerstand op. Een commercieel succes zonder weerga, maar tegelijkertijd een symbool dat alles samenvat waarvoor Monsanto wordt gehaat’.

Jarenlang was Roundup alleen maar een buitengewoon efficiënte onkruidverdelger. En een gruwel in de ogen van milieubeschermers. Grondwater raakt bezoedeld, het elimineren van onkruid betekent ook de doodsteek voor allerlei insecten, spinnen en andere nuttige diertjes die op hun beurt levensnoodzakelijk zijn als voedsel voor hogere soorten zoals veldvogels.  Boeren echter waren in hun nopjes. Dankzij Roundup geen distels, boterbloemen, klaver of ander onkruid meer tussen het graan, de maïs of de soja. Gedaan met wieden, bovendien konden de cultuurgewassen op onkruidvrije velden dichter worden ingezaaid met grotere oogsten tot gevolg. Bij ons werd het spul per traktor verneveld, in Amerika, Azië en Australië gebeurde dat met sproeivliegtuigen. De hobbyist deed dapper mee, desnoods met een handvernevelaar. Het gebruik in moestuinen stelt weinig voor naast de miljoenen liters in de landbouw, maar verklaart wel de planetaire naambekendheid die Roundup geniet. Het basisingrediënt is al lang patentvrij, glyfosaat wordt door nog 22 kleinere producenten in allerlei samenstellingen gebruikt. Monsanto heeft echter een geniale zet gedaan: Roundup Ready. In feite is het een combinatie van de twee hoofdactiviteiten, zaadveredeling en  gewasbescherming. Glyfosaat is niet selectief en doodt ook de cultuurgewassen waardoor het enkel preventief voor het zaaien of planten kon worden gebruikt. Met Roundup Ready vervalt die beperking. Transgene soja of maïs zijn biogenetisch gemanipuleerd zodat de planten immuun zijn voor het bestrijdingsmiddel. De innovatie ontketende halfweg de jaren 90 een revolutie in de industriële landbouw die de trend naar nog grootschaliger productie in monoculturen danig heeft versneld. Alweer een horreur voor adepten van kleinschalige, familiale landbouwmodellen, maar vele boeren telden hun zegeningen. Roundup Ready stond voor minder ploegen en zelfs minder sproeien, want de technologie maakte het gebruik van selectieve, erg schadelijke herbiciden overbodig.

 precisielandbouw

Knap gevonden, als ondernemer en wetenschapper is Johan Cardoen wel de de laatste om dat tegen te spreken. Toch maakt ook de algemeen directeur van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) kritische kanttekeningen. ‘Monsanto heeft ook binnen de sector een speciale reputatie’, zegt Cardoen die 25 jaar bij de Vlaamse biotech-bedrijven Plant Genetic Systems en Crop Design heeft gesleten. ‘Bij Monsanto heerst een aparte bedrijfscultuur. Ze weten perfect wat ze willen, en gaan driehonderd procent voor hun doelstellingen. Daarbij stellen ze zich erg monopolistisch op, wat meteen verklaart waarom ze ook binnen de sector een agressief imago hebben. Heel Amerikaans ook, met een scheut arrogantie die hen soms zuur opbreekt. Hoe ze zich hebben miskeken op de ggo-aversie in Europa. Hun sojaschepen lagen bij wijze van spreken al in de haven van Antwerpen, toen ze nog aan een vergunningstraject moesten beginnen. Die voortvarendheid heeft anderzijds ook charmes, van Monsanto wist je dat ze dingen in beweging konden brengen. Het bedrijf is erg innovatief, ook op businessvlak’.

Inderdaad. Boeren die Monsanto-zaad gebruiken moeten een growers licence ondertekenen, met daarin de bepaling dat de vergunning maar voor één oogst geldt. Geen sprake van zaad bij te houden voor het volgend seizoen. Ook andere agro-bedrijven gebruiken die methodes, maar Monsanto is altijd de eerste en gaat altijd het verst. Die growers licenses zijn trouwens omstreden, onder meer in Canada waar veel koolzaad wordt geteelt. Dat is een gewas dat gemakkelijk uitkruist, waardoor binnen de kortste keren problemen ontstonden. Boeren van aanpalende velden werden ervan beschuldigd Monsanto-zaad te hebben gestolen, met rechtszaken als gevolg.

Cardoen betreurt dat Monsanto het imago van zijn sector domineert. ‘Terwijl er door het VIB en andere innovatieve bedrijven ontzettend veel onderzoek wordt verricht dat niks met ggo’s of pesticiden te maken heeft, zoals duurzame oplossingen voor gewasbescherming en  precisielandbouw’. Boeren op de vierkante meter, dat is waar precisielandbouw voor staat. De technologie is er klaar voor: satellietgestuurde traktoren vol elektronica laten de boer toe om per morzel grond het ideale moment voor ploegen en zaaien te bepalen. Weersomstandigheden, soorten onkruid, bodemgesteldheid, alles wordt permanent gescand en geëvalueerd om de gepaste hoeveelheid kunstmest en de ideale cocktail van bestrijdingsmiddelen te lozen. Ook hier speelt Monsanto in de spits. In 2013 kocht het voor één miljard The Climate Corporation, een succesvolle start-up van twee gewezen Google-medewerkers. In ons land heeft Bayer Cropscience, de agro-poot van het Duitse conglomeraat, in een Huldenberg een modelboerderij uitgebouwd om de zegeningen van precision farming te promoten.

