Barcelona, gedeelde hoofdstad van een verdeelde regio

Knack, 13 juni 2018

“Net zoals in het voetbal volstaat het in de Spaanse politiek niet de tegenstander te overwinnen, het is de bedoeling hem te vernederen en in de grond te boren”

De vlaggenstrijd in Barcelona staat op een laag pitje, maar de politieke verdeeldheid blijft pieken. Catalaanse separatisten en Spaanse constitutionalisten bekijken de wereld door een verschillende bril. De eersten spreken van politieke gevangenen, de anderen van criminelen die hun verdiende loon krijgen. Knack zocht beide kampen op. “Pas als de ratio terugkeert, kan er worden onderhandeld”.

Plaza de Catalunya.  Permanent protest 'tot president Puigdemont terugkeert' (eigen foto)

Plaça de Catalunya. Permanent protest ‘tot president Puigdemont terugkeert’ (eigen foto)

Er zijn slechtere plekken voor politieke activisten om hun tenten op te slaan dan de Plaça de Catalunya. Het meest centraal gelegen plein van Barcelona is naar dagelijkse gewoonte volgestroomd met toeristen. Zeggen dat het ook stormloopt bij de stand met geel-rode vlaggen zou de waarheid geweld aandoen. De meeste passanten hebben vooral oog voor de imposante fontein, als ze al niet vertwijfeld op zoek zijn naar de goed verstopte ingang van het ondergrondse metro- en treinstation. Maar tevergeefs kun je de moeite van de independentistes niet noemen. Een Japans koppeltje maakt selfies bij de portrettengallerij van verbannen en opgesloten Catalaanse leiders, moeilijker dan je denkt met een ijsje in de hand. Op de tafel liggen geel-rode pins en andere prullaria, zoals sleutelhangers in de vorm van de onafhankelijke republiek Catalonië. Er zijn gegadigden voor, zowel toeristen als Catalanen die doorgaans gretig hun handtekening plaatsen op de petitie ter vrijlating van de ‘presos politics’ , de politieke gevangenen.

In de schaduw van een grote luifel zijn vrouwen met breipriemen en rood-gele wol in de weer. ‘Een symbolische actie’, zegt Philippe Carton grijnzend. ‘Ze breien aan de onafhankelijke republiek’. Carton is het perfecte aanspreekpunt achter de toonbank. Catalaans, Spaans, Frans of Engels, hij kan in alle talen even vlot uitleggen waarom dit bivak al meer dan een half jaar stand houdt. ‘We zijn hier neergestreken na het afzetten van Carles Puigdemont’, zegt hij. ‘Hij is en blijft onze wettelijk verkozen president. We blijven hier staan, totdat hij in zijn functie wordt hersteld en alle politieke gevangenen worden vrijgelaten’.

Jordi Pujol

Carton, een prille zestiger, blijkt een geboren Brusselaar te zijn. Als kind verhuisde hij naar Barcelona, mee met zijn vader die door werkgever Agfa-Gevaert werd uitgestuurd. Hij liep er school, werkte er zijn hele carrière als bedrijfseconoom voor verschillende multinationals, totdat hij door gezondheidsproblemen thuis kwam te zitten. De vrijgekomen tijd gaat op aan de strijd voor de Catalaanse zaak waarmee hij een passioneel huwelijk heeft gesloten. ‘Ik ben altijd al een nationalist geweest’, zegt hij. ‘Al van toen ik op het Lycée Français zat, samen overigens met de vorige Catalaanse president Artur Mas. Nationalisme heeft hier niks met etniciteit te maken, er zijn heel wat “nieuwkomers” zoals ikzelf die zich met de Catalaanse zaak identificeren. Ook ideologisch gaat het erg breed. Historische leiders zoals Jordi Pujol en Artur Mas zijn eerder conservatief-liberaal. Niet mijn strekking, ik noem mezelf een radicaal-linkse republikein’. Toch heeft hij de volgende stap naar het separatisme pas recent gezet, op 01-10. De tijdstempel verwijst naar het door de Spaanse overheid verboden en gesaboteerde onafhankelijkheidsreferendum. ‘Die dag ben ik independentist geworden’, zegt hij. ‘Ik heb ganse dag piket gestaan om mijn stembureau tegen het extreme politiegeweld te beschermen’.

