Maandelijks archief: augustus 2017

Kris Berwouts over 25 jaar crisis in Congo

Knack, 16 augustus 2017

“De vrees voor een Somalië-scenario is terecht”

Congo een hopeloos kluwen? Niet voor Kris Berwouts die al 30 jaar de polsslag van centraal Afrika voelt. Hij spreekt met hoge piefen van het Kabila-regime, onderhoudt uitstekende contacten met de Congolese oppositie, kent als geen ander het landschap van gewapende milities. Het heeft een boek opgeleverd dat nu al onmisbaar is voor Congo-watchers.

 

foto: Johan Jacobs

foto: Johan Jacobs

Vier jaar heeft Kris Berwouts (54) gewerkt aan ‘Congo’s violent peace’. Niet overdreven voor een boek over de gewapende en politieke conflicten die Congo de voorbije 25 jaar hebben geteisterd. Het thema complex noemen is een eufemisme. Moeilijk af te bakenen, ook dat. Wanneer stopt de research over een land waar crises en conflicten elkaar in ijltempo blijven afwisselen? De vijftien doodgeschoten betogers van twee weken geleden in Matadi vielen uiteraard buiten het bestek. Hetzelfde geldt voor de zich als een olievlek verbreidende opstand van Kamuina Nsapu in de Kasai, waarbij al minstens 3.000 doden vielen en anderhalf miljoen burgers op de vlucht sloegen. ‘Het Sylvester-akkoord heeft mijn boek nog net gehaald’, zegt Berwouts, verwijzend naar de overgangsregeling die president Kabila en de oppositie op 31 december vorig jaar troffen. ‘Je moet ergens de streep trekken. Ik heb ooit een boekje over Congo gemaakt voor de Nederlandse Novib-landenreeks. Stel je voor: ik lever het manuscript in op 15 januari 2001, de uiterste datum. Ik ga die avond slapen, moe maar tevreden. De volgende ochtend sta ik op en verneem ik dat vader Kabila door een van zijn lijfwachten werd vermoord. Brute pech, ik heb alleen in de intro nog een korte verwijzing kunnen inlassen’.

De streep werd dit keer zonder hartepijn getrokken. ‘Congo’s violent peace’ overstijgt ruimschoots de brandende actualiteit. Berwouts ontleedt de onderliggende mechanismen die de vele conflicten in Congo aandrijven, en probeert te verklaren waarom het epiteton failed state onze voormalige kolonie als gegoten past. Zijn gelaagde analyse heeft een lange houdbaarheidsdatum, toepasbaar op zowel verleden, heden als nabije toekomst. De volgende crisis zit immers al in de pijplijn. Dat het boek deze zomer in het Engels verscheen _ de Nederlandse vertaling volgt half oktober  _ is geen toeval. Gentenaar Berwouts geniet al vele jaren internationale faam als kenner van Centraal Afrika, in het bijzonder Congo en het gebied van de Grote Meren. Na 25 jaar regio-ervaring in dienst van ngo’s zoals 11-11-11, het Rode Kruis en EurAc vestigde hij zich in 2012 als onafhankelijk analist. Klanten zijn onder meer de VN vresdesmissie Monusco, het officiële Britse ontwikkelingsagentschap DFID en diens Amerikaanse tegenhanger USAID. We ontmoeten hem thuis, tussen twee Congo-reizen door. ‘Dit jaar ben ik al vijf keer de Evenaar overgevlogen’, zegt hij. ‘Meestal zijn het welomschreven missies van beperkte duur. Je moet de tijd nemen om achter de schermen te kijken, maar ik voel niet de behoefte om naar ginder te verhuizen. Na een poosje wil ik afstand nemen om de indrukken en informatie te verwerken, zonder de constante ruis van Kinshasa of een andere Congolese grootstad’.

- welke meerwaarde biedt een Afrika-analist?

Berwouts: Ik maak politieke en veiligheidsanalyses, een specialiteit waarvoor ik permanent de vinger aan de pols van de samenleving moet houden. Dat lukt omdat ik in de loop der jaren een groot netwerk heb uitgebouwd, vooral toen ik als partnerbegeleider en Afrika-coördinator voor 11-11-11 werkte. In die periode, van 2000 tot 2007, viel ook de tweede Congolese oorlog. Bijzondere omstandigheden, ik heb toen banden gesmeed die niet meer stuk kunnen. Sommige van mijn toenmalige partners zitten intussen heel hoog in de entourage van Kabila, anderen behoren tot de top van de oppostie. Met beiden onderhoud ik nog altijd goede contacten. Als ik in het land ben, komen ze me zelf opzoeken. Ze weten dat ze me kunnen vertrouwen, en zo verneem ik veel over wat zich achter de schermen afspeelt, in Kinshasa en elders’.

- Congo lijkt wel een rokende vulkaan. Er is de opstand in de Kasai, het endemische geweld in Kivu. Het rommelt nu ook stevig in Bas Congo, en zo kunnen we nog een poosje doorgaan. Intussen zit de poltieke situatie muurvast. President Kabila doet er alles aan om verkiezingen uit te stellen en zich aan de macht vast te klampen, terwijl de oppostie niet in staat blijkt de patstelling te doorbreken. Vreest u voor een uitbarsting?

Berwouts: Congo staat er bijzonder slecht voor. De crisissfeer is op zich geen nieuws. De voorbije decennia zag je steeds dezelfde cyclus: er breekt lokaal een gewelddadig conflict uit, het  escaleert tot een crisis, dan volgen er moeizame onderhandelingen die uitmonden in een onwerkbare overgangsregeling, waarna het weer wachten is op volgende explosie. Die cyclus komt stilaan ten einde. Congo is zijn voorspelbaarheid verloren, en dat heeft veel met de situatie in de Kasai te maken.

 - hoezo?

