Tech-filosoof Jeroen Lemaire: ‘We evolueren met zijn allen tot cyborgs’

dossier smartphones (2)  Humo, 6 juni 2017

“De tijdlijn is onzeker, maar die brain interface komt er. Dat is het verhaal van mens en technologie: we streven altijd naar meer comfort” 

 

foto: Johan Jacobs foto: Johan Jacobs

 

Jeroen Lemaire (35) kan zich niet precies herinneren wat hij aan het doen was toen  Steve Jobs tien jaar geleden met veel poeha  zijn iPhone1 lanceerde. Als pas gediplomeerd filosoof sleutelde hij op dat moment nog aan een  opvallend gevarieerd  cv. In de rubriek professionele ervaring staat onder meer websites bouwen,  businessplannen schrijven voor hippe koffiebars, concerten promoten bij Live Nation en gaming events organiseren in Flanders Expo. De geboorte van de smartphone heeft hij  dus gemist, maar niet de kinderjaren van de slimme mobiel. In 2010 startte Lemaire met twee vrienden In The Pocket, een van de allereerste app-ontwikkelaars in de Lage Landen. De Gentse start-up is intussen uitgegroeid tot een KMO met 75 medewerkers die kantoor houden in het fonkelnieuwe bedrijvencentrum Dok Noord.  Alles klopt, van de plooifietsen over de pingpongtafel tot de computers waarachter twintigers in losse zomerkledij zitten. Apps zijn al lang niet meer de core business. In the Pocket begeleidt nu grote bedrijven op het meanderende pad naar digitale transitie.

Hoeft het gezegd dat Lemaire Google I/O van nabij heeft gevolgd? De jaarlijkse hoogmis voor ontwikkelaars, geeks en tech-goeroes werd begin mei in het Amerikaanse Mountain View opgedragen. Het leverde hem een opgemerkte passage bij Van Gils en Gasten op. ‘Binnen tien jaar’, voorspelde hij, ‘hebben we geen smartphone meer, maar lopen wel met een chip in onze hersenen rond’.

HUMO: heus?

Jeroen Lemaire: ‘Ik heb het misschien wat te scherp geformuleerd, je krijgt in zo’n praatprogramma ook maar tien minuten om je punt te maken. Van die termijn is niemand zeker, het kan ook twintig jaar zijn, of nog langer. En zelfs die chip is geen certitude, het kan ook een headset of een andere wearable worden. De boodschap die ik wilde brengen is deze: we evolueren naar steeds meer verwevenheid tussen mens en computer. In de toekomst worden we allemaal cyborgs. Dat klinkt misschien spectaculair, maar met de smartphone zijn we al een eind in die richting opgeschoven. Want wat zit er allemaal niet in onze broekzak? Permanente toegang tot alle kennis van de wereld, connectie met alle denkbare sociale netwerken, gps-positionering, games en gezondheid-apps, teveel om op te noemen. Vooral jonge gebruikers zien de smartphone nu reeds al een digitale extensie van zichzelf.

HUMO: laten we even achterom kijken vooraleer we de toekomst verkennen. Hoe ontpopt een filosoof zich tot een digitaal innovator?

Lemaire: Wetenschap en technologie hebben me altijd geboeid, ook als filosofiestudent. In Gent werd ik op dat vlak goed bediend, een erfenis naar het schijnt van Etienne Vermeersch. Van hem is het motto dat het geen zin heeft filosofische of metafysische uitspraken te doen over fenomenen die al door de wetenschap werden verklaard. Waarom valt een steen op de grond? Volgens de oude Grieken omdat het de aard van die is om op de grond te liggen. Goed gevonden, maar sinds Newton weten we dat het aan de zwaartekracht ligt. Zo schuift met het voortschrijden van de wetenschap de grens van de metafysica en de filosofie steeds verder op. Etienne Vermeersch sluit zelfs niet uit dat ooit een dag komt dat de wetenschap alles kan verklaren, tot en met het menselijk bewustzijn. Dat geloof ik graag: dat bewustzijn te herleiden valt tot materie en dat de wetenschap ze dus kan ontrafelen en we bijgevolg in theorie een machine kunnen maken met een menselijk bewustzijn.

