Maandelijks archief: december 2016

Peter Gøtzsche over dodelijke psychiatrie: antidepressiva verhogen de kans op zelfmoord en doodslag

Humo, 20 december 2016

 

Peter Gøtzche (foto Humo)

Peter Gøtzche (foto Humo)

Dokter Peter Gøtzsche (67) haat het stempel controversieel. Okay, als professor klinisch onderzoek  aan de Universiteit van Kopenhagen mikt hij geregeld een forse kassei in de medische kikkerpoel.  Zo was er het rapport uit 2001 waarin hij het nut van systematische borstkankerscreening in twijfel trok. Gøtzsche stond niet toevallig aan de wieg van de Cochrane Collaboration, een wereldwijd netwerk van 37.000 artsen,  onderzoekers en patiënten die ijveren voor een betere, evidence based gezondheidszorg. Zijn beproefde methode is het vergelijken en kritisch doorlichten van medische studies. Dat leidde drie jaar geleden tot de mondiale bestseller ‘Dodelijke Medicijnen en Georganiseerde Misdaad’, een titel als een oorlogsverklaring aan Big Pharma. De reacties waren furieus, zowel van de geviseerde industrie als van talloze wetenschappers die zich persoonlijk aangevallen voelden. De Deense medicus liet het niet aan zijn hart komen en reisde de halve wereld af om zijn boodschap te verkondigen, tot in het Europese parlement toe.  Effe dimmen? Vergeet het maar.  In zijn pas vertaalde ‘Dodelijke Psychiatrie en Stelselmatige Ontkenning’ trekt Gøtzsche weer alle registers open. De vuistdikke turf is een striemende aanklacht tegen witjassen die de volksgezondheid met antidepressiva en andere psychofarmaca ondermijnen.

HUMO: u doet ADHD af als een schijnepidemie, legt een verband tussen antidepressiva en stijgende moord- en zelfmoordcijfers, en ontmaskert vooraanstaande psychiaters en wetenschappers als vet betaalde slippendragers van de farma-industrie. Waarom zouden we u dan niet controversieel mogen noemen?

Peter Gøtzche: (lacht) Dat woord leent zich net iets te gemakkelijk voor een karaktermoord. Door iemand ‘controversieel’ te noemen, moet je hem niet ernstig nemen. Je mag me best wel controversieel noemen, maar alleen als je daarmee bedoelt dat ik tegen de stroom op roei. Dat is namelijk wat ik doe: ik probeer de waarheid te achterhalen, ook al is die niet geruststellend of populair. En daarbij ga ik wetenschappelijk te werk. Mijn beweringen zijn op feiten en data gebaseerd, vandaar ook de grote belangstelling voor mijn boeken.

HUMO: u noemt psychiatrie een pseudowetenschap. Waarom?

Gøtzche: Omdat de onderliggende research niet deugt. Kijk, we leven al een paar decennia in het tijdperk van de biologische psychiatrie. Geestelijke gezondheidsproblemen, zo wil het uitgangspunt, hebben een biologische oorsprong zoals een onevenwicht in de chemische huishouding van de hersenen. Daaraan gekoppeld is een onwrikbaar geloof in een quick fix: je slikt de nodige pillen en het probleem is opgelost.  Precies daar heb ik grote moeite mee, niet vanuit een of ander principe, maar op basis van mijn onderzoek als klinisch analist.

