Jef Vermassen over het proces De Gelder

verschenen in Knack, 6 februari 2013

 

DSC_0775

 

 

 

 

 

 

 

Praten over het dossier De Gelder mag hij niet, maar over processen des te meer. Assisen? Na meer dan veertig jaar praktijk blijft Jef Vermassen een onvoorwaardelijk voorstander. Traag, inderdaad, maar de grondigheid van een volksjury is onbetaalbaar. Slachtoffers vinden er loutering, en één enkele keer komt de volle waarheid pas in de assisenzaal bovendrijven. Gesprek met Vlaanderens bekendste advocaat die onschuldig pleit op de aanklacht van mediageilheid.

*******

We zijn net goed van stapel gelopen als zijn gsm overgaat. De Kruitfabriek aan de lijn. Of hij vanavond naar de studio wil komen voor een babbel over Freddy Horion? Het zou meer bepaald gaan over de weigering van de Brugse strafuitvoeringsrechtbank om de zesvoudige moordenaar na 32 jaar cel onder elektronisch toezicht te plaatsen. Jef Vermassen (65) wimpelt beleefd maar beslist af. De Aalsterse strafpleiter zweert al jarenlang bij dezelfde regel. Niet in het openbaar spreken over Freddy Horion, zijn oud-cliënt wiens proces hem destijds in één klap beroemd heeft gemaakt.

Al een geluk dat we bij het begin van het interview geen weddingschap zijn aangegaan. ‘Je zult het zien”, had Vermassen voorspeld terwijl hij koffie serveerde, “de voormiddag zal niet verstrijken zonder dat we door een van uw collega’s worden gestoord. De laatste weken is het niet te doen. Televisie, radio, kranten en tijdschriften, allemaal komen ze aan mijn mouw trekken. Vorige week heb ik op één dag tien mensen van de media aan de lijn gehad, voor drie verschillende dossiers. Vermassen is mediageil, zeggen de mensen dan. Maar het is net andersom, het zijn de media die me achterna lopen. Als ik zou willen, kwam ik om de andere dag op de televisie. Maar zeg nu eerlijk, zie je mij zo vaak op de televisie? Nee, want ik ben heel selectief, van tien verzoeken wijs ik er negen af. Dat is desondanks nog veel in de media kom, ligt buiten mijn wil. Ik ken collega’s die zelf journalisten bestellen als ze in belangrijke zaken gaan pleiten. Daar heb ik me nooit toe verlaagd, de meeste zaken waarin ik pleit, lokken vanzelf belangstelling”.

Dat zal niet anders zijn wanneer op 22 februari Kim de Gelder voor het Gentse Hof van Assisen verschijnt. Het proces wordt in alle opzichten buitenissig. Om te beginnen zijn de vier jaar geleden gepleegde feiten niet alledaags.  Het begon met de onverklaarbare moord op Elza Van Raemdonck, een gepensioneerde boerin uit Vrasene. Een week later richtte een in het zwart geklede man met een mes een bloedbad aan in een stedelijke kinderkribbe in Dendermonde.  Twee baby’s en een begeleidster werden doodgestoken, twaalf anderen bleven zwaar gewond achter. De dader werd snel opgepakt, een twintigjarige eenzaat die ook de moord in Vrasene bekende. Kim De Gelder, een jongen zonder strafblad, maar met een psychiatrisch verleden.

Het proces wordt het grootste ooit georganiseerd voor een Vlaams assisenhof, met 78 burgerlijke partijen, 170 getuigen en liefst 29 advocaten onder wie heel wat kleppers. Eén tegen allen, was een populaire kop boven de voorbeschouwingen die de voorbije weken verschenen. Meester Jaak Haentjens staat voor de eenzame opdracht om Kim De Gelder te verdedigen. Zijn strategie is geen geheim: Haentjens zal de jury ervan proberen te overtuigen dat zijn cliënt niet toerekeningsvatbaar is en dientengevolge geïnterneerd moet worden. Maar één tegen 28 confraters? Het belooft toch vooral een duel Haentjes versus Vermassen te worden. “Ik verdedig de nabestaanden van drie van de vier dodelijke slachtoffers”, zegt hij. “In totaal vertegenwoordig ik daarmee 18 burgerlijke partijen. Behalve Haentjens ben ik de enige advocaat die met de twee moordpartijen te maken heeft en die het proces bijgevolg van de eerste tot de laatste dag moet volgen. Logisch dus dat ik van alle burgerlijke partijen het meest aan het woord zal komen. Maar ik stuur niet aan op een tweestrijd, ik zie assisen liever als een gemeenschappelijke  zoektocht naar waarheid en gerechtigheid”.

