Tagarchief: ASO

Onderwijsfilosoof Michael Merry over de Vlaamse schoolpoortstrijd: “Islamitisch onderwijs is een dam tegen radicalisering”

Knack Magazine, 3 april 2018

De Amerikaanse professor onderwijsethiek en wetenschapsfilosofie Michael Merry spaart geen heilige huisjes. Leidt een betere sociale mix op school naar gelijke onderwijskansen? Twijfelachtig, betoogt Merry die een warm pleidooi voor islamitisch onderwijs houdt. Gesprek met een dwarsdenker die de Vlaamse schoolpoortstrijd vanuit Amsterdam op de voet volgt.

foto: Eric De Mildt

foto: Eric De Mildt

 

Twee onderwijsdeskundigen voor de prijs van één! De gedachte overvalt ons als we in Amsterdam het kantoor van professor Michael Merry betreden. Voorbarig, want de onverhoopte bezoeker moet meteen weer weg. ‘Ik kijk alvast uit naar jullie interview’, zegt Orhan Agirdag terwijl hij zich naar een vergadering op het rectoraat rept. ‘Noteer gerust dat ik van Michael heel veel heb geleerd’. Achteraf bekeken is de kortstondige ontmoeting geen toeval. De Vlaamse socioloog Agirdag is niet alleen professor in Leuven, maar ook deeltijds docent aan de Universiteit van Amsterdam. Als specialist segregatie en ongelijkheid in het onderwijs is hij bovenal een veelgevraagd opiniemaker. Logisch dus dat zijn naam op alle Vlaamse redacties rondzoemde toen enkele weken geleden reuring ontstond omtrent centrale inschrijvingssystemen en kamperende ouders. Agirdag vertoefde evenwel in het buitenland, en zo kwam zijn collega in beeld. Michael Merry (49), een Amerikaans filosoof die onder meer in Leuven heeft gestudeerd, doceert al meer dan tien jaar onderwijsethiek en wetenschapsfilosfie aan de UvA. Hij is auteur van verschillende  standaardwerken, onder meer over islamitisch onderwijs in Westerse maatschappijen en over de wisselwerking tussen gelijkheid, burgerschap en segregatie.

De Amerikaanse Amsterdammer heeft zijn entree in het Vlaamse onderwijsdebat niet gemist. In een scherp opiniestuk in De Morgen fileerde hij de inschrijvingsdiscussie. Leidt een betere sociale mix op school werkelijk tot gelijkere onderwijskansen en meer burgerzin bij tieners? Wishful thinking, poneerde Merry die achter welgemeende intenties discrimenerende en soms zelfs ronduit racistische premissen ontmaskert. Hij besloot zijn opiniestuk met een dringende oproep: of we ons alstublieft rekenschap willen geven van de cognitieve dissonantie die ons telkens weer dezelfde voorstellen doet lanceren, terwijl empirisch onderzoek uitentreuren heeft aangetoond dat ze geen zoden aan de dijk zetten?

geen leuke boodschap voor progressieve lezers die dromen van een divers onderwijslandschap dat kansarme kinderen emancipeert en de realiteit van de multiculturele samenleving weerspiegelt…

Michael Merry: Cognitieve dissonantie is nog een beleefde uitdrukking, ik had het ook gewoon hypocrisie kunnen noemen. Maar laten we mild zijn. Je kunt blijkbaar oprecht geloven in diversiteit en gelijke kansen, en tegelijkertijd handelen op een manier die het tegendeel van diezelfde idealen nastreeft.

waarom is streven naar een betere sociale mix op school geen goed idee?

Merry: Ik zeg niet dat het een slecht idee is, maar als filosoof stel ik vragen bij de premissen waarop aannames rusten. Gemengde scholen garanderen meer gelijkheid in het onderwijs en bevorderen het ontwikkelen van burgerzin en democratische waarden. Dat klinkt mooi, geen zinnig mens kan daar op tegen zijn. Al vraag ik me wel af waarom een gekleurd kind pas burgerzin kan leren als het in een klas met witte kinderen zit. En over welke gelijkheid spreken we precies? De status van de leerlingen? De verwachtingen van ouders en leerkrachten? De selectiemechanismen die zowel aan de schoolpoort als binnen de school spelen? En natuurlijk is er de hamvraag: krijgen arme kinderen met een migratieachtergrond werkelijk meer kansen als ze in een school vol witte kinderen uit de middenklasse zitten?

zegt u het maar…

Merry: Er is de voorbije vijftig jaar ontzettend veel onderzoek naar gedaan, en de conclusies wijzen in een andere richting. Er zijn positieve uitzonderingen, maar doorgaans heeft meer diversiteit op school een negatief effect. Arme kinderen krijgen minder kansen, de ongelijkheid neemt nog toe. De oorzaken zijn veelvuldig. Sommige kinderen lezen op vijf jaar Harry Potter, anderen moeten op die leeftijd nog aan het alfabet beginnen. Aangeboren cognitieve vermogens en de mate waarin een kind thuis wordt gestimuleerd, dat zijn natuurlijk variabelen waar het onderwijs geen greep op heeft. Maar een groot deel van de verklaring ligt bij discriminerende mechanismen die eigen zijn aan scholen, ook gemengde scholen waar het team en de ouders nochtans door ‘goede intenties’ worden gedreven.

welke mechanismen?

Merry: De interne organisatie en de sfeer die daarmee samenhangt. Het volstaat niet meer diversiteit in de klas te brengen, gemengde scholen vergen veel meer van zowel leerkrachten als directies. Ik weet niet hoe in het Vlaanderen zit, maar in Nederland is meer dan 95 procent van het lerarenkorps wit. De overgrote meerderheid zijn vrouwen, afkomstig uit de middenklasse. Ook schoolbesturen zijn homogeen wit. Ironisch genoeg vormen concentratiescholen geen uitzondering. Vorig jaar heb ik daar samen met Orhan voor Trouw een opiniestuk met een ietwat provocerende titel over geschreven: “De zwarte school is nog niet zwart genoeg”.

wat kunnen gekleurde leraren dat hun witte collega’s niet kunnen?

Merry: Ik beweer niet dat zwarte of Marokkaanse leerkrachten altijd beter zijn, maar ik vind die witte homogeniteit wel problematisch. Kinderen hebben nood aan rolmodellen, zeker als ze tot een gestigmatiseerde minderheid behoren. Rolmodellen zoals leerkrachten in wie ze zichzelf kunnen herkennen omdat ze dezelfde etnische, religieuze of sociale achtergrond hebben en bijgevolg ook persoonlijke ervaringen delen. Het is ook problematisch hoe de witte homogeniteit zich inhoudelijk laat gelden, zoals tijdens de lessen geschiedenis die bol staan van de culturele stereotypen. Bijdragen van minderheden aan ‘onze’ maatschappij? Wordt met geen woord over gerept. De boodschap is helder: jullie horen er niet bij. Het risico op vervreemding in zo’n gemengde school is sowieso al groot, want die kinderen voelen zich vaak eenzaam en ondergewaardeerd. Het taalgebruik, de muziek die men beluistert, de hobby’s die men beoefent, het is altijd de dominante groep die de toon zet. Dat is de kern van de zaak: als leden van de geprivilegeerde middenklasse vinden we het vanzelfsprekend dat kinderen uit kansengroepen zich aan onze normen en waarden aanpassen. We willen diversiteit op school, maar alleen op onze voorwaarden en liefst niet te veel. Want ook progressieve, hoogopgeleide ouders die de mond vol hebben van gelijke kansen en diversiteit, hanteren ingebouwde drempels. Zodra het aantal ‘verkeerde’ leerlingen het kantelpunt heeft bereikt, zoeken ze een andere school. Ik neem aan dat jullie ook in Vlaanderen vertrouwd zijn met bakfietsouders?

jazeker, al worden ze de laatste tijd wat overschaduwd door de Gutmenschen…

Merry: Het is natuurlijk een symbool, maar tegelijkertijd zijn bakfietsouders een realiteit. Ik woon in de Indische buurt in Amsterdam Oost. Iedere ochtend zie ik mijn buren met hun bakfietsen vertrekken. Het zijn zogenaamd progressieve mensen zoals u en ik, die hoog oplopen met de multiculturele samenleving en stemmen voor GroenLinks of de SP. Uiteraard zijn ze gewonnen voor gemengde scholen en gelijke onderwijskansen. Toch steken ze iedere ochtend met hun kinderen per bakfiets de gracht over naar Zeeburg, een rijkere buurt met een lagere school die als beter bekend staat, om niet te zeggen dat ze een wittere populatie telt. Een Montessori-school, niet toevallig. Montessori, Jenaplan, Dalton, dat valt in Nederland onder de noemer van levensbeschouwelijk onderwijs. De pedagogische methodes verschillen, maar op enkele uitzonderingen na, hebben ze met elkaar gemeen dat ze een erg wit publiek lokken.

zoals de Freinet- en Steinerscholen in Vlaanderen. Wijst u die buren soms op hun cognitieve dissonantie?

Merry: Jawel, en dan reageren ze sportief. Je hebt natuurlijk gelijk, zeggen ze. Maar ik moet het begrijpen: ze willen het beste voor hun kind dat nu eenmaal bijzonder is. En dat ze vrezen dat hun kind zich op een zwarte school niet thuis zal voelen. Proef je de ongelijkheid? Nooit stelt men zich de vraag of een gekleurd kind zich op een witte school thuisvoelt. Uiteraard niet, we realiseren ons niet eens dat scholen met een homogeen wit publiek in feite concentratiescholen zijn. Die blinde vlek belet ons ook om in te zien dat er in Nederland of Vlaanderen niet alleen Turkse of Marokkaanse getto’s maar evengoed witte getto’s bestaan. Het geval van Femke Halsema, de voormalige leider van GroenLinks, spreekt boekdelen. Als progressief boegbeeld heeft ze altijd geroepen dat kinderen naar de school van hun buurt horen te gaan. Ze heeft het goede voorbeeld gegeven en haar zoontje naar een zogenaamd zwarte school om de hoek gestuurd. Na twee jaar echter heeft ze hem er weggehaald. Mijn kind is geen pedagogisch experiment, gaf ze als verklaring. Pijnlijk moment.

ouders die het beste willen voor hun kind. Mag het even?

