Alona Lyubayeva, de Vlaamse Diversiteitsambtenaar die met haar missie samenvalt

(De Standaard Weekblad, 16 november 2014)

Vrouw en afkomstig uit Oekraïne, beter kon ze niet scoren in de statistieken die ze zelf moet bewaken. Vlaams Diversiteitsambtenaar Alona Lyubayeva belichaamt als geen ander haar eigen missie. Gesprek met een gedreven vrouw over diversiteit in Vlaanderen, en over de oorlog in het vaderland dat haar niet loslaat. 

foto: Dieter Telemans

foto: Dieter Telemans

Maandag, brugdag. Niet voor Alona Lyubayeva. “Het is zalig te werken als iedereen verlof heeft”, zegt de Vlaamse diversiteitsambtenaar. “Vanmorgen vijf berichten in mijn mailbox, zo rustig heb ik het nog maar zelden gekend”. Niet dat ze terugdeinst voor hard werken, ze heeft nooit iets anders gedaan. De vraag was dan ook ietwat misplaatst. Of ze in Leuven toch ook een beetje van het studentenleven heeft genoten? Immers, betoogden we, voor Vlaamse jongeren is de universiteit niet alleen een oord om kennis en diploma’s te vergaren. Studeren is ook en vooral een feestelijk einde breien aan een zorgeloze jeugd. Aan haar monkellachje viel af te lezen dat ze zich daar wel iets kon bij voorstellen. “Maar voor mij was het in de eerste plaats toch keihard werken”, vertelde ze. “Ik moest niet alleen de stof verwerken maar ook mijn Nederlands verbeteren. Tussendoor ging ik ook werken om mijn studies te financieren. Ik had geen beurs, en van thuis kreeg ik ook geen steun. Mijn ouders hadden geen middelen, niemand in Oekraïne had in die tijd middelen. Ik kwam uit een postcommunistisch land, in de greep van devaluatie en hyperinflatie. Ik nam alle baantjes aan die ik kon krijgen. Televerkoop, vertaalopdrachten, en heel veel horecawerk. Het heeft weinig gescheeld of ik had mijn masterdiploma door geldgebrek gemist. Ik kon geen examens afleggen, ik was helemaal blut en moest dringend gaan werken. Ik ben toen bij de rector gaan aankloppen, bij André Oosterlinck. Hij heeft me twee weken studiebeurs toegekend, net genoeg om de examenperiode te overbruggen”.

Wilskracht, talent en een dosis mazzel, het zijn de ingrediënten van een opmerkelijke carrière. De berooide studente van weleer mag zich sinds begin april Vlaams topambtenaar noemen. Benoemd door Peeters II, rapporterend aan Bourgeois I. Voogdijminister Liesbeth Homans (N-VA) heeft de lat meteen hoog gelegd. Het personeelsbestand van de Vlaamse overheid moet op korte termijn veel diverser. Van de huidige 3,1 naar 10 procent medewerkers met een migratie-achtergrond tegen begin 2021. In diezelfde periode moet het aantal medewerkers met een handicap van 1,3 tot 3 procent stijgen. Al even ambitieus zijn de genderdoelstellingen. Begin 2021 moet 40 procent van het midden- en topkader uit vrouwen bestaan. Een fractie van die doelstellingen heeft ze met haar jongste carrièremove zelf gerealiseerd. Een vrouwelijke topambtenaar met een migratie-achtergrond, dat is twee keer raak in de diversiteitstatistieken.

Maar de 41-jarige Lyubayeva heeft niet tot haar topbenoeming gewacht om uit de anonimiteit te treden. Toen eind vorig jaar de protesten op het Maidanplein in Kiev begonnen, gaf ze in verschillende radio- en kranteninterviews duiding bij een evenement dat uiteindelijk in een revolutie en aansluitende burgeroorlog zou uitmonden. Ze sprak niet alleen als betrokken Oekraïense, maar ook als beslagen academica. Internationale politiek loopt als een rode draad door haar verschillende opleidingen in Kiev en Leuven. Regionale samenwerking en conflicten in het na het instorten van de Sovjet-Unie opgerichte Gemenebest van Onafhankelijke Staten, zo luidde overigens het thema waarop ze als master in de Europese Studies is gepromoveerd.

