Nina Van Eeckhaut verovert zich een voornaam

Ik laat met niet muilkorven’

(Knack, 10 april 2013)

FilipNaudts_NinaVanEeckhaut_130403_

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

foto: Filip Naudts,  www.guardalafotografia.be

 

Het comfort van de anonimiteit werd Nina van Eeckhaut (33) nooit gegund.  Het begon al op de lagere school, en aan de universiteit en de balie klonk de begroeting niet anders. Dochter van Piet Van Eeckhaut? De sceptische ondertoon heeft haar nooit van haar stuk gebracht. Vastberaden koos  ze het voetspoor van haar vader, de baardige strafpleiter met een recordaantal assisenzaken op zijn naam. Veertien assisenprocessen later heeft ze haar eigen voornaam veroverd. Nina is niet langer de assistente van Piet, maar een rijzende ster aan het firmament van de Vlaamse penalisten. De kritiek na haar optreden op het proces De Gelder kwam dan ook des te harder aan. Meester Van Eeckhaut, raadsvrouw voor een kinderverzorgster die het drama in Fabeltjesland meemaakte, werd op diverse fora van populisme beschuldigd. Platte retoriek, noemde schrijfster Saskia De Coster het in een bijtende column. Wekenlang hield de jonge advocate de lippen stug op elkaar, ondanks talloze aanvragen van televisie en andere media. Die bezinningsperiode is gelukkig voorbij als we op haar kantoor aan de Gentse Recollettenlei aanbellen.  Ze steekt een sigaret op en laat koffie aanrukken. Hoog tijd om eens goed haar gedacht te zeggen.

-          Saskia de Coster geeft in haar column een bloemlezing uit uw pleidooi. U noemde De Gelder een  ‘Hannibal Lector-wannabe’, en sprak snerend over de ouders van De Gelder die zich achter de ziekte van ‘ons Kimmeke’ blijven verschuilen. Heeft ze geen punt wanneer ze van platte retoriek gewaagt?

Nina Van Eeckhaut: (fel) “Daar krijg ik het nu van op mijn heupen:  linkse intellectuelen die met het opgeheven vingertje hun morele superioriteit etaleren.  En hoe ze hun punt maken, door simpelweg een paar quotes uit hun context te rukken.  Kijk, ik heb daar meer dan een uur staan pleiten. Zo’n pleidooi, dat schud je niet zomaar uit je mouw.  Ik heb zeven uur aan de redactie besteed, geen wonder als je bedenkt dat het dossier De Gelder 30.000 pagina’s dik is. En ja, ik heb de woorden gebruikt die De Coster in haar column aanhaalt. So what? Die woorden passen in de opbouw van een genuanceerd betoog waarover ik diep heb nagedacht. Het was absoluut niet mijn bedoeling de Gelders ouders te kwetsen. Integendeel, ik heb in de aanloop van mijn pleidooi benadrukt dat ik met hen meevoel, en dat ook zij slachtoffers zijn. Maar ik heb uiteraard het dossier gelezen. Kim De Gelder gedroeg zich thuis als een pestkop, zijn broer en zus moesten het vaak ontgelden. Die ouders waren zich daarvan bewust, maar ze hebben hem nooit gestraft. Ah nee, dat hoorde niet, want ‘ons Kimmeke’ was ziek. Daarom heb ik dus die passage ingelast. Waar haalt zo’n De Coster eigenlijk de pretentie vandaan om mij de les te spellen? Heeft ze het dossier gelezen? Heeft ze ook maar één procesdag bijgewoond? Nee, haar hele opinie is gebaseerd op een handvol fragmenten die via live stream en tweets zijn uitgelekt. Die gemakzucht, dat is wat mij nog het meest ergert”.

-          Maar was het echt nodig om De Gelder toe te voegen dat hij niet de moed heeft om zich op te hangen?

Van Eeckhaut: “Nogmaals, verlies de context niet uit het oog. In het vuur van mijn betoog kwam dat helemaal niet shockerend over. En laten we wel wezen: iemand die zulke gruwelijke feiten pleegt,  mag niet verwachten dat hij met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. Ach, de kritiek achteraf is te belachelijk voor woorden.  In een column in De Standaard mocht iemand beweren dat Nina Van Eeckhaut in haar eentje de hele suicidepreventie op de helling had gezet. Waar halen ze het? Ik besef heel goed wat psychisch lijden betekent. Wie me een beetje kent, weet dat ik me al jarenlang inzet voor het lot van geïnterneerden en gecollokeerden”.

-          Waarom heeft u zo lang gewacht om de kritiek te pareren?

