Latijns-Amerikakenner An Vranckx: “Ik heb in Colombia respect gekregen voor militairen”

Knack, 13 augustus 2018

Bevorderen van vrede in postconflict gebieden, het is een beroep. An Vranckx vult er haar dagen mee, in verafgelegen landen die opvallend vaak in Latijns-Amerika liggen. Over wapens en munitie maakt niemand haar iets wijs, de War on Drugs kent ze van het terrein. Gesprek met een Antwerpse globetrotter die bijdroeg aan de vrede in Colombia.

foto: Hatim Kaghat

foto: Hatim Kaghat

Wee de ambtenaar die ooit het pensioendossier van An Vrankx moet uitvlooien. Universiteiten in binnen- en buitenland, Europese en nationale overheden, ngo’s, stichtingen en thinktanks in diverse hoofdsteden, met haar wisselende opdrachtgevers valt een middelgrote concertzaal te vullen. Al even onoverzichtelijk is de lijst met landen waar ze professioneel actief was. Ze verzamelde airmiles naar bestemmingen zoals Nepal, Ivoorkust, Congo, Kenia, Oeganda en Zuid-Soedan, maar haar echte biotoop is Latijns-Amerika. Weinig landen van Midden- en Zuid-Amerika ontbreken op haar CV, maar de naam van Colombia springt eruit. Een ereburgerschap heeft ze er nog net niet gekregen, maar haar verdiensten voor de Colombiaanse zaak spreken voor zich. An Vranckx kan met recht en rede claimen dat ze een bijdrage heeft geleverd aan het vredesakkoord dat in 2016 een einde maakte aan 50 jaar burgeroorlog.

Haar vakgebied laat zich lastig omschrijven, maar “vredesbevordering in postconflict gebieden” komt aardig in de buurt. Een van haar specialiteiten is de handel in lichte wapens. Vranckx hield exportvergunningen tegen het licht, traceerde wapenleveringen op hun vaak grillige parcours tussen producent en officiële koper, dook in wapendepots van legerkazernes om serienummers te verifiëren. Een van haar bijdragen aan het Colombiaanse vredesproces was overigens het opzetten van een waterdicht controlesysteem voor het registreren en vernietigen van de door de FARC-rebellen ingeleverde wapens. Stof genoeg voor avondvullende gesprekken, maar Vranckx heeft meer op haar repertoire. Volgens de Getuigenbank van het Antwerps Vredescentrum kan ze als spreker worden ingehuurd voor een bonte waaier van thema’s, gaande van bloeddiamanten in Afrika over de War on Drugs en Mexicaanse drugkartels tot het verband tussen Latijns-Amerikaans machismo en geweld.

In de media wordt ze sporadisch als Latijns-Amerika-kenner opgevoerd. Zo ook vorige week  toen Venezuela door een aanslag op president Nicolás Maduro werd opgeschrikt. Het incident was voer voor wilde speculaties. Was het echt een poging om de speechende president via een luchtbombardement met drones te elimineren? De brandweer van Caracas trok zelfs in twijfel of er wel drones in het spel waren, een zegsman verklaarde de explosies door een ontplofte gastank in een appartement nabij het spreekgestoelte. De opeising van de mislukte aanslag maakte er de verwarring niet minder op. An Vranckx maakt er zich al dagenlang vrolijk over. ‘Welke zichzelf respecterende guerrillabeweging noemt zichzelf nu Soldados de Franelas?’, vraagt ze retorisch. ‘Soldaten in T-shirt, dat is een naam voor een operettestaatsgreep. We zullen er wellicht nooit het fijne van weten, maar één ding is zeker: dit komt Maduro goed uit. De aanslag geeft hem de kans om de aandacht af te leiden van de chaos in zijn land. Hij heeft onmiddellijk de oppositie ervan beschuldigd achter de aanslag te zitten, samen uiteraard met buitenlandse vijanden. Ik vrees dat de repressie in Venezuela de komende weken nog zag toenemen’.

