Maandelijks archief: februari 2017

Burn-out-coach Luk Dewulf: ‘van hard werken word je niet ziek’

Humo, 6 februari 2017

 ”Angst om hun baan te verliezen is een van de redenen waarom mensen in een burn-out blijven zitten”

tekening Kamagurka

tekening Kamagurka

Wikipedia weet alles, ook dat het burn-out syndroom begin jaren zeventig door de Amerikaanse psychotherapeuten Herbert Freudenberger en Christina Maslach werd ontdekt. Ze konden het destijds niet vermoeden, maar hun vondst is intussen uitgegroeid tot een ware epidemie. Ook in België: uit cijfers van het Riziv blijkt dat in 2015 zo’n 9.000 werknemers met een burn-out thuis zat. En de teller blijft tikken: volgens HR-dienstverlener Securex is het aantal burn-outs de voorbije zes jaar verdubbeld, met als verontrustend detail dat steeds meer dertigers uitvallen. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen deed er vorig jaar nog een schep bovenop:  één op de tien werknemers zou op de rand van een burn-out balanceren. Geen wonder dus dat burn-out een lemma kreeg in het regeerakkoord Michel I. Minister van werk en economie Kris Peeters (CD&V) broedt op een wetsontwerp Werkbaar en Wendbaar Werk, onder meer om de burn-out-plaag in te dijken. In afwachting kan het Vlaamse werkvolk alvast aan de slag met ‘Stop burn-out’, een zelfhulpboek van Luk Dewulf die zichzelf op de achterflap als pedagoog , talentenfluisteraar, coach en veelgevraagd spreker voorstelt. Valse bescheidenheid is niet nodig: Dewulf is een absolute pionier binnen het snel groeiende leger van professionele burn-out bestrijders.

HUMO: om met een provocatie te beginnen:  volgens de bekende ondernemer Roland Duchâtelet zijn de meeste burn-outs fake. Professionele lijntrekkerij, met medeplichtigheid van artsen die aan de lopende band ziektebriefjes schrijven. Uw reactie graag?

Luk Dewulf: “Een bedenkelijke uitspraak uit onverwachte hoek. Ik vind Duchâtelets ideeën over een basisinkomen interessant, maar over burn-out verkoopt hij prietpraat. Erg kwetsend bovendien, want het zijn uitgerekend gedreven werknemers met een grote intrinsieke motivatie die het vaakst door burn-out worden getroffen. Natuurlijk zijn er gevallen van misbruik, maar die krijg je ook bij een griepepidemie. Zijn sneer naar artsen is al even gratuit, een belediging voor de professionaliteit waarmee de overgrote meerderheid van medische zorgdragers zijn werk doet”.

HUMO: toch wordt het etiket burn-out tegenwoordig snel gekleefd. Twee keer kort na elkaar geeuwen tijdens een meeting en bij de omgeving gaat het alarm al af. Kunt u als expert een sluitende definitie geven?

Dewulf: “Met plezier: een burn-out is een energiestoornis die ontstaan is op of rond het werk.  Ik onderscheid twee types.: de eerste krijg je door langdurig over je grenzen te gaan. Slachtoffers zijn doorgaans perfectionisten met een groot verantwoordelijkheidsbesef.  Ze nemen te veel hooi op hun vork en verliezen langzamerhand controle, zelfs als ze van 6 uur ’s morgens tot 10 uur ’s avonds werken, krijgen ze hun zaakjes niet meer rond. Perfectionisten zijnde, stapelen de frustraties en stress zich op.  Ze negeren echter de signalen van hun lichaam, tot dat lichaam als het ware aan de noodrem trekt en er een crash volgt. Het tweede type komt nog net iets vaker voor, dat noem ik de relationele burn-out”.

HUMO: relationeel zoals in een huwelijk?

