Maandelijks archief: maart 2018

Blackboard jungle in Vlaanderen: leerkrachten delen in de klappen

Humo, 6 maart 2018

“Ze heeft me tegen de muur geduwd en een paar stompen in de maag verkocht. Ik was te verbouwereerd om te reageren”

Geweld tegen leerkrachten is al lang geen zaak meer van rondvliegend bordkrijt. Karatetrappen en vuistslagen, het gaat er bijwijlen ruig aan toe. De schade is niet alleen lichamelijk, want ook doodsbedreigingen hakken er stevig in. Humo onderzocht een kwaal die veel weg heeft van een taboe. “Ze woog hoop en al 45 kilo, maar ze hebben me met vijf man moeten bevrijden toen ze aan mijn hals hing”.

illustratie: Stijn Felix

illustratie: Stijn Felix

Het beeld blijft Stefaan (*) achtervolgen. De dreigende vuist, klaar om zich vol in zijn gezicht te planten. Naast de vuist het van woede vertrokken gezicht van de leerling die hem luttele seconden eerder was aangevlogen. Vier maanden later weet hij nog altijd niet wat hem het meest heeft getraumatiseerd. De stekende nekpijn na het incident, uitgerekend op de plek waar hij een jaar eerder werd geopereerd? Of toch de vernedering die lang na de aanval bleef nazinderen? ‘Het ging allemaal zo snel’, zegt de leraar metaalbewerking. ‘Ik hield toezicht op de speelplaats, de bel was net gegaan. Een leerling van het derde vertikte het om in de rij te gaan staan. Geen jongen van mijn klas, maar ik kende hem wel. Ik had hem al twee keer aangemaand, zonder resultaat’.

Misschien had hij zijn derde aanmaning beter anders  geformuleerd. “Hang nu eens niet de aap uit en ga op je plaats staan”.  Een beetje cru, geeft hij toe, maar in een TSO-school in Antwerpen hoor je echt wel straffere taal. ‘Ik denk niet dat het woord aap verkeerd is gevallen’, zegt Stefaan. ‘Ik stond op school bekend als een flapuit, iets wat door de leerlingen altijd werd geapprecieerd. Met die jongen had ik trouwens een goed contact, ik snap nog altijd niet waarom hij ineens door het lint is gegaan. De aanval trok natuurlijk de aandacht, zijn klasgenoten kwamen meteen rond ons staan. Potige jongens, terwijl ik zelf nogal klein van stuk ben. Het was erg intimiderend, ik werd ingesloten en als een speelbal heen en weer geduwd. De hele tijd hing die jongen aan mijn nek, terwijl hij me uitdaagde en met zijn vrije hand een vuist maakte. Ook de leerlingen van mijn eigen klas kwamen erbij, zonder een vinger uit te steken om me te helpen. Dat vond ik heel erg’.

Stefaan, die klacht indiende bij de politie, bleef wekenlang arbeidsongeschikt. Zijn ervaring zal op termijn doorsijpelen in de statistieken van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, het  officiële kenniscentrum van het Vlaams onderwijs. In december publiceerde AGODI cijfers over agressie tegen onderwijzend personeel. In het kalenderjaar 2016 werden 81 leerkrachten het slachtoffer van fysiek geweld met arbeidsongeschiktheid tot gevolg. In driekwart van de gevallen waren leerlingen de daders, maar 11 keer werd die rol door ouders of andere familieleden gespeeld. Veruit de meeste feiten werden in het secundair onderwijs gepleegd, al vielen er ook 19 slachtoffers op de lagere school te betreuren. Omdat sommige dossiers door het parket worden onderzocht, zijn er voor 2017 nog geen definitieve resultaten beschikbaar. De 81 cases uit 2016 gaven alvast aanleiding tot verontrustende krantentitels. Agressie tegen leerkrachten bijna verdubbeld, viel her en der te lezen. ‘Dat klopt niet’, zegt AGODI-woordvoerder Katrien Rosseel. ‘Die conclusie werd getrokken door te vergelijken met 2015, een uitzonderlijk rustig jaar. 81 ligt dicht bij het meerjarig gemiddelde, en alleszins veel lager dan de 120 gevallen die in het topjaar 2007 werden geregistreerd’.

reputatieschade

Geruststellend? Niet als je naar Annie (*), gewezen directrice van een katholieke basisschool in Brussel, intussen rondreizend lerarenbegeleider in Vlaanderen, luistert. ‘AGODI registreert alleen de zwaarste gevallen waarvan een proces-verbaal werd opgemaakt of een dossier voor arbeidsongeschiktheid. Dat is slechts het spreekwoordelijke topje van de ijsberg.  In principe moet elk geval van agressie worden opgetekend, in sommige scholen ligt daarvoor een incidentenregister klaar. Maar dat gebeurt niet systematisch. Onder druk van de directie, die bang is voor reputatieschade. Of door zelfcensuur. Heel wat leerkrachten zien op tegen de administratie of twijfelen aan het nut van zo’n registratie. Sommigen voelen zich bovendien schuldig. Ook al hebben ze geen fout gemaakt, ze ervaren zo’n incident toch als een persoonlijk falen. Het blijft een enorm taboe in het onderwijs’.

Dat hebben we mogen ondervinden toen we op zoek gingen naar getuigen. Verschillende leerkrachten verklaarden zich bereid. Maar geen namen alstublieft, en de school mocht zeker niet herkenbaar worden getypeerd.  Kathleen (*) _  de pseudoniemen en asterisken stonden gelukkig afgeprijsd in de lokale supermarkt _ zit al maanden thuis op doktersvoorschrift. ‘Ik heb nochtans geen letsel opgelopen’, zegt ze. ‘Ik voel me ook niet ziek. Maar als ik alleen nog maar denk aan de school, begin ik al te hyperventileren’. Kathleen gaf in het Stedelijk Onderwijs Antwerpen verschillende horeca-vakken in het BSO en TSO. Op een donderdag in november liep het mis. ‘Het begon met een banale discussie’, zegt ze. ‘Ik vroeg een van de meisje om te stoppen met eten tijdens de les. Dagelijkse kost, iedere lesuur begint bij ons met een worsteling. Stop met gsm’en, frisdranken weg, haal die voeten van de bank. Vooraleer je aan de stof begint, ben je een kwartier politieagent aan het spelen. Eigen aan de schoolpopulatie vrees ik, er zitten haast alleen allochtonen,  vaak met een achtergrond van kansarmoede. Opvoeden begint thuis, luidt een oude wijsheid. Veel van onze kinderen hebben geen thuis, laat staan ouders die begaan zijn met hun opvoeding.  Een moeilijk publiek. Ik heb eerder in het deeltijds onderwijs gestaan waar onder meer jongens met een enkelband zaten. Veel dankbaarder dan zo’n klas meisjes uit het derde BSO schoonmaak of bejaardenzorg’.

