Tagarchief: Congo

Kris Berwouts over 25 jaar crisis in Congo

Knack, 16 augustus 2017

“De vrees voor een Somalië-scenario is terecht”

Congo een hopeloos kluwen? Niet voor Kris Berwouts die al 30 jaar de polsslag van centraal Afrika voelt. Hij spreekt met hoge piefen van het Kabila-regime, onderhoudt uitstekende contacten met de Congolese oppositie, kent als geen ander het landschap van gewapende milities. Het heeft een boek opgeleverd dat nu al onmisbaar is voor Congo-watchers.

 

foto: Johan Jacobs

foto: Johan Jacobs

Vier jaar heeft Kris Berwouts (54) gewerkt aan ‘Congo’s violent peace’. Niet overdreven voor een boek over de gewapende en politieke conflicten die Congo de voorbije 25 jaar hebben geteisterd. Het thema complex noemen is een eufemisme. Moeilijk af te bakenen, ook dat. Wanneer stopt de research over een land waar crises en conflicten elkaar in ijltempo blijven afwisselen? De vijftien doodgeschoten betogers van twee weken geleden in Matadi vielen uiteraard buiten het bestek. Hetzelfde geldt voor de zich als een olievlek verbreidende opstand van Kamuina Nsapu in de Kasai, waarbij al minstens 3.000 doden vielen en anderhalf miljoen burgers op de vlucht sloegen. ‘Het Sylvester-akkoord heeft mijn boek nog net gehaald’, zegt Berwouts, verwijzend naar de overgangsregeling die president Kabila en de oppositie op 31 december vorig jaar troffen. ‘Je moet ergens de streep trekken. Ik heb ooit een boekje over Congo gemaakt voor de Nederlandse Novib-landenreeks. Stel je voor: ik lever het manuscript in op 15 januari 2001, de uiterste datum. Ik ga die avond slapen, moe maar tevreden. De volgende ochtend sta ik op en verneem ik dat vader Kabila door een van zijn lijfwachten werd vermoord. Brute pech, ik heb alleen in de intro nog een korte verwijzing kunnen inlassen’.

De streep werd dit keer zonder hartepijn getrokken. ‘Congo’s violent peace’ overstijgt ruimschoots de brandende actualiteit. Berwouts ontleedt de onderliggende mechanismen die de vele conflicten in Congo aandrijven, en probeert te verklaren waarom het epiteton failed state onze voormalige kolonie als gegoten past. Zijn gelaagde analyse heeft een lange houdbaarheidsdatum, toepasbaar op zowel verleden, heden als nabije toekomst. De volgende crisis zit immers al in de pijplijn. Dat het boek deze zomer in het Engels verscheen _ de Nederlandse vertaling volgt half oktober  _ is geen toeval. Gentenaar Berwouts geniet al vele jaren internationale faam als kenner van Centraal Afrika, in het bijzonder Congo en het gebied van de Grote Meren. Na 25 jaar regio-ervaring in dienst van ngo’s zoals 11-11-11, het Rode Kruis en EurAc vestigde hij zich in 2012 als onafhankelijk analist. Klanten zijn onder meer de VN vresdesmissie Monusco, het officiële Britse ontwikkelingsagentschap DFID en diens Amerikaanse tegenhanger USAID. We ontmoeten hem thuis, tussen twee Congo-reizen door. ‘Dit jaar ben ik al vijf keer de Evenaar overgevlogen’, zegt hij. ‘Meestal zijn het welomschreven missies van beperkte duur. Je moet de tijd nemen om achter de schermen te kijken, maar ik voel niet de behoefte om naar ginder te verhuizen. Na een poosje wil ik afstand nemen om de indrukken en informatie te verwerken, zonder de constante ruis van Kinshasa of een andere Congolese grootstad’.

– welke meerwaarde biedt een Afrika-analist?

Berwouts: Ik maak politieke en veiligheidsanalyses, een specialiteit waarvoor ik permanent de vinger aan de pols van de samenleving moet houden. Dat lukt omdat ik in de loop der jaren een groot netwerk heb uitgebouwd, vooral toen ik als partnerbegeleider en Afrika-coördinator voor 11-11-11 werkte. In die periode, van 2000 tot 2007, viel ook de tweede Congolese oorlog. Bijzondere omstandigheden, ik heb toen banden gesmeed die niet meer stuk kunnen. Sommige van mijn toenmalige partners zitten intussen heel hoog in de entourage van Kabila, anderen behoren tot de top van de oppostie. Met beiden onderhoud ik nog altijd goede contacten. Als ik in het land ben, komen ze me zelf opzoeken. Ze weten dat ze me kunnen vertrouwen, en zo verneem ik veel over wat zich achter de schermen afspeelt, in Kinshasa en elders’.

Congo lijkt wel een rokende vulkaan. Er is de opstand in de Kasai, het endemische geweld in Kivu. Het rommelt nu ook stevig in Bas Congo, en zo kunnen we nog een poosje doorgaan. Intussen zit de poltieke situatie muurvast. President Kabila doet er alles aan om verkiezingen uit te stellen en zich aan de macht vast te klampen, terwijl de oppostie niet in staat blijkt de patstelling te doorbreken. Vreest u voor een uitbarsting?

Berwouts: Congo staat er bijzonder slecht voor. De crisissfeer is op zich geen nieuws. De voorbije decennia zag je steeds dezelfde cyclus: er breekt lokaal een gewelddadig conflict uit, het  escaleert tot een crisis, dan volgen er moeizame onderhandelingen die uitmonden in een onwerkbare overgangsregeling, waarna het weer wachten is op volgende explosie. Die cyclus komt stilaan ten einde. Congo is zijn voorspelbaarheid verloren, en dat heeft veel met de situatie in de Kasai te maken.

 – hoezo?