HUMO: leg dat eens uit…

Gøtzsche: Er worden bij de ontwikkeling van psychofarmaca heel veel trials, patiëntenstudies, opgezet. Klinkt alsof men heel grondig te werk gaat, tot je naar de methodologie kijkt.  Zo worden schadelijke neveneffecten systematisch genegeerd of onderschat.  Je hoort bijvoorbeeld nergens dat antidepressiva nefast zijn voor je seksleven. Vervelend natuurlijk voor de farmaceutische marketeers die antidepressiva als gelukspillen blijven verkopen. Dubbelblindproeven, een cruciale etappe in de erkenningsprocedure van nieuwe middelen, zijn totaal onbetrouwbaar. Op papier werkt het zo: men vergelijkt een testgroep die het medicament slikt met een tweede groep die zonder het te beseffen een placebo krijgt toegediend. Bij psychofarmaca is zo’n vergelijking echter problematisch vanwege de lange run-ins: proefkonijnen zijn haast altijd psychiatrische patiënten die bij de start van de proef al onder medicatie staan, waardoor ze zelfs een cold turkey riskeren als ze in de placebogroep vallen. Maar wat me nog het meest tegen de borst stuit: de periode na de trial wordt helemaal buiten beschouwing gelaten, terwijl zich precies bij het stopzetten of afbouwen van medicatie de meeste problemen voordoen.

balbkla

“paroxetine heeft een extreem korte halveringstijd. Eén gemiste dosis kan volstaan om suiïcidaal te worden”

 

HUMO: u hekelt in de scherpste bewoordingen het massaal voorschrijven en gebruiken van antidepressiva. Intussen neemt de kwaal van depressie in de Westerse wereld epidemische vormen aan. Moeten we dan niet blij zijn dat de farmacologie ons ter hulp schiet?   

Gøtzsche: De diagnose wordt veel te gemakkelijk gesteld, maar dat is nog niet het ergste. Antidepressiva worden op grote schaal voorgeschreven zonder relevante diagnose. Druk op het werk? Gebukt onder gevolgen van een echtscheiding? Stress voor de examens? Antidepressiva zijn het tovermiddel voor alle psychische klachten. Een ramp, want die middelen zijn allesbehalve onschuldig. Van antidepressiva staat bijvoorbeeld vast dat ze het risico op zelfmoord en doodslag vergroten.

HUMO: zelfmoord en moord lopen als een rode draad doorheen uw boek. Wie antidepressiva slikt of met een gebruiker samenleeft, kan maar beter op zijn tellen passen. Met name selectieve serotonineheropnameremmers of SSRI’s, veruit de populairste groep van antidepressiva, hebben volgens u al vele duizenden levens voortijdig afgebroken. Overdrijft u niet?

Gøtzsche: Ik heb heel veel studies vergeleken en geanalyseerd, en alle conclusies wijzen in dezelfde richting. Die middelen hebben om te beginnen geen enkele positief effect op een depressie. Wat ze daarentegen wel doen, is ontzettend veel schade berokkenen. Obesitas, hartritmestoornissen, hart-en vaatziekten, als je de onrechtstreekse slachtoffers meerekent, zet ik antidepressiva samen met andere psychofarmaca op nummer drie in de lijst van doodsoorzaken. Hoeveel bejaarden sterven er niet aan de gevolgen van een kwalijke val? Een gebroken heup, dat betekent in één op vijf gevallen sterven binnen het jaar.  Heel wat van die overlijdens mag je op het conto van de antidepressiva schrijven, want het is bewezen dat die het evenwichtsgevoel van 60 plussers aantasten. En ja, uit die studies blijkt ook dat vooral SSRI’s het risico op zelfmoord, doodslag en gewelddadigheid aanzienlijk doen toenemen, in alle leeftijdscategorieën. Een op de honderd patiënten ontwikkelt suïcidale neigingen, zo schat David Healy, een Britse psychiater en specialist psychofarmacologie. Aangezien zo’n vijf miljoen Britten antidepressiva slikken, leidt dat volgens Healy in zijn land tot 250 zelfmoorden per jaar. Tragisch als je bedenkt dat het voorkomen van zelfmoord centraal hoort te staan bij het behandelen van een depressie.

HUMO: u beschrijft in uw boek een aantal schokkende cases van zelfmoord, doodslag en combinaties van beide. Wat opvalt is hoe snel en onverwacht het noodlot vaak toeslaat.  De 20-jarige Danilo Terrida verhing zich aan een scheepstouw kort nadat hij voor het eerst sertraline had geslikt, hem voorgeschreven door zijn huisarts na een telefonische consultatie van acht minuten. De 57-jarige Stewart Dolin gooide zich voor de trein, zes dagen nadat hij met een paroxetine-kuur tegen werkstress was begonnen. Zonder afscheidsbrief, hij stond trouwens bekend als een gelukkig getrouwde levensgenieter. Typisch voor SSRI’s, schrijft u. Hoezo?