HUMO: in afwachting proberen we alvast deze vraag te beantwoorden: is de smartphone werkelijk de belangrijkste technologische innovatie sinds het uitbreken van eerste industriële revolutie? Daar bestaan namelijk lijstjes van. De smartphone staat op één, voor de computer, de televisie, de telefoon en zelfs de gloeilamp. Terecht?

Lemairs (blaast). Zo’n rangschikking houdt geen steek. De smartphone was zeker een belangrijke uitvinding, maar dat waren het wiel en elektriciteit evenzeer. Ik zou de  historische betekenis anders willen duiden. De smartphone zal worden herinnerd als een belangrijke fase in het proces van versmelten van mens en computer. Want wat is tenslotte de smartphone? Een interface die de mens in staat stelt te communiceren met een machine, een verzameling van storage, algoritmes,  bits and bites. Eerst had je de mainframe, daarna de PC met zijn dos-commando’s. Met de komst van Windows, de eerste grafische interface, werd de communicatie al een stuk intuïtiever. De smartphone is gewoon een volgende stap in dat proces. Een reuzenstap weliswaar, met dank aan Steve Jobs.

HUMO: fan van de in 2011 overleden Apple-baas?

Lemaire: Ik blijf het toch indrukwekkend vinden hoe hij de smartphone er heeft doorgeduwd, met een combinatie van creativiteit en koppigheid. Ook voor 2007 bestonden er al slimme gsm’s zoals de Blackberry, in feite smartphones maar dan met een klavier. Jobs heeft dus niks uitgevonden, maar hij heeft op een briljante manier bestaande technologieën in een nieuw concept geïntegreerd. Een smartphone met slechts één knop, heel intuïtief en een en al touch.  Let wel, ondanks de spectaculaire lancering was de scepsis over die eerste iPhone erg groot. Een smartphone zonder klavier? Met een scherm dat in zon moeilijk leesbaar was en een batterij die het nauwelijks een halve dag volhield? Dit is weinig meer dan een gimmick, dachten velen. Ze hebben zich vergist. Iedere smartphone die sindsdien werd ontwikkeld was een doorslag van die eerste iPhone, en dat geldt evenzeer voor de exemplaren die nu nog over de toonbank gaan.

HUMO: laat ons raden: u was een early adaptor?

Lemaire: Ik geloofde wel in de pitch van Jobs: mobile is de toekomst, met de smartphone als een computer in je broekzak. Okay, de kwaliteit van scherm en batterij liet te wensen over. Maar waarom zou die technologie niet evolueren? En jazeker, die eerste iPhone was traag en bood weinig mogelijkheden. Maar ook hier gold de wet van Moore die zegt dat de kracht en snelheid van computers iedere 24 maanden verdubbelt. Drie jaar na de lancering van de eerste iPhone is In the Pocket ontstaan, letterlijk op café waar ik met mijn vrienden Pieterjan Bouten en Louis Jonckheere ging brainstormen. Er gebeurde in die periode ontzettend veel op digitaal vlak. Apple had ziijn app-store geopend, naast de iPhone2 waren de eerste Android-toestellen op de markt gekomen. Ken je de hockeystick-curve? Wel, we bevonden ons bij het begin van de knik. De penetratiegraad van de smartphone was nog altijd maar 9 procent,  de overgrote meerderheid van de verkochte gsm’s waren dus niet slim. Maar iedereen voelde dat de big bang er zat aan te komen. Nu ja, iedereen, het Vlaams Participatiefonds heeft ons destijds een lening geweigerd omdat ze niet in de toekomst van mobile geloofden. En dan zeggen dat Google in 2010 zijn mobile first-doctrine heeft afgekondigd. De computer had als referentie afgedaan. Een nieuwe server of website, voortaan moesten bij Google alle ontwikkelingen vanuit mobile starten. Op die trein zijn wij met In The Pocket gesprongen. De nieuwe interface was er, maar bedrijven en andere gebruikers wisten nog niet goed wat er mee aan te vangen. Bestaande websites werden zonder aanpassingen op mobiele dragers geplempt. Dat werkte niet, en het zag er ook niet uit. In dat gat zijn we gesprongen.