Merry: Natuurlijk mag dat, het is ook maar een van de vele voorbeelden. Voor een ethicus is dit een heel interessant debat, het gaat om een afweging tussen twee principes, vrijheid en gelijkheid. Als het om hun eigen kind gaat, dan verkiezen ouders haast altijd de vrijheid om hun eigen, ideale school te kiezen, boven het recht op gelijke kansen voor andere kinderen. Natuurlijk wordt dat anders uitgelegd. Het sociaal niveau van de klas ligt te laag, of ze maken zich zorgen over de taalvaardigheden van hun kind. Te veel allochtonen op school, dat zou namelijk slecht zijn voor de beheersing van de moedertaal. Onzin natuurlijk, dat heeft de beroemde socioloog James Coleman al in de jaren zestig afdoende bewezen. Kinderen van hoogopgeleide ouders die op jonge leeftijd leren lezen en discussiëren, hebben altijd een grote voorsprong. Ik zeg niet dat de school voor die kinderen onbelangrijk is, maar factoren zoals de thuissituatie en de peer group spelen in hun geval een veel grotere rol. Nog een excuus dat vaak wordt ingeroepen is hoogbegaafdheid. Mijn kind heeft extra uitdaging nodig, en daarom moet het naar een wit gymnasium.

betwist u dat er zoiets als hoogbegaafdheid bestaat?

Merry: Helemaal niet, en ik vind dat hoogbegaafden recht hebben op extra zorg, net zoals kinderen meer leerstoornissen. Alleen denk ik dat hoogbegaafdheid erg zeldzaam is, het begrip zou alleen mogen slaan op kinderen met uitzonderlijke cognitieve vermogens. Nu wordt de stempel veel te snel gedrukt, zowat alle zonen en dochters van hoogopgeleide ouders zijn hoogbegaafd en hebben bijgevolg separaat onderwijs nodig. (grinnikt) Je kunt het natuurlijk als een vorm diversiteit in het onderwijs beschouwen. Op maat gesneden van de dominante groep, met als ongeschreven bijbedoeling om andere, ongewenste vormen van diversiteit tegen te gaan en discriminatie binnen scholen te legitimeren.

bent u niet al te sceptisch over het emancipatorisch effect van een gezonde sociale mix in gemengde scholen? In Vlaanderen werd vorig jaar de vzw Positive Education Psychology opgericht, een vereniging die kansarme leerlingen met een migratie-achtergrond aanspoort om hoog te mikken. PEP werkt met inspirerende rolmodellen wier succesverhaal haast altijd in een witte school start. Toegegeven, het zijn succesverhalen met een duister randje. De getuigen kregen een prima voorbereiding op hogere studies, maar voelden zich vaak slecht in hun vel op zo’n witte school. Niettemin: de initiatiefnemers zijn hevige voorstanders van een betere sociale mix, zozeer zelfs dat ze voor wettelijke quota pleiten… 

Merry: Ik ken zelf van die succesverhalen, met een duistere rand. Een goede vriend van Marokkaanse oorsprong heeft op een Montessori-school gezeten. Met gunstig gevolg, want dank zij die opleiding en uiteraard ook door zijn eigen ambitie, is hij in Oxford gepromoveerd. Toch kijkt hij met gemengde gevoelens op zijn schooltijd terug. Blijkbaar waren de leraren rabiate atheïsten. Iedere dag moest hij misprijzende opmerkingen of flauwe grappen over zijn religie incasseren. Het is trouwens oppassen met persoonlijke succesverhalen. Voor je het weet trap je in de Obama-val.

de Obama-val?

Merry: Het misbruiken van rolmodellen. President Obama of Oprah Winfrey hebben zich via onderwijs aan de beperkingen van hun achtergrond kunnen ontworstelen. Wel dan, waarom zouden anderen met een vergelijkbare achtergrond dat niet kunnen? Rolmodellen worden op een voetstuk geplaast om te verdoezelen dat het systeem geen gelijke kansen biedt. Niet alleen in het onderwijs, ze dienen vaak als nuttige idioten voor conservatieve partijen die in wezen tegen emancipatie van kansengroepen zijn. Nou ja, conservatieve partijen. De Rotterdamse burgermeester Abutaleb, een socialist nota bene, is zo iemand die roept dat iedereen moet kunnen wat hij heeft gepresteerd. Kijk, het is onvermijdelijk dat af en toe een kansarm kind helemaal naar de top doorstoot, door een combinatie van talent, doorzettingsvermogen en een dosis geluk. Die ene leerkracht of die oudere broer die je potentieel opmerkt en ervoor zorgt dat je in een goede school belandt, dat soort meevallers. Maar zolang het schoolsysteem niet grondig verandert, blijven het de spreekwoordelijke uitzonderingen die de regel bevestigen.

wat zou u de minister van onderwijs aanraden?

Merry: Volg een meersporenbeleid. Investeer in goede gemengde scholen, maar besef dat die strategie niet volstaat om gelijke kansen in het onderwijs te bewerkstelligen. Je moet vanuit de realiteit vertrekken, en die realiteit zegt dat we nog altijd in een erg gesegregeerde maatschappij leven. Waarom moet het dan een probleem zijn als een school in een Turkse buurt hoofdzakelijk door Turkse leerlingen wordt bezocht? Ik kant me tegen het stigmatiseren van concentratiescholen. Er valt juist veel te zeggen voor onderwijs dat zich op de culturele achtergrond en specifieke behoeften van minderheden richt, zolang er alternatieven beschikbaar zijn voor wie er zijn gading niet vindt. Kinderen zijn beter af in een omgeving waar hun cultuur en achtergrond niet worden geminacht, waar ze zonder complexen hun religie kunnen beleven, waar ze zich kleden zoals ze dat zelf willen, en waar niemand hen bestraffend toespreekt als ze op de speelplaats hun thuistaal spreken. Scholen dus waar ze niet worden gestigmatiseerd omdat ze niet beantwoorden aan de burgernormen van de dominante groep. Alle kinderen moeten de kans krijgen een positief zelfbeeld te ontwikkelen, dat is een absolute noodzaak om zich later tot volwaardige burgers te ontpoppen. Als dat onderwijs in aparte, gekleurde scholen vergt, dan is dat maar zo.

horen we daar een pleidooi voor islamitische scholen?

Merry: Ik weet dat het in Vlaanderen gevoelig ligt, maar in Nederland is het islamitisch onderwijs een succes. De eerste basisschool werd in 1988 opgericht, intussen zijn er al zo’n 45. Ik heb veel islamitische scholen bezocht. Aanvankelijk waren er in Nederland problemen, de focus lag te veel op capaciteitsuitbreiding. Maar de voorbije tien jaar is de kwaliteit fel verbeterd, verschillende moslimscholen staan zelfs in de top 20 van beste basisscholen van Nederland. Ik sluit niet uit dat op termijn ook niet-moslims de weg naar het islamitisch onderwijs vinden. Zo is het hier in Amsterdam ook gegaan met het hindoe-onderwijs, oorspronkelijk bedoeld voor hindoes uit de Surinaamse diaspora. Intussen sturen ook Surinaamse christenen en moslims hun kinderen er naartoe. Vanwege de kwaliteit, en vanwege de gedeelde cultuur, taal en achtergrond.

het ligt inderdaad gevoelig in Vlaanderen. Er zijn geen islamitische basisscholen, maar in het verleden werden verschillende pogingen tot oprichting ondernomen. Die mislukten, vooral door actieve tegenkanting door zowel lokale overheden als onderwijsinstanties. Slecht voor de integratie, luidt een van de bezwaren, hiermee worden moslims nog dieper in een getto gedrongen. Islamitisch onderwijs zou bovendien de deur openzetten voor radicalisering. Terechte bekommernissen?

Merry: Wat een dooddoeners. Om met integratie te beginnen: wat bedoelen ze daarmee? Minderheden hebben bitter weinig aan een multiculturele samenleving, als ze helemaal onderaan de pikorde staan, waar ze worden misprezen en schabouwelijk behandeld. Het argument van radicalisering zou ik willen omdraaien. Goed georganiseerd islamitisch onderwijs kan juist een dam tegen radicalisering opwerpen.

leg dat eens uit…

Merry: Het Verenigd Koninkrijk telt meer dan 200 moslimscholen, Amerika en Canada ruim 500, in Nederland zoals gezegd een 45tal. Samen zijn dat heel veel leerlingen en oud-leerlingen. Je zou verwachten dat in die landen geradicaliseerde moslims uit die moslimscholen afkomstig zijn. Maar nee, de meesten hebben een verleden in openbare scholen waar ze gefrustreerd zijn geraakt door discriminatie en stigmatisering. Natuurlijk is onderwijs niet de enige factor, ook politiek speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol. Maar het staat wel vast dat moslims minder kans op radicalisering lopen, als ze op een school zitten waar ze niet worden gediscrimineerd, positieve rolmodellen ontmoeten, en leraren die hoge verwachtingen koesteren. Een school kortom waar ze weinig of niet met institutioneel racisme in aanraking komen, en waar ze geen gevoel van vervreemding maar van verbondenheid ervaren. Let wel, net zoals andere scholen staat of valt de kwaliteit van islamitische scholen met een goede organisatie. En uiteraard moet er adequaat toezicht worden uitgeoefend. Het kan niet de bedoeling zijn die scholen door Saudi-Arabië te laten financieren, noch door groeperingen met extremistische, salafistische agenda’s.

het hoofddoekendebat wil in het Vlaamse onderwijs maar niet luwen. Hoe kijkt u er er vanuit Amsterdam naar?