Van Eeckhaut: “Laat me eerlijk zijn. Ik was aangeslagen, ook al besefte ik meteen dat de verwijten van de pot gerukt waren. Een assisenpleidooi is als topsport,  je staat daar en geeft het beste van jezelf. Na dat uur was ik uitgeput maar ook tevreden. Ik wist dat ik goed had gepleit, wat me trouwens door verschillende getuigen in de zaal werd bevestigd. Een schouderklop, dat is precies wat je op zo’n moment nodig hebt. Geen uur later echter is de hel losgebarsten. Blogs, tweets, commentaren, de gratuite kritiek bleef maar aanzwellen. De internetfora heb ik niet eens gelezen. Anoniem haatspuiten, dat getuigt van weinig moed. Gelukkig kreeg ik ook steun.  Helder en krachtig pleidooi, stond in Het Laatste Nieuws. Dat komt dan van een journalist die het hele proces heeft bijgewoond en weet waar hij over schrijft. Misschien moet Saskia De Coster dat ook maar eens doen vooraleer ze nog een keer haar mening verkondigt. Maar wees gerust, ik heb de knop omgedraaid. Het leven gaat voort, volgende week verdedig ik alweer een achtjarig meisje dat door haar vader vreselijk werd misbruikt. Uiteindelijk zal deze ervaring me sterker maken, ook als strafpleiter. Ik laat me niet muilkorven, ook niet door linkse intellectuelen of weldenkend Vlaanderen. Want de kritiek kwam vooral uit het kamp van de believers, veelal buitenstaanders die er zonder enige dossierkennis van overtuigd waren dat De Gelder niet toerekeningsvatbaar was. In die kringen leeft blijkbaar ook het waanidee dat de advocaat van de burgerlijke partij niet over de schuldvraag mag pleiten. In sommige landen is dat misschien zo, maar in België geeft de wet me de volledige vrijheid om voor het assisenhof te zeggen wat ik wil. Dat recht laat ik me door niemand afnemen”.  

-          De jury was unaniem:  De Gelder is toerekeningsvatbaar en over de hele lijn schuldig. Toch blijft de controverse woeden en gaan er nog altijd stemmen op die betreuren dat hij niet werd geïnterneerd. Zelf nooit getwijfeld?

Van Eeckhaut: “Nee, maar ik heb dan ook het hele dossier gelezen. De Gelder kampt met psychische problemen, dat wordt door niemand ontkent. Hij heeft een schizotypische persoonlijkheidsstoornis, verergerd door uitgesproken narcistische neigingen. Maar een echte psychoot? De Gelder kon zijn opstoten zelf regelen, alsof er een hendel in zijn hoofd zat. Dat klopt natuurlijk niet. Een confrater heeft het op proces goed verwoord: psychoot is geen nine to five job, je bent het of je bent het niet. Het was niet de waanzin die De Gelder tot zijn daden heeft gedreven, maar zijn boosaardige basispersoonlijkheid”.

-          Iedereen is het eens: de gerechtelijk psychiatrie heeft op het proces De Gelder alweer een slechte beurt gemaakt. Zeggen deskundigen van het openbaar ministerie wit, dan betogen andere deskundigen van de verdediging dat het zwart is. Zoek het maar uit als lekenjury. Wat moet er volgens u veranderen?

Van Eeckhaut: “Ach ja, dat welles-nietesspel hoort er nu eenmaal bij. Niks is volmaakt, en gerechtelijke psychiatrie is geen exacte wetenschap. Maar om te zeggen dat de deskundigen van het openbaar ministerie er een potje van gemaakt hebben? Ze hebben De Gelder heel vaak gezien en een doorwrocht verslag van 165 pagina’s geschreven. Natuurlijk was het beter geweest hem gedurende een paar weken permanent te observeren, zoals de Nederlanders dat doen in hun befaamde Pieter Baancentrum. De oprichting van zo’n observatiecentrum staat trouwens in de nieuwe wet op de internering, die helaas al jaren op uitvoering ligt te wachten. Ik volg dat op de voet, psychiatrie en neurologie zijn materies die me mateloos boeien. Ik geloof niet in een deterministische mensvisie.  Het zou natuurlijk gemakkelijk zijn voor een beschuldigde die voor de rechter verschijnt. ‘Ik kon er niks aan doen, edelachtbare, het ligt aan mijn brein’. Of aan zijn karakter, en dan kan hij Saul Bellow citeren die ooit schreef ‘uw karakter is uw lot’. Dat is natuurlijk juist. Je kunt wel aan je karakter schaven, maar je zit er hoe dan ook mee opgescheept. Toch vind ik het in de rechtbank weinig overtuigend klinken als iemand zegt dat hij het niet kon helpen, want dat hij nu eenmaal zo is. Er bestaat wel degelijk zoiets als een vrije wil. Confrater Patrick Dillen heeft het tijdens het proces De Gelder opgeworpen:  los van het empathische besef van goed en kwaad is er ook een cognitieve dimensie. Daar ben ik het mee eens, we weten met ons verstand of iets maatschappelijk aanvaardbaar is of niet”.