‘Misschien had ze een slechte dag, maar dat meisje was na de les nog altijd boos. Toen ik haar gsm wilde teruggeven, snokte ze die uit mijn handen waardoor het ding op de grond viel. Toen is ze ontploft. Ze heeft me tegen de muur geduwd en een paar stompen in de maag verkocht. Ik was te verbouwereerd om te reageren’.

handboeien

Klappen heeft Annie nooit geïncasseerd. Maar als verbale agressie een oosterse vechtsport was, dan droeg haar belager een zwarte gordel. Verwijten, persoonlijke beledigingen tot en met onverholen doodsbedreigingen, hij beheerste het hele repertoire. De demonstratie speelde zich af op de lagere school in Brussel waar ze toen directrice was. ‘Er golden in Brussel strikte inschrijvingsregels’, zegt ze . ‘Tot 31 januari konden broers en zussen worden ingeschreven, daarna werden de resterende plaatsen voor Nederlandstalige kinderen gereserveerd. We hadden alle ouders daarover een brief gestuurd, ook aan de Marokkaanse vader die al twee kinderen op onze school had. Toch heeft hij tot februari gewacht om zijn derde kind in te schrijven. Dat kon ik dus niet, de regels van het Lokaal Overlegplatform (LOP) lieten het eenvoudigweg niet toe.  Hij wond zich op, ook al probeerde ik hem te helpen. Na de voorrangsperiode voor Nederlandstalige kinderen bleven er altijd wel enkele plaatsen over. Een ervan was voor zijn dochtertje, dat kon ik beloven. Hij wilde niet luisteren en werd steeds agressiever, tot we er de politie moesten bijhalen Dat tafereel heeft zich de volgende twee dagen herhaald, het kabaal was in de hele school te horen. De laatste keer heeft de politie hem met handboeien moeten afvoeren, voor het oog van de kinderen op de speelplaats. Het was een verschrikkelijke ervaring’.

Het voorval had nare gevolgen voor het schoolklimaat. Marokkaanse ouders trokken collectief partij voor de vader. Die had klacht neergelegd bij wat toen nog het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding heette. ‘Een teleurstellende ervaring ‘, zegt Annie. ‘Hun onderzoek was totaal partijdig, de medewerker had zijn conclusies al voor ons gesprek klaar. Ik heb geen probleem met diversiteit, ik heb zelf 20 jaar voor de klas gestaan in Brussel, ik zou nergens anders les kunnen geven’.  Het is uiteindelijk nog goed gekomen met die vader, na een herstelgesprek met een bemiddelaar van de gemeente. Dat deze feiten zich bijna tien jaar geleden afspeelden, doet volgens Annie niks af aan hun relevantie. ‘Integendeel’, zegt ze. ‘Ik hoor steeds meer verhalen van agressie, vooral verbaal. Dat laatste wordt vaak onderschat. Bedreigingen komen hard binnen, dat is psychische terreur van het zuiverste water. Denk vooral niet dat het om een grootstedelijk probleem gaat. Als lerarenbegeleider bestrijk ik intussen heel Vlaanderen. Ook in de provincie hoor ik in de lerarenkamer dezelfde verhalen. Leerlingen die hun leerkrachten afdreigen. ‘Wacht maar tot na de school, we zullen je wel weten te vinden! Het is ook zo gemakkelijk geworden, met de gsm trommelen ze zo hun vrienden bij de schoolpoort op’.

zware hernia

Slapstick, zo zou je het kunnen noemen. De setting is een provinciaal gelegen school voor buitengewoon onderwijs. In de scene zien we  Sofie (*) spurten rond een tafel, een Curver box vol gsm’s onder de arm geklemd. Haar achtervolger is een sprietig meisje van 15, bezeten door blinde razernij die werd uitgelokt door een correcte toepassing van het schoolreglement. GSM’s worden tijdens de les door de leerkracht in bewaring genomen, het staat er zwart op wit. Het zou slapstick zijn, ware het niet dat het meisje Sofie te pakken kreeg en van achteren bij de hals greep. ‘Ze woog met moeite 45 kilo’, zegt Sofie. ‘Toch kwamen er vijf opvoeders aan te pas om haar van me af te trekken. Een echte natuurkracht’.  Sofie, al langer rugpatiënt, hield er een zware hernia aan over.  Ondanks intensieve fysiotherapie is ze drie jaar later nog altijd arbeidsongeschikt.  Haar verhaal is geen unicum. Personeel in het buitengewoon onderwijs _ behalve leerkrachten gaat het voornamelijk om opvoeders _ lopen een verhoogd risico. Veel hangt af van de populatie. Het sprietig meisje dat Sofie molesteerde, was niet toevallig een ‘type 3’.

Sofie:  ‘Type 3’s zijn kinderen met zware gedragsstoornissen. Dat zijn probleemgevallen, zeker als er dan ook nog sprake is van een moeilijke thuissituatie. We kenden dat meisje, ze had tijdens het vorige schooljaar de boel al voortdurend op stelten gezet.  De directie had de ouders daarom in juni meegedeeld dat hun dochter na de zomervakantie niet meer welkom was.  Maar ja, hoe gaat dat. Toen de ouders na drie maanden nog geen alternatief hadden gevonden, hebben we besloten haar toch nog een kans te geven. Typisch onderwijs, we laten altijd het belang van het kind primeren’.

Sofie is niet de eerste die het aankaart: het veelbesproken M-Decreet maakt de situatie niet eenvoudiger. Niemand die zich tegen het principe kant. Kinderen met een beperking, handicap of stoornis moeten zoveel mogelijk in reguliere scholen worden opgevangen. Het decreet, in werking getreden op 1 september 2015, heeft een uittocht uit het buitengewoon onderwijs teweeggebracht. Vooral in het lager onderwijs, al laat de impact zich ook in het middelbaar voelen. ‘We zien onze sterkste leerlingen uitstromen’ , zegt Sofie. ‘De licht mentaal gehandicapten van het type 1 en de kinderen met een leerachterstand van het type 8, die stappen over naar het beroepsonderwijs.  Wij blijven achter met een restgroep van zware gevallen. Je kunt die niet allemaal over één kam scheren, maar het is wel die groep die het vaakst overgaat tot agressie’.

M-Decreet

Bij de Broeders van Liefde, marktleider buitengewoon onderwijs in het katholieke net, wordt al wekenlang actie gevoerd tegen de geweldplaag. Kop van jut is zowel onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) als haar partijgenoot Jo Vandeurzen die als minister van welzijn bevoegd is voor de gehandicaptenzorg. Opvallend: zowel de inrichtende macht, de directies als de vakbonden staan achter de actie, een zeldzaam verbond dat van grote urgentie getuigt. Tijdens de actiedag vorige week in Gent noteerden we de voornaamste grief: omdat de uittocht gepaard gaat met een afbouw van het personeelskader, wordt het steeds moeilijker om met agressie om te gaan.

Het M-Decreet zou overigens ook in het reguliere onderwijs voor de nodige overlast zorgen. Het plan voorziet weliswaar in allerlei begeleidingsmaatregelen om kinderen met hun beperking, handicap of stoornis te doen aarden in een gewone schoolomgeving. In de praktijk, zo hoorden we meermaals, werkt dat onvoldoende, zeker omdat de kinderen met hun specifieke noden vaak in klassen belanden waar al heel wat leerlingen  een rugzak vol problemen meesleuren.

