Maandelijks archief: maart 2017

Zelfverbranding in Tibet: activisme met wanhoop als brandstof

Knack.be 25 maart 2017

Contour 08 Mechelen biedt artistieke blik op een controversiële praktijk

147 Tibetanen staken zichzelf de voorbije tien jaar in brand, meestal met dodelijke afloop. Contour, de biënnale van het bewegend beeld in Mechelen, zoomt in op deze gruwelijke vorm van politiek protest. Een schokkende kijkervaring, en niet alleen vanwege de zwartgeblakerde slachtoffers.

 

boeddhistische monnik Quan-Duc steekt zichzelf in Saigon in brand uit protest tegen militaire dictatuur. Inspiratie voor Tibetaanse activisten?  (foto:

Viëtnamese monnik Thich Quang Duc steekt zichzelf in 1963 Saigon in brand uit protest tegen militaire dictatuur. Inspiratie voor Tibetaanse activisten. (foto: Malcolm Browne)

Wat drijft een mens om zichzelf met kerosine te overgieten en vervolgens in brand te steken? Een mogelijk antwoord op deze vraag kan men vinden in De Garage in Mechelen. Het tentoonstellingshuis is het startpunt van Contour 08, de biënnale van het bewegend beeld die voor de gelegenheid in het stadsfestival Op.Recht.Mechelen werd ingebed. Twintig Belgische en internationale kunstenaars presenteren filmisch werk rond het thema ‘Polyphonic words: justice as a medium’. De keuze van curator Natasha Ginwala voor het werk van Ritu Sarin en Tenzing Sonam, een Indiaas-Tibetaans echtpaar dat samen films en videoinstallaties maakt, lag voor de hand. Hun inzending ‘I will burn myself again and again: notes on the self-immolations in Tibet’ past perfect bij het thema. Een strijd voor rechtvaardigheid en een schreeuw om media- en andere aandacht, het zijn twee voorname motieven die de voorbije jaren tientallen Tibetanen tot zelfverbranding dreven. De teller staat op 147, van wie 118 hun daad met de dood bekochten. Zelfverbranding moet hier worden gezien als een extreme vorm van politiek activisme, een daad van verzet tegen de Chinese bezetting van Tibet die intussen al 67 jaar aansleept. Belangstelling vanwege de internationale gemeenschap is er nauwelijks, geen enkel land wil de diplomatieke en handelsrelaties met de Volksrepubliek China op het spel zetten voor het lot van zes miljoen Tibetanen.

Bezoekers van Contour zijn gewaarschuwd: de beelden van zelfverbranding, door omstaanders clandestien met gsm’s gefimd en het land uitgesmokkeld, zijn bijzonder gruwelijk. De agonie van de protagonisten laat niets aan de verbeelding over. Te zien valt hoe een levende mens in enkele minuten tijd letterlijk verschrompelt tot een zwartgeblakerd kadaver, gevat in een rigor mortis die de onbeschrijfelijke pijn van de doodstrijd verraadt. Even schokkend is het getuigenis van de jongen die zijn poging overleefde en zwaar verbrand naar een klooster werd afgevoerd. Kort na het gefilmde interview werd het klooster door de politie bestormd. De jongen zou enkele weken later in gevangenschap aan zijn verwondingen bezwijken. Van sensatiezucht is evenwel geen sprake, alle beelden zijn trouwens op het internet te vinden. De installatie, voor het eerst buiten India  gepresenteerd, is een krachttoer. Meer dan door de gruwel wordt de bezoeker geraakt door de context waarin de zelfverbrandingen zich afspelen. De brutale repressie, het versmachten van de eigen taal en cultuur, de uitzichtloosheid van de strijd voor autonomie, het zijn vaste onderdelen in de afscheidsbrieven die de zelfverbranders nalieten. Niet toevallig zijn  monniken en nonnen. Een van de monitors is in een draaiende gebedsmolen ingebouwd, een krachig beeld dat de rol van het boeddhisme in de protestbeweging benadrukt. Niet toevallig zoomen de makers ook in op Thich Quang Duc, de absolute pionier van deze makabere protestvorm. De boeddhistische monnik stak zichzelf op 11 juni 1963 in Saigon in brand uit protest tegen de onderdrukking van zijn geloofsgenoten door de Zuid-Viëtnamese junta. Beelden van Duc, stoïcijns in lotushouding terwijl de vlammen hem verteren, gingen de wereld rond en hadden een reële impact op het verdere verloop van de Viëtnamese burgeroorlog.

Is zelfverbranding een boeddhistische traditie?

Tenzing Sonam: Helemaal niet, in Tibet is het zelfs een heel recent fenomeen. Er was wel een precedent: in 1998 heeft een Tibetaanse balling zich in New Delhi in brand gestoken, een geïsoleerd geval geïnspireerd door persoonlijke frustraties. In Tibet is het pas begonnen in 2008, een tijdstip dat allesbehalve toevallig was. 2008 was het jaar van de Olympische Spelen in Peking. Het jaar ook waarin het voor alle Tibetanen duidelijk was dat de onderhandelingen tussen Peking en de Dalai Lama tot mislukken gedoemd waren, omdat China niet wil weten van Tibetaanse autonomie. Tot verbijstering van China is er massaal protest op gang gekomen, niet alleen in de autonome regio Tibet maar ook in gebieden van de omliggende provincies die in feite bij het historische Tibet horen. Dit keer deden niet alleen monniken mee, alle lagen van de bevolking trokken de straat op. Voor Peking was het een internationale blamage, zeker toen de doortocht van de Olympische vlam door Tibetaanse betogers werd verstoord. De reactie was keiharde repressie. Honderden betogers werden opgepakt, Tibet veranderde meer dan ooit in een politiestaat. Kloosters werden gesloten of onder toezicht van de communistische partij geplaatst, en overal infiltreerden verklikkers. Jonge Tibetanen werden naar heropvoedingskampen gestuurd waar ze trouw aan de partij moesten zweren, een praktijk uit de hoogdagen van de Culturele Revolutie. De buitenwereld heeft er weinig van gemerkt, ook al omdat Tibet hermetisch werd afgegrendeld. Daar en toen is het begonnen. Alle kanalen om te protesteren waren afgesneden. Zelfverbranding was de enige vorm van activisme die nog mogelijk was, want zelfs een politiestaat kan vastberaden mensen niet beletten om zo’n daad te stellen. Het was een kreet van diepe wanhoop.

Niet alle Tibetanen juichen het toe, sommigen vinden het indruisen tegen de leer van Boeddha. Wat vindt u?

Sonam:  Het is erg controversieel. Vele Tibetanen vinden inderdaad dat het niet de juiste weg is om bewandelen. In het boeddhisme is alle leven heilig, dus kan het niet dat iemand zichzelf van het leven beroofd. Maar volgens anderen kan het juist wel, als het motief klopt. Zelfverbranders zijn niet uit of roem op erkenning. Hun daad is extreem, maar anders dan pakweg zelfmoordterroristen berokkenen zelfverbranders alleen zichzelf leed. Ze offeren hun leven voor hun volk, wat wel degelijk spoort met de leer van Boeddha. Vaak wordt dan verwezen naar het bekende verhaal van Boeddha en de hongerige tijger. Om te voorkomen dat ze haar welpen zou opeten, biedt Boeddha haar zijn lichaam aan om haar honger te stillen. Ik kan me in die visie vinden. Zelfverbranding is geen zelfmoord, toch niet zoals het door een Westerse bril wordt gezien. Het is een appèl op het eigen volk, een oproep tot de solidariteit en verzet. De wereld is ons vergeten, is de boodschap, maar we zijn niet verloren.

protest tegen Chinese bezetting

protest tegen Chinese bezetting

De beelden in jullie installatie dateren van de periode 2011-2013, toen er sprake was van een echte golf van zelfverbrandingen. Is die intussen gaan liggen?

