Tagarchief: Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Statenlozen

Dirk Van den Bulck, de commissaris-generaal die de asielpoort bewaakt

Knack, 16 september 2015

Dirk Van den Bulck, al tien jaar Commissaris-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen, weigert van een asielcrisis te spreken. Drukke periodes heeft hij al eerder meegemaakt, maar toch is deze situatie uniek. ‘Het gaat in overgrote meerderheid over mensen die echt nood aan bescherming hebben’. Gesprek met de man die de asielpoort bedient.

 

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

Als Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) heeft Dirk Van den Bulck (57) een helikopterzicht op de asielcrisis. Niet alleen figuurlijk. Aan de voet van zijn kantoor 22 hoog in de WTC II-toren ligt het dezer dagen veelbesproken Maximiliaanpark, hij kijkt letterlijk in de potten en pannen van het geïmproviseerde vluchtelingenkamp. Het ziet er in de middagzon haast idyllisch uit, maar hij laat zich niet pramen. Poseren tussen de tenten? In zijn functie geen goed idee. Niet dat hij een bekend gezicht is, maar herkenning zou tot gênante situaties kunnen leiden. Tenslotte belichaamt Van den Bulck de hoop die deze vluchtelingen duizenden kilometers heeft voortgedreven. Het is de Commissaris-Generaal of een van zijn twee adjuncten die persoonlijk met hun handtekening een beschermende status en het perspectief op een nieuw leven verlenen.

–  er wordt al wekenlang aangeschoven bij de Dienst Vreemdelingenzaken, de eerste lijn in de asielprocedure. Kampt ook het CGVS, dat door de DVZ met dossiers wordt gevoed, met capaciteitsproblemen?

Van den Bulck: ‘Het wordt stilaan drukker, maar voorlopig kunnen we de instroom aan. Misschien wordt het nog spannend als de DVZ extra volk krijgt en zijn dagcapaciteit boven de 250 aanvragen uitbreidt. Maar ik heb er vertrouwen in. We hebben goed geanticipeerd door zelf tijdig extra personeel aan te werven en op te leiden’.

– vorige maand werden 4.621 asielaanvragen ingediend, drie keer meer dan in augustus 2014. Heeft u deze crisis zien aankomen?

Van den Bulck: ‘Ik was niet verrast, maar het blijft moeilijk een peil te trekken op dit fenomeen. Sinds vorig jaar zien we de globale cijfers in Europa constant stijgen, maar land per land bekeken, krijg je een heel ander beeld. België kende eind vorig jaar een duidelijke terugval, en zelfs in de eerste vier maanden van 2015 lag het aantal aanvragen op een normaal peil. Overigens, ik neem het woord asielcrisis niet graag in de mond, want daarmee wek je de verkeerde indruk dat de toestand onbeheersbaar is. Je moet die 4.621 aanvragen toch even in perspectief plaatsen: Zweden, een land met 9,5 miljoen inwoners, registreert maand na maand rond de 8.000 aanvragen’

Zweden keurt 80 procent van alle asielaanvragen goed, een Europees record. Verklaart dat de aantrekkingskracht?

Van den Bulck: ‘Zo eenvoudig is het niet, het beschermingspercentage ligt in België trouwens even hoog. Niet globaal, maar wel als je het per herkomstland bekijkt. Syriërs, Irakezen of Somaliërs, om maar die voorbeelden te geven, hebben in België een even grote kans als in Zweden. Percepties spelen altijd een rol. Afghanen worden bij ons vlot erkend, tussen de 60 en 80 procent. Toch zijn het de 20 procent afwijzingen die ons imago bepalen. België is erg restrictief voor Afghanen, wordt door bepaalde advocaten en organisaties rondgestrooid. Dan zag je vorig jaar het aantal Afghaanse aanvragen teruglopen, terwijl het anderzijds steeg in landen die echt restrictief zijn’.

– wat maakt landen dan wel aantrekkelijk? Het genereuze onthaal?

Van den Bulck: ‘Ja, en dat mag ons niet verwonderen. Kijk, het is niet de omvang die deze asielstroom uniek maakt, maar wel de historisch hoge beschermingsgraad. Het gaat dus in overgrote meerderheid om echte vluchtelingen, mensen die onder de Conventie van Genève vallen en nood aan asiel hebben. Het is logisch dat die mensen de afweging maken: welk land biedt de beste perspectieven om een nieuw leven op te bouwen? Dan kijken ze naar sociale steun, maar ook naar huisvesting en kansen op werk. De opvang van erkende vluchtelingen is op Europees niveau geharmoniseerd, er zijn internationale verdragen en communautaire richtlijnen die door de lidstaten werden omgezet. In grote lijnen komt het erop neer dat erkende vluchtelingen dezelfde rechten moeten krijgen als onderdanen, wat tussen haakjes gezegd meteen betekent dat pleidooien voor een apart sociaal statuut geen steek houden. Maar hier ligt het paard dus gebonden: er is geen sociaal eengemaakt Europa! Waarom willen asielzoekers zich niet laten registreren in Italië of Griekenland? Omdat ze daar een schamele uitkering krijgen en al na een paar maanden volledig op liefdadigheid terugvallen, net zoals behoeftige Italianen of Grieken. Waarom zou je daar als Syriër voor kiezen terwijl er elders in Europa betere opties zijn? In de praktijk zie je dat vooral Afrikanen zich in Italië laten registreren, goed wetend dat ze in Noord-Europese landen weinig kans op erkenning maken. Ze proberen het dan maar in Italië, ook al omdat daar altijd de hoop op een humanitaire erkenning leeft’.

