Veenbrand in de Marokkaanse Rif

Knack, 20 juni 2018

Al 20 maanden sluimert in de Marokkaanse Rif een volksopstand. Terwijl de historische leiders van de Hirak in Casablanca voor de rechter verschijnen, slaan hun medestanders terug met een boycot van Danone-producten. De Vlaamse en Nederlandse diaspora leeft intens mee, zo blijkt uit het essaybundel ‘Opstand in de Rif’.

opstand in de rif HRvk1

Tussen de steekvlammen van de internationale politiek blijven veenbranden vaak onopgemerkt. In de Rif, een door Berbers bewoonde regio in het Noorden van Marokko, smeult zo’n vuur. Op 28 oktober 2016 sloeg de vlam in het stro, nadat in provinciehoofdstad Al Hoceima een jonge vishandelaar in een vuilniswagen werd verpletterd tijdens een dispuut met de politie over een lading illegaal gevangen zwaardvis. De Hirak was geboren, een volksopstand die teert op historische frustraties van de Riffijnen die zich al decennialang politiek, economisch en cultureel gediscrimineerd voelen. Nasser Zefzafi, een gsm-reperateur uit Al Hoceima, werd het gezicht van het geweldloze massaprotest dat veel weerklank kreeg in de Europese diaspora. Vooral België, Nederland, Spanje en Duitsland tellen grote gemeenschappen uit een verarmde regio die de voorbije 60 jaar een derde van zijn bevolking zag emigreren. Terwijl de internationale mediabelangstelling taande, nam de repressie van de Marokkaanse overheid toe. In april begon in Casablanca het monsterproces tegen de een jaar eerder gearresteerde Zefzafi en 53 van zijn medestanders. Rachida Lambrabet wijst op het contrast: in de rechtbank in Casablanca zaten welgeteld twee Europese politici als waarnemers, niks vergeleken bij de mobilisatie voor de politieke processen tegen Erdogan-critici in Turkije. De Vlaamse schrijfster en activiste, zelf van Riffijnse oorsprong, leverde een bijdrage aan het pas verschenen essaybundel ‘Opstand in de Rif’. De auteurs, overwegend Vlaamse en Nederlandse Riffijnen, klagen zowel de repressie in Marokko als het stilzwijgen van Europa aan.

Nergens klinkt dat stilzwijgen luider dan in België, vernemen we van samensteller Btisam Akarkach die zelf een bijdrage over de rol van sociale media en burgerjournalisten schreef. ‘Het verschil met Nederland is frappant’, zegt ze. ‘Niet alleen de media maar ook de politiek besteden er veel meer aandacht aan de crisis in de Rif. De enige twee Europese waarnemers op het proces in Casablanca waren trouwens Nederlandse politici, de PvdA’sters Kati Piri en Lilliane Ploumen’.

hoe verklaart u dat verschil?

Btisam Akarkach: België doet er ook alles aan om Marokko niks in de weg leggen. Het land wordt gezien als een cruciale bondgenoot in de strijd tegen de terreur, en een partner waarmee we zaken willen doen of afspraken maken over de terugname van illegale migranten. Onlangs kregen we daar een sterk staaltje van te zien, toen minister van buitenlandse zaken Didier Reynders (MR) in Rabat een Leopoldsorde uitreikte aan Driss El Yazami, de voorzitter van de Nationale Raad voor de Rechten van de Mens.

toch een mooi humanitair gebaar?

Akarkach: Niet als je de rol kent die El Yazami in het drama van de Rif speelt. Als voorzitter van de nationale mensenrechtenraad heeft hij de massa-arrestaties en mensenrechtenschendingen nooit veroordeeld maar integendeel geminimaliseerd. Dat terwijl Riffijnen zelf van een terugkeer naar de Loden Jaren spreken, de drie decennia onder Hassan II die vooral in de Rif door genadeloze onderdrukking werden gekenmerkt. Politieke moorden zoals toen worden er nu niet gepleegd, maar Riffijnse activisten worden aan de lopende band gearresteerd, en in de gevangenissen wordt weer gefolterd en verkracht. Volgens Amnesty International worden op het proces van Casablanca onder dwang afgelegde getuigenissen gebruikt als bewijsstukken à charge. Intussen wordt de pers steeds meer gemuilkorfd. Verschillende journalisten zitten in de gevangenis, anderen zijn het land ontvlucht. De repressie treft vooral burgerjournalisten en internetactivisten, de mainstream media zijn namelijk erg dociel. De overheid legt servers plat en blokkeert accounts, een heus trollenleger is permanent in de weer om de Hirak te verdoezelen of verdacht te maken.

hoe is de stemming in Al Hoceima, de hoofdstad van de gelijknamige provincie die nog altijd het epricentrum van de Hirak is?

Akarkach: De repressie laat zich voelen, straatprotest is de facto onmogelijk geworden. Bij eerdere demonstraties werden al 2.000 betogers opgepakt, 500 zitten nog altijd vast. Ik heb zelf gezien hoe hard het er aan toegaat toen ik vorige zomer de begrafenis bijwoonde van een jongen die door een politiekogel werd geveld. De binnenstad was hermetisch afgegrendeld, agenten gooiden met stenen, terwijl anderen de betogers filmden, wat de volgende dagen tot een nieuwe golf van arrestaties leidde.

met stenen gooiende agenten? Vlogen de projectielen niet in de andere richting?

