ICT’ers over delokalisering: ‘Kennis overdragen is je eigen graf graven’

Knack, 23 november 2016

 

Decennialang vormden ICT en finance een gouden huwelijk. Werk gegarandeerd, aan de beste voorwaarden. Niet meer. ING België wil zijn ICT-divisie halveren, ook bij andere banken sneuvelen de informatici met bosjes tegelijk. Hun werk gaat buitengaats, naar India, Polen of een ander lageloonland met een boomende ict-industrie. Maar niet nadat de Belgische informatici hun functie en knowhow hebben overgedragen. ‘Ze pikken niet alleen ons werk maar ook onze kantoorstoel in’.

(scroll voor interview met pionier ICT-outsourcing Luc Vandergoten)

 

foto: Smartbiz.be

foto: Smartbiz.be

Dimitri kan niet kiezen. Heeft hij met zijn collega’s nu de tak afgezaagd waarop ze zelf zaten? Of is die andere metafoor nog accurater? Dat ze hun eigen graf moesten graven? Vooral dat laatste beeld werd de voorbije maanden bij ING vaak opgeroepen. Precies een jaar geleden viel op het hoofdkantoor aan de Brusselse Marnixlaan de aankondiging: de Master Control Room zou naar ING Polen verhuizen. De MCR is een cruciale schakel in de werking van een bank, de dienst staat in voor detectie en herstel van grote computerproblemen, genre websites of netwerken die plat gaan. Drie maanden later arriveerde de eerste lichting IT’ers uit Warschau. ‘Jonge twintigers’, zegt Dimitri. ‘Goed opgeleid, ze hebben er duidelijk de besten uitgepikt. Zo’n kennisoverdracht verloopt getrapt. Wij moesten de Polen gedurende vier maanden opleiden, zo’n vijftien tot  twintig tegelijkertijd. Daarna keerden ze naar hun land terug om onze kennis aan de anderen door te geven’.

Het hing natuurlijk in de lucht. Twee jaar eerder was ook al de Level 2 Support, de dienst die in actie schiet bij complexere problemen, naar Polen verhuisd. ‘Niet integraal’, zegt Dimitri. ‘Maar belangrijke platformen zoals Unix en Winfel worden nu helemaal vanuit Polen ondersteund, toch wel een transfer van 90 fte’s’. Full time equivalents, het begrip stemt hem bitter. ‘Zolang alles goed ging, spraken ze over ons als medewerkers. Nu er geherstructureerd wordt, zijn we fte’s geworden. Typisch managersjargon. Bij ING vermijden ze bijvoorbeeld angstvallig het woord outsourcing. Dat klinkt slecht, het werk uitbesteden aan een externe partner. Wij gaan de MCR niet outsourcen maar offshoren, luidde het, want het werkt blijft in eigen huis. Dat zal wel, maar evengoed zijn wij hier in België onze job kwijt. De voorbije jaren werden trouwens al  administratieve diensten naar Manilla verhuisd. En op de afdeling naast de onze loopt het vol Indiërs, externen die COBOL programmeren. Om maar te zeggen, echt vies van outsourcing zijn ze nu ook weer niet.’

VervangPool

De terminologie is verwarrend. Outsourcing, een duur woord voor uitbesteding, hoeft helemaal geen delokalisering te impliceren, doorgaans is de externe partner in België actief. Feit is dat er de komende jaren bij ING nog meer zal worden geoffshored en geoutsourced. Op 4 oktober kondigde de Nederlandse bankenreus het wereldwijd schrappen van 7.000 banen aan. De helft van de krimp wordt in België gerealiseerd, het grootste sociale bloedbad sinds de sluiting van Ford Genk. Dat ING Belgium vorig jaar nog  1 miljard euro winst boekte, vormde geen belet. ‘Het dak moet je repareren wanneer de zon schijnt’, luidde de commentaar van Ralph Hamers, de Nederlandse ING-topman die zelf een zonnig jaarsalaris van 1,6 miljoen euro beurt. Het collectief ontslag valt onder de Wet Renault, de vakbonden buigen zich momenteel in het kader van de verplichte raadplegings- en informatieronde over het plan. De grote lijnen zijn evenwel bekend. De meeste banen sneuvelen bij een drastische afslanking van het kantorennet, maar ook de ICT-afdeling wordt bijzonder zwaar aangepakt. ING zou mikken op een halvering tegen 2021, van 1200 naar 600 IT’ers. Een deel van de banen zou naar Nederland verhuizen, bedoeling is België en Nederland op één ICT-platform te schoeien. Maar ook een verdere delokalisering van ICT-diensten naar lageloonlanden staat in de sterren geschreven. Tegelijkertijd kondigt ING een digitale revolutie aan. De bank wil onder meer inzetten op vernieuwende  apps die van een smartphone een mobiel bankkantoor maken. Paradoxaal genoeg zal dat deze transitie zware investeringen vergen… in ICT.

