Leopold II versus Patrice Lumumba: de koloniale monumentenstrijd

Knack, 15 mei 2018

“Pas als we ons van die koloniale vooroordelen bevrijden, kunnen Afro-Belgen zich echt emanciperen”

Nergens in Europa staan meer koloniale monumenten dan in België. Tot stijgende ergernis van vele vooral jonge Afro-Belgen. Bordjes met context zullen niet volstaan. Sommigen willen Leopold II van zijn sokkel, in schande met de baard naar de grond gekeerd. De nakende inhuldiging van een Lumumbasquare in Brussel doet oud-kolonialen intussen het ergste vrezen. “Tervuren is in handen van gefrustreerde Congolezen gevallen”.

DSCF1019

De Bolwerksquare behoort tot de minder gezellige pleinen van de hoofdstad. Volk passeert er genoeg, de uitgang van metrohalte Naamsepoort zorgt voor een gestage stroom passanten. Zelden echter blijft iemand er langer dan noodzakelijk hangen. Shoppers slaan gezwind de Elsensesteenweg in, pendelaars benen met flukse pas naar de vele kantoren langs de Kleine Ring. Zou iemand de naam van de rommelige transitzone kennen? De kans is klein, maar daar komt binnenkort verandering in. Vanaf 30 juni heet deze plek officieel de Lumumbasquare. Ook wie geen straatnaamborden leest, zal er niet naast kunnen kijken. Op termijn moet er een monument verrijzen ter nagedachtenis van Patrice Emery Lumumba, de eerste premier van de onafhankelijke staat Congo die op 17 januari 1961 door politieke rivalen werd vermoord. Met impliciete maar effectieve Belgische steun, zo weten we sinds ons land op aanbeveling van de parlementaire Lumumba-commissie in 2002 excuses presenteerde aan de nabestaanden en aan het Congolese volk.

Toch zal de Bolwerksquare niet verdwijnen. De naamsverandering beperkt zich tot een hoekje van het plein dat op het grondgebied van Brussel-stad ligt. Bekend is dat de 19 hoofdstedelijke gemeenten niet uitblinken in het coördineren van beleidsmaatregelen. Dat verklaart evenwel niet waarom Elsene, bevoegd voor driekwart van de Bolwerksquare, weigert mee te stappen in het eerbetoon. Jarenlang hebben actiegroepen geijverd voor een Lumumbaplein achter de Sint-Bonifatiuskerk, in het hart van de ‘Congolese’ Matongéwijk in Elsene. Onbespreekbaar voor MR-burgemeester Dominique Dufourny die aan het hoofd staat van een coalitie met de PS, de partij nota bene van de Brusselse burgemeester Philippe Close die twee weken geleden juist uitpakte met zijn Lumumba-initiatief. Kenners van de hoofdstedelijke politiek spreken van een electorale zet. Anders dan algemeen wordt aangenoment telt Brussel-stad veel meer Congolese Belgen dan Elsene, in totaal een dikke 6.000. Potentiële kiezers dus die de PS op 14 oktober hoopt te verleiden. Zeker in Brussel-stad, waar socialisten en liberalen elkaar rauw lusten, telt iedere stem in strijd om het politieke leiderschap.

Che Guevarra

Bij Mireille Tsheusi-Robert heeft Close alvast gescoord. ‘Een uitstekende locatie’, zegt ze. ‘Het monument wordt zelfs zichtbaar vanaf de Kleine Ring. De Lumumbasquare wordt de nieuwe poort van de Matongéwijk’. Tsheusi-Robert is voorzitter van de Bamko, een feministische Afro-Belgische vereniging die met vier gelijkgezinde actiegroepen de campagne voor het Lumumba-eerbetoon trekt. ‘Dat doen we al sinds 2003’, zegt ze. ‘De eerste aanzet kwam van wijlen acteur en muzikant Dieudonné Kabongo. Geen toeval, er zijn veel artiesten die zich achter deze zaak hebben geschaard. Voor ons is dit is een grote stap: eindelijk erkenning van de rol die Congolezen in de geschiedenis hebben gespeeld. Ken je het gezegde? Jachtverhalen worden altijd door jagers en nooit door leeuwen verteld. Zo is het ook met manier waarop België naar zijn koloniaal verleden kijkt. Het perspectief van de de onderdrukten, de Congolese bevolking, ontbreekt volkomen. Dit is slechts een begin, ons doel is België echt te dekoloniseren. Bewustmaking is daarbij de voornaamste opdracht. Vooral het geschiedenisonderwijs moet beter. Een op de vier Franstaige scholieren weet niet eens meer dat Congo ooit een Belgische kolonie was’.

