Maandelijks archief: juni 2018

Veenbrand in de Marokkaanse Rif

Knack, 20 juni 2018

Al 20 maanden sluimert in de Marokkaanse Rif een volksopstand. Terwijl de historische leiders van de Hirak in Casablanca voor de rechter verschijnen, slaan hun medestanders terug met een boycot van Danone-producten. De Vlaamse en Nederlandse diaspora leeft intens mee, zo blijkt uit het essaybundel ‘Opstand in de Rif’.

opstand in de rif HRvk1

Tussen de steekvlammen van de internationale politiek blijven veenbranden vaak onopgemerkt. In de Rif, een door Berbers bewoonde regio in het Noorden van Marokko, smeult zo’n vuur. Op 28 oktober 2016 sloeg de vlam in het stro, nadat in provinciehoofdstad Al Hoceima een jonge vishandelaar in een vuilniswagen werd verpletterd tijdens een dispuut met de politie over een lading illegaal gevangen zwaardvis. De Hirak was geboren, een volksopstand die teert op historische frustraties van de Riffijnen die zich al decennialang politiek, economisch en cultureel gediscrimineerd voelen. Nasser Zefzafi, een gsm-reperateur uit Al Hoceima, werd het gezicht van het geweldloze massaprotest dat veel weerklank kreeg in de Europese diaspora. Vooral België, Nederland, Spanje en Duitsland tellen grote gemeenschappen uit een verarmde regio die de voorbije 60 jaar een derde van zijn bevolking zag emigreren. Terwijl de internationale mediabelangstelling taande, nam de repressie van de Marokkaanse overheid toe. In april begon in Casablanca het monsterproces tegen de een jaar eerder gearresteerde Zefzafi en 53 van zijn medestanders. Rachida Lambrabet wijst op het contrast: in de rechtbank in Casablanca zaten welgeteld twee Europese politici als waarnemers, niks vergeleken bij de mobilisatie voor de politieke processen tegen Erdogan-critici in Turkije. De Vlaamse schrijfster en activiste, zelf van Riffijnse oorsprong, leverde een bijdrage aan het pas verschenen essaybundel ‘Opstand in de Rif’. De auteurs, overwegend Vlaamse en Nederlandse Riffijnen, klagen zowel de repressie in Marokko als het stilzwijgen van Europa aan.

Nergens klinkt dat stilzwijgen luider dan in België, vernemen we van samensteller Btisam Akarkach die zelf een bijdrage over de rol van sociale media en burgerjournalisten schreef. ‘Het verschil met Nederland is frappant’, zegt ze. ‘Niet alleen de media maar ook de politiek besteden er veel meer aandacht aan de crisis in de Rif. De enige twee Europese waarnemers op het proces in Casablanca waren trouwens Nederlandse politici, de PvdA’sters Kati Piri en Lilliane Ploumen’.

hoe verklaart u dat verschil?

Btisam Akarkach: België doet er ook alles aan om Marokko niks in de weg leggen. Het land wordt gezien als een cruciale bondgenoot in de strijd tegen de terreur, en een partner waarmee we zaken willen doen of afspraken maken over de terugname van illegale migranten. Onlangs kregen we daar een sterk staaltje van te zien, toen minister van buitenlandse zaken Didier Reynders (MR) in Rabat een Leopoldsorde uitreikte aan Driss El Yazami, de voorzitter van de Nationale Raad voor de Rechten van de Mens.

toch een mooi humanitair gebaar?

Akarkach: Niet als je de rol kent die El Yazami in het drama van de Rif speelt. Als voorzitter van de nationale mensenrechtenraad heeft hij de massa-arrestaties en mensenrechtenschendingen nooit veroordeeld maar integendeel geminimaliseerd. Dat terwijl Riffijnen zelf van een terugkeer naar de Loden Jaren spreken, de drie decennia onder Hassan II die vooral in de Rif door genadeloze onderdrukking werden gekenmerkt. Politieke moorden zoals toen worden er nu niet gepleegd, maar Riffijnse activisten worden aan de lopende band gearresteerd, en in de gevangenissen wordt weer gefolterd en verkracht. Volgens Amnesty International worden op het proces van Casablanca onder dwang afgelegde getuigenissen gebruikt als bewijsstukken à charge. Intussen wordt de pers steeds meer gemuilkorfd. Verschillende journalisten zitten in de gevangenis, anderen zijn het land ontvlucht. De repressie treft vooral burgerjournalisten en internetactivisten, de mainstream media zijn namelijk erg dociel. De overheid legt servers plat en blokkeert accounts, een heus trollenleger is permanent in de weer om de Hirak te verdoezelen of verdacht te maken.

hoe is de stemming in Al Hoceima, de hoofdstad van de gelijknamige provincie die nog altijd het epricentrum van de Hirak is?

Akarkach: De repressie laat zich voelen, straatprotest is de facto onmogelijk geworden. Bij eerdere demonstraties werden al 2.000 betogers opgepakt, 500 zitten nog altijd vast. Ik heb zelf gezien hoe hard het er aan toegaat toen ik vorige zomer de begrafenis bijwoonde van een jongen die door een politiekogel werd geveld. De binnenstad was hermetisch afgegrendeld, agenten gooiden met stenen, terwijl anderen de betogers filmden, wat de volgende dagen tot een nieuwe golf van arrestaties leidde.

met stenen gooiende agenten? Vlogen de projectielen niet in de andere richting?

Akarkach: Nee, de Hirak is principieel geweldloos. Dat heeft Nasser Zefzafi altijd benadrukt, zelfs vanuit de gevangenis. Alle mobilisaties via de sociale media gaan gepaard met dezelfde oproep: pleeg geen geweld en reageer niet op provocaties. Bij betogingen lopen eigen ordediensten mee om heethoofden in toom te houden.

Europa is er niet helemaal gerust op. De frustraties in de Rif krijgen veel weerklank in grootsteden zoals Rabat, Tanger en Casablanca. Gevreesd wordt dat de opstand tot een nieuw hoofdstuk in de Arabische Lente kan escaleren. Terecht?

Akarkach: Nee, dat is een frame van het regime. Hoe valt anders te verklaren dat de Hirak al anderhalf jaar zijn geweldloze karakter weet te behouden, ondanks de toenemende repressie? Dit is geen revolutie maar een burgerbeweging die alleen maar redelijke eisen stelt, concrete maatregelen tegen achterstelling van de Rif, zoals een eigen universiteit, een volwaardig ziekenhuis, investeringen in infrastructuur en werkgelegenheid. Anders dan de 20 februari-beweging van 2011 wil Hirak de monarchie niet afschaffen of de regering omverwerpen. Er zijn nog meer verschillen De 20 februari-beweging, de Marokkaanse episode van de Arabische Lente die in de Rif veel aanhangers telde, werd getrokken door intellectuelen die over de hoofden van het volk spraken. Letterlijk, ze gebruikten woorden die de doorsnee Riffijn niet eens snapte. De leiders van de Hirak hebben daar lessen uit getrokken, ze spreken de taal van het volk. Riffijns, maar even goed Darija, Marokkaans Arabisch. Er waren zelfs plannen om ook in het Frans, Nederlands, Duits en Spaans te communiceren, kwestie van de jongeren in de diaspora nauwer te betrekken. Die betrokkenheid is nieuw en voor het regime erg verontrustend, wat blijkt uit de repressie die nu ook de diaspora treft. De procureur van Casablanca heeft een zwarte lijst opgesteld met tien online activisten uit verschillende Europese landen. Ze riskeren in Marokko te worden opgepakt, zoals vorige week effectief is gebeurd met de Belgische Facebook-activist Wafi Kajoua.

het hirak-proces van Casablanca nadert zijn ontknoping. Opvallende afwezige is Nawal Ben Aïssa, de jonge vrouw die na de arrestatie van Zefzafi het leiderschap waarnam. Wat is er van haar geworden?