-          U heeft kort na elkaar in twee processen tegen zogenaamde babymoordenaressen gestaan, telkens in het kamp van de beschuldigde. Ook toen speelden gerechtspsychiaters een glansrol, te meer omdat de verdediging in beide zaken het omstreden concept van zwangerschapsontkenning als verklaring aanvoerde. Riskante strategie?

Van Eeckhaut: “Omstreden concept? Ik heb het niet uit de lucht gegrepen. Bij de voorbereiding heb ik veel gelezen over neonaticide en zwangerschapsontkenning, onder andere een razend interessante studie van de Universiteit van Rennes. Wist u dat men in de literatuur van een verstekeling in de baarmoeder spreekt? We hadden sterke argumenten, maar het resultaat was wisselvallig. In de eerste zaak kreeg onze cliënt 20 jaar, een zware straf. Ook in de tweede zaak werd onze cliënte werd schuldig verklaard, maar omdat zwangerschapsontkenning als verzachtende omstandigheid werd aanvaard, kreeg ze een mildere straf. Waarom dat verschil? De overtuigingskracht van de gerechtspsychiaters speelt natuurlijk een rol, zeker voor een assisenjury. Roger Deberdt schrijft in zijn memoires over een van die processen. ‘Zwangerschapsontkenning was de ultieme truc die haar advocate haar had ingefluisterd’, staat er zonder me bij naam te vernoemen. Ik viel zowat van mijn stoel toen ik dat las! Anderhalf jaar voor ik als advocaat in beeld kwam, heeft die vrouw aan de politie verklaard dat ze nooit had beseft dat ze zwanger was. Wat viel er dan in te fluisteren? Ik haat het als men advocaten als souffleurs voorstelt die hun cliënten allerlei uitvluchten oplepelen. En zonder natrappen: dat hele boek van Deberdt is psychiatrie voor kleuters. Die man heeft historische verdiensten in de ontwikkeling van de forensische psychiatrie in Vlaanderen, en hij is een vat vol smakelijke anekdotes, maar het is ook duidelijk dat hij de literatuur van de voorbije dertig jaar heeft gemist. Natuurlijk lag het niet alleen aan de gerechtpsychiaters. Je staat daar als strafpleiter niet alleen, de persoonlijkheid en de uitstraling van de cliënt hebben ook een impact op de jury”.

-          In het eerste babymoordproces vormde u nog een tandem met uw vader, in de rol van sidekick. Intussen pleit u zonder vaderlijke assistentie, als titularis. Hoe moeilijk was het om onder de schaduw van Piet Van Eeckhaut uit te komen?  

Van Eeckhaut: “Ik heb zijn nabijheid nooit als een schaduw aangevoeld. Integendeel zelfs, mijn vader is voor mij altijd een baken geweest. Zijn wijsheid en belezenheid, daar zal ik nooit kunnen aan tippen. Natuurlijk, de tijden zijn veranderd. Mijn vader heeft behalve rechten ook wijsbegeerte gestudeerd. Hij kan alles in een breed perspectief plaatsen, laat zich door niets of niemand uit het lood slaan, en heeft in alle omstandigheden een citaat of aforisme klaar. Ik heb na het proces De Gelder getwijfeld toen de media aan mijn mouw kwamen trekken. VTM, VRT, Vier, ik had de talkshows voor het uitkiezen. Maar ik moest aan vaders motto denken. ‘Leen uw oor om te luisteren aan velen,  maar niet uw tong om te spreken’. Die raad volg ik meestal, in mijn lade ligt al een dikke farde met geweigerde media-aanvragen”.

-          Was u genetisch voorbestemd om strafpleiter te worden?