Brussel ligt er verlaten bij. Café Congo van de KVS is gesloten, haar favoriete Ethiopiër op het Begijnhofplaats eveneens. Italiaans dan maar. In afwachting van de minestrone buigen we ons over de actualiteit. Die komt niet uit de Vlaamse ambtenarij maar uit haar vaderland. Het voorbije weekend, met zware artilleriebeschietingen in en rond Donetsk, was uitzonderlijk gewelddadig.

Ligt u wakker van de burgeroorlog die nu al een half jaar in Oost-Oekraïne woedt?

“Alleen nog als er spectaculair nieuws is. Het duurt nu al zo lang, en uiteindelijk sta je als buitenstaander totaal machteloos. Dat gevoel is langzaam gegroeid, want in de begindagen van de protesten was ik er constant mee bezig. Ik ging vijf keer per dag op sociale netwerken en nieuwssites kijken, ik probeerde Vlaamse journalisten aan te porren om artikels te schrijven, ik bracht hen zelf in contact met interessante bronnen. Het frustreerde me dat er zo weinig aandacht aan de gebeurtenissen in Kiev werd besteed. Onbegrijpelijk, want het was vanaf de eerste dag duidelijk dat het om een explosief conflict ging, aan de grenzen van Europa”.

Was u verrast door het massale protest dat uitbrak toen president Janoekovitsj weigerde het associatieverdrag met de Europese Unie te ondertekenen?

“Niet echt. Ik kwam nog vaak in Oekraïne, ik was er trouwens vlak voor het uitbreken van de protesten. Er leefde al langer een sterke wil tot verandering. Mensen keken daarvoor naar Europa, want daar lag de toekomst. Toen al leefde de ongerustheid dat Janoekovitsj dwars zou gaan liggen. We gaan de straat op als hij het associatieverdrag niet ondertekent, hoorde ik mensen zeggen. Die weigering heeft echt het vuur aan de lont gestoken, ook door de manier waarop ze tot stand kwam. Gedicteerd door Poetin, zegt men. Betaald door Poetin, is nog correcter. Het is bewezen dat er in die periode vanuit Rusland grote geldtransfers naar familieleden van Janoekovitsj hebben plaats gevonden”.

Na twee maanden massaprotesten en tientallen doden slaat president Janoekovitsj op de vlucht. Euforie alom, maar even later scheurt de Krim zich af en nog wat later ontketenen pro-Russische rebellen in Oost-Europa een regelrechte burgeroorlog. Is Euromaidan mislukt?

“Integendeel, de betogers hebben hun slag thuis gehaald. Ze hebben bewezen dat ze het volk aan hun kant hadden. En even belangrijk: dat Rusland geen greep meer heeft op de macht in Oekraïne. Precies dat succes verklaart de escalatie achteraf, want voor Poetin was het onverteerbaar. Wat mij daarbij het meest heeft getroffen, is de kracht van de Russische propaganda, het gemak waarmee alle pro-Oekraïense krachten als fascisten werden afgeschilderd. Zo grof ging het er in het Oekraïense kamp niet aan toe, al werden ook daar geen clichés geschuwd. Het resultaat is rampzalig. Ik ken families waar broers en zussen niet meer met elkaar praten omdat ze al die leugens slikken. Het is ook confronterend om vast te stellen hoe taai het totalitarisme in de voormalige Sovjet-Unie nog is. Op de televisie zag ik het ellenlange applaus in het Russische parlement toen de onafhankelijkheid van de Krim werd uitgeroepen. Je kon zo zien dat niemand het aandurfde om als eerste te stoppen, en je pikte er meteen de applaus-meester uit die het sein moest geven om ermee op te houden. Allemaal erg herkenbaar voor wie in de Sovjet-Unie is opgegroeid”.

Krijgt u het conflict aan Vlaamse vrienden uitgelegd?