Akarkach: Ze is in februari al veroordeeld tot een voorwaardelijke straf en een geldboete, een effectieve manier om haar als moeder van drie monddood te maken. Dat doet niks af aan haar historische verdienste, voor vrouwen in de conservatieve Rif is ze een rolmodel.

Mohamed VI werd bij zijn aantreden in 1999 ingehaald als een reformistisch monarch, de antipode van zijn autoritaire vader Hassan II. Onder zijn bewind werden democratische vrijheden hersteld, terwijl de jonge koning zich persoonlijk inspande om de banden met de Riffijnen aan te halen. Hoe staat hij tegenover de Hirak?

Akarkach: Dat vraagt iedereen zich af. De koning schittert door afwezigheid. Niet alleen in dit dossier, in heel Marokko spreken ze van de virtuele koning die alleen nog met selfies van zijn familie uitpakt. Het is waar dat in de eerste jaren van zijn bewind hervormingen werden doorgevoerd, zoals meer persvrijheid. Dat duurde totdat journalisten kritische vragen gingen stellen bij de verknoping van politieke en economische belangen binnen de makzhan, een onvertaalbaar begrip dat voor de het establishment van monarchie en centrale overheid staat. Ik heb vorig jaar in Al Hoceima de nationale feestdag met de koninklijke speech meegemaakt. Wat me frappeerde waren de ambigue gevoelens van hoop en wantrouwen bij de Riffijnen. Hoop, want het gerucht liep dat de koning gratie zou verlenen aan de gevangen Hirak-leiders. Toch overheerste de scepsis. Ik wilde de historische speech in een café bijwonen. Bleek dat ze de satellietzender niet konden vinden, omdat er nooit naar een kanaal van de overheid werd gekeken. Uiteindelijk heeft koning geen gratie verleend, maar wel het machtsvertoon van de ordediensten in de Rif goedgepraat. Ik ben meermaals bij Ahmed Zefzafi, de vader van Nasser, thuis geweest. Volgens hem verschilt Mohamed VI helemaal niet veel van Hassan II.

hoe moet het verder met de Hirak?

Akarkach: De alertheid van de diaspora is groter dan ooit. In Marokko dwingt de repressie tot creativiteit. Zo werd onlangs via Facebook een boycot gelanceerd tegen drie bekende merken waarin de makzhan grote belangen heeft. Behalve een keten van pompstations worden ook de Marokkaanse Danone-producten geviseerd. Die oproep is een groot succes, en niet alleen in de Rif. De Hirak is nog niet dood.

 

Opstand in de Rif, Btisam Akarkach (red), Epo, 182 pag, 20 €

Barcelona, gedeelde hoofdstad van een verdeelde regio

Knack, 13 juni 2018

“Net zoals in het voetbal volstaat het in de Spaanse politiek niet de tegenstander te overwinnen, het is de bedoeling hem te vernederen en in de grond te boren”

De vlaggenstrijd in Barcelona staat op een laag pitje, maar de politieke verdeeldheid blijft pieken. Catalaanse separatisten en Spaanse constitutionalisten bekijken de wereld door een verschillende bril. De eersten spreken van politieke gevangenen, de anderen van criminelen die hun verdiende loon krijgen. Knack zocht beide kampen op. “Pas als de ratio terugkeert, kan er worden onderhandeld”.

Plaza de Catalunya.  Permanent protest 'tot president Puigdemont terugkeert' (eigen foto)

Plaça de Catalunya. Permanent protest ‘tot president Puigdemont terugkeert’ (eigen foto)

Er zijn slechtere plekken voor politieke activisten om hun tenten op te slaan dan de Plaça de Catalunya. Het meest centraal gelegen plein van Barcelona is naar dagelijkse gewoonte volgestroomd met toeristen. Zeggen dat het ook stormloopt bij de stand met geel-rode vlaggen zou de waarheid geweld aandoen. De meeste passanten hebben vooral oog voor de imposante fontein, als ze al niet vertwijfeld op zoek zijn naar de goed verstopte ingang van het ondergrondse metro- en treinstation. Maar tevergeefs kun je de moeite van de independentistes niet noemen. Een Japans koppeltje maakt selfies bij de portrettengallerij van verbannen en opgesloten Catalaanse leiders, moeilijker dan je denkt met een ijsje in de hand. Op de tafel liggen geel-rode pins en andere prullaria, zoals sleutelhangers in de vorm van de onafhankelijke republiek Catalonië. Er zijn gegadigden voor, zowel toeristen als Catalanen die doorgaans gretig hun handtekening plaatsen op de petitie ter vrijlating van de ‘presos politics’ , de politieke gevangenen.

In de schaduw van een grote luifel zijn vrouwen met breipriemen en rood-gele wol in de weer. ‘Een symbolische actie’, zegt Philippe Carton grijnzend. ‘Ze breien aan de onafhankelijke republiek’. Carton is het perfecte aanspreekpunt achter de toonbank. Catalaans, Spaans, Frans of Engels, hij kan in alle talen even vlot uitleggen waarom dit bivak al meer dan een half jaar stand houdt. ‘We zijn hier neergestreken na het afzetten van Carles Puigdemont’, zegt hij. ‘Hij is en blijft onze wettelijk verkozen president. We blijven hier staan, totdat hij in zijn functie wordt hersteld en alle politieke gevangenen worden vrijgelaten’.

Jordi Pujol

Carton, een prille zestiger, blijkt een geboren Brusselaar te zijn. Als kind verhuisde hij naar Barcelona, mee met zijn vader die door werkgever Agfa-Gevaert werd uitgestuurd. Hij liep er school, werkte er zijn hele carrière als bedrijfseconoom voor verschillende multinationals, totdat hij door gezondheidsproblemen thuis kwam te zitten. De vrijgekomen tijd gaat op aan de strijd voor de Catalaanse zaak waarmee hij een passioneel huwelijk heeft gesloten. ‘Ik ben altijd al een nationalist geweest’, zegt hij. ‘Al van toen ik op het Lycée Français zat, samen overigens met de vorige Catalaanse president Artur Mas. Nationalisme heeft hier niks met etniciteit te maken, er zijn heel wat “nieuwkomers” zoals ikzelf die zich met de Catalaanse zaak identificeren. Ook ideologisch gaat het erg breed. Historische leiders zoals Jordi Pujol en Artur Mas zijn eerder conservatief-liberaal. Niet mijn strekking, ik noem mezelf een radicaal-linkse republikein’. Toch heeft hij de volgende stap naar het separatisme pas recent gezet, op 01-10. De tijdstempel verwijst naar het door de Spaanse overheid verboden en gesaboteerde onafhankelijkheidsreferendum. ‘Die dag ben ik independentist geworden’, zegt hij. ‘Ik heb ganse dag piket gestaan om mijn stembureau tegen het extreme politiegeweld te beschermen’.

De Belgische Catalaan en pro-independentist Philippe Carton. Op de achtergrond zitten vrouwen te 'breien voor de republiek'. (eigen foto)

De Belgische Catalaan en pro-independentist Philippe Carton. Op de voorgrond zitten medestanders te ‘breien voor de republiek’. (eigen foto)

Terwijl we staan te praten wordt een paar huizenblokken hiervandaan een nieuw hoofdstuk geschreven van de politieke soap die de Catalaanse crisis is geworden. Het Parlament zal de 55-jarige advocaat en radicale nationalist Quim Torra als nieuwe president van de tot nader order Spaanse deelstaat Catalonië benoemen. Eerdere pogingen om Carles Puigdemont vanuit zijn ballingoord als president te installeren, werden door Madrid met grondwettelijke en strafrechterlijke banbliksems verijdeld. Ook andere kandidaten, allemaal vervolgd of zelfs opgesloten door de Spaanse justitie, sneuvelden na uitputtende procedureslagen. Tegen Quim Torra kon Madrid geen bezwaar maken, de gewezen voorzitter van de Catalaanse cultuurbeweging Òmnium is een nieuwkomer in de politiek. Toch verliep de stemming kantje boord. De nationalistische regeringspartijen JxCat en ERC, die bij de verkiezingen van 21 december in gespreide slagorde opkwamen, hingen af van de gedoogsteun van de CUP. Deze radicale, anarcho-marxistische beweging is behalve uitgesproken republikeins erg tegendraads. Voor de CUP is en blijft Carles Puigdemont de enige wettige president.  Pas na een woelig partijcongres, tussen twee benoemingsdebatten door, werd besloten dat de vier CUP-vertegenwoordigers zich zouden onthouden zodat Torra met één stem overschot kon worden geïnstalleerd.