Sonam: Niet helemaal. Een week geleden heeft in Garze een jonge boer zich in brand gestoken, het eerste bekende geval van 2017. Maar inderdaad, de frequentie is fel afgezwakt. Aanvankelijk wisten de Chinese autoriteiten niet hoe er mee om te gaan, maar intussen hebben ze een tegenstrategie ontwikkeld. Nabestaanden worden zwaar gestraft, waardoor de legitimatie dat zelfverbranders alleen zichzelf schaden, niet langer opgaat. Vijf jaar geleden, op het hoogtepunt van de campagne, werden zelfverbranders door het volk als martelaren begraven. Dat is nu totaal ondenkbaar, de stoffelijke resten worden zonder enig ritueel in de grond gestopt. Komt daarbij nog dat de censuur steeds efficiënter werkt. Wie beelden maakt van een zelfverbranding, riskeert erg lange gevangenisstraffen. Zelfverbranding is ook een vorm van communicatie, de daders zochten niet voor niets publieke plaatsen op. Door performante firewalls is het echter moeilijk om opnames via sociale media te verspreiden. Moeilijk maar niet onmogelijk, zoals het geval in Garze bewijst. Er zijn nog altijd activisten die erin slagen informatie via India of Nepal buiten te smokkelen.

Het hele oeuvre dat u samen met uw partner Ritu Sarin heeft gemaakt, staat in het teken van de Tibetaanse vrijheidsstrijd. Hoe reageren de Chinese autoriteiten daarop?

Sonam: Ze proberen ons op alle mogelijke manieren te saboteren. Zoals die keer in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh waar we een installatie hadden met afscheidsbrieven van Tibetaanse zelfverbranders. De Chinese ambassadeur heeft er zich persoonlijk mee bemoeid, hij eiste dat onze werken uit de groepstentoonstelling werden verwijderd. We hebben met de organisator een compromis kunnen sluiten. De werken bleven hangen, maar werden afgedekt met witte doeken. In feite bereikten de Chinezen zo het omgekeerde van wat ze beoogden, want onze zelfcensuur trok uiteraard veel aandacht. Op het Film Festival van Palm Springs in 2010 stelden ze hun veto tegen ‘The sun behind the clouds’, onze documentaire over de Tibetaanse strijd waarin ook de Dalai Lama aan het woord komt. Omdat de organisator niet wilde buigen, hebben ze als represaille twee Chinese inzendingen teruggetrokken.

U bent als zoon van ballingen in India geboren. Heeft u Tibet ooit kunnen bezoeken?

Sonam: Toch wel. De jongste jaren ligt het moeilijk, maar ballingen konden vroeger een visum krijgen als ‘overseas Chinese’. Voor mij was het nog eenvoudiger, want ik heb ook een Brits paspoort. Toch dateert mijn laatste bezoek al van 1996. Door mijn werk als filmmaker loop ik te veel in de kijker, ze laten me er niet meer in.

de Tibetaanse zaak zit muurvast. Hoe ziet u de toekomst?

Sonam: Als boeddhist mag ik niet wanhopen, maar de situatie is heel erg en de vooruitzichten zijn somber. Toen ik 1996 in Lhasa kwam, was de stad al veranderd in een Chinese metropool met een getto voor de Tibetanen. Dat is intussen de realiteit in het hele land: door de zwaar gesubsidieerde massa-immigratie van Han Chinezen zijn we een minderheid in ons eigen land geworden. De hoop op vrijheid of autonomie lijkt verderaf dan ooit te voren, maar we mogen de strijd niet opgeven. We moeten er nu alles aan doen om onze cultuur, taal en tradities te vrijwaren, en ons verzetten tegen de Chinese pogingen om onze geschiedenis te herschrijven. Ook wij, Tibetanen van de diaspora, dragen in die strijd een grote verantwoordelijkheid.

 

Contour Biënnale 08: tot 23 mei op diverse locaties in Mechelen. Info: http://contour8.be/

Dochters Tobias Schiff over opgroeien met een vader die acht concentratiekampen overleefde

Humo, 28 februari 2017

heruitgave ‘Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten’

het onweerlegbare verhaal van een dwanggetuige

Schaakkampioen, chansonnier, acteur, moppentapper, diamantair, autofreak, Tobias Schiff was het allemaal. Bovenal was de Antwerpse Jood een onvermoeibare getuige over de concentratiekampen die met zijn enige boek de hoogste toppen van de Holocaust-literatuur bereikte. ‘Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten’ ligt vanaf deze week opnieuw in de winkel, met een warme aanbeveling van Arnon Grunberg. Reden genoeg om Anny en Isabelle Schiff te verenigen voor een goed gesprek over een unieke vaderfiguur.  ‘Rechtsextremisme en antisemitisme steken weer de kop op. Vader zou zich in zijn graf omdraaien’

Tobias Schiff

Tobias Schiff

Als de immer sceptische Arnon Grunberg de loftrompet over een boek steekt,  dan heeft hij onze aandacht.  Zeker wanneer de auteur van het geprezen boek een Auschwitz-overlever is. Zoals bekend werd de bekendste krullenbol der Nederlandse letteren zelf opgevoed door twee slachtoffers van de Shoah. Het zal Grunberg dan ook menens zijn wanneer hij volgende zinnen aan scherm en papier toevertrouwt: “Levi, Borowski, Arnoni, Kertész, Améry, om maar vijf schrijvers van kampliteratuur te noemen, zijn niet alleen ooggetuigen, ze zijn ook goede, nee uitstekende schrijvers. En aan dat rijtje voeg ik  toe: Tobias Schiff”.

De bewierookte schrijver is ons al in 1999 ontvallen. Toch durven we te vermoeden dat hij het compliment met ongeloof en verbazing in ontvangst had genomen. Tobias Schiff, in een adem genoemd met literaire grootheden zoals Imre Kertész en Primo Levi? Wonderlijk als je bedenkt dat hij maar één boek heeft geschreven. En zelfs daar kan over gediscussieerd worden. Heeft Schiff het in 1997 verschenen ‘Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten’ wel zelf geschreven? Het gaat om een lang uitgesponnen getuigenis over de 33 maanden waarin hij als tiener een helletocht ondernam langs acht verschillende werk- en concentratiekampen, met haltes in onder meer Trzebinia, Auschwitz-Birkenau, Buna-Monowitz, Dora en Bergen-Belsen.  Opgetekend door de toenmalige Epo-uitgever Hugo Franssen die een pluim krijgt in het voorwoord dat Arnon Grunberg voor de pas verschenen heruitgave bezorgde.  Dik verdiend, want het is zonder meer briljant hoe Franssen de urenlange monologen van Schiff heeft gevat. Als een staccato gedicht,  met clusters van korte, pulserende zinnen die de lezer tegen een verschroeiend tempo meesleuren.