Ook Nadia Nsayi, beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Pax Christi en Broederlijk Delen, gewaagt van een doorbraak. ‘Ik was reeds als student in Leuven actief in deze campagne’ , zegt ze. ‘Natuurlijk is Lumumba omstreden. Veel Belgen houden hem verantwoordelijk voor het geweld dat onmiddellijk na de onafhankelijkheid is losgebarsten. Ook de Congolezen zijn verdeeld, vooral in de Kasai-streek nemen ze hem het bloedig neerslaan van de secessie kwalijk. Dat neemt niet weg dat Lumumba een icoon is van de dekolonisatie-strijd. Tot ver buiten Congo, je kunt zijn status haast vergelijken met die van Che Guevarra. Binnen de Afro-Belgische gemeenschap staat een overgrote meerderheid achter dit eerbetoon’. Nsayi hoopt dat Brussel navolging krijgt, bij voorkeur in steden die zichtbaar van de koloniale rijkdom hebben geprofiteerd. ‘Ik denk bijvoorbeeld aan Oostende en Antwerpen, mijn eigen stad. Het is nog niet zover, zeker onder het huidige stadsbestuur. Brussel, met zijn grote en goed georganiseerde Congolese gemeenschap, loopt vooruit. Maar ook in Antwerpen en andere Vlaamse steden stel ik een groeiende dynamiek vast. Die richt zich niet alleen op de figuur van Lumumba, het gaat om de manier waarop we op ons koloniaal verleden terugblikken’.

geamputeerde armen

Aan actiecomités en burgerbewegingen is er inderdaad geen gebrek. Afro-Belgen trekken de kar, vaak met de hulp van wisselende coalities waarin alle tinten links herkenbaar zijn, van syndicaal en groen over andersglobalistisch tot anarchistisch en klein-links. Niet zelden kristalliseert de locale dynamiek rond een monument of straatnaambord. Zo ook in Mons, het bolwerk van burgemeester en PS-voorzitter Elio Di Rupo die zijn Brusselse collega en partijgenoot Close in feite de loef heeft afgestoken. In september al keurde de gemeenteraad unaniem een motie goed om het portaal van het stadhuis met een Lumumbaplakaat op te smukken, en om alvast uit te kijken naar een geschikte straat of plein die de naam van de vermoorde Congolese premier zal dragen. Het plakaat komt te hangen tegenover een bronswerk met halfverheven figuren, in 1930 geplaatst als hulde aan de Belgische pioniers van Congo Vrijstaat. Bordjes in evenwicht, zo gaat de redenering.

De motie kwam er typisch genoeg na een betoging van dekolonisatie-activisten voor het standbeeld van Leopold II in Mons. Ze bepleisterden het monument met slogans en de intussen welbekende foto’s van werkonwillige rubberkappers met geamputeerde armen, bewijzen van de gruwelen die werden gepleegd toen Congo Vrijstaat nog als een privé-ondermening van de Belgische koning werd gerund. Het draaiboek voor de actie lag klaar. Te paard, ten voeten uit of als buste, standbeelden van de baardige monarch kregen het de voorbijen jaren hard te verduren. In januari werd de buste van Leopold II in het Dudenpark in Vorst door onbekenden ontvoerd en vervangen door een met vogelzaad afgewerkt exemplaar. Antikoloniale, iconoclastische guerrilla heeft intussen een lange traditie. Legendarisch was de actie van het anarchistische collectief De Stoete Ostendenoare dat in 2004 een hand van een beeld uit het monument ‘De Drie Gapers’ afzaagde. Het verminkte beeld stelde een Congolees voor, beaat opkijkend naar een imposant ruiterbeeld van Leopold II die volgens het opschrift de Congolezen van de slavernij der Arabieren heeft bevrijd.