Ook Torra, die tijdens zijn aanvaardingsspeech zijn vaste voornemen uitsprak om van Catalonië een onafhankelijke republiek te maken, erkent Puigdemont als de morele president. Uit piëteit weigert hij het kantoor van zijn afgezette voorganger te gebruiken. Belangrijker nog: hij vloog onmiddellijk naar Berlijn voor topoverleg met Puigdemont die geen enkele moeite doet om te verbergen wie er in Catalonië aan de touwtjes zal trekken. Puigdemont zit nog altijd vast in Duitsland, in afwachting dat een plaatselijke rechter zich over het Spaans uitleveringsverzoek tegen zijn persoon uitspreekt. Die onzekerheid belet hem niet om alvast de leiding te claimen van de Consell de la República, een nog op te richten schaduwregering in ballingschap.

polarisering

Merkwaardig genoeg heeft Philippe Carton de veelbesproken tweets van de nieuwe president niet gelezen. De oppositie, het plaatselijke Cíudadanos-boegbeeld Inés Arrimadas op kop, heeft er nochtans een enorm drama van gemaakt. De fragmenten, opgegraven uit Torra’s Twitter-feed en bijdragen aan diverse nationalistische fora, gemiddeld vijf tot tien jaar oud, waren dan ook op zijn minst aangebrand. Of wat te denken van metaforen waarin Spanjaarden met dieren en genetische afwijkingen worden vergeleken, of beschouwingen over het Castilliaans dat zich als een plaag in Catalonië verbreidt? Torra’s excuses werden door Cíudadanos (Cs) niet aanvaard. De liberale partij, grote overwinnaar van de Catalaanse verkiezingen van 21-12, maakt zich op voor een keiharde oppositiekuur. Zo is ze fel gekant tegen het opheffen van het beruchte artikel 155, een noodwet die na de referendumcrisis door Madrid werd geactiveerd om Catalonië onder bestuurlijke en budgettaire voogdij te plaatsen. Met het aantreden van de regering Torra houdt de uitzonderingstoestand in principe op. Nationale ambities zijn niet vreemd aan de onverzoenbare opstelling van Cs. De partij van Albert Rivera, gesticht en groot geworden in Catalonië, scoort intussen in heel Spanje en is volgens recente peilingen de Partido Popular (PP) van premier Rajoy voorbijgestoken. De Catalaanse crisis, die buiten de regio tot een opstoot van Spaans nationalisme heeft geleid, is één van de voornaamste groeifactoren. Voorts toont Cs zich als maagdelijke partij erg bedreven in het verzilveren van de corruptieschandalen die vooral de PP en in mindere mate de socialistische PSOE teisteren. ‘Ik heb niks met Quim Torra’, zegt Philippe Carton na een wat ongemakkelijke stilte. ‘Carles Puigdemont blijft in mijn ogen de echte president. Ik heb hem persoonlijk leren kennen. Puigdemont is intelligent en beginselvast, ik zie niemand van zijn niveau in Catalonië’.

Jordi Cantavela, een overtuigd republikein die in december voor de CUP stemde, is al evenmin fan van Quim Torra.’Konden ze echt geen jong en fris gezicht vinden?’, moppert hij. ‘Bij voorkeur een vrouw die het in de media of het parlement tegen Inés Arrimadas kan opnemen. Heb je die al eens bezig gezien? Ik heb een hekel aan haar partij en haar standpunten, ze haat alles wat Catalaans en nationalistisch is. Maar ik moet toegeven dat ze er goed uitziet. En wat erger is, ze is slim en welbespraakt’. Cantavela, auteur van onder meer een succesroman over de Spaanse burgeroorlog, woont met zijn Franse vrouw en twee zonen in Sants, hartje Barcelona. Een republikeins bastion, had hij aan de telefoon gezegd. En inderdaad, er hangen iets meer vlaggen dan gemiddeld, en de balans slaat nog meer dan elders door naar de republikeinse kant. Gele stroppen, symbool voor de poltieke gevangenen en ballingen, flankeren republikeinse standaarden die zich met hun ster van de gewone Catalaanse banier onderscheiden. Die laatste zorgen voor een contrapunt, net zoals de Spaanse vlaggen die evenmin ontbreken. Toeristen echter kunnen perfect van een citytrip terugkeren zonder erg te hebben in de politieke crisis. De echte polarisering speelt zich op een ander niveau af.

Cantavela heeft de beelden op zijn smartphone staan. Een verwoest cultuurcentrum in de Barcelonese buitenwijk Sarrià, gevolg van een brandstichting door onbekenden die een vistitekaartje achterlieten. Op de muren werden hakenkruisen gespoten, naast slogans tegen de CDR, een militante, republikeinse burgerbeweging die na 1-O werd opgericht en waarvan een afdeling een onderkomen in het uitgebrande centrum had gevonden. ‘Geen alleenstaand geval’, weet Cantavela. ‘Het maakt deel uit van de Spaanse strategie, net zoals het systematisch vervolgen en opsluiten van nationalisten. Ze proberen ons te provoceren, om het imago van de geweldloze onafhankelijkheidsbeweging onderuit te halen. Ik heb er geen goed oog in. Als we op deze weg verder gaan, eindigt het in bloedvergieten. Ook aan onze kant zitten immers heethoofden’. Cantavela, even vloeiend in het Spaans als in het Catalaans, mag dan volbloed republikein zijn, hij kan de situatie van een afstand bekijken. Polarisering is geen regionale, Catalaanse specialiteit, aldus de schrijver die de term futbolisación laat vallen. Net zoals in het voetbal volstaat het in de Spaanse politiek niet de tegenstander te overwinnen, het is de bedoeling hem te vernederen en in de grond te boren. Symbolisch en ander geweld worden daarbij niet geschuwd. ETA maakte er een sport van tegenstanders dood te wensen door schietschijven met hun naam op muren te kalken. Vandaag lenen sociale media zich voor dat soort psychische terreur. Met effect: geen enkele Spaanse politicus van betekenis waagt zich zonder lijfwacht buiten zijn deur. Volgens Cantavela zet de futbolisación zich nu ook in de Catalaanse samenleving door. Verhalen over families, vrienden en collega’s die door slaande ruzies over de crisis worden uiteengerukt, kan hij alleen maar bevestigen. ‘De kloof loopt zelfs door mijn eigen familie’, zegt hij. ‘Een van mijn tantes is tientallen jaren geleden naar Alicante verhuisd. Ze volgt het nieuws uitsluitend via Spaanse media die virulent anti-Catalaans zijn. Carles Puigdemont, dat is in haar ogen een misdadiger die in de gevangenis hoort. Het zal je niet verbazen dat we bij familiefeestjes niet over politiek praten’.