Van Eeckhaut: “De fascinatie is vroeg ontstaan. Als mijn vader in een assisenzaak stond, kochten we thuis altijd de Blik. Dan verslond ik de rubriek van Gust Verwerft, ‘Beschuldigde sta  op’.  Er was veel te doen over de rivaliteit met Jef Vermassen.  In feite werd dat door de buitenwereld opgeklopt, zelf lag hij daar niet wakker van. Maar ik was wel apetrots toen mijn vader in het geruchtmakende proces van de Beerputmoord als overwinnaar uit de bus kwam. In mijn ogen was hij de beste en slimste advocaat ter wereld. Na mijn rechtenstudie wilde ik nog psychologie of filosofie studeren. Uiteindelijk heb ik daarvan afgezien en ben ik onmiddellijk aan de balie gegaan. Zie je, mijn vader is niet meer van de jongste, de leeftijdskloof tussen ons beiden is groot. Ik wilde de kans niet missen om de stiel van hem te leren. Niet dat ik een doorslagje van mijn vader ben, mijn stijl is veel zakelijker. Vier uur pleiten zonder jury op de zenuwen te werken, daar draait hij als geboren orator zijn hand niet voor om. Het zou niet alleen belachelijk zijn dat te imiteren, de jury zou het ook niet pikken. Als drieëndertigjarige heb je te weinig bagage om hoogdravende discours over de kunst van het leven af te steken. Pas op, het was niet altijd een cadeau om als dochter van Piet Van Eeckhaut door het leven te gaan. Op de lagere school had ik een leraar die me voortdurend berispte. ‘Het is niet omdat je de dochter van Piet Van Eeckhaut bent’, zo begon hij altijd. Ook later, toen ik aan de universiteit ging, werd ik ermee geconfronteerd. De dochter van Piet Van Eeckhaut op het mondelinge examen, dat vonden heel wat proffen toch wel bijzonder. Het was het post-Dutroux-tijdperk, in de publieke opinie leefde een diepe aversie voor alles wat naar justitie rook. Magistratuur, advocatuur, alles werd afgebrand. Ook in de studentencafés woedde die discussie. Ik nam het altijd op voor justitie, meestal moederziel alleen”.

-          Leeftijd is relatief, we vermoeden dat een strafpleiter sneller dan gemiddeld inzicht verwerft in de kunst van het leven. Tenslotte moet u zich beroepshalve verdiepen in de krochten van de menselijke psyche. Babymoordenaars, vrouwenmoordenaars, seriemoordenaars, het zijn fraaie specimen die u onder loep krijgt. Wat doet dit werk met een jonge vrouw?

 Van Eeckhaut: “De ene dag is de andere niet. Als strafpleiter werk je niet met cijfers of dossiers, maar met mensen. Dan moet je betrokken zijn, emoties toelaten. Mensen graag zien, daar komt het volgens mij op aan. Doorgaans lukt dat goed, omdat ik de kunst van het mededogen versta. Wat criminelen ook hebben gedaan, ik blijf hen als medemensen beschouwen, tenzij het natuurlijk om echte psychopaten gaat. We zitten allemaal in dezelfde boot, is mijn innige overtuiging, alleen hebben sommige boten meer stormen doorstaan en meer averij opgelopen dan andere. Want het zijn niet de telgen van de bourgeoisie of de rijkeluiskinderen die de wachtzaal van strafpleiters bevolken, en het is geen goedkope truc als we de ongelukkige jeugd van een cliënt als verzachtende verklaring voor zijn daden aanhalen. Maar toegegeven, ik heb ook mijn moeilijke momenten. De kritiek na het proces De Gelder gaf eens te meer voedsel aan mijn misantropie, een karaktertrek waarmee ik ben geboren. Ik was een zwaarmoedige puber, later heb ik een hele periode antidepressiva geslikt. Dat is geen nieuws, ik ben daar altijd open over geweest. De helft van Vlaanderen slikt antidepressiva, maar niemand wil er voor uitkomen. Ik erger me aan dat taboe”.

-          De advocatuur is in sneltempo aan het vervrouwelijken, alleen onder strafpleiters zijn vrouwen dun gezaaid. Speelt de genderkloof in de correctionele rechtbank of de assisenzaal? Of misschien eerder in de gevangenis?

Van Eeckhaut: “Vrouwelijke strafpleiters zijn in opmars. Kijk naar het proces De Gelder, ik stond daar heus niet alleen als vrouw. Genderkloof? Voor mij is dat nooit een punt geweest, ook niet in de gevangenis. Ja, in mijn beginjaren werd ik soms sceptisch onthaald, maar dat had niks met mijn vrouw-zijn te maken. Sommige cliënten reageerden ontgoocheld als ik me voorstelde. Nina Van Eeckhaut, loco voor meester Van Eeckhaut. Ik heb voor de oude betaald, zag ik ze dan denken, en nu sturen ze me zijn dochter. Maar ik liet me niet ontmoedigen. ik beschouwde het juist als een uitdaging om mijn competentie te bewijzen en hun respect af te dwingen”.