 Pater De Deken

Aan vandalisme of iconoclasme heeft Seckou Ouologuem zich nooit gewaagd. De Antwerpse slam poet en performer met Malinese roots nam wel het voortouw bij een actie om pater Constant De Deken van zijn voetstuk in Wilrijk te halen. De missionaris-Scheutist staat te boek als een ontdekkingsreiziger en antropoloog, een kwalificatie die hem niet belette om zijn reiservaringen in Congo Vrijstaat met gierend racistische clichés te doorspekken. Decennialang had pater De Deken ongecontesteerd op zijn sokkel in zijn geboortestad gestaan. Na een tijdelijke verhuizing als gevolg van openbare werken zou hij naar de Bist terugkeren, zo stond in het bestuursakkoord dat N-VA, CD&V en Open VLD in 2012 voor het district hadden afgesloten. ‘Toen pas viel het ons op hoe flagrant racistisch dat beeld is’, zegt Ouologuem. ‘De missionaris plant zijn knie in de rug van een knielende Congolees, het lijkt wel een symbool van witte suprematie en zwarte onderwerping’. De verontwaardiging leidde tot de oprichting van Decolonizebelgium, een burgerbeweging van dichters, rappers en slammers uit verschillende landen. Het collectief maakte tijdens een sit-in zijn eis bekend: er moest een bordje bij het standbeeld met historisch correcte uitleg over de missionaris en zijn tijdsgewricht. Pas na lang soebatten stond het districtsbestuur een compromis toe. Decolonizebelgium mocht op eigen kosten een bordje maken, in samenwerking met het Koninklijk Museum voor Midden Afrika in Tervuren. Echt bevredigen doet die uitkomst niet. ‘Het beeld staat nog altijd op een prominente plek’, zegt Ouologuem. ‘Ze hebben er zelfs een spot op gezet zodat het ’s avonds des te meer opvalt’.

bron: standbeelden.be

bron: standbeelden.be

De polemiek, die meer dan een jaar aansleepte, legde een diepe kloof bloot. De actievoerders botsten op een muur van onwil en onverschilligheid. Waarom moeilijk doen over een monument dat in de loop der jaren met het straatbeeld was vergroeid? En mochten ze in Wilrijk alstublieft een beetje trots zijn op die ene telg die ooit geschiedenis heeft geschreven? In 2012 was Pater De Deken de spil van de jaarlijkse Erfgoeddag. Niemand was er over gestruikeld, en ook de bewoners van Pater De Dekenstraat hebben nooit geklaagd. ‘Voor het bordje met context moesten we samenwerken met de plaatselijke heemkundige kring’, zegt Ouologuem, ‘een club met nul diversiteit in de rangen. Ook daar bekeken ze De Deken louter als de onverschrokken ontdekkingsreiziger en bevlogen missionaris die zijn leven had gegeven om de zegeningen van het christelijk geloof op het donkere continent te verspreiden. Die onwetendheid leeft in heel Vlaanderen. Burgemeesters of lokale bestuurders weten niet hoe te reageren als ze met kritische vragen over koloniale monumenten worden geconfronteerd. Ze zijn allemaal universiair geschoold, maar tijdens hun hele onderwijstraject hebben ze geen woord over het kolonialisme gehoord, laat staan over Belgisch Congo’.

Anti-kolonialistische Denkmal

Moeten we koloniale monumenten uit het straatbeeld verwijderen en naar een museum verhuizen? Mireille Tsheusi-Robert en Nadia Nsayi klonken genuanceerd. Verwijderen hoeft niet meteen, maar contextualiseren is een must. Even belangrijk vonden ze aandacht voor de andere kant van het koloniale plaatje. ‘Het mag niet blijven bij één Lumumbaplein’, aldus Tsheusi-Robert. ‘Er moet veel meer publieke erkenning komen voor slachtoffers en tegenstanders van racisme en kolonialisme. Als feministe vind ik dat er ook vrouwen bij moeten. Iemand als Winnie Mandela verdient zeker een straat in België’.