Voor Dimitri maakt het eigenlijk niet veel meer uit, eind december wordt zijn dienst _ zo’n 40 fte’s _ opgedoekt. ‘De overdacht is voltooid’, zegt hij. ‘We zitten hier onze laatste weken te kloppen als back-up. Ik zou eventueel bij ING kunnen blijven, zoals enkele collega’s die een nieuwe functie hebben aangenomen. Maar dat betekent fors inleveren op het variabel deel van je loon. Dat gaat me te ver, bovendien zie ik nog weinig carrièremogelijkheden bij een bank die haar ICT-afdeling  halveert’. Hij wil het benadrukken: zijn Poolse collega’s neemt hij niets kwalijk. ‘Voor hen is het een buitenkans, ik zou in hun plaats ook niet twijfelen. Sommige collega’s hadden het er wel moeilijk mee, de sfeer was bijwijlen grimmig. Zo’n kennisoverdracht verloopt niet één op één, het is niet zo dat iedere Belg een VervangPool moet opleiden. Bij mij verliep het contact vlot, ondanks de de culturele verschillen. Polen hebben het bijvoorbeeld erg moeilijk om hun ongelijk toe te geven. Zelfs als je hun logs met de foute codes printte en onder hun neus wreef, bleven ze discussiëren’.

tandengeknars

Finance en ICT vormden altijd een gouden huwelijk. Werk verzekerd, tegen voorwaarden waar alleen de petrochemie aan kon tippen. Die tijd is voorbij. De financiële crisis van 2009 heeft in België de globale tewerkstelling in de financiële sector met 17 procent doen afnemen. Dat ICT zwaar in de klappen deelt, heeft ook met de voortschrijdende digitalisering te maken. Decennialang was informatica vooral slecht nieuws voor de lagere geledingen van de administratie. Typistes, boekhouders, bedienden, hele legers werden door computerprogramma’s vervangen. Intussen echter is de slang haar eigen staart aan het opeten. Smart apps, financiële robots, zelflerende systemen, het zijn IT’ers die de scalpels ontwikkelen waarmee nu ook banen van andere IT’ers worden weggesneden. Digitalisering is trouwens het argument dat door de ING-top werd ingeroepen om de voorgenomen slachting te verantwoorden. In vakbondskringen echter wordt die uitleg niet zomaar geslikt. ‘Digitalisering schept ook nieuwe banen”, zegt Geert Haverbeke die als adjunct-secretaris BBTK de bankensector in de regio Brussel volgt. ‘ING gebruikt het als drogreden, in feite is dit is een zuiver kostenverhaal. Banken gaan resoluut voor low cost, zelfs de nieuwe banen worden naar lagelonenlanden verhuisd. Dit is sociale dumping op Europese schaal’.