Berwouts: De Kasai is niet zoals de Kivu in Oost-Congo of Beni, de grenstreek met Oeganda waar het ook al 25 jaar onrustig is. De Kasai stond tot voor kort bekend als relatief veilig en stabiel. Voor de inwoners van Kananga was de tweede Congolese oorlog een ver-van-hun-bed-show. Begrijpelijk, want de frontlijn is nooit dichter dan 200 kilometer genaderd. Dat de streek nu in vlammen op gaat is daarom des te opmerkelijker. Het illustreert hoezeer de capaciteit van de centrale staat om te anticiperen op lokale conflicten aan het verdampen is. Er zijn nog wel lokale vertegenwoordigers zoals gouverneurs en lagere gezagsdragers, maar die hebben geen middelen en geen legitimiteit meer, ook al doordat de decentralisatie van 2015 een fiasco is geworden.

de opstand van Kamuina Nsapu begon na een ongelukkige tussenkomst van de provinciegouverneur in de opvolging van een niet eens zo belangrijk stamhoofd. Dat is toch een lokaal probleem?

Berwouts: Daar leek het aanvankelijk op. Het begon bij de legitieme opvolger van een overleden chef die Zuid-Afrika woonde en daar betrokken was bij de UDPS van wijlen oppositieleider Etienne Tshisekedi. De poppen gingen aan het dansen toen men hem als troonopvolger probeerde te vervangen door een sympathisant van Kabila’s PPRD. De gedupeerde heeft zich verzet en is de mystieke toer opgegaan, vandaar de verhalen over kindsoldaten met amuletten die hen onkwetsbaar maken. Dat had een lokaal conflict kunnen blijven, maar door een combinatie van onmacht, onhandigheid en buitensporig geweld van de autoriteiten is de toestand totaal geëscaleerd. De opstand spreidt zich nu al over vijf provincies uit, met duizenden doden en een gigantische vluchtelingenstroom als gevolg. Onlangs had ik het er in Kinshasa over met een functionaris die op het hoogste niveau bij het dossier is betrokken. Wat er nu in de Kasai gebeurt, vertrouwde hij me toe, kan zich overal in Congo herhalen. Een trigger, meer is er niet nodig om de boel te doen ontploffen. Aan triggers is er geen gebrek. Drie maanden geleden vertelde iemand in Zuid-Kivu me dat in iedere territoire van de provincie minstens drie chefferiën zijn waarvan de troon wordt betwist. Dat is een stuk van het drama. Traditionele structuren, zeg maar de pouvoir coutumier, bieden geen alternatief voor het verkruimelende staatsapparaat. Congo kampt op alle niveaus met een legitimiteitsprobleem.

– in uw boek staat een kras citaat over het roofdier-achtig karakter van Congo’s bewindslieden. Achter de façade van democratische instellingen zoals regering en parlement schuilt een tot op het bot corrupt systeem geregeerd door cliëntilisme, waar politici publieke middelen alleen gebruiken om zichzelf en de eigen achterban te bedienen. Staat u daarachter?

Berwouts: Uiteraard, anders had ik het niet aangehaald. Die analyse verklaart het ziedende gevoel dat ik in heel het land waarneem. De Congolezen zijn erg kwaad omdat er in 20 jaar niks veranderd is, en ze leggen de schuld terecht bij de manier waarop het land wordt bestuurd. Bij Kabila in de eerste plaats, want hij is tenslotte al 16 jaar aan de macht. Het volk gunt hem geen derde termijn. Als je na 16 jaar niks klaar krijgt, waarom zou het dan wel lukken na 17 jaar? Maar de zucht naar verandering gaat veel dieper. We willen niet alleen de chauffeur veranderen, hoor je voortdurend, we willen een nieuwe auto.

president Kabila lijkt anders niet van plan snel de baan te ruimen. In zijn veelbesproken interview met Der Spiegel liet hij in zijn kaarten kijken: via een referendum wil hij de grondwet wijzigen zodat een derde ambtstermijn toch mogelijk wordt, een beproefde truc onder Afrikaanse presidenten met zitvlees. Hoe realistisch is dat scenario?

Berwouts: Dat zoomt rond in de presidentiële entourage. Ondanks het Sylvester-akkoord zal het ook dit jaar niet lukken om verkiezingen te organiseren. Natuurlijk zijn de logistieke problemen gigantisch. Begin er maar aan in zo’n reusachtig land met zo’n zwak staatsapparaat. Maar het uitstel komt vooral door politieke onwil, en niet alleen van Kabila. Een belangrijk deel van de oppositie is zelf niet in snelle verkiezingen geïnteresseerd, omdat ze er niet klaar voor is, inhoudelijk noch financieel. Het enige onderdeel van de voorbereidingen dat min of meer opschiet, is de kiezersregistratie En dus ruikt Kabila zijn kans: hij kan die registratie gebruiken om binnen een jaar of twee een grondwettelijk referendum te houden. Zijn entourage doet daar heel arrogant over: we kunnen dat referendum niet verliezen. Terwijl Kabila zo onpopulair is dat hij alleen via bedrog en intimidatie kan winnen. Dat beseffen ook velen binnen het regime. Er heerst een fin-de-règne sfeertje. Men probeert zoveel mogelijk te graaien, nu het nog kan. Intussen neemt de volkswoede hand over hand toe. In steden zoals Kinshasa, Lubumbashi, Goma en Bukavu sluimert een enorm potentieel voor geweld.

– vreest u voor een totale implosie zoals in Somalië?