Wellicht hebben dergelijke synergieën zwaarder gewogen dan de bedenkelijke reputatie toen Bayers revisoren door de boeken van de begeerde overnameprooi gingen. Wat de due dilligence zeker overschaduwde was de onzekere toekomst van Roundup, de melkkoe van Monsanto. Terwijl Bayer en Monsanto elkaar aan het besnuffelen waren, bogen aan het Brusselse Schumanplein de allerhoogste Europese instanties zich over een hoofdpijndossier. Lange tijd zag het er naar uit dat het verlengen van de toelaatbaarheid van glysfosaat ondanks hevig verzet van milieuorgansaties een routinezaak zou worden. Alles veranderde toen het International Agency for Research on Cancer (IARC) een bom dropte. In het rapport van het VN-onderzoeksinstituut werd glyfosaat als ‘waarschijnlijk cancerogeen’ omschreven. De stelling botste met het gunstig advies van het Europees Agentschap voor Voedselveiligheid (EFSA), dat ook na een nieuw onderzoek bleef volhouden dat glyfosaat veilig is. De Europese Commissie volgde EFSA, maar vond in de Europese Raad geen gekwalificeerde meerderheid om de onder meer door België bepleite verlenging met 15 jaar goed te keuren. Op 28 juni nam de Europese Commissie dan maar een voorlopig besluit. De vergunning wordt voorwaardelijk en met maximaal 18 maanden verlengd, totdat het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) in Helsinki definitief uitsluitsel geeft over de toxicologische eigenschappen. Dat de fusie Bayer-Monsanto ondanks die onzekerheid toch werd beklonken, wijst er volgens sommige analisten op dat ze in Leverkusen vertrouwen op de gunstige afloop. Een totaalverbod zou miljarden kosten, zeker als het buiten Europa navolging krijgt.

werken aan groen imago

werken aan groen imago

lobbywerk

Nina Holland zat bij de glyfosaat-slag op het puntje van haar stoel. De Nederlandse werkt in Brussel voor Corporate Europe Observatory, een waakhond die de lobbyactiviteiten van bedrijven en multinationals bij Europese instanties in de gaten houdt. Dat er in het glyfosaat-dossier intens werd gelobbyd, hoeft geen betoog. ‘We hebben grote vragen bij de onafhankelijkheid van het EFSA’, zegt Holland.  ‘Zeker in dit dossier waar we de helft van de panelleden in het verleden als onderzoeker voor de industrie heeft gewerkt. Revolving doors, heet dat, een beproefde lobbytechniek. Wetenschappers die die vandaag voor de industrie werken, houden morgen de pen van de regelgevende autoriteiten vast. Of omgekeerd, want het werkt in twee richtingen. Ik spreek geen wetenschappelijk oordeel uit, maar het IARC hanteert veel strengere selectieregels voor zijn panels’.

De identiteit van de voornaamste belanghebbende kan haar wantrouwen niet temperen. Ook als het op lobbyen aankomt, heeft Monsanto een reputatie. ‘Ze blijven altijd onder de radar’, zegt Holland. ‘Andere agro-giganten zoals Bayer of BASF nodigen wel eens Europese parlementsleden of andere stakeholders uit voor een ontbijtconferentie. Dat doet Monsanto nooit, hun strategie bestaat erin wetenschappers te beïnvloeden en regulatoren te infiltreren. Bij het klassieke lobbywerk verbergen ze zich achter allerelei schermorganisaties, koepels en onderzoeksinstituten zoals CEFIC, ILSI of EuropaBio waar ze veel gewicht in de schaal werpen. In het glyfosaat-dossier hebben ze voor één keer hun masker laten vallen. Naar het voorbeeld van de TTIP–onderhandelingen heeft Monsanto in Brussel een reading room geopend. Politici, wetenschappers en journalisten kunnen er data van muizenonderzoek en andere toxicologische trials gaan inkijken. Ze moeten zich dan wel eerst laten registreren en mogen onder geen beding opnames of copies maken, waardoor het voor wetenschappers in feite onmogelijk is om iets zinvols te doen. Die reading room is bij een advocatenkantoor ondergebracht, toevallig in hetzelfde gebouw aan de Meeussquare waar Bayer zijn lobbykantoor heeft’.