Idesbald Goddeeris, professor koloniale geschiedenis aan de KU Leuven, pleit wel voor een selectieve beeldenstorm. ‘Natuurlijk kun je niet alle monumenten zomaar weghalen, zeker niet als ze in de lokale geschiedenis zijn ingebed. Maar ik verzet me tegen de eenzijdigheid van het straatbeeld. We hebben in België wel erg veel monumenten ter verheerlijking van ons koloniale verleden. De meeste dateren uit het interbellum, het hoogtepunt van de koloniaal-patriottische propaganda. Leopold II had de kolonie in 1908 aan België overgedragen, in een schandaalsfeer nadat internationaal commotie was ontstaan over wreedheden in Congo Vrijstaat. De monumenten moesten helpen om die pijnlijke bladzijde om te slaan en de bevolking warm te maken voor de koloniale onderneming. In een moeite door werden Leopold II en zijn hele Congo Vrijstaat gerehabiliteerd, dankbaar gebruik makend van de gezwollen patriottische sfeer en de monarchistische cultus rond koning-ridder Albert. Daarom staan er zoveel pioniers van de Vrijstaat op een sokkel, voornamelijk Belgische militairen die in feite slechts een klein aandeel hadden in de stichting. Voor de vele buitenlanders en missionarissen die een even grote rol speelden, was er veel minder brons of marmer beschikbaar’.

Niet alleen het aantal koloniale beelden, plakaten en naamborden maakt België uniek. Even frappant is volgens Goddeeris het ontbreken van de koloniale subjecten in de publieke ruimte. ‘In Londen staat Ghandi, nochtans een van de voortrekkers in de strijd tegen het Britse kolonialisme, op Parliament Square. Nederland heeft verschillende monumenten voor de slachtoffers van de slavernij, in Bremen staat een antikolonialistische Denkmal. Wij hebben niks, en precies daarom is het toekomstige Lumumbaplein in Brussel zo’n belangrijk symbool. Overigens, ik vind niet dat alle koloniale monumenten moeten verdwijnen. Laten we geval per geval oordelen, afhankelijk van de plaatselijke dynamiek. Maar gecontessteerde monumenten mogen voor mijn part weg. Gemeentebesturen weten doorgaans niet wat ermee aan te vangen. Waarom dan geen museum van koloniale propaganda oprichten, of een beeldentuin zoals in Boedapest of Moskou, waar ze een collectie communistische beelden in een park hebben gedropt. Het alternatief, de bordjes met context die de voorbije jaren bij verschillende beelden werden geplaatst, is niet efficiënt. De meeste van die teksten zijn wollig, onvolledig en naast de kwestie’.

Veel animo voor een afschot onder de koloniale monumenten heeft Goddeeris nog niet vastgesteld. Integendeel zelfs, er komen er nog bij. In 2008 werd in Deinze een vergeten beeld van Jules Van Dorpe, een houwdegen van de Congo Vrijstaat, prominent op een heraangelegd plein geplaatst. ”Het lokale bestuur zag het louter als een decoratieve opportuniteit’, zegt Goddeeris, ‘ze hadden wellicht geen benul van de bedenkelijke reputatie die aan Van Dorpe kleeft. Erger nog was Genval waar drie jaar eerder een borstbeeld van Leopold II in ere werd hersteld. Dat was geen onwetendheid maar pure symboliek. In koloniale kringen waren ze in die periode erg verbolgen over King Leopold’s Ghost, de bestseller van de Adam Hochschild die definitief het imago van Leopold II als koloniale massamoordenaar heeft gevestigd. Het beeld in Genval was daar een reactie op’.

Jacques de Dixmude

Waarmee meteen de vraag rijst: wie zit in de koloniale monumentestrijd in het kamp van Leopold en co? Identitair rechts lijkt een beredeneerde gok. De aanvallen op het koloniaal erfgoed kunnen gezien worden als de zoveelste veldslag in de sluipende cultuuroorlog. Afro-migranten die net zoals andere minderheden aan de historische grondvesten van onze witte maatschappij knagen. Maar zo eenduidig is het niet, blijkt uit een artikel dat Goddeeris in een historisch vakblad publiceerde. Pakweg tien jaar geleden stond het Vlaams Belang op de barricaden tegen Leopold II en zijn koloniale helden, een manier om de monarchie en de Belgische instellingen in discrediet te brengen. In Wilrijk echter wierp de plaatselijke partijafdeling zich op als onvoorwaardelijke verdediger van ‘onze’ Pater De Deken, belaagd als hij werd door gekleurde nieuwkomers van wie sommigen zelfs een islamitische geloofsovertuiging aankleefden. In Diksmuide voerde de N-VA het verzet aan tegen het pompeuze monument van Jacques de Dixmude, held van zowel de Congo Vrijstaat als van het Ijzerfront. Voor de gelegenheid stonden antikolonialisten en flaminganten schouder aan schouder, zij het niet per se met dezelfde motieven. Voor de N-VA was Generaal Jacques niet alleen een koloniale geweldenaar, maar vooral een franskiljon wiens standbeeld na WOI door het Belgisch establishment werd opgedrongen.