Zelden werd het nulpunt van de menselijke geschiedenis zo navrant beschreven. Hoe Tobias _ Toshek voor de vrienden _ in Auschwitz afscheid nam van zijn vader. Twee jaar lang hadden ze voor elkaar gezorgd, door met verve de kunst te bedrijven van het overleven in onmogelijke omstandigheden. Hilarisch hoogtepunt: de zwerende enkelwonde die Tobias in Trzebinia opliep. Ze had hem fataal kunnen worden, het geringste vermoeden van arbeidsongeschiktheid betekende immers een gewisse dood. Toshek echter sloeg er een slaatje uit. Het pus van de zweer lokte vliegen aan,  op dat moment een felbegeerd ruilmiddel. In het kamp heerste tyfus, de kampleiding beloofde een extra kom soep voor wie 20 doodgemepte ziekteverspreiders inleverde. In Auschwitz-Birkenau overleefden vader en zoon zeven selecties, onder meer geleid door de infame kamparts Mengele. Bij de achtste, op 18 januari 1944, werd de 46-jarige Mozes Schiff wegens te oud en te zwak naar de gaskamer verwezen. De motor van de industriële moordmachine sputterde wegens overbelasting, waardoor vader Schiff met honderden andere geselecteerden nog drie dagen naakt in een ijskoude barak moest antichambreren. Tobias wist een SS-bewaker te vermurwen en kreeg toegang tot de barak. Zijn beschrijving, opgetekend 53 jaar na datum, twee jaar voor zijn eigen overlijden, grijpt naar de keel. Schiff, gezegend of vervloekt met een ijzersterk geheugen, heeft de titel van zijn boek goed gekozen. Hoe ouder hij werd, hoe dichter het verleden hem op de hielen zat.

Ondanks de alomtegenwoordige gruwel leest het boek als een schelmenroman. Schiff dankte zijn overleven aan een combinatie van stom geluk en duizend toevalligheden. Zijn enige verdienste bestond er naar eigen zeggen in dat hij het toeval een handje heeft geholpen. Dat is een understatement, Schiff was een overlevingskunstenaar die tientallen keren door het oog van de naald kroop. Lef, charme, koopmansgeest en perfect Duits waren de troeven die hij beurtelings uitspeelde.  En levenslust, een eigenschap die hij na de oorlog op zijn kinderen heeft overgedragen.

Twee van die kinderen zitten ons op te wachten in het Crown Plaza Hotel aan het Rogierplein, geen toevallige keuze naar zal blijken. Anny Schiff (69) is de oudste van de vier kinderen uit een eerste huwelijk, de periode na de oorlog toen hij als diamantair in Antwerpen woonde. Isabelle Schiff (43) is de enige dochter uit een tweede huwelijk dat hem naar Brussel voerde, waar hij een fotowinkel in het Manhattan Center aan het Rogierplein begon. ‘Binnenkort verhuizen we de zaak naar Elsene’, zegt Isabelle. ‘Dichter bij mijn woonplaats en mijn doelpubliek. Ik maak vooral huwelijksreportages en portretten in de Afrikaanse gemeenschap. Vaak in Matonge, ik hou van de Afrikaanse ambiance’. Van ambiance maken kan Anny meespreken. Ze heeft een gevarieerd beroepsleven achter de rug, maar de periode als rechterhand van Paul _ Boogie Boy _ Ambach springt eruit. ‘Ik was een wild meisje, gek op dansen en op zwarte muziek. Bij Paul Ambach kwam ik aan mijn trekken. James Brown, Johnny Lee Hooker, ik heb ze daar allemaal ontmoet.  Afrika, daar heb ik ook iets mee. Ik ben nooit getrouwd, maar ik heb wel een dochter met een Peul uit Senegal’.

 

Anny en Isabelle Schiff (foto: Marco Mertens)

Anny en Isabelle Schiff (foto: Marco Mertens)

Humo: swingend begin voor een gesprek over een topzwaar thema. Horen jullie niet gebukt te gaan onder het trauma van jullie vader?

Anny: Ho maar, vader bruiste zelf van de energie en levenslust.  Op de diamantbeurs was hij een fenomeen. Had hij ergens op de Meir een aanbod gezien, dan stopte hij niet voor iedere collega op de hoogte was. ‘Laat die kans niet liggen! Drie hemden voor de prijs van twee’. Toen de Citroën DS uitkwam, liep hij over van enthousiasme. Iedereen moest en zou delen in zijn bewondering voor dat staaltje van stijl en techniek. Vader was trouwens dol op autorijden, ik herinner me heroïsche tochten in de DS. Naar Brindisi, de boot op naar Griekenland, de hele Peloponnesos rond en dan via Kreta terug naar huis.

Isabelle: Die passie voor autorijden heb ik van hem geërfd, mijn vrienden noemen me nog altijd Schumacher. Papa had veel passies, maar schaken was een van de allergrootste, hij is nog Belgische kampioen snelschaken geweest. Als kind moest ik na school altijd mee naar café Greenwich vlakbij de Beursschouwburg, zijn vaste rendez-vous om te schaken.

Anny: Hij speelde toneel en was een geweldig muzikant. Hoewel hij geen noot kon lezen, componeerde hij aan de lopende band. In 1955 is een zangeres met een van zijn nummers bekroond op een internationaal concours van Frans chanson. Een geboren entertainer, hij hield een onuitputtelijk arsenaal aan moppen en anekdotes paraat. Ook in de kampen animeerde hij de boel. Als iedereen in de put zat, nam hij zijn mondharmonica of stak hij een sterk verhaal af.

Isabelle: En vertellen, het hield nooit op. Over de oorlog en zijn tijd in de kampen. Sommige overlevers probeerden na de bevrijding alles te verdringen. Bij papa was het omgekeerd, hij voelde een onweerstaanbare dwang om te getuigen. Daarom is dat boek er uiteindelijk gekomen. Ik denk niet dat hij zichzelf ooit als schrijver zag, het was gewoon een extra wapen om de vergetelheid te bestrijden. Papa zag het als zijn heilige plicht om de herinnering aan de slachtoffers te bewaren. Dat had hij ook beloofd toen hij in Auschwitz afscheid moest nemen van zijn eigen vader.

Anny: Die belofte heeft hij meer dan vervuld, onder meer door honderden lezingen te geven in Vlaamse scholen. Maar hoe vrolijk en vrij hij na de oorlog ook door het leven stapte, het was allemaal slechts façade. Diep vanbinnen raakte hij nooit los van het kamp. Schaken, musiceren, entertainen, dat waren allemaal manieren om niet aan dat zwarte gat te denken. ’s Avonds echter haalde het verleden hem in. Vader was een slechte slaper. Hij lag uren in bed te lezen, met het licht aan en BBC World op de achtergrond. Op de hoogte blijven van de toestand in de wereld, want je wist nooit wat er kon gebeuren.

HUMO: in zijn boek drukt hij spijt uit dat hij jullie op jonge leeftijd met al die vreselijke verhalen heeft geconfronteerd. Hebben jullie daar onder geleden?

