Tagarchief: angst

Frank Furedi over Angst in de Westerse maatschappij

verschenen in Knack, 27 augustus 2014)

‘We rollen de loper uit voor terroristen’

Westerse landen spreiden het bed voor de terroristen van IS. Angst is het deken waaronder ze zich met onze complimenten koesteren. Gesprek met de Brits-Hongaarse socioloog Frank Furedi over een kanker die de hele maatschappij aanvreet.

Frank Furedi (67) kan het alleen beamen als we ons in zijn bibliotheek in Faversham-Kent installeren. Een beter moment voor een interview over het fenomeen angst hadden we niet kunnen kiezen. Het beeld van James Foley, geflankeerd door de beul die op het punt staat hem te onthoofden, domineert alle fora. Furedi heeft niet alleen de foto gezien, hij heeft de bijna vijf minuten durende gruwelvideo aandachtig bestudeerd. Wegkijken van onaangename feiten is niet zijn stijl. De Brits-Hongaarse socioloog, professor aan de University of Kent, verwierf wereldwijde faam met ‘Culture of Fear’, een verontrustende diagnose van een ziekte die volgens Furedi de Westerse maatschappij van binnenuit opvreet. Er valt niet naast te kijken: de afschuwelijke beelden van James Foleys dood hebben de angstkoorts naar een nieuwe piek gejaagd.

–       Waarom heeft u die video bekeken?

Furedi: “De impact van die beelden is enorm. Zelfs mijn vrouw was ervan aangedaan, terwijl ze een taaie tante is. Ik heb er onmiddellijk twee stukken over geschreven, eentje op vraag van CNN. Toegegeven, Islamitische Staat heeft hier een briljant stukje angsttheater opgevoerd. Uiteraard waren de beulen niet in die arme fotograaf geïnteresseerd, het was hen uitsluitend om de shock te doen die de beelden in het Westen zouden teweegbrengen. Wat mij daarbij frappeert is de bijna terloopse manier waarop ze de executie voltrekken, heel anders dan de onthoofdingen die eerder in het Midden Oosten plaats vonden en een sterk ritueel karakter hadden”.

–       U klinkt als een kenner van het genre…

Furedi: “Ik heb de laatste tijd inderdaad heel wat veel jihadi-video’s gezien. Iedereen denkt daarbij aan middeleeuwse taferelen in een Midden Oosten-kader. Maar niks is minder waar, het zijn flitsende clips vol referenties aan westerse jongerencultuur zoals rapmuziek en straatjargon. Dat is een invloed die onze inlichtingendiensten onderschatten, ze staren zich blind op de rol van religie en ideologie in de radicalisering. van jongeren. Soms is het echt wel gruwelijk. In een van die video’s zie je een Britse jihadi die een afgesneden hoofd bij de haren optilt. This is just chilling, hoor je hem zeggen”.

–       Deprimerende kijkervaring…

Furedi: “Ja, maar ook verhelderend. De haat en vernielzucht zijn haast ondraaglijk, maar tegelijkertijd druipen die filmpjes van het narcisisme. Kijk naar Mij, de held voor vijf minuten. Het zijn een soort selfies, gemaakt in een gruwelcontext. Uiteraard is dat niet de essentie, de filmpjes zijn vooral een buitengewoon efficiënte manier om de eigen achterban te motiveren en tegelijkertijd het moreel te ondergraven van een tegenstander die in wezen veel sterker en beter bewapend is. Minimale inspanning, maximaal resultaat. Ook nu weer, het hele Westen is in een angstkramp geschoten. Waarom, vraag ik me af. Natuurlijk is het onthoofden van een onschuldige man afschuwelijk, maar het vormt geen enkele bedreiging voor onze persoonlijke veiligheid. Het is paradoxaal: door zo angstig te reageren, spelen we in de kaart van de vijand die ons zoveel angst inboezemt. We rollen de rode loper uit voor tegenstanders zoals IS. Die weten perfect dat ieder incident bij ons als een mokerslag aankomt en een tegenreactie uitlokt. Net wat ze willen, en het is perfecte reclame bovendien om rekruten te werven onder geradicaliseerde moslimjongeren”.

