Gökhan Göktas, medisch directeur FPC Gent: ‘internering is een nobel concept’

Knack, 4 februari, 2015

Het Forensisch Psychiatrisch Centrum is nog volop aan het proefdraaien. Onder de 40 geïnterneerden ook euthanasie-kandidaat Frank Van den Bleeken die er misschien een definitieve stek zal vinden. Medisch directeur Gökhan Göktas, forensisch psychiater met rijke ervaring in gidsland Nederland, maakt een eerste balans op.  “Het Belgische systeem heeft ook kwaliteiten”.

foto: Jef Boes

foto’s: Jef Boes

 

Het Forensisch Psychiatrisch Centrum oogt van buitenaf als een moderne gevangenis. Een metershoog hek, erachter een al even hoge betonnen muur, camera’s alom. Ontsnappen lijkt ondenkbaar, zelfs binnenkomen is een sukkelgang langs metaaldetectoren en met pasjes beveiligde deuren. De geur van verf hangt nog zwaar in de lucht. Het FPC werd pas half november geopend. Drie jaar hebben ze eraan gebouwd, maar het wachten duurde veel langer. Al in 1964 klonk de eerste kritiek op de behandeling van geïnterneerden in ons land. Plegers van strafbare feiten die door de raadkamer niet toerekeningsvatbaar worden bevonden, verschijnen niet voor de rechter en krijgen geen straf. Het is de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij (CBM) die passende maatregelen treft. In het belang van de maatschappij, maar ook van de geïnterneerde die als geesteszieke recht heeft op een behandeling in een aangepaste en doorgaans beveiligde omgeving. Bij gebrek aan gespecialiseerde instellingen echter belandden heel wat geïnterneerden in gewone gevangenissen zonder noemenswaardige therapie. Precies om die reden werd België sinds 1998 meermaals door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld. De opening van het 264 bedden tellende centrum in Gent is een eerste stap om aan de kritiek tegemoet te komen, volgend jaar moet op Antwerpen Linkeroever een tweede centrum met 180 bedden klaar zijn.

De nieuwe instelling is nog in volle opstart. Op de dag van ons bezoek verblijven er veertig geïnterneerden, onder wie de tegen heug en meug bekend geworden Frank Van den Bleeken. De geïnterneerde moordenaar en verkrachter die dertig jaar in diverse gevangenissen sleet, werd na zijn op de valreep geweigerde euthanasie naar FPC Gent overgebracht. Patiënten krijgen we vandaag evenwel niet te zien. “Mediastop”, zegt medische directeur Gökhan Göktas verontschuldigend “we willen de inloopfase in alle sereniteit laten verlopen”. Göktas (51) is een forensisch psychiater die zowel in België als in Nederland zijn sporen heeft verdiend. Dat laatste is geen detail. Het FPC wordt uitgebaat door een consortium van dienstverleningsgigant Sodexo en de tandem Parnassia-De Kijvelanden, grote namen in de geestelijke gezondheidszorg in Nederland dat inzake forensische psychiatrie ver vooruit loopt. De toewijzing zorgde niettemin voor deining in het Vlaamse zorglandschap. Het ‘buitenlandse’ consortium kaapte de gunning weg voor de neus van een groep rond de Broeders van Liefde en de UGent.

–   werd u geheadhunt vanwege uw ervaring in Nederland?

Göktas: “Nee, zelf gesolliciteerd. Ik heb 18 jaar deeltijds in Eindhoven gewerkt, in een grote instelling voor TBS’ers, Ter Beschikking Gestelden, zoals dat in Nederland heet. De voorbije jaren werkte ik in het centrum forensische jeugdpsychiatrie van dezelfde instelling. Erg boeiend, maar het pendelen begon zwaar te wegen. Ik woon in de rand van Brussel en werk ook nog halftijds in het Algemeen Ziekenhuis van Tienen. Na dat eerste sollicitatiegesprek kreeg ik prompt het aanbod om hier hoofdgeneesheer te worden. Ik heb enkele voorwaarden gesteld. Ik wil hier niet in een zuivere managementrol worden geduwd. Ook als hoofdgeneesheer wil ik voeling blijven houden met de patiënten”.

