Carnaval in Aalst: spot en satire in tijden van terreur

De Standaard, 7 februari 2015, één week voor de carnavalstoet 

In Aalst tellen ze de uren af. Volgende zondag gaat voor de 87ste keer de carnavalstoet uit. Geen heilig huis is veilig voor de spot der Ajuinen. Maar wat met de moskee? IS, Charlie Hebdo, Jejoen Bontinck, inspiratie zat voor de 195 losse groepen die zich aan de brandende actualiteit laven. Hoe ver durven ze te gaan in het ridiculiseren van radicalen? “We willen niet provoceren maar ons amuseren”.

driemansgroep NOIG: lachen met Fidel (foto: Frederik Buyckx)

driemansgroep NOIG: lachen met Fidel (foto: Frederik Buyckx)

OS heet de nieuwe terreurgroep die ons vanuit de goede stede Aalst met zwarte vlaggen en donderpreken bang wil maken. Voorlopig moet Oilsjterse Stoot het qua impact afleggen bij groot voorbeeld Islamitische Staat. Woensdag, luttele uren nadat de carnavalisten van Eftepië hun thema voor de stoet hadden bekend gemaakt, werd de videopost alweer van Facebook gehaald. De gezochte media-aandacht had ongezonde proporties aangenomen. “We willen vooral niemand beledigen”, verklaarde de voorzitter ietwat bedremmeld. Eftepië, lokaal wereldberoemd sinds de groep twee jaar geleden de Aalsterse N-VA’ers als SS’ers met een deportatiewagen opvoerde, riskeert nu zelf het voorwerp van spot te worden. Het kind dat boe roept en dan zelf schrikt, het is een geknipt thema voor een van de vele losse groepen die een week voor carnaval nog dringend op zoek zijn naar inspiratie.

Natuurlijk zijn het de zowat  80 ‘vaste’ groepen die met hun indrukwekkende praalwagens, hun reuzengrote poppen en tot de puntjes verzorgde kostuums de carnavalstoet domineren. Het zijn echter losse groepen die tussendoor voor de ambiance zorgen. Naast Eftepië hebben zich voor deze editie nog 194 van die losse groepen geregistreerd. Volgens het reglement mogen ze met maximaal 14 leden uitpakken. Meestal echter zijn ze met veel minder, in de stoet lopen ook duo’s en zelfs solisten als ‘losse groep’ mee. Beginnen grote gezelschappen al in september of oktober aan hun wagens te sleutelen, losse groepen schieten pas op het laatste nippertje in actie. Hun thema’s pikken ze bij voorkeur uit de brandende actualiteit. BV’s, politici, schandalen of burleske toestanden, de saus wordt altijd met Aalsterse humor en satire gekruid. Geen heilig huisje blijft overeind, er bestaat trouwens geen enkel reglement dat de spotlust aan banden legt. Toch stelt iedereen zich aan de vooravond van de 87ste carnavalstoet dezelfde vraag: hoever zullen de carnavalisten gaan in deze barre tijden van terreur en aanslagen op de vrije meningsuiting? Het bloedbad bij Charlie Hedbo is in Aalst nog net iets harder aangekomen dan in de rest van Europa. Wat zijn carnavalisten immers anders dan wandelende 3D-cartoons? Het is geen toeval dat anti-terreurdienst  OCAD de voorbije dagen in Aalst een ultieme risicoscan maakte. De stoet gaat twee keer uit, zondag en maandag. Telkens staan er langs het parcours tussen de Pierre Corneliskaai en de Grote Markt tienduizenden toeschouwers onder wie heel wat enthousiastelingen die zich onherkenbaar verkleden. Een nachtmerrie voor de publieke  veiligheid. In de Duitse carnavalsstad Keulen werd een wagen met Charlie Hebdo-tafereel preventief uit de stoet verbannen. Zover wil het Aalsterse gemeentebestuur niet gaan. “Controversiële thema’s mogen aangesneden worden”, liet burgemeester Christophe D’Haese (N-VA) optekenen. “Aalst is nu eenmaal de hoofdstad van humor, spot en satire”. Ook schepen van carnaval Ilse Uyttersprot (CD&V) wil niet van censuur weten. “Maar”, voegde ze er veelbetekenend aan toe, “we rekenen erop dat iedereen zijn gezond verstand gebruikt”.