– iedereen heeft de mond vol van Syrische vluchtelingen. Maar de helft van de aanvragen bij de DVZ wordt ingediend door jonge mannen uit de Iraakse hoofdstad Bagdad die allemaal hetzelfde vluchtverhaal vertellen. Wat is er aan de hand?

Van den Bulck: ‘Dat zijn we nog aan het onderzoeken. Het vertellen van een stereotiep verhaal betekent niet per se dat er filières aan het werk zijn. Maar het wijst er wel op dat de betrokkenen geen persoonlijk vluchtmotief hebben, of dat ze alleszins twijfelen aan de overtuigingskracht ervan. Het is een delicate toestand, want anders dan Syrië wordt Irak niet integraal als onveilig beschouwd. Vooral over de situatie in Bagdad heerst momenteel veel onduidelijkheid’.

– de Europese Dublin-verordening bepaalt dat een vluchteling  asiel vraagt in het land waar hij de Schengenzone betreedt, wat in deze crisis haast altijd neerkomt op Italië, Griekenland of Hongarije. Is die regel geen papieren tijger geworden?

Van den Bulck: ‘Er is veel kritiek op Dublin, maar men vergeet vaak dat het opzet dubbel is. In de eerste plaats is die verordening er gekomen om het asielshoppen te verhinderen. Dat was een echt fenomeen: asielzoekers die in het ene land werden afgewezen, dienden in het volgende een nieuwe aanvraag in. Zo konden ze jarenlang in Europa rondzwerven, omdat landen elkaars asielbeslissingen niet kenden. Dublin, dat samenhangt met het Eurodac-systeem voor identificatie van asielzoekers, heeft daar heel efficiënt paal en perk aan gesteld. Maar ik geef toe dat er een probleem is met het tweede objectief, het bepalen welk land bevoegd is voor het asielonderzoek. Dat blijkt weinig efficiënt, de massale instroom via transitlanden aan de buitengrenzen van de Schengenzone maakt een consequente toepassing onmogelijk. Dat besef leeft, Duitsland stuurt al een hele poos geen Syriërs meer terug naar Griekenland, zelfs niet als ze daar werden geregistreerd’.

– Europa reageert veel te traag en hopeloos verdeeld. Deelt u die veelgehoorde kritiek?

Van den Bulck: ‘Traag? Als je weet hoe complex de Europese besluitvorming werkt, dan was het eerste spreidingsplan van commissievoorzitter Juncker eind mei een staaltje van daadkracht. Een goed plan overigens met een sterke visie, kwaliteiten die vorige week ook in zijn state of the union zaten. Het recht op asiel blijft centraal staan, iedere lidstaat moet zijn verantwoordelijkheid nemen met respect voor alle Europese regels. Tegelijkertijd zorgt het verplicht spreiden van 160.000 vluchtelingen voor de nodige solidariteit. Bij die spreiding hoort een effectief terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers, en filières worden aangepakt. Maar het plan gaat veel breder. Juncker wil veel meer inzetten op protection in the region:  vluchtelingen dicht bij hun herkomstlanden opvangen, en tegelijkertijd aan selectieve hervestiging doen, door kwetsbare groepen naar Europa over te brengen. Dat gebeurt nu al, in samenwerking met de UNHCR. België vangt dit jaar Syriërs op die uit Libanon worden overgevlogen. Een druppel op een hete plaat? Ja, maar vijf jaar geleden zou het ondenkbaar geweest zijn. En het is maar een begin. Bij UNHCR liggen plannen klaar voor de wereldwijde resettlement van 130.000 Syrische vluchtelingen’.

– allemaal sneller gezegd dan gedaan. Het huis staat in de fik, maar Europa is nog volop aan het discussiëren over de manier van blussen en het materiaal dat daarvoor moet worden aangekocht..

Van den Bulcke: ‘Europa moet vijf versnellingen hoger schakelen, dat klopt.  Alleen al om het spreidingsplan te realiseren, moeten er aan de grenzen in Griekenland, Italië en Hongarije hotspots komen, centra waar vluchtelingen worden geregistreerd, opgevangen en geselecteerd voor relocatie. Dat moet allemaal nog gebeuren, en intussen is het de maar vraag of het plan zal worden goedgekeurd. De interne verdeeldheid, en dan vooral de tegenstellingen tussen Oost- en West-Europa, is een kwalijke zaak. Toch steekt het mij dat het Europese asielbeleid wordt verguisd. Op politiek vlak loopt de samenwerking stroef, maar juridisch en administratief hebben we de voorbije jaren enorme stappen gezet naar een uniform asielbeleid. EASO, het Europees asielagentschap waar ik al vijf jaar in het bestuur zit, is de motor. We hebben een glashelder kader van rechten en plichten voor erkenning en opvang. Lidstaten kunnen zich op dat vlak geen frivoliteiten meer veroorloven, anders worden ze door nationale of Europese rechtbanken teruggefloten’.

– de N-VA pleit voor push-back op zee. Boten met vluchtelingen moeten worden teruggedreven naar de Turkse of Libische kusten. Wat vindt u daarvan?

Van den Bulck: ‘Push-back kan niet, in geen geval! Boten terugdrijven zonder de opvarenden de kans te geven asiel aan te vragen? Dat is een aanfluiting van het Europees en internationaal asielrecht’.

