Nucleaire noodplanning op zijn Belgisch: “Met een serieuze ramp werd nooit rekening gehouden”

Humo, 12 april 2016 

‘‘Fukushima is al vijf jaar geleden, maar de Belgische overheden hebben er nog altijd geen lessen uit getrokken’

Nu Belgische IS-terroristen nucleaire bobo’s bespioneren en kernreactoren meer scheuren vertonen dan een uitgedroogde rivierbedding, dringt de vraag zich op. Wat als er een kernramp gebeurt? Bij het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken liggen de nucleaire noodplannen klaar. Maar werken ze wel? En wat met Antwerpen, de stad met een half miljoen inwoners die tegelijkertijd in de schaduw van een kerncentrale maar buiten de nucleaire schuilzone ligt? ‘Als de wind uit het Zuidwesten waait moet iedereen de Schelde over. Probeer je de taferelen in de Kennedytunnel maar voor te stellen’.

 

humoramp1 illustraties: Kamagurka

Bij de Algemene Pharmaceutische Bond, de beroepsfederatie van zelfstandige apotheken, beleven ze een déja-vu. Sinds de aanslagen van 22/3 stromen de meldingen van leden binnen. Steeds meer patiënten kloppen bij hun apotheker aan voor jodiumtabletten. Kaliumjodide, onder chemici en quizzers bekend als KI, is geen ordinair geneesmiddel. De molecule dankt haar faam aan de Koude Oorlog. Verzadigd jodium stapelt zich op in de schildklier. Bij preventieve inname belet het dat zich in diezelfde klier kankerverwekkend, radioactief jodium 131 opstapelt. Het slikken van stabiel jodium is een van de weinige maatregelen die de brave burger kan nemen om zich te beschermen tegen de gevolgen van een kernaanval. Of tegen de neerslag van een nucleaire catastrofe van civiele makelij. ‘Na de ramp in Fukushima in 2011 hebben we hetzelfde meegemaakt’, zegt apotheker en APB-woordvoerder Koen Straetmans. ‘Paniek, we hebben onze leden toen geadviseerd om geen jodium te verstrekken. Behalve uiteraard wanneer het ging om inwoners van de perimeter voor preventieve distributie. Wie binnen een straal van 20 kilometer rond een kerncentrale of nucleaire site woont, kan ten allen tijde bij zijn apotheek gratis een dosis jodiumtabletten voor het ganse gezin afhalen. Maar na Fukushima gingen in heel het land ongeruste burgers massaal om jodiumpillen. Apotheken buiten de 20 km-perimeter hebben geen tabletten in huis, maar ze zijn wettelijk verplicht 500 gram poeder te stockeren om in geval van nood jodiumbereidingen te maken. Niet doen, is de boodschap die we ook dit keer graag herhalen. Eigen bereidingen zijn minder gemakkelijk te doseren en ook minder lang houdbaar. Bovendien bestaat het risico dat men preventief jodium gaat slikken. Geen goed idee want stabiel jodium heeft serieuze neveneffecten. Innemen mag alleen bij een echte ramp, en dan nog pas wanneer daartoe wordt opgeroepen in het kader van het nucleair noodplan’.