lekke autobanden

Of ik een kijkje wil nemen in het halfrond? Héctor Amelló opent de dubbele, gecapitonneerde deur waarachter zich een fraai decor van pluche en schermerlicht openbaart. Daar, aan de rechterkant van het tot op het bot verdeelde parlement, heeft hij tot twee keer toe nee gestemd tegen de kandidatuur van Quim Torra. Amelló, gemeenteraadslid voor Cs in Figueras, raakte op 21 december voor het eerst verkozen. ‘Figueras ligt in de provincie Girona, bekend als een nationalistisch bastion’, vertelt hij. ‘Toch is onze partij van twee naar vier zetels gesprongen, een onverhoopt succes’. De jonge dertiger is een hybride geval. Zijn ouders komen uit Aragon, een aangrenzende regio waar in vele dorpen Catalaans als voertaal wordt gebruikt. Hij spreekt de taal wel, ook al werd hij in Figueras in het Spaans opgevoed. In 2009 sloot hij zich bij Cíudadanos aan, een partij die nauwelijks vier jaar eerder werd opgericht met als hoofdobjectief een dam opwerpen tegen het Catalaans nationalisme. ‘Ik besefte meteen dat die stap een onuitwisbare stempel zou drukken’, zegt hij. ‘Die verwachting is ook uitgekomen, al viel het aanvankelijk nog mee. Vrienden maakten grapjes. Plaagstoten, maar niet geheel onschuldig. De sfeer is beginnen verslechteren toen de nationalisten in 2014 hun Procés lanceerden, het stappenplan naar de onafhankelijkheid. Discussies werden bitterder, jeugdvrienden staken de straat over als ze je tegenkwamen of weigerden een hand’. Volgens Amelló is die polarisering inherent aan nationalisme, een woord dat bij zijn partij haast altijd door het adjectief identitair vergezeld gaat. ‘Al wie niet voor onafhankelijkheid is, wordt als een vijand van het Catalaanse volk gezien’, zegt hij. ‘Ik kreeg zelfs het verwijt dat ik tegen Catalonië ben. Absurd, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik dan tegen mezelf zijn? Ook mensen die hier veertig jaar geleden zijn aangekomen en hun leven lang aan de welvaart van Catalonië hebben bijgedragen, krijgen nu te horen dat ze niet meer welkom zijn. Dat vind ik even erg’.

Van de brandstichting in een nationalistisch cultuurcentrum in Sarrià heeft hij nooit gehoord. Intimideren van independentistas? ‘Ik beweer niet dat het niet gebeurt’, zegt hij. ‘Maar het gaat om geïsoleerde gevallen. Daar zit het verschil met de andere kant. Het intimideren van onze mandatarissen wordt door de nationalistische partijen aangemoedigd. Zelf mag ik niet klagen, als ik de bagger en bedreigingen op de sociale media buiten beschouwing laat. Girona is een provincie met twee gezichten. In de hoofdstad en aan de kust wonen veel nieuwkomers, vooral arbeidsmigranten uit Spanje, maar ook expats en toeristen die hier blijven plakken zijn. Op het platteland en in de bergen staan de nationalisten veel sterker. Onze mandatarissen hebben het daar erg zwaar. Ze worden op straat uitgescholden, hun gevels worden beklad en hun autobanden lek gestoken. Van de plaatselijke autoriteiten, allemaal in handen van de nationalisten, moeten ze geen hulp verwachten. In die dorpen hangen de republikeinse vlaggen gewoon aan gemeentehuizen en schoolgebouwen, naast slogans over politieke gevangenen. Dat kan eigenlijk niet. Openbare gebouwen moeten neutraal zijn, ze horen geen propaganda uit te dragen die de helft van de Catalanen als een provocatie ervaart’.

gevelprotest tegen opsluiting nationalistische leiders (eigen foto)

gevelprotest tegen opsluiting nationalistische leiders (eigen foto)

karate

Het is een lange metrorit naar Santa Coloma de Gramenet. Ooit een zelfstandige gemeente, intussen opgeslokt door de grootstad. Ik word er opgewacht door Pedro Hidalgo, een kalende man van 49 met een energieke handruk. Hij werkt na zijn uren als karate-instructeur en schrijft boeken over martial arts die ook in België aftrek vinden. Politiekorpsen, zowel de Catalaanse Mossos als de Spaanse Guardia Civil, huren hem in voor oefensessies. Misschien verklaart dat zijn cassante visie op het lot van de intussen al negen Catalaanse leiders die achter de tralies zitten. ‘Ik noem hen geen politieke gevangenen’, zegt hij. ‘Als je politiewagens beschadigt en openbare oderhandhavers belemmert in hun functie, dan moet je daar maar de gevolgen van dragen. Waarmee ik niet zeg dat het politiek verstandig is hen zolang op te sluiten. Neem van mijn aan dat premier Rajoy daar zelf niet gelukkig mee is. Moest ERC-leider Oriol Junqueras op vrije voeten lopen, dan zou Carles Puigdemont vanzelf een toontje lager zingen. Het verschil tussen de leiders van de twee nationalistische partijen is pijnlijk om aan te zien. Die arme Junqueras kan via zijn advocaat hooguit één tweet per week versturen, en ondertussen heeft Puigdemont in Brussel of Berlijn iedere dag de wereldpers aan zijn voeten liggen’.

Karate is slechts een hobby. Hidalgo leidt een bedrijf dat computers, netwerken en bewakingscamera’s installeert. Gemeentebesturen zijn voorname klanten, wat meteen verklaart waarom hij goede contacten onderhoudt met alle politieke partijen. Het belet hem niet zijn sympathie voor Inés Arrimadas en haar Cíudadanos te bekennen. ‘Ze hebben interessante ideeën’, vindt hij. ‘Meer aandacht voor Spaans in het onderwijs, dat wordt hoog tijd. Thuis spreek ik Catalaans met de kinderen, maar ik ben perfect tweetalig. Vader heeft roots in Andaloezië, langs moederskant ben ik Catalaans. Mijn oma sprak zelf geen woord Spaans, haar dochter mocht op school dan weer geen Catalaans spreken. Het onderdrukken van de streektaal onder Franco, daar worden veel mythes over verkocht. Ja, Catalaans werd niet geduld op school of in openbare diensten. Maar thuis en op straat sprak iedereen Catalaans zoveel hij wilde. Het is een goede zaak dat die discriminatie na de dictatuur werd opgeheven. Ik ben zelf een trotste Catalaan, ik speek de taal met mijn zonen die niet voor niks Catalaanse namen hebben gekregen. Maar mettertijd is de slinger doorgeslagen. In heel wat gemeentebesturen en openbare diensten is het nu zowat verboden om Spaans te spreken. Op school wordt slechts 10 procent van de cursussen in het Spaans gegeven, veel te weinig. Cíudadanos pleit voor onderwijs in drie talen, met een evenredig aandeel voor Catalaans en Spaans, aangevuld met Engels. Daar kan ik me perfect in terugvinden’.

Hidalgo’s aversie voor nationalisme groeide mee op met het procés, het actief nastreven naar onafhankelijkheid dat volgens hem verstikkende vormen aannam. ‘De ondernemers van Santa Coloma hebben een eigen vereniging’, zegt hij. ‘Na het lanceren van het procés werden we uitgenodigd om openlijk onze steun toe te zeggen. We zouden erover stemmen, maar de voorzitter maakte vooraf duidelijk dat we in feite geen keuze hadden. Weigeren zou betekenen dat we de subsidie van de lokale overheid kwijtspeelden. Ik heb uit protest ontslag genomen uit die club’. Neutraal kun je Hidalgo niet noemen, maar hij kent wel zijn Catalaanse geschiedenis en serveert scherpe analyses. Lang voor het procés begon heeft Jordi Pujol, de historische leider van het gematigde Catalanisme die de deelstaat meer dan 20 jaar bestuurde, de bedding voor de separatische stroom uitgegraven. ‘Pujol had een ongeschreven missie’, zegt Hidalgo. ‘Op alle sleutelposten moesten nationalisten worden benoemd, en alle Spaanse symbolen moesten uit het straatbeeld verdwijnen. In de grootsteden had je altijd nog de offiiciële vertegenwoordiging van Madrid, vaak met een paar man van de Guardia Civil voor de ingang. Maar in rurale gebieden? Daar hebben ze al twintig jaar geen spoor van het koninkrijk meer gezien. Spanjaarden kennen ze alleen nog via de Catalaanse media, vaak in de hoedanigheid van corrupte bandieten. Toch vormen de nationalisten geen meederheid in deze regio, ik denk dat hoop en al 20 procent van de Catalanen echt voor onafhankelijkheid gewonnen is. Voor mij was dan ook niet 1-O de belangrijkste dag van het voorbije jaar. De massabetoging pro Spanje van 8 oktober, dat was het echte kantelpunt. Dat nationalisten massaal kunnen mobiliseren, wisten we al lang. Maar voor het eerst kwam de zwijgende meerderheid op straat, Catalanen die niet langer bang zijn om te tonen dat ze zich ook Spaans voelen. Dat was nieuw’. Een oplossing voor de poltieke patstelling is volgens Hidalgo niet meteen in zicht. ‘De emoties aan beide kanten lopen te hoog op. De ratio moet terugkeren, dan pas kan er over een compromis worden gepraat’.