Dampende Proim

“We hebben geen enkele beperking gekregen”, zegt Pieter Kiekepoos van de losse carnavalsgroep De Dampende Proim. “De stad heeft zelfs niet gereageerd toen we ons thema registreerden: Jeisbujo Bontinck, over de Belgische Syriëstrijders”.  De Dampende Proim _ de naam verwijst niet  noodzakelijk naar een ingrediënt voor jam  _  loopt al 20 jaar mee in de stoet. Vorig jaar hekelden ze met Den Bucht van De Gucht de oenologische kwaliteiten van een bekend Open VLD-politicus. “En het jaar daarvoor was het Maggie De Block”, zegt Kiekepoos. “Toen hebben we ons alle vier in een bouillonblokje verkleed”. Spotten met liberalen is een zaak, iets anders is het ridiculiseren van geradicaliseerde moslims. Dat beseffen ze ook bij De Dampende Proim. “We wilden ons eerst als toeristen met tulbanden verkleden”, zeg Kiekepoos. “Maar daar zijn we van teruggekomen. Meelopen als Arabieren, dat gaat misschien wat te ver. Toch in deze periode, het is niet om mee te lachen wat er de laatste tijd allemaal gebeurt. We gaan ons nu als airhostessen verkleden”.

Airhostessen? Als dat satire is, dan moeten we ook het parochieblad met andere ogen gaan lezen. Wie doet volgende week beter? Kandidaten genoeg, zo blijkt uit de lijst van losse groepen. De Verrozjekes, De Gaa Mizjollen, Zwoor Geschaupen en Goe Geloin, aan de uitspraak van de namen is geen beginnen. Nogal wat groepen gaan de inspiratie in dezelfde hoek zoeken. Oilsjt oon zjie, verwijzend naar een grootscheepse klimaatcampagne van het stadsbestuur, springt er numeriek uit. Ook de schaarste aan toiletpapier in de Aalsterse brandweerkazerne zal meermaals aanschouwelijk worden gemaakt, en het verscheiden van Luc De Vos en koningin Fabiola krijgt gepaste aandacht. Maar het moet gezegd: de carnavalisten gaan ook het thema moslimterreur niet uit de weg. Je suis Charlie prijkt in verschillende varianten op de lijst, en De Dampende Proim moet de familie Bontinck met de lolbroeken van ’t Reigert delen. We pikken er Al Egheshegedree uit, een groep die zonder omwegen IS als thema opgeeft. Wat gaan ze er van bakken? “Dat gaat u niks aan”, scheept Danny Van der Cammen ons  af. “De media hebben in Aalst niks te zoeken. Jullie zijn buitenstaanders, en buitenstaanders begrijpen niks van Aalsterse humor”.

copulerende konijnen

Michel Van Brempt van De Moikes wil ons wel te woord staan, we krijgen zelfs koffie toe als we hem in zijn verf- en interieurzaak opzoeken. Toch is hij niet verbaasd over de norse afwijzing die we eerder incasseerden. “Carnaval is een feest van en voor Aalstenaars”, zegt hij. “Ik hoop altijd dat het met carnaval sneeuwt of regent. Hoe slechter het weer, hoe minder toeristen en hoe gezelliger het hier wordt.” Het zou wat te gemakkelijk zijn hier een bruggetje te leggen naar het verschijnsel xenofobie. Iedereen in Aalst kent Van Brempt als lijsttrekker en gemeenteraadslid van Vlaams Belang. “Maar”, zegt hij, “dat speelt niet tijdens Carnaval. De Moikes telt zes leden. Een is een notoire CD&V’er, een andere een gestampte liberaal. Met carnaval zijn we allemaal van Oilsjt, en al de rest is bijzaak. Je moet hier niet geboren zijn, ik kom zelf uit Wieze. Wat telt, is de mentaliteit. Een vriend uit Poperinge is hier na zijn studies komen wonen. Hij kon hier niet aarden. ‘Ze lachen mij uit’, kwam hij op een keer klagen. ‘Proficiat’ zei ik,  ‘dat is teken dat je erbij hoort’.  Na twee jaar is hij naar Gent verhuisd”.

Michel Van Brempt van De Moikes hoopt op slecht weer (Foto: Freddy Buyckx).

Michel Van Brempt van De Moikes hoopt op slecht weer (Foto: Freddy Buyckx).