Gøtzsche: Elk verhaal is natuurlijk uniek, maar van alle cases in het boek kun je stellen dat de behandelende artsen en psychiaters die nutteloze antidepressiva nooit hadden mogen voorschrijven. Verbijsterend maar helaas ook typisch is hun therapeutische hardnekkigheid.  Klaagden patiënten over vervelende nevenverschijnselen? Aanpassingsproblemen van voorbijgaande aard, zeiden de dokters. Geen haar op hun hoofd dacht eraan te stoppen met de medicatie, in sommige gevallen werd de voorgeschreven dosis nog verhoogd. Er ging zelfs geen rood licht branden wanneer patiënten acathisie vertoonden. Extreme onrust of loopdwang, dat is een bekend en uiterst gevaarlijk neveneffect van SSRI’s. Patiënten lijden aan slapeloosheid en zijn letterlijk niet in staat om stil te zitten,  waardoor ze op de duur tot een wanhoopsdaad worden gedreven. Begin dit jaar werd ik als expert gevraagd voor een ophefmakende rechtszaak in Zutphen in Nederland. Een vrouw had haar twee jonge kinderen in hun slaap de keel overgesneden. Ook zij slikte paroxetine, een afgrijselijk middel. Ze leed aan acathisie en werd geplaagd door nachtmerries waarin ze haar kinderen met een mes vermoordde, precies wat ze uiteindelijk heeft gedaan. De behandelende artsen wisten van haar problemen maar vonden het niet nodig haar medicatie stop te zetten. In mijn ogen zijn ze medeplichtig aan het drama.

HUMO: u roept op om bij massamoorden altijd de rol van psychofarmaca te onderzoeken. Zijn er dan precedenten?

Gøtzsche: Heel veel, enkele zijn trouwens wereldberoemd geworden. Eric Harris en Dylan Klebold, de schutters van Columbine High School, slikten allebei antidepressiva. Dat deed ook Adam Lanza, de twintigjarige massamoordenaar die in de basisschool Sandy Hook 26 leerlingen en leerkrachten vermoordde om vervolgens zijn moeder en tenslotte zichzelf dood te schieten. We moeten natuurlijk voorzichtig zijn. Het is moeilijk de precieze rol van psychoactieve middelen te bepalen, want de mensen die ze gebruiken, lijden meestal aan ernstige persoonlijkheidsstoornissen. Maar aangezien wetenschappelijk bewezen is dat die middelen kunnen aanzetten tot moord en doodslag, lijkt me zo’n standaard onderzoek geen overbodige luxe. Vergeet niet dat ook Andreas Lubitz antidepressiva slikte toen hij als copiloot zijn Airbus van Germanwings tegen een berg in de Alpen liet crashen.

Germanwings-piloot Andreas Lubitz slikte antidepressiva toen hij zijn Airbus liet crashen

Germanwings-piloot Andreas Lubitz slikte antidepressiva toen hij zijn Airbus liet crashen

HUMO: die catastrofe heeft in België een oude wonde opengereten. Op 13 maart 2012 crashte een touringcar op de terugweg van een skivakantie in een tunnel in het Zwitserse Sierre. Behalve beide chauffeurs verloren 26 scholieren en begeleiders het leven. Het Zwitserse gerecht heeft geen sluitende verklaring zoals een mechanisch defect of een obstakel gevonden, maar het staat wel vast de chauffeur niet heeft geremd. De nabestaanden van enkele slachtoffers zijn intussen overtuigd van een zelfmoordscenario. De chauffeur aan het stuur op het moment van de crash worstelde met de nasleep van een depressie en slikte paroxetine. Een gegrond vermoeden?

