Ebola-illegalen eisen regularisatie

(Knack, 5 november 2014)

“We kunnen niet terug” 

De jacht op sans papiers uit ebola-landen is tijdelijk gestaakt. Te gevaarlijk om ze gedwongen te repatriëren, oordeelt de federale politie. Gevolg: duizenden Guinéers, Liberianen en Sierra Leoniërs zitten in een juridisch niemandsland. De roep voor een tijdelijke regularisatie zal de volgende weken steeds luider klinken.

bijeenkomst ebola-illegalen in de Brusselse Begijnhofkerk (foto: Franky Verdickt)

bijeenkomst ebola-illegalen in de Brusselse Begijnhofkerk (foto: Franky Verdickt)

Het scherm van haar Chinese smartphone is gebarsten, maar het beeld is duidelijk genoeg. Twee mannen in gele beschermingspakken zeulen met een draagberrie. Fanthawa Sesay wijst op de patiënt. Dat is dus dokter Umar Khan, haar oom die als een van de eersten in Sierra Leone aan ebola bezweek. “Het is verschrikkelijk”, zegt de jonge vrouw. “Iedere dag hoor ik huiververhalen uit mijn land. Gisteren nog dat meisje van 12 dat met haar laatste krachten uit haar huis was gestrompeld om te sterven. Haar babyzusje van drie maanden was achtergebleven, maar niemand durfde binnen te gaan om het kind te helpen”.

Fanthawa’s gsm is niet de enige die uitpuilt van alarmerende sms’en en akelige foto’s uit Ebolia, een federatie van West-Afrikaanse landen verenigd door rampspoed . Guinée, Liberia, Sierra-Leone, de drie geteisterde landen zijn vertegenwoordigd in de Brusselse Begijnhofkerk. Met ruim driehonderd zijn ze komen afzakken naar het gebedshuis. Behalve de verhalen over dierbaren die in het verre thuisland aan ebola zijn gestorven, delen ze nog een kopzorg. Alle aanwezigen zijn uitgeprocedeerde asielzoekers die illegaal is België verblijven. Doel van de bijeenkomst: het bekomen van een tijdelijke beschermingsstatus. “We kunnen niet naar ons land terug”, zegt Noah Jessey. “Ik kom zelf uit Monrovia. Mensen vallen als vliegen, iedere dag hoor ik van buren of kennissen die zijn gestorven. Aan ebola, maar ook aan malaria of andere ziekten, want de hele gezondheidsinfrastructuur is ingestort. Intussen is er ook hongersnood uitgebroken, de chaos is compleet”. Jessey verblijft al tien jaar in België, de voorbije vier jaar als illegaal. In theorie loopt hij zoals alle aanwezigen een risico. De politie kan hem zo van straat plukken en in een gesloten centrum opsluiten, in afwachting dat de Dienst Vreemdelingenzaken hem op een vlucht richting Liberia zet. Sinds half augustus echter geldt een moratorium op gedwongen uitwijzingen naar ebola-landen. Reden: de federale politie vindt het gezondheidsrisico te groot om de vluchten te escorteren. “Aangezien we niet terug kunnen”, maakt Jessey zijn redenering af, “moeten ze ons maar regulariseren”.

 

De aanwezigheid van een grote groep illegalen uit ebola-landen is geen geheim. Liberianen en Sierra Leoniërs vormen slechts kleine gemeenschappen, de overgrote meerderheid zijn Guinéers. Officiële cijfers bestaan uiteraard niet, maar volgens Dokters voor de Wereld, een ngo die in verschillende grootsteden medische zorg aan illegalen verstrekt, loopt het aantal illegale Guinéers in de duizenden. Geen natte vingerwerk, wel een beredeneerde extrapolatie. Alleen al de voorbije vijf jaar vroegen meer dan 7.000 Guinéers in België asiel aan, het land is daarmee een vaste waarde in de top vijf van herkomstlanden. Het beschermingspercentage _ het aantal asielzoekers dat de vluchtelingenstatus of een andere verblijfstitel krijgt _ schommelde in die periode tussen de 20 en 40 procent. Van de anderen staat vast dat meer dan de helft geen gevolg geeft aan het bevel tot verlaten van het grondgebied en in de illegaliteit onderduikt. Veruit de meesten wonen en overleven in de verpauperde Kanaalzone, een boogscheut verwijderd van de Begijnhofkerk.

gedwongen repatriëren

De bijeenkomst in de kerk is een initiatief van Pigment, een bescheiden vzw die zich bekommert om daklozen en illegalen in Brussel. Pigment probeert zoveel mogelijk sans papiers uit de drie ebola-landen te registreren om de eis voor een tijdelijke beschermingsstatus kracht bij te zetten. “België moet consequent zijn”, betoogt projectverantwoordelijke Alexis Andries afwisselend in Frans en Engels. “De autoriteiten geven toe dat ze jullie niet gedwongen kunnen repatriëren. Wie nu wordt gecontroleerd, krijgt een verlenging van zijn bevel tot verlaten van het grondgebied en wordt verondersteld zelf terug te keren. Onzin natuurlijk. Als reizen naar een ebola-land te gevaarlijk is voor de federale politie, dan is het voor iedereen te gevaarlijk. Er is maar een oplossing: bescherming of regularisatie zolang de epidemie duurt”.