Akarkach: Nee, de Hirak is principieel geweldloos. Dat heeft Nasser Zefzafi altijd benadrukt, zelfs vanuit de gevangenis. Alle mobilisaties via de sociale media gaan gepaard met dezelfde oproep: pleeg geen geweld en reageer niet op provocaties. Bij betogingen lopen eigen ordediensten mee om heethoofden in toom te houden.

Europa is er niet helemaal gerust op. De frustraties in de Rif krijgen veel weerklank in grootsteden zoals Rabat, Tanger en Casablanca. Gevreesd wordt dat de opstand tot een nieuw hoofdstuk in de Arabische Lente kan escaleren. Terecht?

Akarkach: Nee, dat is een frame van het regime. Hoe valt anders te verklaren dat de Hirak al anderhalf jaar zijn geweldloze karakter weet te behouden, ondanks de toenemende repressie? Dit is geen revolutie maar een burgerbeweging die alleen maar redelijke eisen stelt, concrete maatregelen tegen achterstelling van de Rif, zoals een eigen universiteit, een volwaardig ziekenhuis, investeringen in infrastructuur en werkgelegenheid. Anders dan de 20 februari-beweging van 2011 wil Hirak de monarchie niet afschaffen of de regering omverwerpen. Er zijn nog meer verschillen De 20 februari-beweging, de Marokkaanse episode van de Arabische Lente die in de Rif veel aanhangers telde, werd getrokken door intellectuelen die over de hoofden van het volk spraken. Letterlijk, ze gebruikten woorden die de doorsnee Riffijn niet eens snapte. De leiders van de Hirak hebben daar lessen uit getrokken, ze spreken de taal van het volk. Riffijns, maar even goed Darija, Marokkaans Arabisch. Er waren zelfs plannen om ook in het Frans, Nederlands, Duits en Spaans te communiceren, kwestie van de jongeren in de diaspora nauwer te betrekken. Die betrokkenheid is nieuw en voor het regime erg verontrustend, wat blijkt uit de repressie die nu ook de diaspora treft. De procureur van Casablanca heeft een zwarte lijst opgesteld met tien online activisten uit verschillende Europese landen. Ze riskeren in Marokko te worden opgepakt, zoals vorige week effectief is gebeurd met de Belgische Facebook-activist Wafi Kajoua.

het hirak-proces van Casablanca nadert zijn ontknoping. Opvallende afwezige is Nawal Ben Aïssa, de jonge vrouw die na de arrestatie van Zefzafi het leiderschap waarnam. Wat is er van haar geworden?

Akarkach: Ze is in februari al veroordeeld tot een voorwaardelijke straf en een geldboete, een effectieve manier om haar als moeder van drie monddood te maken. Dat doet niks af aan haar historische verdienste, voor vrouwen in de conservatieve Rif is ze een rolmodel.

Mohamed VI werd bij zijn aantreden in 1999 ingehaald als een reformistisch monarch, de antipode van zijn autoritaire vader Hassan II. Onder zijn bewind werden democratische vrijheden hersteld, terwijl de jonge koning zich persoonlijk inspande om de banden met de Riffijnen aan te halen. Hoe staat hij tegenover de Hirak?

Akarkach: Dat vraagt iedereen zich af. De koning schittert door afwezigheid. Niet alleen in dit dossier, in heel Marokko spreken ze van de virtuele koning die alleen nog met selfies van zijn familie uitpakt. Het is waar dat in de eerste jaren van zijn bewind hervormingen werden doorgevoerd, zoals meer persvrijheid. Dat duurde totdat journalisten kritische vragen gingen stellen bij de verknoping van politieke en economische belangen binnen de makzhan, een onvertaalbaar begrip dat voor de het establishment van monarchie en centrale overheid staat. Ik heb vorig jaar in Al Hoceima de nationale feestdag met de koninklijke speech meegemaakt. Wat me frappeerde waren de ambigue gevoelens van hoop en wantrouwen bij de Riffijnen. Hoop, want het gerucht liep dat de koning gratie zou verlenen aan de gevangen Hirak-leiders. Toch overheerste de scepsis. Ik wilde de historische speech in een café bijwonen. Bleek dat ze de satellietzender niet konden vinden, omdat er nooit naar een kanaal van de overheid werd gekeken. Uiteindelijk heeft koning geen gratie verleend, maar wel het machtsvertoon van de ordediensten in de Rif goedgepraat. Ik ben meermaals bij Ahmed Zefzafi, de vader van Nasser, thuis geweest. Volgens hem verschilt Mohamed VI helemaal niet veel van Hassan II.

hoe moet het verder met de Hirak?

Akarkach: De alertheid van de diaspora is groter dan ooit. In Marokko dwingt de repressie tot creativiteit. Zo werd onlangs via Facebook een boycot gelanceerd tegen drie bekende merken waarin de makzhan grote belangen heeft. Behalve een keten van pompstations worden ook de Marokkaanse Danone-producten geviseerd. Die oproep is een groot succes, en niet alleen in de Rif. De Hirak is nog niet dood.

 

Opstand in de Rif, Btisam Akarkach (red), Epo, 182 pag, 20 €

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>