Het gevaar op veralgemeningen is groot. Het M-Decreet geldt bijvoorbeeld ook voor slechtzienden en doven, doelgroepen die zelden met agressie jegens leerkrachten worden geassocieerd. Er valt nog heel wat te onderzoeken over dit thema, weet Delphine Franco als geen ander. De jonge pedagoge, deeltijds assistent aan de U Gent, werkt aan een doctoraat over agressiemanagement op school. ‘Ik heb verwoed gezocht naar studies en data’, zegt ze. ‘Met weinig resultaat, ook in het buitenland werd er nauwelijks research gedaan. Betrouwbare cijfers zijn er al helemaal niet, er bestaat zelfs geen eensgezindheid over een definitie. Wat de ene school als agressie beschouwt, wordt in een andere school als een fait divers afgedaan’.

Haar doctoraat is nog lang niet klaar, maar Franco kan alvast enkele handvatten aanreiken, bruikbaar voor zowel leerkrachten, directies als leerkrachten in opleiding. ‘Leerkrachten moeten alerter worden voor tekenen van frustratie. Ook bij zichzelf, want agressie op school speelt zich af in een relatie tussen twee partijen. Het gebeurt dat leerkrachten de klas betreden met vooroordelen tegen een bepaalde leerling, vooroordelen die ze even voordien van collega’s in de lerarenkamer hebben opgepikt’. Kalm blijven als het toch tot een uitbarsting komt, die tip hadden we zelf kunnen bedenken. Maar Franco heeft ook advies voor de nazorg. ‘Natuurlijk moeten zowel de leerling als de leerkracht de correcte opvang en aandacht krijgen. Dat is een opdracht voor de directie en het team. Maar leerkrachten moeten incidenten ook bespreken met de klas. Doen alsof er niks is gebeurd is de slechtste optie. Evalueer waar het is misgelopen, en zoek samen naar manieren om herhaling te voorkomen. Een gezond schoolklimaat is de beste preventie. Geef leerlingen bijvoorbeeld inspraak bij het opstellen van het schoolreglement, dat kan helpen om geruzie over smartphones in de klas te vermijden’.

illustratie: Stijn Felix

illustratie: Stijn Felix

racismeklacht

Die nazorg laat wel eens te wensen over. ‘Ik ben ontzettend teleurgesteld in mijn directie’ zegt Sofie. ‘Ik heb geen enkele steun gekregen na het incident. We zijn intussen drie jaar verder. Nooit laten ze van zich horen of polsen ze hoe het met me gaat. En dan moet je weten dat ik dertig jaar in die school heb gewerkt, altijd met veel goesting. Buitengewoon onderwijs is iets bijzonders. De kinderen kunnen lastig doen, maar je krijgt er zoveel van terug. Voor velen was ik een tweede moeder’.  Ook Sofie heeft de verklaringen van Maggie De Block (Open VLD) gehoord. De federale minister van volksgezondheid wil langdurig zieken zo snel mogelijk opnieuw aan het werk zetten. Als dat niet in hun vorige functie kan, dan moet de werkgever naar een aangepaste job zoeken. Dynamiseren van langdurig zieken, ze moet er bitter om lachen. ‘Ik sta te springen om terug te gaan werken’, zegt ze. ‘Maar de directie houdt de boot af. Risico op discontinuïteit, luidt het,  ze vrezen dat ik een voltijdse opdracht geen volledig schooljaar kan volhouden. Ze zouden natuurlijk aangepast werk kunnen zoeken, maar dat willen ze niet. Het is alles of niks, en dus vindt ook mijn huisarts het beter om me thuis te houden. Ik mis mijn werk verschrikkelijk, en ook financieel wordt het een zware dobber. Een uitkering is niet hetzelfde als een salaris, binnenkort val ik terug op 60 procent van mijn laatste loon. Vrienden die in de privé werken, snappen niet waarom ik zo word behandeld’.

Van heimwee naar hun school hebben Stefaan en Kathleen weinig last. Beiden zijn op zoek naar de uitgang, lichtelijk gedegouteerd. Niet zozeer door de agressie waar ze het slachtoffer van werden, wel door de manier waarop hun respectieve directies ermee omsprongen. Kathleen: ‘Onmiddellijk na het voorval ben ik de trap opgelopen naar de onderdirecteur. Wat stel je voor dat ik doe, vroeg hij. Ik zei dat een schorsing van de leerling wel het minste was. De dag erna heb ik een uitstap van een andere klas begeleid. Vrijdag kwam ik terug op school, en wie zat er in mijn klas? Diezelfde leerling, met een vuile grijns op haar gezicht.  De sfeer was ijzig, ik had de hele klas tegen.  Toen ik ’s avonds eindelijk bij de directeur langs kon, kreeg ik het deksel op de neus. Hij schoof de schuld in mijn schoenen, en waarschuwde dat de ouders overwogen een klacht wegens racisme in te dienen’.  Ze sluit niet uit dat er persoonlijke animositeit meespeelde. De relatie met de directeur was al wat verzuurd als gevolg van een benoemingskwestie waarbij ze het verkeerde kamp had gekozen. ‘Maar het typeert ook de houding van heel wat schooldirecties’, zegt ze. ‘Ze zijn als de dood voor juridisch gedoe met ontevreden ouders.  En vooral: ze willen geen leerlingen kwijt, want iedere kop telt voor de subsidiëring’.

stamp in de rug

Net als Kathleen hoopt Stefaan op een overplaatsing naar het volwassenenonderwijs. ‘Ik ben er al mee bezig’, zegt de leraar metaalbewerking die zes weken arbeidsongeschikt bleef. ‘Als vastbenoemde heb ik al enkele uren kunnen omruilen zodat ik één avond per week in het volwassenenonderwijs sta. Een klas met uitsluitend gemotiveerde leerlingen, wat een verademing’.  Stefaan weet intussen wat hem echt dwarszit. Het spook dat hem ’s nachts wakker houdt, het knagende gevoel dat zijn kinderen in die  eerste weken na het spijtige voorval deed verzuchten dat hij er zo afwezig bijliep. Het heeft een naam en een gezicht, en die horen niet bij de balorige jongen die hem bij de kraag vatte en met zijn opgeheven vuist bedreigde. Het is het gezicht van de directeur dat hem blijft achtervolgen.

Stefaan: ‘Terwijl ik daar ingesloten in een kring stond met die jongen aan mijn nek, zag ik hem in een glimp, tussen twee schouders door. We hadden heel even oogcontact, ik dacht echt dat hij zou tussenkomen om me te helpen.  Niet dus, tot mijn ontzetting draaide hij zich om en liep hij weer weg. Ik heb hem daar later mee geconfronteerd. Eerst ontkende hij dat hij iets abnormaals had opgemerkt, nadien veranderde hij zijn versie. Hij beweerde dat ik hem geruststellend had toegeknikt, als om te zeggen dat het maar een spelletje was, niks ergs aan de hand’.  De rol van de directeur werd een vast gespreksthema, bij de psycholoog die hem van zijn angststoornis probeerde af te helpen, en bij de particuliere preventiedienst waarmee zijn school structureel samenwerkt. Aanzetten tot herstelgesprekken liepen op niks uit, integendeel zelfs. ‘Op de duur trok hij mijn hele verhaal in twijfel’, zegt Stefaan. ‘Die dreigende vuist had ik verzonnen, dat had hij zogezegd van verschillende leerlingen gehoord. Mijn belager heeft trouwens geen schorsing gekregen, noch enige andere sanctie. Ook dat was pijnlijk, het voelde als een stamp in de rug’.

herstelbemiddelaars

Directies die de kop in het zand steken? Zou niet mogen, vernemen we in de Guimardstraat. ‘We nemen agressie tegen leerkrachten heel ernstig’, zegt Marijke Van Bogaert, woordvoerder van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. ‘Als netwerkorganisatie ondersteunen en professionaliseren we onze directies om ermee om te gaan. In de eerste plaats door in te zetten op preventie, door het scheppen van een verbindend schoolklimaat. Daar horen duidelijke regels bij, die consequent worden toegepast. Natuurlijk kun je niet alles voorkomen. Agressie op school kan heel veel verschillende oorzaken hebben, van een  moeilijke thuissituatie tot psychische problemen. Een sanctiebeleid op zich volstaat niet, dat moet kaderen in een bredere opvoedingsstrategie. Vele scholen werken daarvoor samen met het CLB, en doen zo nodig beroep op vertrouwenspersonen die leerkrachten opvangen en een luisterend oor bieden aan alle betrokken partijen. Het KOV heeft trouwens zelf gespecialiseerde herstelbemiddelaars in dienst die op vraag van directies ter plaatse gaan om moeilijke situaties te helpen ontmijnen’.