Pigment staat niet alleen, de eisen worden onderschreven door grote organisaties zoals Artsen Zonder Grenzen, Dokters voor de Wereld en de Franstalige vluchtelingenorganisatie Cire. Het gelegenheidsplatform tast simultaan een politieke en een juridische piste af. “Het valt simpel op te lossen”, zegt Mieke Van Den Broeck, asieladvocate bij Progress Lawyers Network die het Platform adviseert. “De ebola-epidemie moet worden erkend als grond voor het toekennen van subsidiaire bescherming”. Simpel? Dat valt nog te bezien. Subsidiaire bescherming is een statuut dat pas in 2006, in uitvoering van een Europese richtlijn, in het Belgische vreemdelingenrecht werd ingevoerd. Het dient als vangnet voor bepaalde categorieën van asielzoekers wier aanvraag niet onder de Conventie van Genève valt. Ook al bestaan er geen overtuigende aanwijzingen voor persoonlijke vervolging, toch lopen ze in eigen land een reëel risico op ernstige schade. De wet bakent twee gronden af. Schade door oorlog of willekeurig geweld, een motief dat onder meer voor Afghanen, Syriërs en Iraki’s vlot wordt aanvaard. Voorts wordt subsidiaire bescherming toegekend als de asielzoeker kan aantonen dat hij in eigen land blootstaat aan ‘vernederende of onmenselijke behandeling’. “Volgens de letter van de wet impliceert dat een menselijke actor als bron van het dreigende gevaar”, zegt Van den Broeck. “Maar dat is te beperkt, we moeten die beschermingsgrond verruimen. Want is het niet absurd? Oorlog of blind geweld tellen als risico’s, maar een dodelijke epidemie komt niet in aanmerking, terwijl die even willekeurig en op even grote schaal slachtoffers maakt”.

SN Brussels

Meester Van den Broeck is de auteur van het standaardformulier  _ een aanvraag voor het bekomen van subsidiaire bescherming _ dat in de Begijnhofkerk wordt uitgedeeld. Alleen de naam van de indiener moet nog worden ingevuld, de feitelijke en juridische argumentatie staat gebruiksklaar en gratis ter beschikking van zijn of haar advocaat. Er wordt uitvoerig gewezen op de rampzalige toestand in de drie ebola-landen, de weigering van de federale politie om er nog agenten heen te sturen, en het negatieve reisadvies van buitenlandse zaken. Vervolgens wordt het non-discriminatiebeginsel ingeroepen om de stelling hard te maken dat een dodelijke epidemie wel degelijk een grond voor subsidiaire bescherming vormt. Waarom onderscheid maken tussen mensen die ‘iemand’ vrezen en anderen die een dodelijke epidemie vrezen? Het weigeren van een beschermende status zou bovendien strijdig zijn met artikel 3 van het EVRM dat foltering en vernederende of onmenselijke behandeling verbiedt. Uit dat artikel vloeit dan weer het ‘non-refoulementsbeginsel’ voort, een hoeksteen van het internationaal vluchtelingenrecht.

Het is de Commissaris-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen die in eerste aanleg over subsidiaire bescherming gaat. “De toetsing zit vervat in iedere asielaanvraag”, legt Dirk Van den Bulck uit .“Als er geen grond voor asiel is, onderzoeken we in bijkomende orde of de aanvrager aanspraak kan maken op subsidiaire bescherming”. Als de oproep in de Begijnhofkerk wordt gevolgd, zal zijn dienst binnenkort met aanvragen worden overspoeld. Uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen immers ten allen tijde een nieuwe aanvraag indienen, tenminste als die een nieuw element bevat, zoals een uitslaande ebola-epidemie in hun thuisland. De kans op succes lijkt evenwel gering, zo valt af te leiden uit Van den Bulcks commentaar. “Illegalen uit Ebola-landen kunnen voorlopig niet gedwongen gerepatrieerd worden”, stelt hij vast. “Maar dat feit op zich geeft nog geen recht op verblijf in ons land”. De Commissaris-Generaal ziet alvast geen reden om het vangnet van de subsidiaire bescherming uit te gooien. “Zo’n epidemie valt niet onder het toepassingsgebied, ook niet als we de wet ruim interpreteren. Het risico bij terugkeer is trouwens relatief. Het virus is niet overal verspreid, vergeet niet dat het om grote landen gaat. Kennelijk lopen vooral bepaalde categorieën gevaar, zoals gezondheidswerkers. Met de nodige voorzichtigheid kan men de risico’s beperken, anders hadden luchtvaartmaatschappijen zoals SN Brussels al hun vluchten naar ebola-landen al lang gestaakt. Artikel 3 van het EVRM? Het moet al heel erg worden vooraleer men de algemene toestand in een land strijdig met artikel 3 verklaart. Bij mijn weten is er maar één precedent: na een uitspraak van het Europees Hof van Justitie werd een bepaalde regio van Somalië niet langer als een valabel binnenlands vluchtalternatief beschouwd. Maar de situatie in die regio was veel problematischer dan in de landen die nu door ebola worden getroffen”.