– intussen staat Schengen op instorten. Nu zelfs Duitsland grenscontroles opwerpt, klinkt in heel Europa de roep om de eigen grenzen te bewaken.…

Van den Bulck: ‘Instorten? Dat is flink overdreven, het is niet dat Duitsland zijn grenzen sluit. Er komen controles voor welbepaalde groepen, en alleen op welbepaalde plekken zoals treinstations. Ik zie de Duitsers nog niet zo snel douaneposten op de autosnelwegen naar Oostenrijk plaatsen. De maatregel moet vooral mensen afschrikken die geen nood aan asiel hebben, maar toch hun kans wagen. Die zijn best talrijk, het zijn lang niet allemaal Syriërs die de Balkanroute nemen. Het is zeer waarschijnlijk dat Merkels aankondiging om dit jaar 800.000 Syrische vluchtelingen op te nemen, allerlei stromen op gang heeft gebracht’.

– is raken aan Schengen taboe?

Van den Bulck: ‘Griekenland beschermt de buitengrenzen niet of nauwelijks. Dan is het legitiem dat lidstaten maatregelen treffen. Het is echter een illusie te denken dat we daarmee de grote stroom kunnen indijken. Zelfs als je grenzen opwerpt, moet je mensen de kans geven om asiel aan te vragen. Dat betekent dat je op die grenzen capaciteit moet bouwen om vluchtelingen te registreren, op te vangen en te screenen. Veel capaciteit, dat bewijzen de beelden die ons van de Hongaarse grens bereiken. Zonder meer terugsturen naar een zogenaamd veilig derde land, zoals Hongarije dreigt te doen door alle nieuwkomers naar Servië terug te drijven, kan echt niet. Hoe groot ook de toestroom, je wijst geen mensen af als je niet eerst hebt onderzocht of ze nood aan bescherming hebben. Daarom is het ook geen goed idee asielaanvragen op Europese ambassades te registreren, zoals her en der wordt geopperd. Er zouden binnen de kortste keren enorme files en onbeheersbare toestanden ontstaan’.

– het CGKS valt onder N-VA-staatssecretaris van asiel en migratie, Theo Francken. Is dat niet ongemakkelijk voor iemand met een sp.a-stempel? 

 Van den Bulck: ‘Ik heb natuurlijk een verleden. Adviseur migratie en asiel op de kabinetten van Tobback, Vande Lanotte en Van den Bossche. Dan heb je een stempel, niks aan te doen. Maar mag ik er toch even op wijzen dat ik hier niet als gevolg van een politieke benoeming zit? Zowel voor de functie van adjunct als die van Commissaris-Generaal ben ik als eerste uit een vergelijkend examen gekomen. Ik ben trouwens nooit actief geweest binnen een partij, in tegenstelling tot mijn voorgangers Marc Bossuyt (Open VLD) en Pascal Smet. (sp.a) Mijn relatie met staatssecretaris Francken is professioneel en correct. Politiek of ideologie komt daar niet bij kijken. Asiel is bij uitstek een juridisch en technische materie die weinig ruimte voor politieke interpretatie laat’.

– Theo Francken oogstte de voorbije weken gemengde reacties. Lof voor de doortastende manier waarop hij extra opvangcapaciteit organiseerde, kritiek op zijn soms ranzige communicatie over vluchtelingen. Hoe schat u zijn parcours in?

Van den Bulck: ‘Ik kan alleen vaststellen dat hij zijn dossiers kent en oprecht in de materie geïnteresseerd is. België heeft alle verhoudingen in acht genomen goed gereageerd op de vluchtelingenstroom. Dat is de verdienste van Francken die als goed vakminister verstandig heeft geanticipeerd. Over zijn communicatiestijl spreek ik me niet uit. Francken respecteert mijn onafhankelijkheid als Commissaris-Generaal, dus ga ik hem ook niet als politicus becommentariëren’.

– van de Wetstraat tot het dorpscafé, overal worden dezelfde vragen gesteld. Hoe moeten we die duizenden nieuwe vluchtelingen integreren? En hoeveel gaat ons dat kosten? Ligt u daar als bewaker van de asielpoort wakker van?

Van den Bulck: ‘Onze opdracht is onderzoeken of iemand al dan niet nood heeft aan bescherming. Dat doen mijn medewerkers in de grootst mogelijke objectiviteit, op basis van individuele gesprekken, gewapend met gedetailleerde en permanent geactualiseerde informatie over herkomstlanden. De maatschappelijke druk van het aantal asielaanvragen mag in dat proces geen enkele rol spelen. Uiteraard ben ik me als bevoorrecht waarnemer bewust van die druk. De uitdagingen zijn enorm, we zullen compleet nieuwe hefbomen moeten uitvinden om de integratie te doen slagen. Huisvesting bijvoorbeeld wordt een erg taaie brok, zeker in een dichtbevolkte regio als Vlaanderen’.

foto: Jef Boes

foto: Jef Boes

 

– worden Syriërs, die haast zonder uitzondering asiel krijgen, nog grondig gescreend? De vraag is van belang, want er leeft grote ongerustheid over IS-terroristen die als vluchteling in Europa infiltreren.

Van den Bulck: ‘Ik hoor die geruchten, ze werden trouwens door IS zelfs gelanceerd als een middel om hier paniek te zaaien. Ik kan alleen maar vaststellen dat we daar tot dusver geen enkele aanwijzing voor hebben gevonden. Maar we blijven waakzaam, we werken nauw samen met de Staatsveiligheid. In sommige landen gaan stemmen op om Syrische aanvragen uit efficiëntieoverwegingen zonder enig onderzoek af te handelen. Dat vind ik geen goed idee, we moeten iedere aanvraag individueel blijven onderzoeken, al was het maar om uit te sluiten dat er tussen die vluchtelingen folteraars zitten of anderen met bloed aan de handen’.