–       Kun je het gewone mensen kwalijk nemen dat ze angstig reageren? Als zelfs de Britse premier Cameron na de onthoofding zijn vakantie afbreekt, en publiekelijk verklaart dat teruggekeerde jihadi’s een directe bedreiging voor Britse steden vormen. Diezelfde waarschuwing hebben we trouwens in België ook al vaak gehoord..

Furedi: “Dat is geen toch houding? Een echte leider zou zijn volk oproepen om de rug te rechten. Ja, er is terrorisme in de wereld en het zal niet vanzelf verdwijnen. Laten we er leren mee omgaan en intussen vastberaden de waarden verdedigen waar onze Westerse maatschappij voor staat, vrijheid, tolerantie en democratie”.

–       Hoe dan wel? Door een militaire interventie in Irak?

Furedi: “Dat bedoel ik niet, ik heb me altijd principieel gekant tegen interventies. Kijk naar Irak, kijk naar Libië. Wat heeft het Westen daar bereikt? Niks, onze tussenkomst heeft de malaise alleen maar groter gemaakt. En waarom zitten we nu met een Islamitische Staat opgescheept die ons nota bene met Amerikaanse wapens bestrijdt? Omdat we zo nodig in Syrië een Arabische lente moesten ontketenen, een land waar verschillende minderheden en religies elkaar al eeuwenlang in een delicaat evenwicht houden. Een kind kon voorspellen dat zoiets fout moest lopen. Maar nee, David Cameron wilde vorige zomer zelfs grondtroepen naar Syrië sturen. Gelukkig heeft het parlement hem toen teruggefloten, anders hadden Britse soldaten schouder aan schouder gevochten met dezelfde rebellen die we nu als monsters bestempelen. Mijn afkeer van buitenlandse interventies betekent echter niet dat ik een pacifist ben, er zijn zaken die het waard zijn om voor te vechten. En dat doe je niet zoals het nu gebeurt, met troepen die alle risico’s schuwen. Zo win je geen oorlog”.

– Wij zijn bang voor bodybags, IS niet?

Furedi: “Precies. Deze periode moet uniek zijn in de krijgsgeschiedenis. Nederland en Duitsland hebben hun jarenlange vredesmissie in Afghanistan afgerond zonder bij wijze van spreken een schot te lossen. Ook in het Britse leger geldt force protection, het vermijden van slachtoffers in eigen rangen, als topprioriteit. Aan de wapens of uitrusting ligt het niet, maar soldaten op missie krijgen zoveel regels opgelegd, dat ze in feite sociale werkers zijn. Zover is het dus gekomen: we aanvaarden niet meer dat het risico op sneuvelen bij het leven van een militair hoort. Ook de politie en andere hulpdiensten zijn in dat bedje ziek. Laatst werd hier in de buurt een vrouw gegijzeld. Na anderhalve dag was de politie nog altijd niet klaar met haar risicoanalyse. Uiteindelijk konden de buren het niet meer aanzien. Ze zijn zelf binnen gegaan, hebben de gijzelnemer overmeesterd en de vrouw bevrijd. Ach ja, het zit nog veel ruimer. In Manchester is zo een peuter van twee verdronken. Een voorbijganger had haar in de richting van het water zien lopen. Hij besefte het gevaar, maar durfde niet ingrijpen omdat hij bang was voor een pedofiel te worden aanzien. Dat is wat de angstcultuur met de mens doet: ze fnuikt iedere zin voor initiatief”.