De Belgische Catalaan en pro-independentist Philippe Carton. Op de achtergrond zitten vrouwen te 'breien voor de republiek'. (eigen foto)

De Belgische Catalaan en pro-independentist Philippe Carton. Op de voorgrond zitten medestanders te ‘breien voor de republiek’. (eigen foto)

Terwijl we staan te praten wordt een paar huizenblokken hiervandaan een nieuw hoofdstuk geschreven van de politieke soap die de Catalaanse crisis is geworden. Het Parlament zal de 55-jarige advocaat en radicale nationalist Quim Torra als nieuwe president van de tot nader order Spaanse deelstaat Catalonië benoemen. Eerdere pogingen om Carles Puigdemont vanuit zijn ballingoord als president te installeren, werden door Madrid met grondwettelijke en strafrechterlijke banbliksems verijdeld. Ook andere kandidaten, allemaal vervolgd of zelfs opgesloten door de Spaanse justitie, sneuvelden na uitputtende procedureslagen. Tegen Quim Torra kon Madrid geen bezwaar maken, de gewezen voorzitter van de Catalaanse cultuurbeweging Òmnium is een nieuwkomer in de politiek. Toch verliep de stemming kantje boord. De nationalistische regeringspartijen JxCat en ERC, die bij de verkiezingen van 21 december in gespreide slagorde opkwamen, hingen af van de gedoogsteun van de CUP. Deze radicale, anarcho-marxistische beweging is behalve uitgesproken republikeins erg tegendraads. Voor de CUP is en blijft Carles Puigdemont de enige wettige president.  Pas na een woelig partijcongres, tussen twee benoemingsdebatten door, werd besloten dat de vier CUP-vertegenwoordigers zich zouden onthouden zodat Torra met één stem overschot kon worden geïnstalleerd.

Ook Torra, die tijdens zijn aanvaardingsspeech zijn vaste voornemen uitsprak om van Catalonië een onafhankelijke republiek te maken, erkent Puigdemont als de morele president. Uit piëteit weigert hij het kantoor van zijn afgezette voorganger te gebruiken. Belangrijker nog: hij vloog onmiddellijk naar Berlijn voor topoverleg met Puigdemont die geen enkele moeite doet om te verbergen wie er in Catalonië aan de touwtjes zal trekken. Puigdemont zit nog altijd vast in Duitsland, in afwachting dat een plaatselijke rechter zich over het Spaans uitleveringsverzoek tegen zijn persoon uitspreekt. Die onzekerheid belet hem niet om alvast de leiding te claimen van de Consell de la República, een nog op te richten schaduwregering in ballingschap.