Merry: Met verbijstering. Gelukkig zijn we dat station in Nederland al lang gepasseerd. Wat me opvalt is de verkrampte houding in linkse middens, veelal ingegeven door een radicaal atheïstische overtuiging. Het doet me denken aan mijn jaren in Leuven waar ik theologie heb gestudeerd. De proffen van de faculteit godgeleerdheid waren veel progressiever dan hun collega’s in de faculteiten wijsbegeerte of politieke wetenschappen, linkse intellectuelen die niet wilden snappen dat religie voor onderdrukte groepen een emanciperende rol kan spelen. Ik vind de Vlaamse obsessie met deze kwestie dom en gevaarlijk. Door zo’n controverse op te blazen rond een stuk textiel, creëren jullie zelf het klimaat waarin radicalisering gedijt. Kortzichtig, maar ook een treffend voorbeeld van een dominante, witte meerderheid die haar normen aan een onderdrukte minderheid oplegt.

om advocaat van de duivel te spelen: waarom mag die dominante, witte meerderheid haar normen niet via het onderwijs opleggen? Het zijn dezelfde normen die op de arbeidsmarkt en meer algemeen in de samenleving gelden, ook voor kansengroepen met een migratieachtergrond. Gelet op het ontwikkelings- en welvaartsniveau van die maatschappij, zouden we zelfs een lans durven breken voor die normen en waarden…

Merry: Dat argument hoor ik vaak, en telkens antwoord ik met de volgende vraag. Wat betekenen die universele normen en waarden? Stel dat Dirk en Ahmed dezelfde competenties hebben, zowel qua opleiding als qua werkervaring en expertise. Hebben ze daarom bij een sollicitatie allebei evenveel kansen op een positief antwoord? Natuurlijk niet, want discriminatie op de arbeidsmarkt is een feit. ik zie dat trouwens binnen mijn eigen vakgroep, een plaats waar heel hard over gelijke kansen in het onderwijs wordt nagedacht. Haast al mijn collega hebben dezelfde achtergrond: witte middenklasse, middelbare school gelopen op een gymnasium, vergelijkbaar met elitaire ASO-scholen in Vlaanderen. Ziet u, in discussies over dit onderwerp wordt vaak naar het Britse schoolsysteem verwezen. Public schools zoals Eton, Harrow of Rugby, die zijn het summum van elitair onderwijs. Maar wat blijkt uit onderzoek? Het sociaal profiel van een Nederlandse gymnasium is even elitair als dat van een public school in Engeland of Wales.

vindt u in Nederland gehoor met uw pleidooi voor emanciperend, gescheiden onderwijs?.

Merry: Nee. De meeste van mijn collega’s zitten op een totaal andere golflengte. Als buitenlander snap je er niks van, hoor ik ze denken. Terwijl het natuurlijk evengoed kan liggen aan de oogkleppen die ze als vertegenwoordigers van de dominante, hoogopgeleide, witte meerderheid dragen. Dat denk ik dan. (lacht)

Guimard meets GO! Schooldirecteurs over de moordende concurrentie in onderwijsland

Knack, 24 augustus 2016

“Ook BSO-kinderen hebben recht op culturele ontplooing”

Schotten in het onderwijs zijn niet wat je denkt. Ze staan onzichtbaar maar zeer effectief tussen ASO, TSO en BSO. Het hoogste schot prijkt evenwel tussen de onderwijsnetten. Knack sprong over de levensbeschouwelijke kloof en bracht twee Gentse schooldirecteurs samen. Hilde Allaert van het Sint-Bavo-humaniora en Pascal Vanhoecke van het Atheneum Merelbeke, samen op zoek naar wat hen bindt en verdeelt. ‘Ik denk wel dat ik je zou kunnen aannemen’.   

 

foto: Franky Verdickt

foto: Franky Verdickt

Het Gentse Sint-Bavohumaniora ontwaakt langzaam uit zijn zomerslaap. Klaslokalen krijgen een beurt, onder een afgebladderde dakgoot bengelt een ploeg acrobaten met verfkwasten. Ook directrice Hilde Allaert (56) is op post, recht vanuit haar vakantieoord in Italië. Knipperend met de ogen in het felle zonlicht monstert ze de werkzaamheden. ‘Dakwerken kosten een fortuin’, moppert ze. ‘Ik zou dat geld liever anders besteden, maar je kunt zoiets niet blijven uitstellen’. Onderhoudskosten, ze zijn het kruis van menig schooldirecteur. De meeste gebouwen van ‘het Sint-Bavo’ zijn bijna een eeuw oud, het statige poortgebouw dateert zelfs uit de 18de eeuw. De directrice mag het graag vertellen. Hoe de Zusters van Liefde begin jaren dertig aan de Reep zijn neergestreken, met de missie om ook meisjes de kans te bieden kwaliteitsvol onderwijs te volgen. De term progressief was toen nog niet in zwang, maar als Vlaamsgezinde, emancipatorische onderwijscongregatie liepen de Zusters van Liefde stevig vooruit. Dat imago is intussen geëvolueerd. Sint-Bavo, een zuiver ASO-humaniora met een internaat van 250 bedden er bovenop, is een vaste waarde in het A-segment van de onderwijsmarkt. Niet alleen in Gent, het internaat lokt tradtioneel veel kinderen uit het hinterland, Oost en West-Vlaanderen en sinds enkele jaren ook steeds meer uit Brussel en Wallonië. ‘De groentjes’ worden de leerlingen genoemd, naar de kleur van het verplichte uniform waarmee ze zich onderscheiden van de blauwtjes van het Sint-Pietersinsituut en de grijsjes van het Nieuwen Bosch Humaniora. Een eliteschool? Directrice Allaert zal de reputatie tijdens het interview hartstochtelijk nuanceren.

 Feminist

Haar gesprekspartner is aangekomen. Of hij het gemakkelijk gevonden heeft, polst ze. Pascal Vanhoecke (37) lacht breed. ‘Natuurlijk zegt hij. ‘Sint-Bavo, welke Gentenaar weet dat nu niet liggen? Ik ben hier vroeger nog komen basketten, mijn amateurclub huurde ‘s avonds een turnzaal af. Dat doen wij ook met onze twee campussen in Merelbeke. Voor het geld, want we kunnen iedere extra euro goed gebruiken. Maar het openstellen van onze gebouwen is ook een manier om de buurt en het middenveld bij de school te betrekken. Het Gentse wereldkoor Karibu repeteert bij ons zo goed als gratis, we delen immers dezelfde idealen’. Hilde Allaert aarzelt, maar de Aha-Erlebnis komt er toch. De schotten tussen het GO! en het vrije, katholieke net mogen dan huizenhoog zijn, ze heeft haar jongere collega al eerder ontmoet. Niet in diens hoedanigheid van directeur van het Atheneum Merelbeke, wel als bezieler van de Belgische Filosofie Olympiade. ‘Inderdaad’, verlost hij haar van haar laatste twijfels. ‘Sint-Bavo had vorig jaar trouwens een finalist, ik ben u daar nog komen mee feliciteren’.

Drie uur lang zullen ze elkaar aftasten en uithoren. Luxe voor de interviewer, we hoeven slechts af en toe een vers thema op tafel te gooien om het gesprek te smeren. De verschillen liggen voor de hand, de raakvlakken eveneens. Zoals een gedeelde passie voor filosofie. Vanhoecke is pyscholoog maar studeert in zijn gestolen uren wijsbegeerte aan de Gentse universiteit. Hilde Allaert heeft in Leuven theologie en filosofie gestudeerd, om vervolgens aan een doctoraat in de vergelijkende godsdienstwetenschappen te beginnen. ‘Ik ben ermee gestopt’, vertelt ze als we ons met een thermos koffie in haar bureau terugtrekken. ‘Het werd gauw duidelijk dat ik als vrouw in de faculteit theologie geen kansen zou krijgen. Dat maakte me als overtuigd feminist opstandig. Nog altijd trouwens. Er is al veel veranderd binnen de Kerk, maar vrouwen worden nog altijd niet voor vol aanzien, we worden hooguit geduld’. Vanhoecke pikt er gretig op in. Dat hij thuis een feministische opvoeding heeft gekregen en zichzelf een overtuigd feminist noemt. We zetten een streepje: nog een link tussen de twee schooldirecteurs die verrassend genoeg ook een katholieke jeugd delen. ‘Ik ben nog misdienaar geweest’, zegt Vanhoecke. ‘Mijn ouders waren echte Caritas-katholieken, constant in de weer met vrijwilligerswerk. Ik heb daar warme herinneringen aan, dat is waar mijn engagement vandaan komt. Dat ik reeds als adolescent agnost ben geworden, komt door mijn ervaringen op de broederschool. Seksueel misbruik, het gebeurde in mijn onmiddellijke omgeving. Ik was vooral geschokt door de manier waarop het in de doofpot werd gestopt’. Engagement is in zijn geval een understatement. Vanhoecke lijdt naar eigen zeggen aan een Messiascomplex. ‘Ik wil de maatschappij veranderen. Daarom ben ik gestopt als therapeut. Je kunt wel ieder jaar een paar volwassen patiënten helpen, maar dat brengt weinig zoden aan de dijk. Het onderwijs is een omgeving waarin je nog bakens kunt verzetten’.

 

Foto: Franky Verdickt

Hilde Allaert: ‘Er is niks mis met uitdagen, hard werken en netjes voor de klas in de rij staan’ (foto: Franky Verdickt)

zuster Monica

Vrijzinnig messianisme, het bestaat dus. Af en toe wekt het lichte wrevel aan de overkant van de tafel: de neiging om zelfs de antwoorden van de tegenpartij voor zijn rekening te nemen, in de vaste overtuiging het beter te weten of alleszins beter te kunnen formuleren. Overredingskracht komt natuurlijk van pas als je op je 31ste tot directeur wordt benoemd, als outsider met slechts enkele jaren onderwijservaring op de teller, dwars tegen enkele gedoodverfde kandidaten in. De vacature was overigens geen cadeau. Vanhoecke: ‘‘Het atheneum is ontstaan uit een pijnlijke fusie van twee rivaliserende TSO- en BSO scholen, een van het gemeenschapsonderwijs en een van de gemeente. Toen ik er zes jaar geleden begon, kampte de school met een imagoprobleem. Er was geen visie, niemand wist waar we voor stonden. Het atheneum leek ook losgezongen van zijn omgeving, de meeste leerlingen kwamen uit Gent. Zie je, Merelbeke is een rustige, welvarende gemeente waar je eerder een ASO-school zou verwachten. Die is er intussen: ik heb binnen het atheneum een ASO-afdeling opgericht. Het Popelin Lyceum, genoemd naar een van mijn helden, de Brusselse feministe Marie Popelin. Vanaf september bieden we een volledige cyclys aan, de eerste lichting van vijftien begint aan haar zesde jaar. Het groeit als kool, in het eerste jaar ASO starten we straks met drie klassen’.