Dewulf: “Nee, een burn-out is altijd werk-gerelateerd. Het gaat ook hier om zeer gemotiveerde en bekwame werknemers die in een relationele vechtdynamiek verzeilen. Ineens, meestal totaal onverwacht, staat er een collega op die hun succes schijnbaar belemmert. Ze krijgen bijvoorbeeld een nieuwe directeur met wie het niet klikt, ze lopen een promotie mis, grijpen naast het budget voor dat grote project waarmee ze al zo lang bezig waren, of ze incasseren sneren die ze als onrechtvaardig ervaren. Dan begint de escalatie: ze voelen zich gekrenkt, gaan op hoge poten verhaal halen bij die sta-in-de-weg-collega. Als die op even scherpe toon reageert, zit het spel op de wagen. Thuis beginnen ze te piekeren, op de duur kunnen ze aan niks anders meer denken dan aan de toestand op het werk. Kijken ze thuis naar een film? Een avondje stappen met de vrienden? De belemmerende collega kijkt en stapt mee. Het wordt een obsessie. Op citytrip naar Rome, twee weken relaxen in de Provence? Die ene persoon aan wie ze vooral niet willen denken, reist overal met hen mee.  Eens dat punt bereikt, zitten ze de facto in een burn-out.”

HUMO: welke zijn de symptomen?

Dewulf: “Alle energie kwijt, het is niet zomaar dat ik het beeld van de lege batterij gebruik. Maar het gaat verder, ik hoor als coach vaak klachten over fysieke gevolgen. Mensen die iedere ochtend overgeven vooraleer ze naar het werk vertrekken, dat komt voor. Anderen gaan overmatig zweten of krijgen hartkloppingen”.

HUMO: als ik moet kiezen: welke type van burn-out kunt u aanbevelen?

Dewulf: “Moeilijke afweging. De fysieke gevolgen van een burn-out door uitputting kunnen hardnekkig zijn, soms zelfs blijvend. Dat zie je minder bij een relationele burn-out, als die tenminste goed begeleid wordt. Uiteraard moet je het dan een poosje rustig aan, maar doorgaans voelen mensen zich snel beter. Helaas betekent dat niet dat men ook professioneel de draad weer kan opnemen. Integendeel zelfs, wie in een relationele burn-out zit, wordt verlamd door het vooruitzicht om terug te gaan naar de plek waar hij opnieuw met die baas of collega zal worden geconfronteerd. Zolang die blokkade niet wordt opgeruimd, kan er van een doorbraak geen sprake zijn ”.

HUMO: hoe pakt u dat als coach aan? 

Dewulf: “Het begint altijd met een intake gesprek. Als het klikt, volgen er vijf tot zeven praatsessies. Ik probeer mensen te helpen de blokkering los te laten. Zelfvertrouwen herstellen door hen opnieuw in contact te brengen met hun talenten. Maar bij een relationele burn-out volstaat dat niet,  je moet proberen de belemmerende collega bij de coaching te betrekken. Als die daarvoor open staat, kan het tot een zogenaamd circulair gesprek komen waarin beide partijen hun oordelen en vooroordelen jegens elkaar open en bloot op de tafel leggen. Dat is intens, ik heb daar ongelooflijk mooie ervaringen mee beleefd. Werknemers die ineens inzien dat hun leidinggevende toch niet de hork is voor wie ze hem hielden. ‘Ik dacht dat jij niet wist wat in me omging’, hoorde ik iemand tegen zijn baas zeggen, ‘maar nu besef ik dat jij juist heel goed weet hoe ik denk’. Zelfs al is de conclusie dat er niet meer kan worden samengewerkt, dan nog is het resultaat positief.  De blokkade is opgeruimd, de werknemer kan weer verder met zijn leven en carrière”.

HUMO: maar hij is wel zijn baan kwijt…

Dewulf: “Helemaal niet, dat hangt af van de organisatiecultuur. Een goede werkgever is flexibel genoeg om zo’n werknemer in een andere functie op te vissen. Het wordt pas problematisch als die mogelijkheid niet bestaat. Angst om hun baan te verliezen is een van de redenen waarom mensen in een relationele burn-out blijven zitten.  Natuurlijk begrijp ik dat. De hypotheek moet afbetaald, de kinderen studeren, de kansen op de arbeidsmarkt zijn ongewis. Toch is het zonde dat werknemers zich daardoor laten verlammen en hun burn-out verdringen, desnoods tot aan hun pensioen. Dan krijg je van die verhalen op werkvloer.  ‘Wim, ja, dat was vroeger een gedreven collega. We weten niet precies wat, maar er moet iets gebeurd zijn met hem.  Pas op, hij doet wat hem wordt gevraagd hoor, niemand heeft last van Wim. Maar hij heeft geen drive meer, hij loopt er al jaren bij als een zombie’. Schering en inslag, er is in een dark number van niet gerapporteerde burn-outs. Anderzijds zijn er ook mensen die zich van het etiket bedienen om een zwaardere problematiek  te verdoezelen. Ik heb als coach al mensen met een depressie of een bipolaire stoornis begeleid. Burn-out is dan ook een dubbelzinnig begrip. Geen reden tot trots, maar er rust evenmin een taboe op. Het is alleszins dankbaarder om op Facebook te posten dat je thuis zit met een burn-out dan vanwege een depressie of een bipolaire stoornis. Dan is er niks mis in je hoofd, het ligt aan je werk”.