Berwouts: Dat risico bestaat. Maar terwijl Somalië een perifeer land is, vormt Congo het hart van Afrika, met negen buurlanden waarvan er verschillende zelf erg fragiel zijn. De internationale gemeenschap kan zich geen totale implosie veroorloven, maar de vraag is wie zijn nek zal uitsteken. Zullen de Amerikanen met hun terrorisme-obsessie tolereren dat er no go-zones ontstaan in een land waar uranium in de bodem zit? Nu al zijn ze erg bezorgd over ADF Nalu, een islamitische rebellenbeweging die al 20 jaar in grensstreek met Oeganda opereert. Toch denk ik niet dat het Westen het grote verschil zal maken, er staan andere spelers klaar. Ik heb niet toevallig besloten dit boek te schrijven in november 2012, de dag nadat Goma in handen van de Tutsi-rebellen van M-23 was gevallen. Dat was een kantelpunt, niet alleen voor Congo maar voor de hele regio.

leg dat eens uit..

Berwouts: De M23-opstand, die maandenlang slechts een lokale impact had in Noord-Kivu, dreigde na de val van Goma te escaleren tot een derde Congolese oorlog die opnieuw alle buurlanden zou meezuigen. Het Westen, de VN, alle klassieke actoren van de internationale diplomatie verkeerden in de hoogste staat van paraatheid. Toch zijn het Afrikaanse landen die de handen in elkaar hebben geslagen om het gevaar te bezweren. De Monusco-vredesmissie werd opgeschaald met troepen uit Tanzania, Zuid-Afrika en Malawi. Afrikaanse multilaterale instituten zoals de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid, East African Commity en SADEC speelden een beslissende rol. Het was historisch: Afrikanen claimden het ownership over een Afrikaans conflict. Vijf jaar later stel je vast dat een land als Angola in Congo veel meer invloed heeft dan eender welke Westerse speler. De Europese sancties  tegen het Kabila-regime maken weinig indruk, maar naar de  Angolese president Dos Santos wordt in Kinshasa wel geluisterd. De Angolezen zijn dan ook als de dood voor een implosie van Congo. De crisis in de Kasai heeft nu al 30.000 vluchtelingen naar Angola gejaagd. Dat is maar een begin, want er zwerven vlakbij de grens nog anderhalf miljoen ontheemden rond. Dos Santos beseft intussen dat Kabila niet langer de bondgenoot is die voor stabiliteit in Congo kan zorgen.

foto: Johan Jacobs

foto: Johan Jacobs

 

– Joseph Kabila is voor velen een raadsel. Hoe taxeert u hem?

Berwouts: Er is al veel gespeculeerd over zijn competentie, sommigen noemen hem een schertsfiguur. Kabila zou een drugprobleem hebben, werd er beweerd, en hij zou zijn dagen vullen met computergames. Dat is een zware inschattingsfout. Zonder capaciteiten had Kabila zich nooit gedurende 16 jaar aan de top kunnen handhaven. Vergeet niet dat hij bij zijn aantreden als een overgangsfiguur werd beschouwd. Hij zou de stoel warm houden, terwijl het regime worstelde met de vraag wie zijn vermoorde vader zou opvolgen. Maar ziet, Kabila junior is er toch mooi in geslaagd zijn positie te versterken en in 2006 de eerste democratische verkiezingen in 40 jaar tijd te winnen. De man heeft uiteraard enkele manifeste gebreken. Hij is niet in staat tot communiceren, met de eigen bevolking noch met internationale partners. Daarnaast is hij een pathologische twijfelaar die geen beslissingen neemt. Vaak schiet hij in een autistische kramp en verdwijnt hij wekenlang van het toneel.

 – het woord entourage is al meermaals gevallen. Wie zijn Kabila’s vertrouwelingen?

Berwouts: Tot 2006 had hij een inner circle, een clubje van nog geen tien man dat hem als het ware coachte. Door het winnen van verkiezingen tankt hij zelfvertrouwen en zie je hem in zijn rol groeien. Tegelijkertijd begint zijn entourage te ontrafelen. Vital Kamerhe, John Numbi, Pierre Lumbi, een voor een verdwijnen ze van het toneel. Het sluitstuk was de dood van Katumba Mwanke, de Raspoetin van Congo die in 2012 bij een vliegtuigcrash verongelukte. Het vacuüm werd door Kabila’s zelf opgevuld. De collectiviteit is uit zijn regime verdwenen. Kabila heeft voor ieder beleidsdomein wel een medewerker, maar hij is de enige die het geheel overziet. De inner circle is gekrompen tot enkele naaste familieleden. Zijn jongere broer Noé, en vooral tweelingzus Jaynet die het immense zakenimperium van de familie beheert. Zij zijn zowat de enigen die nog rechtstreekse toegang tot de president hebben.

heel wat voormalige medestanders hebben zich tot oppositieleiders ontpopt. Zit daar een alternatief voor Kabila tussen?

Berwouts: Er zitten belangrijke figuren tussen. Vital Kamerhe, Pierre Lumbi, Olivier Kamitatu, Moïse Katumbi, dat zijn de mensen die in 2006 een embryonaal democratisch potentieel belichaamden. Nu Bemba in de gevangenis zit en Tshisekedi is gestorven, zijn zij de voornaamste uitdagers voor Kabila. Ze kunnen de ruggengraat voor een democratisch alternatief vormen, maar dan moeten ze wel leren samenwerken in een brede coalitie. Helaas heeft Congo op dat vlak geen enkele traditie. Het lukt voorlopig niet, ook al omdat Kabila dezelfde trucs als Mobutu gebruikt om de oppositie uit elkaar te spelen. Hij benoemt een dissidente UDPS-er tot overgangspremier, speelt de partij van Pierre Lumbi uit elkaar, richt zelf oppositiepartijen op en creëert zijn eigen société civile. Mobutu had het niet beter gekund. Maar ook de meerderheid is tot op het bot verdeeld. Lang niet iedereen binnen het regime staat achter een derde ambtstermijn voor Kabila.

– Intussen probeert jongerenbeweging La Lucha door allerlei manifestaties het aftreden van Kabila te bespoedigen. De beweging was de voorbije weken erg actief, met een opération ville morte in diverse steden. Hoe belangrijk is La Lucha?