Gøtzsche: Ik heb van die zaak gehoord zonder de details te kennen. Maar ik weet wat een middel zoals paroxetine kan te weeg brengen. Dus ja, het is heel goed mogelijk dat de chauffeur onder invloed van zijn medicatie heeft gehandeld, zelfs als hij dat middel al jaren slikte.

HUMO: ook wanneer hij aan het afbouwen is? Want dat was hier het geval: de chauffeur had die fatale avond geen pil genomen….

Gøtzsche (hoorbaar ontzet). OMG!  Really? Dat wist ik dus niet, maar dat kan veel verklaren. Kijk, middelen zoals paroxetine werken in op allerlei chemische evenwichten in de hersenen. Dat luistert ontzettend nauw, een lichte wijziging van de dosis kan al volstaan om iemand over de rooie te duwen. De fase van stoppen of afbouwen is daarom uiterst riskant, in feite zou dat alleen onder strikte begeleiding mogen gebeuren. Paroxetine heeft een extreem korte halveringstijd. Eén gemiste dosis kan volstaan om suïcidaal te worden. Er zijn gevallen bekend van mensen die ’s morgen hun pil vergaten en even later op hun werk een crisis kregen. Als het dus klopt dat die chauffeur aan het afbouwen was, dan lijkt het me zelfs erg waarschijnlijk dat de ramp precies door zijn medicatie werd uitgelokt.

HUMO: om advocaat van de duivel te spelen: kan het niet zijn dat psychofarmaca een nog veel groter aantal patiënten heeft geholpen door hen voor wanhoopsdaden te behoeden? Dat er dus veel meer succesverhalen zijn die per definitie niet in mortaliteitsstatistieken opduiken?

Gøtzsche (geërgerd). Wat is dat voor nonsens argument? Het is toch simpele logica: als vaststaat dat antidepressiva de kans op zelfmoord en doodslag verhogen, dan kan het niet anders of het aantal zelfmoorden en moorden neemt toe naarmate die middelen meer worden gebruikt. Je tegenwerping doet me denken aan de argumenten van chauffeurs die geen autogordel willen dragen. Uiteraard zijn er voorbeelden van chauffeurs die hun leven danken aan het feit dat ze geen gordel droegen, omdat hun auto bijvoorbeeld vuur vatte en ze snel konden ontsnappen. Maar statistieken liegen nooit, en die bewijzen dat het aantal dodelijke verkeersslachtoffers dankzij veiligheidsgordels spectaculair is gedaald. Zo moet je ook naar de effecten van antidepressiva kijken, zakelijk en wetenschappelijk.

HUMO: begrepen, maar toch nog dit. In België voert de internationaal gevierde popzangeres Sellah Sue een kruistocht tegen het taboe op antidepressiva. Ze lijdt  sinds haar tienerjaren aan bipolaire stoornissen en depressies en heeft al meermaals pillen moeten slikken. Daar is ze Big Pharma best wel dankbaar voor. Zonder die pillen was ik nooit kunnen worden wie ik ben, heeft ze daarover verklaard. Uw reactie graag?

Gøtzsche:  Ik geef nooit commentaar op individuele gevallen. Maar ik vind het verkeerd om persoonlijke verhalen als argument pro antidepressiva in te zetten. Zeggen dat die mijn leven heb gered, dat zou ik alleszins nooit doen. Kijk naar de statistieken, er zijn veel meer patiënten die hun leven hebben verloren door antidepressiva. Die hoor je natuurlijk niet, ze kunnen niet uit hun graf opstaan om hun stem te laten horen.

HUMO: ADHD is een plaag in de geïndustrialiseerde wereld. Goed voor de producenten van rilatine en andere chemische hulpmiddelen tegen hyperactiviteit en concentratiestoornissen. Zowel de medicalisering als de diagnostiek vervullen u met afgrijzen. Bestaat er dan geen ADHD-epidemie?