Luk De Wulf:

Luk Dewulf: ‘gouden kooien zijn erg ongezond’

HUMO: zijn sommige mensen meer vatbaar voor een burn-out dan anderen?

Dewulf: “We zien wel vaak dezelfde kenmerken: gedreven, creatieve mensen met een hoog IQ en een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel lopen meer risico. Met opleidingsniveau heeft dat niet noodzakelijk te maken, burn-out treft ook arbeiders. Bij een relationele burn-out speelt nog een andere factor: de mate waarin iemand gevoelig is voor het oordeel van de Andere. Merkwaardig genoeg hangt dat samen met de opvoeding. Wie uit een warm nest komt met ouders of dierbaren die onvoorwaardelijke liefde en steun gaven, staat sterker in zijn schoenen. In het omgekeerde geval gaan mensen vaak op zoek naar bevestiging in hun omgeving, ook op het werk. Daarnaast speelt het vermogen om afstand van zichzelf te nemen en het leven als een soort spel te beschouwen. Jean-Luc Dehaene was zo iemand. Geen politieke crisis kon hem uit zijn lood slaan, hij ging er prat op dat hij altijd goed sliep”.

HUMO: Vlaanderen staat in Europa aan de top qua werkuitval door psychosociale problemen zoals burn-out. Hoe zou dat komen?

Dewulf: “Ik zie twee verklaringen. We leven in een tijdperk van angst en onzekerheid over de toekomst. Dat maakt mensen in hun professioneel leven conservatief, zelfs tweeverdieners klampen zich meer dan ooit vast aan hun job. Ze durven niet te springen, ook al voelen ze zich slecht in hun vel. Een ongezonde houding, want vroeg of laat crashen ze toch, en dan komt de klap des te harder aan”.

HUMO: is dat typisch Vlaams?

Dewulf: “Het is zeker geen Vlaamse exclusiviteit, maar onze arbeidsmarkt wordt toch wel door een provinciale mentaliteit gekenmerkt. Ik heb meegewerkt aan een studie over de veranderingsbereidheid van werknemers in technologiebedrijven. Een beter betaalde baan met meer carrièremogelijkheden buiten het bedrijf zoeken? Waarom niet,  klonk het antwoord, maar liefst binnen een straal van dertig kilometer van hun woonplaats. Bij een van die tech-bedrijven werkte een Amerikaanse IT-ster. Ze had  eerst in Sillicon Valley en daarna een paar jaar in Moskou gewerkt. België vond ze wel leuk, maar ze zag zichzelf binnen een paar jaar toch alweer een andere horizon verkennen. Zo kiezen voor je talent en er helemaal voor gaan, dat ligt niet in de Vlaamse aard”.

HUMO: en oorzaak nummer twee?

Dewulf: “Onze hiërarchische organisatiecultuur waarin vooral top-down wordt gecommuniceerd. Kijk, er zijn drie behoeften die bepalen of werknemers gelukkig zijn. Autonomie:  ze hebben vrijheid nodig om eigen keuzes te maken. Competentie, inclusief de mogelijkheid het resultaat van hun inspanningen te zien. Tenslotte is er verbondenheid: werknemers moeten voor anderen kunnen zorgen, terwijl ze omgekeerd het gevoel willen hebben dat er voor hen wordt gezorgd. In Nederland, waar ik vaak als spreker kom, zitten die prioriteiten veel meer in de organisatiecultuur ingebakken. Bij ons primeert nog altijd autoriteit, als puntje bij paaltje komt, is het de baas die beslist”.

