Met de politie op mensenrechtenstage in Kazerne Dossin

De Standaard, 11 april, 2015. (passage over zigeuners als code voor rondtrekkende daders heeft een staartje gekregen. Na een groot vervolgartikel van een collega in De Standaard besloot de Federale Politie haar nomenclatuur aan te passen)

Het verband tussen de feestende massa van een zomerfestival en de massamoord in Auschwitz? Politieagenten vinden in de Kazerne Dossin het antwoord. Onze reporter mocht een hele dag mee op HPM-stage in het Holocaust Museum. Verslag vanuit het spanningsveld tussen politie en mensenrechten.

politieagenten op stage in Kazerne Dossin (Foto: Geertje De Waegeneer)

politieagenten op stage in Kazerne Dossin (Foto: Geertje De Waegeneer)

Vroege vogels, die van de politie. Vanaf half acht druppelen de eerste cursisten binnen in de Kazerne Dossin. Commissaris Marc Van Gestel zet ze op weg naar een kop koffie, zijn collega Isabelle Diependaele streept de namenlijst af. Veertig worden er vandaag verwacht, op te tellen bij de 1.800 die het afgelopen jaar de eendaagse opleiding Holocaust, Politie en Mensenrechten (HPM) hebben gevolgd. “We liggen op kruissnelheid”, zegt coördinator Van Gestel tevreden. “Twee dagen in de week palmen we het museum in. Bedoeling is het volledige korps, meer dan 40.000 mannen en vrouwen sterk, door dit bad te jagen. We zijn hier dus nog niet weg, in een volgende fase willen we trouwens ook de aspiranten van de politiescholen naar Dossin halen”.

Het concept komt uit Amerika. Tijdens een stage bij de FBI in Washington beleefde hoofdcommissaris Dirk Allaerts zijn ping-moment. Het verplichte bezoek aan het holocaustmuseum, was dat geen idee voor de Belgische politie? Commissaris-generaal Catherine De Bolle was meteen enthousiast, en ook in Kazerne Dossin viel het zaadje in vruchtbare grond. Het nieuwe museum, een sober maar indrukwekkend ontwerp van architect Bob Van Reeth, stond nog in de steigers. Conservator Herman Van Goethem en zijn team piekerden zich suf. Het museum moest meer zijn dan een geïllustreerd exposé over het nulpunt van de Westerse geschiedenis. Herinneringseducatie, werd het toverwoord. Het verhaal van de holocaust moest als casus dienen waaruit lessen voor heden en toekomst vielen te trekken. Het voorstel van de politietop kon dan ook niet beter getimed zijn. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum sprong als derde partner op de kar. Eind 2013 stond het project Holocaust, Politie en Mensenrechten in de steigers, vier maanden later gingen de cursussen van start.

Bende van Nijvel

Een delegatie uit Luik waait binnen, mopperend over de files op de Brusselse ring en de moeilijke zoektocht naar een parkeerplaats. “Dit is een verplicht nummer”, zegt een van de agenten. ‘Van onze korpschef moeten we allemaal naar Mechelen, wij zijn zowat de laatsten in de rij. Wat de anderen erover vertellen? Niks bijzonders, er zijn tegenwoordig ook zoveel opleidingen. Ach ja, zo ziet een mens nog eens een stukje van zijn land”. Scepsis is veeleer uitzonderlijk, stellen we tijdens de briefing vast. Nagenoeg alle cursisten in onze groep hebben zelf het initiatief genomen om in te schrijven. Negen mannen en drie vrouwen, wetsdienaren van zeer divers pluimage. Speurders van de federale gerechtelijke politie zitten naast agenten van lokale korpsen. Een deelnemer stelt zich voor als instructeur op de schietbaan van de Nationale Politieacademie, een andere als coördinator bij de cavalerie in Etterbeek. Ook Robert Watzeels doceert aan de Nationale Politieacademie. Geweldbeheersing, een vak waarbij hij aspiranten inpepert dat hun tong hun beste wapen is. Een vijfde van zijn diensttijd besteedt hij in Kazerne Dossin, als een van de anciens onder de 54 HPM-opleiders. Vandaag vormt hij een tandem met Danny Debersaques van de wegpolitie Gentbrugge. Ook de andere groepen, twee Nederlandstalige en een Franstalige, worden door een duo begeleid. “Alleen zou dit te vermoeiend zijn”, zegt Robert. “Het is telkens een lange en intensieve dag”.  Een cursist is extra gemotiveerd. Pieter, negen jaar verbindingsofficier in Parijs, staat op een zucht van zijn pensioen. “Ik zoek een nuttige tijdsbesteding”, zegt hij. “Misschien kom ik hier zelf opleiding geven”.