rebellie

Geen politieke gevangenen? Met die boodschap moet je bij Susanna Barreda niet leuren. Ze verschijnt stipt op de afspraak, bij metrostation Guinardó. Klein en onopvallend, al is er één detail dat de aandacht van vele forenzen trekt. Op het revers van haar jasje zit een kleine gele strop, hetzelfde symbool dat in groot formaat de lege stoelen van verbannen of opgesloten parlementsleden siert. Geen vrijblijvend statement: Barreda is de vrouw van Jordi Sànchez die al sinds 17 oktober in de gevangenis zit. De leider van de onafhankelijkheidsbeweging ANC werd gearresteerd samen met Òmnium-voorzitter Jordi Cuixart. Geen politici, maar beiden erg invloedrijk. ANC en Òmnium vormen de motor achter alle vreedzame massabetogingen die de voorbije jaren het vriendelijke imago van het independentisme hebben gevormd. De ten laste gelegde feiten zijn omstreden. Op 21 en 22 september mobiliseerden de twee Jordi’s _ hun namen worden in Catalonië altijd in één adem genoemd _ tienduizenden betogers om de door Madrid georchestreerde sabotage van het referendum te verijdelen. Maar of ze massa hebben opgehitst toen enkele politiecombi’s ingesloten raakten en averij opliepen? Zelf houden ze vol dat ze hun achterban juist hebben proberen te kalmeren, toen de gemoederen verhit raakten door nodeloze provocaties vanwege de zwaar bewapende politie. De openbare aanklager is alleszins niet mals: net zoals Carles Puigdemont en andere politici worden de Jordi’s onder meer van rebellie beschuldigd, een misdrijf waar in Spanje een maximumstraf van 30 jaar op staat.

Susanna Barrida, vrouw van de opgesloten -leider Jordi Sanchez. (eigen foto)

Susanna Barreda, vrouw van de opgesloten ANC-leider Jordi Sànchez. (eigen foto)

Susanna Barreda werkt als psycholoog in een achterstandswijk van Barcelona. Haar cliënten, gezinnen en kinderen met allerlei psychosociale sores, hebben haar de voorbije maanden vaak moeten missen. ‘Mijn man zit in Soto del Real’, vertelt ze als we in een discrete hoek van een cafetaria zijn neergestreken. ‘Het is een reusachtig gevangeniscomplex nabij Madrid, meer dan 600 kilometer van hier. Alle Catalaanse gevangenen zitten zo ver van huis. Een bewuste strategie, ze proberen gevangenen te breken door hen van hun familie en geboortegrond te isoleren. Zo deden ze het ook met de ETA-gevangenen. Alleen: mijn man en de andere Catalanen hebben geen terroristische aanslagen gepleegd. De beschuldiging van rebellie is volstrekt ridicuul. Zie je, rebellie is een misdrijf dat in het strafrecht werd omschreven na de mislukte militaire staatsgreep van 1981. Waar zit in hemelsnaam de vergelijking? Onze strijd voor onafhankelijkheid is altijd principieel geweldloos verlopen. Veel Spaanse magistraten vinden het misbruik van de rebellie-aanklacht zelf onaanvaardbaar, net zoals ze erg kritisch zijn voor de manier waarop de voorlopige hechtenis wordt gehanteerd. Stel je voor, een van de verlengingen werd gemotiveerd met de overweging dat mijn man anders dreigde te recidiveren door opnieuw politieke actief te zijn of zelfs aan verkiezingen deel te nemen. En dan beweren dat het niet om politieke repressie gaat! Helaas wordt de vervolging gevoerd door het Grondwettelijk Hof en de Audiencia Nacional, de hoogste rechtscolleges van Spanje waarvan de magistraten politiek worden benoemd. De Partido Popular heeft ze de voorbije jaren vol gestouwd met reactionaire, aartsconservatieve elementen’.

Het huisreglement van Soto del Real laat één bezoek per week toe. Achter glas, slechts een keer per maand kan er in de familiekamer een knuffel worden gegeven. ‘Jordi wil niet dat de kinderen hem vanachter dat glas zien’, zegt Barreda. ‘Hij zit trouwens opgesloten met misdadigers van gemeen recht, van drugsdealers tot moordenaars. De meeste cipiers gedragen zich correct, ze snappen zelf niet waarom hij daar zit. Het is erg zwaar voor ons. Bezoek mag alleen van maandag tot en met donderdag, wanneer de kinderen op school horen te zitten. Mijn dochter van 17 heeft het erg moeilijk mee. Probeer zo’n puber maar eens uit te leggen waarom haar vader nu al zeven maanden in de gevangenis zit ‘.

Een keer heeft ze een negatieve opmerking gekregen, een zieke vergelijking tussen de gele strik en een Jodenster. Veel massaler is de solidariteit. De families van de negen gevangenen houden permanent contact, in heel Catalonië werden steuncomités opgericht die geld inzamelen om de gevangenen en hun gezinnen financieel en juridisch te ondersteunen. ‘Ze krijgen ons niet kapot’, zegt Barreda. ‘Met de repressie zal Spanje het omgekeerde bereiken van wat het beoogt: de afkeer van Madrid zal alleen groter worden en de roep naar onafhankelijkheid luider. Ik kom zelf helemaal niet uit een nationalistisch nest. Mijn ouders liepen nooit warm voor de Catalaanse zaak, maar nu staan ze 100 procent achter het onafhankelijkheidsideaal. Ze zijn niet de enigen’.

 

Leopold II versus Patrice Lumumba: de koloniale monumentenstrijd

Knack, 15 mei 2018

“Pas als we ons van die koloniale vooroordelen bevrijden, kunnen Afro-Belgen zich echt emanciperen”

Nergens in Europa staan meer koloniale monumenten dan in België. Tot stijgende ergernis van vele vooral jonge Afro-Belgen. Bordjes met context zullen niet volstaan. Sommigen willen Leopold II van zijn sokkel, in schande met de baard naar de grond gekeerd. De nakende inhuldiging van een Lumumbasquare in Brussel doet oud-kolonialen intussen het ergste vrezen. “Tervuren is in handen van gefrustreerde Congolezen gevallen”.

DSCF1019

De Bolwerksquare behoort tot de minder gezellige pleinen van de hoofdstad. Volk passeert er genoeg, de uitgang van metrohalte Naamsepoort zorgt voor een gestage stroom passanten. Zelden echter blijft iemand er langer dan noodzakelijk hangen. Shoppers slaan gezwind de Elsensesteenweg in, pendelaars benen met flukse pas naar de vele kantoren langs de Kleine Ring. Zou iemand de naam van de rommelige transitzone kennen? De kans is klein, maar daar komt binnenkort verandering in. Vanaf 30 juni heet deze plek officieel de Lumumbasquare. Ook wie geen straatnaamborden leest, zal er niet naast kunnen kijken. Op termijn moet er een monument verrijzen ter nagedachtenis van Patrice Emery Lumumba, de eerste premier van de onafhankelijke staat Congo die op 17 januari 1961 door politieke rivalen werd vermoord. Met impliciete maar effectieve Belgische steun, zo weten we sinds ons land op aanbeveling van de parlementaire Lumumba-commissie in 2002 excuses presenteerde aan de nabestaanden en aan het Congolese volk.