Isabelle: Ik besef dat hij niet anders kon, dat schrijft hij trouwens zwart op wit in zijn boek.  Toch was het niet gemakkelijk, er zijn periodes geweest dat ik er niet tegen kon en wegliep. Als kind kreeg ik nachtmerries van zijn verhalen. Dan zag ik papa in het kamp, samen met zijn vader en andere gedeporteerden over wie hij vertelde. Ik wilde hem helpen, maar dat lukte niet, want het tafereel zat achter een onbreekbare, glazen wand.

Anny: Ik had een andere hardnekkige nachtmerrie: ons huis stond in brand en we probeerden wanhopig aan de vlammen te ontsnappen. Nee, eenvoudig was het niet om met getraumatiseerde ouders op te groeien. Want het kwam niet alleen van ons vader. Moeder heeft de oorlog als onderduikkind overleefd, haar ouders en grootouders werden gedeporteerd en vermoord, haar hele Poolse familie werd uitgeroeid. Net als mijn broers en zussen ben ik er niet ongeschonden uitgekomen, we zijn allemaal wel eens bij een psychiater of therapeut gepasseerd. Het probleem van onze generatie is dat we ons als kind hebben weggecijferd. Wat viel er te klagen? Ons leed zonk in het niets naast de verschrikkingen die onze ouders hadden doorstaan. Moeder was daar hard in, ze kon het echt niet verdragen dat ik over iets huilde. Ik herinner me nog vakanties aan zee.  Weer of geen weer, ze sleurde ons mee op  kilometerslange wandelingen langs de branding. Ze heeft het nooit met zoveel woorden gezegd, maar ik ben zeker dat die manie uit haar oorlogsverleden voortvloeide. Als het weer misliep, moesten we klaar zijn om te vluchten.

HUMO: de gruwel waarvan hij in de kampen getuige was, tart alle verbeelding.  Sadistische kapo’s, willekeurige executies, uitgemergelde gevangenen die hun beulen smeken om een kogel en prompt op hun wenken worden  bediend. In Auschwitz zag Toshek een groep Italiaanse joden, niets vermoedend aanschuiven voor de gaskamer. Als hij er een uur later passeert, is de groep veranderd in een stapel lijken. Hij herkent ze meteen, zijn blik haakt zich vast aan dat ene meisje met de pop en de schattige krullen. Zo gaat het door, 200 pagina’s lang. Het hele boek is een roetsjbaan van verkillende passages, maar zijn wake in de barak bij zijn nog levende maar gedoemde vader, springt eruit. Delen jullie die indruk?

Isabelle:  Die passage is heftig, maar dat geldt evenzeer voor het afscheid van zijn moeder. Probeer het je voor te stellen. Ze vertrokken vanuit Drancy, het Franse doorvoerkamp dat je kunt vergelijken met onze Dossinkazerne. Drie dagen en drie nachten in beestenwagens. Het was snikheet, ze zaten zonder eten of drinken als haringen in een ton. Van de 1.000 zouden er uiteindelijk acht de oorlog overleven. De eerste selectie gebeurde bij hun aankomst in Silezië. Vrouwen en kinderen moesten in de trein blijven, maar papa mocht van de SS’ers samen met grootvader afstappen, ook al was hij volgens de regels een jaar te jong voor arbeidsdienst.  Stom geluk, dat heeft zijn leven meermaals gered. Omdat ze stierven van de dorst, probeerde zijn moeder uit de wagon te stappen met een kruik water die ze had bemachtigd. Een SS’er hield haar tegen en roste haar af met de zweep. Dat is dus de laatste herinnering die papa zijn leven lang heeft meegedragen: zijn moeder met een bloedende striem over haar gezicht in de wagon op weg naar de gaskamer.

Anny: In feite is de gruwel al begonnen in Antwerpen, toen zijn oudere zus Lunia uit zijn leven werd weggerukt. Een drama, vader aanbad zijn zus. Lunia werd op 22 juni 1942 opgepakt, bij de eerste razzia in de buurt van het Centraal Station. Ze hebben haar nooit meer teruggezien, ook al hebben ze nog geld betaald aan zwendelaars die beweerden dat ze Lunia uit Breendonk konden vrijkopen. Profiteurs die menselijke wanhoop uitbuiten, dat is van alle tijden, denk maar aan de huidige mensensmokkelaars in Libië en Syrië. Na die eerste razzia is vader met zijn ouders ondergedoken. Ze hebben hun hele fortuin uitgegeven aan passeurs om hen naar Zwitserland te smokkelen. Zeker weten we het niet, maar wellicht waren ook dat oplichters die hen aan de Duitsers hebben uitgeleverd. Ach, arme Lunia! Vader heeft nooit de volledige waarheid gekend. Ze was die dag met een vriendin naar het Centraal Station gelopen om Victor te begroeten, een neef uit Nederland die een oogje op haar had. Victor, die de oorlog wist te overleven als verzetsstrijder in het Franse maquis, heeft papa nooit durven vertellen dat hij ongewild de aanleiding voor haar arrestatie vormde. Hij woont nu in Jeruzalem, 92 jaar oud. Zijn geheugen gaat achteruit, maar als ik de naam van Toshek laat vallen, schiet zijn gemoed vol. De laatste keer liet hij me een koffertje met persoonlijke brieven zien. En wat lag er bovenop de stapel? Een portret van Lunia, hij kreeg er zeventig jaar later nog altijd tranen van in de ogen.

Isabelle: Papa had dat ook, hoe ouder hij werd, hoe sterker de herinneringen aan al zijn vermoorde dierbaren. In de periode rond 21 januari, de sterfdag van zijn vader, was hij thuis en in de winkel ongenietbaar. Dan liep hij op alles te vitten, gespannen als een veer, zijn hele gezicht in een kramp. Hij is zelf totaal onverwacht aan de gevolgen van een beroerte gestorven. Op 19 januari, bijna dag op dag de datum waarop zijn vader voor de gaskamer werd geselecteerd. Volgens mij kan dat geen toeval zijn.

Tobias geliefde zus Lunia, opgepakt bij eerste razzia in Antwerpen. Hij ou haar nooit meer weerzien.

Tobias geliefde zus Lunia, opgepakt bij eerste razzia in Antwerpen. Hij zou haar nooit meer weerzien.

HUMO: waarom heeft hij een halve eeuw gewacht om zijn kampmemoires te schrijven?

Anny: Dat boek is een verre uitloper van ‘Monsieur S’, een documentaire film uit 1990 over zijn kampverleden. Hij zat ook prominent in ‘De Laatste Getuigen’, de VTM-reeks van Luckas Vander Taelen die een dikke boon voor vader had. Getuigen, altijd weer die drang om getuigen. Dat er een boek van kwam, komt omdat vader zich in zijn laatste levensjaren grote zorgen maakte over de politiek. De opkomst van het Vlaams Blok vond hij verschrikkelijk. En hij liet zich niet sussen met commentaren dat het wel zou loslopen en dat de geschiedenis zich niet zou herhalen. Duitsland was in de jaren twintig een hoogontwikkeld land, met een grandioze cultuur en vooraanstaande wetenschappers. Ook toen kon niemand voorspellen dat zo’n land in enkele jaren tijd in totale barbarij zou verglijden.