We overlopen de Vier Hoofddoelen van HPM. Een beter begrip van de  mechanismen achter discriminatie en uitsluiting. Stimuleren om kritisch na te denken, en te handelen in overeenstemming met hun persoonlijke overtuiging. “Bovenal proberen we de cursisten bewust te maken van de marge om nee te zeggen”, zegt Robert. “Ook tegen een bevel van hogerhand. Als politieman sta je vaak voor ethische dilemma’s, weet ik uit eigen ervaring. Tijdens de hoogdagen van de Bende van Nijvel moest ik als jonge rijkswachter een bank bewaken. Ik had van mijn overste een duidelijke opdracht gekregen. Als ik iemand van de bende in het vizier kreeg, moest ik schieten zonder waarschuwen. Stapte hij uit een auto zonder een directe bedreiging te vormen? Niet aarzelen, direct schieten. Vandaag klinkt dat schokkend, maar het hele land was toen in de greep van de Bende-terreur. Ik zou er wellicht applaus voor gekregen hebben”.

Jonathan Jacobs

Het staat niet in het rijtje met doelstellingen, maar HPM moet ook een preventief medicijn tegen politionele uitschuivers vormen. Recente voorbeelden worden hier openlijk besproken. De zware mishandeling van daklozen door leden van de federale spoorwegpolitie in een lokaal onder het Zuidstation? Onze eigen rondvraag zal uitsluitend scherpe veroordelingen opleveren. Een staaltje van ongezonde kuddegeest, wordt het genoemd. Een leidersfiguur die over de schreef gaat, en de anderen die hem volgen veeleer dan in te grijpen. Over Jonathan Jacobs, doodgeslagen in een cel door leden van het Bijzonder Bijstandsteam van de Antwerpse politie, zijn de meningen genuanceerder. “Absoluut verwerpelijk”, vindt Robert. “Voor mijn part mogen die agenten streng gestraft worden. Maar wat met de psychiatrische kliniek die tot twee keer toe heeft geweigerd om Jacobs op te nemen? De directie is even schuldig als de betrokken politiemannen”.

Groepsdenken, ontmenselijken van medeburgers, bureaucratische lafheid, bereidheid tot het plegen van geweld. Allemaal thema’s die als vlechtdraad doorheen de opstelling in het museum lopen. Robert en Danny nemen ons  mee naar het memoriaal in de kazerne, het zwarte gat waarin 25.484 joden en 352 zigeuners verdwenen. 1.200 keerden uit de vernietigingskampen terug, geen 5 procent. Nadia, van politiezone Brussel-Noord, verbaast zich over de luxeappartementen rond het als park aangelegde binnenplein. “Ik zou hier niet kunnen wonen”, zegt ze. “Niet op een plek met zo’n verleden”. Het wordt geen klassieke rondleiding, we houden alleen halt bij de HTM-relevante onderdelen. Zoals het kunstwerk dat Philip Aguirre voor het memoriaal maakte. ’15 augustus 1942, Lange Kievitstraat Antwerpen’, de naam verwijst meteen naar een van donkerste pagina’s uit de geschiedenis van de Belgische politie. Op 15 augustus 1942 werden in de Antwerpse stationsbuurt meer dan 800 joden opgepakt en naar de Dossinkazerne afgevoerd. Aan de razzia, bevolen door de bezetter, dociel uitgevoerd door burgemeester Delwaide en zijn korpschef De Potter, namen een vijftigtal agenten deel. Het kunstwerk, een gedekte tafel waaronder een drieledig gezin zich, plat op de grond liggend, verscholen houdt, stelt het morele dilemma op scherp. “De agenten stonden voor de keuze”, legt Danny uit. “Ze konden het bevel naar de letter opvolgen en de familie van onder de tafel vandaan halen. Maar ze konden ook stil verzet plegen. Hun kop binnen steken, ‘hallo is daar iemand’ roepen, en vooral niet onder de tafel kijken”.