–  40 patiënten is slechts een fractie van de capaciteit. Wanneer zijn alle bedden bezet?

Göktas: “We nemen 4 à 5 nieuwe patiënten per week op, tegen september zit FPC helemaal vol. De uitbreiding gaat gestaag, per leefgroep. Parallel bouwen we ook het personeelsbestand uit. Dat luistert nauw, voor we een vleugel kunnen openen, moeten we de hulpverleners opleiden, onder meer met een stage in Nederland”.

–  Kunnen jullie de patiënten zelf selecteren?

Göktas: “Nee, dat doen de CBM’s die in België verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de interneringsmaatregelen. De interne verdeling in leefgroepen bepalen we uiteraard zelf, in functie van de psychiatrische pathologie en het type zorg dat erbij hoort. Een zware persoonlijkheidsstoornis vergt bijvoorbeeld een heel andere benadering dan een zuivere schizofrenie. De huidige indeling is nog niet definitief, we zitten nog in de observatiefase. Uiteindelijk zullen de diagnose, het recidive-risico en de behandelbaarheid samen de doorslag geven”.

–  hoe moeten we ons dat voorstellen? Zedendelinquenten bij zedendelinquenten?

Göktas: “Niet noodzakelijk. Een pedofiel kan vanuit een psychiatrische pathologie handelen, maar zijn gedrag kan ook vanuit een seksuele parafilie worden gestuurd. Het is sowieso complex, alleen al voor pedofilie onderscheiden we een waaier aan drijfveren. In de praktijk komen er in een leefgroep heel wat verschillende delicten samen. Niet dat we daar geen belang aan hechten. Delictbespreking staat centraal in onze behandeling, patiënten moeten bereid zijn daar open over te communiceren, ook binnen hun leefgroep”.

–  krijg je zo geen ongezonde mix van mineure en zware feiten?

Göktas: “Mineure feiten? Het gaat hier per definitie om high risk patiënten,  geïnterneerden die ernstige tot zeer ernstige delicten hebben gepleegd. Om een populair misverstand recht te zetten: de meeste geïnterneerden worden helemaal niet opgesloten, of alleszins niet langdurig. Sommigen worden in een psychiatrische kliniek opgenomen, anderen worden ambulant via poliklinieken opgevolgd en behandeld. Instellingen zoals Paifve, die het midden houdt tussen een gevangenis en een psychiatrische kliniek, nemen zelfs risicopatiënten op. Helaas is er een restgroep voor wie de CBM’s geen andere oplossing vinden dan de gevangenis. Soms door gebrek aan alternatief, want er zijn nog altijd psychiatrische klinieken die huiveren om geïnterneerden op te nemen. Maar doorgaans spelen er andere redenen om iemand in de gevangenis op te sluiten, vaak een combinatie van veiligheidsrisico’s, ziektebeeld en behandelbaarheid”.

–   die restgroep telt meer dan 1.100 geïnterneerden. Hun opsluiting in de gevangenis is omstreden. Een vergeetput voor geïnterneerden wordt het genoemd…

Göktas: “Dat beeld wil ik toch nuanceren. Ook in de gevangenis worden geïnterneerden behandeld, velen zitten er trouwens in een aparte vleugel. Iedere gevangenis heeft een psychosociale dienst (PSD) met psychiaters, psychologen en maatschappelijke assistenten die geïnterneerden opvolgen en rapporteren aan de CBM. Door te zeggen dat geïnterneerden aan hun lot worden overgelaten, doe je die mensen onrecht. Toegegeven, alles kan beter. Er is te weinig personeel bij de PSD’s, er is ook het oude zeer van de slechte en laattijdige betalingen van experts zoals psychiaters. En door capaciteitsgebrek zitten sommige geïnterneerden tussen gewone gedetineerden”.