HUMO: Het boek werd in 1997 uitgegeven met een disclaimer: ‘De hier verhaalde gebeurtenissen zijn waar. Ze staan onomstootbaar vast’. Was jullie vader beducht voor negationisme?

Anny: Hij lag daar wakker van: het idee dat jongere generaties niet meer zouden geloven wat er in de kampen is gebeurd. Op een keer, na een van zijn talloze schoollezingen, stelde een leerling hem een vraag over zijn moeder. ‘Hoe weet u zo zeker dat ze door de nazi’s werd vermoord? U was toch niet bij haar?’ Vader bleef daar kalm onder, hij wist hoe hij met zulke provocaties moest omgaan. Maar zulke ervaringen sterkten hem in zijn overtuiging dat de strijd tegen extremisme en negationisme nooit gestreden is.  Zo denk ik er ook over, en daarom ben ik zo blij met deze heruitgave. Want we kunnen er niet omheen: rechtsextremisme zit in de lift. Wilders in Nederland, Le Pen in Frankrijk, Trump in Amerika, ik denk dat vader zich in zijn graf omdraait. Ook in Oost-Europa gaat het de verkeerde kant uit, samen met het rechts-populisme steekt daar het spook van het antisemitisme de kop op. Vooral in Polen, nota bene het land waar drie miljoen joden werden vermoord.

Isabelle: Papa haatte dat land. Ik heb het hem vaak horen zeggen: kon ik Polen maar in een zakdoek wringen en in brand steken. Dat kwam van heel diep, met de nodige gebaren erbij om het aanschouwelijk te maken. Wat wil je ook, hij kwam uit een Pools-Joodse familie die in de oorlog compleet werd uitgeroeid. Door Duitse nazi’s, jazeker, maar het was geen toeval dat ze hun uitroeiingskampen in Polen hebben gevestigd. Het antisemitisme zat daar heel diep ingebakken.

Anny: Nog altijd. Denk maar aan de pogingen van de Poolse Kerk om Auschwitz te recupereren. Het moest een memoriaal voor alle slachtoffers worden, waarbij het begrip jood zoveel mogelijk zou worden verdoezeld. Vader is dikwijls in Auschwitz geweest, hij vond het heel belangrijk om de plaats te bezoeken waar zijn vader, moeder en zus werden vermoord. Ik was nog jong toen hij mij heeft meegenomen. Een beklijvende ervaring, maar ik denk niet ik dat ik er vandaag nog naartoe wil. Auschwitz is een toeristische trekpleister geworden, waar bezoekers in short door de gaskamers lopen. Zo respectloos, ik word daar kwaad van.

HUMO: Arnon Grunberg roemt ‘terug op de plaats die ik nooit heb verlaten’ als grote literatuur. Maar heeft het boek twintig jaar geleden ook succes gekend?

Anny: Best wel, er zijn trouwens twee toneelbewerkingen van gemaakt. De Franse vertaling was helaas geen succes, maar het boek is wel door mijn zus Lunia in het Hebreeuws vertaald. De dochter van mijn beste vriendin die in Amerika woont, loopt al jaren rond met plannen voor een Engelse vertaling. Wie weet komt het ervan na deze heruitgave.

HUMO: Was het moeilijk om Arnon Grunberg te strikken voor het voorwoord? 

Anny: Ik had zelf bij Epo aangeklopt. Het boek was al lang niet meer beschikbaar. Konden ze de 20ste verjaardag niet aangrijpen voor een heruitgave? Goed idee, vond uitgever Thomas Blommaert, maar om een heruitgave te lanceren moest er iets extra’s bovenop. Zo is Arnon in beeld gekomen. In het begin schoot het niet op, de uitgeverij geraakte niet voorbij zijn secretariaat. Maar als ik mijn zinnen op iets zet, kan ik heel koppig zijn. Ik zag dat Arnon naar Brussel kwam voor een literaire avond bij Passa Porta. Ik er naartoe met een exemplaar van de eerste druk.  Na de voorstelling heb ik hem zowat besprongen. Hij heeft het boek gelezen, en twee weken later kregen we via zijn secretariaat de bevestiging dat hij het voorwoord zou schrijven. Vader zou trots zijn geweest over de manier waarop ik dat heb geregeld. Vechtlust en plantrekkerij, dat heb ik van hem.

 

Tobias Schiff, ‘Terug naar de plaats die ik nooit heb verlaten’, met voorwoord Arnon Grunberg, Epo, 19€90

 

Brexit-stormloop op Belgische nationaliteit: “Sire, er zijn nog Belgo-Britten!”

Knack, 22 februari 2017

Belg worden om Europeaan te blijven, dat is wat heel wat Britse ingezetenen sinds het Brexit-referendum beweegt. Met tientallen stromen de aanvragen voor de Belgische nationaliteit binnen bij de gemeentehuizen in en rond Brussel. Portret van enkele Belgo-Britten, fiere onderdanen van zowel koning Filip als Queen Elisabeth. ‘Ik wil mijn Europese identiteit niet verliezen’.

Tim Nuthall:

Tim Nuthall: “ik heb veel aan Europa te danken” (foto: Debby Termonia)

Tim Nuthall, directeur internationale communicatie bij de European Climate Foundation in Brussel, heeft  er  geen gras laten over groeien. Op 24 juni, de dag na het Brexit-referendum, is hij naar het gemeentehuis van Elsene gestapt. ‘‘Ik had de overwinning van het leave-kamp totaal niet zien aankomen”, blikt hij terug. “Ik was die avond gerust gaan slapen, de polls zagen er goed uit. Toen ik om vier uur wakker schoot en het nieuws checkte, viel ik letterlijk uit mijn bed. Wat? Hebben mijn landgenoten ons echt uit Europa gestemd? Ik kan het trouwens nog altijd niet geloven, het moet een vlaag van collectieve zinsverbijstering zijn geweest. Mijn dochter was toen zeven maanden oud. Toen ik haar daar in haar bedje zag liggen, stond mijn besluit vast. Ik vraag de Belgische nationaliteit aan, zodat mijn dochter later haar Europese identiteit kan claimen. Zie je, ik heb zelf veel aan Europa te danken. Mijn jaar als Erasmus-student in Wenen, mijn carrière en leven in Brussel, zonder Europa had ik veel minder kansen gekregen’.

vloeiend Duits

De verkorte procedure voor nationaliteitsverwerving, in voege sinds 2013, legt drie criteria op. Het minimum van vijf jaar ononderbroken hoofdverblijf in België was een sinecure voor Nuthall (40) die hier al negen jaar woont en werkt. Maar van aspirant-Belgen wordt ook verwacht dat ze hun sociale en economische integratie bewijzen, plus voldoende kennis van een van de officiële landstalen. Nuthall had er zich schrap voor gezet. Hij zou die dag op het stadhuis van Elsene met zijn vloeiende Duits uitpakken. Het had een interessant en mogelijks zelfs hilarisch experiment kunnen opleveren, maar zover is het niet gekomen. ‘Er werd me helemaal niks gevraagd’, zegt hij wat beteuterd. ‘Blijkbaar volstond het kreupele Frans waarmee ik mijn aanvraag heb toegelicht’. Het verzamelen van de nodige documenten, inbegrepen de beëdigde vertaling van zijn Britse geboortecertificaat, kostte hem drie weken. Op 19 juli werd zijn dossier door de ambtenaar van burgerlijke stand in drievoud naar het Brusselse parket, de Dienst Vreemdelingenzaken en de Staatsveiligheid verstuurd. Geen van de instanties maakte bezwaar, en sinds 16 december mag Tim Nuthall zich Belg noemen. ‘Het is ongelooflijk hoe snel zo’n hele nationaliteitsaanvraag in België verloopt’, zegt hij nog altijd verwonderd.

