10 jaar LEIF: moet er nog euthanasie zijn?

LEIF is tien jaar en dat heeft Vlaanderen geweten. Er was veel en schoon volk in de Brusselse KVS, het toneel voor een feestelijk symposium over wat voluit het LevensEinde InformatieForum heet. Laurette Onkelinx sprak de laudatio uit, Guy Verhofstadt kwam de LEIFtime Achievement Award uitreiken. Dokters, verplegers en andere zorgverleners, sympathisanten, patiënten en nabestaanden, ze kwamen getuigen en brachten hulde aan de organisatie die vijf maanden na de goedkeuring van de euthanasiewet werd opgericht. Het zal niemand verbazen dat Wim Distelmans een glansrol kreeg. LEIF is het kindje van Distelmans, de bekende oncoloog en specialist palliatieve geneeskunde van het UZ Brussel die meermaals werd gelauwerd als prominent voorvechter voor het recht op euthanasie en palliatief zorg.

Dirk Verbessem stond zijn doofstomme en allengs blind wordende tweelingbroers bij in queeste naar euthanasie. (foto thomas Legrève)

Dirk Verbessem stond zijn doofstomme en allengs blind wordende tweelingbroers bij in hun queeste naar euthanasie. (foto Thomas Legrève)

Wie op het podium ontbrak was Dirk Verbessem uit Putte.  De aard van het beestje, wat timide en niet van de vlotste tongriem gesneden. Een verhaal heeft hij beslist wel, als kroongetuige van een van de meest spraakmakende euthanasiezaken tot dusver. Bijna een jaar geleden is het intussen: op 14 december 2012 werden in het UZ Brussel de 45-jarige tweelingbroers Marc en Eddy Verbessem geëuthanaseerd. De dood van de doof geboren en allengs blind wordende tweeling haalde de wereldpers. “Ik heb na de begrafenis wel vijftig interviewaanvragen gekregen”, zegt Dirk Verbessem als we hem thuis in Putte opzoeken. “Alle Belgische media hingen aan de telefoon, maar er waren ook Chinese persagentschappen en kranten uit Latijns Amerika. Maanden later nog kreeg ik een email van de Wall Street Journal, hun reporter stond klaar om naar België te vliegen. Ik heb alles afgewezen, ook de vraag van de Nederlandse talkshows. Ik ben niet erg mondig, ik mag er niet aan denken dat ze me in een debat voor of tegen euthanasie uitspelen. Dit wordt de eerste keer dat ik er met  een journalist over praat, het moest er eens van komen”.

Dirk Verbessem, een 48-jarige technicus werkzaam in een farmaceutisch bedrijf, haalt er koffie bij en rolt een sigaret. Op de vensterbank staat het bidprentje. Marc en Eddy,  twee kalende veertigers met een identieke bril. “Als kind kon je ze nauwelijks uit elkaar houden”, zegt Dirk met een monkellachje. “Ze vonden er plezier in mensen te foppen. Bij mij lukte dat niet, ik had ze altijd door. We schelen maar anderhalf  jaar, we zijn samen opgegroeid. De gebarentaal die mijn broers op de dovenschool leerden, heb ik thuis spelenderwijs geleerd. Echt spreken lukte niet, maar ze konden wel enkele woorden uitbrengen. Ik speelde vaak voor tolk, ook tijdens de euthanasieprocedure”.

–          Humo: wanneer hebben ze voor het eerst over euthanasie gesproken?

Verbessem: “Het speelde al een jaar of twee door hun hoofd. Mijn broers waren niet levensmoe, laat daar geen misverstand over bestaan. Ze probeerden er het beste van te maken, ondanks hun doofheid. Je had ze in hun jonge jaren moeten kennen. Vrienden bij de vleet, een sportieve auto waarmee ze in het weekend dovenfuiven afschuimden. Ik ging soms mee. De muziek stond loeihard, doven moeten de beat voelen om te kunnen dansen. Ze waren altijd samen, en deelden een huis in het dorp. Het zijn de gezondheidsproblemen die hen parten hebben gespeeld. Mijn broers hadden voor schoenmaker geleerd, maar werken zat er al een poosje niet meer in. Eddy, die als kind in een harnas liep, kreeg steeds meer last van zijn rug en had ook al een openhartoperatie ondergaan. Marc van zijn kant had een zwaar longprobleem, waardoor hij zittend moest slapen. En toen kregen ze er allebei glaucoom bovenop, een ongeneeslijke oogziekte die hen langzaam maar zeker blind maakte. Het vooruitzicht compleet geïsoleerd en afhankelijk te worden, was er teveel aan. Autorijden ging al niet meer, al hebben ze nog een tijdje met een Ligier gereden, een brommobiel voor korte afstanden. Marc is er letterlijk depressief van geworden, hij was in behandeling bij een psychiater in Bonheiden. Ik was dus niet alleen hun tolk tijdens de lange zoektocht naar euthanasie, maar ook hun chauffeur ”.