–   met alle gevolgen van dien. Volgens Walter Van Steenbrugge, advocaat en erg begaan met het lot van geïnterneerden, leidt de niet aangepaste opvang tot mensonterende toestanden zoals zelfmoorden en zelfverminking..

Göktas: “Ik hoor die verhalen, maar ik kan ze met de beste wil van de wereld niet uit eigen ervaring bevestigen. Natuurlijk is het mengen van geïnterneerden en gedetineerden niet ideaal. In de gevangenis heerst een pikorde, er worden voortdurend morele oordelen geveld. Een gedetineerde mag drie mensen hebben vermoord, toch zal hij zich beter voelen dan iemand die aan een kind heeft gezeten. Kijk, ieder schrijnend geval is er een teveel, zeker voor een ontwikkeld en nog altijd tamelijk rijk land. Iedereen beseft trouwens dat het systeem aan verandering toe is, het bouwen van deze instelling is daar een tastbaar gevolg van. Toch vind ik dat we de positieve kanten wat vaker mogen benadrukken. Geïnterneerden recidiveren drie keer minder vaak dan gewone gevangenen. Dat bewijst alvast dat onze CBM’s en PSD’s puik werk leveren”.

–  toch is de kloof met Nederland diep. Oriëntatiecentra, FPC’s, ziekenhuizen, poliklinieken, resocialisatie units, longstay instellingen, TBS’ers krijgen er zorg op maat. Waarom lopen we inzake forensische psychiatrie zo ver achter?

Göktas: “Dat is historisch gegroeid. In Nederland werd de psychiatrische zorg door de overheid geïnstalleerd. In België ontbreekt die centrale sturing, het zorglandschap wordt hier bepaald door private actoren zoals de Broeders van Liefde en de Alexianen. Dat verschil verklaart de grote voorsprong, maar het verklaart ook waarom Nederland die voorsprong momenteel aan het weggeven is”.

–  hoezo?

Göktas: “Het hele TBS-systeem staat onder druk. De voorbije jaren werden al heel wat voorzieningen gesloten, ook al omdat er veel minder TBS-maatregelen worden opgelegd. Rechters opteren vaker voor een puur strafrechterlijke benadering of voor alternatieve straffen. Forensische psychiatrie was altijd al onderhevig aan de tijdsgeest. Dat laat zich in Nederland nu sterk gevoelen: het veiligheidsdiscours overheerst. TBS’ers moeten ingesloten worden, de maatschappij moet tegen gevaarlijke elementen worden beschermd. Dat gevoel wordt nog versterkt door enkele sterk gemediatiseerde incidenten, TBS’ers die tijdens hun verlof een levensdelict hebben gepleegd. Het gevolg is rampzalig. Anders dan in België is het uitvoeren van de TBS-maatregelen een politieke verantwoordelijkheid, het is de staatssecretaris voor justitie die vrijheden en verloven goedkeurt. Dat gaat steeds stroever, zo heb ik de laatste jaren zelf kunnen ondervinden. Aanvragen werden geweigerd, ook als in ons advies stond dat vrijheden essentieel zijn voor de behandeling en de resocialisatie. Politici staan natuurlijk onder grote druk. Het volstaat dat een TBS’er een keertje niet tijdig uit verlof terugkeert, en de media blazen groot alarm. In dat opzicht vind ik het Belgisch systeem beter. Ook bij ons is er mediadruk, maar de CBM’s hoeven geen rekening te houden met politieke agenda’s”.