“Men heeft hier de neiging het taalaspect sterk te benadrukken. Ten onrechte, er is nooit een taalprobleem geweest. Op de televisie werden beide talen door elkaar gebruikt. De vraag in het Oekraïens, het antwoord in het Russisch. Zonder ondertiteling, en iedereen vond dat doodnormaal. Ik ben zelf tweetalig opgevoed, ik koester zowel de Russische als de Oekraïense cultuur, en de novellen van Poesjkin zijn me even dierbaar als de poëzie van Sjevtsjenko. Ook op school in Kiev werden beide talen als perfect evenwaardig gehanteerd. Ik ben natuurlijk nog een kind van de Sovjetunie, opgegroeid tijdens de Perestrojka. De generaties na mij zijn anders, die hebben minder voeling met Rusland. Dat raakt de kern van de zaak, want een leider als Poetin kan niet aanvaarden dat het Oekraïense volk zijn eigen weg kiest. Dit is dan ook geen burgeroorlog, maar een conflict dat door een machtige buur werd geëxporteerd. Met propaganda, maar ook met wapens, munitie en huurlingen. Als ik er met Vlamingen over praat, trek ik altijd dezelfde parallel. Stel je voor dat Frankrijk niet akkoord gaat met de vertegenwoordiging van de Franstaligen in de Belgische federale regering. Hebben de Fransen dan het recht om België binnen te vallen onder het mom dat ze hier hun taalgenoten willen beschermen? Natuurlijk niet, maar dat is precies wat Rusland in Oekraïne doet”.

Pauze, de ober serveert escalope milanese en pasta arrabiata. Of we niet teveel over Oekraïne praten, vraagt ze. Touché, we willen het natuurlijk ook over haar huidige missie hebben. Maar eerst een biografisch ommetje.

Geen enkel tienermeisje uit Oekraïne droomt ervan later diversiteitsambtenaar in de Belgische deelstaat Vlaanderen te worden. Hoe is het zover gekomen?

“Toeval, ik had helemaal geen plannen om naar België te komen, laat staan om Nederlands te leren. Ik had in Kiev taal- en letterkunde gestudeerd, Chinees en Engels. Erg boeiend, maar ik wilde er nog een economische opleiding bovenop. Het was vlak na de onafhankelijkheid, Oekraïne had een groot tekort aan economische kennis. Studeren in Engeland was mijn plan, maar dat bleek volstrekt onbetaalbaar. Ik ben dan gaan shoppen in Duitsland en België. De KU Leuven stelde zich het soepelst op, en zo ben ik hier beland”.

Leuven, de ultieme studentenstad. Liefde op het eerste gezicht?

 “Niet alleen met Leuven. Ik werd overrompeld door Europa. Het gevoel van vrijheid, de diversiteit ook. Adembenemend allemaal voor iemand die uit een verstard Sovjetland kwam. Ik zie mezelf die eerste keer nog in de auto zitten. We reden urenlang door Duitsland, België en Engeland, en de hele tijd was ik aan het wenen. Van geluk, maar ook van ongeloof.  Zie je, je moet achter het Ijzeren Gordijn opgroeien om die ontroering te begrijpen. Ik kom uit een systeem waar individuele vrijheid niet bestond. Een systeem waar grenswachters je zomaar van het vliegtuig of de trein konden plukken. Dat is me begin jaren negentig nog overkomen. Ik werd uit de auto gehaald en moest te voet de grens oversteken. Al mijn papieren waren in orde, en toch werd ik teruggestuurd. Waarom? Pure willekeur en machtsmisbruik. Ik voel het nog altijd als ik uit Oekraïne terugkeer en de grens oversteek, alsof er een loden last van mijn schouders valt. Toevallig werd gisteren de 25ste verjaardag van de val van de Berlijnse Muur gevierd. Ik heb vijf keer naar het journaal gekeken, en ik heb vijf keer gehuild. Een kantelpunt in de geschiedenis, zo wordt het genoemd. Voor mij gaat de betekenis nog dieper. Het einde van de Muur, dat is het begin van mijn persoonlijke vrijheid”.

Was het lastig om het Nederlands onder de knie te krijgen?

 “Viel wel mee. In maart mocht ik mijn cursus in Leuven ophalen, en in augustus moest ik examen afleggen. Ik was geslaagd en mocht in het Nederlands aan een bachelor economie beginnen. Die heb ik niet afgemaakt, moet ik toegeven, uiteindelijk bleek een Engelstalige master European Studies me toch beter te liggen. Ik vond Nederlands relatief gemakkelijk om te begrijpen en te lezen, maar het leren spreken was een frustrerende ervaring. Om te beginnen zijn er nauwelijks Vlamingen die de taal spreken zoals je ze krijgt aangeleerd. De verschillen in woordenschat en uitspraak zijn zo groot dat het erg lastig is om met ‘echte’ mensen te communiceren. Bij de bakker heb ik nog altijd de neiging te wijzen naar wat ik wil. Chocokoek, rozijnenkoen, boterkoek, het betekent overal iets anders. Wat ook niet helpt is dat Vlamingen de neiging hebben om meteen op een andere taal over te schakelen als je een poging tot communicatie in het Nederlands waagt. Een van de eerste Nederlandse zinnen die ik leerde uitspreken, was ‘ik spreek enkel Russisch en Nederlands’. Ach, misschien schrijf ik er ooit nog een boekje over, ‘Nederlands voor dummies’”.