inlander kijkt bewonderend op naar Alphonse Jacques de Dixmude (foto: toerisme West-Vlaanderen)

inlander kijkt bewonderend op naar Jacques de Dixmude (foto: Westhoek.be)

De echte oppositie tegen de koloniale beeldenstormers zit uitgerekend bij datzelfde establishment. Misschien ligt het aan de leeftijd, maar de vertegenwoordigers zijn minder zichtbaar in het debat en vooral minder aanwezig in de sociale media dan de dekolonisatie-activisten. Wie heeft ooit gehoord van UROME-KBUOL, een koepel waarvan de Nederlandstalige afkorting staat voor Koninklijke Belgische Unie voor de Overzeese Landen? ‘We tellen 32 aangesloten verenigingen’, zegt woordvoerder Robert Devriese. ‘Samen zo’n 3.000 leden die banden hebben met Congo, Rwanda en Burundi. Ook twee Congolese verenigingen hebben zich aangesloten, een ervan draagt zelfs de naam van Leopold II. Weinig Belgen beseffen dat, maar vele Congolezen koesteren het grootste respect voor Leopold II als stichter van hun land’.

Devriese is een gepensioneerde diplomaat die in Congo werd geboren en getogen. Als 12-jarige maakte hij in Leopoldstad de onafhankelijkheid mee. Het Brussels eerbetoon aan hoofdrolspeler Patrice Lumumba ligt hem zwaar op de maag. ‘Het is hoog tijd om die figuur te demystifiëren’, zegt hij. ‘Lumumba was helemaal geen staatsman, de meeste Congolezen haten hem als de pest. Lumumba had veel bloed aan zijn handen, vraag dat maar in Kasai of in Katanga. Moet je zo’n man op een voetstuk plaatsen? Ik begrijp dat er een behoefte leeft aan monumenten voor Congolezen. Maar waarom polariseren? Voor mijn part mogen ze de Grote Markt in Brussel omdopen tot Plein van de Belgisch-Congolese Samenwerking. Of als ze per se een standbeeld willen: kies dan voor Etienne Tshisekedi, die heeft echt gestreden voor zijn volk. Ik heb dat allemaal opgeschreven in een open brief aan de Brusselse burgemeester. Niet dat ik me illusies maak, want dat hele Lumumbaplein is in de allereerste plaats een verkiezingsstunt. De stem van de Afro-Belgen weegt veel zwaarder dan de onze, want electoraal stellen oud-kolonialen niks voor’.

Museum van Tervuren

Dat betekent niet dat ze geen invloed hebben. Devriese maakt er geen geheim van dat hij en zijn medestanders politici hoog en laag aanklampen om hun punt te maken. Het verzet van Elsene tegen een Lumumbaplein werd mede door KBUOL ingefluisterd. De grote luisterbereidheid bij de MR hoeft overigens niet te verwonderen. Als het koloniale, koningsgezinde establishment ergens op de ledenlijst weegt, dan is het wel bij de Franstalige liberale partij waar een aristocratische stamboom weinig opzien baart. De overwegend bejaarde KBUOL-bestuurders hebben er intussen een dagtaak aan: reageren op iedere actie tegen koloniale monumenten. ‘Ze gaan echt te ver’, zegt Devriese. ‘In Hasselt wilden ze Leopold II neerleggen, met zijn gezicht naar de grond gekeerd, als teken van schaamte. Daar hebben we gelukkig een stokje voor gestoken, dank zij onze goede contacten met de burgemeester’. Dat koloniale monumenten een doorn in het oog zijn van Afro-Belgen, daar kan de gewezen diplomaat naar eigen zeggen geen enkel begrip voor opbrengen. ‘Daarmee bewijzen de actievoerders alleen maar hun gebrek aan historische kennis. Ja, de kolonisering van Congo draaide in de eerste plaats rond exploitatie en ging gepaard met onrecht en geweld. Dat was in alle kolonies het geval, maar België heeft er wel iets voor in de plaats gesteld. Bij de onafhankelijkheid in 1960 was Congo het rijkste land van Afrika. Kijk waar ze nu staan, drie generaties na de onafhankelijkheid’.