Islamitische Staat

De ongerustheid heeft dit keer niet met een nucleaire ramp in Verweggistan te maken, het gevoel is homegrown. Terreurdreiging houdt ons land al meer dan een jaar in de ban. Op 22 maart werd de collectieve nachtmerrie van een zware aanslag werkelijkheid. Wie hoopt dat daarmee de spanning van de lucht is, dwaalt. Het onweer hangt nog boven ons land, gezagsdragers en veiligheidsexperts roepen in koor op om ons alvast schrap te zetten voor de volgende klap. Dreigingsniveau 3 blijft immers onverkort van kracht, een nieuwe aanslag is niet alleen mogelijk en waarschijnlijk, maar zou ook wel eens een nucleair karakter kunnen hebben. Dat is tenminste wat rondzoemt aan toog en borreltafels, of in treinwagons die bange forenzen naar het gevaarlijke Brussel vervoeren. Slaat de verbeelding op hol? Niet als we binnen-en buitenlandse media mogen geloven die unisono wijzen op de ongezonde belangstelling van Islamitische Staat voor het Belgische kernpark. Veelbesproken is het SCK-incident. In februari raakte bekend dat Belgische speurders bij een huiszoeking in de nasleep van de aanslagen in Parijs een intrigerende videofilm hebben gevonden. Tien uur beeldmateriaal, gedraaid met een verborgen camera gericht op de privéwoning van een topman van het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol. De opname kwam boven water in een appartement van terreurverdachte Mohamed Bakkali, een huisvriend van Salah Abdeslam en Bilal Hadfi die kort na de aanslagen in Parijs werd opgepakt. Over de bedoelingen van de spionage wordt druk gespeculeerd. Onze bron, dicht bij het onderzoek door het federale parket, gewaagde van een horror scenario. De terroristen zouden hebben gehoopt om via een tigerkidnapping aan voldoende plutonium te geraken om het Albertkanaal, voornaamste bron van drinkwater in Vlaanderen, voor jaren te besmetten en onbruikbaar voor menselijke consumptie te maken.

humoramp2

De Antwerpse professor Tom Sauer, specialist internationale veiligheid en nucleaire wapenbeheersing, heeft een memorabel werkbezoek aan Washington DC achter de rug. De Amerikaanse hoofdstad was eind maart het toneel voor de Nuclear Security Summit, een tweejaarlijkse hoogmis waar staatshoofden en experten zich over nucleaire dreigingen buigen. ‘België was the talk of the town’, zegt hij. ‘Ons land werd spontaan gelinkt met terrorisme. Logisch met de aanslagen van 23/3 vers in het geheugen en de wetenschap dat we hofleverancier van Syriëstrijders zijn. Maar België kwam ook nadrukkelijk in beeld als een land dat kwetsbaar is voor nucleair terrorisme. Gezaghebbende kranten zoals de New York Times en de Wall Street Journal hebben er lange artikels aan gewijd. Daarin ging het niet alleen over de SCK-spionagevideo, ze rakelden ook eerdere incidenten op, zoals de sabotage van de stoomturbine van Doel 4 in augustus 2014’.

HUMO: wie zegt dat het toen om terrorisme ging?

Tom Sauer: ‘Anderhalf jaar later weten we nog altijd niet wie de daders zijn, het federaal parket rept met geen woord over het onderzoek. Maar de toenmalige OCAD-topman André Vandoren heeft kort na de sabotage in een televisie-interview zelf gewag gemaakt van een terreurpiste. Een bewijs is dat niet, maar ook vele internationale experts gaan uit van terrorisme. Vandaar ook de ophef toen onlangs aan het licht kwam dat een van de Belgische Syrië-strijders tot in 2012 voor een onderaannemer in Doel heeft gewerkt, ook in het reactorgebouw. Misschien was hij toen nog niet geradicaliseerd, maar het blijft een verontrustende vaststelling die wijst op een gebrekkige veiligheidscultuur’.

HUMO: waar maakt u zich de meeste zorgen over?