ING is geen trendzetter, die titel valt eerder KBC te beurt. Twintig jaar geleden al is de Vlaamse bankverzekeraar begonnen met het uitvlaggen van ICT-onderdelen. Daarmee volgde de bank het voorbeeld van andere sectoren. Colruyt is een absolute pionier, maar ook Belgacom en Bekaert vonden al halfweg de jaren negentig de weg naar India. Het Zuid-Aziatische land is nog altijd kampioen ICT-offshoring, op verre afstand gevolgd door Filippijnen. Beide landen zijn vooral populair voor volumewerk zoals programmeren en nachtverwerking. Dank zij het tijdsverschil met het Verre Oosten zitten klantendossier de volgende ochtend kant en klaar in de mailbox van de Belgische correspondent.  Binnen een straal van 3.000 kilometer spreekt men van nearshore. Polen is sinds jaar en dag de voornaamste bestemming, maar Roemenië en Bulgarije komen opzetten. Dank zij de geografische en culturele nabijheid biedt nearshoring meer mogelijkheden dan offshoring. Heel wat Europese banken en telecom-operatoren hebben complexe ICT-diensten naar dochterbedrijven of externe partners in Oost-Europa overgeheveld. Niet alleen de privé-sector delokaliseert. Bij de vakbonden van overheidsbedrijf B-Post heerst momenteel grote ongerustheid over plannen om de ict-afdeling naar India te verhuizen.

Al die operaties gaan onvermijdelijk gepaard met een lang en vaak moeizaam proces van kennisoverdracht. Tandengeknars en een occasionele vloek zijn daarbij niet van de lucht. De Belgische IT’ers beseffen maar al te goed dat ze zichzelf overbodig maken. Voor ontwikkelingswerkers is dat misschien het hoogste goed, voor informatici ligt dat helemaal anders.

front office work

‘Je hebt geen keuze’, zegt Jeroen.  ‘Bij ons kwam er protest, maar het management maakte daar korte metten mee. Kennis overdragen was een contractuele plicht, dwarsliggers konden vanwege een zware fout worden ontslagen’. Jeroen werkt bij IS4F, een financiële ICT-dienstverlener met een voorgeschiedenis. IS4F is gegroeid in de schoot van Dexia, de bankengroep die ontstond na de fusie van het Gemeentekrediet, Bacob en Artesia. Na de ontmanteling van Dexia en de doorstart als staatsbank Belfius, ging de ICT-afdeling in 2013 in de uitverkoop. Zo werd IS4F met zijn 390 medewerkers een 90 procent dochter van de Amerikaanse softwaregigant IBM. ‘Het contract bepaalde dat er geen naakte ontslagen zouden vallen’, zegt Jeroen.  ‘We konden blijven, met dien verstande dat we in een ambitieus outsourcingsplan werden ingeschakeld. Meer dan de helft van de activiteiten zijn intussen al naar IBM Polen overgeheveld, goed voor 220 fte’s. Bij de overname werd ons beloofd dat het werkverlies zou gecompenseerd worden. Na een overgangsperiode van twee jaar zou IBM voor ons nieuwe klanten zoeken. Dat is echter niet gebeurd, en de toekomst is één groot vraagteken. Het contract met Belfius, onze enige klant van betekenis, loopt in 2020 af. We beginnen te vermoeden dat IBM een verborgen agenda heeft. Ze hebben ons alleen overgenomen om in te breken in de markt van de financiële ICT-dienstverlening. Misschien is tegen 2020 al het werk naar Polen verhuisd en worden we gewoon opgedoekt’.

Niet alleen IBM maar ook Belfius komt als winnaar uit deze operatie. In het contract met IS4F is een ski slope ingebouwd: de bank betaalt tot 2020 ieder jaar 8 tot 10 procent minder voor de geleverde IT-diensten. ‘Daarmee staat onze rentabiliteit onder zware druk’, zegt Jeroen.  ‘Alleen door maximaal te outsourcen blijven we uit het rood. Voor het Belgisch personeel is het balen, want er is gewoon te weinig werk. Tot 2020 zijn we zeker van onze baan, maar door de malaise zijn er heel wat spontane afvloeiingen. Het managament moedigt dat aan, er is een voluntary leave plan met premies voor vertrekkers. De druk neemt ook subtielere vormen aan. Systeemingenieurs die hun functie al aan de Polen hebben overgedragen, krijgen het voorstel om front office work te doen. Ver beneden hun competentieniveau, maar ze durven niet weigeren uit angst voor ontslag’.