HUMO: met apps, een woord dat bij Antwerpse slagers een heel andere betekenis heeft…

Lemaire: Precies, onze eerste apps waren bescheiden marketing tools. Voor Carlsberg kon je kroonkurken verzamelen en inruilen voor een korting, met een andere app kon je  drankjes bestellen op Rock Werchter. Belgische bedrijven waren erg conservatief, ze besteedden alleen de overschotjes van het IT-budget aan mobile. Het waren dan ook nog de wilde jaren. De code was nog niet gekraakt, we wisten nog niet precies welke apps werkten en waarom. In die periode zijn onnoemelijk veel start-ups ontstaan die naast enkele successen een kerkhof van mislukkingen hebben achtergelaten. Intussen is de markt volwassen geworden. Het is erg moeilijk om nog een nieuwe app in de store te plaatsen. Uit onderzoek blijkt dat gebruikers steeds meer tijd aan een steeds kleiner aantal verschillende apps besteden, gemiddeld drie uur per dag. Alleen al de Facebook app, veel populairder intussen dan de website, is goed voor een half uur per dag. Je kunt er niet omheen: het zijn apps die de smartphone tot een onmisbaar toestel én een planetair succes hebben gemaakt.

HUMO: stel dat u curator bent van een app-museum. Welke plaatst u in de vitrine?

Lemaire: Moeilijke vraag, maar Angry Birds moet er zeker in. Dé hit onder de mobiele games, zo verslavend dat gebruikers bereid zijn de betalende versie te kopen. Een persoonlijke favoriet is Shazam, ik vond het magisch toen ik voor het eerst een song zomaar uit de lucht plukte. Een schoolvoorbeeld van mobiele innovatie, eenvoudig principe en eenvoudig  uitgevoerd.  Summly dan, een slim algoritme dat nieuwsartikels tot hun essentie herleid. Ontworpen door een 15-jarige in zijn slaapkamer, heel straf. Google Maps hoort er zeker bij, de beste wereldkaart ooit en gratis voor iedereen. Als curator kan ik niet voorbij aan Facebook app, de meest verslavende feed die het hele internet opvreet. Facebook weet als geen ander onze FOMO te exploiteren, het icoontje is veruit het belangrijkste op een gemiddelde homepage. Ik heb hem zelf al jaren geleden verwijderd. Facebook verzamelt via zijn app tonnen gegevens over individuele gebruikers, en dat gaat me veel te ver.

HUMO: zijn apps niet overroepen? Al jaren wordt voorspeld dat we straks alleen nog met de smartphone zullen betalen. In België is daar nog weinig van te merken…

Lemaire: We lopen inderdaad niet voorop, onze financiële sector gaat gebukt onder een grote dosis inertie. Wat ontbreekt is een unified user experience, zeg maar een uniform systeem. Op dit moment zijn er voor bankverrichtingen verschillende terminals in omloop die ook nog eens verschillende opties bieden. Bancontact, PayPall, Worldline, de terminalbouwers, de banken, er zijn heel veel stakeholders die op dezelfde golflengte moeten afstemmen om de transitie te doen slagen. Misschien is het wachten tot een gigant als Facebook er zich mee bemoeit. Maar weet je, digital payment is niet de grote innovatie. Want wat verandert dat in feite? Dat je een app gebruikt in plaats van een bankkaart of cash. De echte innovatie komt er pas als bedrijven nieuwe modellen gaan bedenken vanuit de mogelijkheden die technologie biedt. Waarom moet een koffiebar een kassa installeren en koffies afrekenen? Koffie kost op zich haast niks. Laat klanten betalen voor de tijd die ze in zo’n bar spenderen. Ze kunnen vertrekken zonder afrekenen, de kostprijs wordt per sms meegedeeld. Ook voor de fitness is dat een ideaal systeem. Met vrienden naar een groepsactiviteit? De verschillende smartphones zorgen ervoor dat de kosten onderling worden verdeeld en afgerekend. De mogelijkheden zijn eindeloos. Betalen zal een vloeibaar gegeven worden.