Berwouts: De Kasai is niet zoals de Kivu in Oost-Congo of Beni, de grenstreek met Oeganda waar het ook al 25 jaar onrustig is. De Kasai stond tot voor kort bekend als relatief veilig en stabiel. Voor de inwoners van Kananga was de tweede Congolese oorlog een ver-van-hun-bed-show. Begrijpelijk, want de frontlijn is nooit dichter dan 200 kilometer genaderd. Dat de streek nu in vlammen op gaat is daarom des te opmerkelijker. Het illustreert hoezeer de capaciteit van de centrale staat om te anticiperen op lokale conflicten aan het verdampen is. Er zijn nog wel lokale vertegenwoordigers zoals gouverneurs en lagere gezagsdragers, maar die hebben geen middelen en geen legitimiteit meer, ook al doordat de decentralisatie van 2015 een fiasco is geworden.

- de opstand van Kamuina Nsapu begon na een ongelukkige tussenkomst van de provinciegouverneur in de opvolging van een niet eens zo belangrijk stamhoofd. Dat is toch een lokaal probleem?

Berwouts: Daar leek het aanvankelijk op. Het begon bij de legitieme opvolger van een overleden chef die Zuid-Afrika woonde en daar betrokken was bij de UDPS van wijlen oppositieleider Etienne Tshisekedi. De poppen gingen aan het dansen toen men hem als troonopvolger probeerde te vervangen door een sympathisant van Kabila’s PPRD. De gedupeerde heeft zich verzet en is de mystieke toer opgegaan, vandaar de verhalen over kindsoldaten met amuletten die hen onkwetsbaar maken. Dat had een lokaal conflict kunnen blijven, maar door een combinatie van onmacht, onhandigheid en buitensporig geweld van de autoriteiten is de toestand totaal geëscaleerd. De opstand spreidt zich nu al over vijf provincies uit, met duizenden doden en een gigantische vluchtelingenstroom als gevolg. Onlangs had ik het er in Kinshasa over met een functionaris die op het hoogste niveau bij het dossier is betrokken. Wat er nu in de Kasai gebeurt, vertrouwde hij me toe, kan zich overal in Congo herhalen. Een trigger, meer is er niet nodig om de boel te doen ontploffen. Aan triggers is er geen gebrek. Drie maanden geleden vertelde iemand in Zuid-Kivu me dat in iedere territoire van de provincie minstens drie chefferiën zijn waarvan de troon wordt betwist. Dat is een stuk van het drama. Traditionele structuren, zeg maar de pouvoir coutumier, bieden geen alternatief voor het verkruimelende staatsapparaat. Congo kampt op alle niveaus met een legitimiteitsprobleem.

- in uw boek staat een kras citaat over het roofdier-achtig karakter van Congo’s bewindslieden. Achter de façade van democratische instellingen zoals regering en parlement schuilt een tot op het bot corrupt systeem geregeerd door cliëntilisme, waar politici publieke middelen alleen gebruiken om zichzelf en de eigen achterban te bedienen. Staat u daarachter?

Berwouts: Uiteraard, anders had ik het niet aangehaald. Die analyse verklaart het ziedende gevoel dat ik in heel het land waarneem. De Congolezen zijn erg kwaad omdat er in 20 jaar niks veranderd is, en ze leggen de schuld terecht bij de manier waarop het land wordt bestuurd. Bij Kabila in de eerste plaats, want hij is tenslotte al 16 jaar aan de macht. Het volk gunt hem geen derde termijn. Als je na 16 jaar niks klaar krijgt, waarom zou het dan wel lukken na 17 jaar? Maar de zucht naar verandering gaat veel dieper. We willen niet alleen de chauffeur veranderen, hoor je voortdurend, we willen een nieuwe auto.

- president Kabila lijkt anders niet van plan snel de baan te ruimen. In zijn veelbesproken interview met Der Spiegel liet hij in zijn kaarten kijken: via een referendum wil hij de grondwet wijzigen zodat een derde ambtstermijn toch mogelijk wordt, een beproefde truc onder Afrikaanse presidenten met zitvlees. Hoe realistisch is dat scenario?

Berwouts: Dat zoomt rond in de presidentiële entourage. Ondanks het Sylvester-akkoord zal het ook dit jaar niet lukken om verkiezingen te organiseren. Natuurlijk zijn de logistieke problemen gigantisch. Begin er maar aan in zo’n reusachtig land met zo’n zwak staatsapparaat. Maar het uitstel komt vooral door politieke onwil, en niet alleen van Kabila. Een belangrijk deel van de oppositie is zelf niet in snelle verkiezingen geïnteresseerd, omdat ze er niet klaar voor is, inhoudelijk noch financieel. Het enige onderdeel van de voorbereidingen dat min of meer opschiet, is de kiezersregistratie En dus ruikt Kabila zijn kans: hij kan die registratie gebruiken om binnen een jaar of twee een grondwettelijk referendum te houden. Zijn entourage doet daar heel arrogant over: we kunnen dat referendum niet verliezen. Terwijl Kabila zo onpopulair is dat hij alleen via bedrog en intimidatie kan winnen. Dat beseffen ook velen binnen het regime. Er heerst een fin-de-règne sfeertje. Men probeert zoveel mogelijk te graaien, nu het nog kan. Intussen neemt de volkswoede hand over hand toe. In steden zoals Kinshasa, Lubumbashi, Goma en Bukavu sluimert een enorm potentieel voor geweld.

- vreest u voor een totale implosie zoals in Somalië?

Berwouts: Dat risico bestaat. Maar terwijl Somalië een perifeer land is, vormt Congo het hart van Afrika, met negen buurlanden waarvan er verschillende zelf erg fragiel zijn. De internationale gemeenschap kan zich geen totale implosie veroorloven, maar de vraag is wie zijn nek zal uitsteken. Zullen de Amerikanen met hun terrorisme-obsessie tolereren dat er no go-zones ontstaan in een land waar uranium in de bodem zit? Nu al zijn ze erg bezorgd over ADF Nalu, een islamitische rebellenbeweging die al 20 jaar in grensstreek met Oeganda opereert. Toch denk ik niet dat het Westen het grote verschil zal maken, er staan andere spelers klaar. Ik heb niet toevallig besloten dit boek te schrijven in november 2012, de dag nadat Goma in handen van de Tutsi-rebellen van M-23 was gevallen. Dat was een kantelpunt, niet alleen voor Congo maar voor de hele regio.