-          33 pas en al 14 assisenzaken op de teller. Moet je vader zich zorgen maken over zijn record van meer dan 100 assisenprocessen?

Van Eeckhaut: (lacht)  “Laten we niet vooruitlopen, ik heb geen glazen bol. Maar het gaat inderdaad hard, vooral de voorbije drie jaren waren erg intensief. Twee infanticides, de zaak Kitty Van Nieuwenhuysen, het proces Ignatov, en als klap op de vuurpijl de zaak De Gelder. Zonder uitzondering  opmerkelijke processen, zo werd de zaak Ignatov maandenlang geschorst na een mislukte poging tot wraking van de voorzitter door mijn opponent, Hans Rieder. Op het proces Van Nieuwenhuysen was ik advocaat voor de agent die naast Kitty in de combi zat en zwaargewond raakte. Voor het eerst in het Frans gepleit, meteen mijn beste pleidooi ooit omdat ik door mijn beperkte woordenschat verplicht was om het sec te houden. Zo leer ik voortdurend bij”.

-          De naam is gevallen. Hans Rieder, uw buurman aan de Recollettenlei. Als beginnend advocaat heeft u meermaals uw bewondering uitgesproken voor de befaamde procedurepleiter. Opmerkelijk, want Rieder is zowat in alles de antipode van uw vader en lichtend voorbeeld. Bent u nog altijd fan?

 Van Eeckhaut: “Hij blijft in mijn ogen een briljante geest, zijn juridisch inzicht is formidabel. Een tekst van Rieder, daar kan ik van genieten als van een goed boek. Maar als assisenpleiter is hij geen rolmodel, verre van. Rieder kan zijn superioriteitsgevoel niet verstoppen. Dat werkt niet voor een jury, het wekt vooral irritatie op”.

-          Hans Rieder heeft een dikke steen in de kikkerpoel van de balies gegooid. Volgens hem is het pro deo-systeem door en door verrot. De Salduz-wet, die arrestanten vanaf hun eerste verhoor juridische bijstand garandeert, heeft een graaicultuur doen ontstaan. Advocaten zonder enige ervaring werpen zich als strafspecialisten op. Ze sprokkelen aan de lopende band punten voor het pro deo-vergoedingsysteem, terwijl de niets vermoedende cliënt verstoken blijft van deskundig advies. Terechte kritiek?

Van Eeckhaut: “Ja, ik zie ook toestanden die niet door de beugel kunnen. Maar zoals altijd heeft Rieder het scherp geformuleerd. We moeten het kind niet met het badwater weggooien. Het is niet omdat sommigen er de kantjes aflopen, dat we het hele pro deo-systeem moeten afschaffen”.

-          Komt er nog een gezamenlijk optreden van Piet en Nina Van Eeckhaut?

-          Van Eeckhaut: “Mijn vader heeft de luxe dat niks meer moet, hij kan er de zaken uitpikken die hem echt boeien. En jawel, we gaan er nog eens samen tegenaan, in september staan we in het proces van de zogenaamde paardenmoord. Voor de slechte verstaander: ik vul mijn dagen niet uitsluitend met assisenprocessen. Ik doe vooral correctionele zaken, en daarnaast ben ik gespecialiseerd in familierecht. Echtscheidingen, daar moet je pas openheid voor aan de dag leggen. In het weekend ben ik altijd bereikbaar. Zaterdag of zondag, dat is het moment waarop er scheidende koppels oorlog voeren. Vorige zondag nog een telefoon: ‘hij heeft de kleine zijn haar geknipt zonder mij iets te vragen’.  Geloof me, het is niet alleen als strafpleiter dat je de mens leert kennen”.

 

-          Slotvraag: doet u nog aan boksen als hobby?

Van Eeckhaut: “Ik heb dat anderhalf jaar volgehouden. Wedstrijden heb ik nooit gebokst, maar ik trainde met een privéleraar. Ideaal om stoom af te laten, maar ik ben er wat te hard in gevlogen met een kwetsuur als gevolg.  Ik ben gestopt, vooral omdat ik geen tijd heb voor hobby’s.  Okay, ik lees veel en ben verslaafd aan Ruzzle, een spelletje op mijn iPad. Maar voor het overige? Ik vrees dat ik helemaal samenval met mijn werk”.

 

Een gedachte over “Nina Van Eeckhaut verovert zich een voornaam

  1. mike

    top advocate
    hou van haar stijl als strafpleiter
    en het punt dat mensen mensen zijn
    geen advocate die enkel snel geld wil maar er is voor de client en er alles aan zou doen om te helpen

    advocates als meester nina van eeckhaut
    moeten er meer zijn
    veel respect voor haar

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>