HUMO: dat doet me denken aan Amazon Go.

Lemaire: (enthousiast) Amazon is een schitterend voorbeeld van digitale innovatie. Ze zijn al jarenlang met voorsprong het grootste e-commerce-bedrijf ter wereld. Met Amazon Go hebben ze in Amerika nu ook echte winkels, brick and mortar shops, geopend. Dat lijkt een stap terug, tot je er gaat winkelen. Je hoeft enkel een code te scannen met je smartphone om binnen te gaan. Daarna zorgt een innovatief samenspel van sensoren, camera’s en AI ervoor dat de “slimme winkel” weet wat je uit de rekken neemt. Kassa’s zijn er niet, de afrekening gebeurt automatisch. En dat is maar het begin, met artificial intelligence is nog veel meer mogelijk. Nu al delen we via allerlei klantenkaarten informatie over ons consumptiegedrag. Die data worden steeds beter, de algoritmes steeds krachtiger. Zo zal het voor retailers mogelijk worden onze behoeften accuraat te voorspellen. Stel je voor: je bent twee weken niet gaan shoppen. Het is zomer, prima weer om de BBQ aan te steken. Dan hoe je niet naar de supermarkt, het pakket met de merguez, de Chardonnay en andere ontbrekende benodigdheden wordt zonder je tussenkomst aan huis geleverd.

HUMO: lange tijd gedacht dat artificial intelligence een eeuwige belofte was waarvan het praktische nut beperkt bleef tot sciencefiction-schrijvers. Moet ik die mening herzien?

Lemaire: Dringend zelfs. Google, dat voorop liep met zijn mobile first-principe,  heeft zijn strategie intussen herzien. In plaats van mobile is het nu AI first:  alle nieuwe ontwikkelingen moeten vanuit artificial intelligence starten. De eerste consumententoepassingen zijn trouwens al een poosje onder ons. Ik ben zelf een fan van Spotify’s Discover weekly, de wekelijkse keuze van muziek die ik volgens Spotify graag zal ontdekken. De selectie wordt steeds beter, wat typisch is voor AI met zijn zelflerende algoritmes die performanter werken naarmate je meer luistert en bijgevolg meer informatie over je muzieksmaak deelt. Ook personal assistants zoals Amazons’ Alexa en Google Home staan op de rand van een doorbraak. Alle usual suspects in de technologiewereld  zetten zwaar in op AI. IBM en Microsoft hebben grote ambities, en intussen blijft Apple zijn Siri verder ontwikkelen.

HUMO: Siri? De stem in mijn tablet die mijn vragen niet begrijpt of een antwoord naast de kwestie formuleert?

Lemaire: Toegegeven, Siri heeft het Nederlands nog niet echt onder de knie. Ook praten met Google Home leidt nog vaak tot misverstanden. Natural language processing staat nog in zijn kinderschoenen. Andere AI-toepassingen werken wel al zeer efficiënt, vooral het zelflerend vermogen op basis van historische datasets. Ideaal voor mobiele toepassingen, in de nabije toekomst zijn apps ondenkbaar zonder een of andere vorm van AI of machine learning. Digitale producten zullen daardoor intuïtiever worden, ze zullen beter dan ooit aanvoelen wat de gebruiker wil zien, en ervoor zorgen dat de gewenste inhoud meteen op hun scherm verschijnt.