HUMO: oh ja? Vanwaar dan die stroom jubelende berichten over Vlaamse bedrijven die een vernieuwend HR-beleid voeren?

Dewulf: “Er zijn gelukkig heel wat tegenvoorbeelden zoals Colruyt, Schoenen Torfs of Janssen Pharmaceutica.  Ze lopen vooruit op de conservatieve mainstream, maar zelfs in die bedrijven zien we nog burn-outs. Een van de interessantste voorbeelden is ongetwijfeld dat van de FOD Sociale Zekerheid waar de baas, mijn goede vriend Frank Van Massenhove, een totaal nieuwe organisatiecultuur heeft geïntroduceerd. De prikklok werd afgeschaft, medewerkers kregen de vrijheid om hun werk zelf te plannen. In die cultuur maakt het niet uit waar of wanneer je werkt, het gaat om het resultaat dat je samen met de collega’s boekt. Van Massenhove heeft veel ruimte gecreëerd voor overleg en betrokkenheid, dat werkt veel beter voor de motivatie dan een zoveelste assessment. Ongetwijfeld doen zich ook bij de FOD Sociale Zekerheid nog burn-outs voor, het is tenslotte een grote organisatie. Maar je mag gerust aannemen dat die nieuwe wind al heel wat uitval heeft voorkomen”.

HUMO: Ligt het niet gewoon aan onze jachtige prestatiemaatschappij die werknemers over hun limieten drijft? De Franse Assemblée keurde vorig jaar een wetsontwerp goed dat het werkgevers verbiedt hun personeelsleden buiten de werkuren met emails te bestoken. Het onvermogen om een duidelijke lijn tussen privé en werk te trekken, zou immers een van de oorzaken van onder meer burn-out zijn. Bent u voorstander?

Dewulf: “Niet echt, al geef ik toe dat het probleem niet helemaal fictief is. Vooral bij multinationals loopt het soms de spuigaten uit. Conference calls van India over de VS tot Down Under, zo blijf je haast letterlijk dag en nacht bezig. Maar ik ben geen voorstander van een door de overheid opgelegd verbod. Geef mensen vrijheid, ze zijn zelf in staat om te bepalen wanneer ze online gaan of niet. We worden sowieso al met allerlei do’s en don’ts gebombardeerd. Wat moeten we eten? Hoe vaak sporten? Hoe onze kinderen opvoeden? Al die regels maken mensen alleen maar onzeker en ongelukkig. Als coach of therapeut moet je daar trouwens ook hard voor opletten.  Je kunt een perfectionist met een groot verantwoordelijkheidsgevoel aanbevelen om iedere dag een half uur aan mindfulness te doen. Maar wat als hij er vanwege zijn drukke agenda niet aan toe komt? Dan wordt die opdracht een extra bron van frustratie en stress, en bereik je precies het tegenovergestelde van wat je beoogde”.

HUMO: de bekende neuropsychiater Theo Compernolle waarschuwt eveneens voor overdreven gebruik van technologie en nieuwe media. Die zetten aan tot multitasken, volgens Compernolle een van de grootste kwalen van ons tijdsgewricht. Het menselijk brein is volgens hem niet in staat om parallel met verschillende taken om te gaan. De multitaskende, constant geconnecteerde mens loopt een groot risico op burn-out…

Dewulf: “Hij heeft een punt als het over multitasken gaat, maar ik deel zijn aversie niet voor technologie en sociale media.  Integendeel, ik maak er in mijn werk dankbaar gebruik van. ’s Morgens bij het ontbijt de eerste lading emails verwerken, wat is daar mis mee? Dat helpt me alleen maar om vlotter door mijn werkdag te stappen”.

tekening: Kamagurka

tekening: Kamagurka

 

HUMO:  werken we met zijn allen niet gewoon teveel? Zweden overweegt een algemene overstap van een achturige naar een zesurige werkdag. Een experiment in de stedelijk rusthuizen van Göteborg deed alvast het ziekteverzuim spectaculair dalen…

Dewulf: “Van veel werken word je niet ziek, alles hangt af van de omstandigheden. Wie intrinsiek gemotiveerd is en binnen zijn passie mag werken, krijgt er zelfs energie van. Stel dat je door een computerprobleem bij Humo ineens een onmogelijke deadline krijgt opgelegd. Dan ga je negatieve stress ervaren, een fenomeen waarvan vele definities in omloop zijn. Ik citeer altijd psycholoog en stressspecialist Elke Van Hoof: verwachtingen die ongevraagd op je afkomen en waaraan je niet wil of kunt beantwoorden. Maar wat als je hoofdredacteur je twee weken geeft om drie uitdagende stukken te schrijven? Je zult moeten werken als een bezetene, maar je zult ervan genieten”.