Was het altijd de bedoeling hier te blijven?

“Nee. Ik had ook elders kunnen doctoreren, maar uiteindelijk bleek Leuven alweer de beste plek om mijn onderzoek te doen. Toen ik dan ook nog mijn man leerde kennen, was de verankering een feit. (lacht) Een Belg, maar we hebben elkaar in Hongarije ontmoet. Eigenlijk is mijn inburgering toen pas goed begonnen. Weg uit de kosmopolitische omgeving van de universiteit, wortel schieten in de echte maatschappij”.

Met succes: u ging aan de slag als bestuurssecretaris voor de provincie Vlaams-Brabant. Ambtenaar niveau A, geen slecht debuut voor een anderstalige instromer. Pittig examen afgelegd?

 “Ja, een schriftelijk examen bovendien, een zware test voor mijn Nederlands. Ik hield me ook toen al met migratie en integratie bezig. Eerstelijnswerk, ik had vooral te maken met hooggeschoolde migranten. Nieuwkomers, maar ook mensen die hier al langer woonden en niet aan de bak kwamen omdat hun buitenlandse diploma’ s en competenties niet werden erkend. Ik probeerde ze te helpen om verder te studeren of om een betere baan te vinden. Heel concreet en bevredigend werk, ik kon me met mijn eigen achtergrond perfect in hun situatie inleven. Er gaat in Vlaanderen veel talent verloren, dat is trouwens de reden waarom ik voor de post van diversiteitsambtenaar heb gesolliciteerd”.

Ligt de prioriteit van het Vlaams diversiteitsbeleid niet vooral bij kortgeschoolden? Misschien is het een cliché, maar we denken bijvoorbeeld aan jongeren met een migratie-achtergrond die ongekwalificeerd uitstromen en geen kansen krijgen op de arbeidsmarkt…

“Dat is waar iedereen over praat. Terecht, want de achterstelling van jongeren uit kansengroepen is een groot probleem. Als we daar niks aan doen, zal Vlaanderen binnen een jaar of twintig een zware prijs betalen. Groepen die zich permanent uitgesloten voelen, keren zich op de duur tegen de maatschappij. Maar er is nog een andere groep waar men veel minder aandacht aan besteedt, en die is wel hoogopgeleid. In Leuven wonen nogal wat Iraakse vluchtelingen. Daar zitten heel wat ingenieurs tussen die gefrustreerd zijn omdat ze hun talenten niet kunnen benutten. Ook in de Vlaamse kringloopcentra lopen heel wat ingenieurs en architecten rond. Waarom kunnen we dat potentieel niet aanboren? We kunnen die mensen goed gebruiken, de Vlaamse overheid ondervindt zelf de grootste moeite om ingenieurs en architecten aan te trekken. Anders dan bij kortgeschoolden kun je geen mismatch met de arbeidsmarkt als excuus inroepen. Okay, de taal vormt soms een barrière, daar moeten we dan maar specifieke programma’s voor ontwikkelen. Maar in die groep zitten ook heel wat tweede generatie migranten, zonder taalprobleem en met Belgische diploma’s op zak. Ook die komen blijkbaar niet aan de bak”.

Waarom? Discriminatie?

“Ik kan alleen over de Vlaamse overheid als werkgever spreken. We hebben een strikte deontologische code die consequent wordt toegepast. Maar ook zonder discriminatie zijn er obstakels. Een Iraakse architect kan ook maar solliciteren als hij weet dat de Vlaamse overheid op zoek is naar architecten. Daar moeten we goed over nadenken. Als je een vacature van 15 pagina’s uitschrijft, dan weet je dat je geen allochtone kandidaten bereikt, want dat is een berg waar ze niet over geraken. Het probleem is trouwens niet dat de Vlaamse overheid geen personeel uit de migratie wil aantrekken. Er melden zich gewoon niet genoeg kandidaten met zo’n achtergrond. Uitdagingen genoeg voor mijn team van tien medewerkers. Sensibilisering van kansengroepen, monitoring van de instroom, ontwikkelen van nieuwe instrumenten zoals verworven competenties, we moeten het probleem breed aanpakken”.