polarisering

Merkwaardig genoeg heeft Philippe Carton de veelbesproken tweets van de nieuwe president niet gelezen. De oppositie, het plaatselijke Cíudadanos-boegbeeld Inés Arrimadas op kop, heeft er nochtans een enorm drama van gemaakt. De fragmenten, opgegraven uit Torra’s Twitter-feed en bijdragen aan diverse nationalistische fora, gemiddeld vijf tot tien jaar oud, waren dan ook op zijn minst aangebrand. Of wat te denken van metaforen waarin Spanjaarden met dieren en genetische afwijkingen worden vergeleken, of beschouwingen over het Castilliaans dat zich als een plaag in Catalonië verbreidt? Torra’s excuses werden door Cíudadanos (Cs) niet aanvaard. De liberale partij, grote overwinnaar van de Catalaanse verkiezingen van 21-12, maakt zich op voor een keiharde oppositiekuur. Zo is ze fel gekant tegen het opheffen van het beruchte artikel 155, een noodwet die na de referendumcrisis door Madrid werd geactiveerd om Catalonië onder bestuurlijke en budgettaire voogdij te plaatsen. Met het aantreden van de regering Torra houdt de uitzonderingstoestand in principe op. Nationale ambities zijn niet vreemd aan de onverzoenbare opstelling van Cs. De partij van Albert Rivera, gesticht en groot geworden in Catalonië, scoort intussen in heel Spanje en is volgens recente peilingen de Partido Popular (PP) van premier Rajoy voorbijgestoken. De Catalaanse crisis, die buiten de regio tot een opstoot van Spaans nationalisme heeft geleid, is één van de voornaamste groeifactoren. Voorts toont Cs zich als maagdelijke partij erg bedreven in het verzilveren van de corruptieschandalen die vooral de PP en in mindere mate de socialistische PSOE teisteren. ‘Ik heb niks met Quim Torra’, zegt Philippe Carton na een wat ongemakkelijke stilte. ‘Carles Puigdemont blijft in mijn ogen de echte president. Ik heb hem persoonlijk leren kennen. Puigdemont is intelligent en beginselvast, ik zie niemand van zijn niveau in Catalonië’.

Jordi Cantavela, een overtuigd republikein die in december voor de CUP stemde, is al evenmin fan van Quim Torra.’Konden ze echt geen jong en fris gezicht vinden?’, moppert hij. ‘Bij voorkeur een vrouw die het in de media of het parlement tegen Inés Arrimadas kan opnemen. Heb je die al eens bezig gezien? Ik heb een hekel aan haar partij en haar standpunten, ze haat alles wat Catalaans en nationalistisch is. Maar ik moet toegeven dat ze er goed uitziet. En wat erger is, ze is slim en welbespraakt’. Cantavela, auteur van onder meer een succesroman over de Spaanse burgeroorlog, woont met zijn Franse vrouw en twee zonen in Sants, hartje Barcelona. Een republikeins bastion, had hij aan de telefoon gezegd. En inderdaad, er hangen iets meer vlaggen dan gemiddeld, en de balans slaat nog meer dan elders door naar de republikeinse kant. Gele stroppen, symbool voor de poltieke gevangenen en ballingen, flankeren republikeinse standaarden die zich met hun ster van de gewone Catalaanse banier onderscheiden. Die laatste zorgen voor een contrapunt, net zoals de Spaanse vlaggen die evenmin ontbreken. Toeristen echter kunnen perfect van een citytrip terugkeren zonder erg te hebben in de politieke crisis. De echte polarisering speelt zich op een ander niveau af.

Cantavela heeft de beelden op zijn smartphone staan. Een verwoest cultuurcentrum in de Barcelonese buitenwijk Sarrià, gevolg van een brandstichting door onbekenden die een vistitekaartje achterlieten. Op de muren werden hakenkruisen gespoten, naast slogans tegen de CDR, een militante, republikeinse burgerbeweging die na 1-O werd opgericht en waarvan een afdeling een onderkomen in het uitgebrande centrum had gevonden. ‘Geen alleenstaand geval’, weet Cantavela. ‘Het maakt deel uit van de Spaanse strategie, net zoals het systematisch vervolgen en opsluiten van nationalisten. Ze proberen ons te provoceren, om het imago van de geweldloze onafhankelijkheidsbeweging onderuit te halen. Ik heb er geen goed oog in. Als we op deze weg verder gaan, eindigt het in bloedvergieten. Ook aan onze kant zitten immers heethoofden’. Cantavela, even vloeiend in het Spaans als in het Catalaans, mag dan volbloed republikein zijn, hij kan de situatie van een afstand bekijken. Polarisering is geen regionale, Catalaanse specialiteit, aldus de schrijver die de term futbolisación laat vallen. Net zoals in het voetbal volstaat het in de Spaanse politiek niet de tegenstander te overwinnen, het is de bedoeling hem te vernederen en in de grond te boren. Symbolisch en ander geweld worden daarbij niet geschuwd. ETA maakte er een sport van tegenstanders dood te wensen door schietschijven met hun naam op muren te kalken. Vandaag lenen sociale media zich voor dat soort psychische terreur. Met effect: geen enkele Spaanse politicus van betekenis waagt zich zonder lijfwacht buiten zijn deur. Volgens Cantavela zet de futbolisación zich nu ook in de Catalaanse samenleving door. Verhalen over families, vrienden en collega’s die door slaande ruzies over de crisis worden uiteengerukt, kan hij alleen maar bevestigen. ‘De kloof loopt zelfs door mijn eigen familie’, zegt hij. ‘Een van mijn tantes is tientallen jaren geleden naar Alicante verhuisd. Ze volgt het nieuws uitsluitend via Spaanse media die virulent anti-Catalaans zijn. Carles Puigdemont, dat is in haar ogen een misdadiger die in de gevangenis hoort. Het zal je niet verbazen dat we bij familiefeestjes niet over politiek praten’.