Toch zal de Bolwerksquare niet verdwijnen. De naamsverandering beperkt zich tot een hoekje van het plein dat op het grondgebied van Brussel-stad ligt. Bekend is dat de 19 hoofdstedelijke gemeenten niet uitblinken in het coördineren van beleidsmaatregelen. Dat verklaart evenwel niet waarom Elsene, bevoegd voor driekwart van de Bolwerksquare, weigert mee te stappen in het eerbetoon. Jarenlang hebben actiegroepen geijverd voor een Lumumbaplein achter de Sint-Bonifatiuskerk, in het hart van de ‘Congolese’ Matongéwijk in Elsene. Onbespreekbaar voor MR-burgemeester Dominique Dufourny die aan het hoofd staat van een coalitie met de PS, de partij nota bene van de Brusselse burgemeester Philippe Close die twee weken geleden juist uitpakte met zijn Lumumba-initiatief. Kenners van de hoofdstedelijke politiek spreken van een electorale zet. Anders dan algemeen wordt aangenoment telt Brussel-stad veel meer Congolese Belgen dan Elsene, in totaal een dikke 6.000. Potentiële kiezers dus die de PS op 14 oktober hoopt te verleiden. Zeker in Brussel-stad, waar socialisten en liberalen elkaar rauw lusten, telt iedere stem in strijd om het politieke leiderschap.

Che Guevarra

Bij Mireille Tsheusi-Robert heeft Close alvast gescoord. ‘Een uitstekende locatie’, zegt ze. ‘Het monument wordt zelfs zichtbaar vanaf de Kleine Ring. De Lumumbasquare wordt de nieuwe poort van de Matongéwijk’. Tsheusi-Robert is voorzitter van de Bamko, een feministische Afro-Belgische vereniging die met vier gelijkgezinde actiegroepen de campagne voor het Lumumba-eerbetoon trekt. ‘Dat doen we al sinds 2003’, zegt ze. ‘De eerste aanzet kwam van wijlen acteur en muzikant Dieudonné Kabongo. Geen toeval, er zijn veel artiesten die zich achter deze zaak hebben geschaard. Voor ons is dit is een grote stap: eindelijk erkenning van de rol die Congolezen in de geschiedenis hebben gespeeld. Ken je het gezegde? Jachtverhalen worden altijd door jagers en nooit door leeuwen verteld. Zo is het ook met manier waarop België naar zijn koloniaal verleden kijkt. Het perspectief van de de onderdrukten, de Congolese bevolking, ontbreekt volkomen. Dit is slechts een begin, ons doel is België echt te dekoloniseren. Bewustmaking is daarbij de voornaamste opdracht. Vooral het geschiedenisonderwijs moet beter. Een op de vier Franstaige scholieren weet niet eens meer dat Congo ooit een Belgische kolonie was’.

Ook Nadia Nsayi, beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Pax Christi en Broederlijk Delen, gewaagt van een doorbraak. ‘Ik was reeds als student in Leuven actief in deze campagne’ , zegt ze. ‘Natuurlijk is Lumumba omstreden. Veel Belgen houden hem verantwoordelijk voor het geweld dat onmiddellijk na de onafhankelijkheid is losgebarsten. Ook de Congolezen zijn verdeeld, vooral in de Kasai-streek nemen ze hem het bloedig neerslaan van de secessie kwalijk. Dat neemt niet weg dat Lumumba een icoon is van de dekolonisatie-strijd. Tot ver buiten Congo, je kunt zijn status haast vergelijken met die van Che Guevarra. Binnen de Afro-Belgische gemeenschap staat een overgrote meerderheid achter dit eerbetoon’. Nsayi hoopt dat Brussel navolging krijgt, bij voorkeur in steden die zichtbaar van de koloniale rijkdom hebben geprofiteerd. ‘Ik denk bijvoorbeeld aan Oostende en Antwerpen, mijn eigen stad. Het is nog niet zover, zeker onder het huidige stadsbestuur. Brussel, met zijn grote en goed georganiseerde Congolese gemeenschap, loopt vooruit. Maar ook in Antwerpen en andere Vlaamse steden stel ik een groeiende dynamiek vast. Die richt zich niet alleen op de figuur van Lumumba, het gaat om de manier waarop we op ons koloniaal verleden terugblikken’.

geamputeerde armen

Aan actiecomités en burgerbewegingen is er inderdaad geen gebrek. Afro-Belgen trekken de kar, vaak met de hulp van wisselende coalities waarin alle tinten links herkenbaar zijn, van syndicaal en groen over andersglobalistisch tot anarchistisch en klein-links. Niet zelden kristalliseert de locale dynamiek rond een monument of straatnaambord. Zo ook in Mons, het bolwerk van burgemeester en PS-voorzitter Elio Di Rupo die zijn Brusselse collega en partijgenoot Close in feite de loef heeft afgestoken. In september al keurde de gemeenteraad unaniem een motie goed om het portaal van het stadhuis met een Lumumbaplakaat op te smukken, en om alvast uit te kijken naar een geschikte straat of plein die de naam van de vermoorde Congolese premier zal dragen. Het plakaat komt te hangen tegenover een bronswerk met halfverheven figuren, in 1930 geplaatst als hulde aan de Belgische pioniers van Congo Vrijstaat. Bordjes in evenwicht, zo gaat de redenering.

De motie kwam er typisch genoeg na een betoging van dekolonisatie-activisten voor het standbeeld van Leopold II in Mons. Ze bepleisterden het monument met slogans en de intussen welbekende foto’s van werkonwillige rubberkappers met geamputeerde armen, bewijzen van de gruwelen die werden gepleegd toen Congo Vrijstaat nog als een privé-ondermening van de Belgische koning werd gerund. Het draaiboek voor de actie lag klaar. Te paard, ten voeten uit of als buste, standbeelden van de baardige monarch kregen het de voorbijen jaren hard te verduren. In januari werd de buste van Leopold II in het Dudenpark in Vorst door onbekenden ontvoerd en vervangen door een met vogelzaad afgewerkt exemplaar. Antikoloniale, iconoclastische guerrilla heeft intussen een lange traditie. Legendarisch was de actie van het anarchistische collectief De Stoete Ostendenoare dat in 2004 een hand van een beeld uit het monument ‘De Drie Gapers’ afzaagde. Het verminkte beeld stelde een Congolees voor, beaat opkijkend naar een imposant ruiterbeeld van Leopold II die volgens het opschrift de Congolezen van de slavernij der Arabieren heeft bevrijd.