Theo Francken

“Ach ja”, zegt Mieke Van den Broeck. ”We kennen de visie van het Commissariaat-Generaal.  Dat mag ons niet ontmoedigen. Onze mensen kunnen altijd in beroep gaan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Ik ben heel benieuwd hoe die zal oordelen. Er speelt trouwens nog een element: de publieke opinie. Binnenkort gaar het Platform met zijn eisen de straat op. Asielinstanties zijn daar gevoelig voor, weet ik uit ervaring met de Afghaanse illegalen. Die hebben maandenlang actie gevoerd, en intussen ligt hun beschermingspercentage bij het Commissariaat-Generaal op 80 procent”.

Toch verwacht het Platform meer heil van de zogenaamde politieke piste die in een  tijdelijke regularisatie moet uitmonden. Gehoopt wordt op een ruimhartige toepassing van artikel 9bis, de zogenaamde humanitaire regularisatie die als uitzonderingsprocedure in de Vreemdelingenwet staat. Een pasklare oplossing is het evenwel niet. 9bis is een individuele procedure die voor de Dienst Vreemdelingenzaken wordt gevoerd, vaak als ultieme reddingsboei voor illegalen die schoolgaande kinderen hebben, of een uitzonderlijk lang verblijf en duurzame verankering in België kunnen bewijzen. De actievoerders beroepen zich op een ander criterium, de prangende humanitaire situatie. Het is een containerbegrip, gebaseerd op de praktijk en rechtspraak. Vaag genoeg om ook een dodelijke epidemie in het thuisland te omvatten, zo gaat de redenering. Blijft het feit dat een individuele procedure niet geschikt is als instrument om collectief duizenden illegalen uit ebola-landen tijdelijk te regulariseren. Alleen de regering kan beslissen tot een dergelijke uitbreiding van humanitaire regularisatie. Het is echter zeer de vraag of daar in de Wetstraat enig animo voor leeft.

Staatssecretaris voor asiel en migratie Theo Francken wenste niet inhoudelijk te reageren, maar kondigde aan de ebola-problematiek eerstdaags met alle asielinstanties te bespreken. De kwestie komt alleszins ongelegen. Niemand is vergeten dat Francken onmiddellijk na zijn aanstelling een drastische verstrenging van het uitwijzingsbeleid aankondigde. De capaciteit in de gesloten centra zal fors worden opgevoerd, met 1.000 extra gedwongen repatriëringen per jaar als objectief.  Het ligt voor de hand dat hij daarbij onder meer aan Guinéers dacht. Ook zijn voorganger Maggie De Block, die begin dit jaar een geruchtmakende ontradingsmissie naar Conakry ondernam, had het West-Afrikaanse land in het vizier. “Asielmisbruik door Guinéers is een van onze topprioriteiten”, zegt DVZ-woordvoerder Geert De Vulder. “We proberen het terug te dringen met een kordaat uitwijzingsbeleid. Zo hebben we vorig jaar 56 Guinéers gedwongen gerepatrieerd. Dat programma hebben we nu opgeschort. Noodgedwongen, door de beslissing van de federale politie”. Volledigheidshalve dient hier gezegd dat ook de DVZ zelf niet onverschillig is voor het ebola-gevaar. Een gedwongen repatriëring wordt altijd voorafgegaan door een bezoek aan het bestemmingsland van een DVZ-ambtenaar die de veiligheidssituatie inschat. Ook die reizen werden voor de drie ebola-landen tot nader order opgeschort.

Opstootje op het kerkplein. Een groepje Guinéers maakt onderling ruzie om een van de rondgedeelde documenten te bemachtigen, misleid door het absurde gerucht dat het om verblijfspapieren gaat. Andere illegalen kijken afkeurend toe. Het is potsierlijk, maar ook tekenend voor de wanhoop na jarenlang overleven in de illegaliteit. Een politiecombi rijdt onverrichterzake voorbij,  het illustreert de schemerzone waarin deze mensen vertoeven. De autoriteiten weten dat ze er zijn, maar doen voorlopig hard hun best om ze niet op te merken. Met enig cynisme zouden de betrokkenen dit vooruitgang kunnen noemen, dank zij ebola is de politiejacht tijdelijk afgeblazen. Noah Jessey, de Liberiaan met tien jaar België op de teller, voelde de vraag komen. Is het niet opportunistisch om ebola aan te grijpen om papieren te eisen? Okay, de epidemie maakt het tijdelijk onmogelijk naar zijn land terug te keren. Maar had hij dan plannen om terug te keren? “Nee”, geeft hij grif toe. “Onze regularisatie is vooral een humanitaire noodzaak. België wil toch helpen om ebola in Liberia, Guinée en Sierra Leone te bestrijden? Wel, geef ons dan papieren, dan kunnen we hier werk zoeken en geld verdienen om onze achtergebleven families bij te staan”.

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>