Holland is een van de sprekers op het congres dat parallel met het Monsanto Tribunaal in Den Haag loopt. Het wordt een symbolisch proces, met een vonnis zonder juridische gevolgen maar met een groot moreel gezag. Dat hopen tenminste de organisatoren die vijf gepensioneerde beroepsmagistraten bereid vonden de rechtbank voor te zitten. Onder hen ook de Belgische Françoise Tulkens, gewezen voorzitter van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Het tribunaal zal een dertigtal getuigen horen. Het belooft een horrortrip doorheen het mondiale rijk van Monsanto te worden. Amerikaanse boeren zullen vertellen hoe ze failliet gingen nadat Monsanto-advocaten hen in dubieuze patentenconflicten kapot hadden geprocedeerd. Nabestaanden zullen het hebben over de golf van zelfmoorden onder katoenboeren in de Indiase deelstaat Maharastra, waar Monsanto de boeren met zijn monopolie op transgene zaden en bijbehorende meststoffen en bestrijdingsmiddelen in de schulden en de wanhoop drijft. Argentijnse dokters zullen met epidemiologische studies een verband leggen tussen de blootstelling aan Monsanto-bestrijdingsmiddelen en de opvallende toename van kankers en misvormingen in rurale provinciën die de voorbije decennia in ware soja-monoculturen zijn herschapen. Milieu-activisten zullen het over de snelle achteruitgang van de monarchvlinder hebben, een trekvlinder die in de onkruidvrije velden van Amerika en Mexico geen biotoop meer vindt.

Uiteraard werd Monsanto door het Tribunaal gedagvaard. ‘Maar we verwachten niet dat ze zullen reageren’, zegt woordvoerder Tjerk Dalhuisen. ‘Dat hoeft niet, het doel van dit initiatief overstijgt Monsanto. Het is een klacht tegen grote bedrijven die ongestraft de mens en de natuur grote schade aanbrengen. En we hopen op een aanpassing van het internationaal strafrecht. Ecocide moet als misdaad tegen de menselijkheid worden erkend. Daarom hebben we voor Den Haag gekozen, de stad van het Internationaal Strafhof’.

 dark side

De website van de beklaagde vertelt een heel ander verhaal. Monsanto predikt duurzaamheid, Monsanto is de beste vriend van de boer en van Moeder Natuur. Wie kan er op tegen zijn dat GGO-gewassen minder water en meststoffen vergen? Straks vallen er op deze planeet negen miljard monden te voerden. Monsanto staat klaar om de honger te stillen. Wisten we trouwens dat Monsanto zwaar investeert in de gezondheid van de honingbij, onder meer door het ontwikkelen van middelen tegen de varroamijt? Brandon Mitchener, gewezen journalist food safety and agriculture, is een believer. De woordvoerder Europa en Midden Oosten vertelt het graag. Dat hij drommels goed besefte dat hij naar de dark side overliep toen hij drie jaar gelden zijn contract ondertekende. Niet uit pecuniaire overwegingen, maar gedreven door een missie. ‘Ik was erop gebrand de mythes en desinformatie over Monsanto te bestrijden’, zegt de Amerikaan die drie verklaringen voor het imagoprobleem geeft. Ongelukkige timing: de eerste Monsanto-ggo’s werden op de markt gebracht toen de gekke koeienziekte een epidemie van publiek wantrouwen jegens de agro-industrie en regulatoren veroorzaakte. Moedwil van Europese politici, in het bijzonder  van Renate Kunäst die als groene minister van milieu en landbouw in de Duitse regering Schröder de Europese lancering van ggo’s heeft gesaboteerd. Maar bovenal: Monsanto is het slachtoffer van een machtige coalitie die Mitchener als de organic lobby omschrijft, met bekende leden zoals Greenpeace en Friends ot the Earth.

protest tegen Monsanto

protest tegen Monsanto

Enkele weken geleden bekende de manager van de Antwerpse Monsanto-fabriek in De Tijd dat sommige medewerkers op café of tijdens familiefeestjes liever niet over hun werk beginnen. Beducht voor negatieve reacties, het stigma is groot. ‘Weet u’, zucht Mitchener. ‘In 2000 heeft Monsanto al zijn chemische activiteiten afgestoten om zich volkomen op agrobio toe te leggen. Onze CEO Hugh Grant heeft het zich sindsdien al een paar keer on the record beklaagd: hij had die transformatie moeten aangrijpen om een nieuwe naam te kiezen’. Die kans doet zich met de fusie alsnog voor, waarnemers verwachten trouwens dat Bayer de merknaam Monsanto liever kwijt dan rijk is. Niet dat het Duitse blazoen smetteloos is, Bayer is naast Syngenta de grootste producent van neonicotinoïden, een populair insecticide dat verantwoordelijk wordt geacht voor het decimeren van de bijenpopulatie. Mitchener dreigt dus niet meteen zonder werk te vallen. En de varroamijt wordt meer dan ooit de gebeten hond.