Berwouts: Ik heb La Lucha in 2013 in Goma leren kennen. Het was een verademing, heel anders dan de société civile die vergroeid is met het politiek establishment. Plots zag je jonge mensen die pertinente vragen stelden aan de gezagsdragers. Hoe komt het dat we naast een meer wonen en er geen water uit de kraan komt? Dat er geld voor nieuwe wegen binnen stroomt, terwijl alleen voor de deur van de gouverneur een strook asfalt ligt? En waarom is het zo onveilig terwijl Monusco hier al 15 jaar kampeert? Ze organiseerden geweldloos protest, onder meer sit-ins voor het paleis van de gouverneur. Intussen echter hebben Lucha-kopstukken herhaaldelijk deelgenomen aan bijeenkomsten van de verenigde oppositie. Door zo dicht bij de politiek te kruipen, hebben ze veel van hun maagdelijkheid verloren.

Oost-Congo is al 25 jaar een hopeloos kluwen, met Congolese troepen, buitenlandse militairen en allerlei etnisch gekleurde milities die elkaar in steeds wisselende coalities naar het leven staan. Toch bewaart u in uw boek het overzicht. Hoe bent u daarin geslaagd?

Berwouts: Door vooraf goed uit te leggen wat de verschillende conflictlagen zijn en hoe die op elkaar inwerken. Om de situatie in Oost-Congo te doorgronden moet je de legitimiteitscrisis kennen waarover we het al eerder hadden. Er is de overloop van het Rwandese conflict op Congolese bodem: de gevolgen van de genocide, de rol van het Kagame-regime, het feit dat er zoiets als Congolese Hutu’s en Tutsi’s bestaat. Tenslotte speelt de ratrace naar bodemrijkdommen een hoofdrol. De interactie tussen die drie krachtlijnen moet je zien tegen een op zich al complexe achtergrond van moeizaam samenlevende etnische groepen en competitie rond de controle van gronden.

Rwanda exporteert zijn overbevolking naar Oost-Congo?

Berwouts: Dat klopt, maar het is slechts één stukje van de puzzel. Je moet het complete plaatje zien. De internationale gemeenschap heeft de voorbije decennia massaal veel geld geïnvesteerd in Congo. Fondsen voor democratisering, voor good governance, voor de eenmaking van het leger. Waarom heeft dat zo weinig opgeleverd? Omdat men de complexiteit van het land niet wilde onderkennen. Ik heb de verkiezingen van 2006 meegemaakt als coördinator voor 120 Europese waarnemers. De euforie was groot toen de stembusgang als ‘reasonably free and fair’ werden bestempeld. Het was een hoopvolle episode, Congo leek goed op weg naar democratisering. De geplande regionale en lokale verkiezingen? Die konden wachten, een verkozen president en parlement waren al mooi genoeg. Dat is een fatale vergissing gebleken.

 – waarom?

Berwouts: Omdat legitimiteit op alle niveaus noodzakelijk is. De Congolese democratie is zoals een huis met een zwaar dak, wankele muren en geen fundering. Stabiel kun je zo’n constructie niet noemen. Na die eerste verkiezingen was de internationale gemeenschap veel te gretig om Congo als een post-conflict land te beschouwen. Die status werd in feite nooit bereikt, zeker niet in Oost-Congo dat altijd is blijven schipperen tussen een low intensity conflict en een open oorlog.

de uit de gevangenis ontsnapte sekteleider Ne Mwanda Nsemi heeft onlangs opgeroepen ‘Kabila en zijn Rwandese kliek’ uit Kinshasa te verjagen. Geen toevallige woordkeuze, want Rwandees is zowat een verbaal atoomwapen in Congo. Waar komt die Rwandafobie vandaan?

Berwouts: Het is natuurlijk geen klein bier wat Rwanda in Kivu allemaal heeft uitgespookt. Vele Congolezen voelen zich nog altijd vernederd omdat het kleine Rwanda met hun leger de vloer heeft aangeveegd. Maar bij mijn laatste bezoeken aan Kinshasa viel me een ander ressentiment op, Swahilifobie. Blijkbaar is de redenering dat Swahili-sprekers automatisch achter Kabila staan, omdat ze net zoals de president uit het Oosten afkomstig zijn. Nonsens overigens, want Kabila is daar allesbehalve populair. Ik ken Swahili-sprekende Kinois die in een taxi de telefoon niet durven beantwoorden als ze door een familielid uit het Oosten worden gebeld, uit schrik voor boze reacties van medepassagiers als ze Swahili spreken. Zover is het al gekomen.

 

Kris Berwouts, ‘Congo’s violent peace’, ZED Books, London. 

Kris Berwouts, ‘Congo’s gewelddadige vrede’, verschijnt 12 oktober bij Epo.

 

 

Angelo Turconi: het oog van de Congolese brousse

Knack, 28 maart 2017

 

In de luwte heeft de Italiaanse fotograaf Angelo Turconi een uniek oeuvre opgebouwd. Vijftig jaar fotograferen in het Congolese binnenland: niemand deed het hem na. Even rijk als zijn verzameling beelden is zijn voorraad verhalen over het land waarop hij als bij toeval verliefd werd. ‘De mens maakt geen reis, het is de reis die de mens maakt.’

foto: Johan Jacobs

foto: Johan Jacobs

 

Sijsele-Damme. Angelo Turconi woont discreet, in een omgebouwde hoeve. Het ontvangst is warm, de handdruk stevig. Het valt de heer des huizes niet aan te zien dat hij 78 is en van een operatie herstelt. Als u dit leest, vertoeft de Italiaanse fotograaf alweer in Congo om het geesteskind voor te stellen dat ons naar Sijsele heeft gelokt. Lunda is zijn vijfde fotoboek, opnieuw gewijd aan het Congolese binnenland met zijn veelheid aan volkeren en culturen. De titel verwijst overigens naar een volk in de provincie Lualaba, nog niet zo lang geleden een onderdeel van de intussen opgedeelde provincie Katanga. Een volk met een roemrijke geschiedenis: het koninkrijk der Lunda was een van de  machtigste in pre-koloniaal Afrika, met uitlopers tot diep in Angola en Zambië.