De Gelder is wel toerekeningsvatbaar, zal Vermassen wellicht proberen aan te tonen. Met welke argumenten, daarover wil en mag hij vandaag niet uitwijden. De  stafhouders van de betrokken balies hebben hun advocaten strikte communicatieregels opgelegd. Geen woord over de inhoud van het 20.000 pagina’s dikke dossier, het proces mag niet in de media maar uitsluitend in de assisenzaal worden gevoerd. Geen evidente regel, want advocaten lekken doorgaans erger dan een spindoctor.  “Ik heb geen probleem met die zwijgplicht”, zegt Jef Vermassen. “Zolang de regels maar voor iedereen gelden. Ik was dan ook verbaasd toen ik meester Haentjens na de preliminaire zitting voor de camera’s allerlei verklaringen hoorde afleggen. Dat zijn cliënt geen komedie had gespeeld, maar dat zijn verwarde indruk een weerspiegeling van zijn geestestoestand was. Blijkbaar had mijn confrater van onze stafhouder toestemming gekregen om zijn standpunt te verduidelijken. Vervelend dat het achter mijn rug om gebeurde, want ik had best willen reageren. Vervelend ook voor mijn cliënten die zo’n publieke verklaring in hun maag gesplitst kregen. Waarom laat je dat passeren, zijn sommigen me komen vragen. Ik kan alleen maar hopen dat daarmee de toon niet is gezet, en dat het proces sereen wordt gevoerd, in de assisenzaal”.

–          We mogen het niet over het dossier maar wel over het proces hebben. Het wordt een massaspektakel met 78 burgerlijke partijen en 29 advocaten. Is dat nog werkbaar?

Vermassen: “Het is nooit eerder vertoond, en de infrastructuur is er ook niet op berekend. Alleen al met de slachtoffers en de advocaten zit de zaal vol. Publiek kan er niet meer bij, zelfs journalisten zullen een beurtrol moeten afspreken. Natuurlijk, men kan het hele proces op een scherm in de relaiszaal volgen. De grondwettelijk verplichte openbaarheid wordt dus gewaarborgd, maar het is geen ideale oplossing. Ook op het proces over de parachutemoord en het proces Janssen heb ik staan pleiten terwijl het publiek in een relaiszaal zat. Okay, de belangrijkste toehoorders blijven de twaalf juryleden. Niettemin: de emoties van de zaal spelen mee. Het applaus als een slachtoffer over zijn leed getuigt, het zuchten wanneer de wetsdokter de gruwelen uit de doeken doet. Onwillekeurig heeft dat in een invloed op de jury”.

–          Ook slachtoffers die geen fysiek letsel hebben opgelopen, zoeken genoegdoening. De buren van Elza Van Raemdonck hebben De Gelder nooit gezien, maar achteraf vernomen dat hij nog voor de moord op de bejaarde boerin aan hun deur gestaan heeft met de intentie binnen te breken. Hij heeft dat plan onverrichter zake laten varen om een huis verderop een gemakkelijker slachtoffer te maken. Oef, hadden die buren kunnen reageren. Mooi weggekomen, en het leven gaat voort. Maar nee, ze hebben de Antwerpse toppleiter Walter Damen ingehuurd om zich op het proces te laten verdedigen. Moet dat zo nodig?