Sauer: Inside threat, sabotage van binnenuit zoals in Doel 4. Ook cyber crime is een hot issue. De Amerikanen en Israëli’s zijn er met hun Stuxnet-virus in geslaagd de centrifuges van het Iraanse atoomprogramma te laten doldraaien. Wat als straks terroristen een soortgelijk virus binnensmokkelen in een van onze kerncentrales? Maar ik wil geen paniek zaaien. Onze kerncentrales zijn wellicht nog het best beveiligd, sites zoals Mol en Dessel lijken me kwetsbaarder. Het zal wel geen toeval zijn dat IS uitgerekend de topman van het SCK viseerde. Het grootste risico is een aanslag met een vuile bom. Er zijn wereldwijd nog geen precedenten, maar er wordt steeds meer voor gevreesd.  Een vuile bom is relatief gemakkelijk te maken: je hebt geen splijtstof nodig maar radiologisch materiaal. In plaats van spijkers voeg je aan een conventioneel bompakket producten toe zoals radioactief cesium, iridium of kobalt. Dat zijn geen zeldzame stoffen, ze worden gebruikt voor industriële toepassingen en wetenschappelijk onderzoek en zijn vooral courant in ziekenhuizen. Zeker in België dat een belangrijke producent van medische isotopen is. Het Nuclear Threat Initiative heeft het algemeen veiligheidsniveau van de Belgische kerninstallaties eind vorig jaar als goed omschreven. In het rapport werd echter een belangrijk voorbehoud gemaakt: we zijn kwetsbaar voor cyber crime en de vele transporten van nucleair materiaal over de Belgische wegen houden een groot risico in’.

HUMO: hoe moeten we ons de impact van een vuile bom voorstellen?

Sauer: ‘Daarover bestaat discussie. Sommigen zien een vuile bom vooral als een psychologisch wapen. Het is niet zozeer de rechtstreekse impact die de maatschappij ontwricht, wel de massapaniek die er onvermijdelijk op volgt. Anderen zijn het daar niet mee eens. Naast de massapaniek zal er lokaal wel degelijk een serieus probleem ontstaan, met een zone die voor weken of zelfs maanden onleefbaar wordt’.

Evacuatiezone

Terrorisme of ongeval, bij de geringste nucleaire calamiteit moet het Crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken in actie schieten. Het Crisiscentrum, de voorbije weken vol aan de bak met de nasleep van de terreuraanslagen in Brussel, is de Belgische hoop in bange dagen. De dienst stelt de nationale noodplannen op, met daarin de richtlijnen die door provinciale en gemeentelijke overheden in regionale en lokale noodplannen worden vertaald. Het Crisiscentrum organiseert verder ook rampenoefeningen, doet aan voorlichting en verricht via zijn Hoger Instituut voor de Noodplanning wetenschappelijk onderzoek over risicoanalyse en crisisbeheer. Bovenal is het Crisiscentrum in Brussel de plek waar de telefoons roodgloeiend staan wanneer zich ergens in het koninkrijk een ramp van enig formaat voordoet. ‘Noodplanning werkt in principe bottom-up’, legt woordvoerder Benoît Ramacker uit. ‘Bij een incident is het de burgemeester die de coördinatie van de hulpdiensten verzekert, op basis van de gemeentelijke noodplannen. Gaat het om een groter incident met gemeentegrensoverschrijdende dimensies, dan neemt de provinciegouverneur de leiding. Dat gebeurt allemaal in permanent overleg met het Crisiscentrum, maar in principe nemen wij de coördinatie pas over wanneer een ramp het provinciaal niveau overstijgt. Op die regel bestaan echter uitzonderingen, terrorisme en pandemieën vallen altijd rechtstreeks onder het Crisiscentrum. Ook bij nucleaire incidenten werkt de delegatie top-down. Bij iedere melding groot of klein treedt automatisch het federaal noodplan in werking. Wij sturen aan, de gouverneurs en burgemeesters hebben een uitvoerende functie’.