Er hangt een heel verhaal aan vast, zoals altijd bij Angelo Turconi. Het begint in 1987, naar zijn maatstaven tamelijk recent. Turconi had al tientallen volkeren groot en klein bezocht, de camera gericht op hun rituelen, chefs en genezers, maar evengoed op de dagelijkse beslommeringen van gewone mannen, vrouwen en kinderen. Toch maakte de ontvangst in Musumba, de hoofdstad van het Lunda-rijk op 800 kilometer van Lubumbashi, een diepe indruk. ‘Ik kwam aanvliegen met de Lunda-koning in eigen persoon. De hele stad was uitgelopen om hem te verwelkomen en in een tipoy (draagstoel) naar zijn paleis te dragen. Ik ben tien dagen in Musamba gebleven, het was een intense ervaring. ‘Als de koning ooit overlijdt’, nam ik me voor, ‘keer ik terug om de kroning van zijn opvolger vast te leggen.’

 

hippieparadijs Afghanistan

Kabwit Yisoj Kawel II stierft in 2005. Meteen werd een opvolger gekozen wiens naam ook in België bekend in de oren klinkt: Benjamin Tshombe, advocaat bij het Hooggerechtshof in Kinshasa, is de zoon van de legendarische Moïse Tshombe die zich van 1960 tot 1963 president van het afgescheurde Katanga mocht noemen. Toch zou het nog tot 2012 duren vooraleer Angelo de kans kreeg zijn eed gestand te doen. ‘De kroningsceremonie is een voettocht door het Lunda-gebied’, legt hij uit. ‘Ze duurt een hele week, met als apotheose het overhandigen aan de koning van de rukan, de armband die zijn macht symboliseert. Ik ben Benjamin Tshombe in Kinshasa gaan opzoeken om hem te vragen of hij die traditie zou respecteren. Graag genoeg,  zie hij, maar ik heb er geen middelen voor. Zie je, tijdens zo’n ceremonie moet hij als gastheer een hoop vips ontvangen: Lunda-chefs uit Angola en Zambië, notabelen van zijn vazalvolkeren, de Yaka en de Tshokwe, maar ook ministers, gouverneurs en andere politici. Ik vond het een verschrikkelijk vooruitzicht. Als hij niets deed, dan zou de hele kroningsceremonie bij de volgende troonsopvolging definitief verloren gaan’. Angelo, behalve fotograaf archivaris van tradities en rituelen, sprak zijn netwerk aan. Details hoeven we niet te kennen, maar het is niet zonder belang dat de grootmoeder van president Joseph Kabila een Lunda was. De démarche werkte. Jaren gingen voorbij, maar op een dag ontving hij in Sijsele een uitnodiging voor de kroning. ‘Ik ben op het eerste het beste vliegtuig naar Kinshasa gesprongen’, zegt hij grijnzend. ‘Van die ceremonie heb ik geen minuut gemist’.

Angelo Turconi heeft geen website, zijn naam sorteert geen hits op het internet, enkele bibliografische verwijzingen niet te na gesproken. Toch zijn er geen fotografen die de voorbije vijftig jaar meer hebben gedaan om het Congolese binnenland te documenteren dan deze Milanees. ‘Ik kom uit Inzago, een dorpje op 20 kilometer van Milaan’, preciseert hij. ’Op mijn veertiende ben ik naar de stad gaan werken in een drukkerij. Als oudste van vier kinderen, er moest brood op de plank’. Een autodidact dus met een late roeping: hij was al 24 toen hij voor het eerst een voet buiten Italië zette. Met enkele vrienden had hij een VW Kubelwagen gekocht, een amfibievoertuig achtergelaten door het Duitse leger. Na veel sleutelen zijn ze ermee op expeditie vertrokken naar Libië en de Maghreb. Die eerste reis smaakte naar meer. Angelo ging in Zwitserland voor Le Journal de Genève werken. Voor het geld, maar evenzeer om er de nodige vaardigheden te verwerven voor zijn reisplannen. Frans spreken, fotograferen, printen, lay-out, 16 millimeter films draaien en monteren, hij zoog zich vol als een spons. Weekends bracht hij door in Inzago waar hij met zijn snel groeiende fanclub plannen smeedde voor nieuwe avonturen. Zo ging het in 1965 ging met de Kubelwagen helemaal naar India. Hij kan nog altijd smakelijk vertellen over de passage door het hippie-paradijs genaamd Afghanistan. Na die trip was hij klaar voor het echte werk: een reis zonder einddatum door alle landen van het Afrikaanse continent. Angelo had intussen een heus zakenmodel op punt. Sponsors, van vrienden in Inzago tot bedrijfsleiders in Milaan, sprongen bij om de expeditie te financieren. Hij had een uitgeefcontract voor een boek op zak, werd bezoldigd om kunstvoorwerpen te spotten voor een verkooptentoonstelling in Milaan, Coca Cola Italië bestelde een 16 millimeter reclamefilm over de doorsteek van de Sahara. Op het thuisfront stond de fanclub klaar om de per vliegtuigpost verstuurde pellicule te ontwikkelen en naar klanten te versturen. Waar die commerciële flair vandaan komt? ‘Typisch Lombardije’, zegt hij heel gemeend. ‘Ondernemen, handel drijven, bankieren, dat doen de Lombarden al eeuwen. Het zit me in het bloed’.

 
stoet kroningsritueel Lunda (foto: Angelo Turconi)

stoet kroningsritueel Lunda (foto: Angelo Turconi)