Vermassen: “Geen commentaar, want anders moet ik op de inhoud van het dossier ingaan. Maar in het algemeen: de wildgroei van burgerlijke partijen op dit soort processen heeft een triviale verklaring, namelijk verzekeringen. Tegenwoordig heeft nagenoeg iedereen een familiale polis met rechtsbijstand, een optie die maar een paar euro per jaar kost. Als de titularis of een van zijn gezinsgenoten het slachtoffer van een misdrijf wordt, heeft hij recht op bijstand door een advocaat naar keuze. Ook bekende strafpleiters, ik factureer in dit proces trouwens zelf aan een hele rist verzekeringsmaatschappijen. Ik ben ervan overtuigd: zonder die populaire verzekeringsclausule stonden er straks veel minder burgerlijke partijen en advocaten op het proces De Gelder”.

–          Er doen verhalen de ronde over bekende advocaten die zelf hun diensten aan burgerlijke partijen aanbieden. Desnoods pleiten ze gratis, het is hen te doen om de mediabelangstelling en publiciteit die onvermijdelijk met een assisenproces gepaard gaat. Wat is daar van aan?

Vermassen: “Ik hoor die verhalen, maar ik spreek me niet uit over mijn confraters. Het is natuurlijk een feit dat zo’n assisenproces een visitekaartje is. En om het toch maar even over de zaak De Gelder te hebben: niet alle burgerlijke partijen hebben een even groot aandeel.  Bij de behandeling voor de raadkamer heb ik in mijn eentje haast even lang gepleit als al mijn confraters samen. Logisch, over een dodelijk slachtoffer pleit je nu eenmaal langer dan over een baby die er met een schram is afgekomen. Toch betwijfel ik of die verhoudingen ook op het proces worden doorgetrokken. Het zou niet de eerste keer zijn dat een advocaat oeverloos pleit over een bagatel. Profileringdrang, het is van alle tijden”.

–          Ondanks uw dikke stapel dossiers zullen de meeste ogen op meester Haentjens gericht zijn. Het heeft ook iets heroïsch, een publieksvijand zoals Kim De Gelder verdedigen. Had u niet graag in zijn schoenen gestaan?

Vermassen: “Nee, bedankt.  Ik heb al meermaals in die schoenen gestaan, ik weet hoe het voelt.  Advocaat van de duivel spelen kan interessant zijn voor je reputatie, maar je moet tegen de immense druk bestand zijn. Heel veel mensen maken geen onderscheid tussen de misdadiger en zijn advocaat. Wie een groot crimineel verdedigt, is in hun ogen zelf een groot crimineel. Ik heb het meegemaakt op het proces Horion. Bij de ingang van de rechtszaal werd een man, een ex-gedetineerde nota bene, tegengehouden met een slagersmes op zak. Om Vermassen neer te steken, verklaarde hij, want iemand die zo’n monster verdedigt, is het niet waard te leven. Kijk, het is een verheven taak om een dader zoals De Gelder te verdedigen. Zeker als pro deo, want dan sta je daar als iemand die door de maatschappij werd aangesteld. Maar ik vind het even nobel om een burgerlijke partij goed bij te staan. Ook voor slachtoffers staat er ontzettend veel op het spel, ze kijken met hooggespannen verwachtingen uit naar zo’n proces. Eindelijk hopen ze een antwoord krijgen op de vragen die door hun hoofd malen. Hoe is hun dierbare precies gestorven? En de allerbelangrijkste vraag: waarom? Niks erger dan een assisenproces dat afloopt zonder die cruciale vragen te beantwoorden. Dat steekt me trouwens nog altijd als ik aan het proces Janssen terugdenk. De nabestaanden zijn met meer vragen vertrokken dan waarmee ze waren gekomen. Wat deze zaak dan weer extra pijnlijk maakt, is de toevalsfactor. Voor hetzelfde geld was De Gelder een andere woning of een andere crèche binnengevallen en zat er in de assisenzaal een heel ander publiek op de banken van de burgerlijke partij.  Dat verklaart ook de intense belangstelling voor de hele zaak. Hoe groter het toeval, hoe groter de identificatie door de buitenwereld. Neem nu iemand die door de jaloerse echtgenoot van zijn minnares wordt vermoord. Eigen schuld dikke bult, zullen de mensen dan reageren, hij had maar geen minnares moeten nemen. Hier gaat die redenering niet op, we konden allemaal het slachtoffer van De Gelder zijn geweest. Voor de nabestaanden is die toevalsfactor een extra kwelling die het verwerkingsproces bemoeilijkt en zelfs schuldgevoelens aanwakkert. Wat als, spookt het door hun hoofd. Wat als ik die dag verlof had genomen? Dan was mijn kind misschien niet dood”.