Mechanical Turk

Stephan, een rijpe vijftiger, IT’er bij Beobank, studeerde begin jaren tachtig af. Na een periode ven werkloosheid schoolde hij zich om tot informaticus, een transformatie die vele generatiegenoten ondergingen. ‘De computer beleefde zijn grote doorbraak’, zegt hij, ‘maar er waren nauwelijks gediplomeerde IT’ers. Banken begonnen zoals andere grote werkgevers hun eigen specialisten te vormen. Een gezond stel hersenen en voldoende motivatie, meer had je niet nodig om een goede IT’er te worden. Vandaag leven we in een andere wereld. De impact van digitalisering in de dienstensector moet je vergelijken met die van de automatisering in de industrie dertig jaar eerder. Toen werden ontslagrondes gedeeltelijk gecompenseerd door het scheppen van nieuwe banen. Of door arbeidsduurvermindering, zoals eind de jaren negentig in de bankensector. Dat milderend effect speelt nu niet, precies omdat digitalisering met massale outsourcing gepaard gaat. Okay, er moeten nieuwe apps worden ontwikkeld, maar dat is alleen voor de happy few weggelegd. De bulk van het ICT-werk stroomt weg naar lagelonenlanden. Ik zie een zorgwekkende tendens in de hele dienstensector: steeds meer mini-jobs zonder volwaardig statuut. Freelance programmeren of data-input voor 10 euro per uur, de aanbiedingen staan op gespecialiseerde websites zoals Upwork of _ de naam alleen al _ Mechanical Turk’ .

Beobank ontstond in 2013, uit de fusie van BKPC met de eerder door het Franse Crédit Mutuel overgenomen Citibank Belgium. Ook Stephan komt van Citibank waar hij verschillende delokaliseringoperaties heeft meegemaakt. ‘Op de duur werden alle belangrijke platforms in het buitenland beheerd. De Belgische IT’ers speelden vooral nog een rol als go between tussen de gebruikers en de externe IT-leveranciers. Wij waren het ook die snel ontwikkelingen moesten leveren om in te spelen op nieuwe marktomstandigheden of veranderende wetgeving. Dat was moeilijk, want door de delokalisering gaat veel flexibiliteit verloren. Citibank ging heel ver. Administratieve processen zaten in Manilla en Bangalore, technische controles in Polen, het callcenter voor klanten opereerde vanuit Barcelona’. Ook Stephan heeft meermaals zijn kennis moeten overdragen aan een buitenlandse lagelonencollega. ‘Vooral met Indiërs was dat een aparte ervaring. Vlakaf ‘neen’ zeggen is in hun cultuur ongepast, je moet uit hun toon en lichaamstaal zien af te leiden wat ze bedoelen. Sommigen vertelden wel openhartig over de ellendige werkomstandigheden in Bangalore. Werkdagen van 12 uur, voor 600 euro in de maand. Er zijn special trade zones waar vakbonden worden geweerd, dat zegt genoeg’.

Er zijn niet alleen succesverhalen. KBC heeft een stuk van zijn ICT opnieuw vanuit Polen teruggehaald, geïnscourced heet dat. Teveel technische problemen, teveel klachten van ontevreden gebruikers. Stephan kijkt er niet van op.  ‘Vaak zijn het externe consultants die leuren met delokalisering als mirakeloplossing. Op Powerpoints ziet het er met die lage lonen ook mooi uit, zeker in de ogen van managers die onder druk van de aandeelhouders naar maximaal rendement streven. Wat zo’n Powerpoint echter niet toont zijn de communicatieproblemen, het kwaliteitsverlies en tenslotte de boze klanten. Bij Beobank hebben ze intussen trouwens alle gedelokaliseerde diensten teruggeroepen, naar België en Frankrijk’.

COBOL-programmeur

Delokalisering kan op twee manieren. In de klassieke vorm verhuist het werk naar een lagelonenland. Steeds vaker echter blijft het werk waar het is en komt de laagloon-IT’er naar België. Op de vloer circuleren daarover cynische grapjes. ‘Ze pakken niet alleen ons werk af, nu pikken ze ook nog onze kantoorstoel in’. Vaak zijn het Indiërs die zich voor dit soort uitzendwerk lenen. Het fenomeen kreeg een forse boost toen België en India in 2009 een sociale zekerheidsverdrag afsloten. Indiërs kunnen voor een periode van maximaal vijf jaar gedetacheerd worden. Ze werken onder een Indiaas contract met minimale RSZ-bijdragen, als  voornaamste beperking geldt dat ze niet onder het Belgisch minimumloon mogen duiken. Het bilateraal verdrag was koren op de molen van gespecialiseerde outsourcers. Dat zijn geen kleine jongens, bekende Europese consultants zijn Capgemini en Accenture. Hun voornaamste concurrenten komen uit India. Tata Consultancy Services, Infosys, Cogniscient, Wipro, Tech Mahindra, het zijn zonder uitzondering mondiale spelers met indrukwekkende omzet- en personeelscijfers. TCS claimt 350.000 hoogopgeleide IT’ers in 45 landen, de andere drie schommelen tussen de 100.000 en de 200.000 consultants.