lekke autobanden

Of ik een kijkje wil nemen in het halfrond? Héctor Amelló opent de dubbele, gecapitonneerde deur waarachter zich een fraai decor van pluche en schermerlicht openbaart. Daar, aan de rechterkant van het tot op het bot verdeelde parlement, heeft hij tot twee keer toe nee gestemd tegen de kandidatuur van Quim Torra. Amelló, gemeenteraadslid voor Cs in Figueras, raakte op 21 december voor het eerst verkozen. ‘Figueras ligt in de provincie Girona, bekend als een nationalistisch bastion’, vertelt hij. ‘Toch is onze partij van twee naar vier zetels gesprongen, een onverhoopt succes’. De jonge dertiger is een hybride geval. Zijn ouders komen uit Aragon, een aangrenzende regio waar in vele dorpen Catalaans als voertaal wordt gebruikt. Hij spreekt de taal wel, ook al werd hij in Figueras in het Spaans opgevoed. In 2009 sloot hij zich bij Cíudadanos aan, een partij die nauwelijks vier jaar eerder werd opgericht met als hoofdobjectief een dam opwerpen tegen het Catalaans nationalisme. ‘Ik besefte meteen dat die stap een onuitwisbare stempel zou drukken’, zegt hij. ‘Die verwachting is ook uitgekomen, al viel het aanvankelijk nog mee. Vrienden maakten grapjes. Plaagstoten, maar niet geheel onschuldig. De sfeer is beginnen verslechteren toen de nationalisten in 2014 hun Procés lanceerden, het stappenplan naar de onafhankelijkheid. Discussies werden bitterder, jeugdvrienden staken de straat over als ze je tegenkwamen of weigerden een hand’. Volgens Amelló is die polarisering inherent aan nationalisme, een woord dat bij zijn partij haast altijd door het adjectief identitair vergezeld gaat. ‘Al wie niet voor onafhankelijkheid is, wordt als een vijand van het Catalaanse volk gezien’, zegt hij. ‘Ik kreeg zelfs het verwijt dat ik tegen Catalonië ben. Absurd, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik dan tegen mezelf zijn? Ook mensen die hier veertig jaar geleden zijn aangekomen en hun leven lang aan de welvaart van Catalonië hebben bijgedragen, krijgen nu te horen dat ze niet meer welkom zijn. Dat vind ik even erg’.

