Litouwers tanken patriottisme in het Genocidemuseum

Knack, 10 mei 2017

 

Angst voor het Russische gevaar loopt hoog op in de Baltische staten. In het Litouwse Rukla proberen Belgische NAVO-militairen de ongerustheid te bedaren. Vliegtuigen of tanks hebben de Litouwers niet, patriottisme des te meer.

 

NAVO-vliegtuigen patrouilleren in Baltisch luchtruim. Scramble's met Russische Sukhois zijn schering en inslag

NAVO-vliegtuigen patrouilleren in Baltisch luchtruim. Scramble’s met Russische Sukhois zijn schering en inslag (foto: Navo)

Geen school vandaag in Litouwen, de jeugdbeweging mobiliseert. Een groepje tieners met twee volwassen begeleiders staat aan te schuiven bij het Museum of the Genocide Victims.  in Vilnius. Het duurt nog vijf minuten voor de poort open gaat, ze nemen alvast enkele selfies bij het monument op het museumplein dat eveneens aan de ‘genocide victims’ is opgedragen. De naam kan buitenlanders op het verkeerde been zetten. Het gaat niet over de shoah, ook al werd een van de zwartste pagina’s uit die geschiedenis in Vilnius geschreven. Van de 220.000 Litouwse joden werd 96 procent vermoord, hoofdzakelijk in en rond Vilnius. Dit museum is echter gewijd aan een andere misdaad: de onderdrukking door de Sovjet-Unie van het Litouwse volk en zijn streven naar soevereiniteit. Onderaan in het arduin van de neoklassieke gevel staan de namen van tientallen martelaren gebeiteld. Ze vormen slechts het topje van de ijsberg, zal de audiogids ons met veel zin voor detail vertellen. Het vergt uithoudingsvermogen om de ruim 250 fragmenten te beluisteren, maar een authentieke ervaring is het wel. Het museum werd ondergebracht in het voormalige commissariaat van de Sovjet-veiligheidsdiensten, achtereenvolgens bekend onder de afkortingen NKGB, MGB en KGB. De gevangenis in de kelders werd minutieus hersteld in de staat van de jaren veertig en vijftig toen de repressie een hoogtepunt kende. Aan gruwel geen gebrek. Wee de gevangene die in de isolatiecel belandde, in feite een kuip met een halve meter ijswater waar een houten platform ter grootte van een vinylplaat bovenuit stak. Net genoeg om recht te staan, tot men van vermoeidheid of ontbering toch in het water viel. In de wanden van de executie-kamer kun je impact zien van de kogels. Tussen 1944 en 1960 werden er meer dan 1.000 gevangenen met een nekschot afgemaakt.

 

Museum of Genocide Victims - Vilnius: verplicht bezoek voor Lithouwse scholieren (foto: ER)

Museum of Genocide Victims – Vilnius: verplicht bezoek voor Lithouwse scholieren (foto: ER)

deportatie

Gaandeweg raak je bijgepraat over enkele capita uit de recente Litouwse geschiedenis. Hoe het infame Molotov-Ribbentrop Pact in juni 1940 een einde maakte aan de eerste periode van  onafhankelijkheid, pas verworven na de Eerste Wereldoorlog. Bezetting, verzet, repressie, deportatie, het zou een patroon worden tot diep in de jaren vijftig. Het museum gaat niet voorbij aan het intermezzo tussen 1941 en 1944, toen de Nazi’s Litouwen bezette en de Gestapo dit gebouw met zijn aangepaste infrastructuur gretig inpalmde. Helaas, zegt de audiogids, kan niet worden ontkend dat een kleine minderheid van partizanen, vooral gedreven door wrok jegens de bolsjewieken, met de Nazi’s hebben geheuld. En inderdaad, sommigen gingen zelfs zover mee te helpen bij het uitmoorden van hun joodse landgenoten. De waarheid is dat de Duitse SS bij het klaren van zijn vuile werk nogal sterk op locale medewerkers leunde. Dat soort bijzonderheden verneem je een kilometer verderop, in het bescheiden Joods Museum van Vilnius.