 

 

Congo River

Eind 1967 vertrok hij met een reisgezel per Land Rover. Een dik jaar later stonden ze te twijfelen op de oever van de Oubangi, de rivier die de grens vormt tussen de Centraal Afrikaanse Republiek en Congo. Er heerste chaos in de voormalige Belgische kolonie. President Mobutu had pas de opstand van de Simba’s bedwongen, met de hulp van blanke huurlingen die intussen zelf in opstand waren gekomen omdat ze niet werden betaald. Het ging er grimmig aan toe, op een bepaald moment heeft Mobutu alle huurlingen laten uitmoorden die in Kinshasa waren gelegerd. ‘Congo was een chaos’, zegt Angelo. ‘In Bangui werden we gewaarschuwd: ze gaan jullie voor huurlingen aanzien. Reizigers op weg naar het zuiden kregen de raad om Congo te omzeilen, via Soedan en Kenia. Maar wij hadden geen geld voor zo’n omweg. En bovendien: ik kon toch geen ronde van Afrika maken zonder Congo te bezoeken, het hart van het continent? We hebben de oversteek gewaagd. En jawel, het duurde niet lang of we werden door een militaire patrouille onderschept. Eerst zochten ze wapens. Die hadden we niet. Nooit gehad trouwens. Als je in Congo echt problemen zoekt, dan moet je vooral met wapens rondreizen. De officier had meteen een ander voorwendsel klaar. We stonden links van de weg geparkeerd, een duidelijke overtreding van het verkeersreglement. (bulderlach). Op een piste in volle brousse waar per week twee auto’s passeren!  Absurd, maar er viel niet discussiëren, we moesten mee naar de kazerne’.

Hoe hij zich uit die netelige situatie redde. Praatjes maken met de militair die naast hem in de Land Rover had post gevat, sigaretten delen, ijs breken. En dan staalhard bluffen: dat ze nog diezelfde avond bij le père Eugène in Lisala werden verwacht. ‘Ik kende helemaal geen père Eugène’, zegt hij. ‘Maar die brave militair had die naam al eens gehoord. Hij was zodanig onder de indruk dat hij ons heeft laten gaan’. Achter zijn rug, tijdens de fotosessie, zal zijn vrouw het ons toevertrouwen. Angelo en de Congolezen, dat was een perfecte match. Frans of Lingala, haar man kon met iedereen palaveren. Ze hebben elkaar in Kinshasa leren kennen, de stad waar de ronde van Afrika zou eindigen. Maar dat besefte Angelo niet toen zijn Land Rover in Lisala aan boord van een duwkonvooi werd gehesen, een drijvend dorp vol marktkramers op weg naar Kinshasa, met groenten, fruit, kippen, geiten, gedroogde vis, gerookte antiloop, levende krokodillen en andere specialiteiten uit de Equateur. Wie ooit de documentaire Congo River van Thierry Michel zag, zal begrijpen waarom hij tijdens deze driedaagse, slome bootreis instant verliefd werd op het land en zijn bewoners.

Inga stuwdam

‘Het was nooit de bedoeling in Kinshasa te blijven. Ik zou doen zoals in alle hoofdsteden: ons aanmelden bij de Italiaanse ambassade en een ronde maken langs de ministeries om alle vergunningen te verzamelen voor mijn echte missie, het binnenland verkennen. Dat was helaas buiten de bureaucratie gerekend, ze deden erg moeilijk over de permis minier, een absolute vereiste om de Kasai-rivier richting Lubumbashi over te steken. Drie keer heb ik een aanvraag ingediend, uiteindelijk heeft dat een klein jaar aangesleept. Niet dat ik me verveelde, er viel heel wat te fotograferen in Kinshasa. In die tijd woonden er nogal wat Italianen, naast militaire adviseurs vooral ingenieurs die bezig waren met de bouw van de Inga stuwdam. Slapen deden we in de jeep die we bij Italiaanse vrienden parkeerden. Er waren wel gastenkamers, maar ik vertikte het onze spullen uit te pakken omdat ik mezelf bleef mezelf wijsmaken dat we zo snel mogelijk zouden doorreizen. In die periode heb ik voor het eerst Belgen ontmoet. Ons plan om het binnenland te verkennen vonden ze pure waanzin, levensgevaarlijk met al die Simba’s en huurlingen. Velen waren in tien jaar nooit verder geraakt dan de luchthaven van Ndjlli’.

Het settelen gebeurde zonder dat hij er erg in had. De Kasai was buiten bereik, maar tegen excursies naar Bandundu of Bas Congo was geen bezwaar. Op een dag vroeg de Italiaanse aannemer van het Inga-project hem foto’s te maken van de superwerf op de Congo-stroom. Hij zou de megawerf tien jaar lang blijven fotograferen en filmen, meestal vanuit de lucht. Zijn archief zit overigens vol met luchtbeelden, hij heeft zowat het hele land per petit porteur overvlogen en in beeld gebracht. Het gerucht verspreidde zich snel in Kinshasa: er is een Italiaanse fotograaf in de stad die uitstekend werk aflevert, mede dankzij de superieure labo-kwaliteit waarvoor de back-office in Italië garant stond. Er volgden meer opdrachten, ideaal om de wachttijd te overbruggen. Op een avond landde in Ndjili een jonge, blonde vrouw uit Brugge, op bezoek bij een vriendin in Kinshasa. Bij het ontvangstcomité op de tarmac stond ook Angelo. ‘Ik was intussen bevriend geraakt met de man van haar vriendin’, vertelt hij. ‘In die tijd was de komst van een ongehuwde blanke vrouw naar Kinshasa een sensatie. Als er een huwbaar exemplaar kwam aanvliegen, schoten alle vrijgezellen een schoon hemd aan om zich naar Ndjili te reppen’. Hij heeft de concurrentie in snelheid genomen, door Anne letterlijk van het vliegtuig te plukken. Niet veel later vormden ze ook professioneel een duo, Anne hielp hem bij de productie van een documentaire film die hem definitief in Kinshasa zou verankeren. De minister van landbouw _ Mobutu’s oom Jean-Josepth Lito  _ bestelde een documentaire over zijn beleidsdomein, van plantages tot jacht en visvangst. Werk voor een heel jaar met een onbeperkt budget. Hij mocht overal naartoe vliegen, zelfs op de kleinste broussepiste stond een chauffeur klaar. Twee keer over en weer naar Milaan voor de montage? Geen probleem. ‘De film zit in mijn archief’, zegt hij. ‘Nooit vertoond. Toen de uitnodigingen voor de première klaar lagen, heeft Mobutu zijn regering herschikt. Litho was minister af, waardoor de film meteen onbruikbaar werd’.