Op het hoofdkwartier van het GO! noteren we een gelijklopend verhaal. Ook in officiële onderwijsnet zet men maximaal in op preventie, met een sanctiebeleid dat kadert in een globale opvoedingsvisie. ‘Scholen vullen zelf in hoe ze met deze problematiek omgaan’, zegt afgevaardigd bestuurder Raymonda Verdyck. ‘Maar we bieden ze wel een stappenplan aan als houvast. Gaat het om zware of lichte agressie? Is er sprake van frequente of incidentele agressie? Er liggen aangepaste scenario’s klaar naargelang de categorie. Ook voor echte crisissituaties, al is het steeds de directie zelf die beslist of de politie wordt ingeschakeld’.

Dat nogal wat slachtoffers zich door die directies in de steek gelaten voelen? ‘Dat betreuren we ten zeerste ‘, zegt Verdyck. ‘Onze directies worden opgeleid om met ongewenst gedrag en agressie om te gaan, dat hoort bij een gezond psychosociaal schoolklimaat waar we veel belang aan hechten. Maar bij een incident spelen ze een dubbele rol. Natuurlijk moeten ze klaar staan om hun leerkrachten op te vangen en op alle mogelijke manieren te ondersteunen. Tegelijkertijd moeten directies een bemiddelende rol spelen en rekening houden met juridische en procedurele overwegingen, zeker als er politie aan te pas komt. Het is niet meer dan normaal dat ze ook met de dader en andere leerlingen gaan praten, agressie is immers altijd een relationeel gegeven. Soms hebben leerkrachten het daar moeilijk mee, omdat ze  daardoor het gevoel krijgen onvoldoende gesteund te worden’.

machete

We hebben dan toch een leerkracht gevonden die on the record praat: Claudia Urbina. Ze geeft cultuurvakken in het KA Halle, een zuivere ASO-school met een sociaal  tamelijk homogeen, zeg maar overwegend autochtoon Vlaams, publiek. Brave kinderen, vernemen we, agressie stelt op deze school weinig meer voor dan de occasionele brooddoos die door de lucht vliegt. Het ergste dat ze zich kan herinneren was de pint die ze over zich heen kreeg, die ene keer toen ze op de 100 dagen-fuif de toog bemande en een dronken scholier een extra rondje weigerde. De toevoeging ‘sociaal homogeen’ is voor haar rekening. Urbina, in Chili geboren en met haar ouders voor Pinochet naar  België gevlucht, heeft eerder onder meer als directrice in een Brusselse BSO-school gestaan. Het was daar dat een meisje haar in een kwade bui volgende zin toevoegde: ‘ik ga een machete halen en je in duizend stukjes hakken’.

Toch is het niet als ervaringsdeskundige dat ze wil getuigen. Urbina is voorzitter van de commissie secundair onderwijs van de socialistische vakbond ACOD. Ze heeft goede voelsprieten en weet wat er leeft in het middelbaar in Vlaanderen. ‘Er is meer agressie tegen leerkrachten’, zegt ze. ‘Zowel fysiek als verbaal. Ik zie een lineaire verschuiving, in alle geledingen van het secundair onderwijs. Incidenten die zich vroeger haast uitsluitend in het BSO voordeden, komen steeds vaker in het ASO terug. Dat betekent niet dat er een nivellering aan de gang is, want intussen wordt het in het BSO nog erger’. Urbina, gediplomeerd in de rechten en de criminologie, ziet verschillende verklaringen. Groeiende mondigheid van leerlingen die helaas gepaard gaat met een afkalvend respect voor leerkrachten en andere vormen van autoriteit. Sociale vaardigheden die eroderen door overmatig gebruik van sociale media. ‘Het loopt niet alleen fout bij de leerlingen’, zegt ze . ‘Ook ouders gedragen zich steeds agressiever tegenover leerkrachten. De juridisering van het onderwijs is een reëel probleem. Op oudercontacten dreigen met procedures als de punten van zoon of dochter niet worden opgekrikt, dat is een vorm van psychisch geweld. En jawel, het zijn vooral de witte scholen waar dat fenomeen zich manifesteert’.

Falende directies die onvoldoende steun verlenen aan belaagde leerkrachten? Het klinkt Urbina niet alleen bekend in de oren, ze heeft er ook een originele, syndicaal gekleurde uitleg voor. ‘Neem nu mijn school’, zegt ze. ‘700 leerlingen, 90 leerkrachten, 20 schoonmaakster en onderhoudsmedewerkers plus nog een paar opvoeders. Dat is meer dan een KMO, dat is een groot bedrijf. En welk management staat daar tegenover? Een directeur, een onderdirecteur en twee secretariaatsmedewerkers, dat zijn vier mensen voor wie een dag ook maar 24 uur duurt. Sorry, maar met zo’n kader kun je onmogelijk een gezond human resources beleid voeren. Zorgen dat de kapotte verwarmingsketel wordt gerepareerd en achterstallige schoolrekeningen innen, dat soort besognes slorpt alle tijd en energie op. Niet alleen in onze school, en niet alleen in het GO!. Het gebrek aan middelen is een probleem in het hele onderwijs in Vlaanderen’.

Fernand Huts, de Citizen Kane van Vlaanderen

Geschreven in opdracht van Wilfried,  ‘Le magazine qui raconte le pouvoir’. Dit is de oorspronkelijke versie van de (vertaalde) Franstalige publicatie. (Wilfried n°2, oktober 2017)

Karine Huts: “Het verschil tussen God en Fernand? God denkt niet dat hij Fernand is”

Wat Bart De Wever met de N-VA heeft gepresteerd, heeft hij naar eigen zeggen als zakenman gepresteerd door Katoen Natie tot een wereldbedrijf uit te bouwen. Nee, op valse bescheidenheid laat Fernand Huts zich niet betrappen. Ook niet als hij feestjes organiseert, een tijdverdrijf dat hij met Hollywood-allures en dito budgetten beoefent. Flamboyant en flamingant, het zijn eigenschappen die hij zich graag laat aanleunen. Een man van paradoxen bovenal. Welke volbloedkapitalist kan zich een huisvriend noemen van José ‘Pepe’ Mujica, ex-guerrillero, overtuigd marxist en gewezen president van Uruguay? Portret van een Vlaams fenomeen, op smaak gebracht voor de Franstalige lezers van Wilfried.

foto:Tim Dirven

foto:Tim Dirven

Beveren-Kallo. Niet meteen de bestemming waar Japanners selfies gaan maken. Nochtans zou deze plek op Antwerpen Linkeroever in geen enkele toeristische folder van Vlaanderen mogen ontbreken. Alleen al het uitzicht op de esplanade van Katoen Natie is de omweg waard. Voor ons ligt de Schelde te glinsteren in de namiddagzon. De stroom, slechts twee bochten verwijderd van de Nederlands grens, is hier een halve kilometer breed. Niet minder indrukwekkend is het industriële landschap dat zich 360 graden breed openbaart. Tientallen ranke schoorstenen braken vlammen hoog in de lucht. Net een verjaardagstaart, maar dan met de kwalijke geur van petrochemie. BASF, DOW, Solvay, Lanxess, ExxonMobile, alle grote namen uit de scheikundige sector hebben zich aan weerskanten van de Schelde gevestigd. Hier worden miljarden omgezet.