–       ‘Is het geen tijd voor een update van uw boek ‘Cultuur van Angst’? Er is niet alleen het terrorisme van Islamitische Staat of Boko Haram. Het klimaat gaat om zeep, een nieuwe Koude Oorlog staat voor de deur, de economische crisis bedreigt onze welvaart, en nu is er ook nog Ebola uitgebroken…

Furedi: “Gebrek aan tijd, momenteel ben ik met andere thema’s bezig. Maar ik moet toegeven dat het kriebelt en dat ik van al van verschillende kanten aan de mouw werd getrokken. De vorige editie heb ik geschreven vanuit een gevoel van onbehagen. Het waren de eerste jaren van de nieuwe eeuw, en de Westerse mens leek definitief zijn vermogens te verliezen om met onzekerheden om te gaan. Toen is men begonnen met het van a tot z reguleren van de maatschappij, in een krampachtige poging om alle risico’s uit te sluiten. Sindsdien is het alleen maar erger geworden. Doe zelf de test: hoe vaak had je pakweg vijftien jaar geleden het begrip ‘extreem weer’ horen vallen? Dat bestond nog niet. Vandaag spreken we al van extreem weer als er vijf centimeter water valt. Het aantal overstromingswaarschuwingen valt niet meer bij te houden”.

–       Geen wonder. De voorbije winter en lente stond de helft van Zuid-Engeland blank…

Furedi: “Ach, dat viel allemaal best mee, we hebben erger gekend. Beste bewijs: verzekeringsmaatschappijen hebben minder schadevergoeding uitbetaald dan in vorige jaren. Overstromingen horen al drie eeuwen bij het Zuiden van Engeland, dat is nu eenmaal zo. De vraag is hoe je ermee omgaat. Als er twee schapen verdrinken en een paar kelders onderlopen, moet je niet meteen roepen dat het een nationale ramp is. Ik heb me in de watersnood van 1953 verdiept, toen hier meer dan 400 mensen verdronken zijn. Op foto’s die enkele dagen na de ramp werden gemaakt, zie je lachende mensen die de mouwen opstropen om hun huizen en levens herop te bouwen. Mensen toonden nog veerkracht. Een ramp of een moeilijk moment werd als een levenservaring beschouwd, een pagina die je kon omslaan als het leed geleden was. Vergelijk dat met de reactie op de veel minder rampzalige overstroming van de voorbije winter. Er werden therapeuten gestuurd, tientallen hulpverleners die de psychische nood van de geteisterde slachtoffers moesten lenigen. Oh wee, klonk het immers, deze mensen zijn getekend voor het leven. Kijk, het koesteren van het slachtofferschap is een van de aspecten van onze risicoschuwe, door angst geobsedeerde maatschappij. Helden hebben afgedaan, slachtoffers zijn de nieuwe helden geworden”.

–       Hoezo?

Furedi: “Vroeger bouwden mensen hun identiteit op aan de hand van hun verwezenlijkingen, ze waren de stuwende kracht van hun eigen bestaan. Dat is veranderd, de mens in niet langer het subject maar veeleer het object van zijn eigen leven geworden. Niet wat je hebt gedaan, maar wat je hebt ondergaan, bepaalt wie je bent. Iedereen is tegenwoordig slachtoffer, een status overigens die je kunt erven, want je kunt ook slachtoffer zijn van wat je ouders of zelfs grootouders hebben meegemaakt. Ik heb zowel met Holocaust-overlevers als hun nabestaanden gesproken. Vaak waren de kinderen meer getraumatiseerd dan de ouders die de gruwel aan den lijve hadden ervaren. Mijn joodse moeder heeft Buchenwald overleefd, op haar zus na werd haar hele familie door de nazi’s uitgeroeid. Toch heeft ze zich nooit slachtoffer gevoeld. Vergeten deed ze het uiteraard niet, maar de oorlog heeft haar leven niet in een plooi gelegd. Op het einde, toen ze al in de tachtig was, maakte ze zich daar zorgen over. Frank, vroeg ze, ben ik misschien abnormaal omdat ik me geen slachtoffer voel? Mijn moeder was een sterke vrouw. Ze kreeg kanker, en werd geopereerd. Met succes, de kanker was weg en dat was dat,  moeder pikte de draad van haar leven weer op. Vandaag worden kankerpatiënten tot slachtoffers voor het leven gebombardeerd. Zelfs als ze genezen worden verklaard, staat een batterij coaches en therapeuten klaar om te helpen met het verwerken van de ervaring”.