HUMO: wat griezelig als zo’n instrument in handen van totalitaire regimes valt. Of van sociale netwerken die gebruikers alleen als klik- en koopvee beschouwen…

Lemaire: Technologie is amoreel. Naast evidente voordelen zijn er risico’s aan verbonden, het is aan ons mensen om er goed mee om te springen. Pas op, ik wil die risico’s niet relativeren. Iedereen kent intussen het voorbeeld van Cambridge Analytics, een peilingbureau waarvan wordt gezegd dat ze de Amerikaanse presidentsverkiezingen in het voordeel van Trump hebben doen kantelen. Geen gewoon bedrijf alleszins, in de raad van bestuur zitten mensen zoals Steve Bannon die een aartsconservatieve agenda nastreven. Het is zeker niet ondenkbaar dat bvb Facebook-gebruikers werden gemanipuleerd door ze in hun bubble te voeden met berichten die hun vooroordelen bevestigen. Misschien is dat de filosoof in mij, maar door Cambridge Analytics ben ik gaan nadenken over de Zuckerberg-paradox.

HUMO: wat is de Zuckerberg-paradox?

Lemaire: Je zou je  kunnen afvragen wat het ergste is. Dat Zuckerberg lijdzaam toekijkt hoe zijn Facebook wordt gebruikt om Trump aan de macht brengen? Of dat hij ingrijpt en ervoor zorgt dat Trump de verkiezingen verliest? Om het anders te formuleren: is het erger dat Trump wint door wat Facebook is, of moeten we ons nog meer zorgen maken als hij verliest door de macht van één man, Marc Zuckerberg? Geen makkelijke keuze, maar in beide scenario’s komt de democratie er slecht uit.

foto: Johan Jacobs

“In theorie kunnen we een machine bouwen met menselijk bewustzijn” (foto: Johan Jacobs)

HUMO: volgens het jongste digimeter rapport van de U Gent zet de smartphone zijn opmars voort. Vorig jaar had al 74 procent van de Vlamingen een smartphone op zak. 34 procent van de respondenten ziet de smartphone als het belangrijkste scherm, voor televisie, computer of tablet. 41 procent gebruikt het mobieltje als voornaamste informatiebron. Toch voorspelt u dat de smartphone binnen een jaar of tien zal verdwijnen. Hoezo?

Lemaire: Uiteraard, het tegendeel zou pas eigenaardig zijn. Geen enkele innovatie is eeuwig, de technologie staat nooit stil. Ik beweer ook niet dat de smartphone ineens uit het straatbeeld zal verdwijnen. Integendeel, ik zie hem de volgende jaren nog fors groeien. Het toestel zelf heeft stilaan microwave-status bereikt, de technologie zal niet meer evolueren, maar er zitten nog heel veel interessante toepassingen in de pijplijn. Niettemin: de smartphone zal aan relevantie verliezen en niet langer het speerpunt vormen van ons geconnecteerde, digitale leven. In de plaats komen nieuwe technologieën die al volop in ontwikkeling zijn. Ik heb het dan niet alleen over AI, maar ook over augmented en virtual reality, en niet te vergeten het internet of things (IoT) dat er nu echt zit aan te komen.

HUMO: the Internet of Things? Is dat de slimme koelkast die zelf yoghurt bestelt als de voorraad uitgeput is?

Lemaire: Van slimme thermostaten, lichtschakelaars en allerlei huishoudtoestellen tot locatiebepalingsystemen en  zelfrijdende auto’s, er zijn honderden toepassingen denkbaar. Drie jaar geleden hebben we het kantelpunt bereikt, een gevolg in feite van wat in de technologiesector als de smartphone bonus bekend staat. Om de explosieve vraag te kunnen volgen, werden in Azië gigantische productielijnen voor miljarden smartphones gebouwd. Daardoor is de prijs van componenten zoals chips en sensoren spectaculair gezakt, je kunt ze bij Alibaba letterlijk per container bestellen. Dat heeft het IoT een echte kickstart gegeven, want in feite teren al die toepassingen op dezelfde technologie als de smartphone. Je moet die twee overigens niet als concurrenten beschouwen, het IoT en de smartphone werken vaak hand in hand. Onder meer in de gezondheidszorg opent dat geweldige perspectieven.