Maduro beschuldigde niet alleen de VS als usual suspect, maar ook Juan Manuel Santos, de uittredende president van buurland Colombia, nota bene Nobelprijswinnaar voor de Vrede.  Wat zit daar achter? 

An Vranckx: Een rookgordijn. Kijk naar de timing: de aanslag werd op 4 augustus gepleegd, drie dagen voor het aflopen van Santos’ tweede termijn als Colombiaans president.  Belachelijk gewoon te veronderstellen dat Santos zich met zoiets zou inlaten. Het is anderzijds geen toeval dat Maduro naar Colombia wijst. Honderdduizenden Venezolanen zijn de grens overgestoken, op de vlucht voor de uitzichtloze crisis en chaos in hun land. Ook een deel van de oppositie zit in Colombia.

over Colombia gesproken: hoe bent u eigenlijk in Latijns-Amerika verzeild?

Vranckx: Niet door carrièreplanning. Ik heb een academische achtergrond: na studies Germaanse en internationaal recht in Brussel en wetenschapssociologie in Rotterdam, heb ik bij Jean-Paul Van Bendegem een doctoraat gemaakt. Epistemologie, ik heb toen zelfs een boekje geschreven over de vraag hoe je wetenschappelijke kennis in een niet-exacte omgeving zoals politiek en beleid kunt toepassen. In zekere zin heb ik dat nadien in de praktijk gebracht. Of ik nu illegale handelsstromen doorlichtte of beleidsrapporten schreef, ik vertrok altijd vanuit een wetenschappelijke methodologie. De eerste keer Colombia, dat was in opdracht van IPIS,  het Antwerpse Vredesinformatiecentrum waar ik na mijn doctoraat was verzeild. IPIS was door Pax Christi International aangezocht om het fenomeen van ontvoeringen in Colombia te onderzoeken.

bizar thema… .

Vranckx: Niet in Colombia. Iedereen kent het geval van Ingrid Betancourt, de groene senator en presidentskandidate die in 2002 door de FARC werd ontvoerd en pas zes jaar later door het leger werd bevrijd. Maar ook daarvoor waren ontvoeringen al schering en inslag. Losgeld was een belangrijke bron van inkomsten voor guerrillabewegingen, een manier vooral om wapens te kopen. Niet alleen de FARC pleegde ontvoeringen, in Colombia was wel een half dozijn extreemlinkse guerrillabewegingen actief. Onder de slachtoffers waren veel militairen, maar ook burgers en nogal wat buitenlanders. Colombia was een gevaarlijk land voor expats.

hoe heeft u dat onderzoek aangepakt?

Vranckx: Mijn opdracht was het  voorstellen van een gedragscode. Uitgangspunt was dat er geen losgeld mocht betaald worden. Daarmee financier je immers de guerrilla en geef je de kidnap-industrie vleugels. Als een groep één keer losgeld incasseert, is de kans groot dat ze meteen een volgende ontvoering plant en dat haar voorbeeld door andere bewegingen wordt gevolgd. Simpel was het niet, ik heb snel ondervonden hoe groot het taboe was. Ik klopte aan bij ambassades en ministeries van buitenlandse zaken, ik nam contact met werkgevers van gijzelaars. Ofwel botste ik op gesloten deuren, ofwel werd in alle toonaarden ontkend dat er losgeld werd betaald. Van een Belgische bouwfirma wist ik dat ze 5 miljoen dollar had betaald om een ingenieur vrij te kopen. Toch mocht dat niet gezegd of geschreven worden. De enige die me echt wilde helpen en open kaart speelde, dat was Andrés Peñate, de Colombiaanse directeur Latijns-Amerika van British Petroleum die toen in Londen werkte. Die ontmoeting heeft veel te weeg gebracht. Peñate, een briljante man die in Oxford had gestudeerd, is later viceminister van landsverdediging en baas van de Colombiaanse staatsveiligheid geworden. Maar vooral: hij heeft me geïntroduceerd bij een van zijn beste vrienden, Sergio Jaramillo. Ik ben erg trots dat ik die laatste intussen zelf een goede vriend mag noemen.