HUMO: ook in België heeft de regering de oorlog aan burn-out verklaard. Wat kan de overheid doen? 

Dewulf: “Niet bijster veel, ik zei al dat ik niet geloof in extra regels en verplichtingen. Zeker geen dreigementen of sancties. Misschien moet de overheid integendeel werkgevers belonen als ze erin slagen het aantal burn-outs terug te dringen? De bal ligt hoe dan ook in het kamp van de werkgevers. Zorg ervoor dat in die drie behoeften wordt voorzien om werknemers gelukkig te maken, is mijn advies.  Zelf heb ik dat in mijn vorig leven in de praktijk proberen te brengen. Zie je, ik heb in België een filiaal opgericht van Kessels & Smit, een Nederlandse adviesbureau gespecialiseerd in het begeleiden van veranderingsprocessen binnen bedrijven en publieke organisaties zoals scholen en zorginstellingen. Dat ging goed, na een paar jaar hadden we een team van elf adviseurs. We lieten elkaar erg veel vrijheid. We bepaalden zelf hoeveel jaaromzet we wilden draaien, wanneer we werkten, en nooit heeft iemand om toelating gevraagd om met vakantie te vertrekken. Mijn collega’s waren meestal op missie, maar we probeerden op geregelde tijdstippen bijeen te komen. Dan werd er over en weer geïnformeerd: hoe gaat het ermee? Die vraag sloeg niet op het werk, nee, we wilden echt weten hoe de collega’s zich voelden. Betrokkenheid tonen, zichzelf kwetsbaar durven, dat is essentieel voor een gezonde organisatiecultuur. Na zo’n gespreksronde konden we doorgaans de helft van de agendapunten als irrelevant schrappen”

HUMO: en toch bent u daar zelf tegen een burn-out  aan geknald…

Dewulf: “Niet helemaal juist. Het was nog erger, ik ben in een depressie weggezakt. Dat verschil is wezenlijk. Bij een burn-out verlies je de zin in je werk, bij een depressie stel je de zin van het leven in vraag. Maar er was wel een professionele link: de medewerkers van het bedrijf dat ik zelf had opgericht, besloten een andere koers te gaan varen. Voor mij leek dat het geknipte moment om het los te laten. Het zwarte gat? Geen zorgen, ik zat boordevol plannen. Toch was het wellicht geen toeval dat ik uitgerekend in die periode depressief ben geworden. Met alles erop en eraan, tot en met zwarte gedachten. Ik wil daar geen details over kwijt, maar anderzijds wil ik het ook niet verdoezelen. Als je een publieke rol wil spelen, moet je je open durven stellen”.

HUMO: burn-out-coaching en preventie is booming business, sceptici spreken zelfs van een hype. Is het met burn-out zoals met jeuk: hoe meer erover wordt gepraat, hoe meer mensen het  ervaren?

Dewulf: (lacht) “Die kritiek klinkt bekend in de oren. Onzin natuurlijk, de griepepidemie wordt toch ook niet erger door er aandacht aan te besteden. Als het al een hype is, dan is het er een van recente makelij. Toen ik in 2012 samen met Guido Vangronsveld een eerste zelfhulpboek schreef, was er in Vlaanderen nauwelijks populaire lectuur beschikbaar”.

HUMO: intussen hebben we al een Vlaamse langspeelfilm over het thema zien passeren. U heeft Nic Balthazar geadviseerd bij het schrijven van ‘Everybody Happy’’, een bekroonde maar helaas commercieel geflopte film over een stand-up comedian die aan een combinatie van perfectionisme en onzekerheid ten onder dreigt te gaan. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?