–       U heeft het niet begrepen op coaches en therapeuten. Waarom?

Furedi: “Opvoedingsdeskundigen, relatietherapeuten, sekstherapeuten, voor ieder aspect van je persoonlijke leven is er een expert. In Engeland heb je zelfs life coaches, zelfverklaarde specialisten die de pretentie hebben dat ze je kunnen vertellen hoe je moet leven. Ik mag er niet aan denken. Van een goede vriend wil ik graag raad krijgen, maar niet van een buitenstaander die me helemaal niet kent. Ik vind het een teken van decadentie. De mens wordt niet langer als een wilskrachtig en autonoom individu gezien, maar als een zwakkeling die niet in staat is zich zonder externe hulp staande te houden”.

–       Maar mensen zijn zelf vragende partij voor hulp van therapeuten en coaches…

Furedi: “Wat wil je als je in een maatschappij leeft die gedomineerd wordt door angst en onzekerheid, een wereld waarin we voortdurend tot voorzichtigheid worden aangemaand Daar ligt het paard gebonden: we zijn ons geloof in de maakbaarheid van de toekomst verloren. De mens moet experimenteren, met vallen en opstaan streven naar een betere wereld. Daar ben ik zelf van doordrongen. Het vermogen ons lot in eigen handen te nemen is wat ons tot mensen maakt. Daarom ben ik activist geworden en raakte ik geboeid door revolutionaire ideologieën. En vandaar ook mijn fascinatie voor het fenomeen angst. In de angstcultuur is experimenteren uit den boze, we klampen ons wanhopig vast aan het status quo”.

–       Waar zijn we het spoor bijster geraakt? 

Furedi: “In de jaren zeventig van de vorige eeuw.  Alle toekomstmodellen vielen in duigen. Het communisme had gefaald, het kapitalisme deugde niet, de sociale welvaartstaat dreigde onbetaalbaar te worden, en de olie raakte op. Er zijn twee beroemde speeches die het kantelpunt markeren. Jimmy Carter die verklaart dat de mensen het geloof in Amerika hadden verloren, toch wel onthutsend uit de mond van een Amerikaanse president. En dan was er de speech van Alexander Solzjenytsin in Harvard. Jullie Westerlingen zijn lafaards, zei hij, jullie hebben geen ruggengraat meer”.

–       hoe sijpelt dat angstklimaat door in ons persoonlijke leven?

Furedi: “Kinderen worden erdoor geïndoctrineerd, vanaf hun zesde krijgen ze thuis en op school te horen dat ze voorzichtig moeten zijn, en dat ze er vooral niet moeten op uittrekken om zelf de wereld te ontdekken. Achter iedere boom kan immers een pedofiel staan. Mijn zoon gaat volgende jaar naar Londen studeren. Zoals al zijn vrienden heeft hij de voorbije maanden een verkenningsronde langs een half dozijn universiteiten in Engeland, Schotland en Ierland gemaakt. Kun je geloven dat hij de enige was die niet door zijn ouders werd vergezeld? Bijna achttien, en nog altijd aan het handje van mama en papa”.

–       Is kindermisbruik een overschat probleem?

Furedi: “Absoluut, het lijkt wel alsof in iedere man een potentiële pedofiel schuilt. De gevolgen zijn desastreus voor beide generaties. Mannen durven hun verantwoordelijkheden als ouder of volwassene niet meer op te nemen, ze zijn bang om een kind te omarmen als het behoefte heeft aan troost. In Engeland zijn er scholen waar het reglement leerkrachten verbiedt kinderen met zonnecrème in te smeren, want iedere aanraking kan verkeerd worden geïnterpreteerd. Dat is ook nefast voor kinderen die effectief het slachtoffer van misbruik werden. Door zoveel misbaar te maken, pin je hen alweer vast op hun slachtofferrol en worden de gevolgen alleen maar erger”.

–       zijn kinderen als dierbaarste bezit ook onze grootste bron van angst?