- leg dat eens uit..

Berwouts: De M23-opstand, die maandenlang slechts een lokale impact had in Noord-Kivu, dreigde na de val van Goma te escaleren tot een derde Congolese oorlog die opnieuw alle buurlanden zou meezuigen. Het Westen, de VN, alle klassieke actoren van de internationale diplomatie verkeerden in de hoogste staat van paraatheid. Toch zijn het Afrikaanse landen die de handen in elkaar hebben geslagen om het gevaar te bezweren. De Monusco-vredesmissie werd opgeschaald met troepen uit Tanzania, Zuid-Afrika en Malawi. Afrikaanse multilaterale instituten zoals de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid, East African Commity en SADEC speelden een beslissende rol. Het was historisch: Afrikanen claimden het ownership over een Afrikaans conflict. Vijf jaar later stel je vast dat een land als Angola in Congo veel meer invloed heeft dan eender welke Westerse speler. De Europese sancties  tegen het Kabila-regime maken weinig indruk, maar naar de  Angolese president Dos Santos wordt in Kinshasa wel geluisterd. De Angolezen zijn dan ook als de dood voor een implosie van Congo. De crisis in de Kasai heeft nu al 30.000 vluchtelingen naar Angola gejaagd. Dat is maar een begin, want er zwerven vlakbij de grens nog anderhalf miljoen ontheemden rond. Dos Santos beseft intussen dat Kabila niet langer de bondgenoot is die voor stabiliteit in Congo kan zorgen.

foto: Johan Jacobs

foto: Johan Jacobs

 

- Joseph Kabila is voor velen een raadsel. Hoe taxeert u hem?

Berwouts: Er is al veel gespeculeerd over zijn competentie, sommigen noemen hem een schertsfiguur. Kabila zou een drugprobleem hebben, werd er beweerd, en hij zou zijn dagen vullen met computergames. Dat is een zware inschattingsfout. Zonder capaciteiten had Kabila zich nooit gedurende 16 jaar aan de top kunnen handhaven. Vergeet niet dat hij bij zijn aantreden als een overgangsfiguur werd beschouwd. Hij zou de stoel warm houden, terwijl het regime worstelde met de vraag wie zijn vermoorde vader zou opvolgen. Maar ziet, Kabila junior is er toch mooi in geslaagd zijn positie te versterken en in 2006 de eerste democratische verkiezingen in 40 jaar tijd te winnen. De man heeft uiteraard enkele manifeste gebreken. Hij is niet in staat tot communiceren, met de eigen bevolking noch met internationale partners. Daarnaast is hij een pathologische twijfelaar die geen beslissingen neemt. Vaak schiet hij in een autistische kramp en verdwijnt hij wekenlang van het toneel.

 - het woord entourage is al meermaals gevallen. Wie zijn Kabila’s vertrouwelingen?

Berwouts: Tot 2006 had hij een inner circle, een clubje van nog geen tien man dat hem als het ware coachte. Door het winnen van verkiezingen tankt hij zelfvertrouwen en zie je hem in zijn rol groeien. Tegelijkertijd begint zijn entourage te ontrafelen. Vital Kamerhe, John Numbi, Pierre Lumbi, een voor een verdwijnen ze van het toneel. Het sluitstuk was de dood van Katumba Mwanke, de Raspoetin van Congo die in 2012 bij een vliegtuigcrash verongelukte. Het vacuüm werd door Kabila’s zelf opgevuld. De collectiviteit is uit zijn regime verdwenen. Kabila heeft voor ieder beleidsdomein wel een medewerker, maar hij is de enige die het geheel overziet. De inner circle is gekrompen tot enkele naaste familieleden. Zijn jongere broer Noé, en vooral tweelingzus Jaynet die het immense zakenimperium van de familie beheert. Zij zijn zowat de enigen die nog rechtstreekse toegang tot de president hebben.

- heel wat voormalige medestanders hebben zich tot oppositieleiders ontpopt. Zit daar een alternatief voor Kabila tussen?

Berwouts: Er zitten belangrijke figuren tussen. Vital Kamerhe, Pierre Lumbi, Olivier Kamitatu, Moïse Katumbi, dat zijn de mensen die in 2006 een embryonaal democratisch potentieel belichaamden. Nu Bemba in de gevangenis zit en Tshisekedi is gestorven, zijn zij de voornaamste uitdagers voor Kabila. Ze kunnen de ruggengraat voor een democratisch alternatief vormen, maar dan moeten ze wel leren samenwerken in een brede coalitie. Helaas heeft Congo op dat vlak geen enkele traditie. Het lukt voorlopig niet, ook al omdat Kabila dezelfde trucs als Mobutu gebruikt om de oppositie uit elkaar te spelen. Hij benoemt een dissidente UDPS-er tot overgangspremier, speelt de partij van Pierre Lumbi uit elkaar, richt zelf oppositiepartijen op en creëert zijn eigen société civile. Mobutu had het niet beter gekund. Maar ook de meerderheid is tot op het bot verdeeld. Lang niet iedereen binnen het regime staat achter een derde ambtstermijn voor Kabila.

- Intussen probeert jongerenbeweging La Lucha door allerlei manifestaties het aftreden van Kabila te bespoedigen. De beweging was de voorbije weken erg actief, met een opération ville morte in diverse steden. Hoe belangrijk is La Lucha?

Berwouts: Ik heb La Lucha in 2013 in Goma leren kennen. Het was een verademing, heel anders dan de société civile die vergroeid is met het politiek establishment. Plots zag je jonge mensen die pertinente vragen stelden aan de gezagsdragers. Hoe komt het dat we naast een meer wonen en er geen water uit de kraan komt? Dat er geld voor nieuwe wegen binnen stroomt, terwijl alleen voor de deur van de gouverneur een strook asfalt ligt? En waarom is het zo onveilig terwijl Monusco hier al 15 jaar kampeert? Ze organiseerden geweldloos protest, onder meer sit-ins voor het paleis van de gouverneur. Intussen echter hebben Lucha-kopstukken herhaaldelijk deelgenomen aan bijeenkomsten van de verenigde oppositie. Door zo dicht bij de politiek te kruipen, hebben ze veel van hun maagdelijkheid verloren.