Intussen wordt in Tervuren naarstig gewerkt. In december gaat het vernieuwde Afrika-museum open, na een renovatie van 5 jaar die op 66 miljoen euro werd begroot. Naar de vernieuwde permanente tentoonstelling wordt reikhalzend uitgekeken. Voor de meeste Belgen is Tervuren de eerste en vaak ook enige kennismaking met zowel Midden Afrika als ons koloniaal verleden. Roger Devriese is er niet gerust op. ‘Het gaat de verkeerde kant op’, klaagt hij. ‘Tervuren is in handen gevallen van gefrustreerde Congolezen en fanatieke antikolonialisten. Stel je voor, ook daar wilden ze Leopold in de inkomhall strijk leggen, met zijn gezicht op het marmer. Gelukkig is Tervuren een beschermd monument waar ze zich niet alles kunnen veroorloven’.

Luipaardman

Bambi Ceuppens, als cultureel antropologe verbonden aan het Afrika Museum en nauw betrokken bij de transformatie, voelt zich niet aangesproken. ‘We gaan niet over een nacht ijs’, zegt ze. ‘Zo worden alle teksten door internationale peer reviewers nagelezen. Een permanente tentoonstelling bouwen is een zware verantwoordelijkheid, dat beseffen we heel goed’. Ze kan Devriese geruststellen: het wordt geen beeldenstorm noch een tabula rasa. Het in goudletters gevatte huldebetoon aan het genie van de louter door beschavingsijver gedreven Leopold II? Blijft gewoon zichtbaar in de majestueuze inkomhall.  ‘De stempel van Leopold II blijft nadrukkelijk’, zegt Ceuppens. ‘Niet alleen het gebouw maar ook de inboedel is beschermd. Tervuren blijft wat het altijd al was: het belangrijkste koloniaal monument van ons land. Binnen dat kader moeten we ons verhaal vertellen. Daar zit de breuk met het verleden: we gaan bijvoorbeeld veel meer aandacht besteden aan het hedendaagse Congo, en aan de manier waarop het koloniale verleden daarin blijft doorwegen. En ja, sommige iconische stukken verdwijnen uit de permanente tentoonstelling. Zoals de bekende Luipaardman, een beeld dat zowat alle racistische clichés over zwart Afrika en zijn primitieve bewoners samenvat. Maar de liefhebbers mogen gerust zijn: de Luipaardman blijft in Tervuren. We gaan die samen met soortgelijke beelden in een aparte ruimte ontsluiten’.

Luipaardman in Tervuren (foto: Afrikamuseum Tervuren)

Luipaardman in Tervuren (foto: Afrikamuseum Tervuren)

Ook binnen de Afro-Belgische gemeenschappen weerklinken kritische stemmen over de dekolonisatie-beweging. Volgens sommigen is het een symboolstrijd die de aandacht afleidt van de reële problemen die recent nog door de Koning Boudewijnstichting in kaart werden gebracht. De werkloosheid onder de 110.000 Congolese, Rwandese en Burundese Belgen ligt vier keer hoger dan gemiddeld, ondanks een bovengemiddeld opleidingsniveau. 80 procent van de respondenten noemde zich slachtoffer van racistische beledigingen en allerlei vormen van discriminatie, onder meer op de huisvestingsmarkt. Opvallend: de meesten legden een verband met de koloniale blik die op Afro-Belgen rust. Bambi Ceuppens is de laatste om zich daarover te verwonderen. ‘Zwaren worden in België nog altijd als minderwaardig bekeken’, zegt  ze. ‘Goed in dans en sport, maar onmogelijk serieus te nemen. Die paternalistische blik is sinds de onafhankelijkheid nauwelijks veranderd. Daarom is dit geen achterhoedegevecht. Pas als we ons van die koloniale vooroordelen bevrijden, kunnen Afro-Belgen zich echt emanciperen’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.