De Moikes bestaan als sinds 1976.  Begonnen als ‘vaste’ groep met praalwagen en grote bezetting, na vijftien jaar vrijwillig teruggeschakeld tot het formaat van een half dozijn carnavalisten rond een karretje. “Dat zie je wel vaker”, zegt Van Brempt. “In het begin ben je jong en ook ambitieus, want als vaste groep ding je mee naar de prijzen die de stad uitlooft. Plezierig maar ook opslorpend, je hele sociale leven draait rond carnaval. Ieder weekend is er wel een etentje van een bevriende groep, dé manier waarop ze hun peperdure wagens financieren. Als je wat ouder wordt en kinderen krijgt, is een losse groep een verademing”. De zes Moikes lopen helemaal vooraan in de stoet. Een bewuste keuze, want zodra ze de Grote Markt bereiken, vervellen ze tot juryleden die met kennersblik de kandidaten voor de met 2.000 euro begiftigde Groete Prois de Moikes nomineren. De koppositie heeft nog een voordeel: ze mogen straks als eersten het publiek vermaken met een thema dat wel meer groepen aansnijden: paus Benedictus en de als konijnen copulerende Christenen. “We spotten graag met religie”, zegt Van Brempt. “Tenminste met een religie die spot niet met geweld beantwoordt. We moeten er niet flauw over doen: er is geen censuur, maar des te meer zelfcensuur. Lachen met de profeet of de koran? Ik kan me vergissen, maar ik denk niet dat iemand het zal aandurven. Jammer, want ik vind dat je als carnavalist met alles moet kunnen lachen”.

Wat houdt hem dan wel tegen om de Profeet in zijn hemd te zetten? “In mijn eentje zou ik het doen”, zegt hij stoer. “Maar de anderen willen niet. De Moikes hebben nochtans al gespot met onze moslimvrienden; In 2006 hebben we 10.000 Deense vlaggetjes uitgedeeld, uit solidariteit met de tekenaar van de Mohammed-cartoons. Daar hebben we felicitaties van de Deens ambassade voor gekregen. Boze reacties? Die hebben we gekregen toen we ons in een boerka hadden gestoken om te lachen met de heisa over het migrantenstemrecht. ’s Avonds, na de stoet, kregen we het met een paar allochtonen aan de stok, ze namen het niet dat we in religieuze kledij pinten stonden te pakken. Geen fijne ervaring, mijn vrouw durfde maandag haar boerka niet meer aan te trekken. Dat is tien jaar geleden, en intussen is het klimaat er niet op verbeterd”.

Claudia Schiffer

Een huisnummer konden we niet krijgen. We zouden het zo wel vinden, de grote poort naast de Carrefour in de Molenstraat. We betreden een prachtige ruimte, een verlaten atelier dat door de Aalsterse jeugd als feestzaal wordt benut. “Behalve in de carnavalsperiode”, zegt Jan Moens. “Boven zit een vaste groep. Nog een dikke week, ze zijn daar dag en nacht kostuums aan het naaien”. Ook Erremet, vrij te vertalen als ‘opnieuw’, heeft hier zijn stek. Van stress is bij deze losse groep echter weinig te merken.  “Meestal beginnen we pas na nieuwjaar”, zegt Moens. “Alleen als carnaval uitzonderlijk vroeg valt, durven we al eens in de kerstvakantie te vergaderen”. Twee van de drie Erremetters tekenen present. Jan Moens is archeoloog, Nicolas Dons aannemer van tuinwerken, de afwezige werkt als kaderlid in een bank. Carnavalist tot in de kist, ooit waren ze met acht. “Klein maar fijn”, zegt Dons. “Ons budget bedraagt minder dan 100 euro. Dat karretje gaat al twintig jaar mee. Straf spul, als je weet hoe de straten van Aalst erbij liggen”.

We lopen naar de achterkant van het werkhuis om hun nieuwste worp te bewonderen.  Een bushokje op wielen, ze moeten het alleen nog wat bijschilderen en van plakkaten met Oilsjterse commentaar voorzien. “Dit keer hebben we de mosterd bij De Lijn gehaald”, zegt Moens. “Zestigplussers moeten voortaan betalen op de bus. We gaan ons als gepensioneerden verkleden en met een collectebus rammelen”.  Origineel maar een beetje braaf, ze geven het zelf toe. De vraag is dan ook of ze even goed zullen scoren als vorig jaar, toen ze de Aalsterse straatnaamborden met Vlaamse leeuwen pimpten. “Een Vlomse ploot op de hoek van elke stroot”, was de slogan die door alle Aalstenaars feilloos werd begrepen. Erremet realiseerde de droom die N-VA-schepen en gewezen Vlaams Belang-topman Karim Van Overmeire niet kon waarmaken. “Onze foto heeft in alle kranten gestaan”, zegt Moens trots. “Erkenning door de media, daar doen we het als losse groep voor. En voor het applaus van het publiek. Op het Koningin Astridplein staat ieder jaar een familie klaar met bordjes om punten te geven. Dat is carnaval, het publiek laat je meteen voelen of het goed zit”.