Of de naam genocide niet gevoelig ligt? Ramuné Driauciūnaité, leidinggevend historica van het museum, is niet verrast door de vraag. ‘In joodse middens is men er niet gelukkig mee’, erkent ze. ‘Er is al kritiek gekomen vanuit Israël. De vorige directeur heeft overwogen de naam te veranderen in KGB Museum. Daar is hij echter snel van terug gekomen, de kwestie ligt hier erg gevoelig’. Waarom dat zo is, probeert ze met enkele cijfers te verduidelijken. Tussen 1940 en 1953 werden 25.000 verzetsstrijders en politieke gevangenen vermoord. 140.000 Litouwers werden naar Siberië gedeporteerd. Veroordeelden belandden als dwangarbeiders in strafkampen, hele families verdwenen voor tien jaar en langer in gesloten dorpen. Krasnoyarsk, Irkutsk, Kazakhstan, tot tegen de grens van Mansjoerije  waren er Litouwse kampen en dorpen. Het leven was onmenselijk, de mortaliteit schrikbarend. ‘We hebben het berekend’, zegt ze. ‘Een half miljoen Litouwers werd door de repressie geraakt, nog eens een half miljoen is het land ontvlucht. Een miljoen, dat is een derde van de totale bevolking. Spreek om het even wie aan, iedere Litouwer kan minstens één ouder of grootouder noemen die werd vermoord, opgesloten of gedeporteerd’.

 

Rifflemen’s Union

De jongens en en meisjes van de jeugdbeweging zijn klaar met hun bezoek. De helft loopt in een soort battle dress. Toch zijn het geen overijverige scouts. Deze jongeren horen bij de sauliai, een patriottische beweging die in het Engels voluit Lithuanian Rifflemen’s Union heet. We mogen meelopen naar het lokale hoofdkwartier, letterlijk om de hoek van het museum. In de lobby hangen foto’s van gecamoufleerde militairen in de weer met tanks en houwitsers. Toch draait het bij sauliai niet om wapens, zegt medewerkster Viktoria Jaukauskaité wiens kantoor met een kalender van een handvuurwapen-producent wordt opgesmukt.  Patriottisme stimuleren, daar is het deze door de overheid gesubsidieerde vrijwilligersorganisatie om te doen. Sauliai geeft schoollezingen en organiseert vakantiekampen in de bossen waar Litouwen geen gebrek aan heeft.  Okay, jongeren krijgen daarbij ook wapentraining, survival en verdedigingstechnieken aangeleerd. Maar, zegt Viktoria, dat is ondergeschikt aan sport en spel.

Sauliai, opgericht in 1919 tijdens de eerste onafhankelijkheidstrijd, kan op een roemrijk verleden bogen. De riflemen gingen voorop in de guerrilla tegen de Sovjetbezetting. Ondanks een genadeloze klopjacht zou het overigens tot halfweg de jaren zestig duren vooraleer de laatste verzetshaard werd uitgeroeid. Het genootschap werd in leven gehouden door de diaspora in Canada en de Verenigde Staten. ‘Sinds 1989, vlak voor de tweede onafhankelijkheid, zijn we opnieuw actief in eigen land ’, zegt Viktoria. ‘We hebben intussen al 10.000 leden van wie tweederden jongeren’. Ze maakt een uitdraai van de eed die nieuwe leden afleggen, een ronkende tekst met beloften van trouw aan volk, territorium en grondwet waarin een smeekbede aan God niet mag ontbreken. Net als Polen is Litouwen een erg katholiek land waar de Kerk een sleutelrol heeft gespeeld in de weerstand tegen de communistische dictatuur. Vermoorde bisschoppen en priesters hebben een eigen ruimte gekregen in het Genocide Museum dat nauw samenwerkt met sauliai.

Viktoria kent de waarde van patriottisme. Haar eigen grootvader heeft tien jaar in de beruchte goelag van Vorkuta gesleten. Boven de Poolcirkel, kun je nagaan.  Hij overleefde en stierf onlangs op zijn 96’ste, intens gelukkig dat hij het laatste kwart van zijn lange leven in een onafhankelijk Litouwen mocht doorbrengen.  Survival of wapentraining geven zit er vanwege gezondheidsredenen niet in voor Viktoria, maar het beredderen van de ledenadministratie is ook een vorm van vaderlandsliefde. ‘‘De jongste jaren is het aantal leden snel gestegen’, zegt ze. ‘De mensen maken zich grote zorgen over de Russische dreiging. Vooral de annexatie van de Krim in 2014 heeft hier veel indruk gemaakt’.

 

stadhuis Vilnius: boodschap president Bush  (foto: er)

stadhuis Vilnius: boodschap president Bush (foto: er)

Kaliningrad

Vilnius, stad van meer dan 40 barokkerken, hippe koffiebars en alternatieve modeboetieks. Het met Europees geld opgeknapte centrum is een populaire bestemming, een ideaal decor voor vrijgezellenfeesten met dank aan Ryanair en het  bruisende nachtleven.  Weinig toeristen slaan acht op het bord met halfverheven letters op de gevel van het stadhuis. Het is een herinnering aan het staatsbezoek van de Amerikaanse president George W. Bush in 2002. ‘Wie Litouwen als vijand kiest’, staat er, ‘is een vijand van de Verenigde Staten’. De goede verstaander heeft maar een half woord nodig. Bush’ boodschap was bestemd voor Rusland,  de grote buur waarmee Litouwen een halve eeuw samenleefde in de Unie der Socialistische Sovjetrepublieken.