Jaramillo, de echte architect van het vredesakkoord met de FARC?

Vranckx: Inderdaad, de man die door president Santos in 2010 werd gemandateerd om in Havana verkennende gesprekken met de FARC aan te knopen. In het grootste geheim, alleen de president en een handvol vertrouwelingen zoals Sergio wisten ervan. Terwijl op het terrein de gevechten en bombardementen doorgingen, raakte Sergio het met de FARC-delegatie eens over de agenda voor de officiële besprekingen die in 2012 in Oslo werden aangekondigd. Hij had lessen getrokken uit vorige pogingen die mislukt waren door de overdreven ambities. Het is immers onbegonnen werk om na een decennialange burgeroorlog alle problemen en geschilpunten met één globaal akkoord op te lossen. De nieuwe vredesdialoog zou daarom tot vijf thema’s beperkt blijven: landhervorming, aanpak van de drugeconomie, de politieke integratie van de FARC met daaraan gekoppeld het vraagstuk van gerechtigheid. Voorts zou er worden gepraat over de erkenning van slachtoffers, terwijl een vijfde subcommissie zich over het ontwapenen van de FARC zou buigen. Sergio heeft het meesterlijk aangepakt. Er is pas een vredesakkoord als over elk van de vijf agendapunten overeenstemming werd gevonden, dat was de afspraak. Weinigen hielden het voor mogelijk, maar in september 2016 was het vredesakkoord een feit.

dat akkoord wekte wereldwijd euforie, president Santos werd een maand later al met de Nobelprijs voor de Vrede bekroond. In die tussentijd echter werd het vredesakkoord in een referendum door een nipte meerderheid van de Colombianen verworpen. Was dat referendum een weeffout in het masterplan?

Vranckx: Integendeel, Sergio had het heel bewust in het vredesakkoord ingeschreven. Hij wilde het scenario van 1984 vermijden, toen het vredesakkoord mislukte omdat het niet door het volk werd gedragen. In dat akkoord kregen de FARC-strijders niet alleen amnestie, maar ze mochten ook hun wapens behouden. Ze komen veel te goedkoop weg, vonden de Colombianen. Dat sentiment leeft nog altijd, de afkeer van de FARC zit er diep in. Sergio besefte dan ook dat het referendum spannend zou worden. Dat het dubbeltje aan de verkeerde kant is gevallen, mag je op het conto van de voormalige rechts-conservatieve president Uribe schrijven. Zijn haat jegens de FARC is niet alleen ideologisch maar ook persoonlijk, zijn vader werd door de FARC ontvoerd en vermoord. Ik heb Álvaro Uribe twee keer ontmoet, die man heeft tonnen charisma. Die heeft hij royaal ingezet in zijn no-campagne, vooral in zijn geboortestad Medellín en de provincie Antioquia was de afwijzing massaal. Maar een streep door Sergio’s rekening? Hij heeft de nee-overwinning handig gebruikt om de FARC opnieuw naar de onderhandelingstafel te dwingen en hen een stuk of 50 aanpassingen te doen slikken. Ik ben optimistisch. De nieuwe president Duque is weliswaar een partijgenoot van Uribe, maar het aangepaste vredesakkoord zal standhouden.

 laat ons raden: het was Sergio Jaramillo die u bij het vredesproces heeft betrokken?