–  wereldwijd zijn zestig miljoen mensen op de vlucht voor oorlog en conflicten. De overgrote meerderheid is in Afrika en het Midden Oosten op de dool, zeg maar de periferie van het veilige en welvarende Europa. Is deze asielcrisis slechts een voorproefje?

Van den Bulck: ‘Ik vrees van wel. Kijk naar de grote brandhaarden in de wereld. In feite gaat het om een brede gordel die dwars door Afrika en het Midden Oosten snijdt, van Mali over Congo RDC en Somalië tot Syrië en Pakistan. Okay, al die conflicten worden door etnische en religieuze spanningen aangeblazen. Maar onder de oppervlakte speelt nog een ander mechanisme, dat van economische onderontwikkeling. Koppel dat aan een bevolkingsexplosie, en het resultaat is een explosieve cocktail. Vooral de toestand is sommige Afrikaanse landen  moet ons zorgen baren, er groeien daar tientallen miljoenen mensen op zonder enig toekomstperspectief. Europa moet veel meer doen om die landen te helpen, dat is een kwestie van welbegrepen eigenbelang. Juncker is zich daarvan bewust, hij heeft vorige week een lans gebroken voor een globale langetermijnaanpak’.

–  echte vluchtelingen hebben recht op bescherming en genieten doorgaans onze sympathie. Economische vluchtelingen daarentegen worden afgewezen en als profiteurs beschouwd. Het is de taak van het CGVS om het onderscheid te maken. Hoe lastig is dat?

Van den Bulck: ‘Het is niet altijd zwart-wit. Iemand die op het eerste gezicht door een economisch motief wordt gedreven, loopt misschien toch een risico op vervolging als hij wordt teruggestuurd. Een grondig, individueel onderzoek is noodzakelijk, maar op het einde van de rit moet je wel beslissen. Het is niet prettig iemand af te wijzen, je stuurt zo’n economische vluchteling altijd terug naar een hoop miserie. Maar dat is nog iets anders dan iemand terug te sturen naar een land waar hij foltering of vervolging riskeert. Het recht op asiel is zo fundamenteel dat we het moeten koesteren. Daarom blijft dat onderscheid noodzakelijk, anders halen we het hele concept van asiel onderuit’.

– U zit al tien jaar op deze post. Wordt u soms herkend door vluchtelingen die hun verblijfsstatus aan uw handtekening te danken hebben?

Van den Bulck: ‘Zelden. Ik kom niet rechtstreeks in contact met asielzoekers, alleen via hun dossier. Uit de media kennen ze mijn gezicht ook niet. Ik hecht veel belang aan een goede communicatie door mijn dienst, maar in tegenstelling tot sommige van mijn voorgangers zoek ik de media niet persoonlijk op. Het valt al eens voor dat iemand me komt bedanken, tijdens een conferentie of een boekvoorstelling. Dat is fijn, ook al is mijn persoonlijke verdienste bij zo’n erkenning eerder onrechtstreeks’.

Dossier Vreemdelingenadvocaten

(in verkorte versie verschenen in Knack, 19 februari 2014)

“Er zijn gehaaide advocaten die de onwetendheid van hun cliënten uitbuiten”

Advocaat in vreemdelingenzaken, een knelpuntberoep. De vraag naar bijstand nijpt, maar weinigen voelen zich tot deze rechtstak geroepen. Moeilijk en niet bepaald lucratief, al valt daar met de copy paste-toets een mouw aan te passen. Procedures uitmelken, naïeve cliënten uitbuiten, het zijn praktijken die asieladvocaten een slechte naam geven. Tot grote ergernis van echte experts en idealisten. “De rotte appels moeten eruit”.

vreemdelingenbetwistingen

Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (Foto: Franky Verdickt)

 

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) ligt wat verscholen in de Gaucheretstraat, vlabij het Brusselse Noordstation.  Was het een fabriek, dan braakte de schoorsteen dikke rookwolken uit. Hier wordt gewerkt, tegen een verschroeiend tempo. Twintigduizend arresten per jaar vellen de 48 rechters, beide taalrollen samengeteld. De RvV mag dan bij het grote publiek onbekend zijn, de in 2007 opgerichte rechtbank valt in het Belgische migratiebeleid niet meer weg te denken. De RvV oordeelt in beroep over aangevochten beslissingen van zowel de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) als het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS).

Het is drummen in de terechtzittingszaal van de Nederlandstalige Vierde Kamer. Op de rol staan vanmorgen achttien beroepen tegen weigeringsbeslissingen van het Commissariaat-Generaal, in een ruk te behandelen door een alleenzetelende rechter. Op de gang troepen advocaten samen, af en toe steekt er een zijn hoofd binnen om te zien wanneer hij aan de bak moet. Een eenzame Irakees uitgezonderd, komen hun cliënten uit Subsaharaans Afrika. Een kwestie van specialisatie, legt persmagistraat Frédéric Tamborijn uit, andere collega’s leggen zich toe op landen zoals Afghanistan of Syrië. Er zal vanmorgen onder meer Lingala, Peul, Kikongo, Susu en Arabisch worden gesproken, beëdigde tolken nemen een forse hap uit de werkingsmiddelen van de RvV.