Dewulf: “Nic had via gemeenschappelijke kennissen van mijn werk gehoord. Hij is komen praten en heeft me de pieren uit de neus gehaald. Ik heb zijn scenario nagelezen en enkele suggesties gedaan, later mocht ik met hem de ruwe versie bekijken. Het was een fijne ervaring, en ik blijf het een goede film vinden, net zoals de meeste professionals die hem hebben gezien. Waarom hij geflopt is? Misschien omdat de cast (met naast Peter Van den Begin o.a. Josse De Pauw, Barbara Sarafian en Rik Verheye, ER) vele mensen op een verkeerd been heeft gezet? Ze verwachtten een komedie, terwijl het in feite een donkere film over een zwaar onderwerp is”. 

HUMO: opvallend is dat de burn-out zelf als personage optreedt, in de vorm van een irritante stem die Peter Van den Begin voortdurend verwijten in het oor fluistert. Uw idee?

Dewulf: ‘Ik heb dat wel meer gehoord, meer bepaald bij het type burn-out door uitputting. Mensen die het gevoel hebben dat er een poppetje op hun schouder zit en hen voortdurend toefluistert dat ze zus of zo moeten doen. Vaak zit dat letterlijk ingesleten, het is nog altijd de stem van mama of papa die hen in hun kindertijd vermanend toesprak”.

HUMO: door wie wordt u als coach in de arm genomen?

Dewulf: ‘Coaching is maar een deel van mijn werk, ik steek in feite meer tijd in lezingen. Maar ik heb wel permanent enkele mensen in begeleiding. Soms op vraag van werkgevers. Of ik een van hun medewerkers kan helpen die al maanden thuis zit met een burn-out ? Uiteraard neem ik zo’n opdracht pas aan als de betrokkene ervoor open staat. Vaak komt de vraag van de andere kant. Zo was er de CEO van een industrieel bedrijf die al jaren met een verdrongen burn-out rondliep. Dat duurde tot hij op een dag met zijn dochter in de tuin wandelde. Papa, zei ze, wat is er toch met jou? Zelfs als je bij ons aan tafel zit,  ben je er niet echt bij. Die vraag heeft hem doen crashen, en kort daarop is hij hulp komen vragen. Bijzonder was ook de directeur van een grote organisatie die bekende dat hij zich ’s morgens in zijn kantoor opsloot en de hele dag niks anders deed dan googelen en computerspelletjes spelen. ‘Ik schaam me’, zei hij, ‘in feite zou ik mezelf moeten ontslaan’”.

HUMO: burn-out is een energiestoornis. Maar volgens uw zelfhulpboek moeten slachtoffers niet per se het bed houden of op de bank voor de televisie uitrusten. Trek erop uit, luidt het advies, maak plezier en geniet zoveel je kunt. Wordt een burn-out zo geen alibi voor een paar maanden betaalde vakantie?

Dewulf: “Nog een populair misverstand.  Natuurlijk moet je het de eerste weken rust inbouwen tot de ergst uitputting voorbij is. Maar daarna? Ik krijg daar wel eens vragen over. Ik zou mijn tuinhuis willen schilderen, maar wat gaan de buren zeggen? ‘Meneer zit ziek thuis, en zie hem daar op zijn ladder staan’. Dan stel ik hen gerust: als je graag schildert of tango danst, dan moet je dat vooral doen. Niks beter om energie, zelfvertrouwen en motivatie te herwinnen, dat weten controleartsen intussen hopelijk ook wel”.

HUMO: intussen is er al een nieuwe bedreiging voor de geestelijke gezondheid op de werkvloer: de bore-out. Heeft die uw pad als coach al gekruist?

Dewulf: “Jawel. Een bore-out ontstaat uit verveling: mensen met veel talent die geen enkele uitdaging meer hebben en daardoor burn-out-achtige signalen gaan vertonen. Vaak hebben die mensen het talent ‘nieuwfreak’: kicken op nieuwe uitdagingen waar ze zich snel en met groot enthousiasme kunnen inwerken. Zodra ze de nieuwe uitdaging de baas zijn, hebben ze weer een nieuwe kick nodig. Je komt een bore-out wel eens tegen bij overheidsdiensten. Een ambtenaar die veel uitdagingen krijgt zolang een minister van een bepaalde partij aan de macht is, maar na een machtswissel niet meer aan de bak komt. Hij verveelt zich maar blijft toch zitten vanwege de gouden kooi. Nooit doen, gouden kooien zijn erg ongezond”.