Hilde Allaert moet qua gedrevenheid nauwelijks onderdoen. Zeker, ze heeft hier lang als godsdienstlerares voor de klas gestaan. Aangeworven door zuster Monica Van Kerrebroeck, de legendarische directrice die voor de CD&V in de Gentse gemeenteraad en het Vlaams parlement zetelde. Toch heeft ze geen klassieke onderwijscarrière achter de rug. ‘Na tien jaar les geven begon mijn ondernemingszin te kriebelen’, zegt ze. ‘Mijn broer Geert had net het failliete Vorst Nationaal gekocht. Ik ben daar mee in gestapt, het begin van een waanzinnig  avontuur waarmee ik een paar boeken kan vullen. Op een bepaald moment hadden we vier grote zalen in beheer, onder meer  het Antwerpse Stadsschouwburg en het Gentse Capitole waar ik meer dan tien jaar directeur ben geweest. Showbizz, dat is werken van zeven uur ’s ochtends tot een stuk in de nacht, weekends inbegrepen. Ik heb dat doodgraag gedaan, maar toen ik vijftig werd en om me heen keek zag ik alleen twintigers en dertigers. Tijd voor wat anders, dacht ik, zonder concrete plannen. Het was mijn vriendin Marleen Sonneville, vroegere collega en ondertussen directeur, die me vroeg toen ik met haar een koffie ging drinken. Er was een vacature, en of ik niet wilde terugkeren? Lang heb ik niet getwijfeld, de onderwijsmikrobe bleek nog springlevend. Een jaar en een trimester later ging mijn voorgangster onverwachts met vervroegd pensioen. Ik voelde al nattigheid toen de raad van bestuur me voor een gesprek uitnodigde. Ze gaven me tot na de kerstvakantie de tijd om na te denken. Ik heb ja gezegd, en zo ben ik hier begin vorig jaar directrice geworden’.

moordende concurrentie

Ze zien het nieuwe schooljaar allebei met vertrouwen tegemoet. De inschrijvingen, graadmeter voor succes in onderwijsland, maatstaf waarmee subsidies worden toegemeten, lopen goed. Het atheneum tekent jaar na jaar groei op. Meer dan 500 leerlingen intussen, van wie er steeds meer uit Merelbeke komen. ‘We worden stilaan een afspiegeling van onze omgeving’, stelt Vanhoecke tevreden vast. ’15 procent GOK-leerlingen, ook dat spoort met die lokale inbedding’. Hilde Allaert van haar kant heeft een zucht van opluchting geslaakt toen de teller boven de 1.000 steeg. ‘Ik was geschokt toen ik hier in 2013 opnieuw les kwam geven. Een dikke 900 leerlingen, terwijl we er in de topjaren wel 1.500 inschreven. De concurrentie in het ASO-segment is moordend, zeker in Gent waar een half dozijn katholieke scholen in dezelfde poel vissen. Het spel wordt hard gespeeld, en niet alleen tussen de netten. Zie je, Sint-Bavo is net als de andere uniformscholen van oorsprong een meisjesschool. Toen alles gemengd werd, zag je dat jongensscholen veel gemakkelijker meisjes aantrokken dan andersom. Vraag me niet waarom, maar blijkblaar bleef het imago van softe meisjesschool aan ons kleven’.

De manier waarop ze dat wist om te buigen deed in Gentse onderwijskringen veel stof opwaaien. Sint-Bavo pakte in september 2015 als eerste humaniora in Gent en omstreken uit met een nieuw volwaardige optie Science, Technology, Engineering and Maths. STEM dus, een toverwoord dat ouders doet dromen van een rode loper die kinderen recht naar de hoogste strata van de digitale kenniseconomie voert. Slim bekeken: het softe imago bijstellen met harde, mannelijke buzz. Het idee kwam van enkele leerkrachten wiskunde en wetenschappen, maar de kritiek viel haar op de hals. ‘Vanuit andere scholen werd me gebrek aan loyaliteit verweten’, zegt ze grinnikend. ‘Ze trokken zelfs de wettelijkheid van onze STEM in twijfel. De kritiek werd persoonlijk, ik heb in de krant moeten lezen dat ik als directrice goedkope trucs uit mijn showbizz-verleden toepaste. Ach ja, laten we daar niet bij stilstaan, ik houd niet van conflicten. Intussen bieden we trouwens hulp aan andere scholen die dit jaar met STEM starten’.

 

Foto: Franky Verdickt

Pascal Vanhoecke: ‘De onderwijshervomring is in de eerste plaats een besparingsoperatie’. (foto: Franky Verdickt)

Bildung

Zijn gsm gaat over, Vanhoecke excuseert zich voor de zoveelste onderbreking. ‘Ik heb geen adjunct om oproepen over te nemen’, zegt hij na gedane zaken ‘Een bewuste keuze, ik spring erg zuinig om met administratieve en techische omkadering zodat ik meer overhoud om in de leerlingen en het team te stoppen. We schakelen zoveel mogelijk vrijwillgers in, zelfs voor ICT. Pure noodzaak, als je bedenkt dat we de nieuwe ASO-richting volledig uit eigen middelen financieren. Zonder extra subsidies, en zonder te putten uit de reserves van onze scholengroep Panta Rhei. Je moet zelf in het onderwijs staan om te snappen wat voor een heksentoer dat is’. Allaert knikt instemmend, ze kan het exoploot naar waarde schatten. Ook het inrichten van STEM was een eigen investering, laat ze noteren. Vanhoecke legt uit waarom hij wel twee campussen maar geen eigen kantoor heeft. Past in zijn egalitaire, coöperatieve managementsvisie waarin naast leerkrachten ook ouders, vrijwilligers en zelfs buurtbewoners participeren. Hoe hij zijn team meesleurt in zijn vernieuwingsdrang? “Door zelf voorop te lopen als zotste van de hoop’, zegt hij lachend. ‘Ik ben deze zomer niet met vakantie geweest, ik was de hele tijd in mijn school. We organsieerden met vrijwilligers bijlessen voor kinderen met taal- of leerachterstand, er waren activiteiten om de culturele geletterdheid op te krikken. Dat is een van mijn stokpaardjes: een school mag zich niet beperken tot de leerplannen, want dan wordt onderwijs een erg mager beestje. Het gaat erom jonge mensen tot mondige en kritisch burgers te vormen. Bildung heet dat, een woord waarbij je spontaan aan humaniorakinderen denkt. Maar ook BSO-kinderen hebben recht op culturele ontplooing, al is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Heel wat van onze leerlingen groeien op in een huis waar niet één boek in de kast staat. Begin als leraar Frans dan maar eens over Houellebecq uit te wijden’.

Bildung? Het ideaal ligt ook Allaert na aan het hart. ‘Ik jaag mijn leerlingen geregeld naar buiten’, zegt ze. ‘NTG, SMAK, alle cultuurtempels liggen om de hoek, dat is pedagogische luxe. Toen we met STEM begonnen werd ons verweten dat we onze ziel aan het nuttigheidsdenken hadden verkocht. STEM zou een fabriek voor ingenieurs worden, op maat gesneden van de industrie. Onzin natuurlijk, inzetten op wetenschap en technologie sluit passie voor taal en cultuur niet uit. In de wetenschappelijke richtingen hebben we trouwens een verplicht vak wetenschapsfilosofie ingelast’.

GOK-kinderen

Pedagogische luxe is misschien wel het voornaamste verschil tussen beide scholen. Want hoe comfortabel is het om directrice te zijn van een eliteschool die vooral slimme kinderen van hoogopgeleide ouders aantrekt? Allaert zet haar stekels op. ‘Ik word pissig van die reputatie’, zegt ze. ‘Okay, we zijn een ASO-school met een goede faam. Ouders die voor Sint-Bavo kiezen, willen dat hun kinderen later gaan studeren. We leggen de lat hoog. Er is niks mis met uitdagen, hard werken en netjes voor de klas in de rij staan. Maar sociaal elitair? Pardon, we hebben in het eerste jaar wel al 19 procent GOK-kinderen, een categorie waaronder overigens lang niet alleen allochtonen vallen. Minder dan het stadsgemiddelde, okay, maar je moet Sint-Bavo niet als een stadsschool bekijken. Die 19 procent is het resultaat van een christelijk geïnspireerd pedagogisch beleid. Elk kind heeft recht op degelijk onderwijs. We doen er alles aan om kinderen te ondersteunen. Financieel, als de schoolrekening een probleem vormt. Geen geld voor een uniform? We verzamelen gebruikte exemplaren die we in alle discretie gratis ter beschikking stellen. Tussen haakjes gezegd: het is ironisch dat uniformscholen het stempel van elitair dragen. Egalitair zou een beter woord zijn, want uniformen verdoezelen inkomensverschillen en sparen ouders veel geld uit. Maar we investeren ook fors in studiebegeleiding en taalondersteuning, zeker nu we steeds meer leerlingen met een migratieachtergrond hebben die thuis geen Nederlands spreken, vooral uit de Turkse gemeenschap.  Bij de inschrijving hameren we erop: het belang van een goede taalbeheersing. Dat wordt nog altijd onderschat, ze denken dat het volstaat om zich in te schrijven, en dat hun kind dan vanzelf dokter zal worden. Bij de laatste opendeurdag heb ik een mooi tafereel gezien. De laatstejaars stonden in voor het onthaal. Op een bepaald moment kwam een van mijn Turkse leerlingen, een pienter en sociaal meisje uit de Latijn-wetenschappen, met een bijzonder verzoek. Ik weet dat ik op school geen Turks mag spreken, begon ze, maar mag het voor één keer toch? Ik wil me namelijk boos maken, en dat lukt alleen in het Turks. Even later stond ze een Turkse vader de les te spellen. “Jullie willen jullie kind inschrijven? Okay, maar dan moet het thuis gedaan zijn met die Turkse satelliettelevisies, stem voortaan af op Vlaamse zenders”. Ze had gelijk, zonder de volle steun van ouders lukt het zelden om succesvol af te studeren’.