Vranckx: Klopt, maar daarvoor moeten we enkele stappen terug zetten. Ik heb Sergio in 2003 leren kennen. Ook toen liep er een vredesinitiatief, met financiële steun van de Europese Unie. Sergio, die uit Europa was teruggekeerd om voor het ministerie van defensie te werken, zocht naar expertise voor het vredesproces. Van zijn vriend Peñate kreeg hij de tip om mij te contacteren. Het klikte, en zo kwam ik bij de door Sergio opgerichte Fundación Ideas Por La Paz terecht. Colombia heeft mij de ogen geopend. Ik heb er het belang leren inzien van een functionerende staat, een staat die effectief het monopolie op het geweld kan afdwingen. Als linkse Vlaming ben ik nochtans opgegroeid met een frisse afkeer van al wat een uniform draagt. Aan VUB leefde dat sterk. Ik herinner me nog discussies over mijn onderzoek naar de kidnap-industrie. Natuurlijk had de guerrilla het recht om militairen en burgers te ontvoeren en jarenlang te gijzelen, werd er betoogd. Hoe moesten ze anders hun wapens kopen om het kapitalistische bestel omver te gooien? Vanuit de VUB-cafetaria zag de wereld er bedrieglijk simpel uit, maar de realiteit in Colombia was anders. In de streek waar ik werkte, schitterden leger en politie door afwezigheid, de vrouwen in mijn dorpen waren overgeleverd aan gewapende bendes die over elkaar heen buitelden, de FARC, de ELN, de M-19 of de paramilitairen. Die vrouwen wilden niks liever dan dat een reguliere troepenmacht met uniform en al orde en gezag kwam herstellen. Ik heb in Colombia veel respect gekregen voor het leger. Zeker toen Sergio me jaren later opnieuw vroeg, als adviseur voor de vijfde subcommissie die het luik ontwapening van het vredesproces behandelde. Ik heb toen workshops gegeven aan generaals, onder meer over het opbouwen van vertrouwensrelaties in een conflictsituatie. Voor de rest hield ik me vooral bezig met ontwapening, op een heel praktisch niveau. Neem nu de containers met een dubbele sleutel, één voor de FARC en één voor de VN-monitors. Een idee dat ik in Ivoorkust had opgepikt, in de periode toen ik voor de Britse NGO Saferworld door Afrikaanse post-war landen toerde.

België is geen onbekende naam als het over de handel in lichte oorlogswapens gaat. Bent u wel eens illegale schietijzers van FN Herstal tegengekomen?  

Vranckx: Meermaals, zowel in Afrika als in Colombia. Gedemobiliseerde guerrillero’s kwamen het me soms zelf tonen. Kijk, zeiden ze trots, een wapen gemaakt in uw land. Maar om een steen te gooien naar FN? Ik heb jarenlang rapporten over dat bedrijf geschreven, als specialist internationale wapenhandel bij het Waalse onderzoeksplatform GRIP (Groupe de Recherche et d’Informations sur la Paix et la Sécurité). Die rapporten werden door de administratie van het Waals gewest gebruikt om adviezen over exportvergunningen te onderbouwen. Niks op aan te merken, zowel het FN-management als de Waalse administratie speelden het spel correct.

echt waar? Wat dan met de omstreden levering van 2.000 oproerwapens aan het Libië van Khadafi in 2009?

Vranckx: Een schande, ik heb er voor de Europese Commissie een zwartboek over geschreven. De Waalse minister-president Rudy Demotte heeft het negatieve advies van zijn administratie straal genegeerd. Dat krijg je als de politiek er zich mee bemoeit, een scenario dat helaas nooit uit te sluiten valt wanneer het om een wapenproducent gaat die eigendom is van de overheid die de exportvergunningen verleent.

traceren van illegale handel in vuurwapens, hoe begin je daaraan?