Ze zijn er geen klein beetje trots op: Litouwen was op 11 maart 1990 de allereerste republiek die zijn onafhankelijkheid uitriep en daarmee de doodstrijd van de USSR in een stroomversnelling deed belanden. Letland en Estland, buren en lotgenoten sinds de Eerste Wereldoorlog, zouden het voorbeeld een jaar laten volgen. De kou is sindsdien nooit helemaal uit de lucht geweest tussen Rusland en de Baltische staten. Moskou moest lijdzaam toezien hoe de voormalige satellieten steeds verder uit de eigen invloedssfeer wegdreven, tot ze in 2004 in één beweging aansloten bij de Europese Unie én de NAVO. De situatie van de Russische minderheden bleef doorlopend voor diplomatieke spanning zorgen. In Estland en Letland vormen Russen respectievelijk een kwart tot een derde van de bevolking. Achterdocht jegens die minderheid als derde kolonne zit diep ingebakken. Verwijten gaan daarbij heen en weer: Russen willen zich niet integreren, Russen worden gediscrimineerd. Voor beide stellingen vallen argumenten te rapen. Litouwen telt slechts 6 procent etnische Russen, minder dan het aantal Polen. Het is een van de vele wezenlijke verschillen tussen de drie Baltische landen die vaak onterecht als één monoliet worden beschouwd. Anders dan Letland en Estland deelt Litouwen ook geen echte landgrens met Rusland, wel met Moskou-bondgenoot Wit-Rusland. Dat het thema van de derde colonne ook hier leeft, heeft veel te maken met Kaliningrad.

De voormalige Pruisische hanzestad Köningsberg is een Russische enclave, ingeklemd tussen Polen en Litouwen. Het strategisch belang is immens: de havenstad biedt Rusland een ijsvrije toegang tot de Oostzee en de Scandinavische wateren. Kaliningrad, in de Sovjetunie een voor buitenlanders gesloten gebied, is de thuisbasis van de Baltische vloot. De gelijknamige provincie, bijna half zo groot als België, is bezaaid met militaire installaties. In 2015 werden er moderne Iskander-raketten geplaatst die steden zoals Berlijn met een kernkop kunnen treffen. De timing is geen toeval. Sinds het uitbreken van de Oekraïne-crisis staan ook de grenzen in Noord-Europa onder hoogspanning. Te water, te land, in de lucht, de militaire wedloop laat zich overal voelen. Russische onderzeeërs spelen kat en muis-spelletjes met Zweedse of Finse fregatten, F16-piloten van de NAVO kijken hun Sukhoi-collega’s tijdens supersonische scrambles letterlijk in de ogen, aan weerskanten van de grens wordt met tanks en artillerie geoefend dat het een aard heeft. Kaliningrad is een speelstad op het WK 2018, een keuze gemaakt in minder overspannen tijden. Bezoekende supporters kunnen toch maar beter oppassen met selfies, het woord spionage is in het huidige klimaat snel gevallen.

Batlle Group Lithuania

Angst spreidt zich als een deken over heel Noord-Europa. Zweden, al twee eeuwen lang gespaard van oorlog, heeft de dienstplicht ingevoerd. Net als in Finland klinkt de roep er steeds luider om toch maar toe te treden tot de NAVO. Ook Litouwen heeft twee jaar geleden de dienstplicht ingevoerd voor mannen tussen 19 en 26 jaar oud. Een verplicht bezoek aan het Genocide Museum moet de miliciens ervan overtuigen dat de negen maanden in uniform welbesteed zijn. Politiek en media herkauwen steeds dezelfde rampscenario’s. Vladimir Putin die zichzelf een alibi verschaft om zijn troepen westwaarts te sturen. Een incident op de grens van Kaliningrad, insubordinatie door Russische minderheden. Het kan allemaal, denk maar aan Oost-Oekraïne, Georgië of Moldavië. Putins uitspraak dat hij niet zal aarzelen om de rechten van Russische minderheden te beschermen, deed de koorts alleen maar oplopen. En dan zijn er  nog de rapporten van militaire thinktanks. De Baltische staten met hun onervaren en slecht uitgeruste legers _ ze hebben geen eigen luchtmacht of pantsers _ zijn geen partij voor Rusland. 60 uur, langer heeft de Rus niet nodig om het hele Balticum te overrompelen. Het Litouws ministerie van landsverdediging publiceerde eind vorig jaar een boek van 75 pagina’s om de bevolking op een invasie voor te bereiden. Behalve beschrijvingen van Russische uniformen en wapentuig, bevat het tips om het verzet te organiseren.