Van de brandstichting in een nationalistisch cultuurcentrum in Sarrià heeft hij nooit gehoord. Intimideren van independentistas? ‘Ik beweer niet dat het niet gebeurt’, zegt hij. ‘Maar het gaat om geïsoleerde gevallen. Daar zit het verschil met de andere kant. Het intimideren van onze mandatarissen wordt door de nationalistische partijen aangemoedigd. Zelf mag ik niet klagen, als ik de bagger en bedreigingen op de sociale media buiten beschouwing laat. Girona is een provincie met twee gezichten. In de hoofdstad en aan de kust wonen veel nieuwkomers, vooral arbeidsmigranten uit Spanje, maar ook expats en toeristen die hier blijven plakken zijn. Op het platteland en in de bergen staan de nationalisten veel sterker. Onze mandatarissen hebben het daar erg zwaar. Ze worden op straat uitgescholden, hun gevels worden beklad en hun autobanden lek gestoken. Van de plaatselijke autoriteiten, allemaal in handen van de nationalisten, moeten ze geen hulp verwachten. In die dorpen hangen de republikeinse vlaggen gewoon aan gemeentehuizen en schoolgebouwen, naast slogans over politieke gevangenen. Dat kan eigenlijk niet. Openbare gebouwen moeten neutraal zijn, ze horen geen propaganda uit te dragen die de helft van de Catalanen als een provocatie ervaart’.

gevelprotest tegen opsluiting nationalistische leiders (eigen foto)

gevelprotest tegen opsluiting nationalistische leiders (eigen foto)

karate

Het is een lange metrorit naar Santa Coloma de Gramenet. Ooit een zelfstandige gemeente, intussen opgeslokt door de grootstad. Ik word er opgewacht door Pedro Hidalgo, een kalende man van 49 met een energieke handruk. Hij werkt na zijn uren als karate-instructeur en schrijft boeken over martial arts die ook in België aftrek vinden. Politiekorpsen, zowel de Catalaanse Mossos als de Spaanse Guardia Civil, huren hem in voor oefensessies. Misschien verklaart dat zijn cassante visie op het lot van de intussen al negen Catalaanse leiders die achter de tralies zitten. ‘Ik noem hen geen politieke gevangenen’, zegt hij. ‘Als je politiewagens beschadigt en openbare oderhandhavers belemmert in hun functie, dan moet je daar maar de gevolgen van dragen. Waarmee ik niet zeg dat het politiek verstandig is hen zolang op te sluiten. Neem van mijn aan dat premier Rajoy daar zelf niet gelukkig mee is. Moest ERC-leider Oriol Junqueras op vrije voeten lopen, dan zou Carles Puigdemont vanzelf een toontje lager zingen. Het verschil tussen de leiders van de twee nationalistische partijen is pijnlijk om aan te zien. Die arme Junqueras kan via zijn advocaat hooguit één tweet per week versturen, en ondertussen heeft Puigdemont in Brussel of Berlijn iedere dag de wereldpers aan zijn voeten liggen’.

Karate is slechts een hobby. Hidalgo leidt een bedrijf dat computers, netwerken en bewakingscamera’s installeert. Gemeentebesturen zijn voorname klanten, wat meteen verklaart waarom hij goede contacten onderhoudt met alle politieke partijen. Het belet hem niet zijn sympathie voor Inés Arrimadas en haar Cíudadanos te bekennen. ‘Ze hebben interessante ideeën’, vindt hij. ‘Meer aandacht voor Spaans in het onderwijs, dat wordt hoog tijd. Thuis spreek ik Catalaans met de kinderen, maar ik ben perfect tweetalig. Vader heeft roots in Andaloezië, langs moederskant ben ik Catalaans. Mijn oma sprak zelf geen woord Spaans, haar dochter mocht op school dan weer geen Catalaans spreken. Het onderdrukken van de streektaal onder Franco, daar worden veel mythes over verkocht. Ja, Catalaans werd niet geduld op school of in openbare diensten. Maar thuis en op straat sprak iedereen Catalaans zoveel hij wilde. Het is een goede zaak dat die discriminatie na de dictatuur werd opgeheven. Ik ben zelf een trotste Catalaan, ik speek de taal met mijn zonen die niet voor niks Catalaanse namen hebben gekregen. Maar mettertijd is de slinger doorgeslagen. In heel wat gemeentebesturen en openbare diensten is het nu zowat verboden om Spaans te spreken. Op school wordt slechts 10 procent van de cursussen in het Spaans gegeven, veel te weinig. Cíudadanos pleit voor onderwijs in drie talen, met een evenredig aandeel voor Catalaans en Spaans, aangevuld met Engels. Daar kan ik me perfect in terugvinden’.