Onderwijshervorming

De reputatie van het secundair onderwijs in Vlaanderen is bekend. Uitmuntend aan de top, wie afzwaait van een goede ASO-school zit gebeiteld. De keerzijde van de medaille: een watervalsysteem met veel schoolachterstand en een ongekwalificeerde uitstroom met weinig perspectieven op de arbeidsmarkt. Dat laaggeschoold vaak met allochtoon rijmt, maakt het plaatje er niet fraaier op. Vlaams onderwijs bestrijdt geen ongelijkheid, poneren we, maar bestendigt ze integendeel. Allaert en Vanhoucke kunnen de stelling alleen maar beamen. Wat eraan te doen? ‘Er zijn geen mirakeloplossingen’, zucht Vanhoecke. ‘Daarvoor is de problematiek veel te complex. Maar het zou helpen als de lasten beter werden verdeeld. Waarom spreken we nog altijd van witte en zwarte scholen? Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, zijn er alleen nog diverse scholen’. Allaert valt hem bij. ‘Er zijn scholen die selecteren aan de bron, ook in Gent. Natuurlijk bestaan er wetten die dat verbieden, maar met een beetje creativiteit valt daaronder uit te komen’.

Van de met veel poeha aangekondigde onderwijshervorming verwachten ze weinig heil. ‘In de eerste plaats een besparingsoperatie’, oordeelt Vanhoecke, ‘net als het M-decreet, dat is er ook niet gekomen omdat inclusief onderwijs het ei van Columbus is, maar omdat het buitengewoon onderwijs te duur werd’. Allaert klinkt wat genuanceerder. ‘Er zitten positieve elementen in, zoals het schrappen van enkele tientallen richtingen. Soms komen ouders raad vragen als hun kind een B-attest heeft gekregen. Welke richting TSO zou ik aanbevelen? Moeilijke vraag, want ik raak zelf niet wijs uit het kluwen. Er komt ook een concentratiebeweging. In het gemeenschapsonderwijs hebben ze die al achter de rug, nu is het katholiek onderwijs aan de beurt. Op zich geen bezwaar, er valt veel efficiëntiewinst te boeken door administratie, ICT en onderhoudspersoneel te poolen. Zolang ze maar niet aan de autonomie van de directies raken’.

Het plan Crevits, dat in principe vanaf 2017-18 wordt uitgerold, is een flauw afkooksel van het Masterplan Smet dat de ambitie bevatte om de schotten tussen ASO, TSO en BSO te slechten. Een gemiste kans? Allaert haalt de schouders op. ‘Voor mijn part mogen die schotten blijven staan’, zegt ze. ‘Bekijk het ook even praktisch: hoe zou een school als Sint-Bavo er een TSO of BSO-afdeling kunnen bijnemen? Daar is gewoon geen plaats en geen geld voor. Ik zie veel meer heil in het opwaarderen van TSO en BSO. Ook een juiste oriëntering volgens het talent van het kind is essentieel. Gebruik de expertise van de leerkrachten, is mijn boodschap. Helaas worden hun deskundige adviezen vaak niet gevolgd wegens zeer hardnekkige vooroordelen t.o.v. TSO of BSO’ Een brede school? Bestaat al, directeur Vanhoecke kan er een rondleiding geven. ‘ASO, TSO, BSO, dat loopt bij ons door elkaar. We waren van plan het ASO om praktische redenen apart in te roosteren, maar de leerlingen hebben ons zelf teruggefloten. Ze vonden het juist fijn dat ze tijdens de recreatie hun vrienden van het technisch en beroeps konden ontmoeten Ik vind die schotten wel een probleem. Jongeren moeten zoveel mogelijk samen opgroeien, dan zullen ze elkaar als volwassenen beter begrijpen’.

LEF op school

Misschien moeten we de verschillende onderwijsnetten maar afschaffen. Zonder al die geldverslindende overlappingen komen er vanzelf middelen vrij om onderwijsutopieën te realiseren. We hadden hilariteit aan de tafel verwacht, maar beide directeurs nemen het idee ter harte. Eén onderwijsnet? Okay voor Allaert, zolang het geen centraal geleid net is. ‘De autonomie van scholen in het katholieke net is mij erg dierbaar’, zegt ze. ‘Ik denk dat die vrijheid ons ook beter wapent voor de uitdagingen van de toekomst. Ik zou nooit in het gemeenschapsonderwijs kunnen aarden, te star, te bureaucratisch en te veel politieke inmenging’. Dat aan de overkant een GO-directeur zit die het tegendeel belichaamt, brengt haar niet van haar stuk. ‘Jij bent de spreekwoordelijke uitzondering op de regel’, zegt ze, waarna alsnog hilarisch gelach weerklinkt. Als Vanhoecke zijn sérieux herwonnen heeft, pakt hij met een verrassend standpunt uit. ‘Misschien is een monopolie voor vrije scholen wel gezonder dan een overheidsmonopolie. Ik sta voor 200 procent achter het actief-pluralisme zoals het door het GO! wordt gedefinieerd. Maar wat als de politiek verandert en het onderwijs door de nieuwe machthebbers wordt geïnstrumentaliseerd? Dat is al gebeurd, denk aan de nazi’s en kijk naar wat zich nu in Turkije afspeelt. Die vrije scholen hoeven trouwens niet noodzakelijk katholiek te zijn’.

Een net van vrije maar pluralistische scholen, Patrick Loobuyck zou het graag zien gebeuren. De moraalfilosoof pleit al jaren voor het vervangen van lessen godsdienst en zedenleer door LEF, een inleidende cursus Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie die kinderen van diverse gezindten nader tot elkaar brengt. Vanhoecke steekt zijn duim op, Allaert ziet er als gewezen godsdienstlerares geen brood in. ‘Ik pleit integendeel voor een inhoudelijke verdieping van de godsdienstlessen. Niet met een bekeringsagenda, het leerplan godsdienst vraagt trouwens ruime aandacht voor andere levensbeschouwingen.  Het gaat erom onze Europese identiteit, waarden en normen te begrijpen, vanuit een christelijke inspiratie die open staat voor dialoog. Levensbeschouwelijke onwetendheid is vandaag misschien wel het grootste gevaar. Ik trek mijn visie door in mijn personeelsbeleid. Voor interims steekt het wat minder nauw, maar voor een open betrekking vraag ik kandidaten naar hun inspiratie. Ze moeten de zondagspraktijk niet in ere houden, die tijd is lang voorbij. Maar ze moeten wel ons pedagogisch project onderschrijven en niet uitgesproken negatief staan tegenover kerk en religie’. Vanhoecke ruikt zijn kans. Of hij als agnost mag komen solliciteren? Directeur Allaert laat het even bezinken. ‘Een twijfelgeval’, zegt ze. ‘Maar ik denk wel dat ik je een kans zou geven. Vanwege je gedrevenheid en de liefde voor onze jongeren. Helemaal in de lijn van ons project.’

Rookies in het onderwijs: jonge leerkrachten over hun eerste schooljaar

Humo, 24 mei 2016

Geen onderwerp ligt zo gevoelig als onderwijs. Hoofddoeken op de katholieke school? Het voorstel is amper geformuleerd of er barst een nieuwe schoolstrijd los. Brede eerste graad? Schotten tussen ASO, TSO en BSO afbreken? De aanbevelingen in het Masterplan Secundair Onderwijs zaaien diepe verdeeldheid in de Wetstraat en de lerarenkamer. Om maar te zeggen: leerkracht is een baan die er toe doet. Niet alleen de ziel maar de toekomst van onze kinderen staat op het spel. Wie zijn de jonge vrouwen en mannen die deze gewichtige taak op zich nemen? Humo sprak met de leerkrachten van de toekomst over hun eerste jaar voor de klas.

foto’s: Saskia Vanderstichele

 

 

Lindsay Stoop (islam, 1 & 2de graad Middenschool en KA Zelzate)

Humo2016-061-Lindsay Stoop KA Zelzate

Van je passie je beroep maken, wie wil er niet voor tekenen? Lindsay Stoop (24) ging nog een stap verder en maakte van haar geloof haar beroep. Op het OLVP Sint-Niklaas leerde ze moslimvrienden kennen en ontdekte de Profeet en de Koran. Ze bekeerde zich, ging islamitische theologie studeren en vond vlotjes werk als islamlerares.

Lindsay Stoop: ‘Ik heb sinds september een halftijdse opdracht: vijf klassen in de eerste en tweede graad in de Middenschool en het Koninklijk Atheneum van Zelzate. Dat klinkt als een hele mondvol, maar in feite gaat het om één en dezelfde school, alleen zijn er twee verschillende directies. Bij de levensbeschouwelijke vakken houden islamitische en katholieke godsdienst elkaar in evenwicht, we zijn de nummers twee na zedenleer. Mijn klassen tellen tussen de 3 en de 15 leerlingen, dat valt dus goed mee. Voor mij is een halftijdse opdracht ideaal, want ik volg tegelijkertijd een master islamitische theologie in Leuven’.

HUMO: hoe word je islamleraar?

Stoop: ‘Je moet een lerarenopleiding islamitische godsdienst volgen. Ik ben daarvoor naar Groep T in Leuven getrokken, een van de drie Vlaamse hogescholen die zo’n opleiding aanbieden. Heel praktijkgericht, we moesten al vanaf het eerste jaar stage lopen, in het laatste jaar heb ik zelfs een volledige semester voor de klas gestaan. Werk vinden was geen probleem, er is een grote vraag naar perfect Nederlandstalige islamleerkrachten. Ik was pas afgestudeerd toen ik door de inspecteur islamonderwijs voor deze opdracht werd gevraagd. Vooraleer ik echt kon beginnen, moest ik voor de Belgische Moslim Executieve. verschijnen. Zo werkt het ook bij andere godsdiensten, de leraren katholieke godsdienst worden door het bisdom aangesteld’.

HUMO: hoe verliep de screening door de Moslim Executieve?

Stoop: ‘Ik moest enkele soera’s opzeggen en uitleggen hoe ik in de klas zou reageren op vragen over bijvoorbeeld Charlie Hebdo’.

HUMO: geen gekke vraag, want je hebt in je eerste jaar de aanslagen in Parijs en Brussel meegemaakt. Was dat lastig als beginnend islamleraar?

Stoop: ‘Zelzate is Antwerpen of Brussel niet, jongeren zijn hier wat minder bezig met de oorlog in het Midden Oosten. Maar na de aanslagen in Parijs waren mijn leerlingen wel verontwaardigd. Dat men zoiets kon doen in naam van hun godsdienst, dat vonden ze een schande. Ik noteerde ook ongerustheid: nu gaan ze alle moslims in het verdomhoekje duwen. In de klas kreeg ik ook de vraag waarom de minuut stilte op de speelplaats alleen voor de slachtoffers van Parijs was bedoeld. Waarom ook niet voor de doden die bij andere aanslagen waren gevallen, zoals in Ankara? We hebben dan in de klas nog een extra minuut stilte voor alle slachtoffers gehouden’.