- Oost-Congo is al 25 jaar een hopeloos kluwen, met Congolese troepen, buitenlandse militairen en allerlei etnisch gekleurde milities die elkaar in steeds wisselende coalities naar het leven staan. Toch bewaart u in uw boek het overzicht. Hoe bent u daarin geslaagd?

Berwouts: Door vooraf goed uit te leggen wat de verschillende conflictlagen zijn en hoe die op elkaar inwerken. Om de situatie in Oost-Congo te doorgronden moet je de legitimiteitscrisis kennen waarover we het al eerder hadden. Er is de overloop van het Rwandese conflict op Congolese bodem: de gevolgen van de genocide, de rol van het Kagame-regime, het feit dat er zoiets als Congolese Hutu’s en Tutsi’s bestaat. Tenslotte speelt de ratrace naar bodemrijkdommen een hoofdrol. De interactie tussen die drie krachtlijnen moet je zien tegen een op zich al complexe achtergrond van moeizaam samenlevende etnische groepen en competitie rond de controle van gronden.

- Rwanda exporteert zijn overbevolking naar Oost-Congo?

Berwouts: Dat klopt, maar het is slechts één stukje van de puzzel. Je moet het complete plaatje zien. De internationale gemeenschap heeft de voorbije decennia massaal veel geld geïnvesteerd in Congo. Fondsen voor democratisering, voor good governance, voor de eenmaking van het leger. Waarom heeft dat zo weinig opgeleverd? Omdat men de complexiteit van het land niet wilde onderkennen. Ik heb de verkiezingen van 2006 meegemaakt als coördinator voor 120 Europese waarnemers. De euforie was groot toen de stembusgang als ‘reasonably free and fair’ werden bestempeld. Het was een hoopvolle episode, Congo leek goed op weg naar democratisering. De geplande regionale en lokale verkiezingen? Die konden wachten, een verkozen president en parlement waren al mooi genoeg. Dat is een fatale vergissing gebleken.

 - waarom?

Berwouts: Omdat legitimiteit op alle niveaus noodzakelijk is. De Congolese democratie is zoals een huis met een zwaar dak, wankele muren en geen fundering. Stabiel kun je zo’n constructie niet noemen. Na die eerste verkiezingen was de internationale gemeenschap veel te gretig om Congo als een post-conflict land te beschouwen. Die status werd in feite nooit bereikt, zeker niet in Oost-Congo dat altijd is blijven schipperen tussen een low intensity conflict en een open oorlog.

- de uit de gevangenis ontsnapte sekteleider Ne Mwanda Nsemi heeft onlangs opgeroepen ‘Kabila en zijn Rwandese kliek’ uit Kinshasa te verjagen. Geen toevallige woordkeuze, want Rwandees is zowat een verbaal atoomwapen in Congo. Waar komt die Rwandafobie vandaan?

Berwouts: Het is natuurlijk geen klein bier wat Rwanda in Kivu allemaal heeft uitgespookt. Vele Congolezen voelen zich nog altijd vernederd omdat het kleine Rwanda met hun leger de vloer heeft aangeveegd. Maar bij mijn laatste bezoeken aan Kinshasa viel me een ander ressentiment op, Swahilifobie. Blijkbaar is de redenering dat Swahili-sprekers automatisch achter Kabila staan, omdat ze net zoals de president uit het Oosten afkomstig zijn. Nonsens overigens, want Kabila is daar allesbehalve populair. Ik ken Swahili-sprekende Kinois die in een taxi de telefoon niet durven beantwoorden als ze door een familielid uit het Oosten worden gebeld, uit schrik voor boze reacties van medepassagiers als ze Swahili spreken. Zover is het al gekomen.

 

Kris Berwouts, ‘Congo’s violent peace’, ZED Books, London. 

Kris Berwouts, ‘Congo’s gewelddadige vrede’, verschijnt 12 oktober bij Epo.

 

 

Oxford-historicus Martin Conway: “België is een verhaal dat nooit af is”

Knack, 25 juli 2017

 ”De meeste Belgen aanvaarden het gebrek aan transparantie en efficiëntie als een noodzaak om een complexe samenleving te doen draaien”

 

De Waalse CETA-crisis, het Brusselse Samusocial-schandaal, Martin Conway volgt de ups and downs van de Belgische politiek op de voet. Gesprek met een historicus die getrouwd is met Europa maar België als maitresse koestert. ‘In welk ander land kan een partijvoorzitter met één manoeuvre drie regering tegelijkertijd lam leggen?

 

(eigen foto)

(eigen foto)

Baillol College, Oxford. Hoe Brits kan het worden? Baillol, opgericht in de 13de eeuw, is het oudste college van Oxford en bij uitbreiding Engeland. Het kloosterachtige complex aan Broad Street, decor voor verschillende Harry Potter-films, ademt traditie en prestige. Baillol, zo vernemen we van Martin Conway, was lange tijd hofleverancier voor de hoogste bestuursregionen van het Verenigd Koninkrijk en het British Empire. Met Herbert Asquith, Harold Macmillan en Edward Heath schopten drie allumni het tot prime minister, een exploot dat Boris Johnson nog deze eeuw hoopt over te doen. Academische hoogvliegers waren er eveneens. Dat kamertje bovenaan in de toren waar Conway zelf een bescheiden kantoor heeft? Daar heeft Adam ‘invisble hand’ Smith, de Schotse filosoof en grondlegger van de politieke economie, nog gestudeerd.