Vranckx: Het is een leerproces. Ik ben intussen een expert in wapenstempels, haast onmerkbare tekens die door de producent in een geweer worden gegraveerd. Daarnaast heeft ieder leger eigen herkenningstekens die ze op haar wapens aanbrengt. Daar kun je veel uit afleiden. Als je bepaalde wapens bij de guerrilla in de jungle aantreft, dan weet je dat er sprake is van diversion, wapens die uit een legerdepot zijn verdwenen of er zelfs nooit zijn aanbeland. Ook over verschillende kalibers kun je me niks meer wijsmaken. Ik heb ooit in opdracht van het IPIS een mysterieuze vondst in Colombia onderzocht. Het ging om kalasjnikovs van Oost-Duitse makelij, gedropt in FARC-gebied dicht bij de Braziliaanse grens. Dan denk je: cadeautje van een bondgenoot, misschien wel van de toenmalige Venezolaanse president Hugo Chávez. Tot je naar het kaliber keek. Omdat de wapens afweken van de standaard kalasjnikovs, was er haast geen munitie voor te verkrijgen. Met andere woorden, ze waren nagenoeg nutteloos.

en welke conclusie moeten we daaruit trekken?

Vranckx: Dat het misschien niet om een cadeau van een bondgenoot ging. Het kan toeval zijn, maar kort na het bekendmaken van die verontrustende dropping heeft het Amerikaanse Congres het licht op groen gezet voor een steunprogramma van 1,3 miljard dollar aan het Colombiaanse leger, uitgerekend op een moment toen dat onder zware druk van de FARC stond. De Amerikanen hebben onder meer Black Hawk helikopters geleverd, een echt cadeau dat de krijgskansen heeft doen keren. Overigens, als je in Latijns-Amerika naar de herkomst van illegale vuurwapens zoekt, kom je haast altijd bij el Tío Sam uit. De Amerikaanse hypocrisie op dat vlak is stuitend. Probeer maar eens een flesje parfum het land uit te smokkelen, het zal niet lukken. Maar containers vol wapens exporteren? Geen probleem, zeker niet sinds president Bush in 2004 alle beperkingen op de import en doorvoer van volautomatische wapens heeft opgeheven. Russische of Tsjechische kalasjnikovs, het reist allemaal via de VS naar Centraal- en Zuid-Amerika.

waar ze niet alleen in handen van guerrillero’s vallen, maar vaker nog in die van drugkartels. Vooral in Mexico loopt het geweld van de narco’s de spuigaten uit. Valt dat soort gruwel binnen uw vakgebied?

Vrankcx: Het boeit me absoluut. Journalist en antropoloog Teun Voeten is er een phd over aan het schrijven, en ik ben één van zijn begeleiders. Hij focust onder meer op de ogenschijnlijk absurde wreedheid die bendes in hun onderlinge oorlogen aan de dag leggen. Slachtoffers die met kettingzagen worden bewerkt, verhakkelde lijken die aan bruggen boven de autosnelweg bengelen. Teun beschrijft dat als een vorm van communicatie, en ik volg hem daarin. Het is een manier waarmee bendes rivalen intimideren en hun territorium afbakenen. Overigens, in Mexico valt het nogal mee, het geweld beperkt zich tot enkele provincies, tegenwoordig vooral Guerrero. Alleen vanwege de link met de Amerikaanse markt wordt er zoveel aandacht aan besteed. Honduras, El Salvador en Brazilië kennen veel meer geweld, en ook Venezuela is de voorbije jaren naar de top van de statistieken doorgeschoten.

bewijst het endemische geweld het failliet van de Amerikaanse War on Drugs?

Vranckx: Wat alleszins een fiasco is gebleken, dat is de Amerikaanse poging om de coca-industrie te vernietigen. Met alle mogelijke middelen, van sproeivliegtuigen tot bombardementen. Door de productie te reduceren hoopte men cocaïne uit de markt te prijzen, maar dat is niet gebeurd. Ook bij ons niet, de prijs is merkwaardig stabiel. 50 euro per gram is al twintig jaar het tarief in Antwerpen. De productie is dan ook niet verminderd, integendeel zelfs. Door het ontbreken van alternatieve teelten blijven boeren coca verbouwen. Geef ze eens ongelijk, de plant groeit vanzelf en het is de enige teelt die hen een leefbaar inkomen garandeert. Overigens, de link tussen de drugeconomie en geweld is niet eenduidig. Bolivië en Peru zijn belangrijke cocaïne-producenten, en toch is er opvallend weinig geweld.

hoe verklaart u dat?