Jef Loos van het in ICT-outsourcing gespecialiseerd onderzoeksbureau  Whitelane Research ziet de markt alleen maar groeien. ‘ICT-outsourcing is in België goed voor 1,5 miljard euro’, zegt hij. ‘Daarvan gaat een derde offshore, vooral naar India. Gemiddeld 50.000 euro per kop, dat maakt 8.000 buitenlandse IT’ers die voor Belgische bedrijven werken. Al onze klanten geven aan dat ze nog meer willen offshoren. Logisch met een gemiddelde kostenreductie tussen 35 en 50 procent. Dat voordeel geldt evenwel alleen voor grote bedrijven. Een helpdesk van 7 man moet je niet naar India offshoren, daar bestaan lokale oplossingen voor’.

Een gewezen medewerker van Atos Worldline, nummer één in bankterminals en electronisch betaalverkeer, getuigt anoniem. ‘In een eerste fase probeerden ze ons te paaien. Dat we ons geen zorgen hoefden te maken. De Indiërs gingen alleen het bandwerk doen, programmeren en back-office. Wij zouden ons voortaan op het betere werk kunnen toeleggen. Dat klinkt goed, een COBOL-programmeur mag zich ineens een analist wanen. Maar na een poosje zie je dat ook het zogenaamd betere werk zoals analyse en testen naar India verhuist’.

pure horror

Soms gaat het goed mis. In april 2014 heeft telecomoperator Mobistar zijn 137 man sterke IT-afdeling aan Tech Mahindra verkocht. Bij een dergelijke bedrijfsoverdracht biedt de nationale cao 32bis waarborgen aan het personeel. Salaris, anciënniteit, ontslagregeling, de overgang moet voor werknemers zo neutraal mogelijk verlopen. Die beperkingen stonden  een drastische delokalisering geenszins in de weg. Hele servicepakketten verhuisden naar India, en tegelijkertijd kwamen tientallen Indiërs naar Brussel en Charleroi om het werk on site over te nemen. Yves, een Franstalige analist met gevoel voor sarcasme, heeft willens nillens aan zijn eigen Kaltstellung meegewerkt. Welke anekdote eerst vertellen? Die van de vrouwelijke consultant aan wie hij als analist met 20 jaar ervaring zijn kennis en verantwoordelijkheid moest doorgeven? Dat ze met twee vingers typte, deed al een alarmbel rinkelen. Na enkele sessies werd haar gebrek aan kennis en inzicht pijnlijk en verdween ze van het toneel. Een andere keer moesten ze een piepjonge Indiër stap voor stap door een handleiding loodsen. Het proces stokte telkens weer omdat hij niet snapte dat hij de commandoregels integraal moest copypasten. ‘Er zijn ongetwijfeld heel veel briljante Indiase informatici’, zegt Yves. ‘Maar die werken niet voor 600 euro in de maand bij Tech Mahindra, een bedrijf dat zelfs in India een bedenkelijke reputatie heeft. Komt daarbij dat Mobistar een verlieslatende account is. Geen detail als je weet dat  Indiërs een stuk van hun verloning uit bonussen op hun account puren. Gevolg: een torenhoog verloop. Zowat de helft van onze Indiërs is na een paar werken spoorloos verdwenen. Dan stuurden ze een paar nieuwe krachten en konden we weer van nul herbeginnen met onze kennisoverdracht’.