De Belgische noodplanningswetgeving leest even vlot als een notariële akte. Wie er zo nodig wil op promoveren, verwijzen we graag naar de websites van het Crisiscentrum of, voor de nucleaire noodplannen, van het FANC. Wel goed om weten: behalve de drie niveaus federaal-provinciaal-lokaal valt een onderscheid te maken tussen Algemene Nood- en Interventieplannen (ANIP) en Bijzondere Nood-en Interventieplannen (BNIP). ANIP’s zijn passe partout plannen, bestemd voor een waaier van risico’s die niet op een specifieke locatie kunnen worden vastgepind. Denk aan een onvoorspelbare kettingbotsing of aan de treinramp die zich toevallig in Wetteren voordoet. BNIP’s zijn er voor welomschreven en perfect lokaliseerbare risico’s. Gemeenten of provincies stellen tijdelijke BNIP’s op voor evenementen zoals rockfestivals of sportwedstrijden, voor industriële vestigingen zoals Seveso-bedrijven zijn er permanente BNIP’s. Die zijn ook verplicht voor de nucleaire sites, de kerncentrales van Doel en Tihange, het SCK in Mol, Niras-Belgoprocess in Dessel en isotopenproducent IRE in Fleurus. Nucleaire BNIP’s worden echter door het federale Crisiscentrum uitgewerkt, net zoals de noodplannen voor de Belgische buurgemeenten van de kerncentrales in het Franse Chooz en het Nederlandse Borssele. Centraal in die nucleaire BNIP’s staan de door het federaal noodplan opgelegde perimeters. Voor de kerncentrales en de nucleaire sites in Mol en Dessel geldt een noodplanningszone van 10 kilometer. Bij een nucleair lek worden de betrokken inwoners opgeroepen te schuilen en zich via alle beschikbare media over verdere instructies te informeren. Binnen die cirkel geldt een kleinere perimeter van 5 kilometer, de zogenaamde evacuatiezone. Of er daadwerkelijk wordt geëvacueerd en waarheen, zal op het moment zelf door het Crisiscentrum worden beslist, na inwinnen van het advies van het FANC en in functie van atmosferische omstandigheden zoals de windrichting. Maar de perimeter is geen vrijblijvend cijfer, ze verplicht autoriteiten en hulpdiensten om zich voor te bereiden. In principe moeten ze te allen tijde klaar staan om tot een volledige evacuatie over te gaan. Om het nog ingewikkelder te maken: er is ook nog een reflexzone van 3,5 kilometer waar de provinciegouverneur in afwachting van instructies uit Brussel op eigen houtje bewarende maatregelen zoals alarmeren en oproepen tot schuilen mag nemen. Al die concentrische cirkels passen op hun beurt in de ruimere perimeter voor preventieve jodiumverstrekking. 20 kilometer, behalve voor het IRE in Fleurus waar een 10 km-zone voldoende wordt geacht.

humoramp3

HUMO: ingewikkeld allemaal. Wat gebeurt er concreet wanneer zich een nucleair incident voordoet?

Ramackers: ‘Dat hangt af van de aanmelding door de exploitant. Een Niveau 1 is een beperkt incident zonder risico op radioactieve lozing buiten de site. Een N2 betekent een klein en een N3 een groter risico. Vanaf die intermediaire niveaus kunnen er maatregelen worden genomen, ter beveiliging van de landbouw en de voedselketen, bij een N3 ook ter bescherming van de volksgezondheid. Tenslotte is er een NR-melding. Niveau Reflex, dat betekent dat er sowieso onmiddellijke tegenmaatregelen worden getroffen. De waarheid is dat we nog geen enkele aanmelding hebben ontvangen. Het nationaal nucleair noodplan werd nog maar een keer afgekondigd, na een uiterst klein lek in Fleurus in 2008. Maar dat was zonder notificatie door de exploitant, de maatregel kwam er op basis van eigen metingen die enkele grasstalen met licht verhoogde waarden aan het licht hadden gebracht. Het ging om een erg lichte besmetting, maar toch hebben we de omwonenden in een zone van vijf kilometer gevraagd tijdelijk geen tuingroenten te consumeren. Louter preventief’.

HUMO: waarom gebruiken jullie niet de veel bekendere INES-schaal, de International Nuclear and Radiological Event Scale van het Internationaal Atoomagentschap die van 1 tot 7 – niveau Fukushima en Tsjernobyl – gaat?