HUMO: moet de huisarts zich zorgen maken? Wordt zijn baan straks ingepikt door de smartphone en zijn vriendjes van het IoT?

Lemaire: Zijn baan zal alleszins radicaal veranderen. In de toekomst wordt een huisarts een soort broker die verschillende technologieën combineert in het belang van zijn patiënt. Apps en wearables om slaap- en bewegingspatronen te monitoren zijn al goed ingeburgerd,  maar huisartsen kunnen er veel meer informatie uit puren. Hoeveel glazen water drink je per dag en hoeveel calorieën neem je met je voedsel op? In de nieuwe iPhone zit een gezondheid-app die dat soort data doorstuurt naar universiteiten en onderzoeksinstellingen, geanonimiseerd uiteraard en met toestemming van de gebruiker. Wat een troef voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en behandelingen! Vroeger kostte het jaren tijd en heel veel geld om een relevante studiegroep op te zetten. Diagnostiek en therapieën zullen dus drastisch verbeteren, maar dat is niet eens de grootste belofte van de technologie. In het oude China werden artsen niet betaald volgens hun aantal patiënten, maar wel volgens het aantal gezonde mensen in hun dorp. Die kant gaan we opnieuw uit, er komt een verschuiving van een reactieve naar een preventieve gezondheidszorg.

HUMO: hoe dan wel?

Lemaire: Stel je voor: een wereld waarin wearables via de cloud constant biomedische data doorsturen. In een eerste fase zal de ontvanger een arts zijn, maar op termijn wordt die rol overgenomen door artificial intelligence.  Zodoende zal men de meeste problemen kunnen voorkomen, doorverwijzen zal alleen nog gebeuren als het echt moet. Dat alles vergt natuurlijk een paradigma shift, het compleet herdenken van de gezondheidszorg in functie van die nieuwe technologie. Alles moet anders, de opleiding van de artsen, hun functieomschrijving en niet te vergeten de financiering van de gezondheidszorg. De oude garde heeft het daar moeilijk mee, maar bij jongen huisartsen en studenten geneeskunde bespeur ik veel enthousiasme voor die nieuwe technologieën.

HUMO: Een AI device als huisarts? En wat dan met het menselijke contact tussen arts en patiënt? Een goed gesprek met de dokter is vaak het beste medicijn..

Lemaire: Volledig mee eens, maar dat is het net. Dank zij AI zal de arts weer meer tijd hebben voor een goed gesprek. Nu komt het er niet van, omdat artsen haast bandwerkers zijn geworden die gemiddeld tien minuten per patiënt besteden. Die krappe tijd gaat helemaal op aan checks en routinehandelingen die perfect vooraf via AI kunnen worden afgehandeld.

HUMO: bent u niet te optimistisch over sommige ontwikkelingen? Zo heeft augmented reality met Google Glass een valse start genomen…

Lemaire: De technologie stond nog niet op punt, en het zag er bovendien wat bizar uit. We hebben die bril hier zelf getest en zijn er de straat mee opgegaan. Mensen reageerden heel negatief. Wat wil die vreemde snuiter met zijn rare bril? Is hij mij misschien aan het filmen? Mijn privacy aan het schenden? In Amerika spraken ze binnen de kortste keren van glassholes. Toch was het absoluut geen mislukking. Google had geen commerciële ambities, ze hebben die bril gelanceerd om data en gebruikerservaringen te verzamelen. Okay, je kon hem online bestellen, maar de release was in de eerste plaats afgestemd op de tech community van ontwikkelaars en geeks. Google Glass werd intussen teruggetrokken, maar wees gerust dat ze er enorm veel uit hebben geleerd. Twee jaar geleden sprak ik erover met Astro Teller, de man die bij Google X de zogenaamde Moonshot projects onder zijn hoede heeft. Google Glass hoort daarbij, net zoals de zelfsturende auto zonder chauffeur. Teller was enthousiast over het experiment, een onderdeel van een leerproces dat moet uitmonden in een nieuwe interface met ingebouwde AI en stembesturing.  Overigens, Google Glass is van de markt, maar er zijn andere slimme brillen die al volop worden gebruikt.