Ook al was Nuthall er als de kippen bij, hij was die niet de eerste Brit die zich na het referendum naar het Elsense stadhuis op het Ferdinand Cocqplein repte. ‘Het was hier de eerste dagen een echte stormloop’, zegt Delphine Bourgeois, MR-schepen voor Europa. ‘Sinds de Brexit zijn al 250 Britten zich komen informeren over de nationaliteitsaanvraag. 35 hebben intussen effectief een dossier ingediend, een cijfer dat iedere week nog stijgt’. Weinig steden of gemeenten hebben een schepen voor Europa, maar in Elsene is het geen overbodige luxe. De Brusselse gemeente omvat een groot stuk van de Europese wijk, met de kaasstolp van het Europees Parlement als blikvanger. Niet-Belgische EU-burgers maken een derde van de bevolking uit. Britten zijn daarin goed vertegenwoordigd: met 1.535 vormen ze de op één na grootste gemeenschap in België, nauwelijks kleiner dan het Britse contingent in heel Groot Antwerpen. In België wonen officieel 23.658 Britten. Hoeveel er daarvan sinds de Brexit een nationaliteitsaanvraag hebben ingediend, valt nog niet te achterhalen. Vast staat wel dat de drukte aan het loket in Elsene niet uniek is. Een rondvraag bij de top zeven van steden en gemeenten met een omvangrijke UK community, bracht vorige week 244 effectieve aanvragen aan het licht. De link met de Brexit ligt voor de hand. Antwerpen telde in 2015 welgeteld 5 Britse nationaliteitsaavragen. Vorig jaar werden er 33 geregistreerd, waarvan de helft in de maanden juli en augustus, vlak na het referendum. Nog duidelijker is het verband in Sint-Pieters Woluwe: van 2 aanvragen in 2015 ging het na 23 juni vorig jaar fluks naar 28.

Europese identiteit

Op Antwerpen na liggen alle onder Britten populaire gemeenten in en om het hoofdstedelijk gewest. In de rijke, groene zuidrand springt Tervuren eruit met 1.261 Britse ingezetenen. Het Zoniënwoud en het Afrika Museum met zijn fraaie park zijn natuurlijk reden genoeg om zich in deze Vlaamse gemeente te vestigen. De Angelsaksische concentratie heeft echter veel te maken met de ligging van British School of Brussels (BSB) waar 1.500 leerlingen een Engelstalig curriculum volgen. Ook Ken Woollard (77) is hier door de British School aanbeland. ‘Ik wilde altijd al naar Europa’, vertelt de gepensioneerde leraar. ‘In 1975 zag ik mijn kans: de British School zocht een leraar Engels en literatuur. Na een poosje nam ik er ook toneel bij, ik heb meer dan honderd producties geleid. De school had een eigen theater dat ook door externe verenigingen werd gebruikt, zowel Vlaamse als Franstalige. Dat gebeurt nu helaas niet meer, de steeds strenger veiligheidsmaatregelen laten het niet mee toe. Het zegt iets over het klimaat waarin we leven. Steeds meer angst, steeds minder vrijheid’.

 

Ken Woollard:

Ken Woollard: “Ik had tenminste een interview met de burgemeester verwacht” (Foto: Debby Termonia)

Het is misschien een te grote sprong, alhoewel. Angst is een van de grondstoffen die de propagandisten van de Brexit met succes hebben geëxploiteerd. Ken Woollard wil er liever niet meer op terugkomen. Wat valt er nog over de oorzaken te zeggen dat al geen duizend keer werd gezegd? Het heeft met het Britse eilandgevoel te maken. Met een in nostalgie naar het verloren empire gedrenkte overgevoeligheid voor soevereiniteit. Met rechtse populisten ook, en met zwakke Europese leiders die geen tegengas gaven. Feit is dat de Brexit hem tot een démarche heeft bewogen die hij anders nooit had ondernomen. In november trok hij naar het gemeentehuis om de Belgische nationaliteit aan te vragen. ‘Ik wil mijn Europese identiteit behouden’, zegt hij als we hem in Vossem-Tervuren opzoeken. ‘Dat gevoel zit diep, ik heb verschillende vrienden die eveneens Belg zijn geworden of er lopen over te denken. Het is niet dat we vrezen dat we na de Brexit zullen gediscrimineerd worden of met de nek aangekeken. Dit is ons antwoord op een referendum dat ons van Europa afsnijdt, een onbegrijpelijke beslissing waarover onze mening nooit werd gevraagd. Want zo is het gegaan: wie vijftien jaar of langer in het buitenland verbleef, mocht niet meestemmen. Geen detail als je weet hoe klein de marge was waarmee leave het heeft gehaald. Die gang van zaken heeft vele Britse expats bitter gestemd. We feel disregarded’.

Thuis in Tervuren

In november heeft hij zijn aanvraag ingediend. Zijn nieuwe identiteitskaart en paspoort _ met gegarandeerde controlevrije toegang tot alle landen van de Schengenzone _ zijn nog op komst. De schriftelijke bevestiging heeft hij wel al ontvangen. Voortaan heeft hij de keuze: Belg of Brit, want de nationaliteitsverwerving doet niets af aan zijn erkenning als onderdaan van de Britse Queen. Duur was de stap naar dual nationality niet. 150 euro registratierechten, plus nog wat kosten voor de beëdigde vertaling van het geboortecertificaat. Ook Woollard toont zich verbaasd over de lage drempel. ‘Ik had tenminste een interview met de burgemeester verwacht’, zegt hij. ‘Maar ze deden helemaal niet moeilijk, de medewerkers op het gemeentehuis waren erg behulpzaam en efficiënt’. Ze hadden hem gerust op de rooster mogen leggen. Naar eigen zeggen is hij geen talenknobbel, maar hij kan zich meer dan behoorlijk behelpen in Nederlands en Frans. ‘Na 41 jaar is België mijn thuis’, zegt Woollard. ‘De kinderen van mijn vrouw Dorothy zijn hier opgegroeid, al onze vrienden wonen hier. Veel Britten, onder wie oud-collega’s van de school. Maar we hebben vooral veel Belgische vrienden. Tervuren is heel internationaal, maar in onze doodlopende straat wonen toevallig alleen Vlamingen. Iedereen kent iedereen, ik spreek met de meesten van mijn buren Vlaams. Om maar te zeggen, ze hadden gerust naar mijn sociale integratie mogen polsen. We werken als vrijwilligers bij Samana, het voegere Ziekenzorg. We spelen pétanque met andere gepensioneerden in Leefdaal. Ook zonder Brexit zouden we er nooit over piekeren om terug te keren. Er woont nog wel familie in Groot-Brittannië, maar voor de rest hebben we er niet veel meer te zoeken. Het is trouwens goed leven in België. De gezondheidszorg en voorzieningen voor gepensioneerden, daar kunnen ze ginder alleen van dromen. Voor alle duidelijkheid: op dat vlak maakt mijn Belgische nationaliteit geen verschil. RSZ, pensioen, belastingen, dat viel altijd al onder de Belgische wetgeving. Er was geen enkel materieel belang mee gemoeid’.