–          Het hele proces zal draaien rond de vraag over de toerekeningsvatbaarheid van de beschuldigde.  U zult het er niet eens mee zijn, maar als leek denk je wat ook de bekende psychiater Dirk De Wachter onlangs in een interview liet optekenen. Die jongen is ziek, punt aan de lijn.

Vermassen: “Ik heb dat ook gelezen, maar ik ga daar nu geen commentaar op geven. Die houding kan ik ook aanbevelen aan al diegenen die het dossier niet hebben gelezen, maar die zich desalniettemin als deskundigen laten opvoeren. In Telefacts zag ik een bekende gerechtspsychiater die niet bij de zaak betrokken is, commentaar geven op uittreksels van het dossier. Pijnlijk en vooral misleidend, want het was duidelijk dat hij de context onvoldoende kende. Maar laat me de vraag wat ruimer beantwoorden. Ik heb al in heel veel assisenprocessen gepleit. Welnu, in al die jaren ben ik nog nooit een beschuldigde tegengekomen die niet gestoord was. Daarmee bedoel ik dus iemand die in zijn manier van handelen en denken niet van een normaal mens afwijkt. Zijn Anders Breivik en Roland Janssen normale mensen? Allesbehalve, maar dat wil niet zeggen dat ze geestesziek of ontoerekeningsvatbaar zijn”.

–          Arme juryleden die straks de knoop moeten doorhakken! Naar verluidt waren zelfs de door de onderzoeksrechter aangestelde experts het onderling oneens over de kwestie van de toerekeningsvatbaarheid. Op het proces zullen de door de verdediging opgetrommelde deskundigen nog meer twijfels zaaien. Wat ons bij een andere hamvraag brengt: moet dit proces per se voor een volksjury worden gevoerd? Kunnen we niet beter het Nederlandse voorbeeld volgen, waar ook zware misdrijven zoals moord en doodslag door een college van beroepsrechters worden behandeld? Snel, efficiënt en zonder overbodige mediaheisa….

Vermassen: “Daar hebben we ze: de eeuwige vraag over zin en onzin van assisen! Het zal niemand verbazen dat ik een onvoorwaardelijk voorstander ben. Het Nederlandse systeem? Sneller, inderdaad, maar daarmee hebben we de voordelen wel gehad. Ik heb geen al te beste ervaringen met de Nederlandse justitie. Stel je voor, als advocaat van het slachtoffer mag je niet eens pleiten! Hooguit mag je op de zitting namens het slachtoffer een schriftelijke verklaring voorlezen. Valt er één woord over de feiten of de schuld, dan word je meteen het zwijgen opgeleld. Waarom ons assisensysteem superieur is? Vanwege de grondigheid.  Die is niet alleen cruciaal voor het verwerkingsproces van de slachtoffers. Ik stond laatst in het proces Kim Janssens, als advocaat van de burgerlijke partij.  Misschien heb je erover gelezen: de beschuldigde had zijn vriendin in haar appartement met een lege whiskyfles de schedel ingeslagen. Omdat ze hem had geprovoceerd door onmiddellijk na een vrijpartij pikante sms’jes naar liefdesrivalen te versturen en ze onder zijn neus te wrijven, hield hij drie jaar lang vol. De politie, de onderzoeksrechter, zijn eigen advocaten, iedereen ging mee in de piste van uitlokking. Ik had het dossier echter tot op de laatste draad uitgeplozen,  en ik hield munitie klaar om voor de jury aan te tonen dat de beschuldigde de wansmakelijke sms’jes zelf had geschreven en dat er van zijn uitleg over zijn tijdsgebruik niks klopte. Hij wist dat, en vlak voor mijn pleidooi heeft hij zijn leugens spontaan toegegeven. Consternatie in de assisenzaal, zeker toen zijn twee advocaten daarop besloten om zich uit het proces terug te trekken. Maar wat wil ik hiermee wil zeggen: het is alleen aan de grondigheid van de assisenprocedure te danken dat de waarheid aan het licht is gekomen. Laat zo’n zaak door een beroepscollege behandelen, en de kans is groot dat de beschuldigde met een lichte straf wegkomt, terwijl zijn slachtoffer voor eeuwig en altijd als de grootste hoer van Vlaanderen te boek staat. Niet dat ik aan de bekwaamheid van onze beroepsrechters twijfel,  maar ze staan onder een grote tijdsdruk. We zien de gevolgen nu al bij de behandeling van moordpogingen. Vroeger was dat een assisenzaak, sinds enkele jaren komt het voor de correctionele rechtbank. Om de efficiëntie op te drijven, was de redenering. In het begin werd voor moordpoging nog een halve dag uitgetrokken, tegenwoordig is het slechts één van de zaken op de rol. En wee de advocaat die wat te lang pleit. ‘Meester’, krijg je van de voorzitter te horen, ‘we hebben niet alle tijd, er liggen nog zaken te wachten’. We spreken hier nochtans niet over een bagatel, maar over een poging om een mens te doden. Daarom mag assisen onder geen beding verdwijnen, anders worden ook moord en doodslag gedevalueerd”.