–  toch moet België met het schaamrood op de wangen bij Nederland aankloppen om longstay opvang voor euthanasie-kandidaat Frank Van den Bleeken te regelen…

Göktas: “Er is nog altijd een kloof, dat staat buiten kijf. We kunnen alleen maar jaloers zijn op een instelling zoals het Pieter Baan Centrum, waar daders tijdens het vooronderzoek gedurende zes weken door een volledig team worden geobserveerd om uit te maken of ze al dan niet toerekeningsvatbaar zijn. Bij ons moeten de psychiaters hun verslag baseren op enkele gesprekken in een overvolle gevangenis. Ook hun wetgeving is beter. In België zijn er maar twee opties, toerekeningsvatbaar of niet toerekeningsvatbaar. In Nederland onderscheidt men vijf niveaus van toerekeningsvatbaarheid en laat men ook maatregelen toe die straf en behandeling combineren. Longstay, dat is een ander verhaal. Ik kan niet veel over Frank Van den Bleeken kwijt, medisch geheim. Maar het is geen uitgemaakte zaak dat hij hier maar in transit verblijft, in afwachting van een definitieve stek in de Nederlandse Pompestichting, zoals overal werd geschreven. Frank Van den Bleeken kan ook perfect bij ons blijven”.

– FPC is toch niet ontworpen voor langdurig verblijf?

Göktas: “Klopt, we willen patiënten na het volgen van een individueel behandeltraject laten uitstromen. We rekenen op een gemiddelde verblijfsduur van 3 tot 4 jaar, dan moeten ze klaar zijn om terug te keren in de maatschappij, wat in de praktijk vaak betekent dat ze naar een psychiatrische kliniek verhuizen of zich ambulant laten begeleiden. Maar omdat sommigen ook na die periode niet klaar zullen zijn, hebben we acht bedden voor langdurige zorg. Op termijn moet er een structurele oplossing komen voor Belgische longstay patiënten, dat beseft ook minister van justitie Koen Geens die binnen de zes maanden een initiatief wil nemen. Des te beter, de hiaten in het zorglandschap raken stilaan opgevuld”.

– er kwam veel kritiek op de toewijzing van de exploitatie van FPC aan een privéconsortium. Een nieuwe stap in de commercialisering van de zorg, werd gezegd. Hoe reageert u daarop?

Göktas: “De kritiek kwam niet toevallig uit het kamp van de tegenbieders. Er werd vooral naar Sodexo uitgehaald. Daarom voor alle duidelijkheid: Sodexo levert diensten zoals cleaning, catering en bedrijfsvoering. Met de patiëntenzorg hebben ze niks te maken, dat wordt door Parnassia en De Kijvelanden gestuurd”.

– over geïnterneerden leven hardnekkige clichés. Gevaarlijke gekken, of integendeel slimmerds die zich voor gek houden om hun verdiende straf te ontlopen. Ergert u zich daaraan?

Göktas: “Playing crazy om hun straf te ontlopen? Als expert kan ik u verzekeren dat de meeste daders er alles aan doen om niet ziek te worden verklaard. Ook in Nederland. Volkert V, de moordenaar van Pim Fortuin, boycotte het Pieter Baan Centrum omdat hij zichzelf niet als geestesziek zag. Het is trouwens een sprookje dat geïnterneerden goed wegkomen. Wie een gewone straf krijgt, weet waar hij aan toe is en wanneer hij weer vrij komt. Bij internering krijg je behalve een stigma een grote portie onzekerheid, want maatregelen kunnen quasi eindeloos verlengd worden”.

– zowel in Antwerpen als in Gent protesteerden buren tegen de inplanting van FPC. Is dat intussen geluwd?

Göktas: “Ja, we organiseren binnenkort trouwens een infodag met rondleiding voor de buurt. Het is aan de psychiatrie en ook aan de media om stigma’s te bestrijden. We moeten mensen uitleggen waarom internering een nobel concept is. Dat je mensen die een misdrijf plegen vanuit een geestesziekte of persoonlijkheidsstoornis, niet moet straffen maar behandelen”.