Onze gastheer is blij met de attentie. Belgische kranten, onmogelijk te vinden in deze nochtans kosmopolitische universiteitsstad. Hij leest ze in beide landstalen, een vaardigheid die de Welshman ontwikkelde toen hij als 18-jarige naar Brussel trok. ‘Uit interesse voor Europa’, zegt hij. ‘Het Verenigd Koninkrijk was pas tot de EEG toegetreden. Het is moeilijk zich in deze Brexit-tijden de geestdrift voor te stellen die het Europees project toen te weeg bracht, zeker in Wales. Daarom wilde ik naar Brussel vooraleer ik geschiedenis zou gaan studeren, het was tenslotte de plek waar het allemaal gebeurde’.

De belangstelling voor Europa is gebleven. Professor Martin Conway doceert moderne Europese geschiedenis, een tijdperk dat van de Franse revolutie tot de jaren 70 van vorige eeuw strekt. Aan zijn Brusselse intermezzo hield hij nog een passie over. Conway is een van de uiterst zeldzame buitenlandse historici die met kennis en gezag over België kan spreken. Zijn doctoraat over Rex-Leider Léon Degrelle bezorgde hem vooral in Franstalig België grote faam. The Sorrows of Belgium, een werk uit 2012, geldt intussen als referentie voor de woelige periode na de bevrijding. Conway verraste met een opvallende analyse. De periode van naoorlogse normalisering, die afloopt met het uitbreken van de Grote Staking van 1960, bracht weliswaar stabiliteit, welvaart en lanceerde België als draaischijf van de Europese integratie. Tegelijkertijd echter werd na de oorlog de kans gemist om de Belgische staat op een nieuwe grondwettelijke leest te schoeien. Dat verzuim verklaart volgens Conway waarom België vanaf de jaren zeventig in een eindeloze cyclus van politieke crises en staatshervormingen verzeilt. Met als voorlopig eindresultaat een institutioneel kluwen waarin een kat haar jongen niet vindt. Een kluwen bovendien waarin affaires zoals Samusocial goed gedijen. Conway mag dan een specialist van het verleden zijn, hij volgt de Belgische actualiteit op de voet. De affaire Samusocial is een typisch Belgisch fenomeen, verklaarde hij onlangs in The New York Times. Een nonprofit organisatie waar politiek benoemde bestuurders publieke middelen afromen om zichzelf rijkelijk te belonen? Business as usual, legde Conway uit, alleen hebben Mayeur en co wat overdreven bij de zelfbediening.

geen flatterende vaststelling. Is het zo erg gesteld met de politieke zeden in ons land?

Martin Conway: ‘Wat heet erg? Natuurlijk kan het niet door de beugel wat de Brusselse  burgemeester en zijn goede vriendin hebben gedaan. Geld bestemd voor daklozen voor eigen profijt afleiden, dat hoort niet. Toch blijf ik erbij: het is vooral de hoogte van de sommen en de symboliek van de daklozen die deze praktijk tot een schandaal hebben gemaakt. Zelf zou ik dat woord niet gebruiken. Samusocial is een instituut zoals er in België honderden bestaan, en de toestanden waar men nu schande van spreekt, passen perfect bij de manier waarop België de voorbije honderd jaar werd bestuurd.

leg dat eens uit..

Conway: Het is geen nieuws dat het Belgisch politiek systeem complex en ondoorzichtig is. De veelheid van bestuurslagen gecombineerd met de verzuiling maakt dat niemand weet wie precies waar verantwoordelijk voor is. Weinig efficiënt allemaal, en vatbaar bovendien voor affaires zoals Samusocial. Toch zie ik het niet per se als iets negatiefs. Die complexiteit is immers niet uit de lucht komen vallen, maar beantwoordt aan de complexiteit van de Belgische samenleving. Ik houd van jullie woord ‘verzuiling’. In het Frans hadden ze daar geen woord voor, ze hebben de Engelse vertaling pilarisation geleend. Over die verzuiling wordt veel gekankerd, maar de zuilen zorgden tot diep in de 20 ste eeuw wel voor een opmerkelijke verbondenheid tussen burgers en politiek. Katholiek of socialist, arbeider of middenklasse, iedereen kende wel een burgemeester of een volksvertegenwoordiger met relaties in Brussel. Het was tweerichtingsverkeer, want dankzij de verzuiling hielden politici de vinger aan de pols van de maatschappij. Bij die verzuiling hoorde een verdeelsleutel. Publieke middelen en benoemingen, iedereen werd bediend en voelde zich daardoor ook betrokken. Ik zeg niet dat het een perfect systeem was, maar het is wel wat België altijd overeind heeft gehouden.

ik hoor in België weinig applaus. Zeker na Samusocial leeft de overtuiging dat het zo niet verder kan. Ook in de politieke wereld, aan beide kanten van de taalgrens. Zowat alle partijen lanceerden de voorbije weken voorstellen om aan te knopen met een nieuwe politieke cultuur…

Conway: Ik bespeur een zekere schijnheiligheid. Velen die nu moord en brand schreeuwen hebben zelf dapper meegedaan aan het verfoeide cliëntelisme. Eerlijk gezegd, ik ben niet onder de indruk van de pleidooien voor hogere morele standaarden in politiek en bestuur. Alle ideeën over decumul of intercommunales ten spijt, vrees ik dat er weinig zal veranderen. De meeste Belgen aanvaarden het gebrek aan transparantie en efficiëntie als een noodzaak om een complexe samenleving te doen draaien.

in Vlaanderen wordt Samusocial als een typisch PS-schandaal afgedaan. Akkoord?

Conway: Nogmaals, het gaat om een kwalijk neveneffect van de manier waarop macht in België wordt uitgeoefend. Katholieken of liberalen zijn daar niet immuun voor, hooguit kun je stellen dat de PS een groter risico loopt omdat die partij in bepaalde streken al decennialang  met de macht is vergroeid. Streken bovendien waar veel armoede heerst. Tel macht en armoede samen, en je krijgt vanzelf een grotere kans op misbruik van publieke middelen voor armoedebestrijding. Typisch Waals? Dit had even goed een Vlaamse burgemeester kunnen overkomen. Affaires zijn er in België altijd geweest, aan weerskanten van de taalgrens. Guy Spitaels was een Waal, Willy Claes een Vlaming, allebei zijn ze in een schandaal ten onder gegaan. Publifin is een Luikse affaire, maar wel met uitlopers naar Vlaanderen.

wordt u vaak voor door media gebeld om België-duiding te geven?