Een vrouw uit Guinée-Conakry staat wat bedremmeld naast haar advocaat die betoogt dat het Commissariaat-Generaal haar angst voor besnijdenis ten onrechte als vluchtmotief heeft verworpen. De rechter luistert met gefronste wenkbrauwen. Hoe vaak heeft hij dit al niet gehoord? Voor de verzoekende partijen staat hier veel op het spel. “In dit soort zaken oordelen we in volle rechtsmacht”,  zegt Tamborijn. “We kunnen de weigering van het Commissariaat-Generaal hervormen en rechtstreeks het statuut van vluchteling of subsidiaire bescherming toekennen. Ook mogelijk: niet hervormen maar vernietigen en naar het CGVS terugsturen. Meestal echter wordt de beslissing bevestigd, en in dat geval vervalt het recht op verblijf en opvang, en volgt een bevel van de DVZ tot het verlaten van het grondgebied”.

copy-paste verzoekschriften

De beurt is aan een slungelachtige jongen uit Sierra Leone die zich op zijn seksuele geaardheid beroept om asiel te vragen. De rechter kijkt streng. Waarom heeft hij 17 jaar als leeftijd opgegeven, terwijl hij volgens de botscan 26 is? Het lijkt een bij voorbaat verloren zaak.  Wie van het CGVS geen statuut krijgt _ het beschermingspercentage in eerste aanleg bedroeg vorig jaar 29,4 procent _ maakt nog bitter weinig kans. Het beschermingspercentage  van de RvV bedraagt al jaren 3 procent, wat overigens niet belet dat negen van de tien door het CGVS afgewezen asielzoekers naar de RvV blijft trekken. Aan de advocaat van de slungel uit Sierra Leone zal het niet liggen. Ruim een kwartier lang argumenteert ze waarom het verbloemen van de waarheid in asielland België spoort met een terechte vrees voor een gedwongen terugkeer naar een homofoob vaderland. Frédéric Tamboryn, voor de gelegenheid geen rechter maar toeschouwer, luistert waarderend. “Natuurlijk is die botscan geen goede binnenkomer”, zegt hij. “Maar het hoeft geen doorslaggevend element te zijn. Een Syriër bijvoorbeeld gaan we vandaag niet naar zijn land in volle burgeroorlog terugsturen omdat hij over zijn leeftijd heeft gelogen”. Even later krijgen we het andere uiterste: geklungel van het ergste soort. De loco advocaat _  gekleed in een merkwaardige mix van baskets, jeans, toog en beflap _  blijkt niet eens te weten dat zijn cliënte in de zaal aanwezig is. Tot overmaat van ramp werd een tolk Engels besteld, een taal die de vrouw niet eens machtig is. De rechter kan zijn ergernis niet verbergen, ondanks of juist dankzij het déja-vu. Het is immers geen geheim dat heel wat verzoekschriften voor de RvV met de copy-paste toets worden geproduceerd. Op zich niet laakbaar, verzoekschriften bulken nu eenmaal van de gelijkte formules. Maar het staat wel zo slordig als ook foute namen, data of herkomstlanden worden gekopieerd, zoals met enige regelmaat voorvalt.

De overgrote meerderheid van de asieladvocaten werkt pro Deo, aangeduid door het Bureau voor Juridische Bijstand van een van de 28 balies in ons land. Voor deze procedure krijgen ze volgens de nomenclatuur 25 punten, gerekend aan het recentste tarief goed voor 644 euro. Geen vetpot, maar soms ook makkelijk verdiend. Het valt voor dat advocaten tijdens één zitting wel 15 keer als loco optreden, een praktijk waarbij de pro Deo-punten met de respectieve titularissen worden gedeeld. Makkelijk verdienen, dat is ook voor wat er zich een zaal verder afspeelt. Verzoekschriften kunnen louter schriftelijk worden behandeld, de RvV beslist vooraf of een zitting noodzakelijk is. Advocaten die zich niet bij een schriftelijke behandeling neerleggen, kunnen bij de griffie een ‘verzoek om gehoord te worden’ indienen. In principe doen ze dat om een nieuw element of inzicht op te werpen, maar dat is niet wat de advocaat van een Congolese asielzoeker in gedachten heeft. Op de vraag van de rechter antwoordt hij met een standaardformule. “Je n’ai rien à ajouter à la requête initiale”.  En weg is hij, de punten zijn binnen. Persmagistraat Tamborijn is een diplomatisch man, maar hij zal niet ontkennen dat deze situatie hem vertrouwd voorkomt.

procedures uitmelken

“Sommige advocaten zijn meer met hun pro Deo-punten dan met hun cliënten begaan”, zegt Dirk Van den Bulck, Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen. “We hebben het al meegemaakt: twee pro Deo’s stonden ruzie te maken over wie een cliënt mocht bijstaan, blijkbaar het gevolg van een slecht gecommuniceerde opvolging. We hebben de stafhouder moeten bellen om de knoop door te hakken”.  Het Commissariaat-Generaal is de spil van de asielprocedure. Veel hangt af van het zogenaamde gehoor, het interview waarin de asielzoeker zijn vluchtverhaal uit de doeken doet.  Behalve een tolk mag ook een advocaat bij het gesprek aanwezig zijn. Stilzwijgend, pas op het einde mag hij tussenkomen met nuances of aanvullingen. Niettemin kan van een asieladvocaat worden verwacht dat hij zijn cliënt op dit cruciale gesprek voorbereidt. Dat gebeurt lang niet altijd, weet Van den Bulck.“Heel wat pro Deo advocaten ontmoeten hun cliënt voor het eerst op het Commissariaat-Generaal, vlak voor het gehoor. Vroeger zagen we wel eens dat advocaten acte de présence gaven, aftekenen voor de punten en meteen weer weg. Daarom noteren we nu systematisch in het verslag voor het BJB of een advocaat niet alleen aanwezig was, maar ook het gehoor heeft uitgezeten”.