Ramackers: ‘INES is bij preventieve noodplanning niet bruikbaar, het is een instrument om nucleaire incidenten achteraf, a posteriori, in te schatten’.

Stralingsdeskundige en professor–emeritus Gilbert Eggermont verwijst wel naar de INES-schaal. ‘Nucleaire noodplanning in België steunt op optimistische premissen. Een INES 7 zoals in Fukushima of Tsjernobyl wordt ondenkbaar geacht, het ergste dat men zich kan inbeelden is een Harrisburg-scenario, een INES 5-incident met een gedeeltelijke kernsmelting en een beperkte lozing in de atmosfeer’. Eggermont weet waarover hij spreekt. Hij doorliep een carrière als onderzoeker en directielid bij het SCK, doceerde aan binnen-en buitenlandse universiteiten, en heeft decennialang in alle mogelijke adviescommissies voor nucleaire veiligheid gezeten. Eggermont was ook de voorzitter van de werkgroep die door de Hoge Gezondheidsraad (HGR) met een kritische doorlichting van de nucleaire noodplanning werd gelast. Rampenplannen in het post-Fukushimatijdperk, luidt de titel van het HGR-advies dat begin maart werd voorgesteld. Ondanks de zakelijke, wetenschappelijke aanpak bevat het lijvige rapport striemende kritiek. ‘Het advies is dan ook uit frustratie geboren’, zegt Eggermont. ‘Fukushima is al vijf jaar geleden, maar de Belgische overheden hebben er nog altijd geen lessen uit getrokken. Niet dat ik daarvan opkijk, het is bijna een traditie. Na het ongeluk in Three Mile Island-Harrisburg in 1979 heeft het nog jaren geduurd vooraleer hier aan een systematische noodplanning werd gedacht. Zelfs de veel zwaardere ramp in Tsjernobyl in 1986 bracht geen schot in de zaak. Er werd lang getalmd met preventieve jodiumdistributie. Dat veranderde pas toen cijfers bekend raakten over het aantal kinderschildklierkankers. In Wit-Rusland, Oekraïne en Rusland hebben ze er 7.000 geregistreerd. In Polen, waar ze preventief stabiel jodium hadden verdeeld, was er geen enkel geval’.

humoramp4

HUMO: Fukushima werd door een verwoestende en in West-Europa ondenkbare tsunami veroorzaakt, Tsjernobyl door een keten van menselijke blunders die alleen mogelijk lijken in een starre Sovjetbureaucratie. Waarom moeten we die rampen als maatstaf nemen?

Gilbert Eggermont: ‘Omdat er nog andere risico’s met zware  gevolgen kunnen spelen. Een goede kwetsbaarheidsanalyse moet  rekening houden met nieuwe dreigingen. Zoals terrorisme, of de verouderde staat van het Belgische kernpark. Ik kan het alleen met lede ogen vaststellen: terwijl de regering er maar niet in slaagt de nucleaire noodplannen te actualiseren, heeft ze wel op een drafje besloten de levensduur van de oudste en minst veilige kerncentrales te verlengen. Dan moet ze ook maar consequent zijn en noodplannen opstellen die op de ergste scenario’s anticiperen. Ik pleit voor realisme: de kans op een zware ramp mag dan erg klein zijn, ze is niet helemaal onbestaand. Het kan ook bij ons gebeuren en de gevolgen kunnen veel verder reiken en veel zwaarder uitpakken dan in de huidige noodplannen wordt voorzien’.

HUMO: wat moet er concreet veranderen?