Gøtzsche: Alle mensen zijn verschillend, de ene is nu eenmaal wat impulsiever en sneller geprikkeld en afgeleid dan de andere. Beschouw het  als een continuüm met twee uitersten, je hebt ook mensen die erg verlegen zijn en hun mond niet opendoen. Ik zie geen reden om uitgesproken persoonlijkheidskenmerken een ziekte te noemen, en nog veel minder om ze met psychofarmaca te behandelen. Ik ben daar momenteel een rapport over aan het schrijven. Het onderzoek over methylfenidaat, bij jullie bekend als rilatine, is een schoolvoorbeeld van manipulatie en onbetrouwbaarheid. Ouders zouden het moeten weten: de negatieve effecten worden zwaar onderschat!

HUMO: welke zijn dat?

Gøtzsche: Het is erg stigmatiserend als je kinderen gaat vertellen dat er iets mis is met hun brein. Peter Breggin, een Amerikaanse psychiater en bekend criticus van biologische psychiatrie en psychofarmaca, heeft onder meer gewerkt met zogenaamde ADHD-kinderen. Hij heeft me eens verteld hoe opgelucht en blij die kinderen reageerden als hij hen de boodschap bracht dat de behandeling werd gestopt en dat er met hun hersenen niks mis was. Nog erger dan het stigma zijn de schadelijke gevolgen. Producten zoals rilatine zijn nauw verwant aan amfetamines. Jonge mensen die zo’n stof jarenlang slikken, lopen op latere leeftijd een verhoogd risico op verslaving en crimineel gedrag. Er rijzen ook vragen over blijvende hersenschade. De verschillende vervolgstudies laten nog geen eenduidige conclusies toe, maar dierenproeven wijzen wel in die richting.

HUMO: misschien is de remedie niet ideaal, maar de kwaal is ook niet niks. Heel wat ouders grijpen naar rilatine omdat ze ten einde raad zijn. Steeds vaker worden ze voor het blok gezet door de school. Rilatine slikken, of anders komt het kind niet meer in de klas. Heeft u daar geen begrip voor?

Gøtzsche: Ik begrijp de vraag wel. Kinderen die druk zijn en zich moeilijk kunnen concentreren, dat is lastig voor ouders en leerkrachten. En ja, met medicatie kun je die kinderen in de klas braaf en gedwee maken. Maar tegen welke prijs? Rilatine maakt kinderen apathisch. Ze worden niet alleen minder actief maar ook minder leergierig en sociaal waardoor ze zelfs geïsoleerd kunnen raken. Eigenlijk vind ik het een schande dat scholen ouders onder druk zetten om kinderen middelen te laten slikken die nauwelijks verschillen van verboden drugs. Dat moet stoppen, het is een schending van de mensenrechten.

HUMO: kunt u zich geen extreme gevallen voorstellen waar rilatine een noodzakelijk kwaad is?

Gøtzsche: Nee, maar dat is mijn persoonlijke mening. Ik hoor ook verhalen van psychiaters en pediaters die geen ADHD-medicatie willen gebruiken. Voor de ouders is het wennen als de behandeling wordt stopgezet, want hun kind wordt weer drukker. En toch, zo vertellen mijn collega’s, overweegt na een poosje de dankbaarheid. Het voelt alsof ze hun kind in zijn natuurlijke staat hebben teruggekregen.

HUMO: ook aan de top van de leeftijdspiramide woekert een epidemie. Dementie en alzheimer zijn begrippen die de beurskoersen van farmaceutische bedrijven de hoogte injagen. Er vallen miljarden te verdienen met middelen die de alom  gevreesde ouderdomsziekte kunnen bestrijden. Heeft u er een goed oog in?

Gøtzsche: Nee, het is net zoals met antidepressiva. Die middelen halen niks uit, maar Big Pharma doet er alles aan om ze aan zoveel mogelijk ouderen te slijten, desnoods preventief. Zo werkt het nu eenmaal: niet kwaliteit maar marketing bepaalt welke van geneesmiddelen we slikken.

HUMO: in alle geïndustrialiseerde landen bestaan officiële toezichthouders die waken over veilig en verantwoord geneesmiddelengebruik. De Amerikanen hebben hun Federal Drug Agency, in ons land speelt het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten die rol. Schieten ze te kort?