Artistieke impressie van de razzia van 21 augustus 1942, een zwarte pagina in de geschiedenis van de politie (Foto: Geertje De Waegeneer)

Artistieke impressie van de razzia van 15 augustus 1942 (Foto: Geertje De Waegeneer)

We steken opnieuw over naar het museum, voor een hinkelparcours doorheen de geschiedenis van de holocaust. Danny trekt onze aandacht op de fotowand. Een uitgelaten menigte van jonge mensen, dansend op de beats van Tomorrowland. Welke indruk maakt dit beeld? De begeleider kijkt zijn cursisten vorsend aan. Vinger opsteken hoeft niet, maar de sfeer van de schoolreis is helemaal terug. Vrolijk, zomers, jeugdig, de rondvraag levert vooral vrijblijvend gemompel op. Tot een van de speurders _ foto’s en namen zijn taboe, anonimiteit is hun levensverzekering _ zijn bril van ordehandhaver opzet. “Ik vind massa’s intimiderend”, zegt hij. “Groepen zijn manipuleerbaar. De sfeer kan zo omslaan, van vrolijk naar grimmig”. Was dit een toets, dan kreeg hij een tien. Van massa naar massamoord, daar gaat de hele tentoonstelling over. In onze werkmap staan ze netjes uitgespeld, de tien stappen die de Amerikaanse genocide-specialist Gregory Stanton onderscheidt, van classificatie en polarisatie naar uitroeiing en ontkenning.

Einsatzgruppe

De klas is nu helemaal bij de les. De spotprent van Joden op insectenpoten, sprinkhanen die Antwerpen overspoelen? Ontmenselijking, luidt het antwoord, stap 4 in het schema van Stanton. Precies wat in Rwanda is gebeurd, laat iemand pienter opmerken, daar werden de genocideslachtoffers als kakkerlakken bestempeld. We staan lang stil bij een beroemde foto van een lynchpartij in het Amerika van de jaren dertig. Wat zien we? Twee sukkelaars die aan een boom bengelen. Robert nodigt ons uit om beter te kijken, en scherp te stellen op de omstaanders. Sommigen blikken in de lens alsof ze zich betrapt voelen, bij de meesten spat het enthousiasme over het schouwspel van het beeld. Niemand die een vinger uitstak om de lynchpartij te voorkomen, net zomin als dat er iemand van de Rijkswacht tijdens de eerste pogrom in april 1941 iets ondernam om de relschoppers tegen te houden. We zijn intussen al bij stap 6, de polarisatie, aanbeland. Joden en zigeuners zijn al geregistreerd, gelabeld en geïsoleerd. Met medewerking van Belgische autoriteiten, vaak lokale administraties die de Duitse verordeningen ijverig uitvoerden, uit defaitisme of opportunisme. “Ze hadden nochtans een marge om te weigeren”,  zegt Robert. “Belgische instanties mochten van de bezetter gewetensbezwaren inroepen om niet aan de Jodenvervolging deel te nemen. De Brusselse burgemeester heeft geweigerd een jodenregister aan te leggen, en werd daar niet voor gestraft”.

Waarom lieten de Joden zich zomaar oppakken en uitmoorden? Het was Agnieszka, ondersteunende dienst FGP Brugge, die de vraag tijdens de briefing had opgeworpen. “Ik zou vechten als ze aan mijn kinderen raakten”, zei ze fel. En ineens staat ze daar op de derde verdieping van het museum, bij een van de beruchtste foto’s van de Holocaust. Een soldaat van een Einsatzgruppe legt van dichtbij aan op een naakte vrouw die wanhopig haar kind in de armen klemt. Twee joden met een kogel afgemaakt, daar kon je bij de SS trots op zijn. De hele verdieping is gewijd aan deportatie en uitroeiing. Met spaarzame middelen, zonder effectbejag.  De beelden en citaten komen des te harder binnen. Tekeningen van gaskamers en crematoria in Birkenau hangen tegenover een selectie uit het befaamde Höcker Album, foto’s van kampbeulen tijdens hun vrije tijd, aan de borrel op het zonnedek, even weg van de sleur van de industriële volkenmoord.  We houden het kort, Agnieszka heeft het trouwens al lang gesnapt. Er viel in deze fase niks meer te vechten, de strijd werd verloren op de eerste en de tweede verdieping.  Het is stil als we naar de kantine op de min-1 afdalen. “Ik had al een en ander over de Holocaust gelezen”, zegt Nadia. “Maar dit maakt toch indruk”.