Uitputtend is het woord dat het voor hem allemaal samenvat. ‘Vooral communiceren was aartsmoeilijk. Indiërs zeggen altijd yes, maar dat betekent helemaal niets. Als je een probleem rapporteerde, begon het pingpongspel. Niemand wil verantwoordelijkheid dragen, er wordt over en weer gemaild en mist gespoten tot de vraag bij een sukkelaar belandt die echt niet meer kan weigeren. Een simpele kostennota indienen, daar was ik een dag mee kwijt’. Ook Wilfried, een collega met dertig jaar ICT-ervaren op de teller, noemt de communicatie pure horror. ‘Dan zit je daar een uur uitleg te geven over een project waaraan je twee jaar hebt gewerkt. Als je vraagt of het allemaal duidelijk is, zegt die Indiër yes. Een verdiepende vraag, een blijk van interesse, vergeet het maar. Ik kreeg vaak het idee dat het hen geen bal interesseerde. Pas op, ze zijn altijd even vriendelijk. Maar van integratie is geen sprake, ze zitten en eten altijd apart’.

sterfhuisscenario

Zowel Yves als Wilfried hebben recent hun C4 gekregen. Tech Mahindra Belgium heeft in mei het statuut van onderneming in moeilijkheden aangevraagd. Eind deze zomer werden 55 van de resterende Belgische IT’ers collectief ontslagen volgens de procedure Renault. ‘Tech Mahindra heeft zich compleet mispakt’, zegt Wilfried. ‘Door slecht management was de IT van Mobistar een kluwen van systemen en satellieten geworden. Geen probleem, dachten de Indiërs, we gaan alles slopen en door één performant systeem vervangen. Vandaar hun roekeloos bod met een degressief tarief, van 43 miljoen in het eerste jaar naar 6 miljoen in 2020. In ruil daarvoor garanderen ze Mobistar niet alleen business as usual maar ook de nodige innovaties. Veel te hoog gegrepen, is gauw gebleken, ze kunnen de technische uitdaging niet aan. Ook Mobistar komt hier slecht uit. Financieel winnen ze, tenminste op de korte termijn. Maar de weinige IT’ers die ze nog in dienst hebben, staan op de rand van een zenuwinzinking. De onverwerkte tickets, probleemmeldingen en vragen voor aanpassingen, stapelen zich hier op. De bestaande systemen aan de praat houden, lukt nog net. Maar innovaties testen en installeren? Een nachtmerrie, ook voor mezelf en mijn collega’s die het allemaal met verbijstering zien gebeuren. Vanaf de zijlijn, want eens je functie overgedragen, heb je niks meer om handen. Heel wat Belgische collega’s zijn de voorbije maanden gewoon thuis gebleven, op vraag van het management. In feite zaten we van bij de overname in een sterfhuisscenario, het collectief ontslag is gewoon het  sluitstuk’.

De hele toestand ligt hem zwaar op de maag. ‘Hoe kan het dat een Belgisch hightech bedrijf aan een buitenlandse, technologisch inferieure partner wordt verkwanseld, stelt hij een retorische vraag. ‘Vergis je niet, de Indiërs zijn niet de dupe. Tech Mahindra heeft in 2014 wereldwijd 113 telecom- en databedrijven overgenomen. Strategisch slim gezien, data zijn dé grondstof van de toekomst. Eén verlieslatende account in little Belgium, daar malen ze niet om. De echte verliezer, dat is de Belgische staat die belastinginkomsten en RSZ-bijdragen misloopt. Zoals Mobistar zijn er tientallen bedrijven. Doorgaans loopt de delokalisering veel vlotter, maar dat is mijn punt niet. Tech-jobs delokaliseren komt neer op een verarming van onze samenleving. Ga ’s morgens eens in Diegem en Zaventem kijken. Hotels en logementen zitten vol Indiërs, je ziet ze iedere morgen uitzwermen naar de vele ICT-bedrijven in de regio. Dat zijn dus allemaal banen die aan de Belgische arbeidsmarkt worden onttrokken. Maar het ergste van al: als het zo doorgaat zijn we straks een groot stuk van onze knowhow onherroepelijk kwijt. Ook voor de bescherming van de privacy en de strijd tegen fraude is dit erg problematisch. Ik weet wel wat de pleitbezorgers van delokalisering zeggen. Dat er te weinig informatici beschikbaar zijn. Nonsens, dit is geen knelpuntberoep. Met de huidige uitstroom is het leger werkloze Belgische IT’ers snel aan het groeien’.