Gøtzsche: Helaas wel, dat is wat ik in mijn vorig boek heb aangetoond. Het is veel te gemakkelijk om nieuwe geneesmiddelen op de markt te brengen.

HUMO: hoezo? Farmaceutische bedrijven klagen steen en been over de miljarden verslindende vergunningstrajecten…

Gøtzsche: Stemmingmakerij, in feite volstaan twee placebo gecontroleerde studies waarin wordt aangetoond dat een middel enig effect sorteert. Dat is waar officiële waakhonden het verschil zouden kunnen maken. In de praktijk zetten ze de deur open voor allerlei vormen van manipulatie waardoor het voor de farma-industrie heel gemakkelijk wordt om te bewijzen wat commercieel moet bewezen worden. Fluoxetine, beter bekend onder de merknaam Prozac, is een bekende case. Bij de FDA zijn op korte tijd honderden meldingen van zelfmoorden en moorden binnengelopen waarin fluoxetine een verdachte rol speelde. Toch is producent Eli Lilly er altijd in geslaagd het product op de markt te houden. Alleen al daarover zou je een dik boek kunnen schrijven.  Zulke toestanden krijg je natuurlijk wanneer de overheid de controle uitbesteedt aan artsen en wetenschappers die tegelijkertijd voor de industrie werken. Revolving doors heet dat lobbymechanisme. Zogenaamd onafhankelijk experten verstrekken bij de FDA positieve adviezen in een vergunningstraject . Niet veel later worden ze met een vet betaalde functie bij de belanghebbende producent beloond. Dat gebeurt voortdurend.

HUMO: wijst u alle psychofarmaca van de hand of zijn er omstandigheden waarin ze toch nuttig zijn?

Gøtzsche: In zeer uitzonderlijke gevallen kan benzodiazepine worden voorgeschreven, een mild kalmerings- en slaapmiddel. Ik denk bijvoorbeeld aan een kind dat zijn moeder verliest en zwaar getraumatiseerd achterblijft. Dan kan benzodiazepine nuttig zijn om het kind via slaap weer tot rust te brengen. Zo’n behandeling moet wel kort zijn, want anders kan er verslaving ontstaan. Maar daarbuiten? Ik zie geen enkele nuttige toepassing voor psychofarmaca.

HUMO: uw boek zal weinig applaus oogsten bij psychiaters…

Gøtzsche: Maar ik ben helemaal niet tegen psychiatrie gekant! Je kunt als psychiater ook een mooie carrière maken zonder ooit psychofarmaca te gebruiken. We weten uit studies dat psychotherapie de kans op zelfmoord bij een depressie vermindert. Laten we dus het schip keren. Psychiaters moeten geen pillen maar therapie voorschrijven. Luisteren en praten, dat zijn de beste psychofarmaca.

HUMO: we moeten het toch nog even over uw controversiële reputatie hebben. Cochrane heeft in 2015 een communiqué verspreid waarin ze zich distantiëren van uw vorige boek ‘Dodelijke Medicijnen’. U spreekt in eigen naam, stond er, en uw research werd niet voor rekening van Cochrane verricht. Is dat geen klap voor uw geloofwaardigheid?

Gøtzsche: Helemaal niet. Kijk, ik was natuurlijk niet blij met dat communiqué. Niet alleen ben ik een van de stichters van die club, ik ben nog altijd directeur van het Nordic Cochrane Centre in Kopenhagen. Maar ik begrijp hun bezwaar, bij Cochrane is het niet gebruikelijk dat onderzoekers op eigen houtje de media en publieke opinie informeren. Maar afstand nemen? Dat recht hebben ze niet. Mijn boeken steunen op mijn eigen research en analyses. Daar hoef ik aan Cochrane geen verantwoording voor af te leggen’.

 

 

Peter Gøtzsche: ‘Dodelijke psychiatrie en stelselmatige ontkenning’, Lemniscaat, 24,95 euro