Belgen in Rukla. Niet alleen sterk in catering. (foto: er)

Belgen in Rukla. Niet alleen sterk in catering. (foto: er)

De NAVO is niet blind gebleven voor de ongerustheid van de Baltische lidstaten. Sinds de NAVO-top van Wales in 2014 wordt de beveiliging van de Noord-Europese grens stelselmatig opgedreven. Baltic Air Policing kreeg een upgrade, grootschalige oefeningen op zee en op land volgden elkaar op. Ook het Belgisch leger stuurde al F’16’s, en aan  Baltic Piranha I en II namen Belgische gevechtseenheden met gloednieuwe pantservoertuigen deel. Show of force and capability, heet dat. Goed om de Russen af te schrikken en het vertrouwen van de Balten op te krikken. Het volstond echter niet. Onder druk van de Baltische Staten en Polen besliste de NAVO op de top van Warschau vorig jaar een tandje bij te steken. Het woord enhanced werd toegevoegd aan operaties  zoals  Baltic Air Policing en het marineprogramma BALTOPS. Ambitieuzer nog is de Enhanced Forward Presence (eFP): meer dan 4.000 NAVO-militairen met zwaar materieel worden verspreid over vier battle groups. Het gaat telkens om multinationale operaties, maar iedere battle group heeft een NAVO-zwaargewicht als lead nation. De Amerikanen zijn eerder deze maand neergestreken in Polen, Britten en Canadezen zijn zich nog aan het warmlopen om in Estland en Letland te ontplooien. Alleen de door Duitsland geleide Battle Group Lithuania in Rukla, een militaire basis met oefenterrein in de buurt van Kaunas, is al operationeel. Met dank aan het Belgische detachement: 101 militairen in hoofdzaak geplukt uit het 18de bataljon logistiek Leopoldsburg. ‘We zijn hier sinds eind januari’, zegt de jonge kapitein Jelle Neyt. ‘We hebben alle NAVO-partners in snelheid genomen. Geloof me, hier is de voorbije maanden hard gewerkt. Die moderne containers met airconditioning stonden hier niet, de eerste weken logeerden we in tenten. De Litouwers hebben eerst nog gebouwen moeten afbreken en terreinen nivelleren om ons te kunnen vestigen’.

fake news

We zijn net op tijd in Rukla voor de lunch. Belgen scheppen op,  Duitse en Nederlandse militairen houden hun wegwerpbord klaar. Het cliché is bekend: dat ons leger vooral uitblinkt in het verdelen van spijs, drank en andere logistieke besognes. Makkelijk te logenstraffen, zoals blijkt uit de Belgische deelname aan Baltic Piranha en Baltic Air Policing. Uit het cliché spreekt vooral een onderschatting van de rol die logistiek speelt. Kapitein Neyt zet dat graag recht tijdens een rondleiding. Wisselstukken, brandstofvoorziening, onderhoud van rollend materieel, onderdak en voedsel, er komt veel bij kijken. Zonder zijn zeven imposante diepladers waren Duitse en Nederlandse pantsers nooit in Rukla geraakt. De battle group telt al 850 man.  Op volle kracht, met de Noren erbij, stijgt dat tot 1.400. De hele NAVO-missie is ingebed in een Litouwse brigade. Verveelde dienstplichtigen staan te kijken naar tanks die met oorverdovend gebrul aan en afrijden. Hun eigen wagenpark, een ratjetoe van Sovjeterfgoed en NAVO-occasies, steekt er schril bij af. ‘We voelen ons hier welkom’, zegt Neyt.  ‘Bij burgers oogsten we niks dan positieve reacties. Zelf kom ik niet veel buiten de kazerne, maar als hoogste Belgisch officier word ik opgetrommeld als er een vip passeert. Dat gebeurt zeer vaak, en allemaal benadrukken ze hoe blij en opgelucht ze zich voelen door onze aanwezigheid’.