knelpuntberoep

Analist-ontwikkelaar is nochtans een vaste waarde In de jaarlijks VDAB-top 15 van knelpuntberoepen. Agoria, de federatie van technologiebedrijven, klaagt om de haverklap over de vele ICT-vacatures die niet ingevuld raken. ‘Er zijn inderdaad vacatures genoeg’, beaamt Yves die zelf aan het solliciteren is. ‘Maar waarom raken ze niet ingevuld? Niet omdat er onvoldoende IT’ers zijn, maar omdat ze onredelijke eisen stellen. Drietalig, totale flexibiliteit, minstens vijf verschillende programmeertalen beheersen, en dat alles voor 3.200 bruto in de maand. Okay voor pas afgestudeerden, maar voor ervaren informatici zijn die voorwaarden beledigend. IT’er is een zware job met veel verantwoordelijkheid. Je  moet dag en nacht beschikbaar zijn om problemen op te lossen. Een systeem dat plat gaat, dat is stressen tot je erbij neervalt. Wij IT’ers kennen onze waarde, we gaan niet braderen met onze salarissen’.

Zou het niet kunnen dat die oudere IT’ers de rol hebben gelost? Dat ze niet overweg kunnen met JavaScript, Python, SQL en al die andere talen die onder websites, apps en cloud-toepassingen schuilen? ‘Naast de kwestie’, vindt ervaren rot Stephan. ‘Het punt is dat werkgevers niet meer willen investeren in 40-plussers. Zelf niet IT-ers omscholen tot informatici? Ik ben er langs die weg ingerold, maar vandaag zie ik dat niet meer gebeuren. Werkgevers zijn verwend, IT’ers moeten vanaf de eerste dag renderen. En als ze die in België niet vinden, zoeken ze die wel in India of Polen’.

 

$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$

Luc Vandergoten, pionier ICT-outsourcing

Delokaliseer alleen wat je zelf goed kunt. ICT-problemen delokaliseren is vragen om nog grotere problemen”

Luc in US-1

 

Luc Vandergoten (general manager Contrast Consulting, lid directiecomité Agoria Brussel) mag zich een van de Belgische pioniers in ICT-delokalisering noemen. Zijn allereerste project zette hij eind jaren 80 bij chemiereus DuPont op. Internet of e-mail bestonden nog niet, alles moest via de post worden uitgewisseld. Het project strandde toen bleek dat de respectieve mainframes niet compatibel waren. Vandergoten, lange tijd bij Real Software, richtte een ICT-consultancy bedrijf voor de financiële sector op. Zo was hij nauw betrokken bij de Indiase avonturen van KBC.

- waarom zit het outsourcen van ICT in de lift?

Vandergoten: Noodzaak, er zijn gewoon onvoldoende inzetbare IT’ers op de markt. Probeer in België maar eens tien Java-ontwikkelaars te vinden. Onmogelijk, terwijl je dat in India in twee dagen voor mekaar hebt.

- intussen groeit de pool van voornamelijk oudere IT’ers die bij de vele herstructeringen hun baan hebben verloren. Ze raken nog moeilijk aan de bak, volgens de vakbonden omdat werkgevers niet in 40-plussers willen investeren…

Vandergoten: Dat is kort door de bocht. Omdat ICT zo snel evolueert, is permanente bijscholing een noodzaak. Toch zijn er al te veel IT’ers die vijftien jaar in dezelfde routine blijven hangen. Dan moet je niet verbaasd staan als je op de arbeidsmarkt weinig kansen krijgt. Maar is dat de verantwoordelijkheid van de werkgevers? De inspanningen moeten langs beide kanten komen.

- is het niet gewoon een plat kostenverhaal, zoals bij industriële delokalisering?

Vandergoten: ICT outsourcen is niet per se goedkoper. Er komt heel veel overhead bij kijken, zoals reiskosten en governance. Voor kleine bedrijven heeft het weinig zin, en zelfs grote spelers denken beter twee keer na vooraleer ze eraan beginnen. Een van mijn vuistregels: delokaliseer alleen wat je zelf goed kunt. ICT-problemen delokaliseren is vragen om nog grotere problemen.