Brave Hendrikken? Daarmee doen we Erremet, viervoudig winnaar van de prijs Willy Van Mossevelde voor origineelste losse groep, onrecht. Ooit liepen ze mee als vrouwen in met koranverzen bedrukte jurken, net zoals het Duitse supermodel Claudia Schiffer die in 1994 de modewereld op stelten zette. De diep ingesneden creatie van Karl Lagerfeld was destijds een artistiek protest tegen het fatwa dat de Iraanse leider Khomeini over Salman Rushdie had uitgesproken. De boodschap van Erremet? ‘Geen Arabisch op haren décolleté, want Mohammed lacht er niet en mee’. Moens en Dons zijn het roerend eens. “Dat zouden we vandaag echt niet meer durven”.

Jan Moens en Nicolas Dons van Erremet nemen De Lijn op de hak.  (foto: Freddy Buyckx)

Nicolas Dons en Jan Moens van Erremet nemen De Lijn op de hak. (foto: Freddy Buyckx)

borsten van piepschuim

Er zal volgende zondag dan toch geen Lampedusa-wagen meerijden. De Loge, een vaste groep met een stoute reputatie, had het allemaal op een rijtje. De gammele boot met Afrikaanse vluchtelingen, de choreografie op het ritme van de Marie-Louise. Begin januari, rijkelijk laat voor een vaste groep, werd het plan afgeblazen. Onder druk van het stadsbestuur, werd gefluisterd. Ten onrechte, staat intussen vast. Het was zelfcensuur, na een interne discussie over de grenzen van de goede smaak. En zo blijven de carnavalisten van NOIG vooralsnog de enigen die zich met recht en rede slachtoffers van censuur mogen noemen. “Het was in 1984”, vertelt Jan Louies met pretoogjes. “We deden toen nog mee als vaste groep. Ons thema was ‘Het Land van Coitha’, de titel van een bundel met erotische verhalen uit Scandinavië. Zie je, dat boek was het voorwerp van een Aalsterse klucht. Een scholier had het in stadsbibliotheek geleend, en toen zijn moeder het op zijn kamer vond, was ze in alle staten. Zedenbederf! Ze is naar de politie gestapt, en van het een kwam het ander. Uiteindelijk heeft de bevoegde schepen beslist dit erotische boek in een glazen kast te bergen. Gesneden koek natuurlijk voor carnavalisten. We hebben het er dik op gelegd, met reusachtige penissen en borsten van piepschuim. Het toppunt is dat ze ons pas maandag, helemaal op het einde van het parcours, uit de stoet hebben gehaald. Zondag hadden ze blijkbaar niks gemerkt”.

NOIG is intussen afgeslankt tot een trio, naast Jan doen zijn jongere broer Piet en schoonbroer en beider jeugdvriend Jacquy mee. Het is bij Piet thuis dat we de avant-première van NOIG 2015 mogen meemaken. Op het onderstel van een kinderwagen rust een doodskist met een Cubaanse vlag. Fidel dood of levend?, een mondiaal thema zowaar. “Vorig jaar hebben we het minder ver gezocht”, zegt Piet. “We lieten OCMW-schepen Sarah Smeyers met een geweer jacht maken op steuntrekkers. ‘Werken begot of augel in uw prot’, was de boodschap”. Islamitische Staat, Jejoen Bontinck, Je suis Charlie, ze hebben er wel aan gedacht bij NOIG. “Maar het is allemaal te vanzelfsprekend”, vindt Jan. “We willen geen thema dat al door tien andere groepen wordt uitgemolken. Lachen met de Profeet? Moet kunnen, maar het inspireert ons niet direct. Provoceren is geen doel op zich, we willen ons vooral goed amuseren. Dat is ook het mooie van losse groepen. Bij vaste groepen draait het om pracht en praal. Ze proberen elkaar de loef af te steken, met de grootste wagen, de meeste LED-lampjes, de zwaarste  luidsprekers. De humor schiet er bij in, terwijl dat onze voornaamste troef is. Wij zijn de narren van de carnavalstoet, de zotskappen die tussen de shownummers door het publiek vermaken”.

Jan Louies, leraar zedenleer, is zelf een stuk Aalsters erfgoed. Hij is de auteur van de in carnavalstijden druk geraadpleegde Oilstersjen Diksjoneir, en kan geestdriftig vertellen over de oorsprong van het vastenavondfeest. Een drie dagen durende omkering van alle waarden, dat is volgens hem de essentie. “Mannen dragen vrouwenkleren en worden voil jeanetten. De zot gaat de straat op met een stoel op zijn hoofd, een spiegelbeeld van de normaliteit. Wist je dat ze in de middeleeuwen achterwaarts gezeten op de rug van een ezel naar de kerk gingen? Niet om er te bidden, maar om er te vloeken”. Dat wisten we dus niet. En die van Islamitische Staat wellicht ook niet.

 

 

Een gedachte over “Carnaval in Aalst: spot en satire in tijden van terreur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.