In zijn biografie krijgt monsieur Litho een mooie paragraaf. Le parfumé, luidde zijn bijnaam, omdat hij zo kwistig met eau de Cologne omsprong dat je hem van op een afstand kon ruiken. Na de politiek is hij in zaken gegaan: importeren zonder invoerrechten te betalen, daar heeft hij fortuinen mee verdiend. Zuivere corruptie, maar hij geneerde zich niet. Als gewezen minister vond hij het niet meer dan logisch dat hij vrijgesteld was van belastingen en taksen. ‘Zo gaat dat in Congo’, zegt Angelo. ‘Politici staan boven de wet’.

machetes

Machtsmisbruik en corruptie zijn met Mobutu niet uit de Congolese politiek verdwenen. Hoe verklaart hij met een halve eeuw Congo-ervaring achter de rug, de eeuwige paradox? Dat Congo, met zijn onuitputtelijke bodemrijkdommen en vruchtbare gronden, helemaal onderaan bengelt in alle  ontwikkelingsstatistieken? Angelo legt vork en mes neer. ‘De vraag van één miljoen’, zegt hij met een zucht. ‘Er bestaat niet één antwoord, het zijn er tientallen. Om er een uit te pikken: hoe kan een land zich ontwikkelen als het niets produceert maar alles importeert? Intussen zijn Indiërs en vooral Chinezen ook de kleinhandel aan het overnemen. Overal zie je kramen opduiken met goedkope spullen die ze uit hun thuisland importeren. Congolezen kunnen daar niet tegenop. Ze zijn zich scherp bewust van dat onrecht, de wrok tegen Indiërs en Chinezen zit diep. Een gevaarlijke situatie als de boel ooit ontploft’.

Hij heeft zowel wijlen Mobutu als Joseph Kaibla ontmoet en gefotografeerd. Afstand houden was het parool, in figuurlijke zin. Op politieke uitspraken laat hij zich niet graag betrappen. Niet gezond voor de toekomstplannen die hij als 78-jarige koestert. ‘Maar het doet pijn om de ellende te zien waarin de gewone Congolezen leven’, geeft hij toe. ‘Neem nu mobiliteit. De Chinezen mogen dan de hoofdwegen asfalteren, grote delen van het binnenland zijn totaal onbereikbaar voor autoverkeer. Vrienden in Kinshasa missen de begrafenis van hun ouders omdat ze niet naar hun geboortedorp kunnen. Een drama als je weet hoe belangrijk de zorg voor de doden in hun traditie is. Wat ook niet helpt is de bevolkingsexplosie.  Zes à zeven kinderen per vrouw is in de dorpen nog altijd de norm. Iedere familie hoopt er daarvan een of twee naar Europa te smokkelen om voor de rest te zorgen. Dat is niet alleen in Congo. De Europese vluchtelingencrisis is slechts een voorsmaakje, de tsunami vanuit Afrika moet nog komen’.

een weg in de brousse (Foto: Angelo Turconi)

een weg in de brousse (Foto: Angelo Turconi)

En toch wil hij zich niet als de zoveelste Congo-pessimist laten afschilderen. ‘Een van mijn Congolese vrienden is psychiater en antropoloog, een intellectueel met een scherpe visie. Laat alle buitenlanders vertrekken, zegt hij, dan zijn we verplicht de problemen zelf op te lossen. Daar ben ik het mee eens. European, Amerikanen, Chinezen, we moeten ophouden ons met Congo te bemoeien. Ondanks alles heeft de jeugd hoop en ambitie. We  moeten hen de kans geven om die waar te maken. Mijn fotografie is een eerbetoon aan de vitaliteit van het Congolese volk. Met veel aandacht en respect voor vrouwen, want zij zijn het die het land overeind houden’. Dat blijkt wanneer we Infini Congo doorbladeren, een in 2010 verschenen greep uit 40 jaar fotograferen. Gesponsord door Georges Forrest, de Belgisch-Congolese grootindustrieel die een omstreden reputatie geniet. Angelo haalt de schouders op. ‘Ik heb veel respect voor meneer Forrest. Dat hij zaken doet met  de machtshebbers van dienst? Wat een loos verwijt, alsof er in Congo andere manieren bestaan om iets te ondernemen’. Ook zijn jongste boek is gesponsord, door een mijnbouwbedrijf met concessies in Lunda-gebied. De titel Congo-realist vindt Angelo geen verwijt, net zomin als die van fotograaf met zakeninstinct. In Infini Congo zien we veel jeugd en veel vrouwen, vaak met een gulle lach. Hij is geen sluipschutter met een telelens. Altijd eerst contact maken, pas dan komt de camera in actie. De broeierige foto van twee haveloze bengels met speelgoedauto’s van ijzerdraad en conservenblik is hem erg dierbaar. ‘Mijn chauffeur maakte zich druk toen ik hem vroeg om te stoppen, hij vond het tafereel vernederend. In mijn ogen echter symboliseren die twee jongens de veerkracht en creativiteit van Congo’.