Een procedure voor het CGVS is 15 punten waard. Het lijkt peanuts, maar Van den Bulck ziet dat anders. “Wie aan de lopende band werkt en procedures uitmelkt, kan er een lucratief handeltje uit slaan. Het resultaat is ernaar, we krijgen vaak copy-paste dossiers met verkeerde namen of leeftijden. Er zijn niet zoveel asieladvocaten, de kern bestaat uit een veertigtal namen die we regelmatig zien opduiken. Op kwaliteit valt geen peil te trekken. Soms zijn het gedreven, jonge pro Deo’s die puik werk leveren, terwijl ronkende namen er met de pet naar gooien. Vooral in kansloze dossiers, die nemen ze er louter bij voor de punten. Maar ik wil hier geen steen werpen naar het pro Deo-stelsel. Bij die veertig zitten ook advocaten die zich door cliënten laten betalen, en die zijn niet noodzakelijk beter”.

Uitmelken van procedures, het is een veelgehoord verwijt aan asieladvocaten. De Commissaris-Generaal pleit voorzichtigheid. “Een beroep bij de RvV werkt opschortend, los van de slaagkans. Daar valt niks op aan te merken, want het belang van de cliënt, een verlenging van zijn recht op verblijf en opvang, ligt voor de hand. Iets anders zijn de bijkomende beroepen, zoals een tweede asielaanvraag, of een regularisatie op humanitaire of medische gronden. Advocaten zouden de slaagkansen goed moeten afwegen, want anders zadelen ze hun cliënt met valse hoop op. Dat is problematisch, vooral als men die cliënt daar stevig voor laat betalen. En dat gebeurt, want bijkomende beroepen vallen zelden onder de juridische bijstand”.

Afghanen in Limburg

In het World Trade Center, een verdieping onder het Commissariaat-Generaal, is de Dienst Vreemdelingenzaken gevestigd. Hier worden jaarlijks voor 400.000 beslissingen genomen, waarvan slechts een fractie over asiel gaat. Visa-aanvragen, verblijfsvergunningen, arbeidskaarten, familiehereniging, regularisaties, huwelijken met buitenlandse partner, het valt allemaal onder vreemdelingenzaken. Advocaten? Freddy Roosemont, al elf jaar directeur-generaal van de DVZ, onderscheidt drie types. “Er zijn de echte experts, een select clubje van een tiental advocaten die zowel de finesses van de Belgische wet als van de Europese rechtspraak kennen. Daarnaast heb je de idealisten die altijd tot het uiterste gaan, soms met meer overtuiging dan juridische kennis, al zijn er ook idealisten die even goed in de eerste groep thuis horen. Tenslotte is er een grote groep die het louter voor het geld doet. Hoe meer procedures, gaat de redenering, hoe meer pro Deo-punten of ereloon. Zo zijn er advocaten die vier keer tegen dezelfde weigeringsbeslissingen in beroep gaan, perfect wetend dat het geen zin heeft. Hun cliënt beseft dat niet altijd, want doorgaans gaat het om mensen in een kwetsbare positie die slecht op de hoogte zijn van ons systeem”.

Roosemont: “We zien vaak dezelfde namen terugkeren, ook advocaten die zich in een herkomstland of regio specialiseren. Er zijn trends: ineens trekken bijvoorbeeld alle Afghanen uit West-Vlaanderen naar een kantoor in Limburg. Omdat ze er een advocaat kennen met dezelfde achtergrond, of een medewerker die hun taal spreekt. Reputaties spelen mee. Als een advocaat een succes behaalt, zoemt het binnen de gemeenschap rond. Het omgekeerde gebeurt helaas niet. Slecht nieuws, nochtans veel frequenter, wordt niet rondgestrooid. Ach ja, dat mechanisme zien we niet alleen bij advocaten. Als kandidaten voor een medische regularisatie van heinde en verre naar dezelfde huisarts in een Vlaams dorp lopen, dan stellen we ons ook vragen”.

Luc Denys is een onbetwist lid van categorie 1 in het stelsel Roosemont. Hij heeft een vuistdik standaardwerk over vreemdelingenrecht geschreven en geeft les aan stagiairs-advocaten van de Nederlandstalige Balie Brussel. “Alle tweedejaars stagiairs in Brussel zijn verplicht een aantal vreemdelingendossiers er bij te nemen”, zegt hij. “Helaas hebben de meesten aan de universiteit geen woord over vreemdelingenrecht gelezen. Het is altijd al een achtergestelde discipline geweest. Anders dan pakweg fiscaal recht valt er ook weinig geld mee te verdienen, reden waarom de meeste advocaten er na hun stage in een boog omheen lopen. Je moet een halve idealist zijn om er je echt in te verdiepen”. Zelf is Denys zo’n halve idealist, zij het met realistische trekjes. “Ik doe geen pro Deo”, zegt hij. “Uit principe. Je moet tot anderhalf jaar op je geld wachten, en al die tijd weet je zelfs niet hoeveel je precies hebt verdiend, want de waarde van een punt schommelt naargelang het aantal zaken dat van het jaarlijkse pro Deo-budget moet worden betaald. Bij mij is het de cliënt die betaalt, vaak met steun van de familie. Ik doe vooral dossiers zoals gezinshereniging of studentenvisa, cliënten met een netwerk en bestaansmiddelen in België. Asielzoekers krijg ik daarom minder vaak over de vloer, de meesten hebben geen geld voor een advocaat. Ik speel altijd open kaart: als een procedure geen kans heeft, mag een cliënt op zijn kop staan, ik begin er niet aan. Ik ga geen beroep aantekenen tegen een gedwongen uitwijzing, met als enig objectief dat mijn cliënt een week langer in een cel op de volgende vlucht zit te wachten”.