Aardse rijkdommen zijn willekeurig verdeeld. Een strategisch gelegen haven is zo’n geschenk van het lot waar een hele regio wel bij vaart. Port of Antwerp levert niet alleen tienduizenden banen en ettelijke procentpunten aan het bruto binnenlands product op. Ons bezoek aan Katoen Natie legt ook de culturele meerwaarde bloot. We worden verwelkomd door een kunstcollectie waar menig museum jaloers op zou zijn. Wim Delvoye, in Brussel bekend van zijn betonmolen in gotisch smeedwerk, heeft de parking met enkele soortgelijke creaties opgesmukt. Boven, op de esplanade, staat nog meer hedendaags werk. Eenheid in stijl valt niet bespeuren, maar alle stukken zijn spectaculair en monumentaal. Pablo Atchugarry, Hubert Minnebo, Antonio Seguí, Michaël Aerts, het zijn grote namen uit de Belgische en de internationale kunstscene. Het klapstuk is zonder enige discussie een diepblauw gelakte houwitser van 15 meter lang en vijf meter hoog. Jan Zonder Vrees heet dit kunstwerk, niet naar de Bourgondische hertog maar naar een gelijknamige figuur uit de Vlaamse folklore die het tot held van talloze kinderboeken heeft geschopt. Dat hij voor niets of niemand bang is, spreekt vanzelf. Maar Jan Zonder Vrees streed in de middeleeuwen ook tegen onrecht, onder meer in de gedaante van inhalige tollenaars die het volk met hoge belastingen uitpersten. Was het die eigenschap die volbloed-liberaal Fernand Huts voor de naam deed smelten? Feit is dat de baas van Katoen Natie erg in zijn nopjes was toen het kunstwerk op een kille oktoberdag in 2013 werd onthuld. Dat gebeurde tijdens een memorabele show waarbij de 200 genodigden, onder wie heel wat politieke prominenten, een figurantenrol vertolkten. Op verzoek van Huts hadden ze zich allemaal in een blauw pak gestoken, een tooi die ter plaatse met een blauwe werfhelm en een blauwe bezemsteel werd vervolledigd. Voor liberale boegbeelden zoals Annemie Turtelboom of vader en zoon De Croo voelde dit uniform wellicht natuurlijk aan, maar ook verschillende CD&V-politici en Vlaams Belang-kopstuk Filip Dewinter onderwierpen zich gedwee aan de dresscode. Huts, gewezen kamerlid voor de VLD van Guy Verhofstadt, heeft zich van het cordon sanitaire rond de extreemrechtse partij nooit iets aangetrokken.

Strak in het gelid, de bezemstelen als geweren over de schouders, zette de stoet zich onder begeleiding van militaire marsmuziek in beweging. Niemand van de genodigden kon vermoeden wat er onder het dekzeil schuil ging, maar de hooggespannen verwachtingen werden niet bedrogen. ‘Jan Zonder Vrees moet de Schelde en de haven beschermen tegen boze watergeesten’, duidde Huts de symboliek. Aanwezige politici gaven een andere interpretatie. Waarom was het kanon op het centrum van Antwerpen gericht? Huts, zo wisten alle genodigden, lag al jarenlang overhoop met het havenbestuur van zijn geboortestad. Was dit misschien een opgestoken middenvinger naar de gezagsdragers in ’t Schoon Verdiep en het Havenhuis? Huts ontkende met uitgestreken gezicht, maar kon zijn binnenpret niet op. En zo werd het een gezellige namiddag. Het kanon mocht enkele losse flodders afschieten, waarna het hele gezelschap door Huts op een luxueus banket werd getrakteerd.

Inhuldiging Jan Zonder Vrees met vips en marsmuziek (foto: Tim Dirven)

Inhuldiging Jan Zonder Vrees met vips en marsmuziek (foto: Tim Dirven)

flamboyant

Ondernemer, kunstverzamelaar, luis in de pels van de politiek, het zijn alllemaal predicaten die bij de 67-jarige Fernand Huts passen. Als flamboyante enterpreneur moet hij in Vlaanderen alleen farma-baas en sportmecenas Marc Coucke naast zich dulden. Voetbal of wielrennen interesseren Huts niet, maar als organisator van extravagante feestjes geeft hij zelfs Coucke het nakijken. Vorig jaar, ter gelegenheid van de 160ste verjaardag van Katoen Natie, liet hij decorbouwers in Kallo een heuse burcht optrekken. Drie weken lang werd er gefeest door meer dan 6.000 genodigden. Honderden buitenlandse gasten werden op kosten van de zaak ingevlogen, op de afsluitende familiedag kwamen 4.000 Belgische personeelsleden zich vergapen aan de torens en kantelen van de middeleeuwse vesting. Vragen naar de factuur werden weggewuifd. ‘Dat heeft geen belang’, verklaarde Karine Huts, een even groot feestbeest als haar echtgenoot, voor de VTM-camera. ‘Je vraagt op een trouwfeest toch ook niet hoeveel het diner heeft gekost’. Het heeft inderdaad minder belang als je zoals Fernand en Karine Huts met een geschat vermogen van 1,516 miljard euro de 11de plaats bekleedt in rangschikking van rijkste Belgen.