HUMO: snijd je ook heikele onderwerpen zoals de evolutietheorie en man-vrouw-relaties aan?

Stoops: ‘Ik ga geen enkel thema uit de weg. Op een keer kwamen opgewonden leerlingen vertellen dat de collega van biologie seksuele opvoeding had gegeven. Dat mag toch niet van ons geloof, vroegen ze. Integendeel, heb ik hen geantwoord, dat moet zelfs van ons geloof. Ik sta zelf voor een open islambeleving, ingebed in onze Westerse samenleving. In de klas heb ik al eens foto’s van vrouwelijke imams getoond. Die bestaan al een poosje in Amerika, en onlangs is in Kopenhagen de eerste door vrouwen geleide moskee in Europa geopend. Een vrij marginaal fenomeen dus, maar wel ideaal om mijn leerlingen aan het denken te zetten en genderclichés in vraag te stellen. Binnenkort komt er een Joodse vrouw uit Antwerpen in de klas spreken. Op mijn initiatief, ik probeer zo te verhelpen aan de diepe vooroordelen jegens joden die vele jongeren van thuis meekrijgen’.

HUMO: Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs, wil hoofddoeken toelaten en gebedsruimten voorzien om aan de verzuchtingen van moslimleerlingen tegemoet te komen. Goed idee? 

Stoops: ‘Ja, ik juich dat toe. Zelf ben ik de hoofddoek pas gaan dragen toen ik naar de hogeschool ging, maar verschillende van mijn vriendinnen hebben er op het OLVP mee geworsteld. Het was ook onnozel: hoofddoeken verbieden in een school die vol hangt met beelden van Maria’s met hoofddoek. Ook in het Gemeenschapsonderwijs geldt een totaalverbod, maar als islamleerkracht ben ik daarvan vrijgesteld. In principe mag ik hem alleen in de klas dragen, maar ik draag hem ook in de lerarenkamer en op de gang. Ruimdenkende directie, ik heb het al anders geweten. Tijdens mijn stage op het SISA in Antwerpen mocht ik met mijn hoofddoek niet in de lerarenkamer, en op de gang moest ik een kap opzetten. Absurd’.

HUMO: vijf jaar geleden zat je zelf nog op de schoolbanken. Zie je grote verschillen in de manier van les geven?

Stoops: ‘Ik vond het in mijn tijd allemaal erg voorspelbaar. Als je vooraf je handboek doorbladerde, wist ja meestal perfect wat er in de les zou volgen. Weinig variatie in de werkvormen ook, en dat probeer ik toch anders aan te pakken. Soera’s uitleggen, dat kan ook via spelletjes of zoekopdrachten in het ICT-lokaal. Ik nodig gastsprekers uit en gebruik veel videomateriaal, ook al omdat ik de actualiteit in mijn lessen wil betrekken. Laatst nog heb ik een Vranckx-documentaire over ongewenste kinderen in Pakistan getoond. Confronterend materiaal om in de klas te bespreken’.

HUMO: tevreden met je loon?

Stoop: ‘Ik verdien als bachelor 930 euro netto in de maand, niet slecht voor een halftijdse opdracht. Die 10 uur voor de klas geven wel een vals beeld, met de lesvoorbereidingen erbij werk ik makkelijk 20 uur per week. Misschien ga ik op termijn voltijds werken, zodra ik mijn master heb, mag ik ook in de derde graad staan. Ik zie een carrière in het onderwijs helemaal zitten’. 

 

Filip Moons (wiskunde, 3de graad, ASO Karel Buls Laken)

Humo2016-060-Filip Moons Leerkracht Karel Buls

Roepingen zijn in Jezuïetencolleges al lang een zeldzaamheid geworden. Toch was het op de schoolbanken van het Sint-Jozefscollege in Aalst dat Filip Moons (25) een visioen van zijn toekomst kreeg. Missionaris zou hij worden, niet tot meerdere glorie Gods maar in dienst van de oudste wetenschap der mensheid, de Wiskunde.

Filip Moons : ‘Ik heb zelf wiskunde-wetenschappen gevolgd. Zes uur wiskunde, mijn lievelingsvak. Dat wil later ook doen, dacht ik vaak tijdens de les, jonge mensen leren logisch na te denken. Ik ben aan een regentaat begonnen, maar na een jaar ben ik op aanraden van mijn docent wiskunde toch naar de universiteit overgestapt. Naar de goddeloze VUB nog wel, geen evidente keuze voor een alumnus van de jezuïeten. (lacht)’.

HUMO: word je als universitaire master goed voorbereid op een baan in het onderwijs?

Filip Moons:  ‘Tegenwoordig moet je een extra jaar van 60 studiepunten met een intensieve stage volgen. In mijn geval viel dat wel mee, omdat ik al tijdens mijn masteropleiding voor de specialisatie onderwijs had gekozen. Als enige van mijn lichting, en dat is een groot probleem. Er zijn in Vlaanderen veel te weinig masters die in het onderwijs stappen, waardoor scholen zich in de derde graad moeten behelpen met industrieel ingenieurs, TEW’ers of handelswetenschappers. Niet ideaal voor de leerlingen. Een handelsingenieur redt het wel in richtingen met 2 of  eventueel 4 –uren wiskunde, maar voor de 6-uren richtingen schiet hij hopeloos tekort’.

HUMO: met zo’n schaars diploma was het wellicht geen probleem om een school te vinden..

Moons: ‘Bij mijn eerste applicatie in mei was het meteen raak: het Atheneum Karel Buls in Laken zocht een vervanger voor de lerares wiskunde die met pensioen ging.  Meteen een volledige opdracht: 20 uur in het vijfde en het zesde, zowel in zwakke als in de sterkste richtingen. Die afwisseling sprak me aan, net zoals de schaalgrote. Karel Buls is een kleine school, mijn klassen tellen tussen 10 en 15 leerlingen, ideaal om aan individuele begeleiding te doen. En nog een voordeel: mijn voorganger had in haar 35 jarige loopbaan een kathedraal van een rooster gebouwd. Weinig of geen springuren, met een vrije dag en extra vrije namiddag. Een droom voor iedere leerkracht, en dat kreeg ik als debutant zomaar in de schoot geworpen. Met zo’n schaars diploma kun je ook eisen stellen. Ik wilde per se een beamer in mijn klas. Grafieken op het bord tekenen is niet meer van deze tijd, bovendien vind je op het internet fantastische tools om het wiskundig inzicht uit te diepen. Geen probleem, tegen de eerste schooldag was die beamer geïnstalleerd’.

HUMO: het Atheneum Karel Buls is een zuivere concentratieschool. Geen bezwaar?

Moons: ‘Integendeel, ik zag dat als een buitenkans. Als Vlaming in Brussel blijf je vaak in je eigen kringetje steken. Zelfs als VUB-student heb ik dat ondervonden:  het is erg moeilijk om in contact te komen met de nochtans grote allochtone gemeenschap. Les geven op een concentratieschool leek me de ideale introductie. 80 procent van de leerlingen op onze school zijn moslims, ik heb in mijn klas maar twee ‘echte’ Vlamingen zitten. Maar eigenlijk wil ik die termen niet gebruiken. In een van mijn eerste lessen werd ik door een Marokkaanse leerling op mijn nummer gezet toen ik uit pure nieuwsgierigheid naar zijn herkomst polste. “Ik ben gewoon een Belg meneer”, zei hij heel terecht. Ik haat het trouwens zelf om over witte en zwarte scholen te spreken’.

HUMO: toch moeten we dat even doen. Hoe was het om als groentje in een ‘zwarte’ school te debuteren?

Moons: ‘Er doen wilde verhalen over disciplineproblemen in Brusselse scholen, maar daar heb ik niks van gemerkt. Uiteraard moet je afspraken maken: geen gsm in de klas, niet praten tijdens de les. Dat gaat verrassend vlot, soms heb ik het gevoel dat ze naar me opkijken als pas afgestudeerd universitair. Een generatiegenoot bovendien, want sommige leerlingen hebben al een paar keer gedubbeld en verschillen amper in leeftijd. Er zijn wel pijnpunten: ik moet ze heel hard aanporren om thuis te werken. Meestal doen de ouders dat, maar onze leerlingen staan er vaak alleen voor. Op oudercontacten krijg ik nauwelijks afspraken, een klacht die ik ook van ervaren collega’s hoor. Probleem is dat vele ouders zelf amper geschoold zijn en niet weten hoe ze hun kinderen moeten ondersteunen. Je wil ook niet weten in welke moeilijke sociale en economische omstandigheden vele leerlingen leven. De meesten komen graag naar school, een oase van rust en veiligheid’.

HUMO: beginnersfouten gemaakt?

Moons: ‘Toetsen opstellen en vaststellen dat de hele klas een onvoldoende haalt. Dat brengt me nog aan het twijfelen: ligt het aan mij en waren de vragen te moeilijk? Hadden ze die dag nog een andere toets die voorrang kreeg? Af en toe geef ik een herkansingstoets. Tegen mijn principes, want aan de unief of de hogeschool worden ze ook niet gepamperd. Een keer heb ik een conflict gehad: een meisje had een nul gekregen voor een niet ingeleverde huistaak. Die stok moet je achter de deur houden, anders is het einde zoek. Probleem: door die nul was ze ook gezakt voor wiskunde. Die leerling is me beginnen uitschelden voor rotte vis op Smartschool, het digitaal leerplatform waarmee leerlingen en leraren onderling communiceren. Het werd alleen maar erger toen ik antwoordde om haar verwijten punt voor punt te weerleggen. Die les heb ik dus geleerd: nooit met leerlingen in discussie gaan op Smartschool en zeker niet op sociale media’.

HUMO: leeft het hoofddoekendebat op jullie school?