Eggermont: ‘De perimeters moeten ruimer. 20 kilometer voor evacuatie, 100 kilometer voor preventieve jodiumdistributie. Dat is in feite nog te weinig. In Fukushima werd uiteindelijk een zone van 30 kilometer ontruimd, maar er werden zelfs aanzienlijke besmettingen  tot op 80 kilometer van de centrale vastgesteld. We moeten ook veel meer nadenken over de lange termijngevolgen. De ontruimingszone rond Tsjernobyl is na dertig jaar nog altijd onbewoonbaar. In Fukushima hebben ze met man en macht gewerkt om daken te ontsmetten en tuinen af te graven. Toch aarzelen de meeste mensen om naar hun dorpen terug te keren. Je tuin mag dan ontsmet zijn, je wil ook dat je kinderen veilig in het bos achter het huis kunnen spelen. Ook die psychologische effecten moeten in het langetermijnluik van de noodplanning worden meegenomen, net zoals de problematiek van het radioactief afval. In Fukushima weten ze nu al geen blijf met de bergen besmette aarde’.

Humo: een evacuatiezone van 20 km rond Doel omvat ook de Stad Antwerpen met haar 500.000 inwoners. Daar is toch geen beginnen aan?

Eggermont: ‘De inplanting van Doel is was ze is. Waarom denk je dat Doel wereldwijd als case bekend staat? Geen enkele kerncentrale ligt in zo’n dichtbevolkt gebied: meer dan een miljoen mensen in een straal van dertig kilometer. Makkelijk zal het niet worden om zoiets in noodplannen te vatten. Er is niet alleen de bevolkingsdichtheid, Antwerpen is met zijn haven en zijn oververzadigde ring een logistieke nachtmerrie. Evacueren moet tegen de windrichting in. Aangezien het meestal vanuit het zuidwesten waait, moeten al die Antwerpenaars zo snel mogelijk over de Schelde worden geloodst. Lastig allemaal, maar dat is geen excuus om er niet over na te denken. Wees voorbereid, dat ben ik al twee keer gaan vertellen in de Antwerpse gemeenteraad, na Harrisburg en na Tsjernobyl. Ik wil het gerust nog een derde keer gaan herhalen, liefst preventief. Tenslotte zijn het Antwerpse stadsbestuur en vooral de partij van de burgemeester verantwoordelijk voor de levensduurverlenging van Doel 1 en Doel 2. Dan moeten ze ook maar verantwoordelijkheid durven nemen voor het geheel van de nucleaire veiligheid inclusief de mogelijke gevolgen van een zwaar ongeval’.

humoramp5

De recentste nucleaire rampenoefening van formaat dateert van oktober 2015. De scenaristen van het Crisiscentrum hadden een dubbel incident uit hun mouw geschud. Een nucleair ongeluk in het SCK in Mol, een gekantelde vrachtwagen met gevaarlijke lading bij de buren van Belgoprocess in Dessel. Voor de tweedaagse oefening werden negentig studenten als figuranten opgetrommeld. Bedoeling was de evacuatieprocedure te testen en na te gaan hoe vlot de communicatie tussen Brussel en de verschillende hulpdiensten verliep. De Molse burgemeester Paul Rotthier (CD&V) mocht net als zijn Desselse collega zichzelf spelen in dit drama. ‘Geen hoofdrol’, zegt hij. ‘Als burgemeester heb je bij nucleaire oefeningen een louter uitvoerende functie, alles wordt door het Crisiscentrum in Brussel gedicteerd. Niet dat onze inbreng daarom minder belangrijk is. We moeten de kruispunten afzetten voor de perimeter. Als het Crisiscentrum maatregelen voor de landbouw oplegt, moeten wij nagaan welke boeren binnen het getroffen areaal vallen. En uiteraard is het onze verantwoordelijkheid dat onze eigen politiemensen met de nodige stralingsmeters en jodiumtabletten kunnen uitrukken’.

HUMO: de inwoners van Mol en Dessel, residenten nochtans van de evacuatiezone, werden niet bij de oefening betrokken. Moeten zij zich niet actief voorbereiden op een calamiteit?