Ze zijn er niet alleen om te oefenen met de Litouwers.  De battle group moet binnen de 72 uur operationeel zijn voor het echte werk. Niet dat ernstig rekening wordt gehouden met een Russische invasie. Deze Koude Oorlog wordt met plaagstoten uitgevochten. Volgens NAVO zijn het altijd de Russen die beginnen. Ze vliegen net over de rand van de  luchtcorridor naar Kaliningrad, hun fregatten pingen op de radar overvliegende Navo-vliegtuigen. Alles is communicatie in deze zenuwenoorlog. Het mag niet verbazen dat de Russen ook het cyberwapen hanteren. Kapt. Neyt: ‘‘Al in de eerste week dook een anonieme brief op. Een Duitse soldaat zou een meisje hebben misbruikt. Totaal verzonnen, er heeft zich trouwens nooit een slachtoffer gemeld. Maar dat gerucht heeft hier wel de media in rep en roer gezet. Ook de Duitse commandant van onze battle group werd geviseerd. Op sociale media doken foto’s op: de commandant op het Rode Plein in Moskou, de commandant met vrouw en kinderen in een bekend restaurant  in Moskou. Een poging om hem als een Russisch agent af te schilderen. Niet echt geslaagd, ze zijn nogal slordig geweest bij het fotoshoppen’. Zoals gewoonlijk valt niet bewijzen waar de bron van deze stoom fake news ligt, maar weinigen in Litouwen twijfelen eraan dat ze dicht bij Moskou moet worden gezocht.

kapitein Jelle Neyt strijdt ook tegen fake news (foto:er)

kapitein Jelle Neyt strijdt ook tegen fake news (foto:er)

 

NAVO-supporter

Het eFP-programma loopt minstens vier jaar. Zolang hoeven en Neyt en zijn mannen niet te blijven, in juni worden ze afgelost door de collega’s uit Grobbendonk. Vier maanden zonder verlof of vrije tijd, een enkele georganiseerde excursie uitgezonderd. Tijdens de uitstap naar Vilnius kozen nogal wat deelnemers voor het Genocide Museum. Wellicht was Eugenijus Peikstenis niet op de hoogte, anders had hij hen persoonlijk verwelkomd. De directeur van het Genocido Auku Muziejaus is een overtuigd NAVO-supporter. ‘Litouwen besteedt nu al meer dan 2 procent van BNP aan defensie. Welbesteed, voor mijn part mag het budget nog stijgen. Een invasie onwaarschijnlijk? Zeg nooit nooit, leert ons de geschiedenis. Ik heb het niet alleen over wat er op de Krim of in Oost-Oekraïne en Georgië is gebeurd. Deze geschiedenis gaat veel verder terug, de communisten hebben hun methodes trouwens van de tsaren geleerd. In Oost-Oekraïne hebben ze een bekende truc gebruikt: mannen in groene uniformen die zogezegd vrijwillig gingen vechten om hun volksgenoten te helpen. Daar zijn we ook hier bang voor. Vorige week heeft de grenspolitie met het leger een oefening gehouden om infiltranten uit Wit-Rusland te onderscheppen. Een ontnuchterende ervaring, ze bleken niet in staat de groene uniformen tegen te houden. We zijn een klein land, zonder de NAVO staan we nergens. Dat bondgenootschap, daar zit het hele verschil met de eerste onafhankelijkheid. In de jaren dertig stonden we helemaal alleen. Ook Polen was toen een vijand, en nu trekken we aan hetzelfde zeel’.

 

directeur

museumdirecteur  Eugenijus Peikstenis: ‘mijn grootouders hebben zelf in een werkkamp gezeten’  (foto: er)

Als prille zestier is hij een tegen wil en dank een product van de Sovjet-Unie. Peikstenis studeerde geschiedenis met specialisaties archeologie en antropologie, disciplines die hij uitkoos vanwege hun geringe propagandagevoeligheid. ‘De lessen geschiedenis waren een verschrikking’, zegt hij. ‘Op school werd ons geleerd dat het Litouwse volk zelf om inlijving bij de Sovjet-Unie heeft gevraagd. Het verzet, dat was een zaak van nazi-sympathisanten en bourgeois kapitalisten’. Op de gang, waar ooit de voetstappen van Gestapo-officieren en KGB-agenten weerklonken, hangt een bijzondere foto. Burgers vormen een ketting rond het gebouw om te beletten dat de KGB bij zijn aftocht in 1991 archieven en ander bewijsmateriaal zou meenemen.  80.000 bezoekers per jaar trekt het museum. Er komen veel buitenlanders, onder wie nogal wat Russen. De voornaamste klanten zijn echter scholieren. Dit museum wil niet alleen gedenken maar ook sensibiliseren. ‘Mijn grootouders hebben zelf in een werkkamp gezet’, zegt de directeur. ‘Zoals velen van hun generatie. De geschiedenis van de onderdrukking wordt in alle Lithouwe families overgeleverd, daar hebben we zelfs geen museum voor nodig’.

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>