Peter Guilford, nog een Tervurense neo-Belg, heeft het referendum zelfs niet afgewacht. In april al diende hij zijn aanvraag in, wat hem na 23 juni ongevraagd in de rol van ombudsman duwde. ‘Ik had mijn initiatief op Facebook gepost’, zegt hij. ‘In de dagen na het referendum werd ik bestookt met vragen: hoe heb je dat gedaan? Hoe werkt de procedure? Hoeveel kost het? Het effect van de de Brexit was onmiddellijk voelbaar’. Guilford (55) een overtuigd Europeaan noemen, is een understatement. Dertig jaar geleden kwam hij als Europa-correspondent naar Brussel, daarna werkte hij vele jaren voor de Europese Commissie. In 2000 richtte hij g+ op, een tweemanslobby die snel uitgroeide tot een kantoor met 50 medewerkers en vier kantoren in evenveel hoofdsteden. Klanten wegwijs maken in regelgeving omtrent mededinging en voedselveiligheid, was een van de specialiteiten van g+ dat intussen door de Amerikaanse reclamegigant Omnicom werd overgenomen. Guilford, thans managing partner bij g+, had zo zijn redenen om op de Brexit te anticiperen. ‘Ik had de bui zien hangen’, vertelt hij. ‘Tijdens de campagne kwamen allerlei verzonken sentimenten bovendrijven. Ik wist wel dat er in Groot-Brittannië zoiets als een onderbuik bestond, een weinig geschoolde en gecultiveerde bevolkingslaag. Hun frustraties werden wakker gekust door het populisme van de rechtse pers en van geboren volksmenners zoals Nigel Farrage en Boris Johnson. Dit kan wel eens misgaan, besefte ik. En wat dan? Als het effectief tot een Brexit komt, kunnen er in Europa wel eens anti-Britse gevoelens opsteken. Ik beeldde me de scènes al in op de luchthaven, hoe je als een melaatse wordt bekeken wanneer je een Brits paspoort toont. Overdreven wellicht, maar ik wilde geen risico lopen. Mijn kinderen zijn hier geboren, ze zijn perfect tweetalig. Ik wil dat ze zich hier thuis blijven voelen, als Europese burgers. Om eerlijk te zijn, ik zag ook weinig redenen om het niet te doen. Je hebt niks te verliezen, want je kunt je Britse nationaliteit behouden. Dat vond ik wel belangrijk, want ik heb vele vrienden en ook een huis in Groot-Brittannië’.

De procedure was een eitje, ook voor Guilford die benadrukt dat de keuze voor een dubbele nationaliteit niet alleen door ongerustheid over de koers van zijn moederland werd ingegeven. ‘Ik voel me hier thuis’, zegt hij. ‘België en Brussel zijn erg genereus voor mij geweest. Ik houd ook van jullie mentaliteit. Gezwollen patriottisme bestaat hier niet, er zijn zelfs weinig of geen Belgen die de tekst van hun volkslied kunnen meezingen. Dat bevalt me, net als het sterk ontwikkelde gevoel voor zelfspot’.

win for life

Guilford is niet de enige Britse lobbyist die voor de dubbele nationaliteit heeft gekozen. ‘Ik werd de voorbije maanden door heel wat medewerkers van lobby-kantoren en Europese denktanks aangeklampt’, zegt de Elsense Euro-schepen Bourgeois die zelf een verleden als  lobbyiste heeft. ‘Maar onder onze nieuwe Belgen zitten ook zakenlui, kaderleden van multinationals, leraars van internationale scholen en gepensioneerden die al heel lang in België wonen. Het is een zeer heterogeen gezelschap’. Opvallende afwezigen in het lijstje zijn de Eurocraten, een begrip overigens dat de betrokkenen ongaarne in de mond nemen. De door ons geconsulteerde specimen prefereerden het neutrale officials, of grepen naar de Franse begrippen ‘administrateurs’ of ‘fonctionnaires’. Niet uit snobisme, maar uit afschuw voor het stigma dat aan de Eurocraat kleeft. Buitensporige salarissen, torenhoge onkostenvergoedingen, fiscale gunstregimes, vederlichte werklast, het statuut van de Eurocraat  is een win for life die vele hardwerkende landgenoten de ogen uitsteekt. Op dat cliché valt veel af te dingen. Europese ambtenaren betalen bijvoorbeeld wel degelijk personenbelastingen. Niet aan België maar aan de Europese Unie, en ook RSZ-bijdragen gaan naar een eigen, Europees fonds. Eigenaars of huurders betalen bovendien zoals iedereen belastingen, taxen en heffingen aan gemeente of gewest, en ook voor de BTW gelden geen privileges. Qua fiscaal beslag, zo heeft de Union Syndicale des Services Publiques Européennes recent becijferd, zitten de Eurocraten erg dicht bij het gemiddelde van de 28 lidstaten.

Peter Guilford:

Peter Guilford: “Er zijn weinig Belgen die de tekst van hun volkslied uit het hoofd kennen. Dat gebrek aan gezwollen patriottisme bevalt me”. (Foto: Debby Termonia)

Toch verklaart precies het bijzondere statuut waarom er nog geen Britse Eurocraten de rangen van de neo-Belgen hebben vervoegd. ‘Ze komen niet in aanmerking’, legt Bourgeois uit. ‘Europese ambtenaren hebben een speciale identiteitskaart, een soort diplomatieke verblijfsvergunnning die door de dienst protocol van Buitenlandse Zaken wordt uitgereikt. Daar ligt de knoop: volgens de wet op de nationaliteitsverwerving moeten buitenlanders vijf jaar aanwezigheid in België kunnen aantonen om van de verkorte procedure gebruik te maken, tien jaar zelfs voor de gewone, lange procedure. De wet somt een hele resem verblijfspapieren op om dat te staven, zoals de bekende identiteitskaart E+ die buitenlanders krijgen wanneer ze permanent in België verblijven. Helaas: de speciale Europese identiteitskaart figureert niet op die lijst en geldt bijgevolg niet als bewijs’.