–          Humo: heb je hen nog op andere manieren bij die zoektocht geholpen?

Verbessem: “Nee. Toen ze er eerst over begonnen, was ik er kapot van. Ik kon hun beslissing wel begrijpen, maar ik was echt niet bereid hen een duw in de rug te geven. Dat doe je toch niet, je broers helpen met dood gaan? Dan zou ik nu met vreselijke schuldgevoelens rondlopen. Stilletjes hoopte ik dat ze van idee zouden veranderen, maar ze waren vastbesloten. Ze hebben de hele procedure zelf op het internet uitgevlooid, straf als je weet hoeveel moeite ze hadden met lezen. Ze hebben ook tientallen brieven naar dokters en specialisten gestuurd, om toch maar uit te leggen dat het hen echt menens was. Veel konden ze niet zeggen, maar bij professor Distelmans waren ze erg duidelijk. ‘Nu! Dood!, Nu! Dood!’ Ze bleven die woorden herhalen, ook toen ze later op gesprek moesten bij de psychiater”.

–          Humo: waarom zijn ze naar Wim Distelmans in Brussel gestapt?

Verbessem: “Omdat ze in de buurt geen dokter vonden die bereid was mee te werken. Aangezien ze niet terminaal waren, moest hun aanvraag niet alleen aan een tweede arts maar ook aan een psychiater worden voorgelegd. Dat bleek een probleem, want de psychiater van het Imelda Ziekenhuis in Bonheiden weigerde alle medewerking. Aan hun huisarts lag het niet, dokter Dufour heeft er alles aan gedaan om mijn broers te helpen. Hij heeft hen uiteindelijk met Leif in contact gebracht, en is zelf meermaals met Marc en Eddy naar Brussel gereden. Ik ging dan mee als tolk, en ik moet zeggen dat ze niet over één nacht ijs zijn gegaan. Bij de psychiater moesten ze apart op gesprek, om uit te sluiten dat de ene de andere had meegesleurd. Aanvankelijk wilden mijn broers louter hun papieren in orde brengen, zodat ze er later konden uitstappen wanneer ze het echt niet meer zagen zitten. Maar omdat de procedure zo lang aansleepte terwijl hun oogziekte sneller evolueerde dan verwacht, hebben ze meteen een datum geprikt toen hun aanvraag in orde was.  Het kon niet snel genoeg gaan”.

–          Humo: hoe was het afscheid?

Verbessem: “Onwezenlijk. Mijn broers bleven er volstrekt rustig onder, alsof de euthanasie niet meer was dan een bezoek aan de bakker. Het stond vrijdagmorgen gepland, ik ben ze aan de vooravond bij hen thuis gaan opzoeken. Ze waren bezig de inboedel te ordenen en te verdelen, allemaal heel pragmatisch. Ik vroeg of ze nog eens uitgebreid wilden chinezen, want daar waren ze dol op. Laat maar, zeiden ze, we hebben nog pizza’s in de diepvries. ’s Anderendaags ben ik eerst onze ouders en dan mijn broers gaan oppikken. Vader en moeder zijn in de tachtig, ze hadden het er ongelooflijk zwaar mee. Marc en Eddy waren altijd hun zorgenkindjes geweest. Het idee dat ze voor hen zouden sterven, was haast ondraaglijk. Toch heeft ons ma hen geholpen met hun aanvraag. Als ik niet kon, stond zij klaar om als chauffeur naar een zoveelste doktersafspraak te rijden.  Ze deed dat uit liefde voor haar kinderen, want als diepgelovige katholieken waren mijn ouders tegen euthanasie. Ook Marc en Eddy waren erg gelovig, ze zijn vaak op bedevaart geweest naar Lourdes en Scherpenheuvel. Vlak voor ze hun spuitje kregen, heeft de ziekenhuispastoor hen de laatste sacramenten toegediend. Daar stonden ze op”.