Volgens Denys is er veel veranderd sinds de nieuwe asielwet van 2007 die het aantal schorsende beroepsmogelijkheden fel heeft ingeperkt. “De RvV kan ook geldboetes opleggen voor het indienen van een kennelijk onrechtmatig beroep.  Maar dat gebeurt uiterst zelden, het dilatoir karakter moet er al heel dik opliggen. Niet dat er geen misbruik meer is. Er zijn gehaaide advocaten die de onwetendheid van hun cliënten uitbuiten, die valse hoop verkopen om hun zakken te vullen. Het is een klein clubje, ik schat een stuk of tien. Dat zijn de rotte appels in de kleine mand van vreemdelingenadvocaten, ze geven ons een slechte naam. En nee, het gaat niet om pro Deo’s, maar om advocaten die zich door hun cliënten vet laten betalen. Zonder kwitantie, niemand kent hun tarieven”.

zwarte lijst

Uit de praktijk gegrepen: een uitgeprocedeerde asielzoeker klopt bij een Limburgse advocaat aan voor een medische regularisatie. Het tarief: 1.000 euro voor het indienen van het verzoekschrift, nog eens 2.000 euro bij gunstig resultaat. “Die asielzoeker heeft die 3.000 euro betaald”, zegt zijn nieuwe advocaat, Ivo Flachet. “Aanvankelijk was hij euforisch: eindelijk papieren om in België een nieuw bestaan op te bouwen!  Mijn voorganger had hem niet verteld dat een procedure 9ter (medische regularisatie) uit twee fases bestaat. Na het ontvankelijkheidsonderzoek volgt het gegrondheidsonderzoek. Het eerste is een formaliteit die helemaal geen recht geeft op een verblijfsvergunning. Die krijg je pas na de tweede fase, waarin echter meer dan 90 procent van de verzoekschriften wordt afgewezen. Die asielzoeker heeft in zijn naïviteit 3.000 euro voor een illusie betaald ”.

Flachet, volbloed idealist én expert vreemdelingenrecht, zit bij het aan de PVDA gelieerde Progress Lawyers Network , een van de weinige grote kantoren die zich in vreemdelingenzaken specialiseren. “Het geval van die Limburgse advocaat is niet uniek”, zegt hij. “Er is een kleine kern van advocaten die er de kantjes aflopen, die zinloze procedures voeren en ondoorzichtige tarieven hanteren. Hun namen zijn bekend, bij vluchtelingenorganisaties circuleren zwarte lijsten. In feite zou de Orde van Advocaten strenger moeten optreden, maar de tuchtprocedures schieten te kort. Toch wil ik het probleem ook relativeren. Erger dan manifest misbruik is het gebrek aan kennis bij vele advocaten, en vooral het systematisch ondergraven van de rechtspositie van asielzoekers en vreemdelingen. De voorbije jaren heeft de wetgever de ene na de andere beknottende maatregelen getroffen. En laten we wel wezen: malafide praktijken komen in alle geledingen van de advocatuur voor. Er zijn genoeg echtscheidingsadvocaten die bewust ruzies oppoken om procedures te rekken en hun ereloon aan te dikken”.

Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (foto:Franky Verdickt)

Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (foto:Franky Verdickt)

We deden navraag bij het middenveld. Vluchtelingenwerk Vlaanderen, de Franstalige tegenhanger Ciré, het Belgisch Comité voor Hulp aan Vluchtelingen, Jesuït Refugee Service, een ngo die vooral in gesloten centra werkt. Zwarte lijsten? Liever spreken ze van witte lijsten, competente advocaten met wie ze graag samenwerken. De namen die uitdrukkelijk naast deze lijst vallen, zo viel op te maken, zijn even goed bekend. We hoorden verhalen en anekdotes. Over pro Deo’s die hun cliënten onder de tafel provisies of dossierkosten laten betalen, een praktijk die even illegaal als moeilijk bewijsbaar is. Over een advocaat die zijn cliënt in een detentiecentrum 1.500 euro aanrekende voor een ultiem beroep tegen zijn uitwijzing. En dat vervolgende niet indiende, goed wetende dat de intussen verwijderde vreemdeling nooit naar de stafhouder zou stappen. Veel talrijker waren de staaltjes van incompetentie.  Advocaten die niet weten hoe een Dublin-overdracht precies verloopt, of die er verkeerdelijk van uitgaan dat een beroep tegen een uitwijzingsbevel schorsend werkt. “Het gebrek aan kennis is stuitend”, zegt Els Keytsman, directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen. “De universiteiten en de balies moeten er dringend wat aan doen. Intussen zijn we zelf met een juridische helpdesk begonnen om advocaten bij te staan. We hebben het onlangs weer meegemaakt: man wordt afgewezen door zowel het CGVS als de RvV, wegens een ongeloofwaardig asielverhaal. Zijn advocate wilde er zich bij neerleggen, maar onze juristen hebben bijkomend bewijsmateriaal gevonden. We hebben de advocate overtuigd toch een nieuwe asielaanvraag in te dienen, en zo heeft haar cliënt alsnog zijn statuut gekregen. Een goede of slechte advocaat, nergens maakt het meer verschil”.