tribalisme

Het klinkt verfrissend over een land dat doorgaans associaties met oorlog, vluchtelingenkampen en verkrachte vrouwen oproept. Hoe realistisch ook, die beelden ontbreken in zijn boeken. Bewust, hij is geen oorlogsreporter maar noemt zichzelf un photographe de la paix. Ontbreken even opvallend: foto’s van Kinshasa, de bruisende metropool die hij nochtans als zijn broekzak kent. Angelo en Anne hebben er dik 20 jaar gewoond, tot ze met hun drie schoolplichtige kinderen naar Europa terugkeerden, eerst naar Italië en vervolgens naar België. Kinshasa bleef evenwel zijn tweede thuis, hij vliegt erheen zoals wij de trein naar Oostende nemen. ‘Een fascinerende stad, maar er zijn al fotografen genoeg die er grandioos werk over hebben gemaakt. Mijn missie is het documenteren van het andere Congo, het binnenland waar niemand naar omkijkt. Dat wordt me soms verweten, ook door Congolezen. Je schildert Congo af als een primitief land dat de afspraak met de moderniteit heeft gemist’.

Zijn fascinatie voor etnische kunst en traditiies stemde de criticasters niet milder. Geen wonder, onder Congolese intellectuelen is koketteren met tribalisme taboe. Waren het niet de Belgen die de etnische verschillen graag in de verf zetten? Het was de ideale verdeel-en heers-methode om opkomend nationalisme in de kiem te smoren. ‘Die aversie is compleet doorgeslagen’, vindt Angelo. ‘Het is zo erg geworden dat stedelingen zich schamen voor hun afkomst. Ik ga daarover in discussie. Je wordt niet minder modern of ontwikkeld als je weet waar je vandaan komt’. Congo, met zijn 404 ethniën, blijft voor antropologen en etnografen een hoorn des overvloeds. Angelo heeft er niet voor gestudeerd, maar hij mag zich een kenner noemen. Koningen, chefs, tovenaars, initiatierituelen, dansers in uitzinnige plunjes van luipaardenbont, schelpen en veren, zijn oeuvre puilt ervan uit. ‘Infini Congo is een historisch document’, zegt hij terwijl het boek liefdevol dichtklapt. ‘Er staan beelden in die nooit ofte nimmer meer gemaakt zullen worden. Tradities en rituelen sterven pijlsnel uit, mede onder druk van de protestantse ontwakingskerken die zich als een lopend vuurtje over heel Congo hebben verspreid. Predikanten fulmineren constant tegen voorouderlijke gebruiken, terwijl ze zelf mirakels beloven in de vorm van geld, gezondheid en geluk. Het zijn charlatans die de armoede en onwetendheid exploiteren, maar helaas kennen ze veel succes’.

foto: Johan Jacobs

foto: Johan Jacobs

 

Léopold Senghor

Zijn fotoboeken vertegenwoordigen maar een fractie van zijn archief, een schat waar heel wat musea een moord voor willen plegen. Hij wil er dringend orde in scheppen, maar wanneer? Eerst moet zijn volgende project worden voltooid: een boek over de Musées Nationaux du Congo waarvan hij het ontstaan van nabij heeft meegemaakt. Een prestigeproject van Mobutu was het, ontsproten aan het staatsbezoek dat de Senegalese president en cultuurminnaar Léopold Senghor in 1970 aan Kinshasa bracht. ‘Mobutu gaf hem als gastheer een rondleiding’, grinnikt  Angelo. ‘Zijn paleis, het nieuwe parlement, alle monumenten passeerden de revue. Heel mooi Joseph, zei Senghor op een bepaald moment, maar ik zou graag jullie museum zien. Mobutu was van zijn melk. Bleek dat er in heel zijn land geen museum voor Congolese kunst bestond’. Zo raakte Angelo als fotograaf betrokken bij la récolte nationale. Onder leiding van de Belgische broeder-kunsthistoricus Jospeh Cornet werden teams uitgestuurd naar de verste uithoeken van het immense land om kunstvoorwerpen te verzamelen. Maskers, sculpturen, ritualia, in vijf jaar tijd groeide een collectie van 45.000 voorwerpen. Daaronder stukken van onschatbare waarde, zoals de wereldvermaarde koningsbeelden van de Bakuba. ‘Helaas’, zegt Angelo. ‘Na vijf jaar verloor Mobutu zijn belangstelling en droogden de middelen op. Vanaf dan begon het verval. Stukken werden gestolen en het land uit gesmokkeld. Bij de val van Mobutu in 1997 werd het museum geplunderd. Zowat alle waardevolle stukken zijn verdwenen, het enige spoor dat ervan overblijft, zijn de foto’s in mijn archief. In 2003 heb ik er een kalender mee gemaakt, een schreeuw om aandacht voor dit schandaal. Mijn boek gaat niet alleen daarover, het wordt ook een eerbetoon aan mensen zoals Joseph Cornet, Jan Vansina en Daniel Biebuyck. Allemaal Belgische Congo-kenners met wereldfaam die in eigen land weinig erkenning kregen. Veel werk en veel reizen, ik kan alleen hopen dat de gezondheid me niet in de steek laat’.

Zijn vrouw schiet in een lach. Dat alle alibi’s goed zijn om naar Congo te vliegen, zegt ze plagend. Angelo ontkent niet. ‘Zo heb ik altijd geleefd’, zegt hij. ‘Als ik van een reis terugkeerde, begon ik op het vliegtuig al mijn volgende reis te plannen. Zeggen ze dat ook in het Nederlands? Dat je als mens een reis maakt? Bij mij is het andersom, het zijn de reizen die me als mens hebben gemaakt’.

 

manicure (foto: Angelo Turconi)

manicure (foto: Angelo Turconi)