Conway: Helaas alleen wanneer het grondig mis gaat, zoals bij de terreuraanslagen vorig jaar. Als je dan in de database van de BBC zit, ben je ineens 24 uur aan een stuk in de media, over een land waar anders niemand om maalt.

u mocht ook opdraven toen Wallonië de ratificatie van het Europees-Canadese vrijhandelsakkoord CETA dreigde te blokkeren. Wat vond u van deze actie die Waals premier Paul Magnette vijf minuten wereldfaam opleverde?  

Conway: Ik vond het een interessante gebeurtenis, een staaltje van wat men hier  brinkmanship zou noemen, politieke blufpoker. Magnette speelde het hard, maar wist perfect wanneer hij moest stoppen. Niemand die ook maar een seconde geloofde dat Wallonië echt CETA zou saboteren, maar dat is het punt niet. Je kunt Magnette uiteraard van opportunisme beschuldigen. Hij rook zijn kans om de PS te profileren en de PTB de wind uit de zeilen te vangen. Je kunt ook zeggen dat zijn verzet niet veel heeft opgeleverd. Aan het eigenlijke verdrag werd geen komma veranderd, de Walen lieten zich paaien met enkele waarborgen in een aparte bijlage. Toch verdient Magnette krediet omdat hij een belangrijk debat heeft geopend. Voor het eerst in jaren werd in België nagedacht over een fundamentele kwestie: wat voor land willen we zijn? Volgen we de EU blindweg in de richting van meer kapitalisme en vrijhandel, of kiezen we voor een maatschappij met meer regulering en sociale bescherming?

u waarschuwde er tijdens de CETA-crisis voor om de Waalse strijdlust niet te onderschatten. Waarom?

Conway: Als er al belangstelling leeft voor België, dat gaat die uit naar Brussel of de economische motor die Vlaanderen heet. Maar wat weet de buitenwereld over Wallonië? Niks, het is een van de blinde vlekken op de kaart van Europa. Terwijl het een fascinerende regio is waarvan Europa heel wat kan leren. Wallonië, dat is een volk van nog geen 4 miljoen dat worstelt met dramatische socio-economische veranderingen en loodzware problemen. Een volk ook met een traditie van massaal verzet en mobilisatie. Erg boeiend, ik ben trouwens een publicatie over de Grote Staking van december 1960 aan het voorbereiden. Als je de miserie ziet op plekken zoals Charleroi, Seraing of de Borinage dan vraag je je toch af wanneer er zich een nieuwe explosie zal voordoen. Gaan ze hun lot in eigen handen nemen? Of blijven ze gelaten zitten, conform aan de historische natuurwet die wil dat met de armoede ook de apathie toeneemt?

misschien komt de Waalse bigbang er wel bij de volgende verkiezingen. Peilingen voorspellen een triomf voor de PTB. De extreemlinkse partij zou met 25 procent zelfs de grootste van Wallonië worden...

Conway: Daar geloof ik niet in, ik zou al verbaasd zijn als de PTB 15 procent haalt. Pas op, zelfs zo’n resultaat zou een schok jagen door de Belgische politiek. Ik denk dan niet alleen aan vorming van allerlei regeringen. Een doorbraak van de PTB kan door nationalisten in Vlaanderen worden aangegrepen om nogmaals te roepen dat er met Walen niet meer te besturen valt. Maar zo’n overwinning kan ook heel ander effect sorteren: meer aandacht voor allerlei vormen van ongelijkheid in de maatschappij. Tussen haakjes, ik zie ook de aanslagen in Brussel als een pervers gevolg van die ongelijkheid. Het Belgisch systeem van verkavelde bevoegdheden en verzuiling heeft wel democratische legitimiteit, maar het schiet hopeloos tekort bij het voeren van een adequaat integratiebeleid.

bestaat de kans dat de Waalse PS het lot van zijn Franse naamgenoot ondergaat en van de de kaart wordt geveegd?

Conway: Zoiets valt nooit uit te sluiten, maar ik verwacht een ander scenario. Ik ben geen PS-watcher, maar ik kan me inbeelden dat er een coup tegen Elio Di Rupo wordt gepleegd waarna een nieuwe generatie de partij in handen neemt. Of de nieuwe leider Paul Magnette zal heten, dat moet de toekomst uitwijzen. Er is trouwens een belangrijk verschil met de Franse PS die al bij al een zeer jonge partij is. Van de Waalse PS kun je veel zeggen, maar niet dat het aan traditie ontbreekt. Gesticht in 1885, het is één van de oudste socialistische partijen in de wereld. Wat ik altijd aan jonge Belgische historici aanraad: bestudeer de Parti Socialiste. In Vlaanderen was de invloed beperkter, maar voor Wallonië was en is de socialistische beweging absoluut toonaangevend. Toch vind je er nog altijd weinig wetenschappelijk literatuur over.

u heeft dus niet alleen een zwak voor België maar ook nog een bijzondere belangstelling voor Wallonië. Krijgt u dat hier aan collega-historici nog uitgelegd?  

Conway (lacht): Why Belgium, die vraag krijg ik minstens een per week, en niet alleen van collega’s. België, antwoord ik altijd, is een verhaal dat nooit af is. Sinds ik me in de jaren tachtig voor België ging interesseren, heb ik vijf politieke crises en evenveel staatshervormingen meegemaakt. De abortuscrisis, de Witte Marsen, er gebeurt altijd wel iets. Ik meen het: er bestaat geen beter land om zich als historicus over te buigen, te meer daar er nog heel wat onontgonnen thema’s zijn. In de geschiedschrijving van de jaren dertig zitten nog vele gaten, en zelfs over het verzet tijdens de oorlog valt nog heel wat te onderzoeken.

maakt dat indruk?