HUMO: oh ja?

Lemaire: Voorbeelden zat. Er zijn al kantoren waar loketbedienden informatie over klanten of dossiers in hun blikveld krijgen. Maar het zijn vooral logistieke en maakbedrijven die de switch maken. Order pickers werken veel efficiënter dank zijn smart glasses. Een industriële biobakkerij in Ieper gebruikt de bril bij opleidingen om de leercurve te versnellen. Het voordeel ligt voor de hand: je krijgt informatie en instructies in je blikveld terwijl je de gewenste handelingen aan het uitvoeren bent. Veel efficiënter dan wanneer je voortdurend van je werkveld naar een blad of tablet wegkijkt. Op YouTube circuleert een instructiefilm van General Electric. Twee technici geven een onderhoudsbeurt aan een windturbine, een uitgerust met een tablet en de andere met smartglasses. Blijkt dat laatstgenoemde 34 procent sneller werkt. Mixed reality, een combinatie van virtual en augmented, staat voor een grote doorbraak. Nog dit jaar komen er smartphones op de markt waar je letterlijk doorheen kunt kijken. Het beeld dat je ziet bevat meer informatie dan de werkelijkheid. Je ziet niet alleen de rivier, maar ook een visual van de boot die er over een half uur zal passeren. Een teleconferentie krijgt straks een heel andere dimensie. Je kijkt door je smartphone of door je smartglasses en ziet je gesprekspartner in de kamer zitten, alsof hij fysiek aanwezig is.

HUMO: fantastisch allemaal, maar wat schiet er straks nog van mijn privacy over? Al die bejubelde technologieën werken pas als gebruikers zoveel mogelijk data over zichzelf delen… 

Lemaire: Een terechte vraag. Opportuniteiten en misbruik zijn twee kanten van dezelfde medaille. Delen van biomedische gebruikersgegeven kan leiden tot het versneld ontwikkelen van betere geneesmiddelen. Positief, maar als die gegevens in verkeerde handen vallen, kunnen ze ervoor zorgen dat mensen worden uitgesloten van een ziekteverzekering. Het is aan overheden om regulerend in te grijpen. Digitale vertrouwensovereenkomsten zouden een deel van de oplossing kunnen vormen. Het komt erop neer dat je automatisch wordt erkend als je in een digitale omgeving komt, met al je persoonlijke privacy voorkeuren. Voorlopig is dat een theoretisch concept, maar het lijkt me perfect mogelijk om er technologie zoals een app voor te ontwikkelen.

HUMO: die chips in onze hersenen, was dat echt niet om te lachen?

Lemaire: Helemaal niet. Zuckerberg experimenteert bij Facebook met brain interface: via hersengolven gedachten capteren en omzetten in tekst. Tesla-baas Elon Musk doet met Neuralink gelijkaardig onderzoek.  Alle grote tech-bedrijven zijn ermee bezig, en ze vertrekken niet van een leeg blad. DARPA, het befaamde onderzoeksinstituut van het Amerikaans leger, experimenteert al jaren met implantaten voor soldaten die een hersenbeschadiging hebben opgelopen. Met resultaat, dank zij corticale modems kunnen blinden weer zien en doven horen. Wellicht mogen we eerste commerciële toepassingen in  de gaming industry verwachten. Ze lopen hier voorop, een beetje zoals de porno-industrie voorop loopt met virtual reality. De tijdlijn is onzeker, maar die brain interface komt er. Dat is het verhaal van mens en technologie, we streven altijd naar meer comfort en minder weerstand. Die drive zal ervoor zorgen dat de afstand tussen mens en computer verkleint en uiteindelijk verdwijnt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>