Katoen Natie is dan ook geen KMO. Het Antwerpse havenbedrijf omschrijft zichzelf als een gediversifieerde goederenbehandelaar. Denk aan opslag en overslag van chemicaliën, voedingswaren, grondstoffen, textiel of consumentenelectronica, maar ook aan het ontwikkelen van supply chains en het recycleren van industrieel afval. Met 14.000 werknemers, vestingen in 38 landen en een omzet van bijna twee miljard is Katoen Natie een wereldspeler. Vriend en vijand zal het toegeven: dat is helemaal te danken aan het zakengenie van Fernand Huts. Toen hij het bedirjf in 1981 overnam, was Katoen Natie met zijn 180 medewerkers slechts één van de tientallen naties, een fenomeen waarvan de oorsprong bij de middeleeuwse gilden en ambachten van de haven ligt. Agnes Van Wanseele, burgemeester van Sint-Martens Latem, de gemeente met het hoogste gemiddelde inkomen van Vlaanderen, heeft de spectaculaire groei van nabij kunnen volgen. Ze leerde Huts veertig jaar geleden kennen bij het Gentse Vlerick Instituut, een naam die in Vlaanderen nog altijd klinkt als een klok. Een MBA van Vlerick staat niet alleen hoog aangeschreven vanwege de superieure opleiding, maar ook vanwege het netwerk en het adresboekje die bij het diploma horen. Wat de Ecole Nationale d’Administration is voor de Franse politiek en ambtenarij, is de Vlerick Business School voor het Vlaamse bedrijfsleven: een springplank naar een topcarrière. ‘Fernand was nog niet in de haven actief’, vertelt Van Wanseelse, destijds als assistente aan het Vlerick Instituut verbonden. ‘Hij had een bedrijf voor biologische groenten opgericht, de NV Veldboerke. Heel kleinschalig, op een keer kreeg hij thuis bijna ruzie omdat hij de wasmachine had gebruikt om producten te mengen. Karine kon er niet om lachen, zeker niet met drie kleine kinderen in huis. Ik nodigde Fernand geregeld uit als spreker voor een alumni-lezing. Heel verfrissend, zijn stijl was compleet verschillend van andere managers. Hij sprak voor de vuist weg, en bracht altijd hetzelfde boek mee. Machiavelli, zie hij tegen die jonge aspirant-managers, die moeten jullie echt gaan lezen. Toen hij een paar jaar later naar Katoen Natie overstapte, had hij dringend kaderleden nodig. Of ik bij Vlerick geen studenten kon warm maken, vroeg hij. Ik heb het geprobeerd, maar niemand was geïnteresseerd. Katoen Natie, dat stelde toen niks voor. Al die studenten droomden van een carrière bij KBC, Deloitte of een andere vertrouwde naam uit de financiële wereld’.

Bart De Wever

Haar man heeft de sprong wel gewaagd. Met succes, Dirk Lannoo mag zich nu vice-president van Katoen Natie noemen. Aan zijn rekrutering hangt een anekdote vast die Huts als ondernemer typeert. ‘Hij had net Seaport Terminals overgenomen’, zegt Van Wanseele. ‘Een bedrijf dat in feite veel groter was dan Katoen Natie. Daar had hij zijn handen mee vol. Houd jij je met Katoen Natie bezig, zei hij tegen mijn man op diens allereerste werkdag in Antwerpen, dan doe ik Seaport Terminals. Zo is Fernand: als hij iemand vertrouwen geeft, dan is dat voor het volle pond’. Huts mag dan een alumnus van Vlerick zijn, hij heeft een hekel aan managementboeken vol duur jargon, en aan zelfverklaarde business goeroes. Vijfentwintig jaar geleden, kort na zijn eerste buitenlandse overname in de Franse Vogezen en zijn eerste joint venture in Singapore, heeft hij zijn eigen managementbijbel geschreven. Het boek, rijk geÏllustreerd zodat het in diverse talen en culturen pakt, is nog altijd verplichte kost voor nieuwe medewerkers. Het kan worden gelezen als een ode aan het gezond boerenverstand. Delegeren, werk organiseren in kleine groepen, niet kakelen maar eieren leggen, het is maar  een greep uit zijn tien geboden, net zoals de aansporing om op tijd en stond met de collega’s een pint te pakken. Het waren echter niet deze tegelwijsheden maar wel de groeicijfers van Katoen Natie die hem al in 1987 de felbegeerde titel van Manager van het Jaar opleverden. Hij steekt dan wel geregeld zijn neus in een bierglas, kansen ruikt hij nog altijd als de beste. De overname voor 416 miljoen euro van afvalverwerkingsbedrijf Indaver was volgens alle insiders een meesterzet. Huts haalde het twee jaar geleden in een felle biedstrijd onder meer van het Franse Suez, wat hem schouderklopjes van de Vlaamse regering opleverde. Vlaamse verankering is een ideaal waar hij zelf hoog van opgeeft. Huts is flamingant en iedereen mag het weten. Het blijkt onder meer uit de boeken die hij onder het pseudoniem Jules Van Bochelt schrijft. Niet dat hij zich wil verbergen, zijn naam staat trouwens als alias op de cover. Het pseudoniem is meer een alibi om in de rol van de nar te kruipen en vanuit die favoriete positie vrank en vrij commentaar te geven op de politiek en de zeden van dit land.

Fernand Huts met eregast op receptie Karine Huts (foto: Tim Dirven)

Fernand Huts met eregast op receptie Karine Huts (foto: Tim Dirven)

Het is feest bij Katoen Natie, alweer. Twintig jongens en meisjes in smetteloos wit-zwart krijgen van de maître d’hôtel de laatste instructies. Het zal de 400 genodigden niet aan champagne ontbreken, noch aan exquise hapjes zoals zalm met passievruchtenmarinade. Aanleiding is eens te meer een nieuw boek. Niet van Fernand dit keer, wel van Karine Huts die samen met freelance journalist Ivo Pauwels het levensverhaal van haar joodse oom Géorg Kluger heeft opgetekend. Het leeuwendeel van de biografie gaat over de oorlogsjaren die Kluger als onderduikkind in België wist te overleven, in tegensteling tot zijn familie die in Oostenrijk moest achterblijven. Niemand minder dan Bart De Wever, Antwerps burgemeester en N-VA-voorzitter, komt het boek inleiden. Geen toeval, want De Wever en Huts hebben elkaar in het verleden al meermaals lof toegezwaaid. Vlaanderens populairste politicus heeft de lachers meteen op zijn hand. Het verschil tussen hem en de gastheer? ‘Fernand is een hystericus, ik een historicus’. Toch wordt het geen cabaretnummer. De Wever biedt namens het stadsbestuur nogmaals zijn excuses aan voor de medeplichtigheid van zijn voorgangers bij de vervolging van de Antwerpse joden. Toen hij dat twee jaar geleden voor het eerst deed, werd dat in de Vlaamse media nog als een historische mijlpaal bejubeld. De Wever prijst voorts de solidariteit die de Belgen betoonden door honderden joodse kinderen voor de nazi’s te verbergen. Was dit een politiek debat, dan had een wakkere moderator of opponent een parallel met de hedendaagse migratiecrisis kunnen trekken. Moeten we dan ook niet meer solidaiteit met de nieuwe generatie vluchtelingen aan de dag leggen? Geen gekke vraag op een moment dat een N-VA Staatssecreataris voor Asiel en Migratie met behulp van Soedanese migratieambtenaren het Brusselse Maximilaanpark aan het ‘opkuisen’ is. Maar geen pretbedervers in de zaal, de spreker wordt met een daverend applaus beloond.