–          De Gelder pleegde zijn feiten ruim vier jaar geleden. Wat een verschil met Anders Breivik, de Noorse massamoordenaar die binnen het jaar werd berecht. Waarom moet het in België zo lang duren vooraleer een beschuldigde voor assisen verschijnt? 

Vermassen: “Assisen is traag, maar dat heeft niks met de volksjury maar alles met het vooronderzoek te maken. Ik hecht zelf veel belang aan het moraliteitsonderzoek, een van de pluspunten van assisen. Zowel de jury als de voorzitter horen te weten wie de mens is die ze voor zich hebben, de mens die ze gaan beoordelen en eventueel bestraffen. Maar ik vraag me af of het echt nodig is elke kleuterjuf te ondervragen die zijn pad heeft gekruist, laat staan dat we wijzer worden als we zijn punten voor wiskunde in het derde middelbaar kennen. Dat kan allemaal sneller, en hetzelfde geldt voor de volgende stap in het onderzoek, het psychiatrisch verslag. We hebben veel te weinig gerechtspsychiaters. Nieuwe dossiers belanden bovenop de stapel, een verslag laat algauw een jaar op zich wachten. Als daarna de verdediging op een tegenexpertise aandringt, heb je het spel helemaal op de wagen. Het tekort aan gerechtspsychiaters is een oud zeer dat deels aan het Belgisch zwart-witsysteem ligt. Een beklaagde is of toerekeningsvatbaar of niet, er bestaat geen tussenweg zoals in Nederland waar justitie gradaties van toerekeningsvatbaarheid aanvaardt. Dat alles of niets-beginsel is voor heel wat psychiaters onverteerbaar en een reden om zich niet aan gerechtelijke expertises te wagen”.

–          De mediatisering van assisen dateert niet van gisteren. Nieuw is wel de focus op strafpleiters.  De assisenzaal wordt als een arena voorgesteld waarin strafpleiters elkaar als gladiatoren te lijf gaan. Ondanks uw selectieve mediaomgang heeft u een groot aandeel in die evolutie. Na Vermassen versus Van Aelst in het proces over de parachutemoord worden we nu warm gemaakt voor de kamp Haentjens-Vermassen. Is die personencultus wel gezond?

Vermassen: “Ik heb dat zien evolueren. Van het proces Horion-Feneuille bestaat er weinig meer dan enkele zwart-wit foto’s en twee minuten beeldmateriaal. Tegenwoordig komen kranten papier te kort om een zware assisenzaak te coveren. De bijbehorende personencultus is voor strafpleiters niet noodzakelijk een cadeau. Omgaan met media is zoals naar bed gaan met een hoer. Riskant, en de rekening wordt achteraf gepresenteerd. Stel dat ik morgen bij een vodka-controle tegen de lamp loop. Een banaliteit, maar je kunt er van op aan dat ik met mijn gezicht op alle voorpagina’s prijk. Neem het niet persoonlijk, maar de media gaan zelf geregeld uit de bocht. Denk maar aan de parachutemoord. Voor de zaal was het al na twee dagen klaar als een klontje dat Clottemans schuldig was. Ook de aanwezige journalisten wisten dat. Toch bleven de meeste media tot de laatste dag twijfel zaaien over de schuldvraag.  Suspens verkoopt, dat weet iedereen”.