Conway: Nee, niemand begrijpt het belang. Welk verschil heeft België in de geschiedenis van de 20ste eeuw gemaakt, vraagt men mij. Zo bekeken hebben de sceptici altijd gelijk, want België heeft heel weinig gewicht in de schaal geworpen. Maar zo gemakkelijk geef ik me niet gewonnen. Ik argumenteer dat ze de verkeerde vraag stellen. Wat kan België ons leren, is een veel interessantere kwestie. Heel veel, vervolg ik dan. Uit de Belgische case kunnen we leren hoe natiestaten op crises reageren, en hoe een samenleving omgaat met de complexiteit van linguïstische verschillen en sociale en ideologische tegenstellingen. Wist je trouwens dat België tot in de jaren zeventig als een voorbeeld van een succesvol meertalig land gold? Zelfs Amerikaanse politieke wetenschappers prezen België omdat het zijn complexiteit en tegenstellingen had overstegen om zich tot een gezonde democratie te ontwikkelen. Dat positieve imago leefde ook in Groot-Brittannië. België werd serieus genomen, het was een land waarmee we goede relaties wilden en ons verbonden voelden, niet in het minst omdat we jullie tijdens twee oorlogen te hulp zijn geschoten. Ergens, in de loop van de jaren tachtig en negentig, is dat imago gekanteld. België werd een bron van spot en minachting, zelfs voor Monty Python.

Finland, Finland, zongen de Pythons, a poor second to Belgium….

Conway: Precies wat ik bedoel. Ach, ik denk niet dat jullie er wakker van liggen. Het vermogen tot zelfspot is een van de Belgische eigenschappen die ik erg waardeer.

over imago gesproken: België wordt vaak als een ‘failed state’ omschreven. Terecht?

Conway: Onzin, België is geen mislukte staat. Nee, het probleem is dat België teveel staten tegelijkertijd is. In welk land kan een voorzitter van een kleine partij met één manoeuvre drie verschillende regeringen lam leggen? Ik was toevallig in het land toen Benoit Lutgen er de stekker uittrok, alweer een memorabele gebeurtenis. Ik zie het al, never a dull moment in Belgium.  Kijk, als men met failed state bedoelt dat het federaliseringsproces een veelkoppig monster heeft gebaard, met bestuurslagen die als een lasagne op elkaar werden gestapeld, dan ga ik akkoord. Net als de Belgen, want niemand is enthousiast over het resultaat. Maar het is dan wel een failed state waar het merkwaardig goed leven is, en er zijn tijdens dat langgerekte proces van mislukken opmerkelijk weinig doden gevallen. Dat is trouwens een trend die ik als historicus zie: sinds de jaren dertig is de Belgische maatschappij steeds vreedzamer geworden. 

in The sorrows of Belgium poneert u dat na de bevrijding de kans werd gemist om de Belgische staat op een moderne leest te schoeien. Precies daardoor kwam het proces van decentralisering op gang waaruit het veelkoppig monster werd geboren. Kunt u dat nader verklaren?

Conway: Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog zie je in verschillende West-Europese landen politieke aardverschuivingen. Frankrijk kreeg een nieuwe republiek, in Duitsland moest de staat vanaf de grond worden heropgebouwd. En wat veranderde er in België? Vrouwen kregen stemrecht, verder bleef het politiek systeem ongerept. Aan de rigide grondwet van 1830 werd niet geraakt, België bleef dezelfde gecentraliseerde staat met negen provinciën. Daarmee negeerde men enkele fundamentele veranderingen in de samenleving. Bij de stichting in 1830 golden drie grondbeginselen: België was een monarchie, de macht lag in handen van de bourgeoisie, het land was Franstalig. Met die ingrediënten probeerde men een nationale identiteit te kneden. Tijdens en na de oorlog kwamen die principes om diverse redenen op de helling te staan, maar die realiteit werd genegeerd. Misschien bekijk ik het door een gekleurde bril, maar mijn land draagt daarin een grote verantwoordelijkheid. België viel na de bevrijding door de geallieerden onder Brits bestuur. Wij waren het die België in een vooroorlogs keurslijf hebben gedwongen, met twee sleutelbeslissingen. De Britten hebben de terugkeer van koning Leopold verhinderd. Anderzijds hebben ze ervoor gezorgd dat de macht niet in handen viel van nieuwe groepen die tijdens de oorlog waren opgestaan. Het ancien régime van Spaak en co werd met Britse steun opnieuw geïnstalleerd.

okay, maar waar zit de link tussen het missen van een constitutionele update na de bevrijding en het federaliseringsproces dat pas dertig jaar later op gang kwam?

Conway: Je kunt je afvragen of het hele decentraliseringsproces wel op gang was gekomen had België na de oorlog een nieuwe grondwet gekregen. Laat staan of we hetzelfde verloop hadden gezien, met horten en stoten, geritmeerd door regeringscrises en staatshervormingen. Toegegeven, dit is een typische ‘wat als’-redenering waar historici dol op zijn. Toch blijf ik ervan overtuigd: het Belgische federaliseringsproces was geen historisch fataliteit zoals velen beweren. En ik verzet me ook tegen simplistische verklaringen die alleen de linguïstische dimensie van dat proces benadrukken.

het Vlaamse streven naar autonomie als houtworm in de constructie van het Belgique à papa. Klopt dat beeld dan niet? 

Conway: De opkomst van het Vlaams nationalisme is  een factor van belang, maar dat geldt evengoed voor de teloorgang van de zware industrie in Wallonië. Verschillende oorzaken  hebben elkaar versterkt, maar feit is dat het ontmantelen van de federale staat een project van de politieke elites was, met weinig populaire steun. De Vlaamse Christendemocraten en de Waalse socialisten hadden verschillende drijfveren maar wel een gemeenschappelijk belang. Beiden stuurden erop aan zoveel mogelijk macht en middelen naar de regio’s over te hevelen omdat ze daar meer controle hadden. Het volk stond erbij en keer ernaar, naar de mening van de Belgen werd nooit gevraagd. Historici die naar de tweede helft van de 20ste eeuw kijken, kunnen maar één conclusie trekken. Nationalisme is altijd een minderheidsstroming geweest. Op geen enkel moment was een meerderheid gewonnen voor onafhankelijkheid, in Vlaanderen net zomin als in Wallonië.

bij de N-VA zullen ze dat niet graag horen. Tijdens de recente 11 juli viering werden Vlamingen door onder anderen minister-president Geert Bourgeois (N-VA) tot meer fierheid aangespoord. Dat is haast een ritueel, net zoals de jammerklacht dat Vlamingen wars zijn van leeuwenvlaggen en Vlaamse hymnen. Waarom kunnen we ons niet aan het voorbeeld spiegelen van Catalanen en Schotten die hun nationale identiteit complexloos omhelzen?