De recente streefcijfers van Vlaams minister van binnenlandse zaken Liesbeth Homans liggen een stuk boven jullie eigen doelstellingen. Krijgt u het niet benauwd?

“Het wordt een heel zware dobber, zeker nu de Vlaamse overheid moet bezuinigen. Je kunt geen kortgeschoolden uit kansengroepen aanwerven als er geen banen voor kortgeschoolden zijn. Toch ben ik blij met de ambitieuze doelstellingen, de Vlaamse regering geeft daarmee het signaal dat het haar menens is met de tewerkstelling van doelgroepen. Ik wil de kloof met onze eigen streefcijfer wel wat relativeren. De Vlaamse regering hanteert een nieuwe definitie van migratie-achtergrond. Vroeger sloeg dat alleen op niet-Europese burgers, maar vanaf 2016 tellen alle niet-Belgen mee in de diversiteitstatistieken”.

Ook Nederlanders?

(schamper) “Dat vind ik weer zo’n typisch Vlaamse reactie. Ja, ook de Nederlanders tellen mee. Die struikelen niet over een taalprobleem, maar wel over andere obstakels. Overigens, ook Marokkaanse Nederlanders zijn Nederlanders”.

Als Vlaams diversiteitsambtenaar moet u ook de genderbalans bewaken. Is dat gemakkelijker dan het wegwerken van migratie-achterstand?

“De problematiek is verschillend. Bij gender komt het erop aan de doorstroming te verbeteren, bij migratie moet je aan de instroom werken. Het genderbeleid kan op een langere traditie bogen. Er staan meer instrumenten ter beschikking, sollicitatietraining, coaching, noem maar op.  De Vlaamse overheid heeft al een lange weg afgelegd. Vrouwen wegen voor 49,4 procent in het totale personeelsbestand, tot en met het lager middenkader is de balans in evenwicht. Nu komt het erop aan de doorstroming naar het hoger middenkader en het topkader te bevorderen. 21 procent vrouwen aan de top, dat moet tegen 2021 verdubbelen. Ook hier ligt het probleem niet bij de benoemingspolitiek, er zijn gewoon te weinig vrouwen die zich kandidaat stellen. Als je met slechts 30 procent vrouwen aan een lange selectieprocedure start, dan mag je al blij zijn als er in de laatste ronde nog één overschiet”.

U haalde niet alleen de laatste ronde, maar werd ook uitverkoren. Als allochtone vrouw belichaamt u dan ook de missie van de Vlaamse diversiteitsambtenaar. Was u de geknipte kandidaat? 

“Zo eenvoudig is het niet, de selectie gebeurde erg grondig. Alleen al het assessment duurde een hele dag. Presentaties, interviews, rollenspellen met realistische managementsituaties. We begonnen eraan om negen uur, het bleef maar doorgaan tot vijf uur. Toen ik weer buitenkwam voelde ik me naakt, alsof ze me helemaal binnenste buiten hadden gekeerd. Je kunt tijdens zo’n assessment niks verbergen, je persoonlijkheid wordt van alle kanten belicht. Ik vroeg me zelfs niet af of ik een goede indruk had gelaten. Nu weten jullie wie ik ben, dacht ik, so take it or leave it.”

U begeleidt voor het Davidsfonds cultuurreizen naar Oekraïne en Rusland. Schiet daar nog tijd voor over?

“Ik ben ermee gestopt, maar niet uit tijdgebrek. Oekraïne is momenteel te gevaarlijk, en in Rusland heb ik nu echt geen zin. Jammer, want ik deed het doodgraag. Tijdens zo’n reis kon ik mijn Vlaamse gezelschap de ogen openen. Voor de schoonheid van mijn vaderland, maar ook voor hun eigen vooroordelen. Want die hebben jullie ook, soms lijkt het alsof de Koude Oorlog nog niet is afgelopen”.

Een gedachte over “Alona Lyubayeva, de Vlaamse Diversiteitsambtenaar die met haar missie samenvalt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>