–          ­Humo: geen ultieme twijfels?

Verbessem: “Helemaal niet. We zijn eerst nog een koffie gaan drinken in de cafetaria. Mijn ouders en ik waren bedrukt, maar Marc en Eddy deden heel gewoon. Ook op de kamer leek het alsof er niks aan de hand was. Ik zie ze nog zitten op hun bed, druk in gesprek met elkaar. Wat met mijn horloge? En waar laat ik mijn schoenen? Vlak voor het gebeurde, hebben ze ons nog gerustgesteld. Dat het goed zo was, we moesten ons geen zorgen maken. Professor Distelmans en dokter Dufour zijn samen binnengekomen, elk  met een spuitje om het hart stil te leggen. Het moest simultaan gebeuren, ze wilden gelijk vertrekken.  Lang heeft het niet geduurd, hooguit een paar minuten. Ze zijn de lichamen komen halen om te wassen. We zijn dan maar vertrokken en met ons drieën naar Putte teruggereden”.

Vorig jaar werden bij de Federale Controle en Evaluatiecommissie Euthanasiewetgeving (FCEEC) 1.430 dossiers aangegeven, binnen de vier werkdagen na het uitvoeren van de euthanasie zoals wettelijk bepaald. Het tweejaarlijkse verslag van de commissie voor Kamer en Senaat bevat nog meer cijfermateriaal. De grote helft van de overlijdens vindt in ziekenhuizen en rusthuizen plaats, de anderen sterven thuis. Driekwart van alle geregistreerde dossiers komt van kankerpatiënten, spierziekten zoals ALS en MS bekleden met 7 procent een verre tweede plaats. In 2012 kregen vijftig Belgen euthanasie op basis van ‘ondraaglijk psychisch lijden ten gevolge van een ongeneeslijke psychiatrische aandoening’, een praktijk die nog geregeld voor opschudding zorgt. Vorige week nog pakte Het Laatste Nieuws uit met de euthanasie van de 44-jarige transgender Nathan _ née Nancy _ Verelst.  Het afscheidsinterview las als een deprimerend relaas van een liefdeloze jeugd vol frustraties en misbruik, een besmeurd zelfbeeld, alcoholverslaving  en sociaal isolement, met een niet naar wens verlopen geslachtsoperatie als de spreekwoordelijke druppel in de volle emmer. ‘Een gemengde problematiek van ondraaglijk fysiek lijden en een groot psychisch lijden’, luidde de kwalificatie van Wim Distelmans die de Nathan begeleidde.

 

Wim Distelmans: "Ik ben dokter dood niet". (foto thomas Legrève)

Wim Distelmans: “Ik ben Dokter Dood niet”. (foto Thomas Legrève)

Tijdens ons interview, drie dagen voor de ophefmakende euthanasie, rept Distelmans er met geen woord over. Medisch geheim, hij heeft overigens zelf niet om de mediaheisa gevraagd. We ontmoetten hem in het Expertisecentrum Waardig Levenseinde, een buitenpost van het VUB-ziekenhuis die een resem diensten huisvest,  gaande van dagopvang voor ernstig zieken over palliatieve thuiszorg tot het hoofdkwartier van LEIF. Op een van de bordjes staat ULteam, naar zal blijken het antwoord op onze openingsvraag. Want waarom komen spectaculaire euthanasiedossiers haast altijd bij hem terecht?