Borinage

‘Uiteraard heb ik veel respect voor De Wever’, zegt Huts als we hem even uit de drukte kunnen wegsleuren. ‘Kijk naar zijn parcours. De N-VA is begonnen als een mini-partij, met Geert Bourgeois die moederziel alleen in de Kamer zat. Het is toch indrukwekkend hoe De Wever van de N-VA de onbetwiste nummer één van de Vlaamse politiek heeft gemaakt? In alle bescheidenheid gezegd: hij heeft in de politiek gepresteerd wat wij als ondernemer met Katoen Natie hebben gedaan’. Politiek is Huts een zwerfkei. Als student rechten in Leuven was hij praeses van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV), traditioneel een kweekvijver voor christendemocratische en Vlaams-nationalistische politici. Wilfried Martens en Hugo Schilz waren twee van zijn bekendere voorgangers. Toch was het voor de liberale VLD _ toen nog zonder prefix Open _ dat hij van 1995 tot 1999 als Antwerps volksvertegenwoordiger zetelde. Het werd geen succes, Huts schitterde vooral door hardnekkige afwezigheid. Volgens huisvriendin Agnes Van Wanseele was het de partijdiscipline die hem dwars zat, zelf wijst hij vooral op de ondankbare oppositierol die de liberale partij was toebedeeld. Feit is dat hij na dat mandaat uit de partij is gestapt. Zonder bruggen op te blazen, al heeft hij in verschillende interviews gesneerd naar toenmalig partijleider Guy Verhofstadt. “Ik was erg enthousiast over zijn burgermanifesten’, blikt hij daarop terug. ‘Des te groter was mijn ontnuchtering toen hij als premier precies het tegenovergestelde deed van wat hij eerder in zijn boeken had verkondigd’.

Of we hem intussen in het kamp van de N-VA mogen situeren? Huts haalt de schouders op. Hij spreekt wat lijzig, met een Antwerps accent dat zich uitstekend leent voor de mild spottende toon die hij graag aanslaat. ‘Economisch en filosofisch voel ik me nog altijd een echte liberaal. Maar als ondernemer met vestigingen in het hele land moet ik met alle partijen kunnen praten. In Antwerpen is dat toevallig de N-VA, maar ik onderhoud evenzeer uitstekende relaties met het socialistische stadsbestuur van Gent, en met de CD&V-burgemeester van Beveren’. De vraag of hij voor een onafhankelijk Vlaanderen gewonnen, pareert hij met een dooddoener. Antwerpenaar, Vlaming, Belg, Europeaan, wereldburger. Huts, die op een landgoed in Kent woont waar hij ook als fervent jager aan zijn trekken komt, ziet identiteit als de rokken van een ui. Het neemt niet weg dat hij zich in boeken en interviews vaak schamper uitlaat over de NV België. ‘Institutioneel en juridisch zo ingewikkeld dat niemand het nog uitgelegd krijgt.’, betoogt hij ook dit keer. ‘Ik probeer het filosofisch op te vatten. Belgium is art, zeg ik vaak tegen buitenlanders’. Geen separatist dus. Toch ziet hij een Vlaamse natie groeien, terwijl diezelfde dynamiek in Wallonië ontbreekt. De lezers bezuiden de taalgrens mogen hem dat vooral niet kwalijk nemen. ‘Ik kom vaak en graag in Wallonië’, zegt Huts. ‘Ik vind Luik een geweldige cultuurstad, en een van mijn zonen heeft in Namen gestudeerd. Een paar jaar geleden ben ik mijn vrouw tijdens onze vakantie drie weken door de Borinage getrokken. Heel boeiend, het moet niet altijd Italië zijn. Walen zijn erg vriendelijke mensen, en ze hechten meer dan wij belang aan het goede leven. Pas op, je kunt er ook zaken mee doen. Alleen zouden ze wat meer ondernemingszin mogen tonen,  op dat vlak kunnen ze nog wat van de West-Vlamingen leren’.

 wolf in schaapskleren

De obers doen gedisciplineerd hun werk. Champagneglazen worden alert bijgevuld, de schotels met warme en koude snacks gaan vlot rond. Het publiek is een mix van vrienden, familieleden en bonzen uit haven en bedrijfswereld. Ook politici zijn van de partij, we spotten onder anderen gewezen Europees Commissaris Karel De Gucht (Open VLD) en Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pieter De Crem (CD&V). De afwezigen hebben altijd ongelijk, maar soms hebben ze ook een motief. Zo liet Marc Van Peel, havenschepen in Antwerpen, in een vorig leven voorzitter van de CVP, zijn persoonlijke invitatie onbenut. Niet, zo moeten we aannemen, omdat hij geregeld kop van jut is in interviews van de bekende havenbaas. Huts is al jarenlang verwikkeld in een juridische oorlog met het Antwerps Havenbedrijf waar Van Peel voorzitter van is. ‘Die vendetta is ooit onder een van mijn voorgangers begonnen’, zegt hij. ‘Lang verhaal, volgens insiders heeft het te maken met mislukte zakendeals in de haven waardoor Huts zich te kort gedaan voelt. Enige rancune is hem niet vreemd, en hij is niet zuinig met advocatenkosten om zijn gram te halen’. Nee, als Van Peel het feest aan zich laat voorbijgaan, dan ligt dat veeleer aan een gevoel van verzadiging. ‘Ik bewonder hem als ondernemer’, zegt hij. ‘Maar met zijn monumentale ego heb ik het stilaan gehad. Huts kijkt neer op politici, hij is ervan overtuigd dat de hele wereld functioneert zoals zijn Katoen Natie. Ik heb Patrick De Wael ooit horen vertellen over die eerste keer dat Huts aan een fractievergadering van de VLD deelnam. En Fernand maar lang en breed uitleggen wat er allemaal in dit land moest veranderen. “Fernand”, heeft iemand toen gezegd, “je weet toch dat we in de oppositie zitten? We kunnen helemaal niks veranderen”. Na die ene vergadering hebben ze hem daar nooit meer gezien. Weet je, ik heb van zijn vrouw ooit een geweldige grap gehoord. Ze zei dat ze een boek over haar man zou schrijven, met als titel ‘Mijn leven met God’. En of ik het verschil kende tussen God en Fernand? Simpel, zei Karine, God denkt niet dat hij Fernand is. Haha, grandioos toch! Pas op, ik kom hem graag tegen. Fernand is altijd joviaal, ook tegenover opponenten die hij belaagt met advocaten en deurwaarders. Hij vindt dat men dat niet persoonlijk mag nemen, het is gewoon zijn manier van zaken doen’.

Huts is aaibaar, maar dan zoals een wolf in schaapskleren. We noteerden deze parel bij de socialistische havenbond die met Huts in de clinch ligt over de Wet Major. Dit statuut, een sieraad van de proletarische ontvoogding, verplicht havenbedrijven uitsluitend met erkende dokwerkers en havenarbeiders te werken. Te duur en nefast voor de internationale concurrentiepositie, vindt Huts die magazijnwerk bij voorkeur door flexibele interimarbeiders met een bediendencontract laat uitvoeren. Hij bracht zijn zaak tot voor het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. ‘Met steun van Sim Kallas, in die tijd Europees Commissaris voor Transport’, beweert ABVV-secretaris Marc Laridon. ‘Kallas komt uit Estland, de plek waar Katoen Natie in diezelfde periode een gigantische investering had gedaan. Ik kan niet bewijzen dat er een causaal verband bestaat, maar ik geloof nooit dat het toeval is. Huts heeft een erg lange arm’.