 Pater De Deken

Aan vandalisme of iconoclasme heeft Seckou Ouologuem zich nooit gewaagd. De Antwerpse slam poet en performer met Malinese roots nam wel het voortouw bij een actie om pater Constant De Deken van zijn voetstuk in Wilrijk te halen. De missionaris-Scheutist staat te boek als een ontdekkingsreiziger en antropoloog, een kwalificatie die hem niet belette om zijn reiservaringen in Congo Vrijstaat met gierend racistische clichés te doorspekken. Decennialang had pater De Deken ongecontesteerd op zijn sokkel in zijn geboortestad gestaan. Na een tijdelijke verhuizing als gevolg van openbare werken zou hij naar de Bist terugkeren, zo stond in het bestuursakkoord dat N-VA, CD&V en Open VLD in 2012 voor het district hadden afgesloten. ‘Toen pas viel het ons op hoe flagrant racistisch dat beeld is’, zegt Ouologuem. ‘De missionaris plant zijn knie in de rug van een knielende Congolees, het lijkt wel een symbool van witte suprematie en zwarte onderwerping’. De verontwaardiging leidde tot de oprichting van Decolonizebelgium, een burgerbeweging van dichters, rappers en slammers uit verschillende landen. Het collectief maakte tijdens een sit-in zijn eis bekend: er moest een bordje bij het standbeeld met historisch correcte uitleg over de missionaris en zijn tijdsgewricht. Pas na lang soebatten stond het districtsbestuur een compromis toe. Decolonizebelgium mocht op eigen kosten een bordje maken, in samenwerking met het Koninklijk Museum voor Midden Afrika in Tervuren. Echt bevredigen doet die uitkomst niet. ‘Het beeld staat nog altijd op een prominente plek’, zegt Ouologuem. ‘Ze hebben er zelfs een spot op gezet zodat het ’s avonds des te meer opvalt’.

bron: standbeelden.be

bron: standbeelden.be

De polemiek, die meer dan een jaar aansleepte, legde een diepe kloof bloot. De actievoerders botsten op een muur van onwil en onverschilligheid. Waarom moeilijk doen over een monument dat in de loop der jaren met het straatbeeld was vergroeid? En mochten ze in Wilrijk alstublieft een beetje trots zijn op die ene telg die ooit geschiedenis heeft geschreven? In 2012 was Pater De Deken de spil van de jaarlijkse Erfgoeddag. Niemand was er over gestruikeld, en ook de bewoners van Pater De Dekenstraat hebben nooit geklaagd. ‘Voor het bordje met context moesten we samenwerken met de plaatselijke heemkundige kring’, zegt Ouologuem, ‘een club met nul diversiteit in de rangen. Ook daar bekeken ze De Deken louter als de onverschrokken ontdekkingsreiziger en bevlogen missionaris die zijn leven had gegeven om de zegeningen van het christelijk geloof op het donkere continent te verspreiden. Die onwetendheid leeft in heel Vlaanderen. Burgemeesters of lokale bestuurders weten niet hoe te reageren als ze met kritische vragen over koloniale monumenten worden geconfronteerd. Ze zijn allemaal universiair geschoold, maar tijdens hun hele onderwijstraject hebben ze geen woord over het kolonialisme gehoord, laat staan over Belgisch Congo’.

Anti-kolonialistische Denkmal

Moeten we koloniale monumenten uit het straatbeeld verwijderen en naar een museum verhuizen? Mireille Tsheusi-Robert en Nadia Nsayi klonken genuanceerd. Verwijderen hoeft niet meteen, maar contextualiseren is een must. Even belangrijk vonden ze aandacht voor de andere kant van het koloniale plaatje. ‘Het mag niet blijven bij één Lumumbaplein’, aldus Tsheusi-Robert. ‘Er moet veel meer publieke erkenning komen voor slachtoffers en tegenstanders van racisme en kolonialisme. Als feministe vind ik dat er ook vrouwen bij moeten. Iemand als Winnie Mandela verdient zeker een straat in België’.

Idesbald Goddeeris, professor koloniale geschiedenis aan de KU Leuven, pleit wel voor een selectieve beeldenstorm. ‘Natuurlijk kun je niet alle monumenten zomaar weghalen, zeker niet als ze in de lokale geschiedenis zijn ingebed. Maar ik verzet me tegen de eenzijdigheid van het straatbeeld. We hebben in België wel erg veel monumenten ter verheerlijking van ons koloniale verleden. De meeste dateren uit het interbellum, het hoogtepunt van de koloniaal-patriottische propaganda. Leopold II had de kolonie in 1908 aan België overgedragen, in een schandaalsfeer nadat internationaal commotie was ontstaan over wreedheden in Congo Vrijstaat. De monumenten moesten helpen om die pijnlijke bladzijde om te slaan en de bevolking warm te maken voor de koloniale onderneming. In een moeite door werden Leopold II en zijn hele Congo Vrijstaat gerehabiliteerd, dankbaar gebruik makend van de gezwollen patriottische sfeer en de monarchistische cultus rond koning-ridder Albert. Daarom staan er zoveel pioniers van de Vrijstaat op een sokkel, voornamelijk Belgische militairen die in feite slechts een klein aandeel hadden in de stichting. Voor de vele buitenlanders en missionarissen die een even grote rol speelden, was er veel minder brons of marmer beschikbaar’.

Niet alleen het aantal koloniale beelden, plakaten en naamborden maakt België uniek. Even frappant is volgens Goddeeris het ontbreken van de koloniale subjecten in de publieke ruimte. ‘In Londen staat Ghandi, nochtans een van de voortrekkers in de strijd tegen het Britse kolonialisme, op Parliament Square. Nederland heeft verschillende monumenten voor de slachtoffers van de slavernij, in Bremen staat een antikolonialistische Denkmal. Wij hebben niks, en precies daarom is het toekomstige Lumumbaplein in Brussel zo’n belangrijk symbool. Overigens, ik vind niet dat alle koloniale monumenten moeten verdwijnen. Laten we geval per geval oordelen, afhankelijk van de plaatselijke dynamiek. Maar gecontessteerde monumenten mogen voor mijn part weg. Gemeentebesturen weten doorgaans niet wat ermee aan te vangen. Waarom dan geen museum van koloniale propaganda oprichten, of een beeldentuin zoals in Boedapest of Moskou, waar ze een collectie communistische beelden in een park hebben gedropt. Het alternatief, de bordjes met context die de voorbije jaren bij verschillende beelden werden geplaatst, is niet efficiënt. De meeste van die teksten zijn wollig, onvolledig en naast de kwestie’.

Veel animo voor een afschot onder de koloniale monumenten heeft Goddeeris nog niet vastgesteld. Integendeel zelfs, er komen er nog bij. In 2008 werd in Deinze een vergeten beeld van Jules Van Dorpe, een houwdegen van de Congo Vrijstaat, prominent op een heraangelegd plein geplaatst. ”Het lokale bestuur zag het louter als een decoratieve opportuniteit’, zegt Goddeeris, ‘ze hadden wellicht geen benul van de bedenkelijke reputatie die aan Van Dorpe kleeft. Erger nog was Genval waar drie jaar eerder een borstbeeld van Leopold II in ere werd hersteld. Dat was geen onwetendheid maar pure symboliek. In koloniale kringen waren ze in die periode erg verbolgen over King Leopold’s Ghost, de bestseller van de Adam Hochschild die definitief het imago van Leopold II als koloniale massamoordenaar heeft gevestigd. Het beeld in Genval was daar een reactie op’.

Jacques de Dixmude

Waarmee meteen de vraag rijst: wie zit in de koloniale monumentestrijd in het kamp van Leopold en co? Identitair rechts lijkt een beredeneerde gok. De aanvallen op het koloniaal erfgoed kunnen gezien worden als de zoveelste veldslag in de sluipende cultuuroorlog. Afro-migranten die net zoals andere minderheden aan de historische grondvesten van onze witte maatschappij knagen. Maar zo eenduidig is het niet, blijkt uit een artikel dat Goddeeris in een historisch vakblad publiceerde. Pakweg tien jaar geleden stond het Vlaams Belang op de barricaden tegen Leopold II en zijn koloniale helden, een manier om de monarchie en de Belgische instellingen in discrediet te brengen. In Wilrijk echter wierp de plaatselijke partijafdeling zich op als onvoorwaardelijke verdediger van ‘onze’ Pater De Deken, belaagd als hij werd door gekleurde nieuwkomers van wie sommigen zelfs een islamitische geloofsovertuiging aankleefden. In Diksmuide voerde de N-VA het verzet aan tegen het pompeuze monument van Jacques de Dixmude, held van zowel de Congo Vrijstaat als van het Ijzerfront. Voor de gelegenheid stonden antikolonialisten en flaminganten schouder aan schouder, zij het niet per se met dezelfde motieven. Voor de N-VA was Generaal Jacques niet alleen een koloniale geweldenaar, maar vooral een franskiljon wiens standbeeld na WOI door het Belgisch establishment werd opgedrongen.

inlander kijkt bewonderend op naar Alphonse Jacques de Dixmude (foto: toerisme West-Vlaanderen)

inlander kijkt bewonderend op naar Jacques de Dixmude (foto: Westhoek.be)

De echte oppositie tegen de koloniale beeldenstormers zit uitgerekend bij datzelfde establishment. Misschien ligt het aan de leeftijd, maar de vertegenwoordigers zijn minder zichtbaar in het debat en vooral minder aanwezig in de sociale media dan de dekolonisatie-activisten. Wie heeft ooit gehoord van UROME-KBUOL, een koepel waarvan de Nederlandstalige afkorting staat voor Koninklijke Belgische Unie voor de Overzeese Landen? ‘We tellen 32 aangesloten verenigingen’, zegt woordvoerder Robert Devriese. ‘Samen zo’n 3.000 leden die banden hebben met Congo, Rwanda en Burundi. Ook twee Congolese verenigingen hebben zich aangesloten, een ervan draagt zelfs de naam van Leopold II. Weinig Belgen beseffen dat, maar vele Congolezen koesteren het grootste respect voor Leopold II als stichter van hun land’.