Paul Rotthier: ‘Dat werd niet voorzien in het scenario, oefeningen dienen vooral om de samenwerking tussen de verschillende niveaus en hulpdiensten te stroomlijnen. Maar onze burgers zijn sowieso gesensibiliseerd, ze kennen de basisregels. Blijf binnen, laat de kinderen op school, luister naar de radio, dat is er intussen wel ingehamerd. Mol is trouwens een van de pilootgemeenten van Be-Alert, een nieuw waarschuwingssysteem van het Crisiscentrum. Iedereen die in de telefoongids staat wordt automatisch verwittigd, maar we hebben onze inwoners opgeroepen om ook gsm-nummers en mailadressen te registreren. Angst voor een nucleair ongeval? Nee, dat leeft in deze streek niet, den ‘atoom’ is hier een vanzelfsprekend gegeven. Om de drie maanden worden de sirenes getest, dat hoort hier gewoon bij het leven’.

Marc Van de Vijver (CD&V) mag als burgemeester van Beveren opcentiemen en drijfkrachtbelasting uit de kerncentrale van Doel incasseren. Veel verder reikt zijn arm niet in de grootste stroomfabriek van Electrabel. Ook hij laat meteen weten dat nucleaire aangelegenheden door Brussel worden geregeld. Een derde van zijn ingezetenen woont binnen de evacuatiezone, een feit waar volgens de burgervader weinigen de slaap voor laten. ‘De mensen hebben er vertrouwen in, de centrale is goed beveiligd. Ik erger me trouwens aan tegenstanders van kernenergie die angst zaaien over de veiligheid om hun slag thuis te halen’. Hij moet zijn geheugen pijnigen, maar met resultaat. In zijn tien jaar als burgemeester heeft hij één evacuatieoefening met burgerparticipatie meegemaakt. Van de Vijver: ‘Een jaar of zes geleden hebben we de lagere school van Kallo geëvacueerd, met bussen naar het provinciaal domein Puyenbroeck in Wachtebeke. Brussel gaf de instructies, ik stond met de gouverneur in voor de praktische uitvoering. Alles verliep vlot, maar het blijft een oefening. Als het ooit werkelijkheid wordt, zal er wel meer paniek zijn. Of we daarmee op een Fukushima-scenario zijn voorbereid? Nee, maar de kans op zo’n ramp lijkt me nagenoeg onbestaand’.

Hopelijk moet Bart Bruelemans, rampencoördinator van de Stad Antwerpen, de keuze nooit maken. Evacueren naar het provinciaal domein Puyenbroeck in Oost-Vlaanderen? Of toch naar campus Vesta in Ranst, het opleidingscentrum voor brandweer en politie dat door de provincie Antwerpen als opvang voor évacués wordt voorzien? Veel zal afhangen van de windrichting, maar vast staat dat voor geen van beide opties een draaiboek klaar ligt. Behalve een stuk havengebied en de polderdorpen Berendrecht, Zandvliet en Lillo, valt de grootste stadsagglomeratie van Vlaanderen volledig buiten de 10km-schuilzone rond Doel. ‘Maar dat betekent niet dat we er nog nooit over nagedacht hebben’, zegt Bruelemans. ‘Ook in de ANIP’s staan richtlijnen en procedures voor evacuatie. We hebben trouwens ervaring met grootschalige operaties. In 2004 is er in de haven een tankwagen met giftig broom gekanteld, toen hebben we 3.000 mensen geëvacueerd. Ook van de Switel-brand hebben we veel geleerd, vooral voor het medisch urgentieplan’.