 - delokaliseren vergt kennisoverdracht door Belgische IT’ers. Een lastige oefening?

Vandergoten: Het is niet populair, daar moeten we niet flauw over doen. Het gebeurt wel eens dat Belgische IT’ers een deel van hun kennis moedwillig achterhouden. Uit frustratie, of om het ongelijk van het management te bewijzen.

- we noteerden horrorverhalen over communicatieproblemen, vooral met Indiase IT’ers. Klinkt dat vertrouwd in de oren?

Vandergoten: Indiërs combineren een grote trots en zelfbewustzijn met een cultureel bepaald onvermogen om neen te zeggen. Een moeilijke combinatie die een speciale aanpak vergt. Om iets gedaan te krijgen moet je heel precieze technische specificaties geven. En dan nog blijven ze discussiëren, je belandt algauw in een wij-zij-tegenstelling. Je moet bovendien korte deadlines opleggen, anders blijft het oeverloos aanslepen. Ik heb zelf een product in Bangalore laten ontwikkelen. Het schoot niet op, ze bleven maar tijd rekken en haarklieven over de specificaties. Het is pas vlot beginnen lopen, toen ik in Brazilië een derde partij vond om de ontwikkelingen te testen. In Rio de Janeiro kostten ICT-testers toen 80 euro per dag, vier keer minder dan in België. Het was een gouden zet, want ineens konden de Indiërs hun problemen niet langer aan de slechte specificaties uit België wijten. Brazilië was bovendien een veel leukere reisbestemming dan India, al moest je er ook enkele culturele bijzonderheden voor lief nemen. Met carnaval waren onze testers dagenlang van de aardbomen verdwenen. (lacht)

 

 

Een gedachte over “ICT’ers over delokalisering: ‘Kennis overdragen is je eigen graf graven’

  1. Bert Michielsen

    akkoord over outsourcing, niet over het geheel. ik kan alleen maar naar mijn eigen ervaringen kijken. ik werk al bijna 8 jaar als consultant. bij FOD’s zijn ganse IT-afdelingen externe consultants, met enkel nog een manager als intern werknemer. Bij grote industriele bedrijven idem. Of mediamaatschappijen. ik moet wel zeggen, bij een bank of verzekeringsmaatschappij heb ik nooit gewerkt. maar ik heb in al die jaren nooit een indier gezien op de werkvloer van een IT-afdeling hier in ons land. Wat mij wel heeft gefrappeerd zijn die uitspraken op het laatst van die senior-analist/programmeurs. zever in pakskes van die mensen. Spijtig voor hun ego maar die mensen zijn echt out vrees ik. Met een t jawel. Het gaat tegenwoordig verschrikkelijk snel. Angular, Knockout, Azure, Cloud, Internet Of Things, Big Data, noem maar op. Cobol, dat is de prehistorie. Die mensen zijn hun loon niet meer waard, met alle respect, jammer voor hun ego. Ik wordt zelf ook elke dag gewaar dat als ik 6 maanden niet meer bijstudeer inzake nieuwe ontwikkelingen ik achterop raak. zo snel gaat het. weet je wat een probleem aan het worden is? dat in het hoger onderwijs een technologie waarin een eerstejaarsstudent wordt opgeleid tegen zijn laatste jaar al passee is. maar dat is een ander debat. maar in elk geval, de consultants waarmee ik samenwerk of heb samengewerkt de laatste jaren zijn allemaal meestal belgen, altijd europeanen. en ik zie zelf op dit moment geen reden om daar angst over te moeten hebben. ik zit natuurlijk wel in applicatie-ontwikkeling, niet in backend of mainframe-ontwikkeling. en tot slot wat betreft de teloorgang van knowhow in ons land, vind ik het echt heel kort door de bocht om dat te wijten aan offshore outsourcing. Het aspect van brain-drain blijft toch wel onderbelicht. Veel veelbelovende afgestudeerden zien het nog altijd als het summum om naar San Francisco East Bay of Sillicon Valley te kunnen trekken, en wie het kan, doet het ook. Daar is ook werk aan de winkel zou ik zeggen.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>