–           Het proces kreeg een merkwaardig staartje. Na de uitspraak trok een zwarte mars door Hasselt om te protesteren tegen de ‘veroordeling zonder bewijs’ van Els Clottemans. Ook in haar woonplaats Ternat werd betoogd, met deelname zelfs van het voltallige gemeentebestuur. U werd persoonlijk geviseerd, en op Facebook verschenen haatgroepen tegen Jef Vermassen. Raakt u dat?

Vermassen. “Menselijk wel, maar professioneel niet, want ik heb gewoon mijn werk gedaan. Maar het proces Clottemans was wel een keerpunt, het verklaart de strakke communicatieregels die de stafhouders voor het proces De Gelder hebben opgelegd. Terecht, want de parachutemoord is het perfecte voorbeeld van een proces dat vooraf en op een eenzijdige manier in de media werd gevoerd. Els Clottemans mocht drie jaar lang haar onschuld uitschreeuwen, terwijl mijn cliënten en ikzelf de hele tijd hebben gezwegen. Vandaar ook de hysterie tijdens en na het proces. Niet voor herhaling vatbaar”.

–          We gaan geen koffiedik kijken, maar de kans is groot dat er opnieuw wordt betoogd als u in het zand bijt en De Gelder op zijn proces niet toerekeningsvatbaar wordt bevonden en wordt geïnterneerd. De publiek opinie beschouwt internering niet als een passende sanctie voor zware misdrijven.  Meer nog, in de volksverbeelding leeft het hardnekkige idee dat een geïnterneerde in een soort Club Med vertoeft. Akkoord?

Vermassen: “Nee. Internering is helemaal geen vakantieregime. Een van mijn oudste cliënten, een recidiverende moordenaar, werd in de gevangenis van Doornik in de vleugel voor geïnterneerden opgesloten. Ik ging hem nu en dan bezoeken, de middeleeuwse omstandigheden staan in mijn geheugen gegrift. De man stond als vluchtgevaarlijk bekend, hij moest de hele tijd in een opvallende pyjama en op sloefen rondlopen. Soms was het pure pesterij. Ik heb zelf gezien hoe een cipier een kanjer van een scheet liet in de belle, het luikje waarlangs gevangenen hun eten ontvangen. Cadeautje van de buitenwereld, riep de cipier. Dat is lang geleden, maar op het vlak van verzorging is er nog niet veel veranderd. België is niet voor niets meermaals door de Raad van Europa veroordeeld voor schandelijk manier waarop geïnterneerden hier worden behandeld. Er is beterschap op komst, ze zijn nu gespecialiseerde hospitalen aan het bouwen.

“Toch begrijp ik dat slachtoffers het moeilijk hebben met internering. Niemand kan voorspellen wanneer een geïnterneerde dader opnieuw in de maatschappij komt. Het ergste scenario voor een burgerlijke partij, dat is een internering die door de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling wordt uitgesproken, zonder een uitvoerig proces over de feiten voor de bodemrechter. Ik heb dat meegemaakt in de zaak van die vrederechter en haar griffier die in een Brusselse rechtszaal werden doodgeschoten, als advocaat voor de weduwe van de griffier. In anderhalf uur was de hele zaak beklonken. Pleiten over de feiten of de schuld hoefde niet, want de ontoerekeningsvatbaarheid stond vast. Het enige wat ik nog kon doen, was discussiëren over de schadevergoeding, over de prijs van de bloemenkrans en van de koffietafel na de begrafenis. Voor mijn cliënt was het traumatiserend, want geld was wel het laatste waarvan ze wakker lag. Slachtoffers willen vooral antwoorden op hun vragen, en die krijgen ze nergens zo uitgebreid als op een assisenproces”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.