HUMO: dat is allemaal klein bier naast de evacuatie van een volledige stad met 500.000 inwoners…

Bruelemans: ‘Klopt, maar ik zie eerlijk gezegd niet goed hoe je zo’n operatie in een plan kunt vatten. Zelf geloof ik meer in een flexibel concept. Een goed noodplan bevat de bouwstenen die je tijdens een crisis in de juiste volgorde legt. 1.000 mensen evacueren is een lastige opdracht. Je kan beter een evacuatie voorbereiden in blokken van 100 personen en die operatie dan tien keer herhalen’.

humoramp6

Zou burgemeester Van de Vijver aan Greenpeace hebben gedacht? Tegenstanders van kernenergie die paniek zaaien over de veiligheid van onze centrales? Eloi Glorieux, energiespecialist bij Greenpeace, zal het niet ontkennen. Hij is een gezworen tegenstander van kernenergie, maar dat doet volgens hem niks af aan zijn veiligheidsbezwaren. ‘De risico’s werden altijd schromelijk onderschat. Om politieke redenen, de mensen mochten vooral niet gaan twijfelen aan de zin of noodzaak van kerncentrales. Daar zijn nochtans goede redenen voor. Een ramp zoals Fukushima in Doel betekent dat je anderhalf miljoen mensen moet evacueren. Probeer je maar even de taferelen in de Kennedytunnel in te beelden. Japanners hebben de reputatie gedisciplineerd en gezagsgetrouw te zijn. Maar geldt dat ook bij ons? Als je een Antwerpenaar iets opdraagt, dan doet hij meestal het tegenovergestelde. Onze nucleaire noodplannen zijn geplafonneerd op een INES 5-ramp, waarbij men gemakshalve uitgaat van een eenmalige of alleszins kortstondige lozing. Onverantwoord, in Tsjernobyl en Fukushima heeft het lekken wel tien dagen geduurd. Dat heeft een grote impact, ook op het verloop van de evacuatie’.

HUMO: hebben de huidige noodplannen en rampenoefeningen dan geen zin?

Glorieux: ‘Beter dan helemaal niks, maar het schiet hopeloos tekort. Vorig jaar hebben we de nucleaire noodplannen door de Franse stralingsexpert David Boilley, een autoriteit inzake Fukushima, laten doorlichten. Hij was geschokt door wat hij ontdekte. Het provinciaal noodplan van Antwerpen vermeldde vier opvangplaatsen voor ge-evacueerden. Het Fort van Borsbeek, de Oude Slachthuizen, de kazerne van de civiele bescherming in Brasschaat en het Sportpaleis. De eerste twee zijn ruïnes, alle vier liggen op minder dan 20 kilometer van de kerncentrale. We zijn met Boilley naar de subcommissie nucleaire veiligheid van de Kamer getrokken. Met resultaat, intussen hebben ze voor campus Vesta in Ranst gekozen, toch al iets meer dan 30 kilometer van Doel. Zelfs binnen de huidige schuil- en evacuatiezones is de paraatheid twijfelachtig. We hebben zelf de test gedaan bij scholen en kinderdagverblijven. Of ze wisten wat hen bij een ramp in Doel te doen stond? Dan viel er aan de andere kant van de lijn een stilte. Jaja, die plannen. Ze moeten hier ergens liggen, maar waar? En of we later konden terugbellen, want dan kwam die ene collega die het misschien wel wist, terug uit verlof’.

De aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad liggen intussen bij het federaal Crisiscentrum ter tafel. Een werkgroep sleutelt er aan een nieuw KB ‘ter vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch Grondgebied’. Of daarin ook de uitbreiding van de evacuatiezone tot 20 kilometer wordt opgenomen? Woordvoerder Ramackers laat niet in zijn kaarten kijken. ‘Dat is een beslissing voor de politiek’. Een lichte beslissing wordt het niet, het omvatten van de Stad Antwerpen zou bijvoorbeeld nieuwe vragen over de verzekerbaarheid van onze kerncentrales kunnen doen rijzen. Het nieuwe KB was eerst voor eind 2015 beloofd, minister van binnenlandse zaken Jambon (N-VA) mikt nu op eind 2016. De Antwerpse gouverneur Cathy Berx kijkt er alvast naar uit. Ze liet vorige week haar ongeduld blijken na alweer een technisch probleem, dit keer in het nucleair gedeelte van Doel 1. Wordt vervolgd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.