(foto: Tim Dirven)

(foto: Tim Dirven)

Uruguay

Aan strijdpunten geen gebrek in Huts carrière. Neem nu de verkeersknoop rond Antwerpen, hét hoofdpijndossier bij uitstek voor de Vlaamse regering. Ruim twintig jaar na de eerste plannen is er nog altijd geen spade in de grond gestoken, een blamage voor een regio die als baseline ‘wat we zelf doen, doen we beter’ voert. Huts, die met afgrijzen ziet hoe zijn vrachtwagens op de Antwerpse ring vastzitten, legt de schuld bij gewezen sp.a-burgemeester Patrick Janssens. ‘Zonder hem had er al lang een brug over de Schelde gelegen en was het hele probleem opgelost. Janssens echter heeft het project op het laatste nippertje afgeschoten, in de hoop de gemeenteraadsverkiezingen te winnen. En ziet wat er van hem geworden is. Janssens mag nu vrolijk voetbalmanager spelen bij Racing Genk, maar intussen zit het verkeer hier nog altijd muurvast’. Nog zo’n stokpaard is de uitbreiding van de haven op Linkeroever. Het graven van het megagrote Saeftinghedok moet de containercapaciteit in één klap met de helft opvoeren. Huts is radicaal tegen dit prestigeplan van het Havenbedrijf, en werpt zich op als de verdediger van de polderboeren die door deze operatie hun land en boerderij dreigen te verliezen. Die tegencampagne mag wat kosten. Huts is de financier achter ‘Oratorium zonder Doel’, een meeslepende documentaire van filmmaker Manu Riche over de teloorgang van de polders en het dorpje Doel.

Wat ook de titel wordt, zijn biografie wordt een lijvig boek. Een hoofdstuk over Uruguay mag in geen geval ontbreken. In 2000 investeerde Katoen Natie fors in een containerterminal in de haven van Montevideo, meteen de aanleiding voor de echtelieden Huts om er een pied-à-terre te verwerven. De cottage werd zowat hun derde thuisverblijf, na het landgoed in Kent en het kasteel in Sint-Gillis-Waas. Zo ontstond een innige vriendschap met de toenmalige president José Mujica. Het contrast kon niet groter zijn: een liberale miljardair versus een gewezen extreemlinkse guerillero die 14 jaar als politieke gevangene opgesloten zat. Mujica, was dat niet de president die prat ging op zijn titel van ’s werelds armste staatshoofd? ‘So what’, zegt Huts. ‘Ik stap door het leven zonder vooroordelen. Het klikte meteen tussen ons. Ik heb respect voor zijn achtergrond en idealisme, en hij waardeerde mijn ondernemerschap’.

Huts, rad van tong, laat zich niet gemakkelijk in de hoek drummen. Viel zijn naam in het schandaal van de Panama-papers, het datalek over offshore belastingparadijzen? Huts gaf geen krimp. ‘Ik ben altijd binnen de grenzen van de wet gebleven’, verklaarde hij desgevraagd. Subsidieslurper is een verwijt dat hem vaak vanuit progressieve middens wordt gemaakt. In Vlaanderen hoeft daar geen tekening bij. Iedereen kent Huts als de onbetwiste zonnepaneelkoning. 800.000 vierkante meter aan fotovoltaïsche cellen, verspreid over verschillende magazijnen van Katoen Natie. Het levert hem jaarlijks 13 miljoen euro aan groenstroomcertificaten op, als gevolg van een genereuze subsidieregeling die intussen door de Vlaamse regering werd afgeschaft. Voor nieuwe investeerders, want Huts rendement werd voor 20 jaar gegarandeerd. ‘Ik snap dat verwijt niet’, zegt hij. ‘Ik heb die zonnepanelen tien jaar geleden op uitdrukkelijke vraag van de Vlaamse regering gelegd. De technologie was nog onbekend en peperduur, niemand wilde eraan. Kris Peeters is ze als minister-president komen inhuldigen, we zijn nog same met de helicopter over ons magazijn gevlogen’.

 heavy metal

“Mijn vader heeft een olifantenvel”. Het citaat komt van Yves Huts, zelf vooral bekend als gewezen bassist en songschrijver van de Nederlandse heavy metalband Epica. Intussen heeft hij een punt achter zijn rockcarrière gezet. Yves werkt net zoals zijn twee broers bij Katoen Natie, nog altijd een familiedrijf zonder beursnotering. De oudste staat klaar om het roer over te nemen, de jongste vliegt als helicopterpiloot met zijn vader. ‘Niet om op te scheppen’, weet Agnes Van Wanseele. ‘Met zijn drukke agenda is die helicopter geen luxe. Fernand geeft niet om statussymbolen. Auto’s interesseren hem niet, hij rijdt al jarenlang met een Mitsubishi. Alleen als het over kunst gaat, laat hij zich wel eens gaan’.

Dat is een understatement. Vorig jaar legde Huts 670.000 euro op tafel voor een originele Rubens-tekening die in buitenlandse handen dreigde te vallen. De acquisitie werd in brede kringen toegejuicht, want Vlaamse verankering heeft ook een culturele dimensie. De collectie in Beveren-Kallo is overigens maar het topje van de ijsberg. Een vleugel van het hoofdkwartier in het centrum van Antwerpen werd door een toparchitect tot museum omgebouwd. De verzameling archeologisch textiel, met stukken tot 3.500 jaar oud, is absolute wereldtop. Daarnaast is er een permanente tentoonstelling over de geschiedenis  van de Belgische kunst, met onder meer fraaie doeken van kleppers zoals Gustave Van de Woestyne, Jean Brusselmans en Gust De Smet.

Huts zou Huts niet zijn mocht hij als cultureel entrepreneur vrede nemen met een figurantenrol. Vorig jaar kondigde hij aan 0,5 procent van de omzet van Katoen Natie in zijn eigen Phoebus Foundation te investeren, goed voor een budget van 8 miljoen euro per jaar. Projecten worden door hem en zijn vrouw persoonlijk afgewogen. Voor de kandidaten: een link met Vlaanderen strekt tot aanbeveling. Het initiatief heeft voor commotie in het culturele landschap gezorgd, vooral in de wereld van musea die ook in Vlaanderen de broeksriem moeten aanhalen. Er werd voor Amerikaanse toestanden gewaarschuwd. Huts de mecenas die in het culturele gat van de armlastige overheid springt. Nobel op het eerste gezicht, maar nefast voor de artistieke vrijheid.

Zou het? Als hofleverancier hedendaagse kunst bij Katoen Natie ziet Wim Delvoye alleszins geen bezwaar. ‘Ik doe liever zaken met zo’n mecenas dan met een ambtenaar die als een kunstpaus bepaalt wat er wel of niet in een museum thuis hoort’. Ook Delvoye ontbrak op het boekenfeest in Kallo. Onvrijwillig, hij zat op een vlucht vanuit Hong Kong. Na twintig jaar is hij kind aan huis bij de Hutsen.  ‘Karine is een echte vriendin geworden, een warme vrouw met het hart op de tong. Een bon vivant, net zoals Fernand. Dat maakt onze samenwerking zo fijn. Bij ieder werk dat ik opleverde, werd er een feest georganiseerd. Een beetje zoals in de middeleeuwen, toen een nieuw glasraam voor de kerk met een schranspartij voor de hele parochie werd ingehuldigd. Ik vind hun flamboyante karakter geweldig. Die keer dat ze zich als hardrockers hadden uitgedost om anoniem een concert van hun zoon bij te wonen. Ik heb de foto’s gezien, het was hilarisch. Natuurlijk heeft Fernand een ego. Hij wil erkenning, ook in de culturele wereld. Maar wat is daar mis mee? Kijk maar wat voor een imperium die man in zijn eentje heeft uitgebouwd. Fernand Huts, dat is de Citizen Kane van Vlaanderen’.