Distelmans: “We zien hier vooral speciale gevallen, mensen die ondanks de euthanasiewet nergens gehoor vinden. Meestal betreft het psychisch lijden, al gaat dat vaak gepaard met fysieke klachten.  Euthanasie van terminale patiënten raakt steeds meer aanvaard, maar in vele katholieke ziekenhuizen blijft een aanvraag van niet-terminale patiënten taboe, vooral als die op psychisch lijden steunt. Het idee dat ook een psychiatrisch patiënt uitbehandeld kan raken, sijpelt maar heel langzaam door. Om die mensen te helpen heb ik met Marleen Temmerman en psychiater Lieve Thienpont eind 2011 ULteam opgericht, waarbij de hoofdletters staan voor Uitklaring Levensvragen. Het is een multidisciplinair team, met artsen, psychiaters, oncologen, juristen, verpleegkundigen en vrijzinnig humanistisch consulenten. Dat we bereid zijn te luisteren betekent niet dat we zomaar euthanasie verlenen. Patiënten doorlopen een traject, we peilen tijdens verschillende sessies naar het motief en bespreken alle alternatieven. Vaak volstaat het besef dat er een uitweg bestaat, om af te zien van de acute euthanasieplannen. Om een idee te geven: van de 150 behandelde dossiers hebben er tot dusver 40 tot een euthanasie geleid. We zijn mobiel, als de patiënt niet in staat is zich te verplaatsen, gaan we hem opzoeken. Zo zijn we al een paar keer in de gevangenis beland. Geïnterneerden die euthanasie vragen, dat komt steeds vaker voor. Een moeilijke kwestie, al vind ik niet dat we a priori nee moeten zeggen. Wat ook opvalt: we krijgen meer en meer aanvragen uit het buitenland. Geen toeval allicht, want  België, Nederland en Luxemburg zijn de enige landen ter wereld met een euthanasiewetgeving”.

Humo:  hoezo de Benelux-landen voorlopers? In Zwitserland bestaat al 15 jaar zoiets als Dignitas, een organisatie die in Zürich verschillende appartementen huurt waar ook buitenlanders onder medische begeleiding uit het leven kunnen stappen.

Distelmans: “Niet te vergelijken. Zwitserland heeft geen euthanasiewet, maar het laat medici wel toe om hulp te bieden bij zelfdoding, zolang er geen baatzuchtige motieven spelen. Dat laatste is een rekbaar begrip, want een levensbeëindiging  kost bij Dignitas algauw 8.000 euro. De begeleiding is minimaal, en de wet laat niet toe dat de arts zelf de spuit zet. Patiënten worden na het laatste gesprek alleen gelaten met een glas water of fruitsap waarin een verdovende en dodelijke substantie zit opgelost. We hebben hier een Engelse kankerpatiënt geholpen die eerst bij Dignitas was gaan aankloppen. Hun methode werkte in zijn geval niet, want hij was al zo verzwakt dat hij het drankje niet eens had kunnen slikken. Die man was ons erg dankbaar dat we hem op een humane manier konden laten vertrekken”.

Humo:  dreigt ULteam zo niet het sterfhuis van Europa te worden, met Wim Distelmans als Dokter Dood aan het hoofd?

Distelmans: “Zo’n vaart zal het niet lopen, al was het maar omdat de meeste terminaal zieken niet meer in staat zijn om te reizen.  En ik ben geen Belgische Jack Kevorkian, al heb ik tijdens mijn vele lezingen meer dan eens belachelijke verwijten moeten incasseren. Het stoort me dat ze me als mister Euthanasie afschilderen, terwijl ik ook een pionier op het vlak van palliatieve zorg ben. De VUB heeft hier het eerste palliatieve centrum van het land opgericht, ouder nog dan dat van wijlen zuster Leontine in het Brusselse ziekenhuis Sint-Jan. Tegenstanders van euthanasie poneren palliatieve zorg als alternatief, maar ik zie die tegenstelling niet.  Palliatieve zorg, palliatieve sedatie, euthanasie, het zijn evenwaardige aspecten van een humane levenseindezorg”.

Humo:  de tiende verjaardag van LEIF is goed getimed. Deze week besprak de gemengde Senaatscommissie Justitie en Sociale Zaken het politiek explosieve voorstel ter uitbreiding van de euthanasiewet. De indieners willen dat ook minderjarigen in aanmerking komen, en dat wilsverklaringen niet alleen bij een onomkeerbare comatoestand gelden, maar ook voor dementen, met dien verstande dat ze kunnen worden ingeroepen door de vertrouwenspersonen die dementerden eerder en nog bij volle verstand hebben aangewezen. Een noodzakelijke uitbreiding?