Hidalgo’s aversie voor nationalisme groeide mee op met het procés, het actief nastreven naar onafhankelijkheid dat volgens hem verstikkende vormen aannam. ‘De ondernemers van Santa Coloma hebben een eigen vereniging’, zegt hij. ‘Na het lanceren van het procés werden we uitgenodigd om openlijk onze steun toe te zeggen. We zouden erover stemmen, maar de voorzitter maakte vooraf duidelijk dat we in feite geen keuze hadden. Weigeren zou betekenen dat we de subsidie van de lokale overheid kwijtspeelden. Ik heb uit protest ontslag genomen uit die club’. Neutraal kun je Hidalgo niet noemen, maar hij kent wel zijn Catalaanse geschiedenis en serveert scherpe analyses. Lang voor het procés begon heeft Jordi Pujol, de historische leider van het gematigde Catalanisme die de deelstaat meer dan 20 jaar bestuurde, de bedding voor de separatische stroom uitgegraven. ‘Pujol had een ongeschreven missie’, zegt Hidalgo. ‘Op alle sleutelposten moesten nationalisten worden benoemd, en alle Spaanse symbolen moesten uit het straatbeeld verdwijnen. In de grootsteden had je altijd nog de offiiciële vertegenwoordiging van Madrid, vaak met een paar man van de Guardia Civil voor de ingang. Maar in rurale gebieden? Daar hebben ze al twintig jaar geen spoor van het koninkrijk meer gezien. Spanjaarden kennen ze alleen nog via de Catalaanse media, vaak in de hoedanigheid van corrupte bandieten. Toch vormen de nationalisten geen meederheid in deze regio, ik denk dat hoop en al 20 procent van de Catalanen echt voor onafhankelijkheid gewonnen is. Voor mij was dan ook niet 1-O de belangrijkste dag van het voorbije jaar. De massabetoging pro Spanje van 8 oktober, dat was het echte kantelpunt. Dat nationalisten massaal kunnen mobiliseren, wisten we al lang. Maar voor het eerst kwam de zwijgende meerderheid op straat, Catalanen die niet langer bang zijn om te tonen dat ze zich ook Spaans voelen. Dat was nieuw’. Een oplossing voor de poltieke patstelling is volgens Hidalgo niet meteen in zicht. ‘De emoties aan beide kanten lopen te hoog op. De ratio moet terugkeren, dan pas kan er over een compromis worden gepraat’.

rebellie

Geen politieke gevangenen? Met die boodschap moet je bij Susanna Barreda niet leuren. Ze verschijnt stipt op de afspraak, bij metrostation Guinardó. Klein en onopvallend, al is er één detail dat de aandacht van vele forenzen trekt. Op het revers van haar jasje zit een kleine gele strop, hetzelfde symbool dat in groot formaat de lege stoelen van verbannen of opgesloten parlementsleden siert. Geen vrijblijvend statement: Barreda is de vrouw van Jordi Sànchez die al sinds 17 oktober in de gevangenis zit. De leider van de onafhankelijkheidsbeweging ANC werd gearresteerd samen met Òmnium-voorzitter Jordi Cuixart. Geen politici, maar beiden erg invloedrijk. ANC en Òmnium vormen de motor achter alle vreedzame massabetogingen die de voorbije jaren het vriendelijke imago van het independentisme hebben gevormd. De ten laste gelegde feiten zijn omstreden. Op 21 en 22 september mobiliseerden de twee Jordi’s _ hun namen worden in Catalonië altijd in één adem genoemd _ tienduizenden betogers om de door Madrid georchestreerde sabotage van het referendum te verijdelen. Maar of ze massa hebben opgehitst toen enkele politiecombi’s ingesloten raakten en averij opliepen? Zelf houden ze vol dat ze hun achterban juist hebben proberen te kalmeren, toen de gemoederen verhit raakten door nodeloze provocaties vanwege de zwaar bewapende politie. De openbare aanklager is alleszins niet mals: net zoals Carles Puigdemont en andere politici worden de Jordi’s onder meer van rebellie beschuldigd, een misdrijf waar in Spanje een maximumstraf van 30 jaar op staat.