Vinci Park

Lunchtijd. Een milde vorm van collectieve haat jegens Vinci Park steekt de kop op. Het SMS-parkeren draait in de soep, er moeten dringend parkeertickets worden vervangen en auto’s verplaatst. Als er straks maar geen bon onder de ruitenwisser steekt! Robert en Danny zijn intussen druk doende met de voorbereiding van de workshop mensenrechten. “Meestal is de sfeer constructief”, zegt Robert. “Maar soms krijg je onverwachte reacties. Jaja, zei er eentje, de Holocaust was erg. Maar wat doen de Joden met de Palestijnen? Dan moet je als moderator ingrijpen, want daar gaat het natuurlijk niet over. Op een keer had ik enkele agenten van een interventieteam uit een grootstedelijke probleemwijk. Ze hadden moeite met bepaalde stellingen over de rechten van arrestanten. Fysiek en verbaal geweld tijdens interventies? Moest kunnen, vonden ze, ze hadden hun eigen codes. En dat het gemakkelijk was om dat van achter een bureau af te keuren. Want je moest het maar doen, orde handhaven in een kansarme buurt die wemelt van drugscriminelen en mensen zonder papieren. Hun korpschef zat er bij, zijn mond viel open van verbazing. Die sessie is niet zonder gevolgen gebleven”.

We vormen een halve cirkel. Robert steekt van wal met een exposé over het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Wisten we dat Duitsland in Straatsburg ooit werd veroordeeld tot een zware schadevergoeding, te betalen aan een bewezen kindermoordenaar? Speurders hadden tijdens het onderzoek met geweld gedreigd om hem te dwingen te verklappen waar hij het slachtoffer _ op dat moment nog in leven gewaand _ had verborgen. Het argument van de tijdsdruk maakte voor de rechters in Straatsburg geen verschil. Dura lex, sed lex, mensenrechten zijn niet voor interpretatie vatbaar. Na deze opwarmer krijgen we een primeur: de case Claeys en Vermuyten, uitgewerkt als toetssteen voor ethisch politiehandelen. We worden uitgenodigd om in de schoenen te gaan staan van de enige twee agenten die op 15 augustus 1942 weigerden aan de jodenrazzia deel te nemen. Vandaag worden Claeys en Vermuyten als helden vereerd, destijds als dienstweigeraars gestraft. Mild gestraft, weliswaar, met verlies van drie verlofdagen. Waarom waren ze dan de enige agenten die de marge om nee te zeggen hebben benut? Danny stelt de vragen, Robert noteert de antwoorden in een raster. De verschillende actoren, de opties, de geanticipeerde en de reële gevolgen, ethisch politiehandelen is even complex als de tabellen van Mendeljev.

paneel vervolging zigeuners. Verrassend actueel, zal tijdens de workshop blijken. (Foto: Geertje De Waegeneer)

paneel vervolging zigeuners. Verrassend actueel, zal tijdens de workshop blijken. (Foto: Geertje De Waegeneer)

Andy de homo

De marge om nee te zeggen? Agnieszka pikt het thema graag op. Is het normaal, vraagt ze zich luidop af, dat ze bij het invullen van persoonsgegevens in de Algemene Nationale Gegevensbank een vakje met ‘Zigeuner’ kan aanvinken? “Ik weiger dat te doen”, zegt ze. “We hebben niet het recht om mensen op basis van hun etnische achtergrond te labelen”. Twee Leuvense speurders steigeren. Wat is het probleem? In dezelfde databank wordt toch ook genoteerd of iemand als veelpleger bekend staat of betrokken was bij drugsfeiten? Het stempel zigeuner is gewoon relevante informatie voor de strijd tegen rondtrekkende daderbendes. Robert kan het nauwelijks geloven. Hier, op deze plek, vernemen dat zigeuner anno 2015 codetaal is voor rondtrekkende daderbende. Hij pleegt een telefoon naar de bevoegde dienst, het blijkt te kloppen. “Dit kan absoluut niet”, zegt hij. “We mogen minderheden niet reduceren tot een crimineel fenomeen”.

De commotie luwt, we besluiten met een hedendaagse casus. Agent Andy out zich tegenover de collega’s als homo en wordt nadien met steeds ergere pesterijen geconfronteerd. Hoe zouden ze reageren? Heulen met de pesters? De andere kant opkijken? Openlijk partij kiezen voor Andy? De hiërarchische oversten inschakelen? De laatste twee opties worden met een geruststellende unanimiteit verkozen, maar één dissident draagt een pragmatische oplossing aan. “We kunnen Andy ook gewoon overplaatsten”. Robert kijkt naar zijn raster. Daar heeft hij geen vakje voor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.