Distelmans: “In mijn ogen wel. Bij de parlementaire bespreking van de euthanasiewet hebben voorstanders minderjarigen en dementerenden zelf buiten beeld gelaten, in de hoop daarmee de CD&V over de brug te halen. Vergeefse moeite, en een pijnlijk hiaat naar intussen is gebleken. Hugo Claus had langer geleefd, moest er een wilsverklaring voor alzheimerpatiënten bestaan. Niettemin, we kunnen tevreden terugblikken op de weg die we de voorbije tien jaar hebben afgelegd. Ik heb als oncoloog de periode voor de euthanasiewet meegemaakt. Ik heb toen al tientallen patiënten geëuthanaseerd, altijd op hun eigen verzoek. Dat moest in het grootste  geheim, want het parket reageerde overgevoelig. Meer dan één arts is in de gevangenis beland onder verdenking van ‘doodslag’, vaak na een klacht van een jaloerse collega in het ziekenhuis. De tegenstanders van legalisering gooiden altijd dezelfde argumenten op tafel. Dat euthanasie in België nauwelijks voorkwam. En als het al gebeurde, dan kon de arts altijd beweren dat het om ‘levensbeëindigend  handelen in een noodsituatie’ ging. Die hypocrisie is er grotendeels uit, al zijn we nog niet thuis. Er zijn nog te veel ziekenhuizen waar men de euthanasievraag niet wil horen, en in rusthuizen is het niet beter. Het gebeurt vaak dat rusthuisbewoners hun euthanasie noodgedwongen in het weekend plannen, tijdens een bezoek aan zoon of dochter. De ergste tegenstanders zijn echter diegenen die verklaren dat ze openstaan voor euthanasie, terwijl ze er nadien alles aan doen om het verzoek te negeren en de betrokkene in een palliatief verhaal mee te sleuren waar hij nooit om gevraagd heeft”.

–          Humo: hoe verklaart u dat 80 procent van de geregistreerde dossiers uit Vlaanderen komt?

Distelmans: “Cultuurverschillen in de medische wereld. In Franstalig België staat de arts nog op een voetstuk, hij beslist soeverein wat goed is voor de patiënt. Dat vecht met het concept van euthanasie, waar het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt centraal staat. Franstalige artsen grijpen eerder naar palliatieve sedatie, platspuiten in de volksmond. Het verschil met euthanasie is vaak semantisch, maar soms ook heel concreet. Palliatieve sedatie kan dagen zoniet weken aanslepen, het is de arts die het tempo bepaalt. Bij euthanasie kiest de patiënt zelf zijn tijdstip.  Sinds de uitvoering van de euthanasiewet is ook het aantal palliatieve sedaties geëxplodeerd, van 8.000 tot 15.000 gevallen per jaar. Het gros van die stijging zit in Franstalig België. We moeten natuurlijk opletten met die cijfers. Wellicht zijn er patiënten die euthanasie vragen, maar palliatieve sedatie krijgen. Anderzijds worden heel wat overlijdens door euthanasie als palliatieve sedatie geregistreerd, dat scheelt in papierwerk. Maar je kunt die opmerkelijke toename ook positief bekijken, als een signaal dat steeds meer artsen alert zijn voor de levenseindeproblematiek. En ja, ook euthanasie raakt ingeburgerd, dat stellen we bij LEIF vast. Begin dit jaar hebben we samen met vrijzinnige vereniging deMens. nu onze LEIFkaart gelanceerd, een soort bankkaart met de persoonlijke zorgplanning van de drager zodat artsen en hulpverleners met zijn wensen rekening moeten houden als hij zelf niet in staat is om te communiceren. Welke zorg wil hij al dan niet ontvangen in een comateuze toestand? Wil hij euthanasie, en met welke vertrouwenspersoon? Orgaandonatie, uitvaart, het staat er allemaal op. De LEIFkaarten vliegen de deur uit, we kunnen de vraag niet volgen”.

LEIF-arts Sarah Van Laer: "Sommige collega's springen...(foto: Thomas Legrève)

LEIF-arts Sarah Van Laer: “Een euthanasie kruipt niet in je kouwe kleren” (foto: Thomas Legrève)

LEIF heeft intussen 400 Vlaamse artsen opgeleid om de euthanasiewet correct toe te passen. Volstaat dat op een totaal van meer dan Vlaamse 25.000 huisartsen en specialisten? Niet als je het aan Sarah Van Laer vraagt , huisarts in het Oost-Vlaamse Horebeke en Leif-arts van het eerste uur.  Eerder dit jaar trok ze in een open brief aan de alarmbel: dat ze verzuipt in de euthanasie-aanvragen. “En dat is helaas nog niet veranderd”, zegt Van Laer. “Gemiddeld één per maand, ik heb er weer twee in mijn agenda staan. Heel wat huisartsen maken er zich makkelijk van af. U wilt euthanasie? Loop dan maar naar de LEIF-arts om de hoek, die zal het wel oplossen”.