Devriese is een gepensioneerde diplomaat die in Congo werd geboren en getogen. Als 12-jarige maakte hij in Leopoldstad de onafhankelijkheid mee. Het Brussels eerbetoon aan hoofdrolspeler Patrice Lumumba ligt hem zwaar op de maag. ‘Het is hoog tijd om die figuur te demystifiëren’, zegt hij. ‘Lumumba was helemaal geen staatsman, de meeste Congolezen haten hem als de pest. Lumumba had veel bloed aan zijn handen, vraag dat maar in Kasai of in Katanga. Moet je zo’n man op een voetstuk plaatsen? Ik begrijp dat er een behoefte leeft aan monumenten voor Congolezen. Maar waarom polariseren? Voor mijn part mogen ze de Grote Markt in Brussel omdopen tot Plein van de Belgisch-Congolese Samenwerking. Of als ze per se een standbeeld willen: kies dan voor Etienne Tshisekedi, die heeft echt gestreden voor zijn volk. Ik heb dat allemaal opgeschreven in een open brief aan de Brusselse burgemeester. Niet dat ik me illusies maak, want dat hele Lumumbaplein is in de allereerste plaats een verkiezingsstunt. De stem van de Afro-Belgen weegt veel zwaarder dan de onze, want electoraal stellen oud-kolonialen niks voor’.

Museum van Tervuren

Dat betekent niet dat ze geen invloed hebben. Devriese maakt er geen geheim van dat hij en zijn medestanders politici hoog en laag aanklampen om hun punt te maken. Het verzet van Elsene tegen een Lumumbaplein werd mede door KBUOL ingefluisterd. De grote luisterbereidheid bij de MR hoeft overigens niet te verwonderen. Als het koloniale, koningsgezinde establishment ergens op de ledenlijst weegt, dan is het wel bij de Franstalige liberale partij waar een aristocratische stamboom weinig opzien baart. De overwegend bejaarde KBUOL-bestuurders hebben er intussen een dagtaak aan: reageren op iedere actie tegen koloniale monumenten. ‘Ze gaan echt te ver’, zegt Devriese. ‘In Hasselt wilden ze Leopold II neerleggen, met zijn gezicht naar de grond gekeerd, als teken van schaamte. Daar hebben we gelukkig een stokje voor gestoken, dank zij onze goede contacten met de burgemeester’. Dat koloniale monumenten een doorn in het oog zijn van Afro-Belgen, daar kan de gewezen diplomaat naar eigen zeggen geen enkel begrip voor opbrengen. ‘Daarmee bewijzen de actievoerders alleen maar hun gebrek aan historische kennis. Ja, de kolonisering van Congo draaide in de eerste plaats rond exploitatie en ging gepaard met onrecht en geweld. Dat was in alle kolonies het geval, maar België heeft er wel iets voor in de plaats gesteld. Bij de onafhankelijkheid in 1960 was Congo het rijkste land van Afrika. Kijk waar ze nu staan, drie generaties na de onafhankelijkheid’.

Intussen wordt in Tervuren naarstig gewerkt. In december gaat het vernieuwde Afrika-museum open, na een renovatie van 5 jaar die op 66 miljoen euro werd begroot. Naar de vernieuwde permanente tentoonstelling wordt reikhalzend uitgekeken. Voor de meeste Belgen is Tervuren de eerste en vaak ook enige kennismaking met zowel Midden Afrika als ons koloniaal verleden. Roger Devriese is er niet gerust op. ‘Het gaat de verkeerde kant op’, klaagt hij. ‘Tervuren is in handen gevallen van gefrustreerde Congolezen en fanatieke antikolonialisten. Stel je voor, ook daar wilden ze Leopold in de inkomhall strijk leggen, met zijn gezicht op het marmer. Gelukkig is Tervuren een beschermd monument waar ze zich niet alles kunnen veroorloven’.

Luipaardman

Bambi Ceuppens, als cultureel antropologe verbonden aan het Afrika Museum en nauw betrokken bij de transformatie, voelt zich niet aangesproken. ‘We gaan niet over een nacht ijs’, zegt ze. ‘Zo worden alle teksten door internationale peer reviewers nagelezen. Een permanente tentoonstelling bouwen is een zware verantwoordelijkheid, dat beseffen we heel goed’. Ze kan Devriese geruststellen: het wordt geen beeldenstorm noch een tabula rasa. Het in goudletters gevatte huldebetoon aan het genie van de louter door beschavingsijver gedreven Leopold II? Blijft gewoon zichtbaar in de majestueuze inkomhall.  ‘De stempel van Leopold II blijft nadrukkelijk’, zegt Ceuppens. ‘Niet alleen het gebouw maar ook de inboedel is beschermd. Tervuren blijft wat het altijd al was: het belangrijkste koloniaal monument van ons land. Binnen dat kader moeten we ons verhaal vertellen. Daar zit de breuk met het verleden: we gaan bijvoorbeeld veel meer aandacht besteden aan het hedendaagse Congo, en aan de manier waarop het koloniale verleden daarin blijft doorwegen. En ja, sommige iconische stukken verdwijnen uit de permanente tentoonstelling. Zoals de bekende Luipaardman, een beeld dat zowat alle racistische clichés over zwart Afrika en zijn primitieve bewoners samenvat. Maar de liefhebbers mogen gerust zijn: de Luipaardman blijft in Tervuren. We gaan die samen met soortgelijke beelden in een aparte ruimte ontsluiten’.

Luipaardman in Tervuren (foto: Afrikamuseum Tervuren)

Luipaardman in Tervuren (foto: Afrikamuseum Tervuren)

Ook binnen de Afro-Belgische gemeenschappen weerklinken kritische stemmen over de dekolonisatie-beweging. Volgens sommigen is het een symboolstrijd die de aandacht afleidt van de reële problemen die recent nog door de Koning Boudewijnstichting in kaart werden gebracht. De werkloosheid onder de 110.000 Congolese, Rwandese en Burundese Belgen ligt vier keer hoger dan gemiddeld, ondanks een bovengemiddeld opleidingsniveau. 80 procent van de respondenten noemde zich slachtoffer van racistische beledigingen en allerlei vormen van discriminatie, onder meer op de huisvestingsmarkt. Opvallend: de meesten legden een verband met de koloniale blik die op Afro-Belgen rust. Bambi Ceuppens is de laatste om zich daarover te verwonderen. ‘Zwaren worden in België nog altijd als minderwaardig bekeken’, zegt  ze. ‘Goed in dans en sport, maar onmogelijk serieus te nemen. Die paternalistische blik is sinds de onafhankelijkheid nauwelijks veranderd. Daarom is dit geen achterhoedegevecht. Pas als we ons van die koloniale vooroordelen bevrijden, kunnen Afro-Belgen zich echt emanciperen’.