Vranckx: Een politieke keuze. Plata o plomo, zeggen ze in Bolivië en Peru, geld of lood. Je kunt de narcos bekampen, maar dan oogst je plomo, kogels. Beter is een oogje dicht te knijpen. Laat de narcos met rust, en dan kun je er nog wat corruptiegeld van opstrijken. Zo ging het trouwens ook in Mexico, tot president Vicente Fox begin jaren 2000 onder Amerikaanse druk de kartels de oorlog verklaarde. Even leek het te gaan lukken. Ladingen werden onderschept, bendeleiders opgepakt, de smokkel naar de States werd effectief gestremd. Maar algauw ontdekte men een vervelend neveneffect: er barstte een genadeloze straatoorlog los tussen bestaande en nieuwe bendes, met als inzet de vrijgekomen posities. Voorspelbaar, want als de nummer één van een bende wegvalt, dan kun je er donder op zeggen dat de nummers twee en drie elkaar naar het leven staan om de baas te spelen. Die geweldspiraal is sindsdien blijven draaien.

wie Latijns-Amerika zegt, denkt er spontaan staatsgrepen en militaire dictators bij. Ergert u zich aan dat cliché?

Vranckx: (lacht). Het is de schuld van Hergé. In Het Gebroken Oor laat hij Kuifje kennismaken met een achterlijk continent vol schietgrage kolonels. De waarheid is dat het de goede kant op gaat. De voorbije twintig jaar heb ik het onderwijs spectaculair zien verbeteren, analfabetisme is haast uitgeroeid. Er is meer democratie en minder geweld, uitgezonderd de blackspots waar we het al over hadden. De allergrootste opsteker, dat blijft toch wel de vrede in Colombia. Het blijft me ontroeren: hoe de Colombianen zonder buitenlandse inmenging uit die put zijn gekropen, louter gedreven door hun geloof in de staat.

Sergio Jaramillo werd enkele maanden geleden tot ambassadeur in Brussel benoemd. Hebben jullie nog contact?

Vranckx: Jazeker, hij heeft het hier naar zijn zin. Na zeven jaar onderhandelen was hij toe aan herbronning, hij heeft in die periode zijn gezin nauwelijks gezien. Ik zag hem onlangs op de televisie met een geïmmobiliseerde arm. Blijkt dat hij zich hier heeft laten opereren voor tendinitis, een gevolg van de 12.000 handtekeningen die hij vorig jaar onder dossiers voor gedemobiliseerde Farc-leden heeft gezet. Mijn bewondering voor zijn inzet is grenzeloos. Sergio komt uit een vooraanstaande familie. Hij heeft in Oxford, Cambridge, Heidelberg en Moskou gestudeerd, en spreekt zes talen waaronder oud-Grieks. Hij had voor een comfortabel leven kunnen kiezen, een kosmopoliet met uitzicht op een internationale topcarrière. Maar nee, hij is uit naar Colombia teruggekeerd om zich achter het vredesproces te scharen. In België is patriotisme haast een scheldwoord, in Colombia een erezaak. Ik heb lang geleden in Audergem een optreden van een folkloristische dansgroep uit Medellín bijgewoond. Er was te weinig plaats, bij de ingang werd haast gevochten voor tickets. Chaos en rumoer alom, tot bij de eerste drumslag iemand de kreet “ai mi pueblo” lanceerde. De hele zaal veerde recht, de hand op  het hart. Mi pueblo, mijn volk, dat betekent echt iets voor Colombianen.