Irish Escape Route

Die beperking vormde nooit een probleem. Er kwamen nauwelijks aanvragen van Europese ambtenaren. Waarom zou men ook Belg willen worden als men van een gunstig extraterritoriaal statuut geniet? De speciale verblijfskaart valt onder het Protocol van Voorrechten en Immuniteiten dat België met de Europese Unie heeft afgesloten. Daarin wordt onder meer het fiscaal regime van de Eurocraten geregeld, net zoals de mogelijkheid om in België te wonen en te werken zonder zich in het gemeentelijk bevolkingsregister in te schrijven. Velen doen dat overigens wel, zeker diegenen die met schoolgaande kinderen en onroerend goed in België verankerd zijn. Met de wenkende Brexit liggen de kaarten echter anders voor de 681 Britten die zo’n speciale identiteitskaart op zak hebben. Delphine Bourgeois kreeg al verschillende Britse Eurocraten aan de lijn. Of er toch geen manier bestaat om de Belgische nationaliteit te bekomen, klonk het vertwijfeld. Hetzelfde overkwam Félix Geradon, adjunct-secretaris-generaal van Union Syndicale bij de Europese Raad. ‘We krijgen daar vragen over’, zegt hij. ‘Commissievoorzitter Juncker en toenmalig parlementsvoorzitter Schultz hebben in de dagen na het referendum sussende woorden gesproken. Britse fonctionnaires hoeven zich geen zorgen te maken, er zal niks veranderen. Maar Donald Tusk klonk veel terughoudender, en hij is de baas van de Raad die straks tijdens de Brexit-onderhandelingen de echte beslissingen neemt. Tusk houdt graag een slag om de arm, het lot van de Britse Eurocraten maakt deel uit van zijn onderhandelingspakket. Ik begriip de ongerustheid wel. Met de Brexit verliest Europa 12 procent van zijn begroting. Daar moet geen tekening bij, er zal ook op personeel worden bezuinigd. Onze Britse collega’s vrezen dat ze dan vooraan in de vuurlinie komen te staan. Dat is geen paranoia. In de Europese verdragen werd nooit rekening gehouden met de exit van een lidstaat. Paradoxaal genoeg zet dat de deur open om statutaire ambtenaren te ontslaan als hun land eruit stapt, zonder ontslagpremies zelfs en zonder recht op uitkeringen of sociale zekerheid. Bij de Europese instellingen werken ook duizenden contractuelen en stagiairs. Hun positie is nog zwakker. Eens de Brexit voltrokken, worden de Britse contractuelen en stagiairs automatisch ontslagen’.

Alle insiders zijn het erover eens: vertalers en tolken hoeven zich geen zorgen te maken. Engels blijft ook na de Brexit een belangrijke taal in Europa. ‘Maar de anderen? ‘Afwachten is de boodschap’, zegt een hoge official bij de Raad. ‘Alles zal afhangen van de Brexit-onderhandelingen. Er leeft ongerustheid, maar ik stel hier geen exodus vast. Wat ik wel zie: collega’s die creatieve oplossingen zoeken. De weg naar de Belgische nationaliteit is helaas versperd, maar heel wat Britten hebben de Irish Escape Route ontdekt: al wie een Ierse voorouder heeft, kan vlot aan een Iers paspoort geraken’. Er zijn nog meer pistes, weet vakbondsman Geradon. ‘Opvallend veel Britse Eurocraten hebben een gemengde oorsprong. Daar is een goede verklaring voor. Talenkennis is bij de Europese Unie erg belangrijk. Niet het sterkste punt van de Britten, behalve dan van diegenen die bijvoorbeeld een Italiaanse, Poolse of Franse ouder hebben. Die zijn dan ook oververtegenwoordigd in het Britse contingent’.

Delphine Bourgeois heeft als Euro-schepen heel wat aan haar hoofd, zoals het vinden van een passende naam voor het cultureel-culinaire evenement dat Elsene op 7 juni in samenwerking met het Europees Parlement organiseert. De voorbije jaren klonk ‘Les 28 dans ton Assiette’ nog vanzelfsprekend, een jaar na de Brexit niet meer. 27 rijmt natuurlijk met assiette, maar helemaal weg zijn de Britse vrienden nog niet. Die knoop moet nog worden doorgehakt, maar intussen heeft Bourgeois wel al een oplossing bedacht om ook de Britse Eurocraten aan de Belgische nationaliteit te helpen. “Als ze afstand doen van hun speciale, Europese verblijfsvergunning, kunnen ze een identiteitskaart E of E+ aanvragen. Eens ze die op zak hebben, kunnen ze alsnog de Belgische nationaliteit aanvragen. Een hele rompslomp, ik weet het, maar het is de enige manier om de jaren te verzilveren die ze met hun speciale verblijfsvergunning in België hebben gesleten’.

Lange Jojo

Zonder extra wachttijd, maakt Bourgeois zich sterk. Niet iedereen is daar zeker van. ‘Het staat alle buitenlandse Euro-ambtenaren vrij hun speciale identiteitskaart voor een E+-kaart in te ruilen’, zegt Geradon. ‘Zelfs zonder de andere privileges van hun statuut te verliezen. Helaas betekent dat niet dat ze zich op hun verleden in België kunnen beroepen om de nationaliteit aan te vragen. De termijn van vijf jaar begint pas te lopen op het moment dat ze hun E+ kaart ontvangen’. Bij de Raad spreekt onze anonieme official van verwarring. ‘Het verschilt naargelang de woonplaats. Sommige gemeenten nemen de in België doorgebrachte jaren in aanmerking en verklaren de aanvraag ontvankelijk, andere gemeenten weigeren dat’. En zo komt een journalist op het spoor van een goed bewaard geheim: de Brussels Commissioner for Europe. Deze instelling, een kind van de zesde staatshervorming, beijvert zich voor het stroomlijnen van de relaties tussen het Brussels gewest en de Europese instellingen. Aan het hoofd van deze achtkoppige dienst staat de PS’er Alain Hutchinson, meervoudig gewezen staatssecretaris in Brussel. Onze probleemstelling klinkt er bekend in de oren. ‘De wet is duidelijk’, zegt juridisch adviseur Amélie Bovy. ‘Of het nu de verkorte dan wel de normale procedure is, de termijn begint pas te lopen op het moment dat ze een Belgische verblijfstitel hebben. Een kaart E of E+ bijvoorbeeld, maar geen speciale verblijfsvergunning voor EU-medewerkers’. Geen verwarring mogelijk dus? Aan de telefoon weerklinkt een zucht. ‘Toch wel’, erkent Bovy. ‘Niet alle gemeenten zijn even recht in de leer. Sommige laten toch een aanvraag passeren, maar de parketten zijn wel streng en geven altijd een negatief advies. Dan kan de aanvrager beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. En jawel, sommigen hebben daar hun slag thuis gehaald, vandaar de verwarring’. Er is nood aan eenduidigheid, commissaris Hutchinson heeft alvast het kabinet van premier Michel op het euvel gewezen. Vooralsnog zonder gevolg. ‘Het is nu ook weer niet het meest urgente dossier van de Brexit’, zegt Bovy droog.

De nationalieitsverwerving is een puur administratieve aangelegenheid, in tegenstelling tot de naturalisatie die minstens twee jaar aansleept en goedgekeurd wordt in een plenaire Kamerzitting. Naturalisatie is overigens geen recht maar een gunst die slechts mondjesmaat wordt toegkend aan buitenlanders die uitzonderlijke verdiensten kunnen inroepen. De door de Brexit uitgelokte hausse van nationaliteitsaanvragen doet in verschillende gemeenten de roep om een soort welkomsritueel weerklinken. Ook in Tervuren, al zal het voor Peter Guilford te laat komen. ‘Het is best wel emotioneel’, zegt hij. ‘Ik was oprecht ontroerd toen ik de enveloppe met mijn Belgische identiteitskaart opende’. Of ze al typisch Belgische trekjes hebben aangenomen? Ken Woollard is een verwoede fietser, een grote fan van jaagpaden en knooppuntenroutes. Tim Nuthall moet de vraag laten bezinken. ‘Ik ben op 21 juli op het Vossenplein naar Lange Jojo gaan kijken’, zegt hij. ‘Dat lijkt me toch al typisch Belgisch’.

.