smekende kinderogen

Vijfentwintig jaar advocaat in vreemdelingenzaken, drie jaar bestuurslid Orde van Vlaamse Balies, vier jaar voorzitter Bureau voor Juridische Bijstand van de Antwerpse Balie. Met zo’n cv heeft Kati Verstrepen recht van spreken. “Er zijn wantoestanden”, zegt ze. “Maar die ga je eerder buiten dan binnen de juridische bijstand vinden. Pro Deo-advocaten worden door hun balie gecontroleerd. Na een procedure moeten ze een verslag met de stukken en de eindbeslissing indienen, en op basis daarvan beslist de corrector of ze recht hebben op de bij nomenclatuur bepaalde punten. Dat werkt goed, want anders dan bijvoorbeeld strafrecht kent het vreemdelingenrecht amper mondelinge procedures. Het is administratief recht, schriftelijk en daarom perfect controleerbaar. Ik ben in Antwerpen jarenlang corrector geweest voor vreemdelingendossiers. Dat gebeurt erg kritisch. Een tweede asielaanvraag of een regularisatieverzoek, daar wordt met het vergrootglas naar gekeken. Als er geen gegronde redenen zijn, kan de advocaat fluiten naar zijn prestatierecht. Toch zou ik me hoeden voor overhaaste conclusies: het voeren van kansloze procedures betekent niet per se dat de advocaat op geld uit is. Vaak is het de cliënt zelf die aandringt, tegen beter weten in. Ik ken de materie intussen door en door, en na 25 jaar heb ik genoeg mensenkennis om een moeilijke boodschap over te brengen. Voor jonge collega’s is dat lastiger. Vertel een moeder maar eens dat het echt hopeloos is en dat ze beter naar haar land kan terugkeren, terwijl haar bloedjes van kinderen je met smekende ogen aankijken. Dan is de verleiding groot: ik zal het maar doen, want anders loopt ze toch naar een collega”.

Ze maakt zelf het voorbehoud: de kwaliteitscontrole werkt in grote balies, waar de BJB in gespecialiseerde secties is opgedeeld. “Kleine balies hebben die luxe niet, maar gelukkig krijgen die minder aanvragen te verwerken. Er zijn overigens nog de kruiscontroles: een keer per jaar worden de BJB’s van de Vlaamse Balies door een Franstalige tegenhanger gecontroleerd, en vice versa. Dat systeem is er gekomen op vraag van de Vlaamse balies die vonden dat de Franstaligen te kwistig omsprongen met het geld voor juridische bijstand. Dank zij die kruiscontroles weten we Intussen dat daar niks van aan is”.

Het niveau van de vreemdelingenadvocatuur moet omhoog, daarin kan Verstrepen Ivo Flachet en Els Keytsman bijtreden. “Er wordt aan gewerkt. Grote balies zoals de Antwerpse stellen alleen advocaten aan die kunnen bewijzen dat ze zich hebben bijgeschoold. Maar dan hebben we het weer over de juridische bijstand. Buiten het pro Deo-systeem bestaat er geen enkele kwaliteitsnorm”.

abonnementsadvocaten

Misschien wordt alles anders met de nieuwe wet op de justitiële bijstand. Een eerste ontwerp,  klaargestoomd door de liberale kabinetten Turtelboom en De Block, sneuvelde vorige zomer bij de Raad van State. Wellicht komt er pas schot in na de verkiezingen, maar de krachtlijnen wekken nu al grote beroering onder vreemdelingenadvocaten en vluchtelingenorganisaties. De wetswijziging is vooral een besparingsoperatie, de pro Deo-factuur liep vorig jaar op tot 76 miljoen euro.  Vreemdelingen, samen met gedetineerden en minderjarigen grootverbruikers van juridische bijstand, worden zwaar getroffen. 10 euro remgeld dreigt voor sommigen een onoverkomelijke horde te worden. Nog erger vindt Verstrepen de reorganisatie van de bijstand aan vreemdelingen. “Ze willen een pool oprichten, met een beperkt aantal advocaten die via een examen kunnen toetreden. Abonnementsadvocaten worden ze genoemd, ze zouden het monopolie op bijstand aan vreemdelingen krijgen, tegen een vast tarief dat een besparing van 25 procent op de totale uitgaven voor vreemdelingendossiers garandeert. Dat is natuurlijk bandwerk stimuleren. Waarom zou een advocaat nog zijn best doen als hij toch een fix opstrijkt? Om er aan te verdienen, moet hij zijn dossiers zo snel mogelijk afsluiten. Bovendien is het voor een bona fide advocaat onmogelijk om behoorlijk werk af te leveren tegen de voorgestelde tarieven.  Gevolg: onvermogende vreemdelingen zullen geen behoorlijke rechtsbijstand meer krijgen. Alle balies zijn er vierkant tegen. We pikken het vooral niet dat de nieuwe wet onze onafhankelijkheid ondermijnt. In 1998 heeft de overheid ons opgedragen de juridische bijstand zelf te organiseren, maar nu wil ze de pro Deo’s eigenhandig gaan aanduiden. Dat is geen detail,  als je weet wie wij als vreemdelingenadvocaten moeten bekampen. Of het nu de DVZ, het CGVS, de gemeente of het OCMW is, het is altijd de overheid die we het vuur aan de schenen leggen. Nu al stel ik vast dat Russische asielzoekers geen pro Deo willen, omdat ze vanuit hun achtergrond niet kunnen geloven dat een advocaat die door de overheid wordt betaald, echt onafhankelijk kan optreden. Als diezelfde overheid ook nog de advocaten gaat uitkiezen, ligt onze geloofwaardigheid helemaal aan diggelen”.

ultiem beroep voor Raad voor Vreemdelingenbewtistingen. Slaagkans: 3 procent. (foto Franky Verdickt)

ultiem beroep voor Raad voor Vreemdelingenbewtistingen. Slaagkans: 3 procent. (foto Franky Verdickt)