Conway: Omdat de verschillen groter zijn dan de gelijkenissen. Anders dan in Catalonië en Schotland is het Vlaams nationalisme nooit tot een echte volksbeweging uitgegroeid.  Vlaamse onafhankelijkheid slaat niet aan als politiek project, daarvoor is het besef van interne verdeeldheid te groot. Ik vind dat een geruststellende gedachte. Vlamingen zijn in het algemeen te intelligent om te geloven in slogans zoals ‘vrijheid door onafhankelijkheid’.

begin deze eeuw leek het ideaal van Vlaamse onafhankelijkheid een doorstart te nemen. Vlaanderen zou misschien geen onafhankelijke republiek worden, maar wel een autonome regio in een Europees verband. Is die light versie wel een leefbaar politiek project?

Conway: Ik vrees ervoor. Ook in België is de Europese gedachte niet meer wat ze geweest is. Vijftien jaar geleden noemden studenten in Leuven of Gent zich als vanzelfsprekend overtuigd Europeanen. Vandaag kun je daar niet meer van uitgaan. Europa is een symbool voor bureaucratie en geldverspilling geworden, zelfs in België.

by the way, hoe is het Brexit-referendum bij de academische community van Oxford aangekomen?

Conway: ‘Als een mokerslag, het heeft maanden geduurd vooraleer het besef doorsijpelde. Nog altijd heerst een rouwstemming, alsof we een dierbaar familielid hebben verloren. Je zult echt veel moeite moeten doen om in Oxford iemand te vinden die voor de Brexit heeft gestemd. Het is nu meer dan een jaar geleden, maar het houdt iedereen nog altijd enorm bezig. Je kunt geen glas gaan drinken of het gesprek komt vroeg of laat op de Brexit.

vreest de universiteit ook praktische gevolgen?

Conway: Uiteraard, we hebben hier heel veel Europeanen, zowel studenten als wetenschappers. Oxford is sterk genoeg om deze slag te overleven. De vraag is echter waar we binnen tien jaar zullen staan. Zal Oxford dan nog altijd de plek zijn waar jonge, clevere Europeanen naartoe komen om hun carrière te lanceren? Of wordt Oxford een buitenpost, afgesneden van het Continent zoals de rest van het land? Grenzen verschuiven, ook mentaal. Moskou en Istanbul hoorden soms wel en dan weer niet bij Europa. Ooit lag Algiers in de Europese Gemeenschap, er zijn nog kaarten uit de late jaren vijftig van vorige eeuw die dat bewijzen. De uitdaging bestaat erin na de Brexit de banden met het Continent te behouden, anders dreigen we het Algiers van deze eeuw te worden.

misschien komt de Brexit er wel nooit, zoals de toekomstige LibDem-leider Vince Cable onlangs liet uitschijnen. Gelooft u dat het nog kan vermeden worden, bijvoorbeeld met een nieuw referendum?

Conway: Zeg nooit nooit, Britten hebben net als de Belgen aanleg voor politiek pragmatisme. In gesprekken met collega’s en vrienden gaat het daar vaak over. Het besef zal doorsijpelen dat de Brexit onmogelijk is wegens te complex en te duur. Misschien moeten we wachten op een nieuwe generatie politici. Binnen een jaar of vijf zullen die dan een oplossing vinden. Geen volledig lidmaatschap, maar een soort associatie die het lidmaatschap voor drievierden overlapt. Maar er zijn vele scenario’s denkbaar, bijvoorbeeld dat een revanchistische Tory-fractie het land op sleeptouw neemt, nog verder weg van Europa, in een soort Noord-Atlantische alliantie met de Verenigde Staten. De manier waarop Theresa May president Trump het hof maakt, is nu al ronduit gênant. Wat een belabberd figuur slaan we in de internationale gemeenschap, zeker naast Frankrijk en Duitsland. De vraag is trouwens of het Verenigd Koninkrijk deze constitutionele revolutie _ want dat is waar de Brexit op neerkomt _  wel overleeft.

vreest u heus voor het voortbestaan van het Verenigd Koninkrijk?

Conway: Ieder land dat zichzelf ‘verenigd’ moet noemen, heeft duidelijk een probleem met zijn interne samenhang. In vele opzichten is het VK een kunstmatig land, met verschillende rechtssystemen en grondwettelijke voorzieningen die per landsdeel verschillen. Wat houdt de boel samen? De symboliek van het koningshuis en enkele mythes die een collectief gedeeld verleden moeten oproepen. Ik betwijfel of dat sterk genoeg is om de schok van de Brexit te doorstaan. Weet u, toen twintig jaar geleden het proces van devolutie op gang kwam en de Schotse queeste voor autonomie in een stroomversnelling belandde, heb ik voorspeld dat we nog eerder het einde van het Verenigd Koninkrijk dan dat van België zouden meemaken. Dat was toen als boutade bedoeld, maar nu niet meer.

waarmee we terug bij uw favoriete buitenland zijn beland. België, al enkele decennia voorwerp van Britse spot. Name three famous Belgians, is zo’n staaltje van ironie op onze kap. Kunt er drie noemen?

Conway: (lacht) Meer dan drie zelfs.

Eddy Merckx? Stromae?

Conway: Nee, God beware me! Ik denk dan eerder aan enkele politici met Europese alllure. Paul-Henri Spaak of Herman Van Rompuy, die horen er altijd bij.