Moons: ‘Karel Buls is een Brusselse stadsschool, maar we hanteren dezelfde regels als het GO. Geen hoofddoeken op school, we hebben een ruimte met spiegels waar meisjes zich bij het binnenkomen of vertrekken kunnen fatsoeneren. Ik ben zelf principieel voor de totale vrijheid van godsdienstbeleving, maar ik sta achter die maatregel. Het is voor de sfeer op school geen goede zaak als leerlingen hun godsdienstige overtuiging als een bord voor zich uit dragen, bovendien zorgt zo’n hoofddoek voor een opbod tussen goede en minder goede moslims. Er zijn enkele proteststemmen, maar de overgrote meerderheid is stiekem blij met dat verbod. Geen visueel onderscheid op de speelplaats, dat hoort bij de rol van de school als een soort vrijhaven in de stad. We zijn trouwens pragmatisch: tijdens uitstappen laten we de hoofddoek oogluikend toe’.

HUMO: werden de aanslagen van Parijs en Brussel ook in de wiskundeklas gevoeld?

Moons: ‘Zeker, heel wat van de leerlingen wonen trouwens in de buurten waar sinds de aanslagen in Parijs voortdurend huiszoekingen werden verricht. Na zo’n gebeurtenis ga je niet gewoon integralen zitten berekenen. We hebben er een hele dag over gepraat, ik ben trouwens zelf erg geïnteresseerd in islam en islamkritiek. Ook los van die aanslagen laat ik mijn leerlingen wel eens een opiniestuk van Mia Doornaert lezen. Boeiend, zo leren ze omgaan met tegendraadse meningen en met argumenten discussiëren. Dat kan allemaal als je een goede verstandhouding kweekt. Mijn leerlingen weten ook dat ik met een man samenleef. Waarom zou ik daar hypocriet over doen? Als je leerlingen zes uur per week in de klas hebt, dan kun je zoiets toch niet verbergen’.

HUMO: is les geven nu anders dan toen je zelf op de schoolbanken zat? 

Moons: ‘Ik heb het gevoel dat men leraars nu minder vertrouwt. Vroeger volstond een agenda met lesonderwerpen, nu eisen ze gedetailleerde jaarplannen, en de kleinste aanvaring met een leerling moet in het leerlingenvolgsysteem. Scholen willen zich ook indekken tegen de toenemende juridisering, ouders die de attestering van hun kind aanvechten. Gevolg: een enorme berg paperassen. De didactische evolutie is dan weer louter positief. Het ex cathedra lesgeven heeft afgedaan, lessen zijn interactief geworden. Een moderne leraar is een coach die verschillende werkvormen hanteert om zijn klas maximaal bij de les te betrekken. Met de digitale technologie is dat ook mogelijk, al mag je die opdracht niet onderschatten. Het ontwikkelen van interactieve lessen vergt veel meer voorbereiding dan traditionele lessen’.

HUMO: moet je hard werken?

Moons:  ‘Ik geef 20 uur wiskunde op drie verschillende niveaus, dat betekent veel meer dan 38 uur per week werken. Ik gebruik geen handboek maar schrijf mijn cursus zelf. Gelukkig mag ik al het materiaal van mijn voorganger gebruiken, maar ik sta toch iedere dag om vijf uur op om mijn lessen uit te werken. Niet dat ik klaag, we hebben echt wel veel vakantie. En zo’n cursus is een ook een investering in de toekomst, de volgende jaren wordt het al een stuk gemakkelijker’.

HUMO: droom je van een vaste benoeming?

Moons: ‘Ik vervul een openstaande opdracht, dus in principe kan ik al binnen drie jaar benoemd worden. Zo ver kijk ik nog niet vooruit, maar ik vind het systeem van de vaste benoemingen niet goed. Zonder te veralgemenen: met vaste benoemingen zet je leerkrachten aan tot gemakzucht. Voor mijn part mogen ze de vaste benoeming vervangen door arbeidscontracten zoals in de privésector’.

HUMO: tevreden met je salaris?

Moons: ‘Ik verdien nu 1.850 euro netto. Met vakantiegeld, dertiende maand en pensioenrechter erbij vind ik dat heel goed betaald. Natuurlijk kun je in de privé veel meer verdienen. Ik heb ook een master informatica behaald en stage gedaan in een IT-bedrijf.  Als starter zijn daar lonen van 3.000 euro plus een pak extralegale voordelen heel gewoon, maar dat heeft me nooit aan het twijfelen gebracht’. 

 

Freya Broeckhoven (2de graad BSO en TSO Sint-Ursula Instituut OLV Waver)

Humo2016-062-Freya Broeckhoven Ursulinen OLV Waver

In Onze-Lieve-Vrouw Waver speelt het leven zich niet af onder de kerktoren maar in de schaduw van een statig schoolcomplex dat als een magneet blauw ge-uniformeerde leerlingen aanzuigt. Freya Broeckhoven (22) heeft duidelijk niet geleden onder die zeldzame dresscode. Sinds september staat de oud-leerling er zelf voor de klas.

Freya Broeckhoven: ‘Ik ben hier pas vanaf het vierde TSO begonnen. Voor de start zag ik vreselijk op tegen dat uniform, maar ik ontdekte heel snel de  voordelen. ’s Morgens nooit twijfelen over welke kleren je gaat aantrekken, dat is een groot gemak. Ik heb mijn uniform gemist toen ik in Leuven voor regent ging studeren’.

HUMO: was dat een roeping?

Broeckhoven: ‘In mijn geval wel. Op de lagere school al zag ik mezelf als juf voor de klas staan. Maar het was mevrouw Pauwels, mijn wiskundelerares en klastitularis in het eerste middelbaar, die me definitief over de streep heeft getrokken. Ze was ongelooflijk gedreven en altijd opgewekt, een echt rolmodel’.

HUMO: je staat in je oude school. Toeval?

Broeckhoven: ‘Ik heb hier als leerling een geweldige tijd gehad, en ik heb hier ook mijn eindstage als regent gedaan. Eigenlijk wilde ik nergens anders lesgeven, en daarom heb ik nog even getwijfeld. Na mijn studies ben ik twee maanden gaan werken in een optiekketen waar ik eerder als jobstudent had gestaan. Ik speelde met de gedachte een opleiding als opticien te volgen, maar toen kwam het telefoontje van de school. Of ik mijn CV wilde insturen? Ik wist wel dat mijn eindstage goed was verlopen, maar het was toch een fijne verrassing toen ze mij een baan aanboden. 20/21sten,  een bijna volledige opdracht’.

HUMO: hoe ziet die opdracht eruit?

Broeckhoven: ‘In het BSO geef ik naast verschillende verzorgingsvakken  ook PAV. Project Algemene Vakken, dat is een concept waarin wiskunde, Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde samen worden aangeboden. In de sociaal technische wetenschappen geef ik integrale opdrachten, kortweg IO. Dat zijn projecten waarin kennis en vaardigheden worden gecombineerd. Je hoort het al, in het onderwijs wordt met afkortingen gegoocheld’.

HUMO: Sint-Ursula staat vooral bekend als een ASO-school. Wordt er in lerarenkamer neergekeken op de BSO- en TSO-collega’s?

Broeckhoven: ‘Helemaal niet, er wordt geen onderscheid gemaakt. Mijn mentor is een collega latijn, ik mag trouwens zelf les geven in het ASO. Niet dat ik dat als een promotie beschouw, ik zou mijn BSO-leerlingen niet willen missen. Ze zijn soms wat brutaal, maar ik apprecieer hun eerlijkheid en openheid.  Dat verschil merk ik als ik in het TSO sta, daar is de afstand groter. Geen kwaad woord overigens over het TSO. Ik heb zelf TSO gevolgd, een uitstekende voorbereiding om verder te studeren’.

HUMO: is het makkelijk om als rookie de orde te handhaven in een BSO-klas?

Broeckhoven: ‘Ik heb me nog maar een keer echt boos gemaakt, toen een leerling ei zo na de deur in mijn gezicht dichtgooide. Ik was zo kwaad dat ik hypercorrect Nederlands begon te spreken, tot grote hilariteit van de klas.  Meestal echter hangt er een prima sfeer. Je moet je ook als leerkracht durven openstellen en interesse opbrengen voor hun leefwereld. Welke muziek is hot? Wat leeft er op YouTube? En vooral: je moet kunnen meepraten over Temptation Island. Zonder in de val te trappen, want ze proberen natuurlijk een heel lesuur vol te kletsen over hun televisieprogramma’s’.

HUMO: wat moet de leerkracht van de toekomst kunnen en kennen?

Broeckhoven: ‘Temptation Island volgen natuurlijk(lacht). En afgezien daarvan: nieuwe en oude werkvormen creatief gebruiken. Powerpoint is voor mij onmisbaar, een goede presentatie geeft structuur aan de les, wat op zijn beurt cruciaal is voor de sfeer in de klas. Toch maak ik nog veel gebruik van bord en krijt. In de les gezondheid laat ik ze nog altijd een oog met al zijn onderdelen tekenen, dat blijft beter hangen dan een plaatje bekijken. Mensen associëren onderwijs met veel vakantie, maar je moet ook hard werken. Zaterdag is voor mij geen rustdag maar een werkdag”. 

 

Lise  D. (2de graad Nederlands, diverse interims)

Een volledige opdracht voor een heel schooljaar in één en dezelfde school? Alle beginnende leerkrachten dromen ervan, maar de realiteit is meestal anders. Lise D. (24) – pseudoniem om geen carrièrekansen te hypothekeren _ weet er alles van. De Antwerpse heeft na drie interims en een scheervlucht langs een burn-out eindelijk haar draai gevonden. Voorlopig toch, want in september gaat het carrousel der interims weer draaien.

Lise:  ‘Ik heb eerst een paar jaar kinesitherapie gestudeerd, maar dat bleek toch niet mijn ding. Ik was dan ook erg gemotiveerd toen ik aan de hogeschool een lerarenopleiding ging volgen. Dit moest wel lukken, ik was vastbesloten een goede leerkracht te worden. Ik ben afgestudeerd met grote onderscheiding. Ook mijn eindstage op een grote BSO- en TSO-school is goed verlopen. Vlak voor de start van het schooljaar hebben ze me gebeld. De lerares Nederlands in de 2de graad van het BSO was langdurig ziek, en of ik kon inspringen. Ik ben er met ongelooflijk veel enthousiasme aan begonnen, maar het in een nachtmerrie geworden’.

HUMO: oei, wat is er mis gegaan?