Humo: hanteert u als LEIF-arts zelf de spuit?

Dr. Van Laer: “Dat is meestal niet de bedoeling. Doorgaans worden we door een collega als tweede arts gecontacteerd , zoals de euthanasiewet verplicht. Dan speel je ook een ondersteunende rol, want vele huisartsen hebben het nooit eerder gedaan en voelen zich onzeker. Op zich is het simpel,  het komt er op aan het product correct te doseren. Toch begrijp ik die onzekerheid. De eerste keren heb ik er zelf slecht van geslapen, in mijn dromen zag ik hoe de verdoving mislukte en de patiënten weer wakker werden. Alle begrip dus voor de twijfels, maar ik vind het vervelend als ze me aan de vooravond bellen. ‘Saraahtje, wil jij het niet doen? Ik zie het echt niet zitten’.  Nog niet zo lang geleden werd ik door een familie opgetrommeld omdat de huisarts niet op de euthanasieafspraak was komen opdagen. Ik ben toen in de auto gesprongen, je kunt een patiënt op zo’n moment niet in de steek laten. Zoiets kan in feite niet door de beugel. Ik ben bereid de spuit te zetten als een collega het niet aankan, maar ik wil dat op voorhand weten. Een euthanasie als tweede arts begeleiden of uitvoeren, dat vergt een heel andere benadering. Als uitvoerende arts wil ik een grondig contact met de patiënt, ik laat me niet door één bezoek overtuigen. Ook dat is een pijnpunt in de euthanasiepraktijk. Ik ben streng, ik heb al aanvragen geweigerd, bij psychisch lijden ben ik extra voorzichtig. Maar er zijn LEIF-artsen die er licht overgaan en al na het eerste bezoek hun handtekening zetten, ik ken zelfs een psychiater die dat doet. Zoiets gaat natuurlijk snel rond. De waarheid is dat iedereen euthanasie kan krijgen, als hij maar de weg naar de juiste dokters vindt. Laatst werd ik als tweede arts door een 43-jarige vrouw met een psychiatrische problematiek gevraagd. Ik zei dat ik haar wilde terugzien, en dat ik haar behandelende psychiater zou bellen en haar ouders en andere intimi wilde spreken. Ik heb  die vrouw niet meer teruggezien, en een maand later vernam ik dat ze geëuthanaseerd was. Daar hield ik toch een vies gevoel aan over ”.

Humo: in uw open brief plaatste u ook al vraagtekens bij de uitbreiding van de euthanasiewet. Heeft u zich van kamp vergist?

Dr. Van Laer: “Helemaal niet, anders zouden die twee euthanasieafspraken niet in mijn agenda staan. Ik vind de euthanasiewet nog altijd fantastisch en ook perfect uitvoerbaar. Zwijg me van de periode voor 2002, toen wanhopige collega’s aanmodderden met morfine en zelfs insuline om patiënten te euthanaseren. De techniek is fel verbeterd, en het staat vast de wet heel wat zelfmoorden heeft verijdeld. Maar inderdaad, ik houd mijn hart vast voor een uitbreiding. Want wie zal die minderjarigen moeten euthanaseren? De overbevraagde LEIF-artsen, ook al zitten die er niet om te springen. Een euthanasie kruipt sowieso niet in je koude kleren. Als het dan ook nog om kinderen gaat, wordt het pas echt zwaar”.

De kans is groot dat de uitspraken van dokter Van Laer straks selectief worden aangehaald op www.euthanasiestop.be, de website van het gelijknamige platform dat verbeten campagne voert tegen de mogelijke uitbreiding van de euthanasiewet. Behalve twee imams en een rabbijn wordt het initiatief door prominente katholieken gedragen, artsen, academici en religieuzen. De Leuvense oncoloog Benoit Beuselinck, een van de gangmakers van Euthanasie Stop, bleek bereid onze vragen te beantwoorden.

Humo: het verjaardagsfeest van LEIF is wellicht niet aan jullie besteed. Behalve tegen de mogelijke uitbreiding ageren jullie ook tegen de euthanasiewet zelf. Is dat meer dan tien jaar na datum geen achterhoedegevecht?