– de ongerustheid is begrijpelijk. Hier verblijven ook gevaarlijke psychopaten.

Göktas: “Psychopatie is een containerbegrip, wij spreken hier van antisociale persoonlijkheidsstoornissen. Ook dat is een brede diagnostiek, er vallen heel wat patiënten onder die helemaal niet bedreigend zijn. Ach ja, vooroordelen. Kennelijk spreekt het feit dat we muziektherapie geven tot de verbeelding. Precies de Club Med, zeggen sommigen. Het gaat nochtans niet om animatie maar wel degelijk om therapie, onder meer patiënten met een autisme spectrumstoornis zijn ermee gebaat. Het is ook maar een van de vele therapieën, net zoals psychomotorische en dramatherapie”.

–  kunnen patiënten ook intiem bezoek ontvangen?

Göktas: “Als we patiënten willen klaarstomen voor een begeleide terugkeer naar de samenleving, moeten we ook aan hun relatiebekwaamheid werken. Uiteraard moet intiem bezoek altijd passen binnen de specifieke behandeling. We zullen dat niet snel toestaan voor iemand die een historiek van  zedendelicten of partnergeweld meesleept”.

– nog geen heimwee naar de forensische jeugdpsychiatrie? Jongeren lijken ons makkelijker te helpen dan geïnterneerden die een zwaar verleden torsen…

Göktas: “Het is dubbel. Je mag inderdaad hopen dat je jongeren nog op het juiste pad kunt brengen. In Eindhoven is zelfs een gespecialiseerde school waar jongeren met gedragsstoornissen een gewoon diploma kunnen behalen, zodat ze alsnog kunnen aanknopen met regulier hoger onderwijs of een baan vinden. Anderzijds is het ook confronterend omdat je in bepaalde gevallen al heel vroeg kunt zien dat het nooit goed zal komen. Jongeren met een zware bipolaire stoornis of ernstige schizofrenie. Dan weet je gewoon dat hun leven een lange lijdensweg zal worden, zeker als de familiale en sociaal-economische omstandigheden tegenzitten”.

– nog een persoonlijke vraag: u bent als telg uit een Turks gastarbeidersgezin psychiater geworden, een uitzonderlijk parcours in de jaren tachtig. Hoe heeft u dat gepresteerd? 

Göktas: “Kansen krijgen en grijpen zeker? Ik ben pas op mijn elfde naar Heusden-Zolder verhuisd, mijn ouders achterna. Omdat ik geen woord Nederlands sprak, moest ik hier mijn vijfde studiejaar overdoen. Nadien ging het erg vlot, ik zat op een katholiek jongenscollege als enige migrant. Vader stimuleerde ons om te studeren, hij had zichzelf als mijnwerker opgewerkt. Hij ging deeltijds werken bij de vakbond, begon met een verzekeringskantoor en was een de eerste Turkse gerechtstolken in Limburg. In het weekend liet hij me stukken vertalen, zo verdiende ik mijn zakgeld toen ik in Leuven geneeskunde studeerde. Later ben ik me gaan specialiseren en kreeg ik de kans om als assistent stage te lopen in een grote TBS-instelling in Eindhoven. Zo ben ik haast toevallig in de forensische psychiatrie gerold”.

Foto: Jef Boes

Foto: Jef Boes

Een gedachte over “Gökhan Göktas, medisch directeur FPC Gent: ‘internering is een nobel concept’

  1. Zorgteam

    Bedankt voor de nuancering in dit artikel. Inderdaad, de geïnterneerden in de gevangenis worden niet aan hun lot overgelaten. Maar naast de inzet van de psychosociale dienst (PSD), hebben meerdere gevangenissen een zorgteam dat bestaat uit: psychiatrisch verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, psychologen, opvoeders, maatschappelijk werkers en een zorgpsychiater. Wij menen dat deze groep in dit artikel over het hoofd is gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.