Susanna Barrida, vrouw van de opgesloten -leider Jordi Sanchez. (eigen foto)

Susanna Barreda, vrouw van de opgesloten ANC-leider Jordi Sànchez. (eigen foto)

Susanna Barreda werkt als psycholoog in een achterstandswijk van Barcelona. Haar cliënten, gezinnen en kinderen met allerlei psychosociale sores, hebben haar de voorbije maanden vaak moeten missen. ‘Mijn man zit in Soto del Real’, vertelt ze als we in een discrete hoek van een cafetaria zijn neergestreken. ‘Het is een reusachtig gevangeniscomplex nabij Madrid, meer dan 600 kilometer van hier. Alle Catalaanse gevangenen zitten zo ver van huis. Een bewuste strategie, ze proberen gevangenen te breken door hen van hun familie en geboortegrond te isoleren. Zo deden ze het ook met de ETA-gevangenen. Alleen: mijn man en de andere Catalanen hebben geen terroristische aanslagen gepleegd. De beschuldiging van rebellie is volstrekt ridicuul. Zie je, rebellie is een misdrijf dat in het strafrecht werd omschreven na de mislukte militaire staatsgreep van 1981. Waar zit in hemelsnaam de vergelijking? Onze strijd voor onafhankelijkheid is altijd principieel geweldloos verlopen. Veel Spaanse magistraten vinden het misbruik van de rebellie-aanklacht zelf onaanvaardbaar, net zoals ze erg kritisch zijn voor de manier waarop de voorlopige hechtenis wordt gehanteerd. Stel je voor, een van de verlengingen werd gemotiveerd met de overweging dat mijn man anders dreigde te recidiveren door opnieuw politieke actief te zijn of zelfs aan verkiezingen deel te nemen. En dan beweren dat het niet om politieke repressie gaat! Helaas wordt de vervolging gevoerd door het Grondwettelijk Hof en de Audiencia Nacional, de hoogste rechtscolleges van Spanje waarvan de magistraten politiek worden benoemd. De Partido Popular heeft ze de voorbije jaren vol gestouwd met reactionaire, aartsconservatieve elementen’.

Het huisreglement van Soto del Real laat één bezoek per week toe. Achter glas, slechts een keer per maand kan er in de familiekamer een knuffel worden gegeven. ‘Jordi wil niet dat de kinderen hem vanachter dat glas zien’, zegt Barreda. ‘Hij zit trouwens opgesloten met misdadigers van gemeen recht, van drugsdealers tot moordenaars. De meeste cipiers gedragen zich correct, ze snappen zelf niet waarom hij daar zit. Het is erg zwaar voor ons. Bezoek mag alleen van maandag tot en met donderdag, wanneer de kinderen op school horen te zitten. Mijn dochter van 17 heeft het erg moeilijk mee. Probeer zo’n puber maar eens uit te leggen waarom haar vader nu al zeven maanden in de gevangenis zit ‘.

Een keer heeft ze een negatieve opmerking gekregen, een zieke vergelijking tussen de gele strik en een Jodenster. Veel massaler is de solidariteit. De families van de negen gevangenen houden permanent contact, in heel Catalonië werden steuncomités opgericht die geld inzamelen om de gevangenen en hun gezinnen financieel en juridisch te ondersteunen. ‘Ze krijgen ons niet kapot’, zegt Barreda. ‘Met de repressie zal Spanje het omgekeerde bereiken van wat het beoogt: de afkeer van Madrid zal alleen groter worden en de roep naar onafhankelijkheid luider. Ik kom zelf helemaal niet uit een nationalistisch nest. Mijn ouders liepen nooit warm voor de Catalaanse zaak, maar nu staan ze 100 procent achter het onafhankelijkheidsideaal. Ze zijn niet de enigen’.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>