Furedi: “Gezondheid is nog erger. Neem nu onze voeding. Het regent aanbevelingen. Eet nietdit, eet niet dat, het hele jargon is paternalistisch. Fast food heette eerst junk food, intussen spreken we al van evil food, kwaadaardig eten. Voedsel is een norm geworden, een manier om goed van kwaad te onderscheiden. Vegetariërs mogen zich superieur aan vleeseters wanen. En dan heb ik het nog niet over epidemiepaniek. Okay, ebola is een risico als je in Afrika naast een ziekenhuis woont, maar de kans op een besmetting in Europa is nihil. Herinner je je de vogelgriep? Het zou een pandemie worden, miljoenen mensenlevens werden bedreigd. Het bleek loos alarm, eens te meer. Ze hebben in Hong Kong de pluimveestapel opgeruimd, en de besmetting in de kiem gesmoord. Eigenlijk was dat een hoopgevend verhaal, een bewijs dat de mens in staat om zo’n potentieel gevaar te bezweren. Maar dat is niet wat we ervan onthouden. Deze keer zijn we eraan ontsnapt, luidde het, maar de volgende keer zal het veel erger zijn. Doemdenken, zo zwengelt men het angstklimaat aan”.

–       is het de fout van de media die alles opblazen?

Furedi: “Nee. De media werken als een megafoon, maar ze kunnen alleen maar versterken wat al bestaat. Angst dus, een gevoel dat zich vroeger rond concrete dreigingen kristalliseerde. Angst is immers een nuttige emotie, een overlevingsreflex. Als ik morgen op straat een losgebroken leeuw tegenkom, zet ik het uiteraard op een lopen. Ik kan ook goed begrijpen dat mensen zich zorgen maken over hun baan of de betaalbaarheid van hun pensioen. Maar de huidige angstcultuur teert vooral op onzichtbare, diffuse gevaren. Hoe vaak hoor je niet spreken van het topje van de ijsberg? Komt er een pedofilieschandaal aan het licht? Het topje van de ijsberg, er zijn vast tien keer meer slachtoffers. Een tropische cycloon, een sneeuwstorm? Een voorsmaakje van wat de klimaatverandering voor de mensheid in petto heeft. Dat hele concept is problematisch. Als je ervan uitgaat dat je slechts het topje van de ijsberg ziet, geef je jezelf een vrijgeleide om bang te zijn voor de veel grotere maar onzichtbare dreiging onder de waterlijn”.

–       U blijft sceptisch over klimaatverandering, dwars tegen de groeiende wetenschappelijke consensus in dat er wel degelijk wat aan de hand is. Waarom?

Furedi: “Het klimaat is altijd al aan veranderingen onderhevig geweest. Nieuw is alleen dat de mens als oorzaak wordt aangewezen. Ik draai lang genoeg mee in academische kringen om te weten hoe een wetenschappelijke consensus tot stand komt. Volgens mij wordt het allemaal vreselijk gedramatiseerd. Ik zie de klimaatheisa als een uiting van misantropie. De mens als bedreiging voor de natuur, dat is ook het uitgangspunt van Greenpeace en andere groene NGO’s die in wezen oerconservatief zijn”.

–       Oerconservatief?

Furedi: “Ze slaan ons om de oren met termen als duurzaamheid en menselijke voetafdruk, concepten die ik verafschuw. Ik was ooit op een congres in Australië over duurzaamheid, de enige spreker die een betoog afstak tegen duurzaamheid. Want wat is dat anders dan een motie van wantrouwen aan het adres van de mens?  Duurzaamheid en vooruitgang gaan niet samen, de mens moet experimenteren en vooruitgang nastreven, en dat gaat niet zonder het produceren van CO2. Edmund Burke was de eerste die het begrip duurzaamheid hanteerde, niet toevallig een van de grondleggers van het Britse conservatisme. Burke en zijn geestgenoten zagen verandering als een bedreiging voor de toekomst, net zoals de huidige milieubeschermers”.