Een gedachte over “Latijns-Amerikakenner An Vranckx: “Ik heb in Colombia respect gekregen voor militairen”

  1. Lore Van Welden

    REACTIE ARTIKEL KNACK
    Geachte Mijnheer Raspoet,
    In het interview met academica en Latijns-Amerikakenner An Vranckx verschenen in Knack van 15 augustus 2018, geeft zij een relaas van haar bijdrage aan het Colombiaanse vredesproces en drukt zij expliciet haar respect uit voor de Colombiaanse militairen. Hoewel Amnesty International op een genuanceerde wijze het vredesakkoord heeft verwelkomd , is vanuit mensenrechtenoogpunt een « respect voor de militairen in Colombia » verbazingwekkend te noemen en zou dit door slachtoffers van mensenrechtenschendingen door het Colombiaanse leger als stuitend kunnen worden ervaren. Minstens kunnen er toch niet onbelangrijke kanttekeningen geplaatst worden bij een dergelijke ongenuanceerde uiting van respect voor het leger.
    Deze kanttekeningen kunnen worden geïllustreerd aan de hand van rapporten van gouvernementele en niet-gouvernementele instanties :
    • In het rapport van Amnesty International van 22 november 2017 ‘The Years of solitude continue’ over de uitvoering van het Vredesakkoord in Chocó, wordt aangetoond dat het leger veelvuldig in goede verstandhouding met de paramilitairen, medeverantwoordelijk is voor mensenrechtenschendingen zoals moorden, gedwongen verplaatsing en diefstal van land. Dit is een historisch gegeven waar de Colombiaanse staat werd veroordeeld door het Inter-Amerikaanse Hof voor Mensenrechten in een beslissing van 2013 met betrekking tot gemeenschappen van Afro-Colombianen verdreven uit rivierbekken van Cacarica in 1997, maar blijft een ernstig probleem. Op vandaag klagen de inwoners van het Cacarica gebied nog steeds de bestaande banden tussen paramilitairen en het leger aan. In de aanbevelingen bij recente rapporten blijft Amnesty International dan ook erop aandringen dat de Colombiaanse regering acties onderneemt om de paramilitaire groepen te ontmantelen en de banden van het leger met paramilitaire groepen te verbreken.
    • Één van de meest verontrustende vormen van mensenrechtenschendingen in Colombia werden precies door het leger begaan. Vanaf 2008 kwam steeds meer aan het licht dat het leger onschuldige Colombianen executeerde en hen ten onrechte voorstelde als « guerrilleros » gedood in de strijd. Dit was onrechtstreeks het gevolg van beleidsmaatregelen die aan soldaten per gedode rebel premies of vakantiedagen toekende. Omdat het aantal gevallen van deze « falsos positivos » zo hoog bleek, kon de Colombiaanse regering niet langer de buitengerechtelijke executies ontkennen. Een rapport van het Colombiaanse Openbaar Ministerie van juni 2015 sprak van 4.475 slachtoffers sinds 1986. Recent werd een academische studie uitgebracht waaruit zou volgen dat tussen 2002 en 2010 minstens 10.000 burgers werden gedood door het leger.
    In een land waar de straffeloosheid doorgaans zegeviert, legt Amnesty International de nadruk op het respecteren van de rechten van slachtoffers op gerechtigheid, waarheid, herstel en niet-herhaling en de plicht van de staat (met inbegrip van het leger) om hiervoor in te staan en roept de organisatie de nieuw verkozen president Ivan Duque op om de mensenrechten te beschermen en het vredesakkoord met respect voor de rechten van slachtoffers te implementeren. In dit opzicht lijkt het er eerder op dat de Colombiaanse staat, inclusief het leger, nog veel waar te maken heeft op mensenrechtenvlak om zo een duurzame vrede te kunnen bewerkstelligen.
    Vriendelijke groeten,
    Colombia-team Amnesty International Vlaanderen
    *******

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.