Dr. Beuselinck: “Nee.Artsen moeten zich aan de eed van Hippocrates houden, en die schrijft nog altijd voor dat we “geen dodelijke substanties zullen toedienen aan onze patiënten”. Om het menselijk lijden zoveel mogelijk te verlichten, moeten we onze kennis van palliatieve zorg verdiepen en patiënten desnoods met palliatieve sedatie helpen. Ik ben niet alleen principieel tegen de wet, ik heb ook problemen met de slordige en veel te ruime toepassing. De controle door de Federale Evaluatiecommissie is een lachertje. Van de meer dan tienduizend tot dusver geregistreerde euthanasieprocedures werd niet één aan het parket overgemaakt. Zelfs louter statistisch kan dat niet kloppen”.

Humo: voorstanders stellen het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt voorop. Wat, behalve religieuze argumenten, valt daar tegen in te brengen?

Dr; Beuselinck: “Veel. Een klassiek filosofisch adagium stelt dat de vrijheid van de ene persoon ophoudt waar de vrijheid van de andere begint. Een mens leeft niet alleen, maar als deel van een gezin en van de maatschappij. De huidige wet geeft echter geen inspraak aan de familie. Binnenkort kan je als ouder zelfs niets meer zeggen wanneer je anorectische puberdochter dood wil. Een nachtmerrie,de familie moet beter beschermd worden”.

Humo: bewijst de forse stijging van het aantal euthanasieaanvragen niet dat er een maatschappelijk draagvlak bestaat?

Dr. Beuselinck: “Dat ligt goeddeels aan de media. Hoe meer aandacht voor euthanasie, hoe meer vraag. Ook dat is fundamenteel verkeerd: het aanbod creëert de vraag, terwijl de wet oorspronkelijk voorzien was voor uitzonderingsgevallen”.

LEIF-priester Paul Destrooper : 'hoe verder van de praktijk, hoe..(foto Thomas Legrève)

LEIF-priester Paul Destrooper : ‘Hoe verder van de praktijk, hoe makkelijker om euthanasie te veroordelen” (foto Thomas Legrève)

Een klassieke botsing van katholieken en vrijzinnigen? Allicht, maar dat belet niet dat Paul Destrooper zaterdag in de KVS het woord zal nemen. Destrooper, die mee aan de wieg van het Levenseinde Expertsiecentrum stond, is een van de vier stafleden van LEIF waar hij instaat voor persoonlijke begeleiding van patiënten en opleiding van morele consulenten. En oh ja, de 59-jarige Destrooper is priester, in een vorig leven was hij bij het aartsbisdom verantwoordelijk voor het ziekenhuispastoraal. “Ik loop daar niet mee te koop”, zegt hij.”Vele bezoekers bij LEIF vermoeden zelfs niet dat ik pastoor ben. Niet dat ik een conflict zie met mijn geloof. In mijn ogen is de keuzevrijheid van de mens juist eigen aan de schepping, ik zou daar zelf een theologisch betoog kunnen over voeren”.

Humo: Rome en de Belgische bisschoppen veroordelen euthanasie. Komt u vaak gelovigen tegen die daarmee worstelen?

Destrooper: “Anticonceptiva werden ook verboden door de pauselijke encycliek Humanae Vitae uit 1968. Toch denk ik niet dat veel Vlaamse vrouwen daarom de pil hebben gelaten. Zo is het ook met euthanasie, pragmatisme regeert. We horen wel eens van pastoors die parochianen de ziekenzalving weigeren als ze euthanasie durven vragen. Maar dat zijn uitzonderingen, de meeste pastoors staan dicht genoeg bij de mensen om begrip op te brengen voor een keuze die nooit lichtzinnig wordt gemaakt. Hoe verder van de praktijk, hoe gemakkelijker het is euthanasie te veroordelen”.

Die conclusie heeft ook Dirk Verbessem uit de euthanasie van zijn tweelingbroers getrokken. “Na de begrafenis kwamen in Putte de tongen los. Er was vooral begrip, maar er kwamen ook enkele negatieve reacties. ‘Hoe kun je zoiets doen? Zo erg is dat toch ook niet, blind worden?’. Dat is makkelijk gezegd, dacht ik bij mezelf. Wie Marc en Eddy wil veroordelen, moet eerst in hun schoenen gaan staan”.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.