Lise: ‘Hoe hard ik me ook uitsloofde, ik kreeg geen respect. Ik had vijf klassen, uitsluitend jongens van 14 en 15 in het BSO. Het is bekend dat op die leeftijd de frontale cortex nog onvoldoende ontwikkeld is om gevoelens als empathie te koesteren. Dat ik jong en onervaren was, en dat ik mijn stinkende best deed, het maakte hen niks uit. Ze hebben me echt het bloed van onder de nagels gehaald: hondsbrutaal antwoorden, vechten onder elkaar, ongevraagd de klas uitlopen, met proppen en sinaasappelschillen gooien. Soms had ik het gevoel dat ik met een roedel bloedhonden opgesloten zat. Ze ruiken je onzekerheid en verscheuren je, zeker als je de leider van de roedel tegen hebt. Die groepsdynamiek speelt in alle klassen, ook in het ASO’.

HUMO: je had een succesvolle stage in die school gelopen. Hoe kon je zo verrast zijn?

Lise: ‘Dat heb ik me zelf vaak afgevraagd. Een stage van 12 uur per week is natuurlijk nog iets anders dan een voltijdse opdracht, met oudercontacten en alles erbij. Ik verzoop vanaf de eerste week in het werk, ook al omdat ik pas op het nippertje was opgetrommeld en niks vooruit had gepland. Ach, ik denk dat het ook een mismatch was. Ik gaf Nederlands, een vak dat hen geen bal interesseerde. Praktijkleraren konden al er al eens eentje uit het atelier wegsturen, dat maakte indruk. Maar extra spellingsoefeningen als straf? Ze zouden nogal gelachten hebben. Ik had ook weinig voeling met hun leefwereld. Muziek, boeken, theater, dans? Hier, op de kunsthumaniora, krijgen ze er niet genoeg van. Maar die jongens in de bouw waren maar in twee dingen geïnteresseerd: auto’s en vrouwen. (lacht)’.

HUMO: hoe lang heb je het volgehouden?

Lise: ‘Ik wilde niet opgeven, het moest en zou lukken. Ik verwaarloosde mijn sociaal leven, al mijn vrije tijd ging op aan lesvoorbereidingen. In feite zat ik heel diep, vooral omdat ik me door de schooldirectie niet gesteunde voelde. In de kerstvakantie heb ik toch maar naar mijn mama geluisterd. Je moet daar weg, zei ze, je gaat eraan kapot. Ik dacht een tijdje uit te blazen, maar toen kreeg ik de kans om een interim in een heel toffe methodeschool te doen. Mijn zelfvertrouwen stond op een laag pitje, maar de klik was snel gemaakt. Zalig gewoon, Nederlands geven aan leerlingen die geïnteresseerd zijn en zelfs verantwoord omgaan met vrijheid. Helaas, een week na de krokusvakantie keerde de vaste leerkracht uit ziekteverlof terug. Ik heb daarna nog een kort interim in een gewone ASO-school gedaan, de derde keer al dat ik dit jaar een leerkracht met een burn-out mocht vervangen. Dat viel mee, alleen krijg je tijdens zo’n korte opdracht geen band met je leerlingen’

HUMO: intussen sta je weer in die methodeschool. Hoezo?

Lise: ‘Ik zat al een poosje thuis toen diezelfde vaste leerkracht opnieuw uitviel. De school vroeg me terug, ik had hier in mijn eerste periode een goede band met de leerlingen en het team gesmeed. Nu heb ik zekerheid tot het einde van het schooljaar, een geweldig cadeau. Het is niet fraai, maar als interim redeneer je op de duur dat de ene zijn dood de andere zijn brood is’.

HUMO: blijf je in het onderwijs na deze wisselvallige start?

Lise: ‘Toch wel, ik heb die lerarenopleiding niet voor niets gevolgd. Maar of ik dit mijn hele leven wil doen? Nee, ik heb al teveel uitgebluste collega’s gezien die routineus hun lesjes aframmelen’. 

 

Kelsey Olefs (Economie, 2de en 3de graad TSO-ASO, Atheneum Boom)

Humo2016-063-Kelsey Olefs KA Boom

Kelsey Olefs (26) nam als master handelswetenschappen een vliegende start in de privésector. Toch keerde ze na vier jaar naar haar eerste liefde, het onderwijs, terug. De gewezen reward en development officer van een grote luchtvaartmaatschappij leverde bedrijfswagen en andere perks in en staat intussen al een jaar met veel goesting voor de klas.

Kelsey Olefs: ‘Ik wou altijd al les geven. Na mijn studies handelswetenschappen aan de Ehsal heb ik nog een lerarenopleiding gevolgd. En toch ben ik eerst een andere richting ingeslagen. Onderwijs leek me te onzeker. Als beginnend leerkracht vlieg je van de ene school naar de andere, en weet je in de zomer niet of je in september wel werk zult hebben. Vervelend als je een hypotheeklening wil afsluiten om een huis te kopen. Ik kon bij Ikea beginnen, een erg positieve ervaring. Personeel coachen en opleidingen geven, in feite een soort onderwijs voor volwassenen. Na twee jaar ben ik naar JetairFly overgestapt. Reward & development officer was een erg uitdagende baan, maar ik raakte in de knoop met de bedrijfscultuur en kreeg heimwee naar het onderwijs. In april heb ik mijn CV rondgestuurd. Het resultaat kwam onverhoopt snel: ik kon na de paasvakantie voltijds in het  Atheneum van Boom beginnen. Het was dringend, mijn voorganger was tot adjunct-directeur benoemd en haar eerste vervanger was een miscast gebleken’.

HUMO: welke vakken mag je als handelswetenschapper geven?

Olefs: ‘Ik geef dit jaar economie, toegepaste economie, bedrijfsbeheer, recht en wetgeving. Vorig jaar gaf ik ook sportmanagement, sport is bij ons een populaire richting. Voorts besteden we twee uur per week aan de Mini-Onderneming: leerlingen richten bij het begin van het schooljaar een eigen bedrijf op. Heel realistisch, ze zoeken aandeelhouders, doen aankopen en verkopen, voeren een echte boekhouding met RSZ en keren zichzelf een loon uit. In feite zouden economie en recht in alle studierichtingen aan bod moeten komen. Een achttienjarige zou tenminste moeten weten hoe banken werken en waar belastingen voor dienen’.

HUMO: iets meegenomen uit de privésector dat van pas komt in de klas?

Olefs: ‘Heel veel zelfs, zoals de cursussen leiderschap die ik bij Ikea kon volgen. Mijn ervaring in de privé heeft me ook leren relativeren. Ja, het is hard werken met al die voorbereidingen en paperassen. Maar buiten ons lessenrooster hebben we veel vrijheid om ons werk te plannen, en we mogen echt niet klagen over het aantal verlofdagen. Ik heb bij mijn overstap stevig ingeleverd, minder salaris, geen extralegale voordelen. Maar het gevoel van vrijheid compenseert dat allemaal ruimschoots’.

HUMO: kon je dat leiderschap meteen laten gelden of werd je als groentje getest?

Olefs: ‘Het begin vorig jaar was moeilijk. Voor een van de vakken was ik al de derde leerkracht in korte tijd. Omdat mijn voorgangster de mist was ingegaan was ik verplicht er de pees op te leggen om de leerplandoelstellingen te halen. De leerlingen klaagden steen en been dat het te snel ging en te moeilijk was. Ik heb daar iets te veel begrip voor getoond. Beginnersfoutje, zal me niet meer overkomen. Tijdens de lerarenopleiding hadden ze het ons ingepeperd: een gezonde sfeer moet je vanaf dag één afdwingen. Probeer niet meteen de toffe uit te hangen. De eerste weken moet je vooral niet te veel glimlachen en ieder incident kordaat aanpakken, dan kun je later de teugels vieren zonder dat het uit de hand loopt. Dit schooljaar ging het al veel beter, maar in een van de klassen heeft toch tot eind oktober geduurd om de juiste toon te vinden. Ervaren collega’s hebben het gemakkelijker omdat ze door hun reputatie worden voorafgegaan. Dat vergt tijd, al schijn ik intussen toch al bekend te staan voor mijn moeilijke toetsen’. (lacht).

HUMO: al aan de noodrem moeten trekken?

Olefs: ‘Ik heb er al wel eens eentje uit de klas gezet. Dat is zowat de ultieme remedie, nadat je eerst al een nota in de agenda hebt gestoken en vervelende koppels uit elkaar hebt getrokken. Echte incidenten? Met een deur slaan of een stoel omgooien, veel wilder wordt het niet. Meestal zijn dat jongens uit het derde of vierde jaar, de leeftijd waarop het haantjesgedrag piekt. In het vijfde gaat dat eruit, dat hoor ik ook van oudere collega’s. Het is haast mysterieus, alsof er in die zomervakantie tussen het vierde en het vijfde een scheut maturiteit over die gasten neerdaalt. Jongens zijn wel recht door zee: na een aanvaring gaat de spons erover en kun je weer verder. Bij meisjes duurt het veel langer om de band te herstellen’.

HUMO: volgens het veelbesproken Masterplan Secundair Onderwijs van de Vlaamse regering moeten de schotten tussen ASO, TSO en BSO verdwijnen. Ben jij gewonnen voor een brede eerste graad?

Olefs: ‘Ik vind het principe wel okay, maar ik heb twijfels over de haalbaarheid. Om BSO- en ASO-leerlingen samen te zetten, moet je wel erg veel differentiëren. Makkelijker gezegd dan gedaan, weet ik uit ervaring. Het is nu al heel lastig om binnen dezelfde klas om te gaan met de verschillen tussen slimme en minder slimme leerlingen’.

HUMO: je bent lang genoeg van de schoolbanken af om achterom te kijken. Wat is er in die tien jaar veranderd?

Olefs: ‘De technologie uiteraard. Smartboards zijn niet meer uit de klas weg te denken, zeker niet voor de theorievakken. In mijn tijd bestonden die niet, net zomin als de smartphones die op onze school alleen op de speelplaats worden toegelaten. Dat is hier dan ook een dagelijkse sport: jacht maken op smartphones in de klas of in de gang. Leerlingen zijn een stuk mondiger geworden, ook dat valt op. Sommige oudere collega’s hebben het daar moeilijk mee, je kunt op dat vlak van een generatiekloof spreken. Voor ons is omgaan met tegenspraak in de klas vanzelfsprekend, dat werd er tijdens de lerarenopleiding ingehamerd’.